CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

03.02 - Jaarverslag BLICK 2024 (w.g. vastgesteld)

Commissie Samenleving en Economie 24 september 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Jaarstukken 2024 van BLICK30.346 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

• BLICK-studiedag. In oktober 2024 namen alle BLICK-scholen deel aan de jaarlijkse gezamenlijke studiedag, met als thema het schooljaarplan, voortvloeiend uit het strategisch beleidsplan 2025-2028 ‘Onderwijs dat boeit’.

pagina 35

•

•

•

Professionele Leergemeenschappen (PLG's). BLICK kent verschillende PLG's waar medewerkers van verschillende BLICK-scholen kennis en expertise delen en samen beleid vormgeven. Elke PLG heeft een voorzitter die voor een dagdeel per week wordt ondersteund vanuit de bovenschoolse formatie. Onderdeel van de gesprekkencyclus. De dialoog staat centraal in de jaarlijkse gesprekken van de gesprekkencyclus. Professionele ontwikkeling en eigenaarschap zijn terugkerende onderwerpen in de individuele gesprekken tussen schoolleiding en medewerkers. In 2024 zijn de BLICKvangers geïntroduceerd. De BLICKvangers staan in de digitale BLICK Academie. Dit zijn door eigen medewerkers ontwikkelde cursussen. In een tweeluik aan korte bijeenkomsten worden vaardigheden en handvatten geleerd die direct toegepast kunnen worden in de klas, allemaal op basis van bewezen effectieve interventies en onderzoeken.

Doorstroom - werkdruk en welzijn Goed werkgeverschap vraagt om aandacht voor werkdruk en welzijn. Te hoge werkdruk kan leiden tot ziekteverzuim, lagere motivatie en burn-out. BLICK neemt daarom maatregelen om een realistische werkbelasting te waarborgen, psychosociale ondersteuning te bieden en medewerkers te betrekken en te erkennen. BLICK werkt aan een inclusieve werkcultuur, waarin medewerkers invloed hebben op het beleid en successen erkend worden. De BLICK gesprekkencyclus speelt hierbij een belangrijke rol, omdat het medewerkers de kans biedt om regelmatig feedback te ontvangen en te geven. Dit versterkt de communicatie tussen medewerkers en leidinggevenden, maakt knelpunten zichtbaar, en zorgt ervoor dat doelstellingen tijdig kunnen worden bijgesteld. Zo wordt de werkdruk beter beheersbaar en kunnen welzijnsissues sneller worden aangepakt. Bovendien voelen medewerkers zich gehoord, gewaardeerd en betrokken, wat bijdraagt aan hun motivatie. De gesprekkencyclus bevordert een cultuur van openheid en transparantie, waarin zowel successen als verbeterpunten besproken worden. De gesprekkencyclus van BLICK wordt in 2025 geëvalueerd om te bepalen of deze effectief bijdraagt aan het duurzaam personeelsbeleid. Uitstroom - ambassadeur van BLICK Sinds 2024 hebben we een BLICK OFF Boarding programma. Hiermee laten we als organisatie zien hoe we met onze medewerkers omgaan.

Respect en oprechte aandacht is in alle fases van een dienstverband van belang, ook aan het eind daarvan. Er kunnen allerlei redenen zijn om afscheid van elkaar te (moeten) nemen. Een goed OFF boardingsprogramma bevestigt onze goede reputatie, verbetert deze waar nodig en verhoogt de kans dat onze (oud) medewerkers ambassadeurs blijven voor BLICK. Hiernaast biedt het verbeterkansen voor onze lerende organisatie.

pagina 36

Enquête over mobiliteit en duurzaamheid De nieuwe duurzaamheidswetgeving, die is gebaseerd op het Akkoord van Parijs en onderdeel is van de Europese Green Deal en de Klimaatwet, heeft als doel de CO2-uitstoot door woonwerkverkeer en zakelijke mobiliteit te verlagen. Deze twee vormen van mobiliteit zijn verantwoordelijk voor bijna de helft van de uitstoot van personenvervoer. De wetgeving moedigt organisaties aan om hun mobiliteitsbeleid aan te passen. Door te investeren in duurzame alternatieven en het bevorderen van minder en groener reizen, kunnen organisaties voldoen aan de wet en tegelijkertijd hun ecologische voetafdruk verkleinen. Binnen BLICK is in november 2024 een enquête uitgevoerd om inzicht te krijgen in hoe medewerkers reizen van huis naar werk. Er is voldoende respons ontvangen, wat een goede basis biedt om verder te werken aan dit onderwerp en concrete stappen te zetten voor de toekomst.

Onderwijsregio In oktober 2024 is BLICK aangesloten bij de onderwijsregio Zuidwest Samen. Deze regio bestaat uit meer dan twintig schoolbesturen en drie lerarenopleidingen die samenwerken om het lerarentekort in deze regio aan te pakken. Binnen dit samenwerkingsverband worden best practices gedeeld, ideeën uitgewisseld en afspraken gemaakt om zowel op korte als lange termijn effectieve maatregelen te nemen. De gezamenlijke focus ligt op het realiseren van structurele oplossingen die de onderwijskwaliteit in de regio waarborgen. De belangrijkste speerpunten zijn: 1. Visie en strategie ontwikkelen voor gezamenlijke werving & verhogen van de instroom pabo. 2. Arbeidsmarktcommunicatie en flexibilisering verbeteren. 3. Slim organiseren van onderwijsprocessen. 4. Samen opleiden en professionaliseren van docenten. 5. Personeel behouden binnen het onderwijs. Vanuit BLICK is een projectleider aangesteld voor deelproject 2. Deze rol is een detachering van 8 uur per week en richt zich op twee hoofddoelen: het ontwikkelen van een regionaal collectief beleid voor arbeidsmarktcommunicatie en het bevorderen van flexibele inzetbaarheid van onderwijspersoneel. Voor dit project ontvangt BLICK een financiële vergoeding van de onderwijsregio.

Inclusiviteit en de Banenafspraak (2013) BLICK hecht er waarde aan om zoveel mogelijk aan te sluiten bij onze leerling populaties en diversiteit en inclusiviteit te bevorderen binnen de organisatie. In lijn met de Banenafspraak (sociaal akkoord uit 2013 tussen kabinet en sociale partners) zet BLICK zich in om werkplekken te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit betekent dat BLICK werkplekken beschikbaar stelt voor deze doelgroep, met faciliteiten zoals job coaching en aangepaste werkplekken. We werken samen met gemeenten en het UWV (Uitvoeringsinstituut

pagina 37

Werknemersverzekeringen) en dragen bij aan de doelstelling van extra banen in het onderwijs. BLICK versterkt hiermee de inclusieve werkomgeving binnen de organisatie.

Verzuim en vitaliteit Ook binnen BLICK is soms sprake van verzuim. Door goed met elkaar te praten en samen te werken, willen we ervoor zorgen dat mensen zo min mogelijk verzuimen. Zo kunnen we niet alleen problemen oplossen, maar ook kansen creëren voor groei en ontwikkeling. In 2024 is het verzuimbeleid van BLICK geactualiseerd. Dit beleid heeft als doel het bevorderen van duurzame inzetbaarheid, het reduceren van verzuim, het voorkomen van langdurige uitval door ziekte en het voldoen aan wettelijke verplichtingen. In het verzuimbeleid ligt de nadruk vooral op terugkeer in werk passend bij de mogelijkheden. Uitval van medewerkers door verzuim verhoogt de werkdruk bij andere collega’s, omdat er momenteel niet of nauwelijks vervanging beschikbaar is. Het verzuimbeleid van BLICK omvat onder andere “De 10 afspraken bij verzuim”. Deze afspraken zijn in 2024 via een handout / folder onder de aandacht gebracht van alle medewerkers. Verzuim en re-integratie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van medewerker en leidinggevende. De arbodienst adviseert op medisch gebied en beoordeelt de belastbaarheid. Door in te zoomen op de mogelijkheden van re-integratie vergroot BLICK de arbeidsparticipatie. Medewerkers hebben als onderdeel van het opnieuw vastgestelde Verzuimbeleid, een folder (hand-out) met de 10 afspraken bij verzuim ontvangen.

Zo weet iedereen wat er verwacht kan en mag worden. Het verzuimcijfer is in 2024 gedaald naar 6,75% (2023: 8,51%). Het totale verzuimpercentage van 6,75% kan worden onderscheiden in verzuimduur: Verzuimduur

Percentage

0 tot 7 dagen

0,39 %

7 tot 42 dagen

0,32 %

43- 365 dagen

3,34 %

366 en langer

2,70 %

Totaal

6,75 %

Het verzuimpercentage langer dan 365 dagen is hoger dan daadwerkelijk nodig is. De UWVkeuringen lieten in 2024 langer op zich wachten dan gebruikelijk. Daarnaast zijn in drie dossiers verlengde wachttijdregelingen door het UWV opgelegd. Dit betekent dat werkgever en medewerker een langere periode krijgen om de re-integratieverplichtingen volgens Wet Poortwachter uit te voeren.

pagina 38

Uitkeringen na ontslag Medewerkers die de organisatie op initiatief van de werkgever verlaten, komen in aanmerking voor een WW-uitkering en/of WW-plus uitkering (Werkeloosheid Wet). De uitkeringen die medewerkers ontvangen komen voor een deel ten laste van de organisatie. Voor exmedewerkers onder de cao vo geldt een eigen risico van 25%, voor ex-medewerkers onder de cap po geldt een eigen bijdrage variërend van 10 of 50%. Dit laatst is afhankelijk van de voorwaarden van het participatiefonds. Het huidige aantal ex-medewerkers dat een WWuitkering en/of een WW-plus uitkering ontvangt, wordt door BLICK als een aanvaardbaar en beheersbaar risico beschouwd. BLICK hanteert daarom vooralsnog geen actief beleid om de uitkeringslasten te verlagen. Uiteraard wordt dit gemonitord en wil BLICK de instroom in WWsituaties beperken, door het aanbieden van interne mobiliteit binnen de scholen van BLICK en outplacement begeleiding (van werk naar werkbeleid).

Werkdrukverlichting (werkdrukmiddelen) Werkdruk is een belangrijk thema in het onderwijs. Het ministerie van OCW stelt middelen beschikbaar om de werkdruk te verlichten. In 2024 ontvingen de basisscholen van BLICK ongeveer € 766.000 aan werkdrukmiddelen. Deze middelen worden vooral ingezet voor extra medewerkers (ongeveer 11 fte) en in geringe mate voor materialen (circa € 5.000). De medewerkers worden ingezet om de werkdruk binnen de schoolteams te verlagen. Door het tekort aan onderwijsprofessionals lukt het echter niet altijd om de gewenste formatie volledig te bemensen. Dit leidt ertoe dat werkzaamheden door collega’s worden overgenomen of blijven liggen, wat de werkdruk juist kan verhogen. Ook in het voortgezet onderwijs zijn door het ministerie van OCW in 2024 extra middelen beschikbaar gesteld, ongeveer € 265.000 om werkdrukverlichting te realiseren. Het landelijke beleid dat in 2023 werd opgesteld, blijkt in de praktijk moeilijk uitvoerbaar door wederom de krappe arbeidsmarkt. Dit resulteert in een overschot aan uren die medewerkers voor werkdrukverlichting hadden moeten inzetten. In 2025 zal het beleid door het ministerie geëvalueerd worden, en zullen er voorstellen komen om het gebruik van uren voor werkdrukverlichting beter uitvoerbaar te maken.

Binnen de secties van de school voor voortgezet onderwijs van BLICK zijn gesprekken gevoerd over de besteding van de collectieve middelen.

pagina 39

Overzicht van beleidsdoelen Personeel & professionalisering In 2024 zijn verschillende beleidsdoelen behaald en voltooid. Enkele van deze doelen zullen ook in 2025 worden voortgezet. Hieronder volgt een overzicht: Afgerond in 2024 • Duurzaam Personeelsbeleid en medewerkersreis is geïmplementeerd • Het BLICK OFF boarding programma is geïntroduceerd • Het verzuimbeleid is geactualiseerd en bekend gemaakt bij de medewerkers • “De 10 afspraken bij verzuim” zijn gedeeld met alle medewerkers binnen BLICK • De informatievoorziening voor onze medewerkers is verder geoptimaliseerd. De informatievoorziening wordt ondersteund door robuuste systemen zoals AFAS Software en Microsoft 365. De informatie is gericht op Werving & selectie (digitale indiensttreding), informatie voor alle medewerkers (digitale Personeelswijzer), een digitale vindplaats op SharePoint (Leer BLICK kennen) en de maandelijkse digitale BLICK-nieuwsbrief (‘Ogenblickje’). Speerpunten 2025 • Het uitbesteden van onze salarisadministratie en herschikken van de werkzaamheden van de personeel- en salarisadministratie (PSA) • Blijvend verbeteren en vereenvoudigen van de informatievoorziening aan medewerkers • Doorontwikkeling van AFAS-modules rondom geboorteverlof, ON boarding en opleiden & professionaliseren • Het herinrichten van de digitale personeelsdossiers • Het evalueren van het beleid rondom de gesprekkencyclus

pagina 40

2.3 Huisvesting & facilitair BLICK had in 2024 voor het basisonderwijs veertien schoolgebouwen in gebruik, waarvan tien in Capelle aan den IJssel en vier in Krimpen aan den IJssel. Medio 2024 is de nieuwbouw van OBS de Groeiplaneet opgeleverd en is de school van twee naar 1 locatie gegaan. Hiermee is één locatie komen te vervallen (nu nog dertien). De school voor voortgezet onderwijs is gehuisvest aan de Pelikaanweg in Capelle aan den IJssel. De schoolgebouwen zijn – met uitzondering van de gebouwen van OBS de Wonderwind en OBS Klim-Op (tijdelijke locatie Lijstersingel) – in eigendom van BLICK. In eigendom betekent dat BLICK juridisch eigenaar is. De andere twee gebouwen huurt BLICK bij van gemeente Capelle aan den IJssel.

Strategisch huisvestingsbeleid In 2024 is het strategisch beleidsplan van BLICK voor de periode 2025-2028 tot stand gekomen. Dit plan is de basis voor het strategisch huisvestingsbeleid van BLICK. In 2024 zijn de eerste contouren daarvoor weggezet, dit wordt in 2025 afgerond. Daarnaast hebben we een start gemaakt met het inventariseren van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) om de vastgoedportefeuille van BLICK te analyseren en monitoren. Ook de beide gemeenten hebben een strategisch huisvestingsplan. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft in 2024 in samenwerking met de Capelse schoolbesturen een nieuw Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) opgesteld. Meerdere onderwijsgebouwen in de gemeente Capelle aan den IJssel zijn de leeftijdsgrens van 40 jaar (ruim) gepasseerd. De verouderde panden van OBS Klim-Op (twee locaties) zijn in een eerder SHO in aanmerking gekomen voor nieuwbouw. In het nieuwe SHO zijn de overige BLICK-schoolgebouwen met een 40+ leeftijd ook aangemerkt voor nieuwbouw. KC Ontdekrijk in 2031en OBS de Catamaran en OBS de Tweemaster op een wat langere termijn (2041). Dit omdat deze twee scholen na de recente verbouwingen nog in goede staat zijn. In Krimpen aan den IJssel is in 2023 al een Integraal Huisvestingsplan (IHP) vastgesteld waarin voor de twee locaties van OBS Kortland nieuwbouw is voorzien.

Hierbij wordt gezocht naar een optimalisatie, waarbij ook een unilocatie een mogelijkheid is. Hiermee is het risico van verouderde onderwijsgebouwen verkleind omdat de Huisvestingsplannen zicht geven op een oplossing.

Samenwerking met partners Eén van de beleidsuitgangspunten van het nieuwe strategisch huisvestingsplan is een optimale samenwerking met partners in de gemeenten. Hierbij wordt beoogd om in de schoolgebouwen een zo compleet en aantrekkelijk mogelijk aanbod te hebben voor de doelgroep. In 2024 is de samenwerking op de locatie KC Ontdekrijk uitgebreid met een nieuwe partner; Kinderlab Oostgaarde. Net als in de andere wijken van Capelle aan den IJssel was Stichting Welzijn Capelle op zoek naar een locatie in de wijk Oostgaarde. Dit is gevonden bij KC Ontdekrijk, een basisschool die midden in de wijk staat en hiermee haar bestaande wijkfunctie verder

pagina 41

verstevigt. Samen met Stichting Welzijn Capelle is uitvoering gegeven aan de verbouwing van een vleugel van het schoolgebouw om deze geschikt te maken voor het Kinderlab. Met kinderopvangpartner Gro-up is in Capelle aan den IJssel onderzocht om de BSO (Buiten Schoolse Opvang) van KC Ontdekrijk ook in de school te huisvesten. Dit mede omdat zij elders in de wijk hun locatie kwijtraakten. Naar verwachting zal dit zal in 2025 geconcretiseerd worden. KC Ontdekrijk is de enige school in de wijk die geen BSO in huis heeft, waardoor leerlingen buiten schooltijd op een andere locatie opgevangen worden.

Bouwprojecten 2024 In 2024 waren de volgende bouwprojecten in uitvoering: Verduurzaming en binnenklimaat projecten (SUVIS) Voor het hoofdgebouw van OBS de Tweemaster en het gebouw van OBS de Catamaran zijn rijkssubsidies aangevraagd voor het verbeteren van het binnenklimaat. Deze subsidies waren voor OBS de Tweemaster ‘Specifieke Uitkering Ventilatie In Scholen’ (SUVIS) en voor OBS de Catamaran ‘Maatwerkregeling ventilatie op scholen’. De kosten voor het verbeteren van het binnenklimaat, zijn veel hoger dan de toegekende subsidies. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft voor OBS de Tweemaster een extra financiële bijdrage geleverd. De overige kosten van deze twee verbouwingsprojecten zijn door BLICK onder andere bekostigd uit het budget voor meerjarig onderhoud. In de zomervakantie van 2024 zijn de laatste werkzaamheden aan beide scholen afgerond. Hiermee zijn twee belangrijkste doelen voor deze projecten behaald; de bouwkundige schil is energetisch verbeterd (het beperken van het energieverlies), en het binnenklimaat is verbeterd door middel van het aanbrengen van een WTW-ventilatie systeem (Warmte Terug Win). Ook voor de locatie van OBS de Wonderwind is de subsidie SUVIS toegekend en zijn de werkzaamheden in 2024 gestart.

Dit pand is niet in eigendom van BLICK, waardoor de gemeente Capelle aan den IJssel (als eigenaar) dit project heeft geleid in samenwerking met het andere schoolbestuur dat gebruik maakt van dit multifunctionele pand; RVKO (Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs). Afronding van dit project wordt medio 2025 verwacht. Nieuwbouw OBS De Groeiplaneet De afgelopen jaren is intensief samengewerkt met de gemeente Krimpen aan den IJssel aan het nieuwe schoolgebouw aan de Populierenlaan in Krimpen den IJssel. Het schoolgebouw heeft ervoor gezorgd dat de twee locaties van OBS de Groeiplaneet samen zijn gevoegd. Naast OBS de Groeiplaneet geeft het gebouw ook ruimte aan kinderopvang KindeRdam en een openbare sportzaal Populierenlaan, in beheer door Stichting Synerkri. OBS de Groeiplaneet is in de zomer van 2024 verhuisd om zo het nieuwe schooljaar in een nieuw gebouw te starten.

pagina 42

De opening door wethouder Tempel was een feestelijke aangelegenheid. Bouw en ingebruikname Kas EYE College In juli 2024 is de kas achter het schoolgebouw van EYE College opgeleverd. De kas is mede gesubsidieerd door het ‘Denk en Doe mee fonds’ van de gemeente Capelle aan den IJssel. Naast een leslokaal beschikt de kas over ruimte om samen met leerlingen gewassen te verbouwen in de kas. Meerder vakdocenten binnen EYE College integreren de mogelijkheden die de kas biedt in hun curriculum.

Verantwoording planmatig onderhoud De verantwoording van planmatig (groot) onderhoud in de jaarrekening van onderwijsinstellingen is in 2024 gewijzigd. De lopende overgangsregeling waarbij onderwijsinstellingen de egalisatiemethode mochten gebruiken voor het berekenen van de voorziening voor onderhoud, is beëindigd. BLICK heeft ervoor gekozen om met ingang van 2024 de kosten voor planmatig onderhoud te activeren op de balans. In 2024 is voor alle gebouwen van BLICK het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) geactualiseerd. Deze MJOP’s blijven ook bij het activeren van planmatig onderhoud, het uitgangspunt voor het plannen en uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden.

pagina 43

Overzicht van beleidsdoelen Huisvesting & facilitair In 2024 zijn diverse beleidsdoelen opgepakt en gerealiseerd. Een aantal loopt door in 2025. Hierbij een overzicht:

Afgerond in 2024 • De nieuwbouw van OBS de Groeiplaneet is opgeleverd, de school is in de zomer verhuisd • De kas van het EYE College is opgeleverd en in gebruik genomen • De uitgangspunten voor het strategisch huisvestingsbeleid van BLICK zijn opgesteld • BLICK heeft de verwerkingswijze van planmatig (groot) onderhoud gewijzigd van een voorziening naar activeren Speerpunten voor 2025 • Verder uitwerken van het strategisch huisvestingsbeleid van BLICK • Het opstellen van portefeuille-analyse voor het analyseren en monitoren van de onderwijshuisvesting van BLICK • Het voorbereiden van de nieuwbouw van de beide locaties van OBS Klim-Op

pagina 44

2.4 ICT & privacy Digitalisering krijgt een steeds prominentere plaats in het onderwijs. Zowel bij het aanleren van digitale vaardigheden als bij digitalisering in het werk en onderwijs. De opkomst en het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) heeft een enorme impact, ook op het onderwijs. BLICK heeft daarom in het nieuwe strategisch beleid, veel aandacht voor deze ontwikkelingen en de impact daarvan op ons onderwijs en onze professionals.

ICT In 2024 is de digitale strategie van BLICK tot stand gekomen. Dit ICT beleidsplan is gebaseerd op het nieuwe strategisch beleid van BLICK. In de digitale strategie zijn concrete ambities benoemd, gericht op het faciliteren van een prettige en veilige (digitale) leeromgeving. ICT is daarbij geen doel, maar een middel om dit doel te bereiken. Belangrijke speerpunten binnen het beleid zijn: • Data-gedreven onderwijs • Digitale vaardigheden • ICT-dienstverlening • Beveiliging en veiligheid van data In 2024 hebben daarnaast twee grote aanbestedingen plaatsgevonden, namelijk de (Europese) aanbesteding voor audiovisuele presentatiemiddelen (Touchscreens) en middelen ten behoeve van de werkplekken van medewerkers en leerlingen (laptops en computers). Hiermee voldoet BLICK aan de geldende Europese wet- en regelgeving voor wat betreft de aanschaf van diverse hardware. BLICK heeft vervolgens veel geïnvesteerd in bijvoorbeeld nieuwe smartboards op scholen en nieuwe devices voor leerlingen en medewerkers.

Privacybeleid AVG en bewustwording Het BLICK-beleid voor Informatiebeveiliging en Privacy (IBP) is opgesteld bij de invoering van de AVG. We merken dat cybersecurity een groeiend risico is. Bewustwording van IBP wordt steeds belangrijker. In 2024 is daarom een start gemaakt met het herschrijven van het IBPbeleid. Dit beleid is erop gericht om de kwaliteit van de verwerking van informatie en de beveiliging van persoonsgegevens te optimaliseren waarbij er een juiste balans moet zijn tussen privacy, functionaliteit en veiligheid. Het nieuwe IBP-beleid is in concept gereed en zal in 2025 worden vastgesteld en uitgerold binnen de scholen van BLICK. Het nieuwe IBP-beleid is gebaseerd op het normenkader IBP, waarbij de komende tijd de focus ligt op bewustwording bij medewerkers voor beveiliging en privacy. Daarnaast komen de volgende thema’s terug in het nieuwe IBP-beleid: • Toegang en autorisatie tot systemen ( inclusief periodieke controle) • Het invoeren van twee factor authenticatie • Bewaarplaatsen en termijnen • Het uitvoeren van verplicht gestelde risicoanalyses

pagina 45

•

Registratie van alle apparatuur

BLICK gebruikt het IBP-toetsingskader om inzicht te geven in het volwassenheidsniveau van onze organisatie op het gebied van IBP. Afgelopen jaar is het toetsingskader geactualiseerd en zijn er KPI’s en duidelijkere kaders geformuleerd waaraan voldaan moet worden. Er zijn normen bijgekomen en kaders zijn strakker gesteld. Door deze aanvullingen is de volwassenheidsscore in 2024 afgenomen (van 2,4 naar 1.8). Met de uitrol van het nieuwe IBP-beleid vanaf 2025 neemt deze score weer toe. Het ministerie van OCW heeft onderwijsinstellingen tot doel gesteld om in 2027 een score van3 te halen. Een benchmark door de externe FG (Functionaris Gegevensbescherming) laat zien dat BLICK op dit moment rond het gemiddelde niveau ligt. In 2024 zijn drie beveiligingsincidenten voorgevallen, waarvan één datalek. Dit datalek had een oorzaak in menselijk handelen van een collega, hoefde niet te worden gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en is naar behoren opgelost met de betreffende ouders. De andere twee beveiligingsincidenten gingen om een leverancier van een derde partij die gehackt was (geen gegevens van BLICK) en een dagbericht van een school waar leerlinginformatie gedeeld werd aan collega’s terwijl hiervoor een andere (beveiligde) omgeving is.

Beide incidenten betroffen geen persoonsgegevens, maar zijn wel geregisterd met als doel bewustwording te vergroten en verbeteringen door te kunnen voeren.

Overzicht van beleidsdoelen ICT & privacy In 2024 zijn verschillende beleidsdoelen opgepakt en gerealiseerd. Een aantal loopt door in 2025. Hierbij een overzicht: Afgerond in 2024 • Er zijn twee Europese aanbestedingsprocedures afgerond, voor de inkoop van touchscreens en ICT-devices • De digitale strategie van BLICK is opgeleverd • Gestart met het actualiseren van het beleid voor Informatiebeveiliging en privacy o.b.v. het IBP Normenkader Speerpunten 2025 • De stuurgroep ICT binnen BLICK gaat aan de slag met de uitvoering van de Digitale Strategie • Het beleid Informatiebeveiliging en Privacy wordt afgerond en uitgerold • We blijven werken aan bewustwording van AVG en privacy onze medewerkers

pagina 46

pagina 47

3 Financiën Het financiële beleid van BLICK op onderwijs is erop gericht om voorwaarden te creëren om nu én in de toekomst onze kerntaken optimaal uit te voeren. Het beleid is solide en risicomijdend. Dat betekent dat we zorgdragen voor een goed onderbouwde begroting, strikte budgetbewaking, een voldoende financiële buffer om risico’s voor de continuïteit van de scholen van BLICK op te vangen en een prudent treasurybeleid. Kortom: ook wat betreft onze financiële huishouding staat onze kerntaak – goed onderwijs mogelijk maken – centraal.

3.1 Financieel resultaat 2024 Samenvatting De scholen van BLICK hebben in 2024 een financieel resultaat gerealiseerd van € 141.000 nadelig, het begrote resultaat bedroeg € 286.000 nadelig. Deze positieve afwijking is het gevolg van hogere rijksbijdragen en subsidies. Daar staat tegenover dat we in 2024 vaker leerkrachten hebben moeten inhuren vanwege vacatures op de scholen en langdurige uitval. Dat was een bewuste keuze om het onderwijsproces doorgang te laten vinden en geen klassen naar huis te sturen. Omdat de kosten voor inhuur steeds hoger werden, hebben we in het lopende schooljaar een rem gezet op inhuur. We kiezen ervoor om door anders organiseren het onderwijs ingeval van uitval of vacatures, toch doorgang te laten vinden. Het lagere resultaat, onttrekken we aan onze reserves. Deze zijn stevig genoeg om dit resultaat te dragen.

Bijzonderheden verslaggeving in 2024 BLICK is in 2024 overgegaan van een voorziening naar het activeren van het groot onderhoud. We hebben tot en met 2023 voor de waardering van de voorziening groot onderhoud gebruik gemaakt van de overgangsregeling, waarbij de egalisatiemethode voor het vormen van een voorziening groot onderhoud werd toegestaan. Per 1 januari 2024 is deze overgangsregeling geëindigd en moesten we kiezen voor ofwel het activeren en afschrijven van groot onderhoud of het vormen van een voorziening groot onderhoud gebaseerd op de componentenmethode. BLICK heeft ervoor gekozen om het groot onderhoud in het vervolg te activeren en af te schrijven. Dit wijziging kwalificeert als een stelselwijziging, die in de jaarrekening 2024 is verwerkt. Door de stelselwijziging is de voorziening groot onderhoud voor een bedrag van € 3.297.225 vrijgevallen. Voorzichtigheidshalve is voor dit bedrag een bestemmingsreserve gevormd. De stelselwijziging heeft een behoorlijke impact op de financiële kengetallen. Door de vrijval van de voorziening en het vormen van een bestemmingsreserve neemt het eigen vermogen toe. Vanaf 2024 neemt de materiële vaste activa toe doordat groot onderhoud wordt geactiveerd. De komende jaren is de jaarlijkse afschrijving van het groot onderhoud – vergeleken met de dotaties uit voorgaande jaren – relatief laag.

We storten het verschil tussen de eerder verwachte dotaties en de werkelijke afschrijvingslasten, in de gevormde bestemmingsreserve groot onderhoud. De verwachting is overigens dat deze reserve de komende jaren niet wordt ingezet.

pagina 48

Resultaat 2024 Een overzicht van de financiële resultaten van 2024 en 2023 is als volgt: bedragen x € 1.000

Jaarrekening 2024

Begroting 2024

Jaarrekening 2023

Baten Rijksbijdragen

34.837

31.785

35.641

Overige overheidsbijdragen en -subsidies

1.200

887

1.522

Overige baten

953

615

797

Totaal baten

36.990

33.287

37.960

Personeelslasten

32.060

29.262

31.186

Afschrijvingen

737

929

703

1.966

2.633

2.437

Lasten

Huisvestingslasten Overige lasten

4.038

2.876

4.052

Totaal lasten

38.801

35.700

38.378

-/- 1.811

-/- 2.413

-/- 418

314

75

75

-/- 1.497

-/- 2.338

-/- 343

Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Totaal resultaat Mutaties reserves Exploitatieresultaat

1.356

2.052

76

-/- 141

-/- 286

-/- 419

Baten De baten zijn circa € 3,7 miljoen hoger dan begroot. De verschillen staan hieronder toegelicht. Rijksbijdragen De rijksbijdragen zijn hoger dan begroot door hogere bijdragen voor nieuwkomers (PO en VO), basisvaardigheden, onderwijsachterstandsmiddelen PO en middelen vanuit het samenwerkingsverband. Het VO is in maart 2024 gestart met nieuwkomers-klassen, wat heeft gezorgd voor hogere baten. Het VO bleek in 2024 ook middelen voor onderwijskansen te krijgen, dit was niet opgenomen in de begroting. Een ander voordeel is dat twee basisscholen van BLICK een aanvraag hebben ingediend voor de tweede tranche van de subsidie voor verbetering basisvaardigheden. Deze zijn ook toegekend. Ook de indexering van de rijksbijdragen is meegevallen. In het najaar van 2024 is deze indexering bekend geworden. Voor het PO is dit 5,37% en VO 5,68% voor de loon- en prijsontwikkeling, 5,75% voor de vestigingsbekostiging en 5,88% voor het bedrag per leerling. In de percentages voor de loon- en prijsontwikkeling is een negatieve bijstelling van het materiele deel van de bekostiging opgenomen. De materiële lasten zijn echter gestegen. Ondanks de verhoging van de bekostiging zijn de baten in 2024 lager dan 2023. Dit is onder meer het gevolg van het beëindigen van het havo- en vwo-aanbod op EYE College.

pagina 49

Overige overheidsbijdragen en -subsidies De toename van deze middelen ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door hogere ESF-middelen en hogere subsidies voor, onderwijskansen, SROI, Project Samen, preventieve interventie jeugd, betekenlessen en schoolmaatschappelijk werk. In vergelijking met 2023 zijn de overheidsbijdragen en -subsidies wel lager doordat de gemeentelijke subsidie voor onderwijskansen is verlaagd. Overige baten Ook de overige baten zijn hoger dan begroot en dan 2023. Dit komt met name door middelen vanuit het Jeugd Educatiefonds (JEF), die niet waren begroot. Tevens waren de huuropbrengsten en opbrengsten uit detachering hoger dan verwacht.

Lasten De lasten zijn circa € 3,1 miljoen hoger dan begroot. De verschillen staan hieronder toegelicht. Personeelslasten De personeelslasten zijn circa € 3 miljoen hoger dan begroot. Dit houdt verband met het beschikbaar komen van extra (niet begrote) baten voor verbetering basisvaardigheden, nieuwkomers en andere subsidies. Deze baten zijn veelal ingezet op personele inzet, waardoor de ook de personele lasten stijgen. Ook hebben we in 2024 veel meer uitgegeven aan inhuur personeel, waardoor de lasten hoger uit zijn gevallen dan begroot. In vergelijking met 2023 zijn de personeelslasten een stuk hoger door nieuwe afspraken in de cao, zowel in het PO als in het VO. De nieuwe cao is in oktober 2024 in werking getreden. De salarissen zijn met 4,9% verhoogd en voor het PO is het salarishuis herzien en heeft een harmonisatie in de toelagen plaatsgevonden. Voor het VO is er tevens een eenmalige uitkering van 1,23% overeengekomen en zijn diverse verbeteringen in het loongebouw en stagevergoedingen opgenomen. Voor de nieuwe cao VO is pas eind 2024 overeenstemming bereikt, waardoor de verhoging voor het VO pas in januari 2025 is uitbetaald. In de jaarrekening 2024 zijn de kosten van de verhoging, die betrekking hebben op 2024 verwerkt. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten liggen in lijn met 2023 maar zijn wat lager dan begroot.

Enkele investeringen hebben op een moment in het jaar hebben plaatsgevonden of zijn uitgesteld naar 2025. Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn lager dan 2023 en ook lager dan begroot voor 2024. Dit komt met name door de stelselwijziging groot onderhoud.

pagina 50

Overige lasten Zoals toegelicht bij de personele lasten stijgen de overige lasten ook door de hogere baten met betrekking tot verbetering basisvaardigheden, nieuwkomers, gelden samenwerkingsverband en diverse subsidies. Hierdoor zijn – naast de personele lasten – ook de overige lasten hoger dan geraamd. De kosten van leerlingactiviteiten zijn wat hoger, daar staan middelen van het Jeugd Educatiefonds tegenover. In 2024 waren ook de kosten voor (juridisch) advies, inventaris en schoolmaatschappelijk werk, hoger dan begroot.

Financiële baten en lasten In het voorjaar van 2024 is BLICK overgegaan op schatkistbankieren. Dit heeft aanzienlijk hogere rentebaten opgeleverd dan in voorgaande jaren en dan begroot.

Mutatie bestemmingsreserves Naast de besteding van onze reguliere middelen, hebben we in 2024 ook middelen besteed die in voorgaande jaren in onze reserves zijn gestort. Bijvoorbeeld de inzet van nog onbestede NPO-middelen uit voorgaande jaren. De besteding van die middelen was in 2024 lager dan begroot. Daardoor zijn er eind 2024 meer middelen over, die in 2025 en 2026 worden ingezet. Tevens is in 2024 een bestemmingsreserve groot onderhoud gevormd, zie de toelichting bij bijzonderheden verslaggeving in 2024. In 2024 heeft een storting in deze reserve plaatsgevonden, die niet was begroot.

Segmentatie De scholen van BLICK vallen binnen twee onderwijssegmenten: PO en VO. Alle baten en lasten moeten worden toegerekend aan deze segmenten. Voor de gezamenlijke kosten hanteert BLICK een allocatiesysteem over de scholen op basis van de baten van de scholen. Deze gezamenlijke kosten bestaan uit de kosten voor administratie, beheer en bestuur, de kosten voor BLICK Expertise, gezamenlijk budget voor kosten zij-instromers, auditteam, coaching en Professionele Leer Gemeenschappen (PLG's). Het exploitatieresultaat per segment is als volgt: bedragen x € 1.000 Primair Onderwijs Voorgezet Onderwijs Totaal exploitatieresultaat

Jaarrekening 2024

Begroting 2024

Jaarrekening 2023

-/- 145

-/- 146

-/- 140

4

-/- 139

-/- 279

-/- 141

-/- 285

-/- 419

pagina 51

3.2 Eindbalans De eindbalans van 2024 en 2023 is als volgt: bedragen x € 1.000

Balans 31-12-2024

Balans 31-12-2023

ACTIVA Materiële vaste activa

6.342

5.254

Vorderingen

2.140

1.775

Liquide middelen

10.563

12.875

Totaal activa

19.045

19.904

Eigen vermogen

10.298

8.498

Voorzieningen

1.415

4.827

Kortlopende schulden

7.332

6.579

19.045

19.904

PASSIVA

Totaal passiva

In de eindbalans van 2024 valt het volgende op: 1. De materiële vaste activa zijn toegenomen, met name door activering van groot onderhoud, duurzaamheidsinvesteringen voor twee scholen en door ICT-investeringen. 2. De vorderingen zijn hoger dan eind 2023. In het saldo zit een aantal vorderingen die inmiddels zijn ontvangen, bijvoorbeeld een vordering inzake Sterk Techniek Onderwijs en een vordering op de gemeente inzake de subsidie maatwerkregeling Ventilatie van OBS de Tweemaster. Ook de vooruitbetaalde leermiddelen zijn eind 2024 hoger dan eind 2023. 3. Het totale saldo aan liquide middelen was eind 2024 circa € 2,3 miljoen lager ten opzichte van vorig jaar. Dit komt onder andere door de besteding van NPO-middelen uit voorgaande jaren en door investeringen in onze scholen. Zie voor een specificatie van de kasstromen, het kasstroomoverzicht in de jaarrekening. 4. Het eigen vermogen van BLICK daalt door het negatieve resultaat en de besteding van NPO-reserves. Daar staat tegenover dat vanuit het saldo van de voorziening groot een bestemmingsreserve is gevormd, waardoor het eigen vermogen van BLICK in 2024 per saldo is toegenomen. 5. Het saldo van de voorzieningen is per 31 december 2024 met circa € 3,4 miljoen afgenomen, met name doordat voor het groot onderhoud met ingang van 2024 geen voorziening meer wordt gevormd. 6.

De kortlopende schulden zijn eind 2024 hoger dan het jaar daarvoor. Dit betreft de toename van de crediteuren, nog te besteden subsidies die al in 2024 zijn ontvangen en de verhoging van de cao VO die in januari 2025 is uitbetaald.

pagina 52

3.3 Besteding (meerjarige) subsidies In 2024 zijn de middelen Strategisch personeelsbeleid, Passend Onderwijs en Onderwijsachterstanden volledig aangewend.

3.4 Continuïteit Ontwikkeling leerlingaantallen Een nauwkeurige prognose van het aantal leerlingen op de scholen van BLICK is van groot belang, omdat dit de voornaamste factor is voor de toekenning van de rijksbijdragen en de inzet van medewerkers. Tegelijkertijd is dit juist een erg moeilijk onderdeel om te prognosticeren. Het aantal leerlingen is niet alleen een gevolg van de demografische ontwikkelingen, maar is ook afhankelijk van de aantrekkelijkheid van de scholen, het onderwijsconcept en de onderwijsresultaten. Daarnaast zien we een toenemend consumentengedrag bij ouders (‘shoppen’). Bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2025–2029 hebben we een prognose gemaakt van het aantal leerlingen de komende jaren. Deze cijfers waren gebaseerd op het werkelijk aantal leerlingen per 1 februari 2024 (PO) en 1 oktober 2024 (VO), de groei- of krimp-verwachtingen van de schooldirecties en de prognosecijfers van DUO en de gemeenten. Hierbij is rekening gehouden met specifieke omstandigheden en verwachtingen van de school en met ontwikkelingen in de wijk. De (geprognosticeerde) leerlingaantallen zijn als volgt: 1–2-2023

1–2–2024

1–2–2025

1–2–2026

1–2–2027

1–2–2028

Aantal leerlingen speciaal onderwijs

240

226

220

226

225

220

Aantal leerlingen basisonderwijs

2.285

2.245

2.260

2.262

2.262

2.263

Totaal aantal leerlingen PO

2.525

2.471

2.480

2.488

2.487

2.483

1–10–2023

1–10–2024

1–10–2025

1–10–2026

1–10–2027

1–10–2028

608

696

761

778

798

827

Aantal leerlingen VO

Het aantal leerlingen in het PO vertoont op de peildatum 1-2-2024 een daling ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit voorzagen we al, een tweetal scholen daalt in leerlingenaantal omdat zij in wijken staan waar sprake is van krimp. Daar staat tegenover dat een aantal scholen (sterk) groeit. Het leerlingenaantal op het speciaal basisonderwijs is ook gedaald. Binnen het samenwerkingsverband passend onderwijs, streven we met de andere schoolbesturen in de gemeenten Capelle en Krimpen aan den IJssel naar inclusiever onderwijs. Daar past bij dat minder leerlingen worden doorverwezen naar het speciaal (basis)onderwijs.

pagina 53

Het leerlingenaantal van het EYE College laat een mooie stijging zien. De naamswijziging en het sterke nieuwe concept, slaan aan. Met mooi onderwijs, een sterk team, goede voorzieningen en een focus op kansen en beroepsonderwijs, is de school aantrekkelijk voor veel leerlingen. Ook heeft de school sinds vorig schooljaar, een aanbod voor nieuwkomers in de vorm van ISK-klassen.

Toekomst EYE College Het EYE College is in de afgelopen jaren getransformeerd naar een prachtige school voor beroepsgericht onderwijs. De school heeft nieuwe schoolleiding, een duidelijk profiel en ijzersterke labels. De school heeft de afgelopen jaren wel te kampen gehad met dalende leerlingenaantallen. Zo sterk dat de school in 2022 onder de opheffingsnorm is gekomen. Het aantal leerlingen dat havo- en vwo-onderwijs volgende was zelfs zo klein dat we dit aanbod in 2023 hebben beëindigd. Door het inleveren van licenties is het leerlingenaantal in 2024 weer boven de opheffingsnorm uitgekomen. De school blijft echter als éénpitter binnen BLICK, erg kwetsbaar. Zeker gezien de omvang van de school. Het bestuur van BLICK heeft daarom eind 2023 een voorgenomen besluit genomen om de school over te dragen aan een groter VO-bestuur, dat de school nog verder kan brengen dan waar ze nu staat. De school verdient een sterk VO-schoolbestuur om ook op de lange termijn de toekomst te garanderen. Het haalbaarheidsonderzoek naar deze overdracht, wordt op dit moment uitgevoerd. De beoogde datum van overdracht is 1 januari 2026. De (financiële) gevolgen van de bestuursoverdracht, worden verwerkt in de eerstvolgende meerjarenbegroting. De verwachting is dat de baten en lasten van BLICK afnemen met circa € 12 miljoen.

Het onderzoek in 2025 moet uitwijzen welke gevolgen de overdracht heeft voor het eigen vermogen. Het weerstandsvermogen van BLICK bedraagt naar verwachting eind 2025 22,45% van de baten. Als de baten en het vermogen van EYE College uit de berekening van deze ratio wordt gehaald, stijgt het weerstandsvermogen van BLICK naar 33,95%. De bestuursoverdracht heeft ook gevolgen voor de dekking van de gezamenlijke kosten voor administratie, beheer en bestuur van BLICK. Met de bestuursoverdracht van EYE College zullen deze kosten dalen, maar valt ook een deel van de dekking van deze gezamenlijke kosten weg. De exacte financiële gevolgen zijn nog niet doorgerekend maar zullen in de meerjarenbegroting 2026 – 2030 worden verwerkt.

pagina 54

3.5 Risico's Inleiding BLICK houdt zoveel als mogelijk rekening met de risico's waarmee het funderend onderwijs en onze scholen geconfronteerd worden. Deze risico's lichten we hierna toe. Periodiek berekenen we de mogelijke financiële impact van deze risico's op de continuïteit van BLICK.

Risico's en weerstandsvermogen We onderscheiden diverse (endogene) risico’s, de belangrijkste zijn als volgt:

•

De krapte op de arbeidsmarkt voor zowel onderwijzend als onderwijsondersteunend personeel is onverminderd hoog. Zeker ook in onze regio. BLICK is samen met andere besturen in de regio aangesloten bij de Onderwijsregio Zuidwest Samen (voor het PO) en Onderwijsregio Rijnmond (voor het VO). In deze onderwijsregio’s bundelen schoolbesturen – samen met de hogescholen – de krachten met betrekking tot het werven en opleiden van onderwijsprofessionals. Een belangrijk kenmerk van de onderwijsregio’s is dat de actieve concurrentie tussen schoolbesturen op de arbeidsmarkt wordt teruggedrongen.

•

Het tekort aan onderwijzend personeel en de teruglopende overheidsmiddelen vragen om het anders organiseren van het onderwijs op onze scholen. Binnen BLICK is in 2024 een handboek ”anders organiseren” opgeleverd. Dit is een handvat voor schoolleiders en teams als zij aan de slag moeten met de inrichting van het onderwijs. De scholen van BLICK worden daarmee flexibeler bij de inrichting van het onderwijs en minder kwetsbaar voor de tekorten op de arbeidsmarkt.

•

De werkdruk in het onderwijs is hoog. De tekorten op de arbeidsmarkt, maar ook ziekteverzuim, maken dat de druk op de huidige medewerkers alleen maar toeneemt. Ook schoolleiders ervaren een zeer hoge werkdruk.

•

De rijksoverheid voert steeds vaker bezuinigingen door in het funderend onderwijs. Voor zover bekend betrekken we deze bezuinigingen in onze meerjarenbegroting en bewegen we met de kosten mee met dalende inkomsten. De toenemende bezuinigingen vormen echter een steeds groter risico voor de betaalbaarheid van ons onderwijs. Het meest recente voorbeeld is dat de subsidie voor onderwijskansen in het VO wordt stopgezet en dat de middelen voor verbetering basisvaardigheden niet worden geïndexeerd. Deze onvoorspelbaarheid maakt het lastig om solide financieel beleid te voeren.

•

De materiele bekostiging in het onderwijs is structureel te laag. Recent onderzoek van sectorraden heeft dit opnieuw aangetoond. Dit betekent dat er weinig ruimte is om te investeren in faciliteiten, ook op het gebied van duurzaamheid, ventilatie en ICT. Scholen worden hierdoor gedwongen om middelen voor personeelsformatie in te zetten voor materiele kosten.

pagina 55

•

De nieuwe bekostigingssystematiek valt voor BLICK nadelig uit. De wijziging van systematiek in het primair en voorgezet onderwijs leidt bijvoorbeeld tot een financieel nadeel (vanaf 2026) van circa € 175.000 per jaar. De verlaging is geleidelijk middels een overgangsregeling voor het PO en VO doorgevoerd en ook verwerkt in onze meerjarenbegroting.

•

Het EYE College is als enige VO-school binnen BLICK erg kwetsbaar. Ook omdat er relatief veel onderwijsaanbod in de regio is, zowel in Capelle en Krimpen aan den IJssel, als net over de gemeentegrens in Rotterdam. Om die reden is het bestuur van BLICK op zoek gegaan naar een groter VO-schoolbestuur, die de school een goede toekomst kan bieden. In 2024 is een intentieovereenkomst gesloten met Stichting BOOR in Rotterdam om de school onder te brengen binnen BOOR. De verwachting is dat er medio 2025 duidelijkheid is over de bestuursoverdracht.

•

BLICK heeft een aantal kleine basisscholen. Doordat BLICK ook een aantal grote scholen heeft, kunnen we – op basis van de gemiddelde schoolgrootte – deze kleine scholen in standhouden. We zullen voortdurend aandacht moeten hebben voor de levensvatbaarheid en betaalbaarheid van de kleine scholen.

De risicoanalyse van BLICK wordt periodiek geactualiseerd en gekwantificeerd. Dit staat voor 2025 op de planning.

pagina 56

3.6 Meerjarig financieel beeld Meerjarenbegroting Eind 2024 is de meerjarenbegroting 2025–2029 vastgesteld. Deze is gebaseerd op het nieuwe Strategisch Beleidsplan van BLICK. In de begroting is ruimte gemaakt om (gezamenlijk) te werken aan de ambities uit ons strategisch beleid en om gezamenlijk te innoveren. Belangrijk daarbij is dat we niet slechts ambities hebben geformuleerd, maar ook zicht hebben op de belangrijkste risico’s voor de scholen van BLICK. We hebben in de meerjarenbegroting rekening gehouden met deze risico’s. Het spreekt voor zich dat de cijfers voor het begrotingsjaar 2025 taakstellend zijn. De jaren daarna zijn richtinggevend, onder gelijkblijvende omstandigheden. In de vorige meerjarenbegroting 2024-2028 hielden we voor het VO rekening met een negatief resultaat in 2024 en een sluitende begroting in de jaren daarna. De school beweegt in formatie mee met het aantal leerlingen en de inhuur van personeel wordt teruggedrongen. In de meerjarenbegroting 2025-2029 zijn er positieve exploitatieresultaten begroot. Voor het PO hielden we in de vorige meerjarenbegroting rekening met een klein tekort voor 2024 en een sluitende begroting in de jaren daarna. Ook in de meerjarenbegroting 2025-2029 houden we rekening met een tekort voor 2025. De sobere rijksbijdrage in combinatie met wegvallende extra bekostiging, maken het uitdagend een sluitende begroting te maken.

Scholen gaan aan de slag met anders organiseren en kijken kritisch naar uitgaven en groepsgrootte. We geven de scholen ruimte om toe te werken naar een volledig sluitende begroting. We realiseren ons dat dit veel vraagt van onze scholen en schoolleiders. Het is een complexe opgave om in deze context naar een sluitende begroting toe te werken. Het vraagt een goede balans tussen onderwijskwaliteit en meebewegen met krappere bekostiging. We houden er tenslotte in de meerjarenbegroting rekening mee dat de incidentele middelen van de afgelopen jaren (eerst NPO en nu Verbetering Basisvaardigheden) niet worden vervangen door nieuwe regelingen.

pagina 57

De meerjarenbegroting is als volgt: bedragen x € 1.000

Begroting 2024

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten Rijksbijdragen

33.654

36.468

36.664

34.908

34.749

34.880

35.095

Overige overheidsbijdragen en subsidies

887

1.200

851

407

405

401

401

Overige baten

615

953

951

803

769

733

735

Totaal baten

35.156

38.621

38.466

36.118

35.923

36.014

36.231

Personeelslasten

29.262

31.885

32 106

29 691

29 415

29 571

29 803

Afschrijvingen

911

737

982

969

1.017

1.027

1 060

Huisvestingslasten

2.633

2.577

2 627

2 600

2 561

2.498

2 460

Overige lasten

2.711

3.877

3 244

3 121

3 155

3 164

3 191

Totaal lasten

35 517

39.076

38 959

36 381

36 148

36 260

36 214

Saldo baten en lasten

-/- 361

-/- 455

-/- 493

-/- 263

-/- 225

-/- 246

-/- 283

75

314

341

271

286

316

351

Exploitatieresultaat

-/- 286

-/- 141

-/- 152

8

61

70

68

Mutaties reserves

-/- 2.052

-/- 1.356

-/- 1.862

-/- 258

319

288

413

Resultaat incl. mutaties reserves

-/- 2.338

-/- 1.497

-/- 2.014

-/- 250

380

358

481

FTE ultimo

317,9

330,6

321,2

302,1

297,1

296,8

314,1

Directie

18,1

17,2

17,5

17,5

17,5

16,5

16,5

Onderwijzend personeel

205,3

203,0

212,9

195,0

190,6

192,0

210,4

Onderwijs ondersteunend personeel

94,5

110,4

90,8

89,6

89,0

88,3

87,2

Lasten

Financiële baten en lasten

Meerjarenbalans De meerjarenbalans geeft het volgende beeld: bedragen x € 1.000

Jaarrekening 2023

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Materiële vaste activa

5.254

6.342

8.748

8.468

8.344

8.008

7.800

Vorderingen

1.775

2.140

2.140

2.140

2.140

2.140

2.140

Liquide middelen

12.875

10.564

6.144

6.174

6.678

7.372

8.060

Totaal activa

19.904

19.046

17.032

16.782

17.162

17.520

18.000

Eigen vermogen

8.498

10.299

8.285

8.035

8.415

8.773

9.253

Voorzieningen

4.827

1.415

1.415

1.415

1.415

1.415

1.415

Kortlopende schulden

6.579

7.332

7.332

7.332

7.332

7.332

7.332

19.904

19.046

17.032

16.782

17.162

17.520

18.000

ACTIVA

PASSIVA

Totaal passiva

In 2025 vindt de financiële afwikkeling van de nieuwbouw van OBS de Groeiplaneet plaats en nemen de investeringen voor groot onderhoud toe. Dit verklaart de stijging van de materiële vaste activa. Voor de dekking van de bijbehorende afschrijvingslasten voor de

pagina 58

duurzaamheidsinvesteringen in de nieuwbouw van OBS de Groeiplaneet is een bestemmingsreserve huisvesting gevormd. Verloop liquiditeit De liquide middelen dalen in 2025 vanwege het verwachte resultaat en vanwege enkele investeringen. Ook worden in deze jaren de ontvangen, maar nog niet volledig bestede, NPOmiddelen uitgegeven. Voorzieningen De post voorzieningen betrof de onderhoudsvoorziening voor de schoolgebouwen van BLICK en enkele personele voorzieningen. In 2024 is de voorziening groot onderhoud vrijgevallen, derhalve dalen de voorzieningen. De personele voorzieningen en met name de voorziening voor langdurig zieken hebben een wat onvoorspelbaar karakter. Daarom is er in de meerjaren- balansverwachting voor gekozen om de voorziening op gelijk niveau te houden. Eigen vermogen Het financiële resultaat wordt jaarlijks toegevoegd (bij overschotten) of onttrokken (bij tekorten) aan de algemene reserves. Daarnaast worden er gedurende het jaar uitgaven gedaan waarvoor een bestemmingsreserve is gevormd en worden in het PO stortingen en onttrekkingen gedaan in de bestemmingsreserve groei & krimp. Deze mutaties zijn in onderstaande tabel opgenomen. In onze jaarverslaggeving (na afloop van het jaar) worden deze mutaties verwerkt in de staat van baten en lasten. Het eigen vermogen van BLICK stijgt in 2024 vanwege de storting in de bestemmingsreserve groot onderhoud.

Vanaf 2025 daalt het eigen vermogen door besteding van de gereserveerde NPO-middelen.

pagina 59

Het eigen vermogen van BLICK is als volgt opgebouwd: bedragen x € 1.000

Totaal eigen vermogen

Jaarrekening 2023

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

8.498

10.299

8.285

8.035

8.415

8.773

9.253

Algemene reserves Algemene reserve PO

2.527

2.377

2.197

2.200

2.204

2.207

2.187

Algemene reserve VO

-/- 465

-/- 461

-/- 433

-/- 428

-/- 371

-/- 304

-/- 241

Totaal algemene reserves

2.062

1.916

1.764

1.772

1.833

1.903

1.946

Totaal bestemmingsreserves PO

4.607

3.809

2.279

1.585

1.457

1.384

1.448

Totaal bestemmingsreserves VO

1.829

981

265

190

190

190

190

0

3.593

3.977

4.488

4.935

5.296

5.669

6.436

8.383

6.521

6.263

6.582

6.870

7.307

1.082

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserve groot onderhoud Totaal bestemmingsreserves Bestemmingsreserves PO Huisvesting

1.234

1.234

1.206

1.175

1.144

1.113

Strategisch beleid

29

291

241

180

114

45

0

Groei- en krimp

782

719

297

123

92

119

259

26

26

26

26

BAPO

21

26

26

Afschaffen ouderbijdrage

393

258

109

NPO

2.148

1.281

400

81

81

81

81

Totaal

4.607

3.809

2.279

1.585

1.457

1.384

1.448

VO in transitie

391

270

73

Werkdrukmiddelen

149

143

143

143

143

143

143

Afschaffen ouderbijdrage

33

7

2

Bestemmingsreserves VO

NPO

1.256

561

47

47

47

47

47

Totaal

1.829

981

265

190

190

190

190

Onderverdeling eigen vermogen PO en VO Het eigen vermogen van BLICK bedraagt eind 2024 € 10,3 miljoen. Dit heeft voor € 6,2 miljoen betrekking op het PO, voor € 0,5 miljoen op het VO en voor € 3,6 miljoen op het PO/VO: ▪ PO: algemene reserve € 2.377.247 + bestemmingsreserves € 3.808.427 = € 6.185.674 ▪ VO: algemene reserve -/- € 461.021 + bestemmingsreserves € 981.255 = € 520.234 ▪ PO/VO: bestemmingsreserves = € 3.592.513 Algemene reserves VO De algemene reserve van het VO laat al velen jaren een negatief saldo zien. In 2024 is de algemene reserve door het positieve resultaat iets gestegen. De verwachting is dat de algemene reserve van het VO de komende jaren verder zal stijgen. Algemene reserves PO De algemene reserve van het PO is in 2024 met € 150.000 afgenomen. Dit komt enerzijds door het negatieve exploitatieresultaat (-/- € 145.000) en anderzijds door een onttrekking ten behoeve van de bestemmingsreserve BAPO (-/- € 5.000).

pagina 60

Bestemmingsreserve PO Huisvesting De bestemmingsreserve Huisvesting PO is gevormd voor duurzaamheidsinvesteringen en noodzakelijke aanpassingen aan de huisvesting van de PO-scholen die niet onder de onderhoudsvoorziening vallen. De afschrijvingslasten worden ten laste van deze bestemmingsreserve gebracht. Bestemmingsreserve groot onderhoud Per 1 januari 2024 is door een stelselwijziging met betrekking tot de verwerking van het groot onderhoud, de voorziening groot onderhoud vrijgevallen. Met het vrijgevallen bedrag is een bestemmingsreserve gevormd. Door een voorziening groot onderhoud wordt er als het ware gespaard voor toekomstige onderhoud, door het vormen van een bestemmingsreserve blijven er (liquide) middelen gereserveerd staan om toekomstig onderhoud te betalen. Jaarlijks wordt er aan de bestemmingsreserve gedoteerd. We storten het verschil tussen de eerder verwachte dotaties en de werkelijke afschrijvingslasten. Bestemmingsreserve NPO Alle schoolbesturen in het funderend onderwijs in Nederland hebben voor de schooljaren 20212022 en 2022-2023 NPO-middelen gekregen. Deze middelen worden ingezet conform de NPOplannen, die op schoolniveau zijn afgestemd met de medezeggenschapsraden.

Niet bestede middelen worden aan het einde van het jaar toegevoegd aan een bestemmingsreserve voor de betreffende school en in latere jaren alsnog uitgegeven binnen de doelstellingen van de NPOplannen. OCW heeft bepaald dat de totale toegekende NPO-middelen in het jaar van ontvangst als baten moeten worden opgenomen. Omdat de middelen niet meteen konden worden uitgegeven, hebben schoolbesturen in het funderend onderwijs in de NPO-jaren grote exploitatieresultaten gerealiseerd. Nu de middelen in latere jaren alsnog worden uitgegeven, leidt dit tot een nadelig exploitatieresultaat in de jaarrekening. Zo ook bij BLICK. We verwachten dat in de jaren 2025 en 2026 de niet bestede middelen nagenoeg volledig zijn uitgegeven.

pagina 61

3.7 Financiële kengetallen In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van enkele financiële kengetallen opgenomen. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de cijfers in de meerjarenbegroting 2025-2029 en de balansprognose op basis van de jaarrekening 2024. De kengetallen geven een beeld van de financiële positie van BLICK. De Inspectie van het Onderwijs betrekt twee kengetallen bij het financiële toezicht op onderwijsinstellingen (solvabiliteit 2 en liquiditeit) en heeft daar signaleringswaarden voor bepaald. Signaleringswaarde

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

-

42,69%

54,07%

48,64%

47,88%

49,03%

50,07%

51,41%

Solvabiliteit 2 2. (eigen vermogen + voorzieningen)/totale vermogen

< 30%

66,95%

61,50%

56,95%

56,31%

57,28%

58,15%

59,27%

Liquiditeit (current ratio) 3. vlottende activa/kort vreemd vermogen

< 0,75

2,23

1,73

1,13

1,13

1,20

1,30

1,39

Omschrijving 1.

Solvabiliteit 1 eigen vermogen/totale vermogen

4.

Weerstandsvermogen eigen vermogen/totale baten

-

22,39%

27,84%

22,45%

22,41%

23,45%

24,34%

25,44%

5.

Rentabiliteit resultaat/totale baten

-

- 0,90%

- 4,05%

-5,46%

-0,70%

1,06%

0,99%

1,32%

-

6,56%

5,30%

6,15%

6,29%

6,47%

6,56%

6,42%

Huisvestingsratio 6. (huisvestingslasten + afschrijvingen gebouwen en terreinen)/totale lasten

1. De solvabiliteit 1 van BLICK is relatief hoog. Het eigen vermogen laat in 2024 een stijging zien doordat de onderhoudsvoorziening vrijvalt en met deze vrijval een bestemmingsreserve groot onderhoud is gevormd. Daar staat tegenover dat de NPO-reserves in 2025 en 2026 geheel worden besteed. De solvabiliteit blijft daardoor rond de 50% schommelen. 2. De solvabiliteit 2 van BLICK ligt ruim boven de signaleringswaarde. Ook na de inzet van de NPO-reserves, blijft de solidariteit rond de 57% en dus ruim boven de signalering van 30%. 3. De liquiditeit (current ratio) is in de afgelopen jaren gestegen door ontvangen NPO-gelden. Vanaf 2024 daalt de ratio door het uitgeven van de gereserveerde NPO-gelden (doorlopend in 2025 en 2026) en door forse investeringen in duurzaamheid van onze gebouwen. BLICK beschikt over voldoende liquide middelen, het kengetal blijft met 1,20 tot 1,30 ruim boven de signaleringswaarde van 0,75. 4. Door de eerder genoemde nieuwe bestemmingsreserve voor groot onderhoud, stijgt in 2024 ook het weerstandsvermogen. Hoewel het weerstandsvermogen in 2025 en 2026 weer wat daalt door besteding van de NPO-reserves, blijft dit de komende vijf jaar met 23 tot 25% ruim boven de (voormalige) signaleringswaarde van 5%. 5. De jaarlijkse resultaten laten tot en met 2026 door de inzet van NPO-middelen een grillig beeld zien.

In 2021 en 2022 hebben we forse positieve resultaat genoteerd door de ontvangst van NPO-middelen, die niet allemaal konden worden uitgegeven. Deze

pagina 62

(gereserveerde) middelen worden tot en met 2026 alsnog uitgegeven, waardoor er negatieve resultaten worden verwacht. Meerjarig is sprake van een positieve reguliere exploitatie. 6. De huisvestingsratio laat zien dat de huisvestingslasten in de komende jaren een telkens groter onderdeel uitmaken van de totale lasten. Ook deze ratio blijft met circa 6,5% ruim onder de (voormalige) signaleringswaarde van 10%. Naast bovenstaande kengetallen, hanteert de Inspectie van het Onderwijs ook een signaleringswaarde voor het eigen vermogen: het normatief eigen vermogen. De stelselwijziging voorziening groot onderhoud heeft ook gevolgen voor deze signaleringswaarde, dit wordt hieronder toegelicht. De berekening van het normatief eigen vermogen van BLICK is als volgt: Normatief eigen vermogen (bedragen in €)

Factor

Bedrag

Index

Totaal

Aanschafwaarde gebouwen

0,5

3.621.000

1,27

2.299.000

Aanschafwaarde gebouwen groot onderhoud

0,5

428.000

1,27

272.000

Boekwaarde resterende materiele vaste activa Omvangafhankelijke rekenfactor x totale baten

0,05

3.255.000

3.255.000

36.990.000

1.850.000

Normatief eigen vermogen

7.676.000

Eigen vermogen BLICK 31 december 2024

10.298.000

Verschil

2.622.000

De term “normatief eigen vermogen” is door de Inspectie van het Onderwijs in het leven geroepen om te bepalen of scholen niet teveel geld oppotten, dat daardoor niet aan het onderwijs wordt besteed. Door de stelselwijziging voorziening groot onderhoud en doordat de scholen van BLICK in de afgelopen jaren niet alle toegekende NPO-middelen hebben kunnen uitgeven, heeft BLICK eind 2024 een bovenmatig eigen vermogen. De niet bestede NPOmiddelen maken onderdeel uit van het eigen vermogen van BLICK. Het eigen vermogen is door de toevoeging van de voorziening groot onderhoud aan de bestemmingsreserve met € 3,3 miljoen gestegen. Daarnaast is er in 2024 per saldo € 0,6 miljoen aan de bestemmingsreserve groot onderhoud toegevoegd. Anderzijds is het vermogen door het negatieve exploitatieresultaat en onttrekkingen aan bestemmingsreserve, met name NPO, met € 2,1 miljoen gedaald. Door de stelselwijziging stijgt ook het normatief eigen vermogen, doordat de investeringen met betrekking tot groot onderhoud bij de aanschafwaarde van de gebouwen staat. In bovengenoemde tabel is dit apart inzichtelijk gemaakt. Voor 2024 is een bedrag van € 272.000 onderdeel van het normatief eigen vermogen. Dit bedrag is in het eerste jaar van activeren nog vrij laag en zal de komende jaren sterk stijgen. Het normatieve vermogen stijgt daarom mee.

pagina 63

Ondanks de toename van eigen vermogen is de verwachting voor 2025 dat het eigen vermogen van BLICK daalt onder het normatief eigen vermogen. Dit wordt veroorzaakt door besteding vanuit de NPO-reserves en de groei- en krimpreserve. Tevens stijgt in 2025 van het normatief eigen vermogen door het activeren van de duurzaamheidsinvestering in de nieuwbouw van OBS de Groeiplaneet.

3.8 Treasurybeleid Het treasurybeleid van BLICK is gebaseerd op ons treasurystatuut. Dit beleid heeft als algemene doelstelling onze financiële continuïteit te waarborgen, door: 1. tijdige beschikbaarheid van de geldmiddelen tegen acceptabele condities (liquiditeit); 2. beheersing van financiële risico’s verbonden aan financiële posities en geldstromen (risicobeheer); 3. minimaliseren van kosten van leningen en betalingsverkeer (kostenminimalisatie); 4. optimalisatie van rendement van overtollige liquide middelen (rentemaximalisatie). De liquide middelen van BLICK staan op diverse betaal- en spaarrekeningen. De geraamde rentebaten zijn gebaseerd op de huidige rentestanden. De meerjarenbegroting bevat een prognose van onze kasstroom voor de jaren 2025 tot en met 2029. De geprognosticeerde stand van onze liquide middelen per 31 december 2029 bedraagt circa € 8 miljoen. Op 4 april 2024 heeft de raad van toezicht goedkeuring gegeven aan het besluit van het college van bestuur om over te gaan tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren is een dienst bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor middelen van het Rijk ontvangen. Alle liquide middelen van BLICK worden, middels een rekening-courant, aangehouden bij het ministerie van Financiën. De voordelen hiervan zijn risicoloos kasbeheer en een hoge(re) rentevergoeding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15964232/1