02.03 - conceptverslag commissie SOB 221018 (20.00 uur)
Tekst van het document
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 13 van 31
Als de Ketensedijk en de Nijverheidsstraat worden afgesloten als opgang naar de brug, is het sluipverkeer in de wijk verdwenen, maar creëert het weer meer verkeer op de Algeraweg. Als dat besluit wordt genomen, conform 1b’, is de wethouder dan bereid bijna per direct te regelen dat wat in het rapport de ‘zachte maatregelen’ worden genoemd ook geïmplementeerd worden, wat betekent dat gehandhaafd zal worden op snelheid en geluid? Nogmaals: zicht op de eindoplossingen ontbreekt. Als dan gekeken wordt naar de modellen die thans voorliggen, zou haast gezegd kunnen worden dat model 2b niet zo realistisch is. Als Rijkswaterstaat namelijk niet eens aan het nadenken is over een nieuwe brug, kan die wel worden geschrapt. Volgens hem is er niemand, noch bij de insprekers, noch in deze commissie, die een fly-over zou willen over het Capelseplein. Als dat model ook al afvalt, blijven er eigenlijk maar twee modellen over. Voor het college was het dan ook niet zo’n ingewikkelde keuze om voor 1b’ te gaan. Net als andere commissieleden was ook Leefbaar Capelle niet zo blij met het feit dat dat al heel snel in de media gebracht is, maar dit terzijde. Ook Leefbaar Capelle is niet zo gecharmeerd van model 1b’, omdat er een ‘krakeling’ in zit die dan moet gaan aanpassen op de wisselstrook.
Als mensen ooit gekozen hebben voor de oude begraafplaats daar omdat ze daar zo rustig liggen, zal dat na het aanleggen van die ‘krakeling’ zeker niet meer het geval zijn, want die gaat heel dicht langs die begraafplaats en zal ook het dijklichaam aantasten. Is het waterschap überhaupt gekend in dit model en, zo ja, wat vindt die ervan als de fundering van zo’n wegdeel in een primaire waterkering terechtkomt? Van de wethouder wil hij graag weten of ook gekeken is, of nog zal worden, naar de mogelijkheid om daar geen fly-over voor auto’s te maken, maar een lichte fly-over voor fietsers. Wat in het plan van de bewoners staat over de busbanen spreekt Leefbaar Capelle wel aan: leg geen extra asfalt neer, maar gebruik één van de busbanen, bij voorkeur die vanuit Krimpen naar Capelsebrug. Een tijdje geleden heeft hij een studie gemaakt van wat er zoal in die bussen zit. Ongetwijfeld zal er rond de spits wel eens een bus redelijk vol zitten, maar het gemiddelde aantal personen dat in die bus zit kan op de vingers van één hand wel worden bijgehouden. Als de bewoners dan in de antwoordbrief te horen krijgen dat het gebruik van die busbanen niet zo’n goed idee wordt gevonden omdat de mensen dan misschien in de auto stappen, verzoekt hij de wethouder eens toe te lichten waarop dat is gebaseerd.
Zeer waarschijnlijk zijn het in de spits namelijk scholieren die nog niet over een auto beschikken en sinds er deelscooters zijn, kunnen ze ook die gebruiken. Het voordeel daarvan is dat je die overal kunt neerdonderen, en dan kun je weer verder. Er zijn dus alternatieven genoeg. Bij het Capelseplein hoeft het wat Leefbaar Capelle betreft nog niet direct een onderdoorgang te worden. Graag zou de fractie onderzocht willen hebben of de huidige rotonde, inclusief de busbaan die er ligt, zodanig aangepast kan worden dat wellicht die ‘drive onder’ niet nodig is. Mocht die wel nodig blijken te zijn, dan dringt hij erop aan er gelijk twee rijbanen in te maken en daarvoor de busbaan op te offeren. De heer GROENENDIJK stelt vast dat met de voorliggende situatie iets gedaan zal moeten worden, wat vanavond nog eens ten overvloede is bevestigd door de vele zorgen die geuit zijn door de omwonenden. Zelf heeft hij in zijn wooncarrière eens een uitstapje gemaakt naar Krimpen – iedereen maakt wel eens een vergissing! – en hij weet dan ook heel goed dat het daar een hele vervelende verbinding is. Daarmee moet dus iets gebeuren. De oplossingen die nu geboden worden vindt hij echter te beperkt. Er zal in één keer grondiger ingegrepen moeten worden, waarbij ook de consequenties die hangen aan mogelijke maatregelen direct getackeld dienen te worden.
Zelf denkt hij aan een ondertunnelde variant over het hele gedeelte van de Algeraweg. Er is daar al sprake van een soort dijklichaam en volgens hem moet het vrij gemakkelijk zijn een versie te maken waarin zowel wanden als een soort dak ontstaan – landschappelijk kan dat keurig worden opgelost –, en dat ook over een groot gedeelte van de AVR toe te passen. Hij verzoekt de wethouder zich daarin te verdiepen. De kosten zullen ongetwijfeld fors zijn, maar hij denkt dat het ook te financieren is met verschillende bodjes. Er zal een keer hard ingegrepen moeten worden en daarvoor zal ook serieus de buidel getrokken moeten worden. De heer VAN GENT concludeert dat alle insprekers het hebben gehad over het geluid, de snelheid en de luchtvervuiling, voor hem heel bekende geluiden, want hij komt regelmatig op de WOP’s en daar gaat het er eigenlijk al jaren over. Vorige colleges heeft hij wel eens gevraagd of er iets gedaan kan worden met snelheidsbeperkende middelen zoals die op de Oostdijk in Rotterdam zijn geplaatst. De nieuwe wethouder verzoekt hij dan ook daar eens serieus naar te kijken. Een van de bewoners heeft hij horen spreken over een trajectcontroller. Het is iets wat bij de Rijksoverheid ligt en hij verzoekt de wethouder eens in overleg te treden met de Rijksoverheid over de mogelijkheid om die dingen zowel op de A4 als op de Algeraweg te plaatsen.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 14 van 31
Benieuwd is hij voorts wie de renovatie van de huidige brug gaat betalen. Met de heer Diederik is hij het eens dat het tij misschien gekeerd zou kunnen worden door met z’n allen op te trekken. Wellicht kan er dan alsnog een brug of een tunnel komen vanaf Ridderkerk naar de Krimpenerwaard. De heer HEERENS woont al zeventien jaar in de wijk ’s-Gravenland en onderschrijft wat de insprekers hebben aangegeven, namelijk dat het er de afgelopen vijf jaar erger en erger is geworden, niet alleen met de geluidsoverlast, maar ook met de doorstroming. Een aantal jaren geleden kon je nog normaal de snelweg bereiken, maar nu sta je zowel op de heen- als op de terugweg vast. Het is dus wel duidelijk dat er iets moet gebeuren. Gedeeltelijk zit hem dat zijns inziens ook in de handhaving. Hij ziet weinig politie of handhaving op andere manieren. Misschien moet er wel iets van drempels worden aangelegd, voor zover dat kan op zo’n grote weg. Wat hij mist bij de vergelijking van de alternatieven is een stuk financiële onderbouwing. Alternatief 1b ziet hij als het ware als een renovatie en 2b als nieuwbouw. Hij vraagt zich af of die twee alternatieven financieel wel goed meerjarig worden doorgerekend en of ze wel vergelijkbaar zijn. Eerder heeft hij om een financiële doorrekening gevraagd, maar die heeft hij niet gekregen.
Bij de MKBA (kosten/batenratio) wordt aangegeven dat in alternatief 1b de baten ten opzichte van de kosten vier keer zo groot zijn als bij 2b. Waar dat in zit, is hem onduidelijk. Ingeraamd is dat de kosten van een tijdelijke brug bijna net zo hoog zijn als de kosten van het hele project, en dat vindt hij wel bijzonder. Maar goed, dat kan aan zijn gebrekkige kennis op het gebied van bruggenbouw liggen. Wat meer financiële informatie zal hij op prijs stellen, om echt een goede vergelijking te kunnen maken. Nog een paar inhoudelijke puntjes. De ChristenUnie vraagt zich af of de op- en afrit bij de Ketensedijk toch niet gehandhaafd zou kunnen worden, want dit zorgt voor extra druk op de Algeraweg. Ten slotte stelt hij voor de fietsvoorziening tussen Rivium en Fascinatio uit het plan te halen in het kader van de plannen rond Rivium, die daar al in meegenomen wordt. Mevrouw TIEMAN geeft te kennen dat de fractie van de PvdA worstelt met dit ontzettend complexe dossier; dat ziet ze bij meer fracties en ze hoort het ook bij de bewoners. De hoofdvraag is wat hiervoor de oplossing is, en daar komt men vooralsnog niet uit. Uitgangspunten voor de PvdA zijn dat ze zo min mogelijk asfalt erbij wil, dat ze fietsen ontzettend belangrijk vindt en tegelijkertijd een goede doorstroming wil.
Een aantal sprekers heeft ze horen zeggen dat het een probleem is van Krimpen, maar volgens haar is het ook een probleem van Capelle; er zijn ook Capellenaren die vaststaan op hetzelfde punt. Zoals gezegd: fietsen is belangrijk en wat dat betreft lijkt een fietsbrug richting Krimpen de fractie een bijzonder goed idee. Langetermijnoplossingen, duurzaamheid, haar collega van de ChristenUnie gaf het daarnet al aan: moet je niet voor nieuwbouw gaan? Dat heeft ze meer mensen horen zeggen, maar gaat men nu niet allerlei kortetermijn-dingen doen? Een ander belangrijk punt: hulpdiensten die erbij kunnen, bijvoorbeeld als je afsluit daar bij de Ketensedijk en de Nijverheidsstraat, die kant. Wat betekent dat voor aanrijtijen bijvoorbeeld? Zo kan ze nog wel even doorgaan. Het punt is: als je het één doet, is het weer problematisch bij het ander. Dus bij welke variant kom je dan uit? Eerlijk gezegd weet ze dat zelf ook niet zo heel erg goed op dit moment, en dat is een beetje lastig. De wethouder heeft ze hierbij een aantal vragen te stellen. Een aantal inwoners heeft ervoor gepleit het besluit uit te stellen. Dat lijkt haar totaal niet realistisch, want men is al in een heel lang traject bezig.
Tegelijkertijd zijn er ook nog allerlei dingen die uitgezocht moeten worden, zoals bijvoorbeeld zo’n fietsbrug, die nu gepland staat voor over een halfjaar of zoiets, dat dat verder uitgezocht wordt, maar ook omrijtijden. Er kwamen allerlei dingen voorbij. Kan de wethouder aangeven hoe dat zich met elkaar verhoudt? Waarom moet nu een besluit worden genomen, op een moment dat heel veel factoren nog niet duidelijk zijn? De tweede vraag: kan de wethouder nog een keer toelichten welke rol Capelle nu eigenlijk speelt in dit geheel? Iedereen kan hier bij wijze van spreken wel op z’n kop gaan staan, maar welke invloed heeft men eigenlijk? Een andere vraag. Verschillende insprekers hebben het gehad over piekbelastingen die niet in kaartjes e.d. zitten omdat het dan gaat om theoretische modellen en niet om daadwerkelijke metingen. Kan de wethouder daarop een toelichting geven? Is het mogelijk juist wel van dat soort metingen te doen en wat kan men daar vervolgens mee? Tot slot. Ook de PvdA-fractie is nog niet overtuigd door de collegebrief en de beantwoording over de procedure. Twee weken geleden heeft ze daarover ook al vragen gesteld. Een verdere toelichting van de wethouder is heel welkom.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 15 van 31
De heer HARTOG dankt om te beginnen de insprekers voor hun inbreng. Bij het deelproject Algeracorridor valt het GroenLinks op dat de opdracht die is meegegeven voor het opstellen van de scenario’s erg beperkt is, namelijk tot het verbeteren van de doorstroming, wat betekent het terugbrengen van de reistijden tijdens de spits voor het wegverkeer. Bij de uitwerking is ook uitgegaan van de bestaande vervoersmodaliteiten. Bij de Algeraweg komt het kort samengevat neer op auto’s, auto’s, auto’s, soms een bus en een enkele fietser. Dit blijkt ook uit de vier scenario’s. Bij het opstellen van de scenario’s is weinig creativiteit toegevoegd om iets te creëren wat toekomstbestendig is. Er is niet, of weinig, gekeken naar het aanpassen of toevoegen van andere vervoersmodaliteiten of inventieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld het ondertunnelen van de Algeraweg en de Abram van Rijckevorselweg. Het is heel jammer dat dit project niet is gebruikt om echt op de toekomst voorbereid te zijn. Ook in het rapport met de bonusvariant wordt verwezen naar andere vervoersmodaliteiten en oplossingen. In het rapport is het mooi verwoord met het voorstel om eerst een integrale omgevingsanalyse te maken en dan pas met infrastructurele voorstellen te komen.
Hij heeft het dan niet alleen over de beperkte levensduur van de huidige brug, maar ook over het weren van het zware vervoer dat zich over de brug beweegt, door bijvoorbeeld het verplaatsen van industrie, of op andere manieren, alsook het toepassen en uitbreiden van andere vervoersstromen, bijvoorbeeld binnenvaart, andere vormen van openbaar vervoer, zoals de waterbus, en meer en betrouwbaardere bussen, zodat er ook meer gebruik van gemaakt zal worden en het echt inzetten op meer fietsgebruik, en niet lapmiddelen. De huidige scenario’s zijn een soort van pappen en nathouden. De volgende generatie van kinderen en kleinkinderen wordt opgescheept met een achterhaalde infrastructuur, nog voordat het verbouwd is. Hoe kijkt de wethouder aan tegen de uitgangspunten van het project? Is hij het met GroenLinks eens dat beter gekeken had moeten en kúnnen worden naar een toekomstgerichte inrichting van de infrastructuur in plaats van slechts door te gaan op ingeslagen en achterhaalde wegen? Welke mogelijkheden zijn er nog om een nieuw scenario te toe voegen dat wél gericht is op de toekomst, waarbij niet alleen beoordeeld wordt met de auto als uitgangspunt? Ook in scenario 1b’ wordt helaas ruim baan gegeven aan de auto. In de beoordelingen wordt alleen gekeken naar de verkorting van de reistijden in de spits. Ja, er wordt aan de fiets gedacht, omdat dat moét.
Er komt een fietsbrug, maar de oversteek bij Kralingseveer wordt afgesloten; fietsers moeten maar omrijden. De wethouder verzoekt hij te onderzoeken of er andere mogelijkheden zijn om het fietsen meer te stimuleren. Voor de Capelse automobilist wordt het lastiger gemaakt om de overkant van de IJssel te bereiken. De aansluitingen vanaf de dijken worden afgesloten, het verkeer zal over de Slotlaan naar de Abram van Rijckevorselweg gaan om op de Algerabrug te komen, zodat de aangrenzende bewoners van de Algeraweg meer verkeer te verwerken krijgen. Welke maatregelen wil de wethouder aanvullend nemen om de overlast van geluid, maar ook van fijnstof, voor de aanwonenden binnen de perken te houden? Door de insprekers is ook aandacht gevraagd voor het feit dat met name in het holst van de nacht zwaar vervoer zich over de Algeraweg beweegt, wat erg problematisch is voor de bewoners. Welke maatregelen worden hiertegen genomen? Is de wethouder in gesprek met B&W van Krimpen om dit verkeer te verminderen en die overlast te beperken? Door de insprekers zijn ook bepaalde maatregelen genoemd die niet per se hoeven te wachten: de maximumsnelheid van 50 km, met handhaving, de verbetering van de geluidswallen en het autoluw maken van de dijk. Hoe kijkt de wethouder ertegenaan om deze maatregelen eerder uit te voeren? Samenvattend.
GroenLinks is van mening dat de uitgangspunten van dit deelproject verkeerd zijn, waardoor nu eigenlijk een keuze moet worden gemaakt uit vier kwaden. In elk scenario zijn de bewoners de dupe. GroenLinks geeft er de voorkeur aan met een toekomstgerichte blik naar het gebied te kijken in plaats van het te beplakken met beperkt houdbare pleisters. Vandaar de dringende vraag aan de wethouder en de commissie om te onderzoeken welke mogelijkheden er nog zijn om samen met de andere gemeenten te kijken naar andere scenario’s, waarbij onder andere ook wordt gekeken naar andere vervoersmodaliteiten. Mevrouw DEN ENGELSMAN spreekt allereerst een woord van dank uit aan de insprekers en aan de mensen die in het voortraject over een en ander hebben meegedacht. Voor het CDA staat voorop dat de Capelse inwoners er profijt van moeten hebben als de Algeracorridor wordt aangepakt, niet méér, maar zeker minder aantasting van de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de omliggende wijken, zoals ’s-Gravenland, Capelle-West, Fascinatio en straks ook Rivium, maar vooral ook de kant van Middelwatering, zeker omdat de fietsverbinding daar ook nog eens gaat aanlanden.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 16 van 31
Ook het CDA heeft hierover al eerder vragen gesteld en zij kan zich nog steeds niet verenigen met de antwoorden die daarop zijn gegeven wat betreft het raadsbesluit in 2019, waar gewoon staat dat sprake is van een definitief besluit over de uiteindelijke maatregelen én de hoogte van de Capelse bijdrage. Nou, die Capelse bijdrage wordt straks vastgesteld in de Begroting 2023. Dus waarom wordt dan het ene wel via een raadsbevoegdheid in een begroting voorgesteld en waarom deze voorkeursvariant niet? Op de maatregelen in variant 1b zijn al vele collega’s voor haar ingegaan. Zoals de heer Oudshoorn al aangaf: waar moet je voor kiezen, ga je voor nieuwbouw of renovatie? En als je dan kiest voor zo’n variant 1b, zal er minstens een borging moeten zijn dat die brug, als er in de toekomst ooit een nieuwe brug komt, gewoon aansluit op die maatregelen, op de investeringen die al zijn gedaan. Wat voor het CDA ook een must is, en de insprekers gaven dat zojuist ook al aan, is dat er ook iets aan het Kralingseplein moet worden gedaan. Het is nu een soort niemandsland en het zou zeker een van de items moeten zijn om daar ook wat aan te gaan doen, anders verleg je het probleem straks naar de Abram van Rijckevorselweg, dat je daar de opstoppingen gaat krijgen. Zorgen heeft het CDA ook nog bij de knip.
Zoals de heer Spruit al aangaf: in Capelle-West is net besloten dat mensen een plekje kunnen krijgen op die begraafplaats en ze denkt dat die mensen er niet blij mee zullen zijn als daar nu een fly-over komt. Wellicht kan in de uitwerkingsfase worden bezien of daarmee andere dingen zouden kunnen worden gedaan, of wellicht toch zeggen van wel of niet die knip in de uitwerkingsfase, dus niet een harde knip, maar meenemen wat de best mogelijke oplossing is voor die afsluiting. De Ketensedijk en de Nijverheidsstraat kunnen best fietsvriendelijk worden gemaakt, maar houd dan ook rekening met de ondernemers die daar nog zitten aan de dijk. Alle belangen moeten daarin wel bij elkaar worden gebracht, dus ook dat graag goed borgen in de onderzoeksfase. Dan de fietsverbinding. Eerder heeft ze mensen horen spreken over een fietsbrug. In het kader van de technische vragen heeft ze gevraagd of ook gekeken kan worden naar andere mogelijkheden, bijvoorbeeld een veerpont of iets dergelijks. Er worden inderdaad nog andere opties onderzocht en ze is blij dat het niet al echt een keiharde fietsbrug wordt. Zeker ook omdat dit er zo laat ingefietst is, zal hierover heel goed met de bewoners van het Vuykpark, die er nog helemaal niet bij betrokken zijn, gecommuniceerd moeten worden, wellicht al in een stadium dat er nog geen tekeningen zijn.
Wat betreft de participatie, legt zij de wethouder de vraag voor wat gedaan kan worden met de input die de mensen hebben geleverd, zeker ook omdat er doorberekeningen waren in die vijfde variant. Kan men daar nog iets mee, kan het in de planuitwerking worden meegenomen, kan die vijfde variant geborgd worden? Door een van de inspreeksters is gevraagd of in de planuitwerking die het komende halfjaar ter hand wordt genomen niet ook bezien kan worden of eventueel al een aantal kortetermijningrepen kan worden gedaan. Zij sluit zich daarbij aan. De heer Kolster vroeg of de wethouder bereid zou zijn de partners in de MIRT te vragen of zij willen meebetalen aan de geluids- en andere beperkende maatregelen. Als de MIRT dat niet zou doen, hoe moet Capelle dat dan gaan doen? Als je onder een bepaald decibelniveau komt, moet Capelle daarvoor opdraaien en als de MIRT het niet zou betalen, hoe kan dan worden geborgd dat Capelle eventueel wel maatregelen kan nemen? Ten slotte pleit zij ervoor in de toekomst vast te houden aan de lobby voor een tweede oeververbinding; je weet per slot van rekening nooit hoe plannen veranderen. De heer VLOT verhaalt dat hij zelf uit Ridderkerk komt, dat ooit op de poststempel genoemd werd als een stad om voor in de file te staan.
Hij voelde zich dan ook al snel thuis in Capelle! Dit mobiliteitsvraagstuk is al aan de orde sinds hij hier woont, en dat is inmiddels twintig jaar. Maar het is deel van een veel groter geheel. Al die jaren zijn de fossiele brandstoffen gesubsidieerd, de leasebakken waren bon ton, het OV is duurder geworden en al dan niet wegbezuinigd en nu worden alle zeilen bijgezet om het verkeer beter te laten doorstromen op een punt waar de brug, zoals de heer Oudshoorn terecht aangaf, op enig moment sowieso aan vervanging toe zal zijn. Daarvoor wordt nu met middelen gekomen die een tijdelijk karakter hebben en er wordt absoluut niet toekomstgericht gedacht, in die zin dat er ook nog een duurzaamheidsopgave is in het algemeen, en niet alleen in deze regio of in deze gemeente. Aan de overkant van de tafel kan wel worden gezegd dat de bus toch nooit vol zit, maar daar zit ‘m volgens hem nu juist de crux, ook als gekeken wordt naar het gebruik van het vervoer over de brug en tussen de Krimpenerwaard, en het vrachtvervoer waaraan gerefereerd wordt. Het zijn allemaal zaken waarmee men altijd achter de zaken heeft aangelopen.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 17 van 31
Kijkt hij dan naar de ontwikkeling aan de overkant qua nieuwe bedrijvigheid in de polder, en opnieuw bedrijvigheid die ook vrachtverkeer met zich meebrengt, dan moet hij vaststellen dat men hier nog steeds met lapmiddelen bezig is, nog steeds niet gericht op de toekomst. Maar op die korte termijn zou, wat ook de insprekers hebben ingebracht, veel meer gedaan kunnen worden. Met het veranderen van asfalt, de snelheid en eventueel schuiven van verkeersstromen binnen de wijken, of het verwijderen, of voorkomen van ongewenste verkeersstromen in de wijken had veel meer gedaan kunnen worden en kan nog steeds veel meer worden gedaan, en dat hoeft waarschijnlijk ook niet te kosten wat nu aan budget voorhanden is. Hij denkt dan ook nog steeds aan de haalbaarheid en de houdbaarheid, want na een ondertunneling met één baantje, terwijl, als je er daarna weer meer asfalt bij gaat leggen, je gegarandeerd weet dat het asfalt in no time vol zal zijn, heb je met dat ene baantje bij het Capelseplein weer een nieuw probleem. Dat is dus allemaal zonde, zonde, zonde, en dan wordt het een beetje geforceerd. Er is geld en al een paar keer is ter sprake gekomen dat er een fietsbrug zal komen, niét bij de Algerabrug, maar op een andere plek tussen de gemeentes.
Allemaal zaken die niet meer direct gericht zijn op het verminderen van overlast rondom de Algerabrug, maar meer een soort van “kijk ons eens doen, we hebben dit en we hebben dit nu”. In plaats daarvan zou veel meer gekeken moeten worden naar de langere termijn, de houdbaarheid, de duurzaamheid en wat het kost, en dat op dit moment gekeken wordt naar de overlast die de wijken hebben, ook met ontwikkelingen die nog komen, de bouw rondom de Mient en het woongebouw, en de effecten die verminderd kunnen worden met de overlast die er nu is en de oplossingen die ook door de insprekers zijn aangedragen, om die in te passen, en dan nog eens te gaan praten binnen de MIRT wat eventueel inderdaad aan verduurzaming opnieuw kan worden gedaan, of aan verandering van die mobiliteit, in plaats van alleen maar mee te gaan in “oké, de auto moet weer ruim baan krijgen, dat gaan we eens even doen, want we hebben nu een zak geld en we kijken verder niet naar de langere termijn”. Hij moet nu bijna denken aan wat aan de hand is geweest met de Florabuurt.
Daarvan werd gezegd: dat is een wijkje met misschien wel potentie, maar het is toch een probleemwijkje, weet je wat, we gaan het volbouwen, dan hebben de bewoners de komende vijf, zes jaar lekker nog meer overlast en nog meer problemen, en daarna gaan we misschien maar eens kijken of we dat sociale plan kunnen gaan uitrollen voor de bewoners die het misschien een beetje moeilijk hebben. Nu doet zich iets soortgelijks voor. Nagegaan wordt nu hoe gefaciliteerd kan worden dat de Krimpenerwaard aan deze kant van de IJssel lekker naar die brug kan rijden, dat stapelt zich op en vermeerdert de problematiek voor de omliggende wijken, die brug is de crux. Aan de andere kant ligt een verkeerspleintje, waaraan weinig is gedaan om toekomstgericht te denken naar wat aan deze kant gebeurt. Daarnaast is er weer toename van bedrijvigheid en andere zaken in de polder waardoor die verkeersstroom ook nog toeneemt. Allemaal zaken waarvan nu de overlast verminderd kan worden.
Waarom wordt het niet omgedraaid en daar begonnen met voor de hand liggende zaken, om dan pas te kijken of het wel zin heeft dat ene baantje bij die ondertunneling neer te leggen en of de overlast van zo’n fietsbrug, al dan niet in een andere wijk van Capelle, wel zin heeft, in plaats van de commissie nu in een consultatie te vragen haar licht erover te laten schijnen? De VOORZITTER stelt vast dat hiermee de eerste termijn van de commissie tot een einde is gekomen. Alvorens de wethouder het woord te geven, stelt hij de commissie voor de laatste twee punten van deze agenda door te schuiven naar de vergadering van morgenavond, om de ambtelijke assistentie voor die beide punten niet tot twaalf uur te hoeven laten wachten, waarna hij die beide agendapunten morgenavond als eerste in behandeling wil laten nemen. Hij constateert dat daarmee kan worden ingestemd en geeft de wethouder het woord. Wethouder VAN WOUDENBERG memoreert dat het voorliggende voorstel tot stand is gekomen door heel veel inbreng van heel veel mensen, inwoners van verschillende gemeenten richting de MRDH, maar ook richting de gemeente, met allerlei berekeningen en doorrekeningen van verkeersstromen. Een van de eerste vragen die hierbij rijst is of een en ander moet worden gedaan met de huidige brug of met een nieuwe brug.
Hij wil wel de ontboezeming doen dat hij, toen hij dit voor het eerst onder ogen kreeg, dacht dat het laatste de voorkeur zou verdienen. De heer OUDSHOORN stelt vast dat nu al meteen op de inhoud wordt ingegaan, terwijl de belangrijkste vraag is waar zo meteen het besluit zal worden genomen. Hij zal het op prijs stellen wanneer eerst daarop wordt ingegaan . De VOORZITTER had zich voorgenomen die vraag in tweede termijn aan de orde te stellen, maar overigens staat het de wethouder vrij om er desgewenst nu al op in te gaan.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 18 van 31
Wethouder VAN WOUDENBERG zegt wel bereid te zijn daarmee te beginnen als de commissie dat op prijs stelt. Ook bij hem was aanvankelijk de vraag gerezen waarom over dit voorstel geen raadsbesluit wordt genomen, maar nadat hij zich had verdiept in alle stukken van de afgelopen periode is hem gebleken dat een raadsbesluit op dit moment te vroeg zou zijn, omdat dit een verkenningenfase is die uiteindelijk tot een MIRT-besluit met de minister en drie partijen in de regio moet leiden en de uitkomst daarvan nog niet bekend is. De punten die in deze consultatie worden ingebracht kunnen dienen als basis voor het gesprek dat hij richting de MIRT zal doen. Daarna zal het gesprek met de minister plaatsvinden, de uitkomst daarvan zal worden uitgewerkt en uiteindelijk leiden tot een overeenkomst die in het eerste kwartaal van het volgend jaar ter besluitvorming aan de raad zal worden voorgelegd. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt waarom in de begroting 2023 al het bedrag van 8 miljoen euro wordt opgenomen, als de wethouder het nu nog te vroeg vindt om een besluit te nemen. Kan dat dan ook niet beter wachten tot de voorjaarsnota? Wethouder VAN WOUDENBERG licht toe dat dit bedrag wordt opgenomen omdat nu een MIRT-besluit genomen wordt. In het verleden al is dit bedrag vastgelegd als de bijdrage van Capelle binnen het MIRT-traject.
Omdat bekend is dat het besluit van de minister in november komt, kan dit bedrag nu in de begroting worden opgenomen. De uitwerking ervan komt natuurlijk later. Mevrouw FEUTH brengt te berde dat door het niet maken van een raadsbesluit de raad de mogelijkheid wordt ontnomen om via moties of amendementen voorwaarden die de raad aanvullend zou willen stellen dwingend aan het college mee te geven. Het enige wat de raad dan nog kan doen is de wethouder vriendelijk aankijken en verzoeken of die alstublieft z’n best zou willen doen in het MIRT-overlegt. Wethouder VAN WOUDENBERG beaamt dat dat zou kunnen, maar verzekert dat aan alles wat door de raad naar voren is gebracht over geluid, snelheid et cetera bij de uitwerking aandacht zal worden geschonken. Na het MIRT-besluit volgt het uitwerkingstraject, waarin eigenlijk weer helemaal opnieuw zal worden gestart met participatie met de omgeving. Op dat moment zijn er weer heel veel mogelijkheden om met elkaar in gesprek te gaan over de manier waarop de verschillende plannen zullen worden uitgewerkt. De heer SPRUIT begrijpt heel wel dat, als met zeven partners een besluit moet worden genomen over een heel traject, ergens de knoop moet worden doorgehakt, en dat het dan wellicht de minister is die dat doet.
Hij kan zich echter niet voorstellen dat het Rotterdam of de minister iets zal uitmaken hoe hier het Capelseplein zal worden heringericht. Het komt hem daarom voor dat de raad voor de volle honderd procent aan zet is waar het betreft de inrichting van de wegenstructuur in de eigen gemeente. Wethouder VAN WOUDENBERG bevestigt dat 99 procent van de maatregelen die in de MIRT genomen worden betrekking heeft op Capels grondgebied. Het verbeteren van de doorstroming, zowel vanuit Krimpenerwaard als voor de Capelse bewoners richting de A16 en terug, is de basis geweest van het voorstel dat nu voorligt en als dan bijvoorbeeld gesproken wordt over het Capelseplein en de ondertunneling, zal zo’n opmerking die door verschillende fracties is gemaakt over één baan, of twee banen met een busbaan, zeker in de uitwerkingsfase onderzocht moeten worden. Ook hij is er wel van overtuigd dat het twee banen moeten zijn, maar dat zal in de uitwerkingsfase ook nog moeten blijken. Uiteindelijk gaat het erom de doorstromingsstructuur in Capelle maximaal te verbeteren. Capelle brengt daarvoor 8 miljoen euro in van het totaalbedrag van 68 miljoen euro, dat mede door de omgeving wordt verstrekt. De heer OUDSHOORN deelt mede dat hij problemen blijft houden met het feit dat een in 2019 genomen raadsbesluit teniet wordt gedaan in een collegebrief. Naar zijn mening is dat op geen enkele manier mogelijk.
Wethouder VAN WOUDENBERG kan zich voorstellen dat er vanuit de positie van de raad, of de commissie, zo over wordt gedacht. Het college meent dat dat op dit moment niet handig zou zijn, maar het is uiteindelijk aan de raad om daarover een besluit te nemen.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 19 van 31
De heer OUDSHOORN geeft als zijn mening te kennen dat er een raadsvergadering zal moeten komen, mede om daarin extra dingen te kunnen meegeven op de manier als door mevrouw Feuth verwoord. Die route is in 2019 ook afgesproken en daaraan wil de SGP zich graag houden. De VOORZITTER stelt voor in tweede termijn in overleg te gaan over de vraag wat de commissie de wethouder in dit opzicht wil meegeven. Wethouder VAN WOUDENBERG vervolgt met de inhoudelijke beantwoording, te beginnen met de staat van de huidige brug. Rijkswaterstaat heeft momenteel in Zuid-Holland heel veel projecten onderhanden. De brug staat in haar schema op renovatie voor 2025/2026. Het college wil de MIRTmaatregelen op Capels grondgebied graag voor 2030 volledig afgerond hebben. De brug is daarna nog 25 jaar beschikbaar voor gebruik. Een nieuwe brug kan misschien duurzamer zijn, maar aan de andere kant is op dit moment een bepaald budget beschikbaar voor deze werkzaamheden, waarvoor ook dekking bestaat. De varianten 2a en 2b zijn substantieel duurder en het is maar de vraag of die bij gebrek aan budget realiseerbaar zijn. Als daarvoor toch zou worden gekozen, zou er de komende tien of vijftien jaar misschien wel niks gebeuren, waarna het met de dan drukker wordende werkzaamheden zomaar zou kunnen dat het nog veel meer vastloopt op de wegen in Capelle. Dat zou hij dan ook niet willen adviseren.
Liever zou hij dan toewerken naar een 1b’-variant, waarbij in de uitwerkingsfase nog een aantal verbeteringen kunnen worden doorgevoerd, zodat er uiteindelijk een ideale situatie ontstaat voor Capelle en de gemeente Krimpen aan den IJssel. De heer HEERENS vraagt zich af, nu blijkbaar al geconcludeerd is dat de varianten 2a en 2b financieel niet haalbaar zijn, in hoeverre dit dan nog als een serieus alternatief kan worden beschouwd. Wethouder VAN WOUDENBERG repliceert dat de vraag ook omgedraaid kan worden. Als deze twee varianten niet waren uitgezocht, zou de raad waarschijnlijk hebben gevraagd wat het zou betekenen als er vier banen zouden zijn op de oude brug, of een nieuwe brug zou worden neergelegd. Die twee varianten zijn in deze fase ook meegenomen, opdat de raad kan zien wat die twee projecten inhouden. Binnen het budget dat op dit moment beschikbaar is zijn ze echter niet realiseerbaar. Een veel gestelde vraag betreft de maximumsnelheid van 50 km p/u. In de MIRT is nu bepaald dat toegewerkt zal worden naar 50 km p/u op de Abram van Rijckevorselweg en op de Algeraweg. In de uitwerkingsfase zal nader worden uitgezocht welke maatregelen daarvoor moeten worden genomen. Of trajectcontrole dan een oplossing is, is iets waar de gemeente weliswaar niet over gaat, maar er kan natuurlijk wel een gesprek over worden gevoerd, en hetzelfde geldt voor handhaving.
Aan het voorstel dat vanuit de MIRT is gekomen heeft het college van Capelle één zin toegevoegd, en daarin staat dat de geluidsbelasting niet mag toenemen. Als op de Algeraweg een toename van de geluidsbelasting plaatsvindt, en dat zal waarschijnlijk het geval zijn omdat er meer verkeer is, dan zullen daartegen maatregelen moeten worden genomen. Onder een bepaald niveau komen die maatregelen voor rekening van de gemeente, als de geluidsbelasting te hoog is, wordt het onderdeel van het MIRT-traject en wordt het met MIRT-gelden opgelost. Voor fijnstof gelden de wettelijke eisen, die de laatste tijd steeds strenger worden. De ‘krakeling’ vlak voor de brug is geen fly-over, maar een ondertunneling. Er ligt al een tunnel, maar of die zal worden gebruikt, of dat er een andere tunnel komt, is nog niet bekend. Het fietsverkeer wordt gescheiden van de ‘krakeling’; er komt dus geen oversteek voor fietsers op de ‘krakeling’, omdat daardoor de doorstroming zou worden belemmerd. Iets soortgelijks geldt voor de vraag die is gesteld over de Ketensedijk en de Nijverheidsweg. In de uitwerkingsfase kan nog worden bezien of er iets te organiseren valt op dat gebied, maar het heeft altijd direct effect op de doorstroming, want door verkeer toe te laten van andere wegen worden op dat moment ook opstoppingen veroorzaakt.
Waar door een van de sprekers is opgemerkt dat het alleen maar auto, auto, auto wordt, werpt hij tegen dat het met de 1b-variant ook de bedoeling is van de dijken fietsstraten te maken, waarbij de auto te gast is. Uiteindelijk moet de hele dijk zoveel mogelijk autoluw worden. Hetzelfde geldt voor de brug en voor andere maatregelen die in de KTA aangenomen zijn. In feite is alles erop gericht om de fietsdoorstroming te verbeteren. Het Capelseplein is ingetekend met één busbaan en één tunnelbaan. Vanuit de commissie is erop aangedrongen bij het nemen van maatregelen in ieder geval te kiezen voor twee banen in de tunnel. Onderzocht wordt momenteel of de busbaan op het eerste stuk vanaf de Algerabrug weg kan. Dat zou er ook voor zorgen dat wat gemakkelijker een bushalte gerealiseerd kan worden bij de Schönberglaan.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 20 van 31
De heer Van der Graaff verzoekt hij een toelichting te geven naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld over de piekbelasting. De heer VAN DER GRAAFF zet uiteen dat bij geluidberekeningen altijd wordt gekeken naar het gewone verkeer. De piekbelastingen worden daarin niet meegenomen, terwijl juist die voor heel veel overlast zorgen. In het kader van de kortetermijn-leefbaarheidsaanpak heeft men de politie afgelopen zomer wel zover gekregen dat ze ook een keer daarop heeft gecontroleerd. De politie is voornemens dat nog een aantal keren te doen, maar dat zal nu uiteraard niet aan de grote klok worden gehangen, omdat mensen dan weten wanneer ze niet moeten rijden. Wethouder VAN WOUDENBERG gaat ten slotte in op het pleidooi van enkele fracties om zowel de Algeraweg als de Abram van Rijckevorselweg volledig te ondertunnelen. Het klinkt misschien als een mooie oplossing, maar het is ongelooflijk duur en ingewikkeld en in feite niet haalbaar. De VOORZITTER inventariseert of door de wethouder nog vragen over het hoofd zijn gezien. Mevrouw DEN ENGELSMAN herhaalt haar vraag hoe geborgd kan worden dat er ook iets aan het Kralingseplein wordt gedaan. Voorts is zij benieuwd hoe alle inbreng van de insprekers kan worden meegenomen in de verdere planuitwerking.
De heer HARTOG heeft een antwoord gemist op zijn vraag of de wethouder in gesprek is met B&W van Krimpen over manieren waarop de overlast van het zware verkeer verminderd kan worden. Mevrouw TIEMAN attendeert erop dat zij de vraag had gesteld hoe alles wat nog uitgezocht moet worden, zoals bijvoorbeeld de fietsbrug, het omrijden e.d., zich verhoudt tot het nu nemen van een beslissing. Voorts herinnert zij aan haar vraag over het uitstellen van de beslissing, wat door de insprekers werd benoemd, en de rol van Capelle daarin. De heer VAN GENT merkt op dat hij nog geen antwoord heeft gehad op zijn vraag of ook gekeken kan worden naar de snelheidsbeperkende middelen die in IJsselmonde zijn ingezet. De heer SPRUIT herhaalt de vraag of de busbanen als een serieus alternatief zullen worden meegenomen om geen extra asfalt neer te hoeven leggen. De heer OUDSHOORN verwijst naar de vraag die hij heeft gesteld over de wegstructuur, namelijk of die ook gelijk passend is op de nieuwe situatie, als er weer een nieuwe brug komt, zodat niet alles weer overhoop hoeft te worden gegooid. Wethouder VAN WOUDENBERG merkt op dat het Kralingseplein geen onderdeel was van de MIRT, maar er in de laatste vergadering, afgelopen week, toch met een aantal zinnen is ingevoegd, omdat heel veel partijen het Kralingseplein als een belangrijk onderdeel beschouwen van de doorstromingsvarianten die er liggen.
Besloten is nu eerst de effecten af te wachten van de A16, die ook in het MIRT-traject zit en hopelijk voor een veel betere doorstroming zal zorgen, waardoor het Kralingseplein misschien minder aangepast hoeft te worden dan nu wordt ingeschat. Eerder is al aangegeven dat een groot aantal punten die zijn aangevoerd door de Capelse projectaanjagers zullen worden meegenomen, dan wel reeds in het voorstel zelf zijn begrepen. Ze zijn uitgenodigd om in de vervolgfase, bij de uitwerking, daadwerkelijk hun rol te pakken en mee te spreken. Gevraagd is of het besluit uitgesteld kan worden. Hij neigt ertoe om die vraag ontkennend te beantwoorden, want het is een besluitvorming die op een hoger echelon gewoon doorgaat. Het besluit over de oeververbindingen wordt op 10 november in de MIRT genomen. De Algeracorridor is daar onderdeel van. Als Capelle het zou uitstellen, gaan de andere zes partijen gewoon door. Met B&W van Krimpen aan den IJssel heeft hij nog geen gesprek gevoerd over het zware verkeer, maar hij is best bereid dat te doen. Daarbij moet wel worden bedacht dat de gemeente niet gaat over de vraag waar transportbedrijven zich vestigen. Bij zijn weten is eerder al aangegeven dat bezien zal worden of de busbaan echt noodzakelijk is.
De gemeente wil graag dat mensen met het openbaar vervoer reizen, maar als een bus veel opstopt en niet door kan rijden, zullen mensen niet meer voor het openbaar vervoer kiezen. Op dit moment wordt ingeschat dat op het stuk tussen de Algerabrug en Capelseplein de busbaan waarschijnlijk niet nodig is. Als dat inderdaad zo is, zal op dat stuk geen busbaan worden aangelegd en kunnen gewoon twee banen door de tunnel.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 21 van 31
De heer VAN DER GRAAFF gaat in op het passend maken van de wegenstructuur op de lange termijn. Wanneer over dertig of veertig jaar een nieuwe brug wordt gemaakt, zou het een beetje kapitaalvernietiging zijn als dat nu niet goed zou worden meegenomen. Het moet zodanig zijn dat het wel op elkaar kan passen. Die gedachte zal hij in ieder geval graag meenemen naar de projectgroep. De VOORZITTER schorst om 22.41 uur voor enige ogenblikken de vergadering. SCHORSING De VOORZITTER heropent om 22.55 uur de vergadering. Tweede termijn Mevrouw DEN ENGELSMAN deelt mede dat zij de fractievoorzitters via de griffie heeft gevraagd in te stemmen met het beleggen van een raadsvergadering op basis van de beslissing die in 2019 is genomen om de voorkeursvariant en de middelen beschikbaar te stellen. Inmiddels zijn al een aantal handtekeningen rondgegaan voor het aanvragen van een extra raadsvergadering. Daarbij voorziet zij twee varianten. De ene variant is dat het college de raad een voorstel voorlegt, met inachtneming van alle punten die door de commissie zijn meegegeven. De andere variant is dat vanuit de raad zelf een voorstel wordt gemaakt. De commissie legt zij de vraag voor hoe daarover wordt gedacht en hoe daaraan vormgegeven zou kunnen worden. De VOORZITTER verzoekt eerst de wethouder hierop te reflecteren.
Wethouder VAN WOUDENBERG merkt op dat het college een besluit heeft genomen waarin een aantal punten staan die de basis zouden kunnen vormen voor het besluit, maar volgens hem is er in de raad nog niet voldoende consensus over de verschillende punten. Eerder heeft hij een aantal toezeggingen gedaan voor het meenemen in de uitwerkingsfase, maar dat staat eigenlijk ook al in het voorstel, want in de uitwerkingsfase zal opnieuw worden begonnen met een aantal punten. Hij zou willen voorstellen het collegebesluit één op één te verheffen tot raadsvoorstel, waarna hij de raad zou willen vragen om bij motie of amendement daaraan een aantal dingen toe te voegen. Waar het hier om zeven partijen gaat, zou hij overigens meer hebben aan een motie dan aan een amendement, omdat hij die zowel kan inbrengen in de vergadering als meenemen in de uitwerkingsfase. De VOORZITTER wijst erop dat de wethouder op 2 november namens het college het bestuurlijk overleg ingaat, zodat de raad uiterlijk op 1 november diens huiswerk aan de wethouder zou moeten meegeven. Inmiddels heeft hij een handtekeningenlijst voorbij zien komen van acht raadsleden met daarin het verzoek op 1 november een extra raadsvergadering uit te schrijven. De commissie kan zich nu uitspreken over de manier waarop de wethouder op pad kan worden gestuurd om de Capelse belangen maximaal te behartigen.
De heer OUDSHOORN deelt mede dat het voorstel van het college wat hem betreft als startpunt kan worden genomen voor de extra raadsvergadering. Wel zal hij het op prijs stellen wanneer de toezeggingen of ‘toeknikjes’ die vanavond zijn gedaan, zoals bijvoorbeeld in de richting van zijn fractie over het toekomstbestendig maken van het wegprofiel, daaraan worden toegevoegd. Met inachtneming daarvan wil hij wel zeggen dat de SGP-fractie zal kiezen voor de variant 1b’. De heer SPRUIT begrijpt de pragmatische insteek van de wethouder, want het is zeker niet onlogisch om het zo te doen, maar hij zou het wel prettig vinden dat naar aanleiding van de discussie van vanavond nu al een aantal aanpassingen in het collegevoorstel zal worden verwerkt. Hij vreest dat anders deze commissievergadering straks in de raadsvergadering volledig zal worden overgedaan. Voorts dringt hij er bij het college op aan de benaming 1b’ eraf te halen, want die benaming kent men ook aan de overkant van de brug en het zou heel vervelend zijn als straks twee raadsbesluiten worden genomen waarin dezelfde benaming voorkomt, terwijl ze niet hetzelfde zijn. Als hij goed geluisterd heeft, is er niemand in deze commissie die er extra asfalt bij zou willen, terwijl daarvan in variant 1b’ wel sprake is.
Die aanpassing zal dan ook zeker moeten worden doorgevoerd, anders zou deze avond heel erg zonde van ieders tijd zijn geweest. Mevrouw FEUTH stemt in met het voorstel om het collegebesluit door te zetten als raadsbesluit, waarbij zij ervoor pleit daarin ook de door meerdere fracties gestelde voorwaarden op te nemen waarover ook een toezegging is gedaan. In de raadsvergadering kunnen dan via moties de verdere accenten worden aangegeven.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 22 van 31
Mevrouw TIEMAN voelt wel iets voor het voorstel van de heer Spruit om de benaming van de variant te schrappen, nu er allerlei dingen aan zullen worden toegevoegd. Zij is nog zoekende naar de beste manier om een en ander vorm te geven en vraagt zich af of het niet in de rede zou liggen om het zelf te doen. De heer KOLSTER geeft aan dat het via een amendement op het raadsvoorstel vrij eenvoudig is om er een andere naam boven te laten zetten: Capelle kiest voor variant… De VOORZITTER merkt op dat via moties en amendementen in de raadsvergadering wel geprobeerd kan worden van alles recht te breien, maar dat de commissie in de komende dagen ook haar huiswerk kan doen, wellicht gekoppeld aan het collegevoorstel dat er ligt, om dat op te waarderen tot iets wat de raad wil voorstellen. Zo kan aan de voorkant worden bezien of ergens consensus is te bereiken, waaraan dan via een motie of amendement wellicht nog iets kan worden bijgeschaafd. Uit de woorden van de wethouder maakt hij op dat ook deze de bal bij de raad wil leggen, en dat lijkt hem ook de juiste richting. De heer KOLSTER stelt voor de werkwijze te volgen die door de commissie SLE eerder eens is aangewend op het gebied van jeugdhulp. Toen wilde men een zienswijzebrief op de schop gooien en heeft een klein deel van de raad daarvoor met ambtelijke ondersteuning bijeen gezeten, met het collegevoorstel als basis.
Een breed gedragen delegatie van de gemeenteraad kan zo input leveren voor een nieuw voorstel voor de raad. De heer OUDSHOORN sluit zich aan bij dit praktische voorstel en biedt zichzelf graag aan voor deelname aan een dergelijk werkgroepje. De heer HARTOG betuigt eveneens instemming met dat voorstel. De VOORZITTER stelt vast dat de commissie zich hiermee kan verenigen en concludeert dat behalve de heer Oudshoorn ook de heer Spruit, mevrouw Feuth, de heer Kolster, mevrouw Den Engelsman, de heer Hartog en mevrouw Tieman zich beschikbaar stellen voor deelname aan de werkgroep. Met welnemen van de anderen wil hij mevrouw Den Engelsman als eerste spreekbuis beschouwen voor deze tijdelijke werkgroep. Mevrouw DEN ENGELSMAN verklaart zich daartoe bereid. Overigens merkt zij op dat de variant in Krimpen niet 1b’(accent), maar 1b optimaal heet. De VOORZITTER informeert of de wethouder hieraan voorlopig voldoende heeft. Wethouder VAN WOUDENBERG bevestigt dat hij hiermee prima kan leven. Afsluiten wil hij met twee opmerkingen. Het accentteken bij variant 1b is er op het laatste moment aan toegevoegd. Aanvankelijk was het 1b en als er niet meer asfalt mag komen, zoals nu eigenlijk is aangegeven, zal weer naar die variant 1b worden teruggekeerd. De opmerkingen die vanavond naar voren zijn gebracht zullen zijnerzijds worden ingebracht in de MIRT-vergadering.
Als winstwaarschuwing wil hij daar bij echter wel meegeven dat hij daar slechts één van de zeven partijen is. De VOORZITTER verzekert dat de commissie er alle vertrouwen in heeft dat de wethouder de Capelse belangen maximaal zal behartigen. 5. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van het bouwproject Fascinatioboulevard kavel 2K4 (Studentenhuisvesting) De VOORZITTER geeft de wethouder de gelegenheid een korte toelichting te geven en wellicht ook te reageren op de insprekers. Wethouder FAASSEN zegt de insprekers dank voor hun inbreng, vragen en adviezen. Hij vindt het wel zo netjes eerst hun vragen te beantwoorden. De heer Lanzing heeft aangegeven dat met de ontwikkelaar was afgesproken dat eerst met de wijk zou worden gesproken en dat dan alles nog mogelijk was, alvorens met de gemeente en het Q-team te spreken. Als dat zo is – en dat zegt hij met enige voorzichtigheid –, is het niet netjes verlopen.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 23 van 31
Alleen heeft de gemeente daar geen invloed op en hij weet ook niet welke beweegredenen hieraan ten grondslag hebben gelegen. Volgens de heer Lanzing zou het plan niet in lijn zijn met het programma Wonen, omdat het niet om Capelse studenten gaat. De afspraak met de ontwikkelaar is dat Capelse jongeren voorrang kunnen krijgen, dus dat zou langzaam in kunnen groeien. Daarnaast heeft hij van zijn collega voor wonen begrepen dat uit een rapport van ABF blijkt dat in Capelle ongeveer 500 studenten in corporatiewoningen wonen. Hoe mooi zou het niet zijn als ook deze jongeren zouden kunnen doorschuiven en voortaan direct naar een studentenhuisvesting zouden kunnen? Hiermee hoopt hij meteen antwoord te hebben gegeven op de tweede vraag van de heer Kruse. De heer Bruinaars had het over Kralingen. Zelf heeft hij daar een paar jaar geleden gewoond en hij kan verzekeren dat de situatie daar echt heel anders is: een paar losse studenten her en der in woningen zonder enig toezicht. Dat gaat anders in dit plan. De ontwikkelaar heeft bewoners, het WOP, de raad en het college uitgenodigd om naar een referentieproject te kijken. Hem is in ieder geval gebleken dat het in Utrecht goed georganiseerd is met 24/7 toezicht en dat op basis van huurcontracten en huisregels afspraken zijn gemaakt, die worden gecontroleerd.
De heer Verduin bevestigt hij dat de randvoorwaarden via een addendum op het koopcontract, dus privaatrechtelijk, worden vastgelegd. De heer Kruse zei te vrezen voor het vervangen van studentenkamers door hotels en studio’s. Zo’n pand wordt niet voor tien of twintig jaar gebouwd, al weet natuurlijk niemand hoe de wereld er over twintig jaar uitziet. Mocht er een wijziging van de bestemming komen, dan zal natuurlijk weer een nieuwe vergunningaanvrage worden gedaan, en dat kan niet zomaar. Omwonenden kunnen ook een verzoek tot handhaving doen als het wel zomaar zou gebeuren. De heer Kruse gaf ook aan dat het gaat om hoge huurprijzen. Die worden bepaald aan de hand van een puntensysteem en huursubsidie is daarbij mogelijk. De heer Verduin gaf aan dat het nu beter passend is en daarmee is hij het eens. De ontwikkelaar heeft in ieder geval naar de bewoners geluisterd door er een etage af te halen en minder studenten toe te laten. De VOORZITTER dankt de wethouder en geeft het woord aan de commissie. Mevrouw PENTERMAN kondigt aan dat de VVD ten aanzien van de studentenhuisvesting drie punten heeft toe te voegen een tweetal vragen te stellen. Er is zeker begrip voor de bewoners in Fascinatio. Hun gevoel dat ze in een prachtige wijk zijn komen wonen, maar telkens water bij de wijn moeten doen, is heel onprettig. Toch biedt het plan ook kansen.
Het is veelvuldig besproken met de gemeente en de omwonenden en naar aanleiding daarvan is het ook aangepast. Het gebouw is kwalitatief hoogwaardig en voldoet aan een behoefte aan woonruimte voor studenten. De noodzaak daartoe is hoog, niet alleen in en rond Rotterdam, maar ook elders in Nederland. De ligging van het pand lijkt ideaal voor relatief weinig overlast voor omwonenden en omliggende bedrijven. De VVD wil graag de volgende punten toevoegen. Tijdens de laatste WOP-bijeenkomst, begin september, is de bewoners een aantal zaken toegezegd die niet zijn vastgelegd in de stukken. De VVD wil die punten graag vastgelegd zien voor de raadsvergadering van november. Het betreft het voorrangspercentage Capelse studenten, studenten in de volle breedte en niet alleen studerend aan Erasmus, en dat de geplande sporttoestellen voor buiten ook toegankelijk zijn voor de buurtbewoners. Ten slotte twee vragen aan de wethouder. Is het percentage voorrang voor Capelse studenten nog uit te breiden naar Capelse jongeren ‘an sich’, dus zonder het predicaat ‘studenten’? Zijn de vierkante meters bedrijfsruimte die nu worden opgeofferd op een andere locatie in Capelle te compenseren? De heer SPRUIT stelt vast dat dit typisch zo’n onderwerp is waarvan van tevoren al wel kan worden geconcludeerd dat het niet op de hamerstukkenlijst zal belanden.
Het loopt al heel lang, sinds 2019, en er is heel veel heen en weer gegaan. Maar eerlijk is eerlijk: het plan is wel aangepast: het aantal van ruim 400 studenten is verminderd tot 352 en er is een bouwlaag af gegaan. Niettemin kan hij zich heel goed voorstellen dat er nog steeds bewoners zijn die zich afvragen wat het zal gaan betekenen voor hun woongenot als die jongeren straks tegenover hen zitten. Aan de andere kant kan de raad de verklaring van geen bedenkingen alleen worden geweigerd als sprake is van een niet goede ruimtelijke ordening. Eerlijk gezegd denkt hij dat er best argumenten zijn om dat te beargumenteren, maar het ligt natuurlijk voor de hand dat de initiatiefnemer daartegen in bezwaar zal gaan, waarna het bij de rechter terechtkomt en hij heeft geen idee wat die er vervolgens van zal vinden. Dat is ook geen ideaal scenario, omdat er dan nog jaren onzekerheid zal bestaan over de vraag of het gebouw wel of niet doorgaat.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 24 van 31
Als het dan al een gebouw is dat past in een goede ruimtelijke ordening en bij het belang van Capelle, zal dat wel duidelijk zichtbaar moeten zijn en gegarandeerd moeten kunnen worden. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de vraag van mevrouw Penterman of het percentage van 20 niet verhoogd kan worden, zodat een veel hoger percentage beschikbaar is voor Capellenaren; als die er dan geen gebruik van maken, kunnen anderen het invullen. Zijn gedachten gaan uit naar 30 of 40 procent. Verder pleit hij ervoor Capelse jongeren – dat hoeft niet te gelden voor jongeren die van elders komen en daar een kamer gaan huren – de mogelijkheid te bieden bijvoorbeeld een jaar of twee, drie langer in het gebouw te verblijven, ook als hun studie is afgerond, zodat ze niet na een studie van vier of vijf jaar weer terug moeten naar hun ouders. Ten slotte vraagt hij aandacht voor de parkeernorm. Hij dringt erop aan echt goed vast te leggen dat bij een eventuele transformatie de dan geldende parkeernorm van kracht is. De heer GROENENDIJK deelt mede dat BVNL geen voorstander is van het plan, wat mede met de verdere inpassing van de omgeving te maken heeft en de bestemming die er nu eigenlijk op ligt. De wethouder heeft hij los daarvan twee inhoudelijke vragen te stellen. De bewoners hebben al uitvoerig hun zorgen kenbaar gemaakt, niet alleen nu, maar ook al eerder.
In de onderbouwing mist hij wat gebouweigenaren en kantoorgebruikers vinden van dit plan. Zal het voor de bedrijven in de omgeving geen hinder opleveren, waardoor de omliggende bebouwing een negatief imago zou kunnen krijgen, wat weer als gevolg heeft dat ook daar weer leegstand ontstaat? BVNL vindt het voorts heel belangrijk dat ook gekeken wordt naar multifunctionaliteit. Er is nu een huisvestingsbehoefte voor studenten en het is tot daar aan toe dat die daar wordt opgelost, maar wat zal er met het gebouw gebeuren als het daarvoor niet meer geschikt is? In hoeverre wordt geborgd dat het ook multifunctioneel mee kan? De heer VAN GENT concludeert dat wederom sprake is van een groot plan voor Fascinatio. Het wordt er nu wel erg druk qua bebouwing. Door de wethouder is zojuist aangegeven dat momenteel 500 studenten in Capelle in sociale-huurwoningen wonen. De vraag die dat bij hem oproept is of dat Capellenaren zijn, of mensen die van buitenaf hier zijn komen wonen en zich vervolgens als Capellenaar ingeschreven hebben. Als die dan doorgaan naar deze locatie, moeten ze een stukje meer betalen en de vraag is of ze dat ook kunnen, want kunnen ze dat niet, dan blijven ze natuurlijk lekker in de sociale-huurwoning zitten.
Benieuwd is hij ten slotte of iemand van de raad of van de insprekers überhaupt mee is geweest met het busreisje dat de ontwikkelaar heeft georganiseerd naar een andere locatie, en wat daaruit is gekomen is. Zelf was hij helaas niet in de gelegenheid om mee te gaan. De VOORZITTER repliceert dat de commissie die reis heeft georganiseerd en niet de ontwikkelaar. Het is hem bekend dat een aantal raadsleden daaraan heeft deelgenomen. De heer HEERENS memoreert dat de ChristenUnie niet erg enthousiast was over het aanvankelijke voorstel. Door de aanpassingen die doorgevoerd zijn is nu wel wat meer enthousiasme ontstaan voor dit plan, mede gelet op de woningnood onder studenten, waarvan wel degelijk sprake is. Qua ruimtelijke ordening ziet hij geen grote bezwaren. Wat dat betreft voldoen de antwoorden die gegeven zijn in de bijgevoegde stukken in voldoende mate aan alle bezwaren op dat gebied. In het verlengde hiervan wil hij nog wel even stilstaan bij de betaalbaarheid. Aangegeven is dat een huur tot maximaal de huurtoeslaggrens van 730 euro mag worden gevraagd. De grens van 23 jaar die daarvoor geldt zal mogelijk worden verlaagd naar 21 jaar, maar er zullen ook studenten zijn die mogelijk al op hun 17de of 18de gaan studeren en dan in zo’n kamer terechtkomen.
In hoeverre is dat voor die groep nog betaalbaar? Hoe kan ervoor worden gezorgd dat die woningen voor iedereen betaalbaar zijn? Is er ook sprake van varianten tussen wat goedkopere en duurdere kamers? Voorts is hij benieuwd hoe ervoor kan worden gezorgd dat die prijs ook gehandhaafd blijft, en dan denkt hij niet zozeer aan de mogelijkheid dat het pand mogelijk een andere bestemming zal krijgen als wel dat de prijzen na verloop van tijd kunnen worden opgetrokken tot het niveau van de vrije sector. Mevrouw TIEMAN toont zich wat getriggerd door een opmerking van een van de insprekers waarin de ontwikkelaar gequoot werd dat de leden van de gemeenteraad amateurs zijn. Dat is inderdaad zo. Het tweede deel van die quote luidde echter dat de gemeenteraad niet kan beslissen tegen het college in. Zij hoopt dat de insprekers wat dat betreft gerustgesteld zijn door de manier waarop het zojuist besproken agendapunt is afgehandeld, waarmee de gemeenteraad heel duidelijk zijn eigen positie heeft gepakt.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 25 van 31
Het onderhavige onderwerp is eerder in een besloten commissievergadering aan de orde geweest en wat daar in beslotenheid is besproken kan hier uiteraard niet worden aangesneden, maar wat in zo’n besloten vergadering soms ook gebeurt is dat er vragen worden gesteld die wel degelijk ook in de openbaarheid hadden kunnen worden gesteld. Het nadeel van het feit dat het in beslotenheid is gebeurd, is dat bewoners en andere betrokkenen niet weten dat die vragen zijn gesteld en wat daarop is geantwoord. Mochten haar collega’s straks denken dat zij soms in herhalingen vervalt, dan kan zij nu alvast bevestigen dat dat klopt. Moeite heeft zij met de procedure die is gevolgd en het feit dat nu sprake is van een omgevingsvergunning, waardoor de raad wat minder ruimte heeft om er iets van te vinden. Bij een kavelpaspoort bepaalt de raad veel meer de kaders en dat zou de ruimte bieden om ook op andere punten iets van het plan te vinden. Haar vraag aan de wethouder luidt daarom waarom is gekozen voor deze aanpak en of dat in de toekomst niet anders kan. Blij is de PvdA met de aanpassingen die in het plan zijn aangebracht.
Voor het vestigen van studenten in Fascinatio zou de kavel van Havensteder weliswaar nog mooier zijn geweest, dichter bij de universiteit en meer richting Rotterdam, maar deze kavel in de buitenring is op zichzelf een goed idee, omdat de afstand tot de woningen relatief groot is. Tegelijkertijd moet worden ingezien dat het aantal studenten ten opzichte van het aantal inwoners van Fascinatio groot is, wat impact heeft op de directe leefomgeving en op de leefbaarheid. Zij snapt dan ook de zorgen van bewoners op dit punt. De PvdA ziet een aantal problemen bij dit plan en het eerste is duidelijk de overlast. Er zal daarom op moeten worden toegezien, en daarvoor zijn al een aantal aanpassingen doorgevoerd en toezeggingen gedaan, dat die overlast zo min mogelijk plaatsvindt en dat daarvoor oplossingen worden gezocht. Het tweede punt betreft de prijzen van de woningen. De PvdA heeft daar echt ontzettend veel moeite mee. Het gaat om hele kleine woningen en weliswaar kan vanwege de prijs van de woningen huursubsidie worden aangevraagd, maar dat kan alleen als je ouder dan 23 bent. Hoe bereikbaar is dat nu voor Capelse jongeren? Ze heeft net al horen zeggen dat die dan waarschijnlijk wel thuis zullen blijven wonen. Ze vindt dit echt een heel lastig punt. Een derde punt is het geluid.