02.03 - conceptverslag commissie SOB 221018 (20.00 uur)
Tekst van het document
Ze geeft eerlijk toe dat ze geen expert is op het gebied van geluid, maar ze krijgt de indruk dat daarmee altijd de grens wordt opgezocht, of daar overheen gegaan. Het mag misschien wettelijk allemaal, maar is dat nu wenselijk? Het vierde punt betreft de studenten. Zij wil hier heel graag ook mbo- en hbo-studenten zien. In het WOP is het toegezegd, maar in de stukken is het niet terug te vinden. Graag een reactie van de wethouder hierop. Het laatste punt betreft de internationale studenten. Haar zorg is dat deze woningen uiteindelijk vooral voor die groep interessant zijn. Het is natuurlijk belangrijk dat ook internationale studenten een woning kunnen vinden, maar moet dat probleem in Capelle worden opgelost? De heer HARTOG zegt allereerst de insprekers dank. GroenLinks begrijpt hun zorgen. In Utrecht heeft de fractie echter gezien hoe ordelijk deze huisvesting ook kan verlopen als er goed beheer wordt uitgevoerd, waardoor er geen overlast is voor de omwonenden. GroenLinks vindt het sowieso belangrijk mee te helpen aan het verlichten van de huidige woningnood, heel specifiek ook bij studenten, en is ervan overtuigd dat dit plan veel kansen biedt om meer voorzieningen en faciliteiten te bieden, wat een positieve bijdrage kan leveren aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de gehele wijk. Te denken valt bijvoorbeeld aan een sportclub en eventueel andere winkels.
Zorgen heeft de fractie wel over de kale huur van de woningen en de servicekosten die erbovenop komen. Kan de wethouder aangeven wat dit betekent voor de volledige woonkosten? Ook GroenLinks ziet graag dat de studentenwoningen voor álle studenten zijn, niet alleen voor wetenschappelijk onderwijs en hbo, maar ook voor mbo, want met name mbo’ers zal men in de nabije toekomst heel hard nodig hebben. Hoe kijkt de wethouder hiertegen aan? In de stukken valt te lezen dat er veel parkeerplaatsen bij komen. Eerlijk gezegd denkt hij niet dat veel studenten over een auto zullen beschikken. Graag wil hij daarom horen wat de reden is om zoveel parkeerplaatsen aan te leggen. GroenLinks pleit ervoor in plaats van in ieder geval een aantal parkeerplaatsen een mooie, bloemrijke, diervriendelijke tuin te creëren waarvan alle bewoners van Fascinatio kunnen genieten. Mevrouw DEN ENGELSMAN merkt aan het adres van mevrouw Tieman op dat ook het CDA problemen heeft gehad met de procedure. In de vorige periode heeft zij er zelfs herhaaldelijk op aangedrongen met een gebiedspaspoort te komen en uiteindelijk is daar het Ruimtelijke Toekomstperspectief uitgekomen.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 26 van 31
De multifunctionaliteit van het gebouw is eerder al ter sprake gebracht. In de vergunning heeft zij gelezen dat het gebouw bedoeld is voor jongeren en mede studenten. Het is bepaald nog niet duidelijk wat het precies gaat worden, want er komen heel veel verschillende termen in naar voren: van een woongebouw met 13 woningen en kamers tot zelfs sociale huurwoningen aan toe, blijkens de presentatie van de ontwikkelaar. Het CDA is altijd kritisch geweest, de ontwikkelaar schreef dat vandaag nog in een e-mail, en die kritische noot blijft de fractie houden op dit moment. Zij zal dan ook nog niet aangeven of het CDA wel of niet voor dit besluit zal stemmen. Wat haar betreft zal dit dan ook zeker geen hamerstuk worden. Kijkend naar wat het CDA inhoudelijk wenselijk zou achten, noemt zij bijvoorbeeld de hogere grenswaarden. Er wordt zelfs al aan een soort precedentschepping gedaan met een verwijzing naar andere gebouwen waarvoor die hogere grenswaarden ook al zijn vastgesteld. Door die hogere grenswaarden moet ook gewerkt worden met dove gevels, terwijl tegelijkertijd verse lucht binnengehaald moet worden. Daarvoor moeten allerlei passende maatregelen als roosters voor ramen komen en wordt dat wenselijk geacht? Naar haar mening maakt dat wel onderdeel uit van de ruimtelijke ordening, zo ook een bouwvlakoverschrijding, waarmee men natuurlijk ook te maken heeft.
Door de wethouder is aangegeven dat momenteel 500 studenten in sociale-huurwoningen zitten. Dat is heel goed mogelijk, maar die kunnen ook in de 500 sociale-huurwoningen zitten die inmiddels al zijn bijgebouwd. In de afgelopen twee, drie jaar heeft de gemeente al 779 woningen gebouwd die geschikt zijn voor jongeren, student of niet. Dat er doorstroming uit reguliere woningen zal plaatsvinden, gelooft ze niet. Iemand die gezellig met drie vrienden in een sociale-huurwoning zit voor misschien 400 / 500 euro per maand gaat echt niet apart in een woning wonen die een kale huur heeft van 650 euro. In de stukken staat dat de huur niet hoger zal zijn dan de netto kale huurprijs van 763,47 – elders wordt overigens 650 euro genoemd. Zou in plaats daarvan niet melding moeten worden gemaakt van de maximaal subsidiabele huur? Op die manier is altijd gegarandeerd dat een student, van 23 jaar en ouder op dit moment, in aanmerking komt voor huursubsidie. Voorts wordt in het BBV op pagina 3 gesteld dat de studentenkamers bij aanvang worden verhuurd voor een netto kale huurprijs die niet boven de huurgrens uitkomt. Houdt dat in dat de huur na een mutatie kan worden verhoogd tot 1.000 euro? Wat betreft de wijk ‘an sich’ meent zij ooit een lijst te hebben gezien met 370 handtekeningen op een bestand van 454 woningen in Fascinatio-west.
Het WOP was weliswaar positief verrast over de bezochte projecten, maar heeft aangegeven nog steeds moeite te hebben met het idee om 342 studenten op deze locatie te huisvesten. Hieruit leidt zij af dat het WOP-DB nog steeds achter het ongevraagd gekwalificeerd advies staat dat het al heel vroeg heeft afgegeven. Wat zij niet begrijpt, is dat al heel lang geleden is gebleken dat de bewoners en het WOP tegen waren en dat er toch een koopovereenkomst is getekend. Daarmee liggen al heel veel dingen vast, terwijl de raad nog ergens over moet gaan besluiten. Naar de wijk ‘an sich’ kijkend, stelt zij vast dat door het verwerken daarin van 342 woningen zo’n hele wijk gaat veranderen. Waar er in 2020 nog 46 procent paren met kinderen waren gehuisvest, zal dat straks zijn afgenomen naar 22 procent en zal het aantal alleenstaanden uitkomen op 63 procent. Er zullen dus niet alleen stenen worden toegevoegd, ook de hele structuur van de wijk verandert. En het blijft niet alleen bij deze woningen die erbij worden gebouwd. Straks zullen in een buurt met 454 woningen in ieder geval nog 592 woningen in totaal worden toegevoegd, en dat met één supermarkt. En zou men er meer winkels bij willen bouwen, dan verwijst ze naar de visie detailhandel, waarin is bepaald dat er geen detailhandel komt buiten de Koperwiek in andere wijken.
Als men hier meer voorzieningen zou willen treffen, zou dat dus ook nog eens in strijd zijn met het eigen beleid van de gemeente. Ten slotte. Naar zij heeft begrepen, ligt nu een ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor, dus nog geen definitieve verklaring. Zal die definitieve verklaring nog aan de raad worden voorgelegd? De heer VLOT betreurt het dat het uiteindelijk op deze manier tot een vraag naar een verklaring van geen bedenkingen komt. Weliswaar heeft men gedurende het proces met enige regelmaat contact gehad met de ontwikkelaar en is daarin gesproken over diens intenties en het plan, maar naar het alternatieve plan met de vermindering van het aantal studenten en één verdieping eraf is niet in brede zin gekeken. Hij meent dat men het er in eerdere beraadslagingen wel eens over heeft gehad om te kijken naar een bredere invulling, wel met woonbestemming van dat pand, temeer omdat inmiddels ook bekend is dat aan de andere kant, in Rotterdam, in Brainpark een heel groot aantal studentenwoningen wordt ontwikkeld en het in deze gemeente niet gewenst leek om dat grote aantal in Fascinatio toe te voegen.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 27 van 31
De argumenten die zijn genoemd over de woonwijk en de toevoeging van studenten zijn eigenlijk een beetje vreemd, want iedereen kan constateren dat er geen levendige plinten zijn in Fascinatio en dat er maar één supermarkt is. De voorzieningen worden dan eventueel wel zwaarder belast, maar voor de rest is er niks te beleven. Al met al zal het duidelijk zijn dat de SP niet kan meegaan in de verklaring van geen bedenkingen. De heer OUDSHOORN stelt vast dat er grote aanpassingen zijn gedaan ten opzichte van het eerste plan: 30 procent minder studenten, 20 procent minder hoogte, het gebouw is ook nog 7,5 meter slanker geworden en niet het hele bouwvlak wordt benut, al gaat het een beetje over de rand heen om in te passen in de omgeving. Het zijn allemaal positieve gevolgen van de input die geleverd is. Dat niet iedereen tevreden is, begrijpt hij heel goed, want als zoiets in je achtertuin, of in je buurt, gebeurt blijft het altijd een lastig verhaal. Hij heeft echter ook deelgenomen aan het bezoek in Utrecht en daar heeft hij ervaren dat de kans op overlast heel goed kan worden getackeld. Wat dat betreft werd eerder al gerefereerd aan het goede beheer. Met de kennis die hij daar heeft opgedaan heeft hij wel vertrouwen in het concept dat hier is voorgelegd.
Kan de wethouder aangeven of ook hier met de ontwikkelaar de afspraak kan worden gemaakt dat, als het fout blijkt te lopen, daarop gehandhaafd zal worden? De behoefte aan studentenwoningen is groot. Terecht is opgemerkt dat de kans dat hierin Capelse studenten komen wonen, op die afstand en tegen die prijs, misschien wat kleiner is, maar als Capelse studenten in een andere stad gaan studeren wil men ook graag dat ze daar gehuisvest worden. Dus het breder kijken dan de Capelse grens naar deze tekorten speelt hier ook zeker mee. Dit helpt ook een beetje mee aan het tekort aan die woningen. Dat de parkeernorm ook na transformatie geborgd zal moeten zijn is hij geheel met Leefbaar Capelle eens. Tegelijkertijd staan er nu wel 92 parkeerplaatsen in en dat betekent een norm van 27 procent op de hoeveelheid studenten, terwijl in de praktijk in Utrecht is gebleken dat men daar nog niet aan 10 procent kwam die een auto had. Het is dus best wel een groot getal en hij heeft er wel vertrouwen in dat dat voldoende moet zijn. Hem staat bij dat de ontwikkelaar in een eerder stadium heeft toegezegd dat, zo later mocht blijken dat er echt te veel parkeerplekken zijn, eventueel nog groen gerealiseerd kan worden.
De vraag die is gesteld over meer borging op kansen voor Capelse studenten vond hij wel mooi en hij is benieuwd of de wethouder kan toezeggen dat daarover verdergaande afspraken zullen worden gemaakt. Alles wat de Capelse mensen helpt, zou hij hier willen onderstrepen. Ten slotte een vraag van min of meer technische aard. Het gaat nu over 13 woonfuncties met 342 inwoners, zoals hij het maar even noemt. Bij het bezoek in Utrecht werd een aantal keren benadrukt dat het juist zo praktisch was, en ook goed voor de bewoners, dat ze eigen huisnummers en eigen wooneenheden hadden. Hoe moet dat hier worden gezien? Zijn het 13 huisnummer met 342 bewoners, of zijn het echt 342 zelfstandige huizen met eigen huisnummer en dus ook met eigen regelingen die kunnen worden aangevraagd op dat huisnummer? Mevrouw FEUTH dankt de insprekers van harte voor hun inbreng deze avond, maar ook al eerder. Betreffende de procedure sluit zij zich aan bij mevrouw Tieman: waarom de keuze voor een omgevingsvergunning, met alle gevolgen van dien en de verantwoordelijkheid voor continuïteit van het bestuur waarmee men nu geconfronteerd wordt? Om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren zijn argumenten nodig die aantonen dat deze aanvrage niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, en die zijn er in de ogen van D66 in deze fase niet meer.
Heel kritisch is de fractie wel op de gehanteerde parkeernorm voor de omgevingsvergunning. Zij wil dat strikt toegezien gaat worden op de toegezegde jaarlijkse monitoring van de parkeerdruk, en niet alleen monitoring, maar ook de mogelijkheid tot de benodigde aanpassingen, zowel in positieve als in negatieve zin, en ook dat de parkeernorm gewoon meeverandert als eventueel het soort bewoning in de loop van de tijd verandert. Kan de wethouder dat toezeggen? Wethouder FAASSEN gaat allereerst in op de vraag van mevrouw Penterman over jongerenvoorzieningen, zoals hij het bijna zou willen uitdrukken. Het probleem is natuurlijk dat, als er echt jongeren komen te wonen, de parkeernormen zullen veranderen – minder parkeerplaatsen zal hij maar zeggen – en dat past niet in dit plan. De heer Holleman verzoekt hij in te gaan op de vraag over het eventueel compenseren van vierkante meters bedrijfsruimte.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 28 van 31
De heer HOLLEMAN memoreert dat er indertijd voor is gekozen medewerking te verlenen aan deze studentenhuisvesting, juist omdat het als bedrijfskavel niet verkocht werd. Wellicht is de markt momenteel anders en zou het nu wel verkocht kunnen worden voor bedrijfsdoeleinden, maar het is natuurlijk niet zo dat elders grond die nu bestemd is voor woningen zal worden herbestemd voor bedrijven. Wethouder FAASSEN vervolgt met de vraag van de heer Spruit of het voorrangspercentage voor Capelse studenten niet kan worden verhoogd. Die vraag is door meerdere commissieleden gesteld en hij zegt toe dat daarover sowieso het gesprek zal worden aangegaan. Als het het gevoelen is van de commissie dat jongeren hier langer zouden moeten kunnen blijven wonen, zal hij ook daarover met alle plezier het gesprek aangaan, al moet hij erop wijzen dat dan weer een probleem kan rijzen met de parkeernormen, terwijl ook de Huurwet in acht moet worden genomen. Het is een ingewikkelde en eerlijk gezegd verwacht hij er niet heel veel van. Gevraagd is of kan worden vastgelegd dat bij een eventuele transformatie de dan geldende parkeernormen van kracht zullen zijn. Dat is gewoon bij wet geregeld: als er een andere bestemming op komt, is er ook een andere parkeernorm. De heer Groenendijk vroeg hoe de omliggende bedrijven een en ander ervaren. Eerlijk gezegd is daarnaar niet gevraagd.
Of het hinder oplevert voor bedrijven, is een vraag die hij graag doorspeelt naar de heer Holleman. De heer HOLLEMAN antwoordt dat in de ruimtelijke onderbouwing onderzoek is gedaan naar alle milieu-impact die dit met zich meebrengt, niet alleen de impact van de nieuwe ontwikkeling, dus bijvoorbeeld de verkeersaantrekkende werking, maar ook juist als gevoelige bestemming voor omliggende bedrijven. Daarin is geconcludeerd dat dit geen belemmering vormt voor bedrijven in de omgeving. De heer GROENENDIJK verduidelijkt dat het hem niet zozeer gaat om de regelgeving, die is hem wel bekend, als wel om wat er tussen de oren zit van de gebruikers van die locaties. De bewoners hebben hierover ingesproken, maar de bedrijven heeft hij niet gehoord en hij begrijpt nu dat daarnaar ook niet is gevraagd. Wethouder FAASSEN bevestigt dat. Ook voor de vragen die zijn gesteld over de betaalbaarheid en de huurtoeslag schakelt hij graag de ‘hulplijn’ in. De heer HOLLEMAN licht toe dat de ontwikkelaar woningen gaat realiseren die onder de liberalisatiegrens blijven. Voor deze woningen kan men niet zomaar vragen wat men misschien zou willen, want men heeft te maken met het puntensysteem. Van alle woonruimten die verhuurd worden kan aan de hand van een aantal punten worden beoordeeld voor hoeveel ze verhuurd mogen worden.
Als een verhuurder meer wil vragen dan die punten toestaan, kan een huurder daartegen bezwaar aantekenen. Studenten die daarvoor in aanmerking komen kunnen huursubsidie aanvragen. Op dit moment is dat alleen mogelijk voor studenten ouder dan 23 jaar, maar mogelijk zal die wet veranderen en zal dat worden aangepast tot 21 jaar. Die toeslag maakt de betaalbaarheid beduidend groter voor deze groep. Mevrouw DEN ENGELSMAN herinnert eraan dat zij ervoor heeft gepleit in de stukken gewag te maken van de maximaal subsidiabele huur in plaats van de netto kale huurprijs. De reden daarvoor is dat op de kale huurprijs ook nog een aantal servicecomponenten komen. Bij Havensteder is destijds gebleken dat een aantal woningen daardoor kunnen verzanden, dat wil zeggen dat ze als gevolg van die servicekosten net boven de subsidiabele huurgrens uitkomen. De heer HOLLEMAN oppert dat die aanvulling wellicht kan worden meegenomen in het addendum. De heer HEERENS komt nog even terug op de leeftijdsgrens van 23, of later wellicht 21, jaar om in aanmerking te kunnen komen voor huursubsidie. Betekent dit dat deze kamers totaal niet bereikbaar zijn voor jongeren die op 17- of 18-jarige leeftijd gaan studeren, tenzij ze uit een rijker nest komen? Wethouder FAASSEN vreest dat hij die vraag bevestigend moet beantwoorden.
Hij kan de heer Heerens wel op een ander punt geruststellen: de verhuurder kan de huurprijzen later niet zomaar verhogen tot het niveau van de vrije sector. In de koopovereenkomst is vastgelegd dat de huren onder de liberalisatiegrens dienen te blijven.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 29 van 31
Naar aanleiding van de bijdrage van mevrouw Tieman merkt hij op dat hij al eerder heeft aangegeven dat het goed zou zijn wanneer raad en college elkaar sneller en beter zouden weten te vinden in dezen. Nu wordt de ruimtelijke procedure in kaart gebracht – wie is wanneer waarvan? – en daarin wordt geprobeerd recht te doen aan de rol van de raad, het college en in mandaat natuurlijk de ambtelijke organisatie. De uitkomst daarvan hoopt hij rond december te kunnen presenteren, al moet hij daarbij dezelfde winstwaarschuwing geven als zijn collega eerder heeft gedaan: afhankelijk van de vraag of het een besluit van de raad vergt kan het een beetje uitlopen. Wat betreft het monitoren van de overlast, verwijst hij naar de stukken waarin is aangegeven dat er 24/7 toezicht is. Er is een huismeester en in de nachtelijke uren rijdt er een beveiligingsbedrijf rond. Verder zijn er huisregels in het huurcontract opgenomen. Zelf is hij net zo min geluidsexpert als mevrouw Tieman, vandaar dat hij haar vraag over geluidsgrenzen graag doorgeleidt naar de heer Holleman. De heer HOLLEMAN bevestigt dat op dit gebied aan de wettelijke eisen wordt voldaan. Of het ook wenselijk is, zal de raad moeten bepalen.
Het is gebruikelijk om een hogere waarde vast te stellen voor woningbouw, en dat heeft alles te maken met het feit dat er geen ideale plekken zijn om woningen te bouwen waar je geen last hebt van geluid, tenzij je in de polder gaat zitten, en anders komt dit soort locaties niet in aanmerking voor woningbouw. Wethouder FAASSEN zegt mevrouw Tieman toe dat zal worden nagevraagd of ook mbo- en hbo-studenten meegenomen kunnen worden. Het antwoord daarop zal in een collegebrief voor de raadsvergadering worden medegedeeld. Of het wel of niet internationale studenten betreft kan hij nu niet meer veranderen. Persoonlijk vindt hij het overigens geen slecht idee om daar ook internationale studenten te hebben. GroenLinks zou graag een tuin willen creëren en voerde daarbij aan dat er toch minder parkeerplaatsen nodig zijn omdat de meeste studenten nu eenmaal niet over een auto beschikken. Zoals eerder al gezegd, zou wel extra groen gecreëerd kunnen worden als uit de evaluatiegesprekken met de ontwikkelaar blijkt dat er minder parkeerplaatsen nodig zijn. Het creëren van een extra tuin is op voorhand echter niet de bedoeling.
De heer HOLLEMAN gaat in op de vraag die door mevrouw Den Engelsman werd gesteld over het feit dat in de verschillende stukken nogal eens termen door elkaar heen worden gebruikt: gaat het om jongeren in plaats van studenten, zijn het sociale-huurwoningen of huurwoningen en hoeveel zijn het er, 13 of 342? Zoals in de eerdere beantwoording naar voren is gekomen, gaat het hier echt om studenten en in zoverre om sociale-huurwoningen, dat de huur onder de liberalisatiegrens blijft. Bij de vraag of het om 13 woningen gaat of om 342, verwijst hij naar het Bouwbesluit. Voor het Bouwbesluit worden 13 woningen gerealiseerd, wat alles te maken heeft met de eisen die het Bouwbesluit stelt aan bijvoorbeeld brandcompartimentering, daglichttoetreding, spuien, enz. Voor de Woningwet gaat het hier gewoon om 342 woningen, wat betekent dat deze mensen ook allemaal een eigen huisnummer, eigen sanitair en een eigen keuken hebben, alsmede recht op huursubsidie voor degenen die daarvoor in aanmerking komen. Wethouder FAASSEN neemt er kennis van dat de heer Vlot nu al aangeeft niet te zullen instemmen met het verzoek van het college. Hij moet eerlijk bekennen dat hij dat wel een beetje betreurt. Gelukkig leeft men hier in een rechtsstaat. Capellenaren hebben rechten en plichten, en die hebben ondernemers natuurlijk ook.
Als een ondernemer een plan indient dat voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke onderbouwing, kan het college niet anders doen dan dat voorleggen aan de gemeenteraad. In lijn met de genoemde argumenten en in het kader van continuïteit van bestuur ligt deze ontwikkeling nu bij de raad voor. De raad is niet gebonden aan de besluitvorming van het college en heeft hierin beleidsruimte. Het zou echter wel heel mooi zijn als de raad dat besluit wel neemt binnen de goede ruimtelijke ordening. De vraag van de heer Oudshoorn over goed beheer en controle meent hij inmiddels al te hebben beantwoord. Er is een huismeester, een beveiliging die ’s nachts opereert en handhaving op basis van de huisregels in het huurcontract… De heer OUDSHOORN begrijpt dat een en ander intern geborgd is. Zijn vraag ging echter iets verder. De bewoners hebben aangegeven bang te zijn voor overlast. Met het concept lijkt dat ondervangen te zijn, maar mocht dat niet voldoende zijn, doordat er niet gehandhaafd wordt, of de problemen toch groter blijken te zijn, kan dan op dat moment worden ingegrepen?
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 30 van 31
Wethouder FAASSEN repliceert dat in strafrechtelijke zaken uiteraard de politie wordt ingeschakeld. Als het echter gaat over ‘minor details’, dan zal daarover in gesprek moeten worden gegaan met de ontwikkelaar, en hij heeft er geen probleem mee om dat zelf te doen. Het monitoren van de parkeerdruk, waarnaar mevrouw Feuth informeerde, is al geborgd in de koopovereenkomst. Tweede termijn De heer GROENENDIJK verzoekt ook bij bedrijven te informeren naar hun opinie over het huisvesten van studenten, zodat ook daar de kwaliteit van het huidige gebied geborgd kan worden. Mevrouw TIEMAN stelt het op prijs dat de procedure in de toekomst verbeterd zal worden. In dit dossier blijft het lastig, maar daar is helaas niets meer aan te doen. Zij verzekert geen moeite te hebben met internationale studenten, maar vindt het wat in tegenspraak met de opmerking in een van de stukken dat dit dit zo goed zou zijn voor de vraag die in deze gemeente juist bij jongeren bestaat. Zij vraagt zich af of Capelse jongeren echt wel gebaat zijn bij woningen met deze prijs en deze grootte en denkt dat de kans groot is dat er dan veel internationale studenten in komen. Over de prijzen nog het volgende. Het is zeker goed dat het puntensysteem bepaalde garanties biedt aan huurders.
Anderzijds herinnert zij zich nog goed de receptie op Koningsdag, waar zij sprak met bewoners van de Rhino, met wie het niet goed afliep toen zij hun beklag deden bij de huurcommissie over de huurprijs. Het leidde er namelijk toe dat ze op straat werden gezet. Ze maakt zich nog steeds zorgen op dit punt. Mevrouw DEN ENGELSMAN licht toe dat, indien het CDA geen verklaring van geen bedenkingen zou afgeven, zij dat wil doen op de punten maatschappelijke uitvoerbaarheid, een deel van de hoge grenswaarden en een aantal tegenstrijdigheden in de ruimtelijke onderbouwing die te maken hebben met een aantal beleidsdocumenten. De wethouder verzoekt zij voor alle zekerheid nog even te bevestigen dat de definitieve verklaring aan de raad zal worden voorgelegd. De heer OUDSHOORN deelt mede dat de SGP-fractie, alles gehoord hebbend, zal instemmen met het verzoek van het college. Mevrouw FEUTH geeft te kennen dat D66 in meerderheid akkoord zal gaan met de verklaring van geen bedenkingen, gegeven de continuïteit van bestuur en het feit dat geen gronden zijn gevonden om een goede ruimtelijke ordening aan te kunnen vechten in dezen. Wethouder FAASSEN zegt toe de suggestie om de opinie van bedrijven in te winnen te zullen voorleggen. Overigens wijst hij erop dat eerder wel een presentatie is gegeven aan die bedrijven.
Aan het adres van mevrouw Den Engelsman merkt hij op dat, mocht de raad de verklaring van geen bedenkingen vaststellen, deze zes weken ter inzage zal worden gelegd. Iedereen kan dan zienswijzen indienen en het college maakt vervolgens een nota van beantwoording. Het college kan de vergunning dan altijd nog aanpassen of afwijzen op basis van de zienswijzen of het verzoek doen aan de raad voor een definitieve verklaring van geen bedenkingen. Bij een definitieve verklaring van geen bedenkingen kan het college de vergunning definitief verlenen. Daarna kunnen mensen natuurlijk nog een zienswijze indienen en belanghebbenden in beroep gaan bij de rechtbank en zich uiteindelijk eventueel nog wenden tot de Raad van State. Ten slotte zegt hij toe in de collegebrief het puntensysteem nog eens goed te zullen uitleggen. Mevrouw DEN ENGELSMAN beveelt aan daarin ook het voorbeeld van een van de woningen mee te nemen en de kosten die daaraan gelieerd zijn. De heer HOLLEMAN weet eerlijk gezegd niet in hoeverre één woning daarop echt toegepast kan worden, maar zegt toe dat het zal gebeuren als het mogelijk is. De VOORZITTER sluit de beraadslagingen hierop af en deelt mede dat de behandeling van de agendapunten 6 en 7 zal worden verschoven naar de morgenavond te beleggen vergadering.
Behorende bij commissieverslag Stadsontwikkeling en -Beheer, nummer: 684926/988828
pagina: 31 van 31
8. Rondvraag De heer SPRUIT memoreert dat zijnerzijds een tijdje geleden artikel 38-vragen zijn gesteld over de openingstijden van de Algerabrug. Die vragen zijn beantwoord, waarvoor dank. Daarbij is hem ook het rapport toegestuurd van Witteveen dat gemaakt is naar aanleiding van het onderzoek. Kan dat ook worden verstrekt aan de andere commissieleden en kan het vervolgens nog eens een keertje worden besproken als daaraan behoefte bestaat? Wethouder VAN WOUDENBERG neemt aan, dat als de heer Spruit het rapport heeft ontvangen, het aan de hele gemeenteraad zal zijn toegestuurd en zo niet, dan zal dat alsnog gebeuren. Wat hem betreft kan het daarna ook besproken worden. 9. Sluiting De VOORZITTER sluit om 00.25 uur de vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 7 december 2022, de secretaris, de voorzitter,