02.01 - conceptverslag cie SOB 31-01-2023
Tekst van het document
Er is het nodige gebeurd in het verleden en hij kan zich voorstellen dat de meningen verschillen over de vraag hoe het precies is verlopen, wat het startmoment is geweest en wat er in de periode daarna is gebeurd. Hij zal niet proberen hen te overtuigen, maar hij hoopt wel duidelijk te kunnen maken dat een groot deel van deze raad, waaronder Leefbaar Capelle, behoud van het huidige ING-gebouw als eerste optie had. Via een motie werd de toenmalige wethouder destijds verzocht een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van transformatie van het gebouw. Dat onderzoek is uitgevoerd en daaruit bleek dat het gebouw heel lastig te transformeren zou zijn naar woningen. Vervolgens heeft een bewonerscommissie, de Leeuw van Capelle, geprobeerd andere partijen hiervoor te interesseren en de Historische Vereniging heeft een poging gedaan om het tot een monument te laten verklaren, maar een onafhankelijke commissie heeft geconcludeerd dat het niet de status van een gemeentelijk monument zou kunnen krijgen. Alles afwegende moet worden vastgesteld dat de kans dat het ING-gebouw behouden kan worden wel heel erg klein is geworden. Het gebouw is eigendom van een ontwikkelingsmaatschappij en die zou bij wijze van spreken morgen kunnen besluiten het gebouw plat te gooien.
De gemeente kan wel wat vinden van de bebouwing die vervolgens terug gaat komen en daarvoor liggen in het voorstel drie modellen voor. De raad kan besluiten geen verklaring van geen bedenkingen af te geven, of geen kavelpaspoort te willen en dan kan alleen maar gebouwd worden volgens de regels van het bestemmingsplan. Maar of men daarmee geholpen is, is maar helemaal de vraag, want dan mag nog steeds gebouwd worden tot een hoogte van 30 meter. Er kan een fors volume worden neergezet en dat betekent ook iets voor de woonomgeving. Van overlast zal altijd sprake zijn, of het gebouw nu 30 meter hoog wordt, 50 meter of 70 meter, misschien zelfs wel bij een transformatie, want er zullen altijd bouwactiviteiten plaatsvinden. Wat de gemeente wel kan proberen, is het woongenot van de omwonenden zo min mogelijk te beïnvloeden. De raad dient dan te kijken naar alle bewoners, niet alleen naar degenen die hoog wonen, maar ook naar degenen die laag wonen. Leefbaar Capelle heeft onderzocht welk bouwwerk de minste impact zou hebben op de omwonenden en is daarbij tot de conclusie gekomen ‘hoe slanker, hoe beter’, want als er dan al sprake is van schaduwwerking op een balkon of in een woning, dan is die korter durend dan bij een groot, volumineus gebouw.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 16 van 31
Alles overwegende meent Leefbaar Capelle daarom dat een hoog, slank gebouw voor de omwonenden beter zal passen dan een volumineus laag gebouw. Daarbij speelt ook een rol dat een gebouw meer woningen kan omvatten, waardoor meer woonruimte gecreëerd wordt voor Capellenaren die op zoek zijn naar een woning. Mevrouw PENTERMAN vraagt of de heer Spruit dan kiest voor een pand zonder dat er een Centrumvisie is. De SPRUIT bevestigt dat. Uit de documenten blijkt namelijk dat het geen precedentwerking heeft. Daarna is er nog alle vrijheid om voor de Centrumvisie naar de bouwhoogte te kijken. Mevrouw FEUTH bedankt de insprekers, maar met name ook alle inwoners die zij los van het inspreken gesproken heeft op allerlei verschillende bijeenkomsten, of telefonisch, of die de fractie benaderd hebben, want ook die hebben haar van zeer waardevolle informatie voorzien. Ook D66 was in een eerdere fase voorstander van behoud van het pand en snapt het verzet van de omwonenden tegen alle veranderingen en ellende die zullen komen, maar zoals de heer Spruit al zei: die ellende kan de gemeente niet voorkomen, want wat er ook gaat gebeuren, er zal heel veel veranderen en er zal langdurig gebouwd worden. Dank zegt zij voor de uiteenzetting in de collegebrief en voor de beantwoording van de technische vragen.
D66 concludeert daaruit dat aankoop van het pand of deelname in een publiek-private samenwerkingsconstructie om het pand te behouden niet in lijn zijn met het gemeentelijk grondbeleid en niet haalbaar of realistisch zijn. Nu behoud en eventueel transformatie een gepasseerd station blijken te zijn, moet naar de toekomst worden gekeken. D66 is van mening dat wachten op de uitwerking van de Stadsvisie voordat verder gegaan kan worden niet realistisch en daarom onwenselijk is. D66 Capelle is voor de optie van vier woonlagen met een lange, slanke eye catcher als toren van 70 meter. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de volgende. Er is sprake van een woningcrisis, ook in Capelle. Ook de eigen Capellenaren kunnen geen woning meer vinden en dit is een echte triple A-locatie, met OV, centrumring, alle voorzieningen om de hoek. Er moet gebouwd gaan worden, genoeg woningen in het belang van alle Capellenaren, en de gemeenteraad vertegenwoordigt alle Capellenaren en niet alleen de direct omwonenden. Bovendien staat in een van de ambities dat het gaat om een divers woningbouwprogramma. 70 meter is bijna de ideale hoogte voor efficiënte hoogbouw met slim gebruik van het grondoppervlak. Door hoogbouw is men in staat groen te behouden en zelfs meer groen te realiseren.
En er moet niet gebouwd worden voor vandaag, zelfs niet voor morgen, maar voor de volgende generaties, voor de toekomst, nmiet voor het nu. D66 Capelle ondersteunt de door het college gestelde voorwaardelijke ambities en vindt het heel belangrijk dat die er ook in komen, met name het diverse woningaanbod, de aantrekkelijke plint en het aantrekkelijke eye-catcherige van het gebouw. Het moet wel iets bijzonders worden. Als die ambities geborgd kunnen worden, denkt D66 dat de nieuwbouw een aanwinst voor het centrum van Capelle wordt en steunt zij de keuze voor optie 3 van de ontwikkelingsrichting van Kerklaan 450. De heer OUDSHOORN dankt de wethouder voor het voorleggen van de ontwikkelrichting voor Kerklaan 450 en de insprekers voor hun inspanningen ten behoeve van hun directe leefomgeving. Alle opties om het huidige pand te behouden zijn uitvoerig bekeken en blijken niet haalbaar te zijn. De enige die daartoe nog kan besluiten is de eigenaar zelf. De gemeenteraad wordt nu de vraag voorgelegd welke kaders dienen te worden meegegeven aan de betreffende locatie. In de achterliggende weken en maanden zijn ineens drie opties ter sprake gebracht, terwijl de raad eigenlijk kaders moeten stellen, waarna de ontwikkelaar kan bezien wat binnen die kaders ontwikkeld kan worden. Het risico is nu dat de raad zich laat leiden door de drie keuzes die voorgelegd worden.
De SGP-fractie dringt erop aan de juiste volgorde van het proces aan te houden, en die is: kaders stellen, daar komen voorstellen op en die worden getoetst aan die kaders. Belangrijke kaders hier zijn of men meer woningen wil en zorgvoorzieningen in de plint. Verder is de hoogte een heel belangrijk item. In het centrumgebied ligt rondom de Koperwiek wat hoogbouw, althans hoogbouw voor Capelse begrippen. De grootste hoogte heeft het pand waarin men zich momenteel bevindt: 55 meter.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 17 van 31
Twee andere panden zijn 50 meter hoog en alle andere zijn lager, 40, 30 en 20 meter rondom het centrum. De vraag is waar het idee vandaan komt dat daar een toren van 70 meter tussen past. Aan bijvoorbeeld de stadsrand is die wel logisch. Iedereen is het er wel over eens dat in het Rivium de hoogte in kan worden gegaan, maar in het centrum lijkt zo’n hoogteaccent niet gepast. Dat er geen precedentwerking van uitgaat bestrijdt hij, om de simpele reden dat ook nu al verschillende gebouwen die hoogte hebben en dat daarvan door een architect wordt gezegd dat, als die hoogtelijnen worden doorgetrokken, dat recht geeft op een hoog gebouw. Dus nu worden ook de andere hoge gebouwen als precedent gebruikt. In deze eerste termijn legt hij de wethouder de vraag voor of niet beter op de schreden kan worden teruggekeerd, om de juiste volgorde der dingen aan te houden. Hij beseft heel goed dat daarmee vertraging in de hand wordt gewerkt. Hij vindt het jammer dat het dreigement dat de ontwikkelaar nu een gebouw van 30 meter hoog en 70 meter lang kan neerzetten, nog steeds een beetje boven de markt hangt. Dat had die ontwikkelaar in de achterliggende acht jaar ook kunnen doen. Dat is dus geen argument waarvoor de raad nu direct door een hoepeltje zou moeten springen. Er moet nu heel duidelijk worden beoordeeld wat men wil.
Economisch is het blijkbaar niet aantrekkelijk om een pand van 30 meter hoog en 70 meter breed neer te zetten, dus die dreiging kan even terzijde worden geschoven. Hij dringt erop aan nu goede kaders te stellen en misschien een jaar later een heel gedegen besluit nemen. De heer VLOT acht het algemeen bekend dat de SP altijd voorstander is geweest van behoud van het gebouw. Dat dat in de loop der jaren steeds onaannemelijker werd, is ook bekend. Het enige moment was nog toen de Leeuw van Capelle in beeld kwam, waarbij de gemeente eventueel de financiële verantwoordelijkheid had kunnen nemen om erin te springen, om het gebouw op een andere manier te gebruiken. Veel is gezegd over de kaderstelling, maar wat is nou een kader? Het woongenot van de Capellenaar, het leefmilieu, zelfs misschien de waarde van de woningen van die mensen, het zijn allemaal zaken die een rol spelen. Een raadslid is er voor alle Capellenaren en daar blijft hij wel bij hangen. Op enig moment sprak hij met toenmalig raadslid de heer Raadsen van GroenLinks en toen al kon je in dorps Capelle op je klompen aanvoelen dat de projectontwikkelaar, nadat het gebouw was aangekocht, nooit meer van z’n plaats zou gaan en toch weer die mogelijkheid zou krijgen. Dus dat wil hij ook loslaten, hoe spijtig dat ook is.
Mevrouw Tieman had op enig moment nog gevraagd of het niet toch geregeld zou kunnen worden, maar er zijn wat vertrouwelijke cijfers bekend geworden waardoor het inderdaad wel een moeilijk plaatje wordt. De heer Oudshoorn had het over de kaderstelling. Verbieden van bouwen, weliswaar omgevingsvergunningsvrij, kan, maar daarnaast zal waarschijnlijk toch toegegaan worden naar een andere bebouwing en dan moet de gemeenteraad er op dit moment heel erg bovenop zitten om duidelijk aan te geven wat men hier wil. De massaliteit blijft hetzelfde, maar er komt eigenlijk wat bij omdat de hoogte in wordt gegaan. Destijds, in het al eerder gememoreerde gesprek met de heer Raadsen, zagen ze nog één slanke toren voor zich, met daaromheen meer ruimte, wat nog wel te verkroppen was geweest, maar de SP vindt het heel spijtig hoe het nu gaat. Het is weer een terugkerend verhaal. Straks zal toch weer worden afgeweken van eerdere kaders die er waren. De participatie wordt weer beschouwd als heel goed verlopen, omdat er heel veel betrokkenheid was van een deel van de direct betrokken bewoners, en dan is het een klap met de hamer en wint de projectontwikkelaar. Dat is in deze gemeente elke keer het geval geweest en dat is treurig om te zien. Eigenlijk heeft men te maken met een erfenis uit een vorige periode.
Je zou die erfenis dan kunnen aanvaarden en de schulden betalen, waarmee het gebouw gered was, maar nu wordt de erfenis aanvaard en krijgt men er ergernis bij een groot deel van de Capellenaren voor terug. Dat kan ook niet de bedoeling zijn als je gemeenteraadslid bent voor alle Capellenaren. In zeer de nabije toekomst, als deze plannen gerealiseerd worden, zal men bij de les moeten blijven, om te voorkomen dat elke keer maar weer iedere ontwikkeling goedgepraat wordt. De heer SPRUIT constateert dat de heer Vlot wel erg doorslaat. In de stukken valt gewoon te lezen dat het pand niet te koop staat. Er kunnen dan wel hele verhalen worden opgehangen over het inwisselen van schulden en het aankopen van het pand, maar als de ontwikkelaar niet wil verkopen is dat gewoon onmogelijk.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 18 van 31
De heer VLOT zegt dat ook wel te weten. Wat hij heeft willen zeggen is dat er gedurende de rit misschien wel een mogelijkheid was geweest om dit anders aan te pakken. De heer VAN GENT vind het doodzonde en eigenlijk kapitaalvernietiging dat het pand gesloopt wordt, maar helaas kan daarop niet meer teruggekomen worden. Capels Bewoners Belang wil geen keuze maken tussen A, B of C en sluit zich in dat opzicht aan bij de heer Oudshoorn. In Hoogvliet staat zo’n erectie midden in het centrum en dat is meer horizonvervuiling dan dat het een mooi pand kan worden genoemd. Maar goed, hij weet dat er in Capelle een wethouder is die van Capelle graag een soort Manhattan aan de IJssel wil maken. Het is ook te zien aan de panden die aan de rand staan van Capelle staan en waarmee de bewoners ook niet al te blij zijn. Aan de woningnood waarover continu gesproken wordt kan een overbevolkte gemeente als Capelle ook niet veel doen, buiten het Rivium, waar hopelijk ooit een keer gebouwd zal worden. Als de eigenaar van het pand steeds blijft dreigen met het lage vierkante blok, daag die dan maar een keer uit om het te doen. Belangrijker is het woningen neer te zetten met een fatsoenlijke huur, zodat de zogenaamde empty nesters die nu nog in een te grote woning wonen met een kleine restschuld op de hypotheek kunnen verhuizen naar fatsoenlijke woningen en zo een doorstroming op gang komt.
Van de wethouder wil hij graag weten of de omwonenden is gevraagd wat zij vinden van de drie varianten. Ten slotte het volgende. Een van de insprekers heeft gevraagd waarom het gebouw zou moeten worden opgeschoven naar voren. Hij heeft ooit begrepen dat dat was om rekening te houden met de stichting die erachter zat. Maar is het niet belangrijker om het niét te doen en rekening te houden met de bewoners die er wonen? Want die zullen er waarschijnlijk wat langer wonen dan de mensen in die stichting zitten. De heer HARTOG zegt allereerst de insprekers dank voor hun inbreng. Dat hier sprake is van een bijzonder proces, is al vaker betoogd en dat zal hij niet meer gaan herhalen. De raad wordt nu geconfronteerd met een keuze uit drie scenario’s. Zoals mevrouw Penterman en de heer Oudshoorn al hebben gezegd, zou het nu veel meer moeten gaan om het stellen van kaders voordat wordt overgegaan tot het maken van een keuze. Daarbij denkt hij niet zozeer aan een uitgebreide Centrumvisie als wel aan een beperkte versie daarvan. Voor de stelling dat hiervan geen precedentwerking uitgaat heeft hij geen onderbouwing aangetroffen in de stukken. Er wordt wel gezegd dat er juridisch naar is gekeken, maar hij heeft er zijn twijfels over en hij is niet de enige. Als het over kaders gaat wijst hij erop dat er woningen nodig zijn, en wel betaalbare woningen. Dat is waar GroenLinks voor pleit.
Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt ook namens het CDA dank aan de insprekers. De afgelopen jaren is samen met heel veel raadsleden en het college een zoektocht ondernomen naar mogelijkheden voor behoud van het pand. Mevrouw Tieman heeft er uiteindelijk nog technische vragen over gesteld in een poging om er als gemeente op een maatschappelijk verantwoorde wijze mee om te gaan, niet in de vorm van staatssteun, zoals het wel eens verwoord is, maar om te zien of de gemeente er nog wat aan had kunnen doen met een aantal dingen. Het CDA is nooit voorstander geweest van sloop, maar juist van behoud van dit unieke gebouw. In Nederland zijn al verschillende soortgelijke gebouwen van dezelfde architect benoemd tot monument. Het is jammer dat daarvoor in de Capelse monumentennota geen aansluiting gevonden kon worden. Hopelijk zal daaraan later nog eens aandacht worden geschonken, zeker als straks gesproken zal worden over wat latere bouwstijlen richting de jaren negentig. Met mevrouw Penterman is zij het geheel eens dat eerst de gebiedsvisie aan de orde dient te komen. Sowieso dienen eerst de kaders te worden vastgesteld, zoals het CDA altijd heeft verkondigd. Pas dan kun je daaruit voortvloeiend iets anders gaan doen. Het eerste basisprincipe is de Stadsvisie, waaruit dan eventueel nog deelvisies komen, of een Centrumvisie in dit geval.
Wat betreft de hoogte, heeft zij de heer Weijers wel eens horen zeggen dat in dit hoogste gebouw in het centrum het hart van de democratie behoort te zetelen. Dat vond zij een hele mooie die ze ook altijd meeneemt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 19 van 31
Het is ook het beeldbepalende gebouw waar je naar kijkt als je straks op het Stadsplein op de nieuwe terrasjes zit. Ze kan zich voorstellen dat de ontwikkelaar van de d’Amandelhof zich nu wel eens achter zijn oren krabt, denkend aan hoe hij heeft zitten mutsen met die negen en die elf etages, terwijl een andere ontwikkelaar nu zomaar even een 70 meter hoge toren kan neerzetten. Dat zou nu ook een plek kunnen zijn om er een toren van 70 meter neer te zetten; het is een van de plekken die je daarvoor zou kunnen gebruiken. Ook het CDA heeft in het juridisch advies geen motivatie kunnen vinden waarom deze plek zo uniek zou zijn dat daarvoor een uitzondering moet worden gemaakt. Mevrouw Feuth had het over bouwen voor de toekomst. Nou ja, laat dan die 70 bij 30 maar komen, dan komen daar mooie zorgwoningen in, want wellicht zijn de omwonenden de bewoners van dat gebouw in de toekomst en misschien zijn er wel meer Capellenaren die daarop zitten te wachten. De vorm van bejaardenhuis is verdwenen, dus dan kun je ook zeggen: bouw dan die 70/30 maar, dan heb je in ieder geval wel zorgwoningen. Het is belangrijk na te denken over wat voor soort woningen gewenst zijn in het centrum. De duurdere koop loopt terug, daar is minder vraag naar, er wordt niet meer overboden op koopwoningen, dus denk goed na over de vraag aan welke woningen nog behoefte bestaat in het centrum.
Iedere keer weer wordt geroepen dat er gebouwd moet worden voor jongeren en voor ouderen, die doelgroepen komt ze bij alle projecten tegen, maar misschien moet het ook een andere doelgroep zijn. Mevrouw FEUTH attendeert erop dat zij heeft betoogd dat gebouwd moet worden voor de volgende generaties. De generatie die mevrouw Den Engelsman beschrijft zit nu zelfs al in deze zaal! Zij heeft echt een andere doelgroep bedoeld. Mevrouw DEN ENGELSMAN beaamt dat. Zij sluit ook aan op die doelgroep, want als die 70/30 gebouwd wordt, kunnen de mensen die daar wonen op een gegeven moment zorg behoeven. Ook daarmee kan de doorstroming op gang worden gebracht om woningen te creëren voor de volgende generatie. Het zijn allemaal keuzes die gemaakt kunnen worden voor het centrum. Alleen heeft de raad nog geen kaderstelling gedaan. Met anderen is zij het eens dat eerst die kaderstelling aan bod dient te komen in een gebiedsvisie, waarna kan worden overgegaan tot een kavelpaspoort, een ontwerpbestemmingsplan, enz. Ook dat verhaal is nog niet duidelijk gemaakt: wanneer wordt gekozen voor een kavelpaspoort en wanneer wordt een ontwerpbestemmingplan vastgesteld? Mevrouw TIEMAN memoreert dat zij zich in de vorige commissievergadering vrij hard heeft gemaakt om de behoudoptie toch nog een keer te bekijken.
Er is een collegebrief over verschenen en mevrouw Den Engelsman en zij hebben er nog technische vragen over ingediend. Zij twijfelt niet aan de inspanningen van de wethouder op dit punt, ze heeft gezien hoe hij de bewoners hierin heeft meegenomen en daarvoor past alleen maar waardering. Toch was het voor de PvdA ook teleurstellend. Ze had gehoopt dat er een collegebrief zou liggen waarin iets stond in de trant van: als de gemeenteraad ‘dit’ bedrag wil betalen, kunnen daarmee misschien ‘die’ mooie dingen worden gedaan en dan is dat een behoudoptie. Inmiddels zijn de meeste andere fracties er wel van overtuigd dat behoud ‘helaas’ – zoals ze velen heeft horen zeggen – geen optie meer is en dan is ze ook niet van plan als een soort Don Quichot tegen windmolens te blijven vechten. Op één passage in de collegebrief wil ze nog even inzoomen, omdat ze die het meest pijnlijk vond, namelijk: “Om het pand alsnog aan te wijzen als monument, zou een wijziging van het erfgoedbeleid nodig zijn. Gezien de doorlooptijden hiervan is het niet realistisch dat het pand hiermee behouden kan blijven.” De Historische Vereniging heeft het verzoek om het pand tot gemeentelijk monument aan te wijzen al drie jaar geleden ingediend, de ‘behoudmotie’ van Leefbaar Capelle en de rest van de raad dateert van tweeënhalf jaar geleden.
Als toen de wijziging van het erfgoedbeleid was ingezet, waren die doorlooptijden inmiddels wel aardig verstreken. Dat doet dus wel een beetje pijn. Verder is ze er onlangs achter gekomen dat de Historische Vereniging ook nog bezwaar heeft gemaakt tegen de beslissing en uit het advies van de bezwarencommissie citeert zij het volgende: “De commissie doet het college ten slotte de aanbeveling om nog eens goed te kijken of in de Erfgoednota 2018 de jonge architectuur / jonge geschiedenis voldoende is beschermd voor de toekomst.” Het is een advies van 26 september 2020. Van de wethouder wil zij graag weten wat in de tussentijd met die aanbeveling gebeurd is.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 20 van 31
Dan de vraag die voorligt: voor welke variant kiest de PvdA? Het zal niemand verbazen dat de fractie geen steun verleent aan de 70 meter-variant. De argumenten daarvoor, een zevental, zet ze nog eens op een rijtje: 1. Zulke hoogbouw past niet in het Capelse centrum. De Stadsvisie heet nota bene ‘Stadsdorp’. Wat voor dorp is er nog over als hier gebouwen van 70 meter hoog worden neergezet? 2. Windhinder. Weliswaar wordt beweerd dat die mooie afgeronde hoeken voor minder windoverlast zullen zorgen, maar dat neemt niet weg dat gebouwen die nu ook al binnen de gehanteerde normen vallen, zoals de Vijverhof, de nodige windoverlast opleveren. Fiets of loop er eens langs met een rollator als het een beetje waait, dat is echt niet prettig. 3. Schaduw. Een tijdje geleden, het was al in het najaar, zat ze op het terras bij De Boekenkast en van het ene op het andere moment zat ze compleet in de schaduw omdat de zon achter het gemeentehuis verdween. Hoe meer hoge panden, hoe meer van dat soort problemen zullen ontstaan. 4. Toename van mobiliteit / verkeer. Hoe meer de hoogte wordt ingegaan, hoe meer woningen, hoe meer problematiek op dat punt. 5. Precedentwerking. Al is het niet een juridisch precedent, in de hoofden van mensen is het dat wel vaak. Overigens heeft de PvdA ook twijfel bij het juridisch advies. Daarover is ook een technische vraag gesteld.
Hoe uniek is deze locatie eigenlijk? De PvdA heeft dat niet kunnen ontdekken. 6. Niet alleen wordt de hoogte in gegaan, ook de footprint is hetzelfde als in de bestemmingsplanvariant, die niemand wil. Wat is eigenlijk de winst van dit hele hoge model? Weliswaar is de onderlaag iets minder hoog, wat tegemoetkomt aan enige bezwaren, maar nog steeds rest een heel kolossaal ondergebouw. 7. Oplossen van de woningnood wil de PvdA ook, tot op zekere hoogte wel te verstaan, want Capelle is al een van de meest dichtbebouwde gemeenten en het is dan ook de vraag in hoeverre dit allemaal in Capelle moet worden opgelost. De vraag is echter ook in hoeverre dit pand wel gaat bijdragen aan het oplossen van die woningnood. Veel zal afhangen van het type woningen dat er uiteindelijk komt. Het is op dit moment in ieder geval geen argument om de hoogte in te gaan. De PvdA-fractie kan zich ten slotte goed vinden in het voorstel van mevrouw Penterman om eerst de kaders te bespreken en pas daarna een beslissing te nemen over deze ontwikkelingsrichting. De heer HEERENS geeft te kennen dat een deel van de fractie ChristenUnie heel gecharmeerd is van het huidige pand en het als een gemis zou ervaren als het er niet meer zou zijn. Aan de andere kant kun je je afvragen of de houdbaarheidsdatum van het pand niet is overschreden.
Enigszins storend vindt hij dat in de discussie met nogal wat nadruk argumenten worden aangevoerd die naar zijn mening oneigenlijk zijn, zoals het feit dat het proces al drieënhalf jaar loopt. Nou en?, denkt hij dan. Ook het dreigement van de ontwikkelaar om de gronden te gaan ontwikkelen binnen de kaders van het bestemmingsplan maakt weinig indruk op de ChristenUnie. Waarschijnlijk zou het dan al lang zijn gebeurd, maar omdat het dan maatschappelijke zorg zou hebben moeten zijn, is het niet voor de hand liggend dat een ontwikkelaar daar een-twee-drie in zou zijn gestapt. Een feitelijk argument dat wel een rol speelt is de financiële haalbaarheid van het project: is het mogelijk daarin een gezonde exploitatie te draaien? De ChristenUnie heeft daarover haar twijfels bij het huidige pand, zeker als de gemeente weinig ideeën heeft voor een maatschappelijke bestemming. Om het rendabel te maken, zeker voor een ontwikkelaar, vraagt het best wel wat qua investering; daar zal dan ook wat tegenover moeten staan en dan moet misschien wel de hoogte in worden gegaan. Er zijn nog de nodige onduidelijkheden, zoals onder andere de precedentwerking. Net als de SGP vraagt hij zich af hoe doorslaggevend dat is. Ook over de hoogte, 50 of 70 meter, worden nogal wat tegenstrijdige geluiden gehoord.
Aan de ene kant wordt beweerd dat omwonenden een voorkeur zouden hebben voor 70 meter, maar er zijn ook andere geluiden. Is het duidelijk wat de voorkeur heeft van omwonenden? Zo niet, dan pleit hij ervoor daarnaar onderzoek te doen. Daarnaast is er ook wel wat voor te zeggen om eerst de Centrumvisie af te wachten en de rest wat verder in de tijd te schuiven, temeer daar de duur van drieënhalf jaar niet echt een doorslaggevend argument wordt gevonden. Al met al kan hij namens de ChristenUnie niet echt een duidelijk standpunt weergeven, omdat er nog te veel onduidelijkheden in het verhaal zitten.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 21 van 31
Wethouder FAASSEN begint zijn antwoord met de oproep van de VVD eerst een uitgangspuntendocument te produceren voordat een keuze wordt gemaakt over de hoogte van het gebouw. Om drie redenen vindt hij dat een nogal ingewikkeld voorstel. 1. De ontwikkelaar is al drieënhalf jaar lang in gesprek met de omwonenden en met de gemeente en in deze rechtsstaat gelden rechten en plichten voor bewoners, maar even goed voor ondernemers. 2. Indien de raad zou besluiten tot de 50 meter-variant, of de variant van maximaal 70 meter, is het de bedoeling een Centrumvisie te maken, 2.0 of hoe ze ook wordt genoemd, mét bewoners, ondernemers en de raad. Zou daarvóór een uitgangspuntendocument moeten worden gemaakt als door de VVD bepleit, die door de raad zou moeten worden vastgesteld, wat volgens hem wel de bedoeling was, dan zouden de bewoners worden overgeslagen. De heer OUDSHOORN werpt tegen dat afgesproken zou kunnen worden om daarbij wel de bewoners te betrekken. Wethouder FAASSEN beaamt dat, maar wijst erop dat het dan wel veel langer gaat duren. Het organiseren van een participatieronde op twee, drie of vier avonden met de bewoners zal al gauw een halfjaar vergen en als dán nog eens een Centrumvisie 2.0 moet worden gemaakt is het snel een jaar verder. Hij vervolgt met de laatste bedenking tegen het produceren van een uitgangspuntendocument: 3.
Het risico dat de ontwikkelaar binnen het bestemmingsplan kan ontwikkelen en het bestemmingsplan gaat dan vanzelfsprekend vóór zo’n uitgangspuntendocument. Met nadruk voegt hij er overigens aan toe dat de ontwikkelaar daarmee nooit gedreigd heeft, zoals vanavond meermalen is beweerd. Wel is van die zijde aangegeven dat het risico bestaat, maar dat mag. Wat betreft de precedentwerking, wijst hij erop dat op de vraag of de locatie voldoende uniek is wordt ingegaan in de beantwoording van de 21 technische vragen die door mevrouw Tieman en mevrouw Den Engelsman zijn gesteld. In het juridisch advies hierover staat: “Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is vaak de locatie in de directe omgeving relevant voor de vraag wat aanvaardbaar is. Die omgeving is vaak in een bepaalde mate uniek en de beoordeling van de activiteiten treft een individuele en zelfstandige toets. Door de individuele omstandigheden van een geval toe te lichten ontstaat ruimte voor het bieden van maatwerk, waardoor minder snel een precedent wordt geschapen. In dit geval zal onder meer gekeken worden naar het stedenbouwkundige aanzicht en de effecten daarvan van schaduw, wind en inkijk op de directe omgeving. Wanneer op een later tijdstip een visie gemaakt wordt voor het centrum kunnen op dat moment specifieke kaders voor de bouwhoogtes meegegeven worden voor de rest van het centrumgebied.
Bij een gebouw van maximaal 70 meter hoog aan de Kerklaan wordt geen precedent geschapen voor de rest van het centrumgebied.” Mevrouw PENTERMAN vat samen dat hier wordt aangegeven dat, als het gebouw en zijn omgeving voldoende uniek is, geen sprake is van een precedent. Wat is dan in dit geval zo onderscheidend dat het geen precedentwerking zou hebben? Wethouder FAASSEN repliceert dat een paspoort zal worden gemaakt waarin die unieke karakteristieken naar voren zullen komen De heer HOLLEMAN merkt aanvullend op dat bij het vaststellen van de Centrumvisie voor de verschillende locaties hoogtes kunnen worden bepaald, waardoor dit geen precedentwerking zal hebben voor andere locaties. Mevrouw PENTERMAN noemt het bijzonder dat het alleen over de hoogte zal gaan op het moment dat het hoogste gebouw al geplaatst is. Mevrouw TIEMAN merkt op dat in het juridisch advies vooral staat dat de directe omgeving uniek moet zijn en dat daaruit de argumentatie moet worden gehaald met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Die directe omgeving is echter voor heel veel andere mogelijke locaties wel hetzelfde. Als er locaties in de directe omgeving zijn waar men ook zo’n 70 meter hoge toren zou willen, gaat het argument dus niet meer op.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 22 van 31
Wethouder FAASSEN citeert uit het juridisch advies: “Het antwoord op de vraag of het toestaan van een 70 meter hoog gebouw in het centrum een precedent schept voor andere toekomstige ontwikkelingen is ‘neen’. Dit kan gemotiveerd worden doordat sprake is van een uniek geval waarbij ruimtelijke argumenten een centrale rol zullen vervullen, gelet op het criterium van de goede ruimtelijke ordening.” Niet voor niets is hiervoor een extern jurist ingeschakeld, want het is bijzonder ingewikkeld. Mevrouw TIEMAN verzekert dat zij niet twijfelt aan het advies. Volgens haar is echter de conclusie die hier ambtelijk of bestuurlijk uit getrokken wordt niet juist. De VOORZITTER doet een poging wat klaarheid te scheppen. Door een kavelpaspoort op te stellen en daarin deze locatie met deze hoogte te benoemen, is die volgens hem uniek en daarmee geen precedent voor andere ontwikkelingen, als het daarin anders wordt opgeschreven. Zijns inziens is dat de volgorde die door de jurist is aangegeven. De heer OUDSHOORN gelooft wel dat juridisch gesteld kan worden dat sprake is van een precedentwerking, ook al vindt hij het juridisch advies vrij zwak onderbouwd. Als ervoor wordt gekozen het op één locatie te doen en te bepalen dat de rest nog maar maximaal 25 meter hoog mag worden, is er juridisch gezien geen precedentwerking.
Zoals mevrouw Tieman echter al zei, gaat het om de conclusie die uit dit juridisch advies wordt getrokken, namelijk dat als dit gebouw eenmalig tot deze hoogte wordt gebouwd, het automatisch niet meer zo is dat daarnaast nog meer van die gebouwen komen. De architect die dit voorstel heeft voorgelegd heeft in een mooie presentatie met allemaal hoogtelijnen van bebouwingen betoogd dat bij doortrekking van die lijnen alleen nog maar een toren van 70 meter passend zou zijn. In de hoofden van ontwikkelaars en architecten wordt geredeneerd dat, als er al een toren van 70 meter staat en vervolgens een toren van 55 meter van het gemeentehuis, bij het doortrekken van die lijn de volgende toren 95 meter zal zijn. Met een juridische precedentwerking heeft dat niets te maken. Daar is de SGP-fractie beducht voor. Zijn vraag hierbij is of de wethouder deze lijn kan volgen. Wethouder FAASSEN begrijpt wel wat hier wordt gezegd, maar snappen doet hij het niet. Zojuist heeft hij al uitgelegd dat de raad hierna zelf een Centrumvisie gaat opstellen, waarin gewoon kan worden bepaald hoe hoog iets mag worden. Mevrouw PENTERMAN refereert aan wat de wethouder eerder zei over de lange tijd die gemoeid zou zijn met een kaderstelling, Centrumvisie en participatie.
Zou zij dan, zolang die Centrumvisie er nog niet is, met een groepje bevriende ontwikkelaars wel drie torens kunnen bouwen? Wethouder FAASSEN repliceert dat er al wat initiatieven zijn binnengekomen, waaraan echter geen medewerking wordt verleend, omdat er eerst een Centrumvisie 2.0 moet komen, uiteraard afhankelijk van wat er gaat gebeuren met het ING-pand. De heer Oudshoorn bepleitte een juiste volgorde van de dingen. De kaders die deze noemde zijn er al, zij het nog niet ten aanzien van de hoogte. De heer OUDSHOORN werpt tegen dat het niet alleen om de hoogte gaat, maar ook om de vraag hoeveel van die hoge panden men zou willen hebben op een bepaalde oppervlakte in het centrum. Juist die kaders zouden moeten worden opgenomen in een Centrumvisie. Net als veel andere partijen roept hij op dat eerst te doen. Het argument dat de ontwikkelaar al drieënhalf jaar moet wachten zou hij willen scharen onder wat de VVD vaak ‘ondernemersrisico’ noemt. Per slot van rekening wist de ontwikkelaar bij aankoop dat de beoogde ontwikkeling op dat moment nog niet kon plaatsvinden, aldus het risico nemend dat daarop enige jaren gewacht zou moeten worden. Wethouder FAASSEN herhaalt, nogmaals benadrukkend dat dit niet als dreigement mag worden beschouwd, dat de ontwikkelaar hierin ook diens eigen plan zou kunnen trekken.
Tot de heer Vlot, die aangaf dat de ontwikkelaar hier altijd wint, merkt hij op dat heel wat projecten die worden ingediend door de gemeente worden afgewezen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 23 van 31
Volgens de heer Van Gent zou de wethouder van Capelle een Manhattan aan de IJssel willen maken. Hij hoopt dat hiermee niet op hem is gedoeld. Zoals eerder aangegeven, zou men graag een kavelpaspoort willen maken ten aanzien van het ING-pand en er komt een Centrumvisie waarbij de raad, de bewoners, de ondernemers en de eigenaar met elkaar in gesprek gaan over vragen als hoe hoog het wordt, hoe dicht, enz. Of het dan een Manhattan aan de IJssel wordt, is vooral aan de raad. De vraag waarom het pand wordt opgeschoven laat hij graag aan de ambtelijke assistentie over. De heer HOLLEMAN licht toe dat het, als een nieuwbouwpand gekozen wordt dat afwijkt van het bestemmingsplan, heel logisch is na te gaan waar dat pand het beste gerealiseerd kan worden in deze omgeving. Als het beter past in de omgeving, kan ook buiten de huidige eigendomsgrenzen worden gekeken. Dat is wat hier is gebeurd. De kavel wordt er niet mee vergroot, het idee is dat het opgeschoven wordt, zodat er wat ruimte komt tussen deze kavel en die van de Groene Burcht. Zo wordt ook de relatie met de Kerklaan en de Koperwiek veel meer aangegaan. Mevrouw TIEMAN wijst erop dat door de bewoners veel zorgen zijn geuit over deze verschuiving.
Welke bezwaren zou het opleveren als dit niét wordt gedaan en het pand op de huidige plek zou blijven? Wethouder FAASSEN antwoordt dat ook dat uiteindelijk in het kavelpaspoort zal moeten blijken. Ook daarover zal met elkaar in gesprek worden gegaan. Het enige wat nu van de raad wordt gevraagd is welke opdracht het college meekrijgt voor de hoogte van het gebouw, of géén opdracht; dat kan ook. De heer VAN GENT constateert dat hiermee nog steeds geen antwoord is gegeven op de vraag waaróm tot deze opschuiving wordt besloten. Het enige effect ervan is dat er meer ruimte komt tussen het kavel erachter en het nieuwe gebouw, maar waarom moet dat en mag het niet gewoon op dezelfde plaats blijven? Wethouder FAASSEN zet uiteen dat bij een nieuwe ontwikkeling altijd wordt nagegaan op welke plek die het beste past. Dat gaat ook gebeuren in het kavelpaspoort, afhankelijk van het besluit van de raad. De heer VAN GENT vraagt of dan zelfs besloten zou kunnen worden om de ranke toren maar helemaal achter op te plaatsen, als dat een betere plek zou zijn. Wethouder FAASSEN merkt op dat de raad daar zelf over gaat in het kavelpaspoort. Mevrouw DEN ENGELSMAN informeert of de hoogte het enige kader is dat meegegeven kan worden voor een kavelpaspoort. Wethouder FAASSEN wijst erop dat bij het gevraagde besluit ook nog ambities staan.
Vervolgens wordt dan met elkaar in gesprek gegaan en wordt al dan niet besloten, afhankelijk van wat de raad besluit, een kavelpaspoort te maken. Mevrouw Tieman citeerde, overigens niet uit de collegebrief, maar uit de schriftelijke beantwoording van de technische vragen: “Om het pand alsnog aan te wijzen als monument, zou een wijziging van het erfgoedbeleid nodig zijn. Gezien de doorlooptijden hiervan is het niet realistisch dat het pand hiermee behouden kan blijven.” Er staat echter nog een niet onbelangrijke zin onder, namelijk: “De ontwikkelaar mag het pand immers in de tussentijd slopen, zonder dat de gemeente dit tegen kan houden.” Dát is de reden waarom het niet realistisch zou zijn het pand te behouden. Mevrouw TIEMAN geeft aan dat zij daarover een ándere vraag had gesteld, namelijk wat gedaan was met de aanbeveling van de bezwarencommissie om het erfgoedbeleid aan te passen, om jonge architectuur en jonge geschiedenis te beschermen. Bij het ándere had zij geconstateerd dat het jammer is dat dat nu genoemd wordt, terwijl dat tweeënhalf/drie jaar geleden gedaan had kunnen worden.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 24 van 31
Wethouder FAASSEN antwoordt dat nog geen wijziging van het erfgoedbeleid is ingezet. Wel is het eind ’22 in het concept van het onderzoek naar de gebouwde omgeving Capelle in de periode ’45-’90 opgeleverd, dat in maart aan de raad zal worden gepresenteerd en actief worden betrokken. Daarna zal het erfgoedbeleid nader onder de loep worden genomen. Mevrouw TIEMAN zegt daarvan op de hoogte te zijn. Volgens haar gaat dat echter om het post ’65-onderzoek, het landelijke initiatief om juist ook naar de bouwperiode 1965-1990 te kijken. Weliswaar sluit dat hierop enigszins aan, maar vanuit een heel andere geschiedenis. Zij wil specifiek weten wat de afgelopen twee jaar is gedaan met de aanbeveling van de bezwarencommissie aan het college. Het is fijn dat dat andere eraan komt, maar eigenlijk had al lang actie moeten worden ondernomen op deze aanbeveling van de bezwarencommissie. Wethouder FAASSEN zegt toe aan de hand van de collegebrief en de beantwoording te zullen nagaan wat daarmee is gebeurd. De vraag van de heer Heerens hoe de omwonenden aankijken tegen de hoogte van al dan niet 50 of 70 meter, kan hij niet beantwoorden.
De bewoners die hij tijdens de bijeenkomst heeft gesproken wilden in principe allemaal het ING-pand behouden en er waren ook mensen bij die zeiden dat ze, als het dan niet anders kon, de voorkeur zouden geven aan de hoge, smalle toren, maar of ze er allemaal zo over denken weet hij niet. r De VOORZITTER zegt dank voor de beantwoording in eerste termijn. Kijkend naar de tijd, het is inmiddels half twaalf, legt hij de commissie de vraag voor of zij deze avond ook nog het volgende onderwerp wil behandelen, of daarvoor de reservedatum wil benutten. Bij een inventarisatie stelt hij vast dat de meningen uiteenlopen en ongeveer fifty-fifty zijn. Op voorwaarde dat de bespreking van het huidige onderwerp rond middernacht zal zijn afgerond en dat een uiterste inspanning aan de dag zal worden gelegd om de spreektijd bij het volgende onderwerp zoveel mogelijk te beperken, stelt hij voor de vergadering voort te zetten. Daarmee wordt ingestemd. Tweede termijn Mevrouw PENTERMAN moet zeggen dat het haar niet helemaal duidelijk was wat de wethouder precies bedoelde met zijn opmerking dat zowel de bewoners als de ontwikkelaars rechten en plichten hebben. Een nadere duiding daarvan zal zij op prijs stellen. In eerste termijn had zij voorgesteld een uitgangspuntendocument op te stellen, omdat het lastig zou zijn de hele Centrumvisie tijdig afgerond te hebben.
Volgens haar is er voldoende steun in de raad voor het voorstel om eerst de kaders en uitgangspunten helder te hebben. In zijn antwoord heeft de wethouder aangegeven dat al een aantal verzoeken zijn binnengekomen voor hoogbouw in het centrum. Welke rechtsgrondslag is er om deze nieuwe verzoeken te weigeren? Het antwoord op de vraag van mevrouw Den Engelsman vond zij niet helemaal helder, vandaar dat zij nu concreet de vraag stelt waarom op hoogte nú richting moet worden gegeven en de rest in het kavelpaspoort kan. De heer SPRUIT dreigt het spoor enigszins bijster te raken en legt de wethouder daarom het volgende voor. Uitgangspunt is dat er een kavelpaspoort komt waarover ook participatie plaatsvindt. De mensen die in de buurt wonen van het huidige ING-gebouw hebben dan de gelegenheid daarover mee te praten. Vervolgens kan de raad er iets van vinden, en dan kan het gaan over de vraag of het gebouw wel of niet een aantal meters moet worden verschoven, het volume en andere uitgangspunten. Als in plaats daarvan gekozen wordt voor een Centrumvisie 2.0, wordt het hele centrumgebied in beschouwing genomen.
Hebben de omwonenden van het ING-gebouw dan naar de mening van de wethouder betere mogelijkheden om te beïnvloeden dan wanneer gegaan wordt voor een kavelpaspoort? Zelf heeft hij het gevoel dat een kavelpaspoort voor de bewoners beter is, omdat ze dan stevig mee kunnen participeren over die specifieke locatie, terwijl anders het hele gebied ter discussie staat. Mevrouw FEUTH sluit zich daarbij aan. Een antwoord op die vraag lijkt haar namelijk zeer verhelderend.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 25 van 31
De heer OUDSHOORN brengt daartegen in dat naast de Centrumvisie, waarin de grove kaders gesteld worden, voor de locatie zelf een bestemmingsplan, gebiedspaspoort of kavelpaspoort nog steeds nodig blijft. De discussie maakt zijns inziens duidelijk dat de meerderheid van de commissie er voorstander van is om eerst de kaders helder te krijgen. Hij pleit er dan ook voor hierbij niet te lang meer stil te staan, maar het gewoon te gaan doen. Dat het dan wat langer gaat duren, zij zo. Zorgvuldigheid is belangrijker dan snelheid, zeker omdat het hier een heel gevoelig iets betreft dat voor de komende tientallen jaren beeldbepalend zal zijn in het centrum. Diverse keren is verwezen naar de Capelse maat. Zijns inziens suggereert die term dat gekeken wordt naar de huidige situatie, en in die situatie zijn er gebouwen van 30, 40 meter hoog in het centrum. Als dat de Capelse maat is, moet ook een beetje die richting op worden gedacht. In de kaderstelling kan dat verder vorm krijgen. De heer VAN GENT hoort iedere keer weer zeggen dat de projectontwikkelaar al drieënhalf jaar bezig is, en dat zal best, maar iedereen weet dat de ING pas verhuisd is. Ook voordien is de projectontwikkelaar dus al bezig geweest en heeft ondertussen ook al een huurder gehad, al zijn daar andere afspraken mee gemaakt, maar dat is in de koopsom verwerkt.
Er zijn wel meer projecten die langer geduurd hebben, zowel voor projectontwikkelaars als voor bewoners. Zijn vraag aan de wethouder is daarom: welke termijn zouden zowel bewoners als projectontwikkelaars dan moeten wachten op een besluit? Mevrouw DEN ENGELSMAN blijft, evenals mevrouw Penterman en de heer Oudshoorn, vasthouden aan een juiste volgordelijkheid der dingen: eerst Centrumvisie en dan kavelpaspoort. Dat is de Capelse methode en zo wordt hier gewerkt. Zij zou niet weten waarom het in dit geval anders zou moeten. Ten slotte een vraag die zij in eerste termijn was vergeten. Het betreft de technische vraag nr. 15 die door mevrouw Tieman en haar was gesteld, waarin werd verwezen naar de afspraak in het coalitieakkoord dat, waar sprake is van sloop en nieuwbouw, in beginsel wordt uitgegaan van een gelijkblijvende footprint. Daarop werd geantwoord dat deze wens uit het coalitieakkoord niet verenigbaar is met de situatie ter plaatse. Zij verzoekt in een collegebrief aan te geven wat het college dan nog met deze ambitie zou willen doen. Mevrouw TIEMAN vindt de discussie over het verschuiven van het bouwvlak wat warrig worden. Ze begrijpt dat dit in het kavelpaspoort zal worden uitgewerkt, maar het staat nu wel in de variant waarvoor soort van gekozen wordt, en waarvoor de PvdA overigens niet kiest.
Door de wethouder is enkele malen benadrukt dat het risico bestaat dat volgens de bestemmingsplanvariant gebouwd zal worden. De PvdA-fractie is zich daarvan ten volle bewust en loopt dat risico dan ook bewust. Wat zij in eerste termijn heeft vergeten te benadrukken is dat het belang van behoud van het pand voor de PvdA-fractie vooral is gelegen in de architectonische waarde, wat ook de reden is waarom zij de vraag over de erfgoednota nogmaals heeft gesteld. Naar aanleiding van de door sommigen bepleite volgordelijkheid der dingen is door de wethouder opgemerkt dat daardoor mogelijkerwijs de participatiemogelijkheid in het gedrang zou komen. Dat is natuurlijk niet wat de PvdA voor ogen heeft, maar ook zij ziet die volgordelijkheid graag. De heer HEERENS vraagt of onder de omwonenden nog zal worden onderzocht welke hoogte de voorkeur heeft, 50 of 70 meter. Wethouder FAASSEN gaat allereerst in op de vraag van de heer Van Gent naar de termijnen. Hij gaat ervan uit dat dan voor optie 1 wordt gekozen. Het risico daarvan is dat de ontwikkelaar een eigen plan zal trekken. Overigens heeft hij inmiddels begrepen dat iedereen zich daarvan bewust is. Het gaat trouwens niet eens zozeer om die termijnen, als wel om het feit dat de gemeente al een hele tijd samen met de ontwikkelaar en de bewoners bezig is te bezien welke oplossing bedacht kan worden.
Een termijn is dan minder van belang, want ook de ontwikkelaar heeft het plan al een paar keer aangepast op basis van de gesprekken die zijn gevoerd. De door mevrouw Den Engelsman gevraagde collegebrief zegt hij toe.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 26 van 31
Als de raad ervoor kiest eerst een visie te laten opstellen voor het centrum, zal sowieso aan de bewoners, en trouwens ook aan de ondernemers, worden gevraagd wat zij willen met het gebied. Ook als de raad kiest voor óf een max 50-, óf een max 70-variant, zal in het kader van het kavelpaspoort met de bewoners in gesprek worden gegaan. Mevrouw FEUTH vraagt wie de wethouder bedoelt als hij het steeds over ‘de bewoners’ heeft: de bewoners van de centrumring, de direct omwonenden van de centrumring, of alle bewoners van Capelle. Wethouder FAASSEN antwoordt dat het, als het om de Centrumvisie gaat, natuurlijk de bewoners en ondernemers in het centrum zullen zijn. Gaat om een kavelpaspoort, dan zullen het de direct omwonenden zijn. Mevrouw FEUTH verduidelijkt dat het haar meer gaat om het ontwikkelen van een totale Centrumvisie. Worden dan alleen de mensen bevraagd die daar wonen, of alle Capellenaren die er gebruik van maken? Wethouder FAASSEN moet zeggen dat hij daar nog niet over heeft nagedacht. Van de heer Spruit heeft hij de vraag genoteerd welke betere mogelijkheden de bewoners hebben om te beïnvloeden hoe het ontwerp eruit komt te zien. Die snapt hij even niet… De VOORZITTER meent dat de heer Spruit wil weten waar de bewoners de meeste mogelijkheden hebben om hun stem te laten horen: bij een Centrumvisie of bij een kavelpaspoort. De heer SPRUIT bevestigt dat.
De heer Oudshoorn suggereerde dat bij het maken van een Centrumvisie 2.0 ook voor dit gebied wederom een kavelpaspoort van toepassing is. Als dat zo is, zijn de bewoners weer helemaal aan zet, maar als er vanwege het feit dat er een centrale visie ligt geen gebiedspaspoort meer nodig is, dan zijn ze minder aan zet. Zijn vraag is dan ook: hoe steekt dat precies in elkaar? Wethouder FAASSEN licht toe dat bij het maken van een gebiedspaspoort in principe geen kavelpaspoort meer nodig is voor het ING-pand. De VOORZITTER vreest dat er nu dingen door elkaar heen gaan lopen. Mevrouw Penterman had het weliswaar over een Centrumvisie, maar er is altijd sprake geweest van een gebiedspaspoort centrum. Wellicht is het verhelderend dat de wethouder aangeeft wat deze voor ogen heeft: een gebiedsvisie voor het centrum, of een gebiedspaspoort voor het centrum? Voor de ING-locatie is het een kavelpaspoort, dat is helder. Wethouder FAASSEN bevestigt dat het voor de ING-locatie een kavelpaspoort is, voor het centrumgebied is het een visie. De VOORZITTER vraagt of zijn conclusie juist is dat er daarna nog een kavelpaspoort komt voor de ING-locatie. Wethouder FAASSEN beaamt dat. Vervolgens gaat hij in op de vraag van mevrouw Penterman welke gronden er zijn om andere initiatieven te weigeren. Het klinkt misschien raar, maar dat is het bestemmingsplan.
Mevrouw PENTERMAN vraagt of daarvan nu wordt afgeweken omdat dit traject al lang loopt. Wethouder FAASSEN bevestigt dat dat enerzijds inderdaad het geval is, anderzijds vanwege het risico dat inmiddels bekend mag worden verondersteld. De VOORZITTER stelt een korte schorsing voor om te beraadslagen over de manier waarop hiermee te werk moet worden gegaan in de richting van de raad. Daarmee wordt ingestemd.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 27 van 31
De VOORZITTER schorst hierop om 23.52 uur de vergadering. SCHORSING De VOORZITTER heropent om 00.02 uur de vergadering. Hij deelt mee dat de heer Vlot inmiddels de vergadering heeft verlaten. Hij verzoekt de wethouder mede te delen wat de beraadslagingen tijdens de schorsing hebben opgeleverd. Wethouder FAASSEN deelt mee dat hij in de commissie geen meerderheid heeft kunnen bespeuren voor het voorstel van het college. Hij hecht echter wel aan besluitvorming door de raad. Uitstel totdat een gebiedsvisie is opgesteld kan leiden tot de bestemmingsplanvariant, dus een expliciete keuze voor een blok van 30 meter. Voor optie 2 heeft hij nog geen amendement gehoord. Hij wil een en ander nu eerst graag in het college bespreken. Van het resultaat daarvan zal melding worden gemaakt in een collegebrief, óf er zal een raadsvoorstel verschijnen. De heer OUDSHOORN werpt tegen dat hiermee geen recht wordt gedaan aan de gevoelens die vanavond door de commissie naar voren zijn gebracht. De overgrote meerderheid van de commissie heeft aangegeven geen keuze te willen maken en toch wil de wethouder het punt nu voorleggen voor een keuze. Het voelt aan alsof de commissie hiermee wordt overgeslagen. Wethouder FAASSEN verduidelijkt dat dit zijn voorstel zou zijn. Hij zal het echter nog in het college bespreken en voor hetzelfde geld komt er dan iets anders uit.
Mevrouw DEN ENGELSMAN verzoekt in de collegebrief ook aan te geven wat de consequenties zouden zijn als de ontwikkelrichting door de raad wordt afgewezen voor het opstellen van een kavelpaspoort. Wethouder FAASSEN zegt dit met alle plezier toe. Mevrouw FEUTH vraagt of de enige optie wel of niet instemmen met dit voorstel is, of dat er nog een andere optie is, te weten een voorstel voor een kavelpaspoort. De VOORZITTER zet uiteen dat met dit voorstel de ambities worden meegegeven om een kavelpaspoort op te stellen. De raad mag er nog van alles van vinden en dat in moties of amendement tot uitdrukking brengen. Blijft het college bij het voorstel om dit in de raad te bespreken, dan kan in de raadsvergadering weer een ordevoorstel worden gedaan om het van de agenda te halen. De wethouder kiest er nu voor om het wel door te voeren naar de raad, maar zal dat eerst in het college overleggen. Wat eruit komt, zal blijken in de raadsvergadering, en wellicht nog worden toegelicht in een collegebrief, en dan is het aan de raad om daarover het gesprek te voeren, waarna al dan niet om een besluit zal worden gevraagd. Hierna sluit hij de beraadslagingen over het voorstel, onder dankzegging aan de mensen op de publieke tribune voor hun aanwezigheid en voor het geduld dat zij daarbij hebben moeten betrachten. (De heer Van Gent verlaat de vergadering.) 6.
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Fascinatio Boulevard kavel 1K1 De heer OUDSHOORN deelt mede dat de verklaring van geen bedenkingen wat de SGP-fractie betreft afgegeven kan worden. Eerder heeft de fractie een opmerking gemaakt over de parkeernorm. De SGP blijft erbij dat het niet de juiste route is om af te wijken van de standaardregel dat het geldende beleid op het moment van de aanvrage telt, en hij is benieuwd naar een reflectie daarop van de wethouder. maar het zij zo. Mevrouw FEUTH betuigt instemming met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen en voegt eraan toe dat het voorstel wat D66 betreft als hamerstuk kan worden afgedaan.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 28 van 31
De heer SPRUIT geeft te kennen dat de verklaring van geen bedenkingen ook wat Leefbaar Capelle betreft afgegeven kan worden. Veel van de bedenkingen en vragen die in de vorige vergadering naar voren zijn gebracht, worden opgenomen in de anterieure overeenkomst. Het belangrijkste bezwaar van Leefbaar Capelle was de prijs van de woningen. Daarin zijn wat aanpassingen aangebracht en die neemt de fractie voor lief. Mevrouw PENTERMAN maakt een compliment voor het mooie ontwerp, passend qua uitstraling en een goede ontwikkeling qua woningbouw. De enige zorg voor de VVD is de geluidsnorm. Het lijkt erop dat de grenzen van de regels worden opgezocht in plaats van dat de volksgezondheid als belangrijkste leidraad wordt genomen. Wellicht kan de wethouder daar nog kort op reflecteren, al is de tijd krap. De VVD stemt in ieder geval in met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. De heer HEERENS memoreert dat ook ChristenUnie-SGP eerder opmerkingen heeft gemaakt over de betaalbaarheid en over de prijzen. De aanpassingen die inmiddels zijn aangebracht zijn niet wereldschokkend, maar op zich kan de fractie zich daar wel in vinden. Mevrouw TIEMAN maakt melding van drie problemen waar de PvdA-fractie nog tegen aanloopt: de prijzen, het verkeer en het geluid. De wethouder zegt ze dank voor de moeite die hij zich heeft getroost om iets aan de prijzen te doen.
Het is nu vijf- tot tienduizend euro minder en dat zou betiteld kunnen worden als een druppel op de gloeiende plaat, maar beter iets dan niets. Ze begrijpt dat dit nu een redelijk gepasseerd station is en dat de hoge kwaliteitseisen, ook qua uitstraling, waarmee de fractie zeer tevreden is, ook iets kosten. In de toekomst zal er echter wel iets aan moeten worden gedaan. Men heeft het nu bij de studentenhuisvesting meegemaakt en mogelijk zal dezelfde discussie ontstaan bij de ING-locatie. Wat dat betreft kijkt de PvdA met smart uit naar het programma Wonen, zodat hiervoor betere kaders kunnen worden neergelegd. Over het verkeer had zij al een vraag gesteld in de vergadering van 13 september, met de constatering dat het in Fascinatio al vaak vast staat. Daarop antwoordde de wethouder dat woningbouw minder ‘spitsgevoelig’ is qua verkeerstoename dan wanneer er kantoorpanden zouden zijn gekomen. Dat kan wel zo zijn, maar dat neemt niet weg dat er nu al vaak opstoppingen zijn. Graag wil zij horen hoe dat zal worden opgelost. Net als de VVD ziet de PvdA bij het geluid een tendens om de grenzen op te zoeken. Er zijn hele inventieve oplossingen, aan de ene kant mooi, maar aan de andere kant is de principiële vraag of je bouwen op dit soort locaties zou moeten willen naast een N-weg.
Tegelijkertijd geldt hierbij hetzelfde als bij de studentenhuisvesting: er kan alleen getoetst worden op bestaande kaders en op ruimtelijke-ordeningsargumenten. Op basis daarvan zal de PvdA akkoord gaan met een verklaring van geen bedenkingen. Ten slotte. Er zou nog een keer met elkaar gesproken worden over wanneer welke procedure. Is al bekend wanneer dat gesprek gevoerd zal worden? Mevrouw DEN ENGELSMAN stelt vast dat het opzoeken van de grenzen met het geluid inherent is aan deze locatie. Er zal in ieder geval voor moeten worden gewaakt dat de gezondheid daardoor schade oploopt. In de ruimtelijke onderbouwing wordt gebruikgemaakt van een Amsterdamse bouwbrief. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft echter geen beleid vastgesteld voor het hanteren van deze bouwbrief. Ook hier worden dus weer grenzen opgezocht om te voldoen aan parkeernormen. Ze heeft overigens wel uitgerekend dat op basis van de nieuwe parkeernormen in de buurt wordt gekomen van die Amsterdamse bouwbrief; er is dan zelfs nog sprake van een overschot. In het vragenuurtje heeft ze nog gevraagd of niet één parkeerplaats kan vervallen aan het begin voor een mooie boom, zodat er een mooie zichtlijn blijft bestaan. Voordat het CDA een verklaring van geen bedenkingen kan afgeven, wil ze het even hebben over de omgevingsvergunning. Op pagina 11 wordt gesproken over 142 fietsparkeerplaatsen.
Conform de ruimtelijke onderbouwing zijn dit 142 lage fietsparkeerplekken, maar ook 142 hoge fietsparkeerplekken plus 12 fietsnietjes buiten. Dat zijn er iets meer dan de 142 vermeld in de omgevingsvergunning. Wordt dit nog aangepast in de omgevingsvergunning en op welke wijze? Ziet de wethouder voorts kans om de 46 woningen waarvoor nu een lager bedrag geldt onder de NHG-norm te houden, zodat ook jongeren nog een kans maken om een woning te kopen?
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 29 van 31
De heer HARTOG pleit er eveneens voor de 46 driekamerappartementen voor een prijs onder de NHG-norm aan te bieden. Daarvoor hoeft niet per se een bedrag te worden opgenomen, volstaan kan worden met een verwijzing naar de NHG, zodat daarover geen onduidelijkheid kan ontstaan. Van de ontwikkelaar heeft hij overigens begrepen dat de prijzen indicaties zijn, omdat de bouwprijzen e.d. nogal fluctueren op dit moment. Kan het college daarvoor iets meer garantie geven? Ook GroenLinks vindt het zorgelijk dat met de geluidhinder steeds maar weer de grenzen worden opgezocht in plaats van voor de bewoner te kiezen. Ten slotte sluit hij zich aan bij het pleidooi van mevrouw Engelsman om één parkeerplaats te schrappen, zodat de groenstrook doorgetrokken kan worden. Wethouder FAASSEN laat de technische vragen over het geluidsniveau graag over aan de heer Holleman. De heer HOLLEMAN benadrukt dat het het belangrijkste is dat de binnenwaarde maximaal 33 dB blijft en dat de geluidsisolatie van de wanden van dien aard is dat dat gegarandeerd kan worden. Geluidweringen aan de galerijen van de zuidgevel van het pand dragen daar mede aan bij. Het is inderdaad een geluidsgevoelige locatie, maar dat is een keuze. Wethouder FAASSEN deelt aan het adres van mevrouw Tieman mede dat het overleg waarnaar zij informeerde begin maart zal plaatsvinden bij de werkgroep Omgevingswet.
Met de ontwikkelaar is afgesproken dat de 46 woningen verkocht zullen worden in een bandbreedte van 325.000 tot 395.000 euro, prijspeil 2022, zijnde onder de NHG-grens. Aan het adres van de heer Hartog, die vroeg of dat indicaties zijn, of dat daarin nog wijzigingen kunnen plaatsvinden, merkt hij op dat dit is wat is afgesproken in de anterieure overeenkomst. Mevrouw DEN ENGELSMAN brengt te berde dat tijdens het technisch vragenuurtje werd teruggekoppeld dat de ontwikkelaar, als hij de prijzen zo enorm ziet stijgen, ook de prijzen van de koopwoningen zal verhogen. Hij kon niet garanderen dat ze dan onder de NHG-grens zouden blijven, vandaar dat ze erop aandringt te proberen de prijzen tot maximaal de NHG-grens te laten komen, en eventueel wat hoger als de duurzaamheidsmaatregelen erin zitten. Wethouder FAASSEN herhaalt dat het wel is afgesproken in de anterieure overeenkomst, maar hij begrijpt ook wel dat er een andere situatie ontstaat als de prijzen weer heel erg gaan stijgen en de markt weer aantrekt, wat niet gaat gebeuren overigens. De VOORZITTER neemt aan dat dan ook de NHG-grens omhoog gaat. Wethouder FAASSEN beaamt dat. Al met al vindt hij het ingewikkeld om dit na de gemaakte afspraak weer te gaan bespreken.
De heer HOLLEMAN merkt aanvullend op dat het ook voor de ontwikkelaar interessant is onder de NHG-grens te blijven, omdat dan een bepaalde doelgroep kan worden aangesproken die anders niet wordt bereikt. De VOORZITTER vraagt of de wethouder voornemens is er nog eens naar te kijken. Wethouder FAASSEN geeft te kennen daarover nog eens te moeten nadenken, want nogmaals: hij vindt het ingewikkeld om zoiets te doen na de afspraak die erover is gemaakt, temeer daar de prijzen na de gesprekken die zijn gevoerd al wat zijn verlaagd. Hoe het met de 142 fietsparkeerplaatsen precies in elkaar zit, zal hij eerst eens even moeten uitzoeken, tenzij de ambtelijke assistentie hierop nu al kan ingaan. De heer HOLLEMAN zet uiteen dat het zal moeten worden aangepast als het niet goed in de omgevingsvergunning staat, conform de ruimtelijke onderbouwing. Op verzoek van de wethouder gaat hij ook in op de vraag ten aanzien van de verkeersproblemen. Het grootste verkeersprobleem in Fascinatio is het uitgaande verkeer bij de avondspits.