02.01 - conceptverslag cie SOB 31-01-2023
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 31 januari 2023, in de Raadzaal, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
de heer ing. P. Eilander;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer J.S. Kolster MSc MA, raadslid VVD (1-5); mevrouw drs. C.T.F. Penterman, raadslid VVD (6-9); de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; de heer M.C.J. van Gent, raadslid Capels Bewoners Belang (1-5 en 7); de heer E. Hartog, burgerraadslid GroenLinks; mevrouw dr. W. Tieman, raadslid PvdA; de heer drs. P.C. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP;
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouder
:
de heer E.M.C. Faassen, wethouder; de heer S. Geissler, wethouder; de heer R. van Woudenberg, wethouder;
ambtelijke ondersteuning :
de heer B. Holleman, projectleider Stadsontwikkeling; de heer J. Kik, adviseur mobiliteit;
notulist
de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).
:
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij hoopt deze vergadering nog deze maand te kunnen afronden, waarmee maar gezegd wil zijn welke eindtijd hij in gedachten heeft! Bericht van verhindering is ontvangen van BVNL. Hij stelt voor na agendapunt 2 de rondvraag aan de orde te stellen voor wethouder Geissler, vervolgens de agendapunten 3, 4, 5 en 7 en daarna de agendapunten 6, 8 en 9. Aldus wordt besloten. 2. Vaststellen verslagen commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 1 november, 28 november, 8 december 2022 (openbaar en besloten) en 9 januari 2023 (besloten) De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.
1078241/1078749
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 2 van 31
8. Rondvraag (wethouder Geissler) De heer KOLSTER neemt aan dat het geen betoog behoeft dat het betalen van de energierekening momenteel een uitdaging kan zijn voor de Capellenaren. Mensen die gebruikmaken van stadsverwarming hebben, in tegenstelling tot andere Capellenaren, niet de mogelijkheid over te stappen van energieleverancier, maar zijn eigenlijk verplicht gebruik te maken van de aansluiting die Eneco hen biedt. Eneco heeft aangekondigd het vastrechttarief te gaan verhogen met ongeveer 14%, welke kosten niet worden gedekt door het prijsplafond, zodat deze prijsstijging direct voor rekening komt van de Capellenaar. Het is de VVD niet duidelijk waarom deze tariefverhoging tot stand is gekomen. Energie wordt weliswaar duurder, maar dat hoeft niet per se te gelden voor het transport over het energienet. Wat is ervoor nodig om met Eneco in gesprek te kunnen gaan over de mogelijkheden die er zijn om minder hoge tarieven door te voeren? Wethouder GEISSLER verzekert dat de betaalbaarheid van de energierekening ook voor het college een belangrijk punt van aandacht is. Het geldt ook voor de energierekening van Capellenaren die zijn aangesloten op de stadsverwarming. In het kader van de verduurzaming ligt het bovendien in de rede stadsverwarming breder toe te passen en dan is het uiteraard van belang dat het ook aantrekkelijk blijft.
De Autoriteit Consument & Markt houdt toezicht op de warmtetarieven en stelt elk jaar de maximumtarieven vast voor zowel de variabele als de vaste kosten. Voorts is bij de variabele kosten een prijsplafond van toepassing tot 37 gigajoule; daarboven geldt een door de ACM vastgesteld tarief, dat is gebaseerd op de gasprijs. Als de gasprijzen stijgen, werkt dat rechtstreeks door in de prijzen van de stadsverwarming en de gigajoules die worden afgenomen. Allereerst is het college van mening dat de koppeling met de gasprijs moet worden losgelaten. De vaste kosten bestaan uit het gebruiksonafhankelijke tarief, het meettarief en de huur van de afleverset. De tarieven van Eneco liggen onder de maximale tarieven van ACM, maar zijn wel hoger dan bij vergelijkbare warmtebedrijven in de regio. Ambtelijk is bij Eneco al nagevraagd een toelichting te verstrekken op de uitgangspunten, op de variabelen en de afwegingen die zijn gemaakt bij het vaststellen van de prijzen. Het college is ook van plan dat bestuurlijk aan te kaarten. Hoe dat precies zal gebeuren moet nog worden uitgewerkt, maar het is iets wat in de komende maand wel met de commissie gedeeld zal kunnen worden via een collegebrief. Naar aanleiding daarvan en van de reactie die komt van Eneco kan daarover nog nader met elkaar in gesprek worden gegaan. De heer KOLSTER toont zich tevreden met het antwoord van het college.
De heer VLOT zegt ook blij te zijn dat het college in dezen inspanningen wil verrichten, al weet iedereen natuurlijk dat op het handelen van Eneco of andere energiemaatschappijen geen enkele invloed kan worden uitgeoefend. Hij hoopt dat de gemeente in voorkomend geval aandacht zal hebben voor de inwoners die hierdoor harder worden getroffen dan anderen. Wethouder GEISSLER repliceert dat het vanzelf spreekt dat de gemeente daarvoor aandacht zal hebben. Het is onder anderen aan de heer Vlot om te beoordelen of dat ook in voldoende mate terugkomt in het beleid en eventueel het college daarop aan te spreken. 3. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER deelt mee dat vijf insprekers zich hebben gemeld voor agendapunt 7. De bijdrage van mevrouw Lincklaen zal hij zelf voorlezen. Voor inspraak over het agendapunt 6 heeft zich Wijkbelangen Fascinatio gemeld en ook die bijdrage zal door hem worden voorgedragen. Achtereenvolgens zullen nu het woord voeren de heren Van Rosmalen en Hofstede, mevrouw Ariës en de heer Bussink. De heer VAN ROSMALEN: Goedenavond, dames en heren. De titel van mijn pleidooi luidt ‘Kies voor de menselijke maat. Het ING-gebouw is in 2019 aangekocht door HIG en is eigendom van ERA Capital, een internationale vastgoedinvesteerder. In het profiel van ERA-Capital staat het doel van het bedrijf omschreven als het behalen van winst voor de investeerders.
Sociale woningbouw is niet de eerste prioriteit van deze ondernemer.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 3 van 31
In 2019 heeft voorafgaande aan de aanschaf van het pand overleg plaatsgevonden met de gemeente Capelle, waarbij het scenario sloop en nieuwbouw toen al uitgangspunt was. In de najaarsnota van 2019 werd hiervoor geld gereserveerd. Daarna is alsnog wel gekeken naar behoud van het pand, maar de eigenaar was nooit echt genegen tot verkoop. Vooral daardoor liep dit spoor dood. Nu komt het beeld naar voren dat sloop en nieuwbouw bijna onvermijdelijk zijn en dat de keuze voor hoogbouw het beste is. Daarbij worden diverse argumenten gebruikt, zoals de woningnood, de dreigende leegstand, het feit dat het allemaal al zo lang duurt en dat je de eigenaar niet aan het lijntje kunt houden. Kortom, de druk der omstandigheden. Ondertussen is er nog geen toetsingskader in de vorm van een gebiedsvisie op dit deel van het Capelse centrum. Bewoners beginnen zich machteloos te voelen. Er dreigt nu een ontwikkelingsrichting te worden gekozen die vooral gericht is op het belang van de investeerder. Vraag is of dit ook het maatschappelijk belang van Capelle dient, bijvoorbeeld van Capelse woningzoekenden. Ik denk dat jonge starters meer behoefte hebben aan een betaalbare woning en niet aan dure nieuwbouwwoningen. De beoogde nieuwbouw heeft een viermaal zo hoog bouwvolume als het ING-gebouw, dus vier keer zo veel stenen en beton.
Dat is alleen maar nodig om de investeerder zijn financiële doelstelling te laten halen, te weten winstmaximalisatie. Moet dat ook het doel zijn van de Capelse politiek? Het dreigt nu die kant uit te gaan. Een duurzaam pand met unieke architectuur moet daarvoor wijken. Moet de Capelse politiek meegaan in de keuze voor een pand dat zijn omgeving overheerst en de leefbaarheid in de omgeving schaadt? Veel, meest oudere Capellenaren vrezen het ergste. Hun woongenot dreigt ernstig te worden aangetast. Ik doe een beroep op u om deze weg niet te gaan, niet een ontwikkeling toe te staan die zonder beleidsmatig kader als een uniek geval wordt voorgesteld. Wat mij betreft moet je kijken naar het maatschappelijk nut en de behoefte van Capellenaren en niet vooral naar belangen van beleggers. Als er echt bereidheid is om het pand te behouden, dan is dit nog altijd mogelijk. Het zou heel cynisch zijn als het blokkeren van die mogelijkheid uiteindelijk wordt beloond met het terzijde schuiven van het bestemmingplan met een niet eerder in Capelle vertoonde bouwhoogte. In de Stadsvisie werd gesproken van een Capelse maat. De voorgestelde ontwikkelingsrichting met 70 meter bouwhoogte komt daarmee naar mijn mening niet overeen. Ik pleit voor de menselijke maat.
De heer HOFSTEDE stelt zich voor: Simon Hofstede, inmiddels vijf jaar bewoner van de Fluiterlaan en bijna even zovele jaren ondervindt hij daar herrie van de sloop en opbouw van Amandelhof, Hof van Capelle, de Harmonie waarmee men inmiddels bezig is en nu volgt de ING. Vrachtwagens rijden af en aan, al vanaf ’s ochtends zes uur staan gassende vrachtwagens voor de deur die de motor aan hebben, met als gevolg stank, schade, verzakkingen, CO2-uitstoot, asbest, roetdeeltjes op de sponningen aan de buitenant. Door het rijden van de vrachtwagens en het heien ontstaan scheuren in de woningen. Door de ING-toren, of die nu 70 meter breed wordt of in de hoogte, zal de waarde van de woningen verminderen. Het zonlicht gaat namelijk verloren, waardoor de gaskosten omhoog gaan, je kunt je was niet meer buiten drogen, er is geen uitzicht meer en geen privacy. Het gebouw zal er sowieso wel komen, verwacht hij, maar dit moest hem even van het hart. Mevrouw ARIËS: Goedenavond. Ik ben Elly Ariës, omwonende van de Kerklaan. Geacht college. Na het lezen van het collegevoorstel met betrekking tot de keuze van de ontwikkelingsrichting Kerklaan 450, viel mij op dat er opmerkingen in staan waar ik uw aandacht voor wil vragen. Op de pagina’s 1, 2, 6 en 8 staat de opmerking “Geen onaanvaardbare aantasting van het woonen leefklimaat”.
Als je het maar vaak genoeg zegt, ga je er misschien wel in geloven, maar wij weten wel beter. Natuurlijk wordt het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar aangetast. Weer geen groen erbij, maar stenen, lang leve de opwarming! Wereldwijd wordt ervoor gewaarschuwd, maar Capelle aan den IJssel, een plaats die in de top staat van dichtstbevolkte gemeenten van Nederland, wordt nog verder vol gebouwd. Op pagina 5 wordt een aantal doelredeneringen genoemd om u te overtuigen van de bouw van een pand van 70 meter hoog, onder andere het vergroten van de levendigheid van centraal Capelle. Hoezo vergroten van de levendigheid? Kom eens kijken, zou ik zeggen. Het toevoegen van een hoogteaccent langs de centrumring zou de beleving van het centrum verhogen. Hoe dan?
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 4 van 31
Nieuwbouw zou de uitstraling van het vernieuwde voet/fietspad tussen de Koperwiek en het Amandelpark kunnen versterken. Wat moet ik me hier nou weer bij voorstellen? Ook wordt de woningbehoefte genoemd. Dat is voor iedereen duidelijk, alleen maak ik mij ernstig zorgen over woningen voor de jongeren en ouderen omdat er in het centrum tot nog toe alleen maar duurdere woningen worden gebouwd. Op pagina 7 staat bij de variant van maximaal 70 meter tussen de regels door: “Voor een betere inpassing in de omgeving is deze variant ongeveer 5,5 meter opgeschoven richting de Koperwiek ten opzichte van het bestemmingsplan”. Hoezo een betere inpassing in de omgeving? De ontwikkelaar wil alleen maar een groter gebouw! Op pagina 7 staan bij de onderbouwing van ambities wederom doelredeneringen in plaats van het dienen van de Capelse burger, namelijk: “Door voordeuren aan de noordzijde krijgt het nieuwe gebouw een sterke ruimtelijke en functionele relatie met zijn directe omgeving”. Hoe moet ik dit nu weer interpreteren? Onderaan de pagina staat dat we een hoogwaardig fietspad krijgen. Wat moeten wij hier nou weer mee? Op pagina 8 valt de opmerking op “Het nieuwe gebouw moet voldoende flexibel zijn voor een eventuele transformatie om een situatie zoals die zich nu voordoet te voorkomen”.
Nou, die situatie had niet hoeven te ontstaan, want het bestaande gebouw hoeft met betrekking tot duurzaamheid helemaal niet te worden gesloopt. Dan nog de opmerking “Intensiveren op deze locatie gaat automobiliteit tegen door goede bereikbaarheid van voorzieningen”. Nou, deze opmerking kan ook naar het rijk der fabelen, aangezien er alleen maar meer auto’s bij zullen komen, en dat weet u ook allemaal wel. Geacht college. Ik reken op uw wijsheid inzake de ontwikkelingsrichting die gekozen wordt. De heer BUSSINK: Ik heb de samenvatting gelezen en daar staat in dat er geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving is. Het nieuwe pand zou 5,5 meter richting Koperwiek moeten schuiven, maar dat is volgens mij nog steeds gemeentegrond. Ik heb vandaag een foto gemaakt vanuit mijn woonkamer en als dit geen aantasting van mijn woongenot is, weet ik het ook niet meer. Als het kan, wil ik daar wel een aantal meters van die gemeentegrond kopen om het opschuiven te voorkomen, en met mij denk ik nog meer buren, maar het zou eventueel ook gebruikt kunnen worden voor het inrichten van laadpalen voor elektrische auto’s, tenzij die grond al is verkocht, maar daar heb ik niets over kunnen lezen. ik hoop dat de raadsleden dit willen overwegen, het zou een goede manier zijn om een ander voorstel te krijgen van HIG, als het echt niet anders kan.
Met andere woorden: niet het pand opschuiven. Op de tekening die ik meegestuurd heb, heb ik aangegeven tot hoever de huidige kavel loopt en met stippellijn een schets gemaakt van wat de projectontwikkelaar graag zou willen doen met een toren van 70 meter. Wat betreft de opmerkingen in de alinea ‘Algemeen’: de eigenaar is al 3,5 jaar met de gemeente en omwonenden in gesprek. Nadat de meewerk / geen bezwaar-afspraak door Leefbaar Capelle-wethouder de heer Van Sluis was gemaakt, heeft de eigenaar op 17 juni 2019 toch gemeend 2,5 miljoen eurootjes te moeten investeren, terwijl het volgens het bestemmingsplan een maatschappelijk bestemming heeft, dus geheel voor eigen risico. Bovendien moest hij wachten tot de ING eindelijk ging verhuizen en dat is pas vorige maand gebeurd. Ook heeft HIG gewacht op de verkiezingsuitslag, denk ik, want als Leefbaar Capelle niet de grootste partij zou worden, was zijn meewerk / geen bezwaar-afspraak aanzienlijk minder waard geworden. Ik hoop dat deze raad in ieder geval het opschuiven richting Koperwiek niet goedkeurt, waardoor het voor een groot aantal buren, inclusief mijzelf, iets minder frustrerend wordt.
Ik ben nog steeds van mening, en met mij velen, dat het huidige ING-gebouw behouden moet blijven, want het is te gek dat het door de afdeling Stadsontwikkeling ingehuurde bureau niet eens binnen heeft mogen kijken en dus maar een opsomming van waardes heeft gepresenteerd, waarvan alleen de conclusie is gelezen en is overgenomen in het collegevoorstel. Ook dat diverse pogingen met andere marktpartijen op niets zijn uitgelopen, is puur omdat HIG even 2 miljoen eurootjes extra vroeg op zijn betaalde aankoopsom en dat werd niet gehonoreerd door die marktpartijen. Maar het is blijkbaar ook nooit de bedoeling geweest, dus de pogingen van de Leeuw van Capelle zijn nooit serieus genomen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 5 van 31
Ten slotte en afsluitend. Bij uitvoering van plan 3 vrees ik een groot parkeerprobleem bij ons in de Kerklaan. Waar moeten zorgverleners, zzp’ers, onderhoudsmonteurs en bezoekers van die 160 woningen parkeren? De betaald-parkeerplaatsen van de bewoners kunnen natuurlijk niet gebruikt worden, de voorzijde van de Kerklaan staat al vol met auto’s van de bezoekers van de locatie Harmonie en de Duikerlaan wordt driftig gebruikt door bezoekers van de oude postkantoorlocatie. Met andere woorden: wij krijgen dadelijk alleen maar ergernis en frustraties en het dichtslibben van ons stadscentrum. De VOORZITTER doet hierna voorlezing van de bijdragen van respectievelijk mevrouw Lincklaen en de heer Bruinaars. (Mevrouw Lincklaen) Geachte gemeenteraadsleden en wethouder. Hierbij maak ik zonder enig genoegen weer gebruik van mijn inspreekrecht. Dat deed mijn man zaliger en doe ik nu nog steeds sinds 2020. Nog steeds hoop ik op een leefbaar Capelle, waarin we nog kunnen autorijden en parkeren en geen last hebben van valwinden, waar de zon nog kan schijnen op onze huizen in de winter. Ik hoop dat jullie nog kiezen voor een gebouw van 30 of hooguit 40 meter, zodat straks niet nog meer gebouwen van 70 meter het stadsbeeld gaan overheersen. Ik hoop dat jullie kiezen voor een nutsfunctie en geen huizen.
Want we kunnen best veel instellingen voor ouderen gebruiken, niet omdat jongeren dan door kunnen stromen, maar om ouderen een rustige oude dag te gunnen. Nog steeds hoop ik op een democratisch proces. Maar ik heb al eerder aangegeven dat ik het stuitend vind dat de wethouder van weleer, van Leefbaar Capelle, in 2019 al een soort van handjeklap deed met de projectontwikkelaar. Daardoor streden wij tevergeefs voor behoud van het gebouw. Want we konden en kunnen niet op tegen de winstgevendheid van een gebouw van 70 meter vol dure huurappartementen, zeker niet in de tijd dat de wethouder van Leefbaar niet achter ons stond en ons hielp. De laatste keer dat ik insprak, zeiden Leefbaar en D66 al dat een gebouw van 70 meter de meeste voordelen had. Ze willen niet eens wachten tot de Capellenaren stemmen over een passende hoogte van 50 of 70 meter. Ze willen al bij voorbaat een uitzondering maken voor 70 meter. Zeg maar weer ‘dag met je handje’ tegen het democratisch gehalte van Leefbaar en D66. Leefbaar is de grootste partij. Wat zij willen gebeurt. Dat weten de Capellenaren, dus de hoop op een leefbaar Capelle met een gebouw dat past in de omgeving is al lang vervlogen. Wat rest, zijn het indienen van zienswijzen en bezwaren aantekenen. (De heer Bruinaars namens de Stichting Wijkbelangen Fascinatio) Geachte raadsleden.
Vanavond weer twee onderwerpen op de agenda die Fascinatio aangaan: de nieuwe parkeernormen en de ontwikkeling van kavel 1K1. Met de nieuwe parkeernormen wordt Fascinatio er opnieuw ingesluisd: bouwen, bouwen, bouwen en nog eens bouwen, en om maximaal vol te kunnen bouwen worden de parkeernormen ook nog even verlaagd. Duurzaamheid, meer groen, een vijver in de tuin, zomaar wat voorbeelden uit de recente Burgerpanel-vragenlijst over duurzaamheid in Capelle aan den IJssel. Wat wordt er met deze vragenlijst gedaan? Hittestress viert al jarenlang hoogtij in Fascinatio, maar in Fascinatio bouwen we de laatst beschikbare kavels stampvol en offeren we parkeerplaatsen op voor nog meer stenen. Duurzaamheid en inzetten op meer groen staan niet voorop. Ook bij kavel 1K1 wordt weer een korting op de huidige parkeernormen toegestaan. Dat in Fascinatio voor de ontwikkelaar de uitzondering de regel bevestigt is inmiddels wel duidelijk. De bewoners hebben keer op keer het nakijken. Niemand kijkt er meer van op. De lobby van een partij die “samen met de gemeenteraad voldoende sociale-huurwoningen in Capelle wil aanbieden” (Havensteder?) lijkt te zijn geslaagd. Op basis van hun zienswijze wordt de parkeernorm voor sociale huur verlaagd, een extra risico op verhoogde parkeerdruk in Fascinatio.
Gebeurt er eens een keer iets met de zienswijzen, is het in het nadeel van de inwoners van Capelle aan den IJssel. Doel van de lobby was natuurlijk dat Havensteder kavel NK-1AB zo vol mogelijk kan bouwen. Maar waarom was de lobby nodig? Nou, bij dit kavel ging het bijna helemaal mis. Om bij de grootse plannen aan de parkeernorm te voldoen, werden de openbare parkeerplaatsen aan de Fascinatio Boulevard meegeteld. Dit werd doorzien door kritische bewoners. Maar niet getreurd, er kwam iemand met een goed idee: dan verlagen we gewoon de parkeernormen. En zo geschiedde.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 6 van 31
Volgens het college van burgemeester en wethouders moet je een lagere parkeernorm voor sociale huur vooral niet zien als een verlaging van de huidige parkeernormen. Het college antwoordt dan ook: “Voor appartementen is een nadere differentiatie aangebracht naar woonoppervlakte, voor woningen kleiner dan 100 m2, maar dat betekent niet dat de norm is verlaagd”. Volgt u deze redenatie van het college nog? In lijn met deze redenatie stellen wij voor om een nadere differentiatie toe te passen op de maandelijkse vergoeding voor raadsleden. Raadsleden van coalitiepartijen krijgen 20% minder dan die van oppositiepartijen. Er is dan geen sprake van een verlaging van de maandelijkse vergoeding, maar van een nadere differentiatie, bijvoorbeeld omdat kleinere oppositiepartijen meer werk hebben om vergaderingen goed voor te bereiden. Volgens het college kan de parkeernorm in Fascinatio voor bewoners en bedrijven ook prima worden verlaagd. Dit baseert zij op de CROW-normen. Bij de meeste bedrijven is er voldoende parkeerruimte volgens het college.
Maar als dat zo zou zijn, waarom was er dan een noodzaak om meerdere parkeerpockets in de wijk aan te leggen? En waarom is het nodig dat Quion straks met 50 auto's mag parkeren op het terrein van Havensteder? Hoeveel realiteitszin heeft het college en u als raad? Wanneer neemt de gemeente haar bewoners eens serieus en start ze met het terugwinnen van het zo noodzakelijke vertrouwen? Welke raad wilt u zijn? Ons advies aan u is: - pas geen differentiatie toe op de parkeernormen; - verlaag de normen niet; - verlaag zeker de normen in Fascinatio niet, maar verhoog deze; - herwin het vertrouwen van de bewoners van Fascinatio. Dank voor uw aandacht, getekend Stichting Wijkbelangen Fascinatio, de heren H. Bakker, E. Wolthuis en J.C. Bruinaars. 4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond MRDH Verkeer Geen opmerkingen. 5. Nota Parkeerbeleid 2023 en Nota Parkeernormen 2023 Wethouder VAN WOUDENBERG maakt vooraf melding van een tweetal aanpassingen die nog zullen worden aangebracht. Mevrouw Feuth heeft er terecht op gewezen dat de motivatie die was gegeven voor de blauwe zone in ’s-Gravenland onjuist is. Die motivatie is gelegen in de wens om de parkeerdruk vanuit Capelsebrug af te dekken. Zowel in de nota Parkeerbeleid als in de nota Parkeernormen zal de desbetreffende tekst worden gecorrigeerd.
Voorts is in de genoemde zienswijzen een aantal verwijzingen opgenomen naar verkeerde paragrafen. Ook dat zal in het definitieve stuk worden aangepast. Desgevraagd voegt hij eraan toe dat de veranderingen geel gearceerd zullen worden weergegeven. De heer VLOT informeert naar het realiteitsgehalte van de parkeernormen en het schuiven daarin in relatie tot de wens naar een verminderde of veranderende mobiliteit van de inwoners. De heer VAN GENT vraagt of al bekend is hoe vaak de deelauto’s worden gebruikt en door wie. Blijkens landelijke cijfers zou 80% van de mensen die een abonnement hebben op een deelauto daarvan eigenlijk nooit gebruikmaken en zou er voornamelijk door bedrijven gebruik van worden gemaakt. Naar hij heeft begrepen, wordt in de wijken regelmatig gemonitord, maar kennelijk is er nooit een monitor geweest voor heel Capelle. Is dat juist? Eerder is erop gewezen dat heel veel parkeerplaatsen op eigen terrein – bijvoorbeeld opritten naar garages – waarschijnlijk niet meer als zodanig gebruikt worden. Hij dringt erop aan dat eens te onderzoeken, want als dat zo is, kunnen er weer gewone parkeerplaatsen van worden gemaakt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 7 van 31
In de Goudenregenstraat schijnt ooit een kadastrale fout te zijn gemaakt waardoor in een deel van de straat de parkeervakken zijn afgekruist en de bewoners de auto in de tuin hebben staan, wat als een hele verademing wordt ervaren. Verderop in de straat zou men dat ook graag willen en overigens ook in andere straten, maar dergelijke verzoeken worden steeds afgewezen omdat het een openbare parkeerplaats zou kosten. Anderzijds zouden meer mensen op eigen terrein gaan parkeren als het zou worden toegestaan, waardoor mogelijk meer ruimte op straat zou ontstaan, en dat is iets wat Capels Bewoners Belang graag zou zien. Bij middelbare scholen waar ouders hun kinderen op de fiets komen brengen zouden wat meer fietsnietjes op prijs worden gesteld. De fietsen worden nu overal neergepletterd waardoor iemand die eraan komt zich door een woud van fietsen heen moet werken. Het zou fijn zijn als dat op de een of andere manier gestructureerd zo kunnen worden. Het gemiddelde autobezit in Capelle is één auto per woonadres, maar daar komen alle leasebakken en bedrijfsauto’s nog bij. Capels Bewoners Belang vraagt zich dan ook af of de parkeernorm niet eerder omhoog dan omlaag zou moeten worden bijgesteld.
De heer HARTOG stelt vast dat Capelle, zoals ook in de nota beschreven staat, een evenwichtig parkeerbeleid nastreeft, waarvoor gekeken zou moeten worden naar de samenhang met andere transportmiddelen, op pagina 9 omschreven als duurzame mobiliteitsconcepten. Op die manier kan hij het niet terugvinden in de nota. Kan de wethouder aangeven hoe dit is meegenomen in de nota? Verder staat er dat Capelle een positieve houding heeft ten opzichte van een duurzame ontwikkeling van de mobiliteitsopgave. Is de gemeente ook actief op zoek naar deze initiatieven, of wacht zij af tot die ontwikkelingen zich voordoen? De trend is dat auto’s steeds groter worden. Welke impact heeft dat gehad op de grootte van de parkeervakken en wordt daarop ook specifiek gehandhaafd? In de hele nota klinkt door dat het college het parkeren in Capelle graag gratis wil houden. Hij vindt dat jammer, niet zozeer omdat hij parkeren betaald zou willen maken als wel omdat hij het als een goede maatregel beschouwt om achter de hand te houden. Het verheugt GroenLinks dat een fietsparkeerbeleid in het vooruitzicht is gesteld. Hopelijk zal daarmee ook het fietsen gestimuleerd worden. Het zou fijn zijn als dan bij alle winkelcentra ook bewaakte fietsenstallingen zouden komen. De kwaliteit van de fietsenstallingen blijkt daarnaast nogal uiteen te lopen.
Bij de Terp is die kwaliteit bijvoorbeeld heel anders dan bij de PicassoPassage. Uit de zienswijzen citeert hij dat in Fascinatio eigenlijk slechts overlast wordt veroorzaakt door een zeer beperkt aantal bedrijven. Is de gemeente in gesprek met deze bedrijven en, zo ja, welke resultaat heeft dat opgeleverd? Het lijkt erop dat de voorliggende nota gebaseerd is op de huidige situatie en de huidige cijfers. De komende jaren zal in sommige wijken flink wat worden bijgebouwd. Hoe is dat meegenomen voor toekomstige situaties? In de nota Parkeernormen wordt gesproken over een correctie in de nabijheid van HOV, begrijpelijk met openbaar vervoer in de buurt, maar hoe verhoudt zich dat tot de P&R? Mevrouw DEN ENGELSMAN spreekt de hoop uit dat er na het neerwaarts bijstellen van de normen niet weer allerlei rare afwijkingen zullen ontstaan, of Amsterdamse bouwbrieven erbij worden gehaald om weer van dit beleid af te wijken. Nu een norm is gesteld voor studentenwoningen / -kamers, oppert zij dat een studentenwoning ook meerdere kamers zou kunnen bevatten. Derhalve behoort een parkeernorm van 0,25 haars inziens alleen voor studentenkamers te gelden en niet voor studentenwoningen. In de laatste sessie was de kamerverhuur in zone B nog 0,7, die is nu naar 0,6 gegaan.
Is de CROW-norm wellicht bijgesteld? Mevrouw TIEMAN toont zich ingenomen met de groene parkeerplaatsen die zijn opgenomen, met de focus op fietsen. Fijn is ook te zien dat met de zienswijzen serieus aan de slag is gegaan, wat tot verschillende wijzigingen van het voorstel heeft geleid. De redeneringen voor de verdere specificering van de parkeernormen kan de PvdA-fractie heel goed volgen, al is ze het wel met de inspreker eens dat, als het op sommige punten wordt verlaagd en op andere hetzelfde wordt gehouden, dat niet betekent dat het per saldo verlaagd wordt. Op gevaar af dat het een soort semantische discussie wordt, zal zij enige reflectie hierop van de wethouder, wellicht ook richting de inspreker, op prijs stellen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 8 van 31
Naar aanleiding van opmerkingen die de fractie op verschillende momenten van verschillende Capellenaren heeft vernomen wil zij ten slotte nog drie punten aanstippen. Waar de heer Van Gent zojuist vroeg om fietsnietjes bij scholen, oppert zij het idee fietsnietjes bij bushaltes te plaatsen. Van verschillende plekken in Capelle heeft de PvdA signalen ontvangen dat parkeren half op de stoep, of langs de stoep, soms tot gevaarlijke situaties leidt. Het zijn plekken waar het niet verboden is, maar dat wil niet automatisch zeggen dat het ook wenselijk is. Voorbeelden waar het tot overlast leidt zijn de bocht bij de Purmerhoek en de Roerdomplaan bij de school. Waarom wordt in Capelle geen gebruikgemaakt van gele strepen op de stoep, om daarmee aan te geven dat parkeren daar niet is toegestaan, en daar eventueel ook op te kunnen handhaven? De laatste vraag gaat eveneens over foutparkeren. Er zijn woonerven in bepaalde buurten met een vrij hoge parkeerdruk, waar buiten de vakken geparkeerd wordt. Het gebeurt vrij stelselmatig en wordt eigenlijk ook al jarenlang gedoogd. Het haalt de functie van een woonerf een beetje weg, want die is juist bedoeld om ruimte te geven aan voetgangers, fietsers en bijvoorbeeld ook spelende kinderen. Waarom wordt daarop eigenlijk niet gehandhaafd? De heer HEERENS vindt het alleszins begrijpelijk dat een stuk dat uit 2015 dateert nu wordt geactualiseerd.
Hij mist echter wel aandacht voor een ontwikkeling die hij in de praktijk zelf waarneemt. Het is mooi dat er periodiek tellingen worden gedaan, maar hij gaat ook graag op zichzelf af en in die zin maakt hij wel eens z’n eigen tellingen. Als hij thuiskomt, zeker als het ’s avonds na tienen is, moet hij in de wijk ’s Gravenland waar hij woont lang zoeken voordat hij zijn auto kwijt kan. Het is een wijk uit 1995 of zo, waarin de kinderen van vroeger nu jongeren zijn geworden en nog altijd bij hun ouders wonen. Zo woont er in zijn straat een stel met twee volwassen kinderen die alle vier een auto hebben, en volgens hem is dat geen uitzondering. Hij verwacht dat die ontwikkeling zich alleen maar door zal zetten, gelet op het woningtekort. Wat de gemeente hieraan kan doen weet hij niet precies, maar het toestaan van één of twee parkeerplekken per woning en een zwaardere belasting voor meer auto’s lijkt hem wel een serieuze optie. Tot nu toe golden veelal standaardnormen, ook voor nieuwbouw, en volgens hem gaat daarin nu wat meer afgewisseld worden. Wordt daarmee niet het risico gelopen dat er een erg gefragmenteerd beeld ontstaat en dat voor elk bouwplan een andere ontwikkeling gaat plaatsvinden? De heer KOLSTER benadrukt dat de VVD er absoluut geen voorstander van is om inwoners zwaarder te belasten voor de woningcrisis die momenteel heerst.
Als er meer mensen in een huishouden wonen die allemaal een baan hebben, bijvoorbeeld een politieagent en een verpleegkundige, die ook nog eens onregelmatig werken, geen gebruik kunnen maken van het OV en een bijdrage leveren aan deze maatschappij, moeten die ’s avonds wel hun auto kwijt kunnen zonder daarvoor extra te moeten betalen. De voorliggende nota heeft de raad al in november 2021 bereikt en heeft in die tijd niet geleid tot veranderingen. Al in 2021 was de VVD-fractie het volkomen eens met deze parkeernota en dat is ze nog steeds. Met de zienswijzen is serieus omgegaan, zoals mevrouw Tieman al zei, en daarvoor zegt hij dank. Het is altijd wel leuk even te kunnen inspelen op de actualiteit. Zijn collega Safavi Nic heeft vragen gesteld over het laadpalenbeleid en daarin de suggestie gedaan om in wijken waar de parkeerdruk al hoog is en er meteen twee vakken worden afgekruist voor elektrische voertuigen, waar er wellicht maar één wordt opgeladen, te beginnen met het afkruisen van één parkeervlak, zodat er op de andere plek nog een auto kan staan die gebruikmaakt van fossiele brandstof. Wethouder Van Woudenberg heeft daarop toegezegd te zullen nagaan of dat in Capelle ook op een of andere manier toegepast zou kunnen worden. Vol verwachting keek hij er daarom de nota Parkeerbeleid op na, maar daarin heeft hij dit gemist.
Zijn enige vraag aan de wethouder is daarom hoe deze suggestie dadelijk kan worden teruggevonden. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN citeert bij 05.04 op pagina 6 dat Capelle circa 31.600 personenauto’s telt en 31.300 huishoudens, “dus iets minder dan één auto per huishouden”. Zoals het daar staat, zou het moeten zijn: iets méér dan één auto per huishouden. Het parkeerbeleid uit 2015 richtte zich voornamelijk op autoverkeer. Het verheugt Leefbaar Capelle dat nu ook de fiets erin wordt meegenomen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 9 van 31
Ten slotte legt zij het college een drietal vragen voor. Zijn er op dit moment al bepaalde buurten of straten waar nagedacht wordt over parkeerregulering in de toekomst? In de tekst staat dat ingezet wordt op duurzaamheid. Is het mogelijk in de toekomst op plaatsen die zich daarvoor lenen waterdoorlatende parkeerplaatsen aan te leggen? Als de parkeerdruk in de straat structureel hoger is dan 90%, wordt gekeken naar oplossingen op buurtniveau en niet alleen op straatniveau. Wat gebeurt er wanneer blijkt dat de parkeerdruk structureel laag is, zeg lager dan 60%? Wordt dan ook gekeken naar een andere invulling van deze parkeerplaatsen, bijvoorbeeld groen? Mevrouw FEUTH zegt dank voor het snel afhandelen van haar technische opmerking. Het verheugt D66 te zien dat de fiets een belangrijke rol in het beleid heeft gekregen door parkeernormen voor de fiets toe te voegen aan de normen en stappen te ondernemen om de fietsparkeervoorzieningen te verbeteren. Blij is zij ook te zien dat zoveel gedaan is met de zienswijzen die zijn ingediend, dat duidelijk gekeken wordt naar de manier waarop gedacht wordt over parkeerbeleid en parkeernormen en dat het programma gewoon flexibel is. Zij hoopt ook dat het in de toekomst, als er nieuwe ontwikkelingen zijn, zo flexibel meegenomen kan worden, want het verandert snel.
D66 vindt wel dat er veel op te stellen plannen zijn: een fietsbeleidsplan, een telplan en een deelmobiliteitsplan. Zij vraagt zich af of de uitvoering niet heel ambitieus is en is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt en welke van die plannen dan prioriteit krijgt. De heer OUDSHOORN beaamt dat de nota Parkeerbeleid en de nota Parkeernormen ook in 2021 al zijn gepasseerd, zoals de VVD opmerkte, maar in tegenstelling tot de opmerking van die zijde dat er sindsdien weinig is gewijzigd, attendeert hij erop dat naar aanleiding van de zienswijzeronde ruim 20 aanpassingen zijn doorgevoerd. Het was dus juist een hele vruchtbare zienswijzeprocedure, als gevolg waarvan nu wel degelijk een ander stuk voorligt. De heer KOLSTER vraagt of de heer Oudshoorn het niet met hem eens is dat ‘weinig’ een politiek beladen woord kan zijn en dat men daar een andere connotatie bij kan hebben. De heer OUDSHOORN repliceert dat zijnerzijds ook niet is beweerd dat er 20 hele grote wijzigingen zijn doorgevoerd, maar wel dat behoorlijk geluisterd is naar de zienswijzen. Bijna elke zienswijze heeft wel geleid tot een reactie of een aanpassing, wat bij hem positief overkomt. Wat ook positief overkomt is dat het actualiseren heeft plaatsgevonden op basis van de juiste parkeerkengetallen, die ook door CROW worden toegepast. Het is goed om dat bij tijd en wijle te doen.
Ook het fietsparkeren is nu in de normen opgenomen, en niet alleen als woord. Verder is de toepassingswijze meer uitgelegd, dus: hoe worden die normen daadwerkelijk toegepast? Het zijn allemaal positieve dingen en dat kan ook gezegd worden van de 12 visiepunten die genoemd zijn en die hij overigens liever aanmerkt als uitgangspunten. Enige zorgen zijn er ook, onder andere over de differentiatie van de parkeernormen met betrekking tot de kleinere woonoppervlakten. Het levert niet echt een flinke beperking op en de vraag kan dan ook worden gesteld wat hiervan precies het nut is. Juist gegeven de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt zou dit misschien een maatregel kunnen zijn die de eindstreep niet zou moeten halen, omdat het niet heel veel oplevert, maar wel ergernis en een kleinere parkeernorm. In de nota Parkeerbeleid is heel netjes geformuleerd dat nog onderzocht moet worden wat de effecten zijn van deelmobiliteit en dat er op dit moment niet niet zoveel over te zeggen is. De SGP is het daar volledig mee eens. Anderzijds wordt in de nota Parkeernormen echter een voorschot genomen op die mogelijke effecten van deelmobiliteit, want er wordt al gezegd dat de norm met maximaal 10% verlaagd mag worden en dat vier parkeerplekken geruild mogen worden voor één deelmobiliteitsplek.
Waarom wordt dit voorschot genomen op de parkeernorm? Bij kavel 1K1, dat straks nog behandeld wordt, is eerder gezegd dat de parkeernorm verlaagd kan worden, dat het een bevoegdheid is van het college en dat het alvast wordt gedaan als voorschot op het mogelijk nieuw beleid, waardoor nog ruim boven dat nieuwe beleid wordt uitgekomen. De vorige keer al is door de SGP opgemerkt dat dit haars inziens niet tot de opties zou mogen behoren en dat de norm gehanteerd zou moeten worden die geldt op het moment dat een aanvrage wordt ingediend. In artikel 5.2 wordt nu weer aangegeven dat besluiten rond het afwijken een bevoegdheid zijn van het college. Daar heeft hij wat moeite mee.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 10 van 31
Er zijn geen bijzondere regels of situaties omschreven wanneer dat toegepast zou moeten worden en zo dreigt er in de komende tijd weer discussie over te ontstaan. Is het daarom niet een betere optie om deze zin gewoon te schrappen en op het moment dat er afgeweken wordt gewoon naar de raad te komen? Wethouder VAN WOUDENBERG merkt om te beginnen op dat de beide voorliggende nota’s niet uitgaan van een verlaging van de parkeernorm, maar van een differentiatie, die is gebaseerd op landelijke ontwikkelingen en ervaringen in andere gemeenten. Aan de hand van het type en de omvang van een woning wordt een reëler beeld geschetst van wat op dit moment zichtbaar is in de markt. De cijfers die nu worden gebruikt zijn door het hele land geldend bij een bepaalde ontwikkeling van een bepaalde omvang. De heer OUDSHOORN brengt hiertegen in dat in het actuele voorbeeld dat voorligt de aanvankelijke norm 95 was die met de nieuwe nota zou uitkomen op 83, wat zijns inziens op z’n minst suggereert dat sprake is van een verlaging van de norm.
Wethouder VAN WOUDENBERG licht toe dat men, uitgaande van de omvang van de woningen die gerealiseerd worden en van wat landelijk de parkeernorm blijkt bij de omvang van die woningen, tot een andere meetmethode komt en uiteindelijk tot een lager getal, maar als zo’n pand zou worden neergezet in een gemeente waarin de parkeernormen die nu worden vastgesteld al twee jaar geleden waren vastgesteld, dan zou er in die berekening ook 83 uitkomen. De heer VAN GENT vindt dit een heel bijzondere rekenmethode, die wel weer ergens in Den Haag zal zijn bedacht. Die norm kan misschien opgeld doen in andere steden met meer grondgebied per woning, openbaar misschien wel, maar niet in een gemeente als Capelle waarin al heel veel woningen staan. Wethouder VAN WOUDENBERG probeert het met een voorbeeld wat duidelijker te maken. Als een appartement van 40 m2 wordt neergezet, is de kans groot dat daarin één persoon zal komen te wonen, mogelijk hooguit twee. In de oude situatie werd aan alle woningen onder 100 m2 een bepaalde parkeernorm toegemeten en aan woningen boven 100 m2 een andere. Nu wordt het gedifferentieerd naarmate de oppervlakte: tot 40 m2 wordt uitgegaan van één, hooguit twee personen, tot 80 m2 van ‘zoveel’ en daarboven van gezinnen met meerdere slaapkamers, enzovoorts. Op die manier wordt de parkeernorm nu gedifferentieerd opgebouwd.
De heer VAN GENT haalt het voorbeeld aan van de Caapse Hoek, ooit aan de gemeenteraad verkocht als een complex waarin young professionals zouden komen te wonen die geen auto hadden en allemaal van het openbaar vervoer gebruik zouden maken, of eventueel van een fiets of een elektrische step. De parkeernorm kon daarom heel laag worden vastgesteld. Gevolg was dat de verhuurder plaatsen ging claimen bij de gemeente die zelfs werden onderverhuurd. Hij dringt er bij de wethouder op aan nog eens naar dat voorbeeld te kijken, want daar is het gigantisch fout gegaan. Wethouder VAN WOUDENBERG repliceert dat in Capelle tellingen zijn uitgevoerd, waarbij ook is nagegaan of de landelijke norm hier van toepassing zou zijn. De gedifferentieerde opbouw die nu wordt voorgesteld is een vertaling van de manier waarop huizen ingericht worden en hoe daar wordt gewoond, of het één persoon, is, twee, of een gezin. In de toekomst kan dat natuurlijk weer veranderen en dat zou dan tot een aanpassing van de norm moeten leiden. Naar aanleiding van de vraag die is gesteld over deelmobiliteit, merkt hij op dat de gemeente in afwachting is van de nota die door de MRDH zal worden uitgebracht over de manier waarop daarmee in het gebied van de MRDH zal worden omgegaan. In de afgelopen periode is in Capelle een experiment gehouden met deelscooters dat niet goed is uitgepakt.
Mede daarom is de houding ten aanzien van deelmobiliteit wat voorzichtig. Wel wordt het verstandig geacht hiervoor iets in de parkeernormen te omschrijven voor het geval zich op dat gebied iets voordoet. Er wordt gemonitord in heel Capelle. Het is een soortement programma dat het afgelopen jaar binnen verkeer is opgepakt en de komende periode zal gemonitord blijven worden.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 11 van 31
De vraag die is gesteld over parkeren op eigen terrein is hem niet helemaal duidelijk, maar hij kan zich niet voorstellen dat de gemeente iemand zou willen verbieden op eigen terrein te parkeren. Als in een bestemmingsplan is aangegeven dat op eigen terrein geparkeerd mag worden, moet dat gewoon kunnen. De heer VAN GENT verduidelijkt dat het hem gaat om situaties waarin mensen oorspronkelijk een huis hebben gekocht met een oprit en een garage, waarvan de garage bijvoorbeeld niet meer wordt gebruikt om er een auto in te zetten, terwijl de oprit er nog wel is. Daarmee wordt ruimte verspild, terwijl daar een parkeerplaats zou kunnen komen die door iedereen gebruikt kan worden. Wethouder VAN WOUDENBERG antwoordt dat het bewoners vrij staat met hun tuin te doen wat hun goeddunkt. De heer VAN GENT werpt tegen dat hij niet op de tuin heeft gedoeld. De VOORZITTER verzoekt interrupties te beperken tot een directe reactie en overige vragen en opmerkingen te bewaren tot de tweede termijn. Ook de wethouder verzoekt hij op hoofdlijnen te antwoorden, omdat het anders wel heel laat dreigt te worden. Wethouder VAN WOUDENBERG vervolgt met het verzoek dat is gedaan om parkeernietjes te plaatsen bij middelbare scholen en bij OV-punten. Met de scholen wordt hierover al overlegd en in de nota is al aangegeven dat het initiatief is genomen om bij OV-punten meer parkeernietjes te realiseren.
Ten aanzien van bewaakte fietsenstallingen is aangegeven dat bij OV-punten in principe kosteloos bewaakt geparkeerd moet kunnen worden. Bij winkelcentra is het aan de eigenaren van de winkels. De heer Kolster bevestigt hij dat zijnerzijds is toegezegd dat hij één vak zal afkruisen en het tweede pas als er behoefte aan is. Het staat niet in de nota, maar als de commissie het goed vindt wil hij er best een tekst van die strekking aan toevoegen. Aan het adres van mevrouw Den Engelsman merkt hij op dat, als er vier studenten in een studentenwoning wonen, daarvoor een parkeernorm zal gelden voor vier kamers. Desgevraagd voegt hij eraan toe dat de norm wordt gesteld per kamer. Als dat niet helder genoeg in de nota is verwoord, zal dat misschien nog nader toegelicht moeten worden. De heer Kik verzoekt hij straks in te gaan op de technische vraag over de parkeerverhuur. Gele strepen komen wel degelijk voor in Capelle en daarop wordt ook gehandhaafd. Of dat voldoende is, laat hij graag ter beoordeling over aan de commissie. De parkeerregulering is naar zijn mening in het stuk helder omschreven. Er wordt toe overgegaan als blijkt dat het nodig is. Momenteel bestaat parkeerregulering op vijf locaties en er is een blauwe zone in de buurt van het ziekenhuis voor vergunningparkeren.
In Fascinatio is het parkeerissue door corona en meer thuiswerken een beetje opgelost, waardoor parkeerregulering op dit moment niet nodig is. Als het in de toekomst weer wel nodig blijkt, zal daarover met de omgeving in gesprek worden gegaan. Volgens hem is al beschreven dat geprobeerd zal worden groenparkeren te realiseren met waterdoorlatende tegels. Wat er moet gebeuren als de parkeerdruk structureel onder 60% daalt, zou hij op dit moment niet kunnen zeggen. Als de raad parkeerplaatsen zou willen afschaffen, hoort hij dat graag, maar tot nu toe heeft hij dat in het beleid van Capelle nog niet meegemaakt. Hiermee meent hij alle vragen te hebben beantwoord. De VOORZITTER biedt de commissie de gelegenheid te attenderen op vragen die nog niet zijn beantwoord. Mevrouw TIEMAN herhaalt haar vraag over het gedogen van foutparkeren in woonerven. De heer HARTOG memoreert dat zijnerzijds was gevraagd wat het college voornemens is te doen aan de overlast die in Fascinatio wordt veroorzaakt door een zeer beperkt aantal bedrijven. De heer OUDSHOORN herinnert aan zijn suggestie om het bepaalde in artikel 5.2 dat besluiten rond het afwijken van de parkeernorm een bevoegdheid zijn van het college, te schrappen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 12 van 31
Wethouder VAN WOUDENBERG begrijpt van de heer Kik dat op foutparkeren in woonerven wel degelijk wordt gehandhaafd. Buiten de parkeervakken mag in woonerven niet geparkeerd worden. Als dat toch gebeurt en het wordt gemeld, dan gaat handhaving erop af. De verwijzing naar een collegebevoegdheid komt vaak in beleidsdocumenten voor, als een soort hardheidsclausule die het college de mogelijkheid biedt in specifieke situaties af te wijken van de bestaande normen. Hij pleit ervoor het college die ruimte te blijven bieden. De heer KIK gaat in op de vraag die over Fascinatio is gesteld. De situatie daar is dat er aan de binnenkant een woonwijk is met daaromheen een schil van bedrijven. Parkeren is een veelbesproken item in Fascinatio. Het probleem zit niet in de woonwijk zelf, want daar zijn genoeg parkeerplekken. Vóór corona was er een beperkt aantal bedrijven dat kampte met een parkeertekort, met als gevolg dat die mensen in de woonwijk gingen parkeren, wat de afgelopen jaren tot heel veel overlast en klachten heeft geleid. Sinds corona is dat afgelopen. De oorzaak zit nu bij twee/drie bedrijven en met die bedrijven is de gemeente in gesprek. Eén ervan is Quion, dat het probleem zelf ook onderkent en druk bezig is de mobiliteit op een andere manier te organiseren. De heer HEERENS herhaalt twee vragen die nog niet zijn beantwoord.
In hoeverre wordt de ontwikkeling herkend dat jongvolwassenen langer thuis blijven wonen, wat tot extra druk leidt op de parkeerplaatsen en welke maatregelen zijn daarvoor voorhanden? Wordt het risico van fragmentatie van het parkeerbeleid onderkend met de huidige normen die gesteld zijn? Wethouder VAN WOUDENBERG merkt in reactie op de laatste vraag op dat, als zich een nieuw plan aandient voor een nieuwbouwlocatie, in gesprek met de ontwikkelaar in beeld wordt gebracht wat deze wil realiseren, waarna op basis van de nieuwe parkeernota een berekening wordt gemaakt van het aantal parkeerplaatsen dat in eerste instantie gerealiseerd moet worden. De trend dat jongvolwassenen langer thuis blijven wonen is bekend, maar is nog niet terug te vinden in de tellingen die tot deze cijfers hebben geleid. Over een aantal jaren kan het leiden tot nieuwe tellingen met andere cijfers, maar op dit moment zijn dit de cijfers bij de gezinssituaties in Capelle en ook in andere gemeenten. Tweede termijn De heer VLOT vraagt zich af of de wethouder werkelijk denkt dat met het oog op de toekomst kan worden uitgegaan van deze normering van het parkeren.
Dreigt niet het gevaar dat het door de collegebevoegdheid een soort ad hoc-beleid wordt, in die zin dat bij iedere nieuwe ontwikkeling toch weer zal worden afgeweken? De heer VAN GENT komt terug op het parkeren op eigen grond, waarover hij in eerste termijn twee vragen had gesteld. De eerste betrof de situatie waarin mensen hun oprit naar de garage niet meer gebruiken. Bij de tweede vraag heeft hij als voorbeeld verwezen naar de Goudenregenstraat, waar mensen graag in hun voortuin zouden willen parkeren, wat echter niet is toegestaan omdat daarvóór een openbare parkeerplaats is gelegen, of een stoep waar men niet overheen mag. Als dat wel zou worden toegestaan, zouden meer mensen op eigen terrein gaan parkeren, waardoor mogelijk weer meer ruimte op straat zou ontstaan. Mevrouw DEN ENGELSMAN verduidelijkt dat zij haar vraag over studentenwoning- / kamerverhuur had gesteld omdat in de versie van 2021 kamerverhuur niet zelfstandig was genoemd. Die tekst is nu gewijzigd en daarom zal even moeten worden nagegaan hoe dat helder kan worden gemaakt. Mevrouw TIEMAN beaamt dat de nota al gewag maakt van het realiseren van fietsnietjes bij OV-knooppunten, zoals de wethouder zei. Met haar vraag ter zake had zij echter specifiek het oog op bushaltes, omdat met ‘knooppunten’ meestal wordt gedoeld op punten waar verschillende OV-verbindingen bij elkaar komen.
De wethouder zegt zij dank voor het antwoord op haar vraag over de gele strepen. Bij de PvdA waren signalen binnengekomen dat zowel bij de Purmerhoek als bij de Roerdomplaan door bewoners om die gele strepen was gevraagd, waarop zij te horen hadden gekregen dat de gemeente daar niet aan wil, of zelfs dat de gemeente dat niet doet. Zij begrijpt nu dat dat niet klopt. Daarom zal zij mensen adviseren daarvoor opnieuw een aanvrage in te dienen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 13 van 31
Wat betreft de handhaving in woonerven, kan zij uit eigen ervaring zeggen, ook al maakt ze zich daarmee ontzettend impopulair bij haar buren, dat er al zeker vijftien jaar niet gehandhaafd wordt. Daarom wil zij dit toch als aandachtspunt meegeven. De heer KOLSTER deelt mee dat de vraag van de wethouder of in de nota verwerkt mag worden dat één vak voor het parkeren van elektrische auto’s zal worden afgekruist en het tweede pas als er behoefte aan is, wat de VVD betreft bevestigend kan worden beantwoord. De voorzitter houdt blijkbaar van gele arceringen, zodat het ook snel teruggevonden zal kunnen worden. Ook in de commissie proeft hij dat er niet echt weerstand tegen bestaat, zodat hij aanneemt dat het gewoon kan worden opgenomen. Voorts constateert hij dat Capels Bewoners Belang voortuinen wil gaan onteigenen van mensen die hun auto niet op hun eigen parkeerterrein willen zetten. De VVD wil zich daar verre van houden.
Mevrouw LAUW-SCHOUTEN deelt in reactie op wat de heer Van Gent heeft opgemerkt over parkeerplaatsen op het terrein van koopwoningen, mee dat ook zij om zich heen ziet dat mensen die jaren geleden een woning hebben gekocht met een voortuin van bijvoorbeeld zes meter diep, bij de koop bedoeld als parkeerplaats, die voortuin niet meer als parkeerplaats gebruiken en hun auto op een openbare parkeerplaats zetten, met als gevolg dat andere bewoners geen plek meer hebben. Valt daaraan op de een of andere manier iets te doen? Mevrouw FEUTH zegt de aanvulling over de laadpalen ook graag tegemoet te zien in het voorstel. Verder sluit zij zich al bij voorbaat aan bij de opmerking die de SGP zo meteen gaat maken over de collegebevoegdheid. Met inachtneming daarvan kan D66 instemmen met het voorstel voor zowel de nota Parkeerbeleid als de nota Parkeernormen. De heer OUDSHOORN stelt vast dat alle drie vragen die hij heeft gesteld zijn beantwoord, maar helaas wel wat teleurstellend. Kort zal hij dit in deze termijn aangeven. De wethouder gaf aan dat de wijziging van de parkeernorm niet als verlaging wordt gezien, maar als differentiatie. Er zit echter op geen enkele manier een verhoging van de norm in, zodat alle maatwerkoplossingen wel verlagingen zijn, en dat maakt het een beetje lastig.
Zijn vraag was ook of dit niet beter kan worden geschrapt, maar de beantwoording van de wethouder gaf wat dat betreft weinig hoop. Hij zal daarom nog eens moeten bedenken wat men hiermee aan moet. De tweede vraag betrof de deelmobiliteit. De wethouder gaf aan dat dat nog onderzocht zal worden en dat is ook de wens van de SGP, maar wat hij zich dan wel afvraagt is waarom hierop een voorschot wordt genomen in beide nota’s. Naar aanleiding van zijn laatste vraag is zojuist al een opmerking gemaakt door D66. Met de wethouder is hij het eens dat zo’n hardheidsclausule er altijd wel in staat, maar dit keer is op geen enkele manier aangegeven dat dit alleen in heel specifieke gevallen geldt. De wethouder zelf gebruikte die woorden zojuist wel, wat een soort geruststelling geeft, maar zo staat het niet in de nota. Wethouder VAN WOUDENBERG merkt aan het adres van de heer Van Gent op dat in een situatie waarin een voortuin in het bestemmingsplan is aangemerkt als oprit, niet zomaar een parkeerplaats mag worden aangelegd als die oprit verdwijnt. In het omgekeerde geval, als mensen een parkeerplaats zouden willen in de voortuin, terwijl dat niet in het bestemmingsplan staat, adviseert hij een verzoek bij de gemeente in te dienen, waarna de gemeente daar zeker goed naar wil kijken. De suggestie voor nietjes bij bushaltes beoordeelt hij positief.
De bereikbaarheid van bushaltes is momenteel überhaupt punt van aandacht en daarbij past dit uitstekend. Het punt dat de heer Kolster aanroerde zegt hij toe te zullen meenemen in een geel gearceerde tekst. Als de tekst inzake de collegebevoegdheid nu te algemeen lijkt, is hij wel bereid een voorstel voor te leggen, eveneens geel gearceerd, waarin het wat specifieker wordt gemaakt, waarna in het raadsdebat daarover kan worden beoordeeld of het voldoende is. In de nota Parkeernormen zijn ten aanzien van deelmobiliteit enige kengetallen opgenomen die als een soort minimum kunnen worden beschouwd dat kan worden toegepast.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 14 van 31
De VOORZITTER concludeert afsluitend dat een aantal tekstuele wijzigingen is toegezegd, die geel gearceerd zullen worden aangegeven: 1. correctie motivatie blauwe zone ‘s-Gravenland; 2. het afkruisen van één ‘elektrische’ parkeerplaats, tijdelijk of niet; 3. de parkeernorm bij studentenwoningen – ‘kamers, 4. de collegebevoegdheid. 5. correctie op pagina 6 van de nota Parkeerbeleid: ‘iets minder dan één auto per huishouden’ wordt ‘iets meer dan één auto per huishouden’. Wethouder VAN WOUDENBERG deelt aanvullend mede dat de wijzigingsvoorstellen eind van de week tegemoet kunnen worden gezien. De VOORZITTER stelt vast dat, tenzij naar aanleiding van de wijzigingsvoorstellen anders wordt besloten, het stuk als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raad. Hierna schorst hij voor enige ogenblikken de vergadering (21.52 uur). SCHORSING De VOORZITTER heropent om 22.00 uur de vergadering. 7. Keuze ontwikkelingsrichting Kerklaan 450 Wethouder FAASSEN zegt de insprekers dank voor hun bijdragen, waarop hij nu kort zal reageren. De heer Van Rosmalen heeft erop aangedrongen te kiezen voor de menselijke maat en dat is precies wat het college ook probeert te doen. Eerlijk gezegd, en hij zal het nog netjes houden, vindt hij dit een rotdossier. De wijkbewoners snapt hij heel goed. Als hij er zou wonen, zou hij zich ook doodvechten. De gemeente heeft echter een algemeen belang te dienen.
De heer Van Rosmalen somde allerlei slechte zaken op over de investeerder. Blijft staan dat ze rechten en plichten hebben, net zoals de bewoners rechten en plichten hebben. Dat het besluit al zou zijn genomen, zoals de heer Hofstede zei, bestrijdt hij ten zeerste. Daarom liggen de opties juist ook bij de gemeenteraad. Mevrouw Ariës hield een pleidooi voor minder dure woningen. Dat komt in het kavelpaspoort dat nog gemaakt zal worden ten aanzien van het ING-gebouw. Hetzelfde geldt voor de afwikkeling van het parkeren van de auto’s. De heer Bussink heeft aangegeven het ING-gebouw graag te willen behouden. Hij neemt aan dat meerderen er zo over zullen denken. Mocht HIG tot sloop besluiten, dan kan de gemeente dat niet tegenhouden, zo is uit extern juridisch onderzoek gebleken. De pogingen van De Leeuw van Capelle zijn door de gemeente wel degelijk serieus genomen. Er zijn veel extra bijeenkomsten voor gehouden, die overigens zeer plezierig zijn verlopen. Het parkeren zal moeten voldoen aan het vigerende parkeerbeleid en ook dat zal in het paspoort komen te staan. Tot zover de bijdragen van de insprekers. Dat velen het ING-gebouw het liefst zouden willen behouden, begrijpt het college heel goed. Alle complicaties, implicaties en risico’s zijn de raad bekend. Ook veel bewoners zijn hiervan op de hoogte.
Hij zou echt niet weten hoe de raad en de bewoners hierin meer betrokken zouden hebben kunnen worden. Conform het coalitieakkoord liggen nu drie opties voor, met voor- en nadelen. Het is aan de raad om hieruit een keuze te maken, zodat al dan niet kan worden overgegaan tot het maken van een kavelpaspoort op basis van die keuze. Vanzelfsprekend zullen zowel de raad als de omwonenden en de ontwikkelaar hierbij betrokken worden. De raad stelt het paspoort vast, indien van toepassing – want als gekozen wordt voor optie 3, hoeft dat niet –, daarmee behouden het college en de raad de mogelijkheid voorwaardelijke eisen mee te geven aan de planvorming. Indien de raad besluit het paspoort vast te stellen, wordt dit zes weken ter inzage gelegd. Iedereen mag daar zienswijzen op indienen die de input zullen vormen voor het definitieve paspoort. Dat paspoort wordt vervolgens weer aan de gemeenteraad aangeboden. Na vaststelling van het paspoort vraagt de ontwikkelaar een omgevingsvergunning aan voor planologische afwijking. De ontwerpvergunning ligt dan weer zes weken ter inzage en iedereen mag hierop zienswijzen indienen. Wanneer een definitieve vergunning door het college verleend wordt, bestaat weer de mogelijkheid van beroep, alles natuurlijk afhankelijk van de keuze die de gemeenteraad maakt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1078241/1078749
pagina: 15 van 31
De eigenaar is al drieënhalf jaar met de gemeente en bewoners in gesprek. Daarnaast zijn diverse onderzoeken, al dan niet samen met bewoners, gedaan naar mogelijkheden tot behoud van het pand. Helaas hebben die niet tot het gewenste resultaat geleid, vandaar dat nu drie varianten voorliggen, waarmee de raad het college een richting kan aangeven om verdere stappen te zetten. Mevrouw PENTERMAN releveert dat een uitgebreid traject is doorlopen met een meewerkende ontwikkelaar. Dank daarvoor en zeker ook dank aan de insprekers, die onvermoeibaar betrokken blijven bij het onderwerp. Kijkend naar de mogelijkheden en de plek van het gebouw Kerklaan 450 lijkt woningbouw de VVD een goede optie. Ook het vervangen van het bijzondere ING-pand door een eye catcher spreekt de fractie aan. Anderzijds moet zij zich wel aansluiten bij een groot deel van de opmerkingen die de heer Van Rosmalen naar voren heeft gebracht. De Centrumvisie 2.0 is nog niet uitgewerkt en wat de VVD betreft kan daarom nu geen besluit worden genomen over zo’n bepalend gebouwd voor het centrum.
Wat wil Capelle eigenlijk: welke hoogtes, welke bouwmassa’s, welke dichtheid, welke uitstraling, die van een dorp of van een Zoetermeer aan den IJssel? Wil men geen toren, één toren, vijf torens? Daarop kan niet vooruit worden gelopen door het meest bepalende gebouw alvast toe te staan, met als reden dat de ontwikkelaar al zo lang wacht. Wat de VVD betreft zal eerst op z’n minst een aanzet voor een Centrumvisie moeten komen voordat hierover een besluit kan worden genomen. Ze begrijpt dat een Centrumvisie een behoorlijke doorlooptijd zal hebben. Wat haar betreft hoeft ook niet de hele visie gereed te zijn. Wellicht kan er een uitgangspuntendocument komen waarover de raad het in meerderheid eens kan worden alvorens dit voor het centrum zeer bepalende besluit te nemen. Ten aanzien van de precedentwerking is gesteld dat die niet geldt als het voldoende uniek is. Dat is overigens altijd zo. Het is de VVD-fractie niet helder waarom er niet nog vijf of tien van dergelijke torens zouden kunnen komen. Wat is dan het unieke van dit specifieke geval? De heer SPRUIT zegt de insprekers dank voor hun inbreng. Een aantal van hen heeft de actiegroep de Leeuw van Capelle opgericht en zij verdedigen zich ook als een leeuw in dit dossier. Alle waardering daarvoor.