CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

0.2 Collegebrief week 19 - 2025

Overige evenementen 30 september 2025, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Gesprekswijzer33.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

10

11

Voor een landelijke borging van deze werkwijze is het allereerst belangrijk dat we op een grotere schaal onderzoeken of de werkwijze ook binnen andere gemeenten succesvol blijkt. Het succesvol doorlopen van de pilot vraagt inzet van alle partijen. Om de succesfactor zo groot mogelijk te maken zijn een aantal randvoorwaarden van belang. Onderstaand is per partner weergegeven welke randvoorwaardelijke zaken op orde dienen te zijn om de meldstroom zo goed mogelijk te laten verlopen.

Politie

Binnen het basisteam IJsselland namen twee van de drie gemeenten deel aan deze pilot. Hierdoor was er geen eenduidige werkwijze op ‘overige zorgen jeugd’. Afhankelijk van waar de jeugdige woont moet de melding naar Veilig Thuis of via i28 naar de gemeente. Bij het uitbreiden van deze pilot is het wenselijk de basisteams uit te kiezen waarbij het mogelijk is een eenduidige werkwijze te hanteren.

(Meld)structuur •



•



Vast aanspreekpunt In tegenstelling tot meldingen die naar Veilig Thuis worden gestuurd, zit er op de i28 geen extra kwaliteitscontrole. Met andere woorden; het versturen van de i28 is volledig geautomatiseerd. De kwaliteit van de meldingen verschilt per politiemedewerker. Daarom is het noodzakelijk dat de gemeente een vast aanspreekpunt heeft die zij kunnen benaderen als de melding niet volledig blijkt te zijn.

Senior jeugd- of wijkagent als interventie Er zijn gevallen geweest waar een gesprek met een senior jeugdagent of wijkagent een passende interventie was. Voorwaarden hiervoor zijn natuurlijk wel affiniteit met en expertise op jeugd. Hierover moeten vooraf afspraken worden gemaakt. Wie is er geschikt om dit te doen en bij welk soort meldingen is dit een passende interventie.

Beschikbaarheid van adequate administratieve ondersteuning om de processen rondom meldingen en samenwerking efficiënt te faciliteren. Denk aan wekelijks opmaken en verzenden van kennisgevingsbrieven aan betrokkenen, notuleren en agenderen.

Evaluatiecapaciteit

De pilot moet minimaal één jaar duren, aangezien dit in eerdere gevallen goed heeft gewerkt. Na dit jaar kan de pilot mogelijk met een andere gemeente verdergaan.

Er moet capaciteit zijn voor het organiseren en uitvoeren van maandelijkse evaluaties met de betrokken partijen, om voortgang te monitoren en te waarborgen dat de samenwerking effectief blijft.

Financiering van de pilot



Belangrijke randvoorwaarde om de aanpak te kunnen borgen:

•



Gezamenlijke kennisgeving bij doorsturen van meldingen

Veilig Thuis Opleiding en ervaring meldingsverantwoordelijken De medewerkers die politiemeldingen opmaken moeten goed geschoold zijn in het afwegen of een casus een VT-melding of een andere zorgmelding betreft. Deze medewerkers dienen de context van de casus te hebben getoetst om de kwaliteit van de afweging te waarborgen. Bij twijfel is het verplicht om te overleggen met collega’s.

Correcte doorsturing van VTRR-casus Als blijkt dat een casus toch een VT-casus is, dient de gemeente de melding door te geven aan de politie, zodat deze via CORV naar VT wordt gestuurd. Handmatige invoer is niet wenselijk, aangezien dit tijdrovend is en leidt tot het wegvallen van automatische terugkoppeling, wat kwetsbaar is.

Frequent anoniem bespreken van casussen Het is essentieel dat wijkteams, de politie en VT ten tijde van de pilot frequent en anoniem casussen bespreken, evenals de geboden route voor de meldingen. Dit zorgt ervoor dat er in deze fase geen meldingen worden gemist die mogelijk een zorg van HG/KM bevatten.

12

Afstemming en commitment van betrokken partijen

VT ontvangt financiering van de GRJR voor deze dienst. Gedurende de pilot mogen er geen wijzigingen worden aangebracht in deze financiering.

•

Administratieve ondersteuning Politiemedewerkers hebben jarenlang ‘overige zorgen jeugdigen’ gemeld bij Veilig Thuis. De drempel om hier te melden lijkt vaak hoger te liggen dan we zouden willen bij ‘vroegsignalering’. Door het inzetten van een administratief ondersteuner werden alle meldingen welke betrekking hadden op 18-minners gewogen en werd er ook bij de kleinste signalen een melding gemaakt richting de gemeente.

Administratieve ondersteuning

Er moet een tussen- en eindevaluatie plaatsvinden om knelpunten in het proces te bespreken en waar nodig bij te sturen. Alle betrokken partijen moeten hiervoor voldoende capaciteit inbrengen.

Duur van de pilot

Vanuit de politie zijn specifieke criteria:

Commitment van alle gemeenten binnen het politie basisteam

Tussen- en eindevaluatie

Er dient afstemming en wederzijds commitment te zijn tussen alle betrokken organisaties, waaronder de gemeente, politie, Veilig Thuis en lokale zorginstellingen, om een gezamenlijke aanpak te waarborgen.

Periodiek overleg gemeente en Veilig Thuis Regelmatige bijeenkomsten tussen de gemeente en Veilig Thuis moeten plaatsvinden om meldingen gezamenlijk door te nemen en ervoor te zorgen dat meldingen de juiste route volgen, zodat vertragingen worden voorkomen en de kwaliteit gewaarborgd blijft.

Onderzocht moet worden of het mogelijk is om een gezamenlijke kennisgeving te sturen wanneer VTRR een melding doorstuurt naar het lokale veld. Dit zou moeten gebeuren via één gezamenlijke kennisgeving naar de direct betrokkenen, zoals al gebeurt met Pak Je Kans, om administratieve handelingen te verminderen en het proces te versnellen.

Samenwerkingsafspraken met lokale ketenpartners Er dienen afspraken te worden gemaakt met lokale ketenpartners om meldingen te verrijken met relevante informatie en interventies te coördineren, met een integrale benadering van zorg en veiligheid.

Gemeenten Het hebben van een pioniersmentaliteit

Lokale samenwerking zorg en veiligheid

Het vermogen hebben om innovatieve benaderingen te omarmen en actief bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe werkprocessen en samenwerking.

Het is essentieel dat gemeenten een integrale benadering hanteren ten aanzien van vroegsignalering, waarbij signalen uit verschillende domeinen in kaart worden gebracht. Het gezamenlijk beoordelen van deze signalen is van belang, aangezien bepaalde signalen op het eerste gezicht onschuldig lijken, maar in samenhang met andere meldingen kunnen duiden op grotere zorgen.

Ingeregelde meldpuntstructuur Het meldpunt dient efficiënt ingericht te zijn, met een naadloze koppeling aan de VNG/JustID voor de geautomatiseerde ontvangst van meldingen vanuit de politie, zodat meldingen tijdig en correct verwerkt kunnen worden.

Aanspreekpunt en coördinatie Er dient een vast aangestelde coördinator binnen de gemeente te zijn, die tevens fungeert als het centrale aanspreekpunt voor zowel de gemeentelijke organisatie als de aangesloten partners.

13

Eind 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid besloten tot een tijdelijk machtigingsbesluit voor de verstrekking van persoonsgegevens door de politie aan ‘meldpunten niet-acute zorg’ van gemeenten, op grond van de Wet politiegegevens. Dit machtigingsbesluit kan worden gezien als een voorloper van de Wet aanpak meervoudige problematiek (Wams) en creëert een eenduidige grondslag voor het verstrekken van gegevens.

Bijlage 1 Wpg-machtigingsbesluit meldpunten niet-acute zorg

Waarom is het machtigingsbesluit van belang?

•

Het komt regelmatig voor dat de politie op een situatie stuit, waarvan zij verwacht dat niet inzet van de politie, maar inzet van zorg of ondersteuning van belang is voor een persoon. De meld- en adviespunten zijn een onmisbare partner voor de politie om op een effectieve en efficiënte wijze invulling te kunnen geven aan haar hulpverlenings- en openbare orde-taak. De politie kan dan het meldpunt inschakelen om een zorgsituatie verder te onderzoeken en zo nodig (toeleiding naar) hulpverlening of ondersteuning, dan wel “bemoeizorg” in gang te zetten. Op die wijze kunnen problemen waar burgers mee kampen vroegtijdig worden gesignaleerd, en escalatie van problemen worden voorkomen. De politie geeft aan dat haar medewerkers jaarlijks in 30.000 tot 40.000 gevallen melding (willen) doen bij de meldpunten. Er is een wettelijke grondslag nodig om in dit verband persoonsgegevens te kunnen verstrekken.

•

Hieraan zijn bepaalde waarborgen verbonden, waaronder voorwaarden rondom de veilige verwerking van deze gegevens door de meldpunten en de termijn waarna de gegevens dienen te worden vernietigd.

Wat betekent dit in de praktijk? Allereerst vraagt dit niet om extra inzet vanuit de meldpunten, maar waarborgt het een veilige en rechtmatige uitwisseling van persoonsgegevens van kwetsbare personen tussen politie en meldpunten. Het sluiten van convenanten om deze reden is niet langer noodzakelijk, omdat de juridische grondslag voor de meldpunten met dit machtigingsbesluit is gecreëerd. Het blijft wel aangeraden om convenanten af te sluiten met het oog op samenwerkingsafspraken: wat zijn de verwachtingen naar aanleiding van het doen van een melding over en weer.

Wat houdt het machtigingsbesluit in? Met het machtigingsbesluit wordt – vooruitlopend op de Wams – een expliciete grondslag gecreëerd voor het delen van de nodige persoonsgegevens met de meldpunten. Politie kan persoonsgegevens delen indien dit noodzakelijk is voor: • het doen van meldingen over zorgwekkende situaties, al dan niet in combinatie met mogelijke/ dreigende verstoring van de openbare orde, waarin burgers vermoedelijk zorg of ondersteuning nodig hebben met het oog op hun zelfredzaamheid of participatie en niet zelf om hulp vragen;

14

het beantwoorden van informatievragen met betrekking tot het onderzoeken en triëren, door het meldpunt, van meldingen die door de politie of derden zijn gedaan om noodzakelijke zorg of ondersteuning in gang te kunnen zetten; het bieden van maatschappelijke ondersteuning in het kader van het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, het bieden van beschermd wonen en opvang.

15

Vroegsignalering 18politiemeldingen 1e kwartaal Geboortejaar 2014 1

Totaal meldingen: 40

2007 7

2011 6

30 10

2008 10

2010 9

Interventies CIT 2.6%

Niet aangenomen 10.5% Procesregie gemeente 10.5%

2009 6

Monitoring Vroegsignalering 44.7%

CJG 18.4%

PakjeKans Enver 10.5%

Bron Gemeente Capelle aan den IJssel

Vroegsignalering 18politiemeldingen 2e kwartaal Geboortejaar 2006 1 2014 1

2012 5

Totaal meldingen: 58

2007 4

44

2008 12

2011 6

14

Interventies

2010 15

2009 13

WSG 1.8%

Monitoring Vroegsignalering 26.3%

Procesregie gemeente 35.1%

PakjeKans Enver 5.3%

CJG 31.6%

Bron Gemeente Capelle aan den IJssel

Vroegsignalering 18politiemeldingen 3e kwartaal Geboortejaar 2012 3 2011 4

Totaal meldingen: 39 2007 8

33 6

2010 8 2008 10

2009 6

Interventies Procesregie gemeente 15.4%

Monitoring Vroegsignalering 51.3%

CJG 33.3%

Bron Gemeente Capelle aan den IJssel

Vroegsignalering 18politiemeldingen 4e kwartaal Geboortejaar

Totaal meldingen: 45

2007 4 2008 3 2009 16

34 2015 2

11

2010 10

2021 2

2013 1

2012 5

2011 2

Interventies Procesregie gemeente 26.7%

Monitoring Vroegsignalering 53.3%

CJG 20%

Bron Gemeente Capelle aan den IJssel

VTH-Jaarverslag 2024 & Uitvoeringsprogramma 2025

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) omgevingsrecht Unit VTH maart 2025

Inhoud 1

Inleiding ...........................................................................................................................................3

2

Deel I: Jaarverslag 2024 ...................................................................................................................4

3

Cijfers VTH 2024...............................................................................................................................5

4

Trends en ontwikkelingen ................................................................................................................8

5

Deel II: Uitvoeringsprogramma 2025 .............................................................................................11

6

Samenwerking met verbonden partijen ........................................................................................14

7

Deel III: Bijlagen .............................................................................................................................16

Bijlage 1 – Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving ......................................................................16 Bijlage 2 – Procescriteria beleidscyclus VTH-taken ...............................................................................21

2

1

Inleiding

Voor u ligt het VTH-Jaarverslag 2024 en het VTH-Uitvoeringsprogramma 2025. Het eerste deel (hoofdstuk 2) bestaat uit het jaarverslag van de werkzaamheden in 2024 van het team Bouw- en Woningzicht (hierna: team BWT). Dit betreft de taken op het gebied van bouwen, gebruik, ruimtelijke ordening, monumenten en de handhaving van de kinderopvang. Het team BWT beoordeeld of wat er binnen de grenzen van de gemeente wordt gebouwd of verbouwd, voldoet aan de wet- en regelgeving. De vergunningverleners verlenen de hiervoor bestemde vergunningen. De toezichthouders voeren controles uit op de bouw of conform de vergunning en het omgevingsrecht wordt gebouwd. Daarnaast voeren zij controles uit naar aanleiding van klachten of meldingen en verzoeken om handhaving. Indien niet voldaan wordt aan de regels en er geen zicht is op legalisatie wordt hiertegen handhavend opgetreden. Het tweede deel van dit document (hoofdstuk 5) bestaat uit het uitvoeringsprogramma die zich richt op de doelen, acties en ontwikkelingen in het komende jaar. Capelle aan den IJssel is een ambitieuze gemeente die in de komende jaren een aantal middelgrote tot zeer grote projecten en opgaven in de stad gaat realiseren. Deze opgaven in de woningbouw, op werklocaties en in de infrastructuur zorgen voor de noodzakelijke veranderingen in de stad.

Veranderingen die vragen om een zorgvuldige voorbereiding en begeleiding, omdat ze van invloed zijn op het dagelijks leven van onze inwoners. Het team BWT zet zich hier dagelijks voor in. Het team BWT heeft naast het werken aan het realiseren van de woningopgave ook te maken met de nieuwe wetgeving die daarop van toepassing is. De manier van werken is hierdoor veranderd en vraagt om aanvullende opleidingen en competenties. Onze werkzaamheden en organisatie is zich hierop aan het aanpassen. De maatschappelijke betrokkenheid van onze burgers bij de inrichting van de stad vraagt om (extra) aandacht om inwoners mee te nemen in het proces en draagvlak te creëren. Het nieuwe organisatie- en formatieplan ‘Meer waarmaken voor Capellenaren’ biedt kansen en perspectief om in deze lastige arbeidsmarkt de juiste mensen binnen te halen en te behouden en onze unit VTH toekomstbestendig te maken.

3

2

Deel I: Jaarverslag 2024

2.1 Inleiding en leeswijzer In het jaarverslag wordt teruggekeken op het afgelopen jaar en de acties die team BWT heeft ondernomen op het gebied van de VTH-taken. In 2024 is de Omgevingswet (Ow) en de eerste fase van de Wet kwaliteitsborging voor de bouw (Wkb) in werking getreden. Naast de uitvoering van de wettelijke taken, wat in het volgende hoofdstuk wordt toegelicht, is het team BWT bezig geweest met het optimaliseren van de (werk) processen, systeem en procesontwikkeling, het organiseren van informatie en samenwerking binnen de gemeente. Er is een brede samenwerking gezocht en gevonden met de beleidsafdelingen ter uitvoering van de Ow. Er is gestart met het maken van (werk) afspraken binnen de gemeentelijke organisatie, om OpenWave (VTH-zaaksysteem) meer leidend te laten zijn en daarvoor is een protocol opgesteld. Het samenbrengen van de interne adviezen vindt nu plaats via OpenWave. Met externe partijen (DCMR, VRR, Waterschap, DSL) zijn afspraken gemaakt over advisering via het DSO. Daarnaast is met de projectleiders van unit projectontwikkeling afgesproken dat team BWT, als onderdeel van het Intaketeam, eerder wordt betrokken in het vergunningenproces om verwachtingen tijdig te managen. We hebben ons ook gericht op het optimaliseren van het gebruik van OpenWave.

Het belangrijkste doel hierbij is het verhogen van de efficiëntie en het sturen op de doorlooptijden en uitvoeringstaken van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast is duidelijk geworden dat veel terugkerende taken in het systeem geautomatiseerd kunnen worden, zoals een omgevingsvergunning voor een inrit/oprit of het maken van reclame-uiting. Afgelopen jaar is verder gewerkt aan het herschrijven van de werkprocessen en zijn alle brieven en besluiten ‘Omgevingswet-proof’ gemaakt en geïmplementeerd in ons systeem. Daarnaast is er een centrale opslagplaats gecreëerd voor handleidingen, werkinstructies en protocollen.

4

3

Cijfers VTH 2024

3.1

Vergunningen

De cijfers van 2024 kunnen, gelet op de inwerkingtreding van de Ow en Wkb, niet één op één worden vergeleken met de cijfers van 2023 toen de Wabo nog van toepassing was. De belangrijkste oorzaak is dat de ‘oude’ omgevingsvergunning is opgeknipt in twee aparte onderdelen en daarmee ontstaan er ook twee activiteiten: (I) de technische bouwactiviteit en (II) de omgevingsplanactiviteit. In het eerste geval gaat het om constructie-eisen en in het tweede geval om het voldoen aan het omgevingsplan. Voorheen werd dit in één aanvraag gecombineerd. De Ow biedt ook de mogelijkheid om elke activiteit afzonderlijk aan te vragen, maar ook om meerdere activiteiten in één aanvraag op te nemen. In 2025 zal voor het eerst een goede vergelijking en analyse gemaakt kunnen worden. Als gevolg van de invoering van de Ow zijn er eind 2023 nog snel aanzienlijk meer aanvragen ingediend die nog onder de Wabo afgehandeld moeten worden. In 2024 zien we daarentegen een daling in het aantal aanvragen om een omgevingsvergunning, die hier deels door wordt verklaard, maar ook omdat onder de Ow meer activiteiten met een meldingen kunnen worden afgedaan. Het aantal vooroverleggen, om samen met de aanvrager te komen tot een goede aanvraag om een besluit te nemen, die binnen de gestelde doorlooptijd van 8 weken behandeld kan worden, is behoorlijk toegenomen.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanvullen van ontbrekende stukken of beter omschrijven van de activiteit die men wil uitvoeren. Verder valt op dat bij nieuwbouw wel een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd, maar geen melding wordt gedaan voor de technische bouwactiviteit in het kader van de Wet kwaliteitsborging. De Wkb verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fases. Overzicht ingediende en (gedeeltelijk) behandelde initiatieven Ow Omschrijving a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

Uitgebreide procedure Reguliere omgevingsvergunning bouwen (omgevingsplan: 72 technisch: 23, handelsreclame: 3) Reguliere kapvergunning Uitgebreide procedure meervoudig Aanvragen monumentenactiviteit Vooroverleg/conceptaanvragen Lozingsmeldingen Sloopmeldingen Opkoopbescherming Uitritvergunning Kamerverhuur Overige vergunningen

Aantal 2023 14 210

Aantal 2024 0 98

19 8 1 123 26 17 11 9 2 8

16 0 2 171 15 3 6 7 -

5

3.2 Toezicht In 2024 zijn 322 toezichtzaken in de bouwfase afgerond door team BWT. Dit wijkt aanzienlijk af van 2023. Deze stijging komt door dat bij de overgang naar het nieuwe zaaksysteem OpenWave naar voren is gekomen dat oude bouwvergunningen administratief nog niet goed waren afgerond en afgesloten in het systeem. In 2024 zijn 96 klachten en meldingen in behandeling genomen door team BWT. Hierin zien we ook een toename. Ongeveer 75% van de meldingen betreft burenruzies, vaak gerelateerd aan illegale bouw. Dit jaar kregen we ook meer meldingen vanuit de interne organisatie over zaken die spelen in wijken waar wordt gebouwd of nieuwbouw is gerealiseerd. Ook zien we dat veel meldingen/klachten zijn te herleiden tot meningsverschillen tussen buren over privaatrechtelijke zaken die geen betrekking hebben op het omgevingsrecht, maar wel van invloed zijn op de leefomgeving. Overzicht toezicht Omschrijving a. b. c. d. e.

Vergunningen afgesloten Sloopmeldingen afgesloten Meldingen/klachten (bouw, sloop) Meldingen Kamerverhuur Meldingen Goed verhuurderschap

Aantal 2023 231 15 75 8 3

Aantal 2024 322 12 96 5 35

Verder valt de toename van de meldingen inzake de Wet goed verhuurderschap (Wgv) op. Het meldpunt is in oktober 2023 geïntroduceerd en in 2024 is hierover actief gecommuniceerd. De Wgv bevat landelijke algemene regels die een norm stellen voor goed verhuurderschap waar verhuurders en verhuurbemiddelaars naar moeten handelen, zoals administratieve eisen, voorkomen van financieel gewin en misstanden bij verhuur. De meeste meldingen (21) hebben echter betrekking op gebreken (achterstallig onderhoud en schimmel). Deze onderwerpen vallen niet onder de Wgv, maar worden wel via het meldpunt gebundeld. Meldingen die betrekking hebben op de Wgv (17) worden volgens de wet beoordeeld. In één geval is een waarschuwingsbrief gestuurd naar de verhuurder. Meldingen over achterstallig onderhoud en schimmel worden opgepakt in samenwerking met de woningcorporatie. In 2023 is gestart met het opzetten van een tijdelijke toezichthouders pool en plan van aanpak om het illegaal kappen van bomen of beschadigen van groen tegen te gaan. Hoewel hierop toezicht wordt gehouden, heeft dit nog niet geleid tot een handhavingszaak in 2024

3.3 Handhaving In 2024 heeft er één stillegging van bouwactiviteiten in combinatie met het opleggen van een last onder dwangsom plaatsgevonden. Er zijn wel meerdere handhavingszaken gestart, maar de meeste overtredingen zijn na een waarschuwing binnen de afgesproken termijn beëindigd of hersteld waardoor verdere juridische opvolging niet noodzakelijk was. Het toezicht op de Wet kinderopvang (kwaliteitseisen) wordt uitgevoerd door de GGD Rotterdam Rijnmond en de handhaving wordt uitgevoerd door team BWT. Er worden vaker overtredingen geconstateerd bij houders met meerdere locaties en soorten opvang. Voor de meeste overtredingen 6

wordt een aanwijzing (eerste keer) opgelegd en in een enkel geval een last onder dwangsom (recidive). Deze locaties worden vaker gecontroleerd. We constateren dat de branche te maken heeft met capaciteitsproblemen, het vinden van goede medewerkers die snel inzetbaar zijn, is lastig. Overzicht handhaving Omschrijving a. b. c.

Handhavingszaken BWT Handhaving VRR Handhaving kinderopvang

Aantal 2023 10 0 22

Aantal 2024 13 0 27

7

4

Trends en ontwikkelingen

In 2024 waren er een aantal trends en ontwikkelingen op het gebied van de VTH-taken die opvielen. Deze trends en ontwikkelingen worden in deze paragraaf beschreven.

4.1

De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

De inwerkingtreding van de Ow heeft veel impact en brengt veranderingen met zich mee voor de gemeentelijke organisatie. Hierbij gaat het niet alleen om nieuwe regelgeving, maar ook andere werkwijzen, een nieuwe digitale omgeving en nieuwe instrumenten. Er ontstaan bijvoorbeeld nieuwe diensten zoals het vooroverleg met een intake- en omgevingstafel, om op tijd te kunnen reageren op een (complexe) vergunningaanvraag.

Omgevingswet

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wkb moet zorgen voor meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. Het doel van de Wkb is dat de bouwkwaliteit van gebouwen verbetert. Een belangrijke verandering is dat onafhankelijke kwaliteitscontroleurs controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. De technische bouwkundige toets voert de private kwaliteitsborger uit en niet langer de gemeente. De gemeente controleert alleen nog de bouw- en gereedmelding. In het optimale scenario waarbij de werking van de Wkb en de uitvoering helemaal verloopt zoals de wetgever voor ogen heeft, heeft de gemeente beperkt extra werkzaamheden. In dat geval wordt het bouwwerk gebouwd volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving, geeft de kwaliteitsborger een verklaring af dat het voldoet aan de regels en worden alle meldingen tijdig en volledig ingediend bij de 8

gemeente. In het suboptimale scenario wordt bijvoorbeeld een bouwwerk in gebruik genomen zonder correcte gereedmelding. Dat betekent dan weer extra werkzaamheden voor de gemeente. De Wkb is per 1 januari 2024 als onderdeel van de Omgevingswet in werking getreden. Per brief van 1 december 2024 heeft de minister de 1e kamer geïnformeerd over de stand van zaken. De wet ziet nu uitsluitend op nieuwbouw uit gevolgklasse 1. Overwogen is om ook verbouw hieronder te brengen. Uit onderzoek blijkt echter dat de Wkb in zijn huidige vorm hier niet goed op aansluit. De minister heeft besloten verbouw dan ook niet onder gevolgklasse 1 te laten vallen totdat duidelijk is dat sprake is van een passende systematiek die leidt tot een betere kwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Het gevolg is dat het toezicht op verbouwactiviteiten voorlopig bij de gemeente blijft.

De financiële gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb zijn nog niet goed aan te geven. Door het overhevelen van werkzaamheden naar de markt, besparen we personeelskosten. Hier staat een lagere opbrengst van leges tegenover. Maar daar staat tegenover dat we nieuwe werkzaamheden uitvoeren, zoals het afdoen van meldingen, waarvoor we geen leges mogen vragen.

4.2

Personele opgaven

Ook in 2024 blijft het een uitdaging om de capaciteit op orde te houden. Heel Nederland heeft te maken met een krappe arbeidsmarkt. Het nieuwe Organisatie en Formatieplan is een mooie stap vooruit om nieuwe collega’s aan te trekken. Daarnaast biedt het ook doorgroeimogelijkheden voor medewerkers.

4.3

Maatschappij

Capelle bouwt aan de stad! Bouwen in een van de dichtstbevolkte steden gaat gepaard met overlast en andere uitdagingen. We zien dit op verschillende manieren terugkomen bij VTH. Voorbeelden zijn meldingen over bouwwerkzaamheden, blokkeren van wegen door bouwverkeer, bouwveiligheid en geluidsoverlast. Inzet op het beperken van de overlast en de inzet van communicatie om de juiste verwachtingen te scheppen is daarom van groot belang. Bij grote bouwwerken wordt een startgesprek ingepland tussen de toezichthouder en de bouwer/uitvoerder, waarin onderwerpen bouwdynamiek, veiligheid en geluidoverlast voor de omgeving worden meegenomen. Hiermee willen we proactief en preventief inzetten op het voorkomen van klachten en meldingen in plaats van het achteraf oplossen van problemen.

9

4.4

Langdurige handhavingstrajecten

In de meeste gevallen worden de overtredingen opgelost zonder daadwerkelijke handhaving. In het verleden zijn echter wel handhavingstrajecten gestart op het gebied van ‘hoarding’ die nog steeds lopen en toenemen. Hoarding is een psychische aandoening waarbij iemand voortdurend spullen verzamelt. Spullen weggooien geeft angst en stress, waardoor de woning steeds voller wordt. Een (te) vol huis kan leiden tot gezondheids- en veiligheidsrisico's voor de persoon zelf en soms ook voor omwonenden. Deze trajecten duren lang, vragen om inzet van verschillende partijen en nemen veel tijd in beslag. Ook de afhandeling van verzoeken om handhaving van verschillende buren speelt al geruime tijd omdat men hierover blijft procederen.

4.5

Aansluiting vinden bij ontwikkelingen in de organisatie

Nieuwe beleidsontwikkelingen hebben veel invloed op een uitvoeringsunit als VTH. We vinden het dan ook belangrijk om vroeg aan tafel te zitten bij nieuwe ontwikkelingen zoals beleid- en verordeningen, gebiedsgerichte opgaven en integrale projecten. De unit VTH is afhankelijk voor de uitvoering van haar werk van het kader dat door anderen binnen de organisatie, zoals de afdeling Stadsontwikkeling, wordt opgesteld en op basis waarvan vergunning worden verleend, toezicht wordt gehouden of gehandhaafd. We weten elkaar steeds beter te vinden en werken meer in de geest van de Omgevingswet. We worden betrokken bij het opstellen van het Omgevingsplan, de Verordening fysieke leefomgeving, de legesverordening, de ‘kruimellijst (kleine afwijkingen van het bestemmingsplan)’ en diverse andere projecten.

10

5 Deel II: Uitvoeringsprogramma 2025 5.1

Inleiding en leeswijzer

Het doel van het VTH-Uitvoeringsprogramma 2025 is om inzichtelijk te maken welke activiteiten de gemeente op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving in 2025 wil uitvoeren. Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op de missie, visie, strategie en doelen zoals beschreven en vastgesteld in het VTH-beleid (“Vergunningen, toezicht en handhavingsbeleid 2023”). Daarnaast worden de acties, verbeterpunten en ontwikkelingen die in het jaarverslag 2024 zijn beschreven meegenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma voor 2025.

5.2

Waar gaat team BWT zich in 2025 mee bezig houden?

De prioriteiten voor het team BWT zijn tweeledig. Aan de ene kant wordt aandacht besteed aan de aandachtspunten uit de evaluatie van 2024. Aan de andere kant zal, naast het uitvoeren van de wettelijke taken, ook worden gewerkt aan aanvullende doelen en taken die bijdragen aan het behalen van de doelen en ambities zoals die zijn beschreven in het VTH-beleid.

5.3

Wettelijke taken en relevante ontwikkelingen

In 2025 blijft team BWT gefocust op het effectief en efficiënt uitvoeren van haar wettelijke taken en de ontwikkelingen die op ons afkomen. Omgevingswet Ook in 2025 zal team BWT zich inzetten om het werken onder de Omgevingswet te optimaliseren zowel qua proces als inhoud. Het efficiënter maken van werkprocessen en het inzetten van automatisering staan voorop. Daarnaast wordt vanuit VTH ook ingezet op de evaluatie van de Omgevingswet, het leveren van input voor de omgevingsplannen en het optimaliseren van de samenwerkingsafspraken met partners. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wkb is per 1 januari 2024 als onderdeel van de Omgevingswet in werking getreden. Er zijn vóór inwerkingtreding nog veel projecten ingediend onder de Wabo, waardoor het stelsel van kwaliteitsborging relatief laat op gang is gekomen. Naar verwachting zullen vanaf de zomer van 2025 de meeste bouwprojecten die vallen onder gevolgklasse 1 in uitvoering zijn onder kwaliteitsborging. In het ideale geval heeft de gemeente beperkt extra werkzaamheden hieraan, maar als een bouwwerk in gebruik wordt genomen zonder correcte gereedmelding dan betekent dit weer extra werkzaamheden voor de gemeente in het kader van toezicht en handhaving. De Wkb sluit in zijn huidige vorm onvoldoende aan bij verbouwprojecten.

Verbouw wordt daarom niet onder gevolgklasse 1 gebracht totdat duidelijk is dat sprake is van een passende systematiek die leidt tot een betere kwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Het toezicht daarop blijft dus voorlopig nog bij de gemeente. Handhavingstrajecten Team BWT blijft zich inzetten om langdurige handhavingstrajecten te voorkomen en te beëindigen. Voor het onderwerp Hoarding wordt in samenwerking met betrokken partijen een protocol met procesafspraken opgesteld om dit proces beter te stroomlijnen.

11

Meldingen en klachten Om te voorkomen dat klachten en meldingen via diverse kanalen binnenkomen en behandeld worden, gaan we onderzoeken of we de (registratie) van klachten en meldingen zoveel mogelijk terug kunnen brengen naar één centraal punt. Op deze manier kan beter worden gestuurd op de afhandeling van onze meldingen en klachten.

5.4

Doelen en ambities

In het beleid zijn een aantal doelen vastgesteld waar het komende jaar aan wordt gewerkt, namelijk het verkrijgen van inzicht, het optimaliseren van de processen van de VTH-taken en het ontwikkelen van de organisatie rondom de VTH-taken. Formatieplan Stadsbeheer In 2024 is het organisatie en formatieplan vastgesteld. Hieraan wordt inmiddels uitvoering gegeven. Dit plan helpt ons de basis op orde te brengen. In 2025 staat het aantrekken en inwerken van nieuwe medewerkers centraal. Informatie en procesoptimalisatie Het team BWT gaat ook in 2025 verder met de ontwikkeling van systemen en processen. Digitalisering blijft een speerpunt en biedt aanzienlijke kansen voor zowel ondersteuning van onze professionals als voor een efficiënte bedrijfsvoering. Er zijn en worden diverse dashboards ingericht om data makkelijk te kunnen analyseren en hierop te kunnen sturen. Voor vergunningen kennen we al een digitale collegiale toets en voor toezicht wordt deze in 2025 ontwikkeld. Daarnaast is in 2024 een grote slag gemaakt met het beter organiseren van informatie door binnen het concern zoveel mogelijk te werken met OpenWave. Ook in 2025 worden andere beleidsafdelingen hierop aangesloten. Dit zorgt ervoor dat informatie in een systeem samenkomt en efficiënter kan worden gewerkt.

Daarnaast wordt een start gemaakt om te kijken naar onze processen en in hoeverre we deze verder kunnen optimaliseren. Vooroverleggen Uit de cijfers over 2024 blijkt dat het aantal vooroverleggen behoorlijk is toegenomen. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van deze service. Hier worden geen leges voor gevraagd. Dit is bijvoorbeeld wel het geval bij de intaketafel, hierbij wordt advies gegeven over de haalbaarheid van het initiatief. De leges voor intaketafels worden uiteindelijk verrekend wanneer er een aanvraag wordt ingediend. De mogelijkheden voor het invoeren van leges voor vooroverleggen wordt onderzocht in 2025. Samenwerking We blijven investeren in de samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en daarbuiten zodat we weten wat de verschillende afdelingen en teams van elkaar nodig hebben en hoe we elkaar kunnen versterken. Actualisatie VTH-beleid Het VTH-beleid geldt in beginsel voor een periode van vier jaar en sluit aan bij de coalitieperiode 20222026. Het VTH-beleid is geen statisch document, maar een ‘dynamisch’ document dat tussentijds zal worden aangepast indien de wet- en regelgeving daarom vragen en/of nieuwe ontwikkelingen zich 12

voordoen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), heeft veel veranderd in de uitvoering van de VTH-taken. In 2025 wordt onderzocht in hoeverre het VTH-beleid geactualiseerd moet worden of verlengd kan worden. In 2026 vinden er immers nieuwe gemeenteraadsverkiezingen plaats en in een nieuw coalitieakkoord zullen waarschijnlijk andere onderwerpen staan waar we bij de uitvoering van de VTH-taken rekening moeten houden. Het VTH-beleid wordt dan herzien en geldt in beginsel voor een periode van vier jaar tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Vaststellen nieuwe verordening VTH (kwaliteitscriteria) Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is een cruciale schakel in de bescherming van onze leefomgeving. Daarbij is het van groot belang dat er een geborgde kwaliteit van uitvoering en handhaving is. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering en handhaving door gemeenten en provincies en Rijksdiensten in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. In september 2024 is een nieuwe verordening VTH (3.0) voor uitvoering en handhaving krachtens de Omgevingswet beschikbaar gekomen (aanpassing van de kwaliteitscriteria aanbeveling 2 van de commissie Van Aartsen). Dit is aanleiding om de huidige verordening aan te passen en deze in 2025 aan de raad voor te leggen.

13

6 Samenwerking met verbonden partijen De gemeente voert haar VTH-taken niet alleen uit, maar werkt daarvoor samen met verschillende partners. Het Omgevingsbesluit verplicht een afstemming en bekendmaking van het uitvoeringsprogramma aan betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke partners. Hierna zal een overzicht van die samenwerkingspartners volgen. Per samenwerkingspartner wordt een korte beschrijving gegeven van de taken die eenieder voor diens rekening neemt en welke afspraken er zijn gemaakt. 6.1

De DCMR Milieudienst Rijnmond

De milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden uitgevoerd door de regionale omgevingsdienst de DCMR (https://www.dcmr.nl/). Het gaat hierbij om de verplichte basistaken aangevuld met een aantal andere milieu-gerelateerde taken zoals het beleid en de uitvoering van de Wet bodembescherming. Zij zijn hiervoor volledig gemandateerd. Ook het volledige inrichtingenbestand – inclusief (voormalige) provinciale bedrijven – van de gemeente is overgedragen aan de DCMR. De gemeente blijft als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de uit te voeren taken en geeft hier waar nodig sturing op. De DCMR voert voor de gemeente de vergunningverlening/advisering voor de omgevingsvergunning activiteit milieu uit. Enkelvoudige vergunningen worden door de DCMR verleend. Bij meervoudige vergunningen levert de DCMR advies voor het milieudeel. Voor het Besluit bodemkwaliteit behandelt de DCMR de meldingen en houdt zij toezicht. Voor bodemsanering levert de DCMR – op verzoek – advies aan de gemeente. Daarnaast voert de DCMR (indien noodzakelijk) specialistische taken uit zoals Hogere grenswaarden geluid en RO-advisering. De samenwerkingsafspraken tussen de DCMR en de gemeente liggen vast in een gemeenschappelijke regeling (GR). Een gemeenschappelijke regeling is een samenwerkingsverband van overheden en daarmee een soort verlengstuk van de gemeenten en provincie.

In de regeling staat hoe het bestuur de DCMR aanstuurt. Ook worden hierin de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het bestuur en het DCMR-management beschreven. De DCMR stelt jaarlijks een jaarverslag en uitvoeringsprogramma op en rapporteert maandelijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Het jaarverslag en uitvoeringsprogramma wordt door het college van de gemeente vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

6.2

Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR)

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (https://vr-rr.nl/) is een overheidsorganisatie die namens de 13 gemeenten in de regio taken uitvoert op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. Alle 13 burgemeesters vormen samen het algemeen bestuur. De voorzitter van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is de burgemeester van Rotterdam. Ook de VRR brengt een jaarverslag uit en stelt een jaarplan op en rapporteert over de uitvoering.

6.3

Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond

De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op kinderopvang. De inspecties kinderopvang worden uitgevoerd door de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD). Jaarlijks 14

wordt hiervoor in samenspraak met de GGD een werkplan opgesteld. Eventuele handhavingsacties, voortvloeiend uit de inspecties, worden door de gemeente uitgevoerd. Jaarlijks wordt verantwoording afgelegd aan de Inspectie van het Onderwijs.

15

7 Deel III: Bijlagen Bijlage 1 – Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving Wettelijke basis Het is een wettelijke verplichting (vastgelegd in het Besluit Omgevingsrecht, artikel 13.8) om de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht.

Reikwijdte werkzaamheden In het hier voorliggende uitvoeringsprogramma is vastgelegd welke vergunnings-, toezichts- en handhavingstaken in 2025 worden uitgevoerd. Dit document gaat over de activiteiten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dat zijn dus die VTHtaken die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van milieu, bouwen, gebruik, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en kinderopvang. Niet al deze taken voert de gemeente zelf uit. De DCMR verricht de uitvoerende milieutaken en de VRR verricht een deel van de taken op het gebied van brandveiligheid. De resultaten van hun werkzaamheden zijn van invloed op de gewenste resultaten in de leefomgeving van de gemeente waar dit uitvoeringsprogramma over gaat, maar ze worden apart aan het college ter vaststelling of kennisgeving aan de raad toegezonden. De taken op het gebied van ‘veiligheid en handhaving in de openbare ruimte’ vallen buiten het onderwerp van dit uitvoeringsprogramma.

Geldende regelgeving als basis voor de uit te voeren taken De vergunningverlening, het toezicht en de beginselplicht tot handhaving is voor de gemeenten vastgelegd in een aantal wetten en regels. Daarbij moet worden voldaan aan door het Rijk vastgestelde minimale kwaliteitscriteria (actueel versie 2.3). Gemeenten hebben de vrijheid om bij de uitvoering van hun taken zelf een prioritering aan te brengen. De wetten en regels waarop het VTH-beleid is gebaseerd, zijn onder andere de: •

Omgevingswet (Ow): De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat u buiten ziet, hoort en ruikt. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bestaat uit vier Amvb’s: 1. Het Omgevingsbesluit (Ob) 2. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 3. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 4. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

•

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb); 16

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verplaatst onder anderede toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Het doel van deze wet is verbetering van de bouwkwaliteit door versterking van de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument en door de introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor bouwwerken. •

Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb); Het besluit is een uitwerking van de Wkb. Aanwijzing van gebouwen, gevolgklasse, eisen kwaliteitsborger, etc.

•

Omgevingsplan gemeente Capelle aan den IJssel; In het omgevingsplan staan alle regels die gelden in de leefomgeving van heel Capelle aan den IJssel samen die voorheen stonden in verschillende bestemmingsplannen.

•

Verordening fysieke leefomgeving Capelle aan den IJssel 2024 (VFL); De Verordening fysieke leefomgeving, is opgesteld om alle regels uit plaatselijke verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving op één plaats te bundelen.

•

Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Capelle aan den IJssel 2022

Algemene uitgangspunten in de werkwijze Algemene uitgangspunten in de werkwijze van de gemeente bij de uitvoering van VTH-taken. Wij hanteren bij onze VTH-werkzaamheden de volgende algemene uitgangspunten: • • • • • • • • • • • •

Gelijke gevallen worden gelijk behandeld; De eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en instellingen staat voorop; Het toezicht en de handhaving vinden in redelijkheid, dat wil zeggen proportioneel, plaats; Er is een goede informatie-uitwisseling en samenwerking met in- en externe partners; Er wordt in begrijpelijke taal en eenduidig naar de burgers gecommuniceerd; Bij de prioritering van inzet van middelen wordt rekening gehouden met de grootste risico’s, de bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid staan daarbij voorop; Overtredingen die niet op initiatief van de overtreder zelf worden beëindigd, worden met bestuurlijke middelen aangepakt; Als een bestuursrechtelijke procedure wordt gestart, moet deze ook worden afgemaakt (dit draagt bij aan de bestuurlijke geloofwaardigheid); Vergunningen worden tijdig verleend; Ketenaanpak en integrale aanpak zijn vereist; Het algemeen belang versus privaat belang wordt zorgvuldig afgewogen in ieder proces; De kennis en kunde van de medewerkers zijn op adequaat niveau conform de geldende kwaliteitseisen VTH.

Beleidscyclus •

Door middel van de zogenoemde ‘Big-8’ feedbackcyclus monitoren we permanent of we de juiste dingen doen en of we die dingen ook goed doen. Dit zowel op de korte als op de lange termijn. Jaarlijks houden we zo zicht op het proces, evalueren we de voortgang en stellen zo nodig de processen bij (afgeronde, aangepaste of nieuwe processen). Ook krijgen we zo in beeld of onze inspanningen daadwerkelijk bijdragen aan het behalen van onze gestelde doelen 17

•

voor toezicht en handhaving. Binnen het continu leren en verbeteren, het toepassen van de ‘Big-8’systematiek zal ook in 2025 gewerkt worden aan: De informatievoorziening, met als doel de monitoring, evaluatie en verslaglegging verder te verbeteren;

Figuur 1. Big-8 beleidscyclus

Aanpassingen in wet- en regelgeving Omgevingswet en Wkb De Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen zijn per 1 januari 2024 in werking getreden. De daarbij benodigde uitgewerkte werkprocessen zijn in 2024 afgerond en geïmplementeerd. Ten opzichte van de aanvraag om de omgevingsvergunning waarbij de bouwtechnische- en de bestemmingsplanaspecten in één en dezelfde vergunning worden afgehandeld, vindt er in het nieuwe stelsel een knip plaats tussen enerzijds de (technische) bouwactiviteit en anderzijds de (ruimtelijke) omgevingsplanactiviteit (zie Figuur 2). Figuur 2. Knip tussen bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten

Op grond van de Wkb verandert het vergunningen- en toezichttraject voor de bouwactiviteiten in de komende jaren stapsgewijs (gefaseerde invoering gevolgklassen 1, 2 en 3). Vooralsnog is de invoering beperkt tot nieuwbouw behorende tot gevolgklasse 1.

Kwaliteitscriteria Alle hierboven genoemde VTH-werkzaamheden dragen bij aan een duurzame, gezonde, veilige, toegankelijke en historisch waardevolle stad. Om dit te realiseren hanteren wij de landelijke VTHkwaliteitscriteria. Doel van deze landelijke kwaliteitscriteria is om bij de uitvoering van de VTH-taken een meer gelijkmatige aanpak over het hele land te bereiken, waardoor de uitvoering van die taken in de breedte overal van een kwalitatief verantwoord niveau is. 18

In 2022 zijn de kwaliteitscriteria 2.2 vervangen door de nieuwere versie 2.3. Het voldoen aan deze kwaliteitscriteria is de afgelopen jaren onder druk komen te staan door de werkvoorraad, de ambities rond het bouwen van woningen en de inbedding van de doelen uit de vastgestelde Omgevingsvisie. Het voldoen aan de kwaliteitscriteria blijft het uitgangspunt bij het doel om VTH-taken te versterken binnen het Fysieke Domein.

Inspelen op actuele vraagstukken De werkzaamheden in de fysieke leefomgeving zijn nooit voor 100% vooraf te plannen. Het is noodzakelijk om flexibel te kunnen schuiven binnen het programma. Dat betekent dat wanneer zich specifieke zaken voordoen die acuut aandacht behoeven, daarop direct moet kunnen worden geacteerd. Een gevolg hiervan kan zijn dat op dat moment niet alle in dit uitvoeringsprogramma 2025 opgenomen activiteiten volledig kunnen worden gerealiseerd. In het jaarverslag VTH over 2025, dat begin 2026 verschijnt, wordt hierover uiteraard weer gerapporteerd.

Handhavingsstrategie Beginselplicht tot handhaven Een belangrijk uitgangspunt bij handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. In de jurisprudentie is over deze beginselplicht de volgende standaardoverweging tot stand gekomen: ‘Gelet op het algemeen belang dat is gediend met de handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts in bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.’. Ondanks de beginselplicht tot handhaving kan in bepaalde gevallen worden besloten om niet tot handhaving over te gaan of dat op een later moment te doen. Dit heeft te maken met het spanningsveld tussen de omvang van de taken op het terrein van toezicht en handhaving enerzijds en de daarvoor beschikbare capaciteit anderzijds.

Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken op basis van vastgestelde prioriteiten. Handhaven op de langere termijn (‘uitgesteld handhaven’) kan juist een bewuste strategische keuze zijn in het kader van integraal programmatisch handhaven. Uitgesteld handhaven moet dan ook niet verward worden met gedogen. In situaties waarbij sprake is van gedogen wordt een gedoogbeschikking afgegeven. Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, maar geheel afzien van handhaving niet. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat prioritering in handhavingsbeleid is toegestaan, maar dat beleid dat inhoudt dat tegen overtredingen die in het handhavingsbeleid een lage prioriteit hebben in het geheel niet handhavend zal worden opgetreden, rechtens niet aanvaardbaar is, omdat daarmee het te handhaven wettelijk voorschrift wordt ondergraven. Handhaving onder de Wkb Onder de Wkb komt een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de kwaliteitsborger te liggen. Echter, de kwaliteitsborger heeft zelf geen handhavingsbevoegdheid, waardoor het college van B&W het bevoegd gezag blijft voor de handhaving. Dit is bepaald in artikel 18.2 van de Omgevingswet, gelezen in samenhang met artikel 4.3, lid 1, bus a van de Omgevingswet en artikel 4.9 van de Omgevingswet.

Indien bij een overtreding wordt geconstateerd dat er geen verklaring van de kwaliteitsborger is, moet er handhavend worden opgetreden. Of er wel of niet handhavend wordt 19

opgetreden is een afweging die de afdeling VTH elke keer moet maken. Het is echter belangrijk om de evenredigheid van handhaving te bewaren.

20

Bijlage 2 – Procescriteria beleidscyclus VTH-taken De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De procescriteria zijn te vinden in het Omgevingsbesluit, artikelen 13.5 tot en met 13.11.

Twee cycli: beleidsvormen en uitvoerend De beleidsvormende cyclus is voornamelijk het domein van de bevoegde gezagen. Hier worden de kaders geformuleerd voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoerende cyclus ligt deels bij omgevingsdiensten en deels bij bevoegde gezagen zelf.

Big-8 model is samenhangend geheel Het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel Big-8 genoemd. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en control cyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten.

De procescriteria volgens de Omgevingswet De procescriteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria worden gebruikt bij het inrichten van de organisatie. De volgende procescriteria worden onderscheiden: • • • • • • •

De uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6); De handhavingsstrategie (artikel 13.5 en 13.6); Het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8); De uitvoeringsagenda (artikel 13.6); De uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9); De borging van middelen (artikel 13.10); De evaluatierapportage (artikel 13.11);

Huidige regelgeving opgenomen via Invoeringswet Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over VTH uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgenomen in paragraaf 18.3.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Bij algemene maatregelen van bestuur (zoals het Omgevingsbesluit) stellen de betrokken bestuursorganen regels over de strategische en programmatische uitoefening van deze taken. Dat doen zij in het belang van een doelmatige uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.

Randvoorwaarden hogere kwaliteit handhaving In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staan de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Met name de artikelen 13.5 tot en met 13.11 gaan dieper in op de procescriteria, de afzonderlijke onderdelen van de strategische en programmatische uitvoering en handhaving.

21

Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet Figuur 3. Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet

22

Monitor Discriminatie 2024 Regio Rotterdam

MONITOR DISCRIMINATIE 2024

REGIO ROTTERDAM

Regio Rotterdam

HET JAAR 2024 DE CIJFERS DE ANALYSE PREVENTIE MIJN VERHAAL

HET JAAR 2024 De Monitor Discriminatie 2024 Regio Rotterdam geeft een overzicht van meldingen bij de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), door de politie geregistreerde discriminatie-incidenten en de cijfers van het College voor de Rechten van de Mens.

Discriminatie Discriminatie is het ongelijk behandelen van mensen op grond van kenmerken die er in de situatie niet toe doen, zoals herkomst, godsdienst of geslacht. Deze kenmerken worden discriminatiegronden genoemd. Mensen die discriminatie hebben ervaren of waargenomen kunnen dit melden bij een ADV. In de politie-eenheid Rotterdam zijn dit Discriminatie.nl regio Rotterdam (voorheen RADAR) en het discriminatiemeldpunt van de gemeente Goeree-Overflakkee. Afhankelijk van de situatie kunnen slachtoffers ook terecht bij de politie of het College voor de Rechten van de Mens.

ADV’s en politie De ADV’s ontvingen in 2024 608 meldingen over voorvallen van discriminatie in de regio Rotterdam. Dat is 26 procent meer dan in 2023. Het aantal meldingen over herkomst of huidskleur is met 29 procent gestegen en bedraagt ruim de helft van het totaal. Het aantal meldingen over seksuele gerichtheid is verdubbeld. Het terrein waarover de meeste meldingen binnenkwamen was de arbeidsmarkt: 23 procent van alle meldingen. Opvallende stijger was het aantal meldingen over de openbare ruimte: 58 procent meer meldingen dan in het jaar 2023. De politie registreerde in 2024 1.147 discriminatie-incidenten, 6 procent minder dan in 2023.

Bij de ADV’s is het aantal discriminatiemeldingen gestegen in 2024, terwijl bij de politie het aantal registraties is afgenomen.

Het grootste deel van de politieregistraties ging over de gronden herkomst en seksuele gerichtheid. Bij 7 procent van de incidenten betreft het discriminerende uitlatingen, terwijl in 9 procent van de gevallen geweld gepaard ging met discriminerende uitlatingen. College voor de Rechten van de Mens In 2024 ontving het College voor de Rechten van de Mens 72 verzoeken tot een oordeel uit de regio Rotterdam, 9 procent minder dan in 2023. De meeste gaan over discriminatie op basis van handicap/chronische ziekte, herkomst en nationaliteit. Het College maakt onderscheid tussen drie terreinen: arbeid (24 verzoeken), sociale bescherming (12) en goederen en diensten (22). 14 verzoeken hadden betrekking op geen van deze terreinen. Op basis van de gelijkebehandelingswetgeving kan het College beoordelen of er sprake was van discriminatie. Het College gaf bij 13 verzoeken een oordeel, waarbij in 8 gevallen verboden onderscheid werd geconstateerd.

Topje van de ijsberg Onderzoek toont aan dat slechts 3 procent van de discriminatie-ervaringen wordt gemeld bij een instantie die discriminatie registreert. Mensen blijken het herkennen, benoemen en melden van discriminatie vaak lastig te vinden. Veel incidenten blijven daardoor buiten de registraties.

HET JAAR 2024 DE CIJFERS DE ANALYSE PREVENTIE MIJN VERHAAL

Download hier alle cijfers

DE CIJFERS DISCRIMINATIE.NL REGIO ROTTERDAM

Download hier alle cijfers

Totaal meldingen: 608

COLLEGE

Totaal incidenten: 1.147

Verzoeken om een oordeel: 72

293 keer

841 keer

vijandige bejegening

uitlating

TOP 5

TOP 5

2 Seksuele gerichtheid 3 Handicap/chronische ziekte 4 Niet-wettelijke gronden 5 Geslacht

2 Openbare ruimte 3 Commerciële dienstverlening 4 Buurt/wijk 5 Collectieve voorzieningen

Discriminatieterrein ADV’s 1 Arbeidsmarkt

Discriminatiegrond ADV’s 1 Herkomst/huidskleur

POLITIE

TOP 5

Discriminatiegrond Politie 1 Herkomst/huidskleur 2 Seksuele gerichtheid 3 Antisemitisme 4 Onbekend/overig 5 Godsdienst

VERVOLG

HET JAAR 2024 DE CIJFERS

Herkomst/huidskleur

+72

Openbare ruimte

+30

Herkomst/huidskleur

-76

Seksuele gerichtheid

+37

Arbeidsmarkt

+28

Antisemitisme

-41

Buurt/wijk

+25

Seksuele gerichtheid

+17

Handicap/chronische ziekte +15

Herkomst/huidskleur plus 72 Seksuele gerichtheid plus 37 Handicap/chronische ziekte plus 15

Openbare ruimte plus 30 Arbeidsmarkt plus 28 Buurt/wijk plus 25

Herkomst/huidskleur min 76 Antisemitisme min 41 Seksuele gerichtheid plus 17

Stijging of daling Hiermee wordt bedoeld een stijging of daling van het aantal discriminatiemeldingen ten opzichte van het jaar ervoor (2023). Stijging of daling Hiermee wordt bedoeld een stijging of daling van het aantal discriminatie-meldingen ten opzichte van het jaar ervoor (2023).

DE ANALYSE PREVENTIE MIJN VERHAAL

Download hier alle cijfers

DE CIJFERS

1 Alblasserdam A 8 B 2 C 2 en

9 Hendrik-Ido-Ambacht A 12 B 3 C 5e

17 Ridderkerk A 29 B 10 C 23 e

2 Albrandswaard A 15 B 6 C 6

10 Hoeksche Waard A 46 B 8 C 28 e

18 Rotterdam A 747 B 372 C 634 e

3 Barendrecht A 25 B 8 C 11 e

11 Krimpen aan den IJssel A 15 B 4 C 5e

19 Schiedam A 68 B 23 C 50 e e

4 Capelle aan den IJssel A 52 B 18 C 44 e

12 Lansingerland A 42 B 15 C 15 e

20 Sliedrecht A 13 B 4 C 10 e

5 Dordrecht A 76 B 43 C 96 e

13 Maassluis A 13 B 4 C 14 e

21 Vlaardingen A 61 B 19 C 33 e

6 Goeree-Overflakkee A 12 B 12 C 8e

14 Molenlanden A 19 B 6 C 8e

22 Voorne aan Zee A 45 B 9 C 24 e

7 Gorinchem A 33 B 7 C 19 e

15 Nissewaard A 53 B 20 C 59

8 Hardinxveld-Giessendam A 3 B 1 C 4e

16 Papendrecht A 10 B 5 C 27 e

23 Zwijndrecht A 24 B 6 C 22

MEER INFORMATIE info@radar.nl www.radar.nl www.politie.nl

LANDELIJKE CIJFERS www.discriminatie.nl

Download hier alle cijfers

12

4 13

21

19

18

11

22

14 17

2

3

1 9

15

16

23

10

20

8

7

5

HET JAAR 2024 6

A Meldingen door inwoner van de gemeente bij ADV B Meldingen over voorval in de gemeente bij een van de ADV’s C Geregistreerde discriminatie-incidenten bij de politie

DE CIJFERS DE ANALYSE PREVENTIE MIJN VERHAAL

DE ANALYSE

GRONDEN

ADV-meldingen en politieregistraties betroffen in 2024 vooral de discriminatiegronden herkomst/huidskleur, seksuele gerichtheid, geslacht, godsdienst, handicap/chronische ziekte en niet-wettelijke gronden.

Discriminatie op grond van herkomst bleef, net als voorgaande jaren, de meest voorkomende discriminatiegrond.

Herkomst/huidskleur Net als voorgaande jaren is herkomst of huidskleur verreweg de meest voorkomende discriminatiegrond. In 2024 gaat 53 procent van de meldingen bij ADV’s over deze grond. De meeste meldingen over discriminatie vanwege herkomst gaan over vijandige bejegening en omstreden behandeling. Bij omstreden behandeling gaat het bijvoorbeeld om discriminatie bij sollicitaties, onheuse behandeling in winkels of weigering bij uitgaansgelegenheden. Bij vijandige bejegening gaat het om zaken als scheldpartijen en pesterijen. De belangrijkste maatschappelijke terreinen bij meldingen over

incidenten, iets minder dan het jaar ervoor. Van de ADVmeldingen gaat 12 procent over de grond seksuele gerichtheid, flink meer dan in 2023 toen het 7 procent was. Door deze stijging neemt seksuele gerichtheid bij de ADV-meldingen voor het eerst de tweede plek in. In de politieregistraties gaat het vaak om algemeen schelden met ‘homo’ tegen agenten en boa’s, waarbij de gedupeerde vermoedelijk niet homoseksueel was of daarvoor werd aangezien. Voorbeelden van meldingen over discriminatie vanwege seksuele gerichtheid zijn scheldpartijen in de openbare ruimte en incidenten rondom regenboogvlaggen.

discriminatie op grond van herkomst zijn: arbeidsmarkt, buurt/wijk en openbare ruimte. Zo werden melders gepest op de werkvloer of uitgescholden op straat. Van de politieregistraties heeft 48 procent betrekking op discriminatie vanwege herkomst of huidskleur. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om racistische bedreigingen of burenruzies waar mensen racistisch uitgescholden werden. Seksuele gerichtheid Zowel in de ADV-meldingen als in de politieregistraties is seksuele gerichtheid na herkomst de meest geregistreerde discriminatiegrond. Het gaat in 2024 om 28 procent van de geregistreerde discriminatie-

Geslacht Bij de ADV’s is het aantal meldingen over discriminatie vanwege geslacht gestegen. Het is de vijfde grond (8 procent) bij de meldingen. Hiervan betreft een vijfde discriminatie van transgender personen. Negen meldingen hadden betrekking op zwangerschapsdiscriminatie op het terrein arbeid. Bij de politie betreft 1 procent van de registraties discriminatie vanwege geslacht. Hiervan betreft ruim meer dan de helft discriminatie van transgender personen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15951912/1