CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Sociaal Domein 2024.docx

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1181936 Verordening Sociaal Domein 202440.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Zie artikel 2.3.2. Wmo 2015 voor meer details waaraan een persoonlijk plan moet voldoen Artikel 4.1.2. van de Jeugdwet: ……..biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat de ouders ontheven of ontzet zijn uit het ouderlijk gezag.

pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen.

49

Verordening sociaal domein

plan van aanpak : een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waar in de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. praktijkroute: Het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis va een loonwaardevaststelling op de werkplek professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. respijtverblijf: respijtzorg betreft een specifieke vorm van ondersteuning ter ontlasting van de mantelzorger, waarbij ondersteuning wordt versterkt aan de mantelzorger op grond van (dreigende) overbelasting. De belangrijkste afweging bij het toekennen van respijtzorg betreft het concrete resultaat dat bestaat uit het duurzaam uitstellen of voorkomen van de noodzaak om duurdere/ zwaardere ondersteuning in te zetten. samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ.

Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag of een combinatie daarvan. werkgever: Degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden i zijn organisatie. werknemer: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de Participatiewet met wie de werkgever een dienstvetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is. wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.

50

Verordening sociaal domein

woning: hoofdverblijf zorgarrangement: Om zo goed mogelijk maatwerk te kunnen bieden wordt de indicatie voor beschermd wonen gesteld in de vorm van een zorgarrangement. Het zorgarrangement bestaat uit modules die specifiek betrekking hebben op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht. In de beleidsregel Beschermd Wonen gemeente Bunschoten 2019 wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de zorgarrangementen.

51

Verordening sociaal domein

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 18 april 2024,

Raadsgriffier Drs. E. Hoogstraten

Voorzitter M. van de Groep

52

Verordening sociaal domein

BIJLAGE 1: ‘TIJDNORMERING HUISHOUDELIJKE TAKEN BUNSCHOTEN’ Licht huishoudelijk werk:  Opruimen  Stof afnemen  Bedden opmaken  Planten water geven

60 min. per week 90 min. bij aanwezigheid kinderen

Er kan extra tijd worden gegeven bij PG-problematiek, communicatieproblemen, aantal kinderen < 12 jaar, vervuilingsgraad en allergie. Zijn er taken die belanghebbende nog wel zelf kan doen, kan de tijd hiervoor in mindering worden gebracht. Bijvoorbeeld: Belanghebbende kan wel stof afnemen maar kan niet tillen/opruimen en het bed opmaken. 20 min. in mindering brengen. Zwaar huishoudelijk werk:  Stofzuigen  Schrobben, dweilen/soppen van sanitair/keuken  Bedden verschonen  Opruimen huishoudelijk afval

90 min. per week bij 1 persoons huishouden in kleine woning. 180 min. per week bij 2 persoons huishouden of grote woning.

Er kan extra tijd worden gegeven bij PG-problematiek, communicatieproblemen, aantal kinderen < 12 jaar, vervuilingsgraad en allergie. Zijn er taken die belanghebbende nog wel zelf kan doen, kan de tijd hiervoor in mindering worden gebracht. Voorbeeld: Belanghebbende kan wel stofzuigen en de dochter helpt bij het bed verschonen maar de overige zware taken lukt niet meer. 20 minuten in mindering brengen. De wasverzorging:  Kleding/linnengoed sorteren en wassen in machine 60 min. per week bij 1 persoons  Centrifugeren, ophangen, afhalen of was drogen huishouden.  Vouwen, strijken, opbergen 90 min. per week bij 2 personen Er kan extra tijd worden gegeven voor ieder kind < 16 jaar + 30 minuten. Bij bedlegerige personen + 30 minuten. Extra bewassing door overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies + 30 minuten. Zijn er taken die belanghebbende nog wel zelf kan doen, kan de tijd hiervoor in mindering worden gebracht. Voorbeeld: Belanghebbende kan niet meer strijken, maar doet de overige wasverzorging zelf. - 40 minuten in mindering brengen. Broodmaaltijden  Broodmaaltijd klaarzetten  Tafel dekken en afruimen  Koffie/thee zetten  Afwassen  Opruimen

15 min. per keer Aanwezigheid kinderen < 12 jaar 20 min. per keer

Warme maaltijden bereiden (maaltijdvoorziening voorliggend):  Koken 30 min. per keer  Tafel dekken en afruimen Aanwezigheid kinderen < 12 jaar  Afwassen 20 min. per keer  Opruimen Organisatie van het huishouden:  Plannen van werkzaamheden 30 minuten per week  Plannen en beheren van middelen mbt. het huishouden 

Voor boodschappen wordt geen tijd gegeven omdat de boodschappenservice een voorliggende voorziening is.

53

Verordening sociaal domein

Bijlage 2 Erkenningseisen Jobcoach 2023  erkenningseis 1: Op basis van voornemens, handelingen, antecedenten is er voor de gemeente geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van een aanbieder die een aanvraag tot erkenning als Jobcoachorganisatie doet, te twijfelen. A. is er sprake van een onherroepelijk vonnis of arrest of enig ander onherroepelijk rechterlijk oordeel dan wel een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie jegens aanbieder volgens de op hem van toepassing zijnde wet- of regelgeving van een lidstaat van de Europese Unie gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in strijd is met zijn beroepsgedragsregels of waarbij enige veroordeling is uitgesproken die relevant is voor de uitvoering van Jobcoaching; B. heeft aanbieder zich op enig moment op enigerlei wijze schuldig gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen die in verband met het doen van een aanvraag tot erkenning als Jobcoachorganisatie kunnen worden verlangd of heeft aanbieder de betreffende inlichtingen niet verstrekt c.q. geweigerd deze te verstrekken  erkenningseis 2: Aanbieder staat als rechtspersoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. C. Een aanbieder dient ter bevestiging van zijn identiteit aan te tonen ingeschreven te zijn als rechtspersoon bij de Kamer van Koophandel.  erkenningseis 3: Aanbieder voldoet aan een passende aansprakelijkheidsverzekering. D.

Aanbieder beschikt over een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering waarbij aanbieder verzekerd is voor de aansprakelijkheid voor zaak- en personenschade door een verkeerde (be)handeling, een nalatigheid of een bedrijfsfout  erkenningseis 4: Aanbieder borgt de kwaliteit van de Jobcoaching. E. Vakbekwaamheid personeel Aanbieder beschikt over vakbekwaam personeel dat de Jobcoaching uitvoert. Aanbieder maakt daarbij gebruik van personeel met welke een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten of van zelfstandige personen waarmee een overeenkomst tot opdracht is gesloten. Jobcoach is (nog) geen erkend beroep en voor het vak van Jobcoach bestaat (nog) geen reguliere vakopleiding. F. Eisen aan de vakbekwaamheid van het personeel: – de Jobcoach heeft een hbo-opleiding of hbo werk- en denkniveau; – de Jobcoach heeft een opleidingsmodule voor Jobcoach gevolgd of is in de praktijk binnen de organisatie opgeleid tot Jobcoach (in company training). Dit volgt uit de richtlijn vanuit de Beroepsvereniging Jobcoaches Nederland.  erkenningseis 5: Aanbieder neemt de normen met betrekking tot privacy in acht. G. De gemeenteambtenaar die jobcoaching doet krijgt – om de Jobcoaching te kunnen uitvoeren – toegang tot vertrouwelijke informatie over zowel de klant als de werkgever.

De ambtenaar heeft bij de uitvoering van de Jobcoaching een geheimhoudingsplicht, die zijn grondslag vindt in artikel 65 van de 54

Verordening sociaal domein

Wet Suwi. Daarnaast is op de verwerking van de persoonsgegevens door gemeenteambtenaren in hun hoedanigheid van werknemers voor een bestuursorgaan dat verwerkingsverantwoordelijke is, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De gemeenteambtenaar dient de geheimhoudingsplicht van artikel 65 Participatiewet, de bepalingen uit de AVG, alsmede de andere relevante wetgeving in het kader van de privacybescherming, strikt na te leven. H. De aanbieder krijgt – om de Jobcoaching te kunnen uitvoeren – toegang tot vertrouwelijke informatie over zowel de klant als de werkgever. Aanbieder heeft daarom bij de uitvoering van de Jobcoaching een geheimhoudingsplicht, die zijn grondslag vindt in artikel 74 van de Wet Suwi. Daarnaast is op de verwerking van de persoonsgegevens door aanbieder in zijn hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Aanbieder dient de geheimhoudingsplicht van artikel 74 van de wet Suwi, de bepalingen uit de AVG, alsmede de andere relevante wetgeving in het kader van de privacybescherming, strikt na te leven.

55

Verordening sociaal domein

BRONVERMELDING Voor deze verordening is de modelverordening Sociaal Domein 2.0. van Stimulansz te Utrecht gebruikt. Als gemeente mogen wij deze modelverordening gratis gebruiken. Auteurs van de modelverordening zijn mr. Henk van Deutekom, mr Henk Kooistra, mr. Evelien Meester en drs. Annemieke Wildenburg, www.stimulansz.nl, info@stimulansz.nl © 2019 Stimulansz

56

Verordening sociaal domein

Toelichting Omgekeerde Verordening Sociaal Domein gemeente Bunschoten

Versie april 2024 57

Verordening sociaal domein

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. inleiding omgekeerde verordening.........................................................3 1.1 waarom deze regels?...................................................................................................... 3 1.2 uitgangspunten................................................................................................................ 3 1.3 kernwaarden.................................................................................................................... 3 1.4 artikel en wet................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2. de hulpvraag..........................................................................................5 2.1 Stap 1: melding bij de gemeente.....................................................................................5 2.1.1 indienen hulpvraag.................................................................................................... 5 2.1.2 procedure melding.................................................................................................... 5 2.1.3 gegevens.................................................................................................................. 6 2.2 Stap 2: gesprek na de melding........................................................................................ 6 2.2.1 uitnodiging voor gesprek........................................................................................... 6 2.2.2 doel en procedure gesprek.......................................................................................6 2.2.3 inhoud gesprek......................................................................................................... 6 2.2.4 Verslag...................................................................................................................... 6 2.3 Stap 3: aanvraag.............................................................................................................

7 2.3.1 aanvraag................................................................................................................... 7 2.3.2 aanvraag voor hulp-op-maat.....................................................................................7 2.3.3 advisering................................................................................................................. 7 2.3.4 beoordelen aanvraag................................................................................................ 7 2.3.5 Beslistermijn.............................................................................................................. 8 2.4 Stap 4: beslissing............................................................................................................ 8 2.4.1 inhoud besluit............................................................................................................ 8 2.4.2 verval van recht......................................................................................................... 9 2.5 uitzonderingen................................................................................................................. 9 2.5.1 jeugdhulp via arts e.a................................................................................................

9 2.5.2 spoedeisende gevallen............................................................................................. 9

Hoofdstuk 3. werk en participatie..............................................................................10 3.1 doelgroep...................................................................................................................... 10 3.2 samenwerking............................................................................................................... 11 3.3 budget........................................................................................................................... 11 3.4 evenwichtige verdeling en evaluatie..............................................................................11 3.4.1 sollicitatie activiteiten..............................................................................................12 3.4.2 scholing................................................................................................................... 12 3.4.3 nazorg..................................................................................................................... 12 3.4.4 tegemoetkoming kinderopvang...............................................................................12 3.4.5 proefplaatsing......................................................................................................... 12 3.4.6 sociale activering....................................................................................................

13 3.4.7 participatieplaats..................................................................................................... 13 3.4.8 werkgeverssubsidie................................................................................................ 13 3.4.9 loonkostensubsidie voor mensen met een arbeidsbeperking..................................14 58

Verordening sociaal domein

3.4.10 loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers..................................................14 3.4.11 beschut werk......................................................................................................... 14 3.4.12 persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen.............................15 3.4.13 Hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider.......................15 3.4.14 Ondersteuning door de inzet van een vervoersvoorziening..................................16 3.4.15 Ondersteuning bij een motorische handicap.........................................................16 3.4.16 Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening........................17 3.4.17 Ondersteuning bij werkplekaanpassingen.............................................................17 3.4.18 Ondersteuning bij een visuele handicap...............................................................17 3.5 tegenprestatie................................................................................................................

17 3.5.1 doel van de tegenprestatie......................................................................................17 3.5.2 duur en omvang tegenprestatie..............................................................................17 3.5.3 voorwaarden tegenprestatie....................................................................................17 3.6 meedoen in de samenleving.......................................................................................... 17 3.6.1 dagbesteding.......................................................................................................... 18 3.6.2 persoonlijke begeleiding......................................................................................... 18 3.6.3 rolstoel.................................................................................................................... 18 3.6.4 contact met anderen.............................................................................................. 18 3.7 Meedoen aan sportactiviteiten.......................................................................................18 3.8 Vervanging vervoermiddel of rolstoel............................................................................18

Hoofdstuk 4. gezond en veilig opgroeien..................................................................19 4.1 uitgangspunten bij het bieden van hulp.........................................................................19 4.2 preventieve maatregelen............................................................................................... 20 4.3 hulp-op-maat................................................................................................................. 20 4.4 overgang van 18- naar 18+........................................................................................... 20 4.5 afstemming met andere vormen van hulp.....................................................................21 4.6 afstemming langdurige zorg..........................................................................................21 4.7 veilig thuis...................................................................................................................... 21

Hoofdstuk 5. wonen in een veilige en gezonde omgeving.........................................22 5.1 Uitgangspunten............................................................................................................. 22 5.2 zelfstandig en veilig wonen............................................................................................23 5.2.1 geschikte woning.................................................................................................... 23 5.2.2 een schone en leefbare woning..............................................................................23 5.2.3 beschermd wonen................................................................................................... 23 5.3 Mantelzorg..................................................................................................................... 24 5.3.1 ondersteuning mantelzorger...................................................................................24 5.3.2 mantelzorgwaardering............................................................................................24

Hoofdstuk 6. de vorm van de hulp............................................................................25 6.1 hulp in natura................................................................................................................. 25 6.2 hulp in geld.................................................................................................................... 25 6.3 persoonsgebonden budget............................................................................................ 26 6.3.1 voorwaarden........................................................................................................... 26

59

Verordening sociaal domein

6.3.2 pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk.................................................27 6.3.3 hoogte en tarief pgb................................................................................................ 27 6.3.4 verantwoording pgb................................................................................................ 28 6.3.5 opschorten pgb....................................................................................................... 29 6.4 wat is de eigen bijdrage?...............................................................................................29

Hoofdstuk 7. inkomen en schulden...........................................................................30 7.1 lokaal inkomensbeleid................................................................................................... 30 7.1.1 wat wil de gemeente?............................................................................................. 30 7.2 bijzondere bijstand......................................................................................................... 31 7.3 zorgkosten..................................................................................................................... 31 7.4 Individuele inkomenstoeslag.........................................................................................31 7.4.1 doelgroep................................................................................................................ 31 7.4.2 hoogte van de toeslag.............................................................................................31 7.5 kinderen in Armoede..................................................................................................... 32 7.5.1 doelgroep................................................................................................................ 32 7.5.2 inhoud kindpakket...................................................................................................

32 7.6 tegemoetkoming meerkosten verhuis- en inrichting of afval..........................................32 7.6.1 doelgroep................................................................................................................ 32 7.6.2 Hoogte van de toeslag............................................................................................32 7.7 schuldhulpverlening....................................................................................................... 32 7.7.1 samenwerking en toegang......................................................................................33 7.7.2 schuldhulpverlening................................................................................................ 33

Hoofdstuk 8. afspraken tussen inwoner en gemeente..............................................34 8.1 hoe gaan we met elkaar om?........................................................................................ 34 8.1.1 de rol van de gemeente..........................................................................................34 8.1.2 de rol van de inwoner.............................................................................................. 35 8.2 afspraken en verplichtingen over uitkeringen................................................................35 8.2.1 afstemming op houding en gedrag van de inwoner................................................35 8.2.2 afzien van verlaging................................................................................................ 35 8.2.3 ingangsdatum en periode verlaging........................................................................36 8.2.4 berekening verlaging............................................................................................... 36 8.2.5 niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen........................................................36 8.2.6 stoppen verlaging...................................................................................................

36 8.2.7 niet nakomen andere arbeidsverplichtingen............................................................36 8.2.8 te weinig besef van verantwoordelijkheid................................................................37 8.2.9 zeer ernstige misdragingen.....................................................................................37 8.2.10 niet nakomen van andere verplichtingen..............................................................37 8.2.11 samenloop van gedragingen.................................................................................38 8.2.12 herhaling (recidive) van een gedraging.................................................................38 8.3 terugvorderen uitkering.................................................................................................. 38 8.3.1 terugvordering en incasso.......................................................................................38 8.4 beëindigen en terugvorderen voorziening.....................................................................38

60

Verordening sociaal domein

8.4.1 beëindiging voorziening..........................................................................................38 8.4.2 terugvordering voorziening......................................................................................39 8.5 hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?.............................39 8.5.1 controle................................................................................................................... 39 8.5.2 voorkomen van fraude............................................................................................39 8.5.3 beleidsplan en beleidsverslag.................................................................................39 8.5.4 privacy.................................................................................................................... 40 8.5.5 toezichthouders....................................................................................................... 40

Hoofdstuk 9. adviesraad Sociaal Domein.................................................................41 9.1 inspraak van inwoners................................................................................................... 41 9.2 adviesraad sociaal domein............................................................................................41 9.3 taken en bevoegdheden adviesraad sociaal domein.....................................................42 9.4 budget, vergoeding en voorzieningen............................................................................42

Hoofdstuk 10. kwaliteit en aanbesteding...................................................................43 10.1 kwaliteit........................................................................................................................ 43 10.2 inkoop en aanbesteding.............................................................................................. 43

Hoofdstuk 11. van oud naar nieuw...........................................................................44 11.1 uitvoeringsregels......................................................................................................... 44 11.2 intrekken oude verordeningen.....................................................................................44 11.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule).......................................................44 11.4 overgangsrecht............................................................................................................ 44 11.5 ingangsdatum en naam............................................................................................... 45

Hoofdstuk 12. begrippen..........................................................................................46 Hoofdstuk 1. inleiding toelichting...............................................................................67 12.1 waarom deze regels?.................................................................................................. 67 12.2 uitgangspunten............................................................................................................ 67 12.3 kernwaarden................................................................................................................ 67 12.4 artikel en wet............................................................................................................... 67

Hoofdstuk 13. de hulpvraag......................................................................................68 13.1 Stap 1: melding bij de gemeente.................................................................................68 13.1.1 indienen hulpvraag................................................................................................68 13.1.2 Procedure melding................................................................................................ 68 13.1.3 gegevens.............................................................................................................. 68 13.2 Stap 2: gesprek na de melding....................................................................................69 13.2.1 uitnodiging voor gesprek.......................................................................................69 13.2.2 doel en procedure gesprek...................................................................................69 13.2.3 inhoud gesprek..................................................................................................... 69 13.2.4 Verslag.................................................................................................................. 69 13.3 Stap 3: aanvraag.........................................................................................................

70 13.3.1 aanvraag............................................................................................................... 70 13.3.2 aanvraag voor hulp-op-maat.................................................................................70 13.3.3 advisering.............................................................................................................. 71

61

Verordening sociaal domein

13.3.4 beoordelen aanvraag............................................................................................71 13.3.5 Beslistermijn.......................................................................................................... 71 13.4 Stap 4: beslissing........................................................................................................ 71 13.4.1 inhoud besluit........................................................................................................ 71 13.4.2 verval van recht..................................................................................................... 72 13.5 uitzonderingen............................................................................................................. 72 13.5.1 jeugdhulp via arts e.a............................................................................................72 13.5.2 spoedeisende gevallen.........................................................................................73

Hoofdstuk 14. werk en participatie............................................................................74 14.1 doelgroep.................................................................................................................... 74 14.2 samenwerking............................................................................................................. 74 14.3 budget......................................................................................................................... 74 14.4 evenwichtige verdeling en evaluatie............................................................................74 14.4.1 sollicitatie activiteiten............................................................................................ 76 14.4.2 scholing................................................................................................................. 76 14.4.3 nazorg................................................................................................................... 76 14.4.4 tegemoetkoming kinderopvang.............................................................................76 14.4.5 proefplaatsing....................................................................................................... 76 14.4.6 sociale activering..................................................................................................

76 14.4.7 participatieplaats................................................................................................... 77 14.4.8 werkgeverssubsidie..............................................................................................78 14.4.9 loonkostensubsidie voor mensen met een arbeidsbeperking................................78 14.4.10 loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers................................................79 14.4.11 beschut werk....................................................................................................... 80 14.4.12 persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen...........................80 14.4.13 Hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider.....................81 14.4.14 Ondersteuning voor de inzet van een vervoersvoorziening................................82 14.4.15 Ondersteuning bij een motorische handicap.......................................................82 14.4.16 Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening......................83 14.4.17 Ondersteuning bij werkplekaanpassingen...........................................................83 14.4.18 Ondersteuning bij een visuele handicap.............................................................83 14.5

tegenprestatie.............................................................................................................. 83 14.6 meedoen in de samenleving........................................................................................84 14.6.1 dagbesteding........................................................................................................ 84 14.6.2 persoonlijke begeleiding.......................................................................................84 14.6.3 rolstoel.................................................................................................................. 84 14.6.4 contact met anderen............................................................................................. 84 14.7 meedoen aan sportactiviteiten.....................................................................................85 14.8 vervanging vervoermiddel of rolstoel...........................................................................85

Hoofdstuk 15. gezond en veilig opgroeien................................................................85 15.1 uitgangspunten bij het bieden van hulp.......................................................................85 15.2 preventieve maatregelen.............................................................................................85

62

Verordening sociaal domein

15.3 hulp-op-maat............................................................................................................... 85 15.4 overgang van 18- naar 18+.........................................................................................85 15.5 afstemming met andere vormen van hulp...................................................................85 15.6 afstemming langdurige zorg........................................................................................ 86 15.7 Veilig thuis................................................................................................................... 86

Hoofdstuk 16. wonen in een veilige en gezonde omgeving.......................................87 16.1 uitgangspunten............................................................................................................ 87 16.2 zelfstandig en veilig wonen.......................................................................................... 87 16.2.1 geschikte woning.................................................................................................. 87 16.2.2 een schone en leefbare woning............................................................................87 16.2.3 beschermd wonen.................................................................................................87 16.3 mantelzorg................................................................................................................... 87 16.3.1 ondersteuning mantelzorger.................................................................................87 16.3.2 Mantelzorgwaardering.......................................................................................... 87

Hoofdstuk 17. de vorm van de hulp..........................................................................89 17.1 hulp in natura............................................................................................................... 89 17.2 hulp in geld.................................................................................................................. 89 17.3 persoonsgebonden budget..........................................................................................89 17.3.1 voorwaarden......................................................................................................... 89 17.3.2 Pgb door hulp bij personen uit het sociale netwerk...............................................90 6.3.3. hoogte en tarief pgb............................................................................................... 90 6.3.4. verantwoording pgb............................................................................................... 92 6.3.5. opschorten pgb...................................................................................................... 92 6.4. wat is de eigen bijdrage?..............................................................................................92

Hoofdstuk 7. inkomen en schulden...........................................................................94 7.1. lokaal inkomensbeleid.................................................................................................. 94 7.1.1. wat wil de gemeente?............................................................................................94 7.2. bijzondere bijstand........................................................................................................ 94 7.3. zorgkosten.................................................................................................................... 94 7.4. individuele inkomenstoeslag......................................................................................... 94 7.4.1. doelgroep............................................................................................................... 95 7.4.2. hoogte van de toeslag............................................................................................95 7.5. kinderen in armoede..................................................................................................... 96 7.5.1. doelgroep............................................................................................................... 96 7.5.2. inhoud kindpakket.................................................................................................. 96 7.6.

tegemoetkoming meerkosten verhuis- en inrichting of afval.........................................97 7.7. schuldhulpverlening...................................................................................................... 97 7.7.1. samenwerking en toegang.....................................................................................97 7.7.2. schuldhulpverlening...............................................................................................97

Hoofdstuk 8 afspraken tussen inwoner en gemeente...............................................98 8.1. hoe gaan we met elkaar om?.......................................................................................98 8.1.1. de rol van de gemeente......................................................................................... 98

63

Verordening sociaal domein

8.1.2. de rol van de inwoner.............................................................................................98 8.2. afspraken en verplichtingen over uitkeringen...............................................................98 8.2.1. afstemming op houding en gedrag van de inwoner.............................................100 8.2.2. afzien van verlaging............................................................................................. 100 8.2.3. ingangsdatum en periode verlaging.....................................................................101 8.2.4. berekening verlaging............................................................................................ 102 8.2.5. niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen.....................................................102 8.2.6. stoppen verlaging................................................................................................. 104 8.2.7. niet nakomen andere arbeidsverplichtingen.........................................................104 8.2.8. te weinig besef van verantwoordelijkheid.............................................................104 8.2.9. zeer ernstige misdragingen..................................................................................105 8.2.10. niet nakomen van andere verplichtingen............................................................105 8.2.11.

samenloop van gedragingen..............................................................................106 8.2.12. herhaling (recidive) van een gedraging..............................................................107 8.3. terugvorderen uitkering...............................................................................................108 8.3.1. terugvordering en incasso....................................................................................108 8.4. beëindigen en terugvorderen voorziening..................................................................109 8.4.1. beëindiging voorziening.......................................................................................109 8.4.2. terugvordering voorziening...................................................................................109 8.5. hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?..........................109 8.5.1. controle................................................................................................................ 110 8.5.2. voorkomen van fraude.........................................................................................110 8.5.3. beleidsplan en beleidsverslag..............................................................................110 8.5.4.

privacy................................................................................................................. 110 8.5.5. toezichthouders.................................................................................................... 110

Hoofdstuk 9 Adviesraad Sociaal Domein................................................................112 9.1. inspraak van inwoners................................................................................................ 112 9.2. adviesraad sociaal domein......................................................................................... 112 9.3. taken en bevoegdheden adviesraad sociaal domein..................................................113 9.4. budget, vergoeding en voorzieningen.........................................................................113

Hoofdstuk 10 kwaliteit en aanbesteding..................................................................115 10.1. kwaliteit..................................................................................................................... 115 10.2. inkoop en aanbesteding...........................................................................................115

Hoofdstuk 11 van oud naar nieuw...........................................................................116 11.1. uitvoeringsregels...................................................................................................... 116 11.2. intrekken oude verordeningen..................................................................................116 11.3. Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)....................................................116 11.4. overgangsrecht......................................................................................................... 116 11.5. ingangsdatum en naam............................................................................................ 116

64

Verordening sociaal domein

ALGEMENE TOELICHTING Beleidskader Sociaal Domein De aanleiding voor deze verordening, is het beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2022, die de raad op 1 november 2018 heeft vastgesteld. Daarmee zijn we de lijn ingezet om te streven naar meer integraliteit, zowel in beleidsontwikkeling als in beleidsuitvoering. Dit om verkokering tegen te gaan en de inwoners vanuit een totaal plaatje van dienst te kunnen zijn. Bij de gemeente Bunschoten betreft het de kanteling naar meer dienstverlenend werken vanuit zelfsturende teams. Maar ook vanuit de principes om inwoners zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te laten zijn, in plaats van de verantwoordelijkheid bij de overheid te leggen. Daarnaast worden de ontwikkelingen van een verzorgingsstaat naar een participatieve samenleving - zowel lokaal als landelijk - meer en meer vorm gegeven. Dit is een verandering ten opzichte van uitvoeren vóór de decentralisaties, waarin vooral gekeken werd waar de mensen recht op hebben. Het daaropvolgende Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 is vastgesteld door de gemeenteraad in december 2023. Integraliteit is in dit beleidskader ook weer een belangrijk thema. Omgekeerd denken In deze verandering hoort ook het omgekeerd denken en “de omgekeerde toets”, waarbij we het gesprek aangaan met de inwoner over het doel van de vraag, in plaats van bespreken van een aanvraagformulier.

Met de omgekeerde toets kiest de gemeente uit een palet van wettelijke mogelijkheden, dwars door alle domeinen heen, en met maar één doel voor ogen: de inwoner zo goed mogelijk helpen. We denken mee met de inwoner over het effect dat hij wil bereiken en kijken of deze hulp-op-maat past binnen de doelstelling van de wetten van het sociaal domein. Vervolgens bekijken we welke voorzieningen we hebben om dit doel met en voor de inwoner te realiseren. Opdrachten gemeenteraad In deze verordening worden verschillende opdrachten aan de gemeenteraad vanuit de wetten vervuld. Hieronder zijn de opdrachten vanuit de verschillende wetten opgesomd. Jeugdwet, Wmo en Participatiewet De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop zij: a. In de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen; b. Vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen; c. Worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen; d. Deel kunnen nemen aan periodiek overleg; e. Onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; f. Worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

65

Verordening sociaal domein

Participatiewet De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot a. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid en de periode van de verlaging van de bijstand, bedoeld in artikel 18, vijfde en zesde lid; b. het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36, waarbij de regels in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen; c. het verlenen van een individuele studietoeslag als bedoeld in artikel 36b, waarbij de regels in ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag; d. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 9a, twaalfde lid e.

het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en artikel 10, eerste lid, waarbij de regels in ieder geval beschrijven onder welke voorwaarden welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor in de verordening te omschrijven voorzieningen en hoe deze rekening houdend met omstandigheden, zoals de zorgtaken, en het feit, dat die persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort of gebruik maakt van de voorziening beschut werk, bedoeld in artikel 10b, of een andere structurele functionele beperking heeft, evenwichtig over deze personen worden verdeeld; f. het opdragen van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c; g. de scholing of opleiding, bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, waarbij in ieder geval wordt beschreven welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding; h. de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, waarbij in ieder geval wordt beschreven welke regels gelden voor de premie indien onbeloonde additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a waarbij die regels voor de premie in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de premie in relatie tot de armoedeval; i.

het verrichten van werkzaamheden in een beschutte omgeving, bedoeld in artikel 10b; j. de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; k. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast omtrent de wijze waarop de gemeente uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169). Wmo De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het volgende a. op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt; b. op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; c. welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, inclusief eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten; d. ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten vereist is; e. op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt berekend; en f.

op welke wijze de gemeente zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente; voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, en van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet; g. ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening, waar de gemeente ten aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.

66

Verordening sociaal domein

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Hoofdstuk 1. inleiding toelichting In deze verordening komen de onderwerpen aan de orde uit de Jeugdwet, Wet maatschappelijk ondersteuning 2015, Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

12.1 waarom deze regels? Regels zijn er niet alleen omdat het vanuit een wet moet, maar ook om inwoners te informeren over wat wij als gemeente doen en wat wij van inwoners verwachten die een beroep op de gemeente doen.

12.2 uitgangspunten Dit artikel spreekt voor zich.

12.3 kernwaarden Dit artikel spreekt voor zich.

12.4 artikel en wet Dit artikel spreekt voor zich.

67

Verordening sociaal domein

Hoofdstuk 13.

de hulpvraag

13.1 Stap 1: melding bij de gemeente 13.1.1

indienen hulpvraag

Het eerste lid bevat regels voor de verplichte meldingsprocedure. De melding is vormvrij en kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij de gemeente worden gedaan. In artikel 2:15 van de Awb is bepaald dat een aanvraag elektronisch (onder meer per email) kan worden gedaan indien het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg geopend is. Het kader hiervoor heeft de gemeente vastgesteld in het Besluit Electronisch berichtenverkeer Bunschoten 2013. De melding kan ‘door of namens de cliënt’ worden gedaan. Dit kan ruim worden opgevat. Naast de inwoner kan bijvoorbeeld diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene de melding doen.

13.1.2

Procedure melding

Zoals hier vermeld is cliëntondersteuning op grond van de wet voor de inwoner kosteloos. Gemeenten hebben hiermee de opdracht in ieder geval een algemene voorziening voor cliëntondersteuning te realiseren, waar inwoners informatie en advies over vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan kunnen krijgen. Ook uitgebreide vraagverheldering alsmede kortdurende en kortcyclische ondersteuning bij het maken van keuzes op diverse levensterreinen maken daarvan deel uit. Ook is bij wet bepaald dat de gemeente de betrokkene na de melding van de hulpvraag inlicht over de mogelijkheid van gratis cliëntondersteuning. De eigen verantwoordelijkheid en kracht van de inwoner om een oplossing te vinden voor het probleem dat wordt voorgelegd, wordt bevestigd door de mogelijkheid voor de inwoner een persoonlijk plan in te dienen. Het persoonlijk plan is een belangrijk document in de fase van vraagverheldering en onderzoek, omdat daarin de inwoner zelf een beeld geeft van de relevante feiten en omstandigheden, van te ondernemen acties en van resultaten die bijdragen aan zijn participatie in de samenleving. Door het opstellen van een persoonlijk plan geeft de inwoner blijk van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid.

Het persoonlijk plan biedt de inwoner de mogelijkheid zelf optimaal vorm te geven aan het pakket van maatregelen en voorzieningen om het probleem op te lossen. Het geeft een goede uitgangspositie voor het inzetten van de juiste en passende acties. Met het indienen van een persoonlijk plan is overigens niet gezegd dat de gemeente gehouden is, voor zover een aanvraag wordt ingediend, (volledig) tegemoet te komen aan de wensen zoals die in dat plan zijn beschreven. Het persoonlijk plan is nadrukkelijk aan de orde bij een aanvraag van een pgb en geeft inzicht in de keuze van een pgb boven verstrekking van hulp in natura. Op basis van de specificaties van het plan moet de hoogte van het budget op een zorgvuldige wijze kunnen worden vastgesteld.

13.1.3

gegevens

De Wmo 2015 gaat uit van een “aantoonplicht” voor de aanvrager. Ook artikel 8.1.2 van de Jeugdwet wordt dit beschreven. In artikel 17 van de Participatiewet, artikel 6 van de Wgs en artikelen 13 van de IOAW en IOAZ wordt deze aantoonplicht “inlichtingenplicht” genoemd. Beide termen betekenen dat het aan de inwoner is om alle relevante feiten en omstandigheden naar voren te brengen. Vervolgens is het aan de medewerker(s) van de gemeente om de juistheid van deze feiten te verifiëren. Daarbij is in de Participatiewet, IOAW en IOAZ vastgelegd welke bronnen de gemeente mag raadplegen voor verificatie.

68

Verordening sociaal domein

Het spreekt vanzelf dat de inwoner door de medewerker(s) ondersteund wordt in het volledig en duidelijk presenteren van de relevante feiten en omstandigheden.

13.2 Stap 2: gesprek na de melding 13.2.1

uitnodiging voor gesprek

Het gesprek is hoofdregel en hoeft uiteraard niet plaats te vinden als dit niet nodig is. Het kan bijvoorbeeld om een inwoner gaan die al bekend is bij de gemeente en een eenvoudige ‘vervolgvraag’ heeft.

13.2.2 gesprek

doel en procedure

Artikel spreekt voor zich.

13.2.3

inhoud gesprek

Voor een zorgvuldig onderzoek zal veelal sprake zijn van enige vorm van persoonlijk contact met de inwoner of een vertegenwoordiger van de inwoner, aangezien daardoor een adequaat totaalbeeld van de inwoner en zijn situatie verkregen kan worden. Daarom moet het onderzoek plaatsvinden in samenspraak met betrokkene. De vorm van het onderzoek is vrij. Verder is belangrijk dat het gesprek met de inwoner wordt gevoerd door deskundigen (namens de gemeente). Het gesprek vindt zo mogelijk bij de inwoner thuis plaats. Indien het over hulp op maat voor een geschikte woning gaat, is dat zeker essentieel om de thuissituatie goed te kunnen beoordelen en doeltreffende oplossingen te vinden.

13.2.4

Verslag

Dit artikel borgt dat altijd verslag wordt opgemaakt. De invulling van deze verslagplicht is vormvrij. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 32-33) staat dat de gemeente aan de inwoner een weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt om hem in staat te stellen een aanvraag te doen voor hulp op maat. Dat moet in beginsel schriftelijk. Een goede weergave maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen te nemen op een aanvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de inwoner. Uiteraard zal de weergave van de uitkomsten van het onderzoek variëren met de uitkomsten van het onderzoek. Zo zal de weergave van het onderzoek bijvoorbeeld heel beperkt kunnen zijn als de inwoner van mening is goed geholpen te zijn en de uitkomst is dat geen aanvraag van hulp op maat noodzakelijk is. Bij meer complexe onderzoeken zal uiteraard een uitgebreidere weergave noodzakelijk zijn. Desgewenst kan de gemeente de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek ook gebruiken als een met de inwoner overeengekomen plan (arrangement) voor het bevorderen van zijn zelfredzaamheid en participatie waarin de gemaakte afspraken en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, zijn vastgelegd. Het is in dat geval passend dat de gemeente en de inwoner dit plan ondertekenen.

Indien een persoonlijk plan is overhandigd, wordt dit plan ook opgenomen of toegevoegd aan het verslag. Soms kan een verslag al direct worden meegegeven, maar vaak zal dit toch nog moeten worden uitgewerkt en gaat daar een paar dagen overheen. Het kan overigens ook zijn dat na een gesprek de inwoner nog nadere informatie moet aanleveren of dat de inwoner onderzoekt wat er in zijn omgeving mogelijk is, bijvoorbeeld of hij met iemand kan meerijden om boodschappen te doen, of dat hij nog een aanvullende opmerking heeft. Ook dan is snelle levering van het verslag niet mogelijk. 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13884072/2