Ruimtelijk_Voorstel_provincie_Utrecht_hoofdrapport_toegankelijk_12-12-2023.pdf
Tekst van het document
provincie
Gehele provincie
nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 2, 3, 4, 6 en 7 of moeilijke aanpassing betreft
17 Uitwerking geven aan een robuust regionaal systeem voor (circulaire) economie en energie 18 Aandacht voor bestaande nationale aanwijzingen en reserveringen nationale energie-infrastructuur 19 Aandacht voor aanvullende ruimteclaims in de omgeving van hoogspanningsstations 20 Verbinding uitwerken tussen regionale netwerken en nationale netwerken
Gehele provincie
Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk
Kansen en risico’s binnen Water en Bodem sturend bij ruimtelijke planvorming: kans: gezond stedelijk leven risico: sectoraal sturen ruimtelijke ontwikkeling
13 Adaptief ontwikkelpad opstellen en ruimte reserveren voor vasthouden en bergen van water
16 Gelijk houden van milieuruimte voor industrie en bedrijvigheid
Gehele provincie
nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 7 of moeilijke aanpassing betreft
6 Aangeven ontwikkelingsrichting van de landbouw en het landgebruik per deelgebied nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft 7 Een strategie op hoofdlijn om te komen tot VHR-doelbereik in 2030 en op termijn nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft 8 Verhogen percentage groenblauwe dooradering in (natuur)gebieden conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen 9 Verkennen kansen en knelpunten tussen hoofdwatersysteem en landbouw en natuur conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen 10 Vanuit water en bodem aangeven van een mogelijke gebiedsindeling van regionale conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan gebiedsperspectieven te passen 11 Aangeven knelpunten en kansen voor combinaties benutten conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen 12 Ruimte maken voor vasthouden en bergen gebiedseigen water en (drink)watervraag nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk beperken of moeilijke aanpassing betreft
15 Behouden van voldoende ruimte voor bedrijvigheid
kansen en risico’s binnen Mooi Nederland en Ruimtelijke kwaliteit: kans: impuls ruimtelijke kwaliteit en gezond stedelijk leven risico: onvoldoende interdepartementaal geborgde uitwerking
strijdig met provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening en/of vergt omvangrijke aanpassing provinciaal beleid nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening)
thema’s 1t/m 7
geen van de themas thema’s 1t/m 7 thema’s 1t/m 7 thema’s 1t/m 7
bedrijventerreinen en andere werklocaties
Gehele provincie 380/150 kV netwerk Grondstations
Kansen en risico’s binnen perspectief 3, leefbare steden en regio’s: kans: gezond stedelijk leven kans: Groen Groeit Mee kans: toekomst- en klimaatbestendig bouwen kans: klimaatadaptatie en waterberging kans: energieneutraal en circulair bouwen kans: kwalitatieve groei steden en dorpen kans: duurzame mobiliteit kans: groene haltes kans: metropolitaan landschap kans: biobased productie risico’s: kwantiteit groen prefereert boven kwaliteit groen risico’s: onvoldoende middelen risico’s: onvoldoende drinkwater risico’s: geen energieaansluiting risico’s: ongezonde (hoog stedelijke) leefomgeving risico’s: onvoldoende betaalbare woningen risico’s: verkeersinfarct Midden Nederland risico’s: aantasting landschap risico’s: aantasting waarden Unesco werelderfgoed risico’s: extra stikstof depositie Kansen en risico’s binnen Sectoraal, aanvullend thematisch: kans: gezond stedelijk leven (G) en Groen Groeit Mee (G) kans: tegengaan hittestress (G) kans: bijdragen energietransitie (D) kans: werkgelegenheid (D) kans: verzilveren erfgoed (E) kans: aanleg nieuwe natuur (D) risico: tekort aan (drink)water (D) risico: onvoldoende netwerkcapaciteit (D) risico: aansluiting OV en HWN (D)
Steden en dorpen conrofm Woondeals en Ontwerp PPWW 2023 Steden en dorpen conform Woondeals en Ontwerp PPWW 2023
Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk
provincie en Rijk
provincie en waterschap provincie en rijk
Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Bestaand bebouwd gebied (steden en dorpen) Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Regio U10, Amersfoort en Foodvalley Tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig Regio U10, Amersfoort en Foodvalley plus Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot Gooi en Vechtstreek tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig Steden en dorpen conform Woondeals en Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, Ontwerp PPWW 2023 tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Bebouwd gebied Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig 380/150 kV netwerk en grondstations Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot conform p-MIEK tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig Gehele provincie Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig
Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk
Gehele provincie
Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig niet van toepassing
risico: druk op landschap en cultuurhistorie werelderfgoed (E) risico: oefengebied versus natuurgebied (D) Niet in de provincie
niet van toepassing
Heuvelrug A tot Z
Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig
Marinierskazerne
Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig
Gehele provincie
Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig
Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio en provincie regio, provincie en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk
Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk
Gemeente, regio, provincie en Rijk
3.6 Omvang opgaven Voor verschillende functies doet zich nu of in de toekomst een opgave voor die impact heeft op het ruimtegebruik in de provincie Utrecht. De tabel hieronder laat per functie het benodigde extra oppervlak tot en met 2030 (in km2). De onderbouwing staat in bijlage C. De aard van de ruimtelijke impact verschilt per opgave. Het kwantificeren van de ruimtelijke impact heeft daardoor beperkingen. In sommige gevallen is de benodigde ruimte voor een bepaalde functie ook te benutten voor de opgave van een andere functie; in andere gevallen ontstaan juist beperkingen voor andere opgaven. Ook dit is toegelicht in bijlage C. Om deze reden zijn de oppervlakken niet bij elkaar opgeteld. Belangrijker is de toelichting per opgave, die een vertrekpunt vormt voor de gebiedsgerichte uitwerking van de opgaven.
* met indicatief wordt in deze tabel bedoeld dat het ruimtebeslag van een opgave een inschatting is o.b.v. die sectorale opgave, zonder rekening te houden met combinatiemogelijkheden of eventuele ruimtelijke beperkingen die deze opgave voor andere gebruiksfuncties met zich meebrengt. Met PM wordt in deze en volgende tabellen bedoeld dat er (nog) geen getal kan worden gegeven.
In de Omgevingsverordening provincie Utrecht is het ruimtebeslag voor verschillende functies juridisch begrensd. Dit betreft globalere categorieën dan in de tabel hiervoor zijn opgenomen. Veel valt daar onder ‘overig landelijk gebied’. Deze begrenzing hebben we als uitgangspunt gebruikt bij het bepalen van de benodigde ruimte voor de opgaven. Het huidige ruimtegebruik, zoals opgenomen in de verordening, ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Tabel: Ruimtegebruik op basis van beleidscontouren Beleidsmatige oppervlakten in 2022
Tabel: Ruimtelijke impact van de opgaven tot en met 2030 Hoofdcategorie
Opgave in km2 tot en met 2030 indicatief *
Waterberging
PM
Drinkwater
36
Zwemwater
PM
Bos en Natuur
5
Landbouw
PM
Energie
12
Bebouwd gebied (incl. infrastructuur)
5
Groen (recreatie)
20
Km2
natuur en groene contour
397
overig landelijk gebied
850
stedelijk gebied
313
Totaal
1560
We hebben het ruimtebeslag van de opgaven eerst berekend voor de periode tot en met 2030, omdat de opgaven en de kwantitatieve vertaling voor deze termijn het meest concreet zijn. Waar mogelijk geeft bijlage C ook een doorkijk naar de periode na 2030. Hoewel de ruimtelijke impact nog niet te kwantificeren is, zal de grootste ruimtevrager waarschijnlijk waterberging zijn. De ruimtevraag voor drinkwater ligt voornamelijk
42
Hoofdstuk 3 | Methode, proces en beantwoording startpakket
ondergronds en is 36 km2. Boven de grond gaat het verder om groene recreatie (20 km2), natuur (5 km2) en energie (12 km2). De ruimtevraag voor wonen en werken is met ongeveer 5 km2 relatief gering. Veel van de verstedelijking vindt namelijk een plek binnen bestaand bebouwd gebied. Voor de periode 2031 – 2040 is de ruimtevraag voor wonen en werken vergelijkbaar, aangenomen dat ook dan het grootste deel via bouwen binnen bestaand bebouwd gebied tot stand komt. Ter vergelijking: als alle woningen tussen 2031 en 2040 via uitleg zouden worden ingevuld, zou alleen al voor die woningen ongeveer 20 km2 nodig zijn. Als we de afzonderlijke ruimtevragen van verstedelijking, energie, natuur en recreatie optellen, komen we op 42 km2 tot 2030. Maar deze optelling houdt geen rekening met mogelijke combinaties van functies, afgezien van inbreiding van wonen. De getallen maken wel duidelijk hoe belangrijk het combineren en concentreren van functies is (een van de hoofdprincipes van onze Omgevingsvisie). Zeker als je bedenkt dat er na 2030 nieuwe ruimteclaims komen voor dezelfde functies. Voor de ruimtevraag van de functie landbouw is in deze analyse geen inschatting gemaakt. De reden is dat we niet met voldoende zekerheid kunnen zeggen waar het naar toe gaat, met enerzijds de groeiende ruimtebehoefte door het extensiveren van de landbouw en anderzijds het aantal stoppende boeren.
Een belangrijk deel van de ruimte van stoppende boeren zal daarbij nodig zijn voor extensivering van de landbouw. We kunnen op dit moment geen goed onderbouwde ruimtevraag voor de landbouw bepalen. Wel is duidelijk dat de ruimtevraag voor andere functies veelal ten koste zal gaan van de grootste ruimtegebruiker, de landbouw.
We kunnen op dit moment alleen op hoofdlijnen conclusies formuleren over de veranderingen in het ruimtegebruik in de provincie Utrecht als gevolg van de beschreven opgaven. De mate waarin opgaven zich per gebied laten combineren, zijn bepalend voor de netto benodigde ruimte en daar is nog onvoldoende zicht op. Daarnaast zijn de beleidsmatige opgaven niet altijd één op één te vertalen in fysiek ruimtegebruik. Wel is duidelijk dat de druk op de ruimte door alle opgaven verder zal toenemen. Op hoofdlijnen kunnen we stellen dat de verstedelijking (wonen en werken) toeneemt. Daarvoor is ook ruimte nodig buiten het bestaande bebouwde gebied, ondanks de sterke inzet op inbreiding. Binnen het landelijke gebied zijn ook functiewijzigingen nodig om opgaven voor natuur, klimaat en energie te accommoderen. Het is daarom van groot belang om de ruimtevragen zoveel mogelijk te beperken door functies te concentreren en te combineren.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
43
Amersfoort (bron: Utrecht Marketing, foto Edwin van Wanrooij)
4
Uitdagingen en kansen
Overzicht van uitdagingen binnen de Omgevingsvisiethema’s (bron: provincie Utrecht)
46
Hoofdstuk 4 Uitdagingen en kansen De Omgevingsvisie provincie Utrecht geeft zeven samenhangende thema’s waar we op inzetten om nu, straks en later een gezonde en veilige leefomgeving te hebben. We werken aan een leefomgeving: waarin stad en land gezond zijn; die klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin duurzame energie een plek heeft; met vitale steden en dorpen; die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een levend landschap, erfgoed en cultuur; die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Hieronder beschrijven we voor elk thema de bestaande kwaliteiten in de provincie Utrecht, de uitdagingen zich voordoen en de kansen die we daarbij kunnen benutten. De nummers in de tekst corresponderen met de uit dagingen en kansen op de samenvattende afbeelding. Dit hoofdstuk is een samenvatting van het tweede tussenproduct dat we in de aanloop naar dit Ruimtelijk Voorstel hebben opgesteld, de ‘Notitie Denkrichtingen Uitdagingen en Kansen’.
4.1 Stad en land gezond Kwaliteiten De leefomgeving van de provincie Utrecht biedt veel kansen voor een gezonde leefomgeving. Onze steden en dorpen worden omringd door gevarieerde natuur, landschap en erfgoed. Stad en land worden met elkaar verbonden door een samenhangend hoofdroutenetwerk voor wandelen, fietsen en varen. Daardoor is een schone en rustige omgeving vaak nabij. Per saldo heeft de provincie Utrecht de schoonste economie van Nederland door het dienstverlenende karakter met relatief weinig vervuilende bedrijven.
Uitdagingen en kansen Naast alle kwaliteiten heeft de provincie Utrecht relatief weinig recreatief te gebruiken groen per inwoner, zeker in het westelijk deel en het verstedelijkte gebied in en rond de stad Utrecht. Voor een groene en gezonde groei van de provincie Utrecht is meer en ook beter recreatief groen nodig. Groen moet met de verstedelijking meegroeien. Uitdaging is om een groenblauw recreatief netwerk te realiseren dat past bij de behoeften van zowel het stedelijk als het landelijk gebied (1). Het is mogelijk een stevige groenblauwe structuur te ontwikkelen gekoppeld aan het raamwerk van rivieren, randmeren, kanalen, beken en waterlinies. Met groene ‘scheggen’, die stad en land verbinden, kunnen we
voorkomen dat bebouwde gebieden aaneengroeien. Door de aanleg van nieuwe fiets- en wandelroutes en de inzet op ‘groene OV-haltes’ worden natuur, landschap en erfgoed beter bereikbaar. Behoud van de aanwezige stilte-oases in natuurgebieden en de vrije horizon van landschappen draagt bij aan de rust, ontspanning en beleving waar inwoners en bezoekers behoefte aan hebben. Door steeds intensiever gebruik van onze leefomgeving verslechtert de bodem-, water- en milieukwaliteit. Uitdaging is om de water- en luchtkwaliteit in de Utrechtse steden en dorpen te verbeteren en hinder door geluid, geur en licht en externe veiligheidsrisico’s te beperken. Dit geldt zowel voor bestaand bebouwd gebied als voor nieuwe ontwikkelingen (2). De mobiliteitstransitie naar wandelen, fietsen, OV en deelmobiliteit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Het beperkt geluidsoverlast en draagt bij aan een betere luchtkwaliteit in bebouwd gebied en rond Rijks- en provinciale wegen. Ook bevordert het gezond gedrag. Veilige routering en veilig vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor en (vaar)weg leiden tot kleinere externe veiligheidsrisico’s voor zeer kwetsbare objecten als scholen. Bijkomend voordeel is dat er meer kansen voor woningbouw ontstaan. Een eventuele vierde naderingspunt van Schiphol moet zo uitgevoerd worden dat de geluidsoverlast voor onze inwoners en dieren afneemt.
Eventuele nieuwvestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij en industrie moet bijdragen aan minder geur-, stikstof- en fijnstofoverlast rond steden en dorpen door een geschikte locatiekeuze.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
47
4.2 Klimaatbestendig en waterrobuust Kwaliteiten Utrecht is rijk aan water. Het zeer gevarieerde water systeem in onze provincie (bestaande uit rivieren, kanalen, beken en sloten) heeft een belangrijke functie in de nationale wateraanvoer en -afvoer. Op de Utrechtse Heuvelrug infiltreert veel regenwater. Dit is een belangrijke bron voor de drinkwaterwinning, de (levensmiddelen)industrie en de natuur- en landbouwgebieden. De Klimaatbestendige Wateraanvoer maakt het mogelijk om bij droogte extra zoetwater vanuit het AmsterdamRijnkanaal en de Lek naar West-Nederland aan te voeren. Dit is onder meer belangrijk om bodemdaling in het veenweidegebied en verzilting in de Hollandsche IJssel te voorkomen. De Lekdijk en de Grebbedijk beschermen een groot deel van Midden- en West-Nederland tegen overstromingen.
klimaatadaptief inrichten van deze ontwikkellocaties. De weerbaarheid van stad en dorp tegen klimaat verandering kunnen we eveneens vergroten door vergroening en het weghalen van aanwezige verharding. Prioriteit ligt bij vooroorlogse wijken en bedrijventerreinen, die de grootste problematiek kennen. Daarbij is het kansrijk om nieuwe (collectieve) vormen van parkeren te verkennen die minder ruimte innemen. In Utrecht zorgen we er samen met de waterbeheerders voor dat de dijken in de provincie op orde zijn om te voorkomen dat rivieren, randmeren, kanalen en regionale wateren overstromen. Uitdaging is om de waterveiligheid op een toekomstbestendige en aantrekkelijke manier te behouden (4). Bij het versterken van de dijken langs de Nederrijn en Lek en het vervangen van de damwanden langs de Eem zijn combinaties mogelijk met investeringen in ruimtelijke kwaliteit (natuur, landschap, erfgoed en recreatie). Het risico op dijkdoorbraken en overstromingen door een hoge waterstand in het Amsterdam-Rijnkanaal is te beperken met de inrichting van waterbergingsgebieden. Deze kunnen in geval van nood onder water worden gezet.
Uitdagingen en kansen Klimaatverandering heeft ook in de provincie Utrecht grote gevolgen in bebouwd gebied met veel verharding: daar blijft water langer staan, droogt het groen eerder uit en blijven stenen langer heet. Uitdaging is om onze steden en dorpen klimaatbestendig te maken tegen piekbuien, droogte en hittestress (3). Bij de keuze van nieuwe ontwikkellocaties voor wonen, werken en voorzieningen dient de draagkracht van het water- en bodemsysteem een belangrijke afweging te zijn. Uitvoering van de afspraken uit het ‘Convenant Duurzame Woningbouw’ helpt vervolgens bij het
48
Hoofdstuk 4 | Uitdagingen en kansen
In droge jaren heeft de provincie Utrecht nu al een zoetwatertekort, vooral in de zomer. Met het veranderende klimaat en de toenemende vraag naar drinkwater zal het zoetwatertekort de komende decennia toenemen. Dit leidt tot grotere problemen in kwetsbare gebieden die sterk afhankelijk zijn van voldoende (gebiedseigen) water, zoals veenweidegebieden, de Utrechtse Heuvelrug, beekdalen en natuurgebieden. Uitdaging is om voldoende zoetwater beschikbaar te houden door een gezonde waterbalans en een toekomstbestendig watersysteem te creëren (5).
Verdroging is te bestrijden door allereerst meer water vast te houden, vervolgens te bergen en ten slotte vertraagd af te voeren. Een ‘sponsstrategie’ (het regenwater zo veel mogelijk vasthouden waar het valt) biedt potentie. Kansrijk is ook de verhoging van het organische stofgehalte in de bodem, door uitvoering van de provinciale uitwerking van de landelijke Bossenstrategie ‘Meer en beter bos voor Utrecht’. De ‘Blauwe Agenda’ biedt denkrichtingen voor een robuust en toekomstbestendig watersysteem op de Utrechtse Heuvelrug en flanken, om droogte en wateroverlast te beperken. Deze agenda wordt goed afgestemd met het ontwerpend onderzoek Toekomstbestendige Heuvelrug Gooi- en Vechtstreek. Bodemdaling in de Utrechtse veenweiden leidt tot CO2-uitstoot, verdroging van de natuur en hogere lasten voor het waterbeheer. Uitdaging is om bodemdaling en veenoxidatie in de veenweiden af te remmen door integrale keuzes te maken over grondgebruik en het watersysteem (6). De regionale veenweidenstrategie ‘Utrechtse veenweiden’ biedt een aanpak om stikstofdepositie substantieel te verminderen, onder meer via koppeling met het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Bij het opzetten van het waterpeil in de veenweidegebieden ontstaan kansen om de erfgoedwaarde en beleving van de inundatievelden van Werelderfgoed Hollandse Waterlinies te versterken.
4.3 Duurzame energie Kwaliteiten In onze provincie zijn er mogelijkheden voor duurzame energie. De transitie naar een nieuw energiesysteem is nodig voor het beperken van klimaatverandering en een duurzaam betaalbaar energiesysteem voor alle inwoners.
Uitdagingen en kansen In de provincie Utrecht is het energienet overbelast. De beschikbare transportcapaciteit is al op de korte termijn niet voldoende om alle klein- en grootverbruikers aan te sluiten. Nieuwe grootverbruikers (bedrijven) kunnen nu al geen aansluiting meer krijgen. Recente cijfers laten zien dat vanaf 2026 ook de beschikbare transportcapaciteit voor kleinverbruikers (huishoudens) in delen van de provincie Utrecht in gevaar komt. Woningbouw, groei en verduurzaming van bedrijventerreinen, elektrificatie van vervoer en transport en toenemende opwekking van duurzame energie leiden tot grote veranderingen in vraag en aanbod. Uitdaging is om de wisselwerking tussen vraag en aanbod in (bestaande) energienetwerken en in nieuwe gebiedsontwikkelingen te verbeteren (7). Uitbreiding van het energienetwerk is een randvoorwaarde om de bestaande netcongestie op te lossen en groene en gezonde groei van provincie Utrecht te faciliteren. Door de uitbreiding van elektriciteitsnetwerken en de ontwikkeling van andere ruimtelijke functies goed op elkaar af te stemmen, zijn nieuwe knelpunten in de transportcapaciteit te voorkomen of te beperken. De provincie Utrecht wil hier samen met Rijk en gemeenten sterker op kunnen sturen. Hierbij is de energietoets een
mogelijk instrument. Ook wil de provincie Utrecht graag zo snel mogelijk aan de slag met onorthodoxe maatregelen in de aanpak van netcongestie. In het BO MIRT Noordwest van 7 november 2023 is afgesproken dat provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland via de relevante Energyboards in overleg treden met het ministerie van EZK over de mogelijkheden om een pilot met deze maatregelen te starten. De huidige energiecentrale op bedrijventerrein Lage Weide in de stad Utrecht is een kansrijke locatie om stappen te zetten met de energietransitie en circulaire economie. Het bedrijventerrein is te gebruiken voor opslag van energie in batterijen, de plaatsing van grootschalige elektrische boilers voor het warmtenet en snellaadvoorzieningen voor schepen. De drie Regionale Energiestrategieën 1.0 (U10, Amersfoort en Foodvalley) hebben ieder een eigen ambitie voor de duurzame opwekking van energie uit wind en zon op land. Dit levert voldoende bijdrage voor de landelijke ambitie op. De exacte locaties voor met name windmolens zijn echter nog niet bepaald en de balans in het benutten van hernieuwbare energiebronnen dreigt door te slaan naar zon. Voor een efficiënt en effectief gebruik van het energienetwerk zijn zowel windmolens als zonneparken nodig. Uitdaging is om kansrijke reserveringen voor duurzame energieproductie en -infrastructuur in combinatie met andere opgaven aan te wijzen (8).
Slimme combinaties van windmolens en zonneparken (energetisch en ruimtelijk) leiden tot een stabieler energienetwerk en efficiënter ruimtegebruik. De bespaarde ruimte kan ten goede komen aan andere ruimtelijke functies. Als het Rijk op korte termijn duidelijkheid biedt over het nationale energiesysteem na 2030, in de vorm van structurerende keuzes, is het mogelijk om binnen de bestaande Regionale Energiestrategieën tijdig op zoek te gaan naar locaties voor wind en zon op land met draagvlak.
4.4 Vitale steden en dorpen Kwaliteiten Provincie Utrecht is een gewilde plek voor wonen, werken, ontmoeten en ontspannen. In de provincie liggen veel dorpen waar het aangenaam en rustig wonen is, met prachtige natuurgebieden, erfgoed en landschappen om de hoek. Ook in de bruisende steden in de provincie is het prettig wonen, onder meer dankzij het vele groen en de sterke fietscultuur. Door de centrale ligging van de provincie binnen Nederland zijn er veel voorzieningen en banen in de nabijheid. De groei van inwoners, bedrijven, arbeidsplaatsen en vervoersbewegingen is in deze provincie het meest manifest. In en rond de provincie Utrecht liggen economische clusters van kennis instellingen, proeftuinen en bedrijven. De aanwezige economische clusters Life Sciences & Health, Earth Valley, New Digital Society en Agrifood kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van slimme toepassingen voor een gezonde samenleving en circulaire economie.
Uitdagingen en kansen Nabijheid is het leidende principe voor groene en gezonde groei in de provincie Utrecht. Rijk en regionale partijen hebben dit vastgelegd in de verstedelijkingsstrategieën Utrecht Nabij, Regio Amersfoort Centraal! (Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort) en Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Arnhem-NijmegenFoodvalley). Werk, school, winkels, gezondheidszorg, sport, recreatie, natuur, landschap, erfgoed: dit alles moet vanuit huis zoveel mogelijk te voet, per fiets of met het OV bereikbaar zijn. Dit principe geldt niet alleen voor
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
49
de Metropoolpoorten en Regiopoorten in het stedelijk gebied, maar ook voor de vitale kernen in het landelijk gebied. Uitdaging is om stad en dorp te transformeren, te verdichten en te verduurzamen (9). Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht zijn tot 2040 in totaal 165.000 woningen met bijbehorende werklocaties en voorzieningen nodig. Voor deze integrale verstedelijkingsopgave zijn al veel locaties in beeld. Deze woningen, werklocaties en voorzieningen zijn voor een groot deel te realiseren binnen het bestaande bebouwde gebied van steden en dorpen (via inbreiding en transformatie) en rond OV-knooppunten. Inclusief aandacht voor water, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit, energietransitie groen en gezondheid. Soms zijn er in een dorp geen binnendorpse ontwikkelmogelijkheden meer. Hier wordt de mogelijkheid geboden om, zonder voorafgaande regionale afstemming, een eenmalige uitbreiding tot 50 woningen te realiseren. Dit met als doel om de lokale vitaliteit te behouden. Grotere locaties dienen via de systematiek van regionaal programmeren te worden afgewogen. Ook op de langere termijn geniet inbreiding de voorkeur boven uitbreiding. Het is daarom kansrijk om te onderzoeken welke wijken en locaties na 2050 in aanmerking komen voor toekomstige stedelijke vernieuwing en waar op termijn ruimte is voor verdere intensivering en verdichting.
Creëren van een duurzame, groene en gezonde woon-, werk- en leefomgeving is daarbij het uitgangspunt. Voor optimale benutting van het OV-netwerk is het ook belangrijk om verdichtingsmogelijkheden rond regionale OV-knooppunten te verkennen. De verbranding van aardgas zorgt voor veel uitstoot van CO2. Daarmee draagt het gebruik aardgas bij aan de wereldwijde klimaatverandering. In Groningen
50
Hoofdstuk 4 | Uitdagingen en kansen
veroorzaakt de winning van gas bovendien voor veel schade door aardbevingen. Daarom wil Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruiken voor koken en de verwarming van woningen en andere gebouwen. Uitdaging is om bestaande woningen in de provincie Utrecht aardgasvrij te maken (10). Opschaling en verlenging van stimulerende maatregelen (zoals de financiële regeling ‘Proeftuinen Aardgasvrije Wijken’ en gebouwgebonden financiering) kunnen helpen om het aardgasvrij maken van bestaande woningen in de provincie Utrecht te versnellen. Utrecht heeft de ambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben. In een circulaire economie zal meer ruimte nodig zijn voor bedrijven in een hogere milieucategorie (bedrijven die afval hergebruiken of opwaarderen) en in de retourlogistiek. Op de lange termijn kan de circulaire economie ook veel ruimte opleveren: er zijn minder productie- en overslaglocaties en winkels nodig. Uitdaging is om de ruimtelijke impact van de circulaire economie in beeld te brengen en de benodigde (milieu)ruimte te bieden (11). Bedrijventerrein Lage Weide in de stad Utrecht biedt potentie voor grootschalige circulaire industrie. Hier is milieuruimte aanwezig, het terrein is multimodaal ontsloten en de afzetmarkt van de Utrechtse binnenstad en andere retailgebieden is nabijgelegen.
Ook bedrijventerreinen Isselt (Amersfoort), Plettenburg-De Wiers Zuid (Nieuwegein), Mijdrecht (De Ronde Venen) en Soestdijkse grachten (Soest) bieden mogelijkheden voor clustering van circulaire bedrijven. Daarnaast zijn er in bebouwd gebied meerdere kansrijke locaties voor bedrijven die recyclen, producten repareren en refurbishen. Door in de provincie Utrecht productiebossen aan te leggen en andere gewassen als lisdodde en hennep te telen,
kunnen de vraag naar biobased materialen voor de woningbouw en het aanbod daarvan bij elkaar worden gebracht. Dit kan ook bijdragen aan de transitie van het landelijk gebied. Voor het tot stand brengen van de circulaire economie benutten we in de provincie Utrecht zoveel mogelijk de bestaande bedrijventerreinen, door herstructurering, revitalisering, (eventuele) herprofilering en efficiënter ruimtegebruik. Er is echter ook nieuwe ruimte voor bedrijventerreinen nodig om te kunnen voorzien in de behoefte van bedrijven die hun bedrijfsruimte willen uitbreiden of vervangen. Uitdaging is om de vraag naar en het aanbod van bedrijventerreinen goed op elkaar aan te laten sluiten, in kwantiteit en in kwaliteit (12). Strategische uitbreiding van regionale bedrijven terreinen kan vervangings- en schuifruimte opleveren voor woningbouw en circulaire economie. Door lokale bedrijventerreinen te behouden en in alle opzichten te verduurzamen, houden we werkgelegenheid op korte afstand van woongebieden in stand.
4.5 Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Kwaliteiten Onze provincie is centraal gelegen en goed bereikbaar. Zij heeft uitstekende OV-, fiets- en wegverbindingen, ligt aan het drukbevaren Amsterdam-Rijnkanaal en is gelegen nabij nationale luchthaven Schiphol. Utrecht is dé draaischijf van Nederland en mede daardoor dé ontmoetingsplek bij uitstek. Zo’n acht miljoen mensen zijn in staat om binnen 45 OV-minuten de best bereikbare plek van Nederland te bereiken: Utrecht Centraal.
kunnen bijdragen aan het waarborgen van de bereikbaarheid. Voorbeelden zijn beprijzing van kilometers, werkgeversaanpak en stimulering van fietsen en wandelen.Ook op de fietspaden, in de tram en in de bus wordt het drukker. Uitdaging is om de mobiliteitstransitie naar gezonde en duurzame vervoerswijzen vorm te geven door een compleet OV- en fietssysteem te realiseren (14). Eerste stappen in deze mobiliteitstransitie zijn het optimaliseren van bestaande OV-netwerken binnen en buiten provincie Utrecht en het bouwen rond OV-knooppunten (Metropoolpoorten en Regiopoorten). Daarbij is het ontwikkelen van een samenhangend multimodaal mobiliteitssysteem van doorfiets-, HOVen wegverbindingen kansrijk. De grootste investeringen zijn nodig bij Utrecht Centraal, Amersfoort Centraal en de Metropoolpoorten.
Uitdagingen en kansen Veel mensen hebben Utrecht als bestemming of reizen door onze provincie naar andere bestemmingen. De Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 laat zien dat zes van de elf nationale urgente capaciteitsproblemen (weg en OV) in 2040 zich hier voordoen. Dit resulteert in flinke bereikbaarheidsknelpunten. Uitdaging is om de draaischijffunctie van Utrecht voor Nederland te waarborgen (13). Uitvoering van de lopende Utrechtse MIRT-projecten, de afspraken over de ontsluiting van de grootschalige NOVEX-woningbouwgebieden en de versnellings afspraken ‘woningbouw en mobiliteit’ draagt bij aan de bereikbaarheid en het faciliteren van de mobiliteitsgroei. Daarnaast is het nodig blijvend te investeren in verbetering van het nationale en regionale OV-netwerk, het wegennet en het netwerk van doorfietsroutes. Investeren in infrastructuur is echter niet voldoende. Nieuwe instrumenten die de mobiliteitsgroei beperken,
Bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking wordt ingezet op zoveel mogelijk binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkeling nabij OV-knooppunten. Uitdaging is om de verdichtingsopgave hand in hand te laten gaan met versterking van het mobiliteitssysteem (15). Het is kansrijk om de geluidsoverlast te beperken, de luchtkwaliteit te verbeteren en de externe veiligheidsrisico’s te verminderen langs bestaande doorgaande stedelijke infrastructuur. Dat biedt ruimte voor verdere verdichting van de gezonde stad.
4.6 Levend landschap, erfgoed en cultuur Kwaliteiten De provincie Utrecht heeft een grote rijkdom aan landschappen, erfgoed en cultuur. In het landelijk gebied onderscheiden we vijf karakteristieke landschappen die ieder aardkundige waarden herbergen: Eemland, Gelderse Vallei, Groene Hart, Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug. Ook heeft onze provincie een zeer hoge dichtheid aan historische buitenplaatsen, agrarisch cultuurlandschap en veel historische infrastructuur, zoals drie iconische routes. Verder lopen door de provincie Utrecht vier grote voormalige waterlinies, ons militair erfgoed: de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam (samen UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies), de Oude Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie. Ook het archeologisch erfgoed van de Neder-Germaanse Limes is UNESCO Werelderfgoed. Tot slot hebben we een gevarieerd en goed bereikbaar cultuuraanbod.
Uitdagingen en kansen Door ruimtelijke veranderingen in onze leefomgeving en het intensieve ruimtegebruik staan landschap en erfgoed onder druk. Werelderfgoed Hollandse Waterlinies beslaat een fors deel van ons provinciaal grondgebied: een brede zone van meer dan honderd kilometer loopt van noord naar zuid langs het hoog dynamische gebied aan de oostzijde van de stad Utrecht. Uitdaging is om de aanwezige waarden bij de uitvoering van de verschillende transitieopgaven te beschermen en te benutten (16).
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
51
De beschermde landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden van de provinciale Cultuurhistorische hoofdstructuur kunnen worden benut als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld bij het realiseren van nieuwe economische dragers in het landelijk gebied. Het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, de Oude Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie bieden kansen voor de inzet als waterberging, drinkwater winning, aquathermie, groenontwikkeling, recreatie en agrarisch gebruik. Er gebeurt veel op en rond de oostflank van de Utrechtse Heuvelrug. Veel verschillende ruimtelijke opgaven op het gebied van water, natuur, energie, werken, mobiliteit en wonen komen in het gebied tussen Amersfoort, Soest, Leusden en Zeist samen. Het ministerie van Defensie wil hier logistieke en operationele eenheden samenbrengen op verschillende bestaande defensieterreinen. Uitdaging is om vorm te geven aan de ambities voor de Utrechtse Heuvelrug en daarbinnen de defensieterreinen integraal te ontwikkelen (17). Het revitaliseren en intensiveren van de defensieterreinen is te combineren met verduurzaming, meervoudig ruimtegebruik en het faciliteren van de mobiliteitsgroei. Ook is het mogelijk om bij het beheer van de defensieterreinen in te spelen op zowel militair gebruik als de natuur.
Daarbij zijn er potenties om verschillende natuurgebieden op de Utrechtse Heuvelrug met elkaar te verbinden.
52
Hoofdstuk 4 | Uitdagingen en kansen
4.7 Toekomstbestendige natuur en landbouw Kwaliteiten De provincie Utrecht heeft een netwerk van robuuste natuur dat zowel binnen Europa als Nederland een cruciale schakel is. Het vormt de overgang van laag naar hoog, van nat naar droog en van veen naar zand. In het netwerk liggen vier verschillende grote systemen: Rivierengebied, Veenweidegebied, Eemvallei en Utrechtse Heuvelrug. Het netwerk maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) met daarin verschillende Natura 2000-gebieden. De landbouw in de provincie Utrecht zorgt voor voeding en is een belangrijke beheerder van ons landschap. Er is hier vooral (grond gebonden) landbouw, melkveehouderij en fruitteelt. Samen met Regio Foodvalley en provincie Gelderland spelen wij een grote rol in de transitie naar een gezond en duurzaam voedselsysteem.
Uitdagingen en kansen De toegenomen stikstofdepositie in Utrechtse natuurgebieden verhoogt de voedselrijkdom en draagt bij aan bodemverzuring. Hierdoor en ook door klimaat verandering verdwijnen bijzondere planten en dieren. Uitdaging is om het natuurnetwerk robuuster te maken en verhoging van de biodiversiteit te garanderen (18). De doelstellingen van 10% groenblauwe dooradering (Nationaal Programma Landelijk Gebied) en 1.500 extra hectare bos (provinciale uitwerking landelijke Bossenstrategie) kunnen worden ingezet om de natuur in en om stad en land te verbinden. En om de recreatieve
toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van het landschap rond steden en dorpen te vergroten. De groenblauwe dooradering biedt daarnaast veel potentie voor onder meer uitbreiding van het ecologisch beheer van boerensloten, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en ecologische verbindingen. Verder ligt er een kans om grote natuurgebieden te verbinden en belangrijke schakels te versterken, bijvoorbeeld met natuurherstel en vernatting aan de westflank van de Utrechtse Heuvelrug en het vergroten van de kwelinvloed op de zuidwestflank. De transitie van het landelijk gebied biedt de mogelijkheid om de stikstofdepositie op natuurgebieden te reduceren en de biodiversiteit te bevorderen. De landbouw staat voor een grote verandering. Een langjarig toekomstperspectief voor de blijvende agrariërs in de provincie Utrecht is hierbij een voorwaarde. Uitdaging is om aan te sturen op de transitie naar duurzame en rendabele landbouw die klimaatneutraal, natuurinclusief, diervriendelijk en circulair is. Dit in combinatie met een robuust bodem- en watersysteem en passend in een gezonde en veilige leefomgeving (19). Het is belangrijk dat onze agrariërs behouden blijven in het landelijk gebied. Zij zijn belangrijke beheerders van dat landschap en het is van essentieel belang dat zij dat kunnen blijven doen.
Het verdienmodel voor de agrariërs moet dus, aangepast op basis van de transitie, behouden blijven. In het veenweidegebied kan de transitie naar duurzame landbouw vorm krijgen door ruimte te bieden aan water, klimaat, natuur en door bodemdaling en veenoxidatie tegen te gaan. Omdat dit veel impact heeft op de huidige landbouw in het gebied, is een brede aanpak een vereiste. Kansrijk is het opstellen van een integraal ontwikkelperspectief voor de landbouw met ruimtelijke zonering en een waterstrategie (aanpak
droogte en verminder van de uitstoot van CO2, ammoniak en stikstof). De opgaven in het landelijk gebied zijn groot en raken diverse ruimtelijke functies, zoals water, natuur, landbouw, energie en recreatie. In het landelijk gebied liggen verschillende kernen die deels afhankelijk van deze functies zijn. Uitdaging is om te zoeken naar synergie tussen behoud van vitaliteit van de kernen en transitie van het landelijk gebied (20). Het landschappelijk inpassen van kernen kan de overgang van bebouwing naar openheid verzachten. Dat versterkt de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteitswinst is het basisbeginsel bij vrijkomende agrarische bebouwing. De Omgevingsverordening provincie Utrecht biedt ruimte voor de bouw van één tot drie woningen (ruimtevoor-ruimte) of de vestiging van een niet-agrarische functie bij de sloop van een evenredige oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Daarbij is het uitgangspunt dat alle bedrijfsmatige bebouwing moet worden gesloopt. Naar mate er meer wordt gesloopt, is er meer ontwikkelruimte. De teelt van biobased gewassen (zoals hout, lisdodde en hennep) als grondstoffen voor de woningbouw biedt onder meer kansen voor agrariërs die de transitie naar een duurzamere landbouw willen maken.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
53
STAD EN LAND GEZOND
UITDAGINGEN
1
UITDAGINGEN
Realiseren van een groenblauw recreatief netwerk, toegesneden op stad en land (Groen Groeit Mee).
3
Klimaatbestendig maken van ons bebouwd gebied tegen piekbuien, droogte- en hittestress.
7
UITDAGINGEN Bevorderen wisselwerking tussen (bestaande) energienetwerken en nieuwe gebiedsontwikkelingen.
9
UITDAGING
LEVEND LANDSCHAP, ERFGOED EN CULTUUR
DUURZAAM GEZOND EN VEILIG BEREIKBAAR
VITALE STEDEN EN DORPEN
13
Transformeren, verdichten en verduurzamen van stad en dorp.
UITDAGINGEN Waarborgen van de draaischijf functie van Nederland.
UITDAGINGEN
16 Benutten van de waarden van het
cultuurhistorisch erfgoed bij transitie opgaven.
TOEKOMSTBESTENDIGE NATUUR EN LANDBOUW UITDAGINGEN
18 Versterken van een robuust natuurnetwerk en het garanderen van toekomstbestendige kwaliteit.
KANSEN
KANSEN
KANSEN
KANSEN
KANSEN
KANSEN
KANSEN
Verstevigen van het groenblauwe raamwerk, ook met nieuw groen (waterlopen, rivieren, en linten, waterlinies en randmeren).
Inzetten op klimaatadaptief maken van het bestaand bebouwd gebied (vergroening en ontharding) met prioriteit aan gebieden met de grootste problematiek (vooroorlogse wijken en bedrijventerreinen).
Reserveren van ruimte rondom energieknooppunten voor opslag/conversie/circulaire economie.
Onderzoeken van kansrijke potentiële integrale verstedelijkingslocaties na 2050.
Uitvoeren bereikbaarheidsmaatregelen (inzetten op nabijheid, afremmen en spreiden, ontvlechten en mobiliteitshubs).
Beschermen en benutten waarden Cultuurhistorische hoofdstructuur als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit bij alle (gebieds)ontwikkelingen.
Realiseren 10% Groen blauwe dooradering in het landelijk gebied.
Reserveren van ruimte voor behoud en uitbreiding van bestaande energiecentrale.
Onderzoeken van verdere verdichtingsmogelijkheden rondom regionale OV-knooppunten.
Waarborgen van de bereikbaarheid met nieuwe instrumenten die de groei van de mobiliteit beperken.
Waterlinies inzetten als waterbuffer voor kansen voor natuur, drinkwaterwinning, waterberging, aquathermie, Groen Groeit Mee, recreatie en agrarisch gebruik.
Verbinden van grote natuursystemen.
Bereikbaar maken van groen en landschap met via nieuwe fiets- en wandelroutes routes en groene haltes OV.
Vergroenen en klimaatadaptief inrichten nieuwe ontwikkellocaties (wonen, werken en voorzieningen).
Verbeteren van de kwaliteit en beleefbaarheid van de grote stille landschappen (oases).
Versterken van de groene scheggen tot groene zones die stad en landschap met elkaar verbinden.
2
DUURZAME ENERGIE
KLIMAATBESTENDIG EN WATERROBUUST
4
Verbeteren van milieukwaliteit in steden en dorpen en deze verder optimaliseren bij nieuwe ontwikkelingen.
Versterken rivierdijken combineren met investeringen in ruimtelijke kwaliteit (landschap, natuur, recreatie en cultuurhistorie).
5
Beperken overlast (geur, stikstof en fijnstof) door intensieve veehouderij.
Zorgen voor een gezonde waterbalans en een toekomstbestendig watersysteem waarmee voldoende zoetwater beschikbaar blijft.
Inzetten op een sponsstrategie om water vast te houden.
Inzetten mobiliteitstransitie voor beperken geluidsoverlast in bebouwd gebied en op hoofdwegennet (Rijks- en provinciale wegen).
Opvangen lokaal hemelwater en infiltreren en/of vertraagd afvoeren.
Afstemmen ruimtelijke plannen van provincie en gemeenten met investeringsplannen netbeheerders.
8
11
Tegengaan van bodemdaling en vermindering uitstoot broeikasgassen veenweidegebieden door het maken van integrale keuzes over grondgebruik en het watersysteem. Uitvoeren van de regionale veenweidestrategie, mede door koppeling met het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG).
Inrichten inundatievelden van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam bij peilopzet voor versterking erfgoedwaarden en beleving.
Overzicht thematische uitdagingen en kansen (bron: provincie Utrecht)
Realiseren van een compleet OV- en fietssysteem om mobiliteitstransitie vorm te geven.
Uitbouwen multimodaal mobiliteitssysteem en realiseren van goede snelfiets-, HOV-, en autoverbindingen tussen metropoolpoorten, regiopoorten en vitale kernen.
(Milieu)ruimte bieden en ruimtelijke impact in beeld brengen van de (circulaire) economie.
Verbinden van de ov-netwerken en verdichting rondom metropool- en regiopoorten binnen de provincie en daar buiten.
Ruimte maken voor productiebossen voor lokaal maken van biobased grondstoffen en zo ook bijdragen aan de transitie in het landelijk gebied.
Bepalen van de behoefte aan wind op land en ruimtelijke vertaling naar locaties gekoppeld aan het nationale energiesysteem.
14
Versnellen van het aardgasvrij maken van woningen via stimulerende maatregelen en inzetten van capaciteit elektriciteitsnetwerk.
Ruimte maken voor lichte maakindustrie en kleinschalige bedrijvigheid in recycling, refurbishing en reparatie in stedelijk gebied, ook buiten de bedrijventerreinen.
Bevorderen van slimme combinaties van energieopwek via wind en zon om impact op het elektriciteitsnet en ruimtegebruik te beperken.
Inzetten bossenstrategie om organische stofgehalte van de bodem te verhogen en zo meer water vast te houden.
54
Aardgasvrij maken van bestaand areaal woningen.
Aanwijzen kansrijke reserveringen voor duurzame energieproductie en -infrastructuur in combinatie met andere opgaven.
Uitvoering geven aan de denkrichtingen uit de Blauwe Agenda voor de Utrechtse Heuvelrug.
6
10
Faciliteren energievraag en energieaanbod en realisatie van de daarbij benodigde ontwikkelingen van energie-infrastructuur.
Behouden van de waterveiligheid op een aantrekkelijke en toekomstbestendige manier.
Inrichten grote retentiegebieden rondom het Amsterdam-Rijnkanaal die bij nood onder water kunnen worden gezet.
Voorkomen van extra geluidsoverlast als gevolg van een 4e aanvliegroute Schiphol.
Bevorderen veilig routeren en vervoeren van gevaarlijke stoffen.
Opnemen van een energietoets in aanpassing Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Verkennen nieuwe (collectieve) ruimteefficiënte parkeerconcepten.
Reserveren van ruimte en waarborgen van milieuruimte voor grootschalige circulaire industrie op bedrijventerreinen zoals Lage Weide in Utrecht.
15
Gewenste versterkingen aan mobiliteitssysteem om verdichtingsopgave te realiseren.
Verminderen van milieuhinder langs doorgaande stedelijke infrastructuur om te bouwen aan de verdichting van de gezonde stad.
17
Vormgeven aan de ambities voor de Utrechtse Heuvelrug en daarbinnen integraal ontwikkelen van defensieterreinen. Vormgeven aan de door defensie gewenste ontwikkelingen met inzet van kwalitatief meervoudig ruimtegebruik. Koppelen intensivering van bestaande defensieterreinen aan verduurzaming en beperking of facilitering groei mobiliteit. Ruimte geven aan en beter verbinden van natuur op de Utrechtse Heuvelrug, ook met het militair gebruik.
Herstel natuur en oppakken vernattingsopgaven aan de westflank van de Utrechtse Heuvelrug. Vormgeven aan de transitie in het landelijk gebied en daarmee bevorderen van biodiversiteit in het landelijk gebied en reduceren van stikstofdepositie op natuurgebieden.
Vernatten landelijk gebied ten behoeve van natuurontwikkeling.
19 Aansturen op de transitie naar duurzame en
economisch rendabele landbouw met bodem en water als basis. Opstellen van een integraal klimaat inclusief ontwikkelperspectief voor de landbouw inclusief zonering en een waterstrategie (integrale aanpak droogte, CO2, ammoniak en stikstof). Vormgeven van de landbouwtransitie in het veenweidegebied: ruimte bieden aan water, klimaat, natuur en tegengaan bodemdaling.
20 Zoeken naar synergie tussen behoud vitaliteit kernen en transitie van het landelijk gebied.
12
Aansluiten van kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod bedrijventerreinen.
Zoeken naar ruimte voor strategische uitbreiding regionale werklocaties om vervangings- en schuifruimte te bieden voor economische activiteiten waaronder (circulaire) economie
Versterken landschappelijke inpassing kleine kernen.
Bieden van ruimte voor transitie landbouw (zoals biobased teelten).
Benutten vrijkomende agrarische bebouwing. Waarborgen, intensiveren en verduurzamen lokale werklocaties in de regio.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
55
Fietsenstalling Utrecht Centraal (bron: Utrecht Marketing, foto Jurjen Drenth)
5
Acties Rijk en provincie
Hoofdstuk 5 Acties Rijk en provincie Om de ruimtelijke ontwikkeling goed in te passen en waar mogelijk te combineren hebben de provincie Utrecht en het Rijk elkaar nodig. In dit hoofdstuk geven we de belangrijkste acties die nodig zijn om de uitdagingen aan te pakken en de kansen te benutten. Daarvoor hebben we 27 agendapunten geformuleerd. We onderscheiden drie soorten agendapunten: Versnellen: Condities en randvoorwaarden op orde Vernieuwen: Wijziging omgevingsbeleid Verdiepen: Onderzoeksagenda
5.1 Water en bodem sturend Agendapunt 1: Water en bodem sturend operationaliseren met heldere randvoorwaarden en condities Ruimtelijke ordening kan bijdragen aan gezonde bodems, het afremmen van bodemdaling, betere waterveiligheid, voldoende water van goede kwaliteit en weerbaarheid tegen de gevolgen van
Agenderen, adresseren en acteren Hieronder beschrijven we de 27 agendapunten. Bij ieder agendapunt hoort een aantal acties en bij iedere actie staat wie ervoor aan de lat staat: het Rijk, de provincie of beide. De agendapunten zijn op kaart verbeeld en de relaties met de thema's uit de Omgevingsvisie, de NOVEXgebieden en de tijdshorizon zijn in een tabel samengevat. De kaart en tabel zijn opgenomen in hoofdstuk 2.
Generieke en/of niet locatie-specifieke agendapunten:
1
4
Dit hoofdstuk is een samenvatting van het derde tussenproduct dat we in de aanloop naar dit Ruimtelijk Voorstel hebben opgesteld, de ‘Agenda Provinciaal Ruimtelijk Voorstel Utrecht’. In deze samenvatting volgen we de indeling van paragraaf 2.3, die aansluit bij de indeling van het Startpakket.
Water en bodem sturend (bron: provincie Utrecht)
58
Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie
klimaatverandering. Dit is in het belang van een gezonde en veilige leefomgeving in de provincie Utrecht. Om water en bodem meer sturend te kunnen laten zijn bij de ruimtelijke planvorming, moet dit principe geoperationaliseerd worden door heldere randvoorwaarden en condities te formuleren.
2
3
Agendapunt 2: Zoetwatervoorziening garanderen en drinkwatervoorziening versterken In de toekomst is voldoende zoetwater nodig om de veenweiden in het Groene Hart te kunnen vernatten en verdroging tegen te gaan in de Utrechtse Heuvelrug en de beekdalen. Dit vraagt een integrale kijk op het nationale watersysteem en nationaal keuzes over de verdeling van het water. Om de groene en gezonde groei van wonen, werken en voorzieningen mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat er genoeg schoon drinkwater beschikbaar is. Op dit moment geldt voor NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort dat de nieuwe zakelijke vragen voor drinkwatervoorziening die bij ontwikkelingen ontstaan, niet gehonoreerd kunnen worden. Op termijn kan het aansluiten van nieuwe woningbouwlocaties ook een knelpunt zijn. Het is voor meerdere ruimtelijke functies essentieel om de drinkwaterwinning te behouden, te versterken en te verduurzamen. Agendapunt 3: Adaptatiestrategie klimaatverandering bepalen Voor een klimaatbestendige en waterrobuuste ontwikkeling van de provincie Utrecht is het noodzakelijk de gevolgen van klimaatverandering tot 2100 en verder in kaart te brengen. Het gaat daarbij om de gevolgen van temperatuurstijging, toename van piekbuien, aanhoudende droogte en zeespiegelstijging. Door wisselende perioden van regenval wordt in de winter en herfst veel meer regen verwacht en in de zomer veel minder.
Daarom is het ook van belang dat water wordt vastgehouden op die locaties waar het in de zomer nodig is. Keuzes voor de lange termijn zijn medebepalend voor keuzes die we op de korte en middellange termijn
kunnen maken, in zowel ons landelijk als stedelijk gebied. Klimaatverandering vergt een continu proces van aanpassen. De snelheid waarmee het klimaat verandert vraagt om versnelling van uitvoeringsmaatregelen en vernieuwing van beleid. Agendapunt 4: Toekomstbestendig AmsterdamRijnkanaal, IJ en Noordzeekanaalgebied realiseren Het bestaande watersysteem van AmsterdamRijnkanaal, IJ, Noordzeekanaal en omliggende boezems is onvoldoende robuust. Dit leidt vandaag de dag al tot een aanzienlijke kans op schade door wateroverlast, watertekort en slechte waterkwaliteit. Deze kans neemt toe door klimaatverandering in combinatie met ruimtelijke opgaven als vernatting van veenweiden (NOVEX-gebied Groene Hart), economische ontwikkeling (NOVEX-gebied Noordzeekanaalgebied) en verstedelijking (NOVEX-gebieden MRA en Utrecht-Amersfoort). Deze watergangen en het omliggende gebied moeten toekomstbestendig worden, om nu en in de toekomst voldoende waterveiligheid, zoetwater, klimaatadaptatie en bevaarbaarheid te kunnen borgen. Dat vereist versnelling van het project ‘Toekomstbestendig Watersysteem Centraal Holland’.
Overzicht acties voor water en bodem sturend De agendapunten 1 t/m 4 vragen diverse acties van Rijk en provincie. Deze acties zijn hierna opgenomen. Bij iedere actie is aangegeven welk agendapunt het betreft en wie ervoor aan de lat staat.
Condities en randvoorwaarden op orde EU-bodemstrategie operationaliseren in een ontwikkelgerichte en adaptieve routekaart (1, Rijk). Wijziging omgevingsbeleid Water en Bodem Sturend operationaliseren in de Nota Ruimte en bij hierop volgende locatiekeuzes en gebiedsgerichte uitwerkingen. Dit betekent antwoord geven op de grote opgaven die de komende jaren op ons afkomen en die een sterke ruimtelijke component hebben (temperatuurstijging, toename van piekbuien, aanhoudende droogte en zeespiegelstijging) (1, Rijk). De ruimtelijke gevolgen van het principe water en bodem sturend duiden voor verschillende locaties en de inrichting, in de wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (1, provincie). Eisen aan ruimtelijke ontwikkeling in buitendijks gebied opnemen in wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (1, provincie). In de Deltabeslissing Zoetwater rekening houden met de zoetwatervraag van Groene Hart, Utrechtse Heuvelrug en beekdalen bij keuzes over de nationale verdeling van zoetwater (2026) (2, Rijk). Beschermen en ontwikkelen van een robuust landelijk netwerk van drinkwaterleidingen opnemen in de Nota Ruimte (2, Rijk). Robuustheid van bestaande drinkwaterwinningen vergroten en nieuwe drinkwaterwinningen duurzaam inpassen (Eiland van Schalkwijk en Eemdijk) (2, provincie).
Drinkwater- en energieopgaven ruimtelijk afstemmen in de wijziging Omgevingsvisie Utrecht (2, provincie).
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
59
De bouw van watervriendelijke woningen en bedrijven stimuleren, waaronder het opnemen van maatregelen voor watervriendelijke woningen en bedrijven in het Bouwbesluit (2, gezamenlijk). Amsterdam-Rijnkanaal, IJ, Noordzeekanaal en omliggende boezems opnemen in de nationale ruimtelijke hoofdstructuur van de Nota Ruimte (4, Rijk). Zoekgebieden voor waterberging aanwijzen in de wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (4, provincie). Onderzoeksagenda Benodigde adaptatie aan zeespiegelstijging onderzoeken, voor de Randstad in zijn geheel en provincie Utrecht specifiek, in het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (3, Rijk). Richting geven aan de adaptatiestrategie voor klimaatverandering in de Nota Ruimte (3, Rijk). Rekening houden met gevolgen op lange termijn van keuzes op korte termijn in de wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (3, provincie). Onderzoek naar de economische effecten van adaptatie aan klimaatverandering (3, gezamenlijk). Ruimtelijke verkenning naar waterbuffering om water vast te houden voor zoetwaterbeschikbaar heid in tijden van droogte. Daarbij ook kijken naar functiecombinaties in het landelijk gebied, systeem werking en de ruimtelijke verschijningsvormen hiervan (3, gezamenlijk). Onderzoek naar mogelijkheden voor extra waterberging bij piekafvoeren om wateroverlast te bestrijden (3, gezamenlijk).
60
Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie
Onderzoek naar toekomstbestendig watersysteem in het gebied Centraal Holland voortzetten, mede door dit onderzoek op te nemen in het Deltaprogramma. Daarbij dient ook aandacht te worden besteed aan voldoende zoetwaterbeschikbaarheid voor het afremmen van de bodemdaling in veenweidegebieden (4, gezamenlijk).
5.2 Perspectief voor landbouw en natuur Agendapunt 5: Integrale aanpak versterking landelijk gebied In het Utrechts Programma Landelijk Gebied 1.0 staat hoe de provincie Utrecht invulling geeft aan de integrale aanpak van opgaven op het gebied van water, klimaat, natuur, biodiversiteit en perspectief voor de landbouw in het landelijk gebied. Er liggen veel kansen voor combinaties met andere opgaven, zoals biobased teelten, duurzame energieopwekking, landschapsversterking en recreatie. Belangrijk daarbij is het behoud van onze agrarische sector als beheerder van ons landelijk gebied. De transitie in het landelijk gebied moet ook bijdragen aan de vitaliteit van de kernen. Agendapunt 6: Aanpak bodemdaling en vernatting veenweidegebied versnellen De hoofdopgaven in de veenweidegebieden (Groene Hart en Eemland) zijn het stabiliseren van de veenbodems (bodemdaling remmen, uitstoot broeikasgassen reduceren en verzilting voorkomen) en het realiseren van een daarvoor robuust ingericht watersysteem. De veenbodems vragen deels een aanpassing van het landgebruik. Dit kan hand in hand gaan met verbetering van de natuur, de benodigde transitie in de landbouw en de duurzame opwekking van energie. Bij deze grote opgaven moeten we rekening houden met de waardevolle gebiedskenmerken die het karakter van
de verschillende veenweidegebieden bepalen. Het is daarvoor nodig om samen integrale en gebiedsgerichte keuzes te maken. Agendapunt 7: Opgaven Groene Hart oppakken en verbinden met omliggende landschappen Het NOVEX-gebied Groene Hart staat voor grote, complexe en urgente opgaven, zoals water vasthouden, bodemdaling afremmen, de uitstoot van stikstof en broeikasgassen reduceren, biodiversiteit bevorderen, transitieopgave voor landbouw, natuur en energie faciliteren en vitale kernen borgen. Deze opgaven vragen om ruimte en integrale oplossingen. Het Groene Hart wordt vaak gezien als binnentuin van de Randstad. Voor het goed functioneren zijn verbindingen nodig met de omliggende landschappen Kust, IJsselmeer, Rivierengebied en Delta. Het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies loopt hier doorheen. Door het versterken van de hydrologische, ecologische, landschappelijke en recreatieve verbinding tussen het Groene Hart en de omliggende landschappen ontstaat een robuuste landschappelijke hoofdstructuur. Deze biedt balans en tegenwicht tegen de druk vanuit de omliggende grote steden. Agendapunt 8: Opgaven Gelderse Vallei aanpakken en verbinden met Utrechtse Heuvelrug en Veluwe In het waardevolle landschap van de Gelderse Vallei (onderdeel van de NOVEX-gebieden Arnhem-NijmegenFoodvalley en Utrecht-Amersfoort) komen veel uitdagingen samen.
Het gaat deels om uitdagingen in het landelijk gebied, zoals het vasthouden van water, het vormgeven van een stevige groenblauwe dooradering, het verbeteren van de kwaliteit van
beken, het ondersteunen van de grote transitieopgave van landbouw met een hoge veedichtheid en het herstellen van natuurgebieden met veel stikstofdepositie (onderdeel Utrechts Programma Landelijk Gebied en Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley). Ook gaat het om stedelijke uitdagingen, zoals het bouwen van woningen, het realiseren van werklocaties en de aanleg van infrastructuur voor energie en mobiliteit. Daar zijn slimme keuzes, combinaties en transities voor nodig. Ook is het noodzakelijk de sociaaleconomische impact die hieruit voortkomt goed te begeleiden. Verbinding van de Gelderse Vallei met de waardevolle landschappen van Utrechtse Heuvelrug, Veluwe, Rivierengebied en Randmeren is een vereiste voor behoud en versterking van natuur, landschap en erfgoed. Daarbij dient als eerste te worden ingezet