CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijk_Voorstel_provincie_Utrecht_hoofdrapport_toegankelijk_12-12-2023.pdf

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden31.056 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het robuust maken van de energienetwerken heeft grote impact op de ruimte en moet in samenhang met ruimtelijke en economische ontwikkelingen tot stand komen. Daarom willen we de energieopgave meteen bij dit soort ontwikkelingen meenemen. Hiervoor werken we bijvoorbeeld aan een energietoets. Daarnaast wordt er vanzelfsprekend voortvarend uitvoering gegeven aan het realiseren van de Regionale Energiestrategieën.

24

Hoofdstuk 2 | Ruimtelijk voorstel

De kosten van de infrastructuur voor elektriciteit zijn aanzienlijk, en de ruimtelijke impact ook. Het loont daarom om vraag en aanbod van energie zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen en de infrastructuur zo efficiënt mogelijk aan te leggen. Dit betekent dat de nabijheid van energiebronnen en energie-infrastructuur onderdeel moet worden van de keuze van nieuwe woon- en werklocaties. We willen zoveel mogelijk gebruikmaken van de bestaande infrastructuur rond transformator­ stations, stedelijke concentraties en bedrijventerreinen. En andersom willen we nieuwe stations ontwikkelen waar de grootste verstedelijking voorzien is. Hiermee bouwen we aan een CO2-neutrale energievoorziening. Net als bij alle andere ontwikkelingen, is behoud van de Utrechtse kwaliteiten daarbij het uitgangspunt en geven we deze ontwikkelingen vorm met respect voor bodem, water, landschap, natuur en erfgoed. We hebben als ambitie dat de economie en samenleving van de provincie Utrecht in 2050 vergaand circulair zijn. Het is nog moeilijk voor te stellen hoe een circulaire economie en samenleving eruitzien en of dit meer of minder ruimte vraagt. Toch willen we stappen in de richting van deze ambitie zetten: het huidige hoge grondstoffengebruik kan op termijn gevolgen hebben voor onze economie, welvaart en gezondheid.

In het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) worden vier lijnen uitgezet naar een circulair Nederland: verminderen van grondstoffengebruik, substitutie van grondstoffen, verlengen van de levensduur en hoogwaardige verwerking. We sluiten hier graag bij aan en willen in de komende periode ruimtelijke condities bieden voor deze transitie. Denk aan logische locaties voor bedrijven die afval opnieuw gebruiken, sorteren of opslaan voor later gebruik. En aan ruimte voor de productie van

grondstoffenteelt voor bouwmaterialen in de landbouw. Ook is aandacht nodig voor het creëren/ bieden van de benodigde milieuruimte waar bepaalde type circulaire bedrijvigheid om vraagt. Het luchtruim boven Nederland is de laatste tientallen jaren steeds drukker geworden. Met de komst van de F35, die meer ruimte nodig heeft, heeft het Rijk aangegeven dat een nieuwe indeling van het luchtruim nodig is. Doelen zijn onder andere om het gebruik van het luchtruim efficiënter en om vliegroutes korter en duurzamer te maken met minder impact op de leefomgeving. Dat gebeurt in het Programma Lucht­ ruimherziening. In dit kader heeft het Rijk het voornemen om een vierde naderingspunt van Schiphol in te richten. Ook wordt onderzocht of er naast vaste vertrekroutes ook vaste aanvliegroutes gerealiseerd kunnen worden. Deze aanpassingen hebben mogelijk grote negatieve gezondheidseffecten in en rond de provincie Utrecht, onder andere in de NOVEX-gebieden Groene Hart, Utrecht-Amersfoort en Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Het is van belang hier zorgvuldig mee om te gaan en deze gevolgen te betrekken bij de besluitvorming over de luchtruimherziening, bij besluitvorming over de toekomst van de luchtvaart en specifiek Schiphol en het proces in het NOVEX-gebied Regio Schiphol.

Perspectief voor leefbare steden en regio’s Voor dit perspectief heeft de provincie Utrecht samen met andere regiopartners en het Rijk al diverse langjarige trajecten ingezet, met het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij (25 november 2021) en het door de regio in samenhang hiermee opgestelde Integraal ruimtelijk perspectief (september 2021), het Ontwikkelbeeld Amersfoort Centraal (21 september 2021) en de

Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (17 november 2021 en 14 december 2022). Al deze trajecten zijn voor de NOVEX-gebiedenaanpak verder gebracht tot Ontwikkelperspectieven (zie ook bijlage E). Ze sluiten goed aan bij de ambities en opgaven die het Rijk in het Startpakket geformuleerd heeft voor het perspectief Leefbare steden en regio’s en ook bij de specifieke ambities en opgaven voor deze regio’s. Het is een complexe opgave om in de provincie Utrecht ook de komende 20-30 jaar een goed woon-, werk- en leefklimaat te behouden. Er is een grote vraag naar woningen en nieuwe ruimte voor bedrijven, op verstedelijkingslocaties en specifieke bedrijventerreinen. In de bovengenoemde trajecten is gezocht naar locaties die passen bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisies van Rijk en provincie: in de nabijheid van bestaande voorzieningen en door ontwikkelingen te concentreren en te combineren. We willen immers het Utrechtse landschap niet volbouwen en ruimte houden voor andere opgaven. Ook moeten de keuzes in het ruimtelijk beleid gericht zijn op het meest efficiënte gebruik van de ruimte om bij te dragen aan een gezonde en veilige leefomgeving en nabijheid van voorzieningen en duurzaam vervoer. De afgesproken verstedelijkingslocaties zijn op de langere termijn niet voldoende.

Daarom werken we ook aan de ontwikkeling van de buitenstedelijke locaties Rijnenburg in Utrecht, Vathorst-Bovenduist in Amersfoort en Veenendaal-De Klomp rondom Veenendaal. De bevolking van de provincie Utrecht groeit fors. Dit ondersteunen we met een schaalsprong in het mobiliteitssysteem, voor fiets en OV. We streven naar een transitie in het personen- en goederenvervoer waarbij de toename in de verplaatsingen beperkt wordt

en samengaat met veiligheid, duurzaamheid en zorgvuldig ruimtegebruik. Deze transitie willen we tot stand brengen door verstedelijking en mobiliteit in samenhang met elkaar te ontwikkelen. We richten ons onder andere op het verkorten van afstanden, een hoogwaardig ov-systeem met een uitgebreider tramnetwerk, duurzame alternatieven voor de auto zoals wandelen, fietsen en diverse vormen van openbaar vervoer, autovrije of -luwe binnensteden en woonwijken en het stimuleren van gedragsverandering. Op deze manier voorkomen we ook dat er vervoersarmoede optreedt in de provincie. In het Rijk-regio programma U Ned en de samen­ werking Arnhem-Nijmegen-Foodvalley werken we aan NOVEX-uitvoeringsagenda’s voor een integrale uitwerking van onze ambities. Voor alle verstedelijkingslocaties werken we aan integrale verstedelijking. We willen vitale wijken bouwen waar inwoners alles wat ze nodig hebben in de nabijheid vinden en met snelle, schone verbindingen de rest van de stad kunnen bereiken. We noemen dit groene en gezonde groei. Dit vraagt van alle betrokken partijen bereik­baarheids­investeringen en investeringen in gebieds­gerichte maatregelen. Hiermee kunnen we groei vormgeven en tegelijkertijd de opgaven voor bijvoorbeeld klimaat, drinkwater, energietransitie, mobiliteit, gezondheid en leefbaarheid in onze steden en dorpen ondersteunen.

De verstedelijkingsopgave willen we benutten om de leefbaarheid te verbeteren, door groen in en rond de steden mee te laten groeien. Groene ruimtes en gebieden zien we als integraal onderdeel van stedelijke ontwikkeling. Plannen voor verstedelijking omvatten altijd groenontwikkeling: Groen Groeit Mee.

Er ligt een grote uitdaging om het bestaand bebouwd gebied van onze dorpen en steden te verbeteren en te verduurzamen. Vooral verouderde woningen en voor- en naoorlogse wijken vragen aandacht. Bij de revitalisering willen we ook een deel van de woningopgave meenemen: we verdichten waar al woningen, werkgelegenheid en voorzieningen (nodig) zijn. Deze revitaliseringsopgave willen we in samenhang met de opgaven voor leefbaarheid, brede welvaart, duurzame energie (het gaat om een relatief grote woningvoorraad met lage energielabels) en een groene, klimaatadaptieve omgeving oppakken. Het ministerie van Defensie wil in de Regio Amersfoort logistieke en operationele eenheden en onderwijs- en trainingsfaciliteiten samenbrengen die nu op verschillende locaties in sterk verouderd vastgoed gehuisvest zijn. Het gaat om het gebied op de oostflank van de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort, Soest, Leusden en Zeist. De plannen van Defensie kunnen significante ruimtelijke impact hebben. Het vraagt om een integrale en gebiedsgerichte aanpak waarin de stedelijke belangen van werken, wonen en energie goed worden geïntegreerd met de kwaliteiten en waarden van het gebied (water, bodem, natuur, cultuurhistorie, landschap, recreatie, omliggende kernen).

Er is een gebiedssamenwerking gestart onder de titel A(mersfoort) tot Z(eist), waarbinnen ontwerpend onderzoek plaatsvindt en de inpassing van de defensie-ontwikkeling wordt opgepakt. Hierbij worden de voorwaarden voor en de consequenties van de ontwikkeling van de defensieterreinen in beeld gebracht. De resultaten van deze gebiedssamenwerking worden benut bij het Gebiedsonderzoek ‘Spoorzone Amersfoort en Heuvelrugzone’. Dit Gebiedsonderzoek brengt verschillende trajecten in de Heuvelrugzone bij elkaar. Zo wordt in het Gebiedsonderzoek de duurzame ontwikkeling van

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

25

de Heuvelrugzone in relatie tot de verstedelijkingsopgave verder uitgewerkt. De verstedelijking neemt toe en daarmee ook de noodzaak om nog zorgvuldiger om te gaan met de Heuvelrugzone als verbindend groengebied binnen het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort. Ook richt het Gebiedsonderzoek zich op de uitwerking van de Metropool­poorten Amersfoort Centraal-Amersfoort Schothorst. Het gaat daarbij over een mogelijke verdichting na 2030 voor wonen, werken en voorzieningen rondom de stations en over het mogelijk maken van een mobiliteitstransitie.

2.5 Onze voorwaarden: acties voor het Rijk Met de combinatie van nationale en provinciale opgaven in de provincie Utrecht zoals beschreven in de voorgaande paragraaf staan wij voor een omvangrijke en complexe verandering. Het is te doen, maar vraagt van ons een groot aantal acties, in verschillende gebieden binnen onze provincie, op korte en op lange termijn. Die uitdaging gaan we graag aan, samen met onze regionale partners en het Rijk: deze acties zijn tenslotte bedoeld om onze provincie robuust, veilig en leefbaar te houden én om bij te dragen aan een robuust, veilig en leefbaar Nederland. Voorwaarde voor het welslagen van onze inzet is dat het Rijk de noodzakelijke acties op nationaal niveau effectief en op tijd organiseert. Al deze acties zijn belangrijk, er is veel onderlinge samenhang. Het totale overzicht van de benodigde acties van Rijk en provincie Utrecht staat in hoofdstuk 4. Hieronder geven we een samenvatting van de acties die we aan het Rijk vragen. De acties van het Rijk krijgen logischerwijs een plaats in de Nota Ruimte en de bijbehorende uitvoerings­ programma’s. Wij vinden het van groot belang dat alle departementale en interdepartementale opgaven bij elkaar komen in de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur.

Versnellen Een deel van de opgaven in de provincie Utrecht speelt al op korte termijn, in de periode tot en met 2030. De resultaten dreigen niet op tijd te komen. We moeten

26

Hoofdstuk 2 | Ruimtelijk voorstel

versnellen en daarvoor zijn vaak betere condities en randvoorwaarden nodig. Van het Rijk vragen we dit: ƒ De EU-bodemstrategie operationaliseren in een ontwikkelgerichte en adaptieve routekaart. ƒ Maatregelen voor watervriendelijke woningen en bedrijven en voor circulair bouwen en het gebruik van biobased bouwmaterialen opnemen in het Bouwbesluit en actief sturen op een nationaal convenant toekomstbestendig bouwen, inclusief benodigde financiële middelen. ƒ Op korte termijn (2024) de eerste middelen en andere instrumenten beschikbaar stellen om voortvarend aan de slag te gaan met alle opgaven uit het (concept-) Utrechts Programma Landelijk Gebied (bodem, water, klimaat, landbouw en natuur) en de bijbehorende gebiedsgerichte aanpak, o.a. met natuurherstel en het toekomstperspectief voor agrariërs, inclusief het verbeteren en verbreden van de verdienmodellen. ƒ Langjarig en integraal middelen beschikbaar stellen, met langjarige zekerheid, om de opgaven uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied en daarmee de transitie van het landelijk gebied aan te pakken.

ƒ Intensivering en verduurzaming (klimaat, energie, groen, circulair, etc.) van bedrijventerreinen stimuleren en ondernemingen prikkelen om hier zelf initiatief voor te nemen door een financieel instrument op te nemen in het nieuwe programma Ruimte voor Economie waarmee ondernemers en gemeente (als eigenaar van de openbare ruimte) de benodigde samenwerking invulling kunnen geven. De provincie Utrecht wil hiervoor als pilotregio voor toekomstbestendige bedrijventerreinen fungeren. ƒ Nieuwe tracés voor het elektriciteitsnetwerk bundelen met andere infrastructuur, om de realisatie

te versnellen en effecten op andere functies zoveel mogelijk te beperken. ƒ Ontwikkelen van handelingsperspectief voor het aansluiten van nieuwe (woon- en) werklocaties op de energie-infrastructuur, waarbij de provincie Utrecht zich aanbiedt als pilotgebied. Het gaat om stimuleren en zo nodig reguleren van slimme combinaties van afname, opwek en opslag van energie (zoals energiehubs) en van technologische vernieuwing om de belasting van energienetwerken te verminderen. ƒ Bijdragen aan verveelvoudiging van het hoogspanningsstation Kortrijk-Breukelen en de andere prioritaire uitbreidingen uit de PMIEK, zodat het in de boven-provinciale energiebehoefte kan blijven voorzien, en daarbij rekening houden met de ligging in een waardevol landschap en open veenweidegebied en de daaruit voortkomende opgaven voor water, bodem, landschap, erfgoed en natuur. ƒ Het goederenvervoer door de Randstad via de Goederencorridor Noordoost Europa (spoor) uitfaseren en een langetermijnvisie op goederenvervoer over spoor opstellen waarbij de goederencorridors lopen via routes die de overlast en externe veiligheidsrisico’s op de bebouwde omgeving minimaliseren. ƒ De opgaven op regionaal, nationaal en internationaal niveau op de spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens faciliteren.

ƒ De bijdrage aan het alternatief Ring Utrecht, de Noordelijke Randweg Utrecht, A1/A28 knooppunt Hoevelaken en de aansluiting A1-A30 zo snel mogelijk (opnieuw) oppakken. ƒ Maatregelen nemen voor beïnvloeding van het mobiliteitsgedrag, zoals prijsbeleid en andere pushfactoren die zich richten op een groter aandeel van OV,

deelmobiliteit, actief verkeer en goederenvervoer over water in het totaal aantal verplaatsingen. ƒ In het kader van de Luchtruimherziening en in het beleid met betrekking tot de luchtvaart in Nederland, specifiek Schiphol, de bestaande stedelijke gebieden en de gewenste ontwikkelingen in de NOVEXverstedelijkingsgebieden volwaardig meenemen in de besluitvorming en daarbij eisen stellen aan het verminderen van de overlast in de omgeving. ƒ Samen met de andere partners integraal uitvoering geven aan het programma U Ned, de onderzoeken die in dit kader lopen en de bijbehorende Mobiliteitsstrategie 2040, via interdepartementale medewerking en koppeling van budgetten voor verstedelijking, bereikbaarheid en leefbaarheid. ƒ Samenwerken aan een schaalsprong OV om de noodzakelijke woon- en werklocaties te kunnen realiseren en de draaischijf Utrecht te laten functioneren. Prioriteit is uitvoering geven aan de MIRT-Verkenning OV en Wonen met een snelle en (deels) ondergrondse Merwedelijn tussen Utrecht Centrum en Westraven samen met verbeteringen voor tram 22, HOV Waterlinieweg en de bereikbaarheid van het Utrecht Science Park. Ook moet de transfercapaciteit van knooppunt Amersfoort Centraal op termijn worden vergroot. ƒ Uitvoering geven aan het Adaptief Programma NOVEXgebied Utrecht-Amersfoort en de Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley.

ƒ Ondersteuning bieden voor het slechten van barrières die (hoofd)infrastructuur rond bebouwd gebied vormt en voor het verbinden van stad en land, via het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de ambitie voor 10% groenblauwe dooradering, de Agenda Natuurinclusief en de programmatische aanpak Groen

in en om de Stad. Hiermee komen tot een verbindende integrale stad land benadering. ƒ Reserveren van de noodzakelijk specifieke middelen voor groene (recreatie) ruimte in en rond steden en dorpen, bijvoorbeeld in de vorm van een specifiek fonds gericht op deze opgave. Voor de verbetering en uitbreiding van de huidige groenblauwe structuren is de bestaande bekostiging ontoereikend. ƒ Sterker inzetten op de herstructureringsopgave (renovatie, transformatie en sloop/nieuwbouw) in bestaand bebouwd gebied, als ondersteuning voor de aanpak door de gemeenten. ƒ Interdepartementale betrokkenheid organiseren bij de plannen van Defensie op de Heuvelrug (met inzet van ten minste ook BZK, IenW, EZK en LNV), de Rijksambities in dit gebied koppelen en de Rijksmiddelen gebiedsgericht inzetten.

Vernieuwen In de periode tot en met 2050 moeten we kansen kunnen pakken voor de benodigde transities en opgaven. Dat vereist op sommige terreinen nieuw kaderstellend beleid en nieuwe regels, vaak op nationaal en provinciaal niveau. Hiervoor zijn Tweede Kamer en Provinciale Staten aan zet. Van het Rijk vragen we dit: ƒ Water en Bodem Sturend operationaliseren in de Nota Ruimte en bij hierop volgende locatiekeuzes en gebiedsgerichte uitwerkingen. Dit betekent antwoord geven op de grote opgaven die de komende jaren op ons afkomen en die een sterke ruimtelijke component hebben (temperatuurstijging, toename van piekbuien, aanhoudende droogte en zeespiegelstijging). ƒ Bij de nationale ruimtelijke verdeling van zoetwater in de Deltabeslissing 2026 rekening houden met de zoetwatervraag voor de veenweiden in het Groene

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

27

Hart, voor de Utrechtse Heuvelrug en voor de beekdalen in de Gelderse Vallei. ƒ Het robuuste landelijk netwerk van drinkwaterleidingen beschermen en ontwikkelen en opnemen in de Nota Ruimte. ƒ Het gebied Amsterdam-Rijnkanaal, IJ, Noordzeekanaal en omliggende boezems (Delta regio Centraal Holland) opnemen in de nationale ruimtelijke hoofdstructuur van de Nota Ruimte, omdat hier in de periode tot 2030 cruciale beslissingen over zowel waterinfrastructuur als ruimte voor water nodig zijn. ƒ De landschappen Groene Hart, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei en de opgaven die hier spelen, een volwaardige plaats geven in de Nota Ruimte. ƒ De natuurverbinding Veluwe-Utrechtse Heuvelrug opnemen in de Nota Ruimte, omdat deze verbinding bijdraagt aan het beter functioneren van het Natuurnetwerk Nederland en het tussengelegen landschap versterkt, en de intentie uitspreken om bij te dragen aan het wegnemen van fysieke barrières hier en elders voor versterking en verbeterd functioneren van het Natuurnetwerk Nederland. ƒ In de Nota Ruimte concreet maken welke transitie­ stappen de komende jaren nodig zijn op weg naar een circulaire en biobased samenleving en economie. ƒ Op nationaal niveau ontwikkelen van instrumenten om beschikbaarheid van energie en ruimtelijke ontwikkelingen beter op elkaar af te stemmen, zoals een energietoets.

ƒ De ruimtelijke implicaties van het landelijke elektriciteitsnetwerk en de energievoorziening een volwaardige positie geven in de Nota Ruimte, met aandacht voor de samenhang tussen dit netwerk en andere ontwikkelingen en de toekomstbestendigheid van het netwerk.

28

Hoofdstuk 2 | Ruimtelijk voorstel

ƒ Het Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht en de Ontwikkelperspectieven NOVEX-gebieden Groene Hart, Utrecht-Amersfoort en Arnhem-NijmegenFoodvalley integraal meenemen in de besluitvorming over de Luchtruimherziening en Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Regio Schiphol. ƒ In de Nota Ruimte extra eisen stellen aan Schiphol om overlast in de omgeving te verminderen. ƒ NOVEX-gebieden Utrecht-Amersfoort en Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en grootschalige NOVEX-woningbouwgebieden, Metropoolpoorten, Regiopoorten en vitale kernen opnemen in de Nota Ruimte. ƒ Het belang van en de benodigde ruimte voor recreatie een volwaardige plaats geven in de Nota Ruimte.

Verdiepen Voor sommige opgaven is de kennis nog ontoereikend om concrete stappen te kunnen zetten. Deze opgaven spelen vaak op de langere termijn, soms in de periode tot 2100. Hier komt een onderzoeksagenda uit naar voren. Van het Rijk vragen we dit: ƒ Onderzoek naar een toekomstbestendig watersysteem in het gebied Centraal Holland doorzetten en dit onderzoek onderbrengen in het Deltaprogramma. Daarbij dient ook aandacht te worden besteed aan voldoende zoetwaterbeschikbaarheid voor het afremmen van de bodemdaling in veenweidegebieden. ƒ Onderzoek uitvoeren naar de benodigde adaptatie aan zeespiegelstijging en de betekenis hiervan voor de Randstad in zijn geheel en Utrecht specifiek in het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. ƒ Onderzoek uitvoeren naar de economische effecten van adaptatie aan klimaatverandering. ƒ Onderzoek uitvoeren naar een duurzame voedselstrategie en de mogelijke bijdrage van biobased teelten, nieuwe vormen van stadslandbouw en nieuwe verdienmodellen voor de landbouw. ƒ Via het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) onderzoeken wat de ruimtelijke consequenties zijn van een circulaire economie en samenleving en welke transitiestappen nodig zijn om daar te komen. ƒ Onderzoek doen naar een nationale strategie voor het behouden van onze (kritieke) grondstoffen en de eventueel benodigde ruimtereserveringen.

ƒ Onderzoek uitvoeren naar het energiesysteem van de toekomst om richting te geven aan de nationale energiehoofdstructuur op de langere termijn. ƒ Onderzoek doen naar en een breed gesprek voeren over de spanningen die ontstaan waar de nationale

opgaven voor de energietransitie en UNESCOwerelderfgoed samenkomen. ƒ Onderzoek doen naar een verbeterd netwerk van hogesnelheidslijnen, inclusief verknoping aan het intercitynetwerk en de positie van de hogesnelheidstreinen op het nationale spoornetwerk. ƒ Onderzoek doen naar het ontvlechten van het autoverkeer op de A12. ƒ Volgens afspraak een netwerkanalyse hoofdinfrastructuur uitvoeren voor Regio Foodvalley om de knelpunten en oplossingsrichtingen in beeld te brengen.

2.6 Onze inzet: een gezamenlijk Ruimtelijk Arrangement Het Ruimtelijk Voorstel van de provincie Utrecht, zoals beschreven in de voorgaande paragrafen, legt de basis voor een verbeterde aanpak van de nationale en provinciale opgaven in onze provincie. Het Rijk en de provincie kunnen hiermee samenhangend uitvoering geven aan ambities en opgaven en hun omgevingsbeleid aanpassen, in respectievelijk de Nota Ruimte en de wijziging van de provinciale Omgevingsvisie. Het Rijk heeft in het Startpakket voorgesteld om in aanvulling daarop een Ruimtelijk Arrangement te sluiten met de provincie. De provincie Utrecht ondersteunt dat idee van harte. Hieronder geven we onze voorstellen voor de opzet van zo’n Ruimtelijk Arrangement. De Provincie Utrecht stelt voor om in het Ruimtelijk Arrangement wederkerige bestuurlijke afspraken te maken over de opgaven op korte, middellange en lange termijn: ƒ voor de periode tot 2030: afspraken over de ruimtelijke inpassing en uitvoering van nationale opgaven in onze provincie, inclusief de inzet van middelen en instrumenten, en de interdepartementale afstemming; ƒ voor de periode tot 2050: afspraken over passend omgevingsbeleid en passende regelgeving om de opgaven mogelijk te maken; ƒ voor de periode tot 2100: afspraken over vervolgonderzoeken die nodig zijn voor opgaven die nu nog niet concreet genoeg zijn.

We zien het Ruimtelijk Arrangement als een cyclisch proces, waarbij het te sluiten arrangement in 2024 de eerste versie is. Onze ambitie is dat we het Ruimtelijk Arrangement op korte termijn tot stand brengen, zodat het Rijk de beleidsmatige afspraken kan opnemen in de Nota Ruimte. Het zou een gemiste kans zijn als dat niet lukt. Een ander aandachtspunt zijn de sectorale programma’s en gescheiden budgetten van departementen: die leiden in de praktijk tot langdurige afstemming, wat vertragend werkt en veel capaciteit van diverse overheden vraagt. Daarom is het voor een daadkrachtige uitvoering van de nationale opgaven belangrijk om in het arrangement ook afspraken op te nemen over de interdepartementale afstemming bij nationale programma’s en MER-studies en het koppelen van sectorale financiële middelen. Het af te sluiten arrangement zien we als een lakmoesproef: kunnen Rijk en provincie opgaven en ambities samen omzetten in beleid dat werkt, daadkrachtig is en tegelijkertijd rekenschap geeft van de onzekerheid die met de uiteindelijke uitwerking van transitie-opgaven gepaard gaat? De komende maanden willen we het doel en de (gewenste) inhoud van het arrangement scherper stellen. Dat doen we samen met het ministerie van BZK, als aanspreekpunt van het Rijk, en in samenspraak met andere provincies en de overheidspartners in onze provincie.

Onze inzet is dat we dit arrangement effectief kunnen inzetten voor de integrale uitvoering van onze Utrechtse opgaven en ambities. Hierbij horen samenhangende gebiedsgerichte financiële afspraken, ook over departementen heen. We willen daarbij als één overheid (samen)werken, in lijn met de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

29

Fort bij Vechten (bron: Utrecht Marketing, foto Jessica de Korte)

3

 ethode, proces M en beantwoording Startpakket

Hoofdstuk 3 Methode, proces en beantwoording Startpakket De provincie Utrecht heeft een strak proces georganiseerd om het Ruimtelijk Voorstel op tijd en met draagvlak te kunnen aanbieden. Er heeft intensieve samenwerking plaatsgevonden met partners in de regio. Tijdens de gesprekken lag steeds de kaart van de provincie op tafel. Dit heeft geresulteerd in een reeks kaarten die de basis vormt voor ons Ruimtelijk Voorstel. Dit hoofdstuk gaat over de gehanteerde methodiek, de opbouw van de kaartenreeks, het proces en de samenwerking aan het Ruimtelijk Voorstel. Ook gaat dit hoofdstuk over de integrale beantwoording van de vragen uit het Startpakket en de berekening van de ruimtelijke omvang van de opgaven in de periode tot 2030.

3.1 Methodiek Het Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht geeft voor de onderwerpen uit het Startpakket de stand van zaken in de provincie Utrecht. Ook laat het voorstel zien voor welke opgaven we nieuwe stappen te zetten hebben. Dat leidt tot uitdagingen waar Rijk, provincie Utrecht, regio’s, gemeenten en waterpartners elkaar nodig hebben, in wisselende samenstelling, om tot gezamenlijk beleid en uitvoering te komen. Wat daarvoor nodig is van het Rijk, provincie of beide hebben we opgenomen in agendapunten.

Wat, waar, wanneer, wie en hoe Voor het formuleren van de kwaliteiten, uitdagingen en kansen (hoofdstuk 3) hebben we de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht als basis genomen. De zeven thema’s uit de Omgevingsvisie hebben we als structuur gebruikt. Ook zijn we dicht bij de werkwijze van de Omgevingsvisie gebleven, door de begrippen ‘wat’, ‘waar’ en ‘wanneer’ te hanteren: ƒ Wat: de inhoudelijke component. Waar gaat het onderwerp over en welke toelichting hoort daarbij? Voor de verbeelding hebben gebruik gemaakt van het thematische wiel uit onze Omgevingsvisie, met de zeven thema’s en een overkoepelend thema. Het ‘wat’ geeft overzicht en biedt inzicht in de manier waarop onderwerpen bij elkaar kunnen komen:

32

Hoofdstuk 3 | Methode, proces en beantwoording startpakket

de balans tussen kwaliteiten en opgaven en de combinatiemogelijkheden. En het gaat over het totale plaatje dat meer is dan de bouwstenen. ƒ Waar: de fysieke ruimtelijke neerslag. Waar ligt de opgave en op welke schaal komt de opgave het best tot zijn recht? Wij hebben ons met name gericht op de provinciale schaal en de boven-provinciale en nationale schaal. Het ‘waar’ verbeelden we met de kaartenreeks. Deze kaartenreeks start met de kaarten van de positie, visie en kwaliteit uit de Omgevingsvisie. Deze vormen de basis voor het Ruimtelijk Voorstel. ƒ Wanneer: de tijdsdimensie. In de Omgevingsvisie staan ambities opgenomen voor verschillende periodes: tot 2030, tot 2040 en tot 2050. In het Ruimtelijk Voorstel hebben we ook 2100 opgenomen. Het ‘wanneer’ gaat ook over adaptiviteit in de planning, over urgentie en vooral ook over het iteratieve proces. Uitvoering van de Omgevingsvisie en het Ruimtelijk Voorstel is niet rechtlijnig of volgtijdelijk. Het gaat heen en weer en behoeft regelmatig bijsturing. Voor hoofdstuk 4, de agendering, hebben we dit aangevuld met wie en hoe: ƒ Wie: de adressering. Om stappen te kunnen zetten, moet duidelijk zijn wie iets moet doen en wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft. Dit is bij ieder agendapunt aangegeven. ƒ Hoe: de maatregelen.

Om de kansen voor de verschillende uitdagingen te kunnen pakken, moeten verschillende maatregelen genomen worden.

Deze zijn gevat in agendapunten. Het kan gaan om nieuwe beleid, om het creëren van goede randvoorwaarden en condities (zoals het koppelen van middelen of het stellen van regels) en om onderzoek. Bij ieder agendapunt hebben we aangegeven wat nodig is om stappen te zetten.

Startpakket versus Omgevingsvisie Om tot uitdagingen en bijbehorende kansen te komen hebben we eerst onderzocht hoe de belangrijkste hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht (inclusief onderliggende programma’s en gebiedsuitwerkingen) zich verhouden tot de vragen uit het Startpakket (inclusief onderliggende programma’s). De Omgevingsvisie bevat een samenhangende visie en samenhangend beleid voor de hele provincie en voor alle beleidsthema’s. Dit is verder uitgewerkt in thematische programma’s, bijvoorbeeld voor bodem en water en voor recreatie en toerisme. In aanvulling hierop hebben de provincie en de regiopartners visies opgesteld voor de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley (Utrechtse gedeelte). Voor het proces naar het Ruimtelijk Voorstel hebben we gebruik gemaakt van: ƒ Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij (25 november 2021) van het programma U Ned, het samenwerkingsverband van de ministeries van IenW, BZK en EZK, provincie Utrecht, Utrechtse en Amersfoortse gemeenten; ƒ Synergiedocument Groeien in nabijheid (8 november 2022) van het programma U Ned; ƒ Integraal Ruimtelijk Perspectief (september 2021) van de Regio U10 en de 16 daarin gelegen gemeenten; ƒ Perspectief Groene Hart 2040 (2 mei 2017) van de stuurgroep Nationaal Landschap Groene Hart met de

gebieden/regio’s, gemeenten, waterschappen en de provincies Zuid- en Noord-Holland en Utrecht; ƒ Ontwikkelbeeld Amersfoort Centraal! (21 september 2021) van de Regio Amersfoort en provincie Utrecht; ƒ Verstedelijkingsstrategie Arnhem-NijmegenFoodvalley, bestaande uit het Verstedelijkingsconcept (17 november 2021) en de Opgavebeschrijvingen Verstedelijkingsstrategie (14 december 2022), van de Regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley, de 26 gemeenten die in de regio’s liggen, de provincies Gelderland en Utrecht, de ministeries van BZK, EZK, IenW en LNV. We zijn gestart met een quick scan. Die liet al zien, dat de hoofdopgaven en ambities uit de Omgevingsvisie provincie Utrecht op hoofdlijnen goed aansluiten op de vragen over de ruimtelijke inpassing van nationale opgaven en doelen uit het Startpakket. De verdere uit­ werking hiervan bevestigde dit beeld. De Omgevingsvisie biedt al antwoord op verschillende vragen uit het Startpakket, maar er zijn ook opgaven die gedeeltelijk of helemaal niet op elkaar aansluiten. Dat laatste is het bijvoorbeeld het geval als een opgave uit het Startpakket niet of nauwelijks in de Omgevingsvisie terugkomt of als er geen eenduidig of samenhangend (uitvoerend) beleid is.

De resultaten van de quick scan hebben we verrijkt met informatie uit het traject Ontwerpend Onderzoek NOVEX dat het Rijk heeft opgestart om het maken van ruimtelijke voorstellen te begeleiden.

Wisselwerking Het Rijk heeft de provincie en de regiopartners niet alleen om een Ruimtelijk Voorstel gevraagd, maar ook om: ƒ Provinciale/regionale uitwerkingen van nationale programma’s, zoals Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) met regionale gebiedsprocessen, Regionale energiestrategieën 1.0 (RES’en) en de consolidatie daarvan, provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (PMIEK), Woondeals, Toekomstbeeld OV Midden Nederland, Gebiedsontwikkeling Defensie van A(mersfoort) tot en met Z(eist); ƒ Ontwikkelperspectieven voor de NOVEX-gebieden Het Groene Hart, Utrecht-Amersfoort (Metropoolregio Utrecht), Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en Regio Schiphol. Het Ruimtelijk Voorstel is zo opgesteld dat het aansluit bij deze gebiedsprocessen en producten en het staat ook ten dienste hiervan. De Utrechtse NOVEX-gebieden zijn allemaal provinciegrensoverschrijdend. Ook voor het Ruimtelijk Voorstel heeft provincie Utrecht daarom samengewerkt over de provinciegrenzen heen. Zowel het Ruimtelijk Voorstel als deze gebiedsprocessen en producten waren de afgelopen periode volop in ontwikkeling; ze zijn gelijk opgegaan. Er is gezorgd voor een nauwe wisselwerking tussen al deze trajecten en producten, zowel in de inhoud, als in het proces, om ze op een goede manier samen te kunnen brengen in het Ruimtelijk Voorstel.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

33

3.2 Kaartenreeks Om de samenhang tussen de verschillende opgaven goed in beeld te krijgen, hebben we gebruik gemaakt van ontwerpend onderzoek waarin de kaart centraal stond. Dit deden we in een ontwerpende en participatieve aanpak met het Rijk, gemeenten, regio’s en waterschappen. Met deze werkwijze hebben we al verschillende jaren ervaring opgedaan, ook bijvoorbeeld bij het opstellen van onze Omgevingsvisie. Hiermee hebben we de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten van Utrecht in beeld gebracht, de (nationale en decentrale) opgaven geanalyseerd, overzicht gecreëerd en opgaven en kansen bij elkaar gebracht. Zo hebben we de benodigde structurerende keuzes en ontwikkelprincipes in beeld gebracht. Dit heeft een reeks kaarten voor het Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht opgeleverd. Bij ieder tussenproduct is deze reeks verder aangevuld. De hier opgenomen afbeelding illustreert de opbouw en samenhang in de kaartenreeks. Alle aanduidingen op de kaarten zijn indicatief. Wij begonnen niet bij nul. Er was bij aanvang van het ruimtelijk puzzelproces al veel informatie beschikbaar, omdat we deze werkwijze al langer gebruiken. De kaarten ‘Positionering provincie Utrecht’, ‘Visie provincie Utrecht 2050’ en ‘Utrechtse kwaliteiten’ komen allemaal uit onze Omgevingsvisie (maart 2021). Daarnaast waren er verschillende basiskaarten met informatie.

34

De volgende stap bestond uit met maken van themakaarten. Onderlegger hiervoor was de kaart ‘Utrechtse kwaliteiten’. Hierop zijn per gebied in de provincie Utrecht de ruimtelijke kwaliteit en functie weergegeven. De thema­kaarten bouwen voort op de zeven thema’s uit de Omgevingsvisie. Met een geografisch informatie­ systeem zijn themakaarten voor 2030 gemaakt. Hierop staat alle informatie en de voorgenomen ontwikkelingen in de periode tot en met 2030. Ook zijn er zeven indica­ tieve themakaarten voor de langere termijn gemaakt (tot 2050 met een doorkijk naar 2100) met de uitdagingen en kansen voor de provincie Utrecht. De gebieden waarin meerdere thematische uitdagingen en kansen bij elkaar komen, zijn aangegeven als prioritaire gebieden. De stapelkaart laat de stapeling van alle thema’s in prioritaire gebieden over elkaar heen zien. Bij de stapeling tekende zich een aantal focusgebieden af. Deze hebben we indicatief op een focusgebiedenkaart gezet. De focusgebiedenkaart is vertaald in twee opgavekaarten. Eén op nationaal niveau met de relaties tussen de provincie Utrecht en de omliggende landsdelen. En één op provinciaal niveau met gebieden in en om de provincie Utrecht. Zo worden op twee schaalniveaus de relaties tussen de thematische uitdagingen en kansen verbeeld. Vervolgens zijn twee agendakaarten opgesteld, ook weer op nationale en provinciale schaal.

Deze kaarten agenderen en adresseren de belangrijkste te ondernemen acties aan het Rijk en/of aan de provincie Utrecht op het gebied van omgevingsbeleid (nieuwe Nota Ruimte en wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht), randvoorwaarden en condities. Ook geven de agendakaarten aan waar nog nader onderzoek nodig is.

Hoofdstuk 3 | Methode, proces en beantwoording startpakket

Ten slotte is voor het Ruimtelijke Voorstel provincie Utrecht de kaart Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht ontwikkeld. Deze geeft de essentie uit de twee agendakaarten weer. De volledige kaartenreeks is opgenomen in bijlage A.

3.3 Proces Zowel het Rijk als de provincie Utrecht staan aan de vooravond van wijziging van hun omgevingsbeleid (beide in 2024). Het Rijk werkt toe naar aanscherping van de Nationale Omgevingsvisie (vastgesteld 11 september 2020) in een nieuwe Nota Ruimte. De provincie Utrecht werkt toe naar de eerste wijziging van de Omgevingsvisie provincie Utrecht (vastgesteld 11 maart 2021). De in 1.2 opgenomen afbeelding illustreert deze samenhang van de nationale en provinciale omgevingsvisies met het proces van het Ruimtelijk Voorstel en het Ruimtelijk Arrangement.

Ruimtelijke puzzel Voor het wijzigen van het omgevingsbeleid moet duidelijk zijn welke (nationale en provinciale) opgaven ruimte vragen en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. Het Rijk heeft de in te passen nationale ruimtelijke opgaven samengebracht in het NOVEX ‘Provinciaal startpakket fysieke leefomgeving’ (12 december 2022) en aan de provincie Utrecht gevraagd voor het kerstreces van 2023 met een Ruimtelijk Voorstel te komen dat zicht biedt op wat ruimtelijk mogelijk en realiseerbaar is binnen het provinciale grondgebied als de nationale en provinciale opgaven worden gecombineerd. Het leggen van “ruimtelijke puzzels” door provincies is niet nieuw. Sterker nog: het is altijd al een van de belangrijkste taken van provincies. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht hebben wij – conform de code ‘goed bestuur’ – ook rekening gehouden

36

met het omgevingsbeleid van andere overheden, waaronder de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk. Daarmee bood onze Omgevingsvisie, met de bijbe­ horende programma’s en regionale uitwerkingen, al een goede basis voor ons Ruimtelijk Voorstel. Daar hebben we de ruimtelijk relevante delen uit onze provinciale uitwerking van nationale programma’s toegevoegd, zoals het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, de Regionale Energiestrategieën (U16, Amersfoort en Foodvalley), het provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat en de regionale Woondeals (U10, Amersfoort en Foodvalley). Verder hebben wij de ruimtelijk relevante delen uit de Ontwikkelperspectieven voor de NOVEX-gebieden Groene Hart, Utrecht-Amersfoort, Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en Regio Schiphol opgenomen in het Ruimtelijk Voorstel.

IJkmomenten In het proces naar het Ruimtelijk Voorstel hebben we gewerkt met drie ijkmomenten. Hierin hebben wij de voortgang met het Rijk besproken en een gesprek gevoerd aan de hand van de essentie van een tussenproduct: ƒ IJkmoment 1, tussenproduct ‘Scopedocument’. Hierin hebben we ons proces en onze aanpak toegelicht. Het Scopedocument is op 6 maart 2023 besproken in het eerste directeurenoverleg NOVEX Rijk-provincie Utrecht. ƒ IJkmoment 2, ‘Notitie Denkrichtingen Uitdagingen en Kansen’. Hierin hebben beschreven we voor welke uitdagingen (20) de provincie Utrecht staat. Per uitdaging zijn kansen benoemd. Ook zijn denkrichtingen (7) geformuleerd om vorm te geven aan onze ambitie om de balans tussen kwaliteiten en opgaven te waarborgen. De Notitie Denkrichtingen,

Hoofdstuk 3 | Methode, proces en beantwoording startpakket

Uitdagingen en Kansen is op 24 mei 2023 besproken in het tweede directeurenoverleg NOVEX Rijk-provincie Utrecht en op 15 juni 2023 in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Noordwest. ƒ IJkmoment 3, ‘Agenda Provinciaal Ruimtelijk Voorstel Utrecht’. Hierin staan de 26 (nu 27) agenda­punten die we essentieel vinden om tot een integrale aanpak van de opgaven in de provincie te komen, waarbij we ook geadresseerd hebben wie voor ieder punt aan de lat staat. De Agenda Provinciaal Ruimtelijk Voorstel Utrecht is op 2 oktober 2023 besproken in het derde directeurenoverleg NOVEX Rijk-provincie Utrecht. De drie tussenproducten vormen het fundament van het Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht. Rond ieder ijkmoment en over elk tussenproduct hebben Provinciale Staten een Statenbrief ontvangen, die steeds in de Statencommissie ter bespreking is geagendeerd. Opmerkingen en aandachtspunten van de Statenfracties zijn verwerkt en vervolgens hebben Gedeputeerde Staten dit Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht vastgesteld. De volgende stap is de startnotitie voor de wijziging van de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Voor deze startnotitie ontvangen Provinciale Staten begin 2024 een Statenvoorstel.

Ruimtelijk arrangement en wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht Het opstellen van het Ruimtelijk Voorstel was voor de provincie Utrecht een uitgelezen kans om het eigen omgevingsbeleid te concretiseren en te actualiseren. Daarnaast maken Rijk en provincie Utrecht op basis van het Ruimtelijk Voorstel afspraken over de uitvoering van

nationale opgaven in de provincie. Deze afspraken komen in een gezamenlijk Ruimtelijk Arrangement te staan. Het Ruimtelijk Voorstel kan aanleiding zijn tot een wijziging van de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Naar verwachting is het Ontwerp van de wijziging in 2024 gereed. Hierbij hoort een proces met onder meer participatie, terinzagelegging en zo nodig aanvulling van de planMER. Dit proces kan vanzelfsprekend leiden tot veranderende inzichten ten opzichte van het Ruimtelijk Voorstel. Er zullen in 2024 voldoende mogelijkheden zijn om hier zo nodig met het Rijk het gesprek over te voeren. Zowel het Rijk als de provincie Utrecht zien het Ruimtelijk Voorstel en het Ruimtelijk Arrangement als een cyclisch proces.

3.4 Samenwerking In lijn met het Startpakket van het Rijk heeft de provincie Utrecht voor het Ruimtelijk Voorstel samengewerkt met de Utrechtse regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley (en daarmee met de inliggende gemeenten) en de Utrechtse waterpartners (waterschappen, drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat Midden-Nederland). De andere partners betrekken we in het proces naar wijziging van de Omgevingsvisie provincie Utrecht in 2024. Daarnaast heeft de provincie Utrecht afgestemd met haar buurprovincies over de onderlinge aansluiting van de verschillende ruimtelijke voorstellen.

Aansluiting bij lopende trajecten en overleggen Het Rijk heeft de provincie Utrecht in het Startpakket gevraagd om samen met gemeenten (in de provincie Utrecht loopt dit vooral via de regio’s) en waterschappen (in provincie Utrecht is dit verbreed naar alle Utrechtse waterpartners) de nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen, waar mogelijk in te passen en te combineren met decentrale opgaven. Samenwerking tussen provincie Utrecht en de regionale overheidspartners vindt veelal al plaats binnen de provinciale uitwerkingen van de nationale programma’s en binnen de Ontwikkelperspectieven voor de NOVEX-gebieden. Voor het Ruimtelijk Voorstel is gebruikgemaakt van deze lopende trajecten.

Voorkant van de drie tussenproducten (bron: provincie Utrecht)

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

37

De regionale partners hadden vanzelfsprekend behoefte aan informatie over de voortgang van het Ruimtelijk Voorstel. Voor toelichting op de stand van zaken, de te nemen stappen en het overleg daarover is gebruik gemaakt van de ambtelijke en bestuurlijke overleggremia die al georganiseerd werden in de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley en met de waterpartners.

Ateliers en reviews Per ijkmoment is een atelier georganiseerd met provinciale collega’s en collega’s van regionale overheidspartners om samen de inhoud van het Ruimtelijk Voorstel stap voor stap uit te werken. Hierbij is gebruik gemaakt van kaartmateriaal en de methodiek van ontwerpend onderzoek (zie paragraaf 3.1 en 3.2). Ook is per ijkmoment een (tussen)rapportage opgesteld. Elke rapportage werd voorafgegaan door een concept dat is voorgelegd aan een reviewgroep met provinciale collega’s en collega’s van de regionale overheidspartners. De interne reviewgroep had de rol om te beoordelen of de inhoud van deze documenten in lijn was met de Omgevingsvisie provincie Utrecht en met de andere ingrediënten voor het Ruimtelijk Voorstel en om de consequenties aan te geven als dit niet het geval was. Voor deze reviews is ook op ambtelijk niveau reactie gevraagd aan de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley, de steden Utrecht, Amersfoort en Veenendaal en de Utrechtse waterpartners. Zij hebben beoordeeld of de concretiseringen, verdiepingen en aanvullingen passen bij de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling in samenwerkingen, zoals de provinciale uitwerkingen van nationale programma’s en NOVEX-gebieden.

38

3.5 Antwoorden Startpakket Bijlage B ‘Beantwoording vragen NOVEX-Startpakket’ geeft de antwoorden van de provincie Utrecht op alle vragen die het Rijk gesteld heeft in het Startpakket. Bij de beantwoording is de indeling naar overkoepelende opgaven en perspectieven gevolgd van de ‘Kamerbrief over nationale regie in de ruimtelijke ordening’ (RO-brief, 17 mei 2022) van het kabinet. Op 6 maart 2023 heeft het Rijk een aanvulling op het Startpakket aan de provincie Utrecht gestuurd. De vragen die daarin staan, zijn in aparte paragrafen toegevoegd en van een korte aanvullende beantwoording voorzien. De bijlage met de antwoorden bevat per vraag een overzicht van de huidige stand van zaken binnen de provincie Utrecht voor het betreffende thema. Bij elk antwoord is aangegeven wat er aan de hand is, waar het speelt, wanneer het aan de orde is, hoe het kan worden aangepakt en wie daarvoor verantwoordelijk is. Daarbij is aangesloten bij de Omgevingsvisie die in Provinciale Staten is vastgesteld en bij de diverse programma’s die bij de Omgevingsvisie horen. Bij de ‘Notitie Denkrichtingen, Uitdagingen en Kansen’ (ijkmoment twee, zie 5.3) had de provincie Utrecht de concept-antwoorden al als bijlage opgenomen.

Deze zijn nu aangevuld en aangescherpt op basis van de vorderingen in de provinciale uitwerkingen van de nationale programma’s (concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur,

Hoofdstuk 3 | Methode, proces en beantwoording startpakket

Energie en Klimaat en regionale Woondeals) en de Ontwikkelperspectieven voor de NOVEX-gebieden (Groene Hart, Utrecht-Amersfoort, Arnhem-NijmegenFoodvalley en Regio Schiphol).

Cyclisch proces De vragen in het Startpakket gaan over alle uitgangs­punten, perspectieven en overkoepelende opgaven, op basis van een beschrijving van de nationale ruimtelijke opgaven en een beschrijving van het gezamenlijke startpunt. De vragen zijn onderverdeeld in verschillende soorten: concrete doelen, structurerende keuzes, richtinggevende uitspraken en kansen en knelpunten. De knelpunten maken duidelijk dat niet alle vragen binnen de hiervoor gestelde periode volledig beantwoord kunnen worden. Dit betekent dat we in dit Ruimtelijke Voorstel van de provincie Utrecht waar mogelijk een eerste uitwerking geven en waar nodig vervolgprocessen met het Rijk willen afspreken. Het Ruimtelijke Voorstel vormt daarmee de start van een cyclisch proces: het is geen eenmalige inspanning om tot een gezamenlijk beeld te komen, maar een blijvende en actieve samenwerking tussen Rijk, provincie Utrecht, regio’s, gemeenten en water­ partners. Met als doel de schaarse ruimte toekomst­ bestendig te maken, eerlijk te verdelen en de ruimtelijke kwaliteit te versterken.

Dashboard Om overzicht te bieden over de antwoorden, hebben we een ‘Dashboard’ ontwikkeld (zie voorgaande bladzijden en bijlage B). Het Dashboard bevat de hoofdlijnen van de antwoorden op de vragen, in beeld en tekst. Per vraag is het ‘wat, waar, wanneer, hoe en wie’ inzichtelijk gemaakt.

Daarnaast hebben we vragen groen, oranje of rood gemarkeerd: 1. Groen: de opgaven van het Rijk en de provincie Utrecht sluiten goed op elkaar aan; de uitdaging zit in de uitwerking of realisatie van het beleid. 2. Oranje: de opgaven van het Rijk en de provincie Utrecht sluiten gedeeltelijk op elkaar aan. Beide partijen herkennen de opgave, maar de uitdaging zit in het eenduidig formuleren van beleid of uitvoering. 3. Rood: de opgaven van het Rijk en de provincie Utrecht sluiten niet aan op elkaar. Of opgaven ontbreken aan één van beide zijden. De uitdaging zit in het bepalen of deze opgave door de andere partij wel of niet opgepakt kan worden.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

39

Dashboard Startpakket Toelichting: Het Dashboard toont een overzicht van de hoofdlijnen van de provinciale antwoorden Utrecht op de (38) vragen die het Rijk heeft gesteld in het Startpakket fysieke leefomgeving (12 december 2022). Overzicht beantwoording vragen NOVEX Startpakket Overzicht beantwoording vragen NOVEX Startpakket

Mooi Nederland en ruimtelijke kwaliteit (overkoepeld programma) 1 Uitwerken ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde

kolom 1 geeft aan in hoeverre de vraag uit het startpakket overeen komt met het huidige beleid.

Kolom 2, Raakvlak: relatie thema’s omgevingsvisie Utrecht Kolom 3, wat: kansen (plus) en risico’s (min) omgevingskwaliteiten toelichting kolom 2, raakvlak relatie thema’s omgevingsvisie utrecht 1, stad en land gezond 2, klimaatbestendig en waterrobuust 3, duurzame energie 4, vitale steden en dorpen 5, duurzaam, gezond en veilig bereikbaar 6, levend landschap, erfgoed en cultuur 7, toekomstbestendige natuur en landbouw

Kolom 4, Waar: schaal van de topografie

Kolom 5, wanneer: horizon

Kolom 5 wie: welke overheden bij dit punt betrokken zijn.

Gehele provincie

Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Vanaf Tweeduizend drieëntwintig

Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk

Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd

Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk

conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening)

thema’s 1t/m 7

2 Inzetten van ruimtelijk ontwerp

conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen

thema’s 1t/m 7

3 Zo nodig hulp en ondersteuning vragen aan het programma Mooi Nederland

nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 7 of moeilijke aanpassing betreft

Water en Bodem sturend bij ruimtelijke planvorming 4 Ruimtelijke plannen afstemmen op de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water Perspectief voor landbouw en natuur (Perspectief 1) 5 Invulling geven aan de concrete doelen en keuzes uit Water en Bodem sturend en het NPLG

nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1,2,4 en 7 of moeilijke aanpassing betreft

Kansen en risico’s binnen perspectief 1, voor landbouw en natuur: Kans: bevestiging ambities GGM kans: toekomstbestendig water - en bodemsysteem kans: kans op klimaat adaptieve ontwikkeling van stad en platteland kans: nieuw verdienmodel landbouw kans: circulaire (stad)landbouw kans: vrijkomen agrarische bebouwing kans: productie biobrandstof kans: waterberging waterlinies kans: gezamenlijke aanpak perspectief landelijk gebied risico: onvoldoende interdepartementaal commitment risico: tekort aan middelen risico: geen aansluiting stedelijk en landelijk watersysteem risico: onvoldoende landschapelijke inpassing risico: onvoldoende toekomstzekerheid risico: slechte OV bereikbaarheid risico: toename sluipverkeer risico: verdichting open landschap risico: vooruitschuiven structurele keuzen risico: koude sanering landbouw

Gehele provincie

Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig landelijk gebied Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig beekdalen, overgang natura 2000 gebiden en Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot veenweide gebieden tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig landelijk gebied Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig negen deelgebieden Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig landelijk gebied Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig Gehele provincie Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Gehele provincie Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd

Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk

negen deelgebieden

Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk

Kansen en risico’s binnen perspectief 2, Ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie kans: verbeteren kwaliteitleefomgeving kans: benutten bodemenergie kans: beschikbaarheid drinkwater kans: uitvoering RES’en en robuust regionaal energienetwerk kans: afstemming netwerk en ontwikkeling wonen/werken kans: bundelen netwerken energie en mobiliteit kans: nieuwe energielandschappen kans: nieuw verdienmodel landbouw risico: extra hindercontouren risico: gevoeligheid voor effecten klimaatverandering risico: onvoldoende netwerkcapaciteit risico: onvoldoende aansluiting OV en HWN risico: onvoldoende aansluiting OV, HWN en logistiek netwerk risico: risico op corridorvorming risico: doorsnijding open landschap risico: ruimtebeslag ten koste van landbouw en natuur

Gehele provincie

Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig

bedrijventerreinen en andere werklocaties

gehele provincie Circulair Lage Weide 380/150 kV netwerk 380 kV Breukelen Grondstations 380 kV Breukelen Grondstations

Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig Tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig

Gemeente, regio, provincie, waterschap en Rijk Gemeente, regio en provincie Gemeente, regio en provincie Gemeente, regio, provincie en waterschap provincie, waterschap en Rijk provincie

Niet in de provincie

niet van toepassing

niet van toepassing

Gehele provincie

Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig, tot tweeduizend vijftig, tot na eenentwintighonderd Vanaf Tweeduizend drieëntwintig, tot tweeduizend dertig, tot tweeduizend veertig

provincie

thema’s 1, 2, 3, 4, 6 en 7 thema’s 2 en 7 thema’s 1, 2, 6 en 7 thema’s 2, 3, 4 en 7 thema’s 2, 3 en 4 thema’s 1t/m 7 thema’s 2, 3, 4, 6 en 7

Ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie (Perspectief 2) 14 Uitvoering geven aan de RES’en 1.0

conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening)

thema’s 1, 2, 3, 6 en 7

conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk of moeilijke aanpassing betreft strijdig met provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening en/of vergt omvangrijke aanpassing provinciaal beleid conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan te passen

thema 4

21 Ruimte voor nationale industrieclusters, het ‘zesde cluster’ en grootschalige bedrijfsvestigingen 22 Aandacht voor leefomgeving, zoals milieu, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit

thema’s 1, 4 en 7 thema’s 1t/m 7 thema’s 1t/m 7 thema’s 1t/m 7 thema’s 1t/m 7 geen van de themas thema’s 1t/m 7

23 Inzichtelijk maken van potentiële kansen en knelpunten tussen het energie- en mobiliteitsnetwerk en het water- en bodemsysteem

nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 2, 3 , 6 en 7 of moeilijke aanpassing betreft

24 Rekening houden met de impact van de aanleg van nieuwe verbindingen voor energienetwerken Leefbare steden en regio’s (Perspectief 3) 25 Toekomstbestendig en integraal ruimtelijk invullen van nieuwe stedelijke ontwikkeling 2030 (900.000 woningen incl. werklocaties) 26 Meewegen van water en bodem bij locatiekeuze nieuwbouw, minimale afdekking bodem en een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving

nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 7 of moeilijke aanpassing betreft

27 Toekomstvast en integraal ruimtelijk invulling geven aan de bestaande bebouwde omgeving

nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 6 of moeilijke aanpassing betreft

nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 7 of moeilijke aanpassing betreft nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 7 of moeilijke aanpassing betreft

28 Door ontwikkelen van het stedelijk netwerk Nederland (2050 en aandacht besteden conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan thema’s 1t/m 7 aan de ruimtelijke gevolgen) te passen 29 Versterken regionale economische kracht van stedelijk regio’s conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan thema’s 3, 4 en 5 te passen 30 Toepassen kader ‘water en bodem in locatiekeuzen woningbouwprojecten en nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 6 integrale gebiedsontwikkelingen’ of moeilijke aanpassing betreft 31 Afwegen tussen verstedelijking en reserveringen van (milieu)ruimte op de korte en langere termijn 32 In kaart brengen (ruimtelijke) impact op primair de regionale en nationale energie-infrastructuur 33 Inzichtelijk maken impact gezonde leefomgeving voor 2030 en 2050 t.b.v. eventuele aanvullende normering t.a.v. gezondheid

conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan thema’s 1t/m 6 te passen nader bepalen of vraag en OpU aansluiten (Visie + Verordening) en/of het gemakkelijk thema’s 1t/m 6 of moeilijke aanpassing betreft conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening) en/of relatief eenvoudig aan thema’s 1t/m 7 te passen

Aanvullend thematisch (sectoraal) 34 Uitwerken visie op (waarden van) nationaal cultureel erfgoed en de transformatieopgave

conform provinciaal beleid OpU (Visie + Verordening)

35 Meenemen locatiekeuze voor nieuwe kazerne en uitwerken kansen en knelpunten inpassing 36 Meedenken over uitbreiding bestaande locaties en daarbij benutten van meekoppelkansen 37 Samenwerking bij toekennen van nieuwe bestemmingen voor af te stoten defensielocaties (inclusief meekoppelkansen) 38 Beoordeling en verbetering van gezondheid leefomgeving voor bewoners en bezoekers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14095189/1