CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijk_Voorstel_provincie_Utrecht_hoofdrapport_toegankelijk_12-12-2023.pdf

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden31.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

op het verbinden van de twee stuwwallen (Utrechtse Heuvelrug en Veluwe) met de Gelderse Vallei, zodat deze als één systeem gaan functioneren. Dit vraagt samenwerking gericht op het beter functioneren van het Natuurnetwerk Nederland, het versterken van het tussengelegen landschap, het oplossen van fysieke barrières (zoals infrastructuur) en het aanleggen van een robuuste ecologische verbindingszone. ƒ Agendapunt 9: Utrechtse Heuvelrug en flanken opwaarderen tot een samenhangende landschappelijke eenheid Op de Utrechtse Heuvelrug en flanken komen meerdere opgaven bij elkaar. Het gaat om opgaven als verdroging tegengaan, water vasthouden, drinkwaterbronnen veiligstellen, natuur versterken, biodiversiteit laten toenemen en recreatie en Generieke en/of niet locatie-specifieke agendapunten:

5

10

7 8

9

6

Perspectief voor landbouw en natuur (bron: provincie Utrecht)

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

61

andere dynamische functies zoneren. Zonder een gezamenlijke en integrale aanpak leiden deze opgaven tot (verdere) overbelasting van het gebied. Met de ‘Blauwe Agenda’ werken we samen met medeoverheden en maatschappelijke organisaties aan een toekomstbestendig watersysteem. De op te stellen integrale visie voor de Eem sluiten wij hierop aan. Door het deel tussen Utrecht en Amersfoort van een groenblauwe impuls te voorzien en aansluiting met het Noord-Hollandse deel te zoeken, kunnen de Utrechtse Heuvelrug en flanken worden opgewaardeerd tot een samenhangende landschappelijke eenheid. Dat kan tegenwicht bieden aan de toenemende dynamiek die naar verwachting ontstaat door de groei van wonen, werken en voorzieningen in de NOVEX-gebieden UtrechtAmersfoort en Metropoolregio Amsterdam. ƒ Agendapunt 10: Gebieden met kwaliteiten van rust, stilte, ruimte en donkerte versterken Utrecht is een dynamische provincie. Veel mensen willen er wonen, werken, ontmoeten en ontspannen. De druk op de woning- en bedrijvenmarkt en het mobiliteitssysteem is daardoor groot. Om hier tegenwicht aan te bieden, is het nodig de bestaande gebieden met rust, stilte, ruimte en donkerte te behouden en te versterken.

62

Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie

Overzicht acties voor perspectief voor landbouw en natuur De agendapunten 5 t/m 10 vragen diverse acties van Rijk en provincie. Deze acties zijn hierna opgenomen. Bij iedere actie is aangegeven welk agendapunt het betreft en wie ervoor aan de lat staat. Condities en randvoorwaarden op orde ƒ Op korte termijn (2024) de eerste middelen en andere instrumenten beschikbaar stellen om voortvarend aan de slag te gaan met alle opgaven uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied (bodem, water, klimaat, landbouw en natuur) en de bijbehorende gebiedsgerichte aanpak. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan het verbeteren en verbreden van de verdienmodellen die nodig zijn voor de transitie in de agrarische sector (5, Rijk). ƒ Langjarig middelen beschikbaar stellen om de opgaven uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied en daarmee de transitie van het landelijk gebied aan te pakken (5, Rijk). ƒ Regionale veenweidenstrategie ‘Utrechtse veenweiden’ uitvoeren (6, gezamenlijk). ƒ Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied Groene Hart uitvoeren (6, 7, gezamenlijk). ƒ Samenwerken aan een toekomstbestendig watersysteem op de Utrechtse Heuvelrug en flanken via de Blauwe Agenda (9, provincie). ƒ Het mogelijk maken om de doelstelling van 10% groenblauwe dooradering uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied in te zetten voor het verbinden van stad en land (10, Rijk).

ƒ Waarden van UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, Oude Hollandse Waterlinie en Grebbelinie benutten (10, provincie).

ƒ Provinciale uitwerking landelijke Bossenstrategie ‘Meer en beter bos voor Utrecht’ uitvoeren (10, gezamenlijk). ƒ Uitvoering van het programma Groen Groeit Mee qua landelijk gebied koppelen aan Agenda Natuurinclusief en programmatische aanpak Groen in en om de Stad en qua stedelijk gebied koppelen aan verstedelijkingslocaties en aan programma Werklocaties van de toekomst (vergroenen bedrijventerreinen) en zo stad en land verbinden (10, gezamenlijk). Wijziging omgevingsbeleid ƒ Waardevolle landschappen Groene Hart, Rivierengebied, Utrechtse Heuvelrug, Eemland en Gelderse Vallei en de opgaven die hier spelen opnemen in de Nota Ruimte (in nationale ruimtelijke hoofdstructuur, beleid en instrumenten) (7, 8, 9, Rijk). ƒ Verbinding Utrechtse Heuvelrug-Veluwe opnemen in de Nota Ruimte (in nationale ruimtelijke hoofdstructuur, beleid en instrumenten) en in wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (8, gezamenlijk). Onderzoeksagenda ƒ Onderzoek doen naar een duurzame voedselstrategie en de mogelijke bijdrage van biobased teelten, nieuwe vormen van stadslandbouw en nieuwe verdienmodellen aan de landbouwtransitie (5, gezamenlijk). ƒ Onderzoeken hoe een robuuste landschappelijke hoofdstructuur kan ontstaan door de landschappen Groene Hart, Kust, IJsselmeer, Rivierengebied en Delta te verbinden (7, gezamenlijk).

5.3 Perspectief voor ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie ƒ Agendapunt 11: De transitie naar circulaire en biobased economie stimuleren Om de ruimtelijke inrichting mee te laten bewegen met de transitie naar een circulaire en biobased economie moeten we voorraden en stromen van grondstoffen en materialen in beeld krijgen en waar nodig organisatorische en ruimtelijke randvoorwaarden en ingrepen formuleren. Dit kan in het stedelijk gebied bijvoorbeeld gaan om bedrijventerreinen en andere werklocaties (zie agendapunt 14) en om locaties voor hergebruikcentra, het sorteren van reststromen en materialenopslag. Deze transitie zal ook leiden tot een toename in de vraag naar biobased bouwmaterialen. De productie hiervan is een potentieel alternatief verdienmodel voor agrariërs die zich voorbereiden op transities in de landbouw. ƒ Agendapunt 12: Sturen op voldoende ruimte voor (circulaire) ondernemingen Voldoende ruimte op bedrijventerreinen en op kantoor- en innovatielocaties is van belang voor een aantrekkelijk regionaal en lokaal vestigingsklimaat. Dit is ook van belang voor de bijdrage van de Utrechtse economie aan de nationale economie en om de positie als meest competitieve regio van Europa vast te houden. Op bedrijventerreinen is daarnaast ruimte nodig om bedrijven uit bestaand stedelijk gebied te kunnen uitplaatsen. Op dit moment is er nog slechts

beperkt ruimte voor bedrijvigheid op werklocaties binnen de provincie Utrecht. Er is behoefte aan nieuwe ruimte voor de verwachte uitbreidingsen vervangingsvraag in de regio. De benodigde ruimte is deels op te vangen door intensivering op bestaande werklocaties en door de ruimte slimmer en efficiënter te benutten. Voorwaarde hierbij is groeien met kwaliteit en het mee-ontwikkelen van water, groen en landschap. Een van de aspecten die bij de transitie naar een circulaire economie aandacht vraagt, is voldoende ruimte voor de circulaire en biobased economie op bedrijventerreinen en andere werklocaties, ook vanwege de milieuruimte die deze bedrijvigheid nodig heeft.

ƒ Agendapunt 13: Voorsorteren op een toekomst­ bestendig en duurzaam energiesysteem De verwachting is dat de vraag naar elektriciteit fors blijft groeien door de verduurzaming van de gebouwde omgeving, bedrijven, landbouw en mobiliteit, wat soms tot een verviervoudiging van de elektriciteitsvraag leidt. Ook het decentrale aanbod van elektriciteit – zonne- en windenergie – groeit door. Hiervoor is een toekomstbestendige energievoorziening noodzakelijk. Dit systeem bestaat uit toekomstbestendige netinfrastructuur, duurzame opwekking en opslag van energie en duurzame warmtevoorziening. We bouwen hiermee aan een CO2-neutrale energievoorziening. De Rijksoverheid moet richting geven aan het energiesysteem en de nationale hoofdstructuur van de toekomst (2030 en verder). Daarbij is het van belang dat het Generieke en/of niet locatie-specifieke agendapunten:

11 12 13

14

16

17

15

Perspectief voor ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie (bron: provincie Utrecht)

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

63

energiesysteem van de toekomst keuzevrijheid en ruimte biedt om (onvoorziene) ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. ƒ Agendapunt 14: Aansluiting op landelijk elektriciteitsnetwerk versterken De afgelopen jaren is het tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnetwerk toegenomen: vraag en aanbod van elektriciteit zijn hoger dan de beschikbare netcapaciteit. Op korte en lange termijn is meer capaciteit nodig op het elektriciteitsnetwerk, om de huidige netcongestie op te lossen en te voorkomen dat gewenste ontwikkelingen als woningbouw, uitbreiding van bedrijfslocaties en duurzame energieopwekking blijvend stagneren. Nieuwe bedrijven(terreinen) in de provincie Utrecht kunnen nu al niet meer aangesloten worden en woningen vanaf 2025 waarschijnlijk ook niet meer. Dit betekent dat we op regionaal en provinciaal niveau keuzes moeten maken: welke ontwikkelingen zijn nog wel mogelijk en welke niet. Van die situatie willen we zo snel mogelijk af. Het is met name nodig om de bestaande elektriciteitsstations te verzwaren en te versterken en nieuwe elektriciteitsstations toe te voegen (zie 15). Een neveneffect hiervan is dat er ook extra tracés nodig zijn om de nieuwe stations met elkaar te verbinden. Tot 2032 zullen er minimaal zes nieuwe tracés in de provincie Utrecht bijkomen.

De inzet moet zijn deze te bundelen met bestaande hoofdstructuren (voor elektriciteit of bijvoorbeeld water, weg en spoor) om verdere uitstralingseffecten op andere functies te voorkomen of te beperken. Daarnaast moeten de tracés zorgvuldig worden ingepast in het landschap, in balans met de Utrechtse kwaliteiten.

64

Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie

ƒ Agendapunt 15: Hoogspanningsstation en onderverdeelstations opwaarderen Om in de (boven)provinciale energiebehoefte te kunnen blijven voorzien, wordt momenteel gewerkt aan een verveelvoudiging van het hoogspanningsstation Kortrijk-Breukelen. Op korte termijn zijn ook drie nieuwe onderverdeelstations nodig, twee bij Utrecht en één bij Amersfoort. De procedure hiervoor vraagt om versnelling. Daarbij is het van belang dat deze ontwikkelingen worden vormgegeven met respect voor de ligging in het landelijk gebied: voorwaarde is dat ook de opgaven voor groen en landschap en voor bodem en water invulling kunnen krijgen. Ook moet het streven zijn de vrijwaringszones, waar beperkingen gelden voor andere vormen van grondgebruik, zo beperkt mogelijk te houden. Ontwikkelingen die in de toekomst nodig zijn voor het functioneren van de onderverdeelstations en die niet persé dicht bij die stations hoeven te zijn, worden bij voorkeur nabij bestaand bebouwd gebied gesitueerd. Er staan ook nog meer dan 20 projecten voor kleinere stations op stapel. Dit gaat deels om uitbreidingen van bestaande stations en deels om nieuwe stations. Deze stations worden bij voorkeur binnenstedelijk ingepast.

ƒ Agendapunt 16: Bereikbaarheid optimaliseren via de (inter)nationale hoofdinfrastructuur voor spoor en weg Op het spoor komen in de provincie Utrecht internationale, nationale en regionale verbindingen samen. De ontwikkeling van de internationale hogesnelheidslijnen en regionale sprinters blijft helaas achter bij die van de nationale Intercitylijnen. Dit beïnvloedt de stedelijke en economische

positie van de provincie Utrecht. Snellere routes naar met name het oosten en zuiden zijn nodig om de meest competitieve regio van Europa met andere stedelijke regio’s in binnen- en buitenland te verbinden. Tegelijkertijd is het van belang om te investeren in sprinterverbindingen om de dragende functie van het spoor in de regio te behouden en te versterken. En om daarmee de mogelijkheden voor (verdere) verstedelijking te vergroten. De huidige goederenroutering beperkt de noodzakelijke groei van het spoorvervoer van, naar en door Midden-Nederland. De uitfasering van goederenvervoer per spoor door de Randstad over de Goederencorridor Noordoost Europa heeft belangrijke positieve effecten in de provincie Utrecht: de hinder van trillingen en geluid vermindert en de externe veiligheidsrisico’s worden kleiner. Ook ontstaat meer ruimte voor verstedelijking rond stations. Ook voor het nationale wegensysteem vervult de provincie Utrecht een belangrijke functie. Voor de doorstroming is het van belang om nog meer dan nu in te zetten op het uit elkaar halen van doorgaande verkeer­s­stromen en bestemmingsverkeer. Dit is echter niet voldoende. Een belangrijke randvoorwaarde voor vlotte doorstroming is dat Rijk, provincie en gemeenten verder inzetten op het beïnvloeden van het mobiliteitsgedrag.

Denk bijvoorbeeld aan prijsbeleid en andere push-factoren die zich richten op een groter aandeel van OV, deelmobiliteit, langzaam verkeer en goederenvervoer over water in het totaal aantal verplaatsingen. Door dit te doen in samenhang met investeringen in het fiets­netwerk, het OV-netwerk en het netwerk voor de auto, blijft de provincie ook op langere termijn goed bereikbaar. Niet in alle gebieden van de provincie zijn

er goede alternatieven voor de auto. Daarom is het van belang om modaliteiten aan elkaar te verbinden. De ambitie is een systeem met hubs op te zetten waar OV-, fiets- en autonetwerken bij elkaar komen en overstappen mogelijk is. Hiermee ontstaat een alternatief voor het autogebruik in het stedelijk gebied en wordt het hoofdwegennet ontlast. ƒ Agendapunt 17: Overlast van Schiphol (geluid en luchtverontreiniging) verminderen Uitgangspunt in de Omgevingsvisie provincie Utrecht is dat we stad en land gezonder maken. Het voornemen van het Rijk voor een vierde naderingspunt van Schiphol via de Luchtruimherziening, kan hiermee schuren. De aanpassingen in het kader van de Luchtruimherziening en het nationale luchtvaartbeleid moeten bijdragen aan vermindering van de geluidsoverlast voor onze inwoners en dieren en verbetering van de luchtkwaliteit in onze provincie.

Overzicht acties voor perspectief voor ordenende netwerken De agendapunten 11 t/m 17 vragen diverse acties van Rijk en provincie. Deze acties zijn hierna opgenomen. Bij iedere actie is aangegeven welk agendapunt het betreft en wie ervoor aan de lat staat.

Condities en randvoorwaarden op orde ƒ Intensivering en verduurzaming van bedrijventerreinen stimuleren en ondernemingen prikkelen om hier zelf initiatief voor te nemen door als Rijk een financieel instrument op te nemen in het nieuwe programma Ruimte voor Economie waarmee ondernemers en gemeente (als eigenaar van de openbare ruimte) de benodigde samenwerking invulling kunnen geven. Provincie Utrecht wil hiervoor als pilotregio voor toekomstbestendige bedrijventerreinen fungeren (12, Rijk). ƒ Ontwikkelen van handelingsperspectief voor het aansluiten van nieuwe (woon- en) werklocaties op de energie-infrastructuur, waarbij de provincie Utrecht zich aanbiedt als pilotgebied (14, gezamenlijk). ƒ Gezamenlijk zorgdragen voor een snelle verveelvoudiging van het hoogspanningsstation Kortrijk-Breukelen, zodat het in de bovenprovinciale energiebehoefte kan blijven voorzien, en daarbij rekening houden met de ligging in een open veenweidegebied en de daaruit voortkomende opgaven voor water, bodem, landschap en natuur (15, gezamenlijk). ƒ Zuinig omgaan met de ruimte rond het hoogspanningsstation Kortrijk-Breukelen en de bijbehorende onderverdeelstations en terughoudend zijn met ruimtebeslag voor mogelijke uitbreidingen en reserveringen voor opslag van energie, vanwege de ligging in waardevolle landschappen (15, gezamenlijk).

ƒ De opgaven op regionaal, nationaal en internationaal niveau op de spoorcorridor UtrechtArnhem-Duitse grens faciliteren (16, gezamenlijk). ƒ Ondersteuning bieden bij ruimtelijke inpassing van logistieke hubs voor de overslag van goederen

tussen water-, weg- en spoorvervoer in combinatie met andere stedelijke functies, zoals woningbouw (16, gezamenlijk). ƒ Nationale wegennetwerk verbeteren om doorstroming te bevorderen en de integrale ontwikkeling van de grootschalige NOVEXwoningbouwgebieden mogelijk te maken: met name het ontvlechten van het autoverkeer op A12, het uitvoeren van het alternatief Ring Utrecht en het aanpakken van de knelpunten Noordelijke Randweg Utrecht, A1/A28 knooppunt Hoevelaken en aansluiting A1-A30 (16, Rijk). ƒ Vormgeven aan de Mobiliteitsstrategie 2040 van het Rijk-regioprogramma U Ned met als onderdelen voor de korte, middellange en lange termijn het inzetten op gedragsverandering, investeren in het fietsnetwerk, investeren in het OV-netwerk en investeren in het netwerk voor de auto (16, gezamenlijk). Wijziging omgevingsbeleid ƒ In de Nota Ruimte concreet maken welke transitiestappen de komende jaren nodig zijn op weg naar een circulaire en biobased samenleving en economie (11, Rijk). ƒ Opnemen wat de eerste ruimtelijke implicaties voor stad en land zijn van de transitie naar een circulaire en biobased economie, in wijziging Omgevingsvisie (11, 12, provincie).

ƒ De regionale programmering van ontwikkelingen voor de groei van ‘werken’ aanscherpen, zowel bij het faciliteren van extra ruimte als bij het stellen van voorwaarden voor groeien met kwaliteit en het mee-ontwikkelen van water, groen en landschap (12, provincie).

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

65

ƒ Op nationaal niveau ontwikkelen van instrumenten om beschikbaarheid van energie en ruimtelijke ontwikkelingen beter op elkaar af te stemmen, zoals een energietoets (13, Rijk). ƒ De ruimtelijke ontwikkelingen voor energie en de energie(hoofd)infrastructuur, die voor de korte en de lange termijn zijn opgenomen in nationale en provinciale visies en programma’s, opnemen in de Nota Ruimte (in nationale ruimtelijke hoofdstructuur, beleid en instrumenten) en in de wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (13, 14, gezamenlijk). ƒ Richtinggevende principes uit de Mobiliteitsstrategie 2040 ruimtelijk vertalen in de wijziging Omgevingsvisie (16, provincie). ƒ Het Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht en de Ontwikkelperspectieven NOVEX-gebieden Groene Hart, Utrecht-Amersfoort en ArnhemNijmegen-Foodvalley integraal meenemen in de besluitvorming over de Luchtruimherziening en Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Regio Schiphol (17, Rijk). ƒ In de Nota Ruimte extra eisen stellen aan Schiphol om overlast in de omgeving te verminderen (17, Rijk). ƒ Inzetten op het voorkomen van meer hinder door vliegverkeer, in wijziging Omgevingsvisie (17, provincie). Onderzoeksagenda ƒ Via het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) onderzoeken wat de ruimtelijke consequenties zijn van een circulaire economie en samenleving en welke transitiestappen nodig zijn om daar te komen. Dit opnemen in een

66

Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie

Rijksstrategie die de provincies vervolgens kunnen doorvertalen naar de regio’s (11, Rijk). ƒ Onderzoek doen naar een nationale strategie voor het behouden van onze (kritieke) grondstoffen en de eventueel benodigde ruimtereserveringen (11, Rijk). ƒ Onderzoek doen naar mogelijkheden en richtingen voor de kwalitatieve invulling van bedrijventerreinen en innovatielocaties (12, gezamenlijk). ƒ Onderzoek uitvoeren naar het energiesysteem van de toekomst om richting te geven aan de nationale energiehoofdstructuur op de langere termijn (13, Rijk). ƒ Onderzoek doen naar en een breed gesprek tussen Rijk en betrokken provincies voeren over de spanningen die ontstaan waar de nationale opgaven voor de energietransitie, verstedelijking en UNESCO-werelderfgoed samenkomen. Hierbij mogelijkheden ontwikkelen om ermee om te gaan, gericht op het op korte termijn maken van keuzes (13, gezamenlijk). ƒ Onderzoek doen naar een verbeterd netwerk van hogesnelheidslijnen, inclusief verknoping aan het intercitynetwerk en de positie van de hogesnelheidstreinen op het nationale spoornetwerk (16, Rijk). ƒ Netwerkanalyse hoofdinfrastructuur voor de regio Foodvalley uitvoeren, zoals afgesproken in het MIRT Oost van 10 november, om voor deze regio de knelpunten en oplossingsrichtingen in beeld te brengen (16, Rijk).

ƒ Onderzoek doen naar de HOV-verbinding AlmereBreda via Utrecht, die nu nog mist in het netwerk (16, gezamenlijk).

5.4 Perspectief voor leefbare steden en regio’s ƒ Agendapunt 18: Kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving verbeteren De gemeente Utrecht heeft een ‘barcode’ ontwikkeld om de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving in de stad nu en in de toekomst te behouden en te versterken. De barcode maakt inzichtelijk hoeveel ruimte in de stad nodig is, voor woningen en werklocaties én voor voorzieningen, water, klimaatadaptatie, energie, mobiliteit en groen. Groeit de stad, dan verandert de barcode mee. We willen de barcode toepasbaar maken voor de hele provincie als instrument om de benodigde ruimte voor integrale verstedelijking en verdorping in te schatten. Op basis van het provinciale omgevingsbeleid voegen we toe dat alle condities en randvoorwaarden vooraf op orde moeten zijn. Daarmee wordt de barcode ook een kwalitatief instrument waarmee we kunnen sturen op de leefkwaliteit van onze inwoners en bezoekers. Verbetering van de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving is ook te bereiken door bestaande woningen en gebouwen te isoleren, aardgasvrij en levensloopbestendig te maken. En door de openbare ruimte in bestaande wijken klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten en de sociale samenhang te versterken. In sommige wijken levert dit een herstructureringsopgave op. Dat biedt tegelijkertijd kansen voor verdichting en inbreiding.

ƒ Agendapunt 19: Vormgeven aan een schaalsprong voor een samenhangend multimodaal mobiliteitssysteem De groei van wonen, werken en voorzieningen in de provincie Utrecht is zo fors dat een samenhangende schaalsprong in alle modaliteiten van het mobiliteitssysteem noodzakelijk is. De Mobiliteitsstrategie 2040 van het programma U Ned geeft vier richtinggevende principes om de mobiliteitsopgaven op langere termijn het hoofd te kunnen bieden en de nieuwe woningen, werklocaties en voorzieningen te kunnen ontsluiten: (1) verstedelijking en bereikbaarheid op elkaar afstemmen, (2) de vraag naar mobiliteit afremmen en spreiden, (3) mobiliteitsnetwerken verbeteren en (4) soepele ketenreizen van deur tot deur faciliteren met hubs. Ook met de toepassing van deze principes zijn en blijven de opgaven richting 2040 op alle mobiliteitsnetwerken omvangrijk. Er zijn stevige maatregelen nodig, binnen en buiten de provincie Utrecht, voor én fiets én (hoogwaardig) OV én weg, zodat mensen de best passende modaliteit kunnen kiezen. ƒ Agendapunt 20: Kwalitatief hoogwaardige groenblauwe overgangen ontwikkelen tussen stad en land Er is in de provincie Utrecht behoefte aan meer en ook beter recreatief groen.

Ontwikkeling van robuuste groenblauwe netwerken in en om de kernen dient meerdere doelen: verbinding tussen stad en land, waterberging, versterking van de biodiversiteit en verbetering van de recreatieve toegankelijkheid. De vier voorbeeldgebieden van Groen Groeit Mee, rond Utrecht, Amersfoort en Veenendaal, kunnen een

eerste bijdrage leveren. In zijn algemeenheid is het nodig om de toegankelijkheid van het landelijk gebied te vergroten waar (hoofd)infrastructuur langs steden en dorpen loopt. Aan de oost- en westzijde van Utrecht en de noord- en westzijde van Amersfoort is de opgave het grootst. Met groene ‘scheggen’ groeit groen mee en is te voorkomen dat bestaande bebouwde gebieden en nieuwe ontwikkellocaties aaneengroeien.

werklocaties in samenhang met opgaven voor klimaatadaptie, energietransitie, bereikbaarheid, groenontwikkeling en gezondheid. Randvoorwaarde voor de integrale verstedelijking is de uitvoering van een samenhangend pakket van OV-maatregelen uit de lopende MIRT-verkenning ‘OV en Wonen in de regio Utrecht’ (programma U Ned). Belangrijke maatregel is de ontsluiting van Groot Merwede en Rijnenburg met een deels ondergrondse Merwedelijn. Ook de Papendorplijn, een hogere frequentie van tramlijn 22 en de quick wins voor Westraven-Utrecht Science Park zijn onderdeel van dit pakket. Daarnaast zijn investeringen in gebiedsgerichte maatregelen nodig. Voor de ontwikkeling van Metropoolpoort A12-zone is het nodig vooraf condities en randvoorwaarden voor de verhoging van de leefbaarheid en gezondheidsbescherming op orde brengen,

ƒ Agendapunt 21: Integrale verstedelijking realiseren in Groot Merwede, in samenhang met Rijnenburg In het grootschalige NOVEX-woningbouwgebied Groot Merwede (Utrecht en Nieuwegein) en polder Rijnenburg kunnen tot 2050 in totaal 60.000 tot 70.000 woningen met bijbehorende arbeidsplaatsen en voorzieningen komen. Provincie Utrecht beziet de toekomstige verstedelijking op deze woon- en

Generieke en/of niet locatie-specifieke agendapunten:

18 19

25

23 27

21

22

20

26

24

Perspectief voor leefbare steden steden en regio's (bron: provincie Utrecht)

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

67

vooral rond de A12. Tijdige realisatie van Rijnenburg vraagt om het versneld wegnemen van barrières door water en infrastructuur, het ontwikkelen van groen- en watervoorzieningen en nieuwe infrastructuur voor energie en multimodale mobiliteit. Dit moet gebeuren voordat de woningen worden gebouwd en de werklocaties worden gerealiseerd. Dit moet gebeuren voordat de woningen worden gebouwd en de werklocaties worden gerealiseerd. Dit wordt momenteel allemaal onderzocht in het MIRTonderzoek ‘A12-zone in samenhang met Rijnenburg’, onderdeel van het programma U Ned. Deze integrale verstedelijking maakt onderdeel uit van de ‘Grote U’. Hierbinnen liggen drie belangrijke Metropoolpoorten die goed met de rest van NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort en Nederland zijn verbonden: Lunetten Koningsweg-Utrecht Science Park; A12-zone en Leidsche Rijn-Zuilen. ƒ Agendapunt 22: (Deels) ondergrondse Merwedelijn realiseren als eerste stap in de OV-schaalsprong De stapeling van opgaven voor verstedelijking, bereikbaarheid en leefbaarheid in het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort vraagt om een schaalsprong in het OV-systeem. In de Mobiliteitsstrategie 2040 is hiervoor een perspectief geschetst. De ontsluiting van het grootschalige NOVEX-woningbouwgebied Groot Merwede met de (deels) ondergrondse Merwedelijn (en een mogelijke aftakking daarvan naar Rijnenburg) is te zien als een eerste segment.

In de toekomst kan deze snelle en hoogwaardige OV-verbinding worden doorgetrokken van Utrecht Centraal via de binnenstad-as naar Utrecht Science Park, als onderdeel van de dragende OV-(sprinter)verbindingen. Ook een koppeling

68

Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie

met een hoogwaardige OV-verbinding tussen het Utrecht Science Park naar Amersfoort hoort bij dit perspectief. Voor het OV in en rond Amersfoort wordt uitgegaan van een sternetwerk van Bus Rapid Transit-verbindingen; dit wordt nader wordt uitgewerkt op basis van de Mobiliteitsstrategie 2040 en het OV-netwerkperspectief (provincie Utrecht). ƒ Agendapunt 23:Verstedelijking realiseren in Spoor- en A1-zone Amersfoort In het grootschalige NOVEX-woningbouwgebied Spoor- en A1-Zone Amersfoort kunnen tot 2040 10.000 tot 14.000 woningen worden gerealiseerd met een mix aan functies, zoals werklocaties, voorzieningen, water, energie, multimodale mobiliteit, groen en gezondheid. De integrale verstedelijking rond de Metropoolpoorten Amersfoort Centraal en Amersfoort Schothorst vraagt om een blijvend goede aantakking op het (inter)nationale netwerk van Intercity’s, treinen die met hoge frequentie rijden en een oplossing voor de externe veiligheidsproblematiek rond het spoor. Dit vergt keuzes over het hoofd­ spoorwegennet. De realisatie van het afgesproken multimodaal bereikbaarheidspakket en de aanpak van A28/A1 Knooppunt Hoevelaken zijn essentieel voor de verstedelijkingsopgave. Totdat wordt overgegaan tot realisatie van dit project is een (no-regret) overbruggingspakket nodig met maatregelen voor doorstroming, OV en leefbaarheid.

Op termijn is de ontwikkeling van een snel en frequent stervormig netwerk van HOV-verbindingen een vereiste. Daarnaast zijn investeringen in gebiedsgerichte maatregelen nodig.

ƒ Agendapunt 24: Realiseren integrale verstedelijking Foodvalley inclusief hoogwaardig OV Binnen grootschalig NOVEX-woningbouwgebied Foodvalley is met name in en rond de kernen Rhenen, Veenendaal (provincie Utrecht), Ede en Wageningen (provincie Gelderland) een schaalsprong in stedelijkheid mogelijk. Hier kunnen tot 2040 25.000 nieuwe woningen met bijbehorende arbeidsplaatsen en voorzieningen worden gerealiseerd. Dit vraagt om handhaving van de huidige treinbediening, oplossingen voor bestaande knelpunten (zoals verbreding Rijnbrug en aansluiting A1-A30), aanpassingen van het spooren wegnetwerk en verbeteringen in hoogwaardige OV- en fietsverbindingen. Ook vraagt het om aanpak van netcongestie en voldoende groen- een (drink-) water­voorzieningen. Met de transformatie van locatie Spoorzone Veenendaal wordt ruimte gecreëerd voor ruim 3.000 nieuwe woningen tot en met 2030. Locatie Veenendaal-De Klomp is voor na 2030 in beeld voor zowel wonen en werken. Een integrale ontwerpaanpak is nodig om water en bodem sturend goed vorm te geven. Voor dit tijdvak is ook de locatie De Meent in beeld. Hier zal eveneens een integrale ontwerpaanpak nodig zijn en vraagt mobiliteit een nadere verdieping. Meer nog dan in andere regio’s speelt in Foodvalley het stikstofvraagstuk een grote rol, door de omvangrijke agrarische sector.

Er is daardoor een grote afhankelijk­ heid tussen de ontwikkeling van en voor landbouw, natuur en verstedelijking (woningbouw, werklocaties en bereikbaarheid).

ƒ Agendapunt 25: Integrale ontwikkeling Regio­ poorten uitwerken in een complementair netwerk Om de groei van de verstedelijking in het NOVEXgebied Utrecht-Amersfoort voor een deel te accommoderen, bieden de Regiopoorten Bilthoven, Breukelen, Bunnik, Driebergen-Zeist, Houten, Vianen, Woerden en Zeist Noord (provincie Utrecht) en Barneveld en Nijkerk (provincie Gelderland) potentie. Daarbij is een integrale aanpak nodig, dus niet alleen voor wonen en werken, maar ook voor water, energie, multimodale mobiliteit, groen en gezondheid. De ontwikkeling van de Regiopoorten zal op de korte en de middellange termijn investeringen vergen. Rijk en regio werken die gezamenlijk uit, onder andere in het Adaptief Programma van het NOVEX-gebied.

het meegroeien van de bereikbaarheid. Mogelijke oplossingsrichtingen zijn frequentere verbindingen via de Uithoflijn/tram 22, HOV-bussen/Bus Rapid Transit via de Waterlinieweg en een tweede busbaan op het Utrecht Science Park. Deze oplossingsrichtingen komen uit de lopende MIRT-verkenning ‘OV en Wonen in de regio Utrecht’. Uit de Mobiliteitsstrategie 2040 blijkt dat een hoogwaardige OV-ontwikkeling op de as Merwedelijn-binnenstad een mogelijk wenkend perspectief kan zijn om Rijnenburg, Groot Merwede, Utrecht Centraal, Utrecht centrum en Utrecht Science Park op een goede wijze met elkaar te verbinden. Ook een koppeling met een hoogwaardige OV-verbinding van Utrecht Science Park naar Amersfoort (Spoorzone) hoort bij dit perspectief.

ƒ Agendapunt 26: Doorontwikkeling van het Utrecht Science Park faciliteren Het Utrecht Science Park (Utrecht, Bilthoven en Zeist) heeft zich ontwikkeld tot het hart van de aan gezondheid gerelateerde economie in Nederland. Het is belangrijk dat het nu en in de toekomst een levendige plek is waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich prettig voelen. Het Utrecht Science Park is daarnaast dé plek waar onderwijs, kennisuitwisseling en innovatie samenkomen om gezamenlijk met kennisinstellingen en bedrijven te werken aan maatschappelijke opgaven (energietransitie, circulariteit en digitalisering). Dat willen we bereiken met een kwalitatief hoogwaardige, klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte en bescherming en benutting van de uitzonderlijke universele waarde van Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Randvoorwaarde voor de verdere ontwikkeling is

ƒ Agendapunt 27: Inzetten op integrale en gebiedsgerichte aanpak van defensieterreinen Het ministerie van Defensie wil in de Regio Amersfoort logistieke en operationele eenheden samenbrengen. Het gaat om het gebied op de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort, Soest, Leusden en Zeist. Deze opgave rond de defensieterreinen vraagt om een gezamenlijke, integrale en gebiedsgerichte aanpak waarin de opgaven voor energie, (circulaire) economie en wonen goed worden geïntegreerd met de opgaven voor water, bodem, natuur, landschap, erfgoed en de omliggende kernen. Ook de ontwikkeling van een Defensie-kazerne van 500 hectare met 7.000‑8.000 militairen en ongeveer 1.300 opleidingsplaatsen ergens centraal in Nederland (locatie nader te onderzoeken) heeft grote gevolgen voor de Utrechtse regio’s en met name de Regio Amersfoort vanwege de beschreven defensieontwikkeling. Dit zorgt voor

mobiliteitstoename op weg en spoor en gevolgen voor wonen en economie over gemeente- en provinciegrenzen heen.

Overzicht acties voor perspectief voor leefbare steden en regio’s De agendapunten 18 t/m 27 vragen diverse acties van Rijk en provincie. Deze acties zijn hierna opgenomen. Bij iedere actie is aangegeven welk agendapunt het betreft en wie ervoor aan de lat staat. Condities en randvoorwaarden op orde ƒ Nationaal Isolatieprogramma voortzetten (18, Rijk). ƒ Programma Aardgasvrije Wijken uitbreiden (18, Rijk). ƒ Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing opnieuw instellen (18, Rijk). ƒ Bouwbesluit aanpassen om circulair bouwen en het gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren (18, Rijk). ƒ Korte Termijn Aanpak, Aanpak 2030 en Mobiliteitsstrategie 2040 van programma U Ned uitvoeren (19, 26 gezamenlijk). ƒ Mogelijk maken om doelstelling van 10% groenblauwe dooradering uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied in te zetten om stad en land te verbinden (20, Rijk). ƒ De provinciale uitwerking van de landelijke Bossenstrategie uitvoeren: ‘Meer en beter bos voor Utrecht’ (20, gezamenlijk). ƒ De uitvoering van programma Groen Groeit Mee koppelen aan de Agenda Natuurinclusief en de programmatische aanpak Groen in en om de Stad (20, gezamenlijk).

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

69

ƒ Waarden van landschap en erfgoed in den breedte en specifiek ook het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, beschermen, benutten en beleefbaar maken ter ondersteuning van opgaven zoals adaptatie aan klimaatverandering en het verbinden van stad en land (20, 26, provincie). ƒ Het MIRT-onderzoek ‘A12-zone in samenhang met Rijnenburg’ uitvoeren (21, gezamenlijk). ƒ De bijdrage aan projecten Alternatief Ring Utrecht, Noordelijke Randweg Utrecht, A28/A1 Knooppunt Hoevelaken en A1/A30 Barneveld zo snel mogelijk (opnieuw) oppakken (21, 23, 24, 25, Rijk). ƒ Samenwerken aan een schaalsprong OV om de noodzakelijke woon- en werklocaties te kunnen realiseren en de draaischijf Utrecht te laten functioneren. Prioriteit is uitvoering geven aan de MIRT-Verkenning OV en Wonen met een snelle en (deels) ondergrondse Merwedelijn tussen Utrecht Centrum en Westraven samen met verbeteringen voor tram 22, HOV Waterlinieweg en de bereikbaarheid van het Utrecht Science Park. Ook moet de transfercapaciteit van knooppunt Amersfoort Centraal op termijn worden vergroot (21, 22, 26, gezamenlijk). ƒ Adaptief Programma NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort uitvoeren (21, 22, 23, 25, 26, gezamenlijk).

ƒ Zorgen voor een blijvend goede aantakking van Amersfoort op het (inter)nationale netwerk van Intercity’s, hoge frequentie van treinen en oplossing voor de externe veiligheidsproblematiek rond het spoor (23, Rijk). ƒ Multimodaal bereikbaarheidspakket Amersfoort realiseren (23, gezamenlijk). ƒ Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied ArnhemNijmegen-Foodvalley uitvoeren (24, gezamenlijk).

70

Hoofdstuk 5 | Acties Rijk en provincie

ƒ Zorgen voor interdepartementale betrokkenheid bij integrale en gebiedsgerichte aanpak van defensieterreinen (naast Defensie ook BZK, EZK, IenW, LNV en OCW) (27, Rijk). ƒ Nationale ambities voor defensieterreinen koppelen aan gebiedsgerichte inzet van rijksbudgetten (27, Rijk). Wijziging omgevingsbeleid ƒ NOVEX-gebieden Utrecht-Amersfoort en Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en grootschalige NOVEX-woningbouwgebieden, Metropoolpoorten, Regiopoorten en vitale kernen opnemen in de Nota Ruimte (in nationale ruimtelijke hoofdstructuur, beleid en instrumenten) (21, 23, 24, Rijk). ƒ Locatie De Meent opnemen in Visiekaart wijziging Omgevingsvisie (24, provincie). ƒ Beleid voor innovatielocaties en campussen ontwikkelen en opnemen in wijziging Omgevingsvisie (26, provincie). ƒ Beleid voor defensieterreinen opnemen in wijziging Omgevingsvisie (27, provincie). Onderzoeksagenda ƒ Utrechtse barcode operationaliseren voor toepassing in de hele provincie en voor alle ruimtelijke opgaven, in de wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht (18, provincie). ƒ Onderzoek doen naar integraal ontwerpen van alle verstedelijkingslocaties in de NOVEX-gebieden (21, 23, 24, 25, provincie). ƒ Onderzoek doen naar het ontvlechten van het autoverkeer op de A12 (21, 25, gezamenlijk).

Colofon Tekst, tabellen en kaart ruimtelijk voorstel: Kernteam Ruimtelijk Voorstel provincie Utrecht Ontwerpend onderzoek: Urhahn stedenbouw & strategie, Strootman Landschapsarchitecten en CE Delft Grafische vormgeving en opmaak: Enof creatieve communicatie Tekstredactie: Tekstbureau Met Andere Woorden Fotografie: Utrecht Marketing en provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft haar best gedaan om bronnen en rechthebbenden van beeldmateriaal dat is gebruikt te achterhalen en te vermelden. Wanneer desondanks beeldmateriaal wordt getoond waarvan u (mede)rechthebbende bent en u voor het gebruik daarvan niet als bron of rechthebbende wordt genoemd, ofwel geen toestemming geeft voor het gebruik, dan kunt u contact met ons opnemen.

Provincie Utrecht December 2023 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030 25 89 111

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14095189/1