CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijk_Voorstel_provincie_Utrecht_bijlagenrapport_navigeerbaar_12-12-2023 (1)

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden43.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Wie Gemeenten in regio’s U10, Utrechtse gedeelte regio Amersfoort, Utrechtse gedeelte Foodvalley, provincie Utrecht, waterschappen (Amstel Gooi en Vecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Rivierenland, Vallei en Veluwe), drinkwaterbedrijven (Vitens en Oasen), provincie Utrecht en Rijk (ministeries van BZK, IenW en LNV). Hoe ƒ De financiering van klimaatadaptief bouwen is een randvoorwaarde die nog aandacht vraagt. De financiële middelen ontbreken om klimaatbestendig bouwen daadwerkelijk gestalte te geven. Het is van belang om hier nu al rijksgelden voor beschikbaar te stellen.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

68

ƒ Drinkwaterbedrijven hebben voldoende investeringsruimte nodig, zodat de bedrijven tijdig aanpassingen van hun infrastructuur (nieuwe bronnen en leidingen) kunnen realiseren. De investeringsruimte (WACC) moet op rijksniveau worden geregeld.

ƒ Stimuleren van energiebesparingsmaatregelen in de gebouwde omgeving (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.3 Duurzame energie). ƒ Inzetten op herstructurering, verduurzaming en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.4. Vitale steden en dorpen).

Concrete doelen voor transities in bestaande gebouwde omgeving

Waar Omgevingsvisie provincie Utrecht, Kaart 11 Vitale steden en dorpen: Gehele stedelijk gebied.

Vraag Startpakket Toekomstbestendig ruimtelijk invulling geven aan bestaande gebouwde omgeving met aandacht voor: water en bodem sturend, natuurinclusieve ontwikkeling, energie­transitie, sociale leefbaarheid en veiligheid, (buurt)economie, bereikbaarheid, groen in en om de stad, erfgoed en een gezonde leefomgeving. Toelichting Startpakket ƒ In de bestaande bebouwde omgeving telt Nederland nu al ruim acht miljoen woningen en bijna vierduizend bedrijventerreinen. Hier liggen meerdere urgente transitieopgaven, gekoppeld aan concrete doelen. ƒ Binnen de bestaande gebouwde omgeving is het in samenhang oppakken van de verschillende ruimtelijke opgaven simpelweg noodzakelijk. Een integrale aanpak biedt ook meerwaarde vanwege een grotere efficiëntie, een hogere kwaliteit en meer draagvlak bij de bewoners. ƒ Belangrijk aandachtspunt in de bestaande gebouwde omgeving is de grote cultuurhistorische waarde van veel van onze steden en dorpen. Antwoord Wat ƒ Verbeteren luchtkwaliteit, vermindering van hinder door geluid, geur en licht en geen toename van externe veiligheidsrisico’s in woon-, werk- en leefgebieden. Versterken stad/land verbindingen en investeren in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1 Stad en land gezond). ƒ Meer ruimte voor klimaatadaptieve (groenblauwe) maatregelen om o.a.

water­ overlast, droogte en hittestress in bestaand gebouwde omgeving tegen te gaan (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2 Klimaatbestendig en waterrobuust).

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Wanneer Deze vraag heef betrekking op de periode 2022 t/m 2030. Transities in de bestaande bebouwing zijn echter ook in de periode daarna (2030 – 2040, 2040 – 2050, 2050 – 2100) van toepassing. Wie Gemeenten in regio’s U10, Amersfoort (Utrechtse gedeelte), Foodvalley (Utrechtse gedeelte), provincie Utrecht en Rijk (ministeries van BZK, IenW, EZK en VWS). Hoe Bij maatregelen voor nieuwe stedelijke ontwikkeling worden ook naar de kansen gekeken om de leefomgeving voor de bestaande gebouwde omgeving te verbeteren. Daarbij hebben we ook inzet op verduurzaming bestaande gebouwen en via de OMU op verduurzaming en intensivering op bedrijventerreinen.

Richtinggevende uitspraken voor de ontwikkeling van het stedelijk netwerk Nederland Vraag Startpakket Uitwerking(en) geven aan een toekomstige doorontwikkeling van het stedelijk netwerk Nederland (kijkend naar 2050) en de positieve en negatieve ruimtelijke gevolgen daarvan voor de provincie. En daarbij in ieder geval aandacht besteden aan de ruimtelijke gevolgen ten aanzien van opgaven voor water en bodem, de waarden van

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 69

69

natuur, landschap en erfgoed, energietransitie en energie-infrastructuur, duurzame bereikbaarheid, een goede balans tussen wonen en werken, een inclusieve samenleving en een gezonde leefomgeving. Toelichting Startpakket ƒ De grote ruimtelijke opgaven willen we aanwenden om de kracht van het stedelijk netwerk Nederland te versterken en beter te benutten. Met de zeven NOVEX-gebieden Verstedelijking zetten we hierop in. De rijkdom aan stedelijke regio’s in ons land is een kracht, maar vormt ook een uitdaging. ƒ Hoewel de economische kracht van de vijf grootste steden buiten kijf staat, streven we naar het versterken van het hele stedelijke netwerk. In alle landsdelen werken we aan economische vitaliteit en leefbaarheid en het optimaal benutten van de stedelijke regio’s. Op termijn is het mogelijk dat het zuiden, oosten en noorden van Nederland een groter aandeel krijgen in de woningbouwopgave. Uitgangspunt blijft een goede balans tussen wonen en werken op regionaal niveau. ƒ Ook bij de verdere ontwikkeling van het stedelijk netwerk Nederland is het uitgangspunt een ontwikkeling waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. Gezonde, waardevolle en natuurlijke landschappen zijn een onmisbaar onderdeel van het stedelijk netwerk.

ƒ De verstedelijking op langere termijn vraagt om visie en strategie, waarmee we snel kunnen inspelen op de demografische ontwikkeling, nieuwe economie en een transitie naar duurzame, slimme en veilige mobiliteit. Daarbij staat het bouwen aan klimaatbestendige, groene en gezonde steden en regio’s voorop. Normen voor milieu en gezondheid zijn randvoorwaarden. Er is ook een duidelijke relatie met nieuwe verbindingen in de energienetwerken en aanpassing van mobiliteitsnetwerken. Antwoord Wat ƒ Provincie Utrecht en de daarin gelegen regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley liggen in het hart van het stedelijk netwerk Nederland. U10, Amersfoort en Foodvalley behoren tot de regio’s met de meest gespannen woningmarkt en de sterkste groeiprognose van Nederland. Om volledig aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht te voldoen, is het nodig om in de periode 2020 tot en met 2040 in totaal nog ongeveer 133.200 tot 165.000 woningen te bouwen (Primos 2020; Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.4. Vitale steden en dorpen). In het provinciaal kader

70

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

regionaal programmeren wonen en werken 2022 is op basis van Primos 2022 aangeven dat het bij de gewenste toevoeging in de periode 2022 tot en met 2039 gaat om 119.000 tot 149.000 woningen. De onderkant van de bandbreedte faciliteert alleen de toename van de woningbehoefte, de bovenkant faciliteert ook het volledig inlopen van het woningtekort. Daarbij merken we op dat het niet de ambitie is om het woningtekort volledig (tot 0%) in te lopen. Inzet is gericht op het inlopen van het tekort tot 2%. Dat wordt gezien als een gezond evenwicht. ƒ De Europese Commissie heeft Utrecht aangewezen als meest competitieve regio van Europa. Dat blijkt uit de op 27 maart 2023 gepubliceerde Regional Competitiveness Index (RCI), die elke drie jaar verschijnt. Het betekent dat Utrecht de regio is met de grootste concurrentiekracht. Onderzoekers vergeleken 234 Europese regio’s op bijna 70 indicatoren voor het vestigingsklimaat zoals macro-economische stabiliteit, infrastructurele voorzieningen, onderwijskwaliteit en arbeidsmarkt. Utrecht scoort daarbij het hoogst op opleidingsniveau en innovatie. Ook scoort Utrecht hoog op marktomvang. Voor wat betreft het fysieke vestigingsklimaat voor bedrijven worden in het regionaal programmeren wonen en werken (programma onder de Omgevingsvisie provincie Utrecht) afspraken gemaakt over ontwikkeling van nieuwe werklocaties.

Vanwege de schaarse fysieke ruimte in de provincie wordt via de Ontwikkelingsmaatschap Utrecht (OMU) ingezet op intensivering van verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen. ƒ Om antwoord te geven op de vraag hoe de forse groei van wonen en werken van deze regio’s ook na 2030 (periode 2030 – 2040, met een doorkijk naar 2050) op te vangen én hoe tegelijk bereikbaar, leefbaar en groen te blijven, zijn door Rijk en regionale partijen het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij (2020), het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal! (2021) en de Verstedelijkingsstrategie ArnhemNijmegen-Foodvalley (2022) opgesteld. In de RO-brief is aangegeven dat deze verstedelijkingsstrategieën worden doorontwikkeld en voortaan NOVEX-gebieden Verstedelijking heten. Zij kennen een aantal gedeelde inrichtingsprincipes: – Nabijheid: Nabijheid betekent dat nieuwe ontwikkelingen dáár komen, waar al veel mensen wonen of werken en waar het openbaar vervoer al goed geregeld is of kan worden. De komende 20 jaar wordt vooral binnenstedelijk bijgebouwd en in de buurt van nieuwe en bestaande OV-knooppunten: plekken waar bus, tram, trein, fiets en auto samenkomen.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

70

– Groen Groeit Mee: Verdere verstedelijking vereist dat het groen meegroeit. Daarbij wordt niet alleen gezorgd voor kwantitatieve groei (meer), maar ook voor een kwalitatieve sprong op elk schaalniveau (beter). – Schaalsprong mobiliteit: Om in de toekomst de draaischijf in de nationale mobiliteits­netwerken te blijven, en te blijven voldoen aan de gigantische en groeiende vraag naar woningen én banen is een schaalsprong in mobiliteit nodig. Inzet is om het mobiliteitssysteem samenhangend en multimodaal te maken: én fiets én openbaar vervoer én weg én beleid om mensen te motiveren de best passende modaliteit te kiezen. Dit vraagt forse investeringen. ƒ Ruimtelijke gevolgen: – Door water en bodem sturend te laten zijn kunnen we ook op de lange termijn (2050 en verder) met toenemende weersextremen en een steeds grilliger klimaat blijven wonen, werken, leven en recreëren in de provincie Utrecht. Klimaat­bestendige en water-robuuste keuzes die nodig zijn voor de veiligheid en leefbaarheid van toekomstige generaties vragen wel om ruimte. – Binnenstedelijk bouwen moet klimaatadaptief, groen en gezond en draagt door o.m.

andere vormgeving van woningen en ander mobiliteitsgedrag (meer lopen en fietsen) bij aan een beperking van de CO2-uitstoot en van het energiegebruik én aan het behoud van kostbare natuur, landschap en erfgoed, ook een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor mensen en bedrijven. – Door de focus op binnenstedelijk bouwen te leggen, ontstaat meer “massa”. De Utrechtse economische toplocaties als Utrecht Science Park, Utrecht Centraal en Amersfoort Centraal profiteren daarvan en dat is weer goed voor de Nederlandse concurrentiepositie. – Met een passend mobiliteitssysteem kan op geschikte locaties in grotere dichtheden worden gebouwd. En kan in een verdichte, efficiënte stad en regio de leefruimte en de kwaliteit geboden worden die bedrijven en bewoners vragen, en die nodig is in de concurrentie met stedelijke regio’s in het buitenland. – Zo’n koers vraagt naast aandacht voor ontwerp en inrichting (met bijv. veel groen en blauw in en rond de stad, ruimte voor loop- en fietsroutes, ontmoetingsplekken en rustige gebieden) een samenhangende aanpak van ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. Ook zoveel mogelijk meekoppelkansen benutten om zo meerdere opgaven op een plek te kunnen combineren. – Zorgpunt hierbij is wel de financierbaarheid gekoppeld ook aan de ambitie om 66% betaalbare woningen toe te voegen.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Waar ƒ We blijven in zijn algemeenheid zoveel mogelijk inzetten op binnenstedelijk bouwen waarbij uitgegaan wordt van nabijheid. Dit staat ook verwoord in de hiervoor benoemde basisdocumenten voor NOVEX ontwikkelperspectieven Utrecht-Amersfoort en Foodvalley. ƒ Nieuwe woningen en banen worden met name geconcentreerd: – Binnenstedelijk in Utrecht bij OV-knooppunten in een U-vormig gebied van Zuilen en Leidsche Rijn Centrum via Westraven, Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park naar Overvecht. En specifiek in de A12-Zone; Lunetten KoningswegUtrecht Science Park; Leidsche Rijn-Zuilen (Metropoolpoorten)en op uitleglocatie Rijnenburg. – Binnenstedelijk in Amersfoort bij OV-knooppunten Amersfoort Centraal, Amersfoort Schothorst (Metropoolpoorten) en uitleglocatie Vathorst Bovenduist. – Binnenstedelijk in Veenendaal bij OV-knooppunten Veenendaal Centrum, Veenendaal-De Klomp (Ede(provincie Gelderland)/Renswoude/Veenendaal) en bij nieuw OV-knooppunt De Meent (Rhenen/Veenendaal). – Rond grotere regionale OV-knooppunten, Regiopoorten Bilthoven; Breukelen; Bunnik; Houten; Vianen; Woerden; Zeist-Noord; Driebergen-Zeist; Nijkerk en Barneveld (provincie Gelderland). – Daarnaast wordt ingezet op het borgen van de lokale vitaliteit van kleinere kernen.

ƒ Groen Groeit Mee: – Versterken van de landschappelijke structuren en groenblauwe dooradering, zoals waardevolle landschappen Groene Hart, Hollandse Waterlinies en Utrechtse Heuvelrug met flanken, de waarden in het Rivierengebied en de waterlopen zoals Eem, Hollandsche IJssel, Kromme en Oude Rijn en Vecht en de stroomruggen door de provincie Utrecht (grote schaal). – Ontwikkelen van Groene Scheggen die stad en land verbinden en tevens groene tussenruimtes zijn tussen de kernen. – Koesteren en waarborgen van het beheer van Groene Parels zoals AmelisweerdRhijnauwen, Haarzuilens en Groene Vallei-lint (tussenschaal). – Aanleg buurt- en wijkparken (kleine schaal). – Ontwikkelen Groene Poorten (groengebieden bereikbaar met OV). – Deels moeten groene gebieden rust (visueel en akoestisch) bieden aan omwonenden.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 71

71

Wanneer 2030 – 2040 en 2040 – 2050. Wie De NOVEX-gebieden Verstedelijking betreffen samenwerkingsverbanden tussen Rijk (Ministeries van BZK, EZK, IenW en LNV), provincie(s), gemeenten in de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley en waterschappen. Hoe ƒ Partijen hebben zich aan de verstedelijkingsstrategieën voor de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley gecommitteerd en gebruiken het als vertrekpunt voor nader onderzoek, uitwerking en doorwerking in eigen omgevingsbeleid. ƒ Gekoppeld aan de op te stellen Ontwikkelperspectieven voor de NOVEX-gebieden Verstedelijking worden door de gezamenlijke overheden Uitvoeringsagenda’s (inclusief Regionale Investeringsagenda’s) opgesteld. Hierin wordt ingegaan op de maatregelen voor de opgaven wonen, werken, bereikbaarheid, leefbaarheid en groen (Groen Groeit Mee) en de gedeelde bekostiging daarvan.

Vraag Startpakket Versterken regionale economische kracht stedelijke regio’s om tot een evenwichtige ontwikkeling van Nederland te komen. Toelichting Startpakket Een goede balans tussen wonen en werken op regionaal niveau vraagt om een sterke regionale economie, die aansluit bij de plaatselijke kracht en kenmerken. Meer regionale onderscheidende kracht draagt zo bij aan een evenwichtige ontwikkeling van het stedelijk netwerk en een weerbaar Nederland, zonder grote verschillen in welzijn en kansen op economische ontwikkeling. Antwoord Wat ƒ Utrecht is volgens de Europese Commissie de meest competitieve regio van Europa (Regional Competitiveness Index, 27 maart 2023). Onze speerpunten: groen,

72

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

gezond en slim. Samen met onze economische partners vertalen we dat naar een economie die toekomstbestendig is en die bijdraagt aan brede welvaart: gericht op economische kansen op het vlak van life sciences & health, earth/sustainability, media/tech en agrifood. Met oog voor toekomstbestendig werk. En het besef dat we slim moeten omgaan met de schaarse fysieke ruimte voor economie. ƒ De economische ontwikkeling moet bijdragen aan het bereiken van maatschappelijke doelen en daarmee aan de brede welvaart. Hiervoor zijn de Regionale Economische Agenda en de Economische Visie Provincie Utrecht opgesteld. Specifiek gericht op economie werkt de provincie Utrecht aan een competitieve, duurzame economische structuur met aantrekkelijke en toekomstbestendige voorzieningen voor bedrijven en werknemers en maakt de provincie innovatieve ontwikkelingen op het gebied van gezond stedelijk leven (GSL) en circulaire economie mogelijk. Wij vinden het belangrijk dat bedrijven (inclusief werknemers) economisch kunnen groeien, dat er wordt samengewerkt en dat we gezamenlijk met triple helix partners (ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen, overheid) onze economische structuur en lobbykracht versterken.

ƒ De provincie Utrecht gaat uit van een grensontkennende economie, zodat direct aangrenzende economische regio’s Gooi en Vechtstreek en Regio Foodvalley mee zijn genomen in onze economische visie. In veel sectoren is sprake van een sterke economische verwevenheid tussen steden en omliggend gebied. De beschikbare kennis van media en digitaal ontwerp (Hilversum Media Campus) en geo-informatie (Amersfoort: Arcadis, BMC, Over Morgen, Royal HaskoningDHV, Twynstra Gudde), in combinatie met de aanwezigheid van instellingen en bedrijven op het gebied van gezondheid op en rondom campus Utrecht Science Park als Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, KNMI, RIVM, Hubrecht Instituut, Prinses Maxima Center, Danone en Genmab vormen een kansrijk uitgangspunt voor de ontwikkeling van slimme toepassingen voor gezond stedelijk leven en circulaire economie. ƒ Daarnaast wordt de laatste jaren steeds intensiever samengewerkt met andere regio’s, zoals het landsdeel Noordwest (Noord-Holland, Flevoland en Utrecht) op het gebied van digitalisering (Smart Industry Hub) of met de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg en het Belgische Vlaanderen op het terrein van regeneratieve geneeskunde. (Economische visie 2020 – 2027 provincie Utrecht, april 2020).

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

72

Waar Regio’s U10, Amersfoort, Foodvalley & Gooi en Vechtstreek en de daarbinnen gelegen gemeenten. Wanneer 2022 – 2030, 2030 – 2040, 2040 – 2050. Wie We werken als provincie Utrecht samen met ondernemers, kennis- en onderwijs­ instellingen, met de ROM Utrecht Region, de Economic Board Utrecht, de Economic Board Regio Foodvalley, de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht, de Utrecht Talent Alliantie, gemeenten, Rijk (ministerie van EZK), andere provincies en vele andere partijen. Hoe De regionaal economische kracht wordt aangejaagd door: ƒ Het bedrijfsleven en werknemers toe te rusten op de toekomst door ondersteuning van het MKB (o.a. door programma`s) en intensieve samenwerking om de arbeidsmarkt structureel te versterken (via de Utrecht Talent Alliantie). ƒ Inzet op een sterk en zichtbaar economisch profiel (gezond stedelijk leven) door ondersteuning van start-ups, scale-ups en innovatieve bedrijven, o.a. door financiering van de ROM Utrecht Region. Innovatief ondernemerschap/ bedrijfsleven wordt gestimuleerd via de MIT-regeling (MKB Innovatiestimulering Topsectoren) en Kansen voor West. Door de krachten in de regio te bundelen zijn we in staat om veel gerichter en effectiever te werken aan innovaties in de regio.

De regionale economische agenda (REA) hebben we hierbij met alle partners in de regio’s opgesteld als inhoudelijk kompas; gezonde mens (Life sciences & health), gezonde leefomgeving (earth valley/duurzaamheid) en gezonde samenleving (media/ ICT). De regio profileert zich als Heart of Health. Het is zaak om deze zogenaamde regionale ecosystemen de komende jaren verder te ontwikkelen met concrete projecten en programma’s. ƒ Voor wat betreft het fysieke vestigingsklimaat voor bedrijven worden in het programma wonen en werken afspraken gemaakt over ontwikkeling van nieuwe werklocaties. Vanwege de schaarse fysieke ruimte in de provincie wordt via de Ontwikkelingsmaatschap Utrecht (OMU) ingezet op intensivering van verduurzaming

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

van bestaande bedrijventerreinen. Voldoende ruimte voor bedrijventerreinen, kantoren, campussen en innovatie-omgevingen is een cruciale randvoorwaarde om de economische kracht van stedelijke regio’s en ook dorpskernen op peil te houden en waar mogelijk te versterken. Dit vraag ook (nieuwe) ruimte voor economie/ werken/werklocaties.

Kansen en knelpunten bij Perspectief 3 Vraag Startpakket Knelpunt: Verstedelijking in relatie tot Water en Bodem Sturend. Vraag: Toepassen landelijk richtinggevend kader water en bodem voor locatiekeuze nieuwbouw. Toelichting Startpakket Doel van het landelijk richtinggevend kader ‘water en bodem voor locatiekeuze nieuwbouw’ is de ondersteuning van het regionale proces om een bewuste afweging te maken over waar wordt gebouwd gegeven het water en bodem systeem en de risico’s vanuit wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid. Dit kader is richtinggevend voor gebiedsontwikkeling en keuzes die bevoegde gezagen maken. Wat, waar, wanneer, wie en hoe Zie antwoord op vraag onder concrete doelen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen:Toepassen landelijk richtinggevend kader water en bodem voor locatiekeuze nieuwbouw. Sturen op zo min mogelijk afdekking van de bodem en een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, o.a. met behulp van de landelijke maatlat.

Vraag Startpakket Knelpunt: Woningbouw in relatie tot (milieu)ruimte voor werken. Vraag: Aangeven op basis waarvan de afweging tussen verstedelijking en het reserveren van (milieu)ruimte op de korte en langere termijn wordt gemaakt en verkennen van de ruimtelijke uitwerking daarvan in de provincie.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 73

73

Toelichting Startpakket In verschillende regio’s is vanwege de grote vraag naar stedelijke woon-werkmilieus de druk opgelopen om bedrijventerreinen en havengebieden te transformeren. Bedrijventerreinen worden soms (deels) getransformeerd naar gecombineerde woonwerk gebieden. Voor een succesvolle gebiedsontwikkeling is zorgvuldig omgaan met gevestigde bedrijvigheid cruciaal. Antwoord Wat Het behouden en/of reserveren van (milieu)ruimte zal een afweging moeten zijn tussen vraag naar dergelijke locaties en aanbod van dat type locaties op dit moment. Vanuit duurzaamheidsoogpunt (waaronder circulaire economie) is de verwachting dat milieu­ ruimte daarbij een belangrijk onderdeel vormt. Dit zal nader in beeld moeten worden gebracht. De provinciale behoefteraming bedrijventerreinen (die nu wordt opgesteld) biedt daar mogelijk aanknopingspunten voor. Waar Locaties met mogelijkheden voor clustering van circulaire bedrijven, o.a.: ƒ A12-zone en Lage Weide (onderdeel grootschalig NOVEX-woningbouwgebied Groot Merwede (Utrecht); ƒ Isselt (Amersfoort, onderdeel grootschalig NOVEX-woningbouwgebied Spooren A1-zone Amersfoort); ƒ Plettenburg-De Wiers (Nieuwegein); ƒ Bedrijventerrein Mijdrecht (De Ronde Venen); ƒ Soestdijkse Grachten (Soest).

Daarnaast zijn er ook andere bedrijventerreinen met hoge milieu categorieën die een bijdrage kunnen leveren in het behouden en vestigen van bedrijvigheid die milieuruimte nodig heeft. Wanneer 2022 – 2030, 2030 – 2040, 2040 – 2050.

74

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Wie Provincie Utrecht, gemeenten in de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley (Utrechtse gedeelte). Hoe ƒ De nieuwe provinciale behoefteraming bedrijventerreinen en kantoren (die in de maak is) zal op basis van macro-economische trends en ontwikkelingen inzicht bieden in actuele behoeftecijfers voor de vraag naar bedrijventerreinen en type werkmilieus. In de raming zal naast aan de sectorale ontwikkelingen aandacht worden besteed aan de benodigde ruimte voor verduurzaming (circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie, etc.). Door deze ontwikkelingen mee te nemen in de kwantitatieve prognose, kan dit vervolgens een plek krijgen in de kwalitatieve programmering. Daarbij is het voorstelbaar dat vanuit de verduurzaming een link gelegd wordt naar terreinen met een bepaalde milieucategorie. Op basis van deze inzichten zullen in een nieuwe cyclus van regionaal programmeren wonen en werken, afwegingen worden gemaakt in hoeverre de behoefte gefaciliteerd kan/gaat worden en aan welke type terreinen/locaties/segmenten/profielen uitgifte van gronden kan plaatsvinden. ƒ Het is belangrijk om te voorkomen dat in de transitiefase van bedrijventerrein naar woon-werkgebied situaties ontstaan waarbij milieufactoren zoals geluidoverlast en geurhinder zorgen voor een ongezonde leefomgeving.

ƒ Verder moet worden verkend hoe en hoeveel milieuruimte op de korte en lange termijn gereserveerd kan/moet worden. Het bieden van voldoende milieuruimte voor bedrijven is cruciaal voor de circulaire transitie en energietransitie.

Vraag Startpakket Kans: Energie-infrastructuur als randvoorwaarde voor de verstedelijkingsopgave. Vraag: In een vroegtijdig stadium in de planvorming van verstedelijking (wonen en werken) de (ruimtelijke) impact op primair de regionale (en voor zover inzichtelijk de nationale) energie-infrastructuur in kaart te brengen.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

74

Toelichting Startpakket ƒ De verstedelijkingsopgave (wonen, werken en mobiliteit) vraagt capaciteit van energie-infrastructuur. Tijdige beschikbaarheid van die capaciteit kan een knelpunt vormen voor spoedige realisatie van woningen en bedrijven. ƒ Ook kan de fysieke ruimtelijke impact van energie-infrastructuur de ruimte voor andere opgaven beperken, bijvoorbeeld in het landelijk gebied. Antwoord Wat ƒ In de provincie Utrecht zit de congestie op het hoogste (spannings)niveau, waardoor een oplossing primair afhankelijk is van uitbreiding van het enige 380kV station van Tennet in het provinciale grondgebied bij Kortrijk-Breukelen (realisatie +/-2029). ƒ De beschikbare transportcapaciteit tot 2029 is niet voldoende om klein- en grootverbruikers aan te sluiten. Daarom is op 17 november 2022 congestie afgekondigd voor afname door grootverbruikers. Zij komen op een wachtlijst. ƒ Recente cijfers van Stedin laten zien dat de resterende capaciteit ook niet genoeg is voor het aansluiten van alle kleinverbruikers tot 2029. ƒ Hiermee staan de Woondeals voor de regio’s U10, Amersfoort en (het Utrechtse gedeelte van) Foodvalley (84.500 woningen) onder grote druk. Waar ƒ 380/150 KV en grondstations conform p-MIEK; o.a. Kortrijk-Breukelen, Utrecht-Noord, Amersfoort-Noord, Woerden. ƒ Energiecapaciteit is cruciaal voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen.

Door netcongestie dreigt stagnatie van uitgifte van net ontwikkelde terreinen als De Kroon (IJsselstein) en Strijkviertel (Utrecht) en uitbreiding op bijvoorbeeld Lage Weide (Utrecht). ƒ Energiecapaciteit is cruciaal voor de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties (o.a. Utrecht Merwedekanaalzone, Amersfoort Vathorst-Bovenduist en Veenendaal Spoorzone). Wanneer 2022 – 2030, 2030 – 2040, 2040 – 2050.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Wie Energy Board provincie Utrecht (provincie Utrecht, Tennet, Stedin, regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley, gemeenten Utrecht en Amersfoort) en Rijk (ministerie van EZK en BZK). Hoe Aanpak netcongestie: ƒ Sneller, meer infrastructuur realiseren. ƒ Slimme keuzes om infra behoefte te verminderen. ƒ Omgaan met schaarste: prioritering dan wel keuzes maken over klantaansluitingen en uitbreidingsinvesteringen. ƒ Programmeren: energiesysteem keuzes en RO in samenhang. Capaciteitsvraag en netmogelijkheden komen weer bij elkaar. Hiervoor ontwikkelen we een energietoets.

Vraag Startpakket Knelpunt en kans: Gezonde leefomgeving. Vraag: Inzichtelijk maken wat de impact is van de woningbouwopgave op de gezonde leefomgeving (lucht, geluid, externe veiligheid, trillingen) voor de jaren 2030 en 2050, zodat dit kan worden meegewogen in de uiteindelijke keuze. Toelichting Startpakket ƒ Een gezonde leefomgeving is van groot belang bij het invulling geven aan de woningbouwopgave. Het streven naar een gezonde leefomgeving, met toekomstbestendige, natuurinclusieve en gezonde woningbouwlocaties, vormt het uitgangspunt. Dit doen we met bestaande normen en door in te zetten op mogelijkheden waar en hoe het nog beter kan. ƒ Om een gezonde leefomgeving te realiseren is ook verbetering onder deze bestaande normen nodig. Adviezen van onder andere de WHO, de Gezondheidsraad en voorstellen van de Europese Commissie geven hier richting aan. Het Rijk wil daarom verkennen of en op welke manier we deze ontwikkelingen vertalen naar aanvullende normen.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 75

75

Antwoord Wat Er wordt momenteel verkend wat de groei op termijn betekent voor de toename van mobiliteit op de provinciale wegen vanwege de geluidproductieplafonds die we moeten handhaven. Op basis daarvan kunnen we wat zeggen over de ontwikkelingen van de milieukwaliteit. Maar veel hangt ook af van de keuzes die we maken voor de inrichting, maar ook wat betreft beleid dat gebruik van gebieden beïnvloedt (bijvoorbeeld meer fiets en OV en minder auto). Veel mensen ervaren nu al veel drukte in de openbare ruimte (op de weg, in het OV, op de fietspaden, in de recreatiegebieden etc). Voor hun welzijn, het ontspannen, hebben mensen behoefte aan rust (visueel en akoestisch) en het gevoel van ruimte te kunnen ervaren. Door een toename van de bevolking en alle daarbij behorende ontwikkelingen wordt de drukte groter. Mensen zullen elkaar nog vaker in de weg zitten en last hebben van de omgeving. Dit leidt tot irritaties. Het is een groot aandachtspunt bij verdere ontwikkelingen, omdat een andere inrichting en een ander gebruik hiervoor veel kan betekenen. Waar Gehele provincie Utrecht. Wanneer 2022 – 2030, 2030 – 2040, 2040 – 2050.

Aanvullende elementen d.d. 16 maart 2023 Aanvulling Landelijke Maatlat voor een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving: ƒ De landelijke maatlat definieert eenduidig voor nieuwbouw wat we onder klimaatadaptief bouwen en inrichten verstaan en bestaat uit kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. De maatlat gaat over hoe er wordt gebouwd. ƒ De maatlat richt zich op de directe omgeving/openbare ruimte van gebouwen tot en met de gevel/dak. ƒ Een eventuele juridische borging van de maatlat wordt nader onderzocht. Vooruitlopend op juridische borging vraagt het Rijk aan decentrale overheden de maatlat al zoveel mogelijk toe te passen en is het Rijk met de medeoverheden in gesprek over bestuurlijke afspraken. Daarnaast voert het Rijk een financiële verkenning uit om de kosten en baten van een brede toepassing van de maatlat en de verdeling ervan op een rij te zetten. Het Rijk ondersteunt decentrale overheden via kennisontwikkeling en -ontsluiting. ƒ We voorzien vaststelling van de maatlat in de lente van 2023. Reactie In de voorgaande beantwoording is hier al op ingegaan.

Wie Provincie Utrecht, gemeenten in de regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley (Utrechtse gedeelte), waterschappen en Rijk (Ministeries van BZK, IenW en VWS). Hoe In het Omgevingswetprogramma Gezond en Veilig 2022 – 2025 (provincie Utrecht) hebben we afgesproken om bij alle ontwikkelingen aandacht te hebben voor het voorkomen van negatieve effecten op en het benutten van de kansen voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving.

76

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Aanvulling Uitwerking water en bodem sturend brief voor ruimtelijke ontwikkelingen: ƒ Op 25 november 2022 heeft de minister van IenW de water en bodem sturend brief aan de Tweede Kamer gestuurd. ƒ Deze brief is opgebouwd uit 33 structurerende keuzes waarmee water en bodem sturend gaan zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. ƒ In het Startpakket en in de water en bodem sturend brief is afgesproken om de provincies een conceptversie van deze uitwerking toe te sturen om mee te nemen in het provinciale puzzelproces.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

76

ƒ De ministeries van IenW en BZK werken samen aan een nadere uitwerking van de gemaakte keuzes in de water en bodem sturend brief voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hierin staat centraal wat de opgave is vanuit het water- en bodemsysteem om bebouwing daar op een goede manier te laten plaatsvinden, of dat we voor bepaalde locaties bebouwing niet meer toestaan. Deze uitwerking gaat over waar er wordt gebouwd. ƒ Deze uitwerking wordt dit jaar verder ontwikkeld, een conceptversie zal eerder al gedeeld worden met de provincies, met de structurerende keuzes uit de water en bodem sturend brief zijn de belangrijkste uitspraken al gedaan. ƒ De ministers voor VRO en van IenW besluiten nog over welke vorm dit concept heeft en wat we meegeven in het provinciale puzzelproces. Reactie We wachten dit af.

Overkoepelende opgaven De thema’s culturele identiteit en erfgoed, defensie, milieu en een gezonde en groene leefomgeving hebben relaties met alle drie de perspectieven en zijn in die uitwerking deels al aan bod gekomen.

Culturele identiteit en erfgoed Vraag Startpakket ƒ Visie geven op het cultureel erfgoed en de ruimtelijke kwaliteitsopgave. Op welke wijze wordt bij de ruimtelijke inpassing van de nationale en provinciale opgaven het erfgoed en het cultuurlandschap getransformeerd en de ruimtelijke kwaliteit behouden of versterkt, als een integraal onderdeel en verweven in de gehele planvorming en uitvoering? ƒ Specifiek aandacht besteden aan de instandhouding van de waarden van de UNESCO-Werelderfgoedgebieden, gebouwen en objecten, gebieden die als Rijksmonumenten zijn aangewezen, de beschermde stads- en dorpsgezichten en de wederopbouwgebieden. Toelichting Startpakket ƒ Bij de inpassing van de nationale en provinciale opgaven dienen erfgoed en ruimtelijke kwaliteit gepositioneerd te worden als integraal onderdeel van de transformatie en dienen deze te worden behouden of versterkt. Bij de veranderopgaven moet worden aangesloten bij de kenmerken en identiteit van het gebied. ƒ Daarnaast zijn er erfgoed-, landschappelijke, en uitzonderlijke universele waarden in gebieden die specifieke aandacht vragen.

Voor de UNESCO-Werelderfgoederen, gebouwen, objecten en gebieden die als Rijksmonumenten zijn aangewezen (archeologie, buitenplaatsen, landschap en erfgoed), beschermde stads- en dorpsgezichten en wederopbouwgebieden worden de provincies gevraagd naar de instandhoudingsstrategie van deze waarden bij de ruimtelijke inpassing van de nationale en provinciale keuzes.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 77

77

Antwoord Wat Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zetten we met de Omgevingsvisie provincie Utrecht in op het: ƒ Doorontwikkelen van onze aantrekkelijke landschappen: De provincie Utrecht kent vijf karakteristieke landschappen: Eemland; Gelderse Vallei; Groene Hart; Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug. Elk Utrechts landschap heeft zijn eigen kwaliteiten die mede richting geven aan de daarin gelegen en omliggende functies en hun ontwikkelingsmogelijkheden. Daarom willen wij op de kernkwaliteiten van de verschillende landschappen voortbouwen en deze doorontwikkelen. In het werken met landschapskwaliteit gaan we uit van een samenspel tussen het beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.6.1 Aantrekkelijke landschappen. ƒ Beschermen en benutten van de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur: Wij beschermen en benutten landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Daarbij stimuleren we de inzet van creatieve verbeeldingskracht. Dit doen we om de kwaliteit en identiteit van onze fysieke leefomgeving te versterken. In onze landschappen ontwikkelen we met de kernkwaliteiten van het landschap mee en stimuleren anderen dat ook te doen.

Binnen onze Cultuurhistorische hoofdstructuur leggen wij de focus op historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarische cultuurlandschappen, archeologisch waardevolle zones en historische infrastructuur. ƒ In stand houden en versterken van de universele waarde van UNESCO Werelderfgoed: De uitzonderlijke universele waarde van UNESCO Werelderfgoederen Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes willen wij in stand houden, versterken en beter beleefbaar maken. Bij ontwikkelingen in het UNESCO-gebied mag de uitzonderlijke universele waarde niet worden aangetast. ƒ Zorgen voor gebouwde monumenten en archeologische vondsten: Wij verlenen mede op basis van afspraken met het Rijk steun aan restauraties van rijksmonumenten, niet zijnde woonhuizen. Tevens stimuleren we het toepassen van duurzaamheidsmaatregelen en het openstellen van monumenten voor bezoekers. De provincie is krachtens de Erfgoedwet eigenaar van vondsten die gedaan zijn bij archeologische onderzoeken. Deze worden met de bijbehorende documentatie zodanig opgeslagen dat ze behouden blijven en duurzaam toegankelijk zijn.

78

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.6.2 Toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Waar Gehele provincie Utrecht: ƒ Omgevingsvisie provincie Utrecht, kaart 14 Aantrekkelijke landschappen behorend bij thema Levend landschap en cultuur. Hierop is aangegeven: – De aardkundige waarden. – De landschappen Eemland; Gelderse Vallei; Groene Hart; Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug. ƒ Omgevingsvisie provincie Utrecht, kaart 15 Toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed behorend bij thema Levend landschap en cultuur. Hierop is aangegeven: – De culturele infrastructuur en monumentenzorg (gehele provincie); – De Cultuurhistorische hoofdstructuur (historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarisch cultuurlandschap, archeologische waardevolle zones, historische infrastructuur); – UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes (bufferzones). Wanneer 2022 – 2030, 2030 – 2040, 2040 – 2050.

Wie Rijk (Ministerie van OCW), provincie Utrecht, buurprovincies (Zuid- en Noord-Holland voor Groene Hart; Noord-Brabant, Gelderland, Noord- en Zuid-Holland voor Hollandse Waterlinies en Gelderland en Zuid-Holland voor de Neder-Germaanse Limes), gemeenten Pact van Ruigenhoek, gemeenten in regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley (Utrechtse gedeelte), maatschappelijke organisaties en private partijen en (voor de Neder-Germaanse Limes) de betreffende Duitse deelstaten. Hoe ƒ Zorgdragen voor aantrekkelijke landschappen: In de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids hebben we de kernkwaliteiten uitgebreid beschreven en handvatten opgenomen voor het omgaan met de kernkwaliteiten. Op de kaart Kernkwaliteiten van het landschap geven wij

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

78

aan welke essentiële structuren in het landschap wij belangrijk vinden om nieuwe ontwikkelingen goed in te passen, zoals de grootschalige realisatie van duurzame energiebronnen en het tegengaan van bodemdaling. Wij vragen gemeenten en initiatiefnemers bij ontwikkelingen hiervan gebruik te maken. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.6.1 Aantrekkelijke landschappen. ƒ Beschermen en benutten van de waarden van de Cultuurhistorische infrastructuur: In onze Omgevingsverordening vragen we gemeenten rekening te houden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur (historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarisch cultuurlandschap, archeologische waardevolle zones, historische infrastructuur) en te omschrijven hoe zij daarmee omgaan. Daarnaast bieden we makers van omgevingsplannen en andere geïnteresseerden met de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht (CHAT) een schat aan cultuurhistorische informatie en inspiratie. ƒ In stand houden en versterken van de universele waarde van UNESCO Werelderfgoed: In lijn met de instructie van het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hebben wij de kernkwaliteiten van UNESCO Werelderfgoederen Hollandse Waterlinies en de Neder-Germaanse Limes in onze Omgevingsverordening beschreven.

Voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam hebben we de kernkwaliteiten verder uitgewerkt in de Gebiedsanalyses kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies. Deze gebiedsanalyses geven meer helderheid over de aanwezige kernkwaliteiten en hoe hiermee om te gaan bij nieuwe ontwikkelingen. We onderzoeken samen met Rijk en gemeenten hoe we de energietransitie kunnen inpassen. Dit betreft vooral maatwerk. De mogelijkheden ten aanzien van de veel voorkomende energieopwekmogelijkheden (zonnevelden en windturbines) in het Werelderfgoedgebied zijn nader uitgewerkt in het ‘Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies’, dat samen met provincies Noord-Holland, Noord-Brabant en Gelderland is opgezet. Met slim combineren – bijvoorbeeld met opgaven recreatie en gezonde leefomgeving – kan de kwaliteit van het Werelderfgoedgebied juist worden versterkt. Dat geldt met name aan de hoog dynamische zuidoostzijde van de stad Utrecht. We willen de Hollandse Waterlinies daarbij wel inzetten als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit, en uitgaan van de kracht van dit bijzondere landschap. Het UNESCO Werelderfgoed Limes bestaat uit kernzones die worden beschermd via het archeologisch rijksmonumenten-regime, dat in de Omgevingswet is verankerd. Direct om deze plekken heen liggen ter bescherming lokale bufferzones.

Hiervoor hebben wij regels in onze Omgevingsverordening opgenomen.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

ƒ Zorgen voor gebouwde monumenten en archeologische vondsten: Het Erfgoed Expert Team, een multidisciplinaire denktank van externe deskundigen, zetten we in om mee te denken over belangrijke herbestemmingsopgaven. Tevens investeren wij ook in kennis over monumentenzorg bij gemeenten en eigenaren, door middel van monitoring en de inzet van partnerorganisaties. De provincie is krachtens de Erfgoedwet eigenaar van vondsten die gedaan zijn bij archeologische onderzoeken. Deze worden met de bijbehorende documentatie zodanig opgeslagen dat ze behouden blijven en duurzaam toegankelijk zijn. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.6.2 Toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed.

Milieu Vraag Startpakket Zie hiervoor de vragen (over milieu) bij de drie perspectieven. Toelichting Startpakket ƒ Het kabinet streeft naar een gezonde, schone en veilige leefomgeving voor mens, dier en plant. De opgave is de blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen te verminderen en de gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat negatieve omgevingseffecten in 2050 naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. ƒ Tot het moment van publiceren van het Nationaal Milieuprogramma (NMP) zijn de huidige milieunormen, wetten en het huidige beleid van toepassing. Het NMP zal mogelijk leiden tot aanvullend beleid op milieuthema’s zoals lucht, geluid, trillingen en externe veiligheid. Antwoord Wat 1. Het bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door de Omgevingsvisie provincie Utrecht heen. We hanteren zes hoofd­ principes waar wij naar streven bij de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving,die aansluiten bij elementen van brede welvaart:

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 79

79

2. Er is, in relatie tot het aantal inwoners en bezoekers, voldoende, kwalitatief hoogwaardige groenblauwe ruimte, deels rustig/stil, die voor verschillende doelgroepen uitnodigend is. 3. Voor hun dagelijkse verplaatsingen gaan mensen voornamelijk lopend, met de fiets of het OV. Dit moeten zij veilig kunnen doen. Goederen- en personenvervoer levert zo min mogelijk schadelijke emissies op. 4. Inrichting en gebruik zijn aangepast aan de eisen van het klimaatadaptatie en mitigatie, gezondheid en veiligheid zijn daarbij geborgd. 5. Er zijn zo min mogelijk schadelijke emissies vanuit industrie, opwekking van energie en de landbouw. De landbouw draagt positief bij aan de gezondheid van mens en natuur. 6. De ruimtelijke inrichting draagt bij aan een inclusieve samenleving en versterkt de sociale cohesie. 7. De economie is circulair, er komen zo min mogelijk voor de gezondheid schadelijke emissies of producten in de leefomgeving terecht en klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen vindt plaats met materialen die bijdragen aan een gezonder leven. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, Gezonde en veilige leefomgeving. De basis hiervoor wordt gevormd door het natuurlijke systeem van bodem, water en natuur.

ƒ Met betrekking tot milieu en gezondheid spannen wij ons specifiek in voor het: – Verbeteren van de luchtkwaliteit: We streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit in de provincie Utrecht om de gezondheid van onze inwoners te bevorderen en de invloed op onze natuur te beperken. Wij streven ernaar om uiterlijk in 2030 in de provincie Utrecht minimaal te voldoen aan de WHO-­advieswaarden (advieswaarden 2005). Tot 2050 streven we naar het verder verbeteren van de luchtkwaliteit, omdat een verdere verlaging van de concentraties van schadelijke stoffen nog steeds substantiële gezondheidswinst oplevert. – Verminderen van geluidsbelasting: Wij streven ernaar om vanaf 2030 nieuwbouw voor geluidgevoelige gebouwen vooral nog te laten plaatsvinden op locaties die voldoen aan de WHO-advieswaarden voor geluid. Dit vraagt om aandacht bij nieuwe woningbouwplannen en bij wijzigingen in de infrastructuur (weg/spoor/ tram), bedrijvigheid en windmolens. De geluidsbelasting van bestaande woningen onder directe invloed van (spoor)wegen, vliegverkeer en industrie willen we

80

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

in 2040 teruggebracht hebben tot maximaal 60 dB. Daar zijn aanpassingen of (ingrijpende) maatregelen voor nodig. – Behouden van stille gebieden, gebieden waarin rust (visueel en akoestisch) een belangrijke kwaliteit is. Het intensieve gebruik van onze leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. In de 14 stiltegebieden handhaven wij de rust die aanwezig is. Ook willen we waar mogelijk bijdragen aan behoud van gebieden waar de geluidbelasting relatief laag is in de nabijheid van steden. – Beperken van externe veiligheidsrisico’s: We streven, bij inrichtingen en transport, waar mogelijk naar verlaging van bestaande externe veiligheidsrisico’s. Wij kiezen voor het ruimtelijk scheiden van bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken (BRZO-bedrijven) en kwetsbare functies. We beperken de toename van risico’s voor mensen in de meest risicovolle zone rond stationslocaties van het ‘basisnet spoor’ en rond het ‘basisnet weg’ (spoor)wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden). Wij beperken het transport van gevaarlijke stoffen in de bebouwde kom door het coördineren en actualiseren van een provincie dekkende gemeentelijke routering. – Beperken van toename van risico’s door straling en geur- en lichthinder: We hanteren het voorzorgsbeginsel ten aanzien van hoogspanningslijnen.

Voor geur volgen wij, in lijn met de Omgevingswet, in principe het gemeentelijk beleid voor onze vergunningverlening aan industriële bedrijven. We zetten ons in om onnodige lichtvervuiling te voorkomen, bijvoorbeeld bij de provinciale wegen en via ons landschapsbeleid. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1.1 Milieu en gezondheid. Waar Gehele provincie Utrecht: Omgevingsvisie provincie Utrecht, kaart 5 Milieu en gezondheid behorend bij thema Stad en land gezond. Wanneer 2022 – 2030, 2030 – 2040, 2040 – 2050. Wie Europese Unie, Rijk (Ministeries van IenW en VWS), provincie Utrecht, gemeenten, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

80

Hoe ƒ Verbeteren van de luchtkwaliteit: Met alleen provinciaal en gemeentelijk beleid kunnen wij de luchtkwaliteit beperkt verbeteren. We richten ons binnen onze mogelijkheden bijvoorbeeld op schoon vervoer en verduurzaming van de landbouw en op het verbeteren van de luchtkwaliteit bij kwetsbare functies, zoals scholen en zorginstellingen. Wij hebben om het doel te halen echter ook het Rijk en de Europese Unie nodig. ƒ Verminderen van de geluidsbelasting: We willen samen met onze partners een agenda geluid opstellen waarin doelen en de mogelijke maatregelen worden opgenomen. Wij willen de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige gebouwen met hoge geluidsbelastingen langs provinciale wegen zoveel mogelijk voorkomen via regelgeving in onze Omgevingsverordening. Ten behoeve van de aanwezige woningen met een hoge geluidsbelasting langs provinciale wegen worden, mits doelmatig, reducerende maatregelen getroffen, zoals het aanbrengen van geluid reducerend asfalt en geluidsgoten. Op rijksniveau worden besluiten genomen die van invloed zijn op het gebruik van het luchtruim van de provincie Utrecht. We zetten erop in om toenemende geluidshinder door vliegverkeer hierbij te voorkomen, zoals bij herziening van de luchtruimindeling. Ook rijkswegen en de spoorwegen veroorzaken in onze provincie veel geluidhinder en gezondheidseffecten van geluid en luchtverontreiniging.

Een kwart van de inwoners tussen 18 en 65 jaar geeft aan ernstige hinder te ondervinden van geluid van wegverkeer>50 km/h. De geluidbelasting daarvan beperken (met beleid gericht op verminderen wegverkeer, maatregelen aan de bron en in de overdracht) zal deels dus van het Rijk moeten komen. ƒ Beperken van externe veiligheidsrisico’s: Wij werken met onze partners samen om risico’s in beeld te brengen en te zoeken naar maatregelen om die risico’s te beperken en normoverschrijding voor externe veiligheid bij inrichtingen en transport te voorkomen. Dit geschiedt in vervolg op het provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid 2015 – 2020 in het kader van het Omgevingswetprogramma Gezond en Veilig 2022 – 2025 dat door de provincie Utrecht is opgesteld. We willen als gezamenlijke provincies en gemeenten ook meer veiligheid op het spoor. Met de voorstellen van het Rijk voor een andere systematiek zijn wij het niet eens, onder andere omdat ze meer risico’s opleveren voor de bevolking. ƒ Beperken van toename van risico’s door straling en geur- en lichthinder: We willen, waar dit betaalbaar en effectief is, een bijdrage leveren aan het ondergronds brengen van hoogspanningslijnen in woongebieden. Wij ontwikkelen, in overleg

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

met de gemeenten, een algemeen normenkader geur voor de vergunningverlening aan industriële bedrijven. We zetten ons in om onnodige lichtvervuiling te voorkomen, bijvoorbeeld bij de provinciale wegen en via ons landschapsbeleid. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1.1 Milieu en gezondheid.

Defensie Vraag Startpakket ƒ Ontwikkelingen uit het Strategisch Vastgoedplan voor zover deze concreet zijn, meenemen in het ruimtelijk voorstel. En daarbij uit te werken welke kansen en knelpunten zich bij de inpassing voordoen. ƒ Meedenken over extra ruimte bij de bestaande locaties voor mogelijke uitbreiding, zowel direct als indirect ruimtegebruik. Daarbij moet worden gezocht naar meekoppelkansen voor meervoudig ruimtegebruik. ƒ Samenwerken voor toekenning nieuwe bestemmingen en voor af te stoten defensielocaties (inclusief meekoppelkansen). Toelichting Startpakket In deze kabinetsperiode wordt fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van onze krijgsmacht, de organisatie groeit toe naar de NAVO-norm van 2 procent van het bruto binnenlands product (BBP). Dit heeft een weerslag op het directe en indirecte ruimtebeslag van Defensie. Defensie werkt momenteel binnen het programma ‘Ruimte voor Defensie’ aan het in kaart brengen van haar toekomstig ruimtebeslag. Ruimte voor Defensie spitst zich toe op de volgende hoofdonderwerpen: ƒ Huisvesten van mensen en middelen: Defensie heeft een grote vastgoedopgave. Daarom is het Strategisch Vastgoedplan (SVP) in december 2022 opgesteld, dat de komende jaren verder wordt uitgewerkt en uitgevoerd. Het uitgangspunt van het SVP is dat Defensie haar vastgoed concentreert, vernieuwt en verduurzaamt (CVV).

Dit betekent dat we op sommige locaties onze aanwezigheid uitbreiden, locaties afstoten of nieuwbouw op een nieuwe plek realiseren. Een van de belangrijke, strategische projecten om deze beweging mogelijk te maken is het realiseren van een nieuwe kazerne inclusief oefenterrein in het midden van Nederland voor de ondersteunende eenheden.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 81

81

ƒ Oefenen, trainen en inzet in Nederland: In zijn algemeenheid heeft de krijgsmacht op alle domeinen (land, zee en lucht) behoefte aan diversificatie van oefenruimte en flexibiliteit en ruimte voor het oefenen in geïntegreerd, multidomein-optreden. Daarnaast vraagt nieuw of verbeterd materieel soms ook om meer of andere oefenruimte en munitieopslag. Defensie onderzoekt nu hoeveel en waar er extra oefenruimte op land, op zee en in de lucht nodig is. Antwoord Wat ƒ Binnen de provincie Utrecht is geen locatie in beeld voor het realiseren van een nieuwe kazerne inclusief oefenterrein voor de ondersteunende eenheden. ƒ Wel is in de Kamerbrief Strategisch Vastgoedplan 2022 van het ministerie van Defensie het ‘bestuurlijk voornemen’ aangekondigd van het concentreren van logistieke en operationele eenheden in de omgeving van Soesterberg. Hiermee wordt Soesterberg een logistiek cluster van waaruit men het hele land bedient. Dit bestuurlijk voornemen brengt uitdagingen en kansen met zich mee voor verschillende andere nationale en provinciale opgaven als klimaatbestendigheid, voldoende drinkwater, bescherming van de natuur, goede bereikbaarheid en voldoende woningen. De optelsom die er ligt, is groter dan de beschikbare ruimte. Daarom moet er worden gekeken naar slimme oplossingen en koppelkansen.

ƒ Voor de af te stoten Marinierskazerne in Doorn (verhuizing personeel vanaf 2029) wordt gezocht naar een passende herbestemming. Waar Gebied op de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort, Soest, Leusden en Zeist.

Hoe ƒ Op 31 maart 2023 hebben betrokken partijen de Alliantieverklaring Gebiedsopgaven van A tot Z ondertekend. Afgesproken is dat een brede, integrale en gebiedsgerichte aanpak essentieel is om te komen tot realiseerbare en inpasbare oplossingen van opgaven in het gebied. Betrokken partijen zoeken gezamenlijk naar oplossingen die niet alleen resultaat bereiken op eigen doelstellingen, maar bij voorkeur van meerwaarde zijn in het gezamenlijk belang. Dit zodanig dat de bestaande kwaliteiten in het gebied niet verminderen en waar mogelijk zelfs verbeteren. ƒ Om de bestaande (kwetsbare) culturele-, erfgoed-, natuur- en water- en bodem­ waarden te beschermen en te versterken is een overkoepelend toekomstbeeld nodig. Partijen hebben hiervoor het gebiedskompas (een samenvatting van het bestaande beleid voor de komende 10-20 jaar) opgesteld en de Provinciaal adviseur Ruimtelijke Kwaliteit heeft, samen met zijn evenknie bij het waterschap een onafhankelijk advies gegeven over een mogelijke toekomstbeeld. Deze producten zijn input voor een samenwerkingsovereenkomst voor het gebied tussen de acht partijen. ƒ De extra druk op dit gebied door toename van mobiliteit en behoefte aan bijvoorbeeld recreatie en rustruimte als gevolg van woningbouw, werkgelegenheid en opleidingsfaciliteiten en clustering eenheden defensie, etc.

zorgt voor een complexe ruimtelijke opgave waarbij mitigerende, zonerende en compenserende maatregelen noodzakelijk zijn. Die maatregelen vragen om financiële investeringen waarvoor nu geen middelen beschikbaar zijn. Ook vraagt het om fysieke schuifruimte in het gebied om functies en activiteiten op logische en toekomst robuuste plekken te alloceren. ƒ In juni 2021 hebben ministerie van Defensie, gemeenten Amersfoort, Leusden en Soest al een intentieverklaring voor de Green & Social Deal getekend. De alliantieverklaring is een volgende stap in een samenwerking waarbij het gebied centraal wordt gezet in de te maken keuzes.

Wanneer 2022 tot en met 2030. Wie Ministerie van Defensie, provincie Utrecht, regio Amersfoort, gemeenten Amersfoort, Leusden, Soest, Zeist, waterschap Vallei en Veluwe, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Vitens.

82

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Gezonde en groene leefomgeving Vraag Startpakket Beoordelen van de gezondheid van de leefomgeving en verkennen wat er mogelijk is om gebieden waar bewoners en bezoekers te maken hebben c.q. krijgen met een relatief hoge gezondheidsdruk gezonder te maken.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

82

Toelichting Startpakket ƒ De leefomgeving kan een instrument zijn om te komen tot gezondheidswinst. Dit kan via de inzet van zowel gezondheidsbevordering als gezondheidsbescherming. Het betekent dat de fysieke leefomgeving zo wordt ingericht dat deze gezond, groen is en voor iedereen toegankelijk is én dat mensen deze kunnen benutten voor een gezonde leefstijl. ƒ Daarbij kan een gezonde, groene leefomgeving ook vele andere maatschappelijke functies vervullen, zoals versterking van natuur- en milieukwaliteit, biodiversiteit, wateropvang en klimaatadaptatie. Antwoord Wat ƒ Inzet vanuit de Omgevingsvisie provincie Utrecht t.a.v. gezondheidsbevordering: – Bewegen stimuleren: De inrichting van de leefomgeving willen we zodanig vormgeven dat deze uitnodigt om te bewegen. Wij focussen onder meer op de bereikbaarheid van woon- en werklocaties en van natuur- en recreatiegebieden te voet, met fiets en OV. Menging van functies kan leiden tot kortere afstanden tussen wonen, werken en voorzieningen. Ook dat kan leiden tot meer bewegen en willen we waar mogelijk stimuleren. Dit doen we onder andere via de aanleg van doorfietsroutes. – Handhaven van stilte in stiltegebieden: In de provincie Utrecht hebben wij 14 stiltegebieden aangewezen. In deze gebieden handhaven wij de rust die aanwezig is.

Ook willen we waar mogelijk bijdragen aan behoud van gebieden waar de geluidsbelasting relatief laag is in de nabijheid van steden. – Ontwikkelen van een samenhangend groenblauw netwerk: Mensen zijn aantoonbaar gezonder als ze in een bruikbare en bereikbare groene omgeving wonen. Door een woonomgeving klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten maakt zo’n omgeving ontspanning mogelijk en stimuleert bewegen en ontmoeten. We versterken hiertoe stad/land verbindingen en investeren in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1.1 Milieu en gezondheid en paragraaf 4.1.2 Recreatie en toerisme. ƒ Voor de inzet vanuit de Omgevingsvisie provincie Utrecht t.a.v. gezondheidsbescherming: zie de antwoorden op vragen uit het NOVEX-Startpakket

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

m.b.t. milieu. Zie: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1.1 Milieu en gezondheid. De volgende problematiek speelt: – Daar is onder andere aangegeven, dat een kwart van de 18-65 jarigen, ernstige hinder heeft van geluid. We zien dat geluid ook de grootste contour heeft. Langs alle drukke wegen, rijks, provincie en gemeente zijn veel woningen hoogbelast. Daarnaast zijn veel woningen hoogbelast in de sterkst verstedelijkte gebieden. Dit speelt rond spoor, maar ook vooral in het binnenstedelijk gebied. Ca. 40% van de woningen wordt belast boven de wettelijke voorkeurswaarde in onze provincie. Onze provincie heeft daarmee de grootste geluidproblematiek van heel Nederland wat betreft wegverkeer. De aanpassingen in het kader van de Luchtruimherziening (vierde naderingspunt van Schiphol over Midden-Nederland) en het luchtvaart­ beleid die denkbaar leiden tot extra geluidoverlast in de provincie Utrecht komen daar in de toekomst mogelijk nog bij. De vraag is dus of de provincie Utrecht straks nog bereikbare rustige gebieden over houdt. – Luchtvervuiling: Grootste problematiek speelt vooral langs de grote rijkswegen en in de grote steden. Deels speelt dit ook in het landelijk gebied vooral in het oosten van de provincie rondom de veehouderijen, maar ook elders in Utrecht speelt dit.

Rondom veehouderijen is ook sprake van geuremissies en mogelijke risico’s op infectieziekten (zoönosen) en luchtwegklachten, koorts etc. door verspreiding van endotoxines. – Daarbij zien we dat in veel woningbouwontwikkelingen de sociale woningbouw op de slechtste plekken beland in een ontwikkeling. Dit is vanuit het verdienmodel logisch maar niet gewenst voor het wegwerken van gezondheidsachterstanden. ƒ Voor gezondheidsbescherming zien we de volgende oplossingen: Afstand houden van bronnen (zones rondom bronnen geen of beperkt nieuwe gevoelige bestemmingen), maatregelen aan de bron, terugdringen weg- en vliegverkeer, verminderen aantallen dieren in de veehouderij etc. ƒ Met provincies Noord- en Zuid-Holland delen we dat we te weinig groen hebben per inwoner. Minder dan 200 m2 per inwoner. In het westelijk deel en het verstedelijkte gebied rond Utrecht zelfs minder dan 100 m2 per inwoner. Met de ruimtedruk in onze provincie zijn de maatregelen als afstand houden voor gezondheidsbescherming niet eenvoudig te nemen en is meer bruikbaar groen realiseren dan ook een flinke opgave. Minimaal behoud van deze hoeveelheid per inwoner (daarvoor is groei van bruikbaar en bereikbaar groen noodzakelijk), maar gewenst is een groei (in kwantiteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14095206/1