Ruimtelijk_Voorstel_provincie_Utrecht_bijlagenrapport_navigeerbaar_12-12-2023 (1)
Tekst van het document
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
54
Wanneer Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.3, ambities: 2030: de provincie Utrecht heeft samen met partners haar bijdrage geleverd in onder andere de Regionale Energiestrategieën om aan de afspraken in het nationale Klimaatakkoord te voldoen. 2050: de provincie Utrecht is zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal. Wie Binnen de provincie wordt samengewerkt in drie RES’en, de RES U16-Regio, RES Regio Amersfoort en RES Regio Foodvalley. Hoe Zie de tekst hierboven, de ‘hoe’ is hierin verwerkt.
Vraag Startpakket Invulling geven aan concrete doelen voor het behouden van voldoende ruimte voor bedrijvigheid, waarbij provincie specifiek en provincie-overstijgend wordt bekeken waar en hoeveel ruimte voor industrie en grootschalige bedrijfsvestigingen nodig is. Daarbij wordt bij de ontwikkeling van grootschalige bedrijfsvestigingen al gevraagd om het afwegingskader zoveel mogelijk toe te passen dat gezamenlijk wordt ontwikkeld, en in maart wordt vastgesteld. Toelichting Startpakket 1. Door het ministerie van EZK wordt samen met provincies de ruimtebehoefte voor bedrijvigheid geïnventariseerd. Deze inventarisatie is nog niet onderverdeeld naar het soort bedrijvigheid. Dat is per provincie maatwerk. 2. Een deel van de ruimtelijk-economische inventarisatie is gekoppeld aan de energieintensieve industrie en clusters grootschalige bedrijfsvestigingen (onder andere logistiek) die een belangrijke schakel vormen in de nationale netwerken. 3. We weten dat er ook voor de toekomst milieuruimte nodig blijft, onder meer voor de transitie naar een circulaire economie en duurzame energie. Daarmee kunnen we de gezondheid en veiligheid van omwonenden én voldoende ruimte voor bedrijvigheid borgen.
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
4. We vragen voor de korte termijn aan de provincies om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid milieuruimte voor deze bedrijven minimaal gelijk blijft en zo efficiënt mogelijk wordt benut. Antwoord Wat In algemene zin willen we aangeven dat het Startpakket zeer minimaal aandacht heeft voor de ruimtelijke uitdagingen en kansen die ontstaan in de transitie naar een circulaire economie. Dit geeft ons ook weinig ruimte om hierop in te gaan en het Rijk hierover iets mee te geven. In relatie tot de op te stellen Nota Ruimte adviseren we het Rijk om goed te kijken naar het Rijksprogramma Nederland Circulair 2050 en daarnaast naar de aanbevelingen ten aanzien van circulariteit in de Ruimtelijke Verkenning 2023 van het Planbureau van de Leefomgeving. In dat rapport wordt voor vier verschillende scenario’s een beeld geschetst van de relatie tussen ruimte en circulariteit. Ten aanzien van punten 1, 3 en 4 staat in de Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.4.2, sub-paragraaf ‘Specifieke bedrijventerreinen’ en ‘Bedrijfsvestiging’, het volgende vermeld: Niet alle bedrijvigheid laat zich mengen, bijvoorbeeld onderdelen van de maakindustrie en de logistiek. Ook deze bedrijven zijn noodzakelijk voor het economisch ecosysteem. Voor de vestiging van deze bedrijven blijft specifiek bedrijventerrein nodig.
Om aan de behoefte te voldoen, zetten wij allereerst in op herstructurering, revitalisering en eventuele herprofilering van en efficiënter ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen in stedelijk gebied. Daarbij kunnen tevens de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en gezondheid zo veel als mogelijk geëffectueerd worden. Naar verwachting leiden deze opgaven ook tot extra ruimtebeslag. Niettemin zijn we terughoudend met het mogelijk maken van de ontwikkeling van nieuw, nog niet gepland bedrijventerrein in de provincie Utrecht. De behoefte vanuit het lokale, reeds gevestigde bedrijfsleven (uitbreiding of vervanging) willen wij waar mogelijk faciliteren. Als het gaat om de bovenregionale ruimtevraag voor bedrijfsvestiging zien we graag bedrijven van elders die het economisch profiel (‘Heart of Health’) van de regio verder versterken. De Regionaal Economische Agenda (REA) geeft daarvoor
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 55
55
het kader aan. We proberen economische groei te realiseren in het aanpakken van maatschappelijke opgaven: 1. Toekomstgerichte leefomgeving, 2. Gezonde mensen en 3. Waardevolle digitalisering. Zoekrichtingen voor grootschaliger regionale bedrijventerreinen. Voor de korte termijn (meer lokaal) en voor de middellange termijn gaat het om het zoeken naar mogelijke locaties voor specifieke bedrijventerreinen: regionaal, goed bereikbaar, bij voorkeur 1 aan westkant en 1 aan oostkant van de provincie. Voor de locatiekeuze voor bedrijventerreinen hanteren we een soortgelijke systematiek als voor woningbouwlocaties: samen met gemeenten komen tot een regionale programmering van werklocaties. Hierin betrekken we tevens de herstructurering en verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen. Provinciale Staten stellen een kader vast voor deze regionale programmering. Gemeenten kunnen voorstellen doen voor de aanpak van bestaande en voor nieuwe werklocaties die regionaal worden afgestemd en geprogrammeerd. De uitkomst van de regionale programmering leggen Gedeputeerde Staten vast in een provinciaal programma. Dit provinciaal programma wordt in ontwerp, tezamen met de opgestelde planMER, ter inzage gelegd.
Om dit beleid te ondersteunen, heeft de provincie ook actieve inzet, bijvoorbeeld op intensivering en verduurzaming van bestaande werklocaties via de Ontwikkelings maatschappij Utrecht (OMU). De OMU koopt verouderde kavels op om te herontwikkelen. Zo komt er (schuif)ruimte voor ondernemers om te verhuizen, worden de verouderde bedrijventerreinen vernieuwd en intensiever gebruikt en wordt het vastgoed duurzamer. Ten aanzien van punten 1, 3 en 4 is het goed om te vermelden dat vanuit de provincie momenteel een behoefteraming wordt uitgevoerd om de behoefte aan bedrijven terreinen (en kantoren) in beeld te brengen. De resultaten worden in het 4e kwartaal van 2023 verwacht. Dit biedt inzicht in de behoefte per type en segmenten bedrijven terreinen richting 2030 en 2040 in de provincie Utrecht. In de nieuwe cyclus van regionaal programmeren kan bezien worden in hoeverre nieuwe locaties gefaciliteerd kunnen worden. Duidelijk is al dat er een forse aanvullende ruimtebehoefte op bedrijventerreinen uit deze raming naar voren komt. Op dit moment is er nog slechts beperkt ruimte voor bedrijvigheid op werklocaties binnen de provincie Utrecht. Met de verwachte aanvullende vraag die op de regio afkomt is er behoefte aan nieuwe ruimte. Voldoende ruimte op bedrijventerreinen is van belang voor een aantrekkelijk regionaal
56
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
en lokaal vestigingsklimaat, om schuifruimte in bestaand stedelijk gebied te realiseren en omdat bedrijventerreinen een cruciale rol spelen binnen verduurzamingsopgaven, zoals de transitie naar een circulaire economie. Ruimte op bedrijventerreinen is eveneens van belang om voldoende vestigingsmogelijkheden te bieden voor het MKB en stadsverzorgende bedrijven. De grote woningbouwopgave brengt namelijk ook een additionele behoefte aan werkfuncties met zich mee. Ook ander type vestigingslocaties zoals kantoor- en innovatielocaties zijn van belang als werk- en ontmoetingsplekken waar innovaties plaatsvinden en wordt gewerkt aan maatschappelijke transities. Zonder deze nieuwe ruimte kan niet worden voorzien in de toekomstige vraag; bedrijven die willen doorgroeien, worden beperkt en bedrijven die willen of moeten verplaatsen voor andere opgaven, vinden geen andere plek. Dit belemmert de voortgang van andere maatschappelijke opgaven zoals de woningbouwopgave en de verduurzamingsopgave, bijvoorbeeld doordat transformatie van werklocaties naar woningbouw of gemengde woon-werkgebieden geen doorgang kan vinden door een gebrek aan deze schuifruimte. Tegelijkertijd concurreert dit om de ruimte met de andere opgaven. Er zullen dus hiervoor keuzes moeten worden gemaakt in de komende periode.
Tenslotte geldt voor punten 1, 3 en 4 ook dat de twee centrale uitgangspunten uit paragraaf 3.2 van onze Omgevingsvisie provincie Utrecht, zoals opgenomen in de voorgaande tabel (beantwoording vragen voor energie in deze paragraaf) hier leidend zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat we gezien de schaarste aan ruimte alles op alles gaan zetten om van de bedrijventerreinen, bestaande en nieuwe, toekomstbestendige werklandschappen te maken met het realiseren van koppelkansen met energie, landschapsontwikkeling, klimaatadaptatie in gebouwen en openbare ruimte (‘mooi Nederland’) en waterrobuustheid. Bedrijventerreinen spelen namelijk een cruciale rol binnen verduurzamingsopgaven, omdat deze locaties de benodigde (milieu)ruimte kunnen bieden voor bijvoorbeeld de circulaire economie en de energietransitie. Deze transities vragen ruimte: enerzijds vragen de implementatie van verduurzamingsopgaven en transities bij gevestigde bedrijven om ruimte, anderzijds is er een toenemende ruimtevraag van bedrijven die zich hoofdzakelijk richten op deze verduurzaming/transities. Ad punt 2: In de provincie Utrecht zijn enkele energie-intensieve (cluster 6) bedrijven aanwezig, maar er zijn geen grootschalige concentratielocaties van energie-intensieve industrie. Op dit moment zijn er op bedrijventerreinen enkele grootschalige
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
56
bedrijfsvestigingen aanwezig, maar die vormen vanuit provinciaal perspectief geen specifiek cluster voor grootschalige bedrijfsvestigingen. Voor de toekomst zien wij geen mogelijkheden om grootschalige energie-intensieve bedrijven of grootschalige bedrijfsvestigingen te faciliteren. Dit vanwege de vele opgaven in onze provincie en het bestaande intensieve ruimtegebruik. Waar Omgevingsvisie provincie Utrecht, Kaart 11 – Vitale steden en dorpen. Deze kaart bevat het stedelijk gebied en het bestaand winkelgebied. De nieuw te realiseren locaties voor specifieke bedrijventerreinen staan in het Provinciaal Programma wonen en werken 2021 en het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023. De behoefteraming bedrijventerreinen biedt inzicht in de vraag naar bedrijventerreinen in de provincie Utrecht: Prognose bedrijventerreinen Provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl) Een nieuwe behoefteraming voor bedrijventerreinen en kantoren die in de maak is biedt inzicht in actuele behoeftecijfers voor vraag naar werklocaties en type werkmilieus. Wanneer De doelstelling van het kabinet is om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren, waarbij de halvering van het gebruik van de hoeveelheid primaire abiotische grondstoffen in 2030 als tussendoelstelling dient. Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.4.2, ambities: 2050: een duurzame en circulaire economie.
2040: behoud van het goede economische vestigingsklimaat. In 2040 beschikken we over een goed functionerende regionale economie met goed functionerende bedrijven en aanbod van werkgelegenheid die past bij de Utrechtse beroepsbevolking. Behoefteraming bedrijventerreinen 2019 heeft een scope t/m 2030 en 2040. De nieuwe behoefteraming hanteert dezelfde scope, maar biedt inzicht in geactualiseerde cijfers. Wie Samenwerking met regio’s, gemeenten en andere betrokkenen via regionale programmering wonen en werken. Samenwerking op landelijk niveau via GRIP.
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
Hoe De nieuwe provinciale behoefteraming bedrijventerreinen en kantoren (die in de maak is) zal op basis van macro-economische trends en ontwikkelingen inzicht bieden in actuele behoeftecijfers voor de vraag naar bedrijventerreinen en type werkmilieus. In de raming zal naast de sectorale ontwikkelingen aandacht worden besteed aan de benodigde ruimte voor verduurzaming (circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie, etc.). Door deze ontwikkelingen mee te nemen in de kwantitatieve prognose, kan dit vervolgens een plek krijgen in de kwalitatieve programmering. Daarbij is het voorstelbaar dat vanuit de verduurzaming een link gelegd wordt naar terreinen met een bepaalde milieucategorie. Ook zal de kwalitatieve behoefte inzichtelijk maken aan wat voor type bedrijventerreinen behoefte is en in welke regio`s de vraag vermoedelijk zal landen. Op basis van deze inzichten zullen in een nieuwe cyclus van regionaal programmeren, afwegingen worden gemaakt in hoeverre de behoefte gefaciliteerd kan/gaat worden en aan welke type terreinen/locaties/segmenten/profielen uitgifte van gronden kan plaatsvinden. Zoals in eerdere tekst aangegeven heeft de provincie geen ambities om grootschalige bedrijfsvestgingen te faciliteren, aangezien de ruimte binnen de provincie erg schaars is.
Wel ziet de provincie het als positief dat afstemming over grootschalige bedrijfsvestigingen provincie-overstijgend plaatsvindt.
Richtinggevende uitspraken voor het regionale systeem van netwerken en clusters Vraag Startpakket Uitwerking geven aan een robuust regionaal systeem voor (circulaire) economie en energie, mogelijk in verschillende varianten, waar bovenstaande kaders en afwegingen onderdeel van zijn. In deze uitwerking moet de samenhang met de nationale hoofd structuur en andere opgaven meegenomen worden. Toelichting Startpakket 1. Voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen rondom verstedelijking, mobiliteit, economische activiteiten en de opwekking en opslag van duurzame energie is een robuuste regionale energiestructuur nodig (voor opslag en transport). Dat betreft het opslaan en transporteren van elektriciteit, gassen (waterstof en groen gas) en
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 57
57
warmte (in regionale of lokale warmtenetten). Provincies stellen in afstemming met gemeenten en netbeheerders een Provinciaal Meerjarenprogramma infrastructuur, Energie en Klimaat (P-MIEK) op voor de programmering van regionale energieinfrastructuur voor de middellange en langere termijn. Keuzes en afspraken uit het PEH worden hierin meegenomen. Onderdeel van dit P-MIEK is de borging van de energie-infrastructuurafspraken in het omgevingsbeleid van provincies en gemeenten. In het voorjaar van 2023 wordt in iedere provincie een eerste P-MIEK opgeleverd. 2. Er is een samenhangende uitwerking van het energiesysteem op provinciaal niveau, van opwekking, flexibilisering, energiehubs en transport tot verbruik nodig. Pas dan kan de wederkerigheid tussen het energiesysteem en de ruimtelijke ontwikkelingen gewaarborgd worden. Enerzijds moet er bij ruimtelijke ontwikkelingen op de korte en lange termijn rekening worden gehouden met het energiesysteem. Anderzijds moeten deze ruimtelijke ontwikkelingen doorwerken in de uitbreidingsinvesteringen in het energiesysteem. Door vraag en aanbod van energie zoveel mogelijk bij elkaar te realiseren beperken we de ruimtevraag. We moeten een robuust en flexibel systeem ontwikkelen met ruimte voor aanpassingen op een later moment, op zowel regionale als nationale schaal.
Dat kan onder andere door ruimte te reserveren nabij hoogspanningsstations (150kV en hoger) voor toekomstige flexibiliteitsopties in het energiesysteem (zoals kleinere batterijen en elektrolysers). 3. Verspreid over het land is ruimte nodig voor versterking en verduurzaming van de energie-intensieve bedrijven (het ‘zesde cluster’). Er is specifiek ruimte nodig voor maatregelen voor de verduurzaming van het productieproces. Het Programma Werklocaties zet in op het borgen van voldoende, kwalitatief goede ruimte voor bedrijvigheid, waaronder de energie-intensieve bedrijven. 4. Het regionale energiesysteem moet in goede afweging met het water- en bodemsysteem worden vormgegeven, zodat functies zoals bodemenergie, grondwatervoorraden en waterkwaliteit elkaar niet negatief beïnvloeden. Koelwaterlozingen, de aanleg van kabels en leidingen in de ondergrond of verharding van de ondergrond hebben namelijk allemaal impact op het water- en bodemsysteem. Dat geldt zeker ook voor een aantal nieuwe opgaven voor het energiesysteem. Voor de opslag van waterstof en warmte in de ondergrond en nieuwe ondergrondse infrastructuur moeten de randvoorwaarden met betrekking tot de vitaliteit van de bodem en de ondergrond in acht worden genomen. Want het
58
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
doel is een zorgvuldig geordende, optimaal benutte ondergrond, waar functies, zoals bodemenergie en grondwatervoorraden, elkaar niet negatief beïnvloeden. 5. Omdat de ondergrond intensiever benut zal worden, zullen gebruikers vaker archeologische vondsten en oude verontreinigingen tegenkomen. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden mogelijkheden om bestaande verontreinigingen op een logisch moment aan te pakken. Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk om de beschikbare kennis en informatie over het gebruik van de bodem en ondergrond gestructureerd te ontsluiten en de regie op de ondergrond te versterken. 6. Het is voor een robuust systeem ook van belang om in te zetten op verbetering van de luchtkwaliteit en vermindering van hinder door geluid, geur en licht, en beheersing van externe veiligheidsrisico’s. Daarbij is de ambitie van het kabinet een nieuw energiesysteem dat minstens even veilig en gezond is als het huidige. Antwoord Wat Voor een robuust regionaal en nationaal systeem voor (circulaire) economie en energie is, naast aandacht voor alle onder 1 t/m 6 benoemde aspecten, ook aandacht nodig voor het functioneren van het systeem als geheel. Dit betekent dat ontwikkelingen op ten opzichte van elkaar logische locaties vorm worden gegeven, waarbij de invloed op de leefomgeving zoveel als mogelijk beperkt wordt.
Dit vraagt om scherpe keuzes en flexibiliteit op alle overheidsniveaus, zodat het systeem ook als een geheel kan functioneren. Hierbij is ook aandacht nodig voor de ontwikkeling naar een circulaire samenleving met ook circulaire bedrijven en circulaire hubs. Zie hiervoor de Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050 van de provincie Utrecht en het Rijkprogramma Nederland Circulair 2050. De impact van circulariteit op de ruimte resulteert zowel in ruimtevraag als ruimtebesparing. Wat het netto oplevert is nog onbekend, maar het PBL verwacht in haar Ruimtelijke Verkenning 2023 dat circulaire economie onder de streep in 2050 ruimte oplevert in plaats van kost, omdat het in principe draait om reductie van materiaal verbruik en radicaal ander grondstoffengebruik. Dit heeft impact op bijvoorbeeld logistiek, op- en overslagpunten in clusters en hubs, bedrijventerreinen, de woningbouwopgave, natuurbeheer, (kringloop)landbouw, voedselproductie, energietransitie, mobiliteit, milieustraten, parkeerterreinen, bodem- en watersystemen, etc. Op veel vragen rondom de circulaire economie is nog geen antwoord te formuleren. In deze fase van de transitie is het belangrijk om onderzoeken te (laten) doen, te leren van de ervaring
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
58
van anderen en te experimenteren met circulariteit in verschillende (gebieds)processen. Wij zetten ons hiervoor in en vragen het Rijk dit eveneens te doen. Voor de zes specifiek benoemde punten kan het volgende meegegeven worden: 1. In juli 2023 is het P-MIEK 1.0 vastgesteld door College van GS van de Provincie Utrecht. Momenteel wordt gewerkt aan de startnotitie van de P-MIEK 2.0, die door het college van GS eind 2023 zal worden vastgesteld.. Zie ook de andere beantwoording in dit hoofdstuk. We hebben op de korte termijn de focus op elektriciteit; in 2024 stellen we een energievisie op, zodat de P-MIEK 2025 daar op kan voortbouwen. 2. Er is overleg met Tennet over de locaties waar toekomstige uitbreidingen nodig zijn om de gewenste ontwikkelingen in de provincie Utrecht te faciliteren. Daarnaast wordt er gewerkt aan een energietoets bij ontwikkelingen, op te nemen in de Omgevingsverordening. 3. In de provincie Utrecht zijn enkele energie-intensieve (cluster 6) bedrijven aanwezig, maar er zijn geen grootschalige concentratielocaties van energie-intensieve industrie. In de provinciale behoefteraming voor bedrijventerreinen (die momenteel wordt opgesteld) wordt wel in beeld gebracht wat verduurzamingsopgaven aan ruimte op bedrijventerreinen vragen. 4. Een deel hiervan pakken we op via ons Bodem- en waterprogramma.
Als provincie hebben wij geen beleid voor kabels en leidingen en verhard oppervlakte. Dit zijn onderwerpen die grotendeels aan de gemeenten zijn. 5. Ook dit pakken we op via ons Bodem- en waterprogramma en daarnaast via ons Cultuur- en Erfgoedprogramma. Als provincie staan wij voor een verantwoorde omgang met archeologische resten. We hebben ook aandacht voor de uitvoeringspraktijk, bijvoorbeeld via een ‘Instructiekaart Archeologie bij Graafwerkzaamheden’. Ook hebben wij een bestaande aanpak voor bodemverontreinigingen via onder andere ons Provinciaal Uitvoeringsprogramma Bodem. Al onze bodeminformatie is ontsloten in het bodeminformatiesysteem. 6. In onze Omgevingsvisie staat als ambitie voor 2040: we streven er naar toename van risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen te beperken. Dit betekent bijvoorbeeld dat we ervan uitgaan dat vervoer van gevaarlijke stoffen buiten de stedelijke kernen om plaats moet vinden. Ook moet er rekening worden gehouden met cumulatie van geluid en cumulatie van risico’s. Bij geluid is het daarbij belangrijk dat, als er geen andere maatregelen mogelijk zijn om geluid in de buitenruimte
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
te verminderen,het in ieder geval mogelijk is om één stille zijde te realiseren bij woningen. Zie verder ook de informatie in de voorgaande tabellen. Daarnaast geven we in de Omgevingsvisie in paragraaf 4.1 aan: Een gezonde en veilige leefomgeving is belangrijk voor iedereen, nu en in de toekomst. De beperkte ruimte in onze provincie wordt intensief gebruikt. Veel ruimtevragende functies blijven groeien en er komen nieuwe ruimtevragers bij. Inrichting en gebruik van de leefomgeving hebben invloed op gezondheid. Toenemende drukte kan tot gezondheidseffecten leiden. Het beschermen en bevorderen van gezondheid is ons doel bij al ons beleid en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving in 2050: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspanningsen ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. Ook zetten wij ons in voor het beperken van risico’s door straling, geur en licht. Waar Dit speelt in de gehele provincie. Wanneer Deze richtinggevende uitspraken zijn van toepassing voor de gehele periode die we met dit ruimtelijk voorstel in beeld brengen, dus vanaf nu tot en met 2050, met een doorkijk naar 2100. Wie Samenwerking met gemeenten, waterschappen, uitvoeringsdiensten en drinkwaterbedrijven. Hoe Op diverse manieren. Veel is hiervoor al benoemd.
Aanvullend daarop: Vanuit de provincie wordt gekeken in hoeverre sturing mogelijk is door bij uitgifte van bedrijventerreinen criteria mee te geven over intensief en duurzaam ruimtegebruik. Daarnaast is nieuwe ruimte voor werklocaties cruciaal om de benodigde schuifruimte te creëren, zodat de provinciale intensiveringsambities nagejaagd kunnen worden. Daarbij zal gemeentegrens overstijgend gekeken moeten worden naar mogelijkheden voor regionale bedrijventerreinen, waarvan Gaasperwaard 3 in Vijfheerenlanden een voorbeeld is.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 59
59
We zoeken aansluiting bij het nog op te stellen landelijk programma bodem en ondergrond. Met betrekking tot ordening in de ondergrond is het zoeken naar een balans tussen bescherming strategische grondwatervoorraden (voor toekomstige drinkwatervoorziening) en gebruik ondergrond voor energietransitie. Door participatie in onderzoeksprojecten krijgen we meer inzicht in kansen voor meervoudig ondergronds ruimtegebruik. Dit benutten wij voor beleidsontwikkeling op dit punt.
Richtinggevende uitspraken voor het nationale systeem van netwerken en clusters Vraag Startpakket Aangeven waar kansen en knelpunten ontstaan op basis van de eerste richtingen voor de ontwikkeling van het nationale systeem voor energie en (circulaire) economie, zodat dit kan worden meegewogen in de keuzes in de nationale programma’s. Specifiek wordt aandacht gevraagd voor: 1. Bestaande nationale aanwijzingen en reserveringen voor nationale energie-infrastructuur; 2. Potentiële aanvullende ruimteclaims in de omgeving van hoogspanningsstations voor opslag, flexibilisering, conversie en piekcentrales. 3. Ruimte die nodig is voor onder andere de clustering van opslag en conversie in de vijf nationale industrieclusters, het ‘zesde cluster’ en grootschalige bedrijfsvestigingen; 4. De verbinding tussen regionale en nationale netwerken; 5. Vraagstukken ten aanzien van de leefomgeving, zoals milieu, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit. Toelichting Startpakket 1. Omdat het nog niet bekend is hoe de energiemix en energievraag er na 2030 uit zal komen te zien, wordt er in het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) rekening gehouden met verschillende toekomstscenario’s. Een belangrijke opgave die voortkomt uit het PEH is aandacht voor clustering van energiefuncties (grootschalige batterijen, elektrolyse en regelbaar vermogen).
60
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
2. Voor nieuwe verbindingen op het gebied van energie heeft bundeling met bestaande infrastructuur de voorkeur. De bestaande reserveringen van grote energiecentrales kunnen van pas komen bij de invulling van opslag, conversie en regelbaar vermogen en moeten daarom behouden blijven. 3. Voor de circulaire economie is langs corridors, in de industriële clusters en mainports ruimte nodig voor het vervoeren, opslaan en recyclen van grondstoffen. Zeker in de transitiefase is hier extra ruimte voor nodig. Onzeker is nog de precieze betekenis van de transitie naar een circulaire economie, en breder de economie van de toekomst. Veel is nog onbekend in de energie- en grondstoffentransitie. Om de stap naar een weerbare, circulaire economie te kunnen maken, moeten we zorgen dat concrete keuzes ruimte laten voor toekomstige ontwikkelingen. De ministeries van IenW en BZK gaan in samenwerking met andere departementen onderzoek doen om beter inzicht te krijgen in de ruimtelijke effecten van de circulaire economie. 4. Ruimte voor grootschalige bedrijfsvestigingen, waaronder logistiek, is belangrijk voor een concurrerende economie. Er zijn kansen voor het versterken van de huidige bedrijventerreinen voor grootschalige bedrijfsvestigingen en het kwalitatief ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen voor grootschalige bedrijfsvestigingen.
Voor vestiging van grootschalige bedrijven is clustering van belang om de ruimtelijke impact te beperken en economische vitaliteit te bevorderen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor mobiliteit, de beschikbaarheid van voldoende arbeid en de belasting van netwerken bij grootschalige bedrijfsvestigingen. Vanuit het belang voor een kwalitatieve ontwikkeling horen daar ook multifunctioneel ruimtegebruik en een goede inpassing bij. Om de beschikbaarheid van kwalitatief goede ruimte te waarborgen werken Rijk en provincie aan de ontwikkeling van een gezamenlijk afweegkader voor grootschalige bedrijfsvestigingen. Naar verwachting worden er in het eerste kwartaal van 2023 bestuurlijke afspraken over het afweegkader gemaakt. Onderdeel van die afspraken is dat provincies de onderlinge samenwerking opzoeken om de provincieoverstijgende samenhang van locaties te borgen. 5. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met andere vraagstukken ten aanzien van de leefomgeving, zoals natuur, milieu, gezondheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit en moeten we ervoor zorgen dat water en bodem sturend worden bij de ruimtelijke inrichting.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
60
Wat, waar, wanneer, wie en hoe In algemene zin willen we voor het nationale systeem voor energie en (circulaire) economie meegeven dat het Rijk in het Startpakket nauwelijks de relatie legt tussen de grondstoffentransitie (circulaire economie) en de energietransitie. Dit terwijl deze transities nauw met elkaar samenhangen. (Zie bijvoorbeeld Verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart (ser.nl)). We geven graag drie punten mee: In de eerste plaats is er voor de winning, verwerking, gebruik, transport en afvalfase van grondstoffen veel energie nodig. Minder grondstoffengebruik leidt dus tot (substantieel) minder energiegebruik. Dit moet in samenhang worden beschouwd. In de tweede plaats is bekend dat de leveringszekerheid van grondstoffen, in het bijzonder kritieke metalen die nodig zijn voor duurzame opwek van wind- en zonneenergie, sterk onder druk staat. Dit doordat deze grondstoffen in slechts een beperkt aantal landen gewonnen kan worden, en mondiale geopolitieke verhoudingen steeds scherper komen te staan. In de derde plaats moeten grondstoffen volgens de cascaderingsprincipe van de circulaire economie zo hoogwaardig mogelijk ingezet worden. Dit betekent dat biogrondstoffen/ biomassa in principe niet worden verbrand voor energieopwek, maar een andere toepassing krijgen.
Dit biedt kansen voor de landbouwtransitie, maar kan ook op gespannen voet staan met de energietransitie. Zie voor meer informatie ook Biobased (ver)bouwen | Projecten | College van Rijksadviseurs. Aangaande punt 1: ten tijde van het opstellen van de P-MIEK 1.0 was er nog geen PEH of NPE. Eerste versies van deze toekomstbeelden zijn in de zomer van 2023 gepubliceerd en zullen meegenomen worden bij het opstellen van het P-MIEK 2.0. Wel valt gelijk op dat de ruimtelijke reserveringen uit het PEH relatief weinig invloed hebben op Utrecht. Aanlanding Wind op Zee, grootschalige batterijopslag, infrastructuur voor een van de geografische clusters, elektrolysers, etc. Ze zijn allemaal niet voorzien voor de Provincie Utrecht. Belangrijkste reservering om rekening mee te houden is dat de huidige gascentrale op Lage Weide voorzien is als duurzame opweklocatie voor regelbaar vermogen (waterstofcentrale). Daarvoor zal ook een aftakking van de waterstofbackbone nodig zijn, maar hiervoor kan naar verwachting het bestaande aardgasnetwerk gebruikt worden. Zie verder de beantwoording hiervoor. De informatie daar heeft ook hierop betrekking.
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
Kansen en knelpunten bij Perspectief 2 Vraag Startpakket Knelpunt (lange termijn): Goede afweging voor de uitbreiding van nationale energienetwerken en versterking van nationale energie- en mobiliteitsnetwerken in relatie tot Water en Bodem Sturend. Het Rijk werkt aan deze opgaven in diverse programma’s, zoals de herijking van de Deltabeslissingen, het Programma Energiehoofdstructuur en de mobiliteitsvisie. Het Rijk is aan zet voor keuzes voordat de provincie er uitwerking en uitvoering aan kan geven. Vraag: Waar mogelijk nu al provincie-specifiek laten zien waar potentiële kansen en knelpunten liggen in relatie tot het water- en bodemsysteem. Toelichting Startpakket 1. Het grootste deel van de mobiliteitsnetwerken, en ook een deel van de energienetwerken liggen er al. Deze netwerken vragen om aanpassing, versterking, goed beheer en onderhoud. Hierbij is het van belang om te bezien of ze gevoelig zijn voor de effecten van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging. 2. Voor goederenvervoer over water is de vraag of er in perioden van droogte voldoende water in de rivieren en kanalen aanwezig is om goederenvervoer het jaar rond door te laten gaan. Mogelijk moet er in dergelijke gevallen via weg of spoor een alternatief gerealiseerd worden. 3. Ook de industrie en grootschalige bedrijventerreinen zijn afhankelijk van het wateren bodemsysteem.
Kernenergie, datacenters en het omzetten van elektriciteit naar waterstof zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende koelwater of zoet water. Daarmee zijn enerzijds de beschikbaarheid van water en anderzijds de effecten op het water dus medebepalend voor locatiekeuzes en/of bedrijfsvoering. Antwoord Wat Dit onderwerp vraagt meer tijd om uit te werken. In deze eerste versie van de beantwoording van de vragen uit het Startpakket kan nog geen stand van zaken weergegeven worden. Ten aanzien van punt 3 kan aangegeven worden dat door het indien nodig opstellen van grondwateronttrekkingplafond inzichtelijk wordt waar, hoeveel grondwater voor welke functie beschikbaar is. Dit gaan we vanaf dit jaar samen met diverse partners verder onderzoeken. Aanvullend heeft drinkwaterbedrijf Vitens beleid ontwikkeld voor aansluiten van nieuwe zakelijke klanten. Uitgangspunt van Vitens is
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 61
61
dat enkele klanten met een vraag voor hoogwaardig drinkwater een aansluiting kunnen krijgen, mits voldoende ruimte is. Waar Gehele provincie. Wanneer Deze kansen en knelpunten zijn van toepassing voor de gehele periode die we met dit ruimtelijk voorstel in beeld brengen, dus vanaf nu tot en met 2050, met een doorkijk naar 2100. Wie Samenwerking met diverse partijen, zoals Rijk, regio’s gemeenten, waterpartners, etc. Hoe Dit onderwerp vraagt meer tijd om uit te werken.
62
veiligheidszones voor verschillende typen netwerken en andere ruimteclaims zoals natuurnetwerken of woningbouwlocaties. Ook als het wel kan, ontstaan er brede zones waar restricties gelden ten aanzien van ruimtegebruik en ontwikkeling (onder andere voor wonen en oefengebieden van Defensie). Daarnaast is er veel ruimte nodig voor maatregelen die het energiesysteem flexibeler maken om vraag en aanbod van energie bij elkaar te brengen: grootschalige batterijen, elektrolyse en regelbaar vermogen voor het nationale systeem met name in de haven- en industrieclusters waar ook de windenergie van zee aan land komt. Hiervoor is ook ruimte nodig, op plekken waar de ruimte al schaars is en waar ook ruimte nodig is voor o.a. de verduurzaming van de clusters en de transitie naar circulaire economie. Antwoord Wat Deels volgt dit uit de voorgaande beantwoording. Deze samenkomst van verschillende opgaven vraagt wel meer tijd om uit te werken. In deze eerste versie van de beantwoording van de vragen uit het Startpakket kan nog geen stand van zaken weergegeven worden.
Vraag Startpakket Knelpunt: Grote ruimtelijke impact van infrastructuur voor energienetwerken. Vraag: Bij de uitwerking van de opgaven rekening houden met deze ruimtelijke ontwikkelingen die nu zijn voorzien, en de kansen en knelpunten daarbij te signaleren. En dit in samenhang te bezien met de door hen op te stellen Provinciale MIEK’s (Meerjaren Investeringsprogramma Energie en Klimaat) en de ontwikkelperspectieven voor de haven- en industrieclusters.
Waar Gehele provincie.
Toelichting Startpakket De noodzakelijke nieuwe verbindingen voor energie hebben een grote impact op de ruimte. Het gaat om verbindingen boven de grond (hoogspanningsleidingen voor wisselstroom) en onder de grond (buisleidingen en hoogspanningsleidingen voor gelijkstroom). Deze nieuwe verbindingen lopen door verschillende provincies en door de bestaande ruimtelijke structuren. Vanwege de veiligheidszones rond deze netwerken hebben ze een grote ruimtelijke impact: in de lucht, op de grond én onder de grond. De ambitie is deze zoveel mogelijk te bundelen. Dit kan niet altijd vanwege
Wie Samenwerking met diverse partijen, zoals Rijk, regio’s gemeenten, waterpartners, etc.
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
Wanneer Deze kansen en knelpunten zijn van toepassing voor de gehele periode die we met dit ruimtelijk voorstel in beeld brengen, dus vanaf nu tot en met 2050, met een doorkijk naar 2100.
Hoe Dit onderwerp vraagt meer tijd om uit te werken.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
62
Aanvullende elementen d.d. 6 maart 2023 Aanvulling Bestuurlijke afspraken GRIP: Eind december 2022 is er een Kamerbrief gestuurd over de voortgang landelijke beleidslijn Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen (overheid.nl). In deze brief is aangekondigd om samen met provincies in het eerste kwartaal van 2023 met een landelijke beleidslijn voor grootschalige bedrijfsvestigingen en daaruit afgeleid een formulering voor een afwegingskader. De beleidslijn beoogt voldoende geschikte ruimte met kwaliteit te reserveren voor nieuwe terreinen voor grootschalige bedrijfsvestigingen en tegelijk zorgvuldig om te gaan met bestaande ruimte. In de kern draagt deze beleidslijn bij aan: – Een duurzaam en economisch verantwoord vestigingsbeleid voor grote bedrijfsvestigingen dat bijdraagt aan een krachtige economie. – Zorgvuldig ruimtegebruik, in balans met andere ruimtelijke opgaven zoals wonen, mobiliteit, energietransitie, water en bodem, en zorgvuldige landschappelijke inpassing gericht op behoud en versterking van landschappelijke identiteit en erfgoedwaarde. Op 8 maart 2023 zijn de contouren van de beleidslijn besproken in het BO GRIP. Eind 2023 zullen de contouren van de landelijke beleidslijn definitief worden vastgesteld. Belangrijke bouwstenen voor de gezamenlijke landelijke beleidslijn zijn de producten van de actielijnen GRIP (o.a.
handreiking regionale meerwaarde en handreiking en toolkit hergebruik grootschalige bedrijfsvestigingen) en het aanvullende provinciaal aanbod. Onderdeel van de landelijke beleidslijn en het bijbehorende afwegingkader is de afspraak dat provincies ‘ruimte voor grootschalige bedrijfsvestigingen’ een plek bieden in het provinciale puzzelproces. In dat provinciale puzzelproces volgen zoekgebieden voor eventuele nieuwe uitbreidingen. Op basis van de voorstellen van de provincies kunnen dan als onderdeel van de provinciale arrangementen afspraken gemaakt worden over nieuwe zoekgebieden voor grootschalige bedrijfsvestigingen, die we periodiek herijken (4 jaar). Reactie De beantwoording hiervoor adresseert de in deze aanvulling weergegeven onderdelen al voldoende voor dit moment.
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
Aanvulling Programma Energiehoofdstructuur voorzien mei 2023 Op 23 december is de kamerbrief over de hoofdlijnen van het Programma Energiehoofdstructuur aan de Tweede Kamer gestuurd. In lijn met deze brief is EZK samen met BZK op dit moment het PEH verder inhoudelijk aan het uitwerken. De tussenstand zal in maart/april met de provincies worden besproken in aparte regiosessies. Oplevering van het nationaal Plan Energiesysteem is voorzien in mei 2023. Planning is nog steeds om het PEH voor de zomer (medio juli) vast te stellen. Parallel stellen provincies in afstemming met gemeenten en netbeheerders een Provinciaal MIEK (Meerjaren Investeringsprogramma Energie en Klimaat) op voor de programmering van regionale energie-infrastructuur voor de middellange en langere termijn. Keuzes en afspraken uit het PEH worden hierin meegenomen. Onderdeel van dit PMIEK is de borging van de energie-infrastructuur afspraken in het omgevingsbeleid van provincies en gemeenten. Reactie Wat betreft de laatste bullet: De provincie Utrecht stelt een eerste versie op van het p-MIEK waarin regionale uitdagingen worden benoemd voor de energie-infrastructuur die door de netbeheerders kunnen worden meegenomen en vertaald naar toekomstige investeringsplannen.
Daarnaast vindt een (dubbel) check plaats op de huidige investeringsplannen of daarmee in de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen (met elektriciteitsvraag) wordt voorzien. Tot slot zijn 5 prioritaire projecten benoemd in het p-MIEK waar de provincie met voorrang aandacht aan zal geven in het versnellen van de ruimtelijke procedures (Bijv. BG rol Kortrijk-Breukelen en locatiekeuze voor UtrechtNoord en Amersfoort-Noord). Het gaat om 380/150 kV stations van Tennet/Stedin. Het eerste p-MIEK bevat vanwege de korte doorlooptijd en de lopende coalitieonderhandelingen nog geen volwaardige visie op het energiesysteem/-infrastructuur en werkt voorlopig met het landelijke afwegingskader uit de handreiking p-MIEK. Voor een volgend p-MIEK zal wel een volwaardig visietraject worden doorlopen en de handreiking waar nodig meer specifiek worden toegesneden op de provincie Utrecht.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 63
63
Provincie Utrecht heeft conform afspraak IPO/Rijk een eerste tussenproduct opgeleverd op 31 maart 2023. Op 4 juli 2023 zal het eerste p-MIEK van de provincie Utrecht worden vastgesteld door het College van GS. Voor deze taak hebben we in de provincie Utrecht, in lijn met het advies van Ben Voorhorst in het Landelijk actieprogramma netcongestie (LAN), een energy Board provincie Utrecht opgericht met deelname van de provincie Utrecht, Tennet, Stedin, regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley en gemeenten Utrecht en Amersfoort. Via de Energy Board vindt sturing plaats op het p-MIEK, maar ook op het versnellen van de realisatie van netinfrastructuur en het gesprek over meer korte termijn oplossingen voor bedrijventerreinen (E-hubs) en woningbouwlocaties. Daarnaast is het ook het overleg voor actualiteiten en lobby.
Perspectief voor Leefbare steden en regio’s Dit perspectief gaat over de ontwikkeling van onze stedelijke regio’s. Nederland wordt gekenmerkt door een krachtig en samenhangend stedelijk systeem: het stedelijk netwerk Nederland. Dit netwerk van goed bereikbare en compacte steden met een sterke economie en hoge leefkwaliteit is internationaal uniek. Het maakt dat wonen, werken en voorzieningen in heel Nederland altijd relatief nabij zijn. Bovendien worden de steden omgeven door landelijk gebied met een rijk palet aan natuurgebieden en (cultuurhistorisch) waardevolle landschappen.
Concrete doelen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen Vraag Startpakket Toekomstbestendig ruimtelijk invulling geven aan nieuwe stedelijke ontwikkeling (woningen en werklocaties) tot en met 2030 met aandacht voor: water en bodem sturend, natuurinclusieve ontwikkeling, energietransitie, bereikbaarheid, groen in en om de stad, erfgoed en gezonde leefomgeving. Toelichting Startpakket Op 13 oktober 2022 hebben alle twaalf provincies provinciale woningbouwafspraken gemaakt met het Rijk. Deze afspraken tellen op tot de bouw van ruim 900.000 nieuwe woningen voor de periode 2022 tot en met 2030. Twee op de drie nieuwe woningen vallen in de categorie betaalbaar. Vanaf december 2022 worden deze afspraken vertaald in regionale woondeals. Een deel van de ruimte voor bedrijventerreinen tot en met 2030, is ruimte voor bedrijventerreinen en campussen in de stedelijke context. Per provincie is de kwalitatieve verdeling maatwerk, gekoppeld aan de specifieke kenmerken. In de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving van juni 2022 en de Bestuurlijke Overleggen MIRT van november 2022 zijn door het Rijk en regionale partijen versnellingsafspraken woningbouw en mobiliteit gemaakt. Ook zijn afspraken gemaakt over de ontsluiting van de zeventien grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties.
64
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
64
Antwoord Wat Op 13 oktober 2022 hebben de provincie Utrecht en het Rijk (ministerie van BZK) onder randvoorwaarden afspraken gemaakt voor de toevoeging van 83.500 nieuwe woningen in de periode van 2022 tot en met 2030. In de provincie Utrecht wordt ernaar gestreefd dat vanaf 2025 tenminste 2/3 (66%) van de woningen op regionaal niveau in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. Deze afspraken zijn vertaald in drie Woondeals 2022 – 2030: Regio U10 (ondertekend op 13 maart 2023), Regio Amersfoort (ondertekend op 13 maart 2023) en Regio Foodvalley (ondertekend op 8 maart 2023). Met deze drie regionale Woondeals wordt de realisatie beoogd van in totaal 84.451 woningen in de Utrechtse gemeenten, mits wordt voldaan aan de gestelde randvoorwaarden. Dit aantal is ook voorzien in het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 (Ontwerp PPWW 2023). Hierin zijn aantallen en locaties afgesproken per gemeente met een flinke overprogrammering, om rekening te houden met planuitval. Voor de Utrechtse economie zijn ICT, zakelijke en financiële diensten, zorg en life sciences belangrijke sectoren. Deze sectoren laten zich over het algemeen goed mengen met andere functies. Daarom zetten wij voor ‘mengbare’ sectoren/ bedrijven in op het creëren van goed bereikbare stedelijke locaties met een goed voorzieningenaanbod.
We zijn selectief met het bieden van ruimte voor nieuwe, nog niet geplande, bedrijventerreinen. Via een terugkerende cyclus van regionaal programmeren wonen en werken kijken wij waar mogelijk aanvullende ruimte (uitbreidings- of vervangingsvraag) nodig is. Vanwege de schaarse ruimte in de provincie Utrecht zetten wij zoveel mogelijk in op herstructurering, revitalisering en eventuele herprofilering van en efficiënter ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen in stedelijk gebied (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.4 Vitale steden en dorpen). Er blijft echter ook behoefte aan nieuwe ruimte voor bedrijventerreinen. Zonder deze nieuwe ruimte kan niet worden voorzien in de toekomstige uitbreidings- en vervangingsvraag; bedrijven die willen doorgroeien, worden beperkt en bedrijven die willen of moeten verplaatsen voor andere opgaven, vinden geen andere plek. Dit belemmert de voortgang van andere maatschappelijke opgaven zoals de woningbouwopgave en de verduurzamingsopgave, bijvoorbeeld doordat transformatie van werklocaties naar woningbouw of gemengde woonwerkgebieden geen doorgang kan vinden door een gebrek aan deze schuifruimte.
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
Wij kiezen er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen, werken en voorzieningen op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke (en binnendorpse) ontwikkeling. En met aandacht voor klimaatadaptatie, energietransitie, bereikbaarheid, Groen Groeit Mee, gezondheid en inclusiviteit (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.4 Vitale steden en dorpen). Bij het inrichten van onze woon-, werk- en leefgebieden: – Constateren wij dat de huidige milieukwaliteit in grote delen van de provincie Utrecht (nog) onvoldoende is om aan onze ambities voor een gezonde en veilige leefomgeving te voldoen. Stilte/rust staan onder druk. Wij zetten in op verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van hinder door geluid, geur en licht en geen toename van externe veiligheidsrisico’s. We vragen aandacht (bij gemeenten, ontwikkelaars en corporaties) voor het zo min mogelijk bouwen op ongezonde locaties met speciale aandacht voor de locatiekeuze van sociale huurwoningen. Ook maken we ons sterk voor genoeg groene, rustige gebieden in de nabijheid van de stad om te ontspannen. Eveneens stimuleren wij dat woon-, werk- en leefgebieden zo worden ingericht dat deze uitnodigen tot wandelen en fietsen en daarmee tot gezond gedrag.
Verder versterken we stad/land verbindingen en investeren in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1 Stad en land gezond). – Gaan we uit van een klimaatadaptieve (groenblauwe) ontwikkeling om toekomstige extra investeringen en overlast door verandering van het klimaat te voorkomen. Hiervoor zullen we gemeenten faciliteren (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2 Klimaatbestendig en waterrobuust). – Stimuleren wij energiebesparing. We streven ernaar om elektriciteit en warmte te halen uit duurzame energiebronnen als wind, zon, bodem en water (Omgevings visie provincie Utrecht, paragraaf 4.3 Duurzame energie). – Zetten wij in op knooppuntontwikkeling (zoals bij de Metropool- en Regiopoorten in de regio’s U10 en Amersfoort; zie verder de antwoorden op de vragen over richting gevende uitspraken voor de ontwikkeling van het stedelijk netwerk Nederland) om de overstap tussen vervoerwijzen mogelijk te maken en het OV- en fietsgebruik te stimuleren. Al dan niet in combinatie met nieuwe parkeervoorzieningen (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.5 Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar).
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 65
65
– Beschermen en benutten wij landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Ook verzilveren wij de kwaliteiten van waterlinies en limes via onder andere de uitzonderlijke universele waarden van UNESCO Werelderfgoederen Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes (Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.6 Levend landschap, erfgoed en cultuur). Waar Omgevingsvisie provincie Utrecht, Kaart 11 Vitale steden en dorpen. Gehele stedelijk gebied. In het Ontwerp PPWW 2023 en in de regionale Woondeals staat het beoogde woningbouwprogramma per gemeente. In het Ontwerp PPWW 2023 is daarbij onderscheid gemaakt in binnenstedelijk en uitleg. In de regionale Woondeals zijn belangrijke projecten genoemd. Opgemerkt wordt dat er meer binnenstedelijke locaties zijn. In het Ontwerp PPWW 2023 zijn de uitleglocaties afzonderlijk opgenomen. De aantallen en locaties zijn afgesproken met een flinke overprogrammering, om rekening te houden met planuitval.
Woondeal Regio U10 – Kaart 2: Overzicht van belangrijke projecten in de regio: – Bunnik: Kersenweide, Stationsomgeving; – De Bilt: Schapenweide, Spoorzone; – De Ronde Venen: Vinkeveen – Centrumplan, Abcoude – Bongronden, Mijdrecht – De Meijert, Mijdrecht – Het Oosterland, Wilnis – De Maricken fase 2, Argon, Amstelhoek, Hofland, Voorbij; – Houten: Centrum/Molenzoom/Koppeling, Grote Driehoek Eiland van Schalkwijk, Motie Blijven bouwen (7 locaties); – IJsselstein: Paardenveld Noord, Europakwartier, Clinckhoeff, Randdijk, Lage Biezen, Podium; – Lopik: Lopikerkapel, Cabauw), Montfoort (De Bleek, fase 1); – Nieuwegein: City, Rijnhuizen, Blokhoeve (Blok West en Edge 2; – Oudewater: Schylenburcht, St. Janstraat, Westerwal; – Stichtse Vecht: Ruimtekwartier, Zuilense Vecht, Sportparkweg 1 Maarssen; – Utrecht: Cartesius e.o., Groot Merwede, Oost, Overvecht, 200 plus locaties, Belastingkantoor, Brennerbaan, Haarrijn, Het Zand, Kruisvaartkade, Leeuwesteyn, Leidsche Rijn Centrum, Nieuw Buurland, Ravellaan Noord, Rijnvliet, Thomas a Kempisplantsoen;
66
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
– Utrechtse Heuvelrug: Sparrenheide/Nassau Odijkhof; – Vijfheerenlanden: Leerdam, Broekgraaf (incl. Broekgraaf Noord, Hoef en Haag; – Wijk bij Duurstede: De Geer III; – Woerden: Middelland, Snellerpoort, Stationsgebied; – Zeist: WA-Hoeve, Eikenstein, Vliegbasis Soesterberg, Stationsgebied Zeist/ Driebergen, Sortie. Woondeal Regio Amersfoort – Overzichtskaart belangrijke locaties Regio Amersfoort: – Amersfoort: Spoorzone (Langs Eem en Spoor en Hoefkwartier) en A1-zone (Vathorst Bovenduist), diverse projecten Heuvelrugzone, Zonnehof, Zwaluwenstraat: – Baarn: Baarnsche Zoom, Alexanderkwartier; – Bunschoten: Rengerswetering-Zuiderland, Rengerswetering-Zuidelijke hoven; – Eemnes: Ocriet terrein; – Leusden: Tabakssteeg-Zuid, Achterveld Noordoost; – Soest: Soesterberg-Noord, Dalweg, Oude Tempel; – Woudenberg: Hoevelaar 1ste, 2e en 3e fase. Woondeal Regio Foodvalley (locaties Utrechtse gedeelte): – Rhenen: Achterberg West; – Veenendaal: Spoorzone, Groenpoort, Centrum/Tuinstraat. De nieuw te realiseren locaties voor specifieke bedrijventerreinen staan in het Provinciaal Programma wonen en werken 2021 en het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023. Wanneer 2022 tot en met 2030 voor woningbouw (waarbij geldt dat op sommige genoemde locaties ook na 2030 nog woningen worden gebouwd.
Deze woningen komen dus boven op het aantal van 84.451 voor de regionale Woondeals 2022 – 2030). 2022 – 2040 voor bedrijventerreinen. Wie Gemeenten in regio’s U16 (Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist), Utrechtse gedeelte regio Amersfoort (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen
66
Woudenberg), Utrechtse gedeelte Foodvalley (Renswoude, Rhenen en Veenendaal), Regioplatform Woningcorporaties Utrecht, provincie Utrecht en Rijk (ministeries van BZK, EZK, IenW, LNV, OCW en VWS). Hierbij wordt ook betrokkenheid van woningcorporaties en marktpartijen georganiseerd. NB: de in de regio’s Amersfoort en Foodvalley gelegen Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk maken onderdeel uit van de grensoverstijgende NOVEX-gebieden Utrecht-Amersfoort (grotendeels provincie Utrecht) en Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (grotendeels provincie Gelderland). In de beantwoording van de vragen uit het NOVEX-Startpakket die specifiek over het Ruimtelijk Voorstel Provincie Utrecht (en daarmee enkel over het grondgebied van de provincie Utrecht) gaan, zijn zij buiten beschouwing gelaten. Hoe Binnen de provincie Utrecht wordt gebruik gemaakt van het instrument regionaal programmeren wonen en werken (programma onder de Omgevingsvisie provincie Utrecht). Doel van regionaal programmeren is om als overheden (provincie, regio’s en gemeenten) met elkaar in gesprek te blijven over de opgave voor woningbouw (over o.a. aantallen, fasering en aandeel betaalbaar) en bedrijventerreinen via een cyclisch proces van programmering, monitoring, evaluatie en bijsturing. Hierdoor kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich voordoen zodat flexibel en adaptief kan worden geprogrammeerd.
Door Utrecht wordt er een nieuwe provinciale behoefteraming bedrijventerreinen en kantoren opgesteld. Daarin zal ook aandacht worden besteed een de benodigde ruimte voor campussen en andere innovatie-omgevingen/locaties. Daarnaast werkt de provincie Utrecht aan een visie op campussen (zoals het Utrecht Science Park) en andere innovatieomgevingen. Daarin zal ook een koppeling gelegd worden met het fysieke ruimtebeslag voor deze specifieke werkmilieus. Om de afspraken uit de regionale Woondeals U10, Amersfoort en Foodvalley (inclusief Uitvoeringsagenda’s) en het Provinciaal Programma Wonen en Werken Utrecht waar te kunnen maken en te groeien in balans is het noodzakelijk om met regionale partners en Rijk te werken aan de (financiële) invulling van noodzakelijke randvoorwaarden zoals bijvoorbeeld dekking financiële tekorten, aanpak stikstof, aanleg energie infrastructuur, verbetering bereikbaarheid (fiets, OV en weg), realisatie Groen Groeit Mee en oplossing capaciteitstekorten. Als de randvoorwaarden niet
Bijlage B: Beantwoording Startpakket
adequaat worden ingevuld, kunnen de verstedelijkingsambities niet (volledig) worden gerealiseerd. Binnen het Rijk-regioprogramma U Ned wordt de MIRT-verkenning OV en Wonen uitgevoerd met als belangrijkste doelstelling om de woningbouw 2030 mogelijk te maken. Het gaat daarbij om 1) het voorkomen van overbelasting van Utrecht Centraal; 2) het beter met OV bereikbaar maken van het Utrecht Science Park (USP) en 3) het beter per OV bereikbaar maken van nieuwe woon- en werklocaties in Utrecht Zuidwest en Nieuwegein in 2030 en verder. Het Rijk (ministeries van BZK en IenW) heeft met gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Amersfoort en Veenendaal financiële afspraken gemaakt over de ontsluiting van de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Groot Merwede, Spoor- en A1-zone Amersfoort, Spoorzone Veenendaal en Veenendaal-De Klomp (onderdeel grootschalige NOVEXwoningbouwlocatie Foodvalley samen met locaties Barneveld Noord, Ede Noord en KennisAs Ede-Wageningen). Ook heeft het Rijk (ministeries van BZK en IenW) met verschillende gemeenten financiële versnellingsafspraken woningbouw en mobiliteit gemaakt voor locaties in Amersfoort, Houten, Nieuwegein, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Veenendaal en Woerden.
Tijdens het BO Leefomgeving Noordwest en Oost 2023 zullen er afspraken worden gemaakt tussen het Rijk (ministerie van BZK) en gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Amersfoort en Veenendaal over de inzet van het gebiedsbudget voor de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Groot Merwede, Spoor- en A1-zone Amersfoort en Spoorzone Veenendaal (onderdeel grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Foodvalley). We zijn blij met deze afspraken. Tegelijkertijd zijn er meer afspraken met het Rijk nodig om de verstedelijkingslocaties (wonen, werken en voorzieningen) in de provincie Utrecht goed te ontsluiten en te ontwikkelen. Het ministerie van EZK verkent de mogelijkheden voor inzet van een regionaal vestigingsfonds gericht op investeren in inbreiding, verplaatsing en clustering van (maak)bedrijven. In het Omgevingswetprogramma Gezond en Veilig 2022 – 2025 (provincie Utrecht) hebben we afgesproken om bij alle ontwikkelingen aandacht te hebben voor het zoveel mogelijk voorkomen van negatieve effecten op en het benutten van de kansen voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving.
Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 67
67
Vraag Startpakket Toepassen landelijk richtinggevend kader water en bodem voor locatiekeuze nieuw bouw. Sturen op zo min mogelijk afdekking van de bodem en een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving, o.a. met behulp van de landelijke maatlat. Toelichting Startpakket Doel van het landelijk richtinggevend kader ‘water en bodem voor locatiekeuze nieuwbouw’ is de ondersteuning van het regionale proces om een bewuste afweging te maken over waar wordt gebouwd gegeven het water en bodem systeem en de risico’s vanuit wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid. Dit kader is richtinggevend voor gebiedsontwikkeling en keuzes die bevoegde gezagen maken. De landelijke maatlat ‘klimaatadaptief bouwen’ beoogt richtinggevende uitspraken te doen over waar een groene en klimaatadaptieve omgeving aan moet voldoen. Het gaat daarbij om een reeks van richtlijnen waar bij alle nieuwbouwprojecten rekening mee moet worden gehouden in het kader van klimaatadaptatie. Antwoord Wat Betrokken partijen bij de Woondeals Regio U10, Regio Amersfoort en Regio Foodvalley hebben met elkaar afgesproken dat zij: – Zich inspannen om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij locatiekeuzes van woningbouw en maatregelen te treffen om woningbouw toekomst bestendig te ontwikkelen.
Daarbij dient rekening gehouden te worden met de ondergrond en bodem, het grondwaterstysteem en de drinkwatervoorziening. Effecten van toenemende bebouwing dienen zowel op lokaal als regionaal niveau te worden bekeken. Hiertoe worden waterschappen, Rijkswaterstaat en waterwinbedrijven vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. – In hun Omgevingsplannen (gemeenten) rekening houden met het waterbelang, met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer woningbouwlocaties. – Het Convenant Duurzame Woningbouw (provincie Utrecht, 23 juni 2022) leidend laten zijn voor de ontwikkeling van klimaatrobuuste en -adaptieve (woning)bouw. Het convenant besteedt aandacht aan thema’s als circulariteit,
68
Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket
natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en energiegebruik. Afspraak is dat er gestreefd wordt om meer te doen dan de huidige minimaal wettelijk vereiste. Mooi voorbeeld van een vertaling van het convenant is het ‘Puntensysteem Omgevingsvisie’ van de gemeente Veenendaal. Dit is door het ministerie van BZK genomineerd voor de ‘Aandeslag-Trofee 2022’. De inhoud van de landelijk maatlat komt in zeer grote mate overeen met de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen (provincie Utrecht, juni 2021) die we in de provincie Utrecht tot stand hebben gebracht. Waar Zie woningbouwprogramma in Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 (PPWW 2023 met daarin onderscheid in totaal binnenstedelijk en afzonderlijke uitleg locaties) en benoemde locaties Woondeals regio’s U10, Amersfoort en Foodvalley (beide Utrechtse gedeelte). Met name in het stroomgebied van het Amsterdam- Rijnkanaal en het veenweidegebied is door meerdere uitdagingen zoals bodemdaling en op sommige plekken lagere ligging de opgave voor toekomstbestendige woningbouw groot. Wanneer Deze vraag heeft betrekking op de periode 2022 tot en met 2030. Water en bodem sturend laten zijn bij de locatiekeuze van nieuwbouw en nieuwbouwprojecten klimaatadaptief bouwen, is echter iets wat ook in de periode daarna (2030 – 2040, 2040 – 2050, 2050 – 2100) van toepassing is.