CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijk_Voorstel_provincie_Utrecht_bijlagenrapport_navigeerbaar_12-12-2023 (1)

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden43.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Hulp en ondersteuning Vraag Startpakket Aangeven op welke manier zij voor de inzet van ontwerp concrete hulp en ondersteuning nodig hebben vanuit het Rijk (programma Mooi Nederland). Toelichting Startpakket ƒ Het programma Mooi Nederland stelt ruimtelijke kwaliteit centraal bij de aanpak van maatschappelijke opgaven – op de korte en de lange termijn (2030, 2050 en 2100).

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 39

39

ƒ Mooi Nederland ontwikkelt en test nationale toekomstperspectieven en gebieds­ perspectieven voor specifieke thema’s. Methoden om ruimtelijke kwaliteit te borgen, ruimteclaims in samenhang te benaderen en slimme oplossingen te vinden. ƒ Mooi Nederland biedt instrumenten en samenwerking aan: bijvoorbeeld met gebieden als testcase voor kwaliteit, de inzet van ontwerpend onderzoek en het bieden van concrete handvatten voor samenhangende oplossingen. ƒ Bij uitwerking van opgaven expliciet rekening houden met de unieke eigenschappen van het landschap: de specifieke gebiedskenmerken en de lokale en regionale betekenis. ƒ Hier kan uitvoering aan worden gegeven door gebiedsbiografieën te ontwikkelen, ontwerpers in te zetten en in een vroeg stadium gebruikers in het ontwerpproces te betrekken. Beschermen en ontwikkelen kunnen elkaar versterken, maar gaan niet altijd en overal zonder meer samen. Antwoord Wat ƒ Dank voor het aanbod. Als provincie Utrecht hebben we in aanvulling op onze interne ontwerpcapaciteit voor het opstellen van het ruimtelijk voorstel zelf extra ontwerpkracht ingehuurd. Het ging om een kort tijdsbestek waarin veel werk verzet moest worden en we hebben gekozen voor een snelle en korte aanbesteding om begin 2023 al een bureau hiervoor te hebben.

ƒ Daarnaast sluiten we aan bij de NOVEX-ontwerpateliers die door het programma Mooi Nederland via de Vereniging Deltametropool georganiseerd worden. Ook nemen we regelmatig deel aan bijeenkomsten die door het programma Mooi Nederland worden georganiseerd, waaronder ook de bijeenkomsten van Ons Landschap. Wij zien meerwaarde in deze betrokkenheid van de Vereniging Deltametropool (VDM) en steunen het nieuwe subsidieverzoek bij Min BZK van de VDM. In het subsidieverzoek geeft VDM aan dat het streven is om bij te dragen aan een goede samenwerking tussen de bestuurslagen (“provincies en gemeenten hebben hun bevoegdheden in de inrichting van de ruimte aanzienlijk zien groeien.”) VDM wil “het Rijk en de twaalf provincies versterking bieden bij het voorbereiden, uitvoeren en volhouden van de Grote Verbouwing. De ondersteuning neemt de vorm aan van (A) nationale overzichten, (B) een lerend netwerk en (C) een gedeelde kennisbasis.” Met deze voorgestelde aanpak kan een belangrijke inhoudelijke impuls worden

40

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

gegeven aan een aantal urgente ruimtelijke vraagstukken. Bovendien kan de VDM als onafhankelijke partij helpen om rijk en provincies via door VDM te modereren Ateliers gezamenlijk om tafel te brengen en helpen rode draden, systeemsamenhang en hoofdstructuren te benoemen en uit te werken. Waar Kan de gehele provincie betreffen. Wanneer Nader te bepalen. Wie Nader te bepalen. Hoe Nader te bepalen.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

40

Water en bodem sturend bij ruimtelijke planvorming In het Coalitieakkoord van de regering is afgesproken dat water en bodem sturend worden bij planvorming. Dit vormt een belangrijk uitgangspunt voor alle drie de perspectieven die beschreven zijn in het Provinciaal Startpakket fysieke leefomgeving.

Water en bodem sturend in de afwegingen Vraag Startpakket Water en bodem sturend laten zijn in de afwegingen bij ruimtelijke planvorming en in de argumentatie aan te geven hoe ruimtelijke plannen zijn afgestemd op de staat en de kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water. In de Kamerbrief Water en Bodem Sturend zijn structurerende keuzes opgenomen, en al duidelijk gemaakt welke keuzes voor welk type gebieden het meest relevant zijn. Geef in alle drie de perspectieven aan hoe de relevante structurerende keuzes worden betrokken bij de uitwerking van de perspectieven. Toelichting Startpakket ƒ In de herwaardering van het nationaal ruimtelijk beleid zijn water en bodem sturend bij ruimtelijke plannen: het afstemmen van ruimtelijke keuzes over natuur en landbouw, energietransitie, infrastructuur, economie en woningbouw op de staat en de kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water. In de Kamerbrief Water en Bodem Sturend wordt de uitwerking hiervan beschreven. ƒ De grenzen van de maakbaarheid en draagkracht van het water- en bodemsysteem voor te beschermen maatschappelijke waarden komen in zicht of zijn in sommige gebieden al overschreden. De klimaatverandering maakt de effecten daarvan nog tastbaarder, zoals de gevolgen van een natte of droge zomer recent hebben laten zien. ƒ Nederland staat voor grote opgaven.

Sommige zijn hard (wettelijk) vastgelegd zoals het bereiken van een goede waterkwaliteit (de Kaderrichtlijn Water). Belangrijke opgaven voor water en bodem zijn het beheersbaar maken en houden van schade

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

door overstroming, wateroverlast en droogte (onder andere in landbouw- en natuurgebieden), een klimaatbestendige inrichting van zowel het landelijk als het bebouwd gebied, het tegengaan van bodemdaling, het verduurzamen van de bodemkwaliteit, het (blijvend) voldoend aan (grond)waterkwaliteitseisen en de beschikbaarheid en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater voor drinkwater. Ook moeten we nu al rekening houden met de zeespiegelstijging en is er meer ruimte voor het hoofdwatersysteem nodig. Antwoord Wat ƒ In de provinciale omgevingsvisie van 10 maart 2021 is het principe water en bodem sturend al onderdeel van de provinciale ambities. Ook het provinciaal Bodem- en waterprogramma 2022 – 2027 en het Programma Klimaatadaptatie 2020 – 2023 zijn diverse beleidsdoelen en acties benoemd in lijn met principe water en bodem sturend. ƒ In de omgevingsvisie geven wij aan dat het bodem- en watersysteem van nature de basis is voor onze leefomgeving en daarmee voor onze samenleving en dat het belangrijk is om bij ontwikkelingen rekening te houden met een robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden.

De opgaven waar de provincie Utrecht de komende jaren voor staat vragen om keuzes: waar is het bodem- en watersysteem te benutten voor maatschappelijke opgaven? Waar vraagt het systeem om bescherming, zodat ook voor de langere termijn een evenwichtig systeem is gewaarborgd? Waar vraagt het systeem om versterking zodat het systeem ook in zeer natte en zeer droge periode robuust is? Dit vraagt om slim realiseren van nieuwe opgaven in een optimale combinatie met de kwaliteiten van het bodem- en watersysteem en een duurzaam gebruik van de ondergrond. En dit vraagt om bewust omgaan met mogelijkheden en beperkingen van het bodem- en watersysteem in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarmee blijft een aantrekkelijke leefomgeving gewaarborgd, ook in 2050. ƒ Met de kennis van nu over klimaatverandering en weersextremen en de opgaven in het landelijke en stedelijk gebied is een herijking van de bestaande kaders en een verdere verdiepingsslag en aanscherping op onderdelen nodig. De verdere beleidsuitwerking en uitvoering is een complexe opgave in zowel het landelijk als stedelijk gebied, dat met veel verschillende partijen in samenhang met andere opgaven bekeken en afgestemd moet worden (integraal en gebiedsgericht). In het

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 41

41

concept Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), dat begin juli jl. naar het Rijk is verzonden, wordt via structurerende principes richting gegeven voor de gebiedsgerichte uitwerking. Waar Omgevingsvisie provincie Utrecht, Kaart 7 – Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem Wanneer Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2, ambities ƒ 2027: wij voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen) ƒ 2050: de ondergrond en het bodem- en watersysteem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. ƒ 2050: de provincie Utrecht is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Wie Provincie Utrecht werkt hierin samen met Utrechtse waterschappen en drinkwater­ bedrijven, Rijkswaterstaat, Ministeries, gemeenten en buurprovincies. Hoe ƒ Bestaande gebiedsprocessen: o.a. de Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug en Toekomstbestendig Amsterdam-Rijnkanaal – Noordzeekanaalgebied, Deltaregio Centraal Holland, Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort. ƒ Gebiedsprogramma landelijk gebied (UPLG), de NOVEX-gebieden en het Ruimtelijk Voorstel Provincie Utrecht. ƒ Wijzigen omgevingsbeleid: omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma’s.

42

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Perspectief voor landbouw en natuur Centraal in dit perspectief staan de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied. Hoe kunnen we in ons land de opgaven ten aanzien van natuur, klimaat, waterkwaliteit en waterbeheersing verenigen met toekomstbestendige en duurzame landbouw? En hoe pakt dat uit in de zeer verschillende landschapstypen die Nederland kenmerken?

Concrete doelen voor het landelijk gebied, samenhang WBS, NPLG en Toekomst Landbouw Vraag Startpakket Invulling geven aan de concrete doelen en keuzes uit Water en Bodem Sturend, het NPLG en de Kamerbrief Toekomst Landbouw, in samenhang met elkaar, inclusief de combinatiemogelijkheden met andere opgaven en in de context van een perspectief voor het gebied op de langere termijn. Hierbij moet in elk geval invulling worden gegeven aan de concrete maatregelen die vanuit het NPLG als minimale vereisten aan de gebiedsprocessen worden meegegeven. Toelichting Startpakket Voor landbouw, natuur, water en bodem - en de klimaatopgave die hiermee samenhangt - zijn er concrete doelen die gerealiseerd moeten worden op basis van (internationale) afspraken. Dit vraagt dus om het op korte termijn helder krijgen van de mogelijke maatregelen en het nemen van besluiten daarover. Deze doelen, en de achtergrond en noodzaak ervan, zijn beschreven in de brieven die op 25 november 2022 zijn verstuurd.

ƒ Ten eerste gaat het over de minimale vereisten voor concrete maatregelen uit het NPLG: voor specifieke gebieden gaat het dan om maatregelen gericht op het reduceren van stikstofbronnen nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, het door systeemherstel op orde brengen van de hydrologische condities voor Natura 2000-gebieden, de veenweidestrategieën en benodigde maatregelen uit stroomgebiedbeheerplannen voor de Kaderrichting Water en het (addendum bij het) 7e Nitraatactieprogramma, waaronder de bufferzones van 150 – 250 meter rond

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

42

de beekdalen. In het NPLG zijn daarnaast bredere natuurdoelen opgenomen die nodig zijn om te kunnen komen tot natuurherstelmaatregelen in het landelijk gebied – binnen en buiten beschermde gebieden – om onder andere via de basiskwaliteit natuur ook bij te dragen aan de realisatie van de condities voor de VHR-doelen. ƒ Voor klimaat gaat het over de emissiereductieopgave voor de uitstoot van broeikasgassen uit landschappen van 1 Mton CO2-equivalent in 2030 en een landelijke emissiereductieopgave voor de uitstoot van broeikasgassen uit de veehouderij en akkerbouw van 5 Mton CO2-equivalent in 2030. ƒ De landbouw in Nederland zal, in lijn met het coalitieakkoord en het advies van de heer Remkes, zich richting 2040 doorontwikkelen tot een duurzame landbouw met kringlooplandbouw als vertrekpunt. Hierbij zijn de volgende beginselen van toepassing: ƒ De landbouw blijft voor Nederland een strategisch belangrijke economische sector, zowel nationaal als internationaal en blijft wereldwijd toonaangevend op het gebied van kennis, innovatie en uitgangsmateriaal. – De landbouw heeft in 2040 een economische en maatschappelijke functie op mondiaal, Europees, landelijk en regionaal niveau. – Onze agrarische sector produceert kwalitatief hoogwaardig, duurzaam, gezond en veilig voedsel, evenals uitgangsmaterialen en biogrondstoffen voor de Nederlandse, Europese en internationale markten.

– De gehele keten in de agrarische sector werkt in balans met de omgeving en de natuur. Hiervoor is het bodem- en watersysteem de basis. De natuur wordt hersteld, we voldoen in 2027 aan de opgave van de Kaderrichtlijn Water en de landbouw draagt bij aan een klimaatneutraal Nederland in 2050. In de landbouw is het welzijn en de gezondheid van dieren een belangrijk uitgangspunt. – Onze (jonge) boeren worden vanuit de keten ondersteund bij het (verder) verduurzamen van hun bedrijven, onder andere door het bieden van eerlijke prijzen voor hun duurzame producten en diensten, passende financiering en ook door het bieden van langjarige contracten en het stimuleren van de duurzame consumenten­vraag. Ketenpartijen nemen, met duidelijke doelen en zo nodig via wettelijke maatregelen, hun verantwoordelijkheid.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

– Boeren staan aan het roer bij het realiseren van de transitieopgaven en hebben ruimte voor eigen keuzes en ondernemerschap die passen binnen de omstandig­ heden en doelen van het gebied. Duidelijk is dat er samenhang en combinatie­ kansen zijn als het gaat om ruimtelijke oplossingen. Antwoord Wat In het concept UPLG, dat begin juli naar het Rijk is verzonden, wordt via structurerende principes invulling gegeven aan doelen voor het landelijk gebied, in samenhang met water en bodem sturend, het NPLG en toekomst voor de landbouw. Het UPLG gaat ook een wijziging van ons beleid in de Omgevingsvisie betekenen. Voor deze onderwerpen gaan we de komende periode een agenda voor wijziging van de Omgevingsvisie provincie Utrecht maken. Hier lopen we nu niet op vooruit. Waar Het gehele landelijk gebied van de provincie Utrecht. Wanneer Voor dit moment verwijzen wij naar de termijnen die het Rijk heeft aangegeven in het Startpakket. Wie Het UPLG pakken we op met onze gebiedspartners, onder andere waterschappen, gemeenten, landbouworganisaties, natuurorganisaties en terreinbeherende organisaties. Hoe Gebiedsprocessen UPLG, uitvoering geven aan maatregelpakketten UPLG, Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 43

43

Structurerende keuzes voor regionaal bodem- en watersysteem, natuur en landbouw en klimaatopgave Vraag Startpakket Uitwerking geven aan de maatregelen die nodig zijn voor een toekomstbestendig regionaal water- en bodemsysteem, in samenhang met de opgaven voor natuur en een toekomstbestendige landbouw. Daarbij moeten in elk geval de globale keuzes die vanuit NPLG worden meegegeven aan de gebiedsprocessen worden meegenomen in de uitwerking: ƒ De ontwikkelingsrichting van de landbouw en het landgebruik per deelgebied, rekening houdend met de analyses, het landbouwakkoord en de NPLG-doelen en -keuzes; ƒ Een strategie op hoofdlijn om te komen tot VHR-doelbereik in 2030 en op termijn; ƒ Voor beekdalen, overgangsgebieden rond N2000-gebieden en veenweidegebieden inzichtelijk maken welke kansen zij zien om het percentage groenblauwe dooradering te verhogen. Toelichting Startpakket 1. De structurerende keuzes gelden als nationale inzet. Ze moeten soms nog verder worden uitgewerkt of betreffen de langere termijn. De structurerende keuzes geven richting aan de ruimtelijke uitwerking van de opgaven in het landelijk gebied. 2. Het NPLG beschrijft de richting voor de ruimtelijke uitwerking in de gebieds­ programma’s door de provincies. De structurerende keuzes uit het NPLG zijn te verdelen in twee categorieën. – Ten eerste zijn er keuzes met directe doorwerking naar de gebiedsprogramma’s.

Deze structurerende keuzes laten ruimte voor regionaal maatwerk, maar moeten wel een plek krijgen in de gebiedsprogramma’s. Voor deze keuzes wordt in principe uitgegaan van beleidsmatige doorwerking in de gebiedsprogramma’s. Richting de vaststelling van het NPLG (medio 2023) kunnen de keuzes voorzien worden van planologische borging en wordt onderzocht of juridische borging noodzakelijk is. – Ten tweede zijn er keuzes die meekoppelen in het opstellen van de gebieds­ programma’s. Het gaat hier om keuzes die kunnen meeliften op de aanpak van de gebiedsprogramma’s, maar die niet per definitie bijdragen aan de hoofddoelen van het NPLG. Het NPLG biedt hier geen nieuwe taakstellende indicatieve doelen, maar er is wel urgentie om deze problematiek in sommige gebieden aan te pakken.

44

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

De meekoppelende keuzes moeten vroegtijdig en integraal worden meegewogen bij het opstellen van de gebiedsprogramma’s. 3. Structurerende keuzes met directe doorwerking: – Overgangsgebieden: een gebied rondom stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden waar functies en activiteiten een bijdrage aan natuurherstel moeten leveren; – Bufferstroken langs beken op hoge zandgronden: realiseren van ruime bufferstroken in beekdalen op zandgronden voor verbeteren van waterkwaliteit, tevens bijdragend aan de infiltratie van grondwater (meegenomen in de concrete doelen onder A.); – Peilopzet veenweide: toewerken naar vernatting van veenweidegebieden om CO2-emissie en bodemdaling te beperken (meegenomen in de concrete doelen onder A.); – Inpassing areaal agrarische natuur, landschapsgrond en nieuwe natuur: uitwerken van de wijze waarop deze nieuwe arealen ingepast kunnen worden en welke eigenschappen van het gebied daarbij in ogenschouw moeten worden genomen; – Ruimte voor het watersysteem langs waterkeringen en rivierbedden, en langs grote wateren vanwege peilfluctuaties.

Betere ruimtelijke inrichting rekening houdend met de grenzen aan het gebruik van grond- en oppervlaktewater en voldoende ruimte voor piekopvang; – Waterbeschikbaarheid verzilte gebieden: acceptatie van periodieke toename van regionale verzilting en aanpassing van het landgebruik hierop; – Invulling 10% groenblauwe dooradering: uitwerking van inpassingsmogelijkheden van landschapselementen die aan realisatie hiervan bijdragen; – Het beschermen van landbouwgrond moet in de gebiedsprocessen nadrukkelijk aandacht krijgen om bruikbare landbouwgrond te behouden voor de landbouw en voldoende grond beschikbaar houden voor de extensiveringsopgave en agrarisch natuur en landschapsbeheer. Uitgangspunten hiervoor worden nog nader uitgewerkt. 4. Meekoppelende structurerende keuzes: – Volksgezondheid: gebiedsgerichte aanpak mag zeker niet leiden tot een toename van het risico op volksgezondheidsproblemen; – beperken van risicofactoren voor de verspreiding van dierziekten en zoönosen; – Geurhinder: verminderen van geurhinder rond veehouderijen; – Fijnstof: voorkomen dat nieuwe overschrijdingen van fijnstofconcentratie ontstaan.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

44

5. De opgave voor natuur, landbouw, water en bodem dient in relatie tot andere opgaven, zoals wonen, werken en de energietransitie, beschouwd te worden. Daarbij is ook recreatie een opgave: het landelijk gebied biedt recreatiemogelijkheden. Verbreding van de landbouw met recreatie biedt kansen voor een vitaal landelijk gebied. Om de druk op de natuurgebieden te verminderen zoeken we ook naar mogelijkheden om recreatie meer te spreiden. Dat kan bijvoorbeeld door te bezien welke mogelijkheden er zijn voor ontwikkeling van recreatie in een schil om de nationale parken heen. Hierbij moeten ook de gevolgen van recreatieve bebouwing op de omgeving worden meegewogen, inclusief de ongewenste gevolgen van opkoop en herstructurering van vakantieparken. 6. Ook buiten de beschermde natuurgebieden moet natuurinclusief worden gewerkt. Dit vraagt om brede inbedding van natuurinclusief denken en doen in alle opgaven en in alle sectoren en bij ruimtelijke en economische beslissingen. Natuur zorgt daarbij niet alleen voor een gezonde leefomgeving en biodiversiteit, maar biedt ook kansen en (deel)oplossingen voor andere maatschappelijke opgaven. Antwoord Wat ƒ Ad 1 t/m ad 3 zijn onderdeel van het concept UPLG.

Met het UPLG zetten we met onze gebiedsgerichte aanpak samen met onze partners de komende jaren in op een ontwikkeling naar een vitaal, toekomstbestendig en duurzaam landelijk gebied waar de grote opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat zijn gerealiseerd en met toekomstperspectief voor de landbouw. Het UPLG richt zich zowel op de korte als op de lange termijn. De maatregelen voor de korte termijn passen bij de toekomstige ontwikkelrichting van de gebieden. Het Utrechtse landschap is de basis voor het concept UPLG. Dit sluit goed aan bij de uitgangspunten van water en bodem sturend en vormen de basis voor de analyses, principes en keuzes in het UPLG. Via structurerende principes wordt richting gegeven voor de gebiedsgerichte uitwerking. Deze principes geven richting om te zorgen voor schoon en voldoende water, te anticiperen op klimaatverandering, emissie van broeikasgassen in het veenweidegebied te verminderen, Natura 2000-gebieden en NNN te herstellen, te voldoen aan de Vogel- en habitatrichtlijn, bos en groen-blauwe dooradering uit te breiden, en te zorgen voor een maatschappelijk gewaardeerde en duurzame landbouw. In het concept UPLG is per landschap een ontwikkelrichting voor 2050

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

geschetst op basis van de analyses en de structurerende principes. Vanuit die lange termijn kijken we naar welke stappen er nu nodig zijn voor de korte termijn. ƒ Ad 4: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1: Een gezonde en veilige leefomgeving is belangrijk voor iedereen, nu en in de toekomst. De beperkte ruimte in onze provincie wordt intensief gebruikt. Veel ruimtevragende functies blijven groeien en er komen nieuwe ruimtevragers bij. Inrichting en gebruik van de leefomgeving hebben invloed op gezondheid. Toenemende drukte kan tot gezondheidseffecten leiden. Het beschermen en bevorderen van gezondheid is ons doel bij al ons beleid en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. (…) Onze lucht wordt al jaren langzaam schoner, maar is nog lang niet op een gezond niveau. We streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit in de provincie Utrecht om de gezondheid van onze inwoners te bevorderen en de invloed op onze natuur te beperken.Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.7: Wij gaan in alle landbouwgebieden aan de slag om samen met de landbouwsector en andere partners de omslag te maken naar een circulaire, natuurinclusieve, klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw.

(…) Bij natuurinclusieve landbouw staat de agrarische bedrijfsvoering en het streven naar zorgvuldig gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het duurzaam beheren van de bodem en het minimaliseren van emissies centraal. De Utrechtse boeren produceren op zodanige wijze dat de kwaliteit van de leefomgeving voor de mens toeneemt en de Utrechtse biodiversiteit wordt versterkt. ƒ Ad 5: – Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1: De recreatiebehoefte neemt de komende jaren toe, evenals het toerisme. Om die reden vinden wij gebieds­ ontwikkeling ten behoeve van bovenlokale recreatie en bereikbaarheid – vooral voor langzaam verkeer – van belang en stimuleren wij ontwikkelingen die hieraan bijdragen. Hierbij moeten vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Ook de schaalsprong in verstedelijking en de klimaatverandering hebben invloed op de recreatiebehoefte. Zo is er in de buurt van woningen behoefte aan ruimte voor bewegen, ontspannen en ontmoeten. Dit draagt bij aan een goed woon- en vestigingsklimaat. Wij vinden het belangrijk dat de totstandkoming van het (recreatie)groen gelijke tred houdt met de verstedelijking. Nieuwe gebieden en extra voorzieningen zullen naast de verstedelijking een plek moeten krijgen.

Daarvoor kijken we allereerst naar het areaal aan (bovenlokale) dagrecreatie­ terreinen en recreatiezones, dat bedoeld is om bestaande (bovenlokale) recreatiefuncties te behouden en nieuwe (bovenlokale) recreatiefuncties

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 45

45

een plek te kunnen geven. Hiervoor regelen we dat in de recreatiezones geen ontwikkelingen plaats kunnen vinden die behoud en realisatie van recreatief groen belemmeren. Daarbij willen wij in deze zones onder voorwaarden ruimte bieden voor nieuwe (bovenlokale) recreatievoorzieningen. De bestaande bovenlokale dagrecreatieterreinen houden, passend bij de andere provinciale belangen, ruimtelijke mogelijkheden om een kwaliteitsslag te kunnen maken om aan de (veranderende) vraag van recreanten te kunnen voldoen. Wij willen dit areaal van recreatiezones en (bovenlokale) dagrecreatieterreinen dan ook behouden en we stimuleren een optimale benutting. Uitbreiding is nodig om aan de groeiende behoefte te kunnen voldoen. We kijken ook naar mogelijkheden voor extra opvang in gebieden die nu nog een beperkte opvangcapaciteit hebben. (…) Wonen in de provincie Utrecht, is wonen in een groene omgeving in het hart van Nederland. Bossen, parken, fiets- en wandelroutes zijn altijd dichtbij, zichtbaar en goed bereikbaar. Groen is een groot gemeenschappelijk goed, dat voor een essentieel deel bijdraagt aan de kwaliteit van leven én daarmee ook aan de economie. Groen Groeit Mee is de afspraak dat we gezamenlijk bij allen ruimtelijke plannen, projecten en gebieds­ontwikkelingen, de groenontwikkeling in evenwichtige verhouding en volwaardig meenemen.

– Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.7: Ons natuurbeleid heeft een directe relatie met doelstellingen voor bewegen, ontspannen en ontmoeten. We vinden dat natuur beleefbaar moet zijn. Daarom zijn vrijwel alle natuurgebieden in ons NNN opengesteld en toegankelijk. We vergroten de aantrekkelijkheid van het landschap via agrarisch natuurbeheer, ecologisch bermbeheer en aanleg en herstel van kleine landschapselementen. Hiermee verhogen we tegelijkertijd de biodiversiteit in het buitengebied. Ook stimuleren we een betere natuurbeleving in en nabij de bebouwde omgeving. (…) Het versterken van de relatie stad-land en helderheid over de invloed van landbouw op gezondheid en milieu vormen een belangrijke basis als het gaat om de maatschappelijke waardering van de landbouw. We stimuleren een transitie in de landbouw waarbij agrariërs zorgen voor de productie van gezonde voeding en daarnaast bijdragen aan integrale oplossingen voor de opgaven op het gebied van klimaat, biodiversiteit, energietransitie, gezonde leefomgeving, water, bodem(daling), landschap en erfgoed. ƒ Ad 6: Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.7: We willen bij nieuwe ontwikkelingen tegelijkertijd de natuurwaarden en biodiversiteit vergroten, op de plaats van de ontwikkeling en in de omgeving. Dit noemen we natuurinclusief

46

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

ontwikkelen. Dit kan per gebied een andere invulling krijgen. Het vergroten van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving vraagt bijvoorbeeld heel andere oplossingen dan in het agrarisch gebied. Kansen liggen onder andere bij de transitie van de landbouw, stedelijke ontwikkelingen, bodemdaling, dijkversterking, realisatie van duurzame energiebronnen (vooral zonnepanelen) en klimaatadaptatie. Daarnaast liggen er kansen voor het meekoppelen van natuur bij de realisatie van groenblauwe verbindingen. Waar Met name landelijk gebied, met uitstraling naar stedelijk gebied. Wanneer Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.1, ambities: ƒ 2050: wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. ƒ 2050: het (recreatie)groen in gelijke tred ontwikkelen met de verstedelijkingsopgave. Het aanbod van de toeristisch-recreatieve voorzieningen en routes in de provincie sluit in kwaliteit en kwantiteit goed aan op de behoeften van zowel onze inwoners als de bezoekers, is duurzaam, goed bereikbaar en toegankelijk. ƒ 2030: er zijn voldoende vitale vakantieparken/recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie.

Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.7, ambities: ƒ 2050: de provincie Utrecht heeft een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit. ƒ 2050: binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in zowel landelijk als het stedelijk gebied, is er in 2050 een gunstige staat van beschermde en bedreigde flora en fauna, en is de biodiversiteit ten opzichte van 1990 toegenomen. ƒ 2050: de natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid bij natuur. ƒ 2050: wij werken samen met onze partners toe naar een landbouwsector met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk zijn (kringlooplandbouw), en dicht bij de inwoners staan ƒ 2030: de nutriëntenkringlopen zijn op zijn laagst mogelijke niveau gesloten. De agrarische sector is zelfvoorzienend in energie en opereert daarnaast deels als

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

46

groene energieproducent voor derden. De provincie Utrecht is een voorbeeld voor andere gebieden in de verbinding stad-land, heeft een vitale, duurzame landbouw met bijbehorend verdienmodel en met een agrarisch cultuurlandschap dat toegankelijk en aantrekkelijk is om in te recreëren. Wie Het UPLG pakken we op met onze gebiedspartners, onder andere waterschappen, gemeenten, landbouworganisaties, natuurorganisaties en terreinbeherende organisaties. Hoe Gebiedsprocessen UPLG, uitvoering geven aan maatregelpakketten UPLG.

Lange termijn perspectief voor de hoofdsystemen van natuur, landbouw en water Vraag Startpakket Vanuit de eerste richtingen voor het hoofdwatersysteem en nationale keuzes voor landbouw en natuur bezien wat voor kansen en knelpunten daaruit kunnen ontstaan. De provincies wordt ook gevraagd suggesties te doen voor een gebiedsindeling vanuit de kenmerken van het water- en bodemsysteem, om daarmee uiteindelijk gezamenlijk tot een eenduidige en voor de lange termijn stabiele gebiedsindeling te komen. Daarmee kunnen dan regionale gebiedsperspectieven worden geschetst waarin oplossingen voor de grote opgaven in het landelijk gebied samenkomen. Toelichting Startpakket 1. Klimaatverandering (waaronder zeespiegelstijging, afvoer rivieren, en minder zoet water), de teruggang in biodiversiteit en de transitie naar een vitale en duurzame landbouw in het mondiale systeem vragen ook om nationale keuzes voor de langere termijn. Daarmee kunnen we de keuzes die we nu gebiedsgericht maken, verbinden met dit perspectief. 2. Er zijn keuzes nodig voor het hoofdwatersysteem, hier is het Rijk zelf hoofd­ verantwoordelijk voor de uitwerking, in goede afstemming met andere partijen. – Er is onder andere meer ruimte nodig voor dijkversterking en de rivieren.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

– Het vraagstuk van voldoende zoetwater speelt een grote rol in de verdeling over de riviertakken in het hoofdwatersysteem. – Verder is de vraag hoe we het hoofdwatersysteem gebruiken voor de verdeling van zoetwater naar het regionale systeem, onder andere via het IJsselmeer. – De verwachte versnelde zeespiegelstijging vraagt om keuzes voor de lange termijn. 3. De landbouw blijft voor Nederland een strategisch belangrijke economische sector, zowel nationaal als internationaal en blijft wereldwijd toonaangevend op het gebied van kennis, innovatie en uitgangsmateriaal. De economische en maatschappelijke functie van de landbouw op mondiaal, Europees, landelijk en regionaal niveau in 2040 wordt nog nader uitgewerkt. De uitwerking is inclusief de manier waarop onze agrarische sector op langere termijn kwalitatief hoogwaardig, duurzaam, gezond en veilig voedsel produceert voor de Nederlandse, Europese en internationale markten. Waarbij zij in balans werkt met de omgeving en de natuur, met het bodem- en watersysteem als basis. 4. Ook op Europees niveau gaat de biodiversiteit achteruit. Hieruit volgt dat op termijn de natuur op nationale schaal verder moet worden uitgebreid, in de context van een robuust (inter)nationaal natuurnetwerk met een gunstige staat van instandhouding. 5.

Aan de provincies wordt ook gevraagd om - in samenspraak met het Rijk - een analyse van gebieden te maken, op basis van de specifieke gebiedskenmerken en het water- en bodemsysteem. Waarbinnen een samenhangende uitwerking kan plaatsvinden tussen de opgaven voor water, natuur, bodem en landbouw. Deze analyse dient om te bezien of we kunnen komen tot een stabiele gebiedsindeling voor de lange termijn als basis voor integrale strategieën voor een vitaal landelijk gebied. Daarmee worden de opgaven in de gebieden breder dan alleen de opgaven voor landbouw, natuur en water en bodem. Hier speelt ook de combinatie met onder andere de verstedelijkingsopgave en energietransitie. Antwoord Wat De Omgevingsvisie provincie Utrecht bevat op alle in de vraag en toelichting benoemde onderwerpen een goede basis voor deze vraag. Het Utrechtse landschap is de basis voor het concept UPLG met ontwikkelrichtingen voor 2050. Dit sluit goed aan bij de uitgangspunten van water en bodem sturend en vormen de basis voor de analyses, principes en keuzes in het UPLG. Vanuit die lange termijn kijken we naar welke stappen er nu nodig zijn voor de korte termijn. Bij de verdere uitwerking zal echter continue geschakeld

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 47

47

moeten worden in schaalniveaus (tussen polderniveau, gebiedsniveau, (boven)regionaal niveau en landelijk niveau). Dit betekent ook dat in deze beantwoording van de vragen uit het Startpakket geen eenduidige gebieden aangegeven kunnen worden om voor alle opgaven de oplossingen te kunnen schetsen. Waar Gehele provincie. Wanneer Deze kansen en knelpunten zijn van toepassing voor de gehele periode die we met dit ruimtelijk voorstel in beeld brengen, dus vanaf nu tot en met 2050, met een doorkijk naar 2100. Wie Provincie en Utrechtse Waterpartners in samenwerking met diverse gebiedspartners. Hoe ƒ Toekomstig Bestendig Amsterdam Rijnkanaal-Noordzeekanaalgebied en Delta regio Centraal Holland, waar we samen met provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, gemeenten, waterschappen, Rijk en andere stakeholders werken aan integraal waterbeheer voor het hele gebied gereed maken voor 2100. Daarbij integrale oplossingen bedenken voor wateroverlast, droogte/watertekort en verzilting in relatie met ruimtelijke ordening, waterkwaliteit, ecologie, scheepvaart en energie. ƒ Blauwe agenda Utrechtse Heuvelrug, waar we samen met gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en terreinbeherende organisaties werken aan integrale wateroplossingen. ƒ Gebiedsprocessen Utrechts Programma Landelijk Gebied en Regionale Veenweidestrategie. ƒ NOVEX-gebied Het Groene Hart.

NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley, Handelingsperspectief regio Amersfoort.

Kansen en knelpunten voor Perspectief 1 Vraag Startpakket Knelpunt: Concurrerende ruimteclaims en grote transities in het landelijk gebied. Vraag: Bij het uitwerken van de vragen de mogelijke knelpunten aan te geven en kansen voor combinaties te benutten. Toelichting Startpakket De druk op de ruimte is groot. De landbouwtransitie vraagt om ruimte voor extensivering en kringlooplandbouw. De natuur vraagt om extra areaal ten gunste van de biodiversiteit en kwaliteit van onze natuur. De klimaatverandering vraagt om extra ruimte voor de waterveiligheid en het vasthouden van water bij droogte. Tegelijkertijd is er ook ruimte nodig voor de woningbouwopgave en de energietransitie. Deze ruimteclaims moeten inpasbaar worden gemaakt op een relatief klein oppervlakte. Dit vraagt om het maken van slimme combinaties zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van de beperkte ruimte waarover we beschikken. Een integrale aanpak is effectiever omdat slim gekozen maatregelen meerdere doelen gecombineerd kunnen dienen, terwijl onderling negatieve effecten zo veel mogelijk worden voorkomen. Dit soort combinaties kunnen op zowel regionaal niveau, als maatregelniveau worden gemaakt. Antwoord Wat Dit is één van de hoofdvragen van het Ruimtelijke Voorstel Provincie Utrecht. We kijken hier breed naar verschillende concurrerende ruimteclaims en kansen en knelpunten die hieruit naar voren komen.

Naast de in het Startpakket genoemde ruimteclaims beschouwen wij bijvoorbeeld ook de ruimteclaim van recreatie, de prognoses van het aantal stoppende boeren, etc.. Daarbij is concentreren en combineren van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen één van de centrale uitgangspunten in onze Omgevingsvisie en daarmee leidraad van onze werkwijze. Deze vraagstelling suggereert overigens dat we dit allemaal via het ruimtelijk voorstel kunnen aangeven. Voor het landelijk gebied lukt dat niet op dit schaalniveau. Een deel van de ruimtelijke invulling van de opgaven is ook afhankelijk is van het gebieds- of polderproces. Ook zijn er nog grote ruimtevragers die niet volledig duidelijk zijn om de ruimteclaim al helemaal in te kunnen vullen, daarvoor was de tijd gewoon te kort

48

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

48

en de inhoud te complex. Zoals bijvoorbeeld voor de zoetwatervraag / berging in het veenweidegebied of de hydrologische maatregelen rond de N2000 gebieden. Verdere analyses zullen dit nader moeten invullen en in het gebied zal gekeken moeten worden naar de locaties waar hier (ruimtelijke) maatregelen genomen kunnen worden. En we lopen ook tegen problemen aan voor regelgeving die ontbreekt of juist te inflexibel is. Om een voorbeeld te geven lopen we hier tegen aan bij de gewenste afstand tussen veehouderijen en woningen vanuit gezondheidsoogpunt. Dat is een oplossing om de effecten in de hand te houden, maar wordt steeds meer een uitdaging door het intensieve gebruik van de ruimte. Als dat niet lukt, dan vraagt dat om een verlaging van alle emissies en risico’s vanuit de veehouderij als het om gezondheid gaat. De regelgeving hiervoor is echter onvoldoende. Technische oplossingen beloven tot nu toe vaak veel meer dan in de praktijk blijkt, dus uit voorzorg lijkt het verstandig om daar niet al vast op vooruit te lopen. Iets als dit pakken we graag op nationaal niveau op. Waar Gehele provincie. Wanneer Deze kansen en knelpunten zijn van toepassing voor de gehele periode die we met dit ruimtelijk voorstel in beeld brengen, dus vanaf nu tot en met 2050, met een doorkijk naar 2100. Wie Provincie met diverse overheidspartners en andere betrokkenen.

Hoe Ruimtelijk Voorstel Provincie Utrecht. In de regio wordt in een pilot van Mooi Nederland (Soest-Amersfoort) de impact van de verdere geconcentreerde verstedelijking op recreatie­druk in het buitengebied en de gevolgen daarvan voor leefbaarheid, landbouw, natuur, ruimtelijke kwaliteit onderzocht. In het concept UPLG wordt via structurerende principes richting gegeven voor de gebiedsgerichte uitwerking. Combineren van ruimtevragende opgaven is één van deze structurerende principes.

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Vraag Startpakket Knelpunt: Tekort aan zoetwater. Vraag: Samen met de waterschappen in gebieds­ processen ruimte maken voor het vasthouden en bergen van zoveel mogelijk gebiedseigen water, en om te bezien hoe gebruikers van (drink)water hun watervraag kunnen beperken. Toelichting Startpakket ƒ Het tekort aan zoetwater vergt een meervoudige aanpak: meer vasthouden én de vermindering van het zoetwatergebruik (voor huishoudens, landbouw en industrie). ƒ Er blijft echter sowieso een verdelingsvraagstuk. Voor de verdeling van het steeds schaarser wordende zoete water blijft de vastgelegde verdringingsreeks bepalend. Dit heeft effect op natuur en landbouw maar ook op water voor (nieuwe) huishoudens, bedrijven en industrie. ƒ Dit kan alleen opgelost worden met samenhangende keuzes tussen maatregelen in de regionale systemen en het hoofdwatersysteem. ƒ De provincies wordt in de Startpakketten gevraagd om hier voor de regionale systemen uitwerking aan te geven en hierbij ook over de grenzen van de provincies te kijken. Daarbij horen ook de richtingen die voor de verdeling van zoet water vanuit het hoofdwatersysteem vanuit de programma’s Water en Bodem Sturend en het NPLG zijn aangegeven. Betrokkenheid van de waterschappen hierbij is essentieel. ƒ Daarbij moeten de functies die afhankelijk zijn van het gebruik van zoet water in samenhang worden bekeken: o.a.

wonen, bedrijven/industrie en landbouw, maar ook de transitie naar duurzame energie: voor het omzetten van elektriciteit naar waterstof is zoetwater nodig. Antwoord Wat ƒ Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2: Het klimaat verandert en daardoor neemt de kans op wateroverlast, overstromingen, droogte en hitte toe. In een aantal gebieden in het westen van de provincie zit het watersysteem al aan zijn grenzen. Daar waar dat kan willen we samen met onze partners zorgen voor betere buffering in het bodem- en watersysteem tijdens natte perioden, beperking van afstroming, benutting van waterberging. Hierbij zetten we in op een toekomstbestendig watersysteem met oog voor het omliggende gebied en het boezemsysteem. Tevens zorgt (langdurige) droogte voor een verhoogd risico op (veen)dijkdoorbraken

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 49

49

en voor versnelde bodemdaling. Het beperken van de effecten van droogte kan door voldoende wateraanvoer in droge perioden en voldoende vasthouden van water in natte perioden. ƒ Om voor het doel “voldoende water” (NB anders dan het doel voorkomen wateroverlast) waterbergingslocaties in te richten en meer water vast te houden (en hiervoor een ruimteclaim neer te leggen) moet op (boven)regionaal systeemniveau geanalyseerd worden hoe de balans is tussen wateraanbod en waterbehoefte nu en in de toekomst. Voor Oost Utrecht wordt hier al via de Blauwe Agenda naar gekeken. Utrecht-west (west Nederland) en het Eemgebied zal ook in toekomst deels afhankelijk blijven van de aanvoer van Rijnwater. Belangrijk hier is om in beeld te krijgen wat de waterbehoefte is van het op peil houden van de polders in met name het veenweide gebied en hoe de beschikbaarheid van (rivier) water zich met de nieuwe klimaatscenario’s gaat ontwikkelen. Voor dit onderwerp moet een goede link gelegd worden met het Delta-programma zoetwater, zowel op hoofdsysteemniveau als met regio’s ZON en west- Nederland. ƒ Er is een grote samenhang met de andere opgaven in het landelijk gebied. In het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) wordt via structurerende principes richting gegeven voor de gebiedsgerichte uitwerking.

Nadere uitwerking in de gebieden in samenhang met de landelijke aanpak rond de zoetwateropgave zal hier nader invulling aan moeten geven. Waar Hele provincie Utrecht, met drie focusgebieden: ƒ Afwateringsgebied Amsterdam-Rijnkanaal-Noordzeekanaal, waaronder westelijk deel van de provincie Utrecht (veenweidegebied). ƒ Utrechtse Heuvelrug en flanken, waaronder het Kromme Rijngebied en de Eemvallei. ƒ Beekdalen in de Gelderse Vallei (gehele beekdalengebied als één systeem bekijken, waarbij een groot deel in provincie Gelderland ligt). Wanneer Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2, ambities: ƒ 2050: de provincie Utrecht is klimaatbestendig en waterveilig ingericht. ƒ 2040: wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden.

50

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Wie Provincie en Utrechtse Waterpartners in samenwerking met diverse gebiedspartners. Hoe ƒ Toekomstig Bestendig Amsterdam Rijnkanaal en Noordzee kanaal gebied, waar we samen met provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, gemeenten, waterschappen, Rijk en andere stakeholders werken aan integraal waterbeheer voor het hele gebied gereed maken voor 2100. Daarbij integrale oplossingen bedenken voor wateroverlast, droogte/watertekort en verzilting in relatie met ruimtelijke ordening, waterkwaliteit, ecologie, scheepvaart en energie. ƒ Blauwe agenda Utrechtse Heuvelrug, waar we samen met gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en terreinbeherende organisaties werken aan integrale wateroplossingen. ƒ Gebiedsprocessen UPLG en NOVEX-gebied Het Groene Hart. ƒ Aanpak beekdalen samen met provincie Gelderland en waterschap Vallei en Veluwe

Vraag Startpakket Knelpunt (lange termijn): Nu voldoende ruimte houden voor watervraagstuk op de lange termijn. Vraag: In uitwerking adaptief zijn voor in de toekomst nog te maken keuzes, en op cruciale plekken ruimte te houden voor het vasthouden en bergen van water. Toelichting Startpakket Er is nog tijd nodig om de nieuwe randvoorwaarden van waterveiligheid vanuit een (zeer) lange termijnperspectief te concretiseren. Ondertussen gaan andere ontwikkelingen door en dreigt er minder ruimte voor water op de langere termijn te zijn. We lopen het risico dat gewenste opties voor de langere termijn onmogelijk worden door ruimtelijke ontwikkelingen die we nu mogelijk maken. Antwoord Wat ƒ Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2: Het klimaat verandert en daardoor neemt de kans op wateroverlast, overstromingen, droogte en hitte toe. In een aantal gebieden in het westen van de provincie zit het watersysteem al aan zijn grenzen.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

50

Daar waar dat kan willen we samen met onze partners zorgen voor betere buffering in het bodem- en watersysteem tijdens natte perioden, beperking van afstroming, benutting van waterberging. Hierbij zetten we in op een toekomstbestendig watersysteem met oog voor het omliggende gebied en het boezemsysteem. ƒ Op dit moment zijn voor Utrecht-west (gebied ARK-NZK) al een aantal regionale zoekgebieden voor piekberging op de kaart gezet. Wat er kwantitatief nodig is aan lokale en regionale piekberging is nog niet bekend. Hier ligt nog een onderzoeksvraag voor de samenwerkende waterpartners. Dit is een lastige vraag aangezien de benodigde ruimte in de tijd zal veranderen en ook afhankelijk is van andere ontwikkelingen zoals de in onderzoek zijnde extra afvoer mogelijkheden via het ARK-NZK systeem, bijvoorbeeld naar het Markermeer. Wel kunnen de nu bekende optionele locaties al worden meegegeven in verschillende gebiedsprocessen als reserveringsgebied waterberging waar geen onomkeerbare ontwikkelingen gepland kunnen worden. In de gebiedsprocessen kan voor die gebieden gekeken worden naar slimme functie-combinaties van bijvoorbeeld waterberging, natuur, landbouw, cultuurhistorie en recreatie. ƒ Er is een grote samenhang met de andere opgaven in het landelijk gebied.

In het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) wordt via structurerende principes richting gegeven voor de gebiedsgerichte uitwerking. Waar Dit kan invloed hebben op de gehele provincie Utrecht. Wanneer Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.2, ambities: ƒ 2050: de provincie Utrecht is klimaatbestendig en waterveilig ingericht. Wie Provincie en Utrechtse Waterpartners in samenwerking met diverse gebiedspartners. Hoe ƒ Toekomstig Bestendig Amsterdam Rijnkanaal en Noordzee kanaal gebied, waar we samen met provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, gemeenten, waterschappen, Rijk en andere stakeholders werken aan integraal waterbeheer voor het hele gebied gereed maken voor 2100. Daarbij integrale oplossingen bedenken voor wateroverlast,

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

droogte/watertekort en verzilting in relatie met ruimtelijke ordening, waterkwaliteit, ecologie, scheepvaart en energie. ƒ Gebiedsprocessen UPLG.

Aanvullende elementen d.d. 6 maart 2023 Aanvulling Nationaal Programma Landelijk Gebied: Vanuit het ministerie van LNV is op 10 februari een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd over de integrale aanpak landelijk gebied, waaronder het NPLG. In die brief wordt onder andere ingegaan op de indicatieve provinciale verdeling van de natuur- en klimaatdoelen binnen het NPLG. Reactie De beantwoording hiervoor, voor zover deze al gaat over het de provinciale uitwerking van het NPLG, het UPLG, gaat mede uit van deze voortgangsbrief. In het concept UPLG wordt hierop ingegaan.

Aanvulling Landbouwakkoord voorzien voorjaar 2023: Het Kabinet streeft naar een landbouwakkoord in het voorjaar van 2023. In de besprekingen om te komen tot dit akkoord komen ook ruimtelijke thema’s aan bod. Het Landbouwakkoord levert een cruciale bijdrage op de structurerende keuzes uit het NPLG of het NOVEX-programma. Het Landbouwakkoord heeft hiermee een belangrijke invloed op de wijze waarop de vaststaande doelen binnen planning gerealiseerd worden. Provincies zullen deze keuzes in de concepten van hun gebiedsprogramma’s verwerken. De afspraken uit het Landbouwakkoord moeten in overeenstemming zijn met de doelen zoals geformuleerd in NPLG, de Klimaatwet, brief Water en Bodem sturend en het programma NOVEX.

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 51

51

Reactie Inmiddels is duidelijk dat dit Landbouwakkoord er niet komt. Er wordt nu gewerkt aan een landbouwplan, maar we weet niet exact hoe dit loopt en of dit een volwaardige vervanging van het landbouwakkoord wordt.

Perspectief voor Ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie Dit perspectief gaat over de (inter)nationale netwerken voor energie, data en mobiliteit en de grootschalige economische activiteiten die daar direct aan gekoppeld zijn, zoals industriegebieden, havens, vliegvelden, tuinbouwcomplexen, datacenters en clusters van grootschalige bedrijfsvestigingen. Deze netwerken zijn internationaal van karakter en spreiden zich uit over de Noordzee, Noordwest-Europa en verder.

Concrete doelen voor voldoende ruimte voor werken en opwek van duurzame energie Vraag Startpakket Invulling geven aan bovenstaande concrete doelen voor het opwekken van duurzame energie door uitvoering te geven aan de RES’en 1.0. Toelichting Startpakket 1. Er is een start gemaakt met de regionale energiestrategieën en de RES-regio’s zijn begonnen met het realiseren van concrete projecten in de zoekgebieden. 2. Bij het realiseren van deze projecten is aansluiting op het energienetwerk een randvoorwaarde. Om uitvoering van RES’en mogelijk te maken is in veel gevallen verzwaring en/of uitbreiding van het netwerk nodig, samen met het bouwen van schakelstations. 3. Multifunctioneel gebruik van de ruimte is van belang bij de uitvoering van de RES’en en de uitbreiding van de netwerken, om de vraag naar ruimte beperkt te houden. 4. Ook moet er een goede afweging gemaakt worden tussen de behoefte aan ruimte voor deze opgaven en die van andere opgaven. 5. De voorkeursvolgorde Zon zoals opgenomen in de NOVI en de Kamerbrief Stimulering duurzame energieproductie wordt toegepast in de uitvoering van de RES’en.

52

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen

52

Antwoord Wat 1. Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.3: ‘Voor het duurzaam opwekken van energie faciliteren wij de uitvoering van de RES’en. Voor het uitvoeren van de RES’en wordt gezocht naar energie-initiatieven die zich van onderaf aandienen en passen binnen de kaders ervan. Wij benutten de uitkomsten van de RES’en om een Regionale programmering voor grootschalige opwek van zon- en windenergie op te zetten en daarmee knelpunten en voortgang te monitoren. Waar nodig kunnen wij ondersteunen om barrières weg te nemen en processen te faciliteren. Mochten binnen het tijdspad voor de RES’en in een gemeente de afgesproken doelen niet gehaald worden en logische locaties niet benut worden, dan zijn wij bereid ons volledige instrumentarium uit de Omgevingswet in te zetten, teneinde voldoende duurzame energie opwek te realiseren.’ Uit de voortgangsrapportages van de RES’en, de Tussenbalans Wind (vastgesteld 21-9-2022) en de voortgangsrapportage wind van dit voorjaar, blijkt, dat de opgave vooralsnog gehaald kan worden en blijkt dat de verhouding wind/zon scheef groeit. Deze slaat door naar zonne-energie door uitval van locaties/projecten voor windenergie. Provinciale Staten hebben op basis hiervan in 2022 besloten om in 2023 een planMER Wind te starten om deze provinciale regierol in te vullen. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau hiervoor heeft ter inzage gelegen.

Daarnaast blijkt uit de voortgangsrapportages dat netcongestie nieuwe initiatieven en voortgang remt, als er enkel afgewacht wordt op dit punt. Oplossingsrichtingen zijn (in beperkte mate) aanwezig en moeten opgepakt worden in de P-MIEK. Naast een belangrijke rol voor grootschalige zon- en windenergie, hebben de regio’s ook een belangrijke rol bij het opstellen van de Regionale Structuur Warmte (RSW) waarin vraag, aanbod en infrastructuur van warmte in een regio in kaart worden gebracht. Indien er warmtebronnen beschikbaar zijn die gemeente overstijgend ingezet kunnen worden, sturen we op een zo efficiënt mogelijke inzet van deze duurzame warmtebronnen en zorgen we voor een goede regionale afstemming van vraag en aanbod. Wij zetten daarbij in op veilig, verantwoord en duurzaam gebruik van de ondergrond wanneer energiebronnen uit bodem en water worden benut (klimaatbestendig en waterrobuust). 2. Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.3: ‘Om de energieambities te halen, speelt transport van energie een belangrijke rol. Samen met onze partners zetten wij erop in dat netwerkcapaciteit proactief en tijdig wordt uitgebreid, waarbij

Bijlage B: Beantwoording Startpakket

wij, gezien de gemeentegrens-overschrijdende functie, de regierol nemen in de regionaal te plannen energie-infrastructuur’. Hiervoor hebben we het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (P-MIEK) opgesteld. P-MIEK 1.0 is vastgesteld en er wordt gewerkt aan de opvolger, de P-MIEK 2.0. Binnen het P-MIEK worden sectorale plannen en ambities opgehaald, met de daarbij horende vraag naar energie-infrastructuur. Aan de hand van de vraag naar energie-infrastructuur wordt geprioriteerd welke uitbreidingen/verzwaringen nodig zijn en/of geprioriteerd worden. Ook kan het een uitkomst zijn dat bepaalde plannen simpelweg niet haalbaar zijn, en moeten worden aangepast om te passen binnen de mogelijkheden, of verplaatst naar een plek waar meer mogelijkheden zijn. Daarnaast faciliteren we de netbeheerder door cruciale schakels in het elektriciteitsnet ruimtelijk mogelijk te maken. Na de PlanMER Wind (zie 1) zal aansluitbaarheid c.q. netinpassing een aspect zijn bij de te nemen voorkeursbeslissing voor nieuwe windenergielocaties. In 2022 is de Provincie Utrecht gestart met een driesporen-aanpak op energieinfrastructuur die bestaat uit (1) het P-MIEK (2) het versnellen van RO-procedures van infraprojecten (in samenwerking met TenneT en Stedin) en (3) het ontwikkelen van opschaalbare oplossingen en handelingsperspectief (op regionale schaal).

Naast de benodigde ruimte voor (uitbreiding) van de energie-infrastructuur (met name elektriciteit) gaat het omgekeerd ook om het rekeninghouden in onze ruimtelijke plannen met de tijdige beschikbaarheid van voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnet op de beoogde locatie voor dat plan/ ontwikkeling. Hiervoor hebben we een energietoets opgenomen in onze Ontwerp Omgevingsverordening (1e wijziging). Tot slot kan het ook zijn dat we in onze planning moeten schuiven om ervoor te zorgen dat er voor desbetreffende ontwikkeling op het moment van realisatie wel voldoende transportcapaciteit voorhanden is. Ter aanvulling: de ontwikkelingen van energie-infrastructuur tot en met 2030 zijn vastgelegd in de investeringsplannen van de netbeheerders. Vanuit de P-MIEK 1.0 worden onderstaande 5 projecten (op 3 locaties) als cruciaal aangeduid voor de ontwikkeling van het Utrechtse elektriciteitssysteem: – Grootschalige uitbreiding van 380kV station Breukelen/Kortrijk (locatie gekozen); – Realisatie van twee nieuwe 150kV TenneT stations bij Utrecht Noord en Amersfoort Noord (locatiekeuze bezig);

Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen Versnellen, Vernieuwen, Verdiepen 53

53

– Realisatie van twee nieuwe 21kV Stedin stations (zelfde locatie als de TenneT stations). Daarnaast zijn in de investeringsplannen voor 2024 – 2033 o.a. de volgende plannen voorzien: – Vervangen van de hoogspanningsverbinding van Diemen via Breukelen Kortrijk naar Krimpen aan den IJssel rond 2030; – Uitbreiding van en binnen de netten van Stedin. Zo staan er tien nieuwe onderstations op de planning, met name in Utrecht (vier) en rondom Amersfoort (drie). Deze stations vragen ruimte, tot 4 hectare per stuk, en de inpassing hiervan is vaak uitdagend. Ook zijn op verschillende locaties uitbreidingen nodig van bestaande onderstations. – Uitbreiding van en binnen de netten van Liander. Een klein deel van de provincie Utrecht heeft Liander als netwerk. Ook daar zijn uitbreidingen van bestaande onderstations en nieuwe onderstations nodig om alle ambities waar te kunnen maken; – Uitbreiding van kleinere stations. Er zijn een fors aantal nieuwe midden­spanninglaagspanning transformatoren nodig. De omvang van deze transformatoren is per stuk klein, 10 tot 35 m2. Maar doordat er duizenden van deze eenheden nodig zijn, met name in stedelijke gebieden, is de totale opgave fors. – Aanleg van veel nieuwe kabels. Hiervoor is ruimte nodig in de ondergrond en zal een groot deel van de straten in de provincie open moeten. 3.

Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 3.2: ‘Voor ons omgevingsbeleid hanteren wij twee centrale uitgangspunten. (1) We kiezen gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen waarmee we de Utrechtse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, zo nodig met compenserende maatregelen. (2) We concentreren en combineren nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Er blijft ook ruimte beschikbaar voor lokale opgaven.’ Dit betekent ook dat we niet alleen kijken naar multifunctioneel ruimtegebruik, maar ook naar het integraal ontwerpen, zorgvuldig inpassen van het regionale systeem en bijbehorende locaties en het ontwerpen met groen en water (klimaatbestendig en waterrobuust) en met recreatie (beleving en educatie). 4. Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 3.2: ‘Voor sommige grote opgaven is veel ruimte nodig, zoals verstedelijking en de energietransitie. Dit zorgt voor een grote druk op de ruimte. Het is dan ook een uitdaging om de vele opgaven een plek te

54

Bijlage B | Beantwoording Startpakket Bijlage B: Beantwoording Startpakket

geven. Het inpassen hiervan heeft impact op de omgeving. Daarom kiezen we ervoor de schaarse ruimte efficiënt te benutten en functies slim te combineren.’ Om deze uitdaging te faciliteren, is de omvang van de opgaven in beeld gebracht. Dit is als bijlage toegevoegd bij het ruimtelijk voorstel. 5. Omgevingsvisie provincie Utrecht, paragraaf 4.3: ‘Voor zonne-energie hebben wij de voorkeur voor (de meestal relatief dure) plaatsing van zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele werken boven veldopstellingen, omdat zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen zijn echter ook zonnevelden nodig, bij voorkeur op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, langs spoor- en autowegen en kanalen. Ook hierbij gaat onze voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties, waarbij, met gebruikmaking van creatieve toepassingen, ruimtelijke kwaliteit kan worden gerealiseerd. Daarnaast zien wij kansen om zonnevelden te combineren op locaties zoals als buffer rondom natuurgebieden, op sommige waterplassen en in combinatie met recreatie. Met al deze voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht is onvoldoende oppervlak beschikbaar om onze energieambities te behalen.

Ook zonnevelden gecombineerd met landbouw of op gronden met lage natuurkwaliteit is nodig om aan onze energieambities te voldoen. Deze voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in.’ Waar Omgevingsvisie provincie Utrecht, Kaart 10 – Duurzame energie. Deze kaart bevat de beleidslijnen waarbinnen de RES’en hun opgave kunnen realiseren. In de (Interim) Omgevingsverordening is opgenomen welke gebieden zijn uitgesloten voor duurzame energie (N2000 gebieden en ganzenrustgebieden) en zijn er voor diverse gebieden aanvullende voorwaarden gesteld o.a. voor weidevogelkerngebieden, Hollandse Waterlinies en stiltegebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14095206/1