Programmabegroting 2025 - 2028.pdf
Tekst van het document
Raming Raming 2024 2025
Meerjarenraming 2026 2027 2028
1.101
2.701
2.536
2.500
2.475
2.475
1.327 2.259 1.181 318 596 1.600 730 349 275 5.900 1.944 305 72 47 30 627 0 0 18.660
1.628 1.244 1.199 357 413 1.686 713 388 303 6.134 1.617 186 98 71 34 717 0 0 19.491
1.657 1.356 1.034 404 278 1.763 717 361 259 4.678 3.108 436 98 71 31 647 161 108 19.703
1.657 1.356 1.014 404 78 1.688 667 361 241 3.953 3.108 436 98 71 31 647 161 108 18.580
1.657 1.356 948 404 78 1.738 667 361 241 4.139 3.108 436 98 71 31 647 161 108 18.725
1.657 1.356 931 404 78 1.738 667 361 241 3.992 3.108 436 98 71 31 647 161 108 18.561
Per begroting 2025 wordt er gebruik gemaakt van een nieuwe indeling van de taakvelden. De cijfers van ‘rekening 2023’ en ‘raming 2024’ zijn aangepast naar deze nieuwe taakvelden. De taakvelden van voorgaande jaren zijn niet één op één over te nemen naar het nieuwe taakveld, daarom is voor deze optie gekozen.
Toelichting Op het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie zijn de verschillen ten opzichte van de jaren 2023 en 2024 voor de baten en lasten het effect van de Specifieke uitkering opvang vluchtelingen Oekraïners en de verantwoording van de kosten. In de jaren 2025 en verder is daar nog geen rekening mee gehouden. De baten hebben betrekking op de SPUK inburgering en De Brede SPUK. Taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening heeft betrekking op de inzet van het sociaal team. De taakvelden Inkomensregelingen en Arbeidsparticipatie zijn gebaseerde op de meerjarenbegroting van de uitvoeringsorganisatie BBS. Taakveld WSW en beschut werk is geraamd op basis van de meerjarenbegroting RWA/Amfors. De raming op het taakveld Huishoudelijke hulp is gebaseerd op de werkelijke ontwikkeling in 2023 en aangepast aan de afspraken in het kader van de toepassen van reële tarieven. In de kadernota is deze ontwikkeling opgenomen. Bij het taakveld Hulpmiddelen en diensten zien we in meerjarenperspectief een stijging van de baten. Met ingang van 2026 wordt de maximering van de eigen bijdrage losgelaten en verwachten we een hogere eigen bijdrage. Dit beleid was vorig jaar al in de meerjarenbegroting meegenomen. De taakvelden Begeleiding en Dagbesteding Wmo zijn geraamd op basis van de werkelijke ontwikkeling in 2023.
De taakvelden die betrekking hebben op Jeugd zijn gebaseerd op de ontwikkeling van de zorgkosten Jeugd 2023 waarvan de effecten ook in de kadernota zijn meegenomen. De daling in meerjarenperspectief heeft betrekking op enerzijds de taakstellende bezuiniging van het Rijk en de veranderopgave die aan de nieuwe zorgaanbieder MetMaya is meegegeven. De taakvelden Coördinatie en beleid Wmo en Jeugd zijn nieuw met ingang van 2025. Deze kosten waren vorige jaren opgenomen onder het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie. 70
2.7 Volksgezondheid en milieu (Taakveld Volksgezondheid valt onder de commissie Samenleving, portefeuillehouder P. van Asselt. De taakvelden Riolering, Afval, en Begraafplaatsen en crematoria horen bij de commissie Ruimte, portefeuillehouder W. de Jong. Begraafbeleid behoort bij B. Koelewijn.)
Omschrijving programma (missie) De gemeente heeft oog voor de gezondheid van haar inwoners, iedereen moet optimale kansen op gezondheid hebben en de gezondheidsverschillen moeten kleiner worden. Daarnaast streeft de gemeente naar een duurzame en leefbare gemeente. Het programma bestaat uit de volgende taakvelden: ▪ Volksgezondheid ▪ Riolering ▪ Afval ▪ Milieubeheer ▪ Begraafplaatsen en crematoria
Context en achtergrond Volksgezondheid Tot dit taakveld behoren maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de bevolking als geheel, van specifieke risicogroepen, van jeugd en van ouderen. De ruimte die gemeenten hebben om eigen gezondheidsbeleid te voeren, wordt bepaald door wettelijke en financiële kaders. De Wet Publieke Gezondheid is het belangrijkste wettelijke kader. Op basis van deze wet is de gemeente verantwoordelijk voor publieke gezondheidszorg. Publieke gezondheidszorg richt zich op de zorg voor de gezondheid van de hele samenleving en voor risicogroepen. Het is de taak om de gezondheid van de inwoners te beschermen, te bewaken en te bevorderen. Daarmee vult het de reguliere zorg aan, die vooral gericht is op genezing en verzorging van individuele patiënten op het moment dat hun gezondheid al geschaad is. Een groot gedeelte van de taken op het gebied van gezondheid is wettelijk vastgelegd, met weinig beleidsvrijheid voor de gemeente. De GGDrU is daarbij de belangrijkste uitvoerder. Het betreft de volgende taken: ▪ gezondheidsbevordering algemeen ▪ jeugdgezondheidszorg ▪ preventieve ouderengezondheidszorg ▪ infectieziektebestrijding Naast de Wpg heeft de gemeente ook te maken met de landelijke nota gezondheidsbeleid. De landelijke speerpunten bieden aangrijpingspunten voor gemeenten om effectiever beleid te voeren.
Tot slot hebben we als gemeente te maken met het Nationaal preventieakkoord. Voor de komende jaren wordt vanuit dit akkoord ingezet op de thema’s roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Deze thema’s en het thema drugs zijn ook meegenomen in ons lokaal preventieakkoord. Het zijn de thema’s die leiden tot een groot gezondheidsverlies en die een hoge ziektelast veroorzaken. In 2023 is het IZA en het GALA gesloten. Zorgverzekeraars, de VNG en het Ministerie van VWS hebben uitgesproken dat er een verschuiving moet plaatsvinden van zorg naar preventie. Het doel hiervan is om de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Als gemeenten zijn we een belangrijke partner in deze akkoorden. Wat we als gemeente verder willen bereiken op het gebied van gezondheid, staat beschreven in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Het lokale plan van aanpak voor het GALA vormt daar een aanvulling op.
71
Riolering, Afval en Milieubeheer De gemeente vergunt bedrijfsvestigingen en bewaakt de milieubelasting door bedrijven, zorgt voor gescheiden inzameling van huishoudelijk afval, streeft naar energiebesparing, stimuleert waar mogelijk duurzaam bouwen, houdt een goede riolering in stand en geeft voorlichting aan burgers en bedrijven. Voor de uitvoering van het beleid maakt de gemeente gebruik van aanwezige wet- en regelgeving waaronder de Wet milieubeheer. Daarnaast komt vanuit het Klimaatakkoord en rijksgelden (Klimaatakkoord, Energiearmoede, Isolatieaanpak) een aantal verplichtingen op de gemeente af, dit maakt deel uit van de landelijke energietransitie. Begraafplaatsen en crematoria Gemeente Bunschoten bezit twee begraafplaatsen en geen crematoria. Memento Mori is de oudste begraafplaats die in 1908 in gebruik is genomen. Een deel van deze begraafplaats is aangewezen als monument. De begraafplaats de Akker is in 2005 in gebruik genomen. Deze begraafplaats is gelegen aan de rand van de polder en heeft een moderne en parkachtige uitstraling. Naast reguliere graven is een ruimte voor islamitische graven, een urnenkelder en een ruimte om as uit te strooien na een crematie.
Kaderstellende beleidsnota’s ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ Integraal beleidskader Sociaal domein 2024 - 2027 ‘Samen verder’ Plan van aanpak GALA 2024 - 2026 Actieplan preventie alcohol en drugs onder jongeren 2022 – 2025 Gemeentelijk Water en Riolering Plan 2022 – 2026 Baggerplan Bunschoten 2013 - 2023 Baggerplan Bunschoten 2024 – 2033 (nog niet vastgesteld) Beheerplan Oeververdediging en Frontmuren 2016 – 2030 Verbreed Basis Rioleringsplan 2019 - 2024 Afvalstoffenverordening gemeente Bunschoten DVO ROVA gemeente Bunschoten Nota Integrale handhaving 2023 - 2027 DVO RUD gemeente Bunschoten Plan van Aanpak diffuse bronnen 2007 Quick Scan Wateroverlast Bunschoten Spakenburg oktober 2007 Parapluplan ‘Samen naar een duurzame afvalwaterketen’ 2014 Nota Bodembeheer (inclusief bodemkwaliteitskaarten en PFAS) DVO energieloket Transitievisie Warmte met isolatieprogramma Bunschoten 2024 - 2027 Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit Regionale Energie Strategie Begraafplaats beheerplan gemeente Bunschoten 2015 – 2025
Taakveld Volksgezondheid Wat willen we bereiken? ▪
We willen een gezonde en actieve leefstijl voor iedereen bereiken, waarbij we de fysieke en mentale gezondheid van alle inwoners bevorderen. Een evenwichtige combinatie van beweging, gezonde voeding en mentaal welzijn is belangrijk voor een gezond leven. Door middel van bewustwording, educatie en toegang tot de juiste hulpmiddelen, streven we ernaar dat iedereen in staat is om een actieve en gezonde leefstijl te leiden.
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Uitvoering geven aan het IZA en GALA. Uitvoering geven aan het actieplan preventie alcohol en drugs onder jongeren, waaronder het vergroten van bewustwording van de gevaren van alcoholgebruik bij minderjarigen. Inzet op een rookvrije generatie door bewustwordingscampagnes, rookvrije gebieden in de openbare ruimte, stimuleren van particulieren om eigen grond rookvrij te maken en inwoners te informeren over de beschikbare hulp bij het stoppen met roken. Continuering van JOGG en het stimuleren van gezonde kantines/ clubhuizen bij sportverenigingen. Zie voor het bevorderen van sport en bewegen het Taakveld Sportbeleid en activering (blz. 53). 72
Indicatoren Volksgezondheid De indicatoren uit het beleidskader sociaal domein worden in de nieuwsbrief sociaal domein en bij de evaluatie van het beleidskader gepubliceerd.
Taakveld Riolering Wat willen we bereiken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Een optimaal functionerend rioleringsstelsel. Het rioolstelsel en de omgeving is voor zover mogelijk klimaat adaptief ingericht. Dat wil zeggen dat bij vervanging van het stelsel en de inrichting van de openbare ruimte er rekening is gehouden met klimaatontwikkelingen. De riool hoofdgemalen zijn veilig en schoon, voldoen aan de huidige wettelijke eisen en functioneren optimaal. Voor de gemeentelijke rioolleidingen op particulier terrein zijn zakelijke rechten gevestigd. Doelmatig rioolbeheer is uitgevoerd zoals in het door de gemeenteraad vastgestelde GWRP 2022-2026 is aangegeven. Bewoners zijn zich bewust van het gebruik van de riolering en zijn meer betrokken bij het klimaat adaptief inrichten van de openbare ruimte in de gemeente en de particuliere terreinen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de regeling waarin een financiële bijdrage voor de aanleg van een “groen” dak geregeld is. Ook is de regeling waarbij een financiële bijdrage wordt geleverd voor het afkoppelen van particulier terrein vastgesteld.
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De hoofdriolen worden volgens de methode van risico gestuurd beheer gereinigd en geïnspecteerd. Hierbij worden de relatief jonge, minder cruciale rioolstrengen minder vaak geïnspecteerd ten opzichte van de oudere rioolstrengen met een transportfunctie. Enkele rioolstrengen worden vervangen of worden gerenoveerd door middel van relining. Relinen is een renovatietechniek waarbij een nieuwe binnenvoering in een bestaande rioolbuis wordt aangebracht om deze te herstellen en te versterken. Het gemalenonderhoud wordt uitbesteed en uitgevoerd conform de daaraan gestelde normen en eisen. De voorbereidingen voor het project “herinrichting Oranjebuurt” gaan van start. Actualiseren van het basis rioleringsplan. Met het waterschap Vallei en Veluwe en het Platform Water Vallei en Eem de watergangen schoon maken en zo optimaal mogelijk inrichten. Bewoners stimuleren met een bijdrage om platte daken te voorzien van vegetatie (groen dak). Bewoners stimuleren met een bijdrage voor het ontlasten van het rioolstelsel, zowel in de vorm van afkoppelen als het ontstenen van particuliere grond. Bewoners informeren over het juiste gebruik van de riolering en bewust maken van de verandering van het klimaat en de invloed daarvan op de leefomgeving.
Taakveld Afval Wat willen we bereiken? ▪ ▪
Een schone gemeente en een functionele grondstoffen- en restafvalinzameling. Op effectieve en efficiënte wijze continueren van het systeem van nascheiding.
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪
Naar aanleiding van de eerdere evaluatie van het systeem van nascheiding de verbeterpunten verder uitwerken en invoeren, aandachtspunt daarbij is het verminderen van de vervuiling van het GFT door inzet van voorlopers, controles en handhaving. Samen met de AVU en ROVA werken aan het terugdringen van afval en het bevorderen van het hergebruik van grondstoffen.
73
Taakveld Milieubeheer Wat willen we bereiken? ▪
Het behouden en zo mogelijk verbeteren van een duurzame leefomgevingskwaliteit in Bunschoten, waarbij de milieutaken op adequaat niveau zijn. Om de milieudoelstellingen te bereiken kunnen onder andere juridische (regelgeving, convenanten) en economische (subsidie/belasting) middelen ingezet worden. De gemeente werkt lokaal en in regieverband aan de energietransitie, daarbij is participatie van groot belang. De mogelijkheden voor het verbeteren van een duurzame leefomgevingskwaliteit worden gezocht aan de hand van twee centrale vragen: o Hoe moet de ruimte, bedrijvigheid, samenleving en overheidsorganisatie zich vanuit een ‘duurzaamheids- en leefbaarheidsbril’ ontwikkelen? o Welke bijdrage kunnen de Bunschotense gebieden, bedrijven, burgers en overheidsorganen leveren aan het realiseren van een duurzame leefomgevingskwaliteit?
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Met betrokken partijen invulling geven aan actuele onderwerpen op het gebied van leefbaarheid, zoals afvalinzameling en -scheiding, het besparen van energie in en het isoleren van de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame energie. Integraliteit met betrekking tot het onderwerp klimaatadaptatie verder vormgeven. Uitvoeren van de nieuwe bodemtaken in de Omgevingswet met daarbij de overgang van de bevoegd gezag rol van provincie naar gemeente. Uitwerken en implementeren van de Omgevingswet op het gebied van milieu en duurzaamheid in bijvoorbeeld Omgevingsplan of programma’s. In het kader van de Omgevingswet samenwerken met RUD. Integraal samenwerken met handhavers in de gemeentelijke organisatie en daarbuiten (bijvoorbeeld het Waterschap in het discrepantieproject), vanuit het vastgestelde Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid. De informatieplicht energiebesparing implementeren door voorlichting richting bedrijven en het overdragen van het toezicht aan de RUD. Het uitvoeren van het toezicht en waar nodig de handhaving op de Label C-plicht voor kantoren. Vanuit de RES werkt de gemeente regionaal samen aan onderzoek naar grootschalige opwek van elektriciteit, regionale warmtebronnen en oplossingsrichtingen voor netcongestie. De potentie van zonne-energie langs de A1 wordt onderzocht samen met Rijkswaterstaat en aangrenzende gemeenten.
Vanuit het lokale Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit onderzoekt de gemeente de potentie van zonne-energie op grootschalige daken en hoe dit kan worden gestimuleerd in combinatie met oplossingsrichtingen voor netcongestie. Vanuit de Transitievisie Warmte is het Isolatieprogramma Bunschoten 2024-2027 opgesteld. In de komende jaren wordt ingezet op verschillende doelgroepen: slechte labels (D, E, F, G), huishoudens met energiearmoede, doe-het-zelf, monumenten en VvE’s. Het soortenmanagementplan wordt ter vaststelling voorgelegd aan de raad en verder uitgewerkt binnen verschillende beleidsvelden. Energiebesparende maatregelen worden aangeboden aan huishoudens in energiearmoede, zoals de witgoedregeling. Voorlichting over verduurzaming gericht op woningen vindt plaats via het energieloket, vrijwillige energiecoaches, de gemeentewebsite en verschillende verduurzamingsacties. Een inspiratiegids met duurzaamheidsmogelijkheden voor kleine tot grote ruimtelijke plannen is in ontwikkeling. Voor duurzame mobiliteit werken we aan het verder verdichten van een netwerk van openbare laadpunten. Ook is er een locatie voor snelladen in ontwikkeling bij De Kronkels. De ontwikkelingen rond slim laden worden gevolgd. Het omgaan met/ dan wel verminderen van netcongestie (filevorming op het stroomnet).
Voor het verduurzamen van onze bedrijventerreinen zijn twee duurzaamheidsadviseurs ingezet. Daarnaast lopen diverse projecten als onderzoek naar energiehubs en restwarmte al dan niet in samenwerking met de provincie en Stedin. Doel van deze projecten is het omgaan/verminderen van netcongestie en het verduurzamen van bedrijven.
74
Taakveld Begraafplaatsen en crematoria Wat willen we bereiken? ▪
Nette begraafplaatsen en begrafenissen, waarbij orde, respect, rust en netheid de belangrijkste uitgangspunten zijn.
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Uitvoering geven aan het reguliere begraafbeleid. Het beheren en onderhouden van de begraafplaatsen op een hoog onderhoudsniveau. Het ruimen van graven op begraafplaats Memento Mori. Het voorbereiden van de werkzaamheden voor de herinrichting, inclusief de aanleg van drainage, van het vrijkomende grafveld (deelfase 3) op begraafplaats Memento Mori. Het actualiseren van het beheerplan voor de begraafplaatsen voor de planperiode van 20262035.
Verbonden partijen Volksgezondheid en milieu Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht De GGDrU beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de gemeenten in het werkgebied. Zij doet dit door de risico’s voor gezondheid te signaleren, te voorkomen en de gezondheid van de inwoners te bevorderen. Ook als er incidenten uitbreken in de regio zorgt de GGDrU voor snelle hulpverlening, in samenwerking met de VRU. Afvalverwijdering Utrecht De AVU werkt samen met en in opdracht van de Utrechtse gemeenten in de afvalketen en draagt zorg voor de overslag, het transport en de verwerking van het huishoudelijk afval van de deelnemende gemeenten in de provincie Utrecht. Regionale uitvoeringsdienst Utrecht De RUD Utrecht voert vergunningverlenings-, handhavings- en adviestaken uit voor de provincie Utrecht en 11 andere gemeenten waaronder Bunschoten. De manier waarop de RUD en haar opdrachtgevers samenwerken en de verdeling van taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. De vergunningverleners en toezichthouders werken aan een schoon milieu, natuurbehoud en een veilige leefomgeving. N.V. ROVA Holding De ROVA zamelt de huishoudelijke afvalstoffen in, in de gemeente Bunschoten. Vitens N.V.
Vitens NV heeft als missie een duurzame, efficiënte en effectieve watervoorziening binnen het voorzieningsgebied van de aangesloten bedrijven, voor de verschillende deelmarkten en doeleinden van waterverbruik, volgens de hoogste standaards op het gebied van kwaliteit, gezondheid en beschikbaarheid, gebaseerd op een integraal beheerde en duurzaam ingerichte waterketen.
Indicatoren Volksgezondheid en milieu Indicator
Eenheid
Bron
Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit
KG per inwoner
CBS
%
Rijkswaterstaat Klimaatmonitor
Bunschoten 2022 36,5 (2021) 20,5
Nederland 2022 163,6 (2021) 41,3
75
Wat mag het kosten? Programma Volksgezondheid en milieu (bedragen x € 1.000,-) Rekening Raming Raming 2023 2024 2025
Meerjarenraming 2026 2027
2028
Lasten programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria
1.244 1.745 2.863 966 397
1.286 1.927 3.072 1.386 513
1.455 2.022 3.179 1.444 497
1.411 2.042 3.158 1.074 502
1.319 2.035 3.157 1.091 502
1.319 1.972 3.156 1.092 502
Totaal lasten
7.214
8.185
8.596
8.187
8.105
8.041
Baten programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria
154 1.828 2.857 216 421
135 1.888 3.066 414 445
135 1.938 3.206 393 473
91 1.938 3.246 0 473
0 1.938 3.286 0 473
0 1.938 3.326 0 473
Totaal baten
5.476
5.948
6.145
5.748
5.697
5.737
Saldo programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria
1.090 -83 6 750 -24
1.151 39 7 972 69
1.319 84 -27 1.051 23
1.319 104 -88 1.074 29
1.319 97 -128 1.091 29
1.319 34 -170 1.092 28
Totaal saldo
1.739
2.237
2.451
2.438
2.408
2.304
76
Investeringen (Bedragen x €1,-) Verv. mech. en elect. Install. Pompputten drukriol.
2025
2026
2027
2028
-
-
-
235.000
Afsluiten duikers
16.500
16.500
16.500
16.500
Vervanging actualisering gemeentelijk Rioleringsplan
25.000
-
-
-
Vervanging actualisering basis Rioleringsplan
22.500
-
-
-
Vervanging/renovatie riolering 2022 e.v.
363.700
439.000
691.000
-
-
-
85.500
-
37.000
-
-
-
Kast, elektr. en mechanisch deel hoofdgemalen
-
-
58.000
-
Aanbiedstation huisvesting en slagboom
-
-
-
10.000
Afvalbakken hondenpoep
-
-
19.000
-
Stuw Edisonweg
-
5.000
-
-
50.000
-
-
-
Overstort Gerbrandysingel, Sluisweg, Eemdijk
-
-
-
3.000
Haarbrug N+Z, Zev.huiz.str. 285 hoofgem. elektr.mech.
-
-
-
132.038
Afkoppelen Oranjebuurt en alg. verv. leidingen
-
-
- 1.065.461
20.000
-
-
-
Investeren in duurzaamheid
21.000
-
-
-
Herinr. en drainage deelfase 3 Memento Mori Totaal
250.000
-
-
-
805.700
460.500
Vervangen gemalen Riolering klimaat stresstest, BRP en GRP
Aanpassing watergangen
Verv. nota milieubeleid (2015)
870.000 1.461.999
Toelichting De lasten op het taakveld Volksgezondheid zijn geraamd op basis van de meerjarenbegroting van de GGDrU en voor de jaren 2025 en 2026 op basis van De Brede SPUK. Deze bijdrage van het Rijk is budgettair neutraal verwerkt in de netto lasten van dit taakveld. De voor- en nadelige saldi van afval, riolering en begraven worden verrekend met de betreffende egalisatiereserves. De baten zijn geraamd op basis van de besluiten bij de kadernota, waarbij voor de rioolrechten een korting van 5% is toegepast. Een uitgebreidere toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen. De lasten op het taakveld milieu zijn geraamd onder andere op basis van de meerjarenbegroting van de RUD en de ontvangen specifieke uitkering CDOKE die is bestemd voor de dekking van de uitvoeringskosten duurzaamheid. Die is bij de baten/lasten alleen nog voor 2025 geraamd, omdat nog niet zeker is of de regeling wordt verlengd.
77
78
2.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (Commissie Ruimte, portefeuillehouders W. de Jong en R.J. Beukers)
Omschrijving programma (missie) De gemeente Bunschoten kenmerkt zich als een ‘eiland in de groene zee’. Ingezet wordt op het behoud van het open landschap rondom Bunschoten. Bunschoten wil voldoende ruimte houden voor opvang van de eigen bevolking en de ontwikkeling van de plaatselijke werkgelegenheid. Gestreefd wordt naar handhaving en versterking van de bestaande kenmerken en kwaliteiten: kleinschaligheid, cultuurhistorie, rust en natuur en de ligging aan het water. Het beleid streeft naar een zodanige inrichting van de gemeente dat voldoende ruimte bestaat voor wonen, werken en voorzieningen. Samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt er gewerkt aan een vitale gemeente, waar het aantrekkelijk is om in te wonen, werken en recreëren. Bij deze inspanningen wordt nadrukkelijker samengewerkt op regionaal niveau, onder andere met regio Amersfoort, regio Foodvalley en de provincie Utrecht, voor de gemeente overschrijdende uitdagingen (strategische agenda regio Amersfoort, regionale energiestrategie, regio woondeal met het Rijk 2022-2030, regionale programmering wonen, POVI, Ontwikkelbeeld 2030-2040, meer verbinden woon- en zorgthema’s etc). Het programma bestaat uit de volgende taakvelden: ▪ Ruimte en leefomgeving ▪ Grondexploitatie (niet- bedrijventerreinen) ▪ Wonen en bouwen
Context en achtergrond Ruimte en leefomgeving De rijksoverheid werkt sinds een geruim aantal jaren aan een wetgevingstraject dat grote gevolgen heeft voor de wetgeving en werkwijze binnen het omgevingsrecht (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water, erfgoed, natuur en infrastructuur). De nieuwe Omgevingswet, die een groot aantal bestaande wetten en uitvoeringsregelingen (AMvB’s en ministeriële regelingen) vervangt, is na diverse vertragingen op 1 januari 2024 in werking getreden. In navolging op de afgelopen jaren wordt in 2025 verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet in de organisatie. Activiteiten na de inwerkingtreding zijn onder meer het volgen van verdiepingscursussen en ervaring opdoen en efficiënt leren werken met de nieuwe wetgeving en systematiek. Verder wordt gewerkt aan de kerninstrumenten, zoals de nieuwe omgevingsvisie, het omgevingsplan en aan de inzet op het automatiseringstraject (Digitale Stelsel Omgevingswet). Duidelijk is dat we er nog niet zijn bij de inwerkingtreding, maar dat er juist daarna nog veel inspanningen verricht moeten worden, onder meer om daadwerkelijk te komen tot een gemeente breed omgevingsplan. Net als in het afgelopen jaar blijft de gemeenteraad op een passende manier geïnformeerd en betrokken bij dit implementatietraject. Eén van de belangrijke opgaven vanuit het coalitieakkoord betreft de woningbouwopgave.
In het kader van dit programmaonderdeel van de begroting wordt werk gemaakt om deze ambitie zoveel mogelijk te realiseren. De gemeente kan hierin een belangrijke voorwaarde scheppende rol vervullen, maar uiteindelijk is de gemeente voor de bouw en realisatie van de woningen wel in sterke mate afhankelijk van een groot aantal partijen en factoren, zoals de marktomstandigheden, procedures etc.
79
Grondexploitatie Voor dit taakveld gelden enkele algemene beleidsuitgangspunten. Ten behoeve van de uitgangspunten wordt aan diverse woningbouwprojecten (mee)gewerkt. Vanuit deze projecten worden woningen toegevoegd waarmee het inwoneraantal kan worden verhoogd. Door in de projecten te participeren en voorwaarden te stellen aan het woningbouwprogramma wordt voorzien in passende woonruimte voor de doelgroepen van het vastgestelde volkshuisvestingsbeleid. In regionaal verband wordt gewerkt vanuit de vastgestelde Regionale ruimtelijke visie Regio Amersfoort. Wonen Omgevingsprogramma wonen 2025-2029 Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet per is de taakverdeling tussen de raad en het college veranderd. De raad heeft eind 2023 een gemeentelijke omgevingsvisie vastgesteld en het college stelt vervolgens de daaruit voortvloeiende omgevingsprogramma’s vast, die een meer uitvoerend karakter hebben. In het eerste kwartaal 2025 stelt het college het nieuwe omgevingsprogramma wonen 2025-2029 vast, na een participatietraject met verschillende doelgroepen en ook na bespreking van een opiniërend commissiestuk in de commissie ruimte eind 2024. Het omgevingsprogramma wonen (ook wel volkshuisvestingsprogramma genoemd) wordt daarbij nadrukkelijker gekoppeld aan het sociale programma Wmo/sociaal domein met een paragraaf woonzorgvisie en een uitvoeringsagenda.
Die lokale paragraaf woonzorgvisie is weer een uitvloeisel van een regionaal woonzorgvisie onderzoek regio Amersfoort, waarbij de provincie Utrecht optreedt als opdrachtgever van dit onderzoek, met als invalshoeken: ▪ de ouderenhuisvesting vanwege de toenemende vergrijzing ▪ de huisvesting van (meer) wettelijke urgentiedoelgroepen vanuit het programma Een thuis voor iedereen. Dit programma wordt tevens verankerd in de nieuwe Wet regie op de volkshuisvesting, welke naar alle waarschijnlijkheid per 1 juli 2025 in werking treedt. Deze nieuwe wet biedt het juridisch kader om de uitgangspunten uit de woondeal 2022-2030 te versterken, waarbij voor nieuwbouw 30% sociale huur en 67% betaalbare nieuwbouw (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) het uitgangspunt is bij de programmering van woningbouwplannen. In de programmering van de woningbouwplannen over de jaren 2025-2029 wordt met deze uitgangspunten rekening gehouden. In vijf jaar tijd willen we 775 nieuwbouwwoningen realiseren (gemiddeld 155 per jaar). De eerste twee jaren proberen we aansluiting te vinden op het coalitieakkoord 2022-2026 (200 nieuwbouwwoningen per jaar) en met de huidige programmering lijkt dat op dit moment haalbaar. Bezwaar- en/of beroepsprocedures tegen dergelijke nieuwbouwplannen kunnen de bestaande programmering overigens wel (verder) vertragen.
Om meer te kunnen sturen op de woningbouwprogrammering en woonruimteverdeling naar verschillende doelgroepen, zal naar verwachting een groter beroep worden gedaan op het nieuwe en al beschikbare beleidsinstrumentarium voor de volkshuisvesting. Het instrumentarium dat we willen gebruiken, wordt in het omgevingsprogramma wonen 2025-2029 vastgelegd als toe te passen en/of te onderzoeken maatregel. Echter het ligt in de rede dat bij de daadwerkelijke implementatie van dit instrumentarium een raadsvoorstel en raadsbesluit nodig zal zijn om verdere vervolgstappen te kunnen zetten. Vanuit die insteek is de raad nog steeds nadrukkelijk aan zet om hier regie aan te geven. Tenslotte zullen we nog moeten bekijken wat de nieuwe regering voor koers uitzet voor de woningbouwopgaven. Daarbij wordt verwacht dat voor een aantal te huisvesten doelgroepen wellicht andere uitgangspunten gaan gelden. Doelgroepen De belangrijkste doelgroepen voor huisvesting blijven de jeugd/starters en de senioren, maar er wordt een programma gerealiseerd voor alle doelgroepen. Ook komt er vanuit het Rijk meer aandacht voor urgente doelgroepen, zoals terugkeer uit maatschappelijke opvang, beschermd wonen en ook meer aandacht voor deugdelijke huisvesting arbeidsmigranten. Specifiek worden arbeidscontracten en huurcontracten van woningen daarbij uit elkaar getrokken.
80
Senioren en specifieke doelgroepen Net als de vorige woonvisieperiode verwachten we dat we de komende jaren naast de klassieke nieuwbouw-methoden ook de meer creatieve nieuwbouwconcepten, zoals Knarhofjes, gespikkeld wonen, Tiny Houses en/of micro-wonen voor de verschillende doelgroepen blijven omarmen. Starters en middeninkomens Voor starters worden meer kansen gecreëerd, waarbij de inzet is om voor 67% nieuwbouw te realiseren in het segment sociale huur, middenhuur en betaalbare koop tot € 390.000,- (norm 2024). Ook mensen met een middeninkomen moeten hierdoor beter bediend worden. Naast de gemeente gaat ook de provincie hier nadrukkelijk op sturen op basis van regionale programmering voor Wonen (en werken) en de woondeal 2022-2030 als voorloper op de Wet versterken regie op de Volkshuisvesting. Woondeal regio Amersfoort met het Rijk - periode 2022-2030 Er zijn vanaf 2022 heel veel tegenwind factoren ontstaan (hogere hypotheekrente, hogere bouwkosten, hogere energieprijzen, netcongestie etc.), waarbij de koopkracht is afgenomen, de bereidheid om te investeren in woningen onder druk staat en een versnelling in de woningbouw nog lastig te realiseren valt. Dit betreft overigens een landelijk probleem, waarin de gemeente niet alleen staat.
Over de jaren 2023 en 2024 is inmiddels geconstateerd dat we lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk de geplande aantallen nieuwbouw niet volledig kunnen waarmaken. Wat wel in positieve zin opvalt in de regio Amersfoort - maar ook lokaal voor Bunschoten, is dat we de programmering van 30% sociale huur en 50% betaalbare nieuwbouw in voldoende mate hebben kunnen realiseren over de jaren 2022 en 2023. Deze positieve trend willen we programmatisch doorzetten, waarbij we vanaf het jaar 2025 wel (moeten) koersen op 67% betaalbare nieuwbouw. Huisvestingsverordening De Huisvestingsverordening Bunschoten 2022-2025 loopt eind 2025 af. Het is de verwachting dat er een nieuwe Huisvestingsverordening 2026-2029 in het vierde kwartaal van 2025 moet worden vastgesteld door de raad (inwerkingtreding 1-1-2026), vanwege aanhoudende schaarste aan sociale huurwoningen en een grotere en bredere groep woningzoekenden voor dit segment woningen. Dit heeft ook te maken met het programma Een thuis voor iedereen en de Wet regie op de Volkshuisvesting. In 2024 wordt hier vanuit de regio Amersfoort al naar gekeken, met als streven om zoveel mogelijk regionaal gelijkluidende tekst te hanteren in de nog wel lokale verordeningen. Dit moet ook betere monitoringscijfers opleveren vanuit Woningnet Eemvallei.
Prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties In 2025 worden de eerste stappen gezet om tot nieuwe prestatieafspraken te komen voor de periode 2025-2029. De prestatieafspraken worden naar verwachting breder van opzet dan de voorgaande periode, waarbij wonen als zorg nog meer met elkaar wordt verbonden en naast gemeente, corporatie en de huurdersbelangenorganisatie ook (woon-)zorgpartijen gaan aanschuiven voor een bijdrage aan deze afspraken. Het college stelt deze prestatieafspraken vast namens de gemeente Bunschoten. De raad wordt vervolgens geïnformeerd over de gemaakte afspraken, die een afspiegeling moeten zijn van de uitgangspunten zoals vastgelegd in het omgevingsprogramma wonen. Bouwen In het integrale handhavingsbeleid VTH, wordt voorgeschreven dat het handhavingsbeleid jaarlijks in een uitvoeringsprogramma moet worden uitgewerkt. Daarin staat waaraan de beschikbare capaciteit wordt besteed. Deze verdeling is gebaseerd op wettelijke vereisten, het lokale handhavingsbeleid en de risicoanalyse die jaarlijks wordt uitgevoerd. De verantwoording hiervan gebeurt door middel van een jaarlijkse evaluatie en bijstelling van de beleids- en uitvoeringscyclus (De big-8-cyclus). Het uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de leges is dat de leges kostendekkend moeten zijn.
De leges van de omgevingsvergunning vormen de belangrijkste inkomstenpost voor wat betreft de opbrengst van leges. Het promillage van de bouwleges wordt jaarlijks door de raad vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet trad ook de Wet Kwaliteitsborging in werking, nu alleen nog voor nieuwbouw, bestaande bouw is uitgesteld tot in ieder geval 1 juli 2025. Deze wet zorgt ervoor dat het bouwtechnische toezicht op de reguliere nieuwbouwwoningen - vallend onder de categorie gevolgklasse 1 – stapsgewijs overgaat van de gemeente naar de particuliere sector. 81
De bouwers/ontwikkelaars moeten hiertoe een particulier toets orgaan inhuren om de kwaliteit van de nieuwbouw van dit type woningen te borgen. De verwachting is dat dit ook een impact heeft op de legesopbrengsten. We bewaken deze ontwikkeling en evalueren twee jaar na de inwerkingtreding van voorgaande wetten of de legestarieven verdere bijstelling behoeven. In de tussentijd schuiven de taken op van toetsen naar handhaven door deze wettelijke ontwikkelingen. Meldpunt voor huurders Per 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur in werking getreden net als de Wet vaste huurcontracten. De wetten liggen in het verlengde van de Wet goed verhuurderschap welke per 1 juli 2023 in werking is getreden. Deze wetten zijn in samenhang bedoeld om de huurder beter te beschermen tegen misstanden bij huurwoningen door verhuurders, wat in tijden van woning schaarste meer voorkomt. Verhuurders daarentegen worden uitgedaagd zich netjes en volgens de geldende de regels te gedragen richting hun huurders (geen discriminatie, geen intimidatie, beperkte servicekosten, schriftelijke huurcontracten, voldoende informeren etc). Met de wet betaalbare huur is er daarnaast een huurprijscheck geïntroduceerd, waarmee huurders kunnen checken of ze niet te veel huur betalen.
Omgekeerd moeten verhuurders gaan werken met vaste huurcontracten en met een woningwaarderingsysteem met een puntentelling waaruit blijkt dat men een redelijke huur in rekening brengt. Dit geldt overigens voor sociale huur tot € 880,- (tot en met 143 punten; norm 2024) en middenhuur tot €1.123,- (tot en met 186 punten; norm 2024). Voor particuliere huur in het duurdere segment geldt geen afgebakende huurprijsbescherming. Handhaving huisvesting arbeidsmigranten In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘bouwen aan de toekomst’ is opgenomen dat de huisvesting van arbeidsmigranten goed geregeld moet worden. Daarbij wordt vastgehouden aan maximaal vier personen buiten het verband van een huishouden per reguliere woning. Het faciliteren van huisvesting is een gemeentelijke taak. Vanaf februari 2024 zijn er twee centrale voorzieningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten in gebruik genomen en is voor een derde voorziening een omgevingsvergunning verleend. Nu er voldoende alternatieve woonruimte beschikbaar is, zal er bij het niet naleven van de wet-/ en regelgeving actief tot handhavend optreden worden overgegaan. Een plan van aanpak wordt momenteel uitgewerkt.
Kaderstellende beleidsnota’s ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ Toekomstvisie 2025 ‘Gemeente Bunschoten zijn we samen!’ Omgevingsvisie 2040 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2021 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 2021 Regionale Ruimtelijke Structuurvisie Masterplan Rengerswetering 2007 Stedenbouwkundig plan Rengerswetering eiland 4 2020 Voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan Rengerswetering eiland 5, 6 en 7 Stedenbouwkundig en beeldambitieplan Rengerswetering eiland 5 2023 Woonvisie Bunschoten 2020 – 2025 Huisvestingsverordening 2022 – 2025 Prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurdersbelangenorganisaties 2022 – 2025 Woondeal regio Amersfoort 2022 - 2030 Bouwbesluit Welstandsnota gemeente Bunschoten 2017 Bouwverordening Bestemmingsplannen Erfgoednota 2012
82
Taakveld Ruimte en leefomgeving Wat willen we bereiken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Werken conform de omgevingswet. Realiseren van de doelstellingen uit de toekomstvisie 2025 wat betreft het werkveld ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Bunschoten 2040. Opstellen van een nota van uitgangspunten Omgevingsplan. Regievoeren op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Bunschoten. Uitbreiden van de kern Eemdijk. Streven naar het behoud van de kernkwaliteiten van het buitengebied, waarbij de agrariërs worden gestimuleerd mee te denken over de bijdrage die zij kunnen leveren aan het realiseren van maatschappelijke doelen. Er wordt agrariërs ondersteuning gegeven bij gesprekken tussen diverse partijen om agrarische mogelijkheden en/of nevenactiviteiten te onderzoeken.
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Werken aan het raamwerk en de kerninstrumenten van de nieuwe omgevingswet (omgevingsvisie en omgevingsplan). Volgen van verdiepingscursussen en ervaring opdoen met het werken volgens de nieuwe omgevingswet. Opdoen van ervaring met het Digitale Stelsel Omgevingswet. Geven van uitvoering aan het masterplan Rengerswetering, door het opstellen van verkavelingsplannen en uitwerkingsplannen. Geven van uitvoering aan het diverse projecten, zoals Tiny Houses, de uitgifte van de schoollocaties en andere inbreidingslocaties. Faciliteren (waar nodig) bij de overige in het uitvoeringsprogramma opgenomen (woningbouw)projecten. Toetsen, adviseren en begeleiden over ruimtelijke plannen. Toepassen van het vastgestelde grondbeleid. Voeren van actief grondbeleid indien noodzakelijk en gebruik maken van de instrumenten uit de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet. Begeleiden van overige plannen procedureel en projectmatig (onder meer vergunningverlening en contractvorming met betrekking tot kostenverhaal en dergelijke). Zorgvuldig procedureel begeleiden en faciliteren van de plannen met betrekking tot uitbreiding van Eemdijk.
Taakveld Grondexploitatie (niet- bedrijventerreinen) Binnen de gemeente is een aantal projecten in uitvoering die betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het gaat zowel om enkele grote ruimtelijke uitbreidingsplannen (woningbouw en bedrijfsterrein) als om enkele kleinere in ontwikkeling te nemen inbreidingslocaties. Rengerswetering Eén van de meest omvangrijke woningbouwprojecten in Bunschoten betreft Rengerswetering. In navolging op de eerste drie eilanden wordt in 2025 het vierde centrale parkeiland afgerond. De focus ligt op het afronden van de inrichting van het openbare gebied. De realisatie van eiland 5 wordt vervolgd. Zo wordt er in 2025 volop gebouwd aan de eerste fase en is het plan om de tweede fase in verkoop te brengen. Zodra de bebouwing wordt opgeleverd wordt ook gestart met het woonrijp maken. De uitwerking van eiland 6 krijgt ook een vervolg. Aan de hand van het nog vast te stellen stedenbouwkundig- en beeldambitieplan zal het bouwrijp maken worden voorbereid en waar mogelijk van start gaan. Project Tiny Houses Samen met woningstichting G&O wordt gewerkt aan de realisatie van 16 Tiny Houses binnen de gemeente. Hiervoor is tussen beide partijen een intentieovereenkomst ondertekend.
De beoogde locatie voor deze woningen is de groenstrook achter de woningen aan de Frits de Zwerver, waar ter financiering van dit project 15 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. Afhankelijk van procedures is het streven dat de bebouwing in 2025 wordt gerealiseerd. Voor de start van de bouw wordt het gebied bouwrijp gemaakt. De contactdocumenten hiervoor zijn al opgesteld.
83
Diverse inbreidingslocaties Binnen de gemeente wordt her en der nog met initiatiefnemers gewerkt aan inbreidingslocaties waar (zorg-)woningen of appartementen gerealiseerd kunnen worden. We hopen dat er een aantal initiatieven in 2025 in uitvoering worden genomen. Herontwikkeling schoollocaties Op de voormalige schoollocatie Vivaldiweg 1, welke gemeentelijk eigendom is, willen wij samen met Woningcorporatie G&O na sloop van de school woningbouw realiseren. De verkoop en daaropvolgende ontwikkeling van de schoollocatie draagt bij aan de nakoming van de prestatieafspraken tussen de gemeente en woningcorporatie G&O. Bij de herontwikkeling van deze locatie willen wij inzetten op doorstroming, waarbij ook aandacht is voor een juiste balans van woningtypen in relatie tot de Woonvisie. Hierover maken wij nadere afspraken met de woningcorporatie. In en om het gebouw van de voormalige Calvijnschool worden sinds maart 2022 bijna 70 Oekraïners opgevangen. Bij deze programmabegroting is de uitwerking van de motie Onderwijshuisvesting Oostwende om deze locatie zo mogelijk in te zetten voor de uitbreidingsbehoefte van het Oostwende opgenomen. Het huidig gebouw van Het Talent komt begin 2025 beschikbaar. Het voorstel is dit gebouw in te zetten worden voor de tijdelijke huisvesting van het Oostwende.
Ook kan het gebouw tijdelijk onderdak bieden aan groepen van De Vlucht en ‘t Kruisrak als dit nodig is voor de bouw van extra lokalen. Ondertussen kunnen er plannen ontwikkeld worden voor herontwikkeling. Voor het gebouw aan het Vogelpad 1 (voormalig schoolgebouw van ‘t Kruisrak dat nu gebruikt wordt door o.a. de Peuterhof (CKCB)) zijn als gevolg van de aangenomen motie van de raad in juni 2023 onze inspanningen gericht om het gebouw vrij te spelen voor herontwikkeling. Bij de besluitvorming over het IHP 2024 – 2027 heeft de raad de motie Onderwijshuisvesting Vogelpad 1 aangenomen. Bij deze programmabegroting is de uitwerking hiervan opgenomen. Het voorstel is het gebouw Vogelpad 1 voorlopig in te zetten als tijdelijke huisvesting voor de uitbreidingsbehoefte van ’t Kruisrak. De in de programmabegroting opgenomen investering voor de uitbreiding en IKC-vorming van ’t Kruisrak wordt met twee jaar doorgeschoven van 2025 naar 2027. Uitbreiding Eemdijk-Oost In 2024 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan vastgesteld. Er is echter beroep ingesteld bij de Raad van State. Na onherroepelijkheid van het bestemmingsplan zal de initiatiefnemer kunnen starten met de realisatie van het bouwplan.
Taakveld Wonen en bouwen Wat willen we bereiken? ▪ ▪
▪ ▪ ▪
Voldoende woonmogelijkheden voor eigen inwoners, zowel in de huur- als de koopsector (specifiek voor starters en ouderen, maar ook voor bijzondere doelgroepen als mensen met een zorgbehoefte en met beperkingen). Een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling, dat wil zeggen meer kansen voor groepen die aangewezen zijn op betaalbare huisvesting, zowel in de huursector (woningzoekenden die niet kunnen kopen, urgenten en bijzondere doelgroepen) als in de koopsector (starters en oudere doorstromers/senioren). Bouwen volgens het nieuwe omgevingsprogramma wonen 2025-2029 vooral voor eigen inwoners, maar ook deels voor de regionale behoefte. Naast Rengerswetering meer inbreidingslocaties voor een betere spreiding. Dit geldt vooral voor de sociale woningbouw, waarbij we kansen met eigen grondposities goed benutten. Voor ouderen moeten vooral geschikte locaties gevonden worden nabij voorzieningen. Het vinden van voldoende geschikte locaties voor nieuwbouwwoningen voor de verschillende doelgroepen wordt nog een hele uitdaging voor de gemeente, corporaties en overige initiatiefnemers.
84
Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
Uitvoeren van het nieuwe omgevingsprogramma wonen 2025-2029, inclusief de paragraaf woonzorgvisie met uitvoeringsagenda. Opstarten nieuwe meerjaren prestatieafspraken 2025-2029 tussen de gemeente Bunschoten, de corporatie G&O en huurdersbelangenorganisatie HGO en wellicht ook enige (woon)zorginstanties. Bewaken van het meldpunt voor huurders betreffende goed verhuurderschap. Wet goed verhuurderschap, Wet betaalbare huur, Wet vaste huurcontracten, aanpassing Huisvestingswet. Oppakken van initiatieven van (lokale) inwoners, ontwikkelaars en beleggers om te komen tot nieuwbouw en transformatie van niet-woningen tot woningen. Meer dan voorheen zal daarbij het accent op de betaalbaarheid van koopwoningen moeten liggen. Een verdiepingsslag maken met de provinciale Planmonitor woningen - meer kwaliteitscriteria (o.a. duurzaamheid, betaalbaarheid) naast de kwantiteitscriteria (aantallen woningen). Ook een dashboard opzetten vanuit de Provincie Utrecht om programmering en realisatie van sociale huur, middenhuur en betaalbare koop beter te kunnen monitoren (meerjarensamenhang tussen gerealiseerd en geprogrammeerd). Met enige regelmaat om tafel met projectleider woondeal regio Amersfoort en coördinator versnelling nieuwbouw wonen van de provincie Utrecht knelpunten en kansen voor meer betaalbare programmering sociale huur, middenhuur en betaalbare koop te bespreken.
Indicatoren Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Indicator
Eenheid
Gemiddelde WOZ-waarde woningen
1.000 euro
Nieuwbouwwoningen
Aantal per 1.000 woningen
Demografische druk
%
Woonlasten éénpersoonshuishouden Woonlasten meerpersoonshuishouden
Bron
Nederland 2024 379
Euro
Bunschoten 2024 CBS - Statistiek 439 Waarde Onroerende Zaken ABF-systeem 13,4 (2023) Woningvoorraad CBS - Statistiek 72,8 Bevolking COELO 856,5
Euro
COELO
942 (2023)
887,5
9,1 (2023) 70,4 860 (2023)
85
Wat mag het kosten? Programma Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (bedragen x € 1.000,-) Rekening Raming Raming Meerjarenraming 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Lasten programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen
353
425
1.882 985
Totaal lasten
468
453
453
453
3.065 1.269
8.428 5.933 1.274 1.272
5.816 1.271
5.890 1.259
3.219
4.758
10.169 7.657
7.540
7.602
25
25
25
25
Baten programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen
67
683
2.839 773
3.065 1.547
8.428 6.080 686 686
5.963 686
6.038 686
Totaal baten
3.678
5.294
9.138 6.790
6.673
6.748
Saldo programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen
286
-258
443
428
428
428
-957 212
0 -278
0 588
-147 586
-147 586
-147 574
Totaal saldo
-459
-536
1.032
867
867
854
2025
2026
2027
2028
Woonzorgvisie 2030-2035
-
-
-
50.000
Totaal
-
-
-
50.000
Investeringen (Bedragen x €1,-)
Toelichting De raming op het taakveld Grondexploitatie is gebaseerd op de actualisering van meerjarenprognose grondexploitatie. Het verschil tussen de lasten en baten in meerjarenperspectief heeft betrekking op een storting in de reserve bovenplanse voorzieningen. Bij de baten op het taakveld Wonen en bouwen komt voor het jaar 2024 een hoge raming naar voren. Dit heeft betrekking op bouwvergunningen die in 2023 nog zijn aangevraagd, maar in 2024 worden afgewikkeld. De raming voor 2025 en verder is gebaseerd op de verwachte inkomsten leges op basis van de nieuwe omgevingswet.
86
3. PARAGRAFEN
87
88
3.1 Lokale heffingen (Commissie Bestuur en Financiën) Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf lokale heffingen is opgenomen in artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat tenminste de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Begroting versus jaarrekening De belastingparagraaf in deze begroting is zo vormgegeven dat de uitwerking van de belastingparagraaf in de jaarrekening straks zoveel mogelijk overeenkomt. Dit is bevorderlijk voor de controlerende taak van de raad en verschaft een zo goed mogelijk inzicht. De verplichte onderdelen in deze paragraaf is uitgebreid met een “kostendekkingsoverzicht voor de verschillende leges en rechten”. Dit verschaft extra inzicht aan de raad hoe op begrotingsbasis omgegaan wordt met het kostendekkingsuitgangspunt en hoe dit zich straks vertaald in de jaarrekening. Bij het overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen is slechts het algemene kader geschetst van de verschillende heffingen die geheven worden in deze gemeente.
In de belastingparagraaf voor de jaarrekening worden deze heffingen ook nader voorzien van kengetallen, resultaten en een nadere analyse van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote bedragen. Egalisatiereserves De egalisatiereserves vormen een essentieel onderdeel van de kostendekking van de verschillende rechten. Egalisatiereserves hebben als voornaamste doel om grote tariefschommelingen te voorkomen. Ook kan een reserve worden opgebouwd om toekomstige vervangingsinvesteringen uit te bekostigen. Over de gewenste bandbreedte van deze reserves zijn nadere uitgangspunten geformuleerd. Aan de hand van deze uitgangspunten kan aan de hand van de stand van de egalisatiereserves worden bepaald hoe omgegaan moet worden met eventuele (extra) tariefmaatregelen om in een bepaalde termijn weer binnen de afgesproken bandbreedte te opereren. Dit kan zowel een verlaging als een verhoging van tarieven betreffen. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus / Tricijn (GBLT) Het GBLT te Zwolle voert de verschillende heffingen, inningen en de Wet Waardering Onroerende Zaken voor de gemeente Bunschoten uit. Een gemeentelijke regiefunctionaris bewaakt de financiële afspraken en prestatieafspraken in overleg met de belastingsamenwerking en zorgt ook voor de relevante informatie-uitwisseling.
De gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen wordt bij deze samenwerking gebundeld met verschillende waterschapheffingen, waardoor er een optimaal heffingsen inningsproces ontstaat. Burgers en bedrijven worden door GBLT hierover geïnformeerd. Enige (veelal incidentele) heffingen voert de gemeente zelf nog uit. Het betreffen de roerende ruimtebelasting, leges, begrafenisrechten en incidentele marktgelden.
89
Belastingen en rechten
Primitieve begroting 2025
Belastingen: Onroerendezaakbelastingen (GBLT) Roerende-ruimtebelastingen (gemeente) Forensenbelasting (GBLT) Precariobelasting, algemeen (GBLT)
€ € € €
5.760.000 6.000 8.000 79.000
Bestemmingsheffingen: Rioolheffing (GBLT) Afvalstoffenheffing (GBLT) BIZ bijdrage Haarbrug Noord (GBLT) Afdracht BIZ bijdrage Haarburg Noord (gemeente)
€ € € €
1.938.000 2.895.000 21.000 -20.000
€
473.000
€ € € € € € €
68.000 16.000 -9.000 121.000 357.000 -136.000 655.000
€
12.232.000
Rechten: Begrafenisrechten (gemeente) Marktgelden (GBLT heffingen jaarplaatsen, gemeente incidenteel) Overige inkomsten markt - water/stroomverbruik (gemeente) Afdracht promotiegelden markt (gemeente) Havengelden (GBLT heffingen jaarligplaatsen) Leges algemene dienstverlening/burgerzaken (gemeente) Afdracht Rijksleges (gemeente) Leges omgevingsvergunning/bouwen (gemeente) Totaalopbrengst belastingen en rechten
Na afronding van het dienstjaar wordt, in de belastingparagraaf behorende bij de jaarrekening 2025, een nadere analyse gegeven van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote opbrengsten.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De gemeentelijke inkomsten bestaan slechts voor een beperkt deel uit eigen belastinginkomsten (belastingen en rechten). Het overgrote deel van de gemeentelijke inkomsten wordt gevormd door de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en door specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid. De overige inkomsten van gemeenten zijn afkomstig uit onder andere bouwgrondexploitatie, beleggingen, huren, pacht, nutsbedrijven, handel en industrie. Waarom zijn de eigen belastinginkomsten dan toch zo belangrijk? ▪ Door op lokaal niveau (de gemeenteraad) de afweging te maken welke voorzieningen tot stand worden gebracht en welke belastingheffing daarvoor nodig is, wordt een optimale democratische afweging gemaakt; ▪ Daarnaast kunnen eigen (belasting)inkomsten noodzakelijk zijn om de onvolkomenheden in de verdeling van de gelden uit het Gemeentefonds te kunnen opvangen; In toenemende mate worden ook de taken van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten. Bij de overdracht van de bijbehorende financiële middelen gaat het Rijk er in veel gevallen vanuit dat gemeenten de overgedragen taken efficiënter uit kunnen voeren dan het Rijk, zodat men op voorhand een zogenaamde efficiencykorting toepast op de bij de taak behorende geldstroom. Ook de kosten voor het opzetten van nieuwe taken wordt veelal niet, of slechts gedeeltelijk, door het Rijk gedragen.
Een eigen lokaal belastinggebied is voor de lokale politiek dan een pré. In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen een gemeente mag heffen. Het is de gemeenteraad die besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Bij de eigen belastinginkomsten van gemeenten kan onderscheid worden gemaakt tussen een tweetal vormen: ▪ belastingen die dienen om kosten te verhalen op diegenen die deze kosten veroorzaken (leges en rechten); 90
▪
belastingen die dienen om inkomsten te genereren die vrij besteedbaar zijn en waarbij geen relatie wordt gelegd met gemaakte of te maken kosten (verschillende belastingen, waaronder de onroerendezaakbelastingen).
Beleid en verordeningen De redactionele en technische wijzigingen van de belasting- en rechtenverordeningen 2025 worden in een afzonderlijk raadsvoorstel aangeboden. De relevante verordeningen zijn (voor zover relevant) vooraf tekstueel afgestemd met het GBLT. Hierin worden ook de in deze paragraaf vermelde tariefbepalingen verwerkt. In het kort worden nu al enige (toekomstige) beleidsmatige wijzigingen in deze paragraaf van de programmabegroting toegelicht. Tarievenbeleid Bij het opstellen van de ramingen van de inkomsten uit belastingen, bestemmingsheffingen en rechten voor de gemeentelijke begroting 2025 wordt in de basis uitgegaan van een gemiddelde tariefswijziging. Daarbij is als algemeen uitgangspunt een verwacht inflatiepercentage (met correctie op het voorgaande jaar) voor 2025 gehanteerd van 6,40% (3,20% + 3,20%). Specifiek voor de onroerendezaakbelastingen geldt een extra verhoging van 5,00%. Daarnaast wordt conform het unaniem door de raad op 4 juli 2024 aangenomen amendement A02 bij behandeling van de Kadernota, de tariefstijging van de rioolheffing met 6,40% weer verlaagd met 5,00% om de toename van de lastendruk voor de inwoners in enige mate te beperken.
Onroerendezaakbelastingen De gemiddelde waardestijging/-daling van woningen en van niet-woningen voortkomend uit de jaarlijkse herwaarderingen Wet WOZ worden gecompenseerd door bijstelling van de tarieven onroerendezaakbelastingen. Een herwaardering levert de gemeente in beginsel dan ook geen extra geld op. Naast dit herwaarderingseffect kan de gemeente overigens wel tariefmaatregelen nemen die daarvan los staan. Over het algemeen vindt inflatiecorrectie plaats over de tarieven. Begrafenisrechten De tariefverhoudingen zijn het afgelopen jaar verder afgestemd op de uitgangspunten, zoals verwoord in het op 10 februari 2022 unaniem aangenomen amendement A02 tarief grafrecht voor onbepaalde tijd. Daarbij zijn de verhouding van de tarieven afkoop grafrust van 30 jaar en 60 jaar verhoudingsgewijs gelijkgetrokken. Een vervolgstap is dat de gemeente een tussentijdse overstap mogelijk maakt voor graven met een specifieke afkoopperiode grafrust naar onbeperkte grafrust. Een fiscaal juridische constructie wordt hiertoe voorbereid en ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Coalitieakkoord In het coalitieakkoord “Bouwen aan de toekomst” 2022-2026 wordt nagestreefd om de gemeentelijke woonlasten zo laag mogelijk te houden en tot de goedkopere gemeenten van Nederland te blijven behoren.
Landelijke besluiten waarop de gemeente zelf geen invloed heeft, denk hierbij aan een herijking van het Gemeentefonds, kunnen ons echter dwingen tot een aanpassing van deze uitgangspunten. De gemeentelijke tarieven voor leges en rechten blijven kostendekkend. De hondenbelasting blijft afgeschaft. Belastingen ▪ Onroerendezaakbelastingen: o Verhoging van het tarief eigenarenbelasting woningen met 6,40% + 5% o Verhoging van de tarieven eigenaren- en gebruikersbelasting niet-woningen met 6,40% + 5% ▪ Roerende-ruimtebelastingen: verhoging van de tarieven met 6,40% ▪ Forensenbelasting: verhoging van de tarieven met 6,40% ▪ Precariobelasting: verhoging van de tarieven met 6,40% Bestemmingsheffing ▪ Brede rioolheffing: verhoging van de tarieven met 6,40% - 5% ▪ Afvalstoffenheffing: verhoging van de tarieven met 6,40% ▪ BIZ Haarbrug Noord: de tarieven zijn vastgesteld voor een periode van vijf jaar (2022 - 2026) en kunnen tussentijds niet worden aangepast.
91
Overige rechten ▪ Begrafenisrechten: verhoging van de tarieven met 6,40% ▪ Marktgelden: verhoging van de tarieven met 6,40% ▪ Havengelden vaste ligplaatshouders: verhoging van de tarieven met 6,40% ▪ Veerpontgelden de Eem: verhoging in overleg, wordt verwerkt in de verordening ▪ Leges, verdeeld over drie hoofdstukken met samenhangende dienstverlening: o 1: Algemene dienstverlening: verhoging van de tarieven met 6,40% o 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet: 6,40% o 3: Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2: verhoging van de tarieven met 6,40% WAARDERINGSKAMER Dit instituut controleert of gemeenten of belastingsamenwerkingsverbanden zoals de GBLT, de Wet waardering onroerende zaken goed uitvoeren. Verder houden zij toezicht op de uitvoering van de Basisregistratie waardering onroerende zaken. In 2022 heeft GBLT de score ‘goed’ ontvangen van de Waarderingskamer, dit niveau is sindsdien gehandhaafd. Meer informatie is beschikbaar op de site van de Waarderingskamer.
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Wet Waardering Onroerende Zaken De Wet WOZ verplicht gemeenten om jaarlijks een nieuwe taxatie vast te stellen voor alle panden. Met een jaarlijkse herwaardering (taxatie) zijn de waardesprongen minder groot en benaderen meer de actuele waarde, mede omdat de waardepeildatum dichter bij het belastingjaar ligt. In 2025 ontvangt iedere hoofdbewoner van een object een WOZ-waardering wanneer hij/zij op 1 januari 2025 eigenaar is van een woning (of woning in aanbouw of grondkavel) en/of eigenaar of gebruiker is van een nietwoning (bedrijf, ander soort object, in aanbouw of grondkavel). De WOZ-waarde wordt gebruikt om de hoogte van verschillende belastingen te berekenen, zoals de onroerendezaakbelastingen (gemeenten), het eigen-woningforfait inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de schenkbelasting en erfbelasting (Rijksbelastingdienst) en de waterschapsheffing ‘omslag gebouwd’ (waterschappen). De WOZ-waarde wordt ook gebruikt voor afschrijvingen van bedrijfsgebouwen en wordt ook gebruikt voor het vaststellen van de huurprijs van een huurwoning. Met de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur per 1 juli 2024 is dat laatste belang verder uitgebreid van sociale huurwoningen naar middenhuurwoningen.
Waardering met methodiek netto gebruiksoppervlakte De WOZ waardering vindt plaats op basis van bruto inhoud naar het waarderen op basis van netto gebruiksoppervlakte. Deze methodiek sluit goed aan op de taxatie- en makelaars-branche, waar het begrip netto gebruiksoppervlakte veel wordt gebruikt. Tevens sluiten de basisregistratie WOZ en BAG (adressen en gebouwen) hierdoor goed op elkaar aan. Het gaat hierbij overigens om de waardering van woningen. De niet-woningen (verhuurbaar vloeroppervlakte en bruto oppervlakte) vallen hierbuiten. Belastingen ▪ Onroerendezaakbelastingen: Dit is veruit de belangrijkste belasting qua inkomsten voor de gemeente. De onroerendezaakbelastingen zijn objectieve en zakelijke belastingen, waarbij de vastgestelde WOZ-waardering van de onroerende zaak het uitgangspunt is. Er zijn drie onroerendezaakbelastingen: o een belasting geheven van eigenaren van woningen; o een belasting geheven van eigenaren van niet-woningen; o een belasting geheven van gebruikers van niet-woningen. ▪ Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimte: Deze heffing is ingevoerd met name vanwege het plaatsen van woonarken aan de Zuiderzeekade. Aansluiting is gezocht bij de methodiek van de OZB qua mogelijke heffingen. Tot op heden heeft dit alleen tot belastbare feiten geleid voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen.