Bijlage 4. Omgevingsvisie Bunschoten 2040 1e wijziging 2023.pdf
Tekst van het document
Daarnaast wordt in Bunschoten gewerkt aan de Transitievisie Warmte. De visie gaat in op de stappen die nodig zijn om in 2050 aardgasloos te zijn. Lokaal wordt een tijdspad vastgesteld wanneer welke wijk van het aardgas gaat en welke alternatieven mogelijk zijn. Het is een uitdaging om een passende mix van duurzame energiebronnen te vinden. Kansrijk lijken het halen van warmte uit water (aquathermie), denk aan het Eemmeer of het Nijkerkernauw, of uit de bodem (geothermie). De haalbaarheid hiervan en van andere opties wordt nader onderzocht in samenwerking met andere gemeenten en de provincie. In de komende jaren wordt de overgang naar een aardgasloze gebouwde omgeving samen met inwoners en andere belanghebbenden uitgewerkt in uitvoeringsplannen op wijkniveau. Hoe zien we de toekomst? Voor Bunschoten zijn de volgende ambities leidend: • We volgen het landelijke beleid en ander beleid van hogere overheden over duurzaamheid en de energietransitie en nemen dat als uitgangspunt. • Uit de Regionale Energie Strategie volgen de opgaven van Bunschoten op het gebied van regionale duurzame elektriciteit en grootschalige duurzame warmte, infrastructuur en energienetwerken.
• We zorgen voor actueel beleid, als onderdeel van een omgevingsprogramma duurzaamheid, dat ervoor zorgt dat wij initiatieven voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en voor de duurzame voorziening in onze warmtevraag zorgvuldig af te wegen en in te passen. Bij het ontwikkelen hiervan is behoud en bescherming van het open landschap uitgangspunt. Onze opbrengsten komen mede ten goede aan onze gemeenschap. Het vastgestelde beleid verwerken we in ons omgevingsplan. • We benutten allereerst de mogelijkheden die het buitengebied zo min mogelijk aantasten en tot weinig maatschappelijke discussie leiden, zoals zonnepanelen op daken. We stimuleren het leggen van zonnepanelen op daken, vooral op de daken van (agrarische) bedrijven en woningen. • We vinden het belangrijk dat duurzame energie die lokaal wordt opgewekt ten goede komt aan de gemeenschap, ook financieel. • Inwoners zijn bereid om zelf een deel van de investeringen te doen wat betreft verduurzaming. Daarbij is het aan de gemeente om voor te lichten over de mogelijkheden en financiering ervan. Er wordt bij woningen en bedrijven in eerste instantie ingezet op energiebesparing en dan met name isolatiemaatregelen.
• Grootschalige duurzame elektriciteit: Initiatieven op het gebied van duurzame grootschalige opwekking van elektriciteit worden beoordeeld op basis van het Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit. De samenleving wordt in staat gesteld financieel te participeren in initiatieven voor grootschalige opwekking van elektriciteit. De regels in ons omgevingsplan maken grootschalige opwek van elektriciteit mogelijk langs in elk geval de randen van infrastructuur en bedrijventerreinen. • Warmtetransitie: De Transitievisie Warmte bepaalt de route naar een aardgasvrij Bunschoten in 2050. We zetten tot 2030 in op isoleren en besparen, daarna gaat de gemeente aan de slag met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen om wijken van het aardgas af te koppelen. We streven naar betaalbaarheid en een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak. We onderzoeken hoe we energiereststromen van bedrijven kunnen benutten. We onderzoeken of het gebruik van warmte- en koudestromen van bedrijven kan helpen bij een nieuwe duurzame warmtevoorziening. We onderzoeken de potentie van aquathermie lokaal en verder
•
•
in de regio. De regels in het omgevingsplan maken passende initiatieven om duurzaam te voorzien in de warmtevraag mogelijk. Bodemenergie: Bodemenergiesystemen kunnen een bijdrage leveren aan de duurzame energievoorziening voor de toekomst. Zorgvuldig gebruik van de daarvoor beschikbare ondergrondse ruimte is belangrijk. Elektrisch vervoer: De komende decennia zal elektrisch aangedreven vervoer sterk groeien. Dat betekent dat er voldoende oplaadpunten moeten zijn.
5. Klimaat Het klimaat is het gemiddelde weer over een langere periode. Fluctuaties in het klimaat verschillen van plaats tot plaats en ook in de tijd. In de tijd is sprake geweest van natuurlijke schommelingen, maar ook mensen hebben invloed op het klimaat door activiteiten waarbij teveel broeikasgassen (zoals CO₂) worden uitstoten. Te veel broeikasgassen ontstaan onder andere bij intensief gebruik van fossiele brandstoffen en als gevolg van intensieve veehouderij. De uitdaging rondom de verandering van het klimaat en de manier waarop we hiermee omgaan, raakt ons allemaal en werkt overal in door. Het klimaat is daarmee een heel belangrijk thema om onze leefomgeving gezond en veilig te houden. Waar staan we nu? De versterkte klimaatverandering heeft grote gevolgen: de zeespiegel stijgt en we hebben steeds vaker te maken met extreem weer: hittegolven, droogteperioden, hevige neerslag en overstromingen. Veranderingen in het landschap als meer steen en minder groen, leiden ertoe dat de natuur minder broeikasgassen kan opnemen. Ook door afval te creëren dat water, bodem of andere ecosysteemdiensten vervuilt, raakt het klimaat uit balans. Veel planten- en diersoorten sterven uit, doordat zij zich niet kunnen aanpassen aan de snelheid waarmee het klimaat en hun leefomgeving verandert.
Deze biodiversiteit is bepalend voor onze voedselproductie, voorraad aan grondstoffen, schone lucht en andere ecosysteemdiensten. Internationaal zijn in het Klimaatakkoord van Parijs afspraken gemaakt en doelen bepaald om de door de mens versterkte klimaatverandering tegen te gaan en onze leefomgeving hierop aan te passen. Om de schade door klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken, kunnen we maatregelen nemen. Bij klimaatmitigatie gaat het over maatregelen waarmee we de opwarming van de aarde beperken. De gemeente draagt hieraan momenteel bij door plannen voor de energietransitie te maken. Daarnaast kunnen we de omgeving aanpassen om beter om te gaan met de effecten van klimaatverandering, ook wel klimaatadaptatie. Als we optimaal om kunnen gaan met veranderingen in het klimaat, noemen we dat klimaatbestendigheid. Wat komt er op ons af? Klimaatverandering leidt tot hittestress, perioden van droogte, meer en extremere neerslag en een stijgende zeespiegel. Ook in Bunschoten verwachten we dat deze effecten de komende jaren groter worden. Uit de Klimaatatlas blijkt dat onze gemeente gevoelig is voor overstromingen. Dankzij de primaire keringen houden we onze voeten droog. We zien hittestress, droogte en wateroverlast na hevige regenval als groeiend probleem, en ook bodemdaling speelt in onze gemeente.
Tot 2050 is de verwachting dat op sommige plekken in onze gemeente de bodem zelfs met 40 cm zal zakken. Extreme hitte heeft gevolgen voor de gezondheid van mensen en dieren. Het risico op sterfte onder kwetsbare groepen, zoals ouderen en chronisch zieken, wordt versterkt door
hittestress. Daarnaast leidt hittestress tot een lagere arbeidsproductiviteit en slaapproblemen. De inrichting van de leefomgeving is van invloed op de mate van hittestress. In gebieden met veel bebouwing en verharding zal de hittestress hoger zijn dan op het platteland. Klimaatverandering heeft dus een effect op gezondheid, economie, (water)veiligheid, maar ook de biodiversiteit.
Hoe zien we de toekomst? We gaan praktisch aan de slag met klimaatadaptatie, als onderdeel van een omgevingsprogramma duurzaamheid. Op die manier gaan we onze klimaatadaptieve maatregelen vaststellen, bijvoorbeeld door het tegengaan van: het verharden van tuinen, het eigen terrein van woningen en bedrijven (op parkeerplaatsen). Dit gaan we door middel van regels vastleggen in het omgevingsplan. Ook gaan we aan de slag met de volgende actuele en toekomstige subthema’s: • • •
•
•
• •
•
Hittestressbestendig: Om hittestress aan te pakken stimuleren we maatregelen voor de korte en lange termijn. We lichten inwoners op tijd in bij een hittegolf en geven adviezen. Droogtebestendig: We stimuleren maatregelen voor droogteperiodes, zoals de aanschaf van regentonnen om water op te vangen in droogteperiodes. We geven voorlichting aan agrariërs over hoe om te gaan met droogte in de landbouw. Hevige neerslag: We stimuleren en maken extra plekken voor waterberging om grote hoeveelheden neerslag op te vangen. We gaan op zoek naar een andere balans tussen het vasthouden en afvoeren van water, zowel in de kernen als in het buitengebied. We pakken het gebiedsgericht aan en stimuleren initiatieven van inwoners. We blijven inzetten op afkoppelen van regenwater van het riool. Vergroening: We letten erop dat er in de leefomgeving voldoende groen aanwezig is. Daarmee dragen we bij aan het programma “Groen groeit mee” binnen de regio Utrecht. Daarbij streven we voortdurend naar verbetering van de biodiversiteit. Waar mogelijk ontwikkelen we natuurinclusief. We zoeken oplossingen tegen water op straat en maken werk van het verminderen van onnodige bestrating. We stimuleren groene daken en we nemen maatregelen samen met de omgeving. We kiezen voor de juiste maatregel op de juiste plek, denk daarbij ook aan geveltuintjes voor verkoeling.
We leggen wadi's aan, waarmee we zowel water kunnen vasthouden als laten infiltreren. Bestand tegen overstromingen: We zorgen ervoor dat we voorbereid zijn op overstromingen. Daarbij is meerlaagse veiligheid belangrijk. Dat betekent dat we het risico op overstromingen bestrijden door een combinatie van waterkeringen (laag 1), ruimtelijke ordening (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Op al deze niveaus worden maatregelen bedacht om dit te bereiken. Deze maatregelen hebben vaak ruimtelijke gevolgen. Hierbij proberen we diverse opgaven te combineren, ook wel meekoppelkansen. Bodemdaling: We nemen maatregelen om (dreigende) bodemdaling tegen te gaan. Klimaatadaptief bouwen en inrichten : We moeten onze kernen en het buitengebied zó inrichten dat we voorbereid zijn op het toekomstig klimaat. We bouwen daarom klimaatadaptief. Voorlichting en financiering: we geven voorlichting over klimaatadaptatie en stimuleren klimaatadaptief bouwen en inrichten doormiddel van een vorm van financiering.
6. Circulariteit Er wonen meer mensen op aarde en de welvaart neemt toe. Daardoor worden grondstoffen om producten te maken steeds schaarser en duurder en ontstaat schade aan het milieu. In een circulaire economie worden grondstoffen ofwel de hulpbronnen energie, water, materialen en voedsel efficiënt ingezet en hergebruikt, zonder dat het milieu daaronder leidt. Wanneer er nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden deze op een duurzame manier gewonnen en wordt aantasting van de leefomgeving voorkomen. We hebben nog veel stappen te zetten om daar te komen. Waar staan we nu? Op het gebied van afval werkt de gemeente al enkele jaren aan het beperken en de recycling van afvalstromen. Goed gescheiden afval is makkelijker te recyclen dan afval dat niet wordt gescheiden. Per 1 januari 2022 is Bunschoten overgestapt op een systeem met nascheiding van afval als uitgangspunt. In 2050 wil Nederland een circulaire economie zijn. Een economie zonder afval, waarin herbruikbare grondstoffen centraal staan. Circulariteit staat nog in de kinderschoenen, maar ook in Bunschoten willen we hier in de komende jaren vorm aan geven. We willen aansluiten bij regionale samenwerkingen voor het werken aan een circulaire economie. Wat komt er op ons af? In het Rijksbrede programma Circulaire Economie staat wat nodig is voor een circulair Nederland in 2050.
In 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). Er is een transitieagenda opgesteld voor vijf sectoren en ketens die belangrijk zijn voor onze economie, maar ook belastend zijn voor het milieu. Het gaat hierbij om: •
•
•
•
•
Biomassa en voedsel Biomassa wordt gebruikt voor veevoer, chemie, transportbrandstoffen en energie. Met biomassa kunnen we veel sectoren groener maken en CO2-uitstoot verminderen. Kunststoffen Kunststof is nuttig, maar het tast het milieu en het klimaat aan. Met het Plastic Pact gaan overheid, bedrijfsleven en milieuorganisaties de strijd aan tegen plastic afval. Maakindustrie De maakindustrie verwerkt materialen, zoals metalen, tot nieuwe producten. Deze processen zijn veelal schadelijk voor het milieu. In het ontwerp kan rekening gehouden worden met de herbruikbaarheid van materialen. Bouw De bouwsector neemt 50% van het grondstoffenverbruik in Nederland voor zijn rekening. Veel afval is sloopafval. Binnen de bouwsector is een versnelling van innovaties in de vorm van circulair en modulair bouwen nodig. Consumptiegoederen Consumptiegoederen zijn goederen in verpakkingen die wij allemaal gebruiken: van koffiebekers tot kleding en van frisdranken tot stofzuigers. Het doel is om grondstoffen niet meer te verspillen, maar te hergebruiken.
De provincie Utrecht heeft voor de circulaire economie vijf leidende principes geformuleerd: 1. De waarde van materialen wordt keer op keer volledig benut.
2. 3. 4. 5.
Economische activiteiten hebben een positieve impact op mens en milieu. Energie komt uit hernieuwbare bronnen. De schaal van kringlopen is zo klein als kan en zo groot als moet. Producten en andere ontwerpen zijn flexibel, aanpasbaar en modulair.
Hoe zien we de toekomst? De doelen op het gebied van circulariteit worden in de komende jaren op lokaal niveau uitgewerkt. We volgen hierin het landelijk beleid. Op verschillende gebieden kan een bijdrage worden geleverd aan de doelstelling om in 2050 100% circulair te zijn. De gemeente ziet dat hulpbronnen op het gebied van materialen, voedsel, water en energie essentieel zijn voor de economie en zij werkt daarom aan een circulaire economie. De gemeenschap opereert graag zelfstandig; de kringlopen en de waarde van hulpbronnen houden we zoveel mogelijk binnen de gemeente. We willen banen die kringlopen sluiten en zo de economie van de gemeente stimuleren. Ook gaan we aan de slag met de volgende actuele en toekomstige subthema’s: •
•
•
•
•
Afval: Bij de beweging naar een circulaire economie is het beperken van afvalstromen belangrijk. Hoe minder afval, hoe beter. Daarnaast willen we afval zoveel mogelijk kunnen zien als een restproduct dat weer van waarde kan zijn voor een nieuw product. Bij de inzameling van afval blijft een goede service richting onze inwoners van belang. Materialen: Materialen gebruiken we in producten die we consumeren, in kleding, gebruiksvoorwerpen, in gebouwen, infrastructuur, vervoer en meer. Wat betreft materialen willen we geen schadelijke stoffen achterlaten voor milieu en gezondheid. Bedrijven produceren zo min mogelijk afval en broeikasgassen. In een circulaire economie werken bedrijven samen waarin de restproducten van waarde zijn voor een ander bedrijf. Daarnaast bouwen en produceren we voor een behoefte, waarbij flexibiliteit en tijdelijkheid centraal staan om snel te kunnen aanpassen bij veranderende omstandigheden. We zoeken steeds naar mogelijkheden om het gebruik van grondstoffen terug te brengen. Voedsel: Agrariërs zijn een belangrijke schakel in de voedselkringloop. In een circulaire economie krijgt voedsel een eerlijke prijs. Kwaliteit van de bodem, water en andere ecosysteemdiensten zouden in het voordeel moeten werken van agrariërs. Broeikasgassen en afval kunnen in de landbouwsector worden beperkt voor een prettige leefomgeving (elders).
Afval oftewel reststoffen in de landbouwsector kunnen een nieuw inkomen geven voor het eigen bedrijf of een ander bedrijf in de circulaire economie. Het klimaat verandert en de landbouwsector verandert mee; daarom helpen we de landbouwsector in nieuwe mogelijkheden van inkomen en verschillende nieuwe functies. Water: Schoon water komt bij ons uit de kraan en we gebruiken het in de landbouw, in onze huizen en andere werkzaamheden. Waterwinning en -zuivering is kostbaar in onder meer geld in energie. We kijken naar de kansen en mogelijkheden om gebruikt water her te gebruiken voor verschillende functies. We zetten in op het besparen van water voor tijden wanneer we het nodig hebben bij bijvoorbeeld droogte en hitte. Energie: We willen dat onze energie komt uit hernieuwbare bronnen en we duurzame energie ook voldoende opslaan. Bij reststromen hergebruiken we energie. De eerste stap is het gebruik van energie te reduceren. Hoe meer we de circulaire
economie lokaal in de gemeente creëren, hoe meer energie we kunnen besparen in het vervoer van o.a. materialen, voedsel, water.
7.
Werken en ondernemen
Wat is het? Bij de gedachte aan het woord ‘bedrijfsleven’ in de gemeente Bunschoten wordt overwegend gedacht aan een bruisende, hardwerkende en innovatieve gemeente. Een ‘foodvillage’ met een heldere keten van produceren, handel en verkoop. Ook heeft de gemeente veel bijzondere bedrijven met nationale en internationale bekendheid. Waar staat Bunschoten nu? In hoofdzaak biedt onze gemeente ruimte aan bedrijven in vier gebieden: bedrijven in het buitengebied, bedrijven op bedrijventerreinen, bedrijven (aan huis) in de kernen en bedrijven in centrumgebieden/winkelgebieden. De industriële bedrijvigheid is groot. In de gemeente Bunschoten is de maakindustrie de belangrijkste sector. Daaronder vallen de procesindustrie (het verwerken van voedsel) en de metaalindustrie. De metaalindustrie is een van de grootste werkgevers, maar ook de branches waar brood, koek, gebak, vis, betonwaren etc. geproduceerd worden bieden veel werkgelegenheid. In de koek- en broodsector zijn veel franchisenemers van grotere ketens. Maar ook familiebedrijven nemen een belangrijke plaats in de sector in. De vissector kent bijvoorbeeld veel (kleine) zelfstandigen. Daarnaast zijn ook de handelssector (ambulant en groothandel) en de bouwsector belangrijk. Bunschoten kent meerdere bedrijventerreinen. Dit betreft de bedrijventerreinen Zuidwenk, Haarbrug, Haarbrug-Zuid en -Noord en De Kronkels.
Er is hier in feite geen leegstand; vrijgekomen bedrijfspanden worden vrijwel meteen weer ingevuld. Zo’n 51% van de inwoners van de gemeente Bunschoten werkt ook binnen de gemeente. De verhouding tussen praktisch en theoretisch opgeleiden ontwikkelt zich zodanig dat de aansluiting tussen aanbod van en vraag naar werkgelegenheid verbetert. Er zijn meer theoretisch opgeleiden dan in het verleden. Ook leiden bedrijven steeds meer hun eigen mensen op. De gemeente heeft een lage werkeloosheid. Om de productie in stand te houden wordt ook een beroep gedaan op arbeidsmigranten. De nut en noodzaak wordt onderkend. Maar deze groep is tevens een zorg. Dat betreft de taal, de vrees voor overlast en concurrentie op de huisvestigingsmarkt. Er is behoefte aan evenwichtig beleid op het gebied van arbeidsmigranten. Wat komt er op ons af? Tegen de steeds verdere globalisering in, zien we juist ook meer aandacht ontstaan voor het nabije, het lokale en kleinschalige. Daarmee hangt samen de toenemende vraag van de consument naar duurzame producten/diensten of bedrijven die op maatschappelijke verantwoorde wijze werken. In het verlengde hiervan is er een schaarste aan ruimtelijke mogelijkheden voor uitbreiding van (grootschalige) bedrijvigheid. Dit vraagt om selectiviteit ten aanzien van de bedrijfsvestiging, intensivering en verduurzaming van de bestaande
terreinen. In het regionale programma ‘Wonen en werken’, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 oktober 2021, zijn hier afspraken over gemaakt. Voor de vis- en koeksector zijn de werktijden een probleem aan het worden, met het oog op de volgende generatie. Jonge mensen willen niet meer voor dag en dauw beginnen en tot laat in de avond doorwerken (vis). Als bijbaantje werkt er wel veel jeugd, maar met het oog op de opvolging zijn er zorgen. Ook de onzekerheid over de duur van de vergunningen speelt een rol. De krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met het imago van de gemeente Bunschoten is een uitdaging. Bedrijven hebben soms moeite om mensen van buiten te halen vanwege het “gesloten” imago van Bunschoten-Spakenburg. Door digitalisering verandert ons dagelijks leven. Veel producten (boeken, kleding en boodschappen) kunnen via internet besteld worden. Het gevolg is minder winkels en meer behoefte aan logistiek. Hierdoor verandert ook het gebruik van voorzieningen. Dit kan leiden tot leegstand van kantoorgebouwen. Leegstaande gebouwen vereisen een nieuwe invulling om negatieve effecten op de gezondheid en veiligheid van de fysieke leefomgeving te voorkomen. Nagegaan moet worden in hoeverre hier voor de gemeente Bunschoten een opgave (en een kans) ligt. Hoe zien we de toekomst? Ondernemerschap en bedrijvigheid in onze gemeente willen we behouden en versterken.
Hiermee draagt onze lokale economie bij aan een fijn woon- en werkklimaat. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zetten we ons allereerst in voor het behouden en versterken van het vestigingsklimaat. Maatschappelijke ontwikkelingen als digitalisering en een grotere vraag naar duurzame producten kunnen en gaan we niet sturen. De samenleving en de markt is hierin leidend. Nieuwe ontwikkelingen vragen wel om nieuwe kaders, waarbij ruimte wordt geboden voor het initiatief en voor innovatie. In de regels voor het omgevingsplan zullen we daarmee rekening houden. Bij het bepalen van normen hanteren we het uitgangspunten dat de kwaliteit van de leefomgeving niet mag verslechteren. We zetten in op drie strategische uitgangspunten: 1. Bunschoten als aantrekkelijke gemeente: de kwaliteit en beschikbaarheid van ruimte draagt bij aan het vestigingsklimaat. Het is afgestemd op de behoefte van ondernemers en ondersteunt de groei van de economie en werkgelegenheid. Bunschoten koestert het bestaande bedrijfsleven en zoekt het versterken van clusters als handel, bouw en de maakindustrie. 2. Bunschoten als ondernemersgerichte gemeente: Bunschoten biedt ruimte aan ondernemers door als gemeente een goede dienstverlening te bieden. We houden de regeldruk beperkt. We faciliteren ondernemers op een goede manier.
Aandacht voor ondernemerschap is zichtbaar in onze samenleving, onderwijs en in loondienst. Ondernemerschap past bij de mentaliteit van de Bunschotenaren. We stimuleren starters met proactieve en vraaggestuurde ondersteuning. 3. Bunschoten als bereikbare en gastvrije gemeente: Bunschoten blijft een leefbare en levendige gemeente. We zetten in op de kwaliteitstoerist, een bezoeker die waarde toevoegt en niet voor overlast zorgt. Komende jaren professionaliseren we de toeristische sector. Ons product wordt daarmee scherper en beter uitgedragen.
Er is een urgente behoefte aan een nieuw bedrijventerrein. Om die reden wordt De Kronkels-Zuid als nieuw bedrijventerrein ontwikkeld, ten zuiden van bedrijventerrein De Kronkels en ten westen van bedrijventerrein Haarbrug-Zuid. We willen zoveel mogelijk voorkomen dat bedrijven geen mogelijkheden tot uitbreiding meer hebben en zich noodgedwongen buiten de gemeente moeten vestigen. De provincie Utrecht heeft de ontwikkeling van 7 hectare bedrijventerrein op De KronkelsZuid opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). De gemeente vindt het nodig om op een later moment nog eens 7 hectare aan dit bedrijventerrein toe te voegen. Hierover zal nader overleg met de provincie nodig zijn, in relatie tot de regionale programmering van bedrijventerreinen. Ondanks de uitbreiding met nieuw bedrijventerrein, kan niet aan alle ruimtelijke vraag kan worden voldaan. Met andere woorden, we moeten ook zorgdragen voor een optimale benutting van de bestaande ruimte op de bedrijventerreinen. Dat vraagt om selectiviteit, waarbij we vooral streven naar bij onze gemeente passende bedrijvigheid, dat vraagt ook om intensivering van gebruik, om verduurzaming en om het op orde houden en verbeteren van de kwaliteit. In nader beleid werken we dit verder uit. Bedrijfsmatige activiteiten vinden in principe plaats op de bedrijventerreinen. Deze zijn er namelijk ten behoeve van de bedrijven.
Overige functies op de bedrijventerreinen zijn hieraan ondergeschikt. Negatieve uitstralingseffecten en milieubelasting op de omgeving als gevolg van bedrijventerreinen worden zo beperkt mogelijk gehouden. Al geruime tijd is aan de orde om bedrijventerrein Zuidwenk te transformeren tot een gebied met een mengeling van woon- en werkfuncties. Het is een betrekkelijk oud en een intussen in de woonomgeving gelegen bedrijventerrein, dat niet meer passend is op de huidige plek. De basis voor de transformatie is het huidige bestemmingsplan uit 2012. Daarin is een wijzigingsbevoegdheid naar wonen opgenomen. Het transformatieproces verloopt langzaam en kent veel hobbels. Bestaande bedrijven investeren ook nog voortdurend op hun huidige locatie op de Zuidwenk. Om de transformatie van de Zuidwenk mogelijk te maken, blijven we streven naar een voldoende kwaliteit van de leefomgeving. Wanneer deze kwaliteit tijdelijk onder druk komt te staan, moeten daar goede redenen voor zijn. We blijven ons de komende jaren in Bunschoten inzetten op een goede samenwerking met het bedrijfsleven om kansen te zien en te benutten, passend bij de gewenste ontwikkelingen in onze gemeente. We onderzoeken bijvoorbeeld in samenwerking met het bedrijfsleven hoe we op langere termijn de vitaliteit van de koek- en vissector in de gemeente Bunschoten kunnen behouden.
We ontwikkelen samen met ondernemers uit het bedrijfsleven een marketing- en communicatiebeleid dat moet leiden tot een succesvolle instroom van voldoende arbeidskrachten van binnen en buiten de gemeente. Daarnaast blijven we ons inzetten op goede verbindingen tussen het (voortgezet) onderwijs en het bedrijfsleven, om ook langs die route de goede instroom van arbeidskrachten te bevorderen. Daarnaast staan we voor de uitdaging om het Centrum Spakenburg toekomstbestendig te maken. Het centrum heeft weliswaar een sterk authentiek en uniek karakter, met bijvoorbeeld de botterhaven, maar kent ook de nodige aandachtpunten. We streven een centrum na dat compact, aantrekkelijk en compleet is, maar ook een sterke eigenheid heeft. In de Centrumvisie Spakenburg 2017 – 2023 is daarover het volgende opgenomen:
“De inspanningen in het centrum van Spakenburg moeten erop gericht zijn om te komen tot een compact centrum dat één geheel vormt. Een centrum dat haar rijke verleden omarmt, maar ook haar andere kwaliteiten profileert. Een eigentijds centrum met eigenheid en karakter. Een centrum dat in eerste instantie gericht is op het faciliteren van de vraag vanuit de kern zelf en daarnaast bezoekers van buitenaf trekt, vooral door haar modisch aanbod en historische kwaliteiten. Een centrum dat gericht is op het faciliteren van de groei van haar eigen ondernemers in het kernwinkelgebied.” De Centrumvisie onderscheidt een aantal deelgebieden, die in onderstaande afbeelding zijn weergegeven. De komende jaren werkt de gemeente Bunschoten aan het realiseren van de Centrumvisie, met het versterken van de eigenheid van elk van de onderscheiden deelgebieden.
Na afloop van de looptijd van de Centrumvisie zal actualisering daarvan plaatsvinden in deze omgevingsvisie. Indien de uitvoering daar vervolgens om vraagt zal een apart omgevingsprogramma Centrum in het leven worden geroepen.
8.
Agrarische sector
Wat is de agrarische sector? Agrarische bedrijven houden zich bezig met het telen van gewassen of het houden van dieren, met als doel mensen en dieren te voeden. Verreweg de meeste agrarische bedrijven in onze gemeente zijn grondgebonden bedrijven. Dat wil zeggen dat zij akker- of weilanden gebruiken voor hun productie. Een grondgebonden veehouderij laat koeien bijvoorbeeld in de wei lopen. Zo’n bedrijf heeft niet per se grond in het buitengebied nodig om te kunnen produceren. Waar staat Bunschoten nu? Boeren zijn primaire voedselproducenten en dat zal niet wezenlijk veranderen. De omstandigheden in Nederland zijn gunstig voor de productie van voedsel, maar ook voor
sierteelt en groenbeleving. Met de lokale productie van gezond, veilig en smaakvol voedsel, leveren boeren een essentiële bijdrage aan voedselzekerheid en gezondheid. Daarnaast streven agrariërs als bewoners van het buitengebied ook continu naar leefbaarheid, economisch perspectief en gezondheid, ofwel people, planet en profit. De agrarische bedrijven in de gemeente Bunschoten zijn de grootste beheerder van het buitengebied en daarmee beeldbepalend voor onze fysieke leefomgeving. De agrarische sector biedt -ook lokaal - een sleutelrol in het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken, zoals voedselveiligheid- en zekerheid, de leefbaarheid van het platteland, gezondheid, klimaat en energie. De gemeente Bunschoten kent een groot buitengebied. Dit gebied draagt ook een hoofdzakelijk agrarisch karakter, met vooral graslanden in veengebied en polderland. De agrarische sector bestaat uit enkele tientallen melkveebedrijven, een kleine neventak met kippen, een paar varkensbedrijven en een enkele boer met vleesvee. Er geldt anno 2021 een actueel bestemmingsplan buitengebied, vastgesteld in 2016. Daarin is de ruimte bepaald voor de kansen in de toekomst. We kiezen ervoor om nieuwe ontwikkelingen alleen toe te staan op vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB’s) en op bestaande percelen met een bouwvlak.
Naar verwachting zal ook in de gemeente Bunschoten in de toekomst een aanzienlijk aantal m2 agrarische bebouwing gaan verdwijnen. De gemeente beschikt vooralsnog niet over een eigen lokaal beleid vrijkomende agrarische bebouwing. Per situatie wordt maatwerk geleverd. Wat komt er op ons af? De agrarische sector staat onder druk als gevolg van de impact op de leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan de stikstofproblematiek in Nederland. De sector zoekt daarom naar vernieuwing en verduurzaming. Ook in de gemeente Bunschoten kan dit gevolgen hebben. De totale agrarische sector zal niet verder groeien, ondanks schaalvergroting op enkele individuele bedrijven. Er zullen ook bedrijven extensiveren, specialiseren, omschakelen of stoppen, wat een effect zal hebben op de invulling van ons buitengebied. De gemeenschappelijke drijfveer van agrariërs is het zoeken naar een verdienmodel door het bieden van producten en diensten aan de maatschappij, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden in de omgeving. Het behouden en versterken van het maatschappelijk draagvlak van de agrarische sector is een landelijke uitdaging die het nodig maakt dat agrarische bedrijven meer aandacht gaan besteden aan innovaties. Dit in samenhang met andere thema’s zoals energietransitie en klimaat. Verduurzaming in de agrarische sector leidt tot allerlei innovaties.
Bovendien zijn er in het buitengebied ook andere ruimtevragers. Ook zij willen hier een plaats. De agrarische belangen kunnen bijvoorbeeld botsen met de ontwikkeling van de toeristisch-recreatieve sector. Ook het beschermen en ontwikkelen van natuur en biodiversiteit kan spanning opleveren met de ontwikkeling van de agrarische sector. De uitdaging is om deze belangen aan elkaar te verbinden en elkaar te laten versterken. Dat kan. Maar het vraagt wel om een zorgvuldige afweging en een antwoord op de vraag welke kwaliteiten we voorop willen stellen. Kleinschalig boeren of kleinschalig wonen op een boerenerf, kan ertoe bijdragen het boerenbedrijf rendabel te houden voor boeren die willen omschakelen naar biologische bedrijfsvoering of andere nieuwe ontwikkelingen. Een mogelijke invulling die wordt
genoemd is een voedselbos, dat ook een bijdrage kan leveren op het gebied van educatie, recreatie, leefbaarheid, zorg, behoud van cultureel erfgoed, verduurzaming, klimaatadaptatie en -mitigatie en biodiversiteit. Een voedselbos gaat echter wel ten koste van de openheid van het landschap. Er is steeds meer aandacht en waardering voor wat nabij geproduceerd wordt. Dit biedt ook kansen voor lokale agrarische ondernemers. Hoe zien we de toekomst? In de gemeente hebben we een vitaal buitengebied met een duidelijk economisch, sociaal en recreatief belang voor de hele gemeente. Voor behoud van deze vitaliteit blijft ruimte om te ondernemen nodig, met name voor de (jonge) ondernemers die hun (familie)landbouwbedrijf voort willen zetten. We blijven daarom ruimte bieden aan de boer en behouden het agrarische karakter van ons buitengebied, waarbij we willen helpen de voorwaarden te scheppen om deze sector financieel gezond te houden. De agrarische sector blijft de eerste drager en beheerder van het landschap. Als er in de toekomst agrarische bedrijven verdwijnen, levert dit ruimte op voor de (duurzame) ontwikkeling van de overgebleven agrarische bedrijven. Maar die ruimte willen we deels ook benutten voor andere passende ontwikkelingen, al dan niet in combinatie met extensieve recreatie (klompen-, wandel- en fietspaden).
We gaan samen met de agrariërs aan de slag om meer biodiversiteit in het landschap te realiseren. Het buitengebied van de gemeente Bunschoten staat bekend om zijn weidevogels. Daarom is er overleg met boeren en met LTO over bijvoorbeeld het maaibeleid. Daar zit wel spanning op; het belang van boeren en het belang van de natuur gaan niet altijd gelijk op. De combinatie van agrarische bedrijven en natuurbeheer zal belangrijker worden. Waar dat nodig is moet daarbij worden voorzien in financiële compensatie voor de instandhouding van het landschap en het scheppen of beheren van natuurwaarden. Bedrijven die willen stoppen zullen wij begeleiden. Het behoud van de veenweidegebieden is belangrijk vanuit landschappelijk, agrarisch en recreatief oogpunt. Ook milieutechnisch levert goed beheer van de gebieden, door het tegengaan van het vrijkomen van CO2-gassen, een positief effect op. Traditionele economische agrarische modellen (huidige vormen van landbouwbedrijven en veeteelt) staan onder druk. Daarom zetten we ook in op alternatieve vormen van landbouw, zoals natte teelten. Daarnaast worden kleinschalige ontwikkelingen toegestaan in het gebied om voor inkomsten te zorgen voor de beheerders van het gebied. Dat kunnen agrarische en/of recreatieve functies zijn. We stimuleren agrariërs om duurzaam te produceren. Circulariteit en kringlooplandbouw staan daarbij centraal.
Met de verbreding van activiteiten kunnen agrariërs invulling zoeken voor leegstaande gebouwen en zijn inkomsten niet alleen meer afhankelijk van landbouw. Nieuwe ontwikkelingen in plaats van vrijgekomen agrarische bebouwing moeten passen binnen de kwaliteiten van het landschap. Bij verbreding kunnen agrarische bedrijven profiteren van het groeiende toerisme en recreatie. Voorwaarde is wel dat het agrarisch karakter van het landschap behouden blijft. Streekproducten vormen een handelsmerk en worden samen met de natuur en recreatiemogelijkheden geprofileerd als “Bunschoter kwaliteitsproducten”: natuurlijk, biologisch en duurzaam.
We blijven maatwerk leveren als het gaat om initiatieven rond vrijkomende agrarische bebouwing. We zijn er daarbij alert op dat leegstaande opstallen niet leiden tot verrommeling van het buitengebied en tot ongewenste (illegale) activiteiten.
9.
Recreatie en toerisme
Wat is recreatie en toerisme? Onder recreatie verstaan we alle mogelijkheden voor eigen inwoners om hun vrije tijd te besteden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van sport of cultuur, maar ook via wandelen en varen. Onder toerisme verstaan we mensen die niet in de gemeente Bunschoten wonen, maar er wel naartoe gaan om daar hun vrije tijd te besteden. Onderdeel van dit thema zijn evenementen. Evenementen zijn van betekenis voor een buurt, een kern en voor onze gemeente. Niet alleen vanuit toeristisch, recreatief, sociaalcultureel of economisch oogpunt, maar ook uit promotioneel opzicht. De bekendheid van een evenement draagt bij aan de bekendheid van de locatie; de waardering voor het evenement is mede bepalend voor het imago van de buurt, de kern of onze gemeente. Waar staat Bunschoten nu? Recreatie en toerisme is een groeiende markt. De gemeente Bunschoten speelt daar nog onvoldoende op in. Verblijfsrecreatie is in de gemeente nauwelijks aanwezig. Er is binnen de gemeente slechts één camping. De gemeente is vooral aantrekkelijk voor dagrecreatie en als toeristische bestemming. Er zijn fiets- en wandelpaden en er is met het randmeer, de Eem en de Laak, aantrekkelijk water om te recreëren. En vooral Spakenburg beschikt over een gezellig en aantrekkelijk centrum, met als opvallende bijzonderheid de Botterhaven en een jachthaven met alle benodigde voorzieningen.
Voor de dagrecreant richt het beleid van de gemeente zich intussen meer op beheer dan op ontwikkeling. De gemeente Bunschoten kent twee musea en heeft geen theater. Verder zijn er door het hele jaar heen georganiseerde evenementen en toeristische activiteiten zoals o.a. de Spakenburgse zaterdagmarkt, Visserijdag en Spakenburgse Dagen. Dit zijn enorme trekkers voor het toerisme in de gemeente. Waar thema’s als “kunst” en “muziek” wellicht meer aandacht verdienen, is Bunschoten-Spakenburg vanuit een oogpunt van cultuurhistorie en erfgoed rijk bedeeld en zeer interessant voor de liefhebber. Dat is ook een krachtig middel voor de marketing en promotie van de gemeente. Wat komt er op ons af? Een kenmerk van het thema recreatie en toerisme is dat ontwikkelingen snel gaan. Het thema is trendgevoelig. De sector groeit en is sterk afhankelijk van de ruimte die mensen hebben om geld uit te geven aan leuke dingen. De vraag naar duurzame vormen van recreatie en toerisme en ‘groene vakanties’ neemt toe. Algemeen zien we de landelijke trend dat bedrijven steeds meer zoeken naar unieke concepten of nieuwe ideeën. Daarmee proberen bedrijven zich te onderscheiden van anderen. Ook zien we meer totaalconcepten ontstaan (al dan niet samengesteld uit verschillende activiteiten bij verschillende bedrijven). Voor dit laatste is een goed ontwikkeld netwerk van recreatiemogelijkheden nodig.
De vraag naar totaalconcepten kan ervoor zorgen dat grenzen tussen sectoren/activiteiten minder worden. Hier liggen ook in de
gemeente Bunschoten kansen. Voor (agrarische) bedrijven in het buitengebied bestaan mogelijkheden om nevenfuncties te beginnen die op toeristen en recreanten gericht zijn, bijvoorbeeld een bed & breakfast of een boerenwinkel.
Hoe zien we de toekomst? De gemeente Bunschoten kiest er niet voor om zich te richten op massatoerisme. De gemeente heeft niet de ambitie om een toeristische trekpleister zoals Volendam te worden. De gemeente zet in op de kwaliteitstoerist en op meerdaags toerisme, waarbij toeristische kansen voorzichtig en passend worden benut, gelet op de wens om het karakter, het woongenot en de zondagsrust te behouden. Zo zijn er recent (rondom 2020) enkele B&Bvoorzieningen bij gekomen. Dit zal voorlopig voldoende zijn, maar het is realistisch dat er tot 2040 een enkel hotel of B&B extra wordt gerealiseerd in de gemeente. Ook op lange termijn blijft de inzet gericht op de kwaliteitstoerist en meerdaags toerisme, die ook meer te besteden heeft. Dat betekent dat de voorzieningen daarvoor op orde moeten zijn, zoals de recreatiemogelijkheden op het water. Nagedacht moet worden over uitbouw van voorzieningen en evenementen op gebied van cultuur, kunst en muziek op een wijze die typisch zijn voor de gemeente Bunschoten. Verder kan worden gedacht over innovatieve mogelijkheden voor toerisme en het scheppen van een link tussen handel en toerisme, zoals het promoten van lokale producten (op de markt).
Andere ontwikkelingen die we willen zijn: • het realiseren van een verbinding met de Amersfoortseweg voor fietsers en voetgangers (Zevenhuizerstraat / Vathorst-Bovenduist) in het poldergebied tegen de A1 (achter Voestalpine en de Zevenhuizerstraat); • het realiseren van een sloepennetwerk, met laadpalen voor elektrisch varende sloepen (vergelijk het project Laakzone); • het nog beter zichtbaar maken van de botterwerf en -haven; • zorgen voor een voldoende groot aanbod aan kwalitatief goede horeca, met veel ruimte voor terrassen; • betere stallingsmogelijkheden voor de fiets in het centrum van Spakenburg; • een meer aantrekkelijke en gastvrije entree van het centrum van Spakenburg; • verlenging en verspreiding van het seizoen, zodat ook in de winter toeristen Bunschoten-Spakenburg een aantrekkelijke bestemming vinden; • meer evenementen in het centrum van Spakenburg; • meer en kwalitatief goede wandel- en fietspaden; • versterking van de recreatieve verbinding met Flevoland/ (De Eemhof); • meer mogelijkheden om aan en op het water te recreëren.
10. Bereikbaarheid Een goede bereikbaarheid zorgt ervoor dat inwoners gemakkelijk kunnen komen waar ze willen. Bereikbaarheid is er op verschillende manieren. Op welke manier zijn bedrijven en winkels bijvoorbeeld te bereiken? Alleen met de auto, of ook met de fiets en met de bus? Een goede bereikbaarheid zorgt ervoor dat mensen makkelijk onderdeel kunnen zijn van de samenleving, of ze nu werken, winkelen of elkaar willen ontmoeten. Waar staat Bunschoten nu?
Onze gemeente bestaat uit drie kernen die onderling redelijk verbonden zijn voor auto, fiets en wandelaar. De provinciale wegen zorgen voor de verbinding met snelwegen en de bredere omgeving. In sommige gebieden wordt gebruik gemaakt van het concept “auto te gast”. Het landelijk gebied is vaak minder goed ontsloten voor het openbaar vervoer (OV) dan de grote steden. Toch doet gemeente Bunschoten het op dit aspect vrij goed. Op de meeste plekken in de gemeente kunnen we gebruik maken van het openbaar vervoer (dekkingsgraad van 74,9 %), terwijl dit voor vergelijkbare gemeentes in Nederland gemiddeld minder is. Via de bus, heeft de kern Bunschoten een redelijk goede verbinding met het openbaar vervoer. Eemdijk en Zevenhuizen hebben ieder één halte, die bediend wordt door een eens per uur rijdende buurtbus. Voor wandelaars loopt er één Lange Afstand Wandelpad door de gemeente, dit is het Zuiderzeepad. Daarnaast zijn er lokale wandelpaden. De gemeente beschikt verder over een ruim aanbod aan voorzieningen voor de fietser. Wat komt er op ons af? Veel vervoer vindt plaats met de auto, maar alternatieven zijn steeds vaker beschikbaar. Er zijn steeds meer vormen van openbaar vervoer “op maat”. Bewoners kunnen thuis een (deel)bus of een deelauto bestellen om naar een bepaalde plek te komen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden op het internet (apps).
De elektrische auto is sterk in opkomst. Daarnaast vinden grote veranderingen plaats in het fietsverkeer, met de komst van de e-bike of de speed pedelec. Dit kan vragen om een andere inrichting van de openbare ruimte. Er komt bijvoorbeeld meer vraag naar oplaadpunten voor elektrische auto’s, of een andere inrichting van fietspaden. Hierbij wordt steeds meer een duidelijke link gemaakt tussen bereikbaarheid en gezondheid. We zien dat de frequentie van de lijnbusverbinding onder druk staat. Hoe zien we de toekomst? De auto is in Bunschoten niet weg te denken vanwege de ligging van de gemeente en het ontbreken van een treinstation. Hierbij ligt de focus op het oplossen van het parkeerprobleem in de gemeente. We zetten ons wel in op het stimuleren en optimaliseren van het OV- en fietsnetwerk. Ook gaan we aan de slag met de volgende onderwerpen. •
•
Voor het hoofdnetwerk gaan we aan de slag met: o het optimaliseren van de doorstroming, met onder meer concrete aandacht voor de N199 (mogelijke verbreding en scheiden landbouwverkeer en fietsers); o het stimuleren van fietsgebruik door verbetering van het fietsnetwerk (ontwikkeling doorfietsroute Amersfoort-Bunschoten, in samenwerking met de provincie); o het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en het optimaliseren van de verbindingen. We zorgen voor een goede fietsverbindingen, toegankelijkheid voor mensen met een beperking, voldoende parkeergelegenheid en verduurzaming van vervoer.
•
•
• •
•
•
•
We maken werk van goede bereikbaarheid, ook voor de hulpdiensten, een passende weginrichting en voldoende parkeergelegenheid. Alleen waar dat verantwoord mogelijk is, hanteren we het uitgangspunt dat 90% van de geldende parkeernorm aan parkeerplaatsen moet worden gerealiseerd. Daarin wijken we af van het Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht 2022. Er wordt aandacht gevraagd voor stallingsruimte voor fietsers, voldoende (gratis) parkeren, verduurzaming, en maatregelen ter vergroting van de veiligheid en aantrekkelijkheid. We streven naar een veilige inrichting en een mogelijke afwaardering van sommige wegen voor alleen langzaam- en landbouwverkeer. Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd. Zo streven we op de bedrijventerreinen naar minder geluidsoverlast, minder uitstoot van CO2 en minder uitstoot van stikstof en fijnstof bij het laden en lossen. We gaan aan de slag met het optimaliseren van openbaar vervoer in de gemeente. We faciliteren in de toekomst steeds meer het gebruik van elektrische fietsen, auto's en bussen. En ook deelconcepten zoals deelauto's, -scooters en -fietsers juichen we toe. We optimaliseren bereikbaarheid en veiligheid voor alle weggebruikers. De geluidoverlast door wegverkeerslawaai neemt niet toe in de woongebieden. We maken gebruik van het concept “auto te gast” in gebieden waar dat passend blijkt.
We werken aan een fijnmazig netwerk van wegen en paden die ook door recreatief verkeer (fietsers en wandelaars) gebruikt worden.
III.
De waarden in Bunschoten 1. Het DNA van Bunschoten
Het DNA van Bunschoten is eigenlijk het vertrekpunt voor alle andere waarden en thema’s. Wie zijn we? Wat kenmerkt ons en onze gemeente? Hoe uit zich dat? In dit thema verwoorden we de identiteit van de gemeente Bunschoten. De mensen in de gemeente zijn gericht op doen, ondernemen, mouwen opstropen. De Bunschoter is ambitieus en competitief. Ze houden niet van moeilijk doen, zijn vastberaden; hebben een eigen mening en zijn direct. Het zijn echte doeners, ze zijn nuchter en willen snel aan de slag kunnen. Dat doen ze het liefst zelf. Vrijheid en zelfredzaamheid zijn een groot goed. Bewoners houden daarom graag de overheid op afstand. Er is een sterke sociale samenhang. Men is tolerant en kijk om naar elkaar. Er is daarbij een groot “ons-kent-ons”gehalte. Er zijn veel vrijwilligers; veel belangrijk werk in de samenleving wordt gedragen en gefinancierd vanuit de samenleving. Bunschoters, Spakenburgers, Eemdijkers en Zevenhuizenaren zijn trots op waar ze vandaan komen. Dat komt ook tot uiting in hoe de ruimte eruit moet zien: netjes, mooi en verzorgd. Ze leggen de lat hoog. Dat verwacht men ook van de gemeente. Men betaalt er immers belasting voor. Regels worden niet zomaar geaccepteerd, hoewel men wel steeds beter snapt dat je niet zomaar alles kunt doen: men zoekt de ruimte om het doel toch te bereiken. De gemeente is uniek in ligging, cultuur en in het christelijk karakter.
Dat is iets dat de mensen hier graag vasthouden en uitdragen. Zondag is in de gemeente Bunschoten rustdag. De winkels zijn dan gesloten en ook de meeste horeca is dicht. Onze identiteit willen we behouden. Onderliggende ontwikkelingen zullen ons DNA geleidelijk beïnvloeden, waarna we achteraf wellicht vaststellen dat er iets is veranderd. Maar actief hierin sturen en beïnvloeden willen we niet en kunnen we vermoedelijk ook niet.
2. Cultuurhistorie en erfgoed De gemeente Bunschoten kent een rijke cultuurhistorie. Dat is onder andere te zien aan het cultureel erfgoed dat aanwezig is in de gemeente. Onder dat erfgoed vallen bijvoorbeeld historische gebouwen, zoals de boerderijen aan de Dorpsstraat in Bunschoten en de historische haven met de botters en de botterwerf in Spakenburg. Maar ook heeft de gemeente een kenmerkend cultuurlandschap en archeologisch erfgoed, zoals de polders en de stadsweide Bunschoten. Ook de dingen die je niet kan zien in de fysieke leefomgeving horen bij dit onderwerp, zoals de identiteit die van generatie op generatie wordt doorgegeven: denk aan de klederdracht, de visserscultuur, het dialect en, voor een grote groep mensen, ook het kerkelijk leven. De gemeente telt een groot aantal gemeentelijke monumenten, 12 rijksmonumenten, een rijksbeschermd dorpsgezicht (Spakenburg), een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (Centrale As Bunschoten) en 1 archeologisch rijksmonument. Daarnaast heeft de gemeente vele panden die op basis van de Erfgoednota 2008 in de bestemmingsplannen zijn opgenomen als: - cultuurhistorisch dominant, - beeldbepalend,
- beeldondersteunend. Deze panden zijn van cultuurhistorische waarde voor de gemeente en dragen bij, als individueel object of als onderdeel van een ensemble, aan het karakteristieke beeld van de directe omgeving. Bijzonder aan de gemeente is dat Bunschoten, Zevenhuizen en Eemdijk een agrarische achtergrond hebben en dat Spakenburg van origine een vissersdorp is. Bunschoten en Spakenburg zijn duidelijk twee gescheiden dorpskernen, die in de loop van de tijd aaneen zijn gegroeid. Eerst met lintbebouwing langs de hoofdas en later door nieuwe woonwijken aan de oost- en westkant. Van oudsher hebben enkele watergangen de structuur van het grondgebied bepaald. Aan de westzijde de Eem. Aan de oostzijde de Laak. Binnen de kom zijn de Stadsgracht en de Spakenburger Gracht de opvolgers van het oude veenriviertje dat ooit van zuid naar noord stroomde. Bepaalde gedeelten van deze watergang zijn in de loop van de tijd gedempt of verlegd. Enkele belangrijke gedeelten in de Stadsgracht en Spakenburger Gracht ontbreken ter hoogte van het Kolkplein en het Spuiplein. De middeleeuwse ontginningsstructuur is terug te zien in het landschap. In het buitengebied, in Eemdijk (een dijkdorp) en Zevenhuizen (een buurtschap), kennen we boerderijenstroken (slagen). Typerend voor het ontginningslandschap zijn de dijken, met wetering en afwateringskanalen.
De dorpskernen zijn ontstaan op dekzandruggen en aan ontginningsdijken. Percelen werden vroeger uitgegeven vanaf de dijk. Het landschap is altijd nattig geweest en er waren regelmatig overstromingen. Positieve kwaliteiten die we koesteren zijn de volgende. • De middeleeuwse ontginningsstructuren in het landschap. • De ruimtelijke kwaliteit en karakteristiek van het vissersdorp Spakenburg en de agrarische dorpen/kernen Bunschoten, Eemdijk en Zevenhuizen. • De Museumhaven van Spakenburg; de structuur van aan elkaar gebouwde industrie, woningen, rokerijen en werkplaatsen is kenmerkend. De werkende helling voor botters is uniek. • De gemeente kent een groot aantal verenigingen en stichtingen die zich inzetten voor het behoud en beleefbaar maken en houden van ons cultureel erfgoed. Dit betreft zowel het tastbare (botters, klederdracht en monumenten) als het ontastbare (visserscultuur, dialect en religieuze historie). De stadsweiden in Bunschoten zijn archeologisch rijksmonument omdat het, voor Nederland uniek, een onvoltooide middeleeuwse stadsuitleg betreft, dat als onbebouwd agrarisch gebied binnen de voormalige vestingwerken bewaard is gebleven.
Onderdeel van deze middeleeuwse stadsuitleg zijn ook de dwarsverbindingen naar de Dorpsstraat, de stadsweiden aan de zuidzijde van de burgwal en de oostzijde van de Dorpsstraat en de restanten (ondergronds) van de stadspoorten in de Dorpsstraat. • Andere archeologische kwaliteiten zijn: o sporen van de vroegere bewoning van het gebied en het botterkerkhof in het Eemmeer o enige terpen die in de late middeleeuwen werden opgeworpen als veilige huisplaatsen in een gebied dat door overstromingen werd geteisterd. Bekende huisterpen: Bisschopsweg 1 en aan het einde van de Burgwal. • Voor de kernen Zevenhuizen en Eemdijk geldt dat het polderlandschap en ontginningslandschap typerend zijn. Zevenhuizen is een goed voorbeeld van een agrarische nederzetting in de vorm van lintbebouwing langs een doorgaande weg.
Vanwege de wat hogere ligging en de aanwezigheid van bomen en bosschages vormde het een overgangsgebied naar het nog hoger gelegen Hoogland en de Utrechtse Heuvelrug. Eemdijk is een voorbeeld van een langgerekte lintbebouwing langs de dijk van de rivier de Eem. De weg kronkelde oorspronkelijk helemaal met de dijk mee. Bij de ruilverkaveling rond 1950 is de weg voor een groot deel rechtgetrokken, waardoor van het oorspronkelijke karakter veel verloren is gegaan. Een aandachtspunt is dat de aanduiding (status) en bescherming van ons gebouwd erfgoed niet eenduidig is geregeld. Dit verschilt van bestemmingsplan tot bestemmingsplan. Verder merken we dat eigenaren soms de waardering en bescherming van ons gebouwd erfgoed als een belemmering van de eigen keuzevrijheid ervaren. Een ander aandachtspunt heeft betrekking op de verduurzaming van ons erfgoed. Bij veel panden zal het niet eenvoudig zijn om dat op een zodanige manier te doen dat het monumentale karakter voluit behouden blijft. Hier zal soms een afweging nodig zijn. We zien dat de kennis en de waardering van ons erfgoed verder ontwikkeld kan worden, vooral ten aanzien van het archeologische en gebouwde erfgoed. Dit betekent dat we als gemeente willen werken aan kennisontwikkeling en bewustwording ten aanzien van cultuurhistorie en erfgoed. Dat moet het draagvlak en de waardering ervan vergroten.
Temeer waar dit kenmerkend en van grote waarde is voor onze identiteit als gemeente. Daarbij willen we meer werk maken van gedeeld eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid tussen gemeente en samenleving voor de waardering, het behoudt en het onderhouden van ons erfgoed. Daar zullen instrumenten voor worden ontwikkeld die zowel gemeente als samenleving in staat stellen die verantwoordelijkheid te dragen en daarin samen te werken. Ons erfgoed en onze cultuurhistorie worden niet alleen gewaardeerd door de lokale samenleving. Ze bieden ook aantrekkingskracht voor bezoekers van buiten onze gemeente. Dit willen we verder ontwikkelen. Met andere woorden, zowel voor eigen inwoners als voor onze bezoekers willen we onze cultuurhistorische waarden verder verankeren, beschermen en ontsluiten. Ons erfgoed is ook van waarde voor het ondernemerschap; onze unieke identiteit is ook een “unique selling point” voor de vestiging van nieuw ondernemerschap. Ons erfgoedbeleid dateert uit 2008. Via een nieuw omgevingsprogramma erfgoed en omgevingskwaliteit kunnen we dit actualiseren. Daarin nemen we de bij dit onderdeel in de omgevingsvisie verwoordde aandachtspunten en gewenste ontwikkelingen mee. Archeologie In de gemeente Bunschoten zijn er gebieden met een (zeer) hoge kans op het aantreffen van archeologische resten.
Afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde van een gebied stellen we andere eisen. In het beleid is een overzicht opgenomen van de normen die bepalen of archeologisch onderzoek nodig is. Dit hoort bij de archeologische (verwachtings)waardenkaart. We verbeteren zo onze omgang met archeologische resten als bron van informatie over het lokale verleden en via het benutten ervan bij de verdere ontwikkeling van de gemeente (bijv. op het gebied van toerisme en recreatie). In het omgevingsplan nemen we hierover regels op.
3. Natuur en landschap Het landschap zoals we het nu zien in onze gemeente is ontstaan uit een lange geschiedenis. Uit deze ontstaansgeschiedenis ontstaat het huidige grondpatroon, landschap en structuur. We beschrijven deze geschiedenis en de huidige kenmerken hieronder. Deze landschapswaarden beschermen we voor de toekomst. De landschapswaarden maken onze gemeente en onze identiteit. Deze waarden willen we behouden of zelfs versterken. Wat het zo bijzonder maakt om in Bunschoten te wonen is het authentieke en unieke karakter van het dorp, met het open landschap eromheen. Dat levert meteen ook rust en ruimte op. Een dorp in een “groene zee”. Het open landschap, de open polder, wordt zeer gewaardeerd. Bescherming ervan acht men belangrijk. Vooral de Eem, met de Eempolder is een kernkwaliteit van de gemeente. Dat geldt ook voor het gebied langs de Laak. Ook het randmeergebied is waardevol voor de gemeente. Er zijn recreatieve routes gemaakt om hiervan te kunnen genieten. Het gebied Eemland Eemland kenmerkt zich door een open weidelandschap met rijke natuurwaarden dat doorsneden wordt door sloten en watergangen. Het is een zogenaamd slagenlandschap met een grote openheid. Door de snelle ontwikkelingen na 1945 zijn grote gedeelten van het landschap verstedelijkt. Bovendien is het gebied ontsloten door de aanleg van nieuwe wegen en watergangen.
Daardoor zijn de landerijen niet langer alleen maar toegankelijk vanaf de oude ontginningsassen. Ook zijn in de loop van de tijd de boerderijen naar het landelijk gebied verplaatst. De belangrijkste kenmerken zijn nog steeds de grote openheid van het gebied waarin vrijwel alleen bomen rond aanwezige boerderijen zijn geplant. Andere kenmerkende elementen zijn de dijken en de waaien langs de voormalige Zuiderzee en de rivier de Eem. Dat het gebied van grote waarde is, komt wel tot uitdrukking in de aanwijzing door het rijk van het gebied Arkemheen- Eemland als een van de twintig Nationale Landschappen in Nederland. Grote delen van dit gebied zijn bovendien aangewezen als weidevogelkerngebied binnen de provincie Utrecht. De zuidoever van het Gooimeer en de Eem(oever) maken deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Grebbelinie De Grebbelinie is een waterlinie op de grens van Gelderland en Utrecht, die werd aangelegd in de 18e eeuw. Haar bekendheid ontleent ze echter aan de periode 1939-1940 toen de linie onder de naam Valleistelling deel uitmaakte van de Nederlandse hoofdverdediging. Na de Tweede Wereldoorlog werden de kazematten, tankversperringen en Duitse bunkers bedekt met een laag groen. Meer dan 40 kilometer aan militaire geschiedenis ligt nu enigszins verborgen in een mooi en langgerekt natuurgebied langs Valleikanaal en Eem.
Er is een ambitie om dit onderdeel van ons landschap meer zichtbaar te maken. Terpen Er zijn enige terpen, die in de late middeleeuwen werden opgeworpen als veilige huisplaatsen in een gebied dat door overstromingen werd geteisterd. Bekende huisterpen zijn die van Bisschopsweg 1 en aan het einde van de Burgwal. Veen en veldendijk De Veendijk werd vanaf 1409 tussen Spakenburg en Laak aangelegd en rond 1430 als Veldendijk in westelijke richting verlengd als eerste bescherming tegen de Zuiderzee. De Veldendijk is de dijk direct langs het randmeer en maakt slechts gedeeltelijk deel uit van de Westdijk. Beide dijken zijn later vervangen door dijken die meer landinwaarts werden gelegd
(Oostdijk en Westdijk). De dijk langs de Eem maakt deel uit van de oorspronkelijke Veldendijk. Historische watergangen De belangrijkste historische watergangen zijn besproken bij het onderdeel cultuurhistorie en erfgoed. Watergangen van een latere datum zijn onder meer de Bikkersvaart, de Broerswetering en de Coenraadswetering. Met name van de laatste is meer dan de helft gedempt. Daarnaast zijn er hier en daar nog restanten aanwezig van (naamloze) watergangen die door de ruilverkaveling in de jaren vijftig hun functie hebben verloren. Met name langs de Fokjesweg is deze watergang nog in het landschap te herkennen. Oude palendijk Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft in samenwerking met de gemeente een oude palendijk gereconstrueerd bij het Randmeer. Vroeger lagen overal langs de hele Zuiderzee palendijken. Nu is er alleen nog de palendijk in de gemeente Bunschoten. Hij is nagebouwd om te laten zien hoe het vroeger was. De palendijk bevindt zich langs de zomerkade bij De Oude Pol, op de hoek van de Westdijk en Eemdijk. Het randmeer De komst van de Afsluitdijk in 1932 en de inpoldering van grote delen van de voormalige Zuiderzee heeft ingrijpende gevolgen gehad voor het dagelijks leven in de gemeente Bunschoten. De open Zuiderzee was van grote waarde voor de lokale economie. In plaats daarvan resteerde een relatief smal randmeer.
De economisch functie daarvan is vooral recreatief en daarmee voor de gemeente opnieuw van grote betekenis, onder andere via de jachthaven. Het inrichten van de randmeerkust met oog voor historische en landschappelijke kwaliteit vinden we belangrijk. Verder vraagt de kwaliteit van het water aanhoudend aandacht. Met omliggende gemeenten wordt hierbij samengewerkt. Beschermen landschappelijke waarden Inwoners hechten veel waarde wordt gehecht aan behoud en versterking van het landschap, boven het toestaan van nieuwe ontwikkelingen. Het open landschap wordt sterk gewaardeerd. Dat geldt ook voor het agrarisch karakter van het buitengebied. Vrij algemeen is het oordeel dat dit nu eenmaal kenmerkend is voor het gebied. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen vragen om een landschappelijk inpassingsplan, waarmee een initiatiefnemer aantoont hoe het initiatief onze landschappelijke waarden behoudt of zelfs versterkt. Verder moet bij nieuwe initiatieven rekening worden gehouden met de nabije ligging van Natura2000 gebieden Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en Arkemheen.