CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Omgevingsvisie Bunschoten 2040 1e wijziging 2023.pdf

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1180452 1e wijziging Omgevingsvisie Bunschoten 2040 en gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Eemdijk-Oost26.662 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvisie Bunschoten 2040 “Het Boegbeeld van Het Eemland”

I.

Algemeen

Wat is de omgevingsvisie? In de omgevingsvisie van de gemeente Bunschoten staat wat wij, inwoners, organisaties en gemeente, met elkaar belangrijk vinden als het om onze leefomgeving gaat. Over alles wat we buiten zien, ervaren, horen en ruiken. Dit kan over gebouwen, wegen, stoepen en water gaan, maar ook over gras, bomen en monumenten. Over vergrijzing, het omgaan met het buitengebied, bereikbaarheid, en winkelaanbod. Over gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. In de omgevingsvisie kijken we dus niet alleen naar de zichtbare leefomgeving. We kijken ook naar sociale onderwerpen die in de gemeente spelen. De onderdelen van onze leefomgeving, waar we trots op zijn, willen we graag beschermen en verbeteren. Maar we willen ook nieuwe doelen bereiken. Deze doelen vertalen we in ambities en leggen we vast in deze omgevingsvisie. In de visie staat we waar we de komende 10 tot 20 jaar mee aan de slag gaan. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Dat wil zeggen dat we de visie in de toekomst makkelijk kunnen aanpassen als er nieuwe ontwikkelingen zijn. We beoordelen de visie regelmatig. We kijken of hij goed werkt en of er aanpassingen nodig zijn. Als het nodig is passen we de inhoud van de visie aan. We hebben afgesproken dat in elk geval een keer per 4 jaar te doen.

Of op momenten dat maatschappelijke ontwikkelingen daarom vragen, bijvoorbeeld er nieuwe inzichten zijn rond duurzame energie of verduurzaming in het algemeen. Het proces van formuleren en het wijzigen van het beleid voor de fysieke leefomgeving wordt zo een cyclus. Dit is kenmerkend voor de Omgevingswet. De omgevingsvisie is, als de Omgevingswet in werking treedt, één van de kerninstrumenten van de gemeente. Op meerdere plaatsen in deze omgevingsvisie zijn de kaders nog niet concreet uitgewerkt. We zijn er soms nog niet aan toe om dat te doen. Het denken daarover gaat de komende jaren door. Diepere inzichten die daaruit voortkomen kunnen vervolgens aanleiding zijn voor een aanscherping van deze omgevingsvisie. Inspireren Met de omgevingsvisie willen we bewoners, ondernemers én organisaties inspireren, met als doel om samen onze gemeente nog leefbaarder, veiliger, toekomstbestendiger en duurzamer te maken. In de visie staan de kaders die wij per gebied belangrijk vinden voor nieuwe initiatieven. Deze kaders zijn te vinden in de onderdelen van de visie, namelijk de thema's, de waarden en onze ambities. Bekijk meer bij hoe werkt de website. Wij bepalen in de visie niet precies wat er ergens moet gebeuren. Met onze kaders geven we aan wat we belangrijk vinden. Zo nodigen we u als bewoner, organisatie of ondernemer uit om met plannen te komen die hierbij aansluiten.

U mag dan van de gemeente verwachten dat die plannen positief worden ontvangen. Integrale aanpak Deze omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving. In de visie kijken we niet meer apart naar verschillende beleidsnota’s, Bijvoorbeeld naar groen of parkeren. We maken keuzes per gebied waarin we al die zaken samen bekijken. En daar koppelen we doelen en ambities aan. Dat noemen we ook wel de integrale aanpak. Dat betekent dat onderwerpen

als veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid in de hele visie terugkomen. Zo zorgen we ervoor dat we de juiste keuzes maken. De visie is de basis voor de invulling van de andere instrumenten van de Omgevingswet. Dit zijn de omgevingsprogramma's, het omgevingsplan en de vergunningen. Eisen uit de Omgevingswet De omgevingsvisie is vormvrij. Dat betekent dat we als gemeente zelf kiezen hoe de visie eruit ziet en wat er in komt te staan. In de Omgevingswet staan wel een aantal eisen waaraan de omgevingsvisie moet voldoen. Daar voldoen we met deze visie aan. Onder ‘gebieden’, ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ staat informatie over de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Ook beschrijven we de ontwikkelingen en trends voor de toekomst. Daarnaast geldt de basis uit artikel 3.3 voor iedere ontwikkeling binnen de omgevingsvisie. Die basis is dat er geen ingreep in de ruimte wordt gedaan als er aanwijzingen zijn dat dit echt negatieve gevolgen voor het milieu zal hebben, dat we nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk proberen te voorkomen, dat we vervuiling zoveel mogelijk bij de bron bestrijden en dat de vervuiler betaalt. Beleidscyclus In de Omgevingswet staat de beleidscyclus centraal. Deze cyclus laat de samenhang tussen de omgevingsvisie en de andere instrumenten van de Omgevingswet zien. Het beschrijft hoe de overheid handelt in de fysieke leefomgeving.

De beleidscyclus verbindt de instrumenten logisch met elkaar. Deze cyclus loopt van het vormen van beleid, naar de uitwerking en vervolgens de uitvoering ervan. Die uitvoering volgen we op de effecten, waarna we dat evalueren. Op basis daarvan kan het beleid weer worden bijgesteld en begint de cyclus weer van voren af aan. Deze omgevingsvisie beschrijft beleid voor de fysieke leefomgeving en is daarmee het startpunt voor de beleidscyclus. Het uitwerken en verder door laten werken van beleid gebeurt met behulp van andere instrumenten. Bijvoorbeeld met het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. In een omgevingsprogramma staan de maatregelen om bepaald beleid uit te kunnen voeren en doelen te behalen. In een omgevingsplan staan de regels waar iedereen zich aan moet houden. Initiatief nemen Een nieuw initiatief (plan of idee), dat niet past binnen de regels van de gemeente (bestemmings-/omgevingsplan), wordt getoetst aan de omgevingsvisie. Wanneer het initiatief aansluit bij de keuzes die wij maken in de omgevingsvisie, gaan we ermee aan de slag. Aan de slag betekent niet dat wij als gemeente het plan gaan uitvoeren. Samen met de initiatiefnemer bespreken we wie welke rol hierin pakt. De visie zelf maakt nog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Vaak heeft u hiervoor nog wel een nieuwe vergunning nodig. De gemeente kan zelf ook initiatiefnemer zijn.

De gemeente handelt daarbij in de geest van haar eigen visie.

Proces Bij het opstellen van de omgevingsvisie vinden wij het belangrijk dat bewoners, bedrijven en andere partijen meedenken over de inhoud. Bewoners weten het beste wat er in hun omgeving en hun leven belangrijk is. Daarom is hun mening waardevol en doet deze ertoe. Om ervoor te zorgen dat bewoners, ondernemers en verenigingen betrokken worden, hebben we in februari en maart 2021 vier zogeheten Meedenkavonden georganiseerd. Ook hebben we enquête uitgezet, waarop ongeveer 200 reacties zijn binnengekomen. In januari 2022 organiseerden we een tweede ronde participatie, met twee Meedenkavonden, één voor inwoners in het algemeen en één voor belanghebbende organisaties.

Voorbereiding Wij zijn aan het proces begonnen door te verzamelen wat er op dit moment gebeurt in de gemeente. Welk beleid kent de gemeente, is dit beleid nog actueel? Wat kunnen we overnemen en wat moet nieuw worden ontwikkeld? Deze inventarisatie hebben we opgenomen in een notitie waarin we de vertrekpunten voor deze omgevingsvisie hebben vastgelegd. Die vertrekpunten hebben we verwerkt in deze omgevingsvisie. Ook zijn er interviews afgenomen bij de interne organisatie, met vragen zoals: Hoe ziet de gemeente eruit? Wat zijn de kwaliteiten en waar liggen de aandachtspunten? Welke nieuwe ontwikkelingen komen er op ons af? Via een inventarisatiedocument, hebben we ook de interviews met de gemeentelijke organisatie verwerkt in de Notitie Vertrekpunten. Daarnaast hebben we onszelf in de Notitie Vertrekpunten de vraag gesteld hoever we vooruit willen kijken in de omgevingsvisie. Als richtpunt is daar uit gekomen het jaar 2040. Maar bij sommige thema’s kiezen we een andere horizon. Zo kijken we bij de thema’s energie en klimaat zelfs door naar 2050. Verder bevat de Notitie Vertrekpunten een plan van aanpak en een planning. De gemeenteraad heeft de Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie vastgesteld op 24 september 2020.

PM: link naar Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie Op basis van de Notitie Vertrekpunten hebben we de vraag gesteld: bij welke onderwerpen hebben we de inbreng vanuit de samenleving nodig? Als eerste stap hierbij hebben we in februari 2021 de Maand van de Omgevingsvisie georganiseerd. Tijdens deze maand heeft iedere inwoner op allerlei manieren zijn of haar inbreng kunnen geven door mee te denken en mee te praten. Naast een enquête, organiseerden we aanvullend een kleur- en tekenwedstrijd voor kinderen. Meedoen tijdens de Meedenkavonden Naar aanleiding van de resultaten van de enquête hebben we de Meedenkavonden vormgegeven. Alle inwoners van de gemeente Bunschoten ontvingen via een losse themakrant Omgevingsvisie de uitnodiging om mee te doen. Hoe zie u de toekomst van de gemeente Bunschoten? Wat vindt u belangrijk voor de gemeente Bunschoten, voor uw wijk en voor uw omgeving? Hoe ziet uw leven er over 20 jaar uit? Samen met inwoners, bedrijven en organisaties dachten we tijdens de vier Meedenkavonden na over de vraag hoe onze gemeente de komende twintig jaar verandert en wat dat betekent voor de omgeving. Bijvoorbeeld als het gaat om wonen en voorzieningen in de wijk, bereikbaarheid, gezond leven, werken en ondernemen in de gemeente. Of om groen, water, het klimaat en nieuwe energie.

Hebben we straks in elke wijk genoeg voorzieningen? Hoe kunnen we de bereikbaarheid verbeteren? Zijn onze huizen dan allemaal van het gas af? En hoe werken en ondernemen we straks in onze gemeente? Daarover gingen we met elkaar in gesprek tijdens de Meedenkavonden. Helaas waren we door de strenge Coronamaatregelen genoodzaakt om de Meedenkavonden digitaal te laten plaatsvinden. Bent u benieuwd naar de uitkomsten van de Meedenkavond? Lees hier de verslagen.

PM: link naar verslagen Botsingen uitdiepen Na de eerste ronde Meedenkavonden zijn we gaan schrijven aan de tekst van de omgevingsvisie. Daarbij hebben we drie Toekomstbeelden geformuleerd. Hoe willen wij dat de gemeente Bunschoten er in 2040 uitziet? In die Toekomstbeelden werden een aantal dilemma’s, botsingen, zichtbaar die in december 2021 met de gemeenteraad (commissie ruimte) zijn besproken. Aansluitend heeft in januari 2022 een tweede ronde participatie plaatsgevonden. We hebben opnieuw twee Meedenkavonden georganiseerd. Eén voor bewoners in het algemeen en één voor belanghebbende organisaties. We hebben daarbij de samenleving gevraagd om te reageren op de Toekomstbeelden: roepen ze herkenning op, missen we nog iets en wat moeten we concreet gaan doen om de Toekomstbeelden werkelijkheid te laten worden? Vertalen naar ambities De resultaten van het gesprek met de gemeenteraad en van de tweede ronde participatie hebben we vertaald in de tekst van deze omgevingsvisie. Daarbij hebben we de Toekomstbeelden omgezet naar ambities. Vervolgens hebben we onze buurgemeenten, de provincie en onze ketenpartners de gelegenheid gegeven op de teksten te reageren. Milieuimpactbeoordeling Bij het opstellen van een omgevingsvisie is het belangrijk om de effecten op de fysieke leefomgeving mee te nemen in de keuzes die we maken.

Deze effecten zijn in beeld gebracht via een milieuimpactbeoordeling. Om de effecten goed te kunnen bepalen, hebben we eerst de huidige staat van de leefomgeving in beeld gebracht. Hierin is de situatie in de gemeente Bunschoten zichtbaar voor veel onderwerpen, zoals luchtkwaliteit, natuur en energietransitie. In de milieuimpactbeoordeling zijn de gemaakte keuzes en ambities samen beoordeeld op de gevolgen voor het milieu. De stappen die we gaan zetten om de ambities waar te maken, zullen vervolgens zo concreet mogelijk worden gemaakt. Hierdoor is het monitoren van de ambities mogelijk, een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. De milieuimpactbeoordeling ligt samen met de omgevingsvisie ter inzage. Besluitvorming en zienswijzen De omgevingsvisie is het resultaat van de inbreng uit alle stappen die we hebben doorlopen. De ontwerp omgevingsvisie heeft ter inzage gelegen van 19 januari t/m 2 maart 2023. Iedereen heeft in deze periode de kans om op de ontwerp-omgevingsvisie te reageren. Een samenvatting van de ontvangen reacties (zienswijzen) wordt daarna gepubliceerd. U kunt uw zienswijze ook via deze website indienen via de contactpagina. 1e wijziging Omgevingsvisie Bunschoten 2040. Op 2 november 2023 heeft de raad een 1e wijziging van de Omgevingsvisie Bunschoten 2040 doorgevoerd.

Op 2 plekken in de Omgevingsvisie zijn het aantal woningen voor EemdijkOost gewijzigd van 64 naar 72.

Relatie met andere visies Elke overheidslaag stelt een omgevingsvisie op; gemeenten, provincies en het Rijk. De omgeving houdt namelijk niet op bij de grens van een gemeente, waterschap of provincie. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en de Blauwe Omgevingsvisie van het Waterschap Vallei en Veluwe, beschrijven de waarden, thema’s en ambities voor hun gebieden. De gemeente Bunschoten maakt daar deel van uit en zal daar

rekening mee moeten houden. Dat neemt niet weg dat wij in onze eigen omgevingsvisie onze eigen keuzes maken, die soms ook van die van anderen kunnen verschillen. Naast deze visies is ook het Ontwikkelbeeld van de Regio Amersfoort opgesteld vanwege de noodzaak om in de regio extra woningen te bouwen en extra arbeidsplaatsen te scheppen. Dit ontwikkelbeeld geldt voor de middellange (2030) en lange termijn (2040). Het ontwikkelbeeld leidt voor de gemeente Bunschoten tot een versnelling van de woningbouw met 20% tot 2030. Zie hierna meer onder het kopje “Ontwikkelbeeld regio Amersfoort en verder onder het thema “wonen”. We gaan hieronder kort in op de kern van deze andere omgevingsvisies en het Ontwikkelbeeld. Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een kader en geeft richting op een landelijke schaal. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en verdere uitwerking gericht op gebieden. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee we keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter kunnen maken. Zo bouwen we samen aan een mooier en sterker Nederland. De NOVI omschrijft 4 prioriteiten: •

• •

•

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Doel: Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Duurzaam economisch groeipotentieel: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Sterke en gezonde steden en regio’s: Er zijn nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. We willen de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Ook gaan we aan de slag met het verbeteren van biodiversiteit en het tegengaan van bodemdaling.

Nationaal Programma Landelijk Gebied Met de introductie van het Nationaal Programma landelijk gebied wil de landelijke overheid voor 2030 de natuur versterken, de waterkwaliteit verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. Daarbij moet de stikstofuitstoot in de buurt van natuurgebieden fors omlaag. Dit geldt in het bijzonder voor de zogeheten Natura 2000 gebieden. Samen met vele partners, waaronder gemeenten, wordt de komende tijd per gebied naar oplossingen gezocht. Ook de gemeente Bunschoten wordt daarmee geconfronteerd. Omdat de inhoudelijke resultaten van de gebiedsprocessen pas in de loop van 2023 duidelijk zullen worden, kan daarmee in deze versie van de omgevingsvisie nog geen rekening gehouden worden. Dat evenwel bijvoorbeeld de stikstofdoelstellingen gevolgen hebben voor de ontwikkelruimte in onze gemeente mag zeker worden verwacht en het zal onvermijdelijk zijn dat we daar rekening mee moeten houden.

Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de omgevingsvisie staat hoe de provincie wil dat Utrecht er in 2050 uitziet. Bijvoorbeeld: hoe gaat de provincie om met de behoefte aan extra woningen, waar in de provincie kan duurzame energie worden opgewekt en hoe wordt de natuur beschermd? Belangrijke vragen die elkaar beïnvloeden en die in samenhang moet worden bekeken. Hoe zorgt de provincie ervoor dat iedereen ook in de toekomst prettig en gezond kan leven? In de omgevingsvisie zijn zeven thema’s uitgewerkt, zie afbeelding. Per thema worden belangrijke keuzes gemaakt.

Slim combineren en concentreren Omdat de ruimte in de provincie beperkt is, móeten er keuzes worden gemaakt. Daarom is het uitgangspunt in de visie om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met slim combineren wordt bedoeld dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. Het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden worden gecombineerd. Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat u nodig heeft, is dan in de buurt en goed bereikbaar. De Omgevingsvisie provincie Utrecht is op 1 april 2021 in werking getreden. Blauwe Omgevingsvisie 2050 Waterschap Vallei en Veluwe heeft haar eigen omgevingsvisie opgesteld: Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050). Met deze BOVI2050 zet het waterschap op geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame samenleving waarbij we water zien als een ordenend principe. De drie waterprincipes zijn:

•

•

•

Water is het ordenend principe in de ruimtelijke ontwikkeling: Mooi en schoon water vergroot de leefbaarheid van onze leefomgeving. In ruimtelijke ontwikkeling speelt water een centrale rol omdat water alle ruimtelijke functies met elkaar verbindt. Maximaal schoonhouden en vasthouden van water: Het grondwatersysteem is essentieel voor de watervoorziening in het gebied van Vallei en Veluwe. Daarom zetten zij zoveel mogelijk in op het vasthouden van water en het terugbrengen van water in de bodem. Zo sparen we water voor tijden van droogte. Tegelijkertijd helpt dit om beter om te gaan met een tijdelijk teveel aan water. Partnerschap als watermerk: het Waterschap wil graag met een open en samenwerkingsgerichte houding in gesprek met maatschappelijke partners (publiek en privaat), om gezamenlijk positief bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving. Ze werken grensontkennend en bundelen de krachten van iedereen, zonder vooraf individuele organisatiebelangen voorop te stellen.

Ontwikkelbeeld regio Amersfoort Negen gemeenten in Regio Amersfoort (waaronder gemeente Bunschoten) hebben samen met de Provincie Utrecht gewerkt aan het Ontwikkelbeeld 2030-2040. Het doel ervan is om de groei voor wonen en werken op een goede manier mogelijk te maken en tegelijkertijd de landschappelijke waarden en samenhang van de regio te versterken. In het Ontwikkelbeeld komende volgende vragen aan de orde. Hoe ziet Regio Amersfoort er in 2040 uit? Waar wonen we? Op wat voor soorten plekken werken we? Waar versterken we de natuur? Waar moeten we werken aan de bereikbaarheid? Met het Ontwikkelbeeld wil de Regio Amersfoort samen met stakeholders en inwoners antwoord geven op de opgaven die ons wachten. Het ontwikkelbeeld 2030 – 2040 is eind 2021 vastgesteld. Naast de Provinciale Omgevingsvisie wordt dit Ontwikkelbeeld na besluitvorming een vertrekpunt voor de ruimtelijke inrichting van de regio Amersfoort. Specifiek voor Bunschoten is de inzet de volgende: - behoud en bescherming van het omliggende groen en de natuurgebieden; - voldoende woningbouw met het oog op behoud van de vitaliteit van de gemeenschap; - voldoende locaties voor bedrijvigheid en arbeidsplaatsen met daarbij passende maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. - inpassing van de maatregelen die samenhangen met de energieopgaven uit de regionale energie strategie (RES).

Voor een gemeente als Bunschoten geldt daarmee dat vitaliteit als argument en maatwerk als handelswijze in overleg met provincie en regio gaan gelden om op te komen voor het bouwen van nieuwbouwwoningen, het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen en het nemen van passende mobiliteitsmaatregelen. Het instrument “Regionaal programmeren wonen en werken” is hiertoe inmiddels recentelijk ingevoerd, met een jaarlijkse adaptieve inbreng voor nieuwe locaties en aantallen voor wonen en werken.

Samenwerken in de regio De doelen die we als gemeente Bunschoten in deze visie formuleren kunnen we niet alleen realiseren. Dat moeten en willen we in goede samenwerking doen met onze omgeving (bestuurlijke- en ketenpartners) in de regio Utrecht. In die samenwerking streven we niet alleen onze eigen doelen na, maar dragen we ook bij aan de doelen die elders in de regio zijn geformuleerd, zoals hiervoor beschreven. Deze doelen lopen ook voor een groot deel parallel en zijn bovendien voor een belangrijk deel bepalend voor onze lokale beleidsruimte.

Hoe werkt de website? Onze omgevingsvisie is de website. Hiermee kunnen we op een duidelijke manier laten zien wat we belangrijk vinden in onze gemeente en waar we naartoe willen. Via de kaart kunt u naar het gewenste gebied gaan, maar als u juist benieuwd bent naar de thema’s of toekomstbeelden kunt u ook via de trefwoorden aan de slag. Lees verder over hoe de website werkt. Deze website geeft op een duidelijke manier aan wat we belangrijk vinden in gemeente Bunschoten en waar we naartoe willen. De website bestaat uit een aantal

onderdelen, namelijk gebieden, thema’s, waarden en toekomstbeelden. Als u benieuwd bent wat er in een gebied speelt, kunt u per gebied bekijken welke thema’s, waarden en toekomstbeelden hier gelden. We leggen nu uit wat er per onderdeel wordt besproken. Ambities: onder de ambities staan de belangrijkste doelen voor en van gemeente Bunschoten in de komende jaren. De drie ambities geven aan waar we naar toe willen met onze gemeente. Daarnaast plaatsen we onze toekomstbeelden in regionaal perspectief. Gebieden: per deelgebied wordt beschreven waar we nu staan, wat er op ons af komt en welk toekomstperspectief we voor ogen hebben. Ook geven we aan welke beleidskeuzes we hebben gemaakt en wat we hiervoor gaan doen. Thema’s: in een thema wordt besproken hoe we in onze gemeente om willen gaan met een bepaald onderwerp. Bij het thema ‘Wonen’ geven we bijvoorbeeld aan welke soort woningen we graag in de gemeente Bunschoten willen bouwen de komende jaren. Waarden: de waarden geven aan wat de kracht is van gemeente Bunschoten. De waarden bepalen het ‘DNA’ en de identiteit van de gemeente. Deze waarden willen we graag behouden of zelfs versterken met nieuwe initiatieven. In het landelijk gebied zijn dit bijvoorbeeld de landschappelijke waarden. Met de omgevingsvisie laten we zien waar we als gemeente voor staan.

De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ wordt ook wel het toetsingskader genoemd voor nieuwe

plannen. Past een plan binnen dit kader, dan kunt u ervan uitgaan dat we als gemeente hier positief naar kijken. Het is dus belangrijk dat een nieuw initiatief op de juiste manier omgaat met verschillende thema’s, onze waarden behoudt of versterkt en een bijdrage levert aan het behalen van onze ambities!

U kunt de website op verschillende manieren gebruiken. Door op de kaart een gebied aan te klikken vindt u alle informatie over het gebied, met de links naar thema’s, waarden en ambities die hier belangrijk zijn. Wilt u juist meer achtergrondinformatie over een thema? Klik dan op het thema wat u interessant vindt in het menu. Op de themapagina leest u waar we staan, welke ontwikkelingen er op ons af komen en wat we daarbij belangrijk vinden. Ook leest u in welke gebieden het thema speelt en welke andere thema’s, waarden en ambities hiermee samenhangen.

Rol van de gemeente Initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van de omgevingsvisie juichen we toe. We nodigen initiatiefnemers van harte uit om binnen dit kader met mooie plannen en ideeën te komen. U mag van ons dan verwachten dat we met u meedenken. Als het moet zullen we aanvullende kaders stellen, maar we regelen niet meer dan nodig is. Waar mogelijk staan we open voor ruimere regels en open normen die meer toelaten. Daarmee willen we ruimte

bieden voor vernieuwende ideeën en de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. We willen als gemeente maatwerk bieden en werken vanuit vertrouwen. Waar dat nodig is zullen we handhavend optreden.

Belangrijke kaders zijn bijvoorbeeld de eisen die betrekking hebben op beschikbaarheid en betaalbaarheid van nieuwe woningen. Een ander onderwerp waar we een duidelijke set uitgangspunten formuleren is de energietransitie. Onze doelen en ambities kunt over dergelijke onderwerpen kunt u vinden in deze omgevingsvisie. De uitwerking ervan is soms te vinden in omgevingsprogramma’s. In deze omgevingsvisie kunt u vinden aan welke omgevingsprogramma’s we denken. Het beleid werken we ook uit in regels. En die regels kunt u vinden in het omgevingsplan. We kiezen zorgvuldig waar we kunnen loslaten en met minder regels toe kunnen. Soms ook staat het beschermen van de leefomgeving voorop. In dat geval zullen de regels strikter zijn. De keuze voor loslaten of niet zal steeds zijn gebaseerd op de opgaven die voor een gebied of een thema zijn geformuleerd. We werken meer vanuit de behoefte van de samenleving. Daarom vinden we participatie belangrijk. Per traject bepalen we wat past, en welke rol we als gemeente pakken. Niet voor ieder project nemen we de regie. Vaak kan de initiatiefnemer zelf prima de gesprekken met de omgeving voeren. Andere projecten begeleiden we om deze tot een goed einde brengen. We zorgen dat de kaders voor initiatiefnemers én inwoners helder en navolgbaar zijn. Daarom letten we extra op de communicatie over het proces én de resultaten van een participatietraject.

We hechten waarde aan het actief betrekken van onze inwoners bij de ontwikkeling van de leefomgeving. We vinden het belangrijk dat inwoners initiatief kunnen tonen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan en omarmen het middel “Right to Challenge”. We zullen goed volgen of de omgevingsvisie ons helpt om de lokale doelen voor de leefomgeving te realiseren. We realiseren ons dat we niet al onze opgaven en ambities tegelijkertijd kunnen realiseren. Ook onze omgevingsprogramma’s willen we in de komende jaren stap voor stap opstellen. We zullen prioriteiten moeten stellen. Dat is een volgende stap. Daarin zullen raad en college samen optrekken en we zullen onze inwoners daarbij betrekken. Bij het realiseren van onze doelen zullen we de relevante informatie verzamelen en het verloop van initiatieven monitoren, met als doel om er ook zelf van te leren. In elk geval eens in de 4 jaar willen we de omgevingsvisie actualiseren. Kostenverhaal Bij het uitvoeren van projecten van initiatiefnemers maken wij als gemeente kosten. Zo moet de gemeente vaak maatregelen nemen, of werken en werkzaamheden uitvoeren om een initiatief mogelijk te maken Deze kosten betaalt de initiatiefnemer. Hiervoor leggen we in principe afspraken vast in een overeenkomst met de initiatiefnemer. Dat heeft onze voorkeur. Soms lukt dit niet.

In dat geval zullen we als gemeente het kostenverhaal publiekrechtelijk regelen. De regels over kostenverhaal leggen we vast in het omgevingsplan.

II.

Thema’s

In een thema bespreken we hoe we in onze gemeente om willen gaan met een bepaald onderwerp. Bij ieder thema, zoals wonen, bereikbaarheid of energie omschrijven we wat we eronder verstaan, welke ontwikkelingen er plaats vinden rond dit onderwerp en hoe we

hiermee om (willen) gaan. Dit kan bestaand beleid zijn, wanneer dit nog actueel is voor het thema. Maar het kan ook juist vragen om nieuwe opgaven, die we in deze omgevingsvisie vastleggen. De thema’s hebben we gekoppeld aan de gebieden waar zij gelden.

In gemeente Bunschoten hebben we de thema's: • Wonen • Leefbaarheid en gezondheid • Bodem, lucht en water • Energie • Klimaat • Circulariteit • Werken en ondernemen • Agrarische sector • Recreatie en toerisme • Bereikbaarheid

1. Wonen In onze gemeente is het fijn om te wonen en leven. Dat noemen we ook wel een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. De kernen, Bunschoten-Spakenburg en Eemdijk en de buurtschap Zevenhuizen, bieden uiteenlopende omgevingen om te wonen (woonmilieus). Dit willen we graag zo houden. In dit thema beschrijven we hoe wat dat gaan doen in het licht van toekomstige opgaven. Goed wonen is een basisbehoefte. Of het ergens prettig wonen is of niet heeft met veel verschillende aspecten te maken. Aan de ene kant gaat het over de huizen waarin mensen wonen, denk aan nieuwbouw en bestaande bouw, en de verschillende soorten bouwtypes. Het gaat ook over betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen. En beschikbaarheid van woningen gaat niet alleen over voldoende huisvesting, maar ook over geschikte huisvesting voor de diverse doelgroepen. Waar staan we nu? In onze gemeente stonden in 2020 circa 8.500 woningen, waarvan een groot deel koopwoningen zijn. In Bunschoten-Spakenburg zijn de huizen over het algemeen vrij recent gebouwd: het gemiddelde bouwjaar is 1983. Naar verwachting gaat het aantal huishoudens in de komende jaren fors toenemen. Volgens de Woonvisie 2020-2025, neemt tot 2030 het aantal huishoudens naar verwachting toe met bijna 1200 (zie onderstaande tabel). In die 10 jaar daarna komen daar nog zo’n 1000 huishoudens bij. Elk huishouden heeft een woning nodig.

In totaal gaat het voor de periode 2020-2040 om een extra behoefte van ruim 2100 woningen. Dat is 24,7% van de huidige woningvoorraad. Doelgroep Alleenstaanden <25 jaar Alleenstaanden 25-35 jaar Stellen <35 jaar Gezinnen

Huishoudens 2020 170

Huishoudens 2030 180

Ontwikkeling 2020-2030 +6%

Huishoudens 2040 190

Ontwikkeling 2020-2040 +12%

280

230

-18%

230

-18%

400 3.710

320 4.030

-20% +9%

270 4.500

-33% +21%

Alleenstaanden 820 870 & stellen 35-55 jaar Alleenstaanden 2.020 2.240 & stellen 55-75 jaar Alleenstaanden 960 1.580 & stellen 75+ Overig 20 40 Totaal 8.380 9.490 Bron: woonvisie gemeente Bunschoten 2020-2025

+6%

970

+20%

+11%

2.370

+17%

+65%

1.950

+103%

+100% +13%

30 10.510

+50% +25%

Zowel de beschikbaarheid als de betaalbaarheid van woonruimte is op dit moment in de gemeente Bunschoten een knelpunt. Hoewel de gemeente in flink tempo bouwt blijft dit een knelpunt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning. Deze bedraagt in de gemeente Bunschoten meer dan 4,8 jaar (2020). Wat komt er op ons af? Net als veel andere gemeenten heeft onze gemeente te maken met een bevolking die steeds ouder wordt (vergrijzing). Deze veranderingen in de opbouw van de bevolking hebben gevolgen voor het aanbod van woningen en de eisen die we daaraan willen stellen. Een andere ontwikkeling is dat huishoudens kleiner worden. Er komen steeds meer kleine huishoudens die bestaan uit 1 of 2 personen. Daardoor verandert de vraag naar woningen. Het is ook één van de oorzaken van de grote druk op de woningmarkt. Daardoor komen ook jonge mensen moeilijk aan een woning. Daarnaast zijn er ook veel mensen van buiten de gemeente die in de gemeente Bunschoten een woning zoeken. Bij dit alles is er een grote vraag naar betaalbare woningen, goedkoop en middelduur. Eén van de gevolgen van een vergrijzende bevolking is de groei van het aantal zorgbehoevenden. Gerekend vanaf 2020 stijgt de komende 10 jaar het aantal thuiswonende zorgbehoevenden met ongeveer 140 personen.

Zorgbehoevenden blijven steeds langer thuis wonen in een reguliere woning of willen kunnen doorstromen naar een levensloopbestendige woning. Daarnaast is er een groep die vanuit een woonvorm in de zorg, moet uitstromen naar een gewone woning. Voor deze mensen is vaker een aangepaste woonvorm nodig. Er is op dit moment een tekort aan dit type woningen waardoor uitstroom vertraagd wordt. Verder moeten we rekening houden met een uitstroom uit “beschermd wonen”. Daarvoor worden de gemeenten verantwoordelijk en zijn er hierover binnen de regio Amersfoort afspraken gemaakt. Dit levert ook een aanvullende behoefte aan woningen op. Door de energietransitie is het nodig dat we in woningen energie besparen. Dit kan bijvoorbeeld door bestaande woningen (nog) beter te isoleren. Nieuwe woningen moeten we bovendien zo bouwen dat deze zo zuinig mogelijk omgaan met energie. Nu al is de nieuwbouw gasloos. Een veranderend klimaat kan leiden tot vaker en meer extreme neerslag of extreme droogte/warmte. Woonwijken moeten daarom voldoende ruimte hebben voor groen en genoeg mogelijkheden bieden om regenwater op te vangen. Om met de vragen van de toekomst om te gaan zien we nieuwe woonvormen ontstaan. Deze kunnen bijdragen aan het creëren van een woonvoorraad die past bij de veranderende samenstelling van onze samenleving.

Voorbeelden van nieuwe woonvormen zijn: knarrenhofjes, gespikkeld wonen, flexbouw en kleinschalig zorgwonen. Ook Collectief

Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) komt steeds meer voor. CPO is een vorm van sociale projectontwikkeling waarbij toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever zijn voor hun eigen nieuwbouwproject.

Hoe zien we de toekomst? De woningbehoefte tot 2040 is ingeschat op ruim 2100 woningen, zoals hierboven is gebleken. Tot en met 2030 betekent dat een gemiddelde nieuwbouwopgave van zo’n 120 woningen per jaar (130 per jaar t/m 2025 en 110 per jaar 2026 t/m 2030). Daarna ligt het bouwtempo lager, circa 70 per jaar. Onzeker is hoe groot de vraag naar woningen komende jaren is vanuit de regio. Op basis van de Woondeal Regio Amersfoort met het Rijk (2021) willen we de komende jaren tot en met 2030 het gemiddeld bouwtempo verhogen met 20% naar zo’n 155 woningen per jaar. In de lopende collegeperiode (2022) ligt de ambitie op 200 woningen per jaar. We maken daarbij gebruik van bestaande ontwikkellocaties . Dat zijn de projecten rondom Rengerswetering, Eemdijk-Oost en de diverse inbreidingslocaties. Als ook de transformatie van de Zuidwenk langzaam wordt opgepakt, zijn er voldoende locaties om aan de vraag tot 2040 te kunnen voldoen. De huidige kwaliteit van de bestaande woningen willen we op niveau houden. Dit doen we door de bestaande kwaliteiten van de woonomgeving te behouden en versterken, zoals het groen en water in de wijken en de voorzieningen in de buurt. Voor ons betekent dit ook dat we in kunnen zetten op het stimuleren van maatregelen om woningen bijvoorbeeld te verduurzamen of levensloopbestendig te maken.

We willen het groene karakter van onze woonwijken en kernen behouden. Daarbij zorgen we voor nieuwe speelplekken in woonwijken om deze nog aantrekkelijker te maken voor onze nieuwe bewoners. We zetten ons in voor het verbeteren van de biodiversiteit in de woongebieden en stimuleren het integraal ontwerpen van binnenterreinen en daken op het gebied van groen, energiebesparing en waterberging. Voor een rustige gezonde en veilige leefomgeving in de woonwijken zetten we in op het terugdringen of niet verder laten oplopen van milieuhinder door werkzaamheden, bedrijven of verkeer, zodat de belasting op woningen beperkt blijft. Voorwaarde voor het toestaan van nieuwe activiteiten is handhaving van een aanvaardbaar risico op het gebied van (externe) veiligheid in woongebieden. We letten op de aanwezigheid van voldoende goede vluchtroutes en de goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Bewoners die lang in onze gemeente willen blijven wonen moeten ook die mogelijkheid hebben. Dat betekent dat we ruimte maken voor het ontwikkelen van woningen waar ook ouderen lang kunnen blijven wonen. Dit noemen we ook wel levensloopbestendige woningen. Ook flexibele woonconcepten bieden kansen, omdat deze makkelijk te veranderen zijn aan de behoeften van de bewoner. We faciliteren het langer zelfstandig wonen van ouderen, inwoners met beperking en/of ggz-problematiek.

Betaalbaarheid van huisvesting zal de komende jaren een uitdaging blijven. Waar mogelijk dragen we als gemeente bij aan een betaalbare woningvoorraad, door een voldoende aandeel goedkope en middeldure woningen te realiseren. In nader beleid werken we deze ambitie per periode van 4 jaar concreet uit.

Geleidelijk, en (waarschijnlijk) per wijk, gaan woningen over van gasverwarming naar andere, meer duurzame, vormen van verwarming. In plaats van gasverwarming krijgt een woning een systeem van verwarmen op basis van bijvoorbeeld elektriciteit, aardwarmte, biomassa of waterstof. Voorafgaand aan het veranderen van gasverwarmingen naar andere manieren van het verwarmen van woningen, gaan we onderzoeken hoe onze woningen het beste op een andere, duurzame, manier verwarmd kunnen worden. Specifiek voor Eemdijk zetten we in op behoud van vitaliteit en leefbaarheid van de kern. We spelen wat betreft woningbouw waar nodig en mogelijk in op de kansen die zich voordoen. We werken de komende jaren concreet aan een toevoeging van 72 woningen in EemdijkOost. Daarnaast is denkbaar dat er in Eemdijk nog andere inbreidingslocaties beschikbaar komen. Zie hierover verder bij het onderdeel waarin het gebied Eemdijk is beschreven. Inwoners zijn kritisch op het volbouwen van inbreidingslocaties. Dit moet niet ten koste gaan van de openheid die er nog is en het toch al schaars aanwezige groen. Anderzijds hecht men er evenzeer aan om niet het buitengebied maar vol te bouwen met woningen. De openheid van het landschap om Bunschoten-Spakenburg heen wordt zeer gewaardeerd. Na afloop van de huidige looptijd van de woonvisie, wordt deze omgezet in een omgevingsprogramma wonen.

Daarin staat wat we willen toevoegen qua woonconcepten (o.a. creatieve woonvormen) en woonruimte, gelet op de demografische ontwikkelingen en de woonbehoefte. Dit is belangrijk om ook straks een voldoende betaalbare en toekomstbestendige woningvoorraad te behouden. Het omgevingsprogramma wonen schenkt ook aandacht aan het bereiken van de gewenste kwaliteiten van de leefomgeving, met het oog op prettig wonen in Bunschoten.

2. Leefbaarheid en gezondheid Een leefbare en gezonde gemeente, beschikt over voldoende goede voorzieningen. Die zijn nodig om fijn te kunnen wonen in onze gemeente. Het is niet alleen belangrijk dat er voldoende voorzieningen in de buurt zijn, maar ook dat deze van goede kwaliteit zijn en dat ze goed toegankelijk zijn. Dit noemen we ook wel het voorzieningenniveau. Onze wereld verandert razendsnel door digitalisering en we zien ook steeds meer ouderen in onze gemeente door vergrijzing. Wat betekent dit voor onze voorzieningen in onze gemeente? Leefbaarheid en voorzieningen Voorzieningen zijn de hulpmiddelen in de gemeente waar bewoners gebruik van kunnen maken. Dit is nodig om fijn te kunnen wonen in een dorp of stad. Hier volgt een lijst met voorzieningen in de gemeente: • winkels; • scholen en kinderdagverblijven; • zorgcomplexen; • kerken; • huisartsen, tandartsen, consultatiebureaus en andere zorgvoorzieningen; • inlooppunten en ontmoetingsplekken; • speelplekken; • sportmogelijkheden zoals sportscholen, binnen- en buitensportverenigingen;

• • • •

zwembaden; maatschappelijke dienstverlening zoals het gemeentehuis; culturele voorzieningen zoals verenigingsgebouwen, en bibliotheek; openbaar vervoer.

Waar staan we nu? In de gemeente Bunschoten zijn de voorzieningen zowel in het centrum te vinden, als verspreid in de woonwijken. In het centrum zijn de meeste zorgvoorzieningen, maatschappelijke dienstverlening en winkels te vinden. Het dorp Bunschoten-Spakenburg heeft alle belangrijke basisvoorzieningen. Bewoners van Eemdijk en Zevenhuizen kunnen voor doktersbezoek en boodschappen gebruik maken van voorzieningen in BunschotenSpakenburg. Er zijn in dit dorp een aantal zorgpartijen gevestigd die zorg en wonen bieden en dit combineren met vormen van dagbesteding. Deze voorzieningen bieden kwetsbare inwoners van ons dorp de mogelijkheid hier zo lang mogelijk te wonen en te deel te nemen. Ook zijn er een aantal plekken waar mensen kunnen samenkomen in de gemeente, zoals evangelisch ontmoetingscentrum De Bron, de bibliotheek, diverse kerken, denksportcentrum En Passant. Er zijn in de gemeente relatief veel sport- en speelvoorzieningen, zowel in verenigingsverband, als ten behoeve van sporten in de openbare ruimte. Er wordt in de gemeente Bunschoten op hoog niveau gesport in veel verschillende sporten. Dat is opvallend voor een relatief kleine gemeente. De beste voorbeelden zijn voetballen, handballen en schaken. Naast topsport is ook amateursport goed verzorgd in de gemeente. Dat betekent dat sport voor iedereen in de gemeente Bunschoten toegankelijk is: van jong tot oud.

De deelname aan de sportvoorzieningen in de breedte is aanzienlijk, maar het percentage inwoners dat lid is van een sportvereniging, is zeker nog voor verbetering vatbaar. De speelvoorzieningen hebben voldoende spreiding in de gemeente voor de verschillende leeftijdsgroepen. Sommige plaatsen zijn ingericht op toegankelijkheid voor iedereen (inclusiviteit). Wel dreigt bij nieuwbouw te weinig ruimte voor groen, spelen en bewegen te worden gemaakt, omdat gekozen wordt voor een (te) grote dichtheid van woningen. Het buitengebied nodigt uit tot fietsen, hardlopen en wandelen. De gemeente beschikt over een goed uitgerust zwembad. Wat komt er op ons af? Er is een aantal ontwikkelingen dat op ons af komt en die invloed hebben op het thema gezondheid. We hebben het dan over langer thuis wonen, ‘positieve gezondheid’ en mantelzorg. Per ontwikkeling leggen we kort uit wat het inhoudt en waarom het invloed heeft. • Langer thuis wonen: er komen steeds meer ouderen in onze gemeente. Ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dat betekent dat er soms aanpassingen nodig zijn aan de woning of dat er doorstroom moet worden gefaciliteerd door de bouw van andere woonvormen voor ouderen te bevorderen. • Nieuwe zorgconcepten: de actieve zorgpartijen zoeken passende (alternatieve) locaties voor hun activiteiten voor dagbesteding.

Soms huurt men van de corporatie, soms heeft men het vastgoed zelf in eigendom. We willen ruimte maken voor het ontwikkelen van deze nieuwe concepten, mits ze bijdragen aan onze ambities.

•

•

•

•

Nabijheid en toegankelijkheid van voorzieningen: mede door ontwikkelingen van langer thuis wonen en meer zorg aan huis, is hier extra aandacht voor. Belangrijk is daarbij dat er aandacht is voor samenleven in de wijk en omzien naar elkaar. Voor mensen met een beperking is de leefbaarheid van hun omgeving soms problematisch, omdat ze voortdurend op allerlei fysieke, sociale en digitale drempels stuiten. Op het punt van leefbaarheid is er voor hen nog een wereld te winnen. Positieve gezondheid: zorg gaat vaak over het beter maken van mensen als ze ziek zijn. Positieve gezondheid gaat over het voorkomen van gezondheidsproblemen (preventie). Daarbij onderscheiden we 6 onderdelen die samen de gezondheid bepalen: lichamelijke gezondheid, mentale gezondheid, idealen proberen te halen, genieten en gelukkig zijn, meedoen en dagelijkse dingen kunnen doen. Voelt iemand zich op een of meer van die 6 onderdelen beter, dan gaat het daardoor ook op de andere onderdelen beter. Positieve gezondheid heeft invloed op hoe we met zorg omgaan. Als we erop letten dat al onze bewoners zich beter voelen op de verschillende onderdelen van positieve gezondheid, dan zijn ze ook echt minder vaak en minder ernstig ziek. De inrichting van de leefomgeving kan sterk meehelpen aan het bereiken van de doelstellingen van positieve gezondheid.

Mantelzorg: mantelzorg is de zorg en ondersteuning die partners, kinderen, familie, vrienden en andere bekenden aan een naaste verlenen. Dit doen mensen vaak vrijwillig en onbetaald. Mantelzorg kost mensen vaak veel energie en moet veelal gebeuren naast opleiding, werk of hobby’s. Het kan dus een fijne oplossing zijn voor de persoon die zorg nodig heeft, maar we moeten erop letten dat de mantelzorger (die de zorg verleent) voldoende ondersteuning krijgt. Inclusiviteit: door inclusief te denken en te handelen, moet iedereen in staat worden gesteld om mee te kunnen doen. Dat vereist een toegankelijke samenleving, zowel in de sociale als in de fysieke ruimte. Het vraagt ook om het actief betrekken van mensen in de sociale omgeving. En dan bij voorkeur niet in een aparte sociale omgeving, maar in de “gewone” sociale omgeving van sportclubs, verenigingen, etc. Om de sociale samenhang te verbeteren is het ook belangrijk om in te zetten op het scheppen van meer mogelijkheden tot ontmoeting en oog te hebben voor toegankelijkheid. Daarbij spelen ook de kerken in Bunschoten een belangrijke rol.

Hoe zien we de toekomst? Toegankelijk en inclusief We zetten in op voldoende, toegankelijke voorzieningen, die de leefbaarheid in de gemeente ten goede komt. Dat betekent dat we kijken naar een goede spreiding van voorzieningen. Dat moet ervoor zorgen dat inwoners binnen een redelijke straal de belangrijkste basisvoorzieningen voorhanden hebben, zoals supermarkten en huisartsen. We werken aan een gezonde, inclusieve samenleving samen met partners uit het onderwijs, woningcorporaties, verenigingen en organisaties en zorginstellingen. We willen daarbij blijven werken en denken vanuit de samenhang, waarbij we ons zullen richten op de hiervoor genoemde lokale ambities voor de leefomgeving op het gebied van duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en omgevingskwaliteit. Ouderen en andere inwoners die hulp nodig hebben moeten (langer) zelfstandig wonen. Dat willen ze meestal ook zelf. De gemeente zet daarom in op gecentraliseerde wooncomplexen en levensloopbestendige woningen. Maar ook op het scheppen van centrale ontmoetingsplekken in gebouwen en de openbare ruimte. Het omgevingsprogramma

wonen wordt hierop ingericht. Wij besteden ook aandacht aan de digitale bereikbaarheid en toegankelijkheid waar die voor sommige senioren mogelijk problematisch kan zijn.

Eenzaamheid en kwetsbaarheid Ook willen we eenzaamheid en kwetsbaarheid terugdringen. Eenzaamheid raakt niet alleen ouderen maar ook andere groepen in de gemeente. Denk aan mensen met psychische problemen, migranten, jongeren, gezinnen die in armoede leven of mensen die zonder werk thuis zitten. Ook hierom is het scheppen van ontmoetingsplekken en het stimuleren van meedoen zo belangrijk. We zoeken in de toekomst naar mogelijkheden voor een nieuw centrum waar iedereen vrij kan inlopen of activiteiten kan organiseren, zoals dat in een buurthuis kan. Ook kijken we naar de wensen voor jongeren, bijvoorbeeld door het aanleggen van een jeugdhonk. Hiermee willen we het nabuurschap verder verhogen, zodat mensen voor elkaar zorgen en naar elkaar omkijken. Sport en (positieve) gezondheid De kernen in de gemeente Bunschoten willen we zo inrichten dat ze uitnodigen tot bewegen. In het buitengebied willen we meer mogelijkheden om te bewegen, zoals veilige wandel- en fietspaden met voldoende rustpunten. Ook is er behoefte aan meer groen in de buurt. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en de gezondheid van onze inwoners. Zie daarover ook op andere plaatsen in deze visie. De sporthallen zijn toe aan een update. Dat vraagt om een visie op de toekomst van deze voorzieningen. Sommige zijn sterk verouderd, met een slecht energielabel.

Een grondige renovatie, of nieuwbouw, zal moeten zorgen voor toekomstbestendige sporthallen. Daarbij moet ook worden nagegaan of de capaciteit van de sporthallen voldoende is om te voorzien in de behoefte. Bij het maken van keuzes voor toekomstige investeringen in onze sport- en speelvoorzieningen, is het belangrijk om te werken vanuit de doelen voor de leefomgeving in brede zin. Onze keuzes moeten bijvoorbeeld bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Dit is belangrijk voor de preventie van (gezondheids-)problemen. Dit kan worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma sport en spelen, mogelijk als onderdeel van een meer integraal omgevingsprogramma gezonde leefomgeving. We vinden positieve gezondheid belangrijk. Door de omgeving in te richten met oog voor leefbaarheid (voldoende groen, veiligheid), ervaren inwoners een betere gezondheid. Een juiste en inclusieve (!) inrichting van de omgeving kan bewegen stimuleren, ontmoeten faciliteren en meedoen voor iedereen vorm geven. Ook draagt dit bij aan het tegengaan van het gebruik van verslavende middelen. Dat betekent dat we moeten nadenken over inloopfuncties of ontmoetingsplekken in de kernen, die uitnodigen tot omzien naar elkaar en ontmoeting kunnen bevorderen. Ook willen we meer ontmoetingsplekken in de buitenruimte realiseren. Die ontmoetingsruimten kunnen mogelijk ook gebruikt worden om buiten spelen en sporten te stimuleren.

Ook worden er verspreid over de gemeente een aantal speeltuinen, die voor meerdere doelgroepen te bespelen zijn, ingericht als samenspeelplek.

3. Bodem, lucht en water Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond te kunnen leven. Het gaat om de kwaliteit van de lucht, de bodem en het water. En als het gaat om lucht, hebben we het ook over geluid en geur. Ook dat is van invloed op het milieu. Waar staat Bunschoten nu? De luchtkwaliteit is relatief goed. Nergens worden binnen de gemeente de Nederlandse wettelijke normen structureel overschreden. We zitten verhoudingsgewijs ver af van belangrijke bronnen van luchtvervuiling, zoals autosnelwegen. De strengere WHOadvieswaarden worden hier en daar overigens wel overschreden. Incidenteel ervaren inwoners wel geur- en geluidsoverlast. Er zijn 2 bronnen van geluidsoverlast, namelijk geluid van ambulante handel (het laden en lossen en transportbewegingen) en van gemotoriseerde voertuigen (brommers en scooters). Bij buurtschap Zevenhuizen ervaren mensen hinder van de nabijgelegen A1. Langs doorgaande wegen in Bunschoten-Spakenburg (zoals de Westsingel, Groen van Prinsterensingel en Bikkersweg) en doorgaande wegen in Eemdijk, is de geluidsdruk ook boven de norm die door de GGD wordt geadviseerd. Die is 50 dB overdag en 40 dB ’s nachts op de buitengevel. De gemeente heeft een zorgplicht voor schoon drinkwater binnen de gemeente.

In de komende jaren moet de gemeente hier rekening mee gaan houden bij het verlenen vergunningen en bij het optreden van calamiteiten. We dragen bij aan de gezondheid van onze inwoners door een duurzaam veilige openbare drinkwatervoorziening. We promoten (het zuinig omgaan met) ons drinkwater op scholen. Daarnaast zijn de gemeentelijke watertaken gericht op drie zorgplichten, namelijk voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Hier werken we aan via het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP 2019-2024). Daarin staat het beleid en de uitvoeringsagenda van deze zorgplichten. De uitvoering gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd met ander onderhoud, zoals aan wegen en groen (integraal werken). De gemeentelijke zorgplichten hangen samen met de regionale zorgplichten (van het waterschap) voor het zuiveren van afvalwater en die voor het regionaal watersysteem. Samen met Waterschap Vallei en Veluwe streven we naar gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van ons watersysteem. We scheiden vuilwater van schoonwater en streven ernaar dat er zo min mogelijk contact met afvalwater is. Daarnaast werken we aan een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem. Daarbij koppelen we onze doelen op het gebied van waterkwaliteit aan andere, zoals landbouw, natuur en recreatie. Wat komt er op ons af? De bodem bestaat in de gemeente Bunschoten grotendeels uit veen.

Dat veen klinkt in door oxidatie. Daardoor daalt de bodem. Met het regelen van het grondwaterpeil kan de mate van inklinking worden beïnvloed. Verder kennen we in onze gemeente veel grondverzet, als gevolg van de relatief grote bedrijvigheid. Op de meeste plaatsen is onze bodem schoon. Dat willen we vanzelfsprekend graag zo houden. Op de plekken waar wel verontreiniging in de bodem aanwezig was, heeft sanering plaatsgevonden. Dat houdt in dat op die plaatsen nieuwe lagen grond over oudere vervuilingen zijn aangebracht. We zullen de stabiliteit en duurzaamheid van deze locaties in

de gaten moeten blijven houden. Daarnaast zijn er veel dempingen en ophooglagen met asbest. Dat kan belemmeringen opleveren bij eventuele ontwikkelingen. Ook de aanwezigheid van PFAS (kunstmatige stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid) in de bodem brengt beperkingen met zich mee. In het kader van de energietransitie spelen ook veel ontwikkelingen in de ondergrond. Denk aan de ontwikkeling en toepassing van warmtewinningssystemen. Hier ligt mogelijk ook een relatie met de drinkwaterwinning. In de gemeente Bunschoten is een drinkwaterwingebied aanwezig. In het omgevingsplan worden de locaties opgenomen die mogelijk beperkingen kunnen opleveren gelet op de (mogelijke) toestand van de bodem. Hoe zien we de toekomst? Geuroverlast is er van sommige bedrijven en van diverse visverwerkende bedrijven. Denk aan visverwerking, bakkerijen, palingrokerijen, vergister, mestverwerker. De aanpak daarvan is complex en vraagt maatwerk per type bedrijf. Dit komt door stapeling van effecten en ingewikkelde normen. Bijvoorbeeld geldt er voor deze bedrijven vaak geen harde geurnorm. Als gemeente moeten we dan het “aanvaardbare” geurhinderniveau vaststellen en bewaken. Bij het maken van het omgevingsplan zullen we bepalen wat we in Bunschoten “aanvaardbaar” vinden en nemen we daarover regels op. Op bedrijventerrein de Zuidwenk is geur en geluid het grootste probleem.

We hebben als gemeente de ambitie uitgesproken om dit gebied geleidelijk te transformeren naar wonen en lichtere vormen van industrie. Vooral voor dit gebied hebben we behoefte aan geurbeleid voor industriële geur. Ook de vormen van geluidsoverlast willen we tegengaan. Daarover zullen in het omgevingsplan regels worden gesteld. Doordat we veel voedingsindustrie hebben (bakkerijen en visverwerkers) hebben we last van vet op het riool. Dat levert nogal wat problemen op. Het toezicht hierop kan niet voorkomen dat de waterzuivering vaak met technische problemen kampt als gevolg van vetvervuiling. De landelijke milieuregelgeving sluit niet op deze problematiek aan. We moeten daarom voor onszelf in de gemeente Bunschoten bepalen wat we aanvaardbaar vinden en daarover vervolgens op maat toegesneden regels opnemen in het omgevingsplan, die we vervolgens ook handhaven. Naast het terugdringen van overlast van geur, geluid en vet willen we ook werken aan het beperken van hinder door licht, fijnstof en trillingen. Dit kan worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma gezondheid en waar nodig zullen ook daarover in het omgevingsplan regels worden opgenomen. Bij het ontwikkelen van locaties willen we duurzame keuzes maken en integraal werken. Dat betekent dat niet alles kan.

In zijn algemeen is ons uitgangspunt dat de milieukwaliteit op en als gevolg van een ontwikkeling niet mag verslechteren, behoudens tijdelijke uitzonderingen. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij grondverzet de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Daar waar de landelijke normen worden overschreden zullen we maatregelen nastreven die ertoe leiden dat we aan de normen voldoen. Het tegengaan van bodemdaling in het buitengebied is eveneens een actueel thema. Ook vanuit de provincie wordt aan de toekomst van het veenweidegebied veel aandacht geschonken in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). In relatie hiermee staat het beleid ten aanzien van het grondwaterpeil; een aandachtsveld van het waterschap. Het is belangrijk dat we ook als gemeente een heldere visie ontwikkelen op de toekomst van het buitengebied, zodat we ook op deze aspecten goede gesprekspartners zijn en blijven van de

provincie en het waterschap. Daarnaast stellen we een interferentieplan op voor WKO's (warmte- en koudeopslag) om de ondergrond optimaal te kunnen gebruiken voor warmteen koudeopslag. De vele ontwikkelingen op en in de bodem vragen om een zorgvuldige en integrale afweging, waarin de verschillende opgaven worden afgewogen en ingepast. Dit moet nader worden uitgewerkt. De visie op het water is om dit te beschermen en recreatief te benutten. Spakenburg moet herkenbaar blijven als watersportdorp met een mooi en herkenbaar waterfront. Het Eemmeer moet geschikt blijven voor recreatievaart en zeilwedstrijden voor onder andere de Bruine Vloot. De Geul is geschikt voor beroepsvaart met schoon en helder water. De Laak en de Rengerswetering als onderdeel van de Laakzone zijn afwateringsriviertjes en geschikt voor extensieve vaarrecreatie (kleine fluisterbootjes). De Eem is voor beroeps- en recreatievaart. Waar zich kansen voordoen willen we deze kwaliteiten versterken. Ook moet de relatie en verbinding met de Eemhof worden versterkt. Daarnaast moet de waterkwaliteit worden verbeterd. We willen geen drijvende zonnepanelen in het Eemmeer toestaan in het kader van energie. De gemeente heeft een zorgplicht voor schoon drinkwater binnen de gemeente. In de komende jaren moet de gemeente hier ook rekening mee gaan houden bij vergunningen en calamiteiten.

We dragen bij aan de gezondheid van onze inwoners door een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. We promoten (het zuinig omgaan met) ons drinkwater op scholen en leggen samen met Vitens drinkwatertappunten aan in de openbare ruimte. We letten op de goede kwaliteit van het oppervlaktewater.

4. Energie Als we het hebben over energie gaat dat over de energie die we gebruiken in de vorm van elektriciteit en warmte. Op Europees, landelijk en provinciaal niveau zijn afspraken gemaakt om de energievoorziening te verduurzamen. Bij dit thema gaan we in op welke veranderingen deze energietransitie in onze gemeente brengt. Het is een opgave die bij veel thema’s terugkomt zoals klimaat, wonen, werken en ondernemen en agrarische sector. Waar staan we nu? Het huidige energiesysteem is grotendeels gebaseerd op het verbruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas en kolen. Hierbij worden veel broeikasgassen zoals CO2 uitgestoten, wat zorgt voor opwarming van de aarde. De energietransitie gaat over de overgang van een energiesysteem waarin fossiele brandstoffen worden verbruikt, naar een systeem waarin hernieuwbare energie centraal staat. Hernieuwbare energie is afkomstig uit wind, water, zon, bodem, lucht en biomassa. Het gebruik ervan dient onuitputtelijk te zijn (circulair) en bij de opwekking ervan worden geen broeikasgassen uitgestoten. Het is van belang dat zoveel mogelijk energie wordt bespaard, bijvoorbeeld door het isoleren van woningen. De energie die we met elkaar kunnen besparen hoeft namelijk niet (duurzaam) te worden opgewekt. Vervolgens blijft er een energieopgave over die duurzaam moet worden ingevuld.

In 2019 was het totale energiegebruik in Bunschoten 1.887 terrajoule (TJ). Daarvan ging 40% (762 TJ) naar de gebouwde omgeving, 18% (346 TJ) naar verkeer en vervoer, 39% (728 TJ)

naar industrie, energie, afval en water, 1,5% (28 TJ) naar landbouw, bosbouw en visserij, en 1,5% (23 TJ) naar hernieuwbare warmte.

(plaatje energieverbruik)

Wat komt er op ons af? De landelijke doelstellingen voor de energietransitie werken door in de gemeente Bunschoten. Deze doelstellingen zijn 55% minder CO2 uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 en 95% minder in 2050. Ook moet Nederland aardgasloos zijn per 2050. Overigens heeft de provincie Utrecht de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. Onze gemeente is bezig met de eerste stappen in de energietransitie. Bunschoten is onderdeel van de (energie)regio Amersfoort. Samen met de gemeenten Amersfoort, Baarn, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg is een Regionale Energie Strategie (RES) (https://www.bunschoten.nl/duurzametoekomstplannen) opgesteld. De RES is een strategie waarin wij met elkaar bepalen hoe we een duurzaam en slim energiesysteem in onze regio gaan maken. Op landelijk niveau moet 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit met zonnevelden en windmolens worden opgewekt. Om een goede inpassing op lokaal niveau te garanderen, wordt het Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit opgesteld. Aan de hand hiervan kunnen initiatieven voor zonnevelden en windmolens op basis van lokale randvoorwaarden en uitgangspunten worden afgewogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13211319/1