Bijlage 1. Bestemmingsplan Kronkels-Zuid
Tekst van het document
4.13 Geur industriële emissies Toetsingskader Voor industriële bedrijven is het toetsingskader opgenomen in artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit, in de BBT-conclusies voor IPPC-bedrijven, in de “Handleiding geur” 8 en in eventueel lokaal geurbeleid. Provincie Utrecht heeft echter geen geurbeleid vastgesteld. Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft
8
Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen), https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/geur/handleiding-geur/
66
de provincie wel een Basiskader Geur opgesteld dat deel uitmaakt van het Concept Programma Gezond en Veilig9. Onderzoek Bestaande situatie De dichtstbij gelegen woningen bij het plangebied zijn bedrijfswoningen aan de Bisschopsweg 1, Amersfoortseweg 32-34, 36a en 38. In de huidige situatie is geen sprake van geurbronnen in of nabij het plangebied. Uit de geurbeschouwing vanwege veehouderijen is gebleken dat de geurimmissie ter plaatse van woningen nabij het plangebied minder dan 3 ouE/m3 als 98-percentiel bedraagt, waarmee voldaan wordt aan de maximale geurimmissie vanwege veehouderijen voor woningen binnen de bebouwde kom. Woningen in de directe omgeving van het plangebied ondervinden daardoor geen significante geurimmissie vanwege bestaande veehouderijen. Daarmee zal ook geen sprake zijn van eventuele cumulatie van industriële geuremissies met geuremissies van veehouderijen. Vermijden van geurhinderlijke situaties Door het toepassen van milieuzonering wordt reeds rekening gehouden met de hindercontouren van verschillende bedrijfsactiviteiten vanuit het plangebied op de omgeving. Van het plangebied zal 7 ha worden bestemd voor ambachtelijke, industriële, groothandels-, transport- en distributiebedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 3.2. Dit zullen onder meer karakteristiek in de omgeving passende bedrijven zijn, waaronder visbedrijven en brood-, koek- en banketbedrijven.
Door het mogelijk maken van onder meer dit soort bedrijven is een bepaalde geurimmissie in de omgeving niet op voorhand uit te sluiten. Afhankelijk van het type bedrijf dient te worden getoetst aan lokaal geurbeleid, BBT-afwegingen alsmede het Activiteitenbesluit. Zowel provincie Utrecht als de gemeente Bunschoten-Spakenburg beschikken niet over lokaal geurbeleid, waardoor de twee laatstgenoemde toetsingscriteria resteren. Op basis van BBT-afwegingen en het Activiteitenbesluit wordt per bedrijf een aanvaardbaar geurhinderniveau bij woningen en andere verblijfsobjecten gewaarborgd. Het reeds genoemde Basiskader Geur kan – onder de Omgevingswet – dienen als toetsingskader. In dit Basiskader zijn onder meer streef-, richt- en grenswaarden opgenomen voor verschillende categorieën geurgevoelige objecten. Door het toepassen van milieuzonering wordt reeds rekening gehouden met de hindercontouren van verschillende bedrijfsactiviteiten vanuit het plangebied op de omgeving. Door het planologisch toestaan van bedrijven met maximaal milieucategorie 3.2 kunnen dit bedrijven zijn met enig relevante geuremissie. Bedrijven in hogere milieucategorieën die relevant hogere geuremissies kunnen hebben die mogelijk tot geurhinder kunnen leiden, worden derhalve uitgesloten.
De geurhinder van de milieucategorieën die wel worden toegelaten wordt zoveel mogelijk tegengegaan door toepassing van technische maatregelen op grond van het wettelijke BBT-principe (best beschikbare technieken). Het voorgaande houdt in dat bedrijven die zich binnen het plangebied vestigen mogelijk als geurrelevant naar de omgeving kunnen worden beschouwd. In het milieuspoor wordt een aanvaardbaar hinderniveau per bedrijf echter gewaarborgd. Eventuele cumulatie van geur is daarmee nog niet beschouwd. Mogelijke cumulatieve effecten kunnen op voorhand niet worden bepaald / berekend, aangezien zowel de bedrijfslocatie, het type bedrijf, type geur, de mogelijke maatregelen als de omvang. Hierdoor is het niet zinvol op voorhand fictieve berekeningen uit te voeren. De toetsing van de geurimmissie zal derhalve achteraf – dus bij vergunningaanvragen van bedrijven – plaatsvinden. In dit kader wordt vooraf wel bepaald welke geurhinder acceptabel is (bij omliggende woningen) en hoe met de eventueel te verwachten cumulatie van geur wordt omgegaan. 9
Programma Gezond en Veilig, conceptversie 1 september 2021, provincie Utrecht
67
Door in de planregels maximaal milieucategorie 3.2 toe te staan worden bedrijven die onaanvaardbare geurhinder veroorzaken uitgesloten. Ook bedrijven in lagere milieucategorieën waarvan enige geurhinder verwacht kan worden, worden in beginsel uitgesloten. Voor bedrijven in deze lagere categorieën met potentiële geurhinder geldt dat, op basis van de resultaten van een geurprognoseonderzoek, van dit verbod (met een omgevingsvergunning) kan worden afgeweken. De geurimmissie wordt daarbij getoetst aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan, waarbij rekening wordt gehouden met cumulatie. Conclusie Het aspect ‘geur industriële emissies’ vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.14 Trillingen Toetsingskader Er bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Een hulpmiddel dat in veel voorkomende gevallen wordt gehanteerd is de SBR-richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen". Deze richtlijn bestaat uit drie delen: Deel A, Schade aan gebouwen Deel B, Hinder voor personen in gebouwen Deel C, Storing aan apparatuur Vermijden van trillinghinder Het aspect trillingen maakt geen onderdeel uit van de aspecten bij milieuzonering. Deze ziet alleen toe op de aspecten geluid, stof, gevaar en geur. Bedrijven die mogelijk trillinghinder bij woningen veroorzaken, waaronder metaalbewerkende en -producerende bedrijven van milieucategorie 4.2 en hoger, zijn wel uitgesloten. Voor bedrijven die wel binnen het plangebied worden toegestaan (ten hoogste milieucategorie 3.2) kan eventuele trillinghinder echter niet op voorhand worden uitgesloten (constructiewerkplaatsen, metaalwarenfabrieken, papier en kartonwarenfabrieken). In het milieuspoor zal in situaties waarbij overschrijdingen van de normering conform de SBR-richtlijn zijn te verwachten een trillingonderzoek moeten worden uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt een kwalitatief oordeel over de verwachte trillinghinder of -schade.
Indien uit het trillingonderzoek blijkt dat niet voldaan wordt aan SBR-richtlijnen dienen trillingreducerende maatregelen onderzocht te worden. Dit zijn bij voorkeur maatregelen aan de trillingsbron. Deze maatregelen zullen in de omgevingsvergunning worden opgenomen of zullen als maatwerkvoorschrift in het kader van het Activiteitenbesluit worden gesteld. Het hanteren van een grotere afstand tussen bedrijf en woning is echter ook een mogelijkheid. Conclusie Het aspect ‘trillingen’ vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
68
4.15 M.e.r.-beoordeling Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) nodig. Onderzoek Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een bedrijventerrein mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht. De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r.
het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.
D.11.2
Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1: een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening --> het bestemmingsplan
Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Hiertoe is een aanmeldingsnotitie opgesteld. De aanmeldingsnotitie10 met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. De gemeente dient, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan, een separaat besluit te nemen omtrent het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure. Conclusie Gezien de bevindingen als beschreven in de aanmeldingsnotitie, en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r., kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een relatief klein schaalniveau met bijbehorende minimale effecten. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De 10
BRO, Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan De Kronkels-Zuid, januari 2022
69
potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat deze geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. In de aanmeldingsnotitie wordt daarom aanbevolen om een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan “De KronkelsZuid” geen milieueffectrapportage wordt vereist. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit zullen tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.
70
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Plansystematiek De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP2012 kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
5.2 Opbouw regels De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bevatten de begrippen en de wijze van meten. In de Bestemmingsregels zijn de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. Onder Algemene regels zijn regels geformuleerd die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in de Overgangsen slotregels de overgangsbepalingen en de slotregel opgenomen.
5.3 Toelichting bij de regels Begrippen In de SVBP2012 is een aantal begrippen voorgeschreven. Voor zover relevant zijn deze begrippen overgenomen uit de SVBP2012. De lijst is verder aangevuld met een aantal voor dit plan relevante begrippen, waarbij zoveel mogelijk is aangesloten bij het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Zuid". Wijze van meten De wijze van meten is overgenomen uit het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Zuid " en sluit voor de omschrijvingswijze aan op de SVBP2012. Bestemming ‘Agrarisch met waarden’ De tweede fase van de ontwikkeling (7 hectare) is met een wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakt. Deze ontwikkeling is pas mogelijk als de ontwikkeling past binnen de regionaal gemaakte afspraken. Ook zijn enkele andere ruimtelijke voorwaarden gesteld. Ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven wijzigingsbevoegdheid blijft tot die tijd de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ vigerend. Deze bestemming is overgenomen uit het huidige bestemmingsplan.
71
Bestemming ‘Bedrijventerrein’ Het grootste gedeelte van het plangebied van de eerste fase van de ontwikkeling is bestemd als ‘Bedrijventerrein’. Dit betreft in totaal 7 hectare. Deze gronden zijn bestemd voor ambachtelijke, industriële, groothandels-, transport- en distributiebedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 3.2. Daarnaast zijn onder meer onzelfstandige kantoren, ondergeschikte detailhandel, verkeersdoeleinden, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor duurzame energie, groen en water toegestaan. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. De bedrijven moeten voldoen aan de in de regels opgenomen parkeernormen. Deze parkeerplaatsen kunnen deels worden gerealiseerd in collectieve parkeervoorzieningen. Daarvoor is een specifieke regeling opgenomen. Bedrijfsgebouwen moeten binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, waar de maximale bouwhoogte is aangegeven. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden een hogere bouwhoogte (20 m) te kunnen toestaan. Daarnaast mag de maximale bouwhoogte worden overschreden door bouwwerken ten behoeve van duurzame energievoorziening, zoals zonnepanelen. Daarvoor is een aanvullende specifieke regeling opgenomen.
Het bebouwingspercentage voor bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 2.000 m² van 60%, 40% voor bouwpercelen met een oppervlakte van tussen de 2.000 en 1.000 m² en 30% voor bouwpercelen met een oppervlakte van minder dan 1.000 m². Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn afzonderlijke bouwregels opgenomen. Deze mogen ook buiten de bouwvlakken worden opgericht. Onder meer is het mogelijk om bouwwerken voor duurzame energievoorziening boven de collectieve parkeervoorzieningen te realiseren. Bestemming ‘Bedrijventerrein – 2 (Haarbrug-Zuid)’ Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de bedrijfspercelen aan de Amersfoortseweg, die binnen onderhavig plangebied zijn meegenomen. Dit houdt verband met het bewerkstelligen van een eenduidige en doelmatige regeling voor de betreffende percelen, die anders onder twee planologische regimes zouden vallen. De bestaande bouw- en gebruiksregels van de vigerende bestemming zijn integraal overgenomen. Toegevoegd is een wijzigingsbevoegdheid (zone ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied’) die het mogelijk maakt om de bestaande bouwvlakken uit te breiden. Hiermee kan een doelmatige en efficiënte verkaveling en benutting van de bedrijfskavels worden bewerkstelligd. Er is een aantal nadere voorwaarden aan de toepassing van deze bevoegdheid gesteld, onder meer dat moet worden voldaan aan het Beeldkwaliteitsplan De Kronkels-Zuid.
Bestemming ‘Groen’ Deze bestemming is opgenomen voor een aantal plekken aan de randen van het bedrijventerrein, waar een groene inrichting gewaarborgd wordt. Op deze gronden zijn diverse soorten groenvoorzieningen, toegestaan, alsmede paden en uitritten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De bouwhoogten hiervan zijn in de bouwregels aangegeven. Bestemming ‘Verkeer’ De hoofdinfrastructuur op het bedrijventerrein is bestemd als ‘Verkeer’. Deze gronden zijn bestemd voor verblijfsgebied met een functie voor wegen en paden, groenvoorzieningen en water. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Dubbelbestemmingen In het plangebied zijn enkele archeologische dubbelbestemmingen opgenomen ter waarborging van het belang van eventuele archeologische waarden. De drempelwaarden voor een
72
omgevingsvergunning- en onderzoeksplicht komen overeen met de vigerende bestemmingsplannen. Daarnaast is de bestemming ‘Leiding – Gas’ centraal in het plangebied overgenomen ter plaatse van de bestaande gasleiding, inclusief de bijbehorende belemmeringenstrook. Binnen deze bestemming gelden restricties voor het bouwen en het uitvoeren van werkzaamheden. Algemene regels In de algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, de algemene aanduidingsregels, de algemene afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen. Deze regels gelden voor de gronden in het gehele plangebied, aanvullend op de bestemmingen. Uitzondering zijn de algemene aanduidingsregels, die gelden voor de betreffende aanduidingsvlakken. Deze vlakken zijn wel bestemmingsoverschrijdend. In de algemene aanduidingsregels zijn de volgende regels opgenomen: geluidzone – industrie: deze aanduiding is opgenomen vanwege de ligging van het plangebied binnen een geluidgezoneerd industrieterrein. Deze aanduiding is opgenomen voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte van het bedrijventerrein De Kronkels/Haarbrug. Binnen de geluidzone zijn beperkingen gesteld aan het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen; overige zone – ecologie 1 en 3: deze aanduidingen zijn opgenomen ter waarborging van de realisatie en instandhouding van vliegroutes voor vleermuizen door middel van bomenrijen.
Deze mogen slechts beperkt worden onderbroken door ontsluitingen; overige zone – ecologie 2: binnen deze zone zijn beperkingen gesteld aan het bebouwen van de gronden, het slopen van bebouwing, het verwijderen van hoogopgaande beplanting en/of bomen en het verrichten van andere werkzaamheden met (potentiële) nadelige effecten op huismussen en/of vleermuizen. Pas na het tijdig treffen van maatregelen, in de vorm van het realiseren en in stand houden van volgende alternatieve nestlocaties en verblijfsplaatsen elders binnen het plangebied, kan een aanvang met de benoemde werkzaamheden worden gemaakt. Overgangs- en slotregels Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is verplicht voorgeschreven in artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Met het overgangsrecht wordt beoogd dat bouwwerken en gebruik, die wel in overeenstemming zijn met het oude bestemmingsplan, maar niet met het nieuwe, kunnen voortduren. Volledige herbouw van een dergelijk bouwwerk is niet toegestaan, tenzij het teniet gaat als gevolg van een calamiteit. Voor het strijdige gebruik geldt dat als dit langer dan een jaar is onderbroken, niet meer hervat mag worden. In de slotregel is de aanhalingstitel van de regels vastgelegd.
73
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid Op 10-12-2020 heeft de gemeenteraad van Bunschoten een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld ten behoeve van het realiseren van fase 1 van De Kronkels-Zuid. Aan dat besluit ligt een grondexploitatie ten grondslag. Bij het besluit is de economische haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond en geborgd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan De Kronkels-Zuid is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening op 11 augustus 2021 aan de volgende instanties gezonden: Gasunie; Veiligheidsregio Utrecht; Provincie Utrecht; Tennet; Vitens; Rijkswaterstaat Midden-Nederland; Waterschap Vallei & Veluwe; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; KPN; Eneco.
Alleen van de eerste vijf hierboven opgesomde instanties is een reactie ontvangen. Tennet en Vitens hebben enkel aangegeven dat zij geen opmerkingen hebben. De reacties van de overige drie
74
instanties zijn in een separate Nota van Inspraak en Vooroverleg (zie bijlagen) weergegeven en van een gemeentelijke reactie voorzien. 6.2.3 Inspraak Gelijk met het vooroverleg is zoals in de gemeentelijke inspraak verordening is bepaald, over het voorontwerpbestemmingsplan “De Kronkels-Zuid” inspraak gehouden. Het voorontwerpbestemmingsplan De Kronkels-Zuid is daarnaast met ingang van 11 augustus 2021 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd, onder andere via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende die tijd konden belanghebbenden en belangstellenden een inspraakreactie geven. Daarnaast is op 31 augustus 2021 een inspraak-/inloopavond georganiseerd in de raadszaal van het gemeentehuis van Bunschoten. Tijdens deze avond zijn de aanwezigen in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het bestemmingsplan. Ook werd de gelegenheid geboden vragen over het plan te stellen en inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn in totaal 6 inspraakreacties binnengekomen. In een separate Nota Inspraak en Vooroverleg (zie bijlagen) zijn deze inspraakreacties samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Ook is hierin aangegeven in hoeverre de reactie aanleiding heeft gegeven tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen.
75
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Stikstofberekening Bijlage 2: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 3: Memo verkennend & nader bodem- en verkennend asbest in grond- en puinonderzoek Bijlage 4: (Afval)waterstructuurplan Bijlage 5: Mobiliteitstoets Bijlage 6: Archeologisch onderzoek Bijlage 7: Akoestisch onderzoek Bijlage 8: Externe veiligheid Bijlage 9: Luchtkwaliteitsonderzoek Bijlage 10: Quickscan flora & fauna Bijlage 11: Ecologisch veldonderzoek Bijlage 12: M.e.r.-aanmeldnotitie Bijlage 13: Nota van uitgangspunten duurzaamheid Bijlage 14: Verantwoording groepsrisico Bijlage 15: Oplegnotitie mobiliteitstoets Bijlage 16: Nota Inspraak en Vooroverleg
76
De Kronkels-Zuid
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 10
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Bedrijventerrein Bedrijventerrein - 2 (Haarbrug-Zuid) Groen Verkeer Water Leiding - Gas Waarde - Archeologie Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5
11 18 25 26 27 29 31 33 35 37 39
Hoofdstuk 3
Algemene regels
41
Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
41 42 43 46 47
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
48
Artikel 19 Artikel 20
Overgangsrecht Slotregel
48 49
2
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan De Kronkels-Zuid met identificatienummer NL.IMRO.0313.KronkelsZuid2100-0201 van de gemeente Bunschoten; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
afhaalpunt:
een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen en/of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten; 1.6
agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is ingericht voor zowel de grondgebonden als niet-grondgebonden activiteiten: het telen van gewassen of het houden van dieren, één en ander ten behoeve van het voortbrengen van producten; 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8
bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.9
bedrijfsverzamelgebouw:
een gebouw waarin het uitoefenen van bedrijvigheid (waaronder industriële, ambachtelijke, dienstverlenende, consumentverzorgende, therapeutische, sportfuncties en kantoren) wisselend kan worden uitgeoefend, waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van één bedrijf;
4
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
1.10
bestaand:
a. bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; b. bij gebruik: aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit plan; 1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
boogkas:
een in hoofdzaak uit plastic of andere transparante materialen bestaand bouwwerk van lichte constructie, ten behoeve van het kweken en telen van gewassen; 1.14
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15
bouwgrens:
de grens van het bouwvlak; 1.16
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 1.17
bouwvlak:
een op de verbeelding door bouwgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegestaan; 1.18
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19
bouwwerken, geen gebouw zijnde:
alle bouwwerken die geen voor mensen toegankelijk geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimten vormen; 1.20
dak:
iedere bovenbeëindiging van een bouwwerk;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
5
1.21
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22
detailhandel in volumineuze goederen:
detailhandel in auto's, boten, motoren, dierbenodigdheden, caravans, landbouwwerktuigen, (grove) bouwmaterialen, keukens, badkamers en woninginrichting waaronder meubels, alsmede tuincentra en bouwmarkten, waarvoor vanwege de omvang en de aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig is voor de uitstalling; 1.23
dienstverlenende bedrijven:
het uitvoeren van werkzaamheden bestaande uit het bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, niet zijnde een garagebedrijf, een seksinrichting en/of een afhaalpunt; 1.24
duurzame energievoorzieningen:
voorzieningen voor opwekking en transport van duurzame energie, waaronder in ieder geval zonne- en windenergie worden begrepen; 1.25
erf:
onbebouwd gedeelte van een bouwperceel; 1.26
erfafscheiding:
de fysieke begrenzing van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of van de openbare ruimte; 1.27
erotisch getinte vermaaksfunctie:
een vermaaksfunctie, die is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.28
evenement:
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Onder een evenement wordt mede verstaan: 1. een herdenkingsplechtigheid; 2. een braderie; 6
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
3. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene plaatselijke verordening, op de weg; 4. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; 5. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement). 1.29
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30
geluidsgevoelige gebouwen:
gebouwen die dienen ter bewoning of een ander als geluidsgevoelig aangewezen gebouw zoals opgenomen in het Besluit geluidhinder; 1.31
geluidszone industrieterrein:
een geluidzone zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidbelasting vanwege het gezoneerd industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan; 1.32
grondgebonden agrarisch bedrijf:
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Het betreft akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt en boomteelt en rundvee-, paarden-, schapen- of geitenhouderij voor zover bij deze veebedrijven het benodigde ruwvoer (gras, snijmaïs) geheel of vrijwel geheel afkomstig is van structureel bij het bedrijf behorende gronden; 1.33
hobbymatig agrarisch gebruik:
het telen van gewassen en/of het weiden van dieren, anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf of een bedrijfsmatige agrarische nevenfunctie, niet zijnde een volkstuin; 1.34
horecavoorziening:
een onderdeel van een bedrijf, dat tot doel heeft het verstrekken van kleine etenswaren en/of maaltijden, al dan niet voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.35
kantoorruimte:
een ruimte, als onderdeel van een bedrijf, die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard; 1.36
kantoor:
een zelfstandig bedrijf waarvan de werkzaamheden uitsluitend of in hoofdzaak van administratieve en/ of wetenschappelijke aard zijn;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
7
1.37
niet-grondgebonden agrarisch bedrijf:
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden veehouderij; 1.38
ondergronds bouwwerk:
een gebouw, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden peil; 1.39
peil:
a. de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, dan wel; b. de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, indien deze hoogte meer dan 1,0 m boven of meer dan 1,0 m beneden de onder a. genoemde hoogte is gelegen; 1.40
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. a. onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: b. een erotisch massagesalon; c. een seksbioscoop of sekstheater; d. een seksautomatenhal; e. een seks- of parenclub. Al dan niet in combinatie met elkaar; Onder een seksinrichting wordt niet verstaan: 1. een escortbedrijf; 2. een sekswinkel; 1.41
staat van bedrijfsactiviteiten:
de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.42
steiger:
een constructie langs een oever die tot aanlegplaats dient voor vaartuigen; 1.43
vlonder:
een houten terras op, of grenzend aan, het water; 1.44
wijziging van bedrijfsactiviteiten:
de gehele dan wel gedeeltelijke uitbreiding, intensivering, verandering en/of beëindiging van bedrijfsactiviteiten;
8
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
1.45
windturbine:
een bouwwerk ten behoeve van de opwekking van windenergie; 1.46
zakelijke dienstverlening:
het verlenen van diensten die bestaan uit het verlenen van economische of commerciële diensten aan derden, waarvan de uitoefening geschiedt in een rechtstreeks contact met het publiek, zoals banken, reisbureaus.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend: 2.1
Algemeen
afstand tot de perceelsgrens: de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot een grens van het perceel; bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op één bouwperceel staande c.q. op te richten gebouw of gebouwencomplex, gemeten op 1,0 m boven de gemiddelde grondslag van het aansluitende afgewerkte terrein, inclusief overkappingen; bedrijfsvloeroppervlak: het binnenwerkse vloeroppervlak van de ruimtes die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten; bouwhoogte van een bouwwerk: de hoogte in meters van het hoogste punt van een bouwwerk, gemeten vanaf het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein, met dien verstande dat bij de berekening van de bouwhoogte schoorstenen, liftschachten, lichtkoepels, technische ruimtes en andere dergelijke aan een gebouw ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing blijven, antennes worden niet begrepen onder deze ondergeschikte bouwdelen; goothoogte van een gebouw: de hoogte in meters van de druiplijn, de bovenkant van de goot, het boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel, gemeten vanaf het aan het gebouw aansluitende afgewerkte terrein; inhoud van een bouwwerk: de buitenwerks gemeten inhoud van een gebouw boven de afgewerkte begane grondvloer; zulks met inbegrip van erkers en dakkapellen; lengte, breedte en diepte van gebouwen: tussen de buitenzijde van de gevel en/of de
harten van scheidsmuren; oppervlakte van een bouwwerk: bovengrondse bouwwerken: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, exclusief in- en uitritten van gebouwde parkeervoorzieningen; ondergrondse bouwwerken: tussen de buitenzijde van de gevels (wanden) en/of het hart van de scheidingsmuren. ronde hoeken: de afgeronde gedeelten van de bouwvlakken, zoals aangegeven op de verbeelding, gemeten vanaf het punt waar de bouwgrens overgaat van een rechte lijn in een boog, tot het punt waar de boog weer overgaat in een rechte lijn.
10
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ambachtelijke, industriële, groothandels-, transport- en distributiebedrijven; b. bedrijfsverzamelgebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijfsverzamelgebouw'; c. detailhandel; d. onzelfstandige kantoorruimte; e. een horecavoorziening, uitsluitend voor zover deze onderdeel uitmaakt van een bedrijf (o.a. bedrijfskantine); f. verkeersdoeleinden (rijwegen, in- en uitritten, fiets- en voetpaden, voorzieningen voor openbaar vervoer), met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting uitgesloten' geen in- en uitritten en rijwegen zijn toegestaan; g. (gebouwde) bovengrondse parkeervoorzieningen, waaronder collectieve parkeervoorzieningen; h. voorzieningen, waaronder in ieder geval ondergrondse opslagtanks, technische ruimten en bergingen begrepen; i. opslag en stalling indien dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; j. duurzame energievoorzieningen; k. tuinen en erven; l. groen en water; m. vlonders; n. energielaadpunten; o. afvalcontainers; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2
Bouwregels
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 15, gelden de navolgende bouwregels: 3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. de oppervlakte van een bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m², met dien verstande dat deze restrictie niet geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleine kavels'; b. het bebouwingspercentage per bouwperceel bedraagt: 1. minimaal 60% voor zover het betreft bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 2.000 m²; 2. minimaal 40% voor zover het betreft bouwpercelen met een oppervlakte van 1.000-2.000 m²; 3. minimaal 30% voor zover het betreft bouwpercelen met een oppervlakte van minder dan 1.000 m²; c. voor ondergronds bouwen geldt per bouwperceel een maximum bebouwingspercentage van 100%. 3.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de minimum afstand tot de voorste perceelsgrens bedraagt: 1. 18 meter, voor zover het betreft bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 1.000 m²; 2. 13 meter voor zover het betreft bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 1.000 m²;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
11
b. de minimum afstand tot de onderlinge zijdelingse en/of achterste perceelgrens en/of waterloop bedraagt 2,5 meter, met dien verstande dat op bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 1.000 m² geschakelde bebouwing is toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder b, geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - representatieve zone' het volgende: 1. de bedrijfsgebouwen dienen op de achterste bouwperceelsgrens te worden gebouwd, mits uitgevoerd als groene gevel; of 2. de bedrijfsgebouwen dienen op een afstand van 5 m van de achterste bouwperceelsgrens te worden gebouwd, mits de tussenliggende strook wordt ingericht met groenvoorzieningen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaats van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. de bouwhoogte van koeltorens en condensors en dergelijke mag maximaal 5 meter hoger zijn dan de bouwhoogte van het gebouw waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd dan wel verleend; f. de bedrijfsgebouwen moeten worden afgedekt met een plat dak, met uitzondering van gebouwdelen ter plaatse van onzelfstandige kantoren en/of horecavoorzieningen, welke onderdeel uitmaken van het betreffende bedrijf. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte voor erfafscheidingen niet grenzend aan het openbare gebied bedraagt 2,5 m; b. de maximum bouwhoogte voor erfafscheidingen grenzend aan het openbare gebied bedraagt 2,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 10,0 m, met uitzondering van silo's, antennes e.d. waarvoor de maximum bouwhoogte 20,0 m bedraagt; d. per bouwperceel, met een oppervlakte van tenminste 1.000 m², is maximaal één vrijstaand reclameteken toegestaan, met dien verstande dat: 1. de maximum oppervlakte van de reclame-uiting 6,0 m² bedraagt, (langs het horizontaal en verticaal gemeten vlak); 2. de maximum breedte 1,0 m bedraagt; 3. de maximum bouwhoogte 10,0 m bedraagt. e. op een afstand van ten minste 13 m van de voorste perceelsgrens en ten minste 2,5 m van de overige perceelsgrenzen en/of ter plaatse van collectieve parkeervoorzieningen zijn, aanvullend op het bepaalde onder a. tot en met d., solar carports ten behoeve van duurzame energievoorzieningen toegestaan, met dien verstande dat: 1. de maximum bouwhoogte 5 m bedraagt; 2. een onderdoorgang met een hoogte van ten minste 2,5 m ten behoeve van het verkeer is gewaarborgd. 3.2.4
Bouwen van duurzame energievoorzieningen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van duurzame energievoorzieningen wordt uitsluitend verleend, nadat advies van de beheerder van de gasleiding ter plaatse van de bestemming 'Leiding - Gas' omtrent de veiligheid en leveringszekerheid van de betreffende leiding is verkregen.
12
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
3.2.5
Voorwaardelijke verplichting realisatie groen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen van de in lid 3.2.2 en/of lid 3.2.3 bedoelde bouwwerken staat vast dat het bouwperceel wordt voorzien van beplanting met een omvang van minimaal 10% van de grootte van dat betreffende bouwperceel en dat deze groenvoorziening in stand wordt gehouden. Voor de berekening van deze maat van minimaal 10% mag al het buitenpandige groen op het perceel worden meegenomen, zoals beplanting op het dak en beplanting op de buitenwanden. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Verhogen maximum bouwhoogte
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub d teneinde de op de verbeelding aangegeven maximum bouwhoogte te verhogen tot maximaal 20 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. deze bevoegdheid kan niet worden toegepast ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - representatieve zone'; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden plaats; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het terrein- en bebouwingsbeeld. d. het gedeelte van het gebouw waar een maximale bouwhoogte van 20 m is toegestaan zich op een minimum afstand van 10 m bevindt ten opzichte van de naar de openbare weg gekeerde (voor)gevel(s); e. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van het terrein- en bebouwingsbeeld; f. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte conform het bepaalde in lid 3.4.1 sub d en e, waarbij gestreefd wordt naar een intensieve parkeeroplossing, waarbij parkeerlagen gestapeld zijn of parkeren en bebouwing gestapeld zijn. 3.3.2
Verhogen bouwhoogte silo's, antennes e.d.
Burgemeester en wethouders zijn bij een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.2.3 sub c, teneinde de maximum bouwhoogte van silo's, antennes e.d. te verhogen tot 30 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden worden niet onevenredig aangetast; b. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving; c. het bouwplan wordt op een aanvaardbare wijze in de landschappelijke omgeving ingepast. 3.3.3
Verkleinen afstand tot perceelsgrenzen
a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub b van de voorgeschreven minimum afstand tot de zijdelingse en/of achterste perceelsgrenzen, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de brandveiligheid ter plaatse. Hiertoe dient de brandweer te worden gehoord. a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub a van de voorgeschreven minimum afstand tot de voorste perceelsgrens, mits er geen onevenredige aantasting plaats vindt van het terrein- en bebouwingsbeeld. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Gebruiksregels
a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die behoren tot categorie 1, 2, 3.1 en 3.2, zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
13
b. kantoorruimte is uitsluitend toegestaan voor zover deze onderdeel uitmaakt van een bedrijf, met dien verstande dat het kantooroppervlak niet meer dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag bedragen, met een maximum van 2.000 m²; c. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte activiteit in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten, waarvoor maximaal 40 m² bedrijfsvloeroppervlak mag worden aangewend; d. bedrijven dienen op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. Hierbij dienen ten minste de volgende parkeernormen in acht te worden genomen: Gebruik (functie) min. aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo, incl. parkeren werknemer kantoorruimte 2,5 garage/servicestation 3,2 bedrijfsverzamelgebouw 1,7 groothandel, transport 1,6 industrie, ambacht, bouw 2,8 opslag 0,9 (diep)vrieshal 0,1 e. van het benodigd aantal parkeerplaatsen per bedrijf, volgens de parkeernormen onder sub d, mag per 400 m² bvo één parkeerplaats worden gerealiseerd op collectieve parkeervoorzieningen binnen deze bestemming en/of de bestemming 'Verkeer'; f. internetverkoop in de vorm van een webwinkel is toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. reclame-uitingen ten behoeve van een webwinkel zijn niet toegestaan; 2.
het bedrijfsgebouw van waaruit de internetverkoop plaatsvindt en waar opslag en/of distributie plaatsvindt, mag niet de uitstraling van een winkel hebben; 3. een bedrijfsruimte/showroom en/of (buiten)ruimte waar artikelen bekeken of getest kunnen worden, is niet toegestaan; 4. er mogen geen inloop- en/of kijkdagen plaatsvinden; 5. parkeren voor het bedrijf gebeurt op eigen terrein en/of op een collectieve parkeervoorziening, een en ander met inachtname van het bepaalde in sub d en e. 3.4.2
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van gronden voor opslag buiten bouwwerken, voor zover die gronden zijn gelegen binnen een afstand van 5,0 m uit de zijdelingse perceelsgrenzen; b. het gebruik van gronden voor opslag voor de voorgevellijn van bedrijfsgebouwen en/of op een afstand van minder dan 2,5 m uit de zijdelingse of achterste perceelsgrenzen, met dien verstande dat deze restructie niet van toepassing is: 1. voor bouwpercelen met een oppervlakte van maximaal 1.000 m²; 2. voor zover op direct aan het betreffende bouwperceel grenzende gronden toepassing is gegeven aan artikel 4.6.3; c. het gebruik van gronden voor opslag buiten bouwwerken, tot een hoogte van meer dan 5,0 m; d. het gebruik van de gronden als bedoeld in artikel 3.2.2 sub c.2, tussen de achtergevel van de bedrijfsgebouwen en de achterste perceelsgrens, voor opslag; e. het gebruik van gronden en bebouwing voor bewoning; f. het gebruik van gronden voor bedrijven en inrichtingen die een belangrijke mate van geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder juncto artikel 2.4 van het Inrichtingen en Vergunningenbesluit Milieubeheer; g. het gebruik van gronden voor risicovolle inrichtingen; h.
het gebruik van gronden voor activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; i. het gebruik van gronden voor zelfstandige kantoren; j. het gebruik van gronden en bebouwing voor bedrijfsverzamelgebouwen, met uitzondering van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein -
14
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
bedrijfsverzamelgebouw'; k. de verkoop van lpg met een doorzet per jaar van 1.500 m³ of meer; l. het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van een afhaalpunt; m. het gebruik van gronden en bebouwing voor de in artikel 3.1 sub a t/m h genoemde doeleinden, voor zover de in lid 3.2.5 bedoelde groenvoorzieningen niet, dan wel niet-tijdig zijn gerealiseerd, alsmede voor zover de betreffende groenvoorzieningen niet duurzaam in stand worden gehouden; n. het in gebruik nemen en houden van gronden voor nieuwvestiging, van bedrijfsactiviteiten dan wel uitbreiding, wijziging of intensivering van bestaande bedrijfsactiviteiten alvorens voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3.4.3; o. het gebruik van gronden voor bedrijven die op industriële schaal cacao, suiker, zuivel of bier produceren; p. het gebruiken van gronden ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting uitgesloten' ten behoeve van laden en lossen. 3.4.3
Voorwaardelijke verplichting stikstofruimte
De ingebruikname en het in gebruik houden van gronden ten behoeve van bedrijfsactiviteiten is uitsluitend toegestaan, indien de stikstofbijdrage van het totale bedrijventerrein maximaal 0,00 mol/ha/jaar is. Hiertoe dient bij ingebruikname en gedurende het in gebruik zijn van de gronden als bedoeld in artikel 3.1 voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. Alvorens de gronden in gebruik worden genomen voor nieuwvestiging van bedrijfsactiviteiten dan wel wijziging van bestaande bedrijfsactiviteiten, dient bij het aanvragen van de omgevingsvergunning voor bouwen het volgende aangeleverd te worden: 1. een beschrijving van de geplande, nog niet bestaande bedrijfsactiviteiten dan wel de te wijzigen bedrijfsactiviteiten en de omvang hiervan in m²; 2. of de geplande dan wel te wijzigen bedrijfsactiviteiten gasloos zijn; 3. voor zover van toepassing, een beschrijving van de te treffen bronmaatregelen; 4. indien de geplande dan wel te wijzigen bedrijfsactiviteiten niet gasloos zijn: een onderbouwing door een extern deskundige waaruit blijkt dat gas benodigd is voor de bedrijfsprocessen; én een AERIUS-berekening; b. wijziging van bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder a is slechts toelaatbaar, indien de beschikbare stikstofruimte niet overschreden wordt. De beschikbare stikstofruimte bedraagt 410 NOx per jaar per hectare.
Hiertoe wordt door het bevoegd gezag een overzicht bijgehouden van de reeds toegekende stikstofruimte, op basis van de gegevens zoals benoemd onder a. Dit overzicht wordt geactualiseerd na iedere nieuwe toekenning van stikstofruimte; c. de beschikbare stikstofruimte als bedoeld onder b wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen. Indien nodig zal hiervoor een wachtlijst gehanteerd worden. d. onder de stikstofdepositie als bedoeld onder b wordt niet begrepen de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegwerkzaamheden. Ook in de AERIUS-berekening als bedoeld onder a wordt de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegwerkzaamheden niet meegenomen; e. jaarlijks zal door het bevoegd gezag – al dan niet steekproefsgewijs - een controle plaatsvinden op de voorwaarden als bedoeld onder a t/m c ten opzichte van de feitelijke situatie. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Ondergrondse parkeervoorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 sub g. en gebouwde ondergrondse parkeervoorzieningen toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergrondse parkeervoorzieningen zijn, behoudens de toegang tot de betreffende voorzieningen, uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. er wordt geen onevenredige afbreuk aan de waterhuishoudkundige situatie gedaan;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
15
c. er ontstaan geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen; d. het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast. 3.5.2
Afwijken van Staat van Bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub a, teneinde bedrijven toe te staan die niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (zie bijlagen bij de regels), dan wel die in een hogere milieucategorie zijn opgenomen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de bedrijven zijn qua aard en milieubelasting vergelijkbaar met de op de verbeelding aangegeven maximum milieucategorie voor bedrijven; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden plaats; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving. 3.5.3
Toestaan risicovolle inrichtingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.4.2 sub f, teneinde risicovolle inrichtingen toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar dient binnen de eigen perceelgrens te liggen; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden plaats; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving; d. bij omgevingsvergunning dient de ontwikkeling te worden gemotiveerd ten aanzien van het aspect externe veiligheid en dient een toename van het groepsrisico te worden verantwoord. 3.5.4
Verhogen maximum kantooroppervlak onzelfstandige kantoorruimte
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub b, teneinde het toegestane kantooroppervlak met maximaal 10% te vergroten tot een maximum van 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de vergroting is met het oog op het bedrijfsbelang geboden; b. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte conform het bepaalde in artikel 3.4.1. 3.5.5
Toestaan zelfstandig kantoor in bedrijfsgebouw
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in artikel 3.4.2 sub h, voor het gebruik van een bestaand bedrijfsgebouw ten behoeve van een zelfstandig kantoor, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. vestiging is alleen mogelijk binnen een bestaand bedrijfsgebouw waarbij maximaal 50 % van de bebouwing met een maximum van 1.000 m² brutovloeroppervlak voor deze gebruiksvorm mag worden benut; b. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte conform het bepaalde in artikel 3.4.1; c. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.5.6
Detailhandel in volumineuze goederen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1 sub e, teneinde detailhandel in volumineuze goederen toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. aangetoond is dat er een behoefte aan detailhandel in volumineuze goederen bestaat en er in de
16
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
regio onvoldoende mogelijkheden voor volumineuze detailhandel aanwezig zijn; b. aangetoond is dat vestiging op een locatie waar volumineuze detailhandel is toegestaan redelijkerwijs niet mogelijk is; c. aangetoond is dat de vestiging brengt structurele verstoring van het bestaande voorzieningenpatroon met zich meebrengt; d. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte. 3.5.7
Toestaan maatschappelijke functies, sportvoorzieningen of zakelijke dienstverlening
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in artikel 3.1, voor het gebruik ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen of zakelijke dienstverlening, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. vestiging is alleen mogelijk binnen een bedrijfspand waarbij het hele gebouw inclusief het bijbehorende perceel voor deze gebruiksvorm mag worden benut; b. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; c. er wordt aangetoond dat er geen milieukundige beperkingen zijn, vooral op het gebied van externe veiligheid en geluid; d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.5.8
Toestaan afhaalpunt
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.2 sub j ten behoeve van het toestaan van een afhaalpunt, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. voor de vestiging van een afhaalpunt geldt dat deze geen zodanige verkeersaantrekkende werking mag hebben dat dit kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; b. er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden aangelegd op eigen terrein, waarbij voldaan dient te worden aan de parkeernormen, zoals opgenomen in artikel 3.4.1; c. aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
17
Artikel 4 4.1
Bedrijventerrein - 2 (Haarbrug-Zuid)
Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding voor 'Bedrijventerrein - 2 (Haarbrug-Zuid)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
ambachtelijke, industriële, groothandels-, transport- en distributiebedrijven; bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; onzelfstandige kantoorruimte; detailhandel; een horecavoorziening, uitsluitend voor zover deze onderdeel uitmaakt van een bedrijf (o.a. bedrijfskantine); f. verkeersdoeleinden (rijwegen, in- en uitritten, fiets- en voetpaden en parkeren); g. (gebouwde) parkeervoorzieningen; h. (gebouwde) voorzieningen die zien op het stallen van campers en/of caravans; i. voorzieningen, waaronder in ieder geval ondergrondse opslagtanks, technische ruimten en bergingen begrepen; j. opslag en stalling indien dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. k. tuinen en erven; l. groen en water; m. vlonders; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. 4.2
Bouwregels
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 15, gelden de navolgende bouwregels: 4.2.1
Bedrijfsgebouwen
a. de bedrijfsgebouwen dienen te worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, met uitzondering van in- en uitritten van gebouwde parkeervoorzieningen; b. het maximum bebouwingspercentage per bouwperceel bedraagt 50 %; c. voor ondergronds bouwen geldt per bouwperceel een maximum bebouwingspercentage van 100 %; d. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaats van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. de maximum bouwhoogte van koeltorens en condensors en dergelijke mag maximaal 5 meter hoger zijn dan de bouwhoogte van het gebouw waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd dan wel verleend; f. de minimum afstand tot de onderlinge zijdelingse en/of achterste perceelgrens en/of waterloop bedraagt 2,5 m; g. de maximum voorgevelbreedte van de bebouwing bedraagt 15,0 m; h. de minimum onderlinge zijdelingse afstand van bebouwing bedraagt 5,0 m; i. de bebouwing mag niet plat afgedekt worden; j. de nokrichting van de bebouwing moet haaks op de weg staan. 4.2.2
Bedrijfswoningen
a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met dien verstande dat per aanduiding ten hoogste één bedrijfswoning is toegestaan; b. de maximum inhoud van bedrijfswoningen bedraagt 650 m³; c. de maximum goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen bedragen 6,5 m respectievelijk 9,0 m; d. bedrijfswoningen mogen niet plat afgedekt worden; e. de nokrichting van de bedrijfswoningen moet haaks op de Amersfoortseweg staan; 18
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (ontwerp)
f. de maximum oppervlakte van aan- en bijgebouwen bij een bedrijfswoning bedraagt 85 m²; g. de maximum goot- en bouwhoogte van aan- en bijgebouwen bedraagt 3,0 m respectievelijk 5,0 m; h. de nokrichting van bijgebouwen met een voorgevelbreedte groter dan 8,0 m moet haaks op de Amersfoortseweg staan. 4.2.3