Alcohol drugs en opgroeien in Bunschoten def. versie.pdf
Tekst van het document
22
snel weggewimpeld, waardoor de problemen door blijven sudderen. Predikant Goos heeft meermaals gezien dat de thuisomgeving niet of pas veel te laat ingrijpt als een jongere ten onder dreigt te gaan aan alcohol. Het gaat hier om buitensporige drinkers die (na 15-20 jaar) de eerste tekenen van hersenbeschadiging vertonen. Overigens zijn er ook ouders die zich wel degelijk zorgen maken over het drankgebruik van hun kinderen, die dat op hun beurt weer bagatelliseren. ‘Ouders zijn beschermend en houden hun kinderen vaak de hand boven het hoofd bij overschrijdend gedrag. Ze reageren laconiek of schamen zich voor het probleem. Vaak moeten er nog een paar schepjes bovenop voordat ze beseffen dat er iets moet gebeuren. Als het echt grote vormen aanneemt dan moet politie en justitie maar zijn ding doen.’ (Willem, agent) ‘Ik weet van ziekmeldingen bij jongeren, naar aanleiding van fors alcoholgebruik. Een gesprek hierover met ouders is niet mogelijk. De problematiek wordt weggeduwd. Ze willen er niets van horen. De mentaliteit hier is niet zeuren maar doorwerken.’ (Sari, mbo-docent ‘De politie wordt niet snel gebeld. Veel blijft verborgen achter de deur. Ouders keuren het alcoholgebruik op jonge leeftijd niet af en vertrouwen erop dat hun kind door vrienden wordt thuisgebracht als het misgaat. Ik zie ook een gedoogbeleid bij ouders.’ (Willem, agent)
Geen regels en grenzen durven stellen Sommige ouders reageren laks op hun drinkende kroost, terwijl anderen worstelen met de regels rondom alcohol. Wat doe je als minderjarigen op je veranda alcohol drinken? En wat als andere ouders toleranter zijn en de promillages van jongeren door de vingers zien? Er zijn ook ouders die alcohol inkopen voor hun kroost of meedrinken met jongeren. Ouders kunnen het elkaar dus knap lastig maken als ze niet dezelfde lijn trekken. De professionals, maar ook jongeren zien dat geen of te weinig grenzen stellen, de kans op ontsporing vergroot. Daarbij gaat vooral zorg uit naar de allerjongsten (13- en 14-jarigen) die al vroeg met alcohol in aanraking komen en opgroeien in kwetsbare gezinnen. ‘Ouders durven thuis geen grenzen te stellen omdat ze verwachten dat jongeren zich anders hiertegen gaan verzetten of het dan wel ergens anders gaan doen. Ze houden zichzelf voor de gek als ze denken dat ze er thuis meer zicht op zouden hebben. Het is een onderwerp dat je niet ter discussie kan stellen omdat je daarmee ook hun eigen leefwereld aantast.’ (Goos, dominee)
De meeste ouders denken dat ze voldoende zicht hebben op het drinkgedrag van hun kinderen en dat het in de regel meevalt en beheersbaar is. Maar daaraan wordt stevig getwijfeld door professionals. Veel ouders hebben namelijk niet door dat kinderen veel drinken of ontkennen het. Door te ontkennen hoef je je namelijk ook niet schamen dat je het niet goed als ouder tegenover je kinderen. En toch ligt het er soms dicht bovenop, vindt Henk. ‘Het is eerst indrinken en daarna nog naar de kroeg. De verslaving wordt gevoed op de veranda van het ouderlijk huis.’ Maar te weinig toezicht komt ook voor in gezinnen waar ouders lange werkdagen maken. Dit kan zeker het alcoholgebruik bespoedigen wanneer jongeren veel alleen zijn in het ouderlijk huis. Henk: ‘Ik ken 13- en 14-jarigen die in het weekend echt dronken zijn. Door al het harde werken hebben ouders onvoldoende oog voor hun kroost.’
23
Tijd voor een volgende stap In 2014 werd in Drank- en Horecawet de leeftijdsgrens verhoogd van 16 jaar naar 18 jaar en is ook de verkoper van alcohol aan minderjarigen strafbaar gesteld, net als een meerderjarige die alcohol koopt en doorgeeft aan een minderjarige. De professionals vinden dat de wetswijziging en de Nix18campagne vooralsnog weinig invloed heeft gehad op het terugdringen van de alcoholconsumptie bij jongeren. In de focusgroep (zie ook hoofdstuk 8) wordt benadrukt dat hier ook een taak ligt voor de gemeente, die zich op de handhavingskant meer zou moeten inspannen om het alcoholgebruik in het dorp af te remmen. Veel professionals vinden dat het tijd is voor een volgende stap met als doel het creëren van een breder draagvlak in de gemeenschap bij de aanpak van het middelengebruik, te beginnen met het alcoholgebruik onder jongeren. Alcoholgebruik op jonge leeftijd vergroot immers de kans op (problematisch) middelengebruik en meer gezondheidsrisico’s. Bij het ontwikkelen van een gezamenlijk alcoholplan moet de regie vanuit de gemeente komen bij het betrekken van stakeholders. Dat gaat zeker niet vanzelf, want de belangen in het dorp lijken nog wel eens te botsen met elkaar.
5.3 Perspectief jongeren Alcoholgebruik in het ouderlijk milieu De jongeren vertellen vanuit hun kant over alcoholgebruik en over andere middelen (die in het volgende hoofdstuk besproken worden). Volgens hen komen veel jongeren al op vroege leeftijd in aanraking met alcohol. Ze bevestigen het beeld van professionals, dat veel ouders liever zien dat jongeren thuis drinken als een beschermend alternatief voor het drinken op straat en in de kroeg. Maar of dit ook resulteert in minder alcoholgebruik, betwijfelt Noor, die vindt dat het averechts werkt omdat jongeren zo eerder in aanraking komen met alcohol, terwijl ze officieel nog niet eens mogen drinken in het café. Niet iedereen drinkt alcohol in het dorp, hoewel sommigen zich dat moeilijk voor kunnen stellen. Er zijn ouders die matig drinken of geen druppel drinken, maar ook ouders die regelmatig beschonken raken. Opgroeiende kinderen komen vaak op gelegenheden waar ze getuige zijn van het alcoholgebruik door volwassenen. Ze hebben een positieve connotatie met drinken en familiebezoek, sportwedstrijden en verjaardagen. Ze herinneren zich soms hoe een van hun ouders, die van andere vriendjes of vriendinnetjes of iemand van de ooms en tantes dronken werden. En dat waren bepaald geen uitzonderingen. Een jongen vertelt over zijn vader die veel drinkt en regelmatig dronken is.
Jongeren vertellen ook over de momenten dat ze zelf gingen experimenteren. Froukje kwam op haar 14e bij een jongen thuis wiens ouders veel weg waren voor werk. ‘Hij had een bar en daar deden we de vrijdagmiddagborrel. Ik was er al jong bij.’ Zijn ouders waren vaak weg, maar regelden wel drank voor zijn bar. Jongeren herinneren zich dat het moeilijk was om geen alcohol tegen te komen op jonge leeftijd. Dat ging vroeger zo en nu nog steeds. En ze ontdekken dat niet alleen je oom wel eens teut van de alcohol kan omvallen, maar ook je vrienden en jij zelf. Froukje herinnert zich nog de ritjes op zaterdagochtend met de viskraam naar een plek ergens in Nederland. De jongens hadden
24
vaak weinig geslapen en stonken nog naar drank. Sommigen moesten weleens overgeven onderweg. Een zorgelijke vraag van haar kant werd altijd kortaf beantwoord met ‘gewoon doorgaan’. ‘Een jongen in mijn vriendengroep drinkt elke middag na het werk om 16.00 uur bier met zijn collega’s. Een vrijdagmiddagborrel is prima, maar elke dag? Ik weet ook dat als zijn moeder een krat bier neerzet, het zo opgaat. Niemand van zijn collega’s weet hoeveel problemen hij met alcohol heeft.’ (Vrouw, 29 jaar)
Sonnema op de veranda Bunschoten-Spakenburg staat ook bekend om zijn rijke verandacultuur, van luxe Douglas en geheel ingericht volgens de laatste modetrends, tot eenvoudige modellen met zelfgetimmerd meubilair. Wout (19 jaar) zit vaak met zijn vrienden op de veranda, een populair trefpunt van de groep. ’Wie een veranda heeft is de lul hier’, grinnikt hij. Hij maakt mee dat ook ouders er weleens bij komen zitten. De zaterdagavond verloopt in hetzelfde stramien. Eerst afspreken op de veranda tot circa 22.30 uur en door naar de Hollewout (populaire kroeg). Om duwen en trekken te vermijden vertrekt de groep een half uur voor voor sluitingstijd (circa 02.00 uur) en gaat weer terug naar de veranda voor een afterfeestje. Sommige veranda’s zijn een uitbouw van het achterhuis, zijn tegen een schuur aangebouwd of liggen diep verscholen in de tuin vlak bij de sloot, zoals bij Noor thuis. De veranda oogt als een luxe keet met een koelkast, luie stoelen, een plank met flessen sterk en kratten bier in de hoek. De veranda, oorspronkelijk bedoeld als man cave voor haar vader, werd op een zeker moment geannexeerd door haar vrienden. ‘Mijn kraan doet Sonnema’, zegt ze gekscherend en vertelt over het bij jongeren populaire Friese Berenburg kruidenbitter uit Dokkum. De Friezen doen hier goede zaken, als we horen hoeveel flessen er soms op één avond worden genekt.
Noor rekent voor dat een fles €14 kost, maar bij inkoop van een hele doos kost zo’n fles nog maar een tientje. Ook rum-cola is een favoriet bij haar vrienden. Volgens Noor is het nog niet zo eenvoudig om te bepalen hoeveel ‘sappies’ (borrels) iemand drinkt. Het begint al met het glas zelf, legt ze uit. Is het een klein of groot glas? Gaat er voor de helft rum in, afgetopt met cola of precies 35 cc? Ze heeft een poosje in een dorpscafé gewerkt en kreeg weleens opmerkingen over de standaard 35 cc alcohol die ze aftikte. ‘Als ze klagen dat ze geen Sonnema in hun Fanta proeven, dan zegt dat ook iets over hun gewenning.’ Als ze een avond in de veranda drinken, rekent ze uit, dan kom je wel uit op één fles Sonnema (30% alcohol) per persoon. Eentje drinkt wodka; óók een fles.
Streng of laissez-faire In onze gesprekken met jongeren over hun alcoholpromillages winden ze er geen doekjes om dat er soms ‘extreem veel’ gedronken wordt. Er lijkt haast geen ontsnappen aan. Niet omdat het moet, maar omdat het gewoon zo gaat ‘van generatie op generatie’, zegt Koen. ‘Jongeren steken elkaar makkelijk aan omdat het normaal is als je vroeg begint.’ Hij ziet nog steeds 14-jarigen met alcohol rondlopen, net als hij vroeger. Ze zoeken een moment dat het niet verwacht wordt. ‘Als we bij elkaar zijn drinken we en sowieso op zaterdag en zondag. Als je wilt drinken kun je altijd bij iemand terecht. Ook door de week.’
25
We vragen of er ook informele alcoholregels gelden in de groep, maar dat is (soms met uitzondering van autorijden) nergens het geval. Het aantal glazen per keer staat niet ter discussie. Soms lijkt eerder sprake van het tegenovergestelde hoeveel glazen je wél op kunt. Alcoholspelletjes populair Er zijn talrijke alcoholspelletjes (kingsen, bussen, piccolo etc.) die jongeren in hun (vroege) adolescentie spelen. Het principe bij de spelletjes (met opdrachten en kaarten, soms via een app) is dat je één slok of een paar slokken moet nemen als je een fout antwoord geeft of een spelopdracht niet goed kunt uitvoeren (bijvoorbeeld een handstand). De spelletjes worden in het café en op de veranda gespeeld met veel Sonnema erbij. Met zijn zessen gaan er soms 3-4 flessen doorheen, plus nog wat shotjes. Wie pech heeft moet veel slokjes drinken en ligt (onder grote hilariteit) als eerste in de groep onder tafel.
De opvoeding lijkt wat betreft alcohol weinig grip te hebben op jongeren. Er wordt nauwelijks overlegd tussen ouders en jongeren over wat wel of niet mag met alcohol. Ouders die drinken zijn vaak makkelijk met alcohol naar jongeren toe en in gezinnen die heel streng zijn, gaan jongeren eerder stiekem drinken met hun vrienden of overcompenseren door te laten zien dat zij er evengoed wel aan kunnen komen. Een fles van de slijter als trofee wordt door de anderen wel gewaardeerd. Koen: ‘Als je elke week te horen krijgt, het mag nie, het mag nie dan ga je het juist doen toch?!’ Ralf ziet zelfs een diepere parallel met de invloed van het geloof: ‘Als je tegen de jeugd blijft herhalen dat drugs van de duivel is, dan wordt het voor sommigen alleen maar aantrekkelijker.’
Alcoholcarrières Hoe kijken jongeren terug op hun eerste contacten met alcohol? Over hun eerste slokjes, zeggen ze allemaal dat de leeftijdscontrole weinig voorstelt in het dorp. Drank is makkelijk verkrijgbaar en zo geregeld. Bij Sjors regelden zijn ouders en grote broers alcohol voor hem en zijn vrienden of iemand achter de kassa die in hetzelfde complot zit. Als 16-jarige lukte het ook vrij eenvoudig om een kroeg binnen te glippen. ‘Het is best wel normaal om jong te drinken hier’, zegt Ralf. ‘Die 18 jaar telt hier niet, zeker als je als 15-jarige al bij de slijter kunt halen.’ De uitzondering van eentje die dronken wordt, lijkt op zaterdagavond de regel wanneer de meerderheid dronken wordt. Ook anderen hebben herinneringen van dronkenschap in de vriendengroep; soms eentje, maar ook wel eens allemaal naar de ratsmodee. Iedereen heeft momenten gehad dat er een limiet werd overschreden. Bij sommigen zelfs vaker dan ze lief is. Omdat het in de groep van Sjors nooit lukte om een Bob aan te wijzen, kozen ze ervoor om dan maar op de fiets te gaan tijdens het stappen. De invloed van ouders in de adolescentie is gering. Ze zeggen er wel iets van, maar in hun oordeel zijn het ‘papieren tijgers’. Bovendien is er sprake van een dubbel moraal. Sjors kreeg altijd te horen van zijn ouders dat het fijne aan alcohol is dat je de consequenties daarvan de volgende dag voelt.
Maar dit ouderlijk advies heeft er niet toe geleid dat hij zijn grenzen nu beter kent. Toen Ralf nog stevig gebruikte zat hij in een groep met jonge alcoholisten en altijd met een pijpje pils in de hand. ‘Het enige dat we deden was zuipen en werken. Praten over je problemen deed je niet, want dan werd je uitgelachen.’ Door het lint Een respondent (man, 23 jaar) vertelt hoe hij op zijn 12e met alcohol begon en al snel meer ging drinken uit baldadigheid. Toen zijn ouders op zijn 16e regels wilden afspreken, dronk hij al fors, net als zijn vader die als alcoholist elke dag een doos wijn dronk. Ook hij ging meerdere malen door het lint. ‘Je kunt makkelijk alcohol in het dorp krijgen als je nog geen 18 bent. Slijterijen, kroegen, overal kun je wel iets
26
voor elkaar krijgen om te halen of naar binnen te glippen.’ Het was niet ongewoon als zijn moeder hem na een fles wodka weer ergens moest opvissen. Hij was nog maar 16 jaar. Zijn moeder zei dan dat-ie een stommeling was. Daarmee was de kous af.
Een andere respondent (man, 22 jaar) groeide eveneens op in een gezin waar de hoogte van vaders alcoholpromillage de sfeer in huis bepaalde. Nu hij ouder is beseft hij pas welke invloed dit heeft gehad op zijn emotionele ontwikkeling. Die beelden draagt hij zijn hele leven mee; de woedeaanvallen en de angst die hij toen voelde. Wat hij zijn vader het meest kwalijk neemt is dat hij zich niet realiseerde welk leed hij zijn moeder, hemzelf en anderen al die jaren heeft aangedaan. Hij leeft in het nu, maar die slechte film kan hij niet meer terugdraaien.
27
6
Drugsgebruik, patronen, risico’s en regulering
We hebben het tot nu toe vooral over alcohol gehad, maar er zijn meer roesmiddelen in het spel. Deze worden vooral in dit hoofdstuk besproken. Uit de verhalen van jongeren maken we op dat uppers als ecstasy, amfetamine en vooral ook cocaïne populair zijn, net als de nieuwkomer 3-MMC, die in de coronaperiode furore maakte. Maar ook cannabis, 2C-B, LSD, ketamine en GHB zijn geen onbekende stoffen in het dorp. ‘Kattenogen’ (temazepam in ovale bruingele transparante gelcapsules) zijn eveneens populair als inslaper. Voor wie na een lange nacht met uppers toch nog een paar uur kan slapen alvorens de wekker een nieuwe werkdag inluidt. Het middelengebruik kan in sommige groepen halverwege de adolescentie (vanaf 16 jaar) stevig gaan pieken. ‘Dit moet je een keer proberen, hoor je dan op straat, in de kroeg of op een feest. Jongeren praten hier zo openlijk over met elkaar dat je nieuwsgierig wordt,’ zegt Noor. Sommigen vergoelijken hun drugsgebruik met als argument dat alcohol ook niet zo gezond is en eigenlijk direct verboden zou worden als het nu op de markt zou komen. Een paar jongeren vertellen dat ook hun vaders die vroeger al naar hardcorefeesten gingen niet onbekend zijn met drugs. Het opleidingsniveau van jongeren is wat lager dan in omliggende gemeenten. Dit laat onverlet dat er ook een groep is die voor theoretische kant kiest en elders gaat studeren.
Dit wil nog wel eens botsen met de familie die in de vishandel werkt. Lang niet alle ouders hechten waarde aan een opleiding en er is ook een groep jongeren die de pest aan school heeft. Waarom verder leren als je goed je brood op de markt kunt verdienen?
Gebruikers en onthouders We hebben niet alleen met jongeren gesproken die drugs gebruiken en/of dealen, maar ook met jongeren die niet in gebruikersgroepen zitten en daar ook niet bij willen horen. Ze kennen wel gebruikers, want de grenzen tussen ‘gebruikers’ en ‘onthouders’ zijn ook weer niet zo strikt in hun omgeving. Sjors’ halfbroer spoot drugs en Froukje kent een jongen die aan een overdosis is overleden. Maar professionals en jongeren benadrukken dat er ook groepen zijn waar drugs geen rol van betekenis speelt. Er zijn ook veel jongeren die hard werken en sparen voor een mooi huis. Froukje is zelfs ‘anti-drugs’. Met jongeren die op een festival af en toe een pilletje nemen heeft ze geen moeite. Maar in het dorp heeft ze genoeg ellende gezien. Ook bij vrienden. ‘Als je niet lekker zit in je vel, moet je ervan afblijven. Zo niet, dan ben je verslaafd.’ Sjors gebruikt eveneens geen drugs, maar kent stevige gebruikers in het milieu van voetbalsupporters die ‘knock-out‘ zijn gegaan door drugs. Het verbaast hem dan ook niet als het soms fataal afloopt. In de vriendengroep van Wout zitten, op een paar blowers en snuivers na, geen ‘serieuze gebruikers’. De meesten doen er wat lacherig over. ‘Het is een kwestie van soort zoekt soort’, vindt hij. Maar de grenzen zijn fluïde, weet Sari (mbo-docent). Niet-gebruikers gaan ook met jongeren om die dat wel doen.
Soms kom je voor de keuze te staan als je een lijntje krijgt aangeboden. ‘Er is veel verleiding in het dorp’, vindt Goos. Juist die saamhorigheid kan ertoe leiden dat je extra druk voelt om mee te doen met het collectief. Een respondent (man, 19 jaar) kan daarover mee praten en vertelt over de periode toen hij bij een visgroothandel werkte. Hij werkte met jongens die lijnwerk 28
doen als fileerder en (uit eigen wil) vaak lange dagen maakten van soms wel 13 uur. Hij heeft van dichtbij gezien hoe lange werkweken en stimulantiagebruik met elkaar verstrengeld kunnen raken. Hij wil zich voorzichtig uitdrukken, maar ook ploegbazen zijn hier soms van op de hoogte. ‘Een snuif pep achter de vrachtwagen tijdens de pauze en daarna weer knallen. Op de vrijdagmiddagborrel komen de pakjes coke op tafel.’ Feestelijk en functioneel Snuifcocaïne blijft een aantrekkelijk middel in verschillende bevolkingslagen. Het middel blinkt uit op het witte doek en wordt als ‘champagne onder de drugs’ al ruim een eeuw geassocieerd met elite, criminelen en sterren in de showbusiness, maar ook met verslaving en criminaliteit.27 In de alledaagse beleving geniet snuifcocaïne al enkele decennia populariteit bij jongeren in het uitgaansleven als feestmiddel en ontstresser. In stedelijke straatculturen met een migratieachtergrond heeft het middel vaak een statusverhogende reputatie.28 Op het platteland wordt het minder als een elitedrug gezien, maar als een functioneel middel om langer door te kunnen gaan en scherp te blijven tijdens het drinken.29
Motieven van gebruik In cultureel-criminologische studies naar riskant ‘pleziergedrag’, wordt drugsgebruik soms als een vehikel gezien om tijdelijk te vluchten uit de dagelijkse routine, als een reactie op een onstabiele, snel veranderende wereld maar ook het kickgedrag verder kan opstuwen.30 Dit geldt niet alleen voor de urbane maar ook rurale drugscultuur waar een verhoogde blootstelling aan drugs of nieuwe transities in lokale jeugdculturen kunnen leiden tot een groeiende acceptatie en bereidheid om te experimenteren.31 In onze gesprekken met sleutelinformanten wordt ook verveling als oorzaak van drugsgebruik gezien. We horen ook vaak dat cocaïne ruim beschikbaar is en vanwege het hoge inkomen toegankelijker is. Maar dat verklaart nog niet alles, want lang niet alle jongeren met geld snuiven cocaïne. Zelfs niet als ze het gratis zouden krijgen. De keuze voor een middel hangt van meerdere factoren af. Uppers als cocaïne, amfetamine en 3-MMC worden ook functioneel gebruikt. Cocaïne verdrijft de moeheid na het werk of na een serie Sonnema’s tijdens alcoholspelletjes. Een gram per persoon is niet zo ongewoon, zegt Froukje, die niet begrijpt waarom cocaïne zo populair is. ‘Er is geen reet aan en het heeft ook geen status hier. Het gaat erom dat ze de tent kunnen afbreken.
Het maakt ze niet uit of ze later in de berm belanden.’ Bij de Poolse visverwerkers die in hun vrije tijd wodka in plaats van Sonnema nuttigen, is vooral amfetamine populair. Sommigen denken dat al die losbandigheid, naast ontspanning na de lange werkuren, ook een reactie is op de strenge geloofsregels. Voor Noor is het klip en klaar als ze verhalen hoort van enkele vrienden die opgroeien in zo’n gelovig milieu. ‘Dit mag niet en dat mag niet. Het is net een snoepje op de bovenste plank. De verleiding wordt alleen maar groter.’
27 28 29 30 31
Nabben (2010). Nabben & Benschop (2020). Korf (2010); Stoele et al. (2004); Doekhie et al. (2010). Nabben et al. (2021). Nabben et al. (2021).
29
Coronaperiode De coronacrisis is een andere factor die invloed heeft gehad. In sommige groepen is het middelengebruik verhevigd bij hen die zich geen raad wisten met de nieuwe realiteit.32 Aanpakkers die met tegenzin binnen moesten blijven zochten hun heil in meer alcohol en drugs. In verschillende groepen is de lockdown een aanjager geweest van problemen die al eerder sluimerden. Een jongvolwassen vrouw vertelt over de impact van corona op haar vriendengroep. ‘De jongens zijn vaker uit hun stekker gegaan. De kaders kwamen onder druk te staan, met als gevolg dat ze vaker en ook stiekem drugs gingen nemen, zelfs in het ouderlijk huis van hun vrienden. Als je iets afspreekt met elkaar en je houdt je daar niet aan, dan ga ik daar wel iets van zeggen. Dat gaf weer onderlinge spanningen. Maar moet ik dan die drugs afpakken bij vrienden die de regels aan hun laars lappen?’ (Vrouw, 22 jaar)
Ze laat ons de veranda zien waar ze dagenlang met vrienden doorbracht; vooral in het weekend. De veranda werd tijdelijk omgedoopt tot ‘coronakroeg’. Hier werd het verlies van dagbesteding en een gevoel van nutteloosheid met elkaar gedeeld. Koen (destijds 18 jaar) nam een half jaar lang bijna elk weekend ecstasy en liep op maandag weer stage. Dat ging een poosje goed, totdat hij plotseling onderuitging. Hij was oververmoeid door te weinig slaap. Zijn vrienden waren ook wel klaar met de pillen en stapten over op cocaïne, dat nog verraderlijker is. Maar dat wisten ze toen nog niet. Noor vertelt over het gebruik bij sommige vrienden. Het voelde als een stoompan die op ontploffen stond. ‘Als er op donderdag al zoveel gedronken wordt terwijl het nog niet eens weekend is? En dan niet een of twee wijntjes, maar meteen een groot blad met drank op tafel. Dan weet ik al dat de dealer niet lang meer op zich laat wachten. Op Koningsdag was de maat vol voor mij. Het gebeurde op de veranda thuis toen ik een appje kreeg van mijn moeder dat een paar vrienden op de wc zaten te snuiven. Het was niet de eerste keer dat ze gewaarschuwd waren. De jongens die bleven ontkennen, hoefden niet meer te komen. Wie zich niet aan de afspraken kan houden is gewoon verslaafd.’ (Vrouw, 22 jaar)
Patronen, doseringen en combinaties Over het algemeen worden alcohol en drugs in het weekend gebruikt en door de week na school, werk of bij speciale gelegenheden. Maar de grenzen zijn lang niet bij iedereen even scherp. Want wanneer begint een weekend: op vrijdag- of zaterdagavond? Of op donderdagavond al? Er zijn weekenden dat er in kringen van (hard)drugsgebruikers alleen wordt gedronken en gesnoven. Op een festival komen daar vaak nog één of meer andere middelen bij, vertelt Koen. Dan bestaat het drugspalet uit pillen, ketamine, amfetamine, 3-MMC en soms GHB en 2C-B. In de bus naar het feest komen de drugs al tevoorschijn. Welke drugs en hoeveel iedereen doseert, vindt hij moeilijk te beoordelen. De een houdt van een bepaalde combinatie van middelen, terwijl de ander neemt wat er gedeeld wordt in de groep. Door de groeiende welvaart heeft het gebruik van cocaïne zich over een bredere groep verspreid, denken sleutelinformanten. Er is minder angst voor het middel. Maar over doseringen, risico’s en
32
Uit de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 komt ook naar voren dat een deel van de 16 t/m 25 jarigen in Bunschoten meer rookt (61%), drinkt (23%) of drugs gebruikt (33%) vergeleken met voor de coronatijd. Een ander deel zegt echter juist minder te drinken (38%) en drugs te gebruiken (37%). Bron: Buurtmonitor Jongvolwassenen, GGD regio Uitrecht.
30
combinaties wordt weinig gesproken. Veel jongeren doen het tegenovergestelde van wat drugsvoorlichters proberen aan te kaarten. Drugs worden meestal niet getest. Een beproefde combinatie is alcohol met uppers (cocaïne, amfetamine en 3-MMC). Sommigen proberen ‘nuchter’ te blijven door erbij te gaan snuiven. De dosering per persoon verschilt van één tot een paar gram cocaïne, amfetamine of 3-MMC in het weekend. Forse cocaïnesnuivers gaan vaak grenzelozer drinken, ziet Noor. ‘Ze hebben al flink ingedronken en moeten dan eerst hun neus volstoppen (met cocaïne) anders halen ze de kroeg niet.’ Sommigen kennen geen limiet op hun consumptie. Dat je van alcohol en drugs kunt overgeven is nu eenmaal part of the game. Een sterfgeval leidt tot een schrikeffect in het dorp. Vrienden zijn in schok. Daarna is het vaak weer ‘business as usual‘, zegt Froukje. De heroïsering van gebruik valt haar op. Soort zoekt soort, lijkt het wel. Maar ze kan er weinig mee als iemand vol bravoure vertelt dat zijn vriendin veel drugs gebruikt. ‘Wat moet ik dan zeggen? Dat mijn vriend wel 100 kilo drukt?’
Risicofactoren Professionals zien ook de nodige gezinsproblematiek in het dorp. Vera beschouwt het als een optelsom in haar doelgroep. ‘Ze hebben geen ritme in hun leven, kunnen geen werk behouden, hebben vaak schulden. Het is soms chaos alom.’ Willem ziet soms al 13-jarigen die dreigen te ontsporen. Maar de grootste groep is ouder; tussen de 17 en 30 jaar. Daar zitten groepen bij die meer kwetsbaar zijn voor lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid. Daarbij gaat het vooral om kansarme jongeren en jongvolwassenen die opgroeien in een problematische thuissituatie met verslaafde of gescheiden ouders, huiselijk geweld etc. Emotionele verwaarlozing wordt ook genoemd en komt ook voor in bemiddelde gezinnen waar beide ouders veel werken. Hierdoor wordt het drugsgebruik niet of pas veel te laat opgemerkt door ouders. Jongeren die emotioneel aan hun lot worden overgelaten of vanwege onderliggende trauma’s proberen te ontsnappen in drugs om hun gevoel te verdoven. Als er geen toezicht of correctie plaatsvindt, kan gebruik (uit protest, verzet, frustratie etc.) ontaarden in excessief risicogedrag. Zo is het ook Koen vergaan die naar hij zegt een moeilijke jeugd had met een verslaafde vader die ook gebruikte met jongens van zijn leeftijd. ‘Mijn ouders gingen scheiden toen ik 12 jaar was. Ze zijn voor mij nog bij elkaar gebleven, maar het ging niet meer.
Ik werd een periode onzeker en depressief. Het zit in de familie want mijn zwager is nog erger. We hebben best wel een strenge kerk met hemel en hel. Toen ik jong was dacht ik dat mijn vader in de hel zou komen…?! Ik heb ze gesmeekt om niet te gaan scheiden.’
De groep afkomstig uit sociaal zwakke gezinnen probeert er het beste van te maken door lange dagen te werken als afleiding. Drugs (met alcohol) kunnen ook leiden tot het botvieren van geweld. Sommigen zien een link tussen fors drugsgebruik en extreem supportersgedrag. Soms kan er ook sprake zijn van meer sociale druk en de verwachting om te presteren en te allen tijde ‘aan te staan.’ De individuele gevoeligheid om ook tijdens het werk te gebruiken, verschilt per individu. Ook fysieke klachten kunnen een reden zijn om uppers (amfetamine of cocaïne) maar ook downers en pijnstillers (Oxycodon, Tramadol) te nemen. Het werk in een fileerderij is een zware belasting voor de rug; met pijnstillers als panacee om het draaglijk te houden.
31
Pijpje roken Voor Ralf en Koen zijn veel van hierboven genoemde problemen herkenbaar. Ralf had veel ruzie met zijn stiefvader en begon uit radeloosheid al vroeg met alcohol en drugs om de pijn te verzachten. Omdat niemand hem echt kon helpen, ging hij als afleiding veel werken en nog meer gebruiken. Hoewel hij zijn gebruik probeerde te verdoezelen tegenover dorpelingen kreeg hij toch de reputatie van een ‘achterbakse junk’. Hij gebruikte in die periode elke dag en overal: thuis, in de kroeg, op straat, in de club en op festivals waar hij met vrienden naartoe ging. ‘Het maakte ons niet uit, wij hadden een fuck it mentaliteit, waren baldadig en maakten ook vaak ruzie.’ Ralf was de hevigste gebruiker van zijn groep: cocaïne, heroïne en speed in wisselende cocktails. Het maakte niet uit welke cocktail, als er maar iets te scoren was. Naar zijn vrienden toe hield hij zijn mond over heroïne en dat hij soms 5 gram cocaïne basede (roken via een pijpje) op een dag. Daar schaamde hij zich wel voor. De bodem van de maatschappij Ralfs verhaal geeft een indringende inkijk in zijn leven. Hij was vier jaar lid van een hardcore groep met als motto: hoe harder de beats, hoe beter. Veel van zijn toenmalige gabbers werkten in de vis en transport. ‘De bodem van de maatschappij,’ zoals hij zelf zegt. Lange uren maken komt in deze tak van de industrie vaak voor.
En in het weekend stoom afblazen met drugs en alcohol. Zijn groep was berucht. Na elk biertje en lijntje werd het lontje korter. De kans op een vechtpartij nam met de minuut toe. Drugs werden een belangrijk onderdeel in de groep, maar bij vrienden snoof hij toch liever alleen op de wc. De lege wikkels gooide hij in de pot in plaats van de prullenbak. Hij weet nog dat op een zeker moment iedereen met zijn gebruik aan het knoeien was. Na een mislukte suïcidepoging belandde hij in de hulpverlening. Toen camerabeelden zijn gebruik op het werk hadden ontdekt en hem de wacht werd aangezegd, besloot hij alles aan zijn moeder op te biechten en zich na zeven jaar hevig gebruik te laten behandelen. Sindsdien heeft hij geen terugval meer gehad. Hij is blij dat die donkere bladzijde in zijn leven is omgeslagen. Ralf woont met zijn vrouw en twee kinderen buiten het dorp. Hij is er trots op dat hij clean is en een goede vader kan zijn. Ondanks alle pijnlijke herinneringen blijft hij verknocht aan het dorp. Niet in het minst omdat zijn familie en vrienden hier nog wonen.
Sari heeft wekelijks contact met een klas van 15-jarige jongens die hun vmbo niet hebben afgerond en zijn ingestroomd in een leerwerktraject. Ze hoort genoeg verhalen om iets te kunnen zeggen over hun weekritme. Op maandagochtend, hun leerdag, ziet ze dat niet iedereen even fris op school verschijnt. Sommigen zien er nog zwaar vermoeid uit van een ‘druk weekend’. De meesten werken van dinsdag tot en met zaterdag van 06.00 tot 20.00 uur, als de spullen zijn uitgeladen. Zaterdagavond gaan ze chillen met vrienden en zich ‘klemzuipen’. Omdat ze lange uren maken door de week moeten de privédingen op maandag gebeuren. Bedrijven houden daar tegenwoordig vaker rekening mee.
Culturele context van cocaïnegebruik In onze gesprekken over drugs komt cocaïne meermaals aan de orde. Het is, zoals we eerder beschreven, niet het enige illegale middel dat wordt gebruikt, maar dat wel vaak geassocieerd wordt met de consumptieve voorkeur van jonge én oudere dorpsbewoners, de vishandel, het harde werken, bourgondisch genieten en de combinatie met alcohol. In een terugblik op het dorp spreekt de hoofredacteur van de Bunschoter, een lokale krant, onder andere over het forse alcohol- en 32
drugsgebruik.33 Dit staat haaks op het beeld van ‘dat lieve, onschuldige vissersdorpje met die mooie boten’. Hij verbaast zich erover hoe drugsgebruik en kerkelijk-zijn hand in hand kunnen gaan. ‘Juist waar veel gelovige mensen zijn, heeft de duivel veel te winnen.’ Een raadslid van de Christen Unie verwoordt een bredere mening in de gemeente, dat drugs feitelijk een ongrijpbaar probleem blijft onder jongeren die er makkelijk aan kunnen komen en waarvan het gebruik zich vaak afspeelt in het verborgene. In het volgende hoofdstuk komt ook de drugsmarkt aan de orde en het groeiend aantal smokkelroutes van cocaïne langs kleinere havens in Nederland. De opkomst en verspreiding van cocaïne in maritieme gemeenschappen als Urk en Volendam kwam eerder al in beeld in verschillende onderzoeken.34 De problematiek in Bunschoten-Spakenburg ligt hier enigszins in het verlengde van gezien het sociaaleconomische en culturele profiel en de historisch sterke band met de visindustrie en -handel. Er zijn overeenkomsten met groepen jongeren op Urk en in Volendam die eveneens bekend zijn met het gebruik van cocaïne.35 De verhalen van onze sleutelinformanten over cocaïne kwamen in grote lijnen overeen met elkaar. Hieruit hebben we enkele factoren gedestilleerd die een verklaring geven voor het cocaïnegebruik. ▪
Een relatief hoog inkomen in de visindustrie (ongeveer 150-175 euro per dag voor een 22-jarige) verlaagt de drempel voor het kopen van cocaïne (50-60 euro per gram). Jongeren lappen makkelijk geld bijeen voor één of meer pakjes cocaïne. Sommigen kopen voor eigen gebruik.
▪
Vanwege de hoge levensstandaard kunnen jongeren zich meer luxe permitteren bij de keuze van hun kleding, gadgets, transport, vakanties en festivals. Dit geldt in zekere zin ook voor drugs: waarom goedkopere amfetamine of 3-MMC (10-15 euro per gram) als je ook cocaïne kunt veroorloven? Echter, er zijn ook gebruikers die cocaïne vergelijkenderwijs (prijs-kwaliteit en gewenste werking) minder optimaal vinden dan bijvoorbeeld 3-MMC en amfetamine.
▪
Alcohol geldt traditioneel als een ontspanner na een lange werkweek. In het straffe drinktempo wordt de opkomende moeheid (tijdelijk) verdreven met cocaïne. De scheiding tussen werk en ontspanning is soms dun. We horen verschillende verhalen van marktpersoneel dat na het werk of op de terugreis cocaïne gebruikt.
▪
Visverwerking is een lucratieve markt voor jongeren in Spakenburg die elk moment in de week kunnen fileren als ze zouden willen. Meer uren werken tot in de nacht levert meer geld op. Dit gaat soms gepaard met cocaïne of met amfetamine.
▪
Door de oprukkende feestcultuur, groeiende welvaart en sociale media is drugsgebruik (ook cocaïne) in het dorp gangbaarder geworden. De populaire drugswereld (o.a. films, reclames, sterren) verspreidt beelden waar jongeren zich mee identificeren. Jongeren die recreatief gebruiken zitten niet in een hele andere wereld dan jongeren die geen ervaring hebben met drugs (in dit geval cocaïne). Behalve op festivals, lopen er in het dorp ook genoeg jongeren rond die ervaring hebben met cannabis, cocaïne, ecstasy, ketamine of 3-MMC.
33
34 35
D. Vrieling, Hoe functioneert de lokale journalistiek? Deel 3: In Bunschoten-Spakenburg leeft de politiek nog, svdj.nl, 23 april 2018. Korf (2010); Kool (2005); Stoele et al. (2004). Korf (2010).
33
▪
Jongeren en jongvolwassen bestendigen hun gebruik in het dorp op plekken onder de radar. Het gevaar dat daarin schuilt is dat het recreatieve gebruik (lees hier cocaïne) in een groep geleidelijk aan kan ontsporen.
Zelfregulering en uitsluiting Maar hoe ga je om met vrienden die elke keer ‘hard gaan’ en steeds minder controle over hun cocaïnegebruik hebben? De onderlinge loyaliteit voorkomt dat iemand uit de groep wordt gestoten. Men belooft beterschap naar elkaar, zand erover, voortaan minder zuipen en snuiven, voortaan beter opletten. Maar als dit allemaal niet baat en de grenzen telkens opnieuw overschreden worden, dan komt er een punt dat een groepslid het definitief verknald heeft en niet meer welkom is. Want wangedrag of gedrag dat anderen schade berokkent, kan leiden tot uitsluiting in de groep. Eerder constateerden we al dat niet iedereen in de groep het nauw neemt met de informele regels rond het alcohol- en middelengebruik. Ofschoon een directe oplossing niet meteen voorhanden is, blijft het knagen als de ondergang van een vriend zich aan dreigt te kondigen en niemand ingrijpt of weet wat te doen. In dit soort kwesties is er vaak maar een enkeling die je ondersteunt als je in de put zit. Froukje heeft het meegemaakt bij vrienden die bleven ontkennen dat ze verslaafd waren. ‘Ze hadden niet door dat als ze minder zouden drinken ook minder zouden snuiven.’ Een ander mechanisme dat op kan treden is dat groepsleden na een periode van tijdloos drinken, drugs en feesten, besluiten om een stapje terug te doen.
Ervoor kiezen in afzondering te blijven om zo weer op krachten te komen en regelmaat te vinden in plaats van chaos te stimuleren. Focussen op andere dingen die niet uit de hand lopen. Door je te concentreren op de studie of je werk dat je ook goed wil doen en fijner voelt als je niet met een kater naar je baas moet. Zo’n fase van matiging en andere prioriteiten stellen, is een vorm van ‘zelfregulering’ waarbij een gebruiker zichzelf grenzen oplegt voor het vinden van een nieuwe balans waar hij of zij zich meer vertrouwd bij voelt. Maar we hebben al eerder aan de verhalen gezien dat de een daar beter in slaagt dan de ander. Koen vertelde dat hij grote moeite had om zichzelf in bedwang te houden met gebruik. Dan sprak hij bijvoorbeeld met zichzelf af om een weekend geen cocaïne te gaan gebruiken. Maar na een paar ‘sappies’ (borrels) op een thuisfeestje, verdampten zijn goede voornemens. Zeker toen iemand in de groep cocaïne wilde bestellen en opmerkingen van anderen negeerde om dat niet te doen. De ingesleten gewoonte om te gaan snuiven na een paar ‘sappies’ is moeilijk te weerstaan vindt Koen. ‘Bij jongens maakt het niet zoveel uit. Kan ons wat schelen. We snuiven allemaal. De een op zaterdag de ander ook op donderdag. Je doet het al zo lang, je went er ook aan.
Op een gegeven moment na 7 borrels komt er zo’n stemmetje op: er moet wat anders komen! De meisjes in de groep zijn het daar niet altijd mee eens.’ (Man, 22 jaar)
Andere prioriteiten Gewoon doorgaan, niet zeuren en morgen weer vroeg op is wat echte rouwdouwers vaak plegen te zeggen na een uitspatting van alcohol en drugs. Er zijn groepen in het dorp waar dergelijke aberraties eerder regel zijn dan uitzondering en chronisch van karakter zijn. Zolang de afwijking (veel drinken en snuiven) de norm is in een groep, lijkt er op het eerste gezicht nog niks aan de hand. 34
Katers worden ingecalculeerd en slapeloosheid van te veel ‘nakkies’ (lijntjes drugs, meestal cocaïne of speed) wordt met ‘kattenogen’ (temazepam) bezworen. Zolang iedereen maar werkt is er geen vuiltje aan de lucht, zo wordt vaak geredeneerd door jongeren. Wie werkt heeft geen alcohol- en drugsprobleem. We hebben verhalen opgetekend van jongeren die episodes kenden van grenzeloos gebruik of over vrienden vertelden die stuurloos waren in hun gebruik en nooit maat konden houden. Bij zulk mateloos gebruik begint ook school en werk eronder te lijden. Het verzuim neemt toe. Je neemt een snuif voor je gaat werken, je gaat smoezen verzinnen waarom je (weer) ziek bent. Wanneer het besef, na een periode van ontkenning, begint door te dringen dat het zo niet langer gaat en dat het anders moet, volgt een moeilijke stap. Hoe dan? Welke signalen geef je af naar de buitenwereld als het niet goed met je gaat? Met wie ga je erover praten en waar zoek je steun? Dat is makkelijker gezegd dan gedaan want volgens professionals ligt het niet in de aard van de Spakenburger om te praten over zijn zielenroerselen. Jongeren bevestigen dit. Die eerste stap is moeilijk omdat je je kwetsbaar opstelt en mensen in je omgeving gaan denken dat je zwak bent. En precies dat beeld staat weer haaks op die zorgvuldig gecultiveerde stoere en trotse werkmentaliteit.
Of, zoals Koen het verwoordt: ‘Als je mans genoeg bent om een ‘pak’ (cocaïne) te halen, dan moet je ook mans zijn om eraf te blijven.’
Emotionele façade Jongeren zijn soms lastig te bereiken wanneer ze zich gaan verschuilen achter een emotionele façade om zich zo te kunnen beschermen tegen invloeden van de buitenwereld. De paradox is dat het in stand houden van deze façade er ook toe kan leiden dat het individu zich gaat afzonderen van anderen in de groep. Dit façade-mechanisme kan voor een tijd nuttig zijn en veiligheid bieden, maar een van de jongeren die we spraken voelde zich steeds ongelukkiger met zijn chaotische leefpatroon. Terugkijkend op die periode (18-22 jaar) zag hij dat veel van zijn vrienden in hetzelfde schuitje zaten en net als hijzelf moeilijke gesprekken over alcohol, drugs en problemen thuis uit de weg gingen. Iedereen zat in hetzelfde patroon van hard werken door de week en hard feesten in het weekend. Daarom is hij van plan om in voor onbepaalde tijd te vertrekken uit het dorp. Weg van zijn alcoholische vader die op de oude voet door blijft gaan. Maar ook weg van zijn vrienden om uit het patroon van gebruik te komen, waar hij ongelukkig van wordt. Hij heeft het met niet zoveel woorden tegen zijn vrienden gezegd, hoewel ze wel weten waarom hij vertrekt. Een paar collega’s uit de vis weten er ook van en zijn aangemoedigd door zijn besluit gestopt met snuiven.
En dit vanuit een groeiend besef dat harde werkers ook hun rust moeten pakken, voldoende slaapuren moeten maken als ze weer fit voor dag en dauw uit de veren moeten. Het besef begon langzaamaan door te dringen dat de ongeremde lol en ‘leven voor het weekend’ niet tot in eeuwigheid voort kon duren, tenminste niet als je nog meer ambities in het leven hebt. Wat hier nog niet is gezegd, is dat een vriendin de hele zaak aan het rollen bracht, voordat hij zijn besluit nam voor een ‘sabbatical’. In hoofdstuk 7 (hulpverlening) gaan we dieper in op deze thematiek en kijken we aan de hand van suggesties onze sleutelinformanten waar jongeren bij gebaat zijn als ze aan de slag willen met hun (drugs)probleem.
35
Verstrengeling werk en middelengebruik Veel onderzoek naar middelengebruik is gericht op jongeren (o.a. scholieren, studenten, uitgaanders, probleemjeugd). Een groot deel van het middelengebruik is recreatief en vindt plaats op gelegenheden (o.a. clubs, festivals, concerten) waar gebruikers bijeenkomen om te feesten, te dansen etc. De keuze van een middel en het gewenste effect wordt afgestemd op het type feest, de setting en alle activiteiten daaromheen. Wie langer door wil feesten kiest vaak voor stimulerende middelen. In veel andere domeinen in onze samenleving is het gebruik van middelen gering. Het wordt vaak als ongepast gezien omdat de roes zich moeilijker laat verenigen met ons werk waarbij meer concentratie wordt verlangd om taken goed uit te kunnen voeren. We hebben in onze maatschappij een grens getrokken tussen werktijd waar we scherp moeten zijn en vrije tijd waar we ons kunnen ontspannen. Maar de grens tussen werk en vrije tijd lijkt door de vierentwintiguurseconomie eerder diffuser geworden. De afgelopen decennia is een economisch stelsel opgetuigd waarin dag en nacht wordt doorgewerkt en steeds meer instellingen dag en nacht beschikbaar zijn en klanten ieder gewenst uur zaken kunnen doen of goederen kunnen kopen (via webwinkels). Naar schatting 1,3 miljoen mensen werken soms of regelmatig in de nacht in o.a.
het transportwezen, goederencentra, ICT, hotels, horeca en servicecentra. De werkdruk wordt groter en internet, smartphones en computers zijn nu een onlosmakelijk onderdeel van de 24/7 economie die mensen vaker dwingt om altijd bereikbaar te zijn. De scheidingen tussen openbaar en privé, tussen werk en thuis vervagen.36 Cocaïne op het werk In een verkennende kwalitatieve studie naar gebruikers van cocaïne in Nederland komt ook het gebruik in de werksetting ter sprake bij beroepsgroepen met een grote werkdruk en/of waar op onaangename uren wordt gewerkt (o.a. horeca, culturele sector, seksindustrie, financiële en medische sector, sales) of waar zwaar fysiek werk verricht wordt (o.a. bouw en transport sector).37 Het gebruik van cocaïne is vooral bedoeld om (beter) te kunnen presteren of als tijdelijke vlucht uit de werkelijkheid, aldus professionals (o.a. HR, hulpverleners, preventiewerkers) met zicht op deze sectoren. De achterliggende motieven voor gebruik zijn: ontsnappen aan stress en werkdruk, beter c.q. langer kunnen presteren in hectische periodes, controle over werkzaamheden houden, ter verhoging van libido en/of langere seks of juist onderdrukken van gevoel, ontlading na lange concentratie, egobooster, opheffen onzekerheid en genot van ontspanning met alcohol (bedrijfsmatige link).
Vaak gaat het om sporadisch gebruik, maar daarnaast is er een kleinere groep die vaak en regelmatig cocaïne gebruikt en daarmee problemen ervaart. Risicofactoren zijn de makkelijke verkrijgbaarheid en de hechte onderlinge banden tussen het personeel, waardoor collega’s eerder geneigd zijn om mee te doen in de groep. De alcoholroes verlaagt de drempel om cocaïne te gebruiken. Redenen om niet in de werksetting te gebruiken zijn het niet vinden passen in de branche, werk en plezier niet willen vermengen, angst voor baanverlies of het niet verantwoord vinden. Werk en de daarmee samengaande verplichtingen om goed te functioneren worden ook als redenen genoemd om in periodes juist niet te gebruiken.
36 37
Van Kampen et al. (2021). Spronk et al. (2020).
36
In onze studie bevestigen verschillende respondenten de verhalen over middelengebruik op de werkvloer in solistisch verband, maar ook met collega’s (soms met de (ploeg)baas erbij). Froukje vindt het een veeg teken wanneer een jongere op of na het werk met cocaïne wordt geconfronteerd, dan wel zelf ook gebruikt. De ontlading zit hier ingebakken in de cultuur, zegt Henk. Hij stelt voor om kritischer te kijken naar de effecten van lange werkdagen en -weken op de gezondheid van jongeren. ‘Jongens die 13 uur achter elkaar werken dat moet gewoon niet kunnen!’ Een respondent (man, 19 jaar) werkte een poos op een fileerderij, maar is gestopt omdat hij niet meer geconfronteerd wilde worden met snuivende collega’s. Maar ook de industrie moet bij zichzelf te rade gaan, stellen sommige respondenten. Zijn bedrijven er wel voldoende van op de hoogte dat een deel van het personeel stimulantia gebruikt? Wordt er genoeg gedaan om gebruik op de werkplek te ontmoedigen? Voor sommige werknemers is de werkvloer slechts een van de settings, zegt Wout. ‘Het zijn geen intellectuelen, maar een rauwere groep die elkaar in hun gedrag versterkt.’ Een respondent (professional) is ook bekend met de verhalen van jongeren die in vertrouwen vertellen over werkgevers die in drukke periodes stimulantia aan werknemers verstrekken om het langer vol te houden.
Het tegengaan van deze praktijken wordt bemoeilijkt als ploegbazen zelf ook gebruiken. Volgens Sjors ligt het eraan met wie je omgaat en in welk visbedrijf je werkt. ‘In de vis gaat redelijk wat drugs om. Er zijn gasten die daar echt verslaafd zijn geraakt.‘ Een respondent (man, 19 jaar) vertelt over zijn halfbroer die van zijn visboer ‘s nachts wel eens wat aangeboden kreeg als de nood hoog was. En op de markt wordt ook weleens stiekem achter de kraam gesnoven dan wel verkocht. Hij waarschuwt dat de vis- en drugswereld meer door elkaar zijn gaan lopen. Bij Ralf liep het anders toen hij een paar jaar het spoor flink bijster raakte en in de greep van cocaïne kwam. Om niet op te vallen in het dorp ging hij nog meer uren werken om er moe uit te zien. Een perfect alibi vond hij. Dan zou niemand in het dorp er lucht van krijgen dat hij soms wel 5 gram cocaïne per dag snoof en basede. Hij gebruikte ook tijdens het werk en sliep maar een paar uur per dag. Tussendoor dealde hij ook in het dorp om zijn verslaving te bekostigen. Zo leefde Ralf een paar jaar op de cocaïne met veel alcohol erbij. Ook Froukje kent de verhalen van jongens die rond middernacht nog aan de coke zitten en daarna ‘kattenogen’ (temazepam) slikken om toch nog een paar uur te kunnen slapen voor de wekker weer gaat.
Perceptie buitenwacht Volgens jongeren wordt hun dorp door de buitenwacht nog wel eens met drugs geassocieerd. Sommigen vinden dat het dorp daarmee tekort wordt gedaan. Froukje zegt er altijd scherp op te zijn als iemand zit te vissen of ze uit Spakenburg komt. ‘Ken je ons dan van de kibbeling of van andere dingen’, vraagt ze dan recht voor zijn raap. Toch blijft het raar als iemand haar op een festival een snuif aanbiedt omdat ze uit Spakenburg komt. Maar een imago verander je niet zo snel. Dat merkte Koen ook toen hij mensen hoorde praten over zijn dorp. ‘Ze zien ons als achterlijk. Mensen die van het leven een feest maken en niks bereiken.’ Maar het is ook een statusding. Een dorp dat in de vis zit. Er zijn ook jongeren die trots zijn op waar ze vandaan komen en hun rauwe gedrag eerder gaan verheerlijken.
Drugsmarkt en internationalisering De alcoholmarkt is voor jongeren wettelijk gezien pas vanaf 18 jaar toegankelijk, maar eerder vertelden sleutelinformanten dat naleving en handhaving van de alcoholregels weinig prioriteit heeft. Cannabis (het tweede populaire middel) is een illegaal middel (Opiumwet lijst II) dat op de 37
gedoogde cannabismarkt verkrijgbaar is in coffeeshops in Amersfoort en het Gooi die geografisch gezien het dichtst in de buurt liggen. Voor bezoekers van coffeeshops geldt ook een leeftijdsgrens van 18 jaar. Echter, op de niet-gedoogde cannabismarkt kunnen (minderjarige) jongeren betrekkelijk eenvoudig iets regelen via oudere blowers of cannabisdealers. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de (inter)nationale drugshandel en -criminaliteit zich weinig aantrekt van grenzen en langs allerlei smokkelroutes verknoopt is met lokale drugsmarkten in steden en dorpen. Ook voor klassieke harddrugs als cocaïne, ecstasy en amfetamine geldt de markt van vraag en aanbod. Belnummers en menulijsten worden vaak onderling doorgespeeld. Sommige jongeren hebben connecties met verkopers in het dorp, maar ook daarbuiten, in bijvoorbeeld Amersfoort of het Gooi. ‘Iedereen weet het van elkaar. Wat je nodig hebt blijft hier onder de radar’, zegt Koen. Zo blijft de markt onzichtbaar voor mensen die niet gebruiken. ‘De verkopers opereren tactisch en slim’, weet Froukje. Behalve cocaïne kunnen ook amfetamine, ketamine en ecstasy op bestelling worden geleverd. ‘Je belt en over een uur staat je pakketje klaar’, zegt Noor.
In de ban van cocaïne Ralf heeft zelf een poosje cocaïne verkocht en vertelt dat Spakenburgse coke (snuifcocaïne) in kringen van fijnproevers een zekere reputatie had. Voor kwalitatief goede cocaïne hoef je niet per se het dorp uit. In de tijd dat hij nog actief was bediende hij klanten in het dorp maar ook in Amersfoort en het Gooi. Zijn klanten in Amersfoort kende hij nog van zijn schooltijd. Toen waren er ook al loopjongens actief die klusjes opknapten voor de ‘grotere jongens’ (deels afkomstig uit het dorp) die op hun beurt weer connecties hadden met Zuid-Amerikaanse bronlanden. Ralf wist altijd onder de radar te blijven omdat hij zijn klantenkring beperkt wilde houden. ‘Hoe groter je netwerk hoe groter de kans dat je in de picture komt van de opsporing.’ Toch stapte hij uit handel toen hij na een ripdeal door een andere bende werd teruggepakt en onder dwang zijn wapen, geld en coke moest in leveren. Volgens verschillende respondenten zijn de cocaïnehandel én het gebruik onder de bevolking sinds twee decennia langzaam het dorp ingeslopen. We horen verhalen over vrienden en (onbekende) dealers die een lucratieve markt zagen met de verkoop van pakjes cocaïne voor €50. ‘Wie een beetje ingeburgerd is kan er zonder al te veel moeite aankomen’, zegt Froukje, die er zelf pas laat achter kwam dat haar ex-vriend ook verkocht.
‘Er zijn verschillende nummers in omloop, maar met een beetje rondvragen op het terras, lukt ook wel.’ In vriendengroepen waar wordt gebruikt, is er altijd wel iemand die een ‘cokecontact’ heeft. Vera hoort van haar groep scholieren dat soms ook jongeren worden geronseld om cocaïne te verkopen. Volgens sommigen begon de opmars van cocaïne toen het fileren van vis (net als op Urk en in Volendam eind vorige eeuw) in zwang kwam en fileerders ook op onregelmatige uren, tot soms diep in de nacht aan de bak konden. Met een volhardende werkmentaliteit en het najagen van materiële verdiensten, kon zo een aardig centje worden bijverdiend. De een zette het geld apart op een spaarrekening terwijl de ander het meteen verbraste in de horeca. Met de hoeveelheden alcohol en de moeheid die ook parten speelde na een lange werkweek, werd cocaïne steeds vaker als panacee gezien om door te gaan en te kunnen presteren. Vervolgens ontstond er een klein netwerk van loopjongens, dealers en snuivers die elkaar in het weekend maar ook door de week wisten te 38
vinden. Soms werd als lokkertje een sample met cocaïne uitgedeeld om te proberen. Voor sommige snuivers was het lucratief om cocaïne te gaan verkopen om zo het eigen gebruik te kunnen bekostigen. Met tien euro winst per pakje had je met de verkoop van vijf wikkels al een pakje voor jezelf verdiend. Het stevige alcoholgebruik versnelde de verspreiding van cocaïne, aldus Henk. Forse drinkers gingen er standaard bij snuiven om zo langer ‘fris’ te blijven. Later, nadat ze waren afgekickt, kreeg hij het hele verhaal te horen over hun gebruikersepisode en hoe makkelijk de deals werden beklonken. Zo gaat het nu eenmaal hier, zegt Koen: ‘Het is lastig als je hier opgroeit om niet aan alcohol en drugs te komen.’
Ananassen, bananen en meubels Maar met het toenemende cocaïnegebruik is er ook de groeiende invloed van de georganiseerde criminaliteit die o.a. actief is in de cocaïnesmokkel. Dit vond plaats in een periode dat de Nationale Politie door onvoldoende personele capaciteit qua bestrijding en handhaving op het platteland steeds minder was opgewassen tegen de slagkracht en vindingrijkheid van criminele netwerken. Het sluiten van het politiebureau in de gemeente Bunschoten staat daar volgens verschillende sleutelinformanten symbool voor. Toch leidt de verhoogde opsporing soms tot succes, waaronder het oprollen van een bende die vanaf 2015 transporten van ananassen, bananen, hout en meubels als dekmantel gebruikte voor het importeren van partijen cocaïne (in totaal 5.000 kilo) uit Zuid-Amerika met bestemming Nederland. Daarbij werden honderdduizenden euro’s witgewassen. In deze omvangrijke strafzaak was ook een inwoner uit Bunschoten-Spakenburg betrokken.38 Het OM spreekt van een crimineel samenwerkingsverband dat zich louter bezighield met invoer van cocaïne, het organiseren van transporten met het witwassen als oogmerk in dat verband.
Omdat criminelen uit Midden-Nederland een centrale, (inter)nationale rol zijn gaan spelen in de cocaïnehandel, besloot de regio daarom extra te investeren in de aanpak van cocaïne en werd het Actieplan tegen ondermijnende drugscriminaliteit Midden-Nederland opgesteld met de ambitie om de drugscriminaliteit op de korte termijn slimmer en effectiever te verstoren.39 In een recent rapport concludeert het RIEC na interviews met 25 professionals (o.a. OM, politie en gemeente) dat de onskent-ons-cultuur ook tot verschillende vormen van criminaliteit kan leiden, zoals op Urk is gebleken.40 Hier lijken de boven- en onderwereld vermengd te zijn en zijn sommige families met spilfiguren betrokken in een web van cocaïnehandel, witwassen van zwart geld en uitbuiting van arbeidskrachten in de visindustrie. Legale en illegale horeca en jeugdhonken worden eveneens in verband gebracht met criminele activiteiten. Naast de ons-kent-ons-cultuur maakt de internationale positie het vissersdorp ook vatbaar voor smokkel, handel en gebruik van cocaïne in financieel slechtere jaren. Het is dan ook niet vreemd dat burgemeesters van verschillende Nederlandse kustplaatsen zich in de afgelopen jaren zorgen maken over de cocaïnesmokkel en de verspreiding naar kleinere 38
39
40
Eisen tot 6 jaren gevangenisstraf voor invoer van cocaïne, witwassen en deelname criminele organisatie, OM.nl, 29 oktober 2019. RIEC MN (2018). Ons-kent-ons-cultuur leidt tot criminaliteit op Urk, NOS.nl, 25 juli 2019.
39
havenplaatsen (o.a. Terneuzen, Vlissingen en Den Helder). Drugspakketten worden op de Westerschelde door grote schepen gedropt, overgezet op kleine vaartuigen met aanvoerroutes naar Antwerpen en andere Belgische steden, waar personeel in de havens bij de smokkel betrokken is. Door ander onderzoek naar drugscriminaliteit bij motorbendes in Zuid-West-Nederland is duidelijk geworden dat er een link is met de lokale economie van kustplaatsen, waar in tegenstelling tot de Rotterdamse haven en Schiphol, nauwelijks wordt gecontroleerd door politie, douane en marechaussee.41 In een recent rapport Zuiver op de graat? wordt de betrokkenheid van de visserij bij maritieme drugssmokkel nog eens bevestigd én blijkt de Amsterdamse onderwereld vaker dan eerst aangenomen werd nauwe banden te hebben met smokkelvissers bij het naar binnenhalen van partijen cocaïne op zee, maar blijken er ook lijnen te lopen tussen smokkelaars uit vissersdorpen onderling.42 In vissersgemeenschappen ging het vroeger vooral om sigaretten en drank die zonder accijns aan wal werden gebracht. Sommigen geloven dat ‘economische nood’ een belangrijke beweegreden is voor maritieme smokkel bij vissers en betrokkenen, alhoewel schaamteloze zelfverrijking ook niet uitgesloten kan worden.
Groeiende invloed van drugssmokkel en -handel in vissersdorpen Hoe moeten we de huidige ontwikkelingen rondom criminaliteit (en daarmee drugs) op het platteland duiden? Spapens, die deze vraag recent aankaartte, betoogt dat het platteland weliswaar in een aantal criminologisch relevante opzichten afwijkt van stedelijke gebieden, maar daarmee de ‘plattelandscriminologie’ nog niet meteen als een aparte stroming kan worden gezien binnen het criminologische onderzoeksveld.43 Anderzijds is volgens Spapens het platteland als geografisch gebied, gezien de problemen op het vlak van milieucriminaliteit, opsporing en handhaving, niet bepaald gevrijwaard gebleven van criminaliteit. Er zijn toenemende zorgen over de invloed van de georganiseerde drugscriminaliteit op het platteland, ofschoon het geen nieuw fenomeen is gezien de ‘smokkelaarsnesten’ bij Brabantse grensdorpen in de periode voor de totstandkoming van de Benelux douane-unie. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw begonnen bendes, oorspronkelijk bezig met illegale alcoholstokerij, te professionaliseren en verschoof de aandacht naar productie en export van amfetamine en sinds de jaren negentig ecstasy, wietteelt en import en weer doorsluizen van hasjiesj, cocaïne en heroïne.
Opvallend bij al deze activiteiten zijn de nauwe verbindingen tussen criminelen in de Randstad met groepen op het platteland (vooral Brabant en Limburg). Deze traditie wordt voortgezet in nieuwe criminele samenwerkingsverbanden, waarbij boeren met leegstaande percelen worden gepolst voor synthetische drugsproductie of vissers worden betrokken bij cocaïnesmokkel.44
Politieacties in het dorp Gelet op bovenstaande ontwikkelingen geloven sommige sleutelinformanten dat de drugsmisdaad ook zijn tentakels heeft naar het dorp. Zeker toen bekend werd dat enkele dorpelingen belangen hadden in de cocaïnesmokkel. Waarschijnlijk weet menigeen welke 50-jarige dorpsgenoot 10 jaar
41 42 43 44
Veel cocaïne naar kleinere havens; er wordt nauwelijks gecontroleerd, NOS.nl, 6 juli 2017. Mehlbaum et al. (2021). Spapens (2020). J. Meeus, Rust in Urk na coke zaak? Niet dus, NRC, 14 oktober 2018.
40
vastzit wegens deelname aan cocaïnehandel. Maar voordat de zaak aan het rollen kwam had vermoedelijk niemand bevroed dat iemand uit het dorp betrokken zou zijn bij grootschalige cocaïnehandel. Zelfs in een dorp waar beweerdelijk iedereen alles van elkaar zegt te weten, kun je als crimineel entrepreneur voor lange tijd onder de radar blijven. Op grond van verhalen en wat Justitie aan informatie boven tafel heeft gehaald durft een sleutelinformant zelfs te spreken van een ‘maffia-achtige’ structuur waar de ‘lopertjes’ het sluitstuk zijn van een internationale aanvoerlijn met ook vertakkingen in het vissersmilieu. Hoewel criminelen bij de meeste vissers bot vangen, zijn er in de afgelopen jaren toch enkele vissers in zee gegaan met drugssmokkelaars, waarbij partijen cocaïne uit het productieland tijdens het vervoer vanaf schepen in de Noordzee worden gedumpt en door ‘cokevissers’ uit het water worden gehaald (‘dropoffmethode’) en partijen via vissershavens aan land worden gebracht. De groeiende invloed van de drugsmisdaad op het platteland staat in contrast met een terugtredende politie in het dorp, die meer regionaal is gaan denken. Er is geen politiesteunpunt in het gemeentehuis. Inwoners moeten naar Baarn voor het dichtstbijzijnde bureau. Bij een delict duurt het een poosje alvorens de politie verschijnt.