CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Alcohol drugs en opgroeien in Bunschoten def. versie.pdf

Commissie Samenleving 20 april 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Presentatie het Antenne-onderzoek (kwalitatief onderzoek naar het gebruik van alcohol en drugs)28.070 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Alcohol, drugs en opgroeien in Bunschoten

Ton Nabben Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation Faculteit Maatschappij en Recht

Dit onderzoek is uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam, in opdracht van de gemeente Bunschoten. M.m.v. Lilly Heijman, Melissa Boekholt, Annemieke Benschop, Eliza van Amsterdam & Dirk J Korf.

Omslagfoto: Anatoliycherkas, Adobe Stock #207280112

Nabben, T. (2023) Alcohol, drugs en opgroeien in Bunschoten. Over sappies, nakkies en kattenogen in een vissersdorp. Hogeschool van Amsterdam.

© 2023 Overname van informatie uit deze rapportage is toegestaan onder voorwaarde van correcte en volledige weergave van de uitkomsten met bovenstaande bronvermelding.

1

Inleiding ................................................................................................. 3

2

Onderzoeksaanpak ................................................................................ 6

3

Aard, cultuur en mentaliteit ................................................................. 10

4

Alcohol, drugs en beleid in de gemeente Bunschoten.......................... 16

5

Alcoholgebruik en de strijd om grenzen stellen ................................... 20

6

Drugsgebruik, patronen, risico’s en regulering..................................... 28

7

Zorg, hulpverlening en aandachtspunten sleutelinformanten.............. 42

8

Naar een breder draagvlak voor een gezamenlijke aanpak .................. 46

9

Samenvatting & conclusies .................................................................. 52

10

Aanbevelingen ..................................................................................... 57

11

Typering ............................................................................................... 59

12

Bronnen ............................................................................................... 60

2

1

Inleiding

Voor u ligt het verslag van een onderzoek naar het gebruik van alcohol (‘sappies’) en drugs (‘nakkies’ en ‘kattenogen’) onder jongeren en jongvolwassenen in Bunschoten, om meer inzicht te krijgen in jongerenculturen en riskant middelengebruik. De Hogeschool van Amsterdam heeft dit in opdracht van de gemeente Bunschoten uitgevoerd in het voorjaar van 2022. Een onderzoek waar de Stuurgroep Preventie Middelengebruik behoefte aan had om ouders én jongeren beter te kunnen bereiken bij het zetten van nieuwe stappen in de aanpak van de alcohol- en drugsproblematiek. Enkele recente alcohol- en drugsgerelateerde incidenten bij jonge dorpsbewoners, waarvan twee met fatale afloop, laten zien hoe noodzakelijk het is om meer te investeren in preventieve aanpak. Drugs op het platteland is lange tijd een onderbelicht thema geweest in drugsonderzoek.1 En als wel onderzoek wordt gedaan, dan vindt het vaak op basis van alleen cijfers plaats. De kracht van kwalitatief onderzoek echter is dat het andere gegevens gebruikt bij het beschrijven en verklaren van patronen van (risico)gebruik en de betekenis die jongeren daaraan geven.2 Een van de eerste die zich eind vorige eeuw verdiepte in drugsgebruik in kleinere gemeenten was de criminoloog Korf.3 Daarna volgden vanaf de jaren nul andere onderzoeken in andere kleine gemeenten.

Alhoewel er (in absolute aantallen) minder gebruikers op het Nederlandse platteland wonen dan in de stad, is het verschil in prevalentie van drugsgebruik (het percentage gebruikers per capita) de afgelopen decennia kleiner geworden.4 Door middel van kwalitatief onderzoek krijgen wij van ‘binnenuit’ een beter beeld van de achtergronden en oorzaken van middelengebruik bij jongeren die actueel gebruiken, daar inmiddels mee zijn gestopt of die kunnen vertellen over vrienden die gebruiken. We hebben na een oproep en met bemiddeling van professionals uiteindelijk zes jongeren uitvoerig geïnterviewd, plus vijf professionals die dicht bij de leefwereld staan van jongeren (zie hoofdstuk 2). Voor de duidelijkheid: dit onderzoek naar middelengebruik is dus niet representatief voor alle jongeren en jongvolwassenen in de gemeente Bunschoten. Het gaat hier vooral om verhalen en impressies van jongeren die dicht bij de leefwereld staan van risicogroepen of daar zelf deel van uitmaken. In 2005 deed Kool al eerder onderzoek naar harddrugsgebruik onder jongeren in de gemeente Bunschoten.5 Vooruitlopend op onze bevindingen in deze rapportage, kunnen we nu al zeggen dat het middelengebruik anno 2022 (bijna twee decennia na het onderzoek van Kool) nog steeds een belangrijke plek inneemt binnen verschillende leefstijlen en jongerengroepen (of vriendengroepen) in het dorp.

En waarschijnlijk zijn ook de groepen breder en gevarieerder geworden, met een groter palet aan middelen o.a. door de komst van sociale media en de oprukkende technologie, waar ook drugsdealers en bezorgdiensten op het platteland van

1 2 3 4 5

Nabben & Korf (2016). Measham (2004). Korf et al. (1989). Korf (2006); Van Rooij et al. (2011); Van Laar & Van Ooyen-Houben (2016). Kool (2005).

3

profiteren.6 In het licht van deze ontwikkeling wordt er tegenwoordig meer over (jonge) dealers gepraat, van wie sommigen gewoon deel uitmaken van de vriendengroep. Aan de hand van elf diepte-interviews proberen we te ontrafelen waarom alcohol en drugsgebruik bij jongeren én volwassenen zo’n prominente plaats inneemt in het dorp en tot groeiende zorgen leidt over de aard van de problematiek. Om dit proces beter te begrijpen vroegen we aan de respondenten die wonen (of gewoond hebben), werken, uitgaan, handhaven, hulpverlenen, doceren, dealen, prediken of vis verkopen, eerst over het dorp. Wat maakt Bunschoten-Spakenburg met zijn pakweg 22.000 inwoners nu zo uniek? Hoe is het om op te groeien in een dorp dat bekend staat als eigenzinnig en gelovig, dat van aanpakken houdt en waar alles maar door lijkt te gaan totdat het licht uitgaat.

Hoofdstukindeling In hoofdstuk 1 bespreken we de werving en selectie van onze sleutelinformanten, die daarna kort worden geïntroduceerd. In hoofdstuk 2 gaan we in op de vraag wat het dorp volgens sleutelinformanten zo bijzonder maakt en gaan we dieper in op aard, cultuur en gewoonten in het dorp. Dat het alcohol- en middelengebruik bij jongeren in de afgelopen twee decennia al eerder tot beroering leidde, lezen we in hoofdstuk 3, waarin ook het huidige alcohol- en drugsbeleid van de gemeente wordt toegelicht. In hoofdstuk 4 vertellen professionals en jongeren elk vanuit hun (beroeps)perspectief over de (historische) drijfveren van de alcoholcultuur en hoe vanzelfsprekend het is dat jongeren al op vroege leeftijd beginnen met drinken. De illegale middelen komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoewel cocaïne ruimschoots verkrijgbaar is, is het niet het enige middel waar gebruikersgroepjes bekend mee zijn. In de interviews met jongeren krijgen we meer zicht op motieven, patronen en risico’s van gebruik en zien we ook dat lang niet alle jongeren te porren zijn voor pillen en poeders. Opvallend is de dunne lijn tussen het gebruik met vrienden en/of collega’s na, maar soms ook tijdens de lange werkdagen. We kunnen het gebruik niet ook zonder de markt te beschrijven, die in hoofdstuk 6 wordt behandeld.

Een markt van uppers en downers die in het afgelopen decennium internationaler is geworden en ook sommige dorpelingen wist te verleiden om in zee te gaan met Randstadcriminelen en voor de logistieke operaties met contactpersonen in ZuidAmerikaanse bronlanden. De zorg en hulpverlening bij het problematisch middelengebruik staat in hoofdstuk 7 centraal, waarin we ook de vraag beantwoorden waarom dorpelingen in nood vaak zo lang wachten met hulp zoeken. In hoofdstuk 8 worden enkele belangrijke bevindingen uit het onderzoek voorgelegd in een focusgroep met professionals (schooldirecteur, maatschappelijk werker, preventiewerker, psycholoog), de wethouder sociaal domein en volksgezondheid en de burgemeester. Met het oog op de toekomst wordt gediscussieerd over welke mogelijke maatregelen kunnen voorkómen dat jongeren al op vroege leeftijd alcohol beginnen te drinken. In de praktijk blijkt dat riskant drinkgedrag het dagelijks leven van jongeren en jongvolwassenen soms flink kan ontregelen. Zeker als dit gepaard gaat met (fors) drugsgebruik. Is het mogelijk om een breder draagvlak te creëren voor een gezamenlijke aanpak van alcohol in een dorp waar hard werken en ontspanning met een borrel vaak hand in hand gaan? We sluiten af met een samenvatting &

6

Nabben (2020); Nabben et al. (2021); De Jonge et al. (2021).

4

conclusies, plus enkele aanbevelingen die uit gesprekken met sleutelinformanten én de focusgroep zijn gedestilleerd.

5

2

Onderzoeksaanpak

De gemeente Bunschoten heeft de Hogeschool van Amsterdam gevraagd onderzoek te doen naar het alcohol- en drugsgebruik onder jongeren en jongvolwassenen in de gemeente, om meer inzicht te krijgen in jongerenculturen en riskant middelengebruik. De onderzoekers zijn mede benaderd omdat het dorp ook meedraait in de Antenne Nederland, de regiomonitor waar verhalen van professionals (vooral jongerenwerkers) over risicojongeren systematisch verzameld en in kaart worden gebracht, met aandacht voor de context van het middelengebruik evenals risicofactoren in andere leefgebieden.7 Op grond van deze bevindingen werd besloten om met aanvullend onderzoek een scherper en breder beeld te krijgen van het alcohol- en drugsgebruik bij jonge risicogroepen in de gemeente. Een uitdaging, omdat we deze keer ook jongeren willen spreken in plaats alleen professionals die vertellen over jongeren. Een uitdaging ook omdat de onderzoekspraktijk weerbarstig kan zijn. Jongeren op straat zijn doorgaans moeilijk bereikbaar (fluïde, mobiel, versnipperd) en benaderbaar (wantrouwen, desinteresse, taboes) met traditionele onderzoeksmethoden zoals vragenlijsten. Ook privacyregels (ouderlijke toestemming) bemoeilijken onderzoek bij jongeren onder de 16 jaar.

Voor aanvang van het onderzoek heeft het onderzoeksteam eerst overlegd met twee professionals (begeleidingsgroepje) van Jellinek Preventie en De Boei over de aanpak van het onderzoek, het tijdspad en einddatum. Zij hebben meegedacht en geholpen bij de werving van sleutelinformanten, evenals bij het organiseren van de focusgroep ter afsluiting van de onderzoeksperiode. Er is vier keer een videovergadering met hen belegd om vragen van de onderzoekers en de voortgang te bespreken. De periode van dataverzameling liep van april tot juni 2022. In totaal zijn er elf sleutelinformanten geïnterviewd: vijf professionals en zes jongeren. We eindigen dit hoofdstuk met een korte introductie van de sleutelinformanten die in de volgende hoofdstukken hun licht laten schijnen op alcohol- en middelengebruik in Bunschoten-Spakenburg.

Professionals De professionals hebben ervaring met en/of visie op jongeren en/of (problematische) groepen in de gemeente. De diepte-interviews zijn face-to-face afgenomen door een onderzoeker van de Hogeschool van Amsterdam. In overleg met de begeleidingsgroep werden vijf personen geselecteerd die beroepsmatig nauwe banden hebben met jongeren in verschillende domeinen: een predikant, een sociaal werker, een wijkagent, een jongerenwerker en een schoolcoördinator van een vakopleiding vis. De gesprekken duurden ongeveer anderhalf uur. Er werd gebruik gemaakt van een topiclijst met vragen over o.a. de aard van het dorp, jongerenculturen, (problematisch) alcohol- en drugsgebruik, gebruikspatronen, drugsmarkten en hulpverlening. De professionals kregen eerst een informatiebrief met achtergrondinformatie en doelstelling van het onderzoek, te weten een beter beeld krijgen van het huidige alcohol- en middelengebruik van jongeren in de gemeente Bunschoten en inzicht krijgen in mogelijke voorlichting- en

7

Nabben (2020); Nabben et al. (2021).

6

preventiemogelijkheden. Met de ondertekening van een apart formulier werd toestemming gegeven voor het interview dat ook opgenomen mocht worden. De geluidsopnames zijn in hoofdlijnen uitgeschreven en daarna gewist.

Jongeren De aanvankelijke bedoeling was om een groepsgesprek te entameren. Via een flyer zouden jongeren in het dorp worden geworven die in vertrouwen willen vertellen over vrije tijd, uitgaan, alcohol- en drugsgebruik en hoe het is om op te groeien in het dorp. Maar al snel bleek dat een deel van de jongeren best wel over deze onderwerpen wilde praten, maar niet in een groep. Jongeren achtten de kans groot dat de verhalen uit het groepsgesprek niet binnenskamers zouden blijven. Daarom werd besloten om zes jongeren apart te interviewen aan de hand van een aparte topiclijst die anders was dan die van de professionals. Ook zij kregen eerst een informatiebrief met achtergrondinformatie over het onderzoek en een toestemmingsformulier voor deelname en gebruik van interviewgegevens voor de rapportage. Alle jongeren kregen een cadeaubon t.w.v. €25. De interviews duurden tussen één en anderhalf uur. De audio-opnames werden na verwerking weer vernietigd.

Focusgroep professionals Na analyse van de elf diepte-interviews is er in overleg met de begeleidingsgroep een groep experts uitgenodigd om verder te praten over de eerste bevindingen van het onderzoek. Uitgangspunt was om te bespreken welke accenten, aanpak en focus nodig zijn in toekomstige interventies richting middelengebruik en risicogedrag bij jongeren en jongvolwassenen. In de focusgroep waren aanwezig: burgemeester en wethouder sociaal domein en professionals uit het onderwijs, preventie, geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijk werk. De bijeenkomst is opgenomen in een audiobestand en uitgeschreven voor analyse.

Sleutelinformanten In de hoofdstukken waar jongeren en de professionals aan het woord komen wordt ook wel gesproken van sleutelinformanten. Hun namen zijn in verband met de herkenbaarheid geanonimiseerd. In quotes die gevoelige informatie bevatten spreken we over ‘een van de respondenten’. Froukje. Hier geboren en getogen maar verhuisd naar een ander dorp. Ze voelde zich hier niet meer thuis omdat ze continu het gevoel had dat ze verantwoording moest afleggen over haar zelfgekozen pad. Toen ze verliefd werd op een man buiten het dorp, gingen sommigen die ze al lang kende haar mijden. Alsof ze iets had uit te leggen wat hen helemaal niks aan ging. Froukje vindt dat drugs het gedrag van veel mensen in het dorp negatief beïnvloeden. Goos. Dominee in Bunschoten-Spakenburg waar hij met veel plezier woont. Doordeweeks is hij druk bezig met het uitwerken van zijn preken, de catechisatielessen met jongeren en het afleggen van bezoeken. Die persoonlijke contacten met mensen in de gemeente zijn niet alleen voor de gezelligheid. Er kan over van alles gepraat worden. Jongeren voelen zich hier vertrouwd en kunnen te allen tijde bellen en appen voor een gesprek. Niemand wordt veroordeeld. Hij voelt zich soms een maatschappelijk werker, maar verwijst altijd door als hij de indruk krijgt dat een jongere fors 7

gebruikt terwijl diegene dat zelf niet altijd door heeft. Het probleem hier is gegrond, vindt hij: het vele geld dat er rondgaat, de mogelijkheden, de normalisering van gebruik, maar ook het geringe toezicht van ouders. Koen. Heeft net zijn opleiding afgerond en voelt dat hij in een nieuwe fase van zijn leven zit, maar het pad nog ongewis is. Zijn baan op de markt, waar hij naast school jarenlang met passie heeft gewerkt, heeft hij opgezegd. Hij staat op het punt om voor onbepaalde tijd te reizen door Europa, zijn hoofd leeg maken en weg van alle verleidingen in het dorp waarvan hij jarenlang met zijn vrienden heeft gesnoept. Net als met sport waar hij 100% voor ging, deed hij dat ook met alcohol en drugs, en meer dan hem lief was. Het heeft hem bijna de kop gekost. Hij wijt zijn excessieve jaren vooral aan zijn moeilijke jeugd, het geweld thuis en zijn verslaafde vader. Maar nu is het tijd om te investeren in zichzelf. Kracht te putten door nuchter te blijven, dat is zijn grootste uitdaging voor de komende tijd. Noor. Vrienden noemen haar de festivalmama, omdat ze zich verantwoordelijk voelt voor iedereen als er feestjes zijn. Ze is een voortrekker, een aanpakker, maakt graag haar eigen keuzes en weigert het bijltje erbij neer te gooien bij moeilijke situaties in de vriendengroep.

Ze denkt en handelt oplossingsgericht en is trots dat ze door therapie haar eigen zaakjes nu beter voor elkaar heeft. Haar vrienden zouden meer moeten praten als ze iets dwars zit, vindt ze. Alleen maar zuipen en drugs gebruiken verdooft, lost niks op en maakt dingen eerder chaotischer. Ralf. Gaat een mbo-opleiding volgen, maar heeft al een turbulent leven achter de rug als ‘rauwe rakker’. Hij groeide op in een getroebleerd gezin. Om de pijn te verzachten zocht hij op vroege leeftijd al een uitweg in alcohol- en drugsgebruik, waar hij echter flink in doorsloeg toen hij in een heftige dorpsscene belandde. Psychologen en sociaal werkers kregen geen vat op hem toen hij heel veel werkte, cocaïne rookte en ook ging dealen. Zijn moeder is hem altijd blijven steunen, hoe slecht het ook met hem ging. Die slechte film waar hij in zat heeft vijf jaar geduurd. Nu is het tijd om de bakens te verzetten. Hij heeft het dorp verlaten en woont samen met vrouw en kinderen in een grote stad. Henk. Begon zoals veel Spakenburgers in de vis en werkte soms wel 70 uur per week. Toch werd hij sociaal werker met een ‘enorm hart’ voor het dorp. Hij ging zich onder andere inzetten voor de ‘rauwe rakkers’ in het dorp; (jonge) cliënten op weg helpen naar herstel. Sommigen zitten in detentie, kicken af in een kliniek of proberen weer greep te krijgen op hun leven.

Hij kan erover meepraten want hij gebruikte vroeger ook. Uit bevlogenheid heeft hij een enorm netwerk opgebouwd van scholen tot snackbars, sportverenigingen en instellingen (o.a. GGD en Jellinek) waarmee hij met professionals preventieactiviteiten organiseert. Hij kent de mores van het dorp en weet dat je alleen met een enorme passie de muren en het ‘zwart-wit’ denken over alcohol- en drugsgebruik kunt beslechten. Niet door conflicten te vermijden maar met compassie en kritische vragen dichter bij de kern van het probleem te komen. Sari. Mentor en zorgcoördinator van een vakorganisatie die sinds enige tijd ook opleidingen verzorgt in de visbranche. Woont elders en heeft geen persoonlijke binding met het dorp, maar werkt hier lang genoeg om de aard en mentaliteit van haar leerlingen te kunnen doorgronden. Ze komt zelf ook

8

uit een dorp en is bekend met de dorpse omgangsvormen, behalve dat de jeugd hier veel mondiger is dan in andere delen van het land waar ze werkt. De meeste leerlingen blijven trouw aan het dorp en dromen van een huis dicht bij de familie en een eigen viszaak. Naast het onderwijs gaan de gesprekken ook over geld, drank en drugs. Ofschoon ze al op jonge leeftijd borrels drinken vinden ze dat ze nooit te veel gebruiken. Als ze de klas op maandag ziet, heeft ze gezien de staat waarin sommigen verkeren hier echter haar twijfels over. Sjors. Studeert in Zwolle en woont met plezier in het dorp, hoewel er buiten de rijke sportcultuur niet heel veel is te doen volgens hem. Veel leeftijdsgenoten werken al en zoeken elkaar in het weekend automatisch op in de kroeg, waar veel gedronken wordt. Hij doet een teamsport, houdt van gamen en heeft al jaren de zorg voor zijn beide zieke ouders. In zijn vriendengroep spelen drugs geen rol, ook niet als ze naar een festival gaan. Hij heeft er geen moeite mee als andere jongeren wel drugs gebruiken. Vera. Werkt in een sociaal team en komt veel in aanraking met probleemgevallen. Ze geeft aan dat haar referentiekader misschien wat gekleurd is. Anderzijds is de schaal waarop het gebeurt aanzienlijk voor zo’n relatief kleine gemeente.

Ze blijft zich verbazen over de jonge leeftijd (14-15 jaar) waarop alcohol wordt gedronken en vaak wordt getolereerd in de sociale omgeving. Ze merkt dat de thuis- en middelenproblematiek vaak verborgen is en het winnen van vertrouwen bij jongeren veel tijd kost en een snelle hulpinterventie in de weg staat. Willem. Een van de wijkagenten in de gemeente. Met veel evenementen, twee voetbalverenigingen in de hoofdklasse met alle emotie van supporters (ook van buiten) daarbij, plus middelengebruik en vechtpartijen, ligt er genoeg op zijn bordje. Hij wil maar zeggen dat er best wel veel reuring is voor zo’n betrekkelijk kleine gemeente, waar de jeugd zich niet zo makkelijk laat sturen. En dan heeft hij het nog niet eens gehad over de straat- en thuisfeesten en de horeca met de nodige braspartijen. De mensen zijn hier recht voor zijn raap, maar door de ons-kent-ons sfeer wordt ook veel achter de deur gehouden. Hij werkt intensief samen met allerlei partners die zijn schakels zijn voor de nodige context bij calamiteiten, maar ook in de preventieve sfeer (o.a. Veilig Thuis). Wout. Heeft net zijn stage afgerond op het hbo en is zoals bijna alle jongeren in de vis begonnen met zijn eerste baantje. ‘Daar kun je hier gewoon niet omheen.’ Hij vindt het een gezellig ons-kentons dorp, beetje plat en rauw, met een sterke cultuur, een soort Urk van de provincie Utrecht.

Hij is hier met plezier opgeroeid, met goede basisscholen en een actief verenigingsleven. De mensen zijn goed van vertrouwen en met het spreekwoordelijke touwtje uit de brievenbus lijkt het soms wel of hij in een klein Utopia woont. Hij maakt deel uit van een grote vriendengroep en vindt het fijn dat gelovige (zelf is hij gereformeerd vrijgemaakt) en ongelovige jongeren in hun vrije tijd prima met elkaar kunnen opschieten. Hij hoopt dat hij kan blijven wonen in het dorp.

9

3

Aard, cultuur en mentaliteit

Op zoek naar een verklaring voor het soms stevige alcohol- en drugsgebruik bij jonge dorpelingen, kan kwalitatief onderzoek ons helpen meer te begrijpen over de achtergronden en oorzaken van het middelengebruik. In de klassieke etnografie zou de onderzoeker een poos in het dorp gaan wonen om de bewoners beter te leren kennen. Hij of zij zou helpen in de viskraam, meegaan naar voetbal, op de veranda hangen met jongeren, naar de kroeg op zaterdagavond en op zondag naar de kerk. De onderzoeker zou praatjes aanknopen met dorpelingen en als het lukt ook een familiefeest bijwonen. Helaas ontbreekt de tijd om ons onder te kunnen dompelen in het alledaagse dorpse leven. We moeten roeien met de riemen die we hebben, maar zijn ervan overtuigd dat onze gesprekken met gemotiveerde sleutelinformanten ons al veel kunnen leren over de dorpsaard en -cultuur. Gezien het maritieme verleden en een nog immer omvangrijke visindustrie kan er worden gesproken van een mythical fishing era. Voor de buitenwereld – en niet in het minst de dorpelingen zelf – wordt Spakenburg nog steeds als een vissersplaats bezien. Dat imago wordt door herinneringen en verhalen in leven gehouden en jongeren (met name jonge mannen) ontlenen er nog steeds hun maritieme identiteit aan. Naast het geloof, dat eveneens een rol speelt in het dagelijks leven van veel dorpelingen.

Hierbij is het interessant te verwijzen naar de socioloog Weber, die al vroeg een verband zag tussen protestantisme en kapitalisme.8 Dit is in het huidige dorp in zekere zin nog steeds te zien in een haast morele plicht van hard werken die je van jongs af aan in veel families al wordt ingeprent als een drang naar succes en fortuin.

Gehecht aan de woonplaats De cultuur van Bunschoten-Spakenburg onderscheidt zich volgens Kool in Witgoud en vuile was door enkele specifieke kenmerken die in de vele gesprekken tijdens haar veldwerk telkens worden geaccentueerd.9 ‘Sinds Spakenburg is afgescheiden door de komst van de afsluitdijk is de rol van visserij vervangen door een grotere rol in handel en verwerking van vis die van andere plaatsen wordt aangevoerd. Daarnaast is de venterij van brood en koek naast de visventerij op markten nog steeds het handelsmerk van Spakenburg. De bevolking van Bunschoten-Spakenburg is zeer gehecht aan hun woonplaats en bijbehorende cultuur en heeft zich goed weten aan te passen door zich te richten op nevenactiviteiten na het verdwijnen van de visserij. Dit maakt het dorp ondanks de sterk religieuze inslag en grote sociale controle zeker geen conservatief dorp, zoals door buitenstaanders wel vaak wordt gedacht. De van oorsprong sterke arbeidscultuur hebben zij gemeen met andere vissersplaatsen, evenals de openheid voor veranderingen en flexibiliteit om zich aan te passen aan veranderende situaties.’

Zoals gezegd hebben wij gekozen voor diepte-interviews met een elftal sleutelinformanten (van twintiger tot zestiger) die hier wonen en/of werken. We begonnen met de vraag hoe zij het dorp zouden omschrijven aan wie daar niet is opgegroeid. Hierdoor hoopten we een beter beeld te krijgen van de sentimenten in het dorp als fundament voor antwoorden op enkele vragen over

8 9

Weber (1904-1905). Kool (2005).

10

patronen en betekenissen van middelengebruik, en op de centrale vraag waarom een substantieel deel van de jongeren en jongvolwassenen hier meer lijkt te gebruiken dan elders in de provincie Utrecht. Verschillende thema’s die onze sleutelinformanten in hun verhalen aanstipten komen meermaals terug: de sociaaleconomische geschiedenis en cultuur, onderlinge verbondenheid, geloof en mentaliteit. We hebben de verhalen in een korte schets opgetekend om te begrijpen wat het dorp in hun beleving zo uniek maakt.

Economisch solide en hoge werkethiek Van oudsher is Spakenburg een vissersdorp dat tot de aanleg van de afsluitdijk aan de Zuiderzee lag. De vissersvloot is sindsdien gekrompen, maar visverwerking en vishandel spelen nog steeds een belangrijke rol in de plaatselijke economie. Veel grootvaders van de dorpelingen waren boeren of vissers. De boeren waren rijk vergeleken met de vissers, die dagenlang op de viskotter doorbrachten op een soms onstuimige zee. De ontlading op zaterdag was in het café als ze terugkwamen van zee. Die overlevingsdrang zit de dorpelingen nog steeds in het bloed, evenals een wat rauwere mentaliteit vergeleken met veel andere (evenzeer meer gelovige) dorpen. Toen de afsluitdijk de vissersvloot en daarmee ook de handel decimeerde, gingen de dorpelingen de vis elders inkopen om het vervolgens na verwerking in Nederland uit te venten, in winkels maar vooral marktkramen. We horen verschillende schattingen uiteenlopend van circa 150 tot ruim 200 kramen (alleen al in de vis) van de Amsterdamse Dappermarkt tot in Bennekom. Haring, koek en voetbal zijn de drie culturele zuilen in het dorp, vindt Wout, die zegt best wel beïnvloed te zijn geweest door zijn omgeving.

‘De hoge werkethiek, het doorpakken, de lange dagen, veel geld verdienen en in het weekend een feestje wordt hier met de paplepel ingegoten.’ Maar het vervult hem met trots als hij zelfs op de nieuwsjaarmarkt in Aken (Duitsland) nog een viskraam uit Spakenburg tegenkomt. De eenzame uren op zee zijn vervangen door de lange werkdagen die ‘s ochtends om 05.00 uur beginnen bij de visafslag. Het uitventen van de vis (en later ook van koek), vergezeld door een hoog arbeidsethos, heeft het dorp geen windeieren gelegd. Daarover is iedereen het wel eens. Van hard werken ga je niet dood, zo luidt vaak de moraal. ‘Het zijn eerder doeners dan denkers, maar wel echte levensgenieters’, vindt de dominee. Menig visboer verdient er tegenwoordig een goede boterham mee, ondanks zijn vaak lage opleiding. Je heeft dus geen advocaat te zijn om hier in een villa te kunnen wonen. Enkele sleutelpersonen stippen aan dat een bourgondische leefstijl en het pronken met luxe sommigen niet vreemd is. Net als het ruimhartig delen van eten en drinken op familiefeesten. De dorpelingen blijven trouw aan de vis, hun kraam en hun dorp waar ze vaak al generaties lang wonen. De familiebanden zijn hecht en de zondag heilig bij het in de kern gelovig dorp. Na de kerkgang gaan velen op bezoek bij familie, opa’s en oma’s, tantes en ooms. Er heerst gemeenschapszin.

Als het moet dan is het in korte tijd gefikst omdat de mensen de dingen hier liever eerst met elkaar oplossen. Het impliceert ook dat eenieder zich bij zijn eigen leest moet houden. Het is een dorp op zich, met een sterk besef van normen en waarden die in families doorgegeven worden aan de kinderen. Het kunnen aarden als nieuwe bewoner in een van oorsprong traditioneel dorp, hangt af in hoeverre je mee wil doen aan 11

het sociale leven dat soms moderner is dan men denkt. ‘De buitenwereld mag dan denken dat Spakenburg een soort Staphorst is, maar het dorp gaat met zijn tijd mee’, vindt Goos. En door het uitventen van vis en brood op verschillende plekken in Nederland, komen veel jongeren uit het dorp al op vroege leeftijd in contact met mensen van alle gezindten, dialecten en eigenaardigheden.

Handje contantje Het dorp heeft een sterke traditionele band met de visserscultuur, die levendig wordt gehouden met verhalen over vroeger. De bewoners zijn vaak praktisch opgeleid. ‘Het leven hier is inherent aan hard werken en lager opgeleid zijn.’ Voor de buitenwacht heeft de vishandel een lage status vanwege het zware werk in de vis (zowel mannen als vrouwen). Men voelt soms minachting bij degenen die buiten het dorp wonen. Het is een hechte gemeenschap die goed georganiseerd is en vanwege de markt veel kilometers maakt, maar telkens terugkeert naar hun vertrouwde stekkie. Vanwege de handel is er meer geld in omloop dan in menig ander dorp. Des te opmerkelijk dat de gemeente Bunschoten volgens officiële cijfers van het CBS bijna als laagste scoort op de gemiddelde inkomensranglijst van gemeenten in de provincie Utrecht.10 Dit rijmt ook niet met onze eigen indrukken na verschillende bezoeken aan het dorp, de winkels, de veranda’s, de horeca met grote terrassen en alles tiptop onderhouden met keurige gevels en schone straatjes. Ook de jongste generatie tieners en twintigers, waarvan een deel theoretisch (hoger) is opgeleid, begint zijn eerste zaterdag- en vakantiebaantjes vaak nog steeds in de vis of koek. ‘Vis verdient goed maar je moet wel keihard werken’, weet Froukje uit ervaring. Een 16-jarige krijgt handje contantje al snel 90-100 euro per dag.

Een 22-jarige verdient al snel 130-140 euro. Je bent qua loon sowieso beter af dan in een huishoudwinkel of supermarkt. ‘Er zit rek in de uitgaven als je als 15-jarige vier keer meer verdient’, aldus Vera. Vergeleken met hun leeftijdsgenoten heeft een deel van de jeugd op jonge leeftijd al voldoende geld om hun persoonlijke smaak (o.a. kleding, gadgets) te materialiseren. Het soms moedwillig uitvergroten van de eigen smaak en de show eromheen, ziet Goos als een vorm van compensatiegedrag. ‘Ik heb het weleens over het Calimero-effect bij de Spakenburgers, die vroeger al als apart werden weggezet. Dat zijn ze gaan koesteren: wij tegen de rest van de wereld. Maar dat maakt ze ook kwetsbaar omdat de norm het dorp is, terwijl de wereld veel groter is. Hierdoor lijkt het alsof iedereen in het dorp heel erg in het gareel blijft en daarbuiten uit de band springt.’ (Goos, dominee)

Mentaliteit van doorgaan Net als de professionals zeggen jongeren dat hard werken de norm is. Koen vertelt dat hij vanaf zijn 13e al een zaterdagbaantje had bij de viskraam, dat veel beter verdient dan in de supermarkt. ‘De jongeren die daar werken zijn van een ander slag. Wie stil of introvert is, kan beter daar werken. Op de markt moet je juist mentaliteit en karakter hebben: hard werken, kisten tillen, kou trotseren. Er heerst een camaraderie omdat je lange dagen met elkaar bent. Als je veel uren met elkaar optrekt weten je collega’s meer van je dan je moeder.’ (Man, 22 jaar)

Sari (mentor en zorgcoördinator praktijkopleiding vis), ziet jongeren die maandag naar school gaan en de rest van de week bij een vishandelaar of -verkoper werken. Deze dorpsjongens zijn praktisch 10

Ranglijst van het hoogste en laagste gemiddelde inkomen per inwoner van de gemeenten in de provincie Utrecht, AlleCijfers.nl, 2 maart 2023.

12

opgeleid en maken doordeweeks lange uren. Voor scholieren of studenten met een bijbaantje in het weekend voelt het werk minder dwingend, omdat het slechts om één dag gaat. Maar voor deze jongeren is het opstaan, werken, eten, slapen, elke dag opnieuw tot aan het weekend. Ze ervaren weinig sociaal leven door de week, waar de klok het ritme bepaalt. De broodverkopers die ‘s ochtends ook het land intrekken met hun kraam staan zelfs een uur eerder op dan visverkopers. Veel dorpelingen ontlenen hun trots aan de werkethiek die er heerst. Hun opa’s en oma’s waren al echte aanpakkers. Wie hier opgroeit zeurt nooit, blijft doorgaan, is loyaal naar anderen en offert zich op voor de baas als het moet. Froukje stipt de onverzettelijke aard van de doorsnee Spakenburger aan: ‘Je pakt alles aan en wacht niet dat het werk naar je toekomt. Je moet er wat voor doen.’ Sport, familie en werk staan op één hier, zegt Noor, die net als andere sleutelinformanten wijst op een hoge arbeidsmoraal, maar ook op onderlinge solidariteit als iemand een appél op je doet. Als je gevraagd wordt om voor een ander in te vallen dan ga je gewoon. ‘Maar het zijn plussen en minnen’, zegt Noor. ‘Het is niet vanzelfsprekend dat je alle vakantiedagen opneemt als je in een familiebedrijf werkt.’ ‘Op de markt werken is een goeie keuze geweest. Je bouwt zelfvertrouwen op, leert je krachten kennen.

Op je 14e krijg je te horen of het niet eens tijd wordt om te gaan werken op zaterdag. Werken op de markt is goed voor je mentaliteit. Je leert de kleine dingen waarderen en bent blij met je zuurverdiende geld. Word je hard van.‘ (Man, 22 jaar)

Emotioneel gezien verloopt het contact stroever. Men hoort liever praatjes over anderen dan dat bewoners zich makkelijk laten kennen en zeggen wat ze zelf precies denken, geloven of op de eigen kerfstok hebben. Dit blijkt uit het feit dat verschillende sleutelinformanten spreken over een schaamtecultuur. Zo wordt een ‘akkefietje’ al snel met de mantel der liefde afgedekt. De mensen lopen niet graag uit de pas, bang voor commentaar.

Sterke familiebanden Veel dorpelingen zijn hier geboren en getogen. Zo gaat het al generaties lang. De verjaardagen worden groots gevierd, de contacten zijn hecht. Op zondag naar opa en oma waar jongeren ook een goede band mee hebben. Omdat veel bewoners in het dorp blijven wonen is er ook sprake van een zekere verwevenheid tussen de families. Ook de nieuwe generatie blijft verknocht aan het dorp. Feitelijk blijft een substantieel deel van elke generatie elkaar van wieg tot graf zien. Omdat opeenvolgende generaties in het dorp blijven wonen, worden de dorpelingen nog wel eens als ‘eenkennig’ of zelfs ‘wereldvreemd’ gezien, met een vrij gesloten houding naar ‘mensen en relaties van buiten’.

Grote sociale controle Dorpelingen zijn zich soms goed bewust van de sociale controle in het dorp, vooral als ze het gevoel krijgen dat ze zich aan moeten passen aan gangbare opvattingen die soms als knellend kunnen worden ervaren. Anderzijds kan het toezicht van de buren ook leiden tot een groter gevoel van opgroeien in een veilige omgeving. Later zullen we zien dat de informele controle aardig kan worden ondermijnd door het onstuimige gedrag van adolescenten. De sociale controle in het dorp is er al van oudsher, zeggen professionals. Het versterkt het hechte dorpsgevoel, het erbij willen horen. ‘Je moet je zaakjes op orde hebben, meer voor de buren dan voor jezelf’, zegt Goos. Door die schijn op 13

te houden, wordt er volgens hem niet op hartsniveau met elkaar gesproken. Koen merkte als kind dat veel onder de radar blijft en gezinnen vaak mooi weer spelen naar de buitenwereld. ‘Op zondag zit iedereen bijeen en is alles goed, maar zodra de mensen weg zijn vliegen de mokken door de kamer. Want wie zegt nou tegen zijn gasten dat hij zijn vrouw in elkaar slaat?’ Maar niet iedereen wil binnen de lijntjes leven. Bewoners die het sociale leven als verstikkend ervaren of niet (meer) goed kunnen aarden, trekken uiteindelijk weg, soms met pijn in het hart. ‘Ze zijn supernieuwsgierig hier. Als je aan de ene kant van het dorp buikpijn hebt, dan weten ze aan de andere kant dat je een miskraam hebt gehad. Verhalen worden groter gemaakt en daar heb je mee te dealen. Maar ik vind het helemaal niet belangrijk wat de buurman doet. Er kan echt wel geroddeld worden over jou. Vind dan maar de juiste mensen die jou wel geloven. Ik had een relatie met een jongen, maar wilde niet verder met hem, net voordat we in ons nieuwe huis gingen wonen. In de stamkroeg krijg je dan een stempel: ik ben vrijgezel. Alle ogen zijn op je gericht. Dat soort momenten zijn een test voor hoe weerbaar je bent. Je hoeft je daar niets van aan te trekken, maar hier is dat niet makkelijk. Zeker als je het al emotioneel zwaar hebt. Want er wordt over je gesproken.

In Spakenburg staan ze graag vooraan als ze een verhaal horen, waar ze dan vervolgens hun eigen verhaal van maken.’ (Vrouw, 29 jaar)

Geloofsbeleving In een dorp waar het geloof centraal staat zijn veel dorpelingen lid van een kerk, maar minder praktiserend en minder sterk verbonden daarmee, zegt Goos. Jongeren staan er sowieso wat losser in en maken liever hun eigen keuzes. Ze voelen minder behoefte om aan kerkelijke activiteiten mee te doen. Het geloof versterkt de gemeenschap, maar de regels kunnen ook als dwingend worden ervaren (o.a. kinderen krijgen na het trouwen voor de kerk). Het gevoel om verantwoording af te leggen voor het maken van autonome keuzes, leidt soms tot spanningen bij jongeren die conflicteren met hun gelovige ouders. Andere ideeën kunnen worden opgevat als ‘vloeken in de kerk’. ‘We doen ons groter voor dan we in werkelijkheid zijn. Er ligt een zekere druk op hier. We zijn een christelijk dorp en veel stellen komen elkaar hier tegen. Ze trouwen voor de kerk en krijgen dan kinderen. Je leeft hier best wel binnen de lijntjes. Nu krijg ik te horen waarom ik nog geen kinderen heb. Wat moet ik daarvan denken? Een stem in mijn hoofd zegt: wie bepaalt nou mijn leven hier, zij of ikzelf? Er heerst hier erg de cultuur dat je erbij moet horen.’ (Vrouw, 29 jaar)

Een rijk cultureel leven De autonome aard van het dorp vertaalt zich in een bloeiend verenigingsleven en sportcultuur met veel drukbezochte jaarlijkse evenementen. Veel inwoners zijn trots op hun dorp en dragen dat met verve uit. De saamhorigheid is groot, maar er heerst ook een sterke competitiedrang, deels gesymboliseerd in voetbal met als hoogtepunt de ‘rooien’ (VV IJsselmeervogels) tegen de ‘blauwen’ (SV Spakenburg) en rugby. Veel sociale activiteiten zijn in groepsverband met jongeren die je al van school kent. Er zijn kerkgroepen, schoolgroepen en hechte vriendengroepen. Het ligt aan je levensstijl met wie je omgaat. ‘Soort zoekt soort’, zegt Noor die twee vriendengroepen heeft. Met de dorpsgroep gaat ze uit en gebruikt ze in het weekend soms drugs. Met de andere groep, van buiten het dorp, doet ze meer aan sport. De dorpsgroep is roekelozer, grenzeloos, avontuurlijk, maar ook met een ‘rugzakje’. De manier waarop je opgroeit tekent ook je leven en je positie in het dorp. Daar 14

kan Koen ook over meepraten. ‘Er gaan hier scheldnamen rond die soms teruggaan naar de tijd van je grootouders. Alles heeft een betekenis en dat vind ik wel mooi.’ Maar de schaduwzijde is dat Koen er ook aan herinnerd wordt dat zijn vader een slechte reputatie heeft in het dorp. Reden waarom sommigen al een (voor)oordeel hebben, terwijl ze hem niet eens goed kennen.

15

4

Alcohol, drugs en beleid in de gemeente Bunschoten

In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de gemeente Bunschoten inzet op vermindering van het alcohol- en drugsgebruik. Daarbij gaat het zowel om preventie als om handhaving. Maar we beginnen eerst met het middelengebruik bij jongeren dat al langer de aandacht heeft getrokken van bezorgde burgers en media.

Drugsgebruik in maritieme gemeenschappen De alcohol- en drugsproblematiek onder jongeren staat niet op zichzelf. Ruim twintig jaar geleden bij de start van het nieuwe millennium ontstaat er een groeiende media-aandacht voor het middelengebruik onder jongeren, deze keer niet op festivals en mondaine clubs in de hippe Randstad, maar in maritieme dorpsgemeenschappen als Urk, Volendam en Spakenburg. De vissersdorpen krijgen zoveel media-aandacht dat in de berichtgeving al snel een stereotiep, generaliserend beeld oplevert, aldus Korf, criminoloog en opgegroeid op Urk.11 Dit terwijl cocaïnegebruik (of andere meer problematische middelen) zich ook manifesteert in voor de media minder aandachttrekkende dorpen, bijvoorbeeld in agrarische gebieden.12 In de jaren nul van deze eeuw worden ook de eerste sociaalwetenschappelijke studies verricht naar middelengebruik in vissersdorpen, in het bijzonder cocaïne.13 Daarmee komt er geleidelijk aan meer criminologische belangstelling voor drugsgebruik op het platteland, waarbij ook gekeken wordt naar geografische invloeden, sociaalecologische en -economische veranderingen, en culturele en politieke aspecten van het drugsgebruik. Het onderzoek van Kool uit 2005 was een eerste kwalitatieve verkenning van het lokale maatschappelijke discours over de rol van harddrugsgebruik in de leefwereld van Spakenburgse jongeren.

De aanleiding was dat Spakenburg in het begin van het nieuwe millennium in rep en roer was door een nieuwsbericht over visbazen die jongeren in cocaïne zouden uitbetalen ter aansporing om meer werkuren te maken.14 De publicatie trok ook aandacht van de landelijke media. Het intrigeerde Kool dat in de ontstane mediastorm vooral politici en dorpelingen hun zegje deden, maar niet de Spakenburgse jongeren zelf, met name de gebruikers. Daarbij vroeg zij zich af of het harddrugsgebruik, zoals algemeen werd beweerd, daadwerkelijk hoger was in maritieme dorpen dan elders in Nederland. Een belangrijke bevinding van Kool destijds was dat de discussie in het dorp over het ‘drugsprobleem’ vaak vanuit een morele insteek werd gevoerd, een abstinentieparadigma waarin geen ruimte leek te zijn voor gereguleerd drugsgebruik.15 Kool stelt terecht de vraag of de ‘morele paniek’ die zich hier manifesteerde gerechtvaardigd was, aangezien het patroon van drugsgebruik volgens haar bij een meerderheid van de gebruikers niet problematisch maar eerder op recreatieve wijze en voornamelijk in het weekend plaatsvond. Op dit punt wringt het met de heersende opvattingen binnen de gemeente. Jongeren (ook degenen die niet gebruiken) zien 11 12 13

14 15

Korf (2010). Nabben & Korf (2016); De Jong (2014). Kool (2005); Korf (2006); Stoele et al. (2004). Gratis cocaïne voor personeel, De Gooi- en Eemlander, 8 november 2002. Kool (2005), p. 59.

16

drugsgebruik als een geaccepteerde (of genormaliseerde) vorm van vrijetijdsbesteding in het weekend, terwijl bij de oudere generatie in het algemeen sprake is van een morele afkeuring van drugsgebruik. In de afgelopen vijftien jaar spraken ook kwartiermakers en groepen verontruste bewoners hun zorgen uit over het forse drank- en drugsgebruik, die ook in Urk en Volendam wordt gevoeld. Een leidinggevende van Tot Heil des Volks voelde zich in 2007 geroepen om de weg te wijzen en jongeren te bevrijden uit de ijzeren greep van drank en drugs. Want vergeleken met de verslaafde stadsjongeren die werkschuw en louter voor de kick gebruiken, werken jonge gebruikers uit vissersdorpen keihard om het geld vervolgens in het weekend te verbrassen aan alcohol en drugs. Hij durft te stellen dat veel jongeren uit vissersdorpen gewend zijn om ‘te vechten met de elementen’. Niet alleen op zee, maar ook in hun vrije tijd aan wal, waar menigeen toch het loodje moet leggen bij het gevecht met alcohol en drugs.16

4.1 Huidig alcohol en drugsbeleid Preventie In het coalitieakkoord 2022-2026 Bouwen aan de Toekomst is opgenomen dat ouders nog meer bewust gemaakt worden van de gevaren van alcoholgebruik bij hun minderjarige kinderen.17 En dat er waarde gehecht wordt aan het stimuleren van gezonde kantines/clubhuizen bij sportverenigingen. In het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2019-2022 is een daling van het percentage problematisch middelengebruik een belangrijk doel.18 Dit doet de gemeente door een integrale aanpak volgens het model van Reynolds. Dit model bestaat uit drie pijlers: regelgeving, handhaving en educatie. Vanuit preventie wordt gestreefd naar het vergroten van de weerbaarheid van jongeren. Tegelijkertijd wordt er ingezet op bewustwording in de sociale omgeving bij ouders, maar ook op meer betrokkenheid van kerken en sportverenigingen. Het verminderen van alcohol- en drugsgebruik staat al langer op de agenda: Jellinek, De Boei, Waypoint en de GGD regio Utrecht hebben sinds 2014 samen met de gemeente Bunschoten de krachten gebundeld rond preventie van problematisch gebruik van alcohol en drugs. De afgelopen jaren hebben deze partijen vooral achter de schermen werk verricht.

Preventie gaat namelijk in kleine stapjes en begint met verkennen: wat speelt er in de gemeente Bunschoten rond alcohol en drugs? Wat is problematisch gebruik? Wat is gewoon gezellig? Wie heeft er hulp nodig en hoe vindt die persoon de juiste hulp? Er is geïnvesteerd in het netwerk en de samenwerking met bestaande initiatieven zoals Moedige Moeders, REWI en Spakenburg United.

Wat is er de afgelopen jaren gedaan? Naast voorbereidingen achter de schermen is er op het gebied van alcohol- en drugspreventie ook zichtbaar werk verricht. De Boei begeleidt jongeren die problemen ervaren, ook als het om alcohol-

16 17 18

Vissersdorpen worstelen met drugs, EO.nl, 18 april 2007. Gemeente Bunschoten (2022). Gemeente Bunschoten (2018).

17

en drugsgebruik gaat. Jongerenwerkers van De Boei zijn regelmatig aanwezig op straat en praten met jongeren. Ook op scholen wordt aandacht besteed aan alcohol, roken en drugs en de risico’s die het met zich meebrengt. Verder zijn er programma’s opgezet voor mensen die verslaafd zijn en hun naasten, en vinden er jaarlijks bewustwordingscampagnes plaats zoals IkPas, Stoptober en vanaf dit jaar ook Zien drinken, doet drinken. Verder is in november 2021 is het Preventieakkoord gemeente Bunschoten ondertekend door de gemeenten en 32 andere betrokken partijen.19 In het akkoord streven de ondertekenaars de ambitie na om alcohol- en drugsgebruik in de gemeente Bunschoten te verminderen. Dit lokale preventieakkoord is een waardevolle aanvulling op het bestaande beleid en lopende programma’s.

Wat wordt er de komende periode gedaan? Naast het voortzetten van de activiteiten die eerder zijn opgestart, worden er ook nieuwe activiteiten ontwikkeld om alcohol- en drugsgebruik onder jongeren tegen te gaan.20 Er is hiervoor het actieplan Laat ze niet (ver)zuipen vastgesteld. De ambitie voor de komende periode is dat er minder overmatig en zwaar gedronken wordt in de gemeente Bunschoten. Door de focus op alcohol te leggen wordt automatisch ook ingezet op het verminderen van drugsgebruik. In het actieplan om drank- en hiermee ook drugsgebruik tegen te gaan zijn drie speerpunten opgenomen: ➢ Alternatieve activiteiten organiseren voor de jeugd. ➢ Praten met de jeugd over de cultuur rond vrije tijd en uitgaan en over het gebruik van drugs en/of alcohol. ➢ Betrekken van ouders bij het onderwerp alcohol en drugs in de gemeente Bunschoten. De eerste twee speerpunten zijn de afgelopen jaren al opgestart en worden nog verder uitgebreid. Daarnaast zetten de partijen de komende periode in op het betrekken van de omgeving van jongeren. Het is met name belangrijk dat de ouderbetrokkenheid wordt vergroot. Ouders hebben namelijk een belangrijke rol in de ontwikkeling van het alcoholgedrag van hun kinderen. Inmiddels is er een oudercomité opgezet.

Verder is er een aanbod opgezet voor zowel ouders als jongeren, waaronder preventie op school, straatwerk, inloopavonden en activiteiten voor jongeren en weerbaarheidstrainingen. Doel van dit alles om te zorgen dat jongeren minder en overmatig alcohol drinken.

Handhaving Naast preventie wordt er ook ingezet op handhaving. Met de horecaondernemers in het centrum van Spakenburg is een Convenant Veilig Uitgaan afgesloten. Daarin staan afspraken met verschillende partijen voor een veilig uitgaansklimaat. Alcoholgebruik in de horeca kan problemen geven in de inrichting zelf, maar ook in de openbare ruimte, zoals overlast of verstoring van de openbare orde. Structureel vindt er overleg plaats tussen de gemeente en de horeca om het uitgaan in goede banen te leiden.

19 20

Gemeente Bunschoten (2021). Tegengaan van alcohol- en drugsgebruik, preventieakkoordbunschoten.nl.

18

Vanuit regelgeving neemt de gemeente maatregelen om alcoholmisbruik tegen te gaan. Daarbij kan sprake zijn van een spanningsveld tussen de belangen van de gemeente en die van de horecaondernemers. Verkoop van alcohol is broodwinning voor de horecaondernemers en sportverenigingen. Daarnaast betekent regelgeving vaak een lastenverzwaring voor de ondernemers. Er wordt gestreefd naar een balans tussen enerzijds het ontmoedigen van alcohol onder jongeren en anderzijds het bieden van een goed ondernemersklimaat en sportklimaat voor horecaondernemers en sportverenigingen. In het gemeentelijke Handhavingsarrangement Drank en Horeca staat het stappenplan van bestuursrechtelijk optreden door de gemeente na constatering van een overtreding. De belangrijkste artikelen uit de Drank- en Horecawet, Opiumwet en de afspraken van het Convenant Veilig Uitgaan zijn hierin opgenomen. Bij deze artikelen en afspraken staan de te nemen maatregelen vermeld die toegepast worden bij overtreding. De maatregelen vloeien voort uit de verschillende handhavingsinstrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft om op te treden bij overtreding. Het handhavingsarrangement richt zich tot verschillende doelgroepen: horeca, paracommerciële instellingen, slijterijen, niet-vergunningplichtige bedrijven en evenementen. De gemeente zet ook bestuursrechtelijke middelen in om verwachte calamiteiten te voorkomen.

Zo legt de burgemeester tijdens voetbalwedstrijden met een hoog risico, zoals de voetbalderby tussen SV Spakenburg en VV IJsselmeervogels, een drooglegging op.21

21

Drooglegging rond Spakenburgse derby, De Bunschoter, 3 november 2022.

19

5

Alcoholgebruik en de strijd om grenzen stellen

In het vorige hoofdstuk lazen we dat de gemeente de intentie heeft om het alcohol- en middelengebruik en de overlast die daarmee gepaard gaat verder terug te dringen, ofschoon de dagelijkse praktijk nog wel eens weerbarstiger kan zijn dan sommigen wensen. Een coronacrisis met doordeweeks drinkende groepjes op veranda’s in de achtertuin laat zich moeilijk regisseren. Zeker in een dorp als Spakenburg, waar alcohol zo ingeburgerd is dat de omgeving soms weinig aanstoot neemt aan minderjarige drinkers. Een onderzoek van de GGD Eemland uit 2003 liet zien dat Bunschotense scholieren vaker alcohol drinken dan hun leeftijdsgenoten uit de regio.22 Uit meer recente cijfers blijkt dat het percentage jongeren uit Bunschoten dat alcohol drinkt de laatste tien jaar weliswaar fors is gedaald van 49% in 2011 naar 35% in 2021, maar nog steeds significant hoger ligt dan het regionale gemiddelde van 25%.23 Daarentegen is het percentage drinkers onder jongvolwassenen in Bunschoten (70%) vergelijkbaar met het regionale gemiddelde (73%).24

5.1 Professionals en jongeren over alcohol Om meer te begrijpen over de achtergronden van het alcoholgebruik en de culturele gevoeligheden komen eerst de professionals aan het woord om hun licht te laten schijnen over de alcoholcultuur, het problematische gebruik, de gezondheidsrisico’s of juist de hardnekkige ontkenning daarvan. Maar ook over de fluïde regels en grenzen rondom alcoholgebruik bij jongeren. Geconstateerd wordt dat er onvoldoende zicht is in welke mate jongeren drinken in de afwezigheid van hun ouders. Uit de verhalen van jongeren wordt meer duidelijk over de plek die alcohol al van jongs af inneemt in het thuismilieu, bij vrienden, na werk, sport of kerk, op de veranda en in de horeca. Ze maken deel uit van een cultuur, waar niet zo moeilijk wordt gedaan over een extra biertje of borrel (‘vis moet zwemmen’). Alcoholgevoelige beroepen Over de relatie werk en alcohol kan ook een studie van NIGZ mogelijk wat meer licht werpen op de vraag waarom het alcoholgebruik zo diep verankerd is in het dorp.25 De sectoren waar het alcoholgebruik het hoogst is, zijn: horeca, bouwnijverheid, landbouw, visserij en cultuur. In deze branches zitten relatief gezien ook veel probleemdrinkers. Het hoge percentage probleemdrinkers in de landbouw en de visserij wordt toegeschreven aan het hoge percentage mannen in deze sectoren.

Het misbruik van middelen onder werknemers hangt in negatieve zin samen met de status van het beroep en is geconcentreerd in de voedsel- en drankenindustrie, in het wegtransport en aan of op zee. De meeste problemen doen zich voor, ongeacht de aard van het beroep, bij jonge mannelijke werknemers. De volgende factoren hebben beroepsgroepen met een hoog risico voor alcoholproblemen gemeen:

22

23

24

25

Kool (2005). Percentages hebben betrekking op alcoholgebruik in de afgelopen 4 weken onder jongeren in leerjaar 2 en 4 van het reguliere voortgezet onderwijs (13-17 jaar). Bron: Buurtmonitor Jongeren, GGD regio Utrecht (cijfers onder ‘Leefstijl’, statistische vergelijking met regionale cijfers onder ‘Overzicht kerncijfers’). Percentages hebben betrekking op alcoholgebruik in de afgelopen 4 weken onder jongvolwassenen van 16 t/m 25 jaar. Bron: Buurtmonitor Jongvolwassenen, GGD regio Uitrecht (cijfers onder ‘Leefstijl’, statistische vergelijking met regionale cijfers onder ‘Overzicht kerncijfers’). Van der Maas (2006).

20

beschikbaarheid van alcohol op het werk - sociale druk om te drinken - afwezigheid van toezicht - een hoog of laag inkomen - bescherming door collega's - werkdruk, stress en gevaarlijke situaties - zwaar, warm of stoffig werk - ploegendienst en/of onregelmatige werktijden - verveling

5.2 Perspectief professionals Een maritieme oorsprong Volgens sleutelinformanten moet de diepgewortelde alcoholcultuur voor een belangrijk deel zijn oorsprong hebben in het maritieme verleden van het dorp. De tijd dat de Zuiderzee nog niet bedwongen was en vissers na terugkeer aan wal alcohol gingen drinken als beloning voor het harde werken. Mede door de groeiende welvaart (sinds de jaren 70 van de vorige eeuw) is het alcoholgebruik zo breed verspreid geraakt dat er gesproken wordt van ‘normalisering’ (in dit geval hoge prevalentie). Als je elke keer je omgeving hoort zeggen dat het normaal is om te drinken, dan ga je daar als jongere haast automatisch in mee. Er zijn genoeg plekken waar je als jongere in aanraking komt met alcohol: in het café, na het sporten, op de veranda met vrienden, op verjaardagen en op familiebezoek. Ook sportverenigingen hebben een aandeel in de populariteit van alcohol. Vera wijst op de sterke band tussen alcohol en voetbal. ‘Door het grote saamhorigheidsgevoel lukt het jongeren die niet willen drinken maar moeilijk om dat niet te doen. Als je daar bent dan drink je mee want de sociale druk is hoog.’ Mbo-docent Sari zegt dat ze zich er een keer over verbaasd heeft dat een groepje minderjarige studenten in de horeca op een terras in de middagpauze zonder moeite wijn konden bestellen.

‘Er heerst een sfeer van gedogen en wegkijken in het dorp als het om regels rond alcohol gaat.’

Rauwe rakkers Maar de alcoholcultuur laat volgens sleutelinformanten naast alle gezelligheid ook diepe sporen achter in de gemeenschap. De verhalen gaan over jongeren die bovenmatig veel drinken, vaders aan de drank en groepen die baldadig worden. Als we de verhalen van sommigen tussen de regels door laten resoneren dan is maathouden en grenzen stellen niet bepaald een sterke eigenschap: niet met werk of feesten, maar ook niet met drinken en drugsgebruik. Om een ander signaal te geven, drinkt Goos (predikant) met opzet niet meer als hij na afloop van een voetbalwedstrijd de kantine bezoekt. Zo wil hij laten zien dat hij zich ook zonder alcohol prima kan vermaken. Henk (jeugdwerker) voelt zich steeds meer klokkenluider. Voor zo’n klein dorp vindt hij dat veel jongeren problematisch drinkgedrag ontwikkelen. Veel van deze ‘rauwe rakkers’, zoals hij ze noemt, zijn jonge mannen in het praktijkonderwijs die ook al een aardig centje verdienen. De ontlading is soms al op de werkplek na werktijd. Door haantjesgedrag en hoge inname van alcohol en drugs zitten sommigen van hen al flink in de gevarenzone, ofschoon het stevige alcoholgebruik hier in het dorp door alle generaties loopt. Sari (mbo-docent) zit in een groepsapp van 17-jarige studenten en zegt inmiddels wel gewend te zijn aan de foto’s met tafels vol drank.

Willem (wijkagent) vindt 10 glazen per gelegenheid fors en is niet de enige die zich zorgen maakt over het oplopende promillage alcohol. ‘Het is jong geleerd, oud gedaan.’ Als ouders al veel drinken is het voor kinderen normaler, weet Sari. Jongeren halen vaak hun schouders op als zij het onderwerp

21

aansnijdt. Het antwoord is voorspelbaar. Ze vinden dat ze nooit te veel gebruiken: ‘Alles onder controle juf.’ Wie al vanaf jonge leeftijd fors begint te drinken loopt een grotere kans om te gaan snuiven, zegt jeugdwerker Henk. Hij ziet mannen met gezinnen op het voetbalveld die al jaren fors innemer zijn. Op plekken waar gedronken wordt zijn de glazen nooit leeg. Er staat al een vers biertje op de toog voordat de oude op is. Henk ziet dat de gezondheid achteruitgaat naarmate de jaren vorderen en herstel steeds langzamer verloopt. Het drinken wordt vaak vergoelijkt, als hij erover wil beginnen. Maar het werd niet door iedereen gewaardeerd dat hij een alcoholvrije verjaardag organiseerde. Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar een feest zonder alcohol is not done. Een drooglegging op een feest moet voor sommigen een unicum zijn geweest. Henk ontwaart echter een tegenbeweging, zij het nog pril, waarin alcohol niet meer centraal staat bij sociale activiteiten. Ook agent Willem kent zijn pappenheimers als er alcohol in het spel is. Op zaterdagavond wordt hier traditioneel veel gedronken. Jongeren zijn royaal met rondjes bier, Sonnema en andere sterke drank. Het drinktempo is hoog. Grenzen vervagen, mensen worden handtastelijker en baldadiger. De kans op agressie neemt toe. Een dronkaard aanspreken is kansloos, weet hij.

Reden dat de politie in dit soort situaties altijd de-escalerend probeert te handelen. Hoe hecht de groepen zijn, bleek ook tijdens corona, toen er in het dorp veel meer dan elders huisfeesten werden georganiseerd. Als Willem op een gemiddelde avond in Baarn twee meldingen had, dan telde hij er hier een stuk of tien. De veiligheid tijdens het uitgaan laat wel eens te wensen over als jonge mannen in beschonken toestand met elkaar op de vuist gaan, maar de rijen sluiten als de bedreiging van buiten komt. De aangiftebereidheid in het dorp is hierbij laag. Uiteindelijk kennen veel mensen elkaar toch. Op hangplekken zoekt Willem na een melding contact met groepen, waarbij hij een laagdrempelige aanpak heeft. Vertrouwen is belangrijk in een voortraject omdat het later van pas kan komen als hij een groepje op geluidsoverlast wil aanspreken. Sommigen zijn makkelijk te benaderen, terwijl hij over andere groepen wekelijks meldingen krijgt van openlijk drank- en drugsgebruik, vernielingen, brandstichting etc.

Ontkenning ouders gezondheidsrisico’s Volgens sleutelinformaten worden er weinig tot geen vragen gesteld over de schadelijkheid van (fors) alcoholgebruik bij jongeren én volwassenen, omdat de alcoholcultuur zo alom aanwezig is. Ouders doen vaak laks over alcohol; dingen thuis worden met de mantel der liefde bedekt. Ruim de helft van de ouders (54%) keurt alcoholgebruik van jongeren niet af.26 De cultuur hier is dat een grote groep ouders zijn kop in het zand steekt. Praten met ouders over (fors) alcoholgebruik bij (minderjarige) jongeren wordt vaak als een heikel punt ervaren. Er zijn veel ouders die de problematiek niet erkennen of herkennen. Daar komt bij dat de dorpsaard een mentaliteit heeft gecreëerd dat mensen hun eigen boontjes wel kunnen doppen. Signalen vanuit de omgeving worden

26

Percentage heeft betrekking op jongeren in leerjaar 2 en 4 van het reguliere voortgezet onderwijs die ooit een heel glas of meer alcohol hebben gedronken. Daarbij is er opvallend weinig verschil naar leeftijd. Van de drinkers in leerjaar 2 keurt 48% van de ouders hun alcoholgebruik niet af; van de drinkers in leerjaar 4 is dat 56%. Bron: Buurtmonitor Jongeren, GGD regio Utrecht (totale percentage onder ‘Overzicht kerncijfers’, percentages per leerjaar onder ‘Gemeenteprofielen’).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12629972/1