CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Alcohol drugs en opgroeien in Bunschoten def. versie.pdf

Commissie Samenleving 20 april 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Presentatie het Antenne-onderzoek (kwalitatief onderzoek naar het gebruik van alcohol en drugs)28.070 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Sommigen geloven dat een heropening van het politiebureau in het dorp kan bijdragen aan het aanpakken van het drugsprobleem en ook handhavers kan ondersteunen waar jongeren vaak minder respect voor hebben. Wijkagent Willem windt er dan ook geen doekjes om als hij vertelt over de drugsmarkt in het dorp, waar je sneller een pakje dan een pizza kunt bestellen. Ondanks dat het bureau is wegbezuinigd, probeert de politie achter de schermen bewijslast te verzamelen tegen personen in het drugsmilieu. Daarbij gaat het vooral om cocaïne, illegale medicijnen als ‘kattenogen’ (temazepam) en in beslag genomen lachgastanks. Hij wijst op een inmiddels afgerond drugsonderzoek, waarbij locaties met drugs werden opgerold en verschillende verdachten werden aangehouden. Volgens de wijkagent is er in het dorp een heftige gebruikersgroep, nauw verwant aan een harde kern voetbalsupporters, die soms reuring veroorzaakt. Verder krijgt de politie ook vanuit het dorp weleens meldingen van bewoners over mogelijke drugsdeals vanuit verdachte auto’s. Als er voldoende aanleiding is wordt er gecontroleerd, wetende dat de drugshandel een lucratieve business blijft en vrijgekomen posities door nieuwe spelers worden ingenomen. Maar van schaarste is sowieso nooit sprake, volgens Koen. Toen een dealer die ook aan zijn vriendengroep leverde werd opgepakt, bleven er nog zeker vijf nummers bereikbaar.

41

7

Zorg, hulpverlening en aandachtspunten sleutelinformanten

We constateerden eerder dat dorpsbewoners niet graag beginnen over persoonlijke en huiselijke problemen, laat staan dat je begint over alcohol en drugs die je leven zijn gaan beheersen. ‘Je moet ze met een lampje zoeken’, zegt Noor, en zelfs dan gaat het niet altijd van harte. Het durven aankaarten bij vrienden over je cocaïne- en/of alcoholprobleem is voor velen een grote stap. Aankloppen voor hulp is nog niet zo eenvoudig, zeggen de sleutelinformanten. Waarom dat zo is, wordt in dit hoofdstuk verteld. Froukje vertelt over een jongen die een poos geleden overleden is. In de periode daarvoor had ze verschillende gesprekken met hem. Hij stelde dat erg op prijs, maar vertelde dat niet tegen zijn vrienden. Met een vrouw over je drugsprobleem praten was niet bepaald stoer in zijn kringen. Na het afkicken was hij weer op het goede spoor. Na twee jaar viel hij weer terug, met fatale gevolgen. Zeker in een dorp is het niet eenvoudig je vrienden te ontlopen. Vrienden waar je samen mee op school hebt gezeten, achter de kraam hebt gestaan en je eerste sigaret en Sonnema mee hebt gedeeld. Een beeld dat in de verhalen naar voren komt, is dat menigeen het moeilijk vindt om vrienden aan te spreken die bij herhaling over de schreef gaan met alcohol en drugs. Die zichzelf langzaam te gronde richten zonder dat de omgeving ingrijpt.

Eerder schreven we dat het nogal eens moed vergt om zelf het gesprek hierover te beginnen. De houding van ouders is over het algemeen ontkennend of onwetend. In een dorp waar hard gewerkt wordt en klagen niet in het vocabulaire voorkomt, is het kennelijk een grote opgave om te zeggen dat het niet goed met je gaat. We eindigen het hoofdstuk met enkele aandachtspunten die sleutelinformanten belangrijk vinden in de aanpak en het bespreekbaar maken van problematisch middelengebruik.

Hulp van binnenuit Maar als niemand in de omgeving zich voldoende bekommert om het lot van iemand die zichtbaar ‘uit de bocht vliegt’, wat dan? Deze vraag stelde een jonge vrouw zichzelf toen een paar van haar vrienden ongecontroleerd begonnen te drinken, en er ook bij gingen snuiven. Na een paar akkefietjes in de groep was ze een paar jongens uit het oog verloren. Ze schrok toen ze een van hen weer tegenkwam in het dorp. Het ging haar aan het hart dat hij er zo slecht aan toe was en besloot tot actie: ‘alle kaarten moesten op tafel’. Maar ze besefte ook dat de jongen zich waarschijnlijk ‘genaaid’ zou voelen omdat ze een ‘vriendencode’ doorbrak, namelijk het schenden van loyaliteit. Haar moeder kreeg als eerste te horen wat er allemaal speelde in de groep. ‘Het begon echt uit de hand te lopen. Het was niet meer alleen in het weekend, maar elke dag, elk moment als we elkaar zagen. Toen ik een vriend aansprak die begon te stelen haalde hij zijn schouders op. Hij raakte uit beeld maar kwam weer terug omdat hij de groep miste. Hij is er slecht aan toe. Zelfs als we een stukje gaan lopen om te praten heeft hij bier bij zich. Een andere vriend gebruikte zoveel miauw (3-MMC) dat hij aanvallen van agressie kreeg en dreigde om mij op de bek te slaan. Dat is mij al drie keer overkomen.’ (Vrouw, 22 jaar)

Dat ze zich zorgen maakte en begon door te vragen, werd haar in eerste instantie niet in dank afgenomen. Waar bemoeide zij zich mee?! Het hoort allemaal bij het patroon van ontkenning, weet 42

Noor uit ervaring. Het voelde in eerste instantie als roeien tegen de stroom in. Hulp vragen in zo’n kleine gemeenschap is al snel iets om je voor te schamen. ‘Door hulp te vragen toon je zwakte. Het gaat hier vaak over de sterkte en zwakte schaal.’ Toen Noor later door de jongen werd bedankt voor alle steun, sterkte dat haar in het idee dat de oplossing ook ‘van binnenuit’ de groep kan komen. Noor is hem ook dankbaar, omdat hij ondanks zijn aanvankelijke verzet uiteindelijk koos voor het pad van herstel. De sleutelinformanten zien verschillende belemmeringen die vragen om hulp en het proces van herstel kunnen vertragen. ❖ Schaamtecultuur. Hierdoor worden interventies uitgesteld of vertraagd. Met als gevolg dat de problematiek zich bij de hulpbehoevende verder verdiept. Wie schaamte voelt, durft vaak niet de eerste stap te zetten; zoekt de schuld eerst bij zichzelf in de hoop die ook zelf op te kunnen lossen. Maar bij (beginnende) afhankelijkheid van alcohol, cocaïne of 3-MMC is dat nog niet zo eenvoudig als sommigen denken. ‘De mentaliteit in het dorp is zelfredzaamheid en daar is op zich niks mis mee. Ze willen laten zien van: ik kan dat gewoon, ik heb daar geen last van en leidt m’n leven ondanks alles gewoon door. Maar het probleem erkennen als het echt niet goed gaat blijft lastig. Dan komt hulp vaak te laat.’ (Vera, sociaal werker)

❖ Sociale controle. Jongeren voelen zich belemmerd om een probleem in vertrouwen aan te kaarten. Ze zijn bang voor afwijzing van omstanders, maar ook om ‘over de tong te gaan’ bij zelfs je beste vrienden in het besef dat ook zij niet altijd hun mond kunnen houden naar de buitenwacht.

Aandachtspunten Niemand is heilig. Iedereen doet wel eens domme dingen. Wie over zijn eigen zwakke momenten kan praten, doorbreekt het decorum van onfeilbaarheid. Je wordt juist weerbaarder als je over je eigen fouten durft te praten zonder bang te zijn voor de reactie van anderen. Verschillende sleutelinformanten zeggen dat er te weinig hulpgesprekken plaatsvinden met jongeren in nood. Gelet op alle gevoeligheden zijn er toch een paar ideeën die het stilzwijgen kunnen doorbreken. De ervaring leert dat de recht-voor-zijn-raap gesprekken tussen vrienden (achteraf gezien) vaak de meeste indruk hebben gemaakt. ❖ Psychologische spiegel. Draai het om en maak van je zogenaamde ‘zwakte’ je kracht. Het getuigt van moed om vragen durven te stellen in je vriendengroep, jezelf ter discussie te stellen en te beoordelen in plaats van alleen maar anderen de maat te nemen en te bekritiseren. Het vergt moed om je falen te accepteren en te kijken hoe het ook anders kan, ja zelfs anders moet. De sterke persoon is juist degene die zich niet laat meesleuren in het liederlijke gedrag van het collectief. Vergoelijk je eigen gebruik niet door alleen maar te wijzen naar anderen in de groep die ‘nog erger’ zijn. ❖ Ervaringswerker. Train en/of zet een ervaringswerker (buddy/sponsor) in die naturel geloofwaardig is en vertrouwen wekt. Iemand die zelf open is over zijn levensverhaal, die luistert

43

en niet meteen een moreel oordeel velt. Iemand waar je je veilig bij voelt en ook ‘zwak’ bij mag zijn, zonder dat het gevolgen heeft of als een nadeel wordt ervaren. ‘Het zou helpen als jongeren contact op kunnen nemen met een buddy waar ze ook op het mentale vlak mee kunnen sparren. Het moet wel iemand zijn die uit hetzelfde hout gesneden is en begrijpt wat er gebeurt als iedereen het op een zuipen zet en je meegezogen wordt. Iemand aan wie je kunt vragen hoe hij dat toen heeft opgelost. Iemand met overtuiging die tegen je zegt dat het niet verstandig is als je ook op dinsdagavond gaat drinken.’ (Man, 22 jaar)

❖ Rolmodel. Het inzetten van een rolmodel (credible messenger) kan ook leiden tot een positiever zelfbeeld. Een positief rolmodel kan een baken zijn voor jongeren die geen rem meer hebben op hun drink- en snuifgedrag. Iemand die vertelt hoe het is om tegen de stroom in te zwemmen, die gelooft in eigen kracht, soeverein is en de toorn van de meerderheid niet vreest. Iemand waar jongeren zich makkelijk in herkennen en mee kunnen identificeren. ‘We maken wel eens grappen over de Moedige Moeders, omdat het daar alleen maar over de hele heftige gevallen gaat. Het is goed dat ze er zijn, maar jongeren kunnen zich daar niet mee associëren.’ (Man, 22 jaar)

❖ Creëer veiligheid. Een vertrouwenspersoon (zoals bij De Boei) of een coach is goud. Iemand die de mores en de gevoeligheden van het dorp kent. Een persoon die kan doordringen tot het probleem, die een sfeer kan creëren waardoor mensen in een eerder stadium hulp durven zoeken. ‘Het contact moet anoniem zijn. Je kunt bij zo’n coach ook terecht op momenten dat je het moeilijk hebt.’ (Man, 22 jaar)

❖ Minder lange werkuren. Er moet meer toezicht, maar ook meer informatie komen (bij jonge werknemers en werkgevers) over de negatieve gevolgen (lichamelijk en geestelijk) van structureel lange werkdagen en te weinig slaapuren bij jongeren en jongvolwassenen. Een deel van hen compenseert en verdooft de negatieve gevolgen voor de gezondheid met soms stevig alcohol en drugsgebruik. ❖ Meer aandacht in opvoeding. Het gezegde ‘niet zeuren maar doorwerken’ negeert de behoefte van jongeren aan emotionele verbondenheid in het gezin. De familie is belangrijk, maar de emotionele band met kinderen is soms zwak ontwikkeld, zeggen sommige professionals. Met name in gezinnen met hardwerkende ouders worden de noden van kinderen snel over het hoofd gezien. Ouders zouden vaker van hart tot hart met hun kinderen moeten communiceren. Breng meer (emotionele) tijd door in belangrijke levensfasen van kinderen. ‘Als je bij oma en opa op de koffie bent geweest, dan voldoe je aan het ideaalplaatje van een Spakenburgs gezin. Maar ouders kunnen beter wat meer moeite doen om tot het gevoelsleven van hun kinderen door te dringen.’ (Goos, dominee)

❖ Thuis minder alcohol schenken. De schadelijkheid van alcohol wordt door veel dorpelingen als een fictief probleem gezien. Er is een lage opkomst bij alcoholvoorlichting. Probeer ouders er meer bij te betrekken door ze zelf ook vragen te laten beantwoorden. Dit vergroot de kans dat het gesprek ook thuis wordt gevoerd. Fors alcoholgebruik vergroot de opstap naar hardere middelen. Begin met duidelijke regels stellen voor alcohol. 44

❖ Biedt goede nazorg. Er zijn te weinig succesverhalen van jongeren die afkicken in een verslavingskliniek en na terugkomst in het dorp voor lange tijd abstinent blijven. Sommigen zijn beter af als ze niet meer in hun oude omgeving komen. ‘Een coach zou wel een idee zijn. Die jongen was 2 jaar clean en kreeg toch weer een terugval. Hij kon niet omgaan met de druk van bepaalde vrienden. Hij praatte (over zijn problemen) alleen als ie drank op had. Hij wilde alles alleen dragen en had een schuldgevoel naar zijn ouders dat hij spijt had.’ (Vrouw, 29 jaar)

45

8

Naar een breder draagvlak voor een gezamenlijke aanpak

In de afsluitende focusgroep werd door de onderzoekers eerst een beeld van het dorp geschetst dat uit de verhalen van sleutelinformanten werd opgetekend: het hoge arbeidsethos, de invloed van het geloof, de bourgondische leefstijl, de competitiedrang, de hechte familiebanden en je eigen boontjes kunnen doppen.45 Op basis van het onderzoek werden vier gespreksthema’s aan de focusgroep voorgelegd, met de vraag of ze dit beeld herkenden en of er aanknopingspunten zijn die de problematiek rondom middelengebruik meer beheersbaar kunnen maken. Kortom: wat gaat er goed, wat kan beter en wat moet er veranderen om meer greep te krijgen op het problematische alcohol- en middelengebruik onder jongeren en jongvolwassenen? De informatie uit de focusgroep combineren we met ideeën die sleutelinformanten al eerder opperden in de voorgaande hoofdstukken over de aanpak van de middelenproblematiek. Omdat de gespreksthema’s elkaar enigszins overlapten in de focusgroep hebben we ze hier teruggebracht naar drie thema’s.

Samenhang dorpscultuur en verankering middelengebruik Het is de focusgroep niet ontgaan dat middelengebruik een vast onderdeel is geworden van een jongerencultuur die ook existeert in Spakenburg. Ook nieuwe middelen als ‘poes’ (3-MMC) worden vroeg of laat bekend in het dorp, weet de wethouder. De burgemeester vult hem aan: ‘Ze zeggen hier dat alles wat in Amsterdam te koop is ook in Spakenburg is te verkrijgen.’ De voortschrijdende festivallisering heeft er eveneens ertoe geleid dat veel dorpsjongeren op zaterdag met feestbussen het land intrekken naar festivals. Dit zou ten koste zijn gegaan van de lokale horeca die tien jaar geleden nog stampvol zat in het weekend. ‘Het overgrote deel van het dorp loopt op festivals en trekt van feest naar feest.’ Ook de popularisering van de verandacultuur, die een extra impuls kreeg tijdens de coronacrisis, moet niet worden onderschat. Dat jongeren de lokale horeca vaker mijden vanwege de gestegen prijzen, wordt betwijfeld. Ze verdienen immers genoeg. Mogelijk speelt de populaire verandacultuur een rol in het temperen van het cafébezoek. ‘Ze hebben de zakken vol en komen vooral om te socializen.’ Als er gedronken wordt zijn het vaak shotjes die effect hebben in de korte tijd dat ze uitgaan, want ook het tijdstip is verlegd. Wilde je er vroeger al om 21.30 uur zijn; nu is dat pas twee uur later, als de verandafeestjes op hun einde lopen.

De focusgroep is het erover eens: ‘Hoe meer veranda’s, hoe meer er thuis gedronken wordt.’ Wat het drugsgebruik betreft ben je geen outlaw meer als je blowt, ecstasy gebruikt of een lijntje snuift. ‘Vroeger zat je ergens in een hoek, maar nu wordt het herkend. De dorpsschande is wel afgenomen.’ Als gevolg van deze ontwikkeling is er een breder besef dat jongeren naast alcohol ook vaker drugs zijn gaan gebruiken en gezien hun werkdrift en inkomen op jonge leeftijd zich ook pakjes cocaïne kunnen veroorloven. Dat er tegenwoordig wat minder streng wordt geoordeeld in het dorp verkleint de kans op uitsluiting. Maar er zijn grenzen als jongeren zich er niet aan kunnen onttrekken

45

De focusgroep vond plaats in De Boei en bestond uit de burgemeester, de wethouder sociaal domein en gezondheid en een zestal professionals met kennis van de lokale alcohol- en drugsproblematiek bij jongeren en jongvolwassenen. Sommige deelnemers zijn geboren en getogen in Bunschoten-Spakenburg.

46

wanneer er openlijk wordt gebruikt. Volgens de focusgroep zijn er genoeg jongeren die niet mee willen gaan in het gebruik en ook weten dat ze de plekken (o.a. afterparties) waar het op tafel ligt moeten mijden. Behalve ‘setting’ is ook de invloed van ‘set’ belangrijk, de betekenis die jongeren geven aan hun gebruik. Wordt er alleen incidenteel (recreatief) gebruikt of vooral problematisch als gevolg van onderliggende problematiek? Verder wordt geconstateerd dat stimulantia als cocaïne en amfetamine ook functioneel worden gebruikt, los van de feestcultuur. Zijn de lange werkdagen met bijkomende moeheid en stress en het forse alcoholgebruik risicofactoren die het gebruik van stimulantia bestendigen? Dit blijkt een gevoelig punt in de focusgroep. Men is bekend met het fenomeen dat er soms cocaïne op tafel komt om de sloomheid van alcohol te temperen. Maar wat als deze tafel gelinkt is aan de werksetting waar collega’s na afloop van een lange dag of week besluiten om samen te gaan drinken en snuiven? Op dit punt wordt het glad ijs, hoewel verschillende sleutelinformanten kunnen vertellen over de vervaging van grenzen tussen gebruik en werk waar vooral productie (o.a. fileren, schoonmaken) wordt gedraaid. Jongeren in het dorp staan erom bekend dat ze hard werken en echte aanpakkers zijn die niet zo snel klagen.

Ook vanuit deze groep komen de verhalen over het gebruik van stimulantia op het werk. Het blijft gissen naar de schaal waarop het voorkomt en of de bedrijfsleiding daar weet van heeft. Er zijn bedrijven die hier serieus op letten en waar het niet wordt gewaardeerd wanneer jonge werknemers louter 12-urige werkdagen draaien. Dit laat onverlet dat er ook plekken zijn waar sprake is van een ‘ongezonde bedrijfscultuur’, langer doorwerken wordt aangemoedigd en waar minder scherp gelet wordt op de arbeidsomstandigheden en omgangsvormen op de werkvloer. In aanraking komen met cocaïne in een ongezond werkklimaat ontstaat ook in hechte haast familiaire groepen die werkweken draaien van 60-70 uur en de lasten op zekere momenten met cocaïne en alcohol temperen. Wie als jong knaapje in zo’n milieu begint, wordt hier vroeg of laat mee geconfronteerd. Ook de drugsmarkt komt aan de orde. Het is bekend bij professionals dat jongeren (het zou om enkele tientallen gaan) geronseld worden voor klusjes in het criminele circuit, als loopjongen bijvoorbeeld of voor het verbergen dan wel vervoeren van partijen drugs of geld. De handel zit volgens sommigen in alle lagen van de bevolking. De burgemeester vindt het frustrerend dat jongeren betrekkelijk eenvoudig aan illegale middelen kunnen komen en zwijgen waar het vandaan komt. De loyaliteit naar elkaar is groot.

Verklikken of iemand aangeven doe je hier niet, mede omdat je daarmee ook in het vaarwater kan komen van spelers die daar niet zijn van gediend. Het aantal meldingen van drugsverkoop c.q. -handel blijft laag. Tot frustratie van sommige bestuurders kan er wegens geringe politiecapaciteit onvoldoende worden doorgepakt.

Een dunne lijn tussen recreatief en problematisch gebruik In de praktijk blijkt dat een positieve bekrachtiging van riskant drinkgedrag (o.a. drankspelletjes) het dagelijks leven van jongeren en jongvolwassenen soms flink kan ontregelen. Zeker als dit ook nog gepaard gaat met (fors) drugsgebruik. Uit de verhalen van professionals en jongeren komt soms een patroon naar voren van ontsporing, een soort snelkookpan waarbij een groep of enkele leden daarvan in kort tijdsbestek op drift geraken en op mateloze wijze met verschillende middelen (amfetamine, ecstasy, GHB, cocaïne) gaan experimenteren, vaak vergezeld met veel alcohol. Het 47

gebruik kan in een relatief korte tijd (van maanden) tot een wat langere periode (paar jaar) ontaarden in een fase van chronisch gebruik, die met soms (ernstige) lichamelijke en geestelijke gezondheidsklachten gepaard gaat. Sommigen in de focusgroep zijn bekend met groepsuitspattingen, hoewel die voornamelijk tot het weekend beperkt blijven. Ondanks alle sociale controle weten deze aberraties zich toch goeddeels aan het oog van ouders en/of opvoeders te onttrekken. In het oudercomité vertellen ouders dat ze het moeilijk vinden om met hun kinderen over drugs te praten. Vanuit de preventiekant wordt gezegd dat een gesprek daarover meer beschermend kan zijn dan alles simpelweg blijven ontkennen. ‘Sta experimenteren binnen bepaalde kaders toe en corrigeer als afspraken worden geschonden.’ Met alcohol is het weer een ander verhaal, want dat is volledig geaccepteerd in de dorpscultuur. Een psycholoog in de focusgroep hierover. ‘Kritiek op alcohol wordt al snel als zeuren gezien. Bij drugs zitten de mensen anders in de wedstrijd. Zolang het bij alcohol blijft is het niet zo erg.’ Veel ouders hebben liever dat hun kinderen thuis op de veranda drinken dan in de kroeg. Ook als ze minderjarig zijn, terwijl ze dan feitelijk nog niet eens naar het café mogen. Drinken onder de 18 jaar lijkt eerder regel dan uitzondering in het dorp.

Uit cijfers van de gezondheidsmonitor van de GGD uit 2021 blijkt dat 35% van de 13-17-jarigen in Bunschoten alcohol drinkt. Dat is weliswaar minder dan tien jaar geleden (49%), maar nog steeds boven het landelijk gemiddelde van 29%.46 De focusgroep toont zich verbaasd dat er thuis nauwelijks discussie is over het alcoholgebruik bij jongeren, zelfs als er flessen Sonnema worden ‘weggetikt’. De generatie die nu drinkt heeft menig preventieprogramma doorlopen op school en weet wat er fout kan gaan. Toch gaan er genoeg voor de bijl vanwege de hele structuur eromheen, zeggen professionals die ook de coronacrisis als boosdoener aanmerken. Op je 14e je eerste pilsje is niet ongewoon in een cultuur die positief tegenover alcohol staat. ‘Maar hoe jonger je begint, hoe kwetsbaarder je wordt voor stevig gebruik op latere leeftijd.’ (Dit staat nog even los van de mogelijke genetische kwetsbaarheid en het feit dat in sommige families veel meer alcoholisme voorkomt dan in andere). Als daar ook nog cocaïne bij komt, kan het hard gaan met de aftakeling. In de focusgroep worden verschillende voorbeelden gegeven van problematische gebruikers wier vroege startfase van alcohol en cannabis (11-13 jaar) ongemerkt is gebleven bij de ouders en die op verschillende terreinen in de ontwikkeling al benedenmaats presteren.

Echter, bij geslaagde jongeren is alcohol ook niet weg te denken als er iets wordt gevierd. Dat valt docenten tenminste op als ze de jeugd na het behalen van hun diploma thuis gaan feliciteren en getuige zijn van soms buitenproportioneel alcoholgebruik. In navolging van de professionele sleutelinformanten vindt ook de focusgroep dat veel ouders weinig besef hebben van middelengebruik en vaak onwetend zijn van de gezondheidsrisico’s van alcohol bij jongeren. Maar ook de groepsdruk onder ouders mag niet worden onderschat. Degene die een norm stelt moet stevig in zijn schoenen staan. Veel ouders willen er immers niet van worden beschuldigd dat hun kinderen door de strenge regels thuis niet populair zijn in de vriendengroep. Daar tegenover staan weer ouders die zelfs alcohol inkopen voor hun minderjarige kroost. Stuntacties bij slijterijen

46

Bron: Buurtmonitor Leefstijl, GGD regio Utrecht.

48

en promotie van drankspelletjes stuwen de consumptie verder op en ook via sociale media weten jongeren elkaar te vinden als ze besluiten om te gaan zuipen.

Omgaan met problematisch alcohol- en drugsgebruik en het vragen van hulp Er vallen soms slachtoffers in het dorp, hetgeen de discussie telkens doet oplaaien wat de jeugd bezielt en wat ertegen te doen is. De leefwereld van jongeren staat wat drugsgebruik betreft verder af van de oudercultuur dan bij alcohol het geval is en wellicht ook bij cannabis. Maar 3-MMC, ketamine, GHB en zelfs ecstasy zijn vaak onbekende middelen voor ouders. Eerder al vertelden sleutelinformanten (professionals en jongeren) dat jongeren aanvoelen of ouders open staan voor een gesprek over middelengebruik. Ouders die ervaring hebben met ecstasy of zijn behept met liberale opvattingen, zijn makkelijker benaderbaar voor vragen over drugs, dan ouders die hier geen woorden aan vuil willen maken. Op ‘sociaal emotioneel’ niveau is het karig gesteld, zeggen professionals. Het abstinentieparadigma dat sommige partijen in het dorp huldigen, wijst het idee af dat zelfregulering van drugsgebruik mogelijk is. Volgens deze filosofie is onthouding van drugs de beste preventie. Om dit beeld kracht bij te zetten wordt er in het narratief vaak verwezen naar slachtoffers van middelengebruik. De jongeren zelf, maar ook professionals wijzen erop dat de meerderheid alleen middelen gebruikt op momenten die het toelaten.

Toch is de grens tussen ‘recreatief’ en ‘problematisch’ lang niet altijd helder en ook moeilijk bespreekbaar tussen vrienden of collega’s. (Zie ook hoofdstuk 5). Tegelijkertijd is er ook het besef in de focusgroep dat praten met elkaar over onwenselijk gedrag niet automatisch tot een oplossing leidt. De burgemeester snijdt een gevoelig punt aan wanneer het met iemand aantoonbaar fout gaat en dorpsgenoten daar al snel negatief over oordelen, zonder te weten wat er speelt. Anderen in de focusgroep geven voorbeelden van mensen die een roerige jeugd hebben gekend, maar al lang een ander leven leiden. ‘Het blijft lastig inschatten of je ooit verlost wordt van zo’n stigma’, vindt de directeur van De Boei. We constateerden eerder al dat dorpelingen in nood (bij controversiële issues) niet zo snel aan de bel zullen trekken en vaak denken dat ze het zelf wel op kunnen lossen. De onderliggende angst is dat niemand in een kwaad licht wil komen te staan bij anderen. Het schaamtegevoel over je eigen falen houd je liever voor jezelf in plaats van je te moeten verantwoorden tegenover het collectief. Maar dit beschermingsmechanisme heeft een tijdelijke houdbaarheidsdatum als er verder niets verandert. In dit licht bezien moet er (o.a. door preventie) meer worden gelet op groepsleden c.q.

peers die zich in willen zetten voor vrienden die hulp nodig hebben bij het aanpakken van hun problematische gebruik. Jongeren zijn erg gevoelig voor een waardeoordeel van hun vrienden. Versterk de positieve kracht van vrienden die compassie tonen. Een verandering ‘van binnenuit’ door middel van een peer-tot-peer benadering kan een krachtig signaal zijn (zie hoofdstuk 7). Volgens de professionals die cliënten hebben begeleid of dorpelingen kennen met een verslavingsverleden, is de sociale omgeving een belangrijke voorspeller in hoeverre iemand na het afkicken zijn of haar leven in het dorp weer op kan pakken en de verleiding van drank en drugs kan weerstaan. De ervaring leert echter dat degenen met een zwak sociaal vangnet hier de meeste moeite mee hebben. Maar de keuze om niet terug te keren is eveneens een hard gelag. ‘Sommigen zeggen dat ze nog liever doodgaan dan dat ze moeten verhuizen.’ Wie investeert in een sterk 49

netwerk met een kring van familie en vrienden die kunnen inspringen op moeilijke momenten, vergroot de kans om niet in oude patronen terug te vallen.

Wat nu? Met het oog op de bevindingen uit het onderzoek, aangevuld met eigen ervaringen en impressies, is iedereen in de focusgroep het erover eens dat de tijd rijp is voor een nieuwe stap. Doel is het creëren van een breder draagvlak in de gemeenschap bij de aanpak van het middelengebruik, met in eerste instantie vooral aandacht voor de alcoholproblematiek onder jongeren die in het dorp nog te weinig wordt onderkend, maar bij een substantiële groep op termijn tot veel gezondheidsschade kan leiden. In de slipstream van alcohol op jonge leeftijd neemt ook de kans op problematisch middelengebruik toe. In de focusgroep worden verschillende punten aangestipt die het vroege alcoholgebruik bij jongeren moeten voorkomen dan wel afremmen. Daarbij wordt opgemerkt dat er in de afgelopen jaren al verschillende initiatieven zijn gestart door verschillenden organisaties (o.a. De Boei, WayPoint, Moedige Moeders) die begaan zijn met het dorp en aandacht hebben gevraagd voor de gezondheidsrisico’s van drugs en alcohol, evenals de randverschijnselen met impact op het dorp (o.a. overlast, dronkenschap, vechtpartijen, verkeersongelukken etc.). Maar de burgemeester hoopt ook dat de negatieve uitwassen van middelengebruik meer mensen aan het denken zetten en dat het dorp zich meer gaat mobiliseren, kortom dat er meer draagvlak komt voor een stringenter beleid.

De focusgroep spreekt de wens uit dat er meer discussie komt over het forse alcoholgebruik op jonge leeftijd, waarbij de economische belangen van sommige partijen meer ondergeschikt worden gemaakt ten faveure van de algemene gezondheid van de gemeenschap, in het bijzonder die van (kwetsbare) jongeren.

Meer regie Sommigen vragen zich af of alle initiatieven wel even effectief waren, en pleiten voor meer regie vanuit de gemeente. ‘Een integrale aanpak ontbreekt. Het is nu nog te vaak een lesje hier en een lesje daar’, vindt een maatschappelijk werker. Veel initiatieven hangen als los zand aan elkaar. Een groepsaanpak, samenwerking met bedrijven, het ondertekenen van een preventieakkoord; allemaal goede bedoelingen maar de zorgen blijven er niet minder om. De aanpak moet dus meer gestructureerd én het moet ook werken voor dit specifieke dorp. Wees er alert op dat het draagvlak bij de bevolking niet afneemt bij de aankondiging van meer regelgeving. Verder kan het ook geen kwaad om in de aanpak vaker samen op te trekken met vergelijkbare dorpen met een soortgelijke thematiek/problematiek.

Creëer draagvlak Er worden verschillende ideeën geopperd die enerzijds liggen in de juridische sfeer van (meer) duidelijke grenzen aangeven en daar ook op handhaven. Maar misschien nog wel belangrijker is dat er ook een serieus gesprek op gang moet komen tussen dorpsbewoners en maatschappelijke groepen over de gezondheidsrisico’s van bovenmatig alcoholgebruik bij jongeren en jongvolwassenen. Volgens de focusgroep zijn er nog veel ‘heilige huisjes’ omtrent alcohol te beslechten. ‘Je gaat wel op het geld zitten als je erover begint’, vindt een deelnemer. In een cultuur die sociaal zo met elkaar is verweven, voelt het soms onwennig aan om over de nadelige kant van 50

alcohol na te denken en welke negatieve impact deze heeft op de gemeenschap. De meesten zijn het erover eens dat er iets moet gebeuren, maar geven ook aan dat dit een proces van lange adem is. Door de eigengereide cultuur en afkerigheid van het gezag nemen de mensen niet zo snel iets aan van een ander of ‘van boven’. Professionals, maar ook jongeren, weten uit ervaring dat het doorbreken van de sociale code (een kritische houding naar alcoholmisbruik) tot onbegrip of zelfs boze reacties kan leiden. Alcohol is per slot van rekening ook de kurk waar de economie en het feestelijk vertier op drijft. Wie daaraan wil gaan morrelen moet een goed verhaal hebben. In de aanbevelingen (pag. 57) wordt daartoe een eerste aanzet gegeven.

51

9

Samenvatting & conclusies

In opdracht van de gemeente Bunschoten heeft de Hogeschool van Amsterdam onderzoek gedaan naar alcohol- en middelengebruik bij jongeren en jongvolwassen. Doel van het onderzoek is meer inzicht krijgen in jongerenculturen en riskant middelengebruik onder jongeren en jongvolwassenen in de gemeente Bunschoten. Een onderzoek waar de Stuurgroep Preventie Middelengebruik behoefte aan had om ouders én jongeren beter te kunnen bereiken bij het zetten van nieuwe stappen in de aanpak van de alcohol- en drugsproblematiek. Aan de hand van een topiclijst werden uitgebreide interviews gedaan met elf sleutelinformanten die vanuit verschillend perspectief over de leefwereld van jonge dorpelingen vertellen. Vijf sleutelinformanten reflecteren hierover als professional (sociaal werker, predikant, onderwijscoördinator, wijkagent en maatschappelijk hulpverlener) en vanuit het contact die elk van hen in die hoedanigheid heeft met jongeren. Daarnaast geven zes jongeren (geworven via een flyer) meer inzicht over de jongerencultuur in het dorp en de rol die alcohol- en drugs daarin speelt. Niet alle jongeren die werden geïnterviewd hebben ervaring met drugs, maar wel met alcohol. In tegenstelling tot professionals vertellen jongeren meer van binnenuit over opgroeien in het dorp, school, werk en hun vrijetijdsbesteding met vrienden.

Al langer komt het problematische alcohol- en drugsgebruik onder jongeren in de gemeente Bunschoten met tussenpozen negatief in het nieuws. Verschillende kwartiermakers en groeperingen luidden meermaals de noodklok en spraken hun bezorgdheid uit over verslaafde jongeren. Sommigen zijn van mening dat drugs, hoewel ongewenst, niet meer zijn weg te denken uit het leven van jongeren, waarbij het gebruik zich grotendeels in het verborgene afspeelt en een ongrijpbaar probleem blijkt. Dergelijke geluiden klinken ook in andere vissersdorpen (o.a. Volendam, Urk, Katwijk) waar van een overeenkomstige problematiek sprake lijkt. De dorpen zijn in meerderheid gelovig, met een hoog arbeidsethos en een gesloten cultuur met hechte familiebanden. Van jong tot oud wordt het hier al vroeg met de paplepel ingegoten: niet klagen maar doorpakken, is het devies. De groeiende media-aandacht voor deze ‘mediagenieke vissersdorpen’, wekte ook belangstelling bij sociale wetenschappers die het middelengebruik onder de loep gingen nemen, in het bijzonder cocaïne. Met als doel meer te begrijpen over aard, omvang en patronen van gebruik in rurale jongerenculturen. De studies richtten zich daarbij niet op (hippe) jongeren woonachtig in de dichtbevolkte Randstad, maar eerder op het lokaal maatschappelijke discours van drugsgebruik in de leefwereld van vaak witte hardwerkende jongeren.

Hoewel de beeldvorming in de media vaak anders doet vermoeden, betoogden criminologen (o.a. Kool en Korf) dat de discussie over het zogenaamde ‘drugsprobleem’ vaak vanuit een moreel discours wordt gevoerd en is gebaseerd op een abstinentiegedachte (onthouding van drugs) waar gereguleerd gebruik haast niet lijkt te bestaan. Dit leidt tot zorgen, ondanks dat een meerderheid van de jeugd recreatief gebruikt en er geen sprake is van een collectief drugsprobleem bij het jonge deel.

52

Dit laat echter onverlet dat er evengoed jongeren en jongvolwassenen zijn die door hun problematische middelengebruik op betrekkelijk jonge leeftijd maatschappelijk ontsporen. De sleutelinformanten zijn bevraagd over de set en setting van gebruik en welke risicofactoren mogelijk bijdragen tot grensoverschrijdend gebruik en risicogedrag in groepsverband. Daarbij is ook sprake van uitsluitingsmechanismen. In een dorp waar ‘iedereen elkaar zegt te kennen’, is het een hard gelag wanneer iemand door de gemeenschap of vriendengroep vanwege deviant gedrag in een kwaad daglicht wordt gezet. Wie eenmaal een ‘stempel’ heeft komt daar moeilijk meer vanaf. Zelfs als je je leven weer op de rails hebt. Zwijgzaamheid en loyaliteit naar elkaar spelen daarbij een rol. Dit kan er ook toe leiden dat men tegenover de gemeenschap liever de schone schijn ophoudt dan het probleem (in dit geval alcohol en/of drugsverslaving) te benoemen. Zolang niemand het voortouw neemt en hulp aanbiedt, kunnen dergelijke problemen volgens sleutelinformanten leiden tot onnodig leed en verdriet.

Positieve en negatieve kenmerken van het dorp Om de aard van middelengebruik en gedragspatronen daaromtrent beter te kunnen duiden, kan een typering van het dorp, de omgeving en leefwereld van jongeren al enige helderheid geven. In de gesprekken met sleutelinformanten over hoe zij het dorp zien en typeren (historisch, economisch, cultureel en mentaliteit) springen er telkens een paar kenmerken uit die als positief of eerder als negatief worden gezien. Deze kenmerken en de daaruit voortvloeiende kwetsbaarheden zijn samengevat in een overzicht op pagina 59. Het dorp leunt op een solide lokale economie (vis en koek) die veel werkgelegenheid biedt en ook voor jongeren goed betaalt. Hard en veel werken wordt indachtig voorgaande generaties niet geschuwd. Het inkomen loont en er is onderlinge solidariteit (meehelpen, invallen bij ziekte etc.) om de business (koek en viskramen) door te laten draaien. Ook aan de productiekant (fileren van vis) is ‘dag en nacht’ werk. Fileren en vis verkopen is voor ‘doorzetters’ en ‘aanpakkers’. En daar bulkt het hiervan, vinden dorpelingen. Deze masculiene waarden worden ook tegenover buitenstaanders vaak gekoesterd. De Spakenburgse jeugd staat ook bekend om zijn mondigheid en competitieve teamspirit die volgens sommigen wordt aangewakkerd door het werken op de markt en in de sport.

De ligging van het dorp, de visserijhistorie en de algehele trots versterken de autonomie. Er is een sterk wij-zij gevoel en onderlinge loyaliteit die ervoor zorgt dat de rijen gesloten blijven als de situatie daarom vraagt. Voor veel jongeren is het dorp een anker, met een hecht familieleven en sterke banden met het geloof. De meerderheid is verknocht aan het dorp en wil hier graag blijven wonen. Naast het opsommen van positieve kenmerken lijken de negatieve vaak een spiegel daarvan. Door een hang naar het collectieve en unieke karakter van het dorp, komt het ‘individuele’ en ‘persoonlijke’ nogal eens onder druk te staan. Jongeren en jongvolwassenen die hun eigen koers willen varen, stuiten soms op onbegrip in de directe omgeving. In dit sociale vacuüm worden eigen behoeftes en afwijkende ideeën lang niet altijd begrepen en soms zelfs tegengewerkt. In een heroïsche werkcultuur van doorgaan en niet opgeven, is weinig ruimte voor het eigen gevoelsleven, ook niet in de eigen vriendenkring. Het missen van een veilig klankbord, waar je problemen kunt delen, verstrekt het gevoel van eenzaamheid en uitsluiting. Door het gebrek aan empathie in de sociale omgeving wordt de hulpvraag verdrongen en uitgesteld, ook in het besef dat 53

het tonen van ‘zwakte’ je kwetsbaarheid vergroot. Alleen maar druk voelen om je vooral te bewijzen naar anderen, kan funest uitwerken bij iemand die emotioneel in de put zit. Dit geldt ook voor jongeren en jongvolwassenen die een problematisch patroon van middelengebruik hebben ontwikkeld en daar geen controle meer over zeggen te hebben.

Een brede alcoholcultuur Sommigen denken dat de diepgewortelde alcoholcultuur zijn oorsprong vindt in het maritieme verleden. Door de groeiende welvaart raakte het alcoholgebruik meer verspreid. Naast de horeca hebben indirect ook de kerk en het verenigingsleven een aandeel gehad in de populariteit van alcohol. Maar het groeiende alcoholgebruik heeft ook negatieve sporen nagelaten van problematisch gebruik en verslaving in gezinnen en bij jongeren die daar getuige van zijn geweest. Maathouden en grenzen stellen wordt moeilijk gevonden in het dorp, vooral bij jonge werkende mannen; ook wel ‘rauwe rakkers’ genoemd. Dit beeld wordt bevestigd door landelijk onderzoek waaruit blijkt dat in sommige sectoren van de beroepsbevolking (o.a. bouwnijverheid, landbouw en visserij) het alcoholgebruik en het risico op de ontwikkeling van alcoholproblemen onder mannen relatief scoort. De factoren die daar invloed op hebben, en die grotendeels ook gelden in het dorp zijn: beschikbaarheid van alcohol op het werk - sociale druk om te drinken - afwezigheid van toezicht - een hoog of laag inkomen - bescherming door collega's - werkdruk, stress en gevaarlijke situaties zwaar, warm of stoffig werk - ploegendienst en/of onregelmatige werktijden - verveling.

Naast sociaal-demografische, economische en culturele factoren, speelt bij veel ouders/volwassenen ook het ontkennen van gezondheidsrisico’s een rol. Het stellen van regels en grenzen naar jongeren blijft een heikel punt. Maar goed zicht op het ‘werkelijke’ alcoholgebruik ontbreekt grotendeels, zelfs in een thuissetting waar de verandacultuur sinds corona hoogtij viert. Jongeren bevestigen dit beeld en geven ook aan dat zij vaak al op vroege leeftijd in aanraking zijn gekomen met ‘sappies’ (alcohol). Ook nu geldt dat minderjarigen makkelijk in de verleiding worden gebracht om mee te drinken en dat dit nauwelijks tot discussie leidt thuis.

Drugsgebruik in perspectief In sommige groepen worden ook andere middelen dan alleen alcohol gebruikt. Bij het middelengebruik doet zich een tweedeling voor bij jongeren en jongvolwassen: zij die voornamelijk drinken (en soms ook roken of blowen) en een kleinere groep jongeren die ervaring heeft met ecstasy, amfetamine, 3-MMC en vooral cocaïne, maar ook bekend is met bijvoorbeeld ketamine, GHB en lachgas. De meeste middelen blijven beperkt tot festivals en kleinere thuisfeesten in het weekend. Jongeren die niet gebruiken kennen wel vaak jongeren in het dorp die dat wel doen. Gebruikende en niet-gebruikende peergroepen lijken zo op het eerste oog gescheiden van elkaar, maar in het verenigingsleven en bij sport loopt dit weer door elkaar. De binding met het dorp en alle sociale activiteiten daaromheen zijn vaak belangijker dan louter alleen drugsgebruik. De verhalen van en over jongeren komen in grote lijnen overeen met eerder onderzoek (begin deze eeuw), in de zin dat de meerderheid vooral recreatief drugs gebruikt, dat wil zeggen alleen op momenten als de situatie het toelaat, bijvoorbeeld op speciale momenten en in het weekend. Toch zijn er ook verschillen tussen toen en nu.

54

1. Het besef bij jongeren dat de wereld groter is dan alleen het dorp. Vooral tijdens het festivalseizoen verlaten meer jongeren het dorp op zoek naar weekendvertier. Een deel komt hierdoor in aanraking met het hedonistische uitgaansgedrag en vaak bijkomend drugsgebruik. Als gevolg van het groeiend aantal muziekfestivals is het in de lokale horeca een stuk rustiger geworden. 2. De groep jonge gebruikers is als gevolg van de feestcultus in de breedte gegroeid. Gesprekken over drugs en persoonlijke ervaringen worden makkelijker gedeeld met elkaar, ook met leeftijdsgenoten die (nog) geen ervaring hebben met uitgaansdrugs. Een groeiende acceptatie en bereidheid om te experimenteren kan als een aspect van ‘normalisering’ worden gezien. 3. Het aanbod op de drugsmarkt is gevarieerder en meer toegankelijk geworden. Wie ecstasy, cannabis, cocaïne, ketamine of een designerdrugs als 3-MMC wil kopen voor een feest, hoeft daar niet meer per se het dorp voor uit. Door technologische innovaties en het delen van sociale media is de afstand tussen ‘aanbieders’ en ‘kopers’ kleiner en eenvoudiger geworden. Zelfs in een dorp met veel sociale controle blijft de pakkans klein. 4. De invloed van de drugsmarkt doet zich tegenwoordig sterker gelden vanwege de toegenomen invloed van de georganiseerde misdaad op het dunbevolkte platteland.

In de afgelopen jaren hebben verschillende grote strafrechtzaken laten zien dat ook kleine dorpen verknoopt kunnen zijn met mondiale drugshandel, vooral cocaïne. Als gevolg hiervan is een groeiende groep jongeren (volgens sommige sleutelpersonen enkele tientallen) op enigerlei wijze actief (geweest) in de drugshandel (o.a. als loopjongen, witwasser, dealer, vervoerder). 5. Hoewel inwoners niet graag praten over deviante verschijnselen in hun gemeenschap en het groeiende recreatieve gebruik in veel kringen nog steeds een taboeonderwerp is, worden jongeren minder snel weggezet als ‘junkie’ of verslaafd.

Ontsporing drugsgebruik Uit het beeld dat naar voren komt, kunnen we zeggen dat er geen sprake is van een collectief drugsprobleem, aangezien een substantieel deel van de jongeren geen drugs gebruikt. Bij degenen die dat wel doen is het gebruik in veel gevallen niet persisterend, waardoor jongeren het vaak niet als een probleem zien. Voor de meesten is drugs een fase die hoort bij de adolescentie en jongvolwassenheid die vaak parallel loopt met hangen, uitgaan, specifieke muziekscenes en leefstijlen. Ofschoon de meerderheid van de gebruikers zijn/haar drugs (vaak met tussenpozen) vooral in het weekend en bij speciale gelegenheden neemt, zijn er ook groepen met een frequenter en heviger gebruikspatroon met daarbij gepaard gaande lichamelijke en geestelijke gezondheidsrisico’s. In dergelijke gevallen is er ook vaak sprake van gezinsproblematiek (verslaafde ouder, huiselijk geweld etc.). In deze context wordt het middelengebruik vooral aangewend om te verdoven, van de wereld te zijn of zich onaantastbaar te voelen. De rode draad tussen alle drugs is cocaïne, waar jongeren al op vroege leeftijd mee in aanraking komen. Het middel is makkelijk verkrijgbaar en gezien het relatief hoge inkomen op jonge leeftijd ook betaalbaar.

Maar belangrijker nog is de status van cocaïne als ‘ontspanner‘ na een lange werkdag (in combinatie met alcohol) óf als ‘katalysator’ om langer door te kunnen feesten of werken. In het laatste geval is de scheiding tussen het gebruik tijdens vrije tijd of werk niet bij

55

iedereen even helder meer. Het gebruik van cocaïne (vaak in combinatie met alcohol) wordt door veel jongeren (maar ook volwassenen) onderschat omdat het in de beginfase van het gebruik alleen maar voordelen lijkt te hebben. Cocaïne houd je scherp en wakker en geeft je zekerheid dat je te allen tijde kunt doorgaan als je wilt. Zo op het eerste oog sluiten de voordelen van het middel naadloos aan bij de competitieve maar ook bourgondische dorpscultuur. De keerzijde is echter dat de aanvankelijke voordelen van het ‘witte wondermedicijn’ geleidelijk aan verdampen en de eerder positief beleefde effecten niet meer worden gevoeld. Omdat veel gebruikers tegen beter weten in blijven gebruiken, ontwikkelen ze een patroon die afhankelijkheid in stand houdt zonder nog enig geestelijk of lichamelijk genot te beleven aan het middel.

Meer samenwerking, organiseren laagdrempelige hulp, voorlichting en ondersteuning Trots en schaamte spelen een rol in de identiteit van het dorp waar zelfredzaamheid hoog in het vaandel staat. Vanuit deze grondhouding is er minder oog voor dorpelingen die in de misère zitten, maar die daar niet makkelijk voor uit durven komen. Interventies bij probleemgedrag kunnen hierdoor worden vertraagd. Uit angst voor afwijzing of zelf onderwerp te zijn van gesprek, voelen jongeren huiver om een probleem rondom middelengebruik bespreekbaar te maken. Maar angst is een slechte raadgever. De sleutelinformanten (zowel professionals als jongeren) doen daarom enkele suggesties om het zwijgen te doorbreken vanuit de gedachte dat niemand onfeilbaar is. Het is juist een teken van kracht als je vragen durft te stellen aan anderen of zelf een probleem durft aan te kaarten. De ervaring leert dat de recht-voor-zijn-raap gesprekken tussen vrienden (achteraf gezien) vaak de meeste indruk hebben gemaakt op de weg naar herstel. In de aanbevelingen (pag. 57) nemen we verschillende ideeën over die in onze gesprekken met professionals en jongeren en in de focusgroep ter sprake zijn gekomen. Want de door velen gekoesterde maritieme folklore in het sociaal bewogen en solidaire Bunschoten, heeft met het chronische alcohol en dito drugsgebruik onder sommige groepen jongeren echter ook een donkere keerzijde.

Professionals vinden het daarom tijd voor een nieuwe stap met als doel het creëren van een breed draagvlak in de gemeenschap bij de aanpak van het middelengebruik, te beginnen met het alcoholgebruik onder jongeren. Dit kan alleen slagen bij voldoende regie vanuit de gemeente, het betrekken van stakeholders én een breed draagvlak bij de inwoners. De aanbevelingen rondom alcohol- en middelengebruik richten zich op (1) een brede samenwerking tussen de verschillende partijen met als doel een zo groot mogelijk draagvlak te krijgen; (2) het bemoeilijken van de verkrijgbaarheid en toegankelijkheid van alcohol bij minderjarigen; (3) meer toegang tot laagdrempelige hulp en meer investeren in nazorg; en (4) meer ondersteuning en informatie/voorlichting over alcohol- en middelengebruik in de directe, sociale en werkomgeving.

56

10

Aanbevelingen

Naar een brede aanpak en samenwerking ▪

Wees er scherp op dat nieuwe initiatieven rondom alcohol- en drugsgebruik niet verzanden in symboolpolitiek. Werk daarom een gezamenlijk alcoholplan uit (met een krachtige slogan) die door alle maatschappelijke instituties (o.a. kerken, scholen, (sport)verenigingen) vanuit een gemeenschappelijk belang gedragen wordt, namelijk een gezonde toekomst voor minderjarigen en jongvolwassenen. Ook de horeca en andere publieke verkooppunten van alcohol zouden hier in meegenomen moeten worden.

▪

Zoek uit of je sponsors en rolmodellen (o.a. in de sport) kunt winnen voor de ondersteuning van een gezonde omgeving (in navolging van IJsland-model). Er zit een intrinsieke kracht in het dorp waar iets ten goede kan worden gekeerd. Als die collectieve kracht ook kan worden ingezet op het thema alcohol, kunnen er grote stappen worden gezet.

▪

Steek ook je licht eens op bij andere vissersdorpen met een vergelijkbare problematiek en welk plan van aanpak zij hebben ten aanzien van alcohol- en middelengebruik bij jonge dorpelingen.

Bemoeilijk de verkrijgbaarheid en toegankelijkheid van alcohol bij minderjarigen ▪

Treed krachtiger op tegen de makkelijke verkrijgbaarheid van alcohol die buiten de horeca, bijvoorbeeld in sportkantines wordt geschonken aan jongeren. Desnoods kan er met vergunningen worden afgedwongen dat er geen alcohol meer op sportparken mag worden geschonken.

▪

Kijk kritischer naar de leeftijdsgrens bij de verkoop (winkels, slijters) van alcohol aan minderjarigen.

▪

Controleer scherper op leeftijd bij jongeren in de horeca en op evenementen, evenals op het doorschenken bij geconstateerde dronkenschap.

Meer toegang naar laagdrempelige hulp en aandacht voor nazorg ▪

In de laagdrempelige hulpverleningssfeer kunnen jongeren baat hebben bij het inzetten van een ervaringswerker die naturel en geloofwaardig overkomt. Ook rolmodellen kunnen inspirerend zijn voor het ontwikkelen van een positiever zelfbeeld. Met de ondersteuning van een vertrouwenspersoon creëer je een veilige omgeving voor jongeren waar ze op moeilijke momenten terecht kunnen.

▪

De organisatie van de nazorg moet beter worden afgestemd. Er zijn te weinig succesverhalen van jongeren die na het afkicken voor langere tijd abstinent blijven.

Meer ondersteuning en informatie/voorlichting over alcohol- en middelengebruik in de directe, sociale en werkomgeving ▪

Zet meer in op opvoedingsondersteuning. In een wereld waar ‘niet zeuren maar doorwerken’ de boventoon voert, wordt het gevoelsleven en de behoefte van jongeren aan emotionele verbondenheid, vooral in gezinnen met hardwerkende ouders, onvoldoende opgepakt.

▪

Ondersteun (vanuit preventie) jongeren in groepen die zich verantwoordelijk voelen voor problematisch alcohol- en middelengebruik bij vrienden. 57

▪

Het hoge alcoholgebruik bij (minderjarige) jongeren is een punt van zorg. Zolang ouders de schadelijkheid van alcohol als een fictief probleem zien, werkt dat door in het gedrag en de positieve perceptie van jongeren over alcohol. Het bemoeilijkt de effectiviteit van overheidscampagnes die het alcoholgebruik onder 18 verder willen terugdringen.

▪

De laissez-faire benadering van ouders bij alcoholgebruik van minderjarigen in de thuissituatie dreigt onbewust een potentiële aanjager te worden van forser alcoholgebruik op latere leeftijd. Het idee van ouders, dat kinderen beter thuis onder toezicht kunnen drinken, werkt eerder averechts. Er zou daarom meer alcoholpreventie moeten komen gericht op de verandacultuur.

▪

Voor (jonge) werknemers én werkgevers moet speciale informatie/voorlichting komen over lichamelijke en geestelijke gezondheidsrisico’s als gevolg van structureel lange werkdagen en weinig slaapuren (onder andere als gevolg van stimulantiagebruik).

58

11

Typering

Samenvatting van positieve en negatieve kenmerken van het dorp, en de daaruit voortvloeiende kwetsbaarheden. Economisch solide

Mentaliteit

Cultuur

Positief + Sterke lokale economie (vis en koek). Ook arbeidsmigranten die hier werken. + Er is altijd werk (solidariteit met elkaar). + Al op jonge leeftijd goed verdienen. + Rauwe cultuur van doorzetters en arbeidsheroïek. + Wars van autoriteit, recht voor zijn raap, niet snel de les laten lezen door mensen van buiten of van hogerop. + Koestering én verdediging van autonomie. + Mondig en rap van tong. + Trouw aan het dorp, loyaal en beschermend naar elkaar. + Eigen boontjes doppen. + Bloeiend verenigingsleven. + Veel investeren in sport en beweging. + Teamspirit, ‘falen is geen optie’, competitief ingesteld (blauw en rood). + De meesten jongeren zijn honkvast en verknocht aan hun dorp. + Het dorp als anker. + Hechte sociale banden.

Negatief ̶ Individu telt bijna niet, eigen behoeften worden niet altijd gestimuleerd.

Kwetsbaarheden > Opoffering leidt tot minder zelfontplooiing.

̶ Arm gevoelsleven in werkcultuur. ̶ Niet het achterste van je tong (durven) laten zien. Veel ‘achter de deur’ proberen te houden. ̶ Schaamtecultuur. ̶ Iedereen kan goed met elkaar opschieten en tegelijk iemand neerhalen. In de aard wantrouwend naar elkaar. ̶ Niet altijd oprecht. ̶ Jezelf groter voordoen dan je bent. ̶ Kennismaking met alcohol en soms ook drugs vindt o.a. plaats op sportclubs en in het verenigingsleven. ̶ Veroordeling van het niet volgen van sociale codes.

> Verstikkende ervaring, weg uit het dorp (navelstreng doorsnijden). > Sterke wij-tegen-zij rivaliteit. > Druk voelen om je te bewijzen. > Vaak pas laat hulp inschakelen. > Negatieve houding bij te veel bemoeienis van buiten of van bovenaf.

> Minachting voor en/of afwijzing van wie niet binnen de lijntjes blijft. > Gevoel van uitsluiting en schaamte (zelfveroordeling op grond van afwijkend gedrag). Emotioneel zwaar om je er niets van aan te trekken. > Iedereen van buiten ziet het dorp als één gemeenschap, ook zonder dat je er part of deel aan hebt. Bijvoorbeeld: Spakenburg is voetbal en vis.

59

12

Bronnen

De Jong, E.B. (2014) Pakkie erbij? Een kwalitatieve beschrijving van cocaïnegebruik onder jongeren in een dorpse gemeenschap. Erasmus Universiteit (masterscriptie). De Jonge, M., Nijkamp, L. & Bilderbeek, B. (2021) 3-MMC: gebruikers in beeld. Een verkennend onderzoek naar ervaringen met 3-MMC. Trimbos-instituut. Doekhie, J., Nabben, T., & Korf, D.J. (2010) NL Trendwatch: gebruikersmarkt uitgaansdrugs in Nederland 20082009. Rozenberg Publishers. Gemeente Bunschoten (2018) Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2019-2022. Gemeente Bunschoten (2021) Preventieakkoord gemeente Bunschoten. Gemeente Bunschoten (2022) Bouwen aan de toekomst. Coalitieakkoord 2022 - 2026. Kool, L. (2005) Witgoud en vuile was. Harddrugs in het lokale maatschappelijke discours en de leefwereld van jongeren in Spakenburg. Universiteit Utrecht (masterscriptie). Korf, B. (2006) Drugs zijn van de duivel. Diabolisering van drugs en drugsgebruik op Urk. Radboud Universiteit (masterscriptie). Korf, D.J. (2010) Coke bij de vis. Misdaad en moraal. Universiteit van Amsterdam (oratie), Vossiuspers. Korf, D.J., Van Aalderen H. & Mann, R. (1989) Drugs op het platteland: het drugsgebruik in een kleinere gemeente. Van Gorcum. Measham, F. (2004) Drug and Alcohol Research: The Case for Cultural Criminology. In: J. Ferrell et al. (eds.), Cultural Criminology Unleashed, pp. 207-218. Glasshouse Press.

Mehlbaum, S., Van den Akker, K., Verweij, A. & Wester, A. (2021) Zuiver op de graat? Over de betrokkenheid van de visserij bij maritieme drugssmokkel. Politie & Wetenschap, Politiekunde 114. Nabben, T. (2010) High Amsterdam: ritme, roes en regels in het nachtleven. Universiteit van Amsterdam (proefschrift), Rozenberg Publishers. Nabben, T. (2020) Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2019. Hogeschool van Amsterdam. Nabben, T. & Benschop, A. (2020) Antenne 2019. Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Rozenberg Publishers. Nabben, T., Boekholt, M. & Benschop, A. (2021) Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2020-2021. Hogeschool van Amsterdam. Nabben, T. & Korf, D.J. (2016) Drugs in rurale gebieden: GHB-gebruik en -handel op het Nederlandse platteland. Tijdschrift voor Cultuur en Criminaliteit, 6(2), 59-78. RIEC MN (2018) Jaarverantwoording 2018. Regionaal Informatie en Expertise Centrum Midden-Nederland. Spapens, T. (2020) Plattelandscriminologie. Tijdschrift voor Criminologie, 62(4): 430- 451. Spronk, D., Van Gelder, N., Nabben, T. & De Jonge, M. (2020) Cocaïne: wie gebruikt het en waarom? Een verkennend onderzoek van cocaïnegebruikers in Nederland. Trimbos-instituut.

60

Stoele, M., Verdurmen, J. & Maalsté, N. (2004) Edam-Volendam ontnuchtert. IVO/Trimbos-instituut. Van der Maas, E. (2006) Factsheet alcohol en werk. NIGZ. Van Kampen, J., Sol, V. & Jansen, T. (2021) Veilig werken en de nacht. Een verkenning van feiten, oorzaken en kansen. RIVM. Van Laar, M.W. & Van Ooyen-Houben M.M.J. (red.) (2016) Jaarbericht Nationale Drug Monitor 2015. Trimbosinstituut. Van Rooij, A., Schoenmakers T.M. & Van de Mheen, D. (2011) Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: De kerncijfers. IVO. Weber, M. (1904-1905) Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus. Archiv für Sozialwissenschaft und Sozialpolitik.

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12629972/1