CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-04-14 aanbiedingsbrief gemeenteraad van gemeente

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: Ingekomen stukken lijst A en B18.966 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Begroting 2024 na wijzigingen € 485.000 € 485.000 € 220.000 € 220.000 € 705.000 € 125.000 € 360.000 € 485.000 € 220.000 € 220.000 € 705.000 € -

Realisatie 2024 € € € € € € € € € € € €

380.000 380.000 143.000 143.000 523.000 125.000 255.000 380.000 143.000 143.000 523.000 -

Verschil € € € € € € € € € € € €

105.000 105.000 77.000 77.000 182.000 105.000 105.000 77.000 77.000 182.000 -

Pagina 20 van 51

2.2 Paragrafen Door het BBV wordt een zevental paragrafen voorgeschreven die moeten worden opgenomen in de jaarstukken, tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de RUD Utrecht zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: Lokale heffingen; Verbonden partijen; en Grondbeleid. De overige onderdelen zullen in dit hoofdstuk nader worden toegelicht.

2.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen zal de RUD Utrecht moeten beschikken over een financiële buffer. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat om zelf risico’s financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt en waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. In artikel 31 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat het weerstandsvermogen maximaal 5% van de opbrengsten bedraagt. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is. In dat geval dragen de deelnemers bij naar rato van hun voorlopige bijdrage in de vastgestelde begroting. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarover het RUD Utrecht beschikt om de onvoorziene kosten te dekken.

Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorzienbare risico’s. De omvang van deze reserve bedroeg bij de start van hert verslagjaar 2024 € 559.000. De in de Programmabegroting geraamde post Onvoorzien ad. € 325.000 is in de begroting 2024 na wijzigingen voor € 200.000 ingezet om de hogere CAO indexatie te dekken. Het resterende deel is voorgesteld om toe te voegen aan de bestemmingsreserves. Voor een verdere toelichting op de post Onvoorzien wordt u verwezen naar het overzicht van baten en lasten, paragraaf 2.3.4 van de jaarrekening. Algemene reserve Op grond van het voorgaande kan gesteld worden dat het weerstandsvermogen van de RUD Utrecht slechts gevormd wordt door de algemene reserve. De kenmerken van een algemene reserve zijn: • Algemene reserve is eigen vermogen; • Bedragen zijn vrij besteedbaar; • Het Algemeen Bestuur besluit over de vorming en besteding van de algemene reserve; • Toevoegingen en onttrekkingen verlopen via de exploitatie; • Als de algemene reserve de norm van 5% heeft bereikt worden exploitatie overschotten aan de deelnemers terugbetaald. In de primaire Programmabegroting 2024 was uitgegaan van een exploitatie overschot van € 7.000 ten gunste van de algemene reserve. Het werkelijke resultaat 2024 bedraagt € 1.279.000 (2023: € 302.000).

De verwerking van dit resultaat zal conform het vaststellingsbesluit van het AB plaatsvinden. Hierin is voorgesteld om vanuit het positieve resultaat 2024 een bedrag toe te voegen aan de algemene reserve tot het maximum van 5% van de baten. Daarnaast is het voorstel het restant toe te voegen aan de bestemmingsreserves. Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden?

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 21 van 51

Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de Bestuursrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening. Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht. Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse: Risico

Omschrijving

I/S

1. Outputfinanciering: productie, achterblijvende vraag

De productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is € 115.000 minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten. Binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Vanwege overgang naar de Omgevingswet zijn er nieuwe producten in de producten- en dienstencatalogus opgenomen en in de praktijk moet nog blijken of de kentallen en uren die voor de producten en diensten staan toereikend zijn. Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Vanwege het mogelijk samengaan is er het risico dat er aanvullende kosten worden gemaakt en dat medewerkers niet aan hun declarabele uren komen vanwege inzet op dit traject.

2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit 3. Outputfinanciering

4. Ziekteverzuim

5. Samenvoeging met de ODRU

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

S

Kans % 25%

Impact x € 1000 € 460

Restrisico x € 1.000 € 115

S

25%

€ 460

€ 115

I

10%

€ 500

€ 50

S

35%

€ 230

€ 80

I

50%

€ 500

€ 250

Pagina 22 van 51

Risico

Omschrijving

I/S

6. ‘Ravijnjaar’ 2026

Vanaf 2025 willen de deelnemers mogelijk bezuinigen om de eigen begroting in 2026 e.v. sluitend te krijgen.

7. Inflatie (specifiek)

Gebruikelijk gaat de RUD Utrecht voor de prijsstijging en CAO stijgingen, bij het opstellen van de begrotingen, uit van de circulaire die door de rijksoverheid wordt opgesteld. Momenteel is de inflatie zodanig hoog dat de inschatting gebaseerd op de circulaire mogelijk te laag zijn ingeschat. Het prijsniveau in 2025 blijft echter een specifiek risico voor 2025.

Totaal restrisico:

I

Kans % 25%

Impact x € 1000 € 1.400

Restrisico x € 1.000 € 350

I

10%

€ 450

€ 45

€ 1.005

Tegenover de bestaande risico’s staat het vrij beschikbare vermogen (algemene reserve + jaarresultaat), waarvan het saldo per 31-12-2024 € 1.125.000 (31-12-2023 € 861.000) bedraagt, als financiële buffer (weerstandscapaciteit). De hierbij behorende ratio is: 1,1 (2023: 0,9 en minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt hiermee boven het gewenste niveau. Er is ook nog een post Onvoorzien in de begroting voor het volgende jaar opgenomen. Deze is vrij besteedbaar en wordt normaliter als eerste ingezet wanneer één van bovenstaande risico's zich voordoet. Rekening houdend met de post Onvoorzien is het weerstandsvermogen € 1.450.000 (2023: € 1.206.000). Dan zou het ratio 1,4 (2023: 1,2) bedragen. Kengetallen financiële positie Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ een basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kengetallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: A. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; B.

Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); C. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Verloop van de kengetallen % Kengetallen A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte

Jaarrekening 2024 -16,15 25,51 4,78

Begroting 2024 -10,80 22,53 5,38

Norm VNG %

Jaarrekening 2023 -8,97 17,80 0,28

Voldoende <100 >50 >0,6

Matig >100 / <130 <50 / >30 < 0,6 / > 0

Onvoldoende > 130 < 30 0

Toelichting op de kengetallen: A. De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. De daling in de netto schuldquote komt door een stijging van de kortlopende schulden. B. De solvabiliteit toont aan of dat de RUD Utrecht in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. Het jaar is positief afgesloten waardoor het kengetal opnieuw stijgt. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5% van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. Daarnaast staan de deelnemers garant voor eventuele tekorten. C. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD Utrecht streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief of negatief) exploitatiesaldo te realiseren.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 23 van 51

2.2.2 Financiering Inleiding De treasuryfunctie van de RUD Utrecht is gebaseerd op de Wet Fido met als doel onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen te beschikken. Een belangrijk element daarbij is het verkrijgen van meer zicht op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op korte als lange termijn. Dit betreft dan met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25% van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor, dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren.

De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. De RUD Utrecht heeft besloten momenteel nog € 250.000 buiten de schatkist te houden. De RUD Utrecht een vernieuwde financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De overeenkomst omvat geen krediet limiet. Er geldt wel een intradaglimiet van € 600.000. In 2024 is hier geen gebruik van gemaakt. Het saldo liquide middelen bedraagt per 31 december 2024 € 249.000. Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert heeft dit invloed op de financiële positie en kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Eventuele langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. De RUD Utrecht heeft op dit moment geen langlopende leningen. De verwachting is dat in 2025 ook geen langlopende leningen noodzakelijk zijn.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 24 van 51

Renterisico De RUD Utrecht heeft geen schulden en betaalt daardoor ook geen rente. Het rente risico is daardoor nihil. Renterisiconorm 2024 – 2027 (bedragen x €1000) Netto renteherziening op vaste schulden (o/g / u/g) Aflossingen Renterisico Lasten primaire begroting 2024 Percentage cf. regeling Renterisiconorm (2024)

2024 € € €

2025

2026

2027

€ € € € 18.855 20% -€ 3.771

€ € € € 19.230 20% -€ 3.846

€ € € € 19.458 20% -€ 3.892

€ 19.686 20% -€ 3.937

€0 -€ 3.771 € 3.771

€0 -€ 3.846 € 3.846

€0 -€ 3.892 € 3.892

€0 -€ 3.937 € 3.937

3 e kw

4 e kw

2024

Rente risico Norm Toetsing renterisiconorm:

Kasgeldlimiet De RUD Utrecht heeft de Kasgeldlimieten niet overschreden. Kasgeldlimiet 2024 (bedragen x €1000) Grondslag: Lasten primaire begroting 2024 Toegestane kasgeldlimiet: In % van de grondslag In bedrag Toetsing: Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden <1 jaar Overige geldleningen <1 jaar Af: Vlottende middelen Saldo netto vlottende schuld

1 e kw

Ruimte

2 e kw

€ 18.855

€ 18.855

€ 18.855

€ 18.855

€ 18.855

8,20% -€ 1.546

8,20% -€ 1.546

8,20% -€ 1.546

8,20% -€ 1.546

8,20% -€ 1.546

0 0 0 0 0 € 5.981 € 5.981

0 0 0 0 0 € 6.045 € 6.045

0 0 0 0 0 € 7.146 € 7.146

0 0 0 0 0 € 7.363 € 7.363

0 0 0 0 0 € 8.660 € 8.660

€ 7.527

€ 7.591

€ 8.692

€ 8.909

€ 10.206

2.2.3 Bedrijfsvoering

De overhead wordt door de RUD Utrecht verantwoord in een apart programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt derhalve verwezen naar paragraaf 1.1.5. Bedrijfsvoering.

2.2.4 Onderhoud Kapitaalgoederen

In paragraaf 2.3.2 en 2.3.3 staat opgenomen hoe we omgaan met afschrijvingen en onderhoud van onze materiële vaste activa.

2.2.5 Wet open overheid (Woo)

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Een belangrijk doel van de Woo is om overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en raadpleegbaar te maken. In de Woo wordt actieve openbaarmaking uitvoerig geregeld. De overheid moet meer informatie uit zichzelf openbaar maken zonder dat hiervoor een verzoek is ingediend. De omgang met en het bewaren van informatie moet zijn gericht op actieve openbaarmaking. Op landelijk niveau is hiervoor in 2024 de Woo-index gekomen, waar bij de RUD is aangesloten. Het is de bedoeling dat hierop actief openbaar gemaakte stukken worden gepubliceerd. In 2024 zijn door de RUD de eerste stukken via deze index openbaar gemaakt. De RUD maakt ook al stukken openbaar via de eigen website.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 25 van 51

Deel 2 – Jaarrekening (BBV)

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 26 van 51

2.1 Balans per 31 december 2024

31 december 2024

ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut

Materiële vaste activa

Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

- Nog te ontvangen bedragen van Europeese en Nederlandse overheiden: a. Het Rijk b. Overige Nederlandse overheden - Nog te ontvangen bedragen van derden - Vooruitbetaalde bedragen

Overlopende activa

- Banksaldi

Liquide middelen

1

2

3

4

€

526.000

€ €

1.306.000 8.411.000

€ € € €

718.000 91.000 254.000

€

249.000

Totaal vlottende activa Totaal generaal

Eigen vermogen Voorzieningen

Voorzieningen

Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Vooruit ontvangen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Voorschotten voor uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel - Nog te betalen bedragen

Overlopende passiva

Totaal vlottende passiva Totaal generaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

€

526.000

€

526.000

€

9.717.000

€

1.063.000

€

249.000

€ €

11.029.000 11.555.000

€

5

6

7

8

€ € €

752.000 794.000 1.402.000

€

1.298.000

€

729.000

€

599.000

€ €

743.000 5.994.000

€ € € €

1.081.000 63.000 150.000

€

250.000

€

599.000

€

599.000

€

6.737.000

€

1.294.000

€

250.000

€ €

8.281.000 8.880.000

31 december 2023

31 december 2024

PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat

31 december 2023

€

2.948.000

€

1.298.000

€

4.246.000

€

729.000

€ € €

559.000 656.000 302.000

€

859.000

€

1.120.000

4.204.000

€

3.053.000

€

333.000

€

799.000

€

2.043.000

€

1.532.000

€

6.580.000

€ €

7.309.000 11.555.000

€

1.517.000

€

859.000

€

2.376.000

€

1.120.000

€

5.384.000

€ €

6.504.000 8.880.000

Pagina 27 van 51

2.2 Overzicht van baten en lasten 2024 Begroting voor wijzigingen Programma's: 1 Handhaving 2 Vergunningverlening

Begroting na wijzigingen

Realisatie 2024

Verschil

€ €

7.262.000 € 6.529.000 €

8.036.000 8.557.000

€ €

8.056.000 8.163.000

€ €

20.000 -394.000

€

4.499.000 €

5.390.000

€

4.850.000

€

-540.000

€ € € €

705.000 22.688.000

€ € € €

523.000 21.592.000

€ € € €

-182.000 -1.096.000

€ €

7.316.000 € 6.482.000 €

8.052.000 8.557.000

€ €

8.151.000 8.668.000

€

4.649.000 €

5.488.000

€

€ €

325.000 240.000

€

19.012.000

€ € € €

705.000 22.802.000

€ € € €

€ € € 5.421.000 € € € € 523.000 € 22.763.000 €

99.000 111.000 -67.000 -182.000 -39.000

€

157.000

€ €

255.000 € 369.000 €

260.000 € 1.431.000 €

5.000 1.062.000

Omgevingswet Doorontwikkeling RUD Utrecht

€ €

-

€ €

200.000 € 75.000 €

200.000 € 46.000 €

-29.000

Doorontwikkeling RUD Utrecht

€

-150.000

€

-275.000

€

-275.000

€

Gerealiseerd resultaat

€

7.000

€

369.000

€

1.402.000

€

Bedrijfsvoering (Overhead) Overig - Onvoorzien - Stelpost loon- en - Traject samenvoeging RUD & Totaal lasten Programma's: 1 Handhaving 2 Vergunningverlening Bedrijfsvoering (Overhead) Overig: - Onvoorzien - Stelpost loon- en - Traject samenvoeging RUD & Totaal baten Algemene Dekkingsmiddelen Saldo financieringsfunctie Totaal (voor reservemutaties)

Onttrekking:

Storting:

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

€ € € €

325.000 240.000 18.855.000

1.033.000

Pagina 28 van 51

2.3 Toelichtingen 2.3.1 Algemene grondslagen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden verantwoord voor zover zij op financiële positiedatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Operationele leasing Bij de RUD Utrecht bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan het eigendom verbonden zijn, niet bij de organisatie liggen. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in het overzicht van baten en lasten over de looptijd van het contract. Rechtmatigheid Het Normenkader voor de rechtmatigheidsverantwoording is door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 20 september 2024.

2.3.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Balans Vaste activa Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Regulier onderhoud aan de materiële vaste activa worden als kosten verantwoord, eventuele kosten die de levensduur verlengen worden geactiveerd. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 jaar worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur.

De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet) apparatuur De afschrijvingen worden verantwoord voor 50% in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname, ongeacht de werkelijke aanschafdatum. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht. De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 29 van 51

Liquide middelen Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de, per balansdatum, beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. De voorzieningen met een verwachte looptijd van maximaal een jaar worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichtingen en verliezen, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende passiva Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, dit is meestal de nominale waarde.

Overzicht van baten en lasten Resultaatbepaling Baten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd, lasten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd en/of voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van alle hier boven vermelde waarderingsgrondslagen. Financiële baten en lasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen Vennootschapsbelasting Vanaf 2016 kunnen indirecte overheidslichamen zoals de RUD Utrecht belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Vanuit de gezamenlijke omgevingsdiensten is overlegd met de Belastingdienst. Vanuit dit overleg zijn voorwaarden vastgesteld wanneer er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een Vpb-plicht. De RUD Utrecht heeft de organisatie op deze voorwaarden getoetst en vastgesteld dat zij niet aan deze voorwaarden voldoet. De RUD Utrecht stelt zich derhalve op het standpunt niet belastingplichtig te zijn voor de Vpb.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 30 van 51

2.3.3 Toelichting op de balans per 31 december 2024 1. Vaste activa Materiële vaste activa Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer: ICT

ICT VTH applicatie

Vervoermiddelen

Geluidsapparatuur

Inventaris

Verbouwingen

Totaal

Stand per 1 januari 2024 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijving Boekwaarden

€ € €

364.000 243.000 121.000

€ € €

294.000 202.000 92.000

€ € €

313.000 € 64.000 € 249.000 €

95.000 € 41.000 € 54.000 €

63.000 € 52.000 € 11.000 €

96.000 € 24.000 € 72.000 €

1.225.000 626.000 599.000

Mutaties Investeringen Desinvestering Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Saldo

€ € € € €

135.000 94.000 41.000

€ € € € €

60.000 -60.000

€ € € € €

24.000 60.000 -36.000

5.000 10.000 -5.000

16.000 19.000 -3.000

10.000 -10.000

€ € € € €

180.000 253.000 -73.000

Stand per 31 december 2024 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijving Boekwaarden

€ € €

499.000 € 337.000 € 162.000 €

96.000 € 34.000 € 62.000 €

1.405.000 879.000 526.000

294.000 € 262.000 € 32.000 €

€ € € € €

337.000 € 124.000 € 213.000 €

€ € € € €

100.000 € 51.000 € 49.000 €

€ € € € €

79.000 € 71.000 € 8.000 €

De investeringen in 2024 bestaan bijna uitsluitend uit hardware en zijn vervangingsinvesteringen. En in 2024 is een tweedehands boot aangeschaft voor de BOA’s in de wateren in de groene gebieden. Er zijn geen desinvesteringen geweest. 2. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De categorie kan als volgt gespecificeerd worden: - Vorderingen op deelnemers - Debiteuren - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

31-12-2024 € 1.095.000 € 211.000 € 8.411.000

€ € €

31-12-2023 576.000 167.000 5.994.000

€ 9.717.000

€

6.737.000

Het saldo is aanzienlijk gestegen ten opzichte van vorig jaar, met name door de Uitzettingen in ’s Rijks schatkist. Dit is gevolg van het positieve resultaat, de stijging van de voorzieningen en het lagere investeringsniveau. Hieronder volgt per post uit de ‘Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar’ een nadere toelichting: Vorderingen op deelnemers De vorderingen op deelnemers kunnen als volgt worden uitgesplitst: Specificatie vorderingen op deelnemers - Gemeente Amersfoort - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht - Provincie Utrecht Vorderingen op deelnemers

31-12-2024 € 101.000 € 81.000 € € 34.000 € € 35.000 € 140.000 € 704.000 € 1.095.000

€ € € € € € € € €

31-12-2023 97.000 211.000 20.000 63.000 21.000 69.000 95.000 576.000

De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt niet noodzakelijk geacht. Specificatie vorderingen op debiteuren - ODRU, BNG en Omgevingsdienst NL

€

31-12-2024 211.000

€

31-12-2023 167.000

Vorderingen op debiteuren

€

211.000

€

167.000

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 31 van 51

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn alle overtollige liquide middelen die in de schatkist worden aangehouden, tenzij deze middelen onder het drempelbedrag gerekend kunnen worden. Per kwartaal mag het gemiddelde van de middelen die de decentrale overheid dagelijks buiten de schatkist houdt niet boven het drempelbedrag uitkomen. Onderstaand overzicht geeft inzicht in deze berekening en de daarbij behorende uitkomsten per kwartaal. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 1 € 1.000.000 € Kwartaal 1 € 248.807 € € 751.193 € € €

Kwartaal 2 1.000.000 € Kwartaal 2 245.546 € 754.454 € €

Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag

Kwartaal 3 1.000.000 € Kwartaal 3 249.309 € 750.691 € €

Kwartaal 4 1.000.000 Kwartaal 4 248.598 751.402 -

€ € € €

18.855.000 18.855.000 1.000.000

Er is over 2024 € 260.000 (2023 € 177.000) aan rente ontvangen op de uitzettingen in ’s Rijks schatkist. Deze zijn verantwoord onder de saldo financieringsfunctie. 3. Overlopende activa De post overlopende activa is als volgt opgebouwd: - Nog te ontvangen bedragen Europese en Nederlandse overheden - Nog te ontvangen bedragen derden - Vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa

31-12-2024 718.000 91.000 254.000 1.063.000

€ € € €

€ € € €

31-12-2023 1.081.000 63.000 150.000 1.294.000

De post nog te ontvangen bedragen bestaat vrijwel geheel uit nog te factureren aanvullende opdrachten. Specificatie Nog te ontvangen bedragen a. Rijk: Subtotaal b. Overige Nederlandse Overheden: - Gemeente Amersfoort - Gemeente Eemnes - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Utrecht - Provincie Utrecht - Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Subtotaal Derden - Derden/overigen Totaal nog te ontvangen bedragen

€ €

31-12-2024 -

€ €

31-12-2023 -

€ € € € € € € €

116.000 12.000 497.000 93.000 718.000

€ € € € € € € €

114.000 12.000 16.000 45.000 4.000 890.000 1.081.000

€ €

91.000 809.000

€ €

63.000 1.144.000

Nog te ontvangen bedragen zijn gedaald ten opzichte van 2023. Eind 2023 was er eenmalig een hogere post Nog te factureren aan de Provincie Utrecht door een herverdeling van de vaste bijdrage en extra werkzaamheden in aanvullende opdrachten. Eind 2024 is dit niet het geval. Liquide middelen De post liquide middelen is als volgt opgebouwd: - BNG Bank Liquide middelen

€ €

31-12-2024 249.000 249.000

€ €

31-12-2023 250.000 250.000

De liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de RUD Utrecht.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 32 van 51

4. Eigen vermogen De post eigen vermogen is als volgt opgebouwd:

Stand per 1 januari 2024 Mutaties - Verwerking resultaat 2023(algemene reserve) - Verwerking resultaat 2023 (bestemmingsreserve) - Terugstorting aan deelnemers - Verwerking resultaat 2024 - Storting bestemmingsreserves - Onttrekking bestemmingsreserves Saldo Stand per 31 december 2024

Algemene reserve

Bestemmingsreserves

Gerealiseerd resultaat

Totaal

€

559.000

€

656.000

€

302.000

€

1.517.000

€ € € €

193.000 -

€ €

193.000

€ € € € € € €

109.000 275.000 -246.000 138.000

€ € € € € € €

-193.000 -109.000 1.402.000 1.100.000

€ € € € € € €

1.402.000 275.000 -246.000 1.431.000

€

752.000

€

794.000

€

1.402.000

€

2.948.000

Algemene reserve Storting : Positieve saldo jaarrekening Doel : Weerstandscapaciteit van de RUD Utrecht. Verloopoverzicht van de bestemmingsreserves: Informatie gestuurd handhaving

Persoonsgebonden opleidingsbudgetten

ISV gelden - geluid SBG

Stand per 1 januari 2024

€

67.000

€

211.000

€

13.000

€

140.000

€

225.000

€

656.000

Mutaties - Verwerking resultaat 2023 - Toevoeging ten laste van het resultaat - Onttrekking ten gunste van het resultaat Saldo

€ € € €

-

€ € € €

49.000 49.000

€ € € €

-

€ € € €

60.000 -200.000 -140.000

€ € € €

275.000 -46.000 229.000

€ € € €

109.000 275.000 -246.000 138.000

Stand per 31 december 2024

€

67.000

€

260.000

€

13.000

€

-

€

454.000

€

794.000

Doorontw. RUD Utrecht

Omgevingswet

Totaal

Bestemmingsreserve IGH (Informatie gestuurde Handhaving) Storting : Oorspronkelijk ten laste van de algemene reserve ter hoogte van € 120.000. Doel : Het verbeteren van de datakwaliteit van de RUD Utrecht. Deze bestemmingsreserve is oorspronkelijk gevormd middels niet bestede projectgelden voor IGH die door de provincie Utrecht ter beschikking waren gesteld. In overleg met de provincie Utrecht is € 53.000 van deze bestemmingsreserve onttrokken in 2019. Sindsdien hebben geen mutaties plaatsgevonden. Bestemmingsreserve Persoonsgebonden opleidingsbudgetten Storting : Meerdere jaren toevoegingen. Doel : Het dekken van kosten in het geval dat medewerkers aanspraak maken op persoonsgebonden opleidingsbudget dat in voorgaande jaren niet besteed is. In 2024 heeft een dotatie aan deze bestemmingsreserve conform de resultaatbestemming 2023 plaatsgevonden. Bestemmingsreserve ISV gelden - geluid SBG Storting : Ontvangst van SBG voor ISV-geluid. Doel : Ten behoeve van mogelijke woningen die achteraf nog in aanmerking komen voor het treffen van gevelmaatregelen in verband met geluidoverlast van weg/railverkeer. In 2024 zijn geen middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve Omgevingswet Storting : In 2019 en 2020 is de bestemmingsreserve Omgevingswet via het resultaat gevormd en aangevuld. Doel : De organisatie voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet.

In 2024 heeft een dotatie aan deze bestemmingsreserve conform de resultaatbestemming 2023 plaatsgevonden. Er is een onttrekking van het hele bedrag van de bestemmingsreserve doorgevoerd conform begroting. Bestemmingsreserve Doorontwikkeling RUD Utrecht Storting : Oorspronkelijk ten laste van het resultaat 2021 ter hoogte van € 467.000. Doel : Ter dekking van kosten voor de doorontwikkeling van de RUD Utrecht.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 33 van 51

In 2024 heeft een dotatie plaatsgevonden conform de begroting 2024 en is er € 46.000 onttrokken ter dekking van gemaakte kosten voor de doorontwikkeling van de RUD Utrecht voor de projecten inrichting naar MBA en Informatie- en risicogerichte Toezicht en Handhaving. 5. Voorzieningen Verloopoverzicht van de Voorzieningen: Saldo per 31-12-2023

Vrijval

Toevoegingen

Saldo per 31-12-2024

Aanwendingen

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening Verlofsaldi - Voorziening Personeel

€ €

479.000 380.000

€

-

€ €

149.000 466.000

€ €

-75.000 € -101.000 €

Totaal

€

859.000

€

-

€

615.000

€

-176.000

553.000 745.000

€

1.298.000

De voorziening Verlofsaldi bestaat uit de onderdelen bovenwettelijk verlof en het vitaliteitsverlof. De uren voor wettelijk verlof en tijd voor tijd zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De voorziening Personeel is gevormd voor gebeurtenissen in het verleden die in de komende jaren naar verwachting tot uitstroom van middelen zullen leiden. 6. Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De post netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar is als volgt opgebouwd:

- Crediteuren Overige schulden

31-12-2024 729.000 729.000

€ €

31-12-2023 1.120.000 1.120.000

€ €

De crediteuren zijn als volgt uitgesplitst: Crediteuren Terug te betalen aan opdrachtgevers - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht Overlopende passiva

€

31-12-2024 729.000

€

31-12-2023 944.000

€ € € € € €

729.000

€ € € € € €

8.000 9.000 4.000 6.000 149.000 1.120.000

Het crediteurensaldo is ten opzichte van eind 2024 gedaald doordat er geen verplichtingen aan opdrachtgevers bestaan. Het crediteurensaldo aan leveranciers was eind 2023 hoger dan normaal. Dat heeft te maken met een aantal grotere facturen dat nog betaald moesten worden eind 2023. 7. Overlopende passiva De post overlopende passiva is als volgt opgebouwd: - Vooruit ontvangen bedragen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Voorschotten voor uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel - Nog te betalen bedragen - Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers Overlopende passiva

€ € € € €

31-12-2024 4.204.000 333.000 1.567.000 476.000 6.580.000

€ € € € €

31-12-2023 3.053.000 799.000 1.288.000 244.000 5.384.000

Het saldo overlopende passiva is aanzienlijk gestegen ten opzichte van vorig jaar, met name door de Vooruit ontvangen bedragen van deelnemers. Dit is met name het gevolg van voorschotten voor het komende jaar welke reeds ontvangen zijn. Hieronder volgt per post uit de overlopende passiva een nadere toelichting: Vooruit ontvangen bedragen van deelnemers en Voorschotten voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel De onderdelen kunnen als volgt worden uitgesplitst:

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 34 van 51

Specificatie vooruit ontvangen bedragen Vooruit ontvangen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht Subtotaal Voorschotten voor uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) Subtotaal Totaal vooruit ontvangen bedragen

31-12-2024

31-12-2023

€ € € € € € € € € € € € €

588.000 164.000 158.000 69.000 148.000 160.000 7.000 146.000 226.000 6.000 120.000 2.412.000 4.204.000

€ € € € € € € € € € € € €

142.000 151.000 63.000 158.000 38.000 7.000 9.000 112.000 2.373.000 3.053.000

€ € € €

333.000 333.000 4.537.000

€ € € €

279.000 520.000 799.000 3.852.000

De post Vooruit ontvangen van deelnemers betreft de reeds in rekening gebrachte voorschotten voor het eerste kwartaal 2025 die reeds vóór 31 december 2024 zijn ontvangen. Eveneens zijn hierbij inbegrepen voorschotten van opdrachten waarvoor meer ontvangen is dan gerealiseerd in 2024. De post Voorschotten voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel kenen het volgende verloop: Specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH

Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht

Stand per 1 januari 2024

€

279.000

€

520.000

€

799.000

Mutaties Ontvangen bedragen in 2024 Realisatie in 2024 Vrijgevallen bedragen of terugbetaling Saldo

€ € € €

279.000 -279.000

€ € € €

419.000 606.000 -187.000

€ € € €

419.000 885.000 -466.000

Stand per 31 december 2024

€

-

€

333.000

€

333.000

Totaal

De SPUK voor toezicht en handhaving energiebesparingsplicht loopt door naar het volgende jaar. Dit bedrag kan dus in 2025 worden ingezet. Nog te betalen bedragen Dit bedrag bestaat uit de onderstaande componenten. Specificatie nog te betalen bedragen - Te betalen omzetbelasting - Te betalen overige kosten - Netto salaris - Te betalen loonheffing - Te betalen pensioenen Nog te betalen bedragen

€ € € € € €

31-12-2024 861.000 688.000 12.000 6.000 1.567.000

€ € € € € €

31-12-2023 711.000 501.000 42.000 34.000 1.288.000

De nog te betalen omzetbelasting is gestegen ten opzichte van vorig jaar. Het is het resultaat van de eind 2024 gefactureerde bedragen, voornamelijk door voorschotnota’s 2025. De te betalen overige kosten bestaan voornamelijk uit een reservering voor het wettelijk verlof en tijd-voor-tijd (€ 407.000) en transitorische kosten per einde boekjaar. De post nog terug te betalen aan opdrachtgevers kan als volgt worden gesplitst:

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 35 van 51

Specificatie Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht

€ € € € € € € €

31-12-2024 29.000 61.000 4.000 30.000 41.000 56.000 47.000 123.000

€ € € € € € € €

31-12-2023 35.000 84.000 30.000 57.000 19.000 -

- Gemeente Woudenberg Totaal Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers

€ €

85.000 476.000

€ €

19.000 244.000

De nog terug te betalen aan opdrachtgevers bestaan voornamelijk uit de afrekening van de variabele productie alsmede de te verrekenen ex-wbb bodemtaken. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen (Meerjarige) financiële verplichtingen Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor de huur van twee etages in het provinciehuis van de provincie Utrecht. De huurovereenkomst van de etages zijn stilzwijgend verlengd tot 1 juli 2025, en kennen een opzegtermijn van 1 jaar. De jaarlijkse huurprijs (prijspeil 2024) hiervan bedraagt € 363.000 en de jaarlijkse servicekosten bedragen € 264.000, beide bedragen exclusief BTW. Indexatie vindt jaarlijks plaats conform de consumentenprijsindex. Er is een niet in de balans opgenomen verplichting voor de afname van ICT-diensten van de gemeente Houten. Het jaarbedrag bedraagt voor 2025 € 561.000. Jaarlijks wordt een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen RUD en gemeente Houten en hierbij wordt het nieuwe jaarlijkse bedrag opgenomen. De gemeente Houten heeft in 2023 een Europese aanbesteding uitgevoerd met het doel om de ICT-infrastructuur te outsourcen en hieruit is met de commerciële dienstverlener een contract afgesloten voor 5 jaar. Operationele lease RUD Utrecht heeft in 2023 een nieuwe Europese aanbesteding afgerond.

Voorheen liepen de contracten van de RUD Utrecht mee met de Provincie Utrecht en nu heeft de RUD zelfstandig een overeenkomst. Onder deze aanbesteding zijn ook de oude auto’s ondergebracht. De huidige leasecontracten lopen tot maximaal november 2028. Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren: Te betalen Binnen 1 jaar Tussen 1 en 5 jaar Totaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Totaal te betalen € € €

64.000 62.000 126.000

Pagina 36 van 51

Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2024 2.3.4 Toelichting op de programma’s en de kostensoorten De RUD Utrecht heeft het jaar 2024 met, voor resultaatbestemming en zonder renteopbrengsten, een positief resultaat afgesloten van € 1.048.000. In de verantwoording zijn de totaal gerealiseerde lasten voor inzet personeel (inclusief inhuur en overige overheadkosten) procentueel verdeeld over de programma’s. Dit is bij de oprichting van de RUD Utrecht vastgelegd als begrotingsuitgangspunt. De financiële baten worden daarbij niet meegeteld. Het behaalde resultaat is als volgt verdeeld: Vergunningverlening

Handhaving Kosten

€

8.056.000

€

8.163.000

Directe variabele kosten

€

6.681.000

€

6.927.000

Directe vaste kosten

€ € € € €

1.375.000 8.151.000 6.830.000 1.321.000 95.000

€ € € € €

1.236.000 8.668.000 7.517.000 1.151.000 505.000

Opbrengsten

Directe variabele opbrengsten Directe vaste opbrengsten Saldo

Bedrijfsvoering (Overhead) €

4.850.000

€ €

4.850.000 5.421.000

€ €

5.421.000 571.000

Totaal €

21.069.000

€

13.608.000

€ € € € €

7.461.000 22.240.000 14.347.000 7.893.000 1.171.000

De RUD Utrecht heeft een duaal financieringssysteem. De vaste kosten (bedrijfsvoering en directe vaste kosten van de programma’s) worden middels een vaste bijdrage door de deelnemers vergoed. De overige kosten in de primaire programma’s worden middels een variabele bijdrage op basis van levering van producten en diensten gedekt. Uit bovenstaande blijkt dat er per saldo € 432.000 (€ 7.893.000 minus € 7.461.000) meer aan vaste bijdrage is ontvangen dan kosten gerealiseerd. Dat zit geheel binnen de Bedrijfsvoering. Dit heeft te maken met lagere uitgaven op de posten als Salarissen en Kapitaallasten. Er zijn aanvullende opdrachten geweest en er is een aantal medewerkers gedetacheerd die wel begroot waren maar waar ook extra baten tegenover staan. Een nadere specificatie hiervan staat beschreven in de samenvatting en in onderstaande analyse op niveau van kostensoort. Er is per saldo € 739.000 (€ 14.347.000 minus € 13.608.000) meer aan variabele opbrengsten ontvangen dan er kosten zijn gerealiseerd. Bij vergunningverlening is dat meer zichtbaar dan bij handhaving door eenmalige personele lasten op Handhaving en doordat de realisatie op de Handhaving hoger was (98,9%) dan de Vergunningverlening (93,4%) De inhuurkosten voor aanvullende opdrachten waren lager dan verwacht en er zijn aanvullende subsidiebaten op de inzet van energie controles geweest die het verschil deels verklaren.

Hieronder is op kostensoort niveau een nadere analyse van de kosten opgenomen. Die een verdere specificatie geeft van de realisatie op totaalniveau. Voor een analyse op de begroting 2024 per programma onderdeel wordt verwezen naar het jaarverslag onderdeel 1.1.3 t/m 1.1.5.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 37 van 51

Toelichting naar baten- en kostensoort In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de totale exploitatie naar kostensoort. Exploitatieoverzicht

Raming 2024 voor wijzigingen

Raming 2024 na wijzigingen (a)

Verschil (b - a)

Realisatie 2024 (b)

Lasten Personeel Personeel van derden incl inhuur Kapitaallasten Huisvestingskosten en ICT Overige materieel budget Ontwikkelkosten Onvoorzien Stelpost loon- en prijscompensatie Traject samenvoeging RUD & ODRU

€ € € € € € € € €

14.839.000 720.000 336.000 1.693.000 552.000 150.000 325.000 240.000 -

€ € € € € € € € €

14.423.000 4.347.000 256.000 1.840.000 692.000 425.000 705.000

€ € € € € € € € €

14.092.000 3.690.000 253.000 1.775.000 888.000 371.000 523.000

€ € € € € € € € €

-331.000 -657.000 -3.000 -65.000 196.000 -54.000 -182.000

Totaal lasten

€

18.855.000

€

22.688.000

€

21.592.000

€

-1.096.000

Baten Vaste bijdrage deelnemers Variabele bijdrage deelnemers Aanvullende opdrachten Aanvullende opdrachten materiële middelen Financiële baten Traject samenvoeging RUD & ODRU

€ € € € € €

7.411.000 11.544.000 57.000 -

€ € € € € €

7.411.000 11.666.000 2.809.000 211.000 255.000 705.000

€ € € € € €

7.411.000 11.131.000 3.284.000 414.000 260.000 523.000

€ € € € € €

-535.000 475.000 203.000 5.000 -182.000

Totaal baten

€

19.012.000

€

23.057.000

€

23.023.000

€

34.000

Totaal (voor reservemutaties)

€

157.000

€

369.000

€

1.431.000

€

1.062.000

€ €

-

€ €

200.000 75.000

€ €

200.000 46.000

€ €

-29.000

Onttrekking:

- Reserve Omgevingswet - Reserve Doorontwikkeling RUD

Storting:

- Reserve Doorontwikkeling RUD

€

-150.000

€

-275.000

€

-275.000

€ €

-

Gerealiseerd resultaat

€

7.000

€

369.000

€

1.402.000

€

1.033.000

Personele lasten Ook dit jaar zien we wederom dat er krapte op de arbeidsmarkt was waardoor vaste formatieplaatsen later werden ingevuld. Om die reden worden de eerste twee posten m.b.t. de personeelslasten in zijn geheel geanalyseerd. Op totaalniveau zijn de personeelslasten € 988.000 (€ 331.000+€ 657.000) lager dan begroot. De personeelskosten hangen nauw samen met de baten omdat de baten voornamelijk worden gerealiseerd door inzet van personeel. De personeelskosten van vaste medewerkers zijn € 331.000 lager dan begroot. De realisatie van het DVO was 96,1% en daardoor zijn er ook minder vaste personele lasten dan begroot. Er is € 3.700.000 aan inhuurkosten gerealiseerd en dat is voornamelijk nodig geweest voor het uitvoeren van aanvullende opdrachten € 3.300.000 en daarnaast zijn er externe medewerkers ingehuurd voor Bedrijfsvoering voor onder andere de voorbereiding van de samenvoeging met de ODRU. Kapitaallasten De kapitaallasten zijn € 3.000 lager uitgevallen dan de laatste begroting. Dit zijn de afschrijvingskosten van materiële vaste activa. In aanloop naar de samenvoeging met de ODRU worden er minder investeringen gedaan en deels ook uitgesteld, om deze financiële ruimte bij de nieuwe dienst in te kunnen zetten zonder dat dit een kostenverhogend effect heeft. Het gevolg is dat de afschrijvingen voor 2024 lager uitvallen.

De daling van de kapitaallasten is al langer zichtbaar. In 2023 zijn er nog wel nieuwe vervoermiddelen voor de buitengebied BOA’s aangeschaft die in 2024 voor het eerste jaar volledig zijn afgeschreven, waardoor de afschrijvingskosten in 2024 toch ongeveer € 30.000 hoger zijn dan in 2023. Huisvestingskosten en ICT De huisvestingskosten en ICT zijn € 65.000 lager uitgevallen dan de laatste begroting. De budgetten zijn niet geheel besteed in 2024, er was een reservering opgenomen voor nagekomen servicekosten (energie) die niet nodig bleek te zijn. Wel zijn de servicekosten hoger dan in de eerste begroting ingeschat door de hogere verbruikskosten voor energie. De ICT kosten voor werkplekken zijn ook gestegen en ook het aantal medewerkers is hoger dan begroot en dit heeft ook geleid tot de aanvullende baten. Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 38 van 51

Overig materieel budget Het overig materieel budget is € 196.000 hoger uitgevallen dan de laatste begroting. Het gaat hierbij om door te belasten materiële kosten aan opdrachtgevers. Daarnaast zijn in 2024 voor de groene BOA’s zaken aangeschaft omdat hier extra budget voor beschikbaar is gekomen. Dit verklaart ook een deel van de stijging. Ontwikkelkosten De ontwikkelkosten zijn als volgt onderverdeeld: Categorie Omgevingswet, voorbereiding op inwerkingtreding Datakwaliteit Informatie en risicogerichte Toezicht en Handhaving Ontwikkelkosten, omzetten van inrichting naar MBA Totaal

Kosten 185.000 140.000 40.000 6.000 371.000

De ontwikkelkosten zijn € 54.000 lager uitgevallen dan begroot. Het grootste verschil is ontstaan in lagere kosten voor de projectorganisatie die in het eerste halfjaar 2024 nog actief was om het werken met de nieuwe Omgevingswet in de organisatie te begeleiden. Deze kosten zijn gefinancierd vanuit de daarvoor gevormde bestemmingsreserve. Daarnaast is in 2024 het project datakwaliteit uitgevoerd dat er op is gericht om de datakwaliteit op orde te krijgen. Hiervoor is in 2024 € 140.000 budget beschikbaar gesteld. Dat is een basisvoorwaarde om succesvol andere projecten te kunnen uitvoeren zoals Informatie- en risicogerichte Toezicht (RGT-app) en het geautomatiseerd omzetten van het inrichtingenbestand naar MBA 2’s. Dit is onderdeel van ‘schoon door de poort’ bij de samenvoeging in 2026. Vaste en variabele bijdrage deelnemers De RUD Utrecht werkt met een hybride financieringssystematiek; een vaste en een variabele bijdrage. De vaste bijdrage wordt jaarlijks middels de begroting vastgesteld. Op basis van deze begroting wordt de vaste bijdrage ter dekking voor de backoffice en overhead afgerekend. De variabele bijdrage betreft de realisatie van de DVO’s doorvertaald in uitvoeringsplannen. In 2024 is 96,1% van de DVO’s en uitvoeringsplannen gerealiseerd. De variabele bijdrage is daarom € 535.000 lager dan begroot.

In de begroting was er nog van uitgegaan de oorspronkelijke afspraak uitgegaan dat de variabele bijdrage in het eerste jaar van de Omgevingswet was vastgezet. In januari 2025 heeft het bestuur geconcludeerd dat het effect van de Omgevingswet op de financiële realisatie beperkt was. Daarom is besloten deze afspraak alsnog te laten vervallen en de variabele bijdrage ook variabel af te rekenen. Aanvullende opdrachten De opbrengsten vanuit aanvullende opdrachten en de aanvullende opdrachten van materiele middelen zijn in totaal € 678.000 (€ 475.000+€ 203.000) hoger dan begroot. In de tabel van baten en lasten zijn de aanvullende opdrachten verdeeld over de posten ‘Aanvullende opdrachten’ en ‘Aanvullende materiële middelen’. Aanvullende opdrachten gaan gepaard met extra uren inzet en aanvullende materiële middelen gaan gepaard met onderdelen van de opdracht die de RUD Utrecht weer aan een externe partij uitbesteedt.

De aanvullende opdrachten kunnen verschillende werkzaamheden betreffen: Provincie Utrecht projecten zoals advisering, diffuus lood, knooppunt bodeminformatie, veehouderij en fundament UPLG; (Advies)werkzaamheden voor overige deelnemers die bovenop afgesloten DVO afspraken uitgevoerd zijn, zoals ruimtelijke ordening, asbest en ecologische advisering; Overige zaken zoals de detachering van medewerkers, subsidie BOA’s en uitvoering van (advies)werkzaamheden door derden; Specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH (SPUK IBP) en Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht (SPUK THE). Sinds de laatste begrotingswijziging zijn er nog voor een aanzienlijk bedrag aanvullende opdrachten binnengekomen, zoals het veehouderij/FOLG vanuit de Provincie project en projecten Bodeminformatie. Het totaal van de aanvullende opdrachten inclusief materiele middelen bedraagt € 3.700.000. Extra opdrachten gaan vrijwel altijd direct gepaard met extra kosten, met name voor inhuur. In 2024 is er relatief een groot aantal aanvullende opdrachten afgesloten met opdrachtgevers. De aanvullende opdrachten materiele middelen brengen ook materiele kosten met zich mee.

2 Een MBA is een milieubelastende activiteit en gaat over een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan

veroorzaken.

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 39 van 51

Door het moment van toekenning van de aanvullende opdracht en het moment waarop inhuur kon worden gerealiseerd, is een aantal aanvullende opdrachten niet in 2024 afgerond. Deze opdrachten zijn deels verschoven naar 2025 in overleg met de opdrachtgever. Financiële baten De renteopbrengsten zijn € 5.000 hoger uitgevallen dan in de laatste begroting. In 2024 is € 260.000 aan renteopbrengsten gerealiseerd, deze waren in de eerste begroting 2024 nog niet verwacht en deze zijn derhalve bij de tweede begrotingswijziging verwerkt. Onttrekkingen bestemmingsreserves De volgende onttrekkingen hebben plaatsgevonden ten laste van de bestemmingsreserves: Categorie

Kosten

Bestemmingsreserve Omgevingswet

185.000

Voorbereiding op inwerkingtreding

Onttrekking bestemmingsreserve Omgevingswet Bestemmingsreserve Doorintwikkeling RUD Utrecht

15.000

Vrijval saldo bestemmingserve

200.000 40.000 6.000 46.000 246.000

Informatie- en risico gerichte Toezicht en Handhaving Omzetten van inrichting naar MBA Onttrekking bestemmingsreserve Doorintwikkeling RUD Utrecht Totaal onttrekking bestemmingsreserves

De onttrekking aan de bestemmingsreserve Omgevingswet hangt samen met de projectorganisatie die in het eerste halfjaar 2024 nog actief was. Het restant van de bestemmingsreserve Omgevingswet is vrijgevallen. De twee projecten Informatie- en risicogerichte Toezicht & Handhaving en omzetting van inrichtingen naar MBA’s zijn gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve Doorontwikkeling RUD. Het laatst genoemde project is goedkoper uitgevallen. Onvoorzien Onvoorzien

Onvoorzien Totaal

Raming 2024 na wijzigingen € €

Lasten

Realisatie 2024

- € - €

Lasten

T.g.v. algemene reserve

Verschil

- € - €

Verschil

- € - €

Storting

-

De in de programmabegroting geraamde post Onvoorzien ad. € 325.000 is in de begroting 2024 na wijzigingen voor € 200.000 ingezet om de hogere CAO indexatie te dekken. Het restant van € 125.000 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling RUD’, dat is reeds in de Bestuursrapportage 2024 verwerkt. Incidentele baten en lasten In de programmabegroting zijn ook baten en lasten opgenomen die een incidenteel karakter hebben. We spreken over Incidentele baten en lasten als deze zich gedurende een periode van maximaal 3 jaar voordoen. De RUD Utrecht heeft de afspraak met de deelnemers dat als opdrachten langer dan 3 jaar naast de DVO worden afgenomen deze werkzaamheden worden opgenomen in de DVO. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de incidentele baten en lasten die deel uitmaken van het resultaat voor bestemming. Specificatie Aanvullende opdrachten Financiele baten Kosten gedekt uit bestemmingsreserves Dotatie/onttrekking bestemmingsreserves Totaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

€ € € € €

Begroting na wijzigingen Baten Lasten 3.725.000 € 3.450.000 255.000 € - € 275.000 275.000 € 275.000 4.255.000 € 4.000.000

€ € € € €

Realisatie 2024 Baten Lasten 4.221.000 € 3.920.000 260.000 € - € 231.000 246.000 € 275.000 4.727.000 € 4.426.000

Pagina 40 van 51

2.3.5 Wet normering topinkomens

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de RUD Utrecht. Het voor RUD Utrecht toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000. Het algemeen bezoldigingsmaximum is van toepassing voor RUD Utrecht. 1. Bezoldiging topfunctionarissen Tabel 1a met betrekking tot leidinggevende topfunctionarissen en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling: Gegevens 2024 bedragen x € 1

Hugo Jungen

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2024

1 januari – 31 december

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00 fte

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

153.653

Beloningen betaalbaar op termijn

23.751

Subtotaal

177.404

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

233.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

177.404

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2023 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

Dienstbetrekking?

Hugo Jungen Directeur 1 januari – 31 december 1,00 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

151.020

Beloningen betaalbaar op termijn

22.894

Subtotaal

173.914

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

223.000

Bezoldiging

173.914

Jaarstukken RUD Utrecht 2024

Pagina 41 van 51

De functies in het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur worden vervuld door leden van de colleges van de deelnemers (burgemeester, wethouder of gedeputeerde). Deze leden vervullen hun functies (voorzitter, vicevoorzitter of lid) onbezoldigd. In onderstaande tabel zijn de WNT gegevens opgenomen: 1d Tabel met betrekking tot topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder: Naam functionaris

Functie

G.J. (Gerrit) Spelt (voorzitter)

Voorzitter Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur

H. (Has) Bakker (vicevoorzitter)

Vicevoorzitter Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur

A. (Aukje) Treep-van Hoeckel

Lid Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur

S. (Steven) de Vries

Lid Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur

E. (Eva) Oosters W. (Wim) de Jong

Lid Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur Lid Algemeen Bestuur

M. (Marieke) Schouten

Lid Algemeen Bestuur

D. (Daphne) Boeve-de Kruif

Lid Algemeen Bestuur

R. (Roland) van Benthem

Lid Algemeen Bestuur

P. (Paul) van Ruitenbeek

Lid Algemeen Bestuur

W. (Wim) Vos

Lid Algemeen Bestuur

J. (Johnas) van Lammeren

Lid Algemeen Bestuur

De tabellen van het verantwoordingsmodel WNT 1b, 1c, 1e, 1f en 1g zijn niet van toepassing voor de RUD Utrecht. In 2024 zijn geen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking toegekend. Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

2.4.3 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijkt een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet, namelijk het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- & oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede balansmutaties de criteria zijn nageleefd (begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik). Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 20 september 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken.

Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt maximaal 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee voor 2024 vastgesteld op € 219.000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stekt vast de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 200.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 219.000. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële Jaarstukken RUD Utrecht 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15532640/1