Raadsvoorstel 6 (bijlage) ruimtelijke onderbouwing tbv vvgb__202370890__
Tekst van het document
Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden
De bouw van het bedrijfsgebouw valt daarnaast ruimschoots binnen de
verkeer hoger ligt dan 53 dB. Aangezien het Bouwbesluit een minimale
wordt voldaan:
grenzen genoemd in de Regeling NIBM. Hierin is opgenomen dat een
gevelgeluidwering eist van 20 dB en een maximaal toelaatbaar binnenge-
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van
(kantoor)ontwikkeling van 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte met mini-
een grenswaarde.
maal één ontsluitingsweg is aangemerkt als NIBM. Ten aanzien van wo-
Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwa-
ningbouwontwikkelingen geldt een NIBM-grens van 1.500 woningen met
liteit.
minimaal één ontsluitingsweg.
luidniveau van 33 dB in de woning, is aanvullend onderzoek verricht naar de benodigde akoestische voorzieningen om aan de regelgeving te kun-
nen voldoen. Door toepassing van de in de rapportage aangegeven bouwmaterialen is
Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.
een zodanige geluidreductie te verwachten dat:
3
HMB, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SRM2 en gevelgeluidwering Schildstraat 56 -62 Brunssum, kenmerk: 23235301N, d.d. 15 mei 2023.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
17
4.1.4
Externe veiligheid
In het Bevi en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen
groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan
van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stof-
in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Het betrokken be-
fen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de
stuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een
opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen.
besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaar-
Achtergrondwaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient ook bepaald te worden of er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland blijkt dat de achtergrondconcentratie ter plaatse tussen de 14 en 16 µg/m 3 (PM10), tussen de 8 en 10 µg/m 3 (PM2,5) en tussen de 10 en 15 µg/m 3 (NO2) bedraagt. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 vastgesteld op 40 µg/m3 en is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 vastgesteld op 25 µg/m 3. De luchtkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied is derhalve ruimschoots voldoende. Conclusie Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer. Voor de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een ontwikkeling die aangemerkt wordt als NIBM. Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Beleid
heid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen,
Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe
zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is over-
veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buislei-
leg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het groepsrisico
dingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te
neemt slechts beperkt toe waardoor onze advisering zich richt op de
gaan op de risico’s in het besluitgebied ten gevolge van handelingen met
bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van het initiatief. Doordat de afstand
gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee
ten opzichte van de transportassen groter is dan 200 meter en de toe-
maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Ver-
name van het groepsrisico zeer beperkt is valt de ontwikkeling binnen het
der is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden.
toepassingsgebied van standaard advisering
Plaatsgebonden risico
De bestrijdbaarheid van de nieuwe ontwikkeling is in orde. Er zijn vol-
Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbe-
doende bluswatervoorzieningen aanwezig en het initiatief is voldoende be-
schermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stof-
reikbaar, zodat incidenten te bestrijden zijn, ter bescherming van de ge-
fen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom
bruikers van het besluitgebied.
de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van
Groepsrisico
gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg,
Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer perso-
binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de
nen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met ge-
Rijksinfrastructuur: hoofdwegen, hoofdwaterwegen en hoofdspoorwegen.
vaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt
(Beperkt) kwetsbare objecten
in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10,
Er moet worden getoetst aan het Bevi, het Bevt en het Bevb wanneer bij
100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het
een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Een
groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording
distributiecentrum is conform het Bevi geen kwetsbaar object. Verdere
(géén norm).
toetsing aan de externe veiligheid is dan ook niet vereist.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
18
Toetsing
Binnen een straal van 300 meter rondom het besluitgebied komen op ba-
Uit de resultaten blijkt dat voor betreffende buisleiding zowel in de huidige
Inrichtingen Risicokaart
sis van de risicokaart geen objecten voor met een verhoogd risico ten aan-
als beoogde situatie de hoogte van het groepsrisico minder dan 10% van
zien van de externe veiligheid. De meest dichtstbijzijnde inrichting is gele-
de oriëntatiewaarde bedraagt. Als gevolg van de planvorming neemt het
Door de overheid is een risicokaart samengesteld (atlasleefomgeving.nl)
gen op circa 350 meter ten zuidoosten van het besluitgebied (Total Tank-
groepsrisico toe. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke
waarop de meest belangrijke risicoveroorzakende bedrijven en objecten
station aan de Emmaweg 1). Het betreft een LPG-vulpunt met een in-
stoffen door buisleidingen (fakkelbrandscenario) dienen meegenomen te
zijn aangegeven. Het gaat hierbij onder meer om risico’s van opslag van
vloedsgebied van 150 meter. Gelet op de afstand tot aan het besluitgebied
worden in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
patronen, stofexplosies, opslag van gasflessen, ammoniakinstallaties,
bestaan er vanuit dit kader kortom geen belemmeringen.
LPG-tankstations enz.
Er is derhalve door Kragten een verantwoording van het groepsrisico opRisicovol transport over wegen
gesteld.5 De resultaten hiervan worden hieronder kort besproken. Voor de
In het Basisnet weg wordt aangegeven dat binnen 200 meter van een weg
volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.
waarover vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden het groepsrisico betrokken moet worden. Op de wegen rondom het besluitgebied vindt
Gebleken is dat in de omgeving van het plangebied een hogedruk aard-
geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Vanuit dit kader bestaan er
gasleiding aanwezig is, die relevant is voor de planvorming. Onderstaand
dan ook geen belemmeringen.
wordt deze bron kort samengevat.
Risicovol transport over spoorwegen
Het plangebied ligt in de nabijheid van hogedruk aardgasleiding Z-503-01-
Binnen een straal van 500 meter rondom het besluitgebied komen op ba-
deel-1. Aangezien het plan volledig binnen de 100% letaliteitsafstand van
sis van de risicokaart geen spoorlijnen voor. Vanuit de ligging ten opzichte
deze buisleiding ligt, is de hoogte van het groepsrisico van zowel de
van de spoorlijn bestaan er dan ook geen belemmeringen.
huidige als toekomstige situatie berekend1. In de onderstaande tabel is een samenvatting weergegeven van de rekenresultaten.
Risicovol transport door buisleidingen In de omgeving rond het besluitgebied zijn is een buisleiding gelegen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het betreft een aardgasleiding (NEN 3650) van de Gasunie. Deze heeft een uitwendige diameter van 324 mm en een maximale werkdruk van 4.000 kPa. Hiervoor geldt een maximale afstand tot de 1%-letaliteitsgrens van 140 meter. Het besluitgebied is gelegen op ongeveer 10 meter ten noorden Figuur 8. Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl) besluitgebied blauw omlijnd
van de buisleiding. Door Kragten is derhalve een Carola-berekening uitge-
* Normwaarde: de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend als het product van de frequentie met het kwadraat van het aantal slachtoffers. Een normwaarde >1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.
voerd4. De resultaten hiervan worden hieronder kort besproken. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.
4 5
Kragten, Externe veiligheid buisleidingen woningbouwplan Schildstraat, Brunssum, kenmerk: 20230721-HVG002-RAP-CAR 2.0, d.d. 30 augustus 2023. Kragten, Verantwoording groepsrisico woningbouwplan Schildstraat, Brunssum, kenmerk: 20230731-HVG002-NOT-VGR 2.0, d.d. 30 augustus 2023.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
19
Uit de bovenstaande resultaten blijkt dat voor de buisleiding zowel in de
onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht
Ad 2)
huidige als toekomstige situatie het groepsrisico lager is dan de oriënte-
voor de buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de vol-
Uit de berekeningen voor de huidige en toekomstige situatie is gebleken
rende waarde (OW), zelfs lager dan 0,1 * OW. De planvorming leidt wel tot
gende onderdelen:
dat voor de buisleiding zowel in de huidige als toekomstige situatie het
een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico.
1. Aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het in-
groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De planvorming
vloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsri-
leidt wel tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsri-
sico mede veroorzaakt of veroorzaken;
sico.
De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (fakkelbrandscenario) worden meegenomen in deze beperkte
2. Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop
verantwoording van het groepsrisico. Beperkte verantwoording Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op
Ad 3)
toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de
Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van
hoogte van het groepsrisico;
belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de
3. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking
de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel
het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit
van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 4. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het in-
brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk
mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een
vloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsri-
kan het enkele uren duren voor de leiding is leeggelopen. In geval van een
taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden ge-
sico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te
directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de
meenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het
brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.
fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet
maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat
Ad 1)
door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het in-
verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied voor externe veilig-
geblokte leidingdeel leeg is gelopen.
heid van buisleiding Z-503-01-deel-1. Het plangebied valt volledig binnen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft de regionale
de 100% letaliteitsafstand van deze buisleiding. In de huidige situatie zijn
Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de be-
brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van
binnen het plangebied commerciële ruimten op begane grond aanwezig
reikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De as-
de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/Veilig-
en 8 appartementen op de verdieping. De commerciële ruimten zijn niet
pecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswa-
heidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een
meer in gebruik.
tervoorziening’ spelen hierin een rol.
In de beoogde situatie worden binnen het plangebied 20 (nieuwbouw)ap-
Ad 4)
ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten.
partementen gerealiseerd. Voor de personenaantallen wordt uitgegaan
Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidin-
De verantwoording van het groepsrisico heeft betrekking op de relevante
van het kengetal voor wonen van 2,4 personen per woning, met een aan-
gen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en
risicobron.
wezigheid van 50% gedurende dagperiode en 100% gedurende de nacht-
een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen ko-
periode. In het voorliggende geval betekent dit een populatie van 24 per-
men te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glas-
Bevb - Transport door buisleidingen
sonen in de dagperiode en 48 personen in de nachtperiode. Als gevolg
scherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebou-
In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto ar-
van het plan nemen de personenaantallen binnen het invloedsgebied van
wen.
tikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen
de buisleidingen toe.
wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
20
De mogelijkheden om zelfredzaamheid te vergroten
Risicocommunicatie
zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen
Het risico op een incident met een hogedruk aardgasleiding wordt voorna-
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan wor-
uitvoeren.
melijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werk-
den verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarme-
zaamheden nabij de leiding.
ringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, ge-
Richtafstanden
baseerd op de eerder genoemde scenario fakkelbrand). In geval van een
Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging
Een belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opne-
calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd
van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en
men van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden
worden.
milieuzonering’6. Voor het aspect geluid geldt het gemeentelijk geluidsbe-
van de aardgastransportleiding. In het bestemmingsplan dient opgenomen
leid als toetsingscriterium. In de publicatie van de VNG is een lijst opgeno-
te worden dat binnen de belemmeringsstrook (5 meter aan weerszijden
De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheid re-
men met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstan-
van de leiding) een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om
gio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De
den bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richt-
grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buis-
Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbe-
afstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie
leiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door
reiding op een alarmering bij rampen.
dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies wor-
deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd.
den gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beBovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfred-
oogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daad-
Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen
zaamheid dienen voor advies te worden voorgelegd aan de regionale
werkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de
brandweer dan wel de Veiligheidsregio. De aanvullende adviezen van de
beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze
brandweer of veiligheidsregio dient de gemeente Brunssum mee te wegen
Omgevingstype
zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van bebouwing tot
in haar besluitvorming.
De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt
de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks
nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype
mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Personen die aanwezig
Conclusie
(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een
zijn binnen de 100% letaliteitsgrens komen te overlijden. Indien het inci-
Vanuit het aspect ‘externe veiligheid’ bestaan er geen belemmeringen
rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van
dent op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkhe-
voor de onderhavige ontwikkeling.
functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel
den voor zelfredzaamheid, voor het gebied dat buiten de 100% letaliteits-
geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-
grens valt, groter. Uit de berekeningen is gebleken dat het plan binnen de
4.1.5
Milieuzonering
100% letaliteitsafstand van deze buisleiding is gelegen.
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-
voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct
mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-
doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieu-
naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en
Indien het incident zich op grotere afstand voordoet, is zelfredzaamheid
belastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals wonin-
kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn hore-
mogelijk, mits ontvluchting uit gebouwen en omgeving op een juiste ma-
gen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met mili-
caconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van
nier mogelijk is. Vluchten kan dan alleen maar via een route buiten het
euzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en
dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrij-
´zicht´ van de fakkel. Vluchtroutes moeten personen direct van de calami-
te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat
vigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en
teit wegleiden. Hier dient in de nader planuitwerking aandacht voor te zijn.
6
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
21
lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvig-
dat de richtafstanden, zoals opgenomen in de tabel, in acht moeten wor-
zone met een lage archeologische verwachting. Daarnaast is het besluit-
heid.
den genomen voor wat betreft de omliggende bedrijvigheid. Er kan voor
gebied gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’.
wat betreft de omliggende bedrijvigheid worden voldaan aan alle richtaf-
Er geldt een onderzoeksplicht vanaf een verstoringsoppervlakte van
Toetsing
standen. Ook indien uit zou worden gegaan van een ‘rustige woonwijk’
10.000 m2 en een diepteverstoring van 40 cm onder het maaiveld. Deze
De beoogde woningen zijn geen functie die volgens de (indicatieve) bro-
worden alle richtafstanden gehaald.
grenzen worden met het voorliggende plan niet overschreden. Een arche-
chure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten op-
ologisch onderzoek is derhalve voor de onderhavige ontwikkeling niet
zichte van milieugevoelige functies in de omgeving. De woningen betref-
Conclusie
fen daarentegen wel milieugevoelige functies. Medewerking aan het plan-
Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor de
voornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat
voorgenomen ontwikkeling.
noodzakelijk geacht.
in de zelfstandige woonruimte gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie, bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. Nu de woningen zijn gelegen in een ‘gemengd gebied’ mogen de richtafstanden met
4.2
Archeologie & cultuurhistorie
één stap teruggebracht worden. In de omgeving zijn enkele bedrijfsmatige
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in
functies gelegen. In het kader van bedrijven en milieuzonering betekent dit
de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cul-
Activiteit / Adres Drogisterij, Schildstraat
Werkelijke af-
Milieuca-
Richtaf-
tureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de
stand (m)
tegorie
stand
Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving
20
1
0
gaan naar de Omgevingswet die in 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een
47 Tandarts, Orionplein 2
20
1
0
Schoonheidssalon,
25
1
0
overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet
Schildstraat 48a Chocolatier, Wijenweg
25
1
0
is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus
203 Kerkgebouw, Schild-
45
2
10
in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ be-
straat 44 Fysiopraktijk, Schild-
30
1
0
50
1
0
55
1
0
60
1
0
straat 46 Supermarkt (PLUS), Orionplein 1 Restaurant/cafetaria, Wijenweg 197 Bakkerij, Wijenweg 195
houden. Toetsing
Figuur 9. Uitsnede archeologische beleidskaart archeologische verwachtingsen cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten, deelkaart gemeente Brunssum (besluitgebied blauw omlijnd)
Volgens de Archeologische beleidskaart archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten, deelkaart gemeente Brunssum (2007) is het besluitgebied gelegen binnen een
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
22
Cultuurhistorie
4.4
Het besluitgebied ligt binnen Verandering cultuurlandschap 1810-1981
De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescher-
(vlak) binnen een ‘nieuw stedelijk gebied ca. 1955-1981’. Volgens het Cultuurlandschap Zuid-Limburg (vlak) betreft het besluitgebied ‘Bouwland en gewandverkaveling’. De weg de ‘Schildstraat’ is aangeduid als weg uit periode 1810 – 1955. Met de onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van aantasting van enige cultuurhistorische waarden.
Ecologie
kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:
ming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming.
1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden.
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of
2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard.
de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is
3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om
bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen
te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-net-
Conclusie
voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepa-
werk bewaard blijft.
Gelet op het bovenstaande zijn er geen belemmeringen te verwachten
lingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepa-
Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben
t.a.v. archeologie en cultuurhistorie.
lingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen
op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplich-
zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.
tig.
Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
In of rond het besluitgebied zijn volgens de geldende beheersverordening
van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische
Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur
en de Risicokaart geen kabels of leidingen gelegen met een bestem-
Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd ge-
(EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen
mingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op
zag.
natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuur-
4.3
Leidingen en infrastructuur
ontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel na-
de voorgenomen ontwikkeling. Wel is op circa 10 meter ten zuiden van het besluitgebied een hogedruk aardgastransportleiding. Het betreft een aard-
Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming
tuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te
gasleiding (NEN 3650) van de Gasunie. Deze heeft een uitwendige dia-
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
verbinden.
meter van 324 mm en een maximale werkdruk van 4.000 kPa. Hiervoor
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er
geldt een maximale afstand tot de 1%-letaliteitsgrens van 140 meter. De
naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde
buisleiding is gelegen op ongeveer 10 meter ten zuiden van het besluitge-
combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante ef-
staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding
bied. Het besluitgebied ligt hiermee binnen de 1%-letaliteitsgrenscontour
fecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijke on-
en hierdoor binnen het invloedsgebied van de leiding. Er is in dat kader
derbouwing in kaart te worden gebracht en beoordeeld.
van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsre-
reeds een Carola berekening uitgevoerd in verband met de verantwoording van het groepsrisico. Deze is reeds aan bod gekomen in paragraaf
Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen
gimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de pro-
4.1.4. Voor wat betreft kabels en leidingen zijn er verder dan ook geen be-
die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken,
vinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.
lemmeringen.
moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habi-
Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activi-
tats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een
teiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve ef-
Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een pas-
fecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kun-
sende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke
nen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet,
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
23
Soortenbescherming
waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een
Beschermde houtopstanden en (vaat)planten
De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soor-
Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect
Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling zijn geen bomen en/of
ten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die
stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS
(vaat)planten aanwezig. De aspecten beschermde houtopstanden en
vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de
Calculator. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern
planten vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie
effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of de-
soorten;
positie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het besluitgebied zijn ex-
Soortenbescherming
terne effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitge-
Door Ecoplanning is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resulta-
sloten.
ten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige rapportage wordt
Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een bedrijfslocatie
verwezen naar de bijlagen.8 Grondgebonden zoogdieren
betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten, met name tij-
Rode eekhoorn
dens de aanlegfase maar ook door een toename aan verkeersbewegingen
Er zijn geen aanwezigheidssporen zoals knaagsporen, nesten of indivi-
in de toekomstige situatie. Een toename van stikstofdepositie op een Na-
duen van de soort waargenomen. Er staan geen bomen in het plangebied.
tura 2000-gebied tijdens de sloop- en/of de aanlegfase is niet uit te sluiten.
Net buiten het plangebied staan wel bomen, maar ook hier zijn geen aan-
Derhalve is er een vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-bereke-
wezigheidssporen van deze soort waargenomen. Het is uitgesloten dat de
ning uitgevoerd of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. De re-
rode eekhoorn nesten heeft in het plangebied. Negatieve effecten op het
sultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer
functioneel leefgebied van deze soort en een overtreding op de verbods-
informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in de
bepalingen Wnb artikel 3.1 zijn niet aan de orde. Er is geen nader onder-
bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing.7
zoek naar de rode eekhoorn nodig.
Het besluitgebied is niet gelegen binnen gebieden behorende bij het Na-
Steenmarter
tuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt ongeveer
Aanwezigheidssporen van de steenmarter zoals uitwerpselen zijn niet
400 meter ten zuidoosten van het besluitgebied. Het meest dichtstbijzijnde
waargenomen in het plangebied. De aanwezigheid van een functioneel
De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Brunssummerheide’, ‘Ge-
deel van de groenblauwe mantel ligt op ongeveer 680 meter ten noord-
leefgebied van de steenmarter kan in het plangebied niet op voorhand
leenbeekdal’ en ‘Teverener Heide’ bevinden zich op respectievelijk 2,0 ki-
westen van het besluitgebied.
worden uitgesloten. Openingen van minimaal 5-6 cm of ruimtes waarin de
Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondi-
steenmarter zich kan verbergen, zijn aanwezig onder de dakplaten op het
ties redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en
dak van de garageboxen. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied
waarden van de groenblauwe mantel en het NNN niet worden aangetast.
van de steenmarter kan aan de orde zijn bij de sloop van de garageboxen.
Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan
Een overtreding op de verbodsbepalingen Wnb artikel 3.10 is aan de orde,
ook niet noodzakelijk geacht.
indien de werkzaamheden aan het dak starten in de periode maart - 14
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).
Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Toetsing Gebiedsbescherming Het huidige besluitgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied.
lometer ten zuidoosten, 3,4 kilometer ten zuidwesten en 4,7 kilometer ten oosten van het besluitgebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde,
7 8
AERIUS-berekening gebruiks- en aanlegfase Schildstraat te Brunssum, rapportnummer: BRUNSTIK220823V.01, d.d. 22 augustus 2023. Ecoplanning, Quickscan flora en fauna Schildstraat 52 Brunssum, rapportnummer: 23RQ012, d.d. 31 mei 2023.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
24
augustus. Er is een nader steenmarteronderzoek nodig indien de werk-
Op basis van de waarnemingen is het nog niet uitgesloten dat vleermuizen
Gierzwaluw
zaamheden gedurende de genoemde periode gaan starten.
het plangebied benutten als rust- en/of voortplantingsplaats. Negatieve ef-
Er zijn geen individuen van de soort waargenomen, omdat de soort ten
fecten op het functioneel leefgebied van vleermuizen als gevolg van de
tijde van het veldbezoek overwintert in Afrika. Het plangebied is onge-
Overige soorten
werkzaamheden in het plangebied en een overtreding op de verbodsbepa-
schikt als rust- en/of voortplantingsplaats voor gierzwaluwen, omdat er
Er zijn geen aanwezigheidssporen waargenomen van de paragraaf 4.2.1.3
lingen Wet natuurbescherming artikel 3.5 zijn aan de orde. Er is een nader
geen geschikte dakopeningen aanwezig zijn. Het is uitgesloten dat de
genoemde soorten. Er is geen geschikt leefgebied aanwezig in het plan-
vleermuizenonderzoek nodig.
gierzwaluw het plangebied benut als nestlocatie. Negatieve effecten als
gebied. De aanwezigheid van functioneel leefgebied van de grondgebon-
gevolg van de werkzaamheden in het plangebied op het functioneel leef-
den zoogdieren kan op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten
Door Geonius is derhalve een aanvullend onderzoek naar de aanwezig-
gebied van deze soort en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet
op het functioneel leefgebied van deze soorten en een overtreding op de
heid van vleermuizen uitgevoerd. De resultaten worden hieronder kort be-
natuurbescherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde. Er is geen na-
verbodsbepalingen Wnb artikelen 3.5 en 3.10 zijn niet aan de orde. Er is
handeld. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. 9
der gierzwaluwenonderzoek nodig.
Met de visuele inspectie zijn geen sporen van vleermuizen of aanwezige
Huismus
Vleermuizen
individuen aangetroffen. Op basis van het verrichte onderzoek is de aan-
Er zijn drie roepende huismussen waargenomen ter plaatse van de haag
Gebouwen wonende vleermuizen als:
geen nader onderzoek nodig.
wezigheid van actueel in gebruik zijnde verblijfsfuncties van vleermuizen
langs de aan te leggen infiltratievoorziening net buiten het plangebied. De
gewone dwergvleermuis;
in de onderzochte gebouwen uitgesloten. De sloop van de gebouwen leidt
haag maakt onderdeel uit van het functioneel leefgebied van de huismus.
gewone grootoorvleermuis
daarmee niet tot negatieve effecten en daarmee een overtreding van de
Negatieve effecten als gevolg van de aan te leggen infiltratievoorziening
laatvlieger;
verbodsbepalingen Wnb. De sloop van de aanwezige bebouwing is daar-
gaan niet optreden, omdat de haag behouden blijft. Een overtreding op de
ruige dwergvleermuis.
mee niet ontheffing plichtig in het kader van de Wnb.
verbodsbepalingen Wnb artikel 3.1 is niet aan de orde. Er is geen nader
Er zijn geen aanwezigheidssporen als uitwerpselen, afgebeten vlinder-
onderzoek naar de huismus nodig.
vleugels of individuen waargenomen van vleermuizen. Er zijn wel potenti-
Broedvogels
ele rust- en voortplantingsplaatsen voor vleermuizen aanwezig ter plaatse
Bosuil
Roek
van de uitbouw van de voormalige supermarkt:
Aanwezigheidssporen van deze soort zoals individuen, braakballen of uit-
Aanwezigheidssporen van deze soort zoals individuen en nesten zijn niet
een opening in de muur die vleermuizen toegang geeft tot de
werpselen zijn niet waargenomen. In het plangebied staan geen bomen.
waargenomen. In het plangebied staan geen bomen. Net buiten het plan-
spouw;
Net buiten het plangebied staan wel bomen, maar ook hier zijn geen aan-
gebied staan wel bomen, maar ook hier zijn geen aanwezigheidssporen
de dilatatievoeg;
wezigheidssporen van deze soort waargenomen. Het is uitgesloten dat de
van deze soort waargenomen. Het is uitgesloten dat de roek het plange-
ruimte tussen dakgoot en muur;
bosuil het plangebied benut als nestlocatie. Negatieve effecten op het
bied benut als nestlocatie. Negatieve effecten op het functioneel leefge-
ruimtes tussen de daktrim en de muur die vleermuizen toegang
functioneel leefgebied van deze soort en een overtreding op de verbods-
bied van deze soort en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet na-
geven tot de spouw. Deze spouw is niet na-geïsoleerd en dus vrij
bepalingen Wet natuurbescherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde,
tuurbescherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde, omdat geen bo-
van isolatiemateriaal waardoor de gehele spouw beschikbaar is
omdat geen bomen worden gekapt en geen extra lichtbronnen worden ge-
men worden gekapt. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plan-
voor vleermuizen.
plaatst. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plangebied door
gebied door de roek is niet nodig.
de bosuil is niet nodig.
9
Geonius, Visuele inspectie Schildstraat 52 Brunssum, rapportnummer:EA230082.M01, d.d. 21 juli 2023.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
25
Overige vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd
Overige soorten
Conclusie
Er zijn geen aanwezigheidssporen waargenomen van de (jaarrond be-
Er zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën en reptielen in het
Vanuit het aspect ‘ecologie’ bestaan er geen belemmeringen ten aanzien
schermde) vogelsoorten. Het plangebied bestaat uit een de uitbouw van
plangebied verricht. Het plangebied is onbegroeid en dus ongeschikt als
van de onderdelen ‘gebiedsbescherming’ en ‘houtopstanden’. Ten aanzien
de voormalige supermarkt, garageboxen en een gazon. Dit habitat biedt
leefgebied voor amfibieën en reptielen. De aanwezigheid van amfibieën
van het onderdeel ‘soortenbescherming’ zijn er, gelet op de resultaten van
geen leefgebied aan de (jaarrond beschermde) soorten. De aanwezigheid
en reptielen in het plangebied is op voorhand uitgesloten. Negatieve effec-
de quickscan flora en fauna, nog aanvullende onderzoeken benodigd naar
van functioneel leefgebied van de overige vogelsoorten kan op voorhand
ten op het functioneel leefgebied van deze soorten en een overtreding op
mogelijk aanwezige soorten. Het gaat om verschillende vleermuissoorten,
worden uitgesloten. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van
de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikelen 3.5 en 3.10 zijn
de steenmarter en verschillende vogelsoorten.
deze soorten en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet natuurbe-
niet aan de orde. Een nader onderzoek naar amfibieën en reptielen is niet
scherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde. Er is geen nader onder-
nodig.
zoek nodig.
4.5
Verkeer en parkeren
Vissen
Verkeer
Overige vogelsoorten nest beschermd tijdens broedseizoen
Er zijn geen waarnemingen van beschermde vissen in het plangebied ver-
Het plan zal tot een verandering van de verkeersgeneratie leiden. Doordat
Er zijn geen nesten van vogels noch individuen waargenomen in het plan-
richt. Er zijn geen waterpartijen aanwezig in het plangebied. De aanwezig-
de voorgenomen ontwikkeling het realiseren van 20 appartementen be-
gebied. Ter plaatse van openingen in de muren van de garageboxen en
heid van vissen in het plangebied is op voorhand uitgesloten. Negatieve
treft, kan worden verondersteld dat er een toename in het aantal verkeers-
de uitbouw van de voormalige supermarkt, is nestgelegenheid aanwezig
effecten op het functioneel leefgebied van deze soort en een overtreding
bewegingen te verwachten valt. Een dergelijke toename zal mogelijk
van soorten als koolmees en zwarte roodstaart. Het is nog niet uitgesloten
op de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb) artikelen 3.5 en
merkbare invloed hebben op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid
dat deze vogelsoorten hier broeden. Als de werkzaamheden starten in de
3.10 zijn niet aan de orde. Een nader vissenonderzoek is niet nodig.
ten opzichte van het omliggende wegennet.
Ongewervelden
Op basis van de toegestuurde schetsontwerpen wordt er van uitgegaan
Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van deze soort
Vliegend hert
dat de verkeersafwikkeling van het besluitgebied plaatsvindt via de Ger-
en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet natuurbescher-
Er zijn geen individuen waargenomen van het vliegend hert. Het habitat is
baldusstraat en de Schildstraat. De verandering in het aantal motorvoer-
ming (Wnb) artikel 3.1 zijn aan de orde.
verhard of bestaand uit een gazon. Dit biedt geen habitat aan het vliegend
tuigbeweging dat met de voorgenomen ontwikkeling gepaard gaat dient te
Dan is een check door een ecologisch deskundige naar de aan-
hert. De aanwezigheid van het vliegend hert in het plangebied is op voor-
worden berekend op basis van de normen van de verkeersgeneratie zoals
wezigheid van nesten van vogelsoorten als koolmees en zwarte
hand uitgesloten. Negatieve effecten en een overtreding op de verbodsbe-
vervat in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencij-
roodstaart nodig.
palingen Wnb artikel 3.10 zijn niet aan de orde. Een nader onderzoek naar
fers parkeren en verkeersgeneratie’.
Herpetofauna
de soort is niet nodig. Overige soorten
Hierbij dient voor de appartementen uitgegaan te worden van ‘koop, ap-
Alpenwatersalamander
Er zijn geen aanwezigheidssporen in het plangebied waargenomen van de
partement, duur’ in ‘centrum’ van de gemeente Brunssum (matig stedelijke
Er zijn geen individuen waargenomen van de Alpenwatersalamander. Er
overige genoemde soorten. Het plangebied is onbegroeid en daarom on-
gemeente). Op basis van deze uitgangspunten worden er maximaal (20 *
zijn geen waterpartijen aanwezig in het plangebied en directe omgeving.
geschikt als functioneel leefgebied voor de overig genoemde soorten. De
7,2 mv/et =) 144 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een ge-
De aanwezigheid van de alpenwatersalamander in het plangebied is op
aanwezigheid van de overige soorten kan op voorhand worden uitgeslo-
middelde weekdag met de voorgenomen ontwikkeling.
voorhand uitgesloten. Negatieve effecten en een overtreding op de ver-
ten. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van deze soort en
bodsbepalingen Wnb artikel 3.10 zijn niet aan de orde. Een nader onder-
een overtreding op de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
zoek naar de Alpenwatersalamander is niet nodig.
artikel 3.5 zijn niet aan de orde. Er is geen nader onderzoek nodig.
periode maart tot en met augustus (het broedseizoen), betekent dit het volgende:
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
26
Per saldo betekent dit in totaal een toename in verkeersgeneratie van
een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid (kwanti-
Gemeentelijke uitgangspunten omgang hemelwater
maximaal 144 motorvoertuigen per etmaal. De aanliggende wegen kun-
tatieve en kwalitatieve eigenschappen) en ruimtelijke ordening, ook in het
Met betrekking tot de omgang met afstromend hemelwater van daken en
nen deze beperkte verkeerstoename goed verwerken.
direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk.
terreinverharding ligt de verantwoordelijkheid primair bij de initiatiefnemer. Het hemelwater dat binnen het plangebied valt dient binnen de grenzen
Parkeren
Beleid waterschap
van het gebied verwerkt te worden. Voor (toekomstige) privé percelen ligt
Door de gemeente Brunssum zijn parkeernormen gesteld waarbij zoveel
Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021
deze verantwoordelijkheid primair bij de (toekomstige) eigenaar/gebruiker.
als mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeerkencijfers zoals die ge-
Het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 is een structuurvisie van de
Dit is het uitgangspunt van de Waterwet. Daarbij hanteren we onder-
steld zijn in de publicaties van het CROW. Ten behoeve van de bereke-
provincie Limburg waarin het nationale waterbeleid verder doorvertaald
staande voorkeursvolgorde:
ning van de te realiseren parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen in
wordt. Het plan bevat enkele specifieke doelen om het watersysteem met
1. hergebruiken;
de bestaande omgeving worden de parkeernormen gehanteerd zoals die
het oog op de toekomst te verbeteren, te weten het herstel van de spons-
2. bergen en infiltreren in de bodem of aanleg van groene daken;
zijn opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan 'Veegplan centrum'.
werking, het herstel van natte natuur, schoon water, duurzame watervoor-
3. noodoverstort op oppervlaktewater of op gemeentelijk rioolstelsel van-
Op basis hiervan dient per gestapelde woning meerpersoonshuishouden
ziening en een veilige Maas.
1,2 parkeerplaats te worden gerealiseerd. Dit betekent voor onderhavig
uit berging / infiltratie-voorziening; 4. lozen naar oppervlaktewater;
planvoornemen dat voor de realisatie van 20 appartementen 24 parkeer-
Met deze doelen wordt ingezet op nieuw waterbeheer waarbij functies ge-
plaatsen (20 x 1,2 = 24) nodig zijn. Er worden in totaal 32 parkeerplaatsen
bonden aan waterkwaliteit in balans moeten zijn met variaties in de be-
op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in de toenemende
schikbaarheid en kwaliteit van water. Hierbij wordt ingezet op een grens-
Pas wanneer uit onderzoek blijkt dat verwerking van hemelwater binnen
parkeerbehoefte. Er is aldus voldoende gelegenheid om volledig op eigen
overschrijdende stroomgebied benadering middels een integrale bronge-
het plangebied redelijkerwijs niet mogelijk is mag het hemelwater worden
terrein te parkeren.
richte aanpak. Daarnaast moet er meer ruimte gecreëerd worden voor na-
aangesloten op de riolering. Hierbij dient de initiatiefnemer het overtollig
tuurlijke processen in het watersysteem, moet het solidariteitsprincipe in
hemelwater altijd gescheiden aan te bieden. In deze situatie wordt mini-
Conclusie
acht genomen worden en dient water vooraf betrokken te worden bij ruim-
maal toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van de ontwikke-
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het initi-
telijke ontwikkelingen en afwegingen.
lingen. Voor nieuwbouw en nieuwe verharding houden we dan minimaal
atief.
een stand-still situatie aan. Het aangekoppeld verhard oppervlak op de rioWaterbeheerprogramma 2022-2027 'Limburgs water in een veranderend
4.6
5. geknepen lozen op de riolering.
Waterhuishouding
lering mag zeker niet groter worden.
klimaat' Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 8 december 2021 vastge-
Bij de watertoets dient gerekend te worden met de navolgende eisen:
De laatste jaren heeft het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie ge-
steld. Het betreft het centrale beleids- en uitvoeringsplan van het water-
kregen, namelijk van reageren naar anticiperen. In ruimtelijke plannen
schap. In dit document wordt de koers voor een toekomstbestendig water-
Limburg): Berging / infiltratie eis T=100 (gemiddeld klimaatscenario
dient steeds meer aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkun-
beheer in Limburg uitgezet. Het waterschap beschrijft hierin hoe:
2050), zijnde 80 mm in 2 uur.
dige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de inte-
inwoners worden beschermd tegen overstromingen vanuit de Maas;
grale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd be-
de juiste balans kan ontstaan tussen water afvoeren en water vasthouden;
keken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin
Ontwerpbui bij (directe) lozing op oppervlakte water (eis Waterschap
Ontwerpbui bij overige ontwikkelingen: Berging / infiltratie eis T=25 (gemiddeld klimaatscenario 2050), zijnde 50 mm in 2 uur.
Het regenwater van de ontwerpbui dient binnen 24 uur door het sys-
het water schoon wordt (gehouden) en wateren natuurlijk worden in-
teem verwerkt te zijn. Wanneer de leeglooptijd van 24 uur wordt over-
gericht; rioolwater wordt gezuiverd en daarbij grondstoffen worden te-
schreden dient een tweede ontwerpbui geborgen te kunnen worden in
ruggewonnen en gebruikt.
het systeem inclusief het restant van de eerste bui.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
27
Er mag geen (grondwater) overlast ontstaan richting omliggende per-
In het kader van het verkennend bodemonderzoek zijn binnen onder-
Uit de meetresultaten volgens de Constant head-methode blijkt dat op ba-
celen.
zoekslocatie de boringen 12, 13 en 14 verricht tot een diepte van 2,0 of
sis van de classificatie in de doorlatendheid de bodemlagen in de onder-
Aan de berekeningen ligt een doorlatendheidsonderzoek (k-waarde
5,0 m-mv. Uit het boorprofiel van deze boringen wordt afgeleid dat het in-
grond als slecht doorlatend worden beoordeeld.
bepaling) van de bodem ten grondslag.
filtratietraject bestaat uit sterk tot matig zandig leem. Grondwater en waterkwaliteit
Voor de nazuivering van hemelwater dient een bodempassage toegepast te worden dan wel mogen er geen uitlogende materialen toege-
Infiltratie onderzoek
Het besluitgebied ligt niet binnen waterwingebied, grondwaterbescher-
past worden.
Voor de keuze van het infiltratietraject dient het bodemprofiel in principe
mingsgebied of een boringsvrije zone. Het is van belang in het besluitge-
Vrijkomend vuilwater (wc's, keuken e.d.) dient aangesloten te worden
geschikt te zijn, waarbij er geen sprake is van visueel sterk verontreinigde
bied verontreiniging als gevolg van afstromend hemelwater te voorkomen.
op het vuil/gemengd rioolstelsel van de gemeente.
bodemlagen. Daarnaast wordt als regel aangehouden dat een infiltratie-
Om de waterkwaliteit te garanderen wordt geadviseerd bij de aanleg van
voorziening wordt aangelegd in de bodemlaag die zich minimaal 0,5 meter
de in het besluitgebied te realiseren gebouwen geen gebruik te maken van
Toetsing
boven de grondwaterspiegel bevindt, rekening houdend met de gemiddeld
uitlogende materialen. Daarnaast dient het gebruik van strooizout en che-
Kenmerken van het watersysteem
hoogste grondwaterstand (GHG). De grondwaterstand bevindt zich dieper
mische onkruidbestrijdingsmiddelen in het besluitgebied zoveel mogelijk te
De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het besluit-
dan 5 m-mv. De infiltraties zijn uitgevoerd op een diepte van 2 m-mv, de
worden voorkomen.
gebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een on-
infiltratievoorziening zal derhalve geen nadelige gevolgen ervaren van de
derverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig
aanwezige grondwaterstand.
zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater.
Oppervlaktewater In het besluitgebied en de directe omgeving is geen primair oppervlakte-
Aan de hand van de meetresultaten zijn de horizontale k-waarden voor de
water aanwezig. In de toekomst zal hier ook niet in voorzien worden. Uit
onverzadigde zone berekend. De meetresultaten en de berekende k-waar-
de kaarten van het waterschap Limburg blijken geen belemmeringen voor
Door BKK Bodemadvies is een infiltratieonderzoek uitgevoerd.10 De resul-
den zijn opgenomen in bijlage VIII. De onderzoeksresultaten zijn in tabel
het besluitgebied.
taten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige rapportage
11 samengevat.
wordt verwezen naar de bijlagen.
Hemel- en afvalwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde he-
Grondwater- en bodemopbouw
melwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droog-
Uit de isohypsenkaarten van het betreffende gebied (grondwatertools.nl,
weerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het besluit-
Dinoloket TNO) valt af te leiden dat het grondwater in het eerste watervoe-
gebied worden verwerkt conform de uitgangspunten van de waterbeheer-
rende pakket als freatisch mag worden beschouwd. De stijghoogte van het
der. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op
freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bedraagt circa
evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op
NAP + 95 meter. Het maaiveld ligt op circa NAP + 100 meter, zodat de
een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrolo-
grondwaterspiegel zich ongeveer op een diepte van circa 5 m-mv bevindt.
gisch neutraal zijn.
De regionale grondwaterstroming van het freatisch grondwater stroomt in zuidwestelijke richting.
10
BKK Bodemadvies, Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum, rapportnummer: 230170.BKK, d.d. 24 mei 2023.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
28
Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 20 apparte-
4.7
Milieueffectrapportage
menten. De beoogde bebouwing heeft een totale oppervlakte van 850 m2. De beoogde bestrating en parkeerplaatsen rondom het bedrijfsgebouw
De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn 4.7.1
M.e.r.-plicht
heeft een oppervlakte van 1.170 m2. In de huidige situatie is het terrein nagenoeg volledig verhard. In de toekomstige situatie zal er rondom de bebouwing en bestrating meer groen worden gerealiseerd. Zodoende is er geen sprake van een toename in verhard oppervlak maar zelfs sprake van
Conclusie opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een be-
Beoordeling directe m.e.r.-plicht De voorliggende onderbouwing maakt de ontwikkeling van woningbouw mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht.
een afname.
drijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling achten wij gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling ook niet benodigd.
Ontwikkeling van bedrijfsgebouwen Het hemelwater dat terechtkomt op de nieuw op te richten bebouwing wordt niet afgevoerd via het riool, maar afgekoppeld. Het regenwater dat afstroomt van de daken en verhardingen zal in het besluitgebied moeten worden opgevangen en geïnfiltreerd middels een zelfstandig infiltratiesysteem. Er dient gewaarborgd te worden dat in totaal circa 202 m³ regenwater op eigen terrein geborgen kan worden. Het regenwater zal in geen ge-
De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.) het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.”
val afgegeven mogen worden op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Er is voldoende ruimte beschikbaar op eigen terrein ter realisering van infiltra-
De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of
tievoorzieningen.
meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een beHet vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande gemeentelijk rioleringsstel-
drijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht.
sel. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden.
Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-MER noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden
Binnen het besluitgebied zal aldus worden voorzien in een gescheiden rioleringsstelsel voor de gescheiden afvoer van afval- en hemelwater. Tot slot voldoen de maatregelen aan de richtlijnen van het Waterschap Limburg en de gemeente Brunssum.
niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet noodzakelijk. Uit paragraaf 4.4 ‘Ecologie’ blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of planm.e.r.-plicht geen sprake is.
Conclusie Als gevolg van de realisatie van de woningen treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en staat het aspect water de uitvoering van het plan niet in de weg.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
29
5
Uitvoerbaarheid
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een ruimtelijke onderbouwing vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofd-
nodig. Hierin zullen tevens afspraken worden meengenomen omtrent het
Antwoorden naar de omwonenden:
risico op planschade.
1. Parkeerproblematiek: Het plan voldoet in de aan de gestelde parkeernota. Hierdoor worden per appartement 1,6 parkeerplaats gereali-
De gemeente zal eveneens een worden meegenomen in de anterieure
seerd. Aanvullend worden er extra parkeerplaatsen ingepast, het aan-
overeenkomst met initiatiefnemer sluiten omtrent het risico op planschade.
tal parkeerplaatsen zal ter latere invulling blijken naar verwachting kunnen er 5 parkeerplaatsen aanvullend toegevoegd worden.
stuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaar-
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
2. Akoestiek supermarkt: om het contactgeluid te beperken voor de boven en naastgelegen woningen worden er zwevende dekvloeren toe-
heid.
gepast in de transformatieappartementen. Hierdoor zal de geluidshin-
Omgevingsdialoog
der afnemen.
Voor onderhavige ontwikkeling is een omgevingsdialoog gevoerd met de
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Financieel economische haalbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Het voorliggende initiatief heeft betrekking op de realisatie van 20 appartementen. Er is daarmee sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Tussen de gemeente en aanvra-