Raadsvoorstel 6 (bijlage) ruimtelijke onderbouwing tbv vvgb__202370890__
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat Gemeente Brunssum Concept
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
1
colofon
projectnaam Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat Schildstraat datum 30 augustus 2023 projectnummer P05897 opdrachtgever HVG Real Estate BRO projectleider SSh projectteam DEe bron kaft BRO
Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
2
Inhoudsopgave 4.1.5
1
Inleiding
4
2
Gebiedsprofiel en Besluitprofiel
5
2.1 2.2 2.3 2.4
5 5 5 6
3
Planopzet Bestaande situatie Toekomstige situatie Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
Beleidskader
7
3.1
Rijks- en provinciaalbeleid
7
3.1.1 3.1.2 3.1.3
7 8 9
3.2
3.3
Provinciaal beleid
9
3.2.1 3.2.2 3.2.3
9 10 11
4
Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Omgevingsverordening 2014 Omgevingsverordening Limburg 2021
Regionaal beleid
12
3.3.1 3.3.2
12
3.3.3 3.3.4 3.3.5
3.4
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Wet Milieubeheer
Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad ‘Ruimte voor park en stad’ Ontwikkelagenda Parkstad Limburg Regionale Woonvisie Parkstad Limburg Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021, onderdeel gemeente Brunssum
12 13 13 13
Gemeentelijk beleid
14
3.4.1 3.4.1
14 15
Structuurvisie Brunssum 2025 Vigerende beheersverordening
Onderzoek
16
4.1
Milieuhygiënische aspecten
16
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4
16 16 17 18
Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
6
Milieuzonering
21
Archeologie & cultuurhistorie Leidingen en infrastructuur Ecologie Verkeer en parkeren Waterhuishouding Milieueffectrapportage
22 23 23 26 27 29
4.7.1
29
M.e.r.-plicht
Uitvoerbaarheid
30
5.1 5.2 5.3
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Afweging belangen
30 30 30
Procedure, overleg en planstukken
32
6.1 6.2 6.3
32 32 32
Procedure Overleg Planstukken
Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek Bijlage 3: Externe veiligheid (Carola-berekening) Bijlage 4: Externe veiligheid (verantwoording groepsrisico) Bijlage 5: Stikstofberekening Bijlage 6: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 7: Aanvullend ecologisch rapport Bijlage 8: Omgevingsdialoog
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
3
1
Inleiding
Het voornemen bestaat om op een locatie aan de Gerbaldusstraat – Schildstraat te Brunssum woningen te realiseren. De bestaande leegstaande commerciële ruimte en garageboxen zullen worden gesloopt. In plaats daarvan zullen nieuwbouwwoningen worden gebouwd. Het realiseren van de woningen is juridisch-planologisch gezien niet toegestaan. Er zijn onder andere woningen voorzien op een verkeersbestemming. Daarnaast is ter plaatse van de besluitsubvlakken ‘supermarkt’ en ‘garageboxen’ het realiseren van woningen niet toegestaan. De beoogde ontwikkeling is daarmee niet rechtstreeks toegestaan volgens de vigerende beheersverordening. Medewerking aan deze ontwikkeling is mogelijk door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure voor het afwijken van de beheersverordening onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°). Een voorwaarde daarbij is dat middels een goede ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het initiatief van een goede ruimtelijke ordening getuigt. In dat kader is onderhavige ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Opbouw ruimtelijke onderbouwing Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden het gebiedsprofiel en het besluitprofiel beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 beknopt het vigerend beleid aan de orde.
In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 beschrijft de belangenafweging. Tot slot beschrijft hoofd-
Figuur 1. Globale ligging besluitgebied bij rode pijl
stuk 6 de procedure.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
4
2
Gebiedsprofiel en Besluitprofiel
2.1
Planopzet
De ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het mogelijk maken van 20 appartementen aan de Schildstraat - Gerbaldusstraat te Brunssum. Deze locatie kent momenteel gedeeltelijk een woonbestemming en gedeeltelijk een gemengde bestemming. Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats 20 appartementen te realiseren. Momenteel is er een (oude) supermarktlocatie aanwezig binnen het besluitgebied, woningen op de eerste verdieping en garageboxen. Het betreft gedeeltelijk leegstaande commerciële ruimte in het centrum van Brunssum. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Brunssum (02), sectie C, nummers:
Figuur 3. Uitsnede bestaande situatie (bron: aangeleverd door opdrachtgever)
-
BSM02-C-6656;
-
BSM02-C-5208;
-
BSM02-C-6126;
-
BSM02-C-6127;
-
BSM02-C-6407;
2.2
-
BSM02-C-6408;
Het besluitgebied is gelegen op verschillende percelen aan de Schildstraat
-
BSM02-C-5863;
en de Gerbaldusstraat binnen het centrum van Brunssum. In de directe
-
BSM02-C-5861;
omgeving is sprake van een menging van functies, hoofdzakelijk be-
-
BSM02-C-6658;
staande uit gemengde bestemmingen, woonbestemmingen, verkeersbe-
-
BSM02-C-6657;
stemmingen en enkele groenbestemmingen. Binnen het besluitgebied vi-
-
BSM02-C-6611 (ged.)
geert de beheersverordening ‘Woongebied 2e herziening’ dat op 11 de-
Figuur 2. Uitsnede luchtfoto ligging besluitgebied rood omlijnd
Aan de oostzijde van het besluitgebied is een kerk en een begraafplaats
Bestaande situatie
cember 2018 is vastgesteld door de gemeente Brunssum. Het besluitge-
gelegen. Aan de zuidzijde ligt een bestaand woongebied.
2.3
Toekomstige situatie
Het plan omslaat een gedeelde sloop van de langdurig leegstaande supermarkt. De aanbouw van de supermarkt zal hierbij verwijderd worden waarbij de begane grond (supermarkt) wordt getransformeerd naar 4 appartementen. De garageboxen welke zich elders op het terrein bevinden worden eveneens verwijderd waardoor plaats wordt gemaakt om 2 laagbouw
Het besluitgebied heeft een totaaloppervlakte van circa 3.528 m2. Op de
bied is gedeeltelijk bestemd tot ‘Gemengd’, ‘Wonen – 1’, ‘Groen’ en ‘Ver-
appartementencomplexen met in totaal 16 appartementen te realiseren.
navolgende afbeelding is de globale ligging van het besluitgebied weerge-
keer’.
De intentie is om in totaal 20 nieuwe appartementen te realiseren.
geven. Het besluitgebied grenst aan de noord- en westzijde aan het bestaande bedrijventerrein van Groesbeek.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
5
Figuur 4. Uitsnede schetsontwerp nieuwe situatie (bron: aangeleverd door opdrachtgever) Figuur 5. Uitsnede massastudie toekomstige situatie (bron: aangeleverd door opdrachtgever)
Voorheen was binnen het besluitgebied een supermarkt gelegen. Op de
de woningen ruimtelijk en functioneel in de omgeving. Stedenbouwkundig
verdieping liggen reeds 7 bestaande woningen. Deze blijven gehand-
bezien wordt onder andere qua hoogte, rooilijnen, typologieën, e.d. zoveel
haafd. De parkeerplaatsen ten behoeve van de appartementen worden aan de noord- een oostzijde gerealiseerd.
als mogelijk aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Er worden eveneens voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Ge-
Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
zien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake
In het kader van het initiatief worden de gronden gereed gemaakt voor het
en op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oog-
beoogd gebruik. Aangezien er reeds woningen rondom de locatie aanwe-
punt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.
2.4
van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte
zig zijn en de locatie gelegen is binnen het centrum van Brunssum passen
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
6
3
Beleidskader
3. Afwentelen wordt voorkomen.
3.1
Rijks- en provinciaalbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
nale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16.
Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie;
Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende natio-
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de voormalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (voorloper NOVI) en worden met het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening (Barro) juridisch verankerd. Verdere uitwerking heeft voorts plaatsgevonden in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In totaal gaat het om veertien nationale belangen, te weten: Rijksvaarwegen; Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde;
7
Ruimtereservering parallelle Kaagbaan.
ten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toe-
De Afdeling hanteert bij de beantwoording van de vraag of er sprake is
In het kader van deregulering en decentralisatie is ervoor gekozen om de
gepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mo-
van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6, tweede lid, en artikel
regels zoveel mogelijk door te laten werken op het niveau van de lokale
1.1.1, eerste lid en onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening) de beoor-
besluitvorming. Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te
gelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een
borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd,
bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woning-
vergunning bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt en ten op-
wat bijdraagt aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ont-
bouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie
zichte van het voorgaande planologische regime voorziet in een groter
wikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Enkele bepalingen
komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige
planologisch beslag op de ruimte en een functiewijziging (AbRvS 25 juni
hebben echter betrekking op provinciaal medebewind en ontheffingsmo-
omvang moet zijn.1
2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294). Onderhavige ontwikkeling voorziet in een
gelijkheden. In het bijzonder gaat het hier om de artikelen ten behoeve van Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de EHS.
delingslijn, dat hiervan sprake is als het bestemmingsplan of omgevings-
stedelijke ontwikkeling, namelijk de bouw van maximaal 20 woningen, terPer 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de
wijl de vigerende beheersverordening niet bij recht voorzag in deze voor-
tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de nood-
genomen stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat in onderhavig geval
Militaire vliegbases
zaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling
sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', waardoor het planvoor-
Zoals al aangegeven in paragraaf 3.2.1 dient bij ruimtelijke ontwikkelingen
voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikke-
nemen hierna getoetst zal worden aan de Ladder.
rekening te worden gehouden met militaire activiteiten. De nabij gelegen
ling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De
NAVO-vliegbasis Geilenkirchen in Duitsland kent een tweetal geluidzones
toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikke-
Behoefte
in respectievelijk dB(A) en Kosteneenheden (Ke) en een obstakelbeheer-
ling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ont-
Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 20 wonin-
gebied, welke gebieden zijn begrensd op kaartmateriaal dat onderdeel uit-
wikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt
gen in de vorm van een appartementencomplex. Het betreffen levensloop-
maakt van het Rarro. Onderhavig besluitgebied is niet gelegen binnen een
buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen
bestendige appartementen in het goedkope segment.
van de genoemde geluidzones en/of een obstakelbeheergebied.
het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Uit het Barro volgen verder geen nationale belangen die een planologisch-
Uit de op 21 maart 2019 vastgestelde Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022, zoals die luidt na actualisatie van de
juridische doorwerking hebben in het besluitgebied. Dit houdt in dat er
Afweging
plannenlijst in 2020, is af te leiden dat in Brunssum Centrum/Noord sprake
voor het planvoornemen geen beperkingen vanuit het Barro gelden.
De beoogde ontwikkeling aan de Schildstraat - Gerbaldusstraat in Bruns-
is van een stabiele vraag naar dan wel een extra behoefte is aan levens-
sum voorziet in vervangende nieuwbouw waarbij het woningaantal toe-
loopbestendige c.q. -geschikte appartementen, ook in het sociale seg-
neemt met 20 wooneenheden.
ment.
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de lad-
Daarmee staat echter nog niet vast dat ook aan de Ladder moet worden
De Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022
der voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (arti-
getoetst. Er dient ook te worden bezien in hoeverre de ontwikkeling ook
is gebaseerd op een woningbehoefteonderzoek uit 2018, dat weer is ge-
kel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en
kan worden aangemerkt als een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling en of
baseerd op een prognose uit 2017. Begin 2022 is een nieuw woningbe-
transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele beslui-
sprake is van nieuw ruimtebeslag, zo blijkt uit jurisprudentie.
hoefteonderzoek uitgevoerd (Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
2022-2032, Stec, 28 januari 2022), waarbij rekening wordt gehouden met
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
8
een tweetal scenario's, te weten (1) de Progneff 2021 prognose en (2) een
behoeve van commerciele ruimte en garageboxen, is sprake van inbrei-
het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieube-
migratiescenario, waarbij wordt uitgegaan van het voor de komende 10
ding c.q. herstructurering. Het plan sluit dus goed aan bij de uitgangspun-
heer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten
jaar doortrekken van de actuele hogere migratie over de afgelopen 5 jaar.
ten van de Ladder: herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied gaat
die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit ge-
Daaruit blijkt dat de prognose Progneff 2021 voor wat betreft de afname
vóór nieuw ruimtebeslag.
noemde categorie.
van het aantal huishoudens over de periode 2022-2032 kleiner is dan
De bestaande leegstaande commerciële ruimte en garageboxen zullen
werd aangenomen op basis van de prognose Progneff 2017 (voor heel
worden gesloopt ten behoeve van het woningbouwplan.
Parkstad Limburg ca 3.345 ten opzichte van 3.860 tot 3.910). Kort samen-
In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen
gevat is mede als gevolg van de verder doorzettende vergrijzing van de
Conclusie
die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activitei-
bevolking sprake van een toenemende behoefte aan levensloopbesten-
Gezien het feit dat de ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief in-
ten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals ge-
dige c.q. -geschikte woningen in de vorm van huur- of koopappartementen
speelt op de actuele (regionale) behoefte en bijdraagt aan een optimale
noemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in
en nultredenwoningen. Voor grondgebonden koopwoningen geldt dat
benutting van de beschikbare ruimte in het bestaand stedelijk gebied
bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uit-
sprake is van een overschot. Zeker naar middeldure, levensloopbesten-
wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
gesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan
dige c.q. -geschikt huurappartementen is een grote vraag en onvoldoende aanbod.
hebben'. Het aspect volkshuisvesting komt nader aan de orde in de paragrafen 3.3 en 3.4.
Afweging
Gelet op de groeiende vraag naar levensloopbestendige c.q. geschikte sociale huurappartementen, sluit onderhavig plan aan bij en past het binnen
Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van woning3.1.3
Wet Milieubeheer
de hiervoor beschreven behoefte. Daarmee wordt kortgezegd zowel kwan-
bouw mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht. De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in kolom
titatief en kwalitatief aangesloten bij de behoefte voor in ieder geval de ko-
In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene
2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten
mende 10 jaar.
maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a) die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b) ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van
Bestaand stedelijk gebied Indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die buiten be-
200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling achten wij gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling ook niet benodigd.
staand stedelijk gebied wordt gerealiseerd dient uitgebreid te worden gemotiveerd waarom deze ontwikkeling niet mogelijk is binnen bestaand ste-
In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten
delijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied is in het Bro gedefinieerd als
die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en
'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve
waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om
van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede
een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die
de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stede-
behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde
lijk groen en infrastructuur.
categorie.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.
Het voorliggende plan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van
In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het
Brunssum. Doordat met het planvoornemen opnieuw invulling wordt gege-
bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor
ven aan een leegstand pand dat in het verleden in gebruik is geweest ten
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
9
Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling
Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
Het voorgenomen plan voorziet in levensloopbestendige woningen binnen bebouwd gebied. Onderhavige woningbouwontwikkeling past binnen de toekomstige Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2
geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omge-
Afweging
Omgevingsverordening 2014
Wonen en leefomgeving
vingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om
De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woon-
In 2014 is de voorganger van de POVI, het Provinciaal Omgevingsplan
het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen.
behoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook
Limburg (POL 2014), vastgesteld. De provinciale ambities en belangen uit
De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee
mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheids-
het POL2014 zijn vertaald naar juridisch bindende voorschriften in de pro-
het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014).
doelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein
vinciale omgevingsverordening Limburg 2014, vastgesteld op 12 decem-
beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, van-
ber 2014. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provin-
Daarnaast is een nieuwe omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid
uit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De
ciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en
juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in
POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toe-
de Ontgrondingenverordening. Sinds december 2014 is de Omgevingsver-
paragraaf 3.2.3.
komst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio
ordening uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Het hoofdstuk
voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provin-
Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking
Hoofdopgaven
ciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumen-
van het ruimtelijk beleid van het voormalige POL-2014. In de provinciale
In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te
ten noodzakelijk.
verordening is bijvoorbeeld vastgelegd op welke wijze de ladder voor
onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het land lijk- als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.
duurzame verstedelijking moet worden toegepast bij nieuwe stedelijke ontWonen
wikkelingen.
Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het
De omgevingsverordening blijft van kracht totdat de nieuwe omgevings-
toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande
verordening (zie paragraaf 3.2.3) in werking is getreden. Voor zover rele-
woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instan-
vant zijn hieronder de van toepassing zijnde passages uit de provinciale
tie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook ver-
omgevingsverordening opgenomen.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van
duurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien
de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toe-
zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met
Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen
komstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen
name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wor-
In het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014)
de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk
dende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Ver-
zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambi-
uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast
der is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen,
ties, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten.
een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.
aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende
Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconsta-
prijzen.
teerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale be-
Inhoud
stuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen,
De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
10
detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw,
Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een be-
vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
leidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwer-
De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel
pen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied
gemeenten – Provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omge-
van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning
vingsbeleid is gegroeid. Het voormalige POL2014 schetst de ambities, op-
en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.
gaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje
Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied bin-
over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies,
nen het gebied ‘Stedelijk gebied’ en meer specifiek binnen de thema’s de-
visies of anderszins. De Provincie is partner in die regioprocessen en faci-
tailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Een
liteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tus-
uitsnede van de kaart is te zien in onderstaande afbeelding.
sen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motiMeer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursaf-
vering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één
spraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor
of meerdere woningen het volgende beschrijven:
a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of ZuidLimburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De gemeente Brunssum maakt onderdeel uit van de regio Zuid-Limburg en binnen deze regio is de
Afweging
‘Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ vastgesteld. Deze regionale uitwer-
In deze ruimtelijke onderbouwing is in voldoende mate rekening gehouden
king zal verder worden toegelicht in paragraaf 3.3.1.
met de in artikel 12 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 3.2.1 past deze ontwikkeling binnen de
Afweging
POVI Limburg. In paragraaf 3.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met
Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverorde-
betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van
ning Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen
de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5
ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Om-
jaar na de verleende vergunning. Daarnaast wordt het plan opgenomen op
gevingsverordening Limburg 2014.
de Plancapaciteitsmonitor Limburg. De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de omgevingsverordening Limburg.
3.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening Limburg 2021 is op 17 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet.
Figuur 6. Uitsnede kaart 'Wonen, werken en recreëren' Omgevingsverordening 2021 besluitgebied aangegeven met rode marker'
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
11
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg
voorzieningen overeind kunnen blijven. Uitbreidingslocaties zijn schadelijk
is, waardoor de beoogde ontwikkeling passend is binnen de beleidsrichtin-
voor steden en dorpen om diezelfde reden.
gen die gelden voor Brunssum. Tot slot wordt eveneens voorzien in een passende stedenbouwkundige invulling van een gebied wat in de huidige
In de structuurvisie wordt geconcludeerd dat sprake is van een driedelige
situatie gedeeltelijk braak ligt en gedeeltelijk oude leegstaande commerci-
De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke,
opgave voor gemeenten, namelijk het verdunnen van de bestaande voor-
ele betreft. Hiermee vormt onderhavige ontwikkeling een passende toe-
Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18
raad waar sprake is van een overschot, het terugdringen van de (onge-
voeging aan de bebouwde kom van de kern Brunssum.
Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-
wenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave en het
Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, On-
toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de
derbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valken-
uitgangspunten van de structuurvisie. Deze drie opgaven kunnen echter
burg aan de Geul en Voerendaal, vanuit het besef dat ruimtelijke ontwik-
niet altijd één-op-één in de tijd gelijk lopen.
3.3.2
Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad ‘Ruimte voor park en stad’
De regio Parkstad Limburg heeft een eigen gemeentelijke structuurvisie
kelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Het doel van de structuurvisie is het creëren van een excellent woon- en
Om invulling te geven aan deze opgave hebben de 18 Zuid-Limburgse ge-
leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt
meenten diverse beleidsafspraken gemaakt. De veranderende bevolkings-
met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Een excellent woon-
samenstelling en het veranderende voorzieningenlandschap leiden ertoe
en vestigingsklimaat is een belangrijke voorwaarde voor de economische
dat ook de Zuid-Limburgse gemeenten hun ruimtelijke ontwikkelingsstrate-
ontwikkeling van Zuid-Limburg en benutting van de geografische posities
gie gaan richten op het versterken van de bestaande stads- en dorpscen-
van Zuid-Limburg in het hart van de Euregio Maas-Rijn.
tra, om zo voldoende draagkracht te organiseren en de voorzieningen-
vastgesteld: ‘Ruimte voor park en stad’ (2009). Deze visie beoogt de missie van Parkstad Limburg te verwezenlijken, zijnde ‘het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit.’
structuur in kernen te behouden. Dit betekent: geen nieuwe uitleglocaties
De intergemeentelijke structuurvisie biedt hiervoor een inspiratiebron,
In de structuurvisie worden drie woonsferen onderscheiden: stedelijk
meer, maar juist focus op herstructurering, inbreiding, herbestemming van
maar ook een ruimtelijk planologisch kader waarbinnen ontwikkelingen
(Heerlen, Maastricht, Sittard-Geleen), suburbaan (delen van de stedelijke
(waardevol) leegstaand vastgoed, de invulling van rotte plekken en func-
plaats kunnen vinden. De doelstelling komt tot uitdrukking in twee lijnen
gebieden en grotere kernen) en landelijk (buitengebied en kleine kernen).
tiemenging. Binnen onderhavig plan is sprake van de herinvulling van een
die als rode draad door de visie lopen: de ontwikkelingslijn en de beheer-
Het besluitgebied maakt deel uit van het landelijk gebied. Ten aanzien van
locatie waar voorheen bebouwing aanwezig was met een vervallen uitstra-
en sturingslijn. Beide lijnen hebben een gezamenlijk startpunt in pijlers en
het afstemmen van vraag en aanbod wordt geconstateerd, dat alleen voor
ling. Het besluitgebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, het-
de daarop gebaseerde ‘Visie 2030’. Daarna splitsen deze lijnen zich in de
de stedelijke woonsfeer de vraag groter is dan het aanbod. Dit heeft ech-
geen aansluit op inbreiding voor nieuwe uitleglocaties.
ontwikkelingskaart en de beheer- en sturingskaart.
ter gevolgen voor de opgave elders in de gemeente. Afweging Vanuit ruimtelijk oogpunt wordt aanbevolen om te kiezen voor 'gestructu-
Middels onderhavige ontwikkeling wordt een gemeentelijke aandachtslo-
reerde concentratie'. Dat wil zeggen concentratie van ontwikkelingen bin-
catie aangepakt. De focus ligt bovendien op het realiseren van kwalitatief
nen de centra en de centrumkernen. Hierdoor kan ook de voorzieningen-
goede en levensloopbestendige woningen binnen bestaand stedelijk ge-
structuur beter in stand worden gehouden, in combinatie met een gerichte
bied. Het planvoornemen wordt op basis van het bovenstaande passend
strategie om ook voorzieningen en andere ontwikkelingen te concentreren
geacht binnen de beleidskaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Lim-
in de grote kernen. Hier hebben ook kleinere kernen zonder eigen voorzie-
burg. Bovendien wordt op basis van de Structuurvisie Brunssum 2025 (zie
ningen baat bij, aangezien er binnen een redelijke straal ruim voldoende
paragraaf 3.4.1) gesteld dat woningbouw op onderhavige locatie gewenst
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
Als belangrijkste thema’s voor de komende decennia zijn benoemd: Ruimtelijke identiteit – regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen
en waterstructuren. Economie – meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht
12
Revitaliseren van locaties die niet aan de moderne eisen voldoen, on-
scherpe keuzes te maken. De ontwikkelagenda is beoogd om de focus
de gemeenten te verbeteren. Dit wel met ruimte om meer variatie binnen
der toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande lo-
vast te leggen. Parkstad wil daarop voorsorteren en zoekt nadrukkelijk de
de bestaande woonmilieus te creëren.
caties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen – meer kwaliteit voor een veranderende bevolking
samenwerking in Zuid-Limburg op met de provincie, het onderwijs, bedrijfsleven en partners over de grens. Het document wordt gezien als een
Gemeenten werken samen aan een goede match van vraag en aanbod,
Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de verande-
goed en compact stuk dat op hoofdlijnen laat zien op welke wijze Parkstad
rende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus
zich onderscheidt van andere regio’s. De hoofdlijnen van de ontwikkel-
vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uit-
agenda krijgt vorm langs drie lijnen, te weten vitaal, leefbaar en sociaal
breiding buiten de huidige stedelijke contour. Mobiliteit – meer samenhang, betere bereikbaarheid
Parkstad.
door: 1. het onttrekken van woningen waar de vraag achter blijft; 2. het intrekken van ongewenste plancapaciteit; 3. het toevoegen van woningen/woonmilieus waar veel vraag naar is.
De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regi-
Afweging
Afweging
onaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radi-
De onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig dat de ‘Ontwikkel-
De beoogde ontwikkeling is in lijn met de vertrekpunten uit de Regionale
ale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorise-
agenda Parkstad Limburg’ geen specifieke uitgangspunten bevat voor de
Woonvisie Parkstad Limburg. Deze vormt daarmee geen belemmering
ring van wegen naar hun functie.
voorliggende onderbouwing.
voor de ontwikkeling.
3.3.4
3.3.5
Voor elke plek in de regio zijn spelregels voor de verschillende thema’s
Regionale Woonvisie Parkstad Limburg
beschreven. Naast de beschrijving is bij de thema’s een matrix te vinden waarin per thema de eenheden XL-L-MS worden gehanteerd. Bij XL- en L-
Eind juni 2017 zijn de Regionale Woonvisies van alle 8 Parkstad gemeen-
gebieden is sprake van hoge regionale relevantie. Bij M-gebied is dit al
ten vastgesteld. Elke gemeente heeft deze regionale visie vertaald naar
minder en bij een S-gebied is de noodzaak om vanuit een regionaal per-
de lokale situatie. De documenten geven daarom niet alleen inzicht in de
spectief te werken, aan te sturen minder of niet aanwezig.
regionale Woonvisie Parkstad Limburg, maar tevens in de lokale woonvisies. Daar waar de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg vooral Zuid-Lim-
Afweging
burgse spelregels geeft over de toevoegingen en onttrekkingen in de wo-
De onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig dat de Intergemeen-
ningvoorraad, gaan de regionale woonvisies veel meer over kwalitatieve
telijke Structuurvisie Parkstad geen specifieke uitgangspunten bevat voor
opgaven in de woningvoorraad. De woonvisies geven richting aan de actu-
de voorliggende onderbouwing. Noch thans sluit de ontwikkeling aan bij
ele ontwikkelingen op de woningmarkt; het in balans brengen van vraag
de uitgangspunten uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad. On-
en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehou-
derhavig besluitgebied bevindt zich in het stedelijk gebied en gaat om een
den met de veranderende bevolkingsontwikkeling en veranderende woon-
transformatie-/ herstructureringslocatie.
wensen. Daarnaast geeft een woonvisie invulling aan de nieuwe samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties, in-
3.3.3
Ontwikkelagenda Parkstad Limburg
gegeven door de herziene Woningwet.
Op 3 maart 2015 is de ‘Ontwikkelagenda Parkstad Limburg’ vastgesteld,
Op regionaal niveau is het versterken van aanwezige woonmilieus in Park-
omdat provincie, regio en gemeenten samen voor grote veranderingen
stad het vertrekpunt om de woonaantrekkelijkheid van zowel de regio als
staan, waaronder decentralisaties. Deze veranderingen dwingen om
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021, onderdeel gemeente Brunssum
In 2016 zijn de Parkstadgemeenten gestart met het opstellen van een nieuwe regionale Woonvisie. Elke gemeente ,waaronder ook Brunssum, heeft deze regionale visie vertaald naar de lokale situatie. Deze Woonvisie geeft richting aan de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt; het in balans brengen van vraag en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehouden met de veranderende bevolkingsontwikkeling en veranderende woonwensen. Daarnaast geeft de Woonvisie invulling aan de nieuwe samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties. Ingegeven door de herziene Woningwet. Op verschillende plekken kenmerkt Brunssum zich door authentieke mijnwerkerskoloniën. Dit zijn doorgaans zeer gewaardeerde woonmilieus met een gevarieerd woningaanbod. Maar de toekomstbestendigheid (zowel wat betreft energiezuinigheid als levensloopbestendigheid) vormt een aandachtspunt bij deze woningen. Voor de periode 2016-2030 wordt verwacht
13
dat de woningbehoefte in Brunssum met 590 woningen zal afnemen. Deze afname manifesteert zich met name in de particuliere woningvoorraad. In sommige delen van Brunssum wordt de woningvoorraad als ‘krap’ beoordeeld. Anderzijds zal het aantal kleine huishoudens als gevolg van de ver-
grijzing en gezinsverdunning de komende jaren toenemen. De particuliere woningvoorraad staat het meest onder druk. Vanuit de stadsdeelvisies ligt er nu een aanpak om enerzijds meer differentiatie in de woningvoorraad aan te brengen (zowel wat betreft typologie als huur/koop verhouding) als het verbeteren van de openbare ruimte. Op diverse plekken in Brunssum hebben particuliere woningeigenaren de laatste jaren (te) weinig geïnvesteerd in het onderhoud van hun woning (zowel regulier onderhoud als het levensloopgeschikt maken van de woning). Volgens de vastgestelde kwantitatieve transformatieopgave (20142020/2030) zal er - bij ongewijzigde omstandigheden - in 2030 in Brunssum een overschot zijn van circa 600 woningen. Door de huisvestingsop-
woonruimte. De grondgebonden woning blijkt daarbij het meest gewild in Zuid-Limburg; ook in de vorm van levensloopgeschikte woningen. Met name kleinere eengezinshuurwoningen en huurappartementen, en kleine eengezinskoopwoning zijn minder in trek. Meer goedkope huurwoningen. Gelet op het passend toewijzen ligt de behoefte in het sociale segment vooral bij woningen die beschikbaar en betaalbaar zijn voor de huurtoeslagdoelgroep.
Afweging Onderhavig planvoornemen voldoet aan de kaders die zijn gesteld in Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021, onderdeel gemeente Brunssum’ aangezien het planvoornemen voorziet in het realiseren van goedkope levensloopgeschikte woningen in de kern Brunssum. Bovendien wordt voorzien in vervangende nieuwbouw van reeds verouderde en leegstaande commerciële ruimtes. Het planvoornemen voorziet dan ook in ruimtelijk-stedenbouwkundig en kwalitatief wenselijke bebouwing.
gave van statushouders zal deze afname vermoedelijk minder groot zijn. De taakstelling voor 2016 voor Brunssum betrof 73 vergunninghouders.
gericht op het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat binnen de verschillende wijken van Brunssum en het versterken van ‘schone’ werkgelegenheid, waarbij goede bereikbaarheid en aansluiting op de regionale infrastructuur van groot belang is. De Structuurvisie is voorts opgebouwd uit de 5 thema's: Wonen, Werken, Voorzieningen, Recreatie/natuur/milieu en Verkeer. Hiervan is het thema 'Wonen' van belang voor de ontwikkelingen in het besluitgebied. De beleidsambities zijn met name gericht op het behouden en versterken van de gemeente als onderscheidende, kwalitatief goede woonplek. Brunssum moet ook in 2025, mede in het licht van de veranderende demografische omstandigheden, niet alleen een aantrekkende woongemeente zijn, maar ook een gemeente waar goed geleefd kan worden. Ontwikkelingen binnen de woningvoorraad, de werkgelegenheid, de voorzieningen, de sociaal-maatschappelijke structuur, de ruimtelijke structuur, de recreatie en het verkeer dienen met elkaar bij te dragen aan het bereiken
3.4
Gemeentelijk beleid
van het noodzakelijke en toekomstbestendige woon- en leefklimaat.
3.4.1
Structuurvisie Brunssum 2025
Het besluitgebied is gelegen in Brunssum-Noord en is in de Structuurvisie
De verwachting is dat de taakstelling voor de 2017 minimaal gelijk blijft. Voor 2016 en 2017 is daarmee de woningbehoefte als gevolg van de huisvesting van statushouders circa 35 (sociale) huurwoningen per jaar in Brunssum.
Brunssum 2025 aangewezen als locatie voor de ontwikkeling van woningIn de door de gemeenteraad op 2 november 2009 vastgestelde Structuur-
bouw. Voor de wijk Brunssum-Noord zijn een aantal beleidsrichtingen
visie staat hoe de gemeente tot het jaar 2025 om zal gaan met toekom-
waaraan gedacht wordt als volgt: Bestaande hoogbouwflats deels transformeren naar lagere gestapelde bouw of naar grondgebonden woningen dan wel door interne verbouwing omvormen naar duurdere (levensloopbestendige) woningen, ter bevordering van een evenwichtige mix in de wijk; Kleine woningen in mijnwijk (Heufke, Rozengaard,) geschikt maken/behouden voor starters (goedkope huur / koopwoningen) en een deel vergroten voor gezinnen (gemiddelde koopwoningen) door samenvoegen. Door samenvoeging van woningen in mijnwijken wordt een mix in prijsklassen bereikt; Beperkt toevoegen van duurdere koopwoningen aan de rand in groene omgeving, waardoor doorstroming op gang komt;
Naast een afnemende kwantitatieve behoefte is er ook sprake van een
stige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wonen, ondernemen, wijkvoorzie-
kwalitatieve verschuiving van de vraag. Het aantal senioren neemt toe,
ningen, verkeer en recreëren. Deze visie vormt de richtlijn voor alle toe-
terwijl het aantal jongeren afneemt. Deze vraag splitst zich op in de vol-
komstige bestemmingsplannen en afwijkingsmogelijkheden.
gende 3 behoeften: Meer levensloopgeschikte woningen. De vraag naar levensloopgeschikte woningen neemt toe, met name in de huur. Anderzijds neemt de vraag naar koopwoningen in het goedkoopste segment af. Ineen ontspannende woningmarkt als in Parkstad Limburg is dit het segment waar vraaguitval zich het eerst manifesteert. Meer comfortabele woonruimte. Door meer kleinere huishoudens als gevolg van de vergrijzing groeit de vraag naar ‘comfortabele’
In de Structuurvisie geeft de gemeente aan welke maatregelen zij zal gaan nemen om de negatieve effecten die gepaard gaan met vergrijzing en ontgroening zoveel mogelijk te beperken. Deze demografische ontwikkelingen hebben namelijk grote gevolgen voor de woningvoorraad, economie en het voorzieningenniveau. Voornoemde maatregelen zijn met name
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
14
t.a.v. de bestaande portieketagewoningen bestaan twee opties; Grotendeels slopen en eventueel vervangen door grondgebonden (koop)woningen teneinde gezinnen met kinderen aan te trekken; Beperkt behouden/opknappen voor starters / jongeren, afhankelijk van ligging. Klingbemden en de Kling behouden voor gezinnen en hogere inkomensgroepen
bouwvlak en zijn binnen de opgenomen functieaanduidingen uitsluitend garageboxen en supermarkten toegestaan. De beoogde ontwikkeling van de 20 nieuwbouwwoningen is daarmee niet rechtstreeks toegestaan volgens de vigerende beheersverordening. De vigerende beheersverordening kent ook geen (algemene) afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden, op basis waarvan de realisatie van het beoogde initiatief alsnog mogelijk kan worden gemaakt.
Afweging Onderhavig planvoornemen is in lijn met de in de Structuurvisie Brunssum 2025 opgestelde beleidsuitgangspunten. Het planvoornemen voorziet in het transformeren van verouderde commerciële ruimte door het realiseren van kwalitatief en kwantitatief wenselijke bebouwing in de vorm van lagere twee appartementen complexen en gedeeltelijk grondgebonden woningen. Het planvoornemen voorziet in levensloopbestendige woningen in het goedkope segment. Daarmee is het planvoornemen in overeenstemming met de beleidsrichtingen voor de wijk en is het planvoornemen een onderdeel van het totale pakket om een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod te krijgen. Derhalve sluit het plan aan bij de doelstelling uit de Structuurvisie Brunssum 2025. 3.4.1
Vigerende beheersverordening
Ter plaatse van het besluitgebied is momenteel de beheersverordening ‘Woongebied 2e herziening’, vastgesteld op 11 december 2018 vigerend. Op basis van de vigerende beheersverordening zijn de geldende enkelbestemmingen ter plaatse van het besluitgebied ‘Gemengd’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen - 1’ en ‘Groen’. Er is tevens een bouwvlak opgenomen met een
Figuur 7. Uitsnede beheersverordening 'Woongebied 2e herziening' besluitgebied rood omlijnd
maximale goothoogte van 10 meter. Op een gedeelte van het besluitgebied geldt de functieaanduiding ‘supermarkt’, ‘garageboxen’ en ‘parkeerterrein’. Er zijn verder geen gebiedsaanduidingen opgenomen. Binnen de enkelbestemming ‘Verkeer’ en ‘Groen’ zijn woningen niet toegestaan. Daarnaast valt de beoogde bebouwing gedeeltelijk buiten het
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
15
4
Onderzoek
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 4.1.1
Asbest
Infiltratieonderzoek
De hypothese ‘asbestverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie niet aan-
Uit de meetresultaten volgens de Constant head-methode blijkt dat op ba-
vaard. Analytisch onderzoek heeft plaatsgevonden waarbij analytisch
sis van de classificatie in de doorlatendheid de bodemlagen in de onder-
geen asbest is aangetoond. De bodem kan als asbestonverdacht worden
grond als slecht doorlatend worden beoordeeld.
beschouwd. Conclusie
Milieuhygiënische aspecten Bodem
Fundering
Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoorne-
In de funderingslaag van analysemonster Fund 01 zijn, met betrekking tot
men.
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te
de organische parameters, geen overschrijdingen van de maximale sa-
realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventu-
menstellingswaarde aangetoond. Uit de resultaten van de uitloogtesten
4.1.2
ele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s
Geluid
blijkt dat voor geen van de gemeten parameters de maximale emissie-
voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om de beoordelen of de grond
Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van
waarde overschreden wordt. Op basis van deze resultaten voldoet de fun-
geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe ge-
geluidgevoelige objecten, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhin-
deringslaag indicatief aan de eisen van een Niet-vormgegeven bouwstof.
der (Wgh). In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een
voelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd,
ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluid-
dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het
Bodem
milieu.
hinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruim-
Boven- en ondergrond
telijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoe-
In de visueel schone boven- en ondergrond zijn binnen analysemonster 02 Toetsing
lige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een
en 03 lichte verontreinigingen met zink, cadmium, lood en/of PAK aange-
De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor het beoogd
onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebou-
toond. Binnen analysemonster 01 en 04 zijn geen verontreinigingen aan-
gebruik. De beoogde ontwikkeling vindt plaats op gronden met de bestem-
wen of terreinen. In de Wgh is bepaald dat elke weg een onderzoekszone
getoond. Indicatief getoetst aan de regeling bodemkwaliteit voldoet de bo-
heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnel-
ven- en ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde of
heid van 30 km/u voor geldt.
ming ‘Verkeer’ en ‘Groen’. Het realiseren van woningen is op deze gronden niet toegestaan. Nu er een verschuiving plaatsvindt naar een voor de
Wonen.
bodem gevoeliger gebruik dient er een bodemonderzoek plaats te vinden.
Toetsing
Er is reeds een bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten worden hier-
Grondwater
onder kort behandeld. Voor de volledige notitie wordt verwezen naar de
De nieuwe woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluid-
Er is geen grondwater aangetroffen binnen 5 m-mv. Derhalve is het grond-
bijlagen.2
gevoelige objecten. De locatie is niet gelegen binnen de zone van enige
wateronderzoek komen te vervallen.
zoneplichtige geluidbron. Toetsing in het kader van de Wet geluidhinder is
Het verkennend bodem- en infiltratie onderzoek is uitgevoerd voor de lo-
Toetsing hypothese
catie Schildstraat te Brunssum, binnen de gemeente Brunssum ten be-
De hypothese ‘verdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie door de onder-
hoeve van de herontwikkeling binnen de locatie.
zoeksresultaten gedeeltelijk aanvaard. Ten aanzien van de toekomstige
beeld functies die volgens de Wgh niet als geluidgevoelig gelden, maar
herontwikkelingen zijn er geen belemmeringen.
toch een bepaalde mate van bescherming tegen geluid behoeven (zoals
2
dan ook niet aan de orde. Echter, ook in situaties waarin de Wgh niet van toepassing is zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestische beschouwing gegeven moeten worden. Het betreft bijvoor-
BKK Bodemadvies, Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum, rapportnummer: 230170.BKK, d.d. 24 mei 2023.
Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat
16
bijvoorbeeld kantoren of vakantiewoningen). Maar ook bij het realiseren
van gevoelige functies in de nabijheid van geluidbronnen die buiten de zoneringsplicht van de Wgh vallen zal het deelaspect geluid getoetst moeten
de karakteristieke geluidwering van een verblijfsgebied (GA;k) ten
Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
minste gelijk is aan de geluidbelasting op de gevel minus 33 dB;
worden (zoals bijvoorbeeld 30 km-wegen of bedrijven die niet zijn gelegen
Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma
de karakteristieke geluidwering van een verblijfsruimte (GA;k) ten minste gelijk is aan de geluidbelasting op de gevel minus 35 dB.
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende
op gezoneerde industrieterreinen). Mogelijk dat uit meetrapporten van fabrikanten blijkt dat zij materialen kun-
mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM)
Er is door HMB een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.
nen leveren met dezelfde reductiewaarde, doch bij een andere samenstel-
vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in
De resultaten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige notitie
ling. Er zal op gelet moeten worden dat te allen tijde aan de in dit rapport
twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
wordt verwezen naar de bijlagen.3
omschreven akoestische isolatiewaarden (spectrumafhankelijke RA-waar-
Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Rege-
den) moet worden voldaan.
ling NIBM.
Wegverkeer De locatie is niet gelegen binnen de geluidzone van enige zoneplichtige
Conclusie
weg. Voor alle omliggende wegen geldt een toegestane rijsnelheid van
Vanuit het aspect geluidhinder bestaan er derhalve geen belemmeringen
maximaal 30 km/h. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer be-
voor de beoogde ontwikkeling binnen het besluitgebied.
Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2 μg/m3).
Toetsing
draagt ten hoogste 57 dB, en voldoet daarmee aan de grenswaarden die zouden gelden indien de Wgh van toepassing was geweest. Deze grens-
4.1.3
Luchtkwaliteit
waarden zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Indien vol-
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan be-
nieuwe woningen het aantal verkeersbewegingen op een gemiddelde
daan wordt aan deze grenswaarden kan in het kader van de Wro gesteld
schreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn
weekdag maximaal 144 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedragen.
worden dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat als gevolg
grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke
Zelfs indien wordt uitgegaan van een aandeel van 5% vrachtverkeer,
van wegverkeer gewaarborgd is.
projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belang-
draagt de ontwikkeling volgens de NIBM-tool niet in betekenende mate bij
rijkste stoffen.
aan de luchtverontreiniging. In werkelijkheid is er geen sprake van vracht-
Binnengeluidniveau
Zoals in paragraaf 4.5 is berekend, zal als gevolg van de realisatie van de
verkeer, waardoor de effecten op de luchtkwaliteit nog kleiner zullen zijn.
Uit het onderzoek volgt dat de totale geluidbelasting als gevolg van weg-