Raadsvoorstel 44 (bijlage 1 versie 2) RvO raad 2023 en raadscommissies 2023 (aanpassingen in kleur + blanco concept)
Tekst van het document
De regering acht het vanzelfsprekend dat wethouders zich niet mengen in beraadslagingen over aangelegenheden die in het bijzonder de raad aangaan en die de raad zonder inmenging van anderen wil behandelen. Bijvoorbeeld als de raad van gedachten wil wisselen over het eigen functioneren of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door wethouders college gevoerde bestuur. Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.). Artikel 13 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de mogelijkheid van plaatsing op het internet toegevoegd.
Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel 14 Presentielijst De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. Artikel 15 Zitplaatsen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 16 Opening vergadering; quorum De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. Het quorum is dan niet van toepassing tenzij op deze tweede vergadering andere agendapunten voorliggen dan 16
16
op de eerste vergadering gepland waren. Artikel 17 Spreekrecht burgers Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Vervolgens wordt de stemming voortgezet door het raadslid met het daarop volgende volgnummer van de presentielijst enz. Uiteraard is ook hier afwijking mogelijk, bij voorbeeld door te bepalen dat pas op het moment van stemming de primus wordt bepaald. Zie ook artikel 30, vierde lid van dit reglement. Artikel 19 Notulen Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een soortgelijk voorstel (wijziging notulen) is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Artikel 20 Ingekomen stukken Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 21 Spreekregels Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 22 Volgorde sprekers Het gaat hierbij niet om interrupties. Artikel 23 Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden.
Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. Artikel 24 Spreektijd Interrupties tellen niet mee in de op grond van dit artikel toegekende reguliere spreektijd.
17
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing Dit artikel bevatte de bevoegdheid van de voorzitter om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen. De bevoegdheid van de voorzitter is nu in overeenstemming met artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet gebracht Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune is ook in dit artikel aangesloten op de bepalingen in de Gemeentewet en wordt ook verwezen naar de artikel 51 van dit reglement. Artikel 26 Beraadslaging/schorsing Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 23 van dit reglement). Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht.
Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. (bij voorbeeld de voorzitter van de deelgemeenteraad aan de beraadslaging over deelgemeenteaangelegenheden). Artikel 28 Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort en krachtig moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming begint. Artikel 29 Beslissing Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel 18. 17
Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. In aanvulling op De bepaling in artikel 30 lid 6, is gebaseerd op artikel 28 Gemeentewet, is ook de actuele lijn in de jurisprudentie van belang. De jurisprudentie richt zich op de mate van beïnvloeding van de besluitvorming door het raadslid met een persoonlijk belang of belang als vertegenwoordiger. Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 31 Stemming over amendementen en moties Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 35 en 36 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het college. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond.
Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde derde lid niet van toepassing. Artikel 32 Stemming over personen Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden. De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen en ontslag van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd en is daarmee geheim. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen. In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de Gemeentewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement. Artikel 33 Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 34 Beslissing door het lot Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad Artikel 35 Amendementen Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 23). Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 31. Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard. Artikel 36 Moties Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis.
Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 38 geregelde initiatiefvoorstellen. Artikel 37 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 38). Artikel 38 Initiatiefvoorstel Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen te doen.
Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing doen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Het college dient de gelegenheid te krijgen een zienswijze in te dienen voordat de raad een besluit neemt. Een voorstel voor een ontwerpverordening moet de raad in behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Artikel 39 Collegevoorstel Terugnemen raadsvoorstel Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 40 Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een nietgeagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.
18
18
Artikel 41 Startnotitie Nieuwe activiteiten en aanpassing van beleid worden opgestart met de vaststelling van een startnotitie. Hierin wordt het probleem duidelijk gesteld en wordt aangegeven binnen welke kaders het probleem aangepakt dient te worden. Opstelling van de startnotitie geschiedt middels de 'checklist startnotitie’, die als bijlage deel uitmaakt van onderhavig reglement. Op verzoek van de gemeenteraad en in het kader van het project “Kiezen voor Kwaliteit” heeft een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Beleid en Strategie, Projecten, Controlling en de Griffie in 2010 het huidige besluitvormingsproces kritisch tegen het licht gehouden. Deze herijking van het beleidsproces heeft geleid tot het voorstel om een nieuwe set van documenten in te voeren, de procedure op onderdelen aan te passen en een kwaliteitstoets toe te gaan passen met ingang van februari 2011 in werking treedt Artikel 42 Vragenuur Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid, van de nieuwe Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is dan ook een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een vragenuur voorafgaand aan iedere vergadering en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is. Wel is bewust gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur.
Veelal fungeert de rondvraag in de raadsvergadering als een mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden. Artikel 43 Inlichtingen Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening Artikel 44 Procedure begroting en artikel 45 Procedure jaarrekening Deze artikelen behoeven geen toelichting. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald.
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 46 Verslag; verantwoording Vervalt; opgenomen in het RvO van de raadscommissies artikel 13a Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, gesteld in artikel 43. Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen. Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd.
Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het vierde lid.
Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad Artikel 47 Algemeen Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering, waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen dienen te worden, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt, uitgezonderd de in artikel 24 van de Gemeentewet benoemde onderwerpen. Artikel 48 Besluiten-en afsprakenlijst In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde vijfde lid, van de Gemeentewet. Artikel 49 Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 van de Gemeentewet nodig. In artikel 23, lid 4, van de Gemeentewet staat dat indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt de verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort totdat de raad haar opheft. Artikel 50 Opheffing geheimhouding In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd.
Het kan dus (zie bij voorbeeld artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij/zij aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. De geheimhouding blijft van kracht totdat de raad haar opheft.
Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers Artikel 51 Toehoorders en pers Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties Dit artikel behoeft geen toelichting.
19
19
Artikel 53 Verbod Gebruik mobiele telefoons communicatiemiddelen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 53a Geen reclame-uitingen in de raadzaal Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 54 Uitleg reglement Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 55 In werking treden Dit artikel behoeft geen toelichting. Behoort bij raadsbesluit Gemeenteblad 2023/44 De Griffier,
20
20
Reglement van Orde voor de vergaderingen van raadscommissies van de gemeenteraad van Brunssum 2023 Reglement 2017 commissies met: Aanpassingen nav input en werksessies Vervallen nav input en werksessies Aanpassingen nav wijziging gemeentewet m.i.v. 1-4-2023
Concept met opgenomen wijzigingen
Artikel 1 Instelling Zo spoedig mogelijk na aanvang van zijn zittingsperiode stelt de raad de raadscommissies in. Op gelijke wijze kan dit instellingsbesluit in de loop van de zittingsperiode worden herzien. De raadscommissies waarop dit reglement van toepassing is, zijn thans: 1. de commissie Middelen; 2. de commissie Burgerzaken; 3. de commissie Ruimte en Techniek; 4. de commissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden 5. de Rekeningcommissie; 6. de Auditcommissie.
Artikel 1 Instelling Zo spoedig mogelijk na aanvang van zijn zittingsperiode stelt de raad de raadscommissies in. Op gelijke wijze kan dit instellingsbesluit in de loop van de zittingsperiode worden herzien. De raadscommissies waarop dit reglement van toepassing is, zijn thans: 1. de commissie Middelen; 2. de commissie Burgerzaken; 3. de commissie Ruimte en Techniek; 4. de commissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden 5. de Rekeningcommissie; 6. de Auditcommissie.
Titel 1. Algemene bepalingen
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 2 Voorzitterschap 1. Aan het voorzitterschap van een commissie kan enkel door een lid van de raad invulling gegeven worden. 2. De aanwijzing van de technisch voorzitters van de commissies geschiedt bij de aanvang van elke nieuwe zittingsperiode van de raad door de raad of bij instelling van de raadscommissies uit het midden van de raad en voorts tussentijds ter aanvulling van een vacature door het Presidium. De raad wijst maximaal vier voorzitters aan, die onderling afstemmen wie welke commissie voorzit. 3. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een van de andere voorzitters. 4. Vervallen 5. De raad kan een benoemde voorzitter ontslaan. 6. De fractie, waaruit de voorzitter van een commissie afkomstig is, heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat dan op dit toegevoegde lid over. 7.
Een voorzitter van een commissie beschikt over de volgende vaardigheden: - het op natuurlijke wijze gezag, respect en naleving van de vergaderregels afdwingen; - rekeningen houden met alle deelnemers bij een vergadering; - deelnemers op een vriendelijke wijze herinneren aan de naleving van vergaderregels; - aanvoelen waar een commissie naar toe wil en daarop inspelen door onder andere de juiste instrumenten voor te stellen (doorgeleiden naar de raad/ doorschuiven naar uitloop/ doorschuiven naar volgende commissievergadering/ doorschuiven naar informatie-avond/ teruggeven aan het college); - snel doordrongen is van de essentie van onderwerpen.
Artikel 2 Voorzitterschap 1. Aan het voorzitterschap van een commissie kan enkel door een lid van de raad invulling gegeven worden; 2. De aanwijzing van de technisch voorzitters van de commissies geschiedt bij de aanvang van elke nieuwe zittingsperiode van de raad door de raad of bij instelling van de raadscommissies uit het midden van de raad en voorts tussentijds ter aanvulling van een vacature door het Presidium. De raad wijst maximaal vier voorzitters aan, die onderling afstemmen wie welke commissie voorzit; 3. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een van de andere voorzitters; 4. De raad kan een benoemde voorzitter ontslaan; 5. De fractie, waaruit de voorzitter van een commissie afkomstig is, heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat dan op dit toegevoegde lid over.
Artikel 3 Commissieleden 1. De door de fracties voorgedragen burgercommissieleden worden tegelijk met de instelling der van de commissies door de raad benoemd voor de zittingsduur van de raad. 2. Een lid c.q. plaatsvervangend lid van de commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Een aspirant commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hiervan wordt melding gemaakt in het Presidium. 3. In een tussentijds ontstane vacature wordt door een fractie zo spoedig mogelijk voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in het Presidium. 4.Iedere raadsfractie is vertegenwoordigd door één raadslid en een daarvoor door de raad benoemd burgerfractielid, waarvan door het Presidium ontheffing verleend kan worden. maximaal 2 leden van de fractie. Een burgerfractiecommissielid kan vervangen worden door een raadslid. 5. Een burgercommissielid dient lid te zijn van een politieke partij maar hoeft niet op de kandidatenlijst van de betrokken partij/groepering bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing voor te komen. Hij/zij dient woonachtig te zijn in de gemeente Brunssum. 6. Het burgercommissielid dient bij zijn benoeming en gedurende de deelname aan de commissie te voldoen aan de vereisten die zijn neergelegd in de artikelen 10 tot en met 13 en 15 van de Gemeentewet.
7.Aanwezige burgerfractiecommissieleden die het woord bij agendapunten voeren ondertekenen de presentielijst en komen in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de “Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden” Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Brunssum 2019. Voorafgaand aan de vergadering wordt bij de voorzitter kenbaar gemaakt wie namens de partij/groepering als woordvoerder optreedt.
Artikel 3 Commissieleden 1. De door de fracties voorgedragen burgercommissieleden worden tegelijk met de instelling van de commissies door de raad benoemd voor de zittingsduur van de raad; 2. Een lid c.q. plaatsvervangend lid van de commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Hiervan wordt melding gemaakt in het Presidium; 3. In een tussentijds ontstane vacature wordt door een fractie zo spoedig mogelijk voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in het Presidium; 4. Iedere raadsfractie is vertegenwoordigd door maximaal 2 leden van de fractie. Een burgercommissielid kan vervangen worden door een raadslid; 5. Een burgercommissielid dient lid te zijn van een politieke partij maar hoeft niet op de kandidatenlijst van de betrokken partij/groepering bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing voor te komen. Hij/zij dient woonachtig te zijn in de gemeente Brunssum; 6. Het burgercommissielid dient bij zijn benoeming en gedurende de deelname aan de commissie te voldoen aan de vereisten die zijn neergelegd in de artikelen 10 tot en met 13 en 15 van de Gemeentewet; 7. Aanwezige burgercommissieleden die het woord bij agendapunten voeren ondertekenen de presentielijst en komen in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 8 Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Brunssum 2019.
Voorafgaand aan de vergadering wordt bij de voorzitter kenbaar gemaakt wie namens de partij/groepering als woordvoerder optreedt; 8. Indien een fractie daaraan behoefte heeft kan zij naast het raadslid of het burgercommissielid een plaatsvervangend burgercommissielid de vergadering laten bijwonen en laten deelnemen aan de commissie. Een
21
21
8.Indien een fractie daaraan behoefte heeft kan zij naast het raadslid of het burgerfractielid burgercommissielid een plaatsvervangend-burgerfractielid burgercommissielid de vergadering laten bijwonen en laten deelnemen aan de commissie. Een plaatsvervangend aspirant-burgercommissielid dient te voldoen aan de in lid 5 en 6 van dit artikel genoemde voorwaarden. 9.De voordracht van een aspirant-burgerfractielid burgercommissielid vindt plaats in het Presidium. 10. Indien een plaatsvervangend aspirant-burgerfractiecommissielid aan de vergadering deelneemt wordt voorafgaand aan de vergadering bij de voorzitter kenbaar gemaakt wie als woordvoerder namens de partij/groepering optreedt.
plaatsvervangend burgercommissielid dient te voldoen aan de in lid 5 en 6 van dit artikel genoemde voorwaarden. 9. De voordracht van een burgercommissielid vindt plaats in het Presidium. 10. Indien een plaatsvervangend burgercommissielid aan de vergadering deelneemt wordt voorafgaand aan de vergadering bij de voorzitter kenbaar gemaakt wie als woordvoerder namens de partij/groepering optreedt..
Artikel 4 Griffier 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 107a der van de Gemeentewet wijst de griffier (een) commissiegriffier plaatsvervanger(s) aan. 2. De (commissie) plaatsvervangend griffier is in iedere vergadering aanwezig. 3. De griffier regelt de vervanging van de commissiegriffier plaatsvervangend griffier indien deze verhinderd is als zodanig op te treden. 4. De (plaatsvervangend) griffier kan op uitnodiging aan de beraadslaging aan iedere commissievergadering deelnemen.
Artikel 4 Griffier 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 107a van de Gemeentewet wijst de griffier (een) plaatsvervanger(s) aan; 2. De (plaatsvervangend griffier) is in iedere vergadering aanwezig; 3. De griffier regelt de vervanging van de plaatsvervangend griffier indien deze verhinderd is als zodanig op te treden; 4. De (plaatsvervangend) griffier kan op uitnodiging aan de beraadslaging aan iedere commissievergadering deelnemen.
Artikel 5 Verslaglegging 1. Bij het begin van een commissievergadering wordt, indien mogelijk, de concept besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 2. De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering te doen, indien het verslag onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering kan voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier worden ingediend. 3. De notulen bestaan minimaal uit: a. de besluitenlijst; b. een geluids –video opname van de betreffende commissievergadering. 4. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de commissie heeft geadviseerd; d. een overzicht van het verloop van elke stemming; 5. De besluitenlijst alsmede de geluidsopname worden zo spoedig mogelijk op het internet geplaatst; 6. De besluitenlijst alsmede de geluidsopname worden tot stand gebracht onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier. 7. De besluitenlijst van een gezamenlijke commissievergadering wordt vastgesteld in de commissie Middelen tenzij de gezamenlijke vergadering hierover een ander standpunt inneemt.
Artikel 5 Verslaglegging 1. Bij het begin van een commissievergadering wordt de concept besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld; 2. De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering te doen, indien het verslag onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering kan voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier worden ingediend; 3. De notulen bestaan minimaal uit: a. de besluitenlijst; b. een geluids –video opname van de betreffende commissievergadering; 4. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de commissie heeft geadviseerd; d. een overzicht van het verloop van elke stemming; 5. De besluitenlijst alsmede de geluidsopname worden zo spoedig mogelijk op het internet geplaatst; 6. De besluitenlijst alsmede de geluidsopname worden tot stand gebracht onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier; 7. De besluitenlijst van een gezamenlijke commissievergadering wordt vastgesteld in de commissie Middelen tenzij de gezamenlijke vergadering hierover een ander standpunt inneemt.
Artikel 6 Bijeenroepen vergadering 1. De commissie vergadert zo dikwijls als dit door de raad nodig wordt geoordeeld. 2. De oproeping geschiedt door of namens de voorzitter van de commissie tenminste zes vijf dagen voorafgaand aan het houden van de vergadering, spoedeisende gevallen uitgezonderd. 3. De oproepingsbrief vermeldt plaats, dag en aanvangstijd van de vergadering, alsmede de agenda der vergadering. 4. In de agenda van de vergadering, die de te behandelen onderwerpen weergeeft, wordt per onderwerp aangegeven of de behandeling tot besluitvorming c.q. advisering dient te leiden of dat het stukken betreft die ter informatie of ter kennisname worden aangeboden. 5. De voorzitter van de commissie kan, na het verzenden van de oproepingsbrief als bedoeld in lid 2, in spoedeisende gevallen tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop betrekking hebbende stukken worden tegelijkertijd nagezonden dan wel ter inzage gelegd overeenkomstig het bepaalde in lid 34. 6. De commissieleden kunnen schriftelijk met opgave van redenen het Presidium verzoeken onderwerpen aan de agenda toe te voegen. Een dergelijk verzoek bevat een korte uiteenzetting van het te behandelen onderwerp en dient uiterlijk 30 uur vóór de vergadering van het Presidium bij de griffier te worden ingediend.
Artikel 6 Bijeenroepen vergadering 1. De commissie vergadert zo dikwijls als dit door de raad nodig wordt geoordeeld; 2. De oproeping geschiedt door of namens de voorzitter van de commissie tenminste vijf dagen voorafgaand aan het houden van de vergadering, spoedeisende gevallen uitgezonderd; 3. De oproeping vermeldt plaats, dag en aanvangstijd van de vergadering, alsmede de agenda der vergadering; 4. In de agenda van de vergadering, die de te behandelen onderwerpen weergeeft, wordt per onderwerp aangegeven of de behandeling tot besluitvorming c.q. advisering dient te leiden of dat het stukken betreft die ter informatie of ter kennisname worden aangeboden; 5. De voorzitter van de commissie kan, na het verzenden van de oproeping als bedoeld in lid 2, in spoedeisende gevallen tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop betrekking hebbende stukken worden tegelijkertijd nagezonden dan wel ter inzage gelegd overeenkomstig het bepaalde in lid 4; 6. De commissieleden kunnen schriftelijk met opgave van redenen het Presidium verzoeken onderwerpen aan de agenda toe te voegen. Een dergelijk verzoek bevat een korte uiteenzetting van het te behandelen onderwerp en dient uiterlijk 30 uur vóór de vergadering van het Presidium bij de griffier te worden ingediend.
Artikel 7 1. De stukken, die betrekking hebben op de in een commissievergadering te behandelen zaken worden tegelijk met de oproeping van de leden ter inzage gelegd en voor zover nodig en mogelijk digitaal aan de leden ter beschikking 2. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
Artikel 7 1. De stukken, die betrekking hebben op de in een commissievergadering te behandelen zaken worden tegelijk met de oproeping van de leden ter inzage gelegd en voor zover nodig en mogelijk digitaal aan de leden ter beschikking 2. Indien omtrent stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd.
22
22
berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd. Artikel 8 Openbaarheid van vergaderingen 1. De commissies vergaderen in het openbaar, behoudens in de gevallen, dat a. de raad bij het vragen van een advies over een bepaalde aangelegenheid uitdrukkelijk aan de commissie verzoekt daarover niet in het openbaar te vergaderen; b. de commissie zelf beslist, dat de vergadering of een gedeelte daarvan niet in het openbaar wordt gehouden rekening houdende met artikel 82, lid 5 juncto artikel 23 lid 2 van de Gemeentewet. 2. Tijdens een openbare vergadering worden de deuren gesloten, indien één der leden het vordert of de voorzitter het nodig oordeelt. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en/of besloten. 3. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de commissie anders bepaalt. 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de commissie of de raad haar opheft.
Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de commissie of de raad haar opheft. 5. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuurartikel 5.1 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de commissie overleggen. Hiervan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. 6. Indien de commissie zich terzake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de Raad haar opheft.
Artikel 8 Openbaarheid van vergaderingen 1. De commissies vergaderen in het openbaar, behoudens in de gevallen, dat a. de raad bij het vragen van een advies over een bepaalde aangelegenheid uitdrukkelijk aan de commissie verzoekt daarover niet in het openbaar te vergaderen; b. de commissie zelf beslist, dat de vergadering of een gedeelte daarvan niet in het openbaar wordt gehouden rekening houdende met artikel 82, lid 5 juncto artikel 23 lid 2 van de Gemeentewet; 2. Tijdens een openbare vergadering worden de deuren gesloten, indien één der leden het vordert of de voorzitter het nodig oordeelt. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en/of besloten. 3. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de commissie anders bepaalt. 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de commissie of de raad haar opheft.. 5. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de commissie overleggen. Hiervan wordt op de stukken melding gemaakt.
De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. 6. Indien de commissie zich terzake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de Raad haar opheft.
23 Artikel 9 Openbare bekendmaking c.a van agenda en bijlagen en orde vergaderingen 1. Van de openbare vergadering worden dag, plaats en aanvangstijd, alsmede de daarin te behandelen onderwerpen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, uiterlijk tegelijk met de oproeping der leden ter openbare kennis gebracht door middel van aankondiging in een weekblad huis-aan-huisblad dat algemeen in de gemeente verspreid wordt, alsmede via het internet. door plaatsing op de website van de gemeente en via social media. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid voor elke belanghebbende c.q. belangstellende om in die vergadering het woord te voeren over de te behandelen agendapunten. Vergaderingen van de commissie worden in principe op dinsdagavond parallel aan elkaar gehouden. 2. De agenda van de onderwerpen die in de openbare vergadering zullen worden behandeld alsmede de stukken bij de betreffende onderwerpen zijn uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de vergadering via het internet voor eenieder te raadplegen. Stukken die vijf dagen voor behandeling in de commissie niet zijn gepubliceerd, worden niet in behandeling genomen. 3.
De voorzitter: - zit vergaderingen technisch voor; - ziet strak toe op vergaderregels; o de bespreking van agendapunten blijft binnen het betreffende agendapunt; o herhalingen worden voorkomen; o vragen worden gesteld zonder politieke mening te geven; - controleert of vragen beantwoord zijn, zonder daarbij direct op de inhoud van antwoorden in te gaan; - vat de behandeling van agendapunten samen; - herhaalt toezeggingen. - Leest het raadsbesluit voor 4. De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde van de vergadering. Hij/zij is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei wijze door de toehoorders wordt verstoord, hen die daarvoor verantwoordelijk zijn of alle toehoorders te doen verwijderen. 5. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 9 Openbare bekendmaking van agenda en bijlagen en orde vergaderingen 1. Van de openbare vergadering worden dag, plaats en aanvangstijd, alsmede de daarin te behandelen onderwerpen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, uiterlijk tegelijk met de oproeping der leden ter openbare kennis gebracht door middel van aankondiging in een huis-aan-huisblad dat algemeen in de gemeente verspreid wordt, alsmede door plaatsing op de website van de gemeente en via social media. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid voor elke belanghebbende c.q. belangstellende om in die vergadering het woord te voeren over de te behandelen agendapunten. Vergaderingen van de commissie worden in principe op dinsdagavond gehouden; 2. De agenda van de onderwerpen die in de openbare vergadering zullen worden behandeld alsmede de stukken bij de betreffende onderwerpen zijn uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de vergadering via het internet voor eenieder te raadplegen. Stukken die vijf dagen voor behandeling in de commissie niet zijn gepubliceerd, worden niet in behandeling genomen; 3.
De voorzitter: - zit vergaderingen technisch voor; - ziet strak toe op vergaderregels; o de bespreking van agendapunten blijft binnen het betreffende agendapunt; o herhalingen worden voorkomen; o vragen worden gesteld zonder politieke mening te geven; - controleert of vragen beantwoord zijn, zonder daarbij direct op de inhoud van antwoorden in te gaan; - vat de behandeling van agendapunten samen; - herhaalt toezeggingen; - leest het raadsbesluit voor; 4. De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde van de vergadering. Hij/zij is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei wijze door de toehoorders wordt verstoord, hen die daarvoor verantwoordelijk zijn of alle toehoorders te doen verwijderen; 5. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 10 Quorum 1. Een commissie kan slechts beraadslagen en adviseren wanneer naast de voorzitter ten minste een
Artikel 10 Quorum 1. Een commissie kan slechts beraadslagen en adviseren wanneer naast de voorzitter ten minste een meerderheid 23
meerderheid (de helft + een) van het aantal fracties vertegenwoordigd in de raad ter vergadering aanwezig is. 2. Indien bij een vergadering het vereiste aantal fracties niet is opgekomen, belegt de voorzitter, met een tussenruimte van ten minste 48 uur, een nieuwe vergadering, welke wordt gehouden ongeacht het aantal opgekomen fracties.
van het aantal fracties vertegenwoordigd in de raad ter vergadering aanwezig is; 2. Indien bij een vergadering het vereiste aantal fracties niet is opgekomen, belegt de voorzitter, met een tussenruimte van ten minste 48 uur, een nieuwe vergadering, welke wordt gehouden ongeacht het aantal opgekomen fracties.
Artikel 11 Stemming De leden onthouden zich van de beoordeling van zaken, die hen rechtstreeks of middellijk aangaan (= alle ter zake doende intensieve persoonlijke relaties) en of als vertegenwoordiger betrokken zijn.
Artikel 11 Stemming De leden onthouden zich van de beoordeling van zaken, die hen rechtstreeks of middellijk aangaan of als vertegenwoordiger betrokken zijn.
Artikel 12 Toelating niet-leden 1. De burgemeester of een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen. 2. Leden van het college zijn bevoegd zich terzijde te laten staan door gemeente-ambtenaren en deskundigen van buiten het gemeentelijk apparaat. De aldus voor het opstellen van een aan een commissie voorgelegd advies verantwoordelijke beleidsambtenaar c.q. deskundige wordt, indien de voorzitter en/of een of meerdere leden dat wensen, de gelegenheid geboden zijn advies ten overstaan van de commissie toe te lichten.
Artikel 12 Toelating niet-leden 1. De burgemeester of een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen. 2. Leden van het college zijn bevoegd zich terzijde te laten staan door gemeente-ambtenaren en deskundigen van buiten het gemeentelijk apparaat. De aldus voor het opstellen van een aan een commissie voorgelegd advies verantwoordelijke beleidsambtenaar c.q. deskundige wordt, indien de voorzitter en/of een of meerdere leden dat wensen, de gelegenheid geboden zijn advies ten overstaan van de commissie toe te lichten.
Artikel 13 Het schriftelijk vragen stellen Raadsleden en commissieleden kunnen voorafgaand aan een vergadering van de commissie, met betrekking tot onderwerpen welke op de agenda van de vergadering van de commissie staan, schriftelijk vragen stellen. Deze vragen worden via de griffie ingediend en op het internet bij het betreffende agendapunt gepubliceerd. Deze vragen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord en ook op het internet gepubliceerd bij het betreffende agendapunt.
Artikel 13 Het schriftelijk vragen stellen Raadsleden en commissieleden kunnen voorafgaand aan een vergadering van de commissie, met betrekking tot onderwerpen welke op de agenda van de vergadering van de commissie staan, schriftelijk vragen stellen. Deze vragen worden via de griffie ingediend en op het internet bij het betreffende agendapunt gepubliceerd. Deze vragen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord en ook op het internet gepubliceerd bij het betreffende agendapunt.
Artikel 13a Lidmaatschap van andere organisaties Verslag; verantwoording
Artikel 13a Lidmaatschap van andere organisaties Verslag; verantwoording
24
1. Een lid van de raad, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van een algemeen bestuur van een openbaar lichaam, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om verslag te doen in een raadscommissie over zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn. 2. Een wethouder of burgemeester die door het college van B&W is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of lid van het bestuur van een bedrijfsvoering organisatie ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om verslag te doen in een raadscommissie over zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn. 3. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het tweede lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43 van het Reglement van orde van de gemeenteraad, zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Titel 2 Specifieke bepalingen
Titel 2 Specifieke bepalingen
Hoofdstuk 1 De Commissie Ruimte en Techniek, Burgerzaken, Middelen en Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden
Hoofdstuk 1 De Commissie Ruimte en Techniek, Burgerzaken, Middelen en Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden
Artikel 14 Agenda 1. Het Presidium stelt de agenda voor de commissies vast. 2. De uitloop van een commissievergadering is voor sluiting van de vergadering. Indien twee commissies na elkaar vergaderen is de uitloop van de eerste commissie voorafgaand aan de uitloop van de tweede commissie.
Artikel 14 Agenda Het Presidium stelt de agenda voor de commissies vast.
Artikel 15 Doel, bevoegdheden en werkwijze van de raadscommissie Ruimte & Techniek, Burgerzaken, Middelen en Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden. 1. Het doel van de commissies is het verzamelen van alle relevante technische informatie over een conceptraadsvoorstel/-besluit, zodat de raad daarover een gewogen uitspraak kan doen of een besluit kan nemen. 2.Daartoe is er ruimte voor inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven om hun visie te geven over op de agenda vermelde onderwerpen en is er de mogelijkheid voor raadsleden en burgercommissieleden om
Artikel 15 Doel, bevoegdheden en werkwijze van de raadscommissie Ruimte & Techniek, Burgerzaken, Middelen en Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden. 1. Het doel van de commissies is het verzamelen van alle relevante technische informatie over een conceptraadsvoorstel/-besluit, zodat de raad daarover een gewogen uitspraak kan doen of een besluit kan nemen. 2.Daartoe is er ruimte voor inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven om hun visie te geven over op de agenda vermelde onderwerpen en is er de mogelijkheid voor raadsleden en burgercommissieleden om informatie te 24
informatie te verzamelen bij de portefeuillehouder casu quo het college. 3.In de vergadering is het toegestaan om kort een politiek standpunt te verwoorden. Er is geen ruimte voor politiek debat. 4.In de vergadering is geen gelegenheid om leden van het college politiek ter verantwoording te roepen.
verzamelen bij de portefeuillehouder casu quo het college. 3.In de vergadering is het toegestaan om kort een politiek standpunt te verwoorden. Er is geen ruimte voor politiek debat. 4.In de vergadering is geen gelegenheid om leden van het college politiek ter verantwoording te roepen.
Artikel 16 Advisering 1. De commissie adviseert bij meerderheid van stemmen, waarbij iedere fractie één stem heeft. Bij het staken der stemmen wordt geen advies afgegeven, doch worden de verschillende standpunten ter kennis van de raad gebracht. 2. De commissie adviseert of een voorstel rijp is voor meningsvorming c.q. besluitvorming in de raad; 3. Of het voorstel als akkoord stuk (A-agenda) dan wel als bespreekstuk (B-agenda) op de agenda van de gemeenteraad geplaatst zal worden, waarbij er van uitgegaan wordt dat in principe ieder voorstel als een akkoordstuk wordt geagendeerd tenzij 3 of meer fracties voorstellen om het voorstel als een bespreekstuk te agenderen 4. Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat ter agendering aan de commissie is aangeboden, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de commissie.
Artikel 16 Advisering 1. De commissie adviseert bij meerderheid van stemmen, waarbij iedere fractie één stem heeft. Bij het staken der stemmen wordt geen advies afgegeven, doch worden de verschillende standpunten ter kennis van de raad gebracht; 2. De commissie adviseert of een voorstel rijp is voor meningsvorming c.q. besluitvorming in de raad; 3. Of het voorstel als akkoord stuk (A-agenda) dan wel als bespreekstuk (B-agenda) op de agenda van de gemeenteraad geplaatst zal worden, waarbij er van uitgegaan wordt dat in principe ieder voorstel als een akkoordstuk wordt geagendeerd tenzij 3 of meer fracties voorstellen om het voorstel als een bespreekstuk te agenderen; 4. Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat ter agendering aan de commissie is aangeboden, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de commissie.
Artikel 17 Participanten Aan een vergadering van de commissies kunnen deelnemen de in de raad vertegenwoordigde fracties, een vertegenwoordiging van het college, belanghebbende burgers/bedrijven/instellingen en deskundigen.
Artikel 17 Participanten Aan een vergadering van de commissies kunnen deelnemen de in de raad vertegenwoordigde fracties, een vertegenwoordiging van het college, belanghebbende burgers/bedrijven/instellingen en deskundigen.
Hoofdstuk 2 De Rekeningcommissie
Hoofdstuk 2 De Rekeningcommissie
Artikel 18 Samenstelling Rekeningcommissie 1. De Rekeningcommissie bestaat uit ten hoogste even zoveel leden als er fracties in de raad vertegenwoordigd zijn. 2. De in het eerste lid genoemde leden en hun plaatsvervangers worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Een lid kan zowel raadslid als niet raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid en een plaatsvervangend lid van de Rekeningcommissie. De in het eerste lid genoemde leden en hun plaatsvervangers dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende fractie. Burgerfractieleden komen in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de “Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden”. 4. De commissie wijst uit haar midden een technisch voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. De fractie waaruit de technisch voorzitter van een commissie afkomstig is heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat alsdan op dit toegevoegde lid over.
Artikel 18 Rekeningcommissie De commissie wijst uit haar midden een technisch voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. De fractie waaruit de technisch voorzitter van een commissie afkomstig is heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat alsdan op dit toegevoegde lid over.
Artikel 19 Taken/bevoegdheden Rekeningcommissie 1.De Rekeningcommissie onderzoekt de jaarrekening en het jaarverslag via welke het college over elk begrotingsjaar aan de raad verantwoording aflegt over het gevoerde financieel beheer. 2. De Rekeningcommissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het college te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. 3. De Rekeningcommissie voert zo nodig overleg met het college over de jaarrekening en het jaarverslag. 4. De Rekeningcommissie adviseert aan de raad en deelt aan de raad de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad kan zij ter zake voorstellen en aanbevelingen doen. 5. De rekeningcommissie laat zich bijstaan door de door de raad aangewezen accountant
Artikel 19 Taken/bevoegdheden Rekeningcommissie 1.De Rekeningcommissie onderzoekt de jaarrekening en het jaarverslag via welke het college over elk begrotingsjaar aan de raad verantwoording aflegt over het gevoerde financieel beheer; 2. De Rekeningcommissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het college te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht; 3. De Rekeningcommissie voert zo nodig overleg met het college over de jaarrekening en het jaarverslag; 4. De Rekeningcommissie adviseert aan de raad en deelt aan de raad de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad kan zij ter zake voorstellen en aanbevelingen doen; 5. De rekeningcommissie laat zich bijstaan door de door de raad aangewezen accountant.
Hoofdstuk 3 De Auditcommissie
Hoofdstuk 3 De Auditcommissie
Artikel 20 Samenstelling Auditcommissie 1. De Auditcommissie bestaat uit ten hoogste even zoveel leden als er fracties in de raad vertegenwoordigd zijn. 2. De in het eerste lid genoemde leden en hun plaatsvervangers worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.
Artikel 20 Auditcommissie De commissie wijst uit haar midden een technisch voorzitter aan. De fractie waaruit de technisch voorzitter van een commissie afkomstig is heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat alsdan op dit toegevoegde lid over.
25
25
3. Een lid kan zowel raadslid als niet raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid en een plaatsvervangend lid van de Auditcommsisie. De in het eerste lid genoemde leden en hun plaatsvervangers dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende fractie. Burgerfractieleden komen in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de “Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden”. 4. De commissie wijst uit haar midden een technisch voorzitter aan. De fractie waaruit de technisch voorzitter van een commissie afkomstig is heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat alsdan op dit toegevoegde lid over. 5. De Auditcommissie laat zich in haar advisering bijstaan door leden van het college en de ambtelijke organisatie. Deze worden in overleg met de voorzitter bij een vergadering van de Auditcommissie uitgenodigd. Artikel 21 Taken/bevoegdheden Auditcommissie 1. Het voorbereiden van rapporten van de rekenkamercommissie Brunssum ten behoeve van behandeling in de commissies en/of gemeenteraad; 2. Het voorbereiden van de aanstelling van de externe accountant ten behoeve van de controle van de jaarrekening; 3.
Als contactplatform functioneren tussen raad en de externe accountant; 4. Het voorbespreken van het controleprotocol; 5. Instrumenten ontwerpen c.q. bespreken die de gemeenteraad in staat stellen om te komen tot een goede beleidsontwikkeling; 6. Instrumenten ontwerpen c.q. bespreken die de gemeenteraad in staat stellen om te komen tot een goede controlefunctie; 7. Instrumenten ontwerpen c.q. bespreken die leiden tot verbetering van de Planning en Control-cyclus ten behoeve van de gemeenteraad; 8. Het bespreken van de voortgang in het uitwerken en/of toepassen van de aanbevelingen van de Rekeningcommissie; 9. Het bespreken van aan de raad gerichte circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken; 10. Het bespreken van ontwikkelingen en het komen tot vernieuwing en bijstelling op bestuurlijk en financieel vlak.
Artikel 21 Taken/bevoegdheden Auditcommissie 1. Het voorbereiden van rapporten van de rekenkamercommissie Brunssum ten behoeve van behandeling in de commissies en/of gemeenteraad; 2. Het voorbereiden van de aanstelling van de externe accountant ten behoeve van de controle van de jaarrekening; 3. Als contactplatform functioneren tussen raad en de externe accountant; 4. Het voorbespreken van het controleprotocol; 5. Instrumenten ontwerpen c.q. bespreken die de gemeenteraad in staat stellen om te komen tot een goede beleidsontwikkeling; 6. Instrumenten ontwerpen c.q. bespreken die de gemeenteraad in staat stellen om te komen tot een goede controlefunctie; 7. Instrumenten ontwerpen c.q. bespreken die leiden tot verbetering van de Planning en Control-cyclus ten behoeve van de gemeenteraad; 8. Het bespreken van de voortgang in het uitwerken en/of toepassen van de aanbevelingen van de Rekeningcommissie; 9. Het bespreken van aan de raad gerichte circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken; 10. Het bespreken van ontwikkelingen en het komen tot vernieuwing en bijstelling op bestuurlijk en financieel vlak.
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 4
Artikel 22 Evaluatie Door de desbetreffende commissies zal aan het eind van elk kalenderjaar een aan de raad ter kennis te brengen evaluatie worden opgesteld van de ingevolge deze verordening door de commissies gehanteerde werkwijze.
Artikel 22 Evaluatie
26
Het functioneren van de commissies wordt in het presidium besproken.
Het functioneren van de commissies wordt in het presidium besproken Artikel 23 Uitleg Verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening beslist de commissie op voorstel van de voorzitter of een der leden van de commissie.
Artikel 23 Uitleg Verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening beslist de commissie op voorstel van de voorzitter of een der leden van de commissie.
Artikel 24 Benaming en inwerkingtreding 1. Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 de dag na bekendmaking. Op dat tijdstip vervalt het "Reglement van Orde voor de vergaderingen van raadscommissies van de gemeenteraad van Brunssum 20162017”, zoals vastgesteld bij raadsbesluit Gemeenteblad 2016/16 versie 2 vastgesteld op 264-2016. Gemeenteblad 2017, nr. 11 (versie 3), vastgesteld op 20-6-2017 2. Dit Reglement van Orde kan worden aangehaald als "Reglement van Orde raadscommissies van de gemeenteraad van Brunssum 20172023".
Artikel 24 Benaming en inwerkingtreding 1. Dit reglement treedt in werking de dag na bekendmaking. Op dat tijdstip vervalt het "Reglement van Orde voor de vergaderingen van raadscommissies van de gemeenteraad van Brunssum 2017”, zoals vastgesteld bij raadsbesluit Gemeenteblad 2017, nr. 11 (versie 3), vastgesteld op 20-6-2017 2. Dit Reglement van Orde kan worden aangehaald als "Reglement van Orde raadscommissies van de gemeenteraad van Brunssum 2023".