Raadsvoorstel 44 (bijlage 1 versie 2) RvO raad 2023 en raadscommissies 2023 (aanpassingen in kleur + blanco concept)
Tekst van het document
7.
8
Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het zesde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 31 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd; 2. Indien twee of meer amendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement het eerst in stemming wordt gebracht; 3. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
8
Artikel 32 Stemming over personen 1. Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden. 2. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, ontslag, een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden tot stembureau. 3. Ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 32 Stemming over personen 1. Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden; 2. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden tot stembureau; 3. Ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn; 4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje; 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden; 6. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt; 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter; 8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 33 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan.
Artikel 33 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan;
2.
2.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben;
3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 34 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen
Artikel 34 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven; 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud; 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen
Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad
Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad
Artikel 35 Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen schriftelijk bij de voorzitter amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de raadsvergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Over een amendement op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist. 5. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, voordat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden
Artikel 35 Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen schriftelijk bij de voorzitter amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de raadsvergadering aanwezig zijn; 2. Elk amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan; 3. Over een amendement op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist; 4. Intrekking, door de indiener(s), van het amendement is mogelijk, voordat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
9
9
Artikel 36 Moties 1. Ieder lid van de raad kan voorafgaande aan en tijdens de raadsvergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de dag) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld tenzij de raad anders beslist; 5. Over een motie op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist. 6. De behandeling van een motie vreemd aan de orde van de dag vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat voordat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 36 Moties 1. Ieder lid van de raad kan voorafgaande aan en tijdens de raadsvergadering een motie indienen; 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend; 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats; 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd aan de orde van de dag) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld tenzij de raad anders beslist; 5. Over een motie op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist; 6. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk voordat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 37 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond of en wordt enkel bij wijze van uitzondering kort niet beraadslaagd. 3. Het voorstel wordt direct in behandeling genomen of uitgevoerd
Artikel 37 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht; 2. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond en wordt niet beraadslaagd; 3. Het voorstel wordt direct in behandeling genomen of uitgevoerd.
Artikel 38 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. 2. Het college kan binnen 48 uur nadat het ter in kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. Aan de raad kenbaar maken 3. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel
Artikel 38 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college; 2. Het college kan binnen 48 uur nadat het in kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen aan de raad kenbaar maken; 3. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst; 4. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel.
Artikel 39 Collegevoorstel Terugnemen raadsvoorstel 1. Een voorstel voor een verordening of een ander raadsvoorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken toestemming van de raad. Een eenmaal door het college aan de raad aangeboden raadsvoorstel kan niet zonder toestemming van de raad worden teruggenomen 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 39 Terugnemen raadsvoorstel 1. Een eenmaal door het college aan de raad aangeboden raadsvoorstel kan niet zonder toestemming van de raad worden teruggenomen; 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 40 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek dient te worden ingediend voor vrijdag 12.00 uur ingeval de termijn voor indiening van het verzoek eindigt op de zaterdag dan wel de zondag. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. 3. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek voor agendering van de interpellatie in stemming gebracht. De raad bepaalt indien de interpellatie geagendeerd wordt, op voorstel van de voorzitter, op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4. Het college, of de burgemeester geeft bij aanvang van de behandeling door de raad antwoord op de door de interpellant gestelde vragen. 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan eenmaal tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 40 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek dient te worden ingediend voor vrijdag 12.00 uur ingeval de termijn voor indiening van het verzoek eindigt op de zaterdag dan wel de zondag; 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders; 3. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek voor agendering van de interpellatie in stemming gebracht. De raad bepaalt indien de interpellatie geagendeerd wordt, op voorstel van de voorzitter, op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden; 4. Het college, of de burgemeester geeft bij aanvang van de behandeling door de raad antwoord op de door de interpellant gestelde vragen; 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan eenmaal tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
10
10
Artikel 41 Startnotitie 1. De raad kan, voor zaken die tot de eigen bevoegdheden behoren, besluiten aan het college een startnotitie te geven. 2. De startnotitie wordt voorbereid onder directe verantwoordelijkheid van de griffier. 3. Een startnotitie wordt opgesteld middels toepassing van de 'checklist startnotitie, die als bijlage deel uitmaakt van onderhavig reglement. 4. Startnotitie voor zaken die tot de bevoegdheid van de raad behoren, wordt conform artikel 2 van de Verordening Raadscommissies voor advies voorgelegd aan de betreffende raadscommissie. 5. Startnotitie wordt vastgesteld door de raad dan wel het college.
Artikel 41 Startnotitie 1. De raad kan, voor zaken die tot de eigen bevoegdheden behoren, besluiten aan het college een startnotitie te geven; 2. De startnotitie wordt voorbereid onder directe verantwoordelijkheid van de griffier; 3. Startnotitie voor zaken die tot de bevoegdheid van de raad behoren, wordt conform artikel 2 van de Verordening Raadscommissies voor advies voorgelegd aan de betreffende raadscommissie; 4. Startnotitie wordt vastgesteld door de raad.
Artikel 42 Vragenuur 1. Aan het begin van iedere raadsvergadering is er een vragenuur voor urgente vragen van maximaal een half uur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt met inachtneming van het vorenstaande op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp en bijbehorende vragen en de onderbouwing van de urgentie tenminste 30 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. Per fractie kan schriftelijk per vergadering maximaal over één urgent onderwerp maximaal drie vragen gesteld worden. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij/de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig of niet urgent acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller gedurende maximaal 5 minuten het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Er is geen ruimte voor betoog. 6. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. Er wordt geen debat gevoerd. 8. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Artikel 42 Vragenuur 1. Aan het begin van iedere raadsvergadering is er een vragenuur voor urgente vragen van maximaal een half uur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt met inachtneming van het vorenstaande op welk tijdstip het vragenuur eindigt; 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp en bijbehorende vragen en de onderbouwing van de urgentie tenminste 30 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. Per fractie kan schriftelijk per vergadering maximaal over één urgent onderwerp maximaal drie vragen gesteld worden. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig of niet urgent acht of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.; 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld; 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad; 5.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller gedurende maximaal 5 minuten het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Er is geen ruimte voor betoog; 6. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp; 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. Er wordt geen debat gevoerd; 8. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Artikel 43 Inlichtingen 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen verlangt van het college of de burgemeester, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij de griffier. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de burgemeester wordt gebracht. 2. De verlangde inlichtingen worden door het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk, echter binnen 30 kalenderdagen na indiening datum verzoek gegeven. De verlangde inlichtingen worden niet verstrekt indien dit in strijd is met het openbaar belang. 3. Indien de verlangde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, kan worden gegeven stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. Het verzoek en de te geven inlichtingen vormen een agendapunt voor de raadsvergadering, waarin de inlichtingen zullen worden gegeven. Dit betreft tevens het laatste agendapunt van de agenda. Indien de gevraagde inlichtingen nog niet binnen de gestelde termijn van 30 kalenderdagen door het college of de burgemeester beantwoord zijn, wordt hier in de raad niet op ingegaan, met uitzondering van acute zaken. 5.
Degene die inlichtingen verlangt kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen, schriftelijk 30 uur voor aanvang van de vergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Met het oog hierop wordt het verantwoordelijk lid van het college geacht bij de raadsvergadering aanwezig te zijn.
Artikel 43 Inlichtingen 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen verlangt van het college of de burgemeester, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij de griffier. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de burgemeester wordt gebracht; 2. De verlangde inlichtingen worden door het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk, echter binnen 30 kalenderdagen na indiening datum verzoek gegeven. De verlangde inlichtingen worden niet verstrekt indien dit in strijd is met het openbaar belang; 3. Indien de verlangde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, kan worden gegeven stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden; 4. Het verzoek en de te geven inlichtingen vormen een agendapunt voor de raadsvergadering, waarin de inlichtingen zullen worden gegeven. Dit betreft tevens het laatste agendapunt van de agenda. Indien de gevraagde inlichtingen nog niet binnen de gestelde termijn van 30 kalenderdagen door het college of de burgemeester beantwoord zijn, wordt hier in de raad niet op ingegaan, met uitzondering van acute zaken; 5.
Degene die inlichtingen verlangt kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen, schriftelijk 30 uur voor aanvang van de vergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. Met het oog hierop wordt het verantwoordelijk lid van het college geacht bij de raadsvergadering aanwezig te zijn.
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening
Artikel 44 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad het presidium vaststelt.
Artikel 44 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die het presidium vaststelt.
11
11
Artikel 45 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad het presidium vaststelt.
Artikel 45 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure het presidium vaststelt.
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties
Artikel 46 Verslag; verantwoording Vervallen; lid 1 is opgenomen in het Rvo commissie als art. 13a
Artikel 46 Verslag; verantwoording Vervallen
1.
2. 3. 4.
Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Tweemaal per jaar terugkoppeling plaats vanuit iedere Verbonden Partij in een raadscommissie. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad
Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad
Artikel 47 Algemeen Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 47 Algemeen Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden;
1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden. 2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt;
12
3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd; 3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft.
5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar
wordt gemaakt tenzij de raad anders beslist besluit de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen
6. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang 7. Van een besloten vergadering worden geen geluids- of video opnames gemaakt in het kader van de notulering.
4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft; 5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad besluit de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen; 6. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. 7. Van een besloten vergadering worden geen geluids- of video opnames gemaakt. In het kader van de notulering. 8. Het gebruik alsmede het stand by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is voor ieder van aanwezigen verboden.
8. Het gebruik alsmede het stand by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is voor ieder van aanwezigen verboden.
12
Artikel 48 Besluitenlijst 1. De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijst worden wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 48 Besluitenlijst 1. De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier; 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst; 3. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 49 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten raadsvergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Artikel 49 Geheimhouding
Artikel 23 Gemeentewet, lid 4 Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft Artikel 87 Gemeentewet De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. Artikel 88 Gemeentewet 1. De raad kan informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan het college, de burgemeester, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 2. Het college kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 3. De burgemeester kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 4.
Een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de burgemeester en de rekenkamer. 5. Indien het college of de burgemeester overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekt aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, verstrekt het college of de burgemeester die informatie tevens aan de raad. 6. Indien het college, de burgemeester of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekt aan de raad, kan de raad die informatie verstrekken aan anderen. De raad kan regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt. Artikel 89 Gemeentewet 1. Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt. 2. Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen. 3. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft.
Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. 4. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid voort totdat de raad haar opheft. 5. Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt Artikel 49a De raad stelt regels over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt. De informatie wordt alleen gedeeld met derden indien: 1. De raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit; 2. Het college dit noodzakelijk acht voor het dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit; 3. Indien het college op grond van het tweede lid besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen, brengt hij dit ter kennis aan de raad
Artikel 23 Gemeentewet, lid 4 Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft Artikel 87 Gemeentewet De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. Artikel 88 Gemeentewet 1. De raad kan informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan het college, de burgemeester, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 2. Het college kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 3. De burgemeester kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 4.
Een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de burgemeester en de rekenkamer. 5. Indien het college of de burgemeester overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekt aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, verstrekt het college of de burgemeester die informatie tevens aan de raad. 6. Indien het college, de burgemeester of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekt aan de raad, kan de raad die informatie verstrekken aan anderen. De raad kan regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt.
13
Artikel 89 Gemeentewet 1. Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt. 2. Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen. 3. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. 4. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid voort totdat de raad haar opheft. 5. Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt
Artikel 49a De raad stelt regels over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt. De informatie wordt alleen gedeeld met derden indien: 1. De raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit; 2. Het college dit noodzakelijk acht voor het dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit; 3. Indien het college op grond van het tweede lid besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen, brengt hij dit ter kennis aan de raad 13
Artikel 50 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van artikel 89 vierde lid voort totdat de raad haar opheft.
Artikel 50 Opheffing geheimhouding Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van artikel 89 vierde lid voort totdat de raad haar opheft.
Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers
Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers
Artikel 51 Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 51 Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen bijwonen; 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan tijdig mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn/haar aanwijzingen.
Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan tijdig mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn/haar aanwijzingen.
Artikel 53 Gebruik communicatiemiddelen In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere overige communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de raadsvergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan tenzij de voorzitter anders beslist.
Artikel 53 Gebruik communicatiemiddelen In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of overige communicatiemiddelen, toegestaan tenzij de voorzitter anders beslist.
Artikel 53a: Geen reclame uitingen in de raadzaal 1. Het is verboden uitingen van partijpolitieke aard in de vorm van voorwerpen met benaming, logo of symboliek, gerelateerd aan een politieke partij, zichtbaar bij zich te hebben. 2. Dit verbod geldt ook voor andere voorwerpen dan wel uitingen die irrelevant of ongewenst zijn voor vergaderingen en te opvallend, ongepast, storend dan wel afleidend zijn. 3. Dit verbod geldt zowel voor deelnemers aan vergaderingen als voor degenen die op de publieke tribune een vergadering bijwonen. 4. Dit verbod geldt in alle vergaderruimten in het gemeentehuis bij openbare vergaderingen en bijeenkomsten. 5. De voorzitter beslist over toepassing van dit artikel en handhaaft het verbod. Artikel 26 Gemeentewet is van toepassing. Hij/zij legt over zijn beslissing achteraf verantwoording af in het Presidium.
Artikel 53a: Geen reclame uitingen in de raadzaal 1. Het is verboden uitingen van partijpolitieke aard in de vorm van voorwerpen met benaming, logo of symboliek, gerelateerd aan een politieke partij, zichtbaar bij zich te hebben; 2. Dit verbod geldt ook voor andere voorwerpen dan wel uitingen die irrelevant of ongewenst zijn voor vergaderingen en te opvallend, ongepast, storend dan wel afleidend zijn; 3. Dit verbod geldt zowel voor deelnemers aan vergaderingen als voor degenen die op de publieke tribune een vergadering bijwonen; 4. Dit verbod geldt in alle vergaderruimten in het gemeentehuis bij openbare vergaderingen en bijeenkomsten; 5. De voorzitter beslist over toepassing van dit artikel en handhaaft het verbod. Artikel 26 Gemeentewet is van toepassing. Hij/zij legt over zijn beslissing achteraf verantwoording af in het Presidium.
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 54 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing en/of interpretatie van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter of een der leden van de gemeenteraad.
Artikel 54 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing en/of interpretatie van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter of een der leden van de gemeenteraad.
Artikel 55 In werking treden 1. Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 de dag na bekendmaking op de website overheid.nl Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Brunssum 2016 2018, vastgesteld bij raadsbesluit 2016/16 versie 2 vastgesteld op 26-4-2016. 2018/57 op 3 juli 2018 2. Dit Reglement van Orde kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2017 2023.
Artikel 55 In werking treden 1. Dit reglement treedt in werking de dag na bekendmaking op de website overheid.nl Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Brunssum 2018, vastgesteld bij raadsbesluit 2018/57 op 3 juli 2018; 2. Dit Reglement van Orde kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2023”
14
14
Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen - Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd. - Een informatieavond is een openbare avond waar het college/ambtelijke organisatie de raad en commissie informeren over nieuwe en lopende onderwerpen; de avond is informeel, er is geen verslaglegging en geen geluidopname, Het presidium stelt de agenda vast. Onderwerpen kunnen aangedragen worden door het college, raadsleden en fracties. Vaste data worden een jaar vooruit gepland. Er zijn maximaal 2 onderwerpen per avond. Informatie over de onderwerpen is vooraf bekend. De verdeling in tijd voor presenteren en vragen stellen dient evenwichtig te zijn. - Een Discussieavond is op advies van de Nationale Ombudsman een besloten avond (Rapport 2011/364 d.d. 20-12-2011 en raadsvoorstel 2012/39 versie 2) en alleen toegankelijk voor raads- en commissieleden, college en haar ondersteuning, griffie en genodigden. Er is geen verslaglegging en geen geluidopname, Het presidium stelt de agenda vast en stelt een datum ad hoc vast. Onderwerpen kunnen aangedragen worden door het college, raadsleden en fracties.
Onderwerpen die op een discussieavond aan bod komen, worden na de discussieavond in een raadsvoorstel verwerkt en kunnen daardoor niet in dezelfde raadscyclus aan bod komen. Een discussieavond heeft een opiniërende functie. Er vindt geen besluitvorming plaats en geen verantwoording van het college. Er zijn maximaal 2 onderwerpen per avond. Informatie over de onderwerpen is vooraf bekend. De verdeling in tijd voor presenteren en vragen stellen dient evenwichtig te zijn. Voor zowel een informatieavond als een discussieavond is vooraf een kort kaderdocument beschikbaar dat minimaal de grenzen aangeeft van het onderwerp en een inhoudsopgave bevat van hetgeen besproken gaat worden. Artikel 2 De voorzitter - De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet ) en Artikel 9 van de Gemeentewet schrijven schrijft dit dwingend voor. In het gewijzigde artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet, is bepaald dat het oudste raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer.
Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester. Voor de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur nam een wethouder de taken van de burgemeester als voorzitter van de raad waar. Middels raadsvoorstel 2014/47 d.d. 9-12-2014 heeft de raad besloten dat de vervanger/plaatsvervangend of 2e plaatsvervangend voorzitter een door de raad aangewezen raadslid is. - De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 3 De griffier De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats etcetera zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt (zie raadsbesluit 2020/14 versie 2 d.d. 3 maart 2020).
Artikel 4 De secretaris De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Het college wijst de secretaris aan. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van secretaris geen onderdeel meer uit maakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie.
15
Artikel 5 Het presidium Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Het onderzoek naar het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de woensdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april. (Kieswet artikel C 4, tweede lid) Voor die tijd moet het onderzoek zijn afgerond en moet omtrent de toelating van de nieuw gekozen leden zijn besloten. Doorgaans zal de oude raad voor het laatst bijeenkomen op de woensdag ervoor.
De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd en voor wethouders in artikel 41 a van de Gemeentewet. Het is niet mogelijk om in beroep te gaan bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad. De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad vervalt door inwerking treden van de Wet dualisering gemeentebestuur. Aanleiding voor het instellen van een permanente commissie in plaats van bij elke benoeming een nieuwe commissie in te stellen, komt door het vastleggen van een nieuw onderdeel aan de benoemingsprocedure voor kandidaat-wethouders. Zo moet de burgemeester in overleg met de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven bepalen of een zogenaamd nader onderzoek (fase 3) noodzakelijk is. Dit onderzoek vindt plaats voor de benoemingsvergadering vandaar de noodzaak om deze commissie permanent in te stellen. De verplichting om voor de benoeming van de wethouders een risicoanalyse integriteit te doen bestond al in ons Reglement. De VOG en BKR werden al bij de analyse betrokken ten behoeve van de risicoanalyse integriteit op verzoek van het betreffende onderzoeksbureau. Op verzoek van de raad wordt dit nu formeel geregeld waarbij tevens wordt geanticipeerd op plannen van de minister.
De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers.
15
Artikel 7 Fractie In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, fractie-assistentie, etc. In deze nadere regelingen kan nu worden aangesloten bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip. Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Indien een nieuwe fractie tijdens lopende bestuursperiode burgercommissieleden inzet, dient de fractie geregistreerd te zijn bij de KvK als nieuwe vereniging.
Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Artikel 9 Oproep Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd worden ook de voorlopige agenda en de stukken gepubliceerd. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn. Artikel 10 Agenda De commissies bepalen hoe de agenda eruit komt te zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om twee weken voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft geeft op de ‘waan’ van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. Het vijfde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda.
Individuele raadsleden kunnen via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4 van dit Reglement. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Het zesde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een commissie verwijst of aan het college nadere inlichtingen of advies vraagt. Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten kan wijzigen. Artikel 11 De wethouder / burgemeester In de gedualiseerde verhoudingen is het van belang dat de wethouder wordt betrokken bij de beraadslagingen van de raad. Een wethouder kan, als hij/zij dat wil, de raadsvergadering bijwonen en aan de beraadslaging deelnemen.