Agendabundel
Tekst van het document
Ontwikkeling proceskosten BsGW Bedragen * € 1.000,-
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Realisatie
595
621
1.167
1.332
1.700
1.850
2.700
Begroot
2.000
2021
2022
2023
2700-3000 2.040
3.000
3.060
Stimuleringsregeling Medewerkers konden vanaf 2017 tot en met 2020 in de Stimuleringsregeling stappen, waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen)uitstroom uiterlijk 2029. De Stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten dienen binnen de begroting van BsGW te worden opgevangen. In de AB-vergadering van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Vanaf 1 januari 2022 bestaat de wettelijke verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Vanaf dat moment is de beheerfase gestart: het bijhouden en actueel houden van de gegevens middels het regieportaal en mutatiedetectie. Regieportaal Het Regieportaal bevindt zich momenteel in de beheerfase, hetgeen wil zeggen dat omzettingen naar gebruikersoppervlakte en andere relevante gegevens actueel dienen te worden gehouden en dienen te kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende partijen. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW namens de deelnemers de regie van de beheerfase uit. De totale kosten voor de aanschaf van het Regieportaal zijn opgenomen in de (meerjaren)begroting (20222024).
Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het regieportaal begrotingstechnisch ook voor de jaren 2025 tot en met 2027 gecontinueerd, vanwege de onduidelijkheid rondom de SOR. Alle projectmatige activiteiten met betrekking tot de SOR zijn in dit kader door het bestuur tot nader order opgeschort. Mutatiedetectie Voor elke gemeente is eenmalig een WOZ-mutatiedetectie uitgevoerd. Een WOZ-mutatiedetectie betreft het op basis van luchtfoto’s, obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Dit draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit te (laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Overigens, in het geval dat BsGW de WOZ-mutatiedetectie namens een gemeente uitvoert, worden de kosten door BsGW doorbelast aan de betreffende deelnemer.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 15 van 78
Visie op dienstverlening In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. De komende jaren worden, aan de hand van business-cases, projecten opgezet om de dienstverlening te verbeteren. In dit kader heeft in 2021 een nulmeting plaatsgevonden. Vanaf 2022 worden de effecten middels de bestuursrapportages gerapporteerd en verantwoord. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Een belangrijke ontwikkeling is het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een Europese aanbesteding. Eind 2020 is met de nodige vertraging gestart met de voorbereiding hiervan. De publicatie van de aanbesteding heeft in het laatste kwartaal van 2021 plaatsgevonden; voor de zomer van 2022 zou de opdracht tot definitieve gunning dienovereenkomstig kunnen plaatsvinden. Daarna kan worden gestart met de technisch implementatie en het migratietraject, dat geheel 2022 bestrijkt.
Na oplevering beschikt BsGW over een hernieuwd applicatielandschap, dat aansluit bij de technologische ontwikkelingen, zoals de scheiding van data met processen en het verminderen van afhankelijkheid van leveranciers conform de Common Ground gedachte. Daarnaast is de infrastructuur geschikt om de samenhang tussen de verschillende basisregistraties integraal te ontsluiten. De verwachte implementatiekosten bedragen voor 2023 € 2,275 miljoen, waarvoor een bestemmingsreserve wordt gecreëerd. De oplevering staat vooralsnog voor 1 april 2023 gepland. Harmonisatie en kostenverdeelmethode Op dit moment zijn er veel varianten, die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief de automatisering hiervan, ingewikkeld. Harmonisatie is een onderwerp dat al meer dan een jaar op de actielijst stond. Dit onderwerp komt eveneens terug in een van de aanbevelingen voortvloeiend uit een onderzoek van de Rekenkamer(commissie)s van elf van de negenentwintig in BsGW deelnemende gemeenten. In AB-verband zijn op 9 december 2021 met betrekking tot het harmonisatieproces alsmede de kostenverdeelmethode procesafspraken gemaakt. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. Hieruit is een aantal verbeterpunten naar voren gekomen. Een plan van aanpak en een businesscase worden opgesteld.
Bij de afronding van deze ontwerpbegroting waren de uitkomsten en daarmee de eventuele financiële consequenties nog niet bekend. Eventuele ICT-investeringen worden in beeld gebracht middels een businesscase.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 16 van 78
3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen Onderstaand de mogelijke ontwikkelingen waarmee BsGW te maken kan krijgen. Voor een toelichting wordt verwezen naar bijlage 13. - Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 - Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister o
Het invorderingsproces gaat wijzigen
o
Verbreding beslagregister
o
Herziening beslag- en executierecht
- Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW - Samenhangende Objecten Registratie (SOR) - Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel - Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde - Vergroening belastingen - Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB - Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer (nieuw) - Koepelvrijstelling van de BTW
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 17 van 78
3.5 Producten BsGW heeft haar processen uitgedrukt in vijf producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen 4. Klantzaken 5. Ondersteuning & Ontwikkeling Wanneer belastingsoorten, die afwijken van de standaardbelastingsoorten van BsGW (de zogenaamde exoten), worden ingebracht in de samenwerking, wordt via een (financiële) analyse bepaald of de gangbare methode van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend kan worden. Sinds 2014 kent BsGW daarom 1 sub-product (exoot), de parkeerbelasting. Vanaf 2022 is daar het subproduct Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) bijgekomen. 3.5.1 Product Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd.
Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Doelstellingen • Tijdige, juiste en volledige verwerking van brongegevens landelijke authentieke basisadministraties (WOZ, BRK, NHR, BAG en BRP) en andere bronnen (waterleidingmaatschappij, postcodetabellen, afvalverzamelaars enzovoorts). BsGW is zelf bronhouder van de LV WOZ en afnemer voor de overige basisregistraties; • Een gecombineerde aanslagbiljet als eindproduct; • Aanslagen en WOZ-beschikkingen worden conform de hiervoor geldende regelgeving opgelegd; • Aansluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitaal berichtenverkeer. Speerpunten • Aanpassing en optimalisering werkprocessen door aansluiting op de Landelijke Voorziening (LV); • Aanpassing en optimalisering werkprocessen door aanslagoplegging en overige berichten digitaal aan te bieden op MijnOverheid, Persoonlijke Pagina van BsGW; • Realiseren Regieportaal voor uitwisseling van gegevens. Het aantal op te leggen aanslagregels voor 2023 is 4.028.915. De totale kosten in 2023 van dit product bedragen € 4.052.986,-.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 18 van 78
3.5.2 Product Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt. De lasten van het product Waarderen zullen geheel worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. Doelstellingen • Het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgevers conform de wet WOZ; • Het jaarlijks verkrijgen van de goedkeuring van de inspecties van Waarderingskamer, waarbij wordt gestreefd om de kwaliteit verder te verbeteren. • Aansluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitaal berichtenverkeer. Speerpunten •
Voor de jaren 2022 en verder is verdere procesoptimalisatie en innovatie hét speerpunt. Het doorontwikkelen van het proces afhandeling bezwaar en beroep via het inboekportaal en afhandelportaal heeft hierbij speciale aandacht;
•
Bevordering digitaal contact met de burger, zoals interactief contact met de klant;
•
Verbeteracties inzetten om de proceskostenvergoedingen zo laag mogelijk te houden.
Het aantal WOZ-objecten (exclusief de ongebouwd vrijgestelde objecten) van de gemeenten voor 2023 is 565.334. De totale kosten in 2023 van dit product bedragen € 9.755.481,-. 3.5.3 Product Innen Het product Innen omvat het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaande postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig afdragen van de ontvangsten, conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses. Doelstellingen • Het conform planning uitvoeren van alle acties in het (dwang)invorderingsproces t/m beslaglegging deurwaarder; • Tijdige afhandeling kwijtscheldingsverzoeken (incl. ondernemers) en beroepschriften • Actueel en strak openstaande postenbeheer middels het dagelijks, juist en volledig verwerken van betalingen, klantenreacties, informatie van derden; • Beperken financiële risico als gevolg van oninbaarheid van de vordering; • Realisatie afdracht conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses; • Definitieve eindafrekening belastingjaar na 5 kalenderjaren na betreffende belastingjaar.
Speerpunten • Afronding invordering heffingsjaar 2018; • Verder optimaliseren/digitaliseren huidige processen en het zoeken naar nieuwe effectieve invorderingsmogelijkheden binnen de wettelijke kaders. • Afronding inrichting kwijtschelding 2.0
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 19 van 78
• Verwerken gevolgen pilot vroegsignalering De dekking voor het product Innen wordt (voorheen grotendeels en vanaf 2014 volledig) gedekt door de opbrengst vervolgingskosten (geraamd voor 2023 op € 2,155 miljoen) die BsGW, naar aanleiding van dwanginvorderingsacties, volgens de kostenwet in rekening brengt bij belastingschuldigen. Het aantal bruto aanslagbiljetten voor 2023 is 1.311.262. De netto kosten 2023 van dit product bedragen € 276.010,-. 3.5.4 Product Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht. Doelstellingen: •
We beantwoorden digitale en schriftelijke verzoeken om informatie binnen 5 werkdagen.
•
We beantwoorden 80% van de inkomende telefoongesprekken binnen 120 seconden.
•
We monitoren de klanttevredenheid en gebruiken de resultaten hiervan om onze klanttevredenheid waar nodig te verbeteren.
•
We monitoren de doorlooptijd van alle BsGW-producten.
Speerpunten: •
We geven de klant tijdig een concreet en persoonlijk antwoord.
•
We informeren de klant actief over de afhandeling en status van zijn bezwaar of verzoek.
•
We beantwoorden vragen en verzoeken zoveel mogelijk volledig bij het eerste contact (one-stopshop).
•
We werken zoveel mogelijk digitaal maar bieden klanten die niet digitaal kunnen of willen reageren een alternatief.
Het aantal klantcontacten voor 2023 is 443.887. De totale kosten in 2023 van dit product bedragen € 3.504.638,-. 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van Informatievoorziening, Processturing en Automatisering (IPA), HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)juridische aangelegenheden, Planning & Control, staf Control, algemeen management en directievoering. Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. Doelstellingen •
Innovatie in werkprocessen en ICT-middelen gericht op kwaliteit- en efficiencyverbetering.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 20 van 78
Speerpunten: •
Herinrichten, borgen van het continu verbeteren van de organisatie en de processen;
•
Optimaliseren (ICT-)processen door harmonisatie van afspraken, kaders deelnemers en mogelijkheden samenwerking. Na dit proces wordt, zoals bestuurlijk besloten, de kostenverdeelmethodiek herzien.
•
Inrichten adequate informatievoorziening;
•
Aansluiten op de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zoals MijnOverheid, en stelsel van basisregistraties.
De kosten in 2023 van dit product bedragen € 6.917.672,-. 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) Belastingen die niet passen in de integrale uitvoeringswijze van BsGW worden aangemerkt als ‘exoot’. In de uitvoeringsregeling van BsGW worden de standaard belastingsoorten en de afwijkende belastingsoorten die hiervoor in aanmerking komen apart genoemd. Indien een ‘exoot’ in de samenwerking ingebracht wordt, dient een financiële analyse aan te tonen of de gangbare kostenverdelingssystematiek van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend moeten worden. Vanaf 2012 voert BsGW de parkeerbelasting uit voor enkele gemeenten. Omdat parkeerbelasting in eerste instantie was aangemerkt als exoot, werd dit uitgevoerd via een pilot. De uitkomst hiervan was dat de directe activiteiten die BsGW moet uitvoeren voor de parkeerbelasting voor het overgrote deel specifiek van aard zijn en uitsluitend gericht zijn op een adequate uitvoering van deze taak voor de betreffende gemeente. De activiteiten kunnen deels niet geïntegreerd worden in de reguliere uitvoering van de processen. Vanaf 2014 is daarom het product Parkeerbelasting toegevoegd als subproduct van de dienstverlening van BsGW. Voor het waterschap en voor de andere gemeentelijke deelnemers hoeven deze processen niet uitgevoerd te worden.
De structurele, directe uitvoeringskosten van de parkeerbelasting worden daarom rechtstreeks toegerekend aan dit product. Vermeerderd met de indirecte algemene kosten worden de kosten voor het product Parkeerbelasting separaat in rekening gebracht bij de desbetreffende gemeentelijke deelnemers. Het aantal op te leggen aanslagregels voor 2023 is 37.276. De kosten in 2023 voor het sub-product parkeerbelasting zijn geraamd op € 379.224,-. 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) Het product Generieke Digitale Infrastructuur regelt het veilig en betrouwbaar inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid en regelt de beschikbaarheid van een aantal basisgegevens voor het gebruik in overheidsprocessen. BsGW wordt door de overheid doorbelast ten aanzien van het gebruik van Mijn Overheid en DigiD. Met DigiD identificeren burgers zich veilig en betrouwbaar voor digitale dienstverlening van overheden en publieke dienstverleners. Op MijnOverheid kan de burger persoonlijke zaken met de overheid regelen. Zo kan zij digitale post van de overheid ontvangen in de Berichtenbox. Bijvoorbeeld een aanslag van de Belastingdienst, of een brief van de gemeente dat het tijd is om uw paspoort te verlengen. Ook kan zij bepaalde gegevens inzien die de overheid over haar heeft. Bijvoorbeeld de WOZ-waarde van haar woning of de datum van haar laatste apk.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 21 van 78
Vanaf 2020 is dit product (beheerkosten GDI) apart in de begroting en doorbelasting opgenomen (AB van 8 oktober 2020), omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de beheerkosten verdeelt via de door haar vastgestelde verdeelsleutel 40% gemeenten/60% waterschap. Voorheen was dit product in de begroting van BsGW geïntegreerd en werden de GDI-kosten verdeeld volgens de verdeelsleutel 75% gemeenten/25% waterschap, met als gevolg dat de gemeenten te zwaar werden belast voor dit product. De kosten in 2023 van dit product bedragen € 345.091,-.
3.6 Paragrafen 3.6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming op een, bij de oprichting bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385.000,-. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden. Het aanhouden van weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen.
Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor het beleidsmatige kader zie de Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen, februari 2022, welke mede tot stand is gekomen door de waardevolle en gewaardeerde inbreng van een aantal deelnemers te weten het Waterschap Limburg en de gemeenten Venlo, Sittard-Geleen en Beesel. De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2023 heeft BsGW begin 2022 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse is opgenomen in bijlage 9. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 1,421 miljoen. Voor de (meerjaren)begroting 2022-2026 was dit berekend op € 1,33 miljoen. Een ratio lager dan 1,0
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 22 van 78
duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Wanneer het weerstandsvermogen wordt aangevuld tot het bedrag van € 1,421 miljoen, gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen, blijft de ratio weerstandsvermogen 1,0. Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen
JR2019
R2020
B2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
1,7%
7,7%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
1,7%
7,7%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
8,2% nvt nvt nvt
-10,8% nvt nvt nvt
14,5% nvt nvt nvt
15,0% nvt nvt nvt
15,6% nvt nvt nvt
16,2% nvt nvt nvt
16,9% nvt nvt nvt
17,6% nvt nvt nvt
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2020 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2021 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer laag netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft geen vaste schulden en verstrekt ook geen leningen, blijft hierdoor ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. Risicobeheersing De bedrijfsvoeringrisico’s van de Gemeenschappelijke Regeling BsGW worden ingeschat door BsGW.
Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Overeenkomstig een bij de oprichting van BsGW bepaalde methode, voert BsGW jaarlijks een risicoanalyse uit op haar bedrijfsvoeringsrisico’s. In de risicoanalyse is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 9. Risicoanalyse. 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld. De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 3.6.3 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 23 van 78
Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale brutolasten (€ 27 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2023 uit op een bedrag van € 2,2 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,2 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,Gem. netto vlottende schuld (1)
Kwartaal 1 4.744
Kwartaal 2 4.744
Kwartaal 3 4.744
Kwartaal 4 4.744
Kasgeldlimiet (2)
1.800
1.800
1.800
1.800
Ratio (1)/(2)
264%
264%
264%
264%
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2020 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2021 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 2.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 24 van 78
schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo.
Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan.
3.6.4 Bedrijfsvoering Verdeelsleutels De processen voor het waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken, Ondersteuning en Ontwikkeling en één subproduct Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 25 van 78
De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt. Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de vijf producten van de primaire processen. Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: bruto-aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing – een zogenaamde exoot - wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels (gebaseerd op jaarschijf 2012 en gefixeerd voor de jaren erna). De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en levert ook bij de voorstellen voor nieuwe toetreders een verkeerde verwachting over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst.
Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode, te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage (8) worden de (bruto)productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode. Huisvesting BsGW huurt momenteel haar kantoorpand, inclusief parkeerplaatsen, tegen een marktconforme huurprijs. Daarnaast bestaan de huisvestingskosten uit energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. 3.6.5 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 26 van 78
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Bedragen x € 1.000
Realisatie
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
Lasten
Meerjarenperspectief 2024
2025
2026
2027
103%
bruto lonen
8.876
10.380
10.639
10.874
11.113
11.357
11.641
sociale lasten
2.742
2.373
3.405
3.480
3.556
3.634
3.725
399
675
692
707
722
738
757
personeel derden
0
0
0
0
0
0
0
Personeelskosten
12.018
13.427
14.736
15.060
15.391
15.730
16.123
Huisvestingkosten
669
793
808
824
841
858
874
Afschrijvingkosten
357
261
357
357
357
357
357
3.293
3.227
5.271
3.101
3.079
3.140
3.225
overige personeelskosten
ICT-kosten drukwerk
8
11
12
12
12
12
13
print/kopieerwerk
202
175
179
182
186
190
193
porti
447
509
518
529
539
550
560
telefonie/datacommunicatie
254
25
25
26
27
27
28
1
0
0
0
0
0
0
293
376
383
390
398
406
414
incassokosten kosten brongegevens overige operationele kosten
0
109
112
114
116
118
121
Overige operationele kosten
1.205
1.205
1.228
1.253
1.278
1.303
1.328
Diensten door derden
2.630
436
863
880
898
916
933
Tegemoetkoming proceskosten
2.501
3.000
3.057
3.118
3.181
3.244
3.306
Overige operationele kosten
6.335
4.641
5.148
5.251
5.356
5.463
5.567
534
444
452
461
470
480
489
0
323
328
332
337
342
347
Algemene kosten
534
768
781
795
808
823
837
bankkosten
152
268
273
279
284
290
296
rentekosten
-3
32
32
33
33
33
33
149
300
306
311
317
323
329
Algemene kosten Onvoorzien
Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten
0
0
0
0
0
0
0
23.354
23.417
27.406
25.699
26.149
26.693
27.310
Baten Renteopbrengsten
0
13
13
13
13
13
13
102
0
0
0
0
0
0
overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
102
0
0
0
0
0
0
BsGW diensten aan derden
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
2.068
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
2.170
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Netto kosten
21.184
21.242
25.231
23.524
23.974
24.518
25.136
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bijdragen
19.520
21.242
25.231
23.524
23.974
24.518
25.136
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-1.664
0
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
In bovenstaande tabel zijn de gerealiseerde, nog niet door de accountant gecontroleerde, cijfers opgenomen. In de definitieve meerjarenbegroting 2023-2027 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 27 van 78
4.2 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Uitgangspunt voor de berekening van de personeelskosten is het formatieplan. Voor 2023 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 2,5%. De formatie bestaat uit 161,8 fte. De staat van personeelslasten is als aparte bijlage (7) opgenomen. In het verleden werden bepaalde kostensoorten in zijn totaliteit begroot. Tijdens het opstellen van de begroting 2023, de bestuursrapportage Q4 2021 en de jaarstukken 2021 is een groeiende discrepantie naar voren gekomen in de verhouding tussen de bruto lonen en de sociale lasten. Waar in de begrotingen tot en met 2022 steeds is gerekend met een percentage aan sociale lasten van nog geen 23%, blijkt uit de realisatie sprake te zijn van ca. 32%; een verschil van bijna 10%. Een en ander werkt financieel-technisch aanzienlijk door vanwege het feit dat de personeelskosten bijna de helft van de totale begrote kosten van BsGW zijn. Een diepere analyse is gemaakt. De conclusie hieruit is dat het opnemen van 32% de reële toerekening is. Het financieel effect bedraagt € 973.000,- en is structureel. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris.
Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 3 opgenomen. Indexering inkoop goederen en diensten Voor 2023 is uitgegaan van een kosteninflatie van 1,9 % ten opzichte van 2022. Voor ICT is een index gehanteerd van 2,7%. ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen, worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en beheer. De toename in de begrote ICT-kosten is voor het begrotingsjaar 2023 voornamelijk toe te schrijven aan twee posten: 1. Het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties 2. Overige GDI-voorzieningen
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 28 van 78
Ad. 1 Het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties De verwachte implementatiekosten van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (voortaan genoemd: AHA) zijn ingeschat op € 2,775 miljoen, waarvan naar verwachting € 500 duizend in 2022 en € 2,275 miljoen in 2023 zullen drukken op de begroting. Hiervoor wordt een bestemmingsreserve gevormd. Aangezien het de verwachting is dat de kosten daadwerkelijk in 2022 en 2023 worden gemaakt, zal de volledige bestemmingsreserve hiervoor worden aangewend in die jaren, waardoor deze bestemmingsreserve logischerwijze niet zichtbaar is op de geprognosticeerde balans (bijlage 12). Ad. 2 Overige GDI-voorzieningen In de begrote ICT-kosten zijn daarnaast ook de gebruikerskosten van de overheidsbrede voorzieningen (zoals DigiD en MijnOverheid) opgenomen (GDI). In voorgaande jaren waren voor GDI twee begrotingsposten opgenomen van elk € 300 duizend; één betrof de doorbelasting van de beheerskosten voor Digipoort, DigiD, MijnOverheid (vanaf 2018), de andere post betrof een te verwachte doorbelasting inzake de overige GDI-voorzieningen. In de afgelopen twee jaar is deze laatste post (overige voorzieningen) nooit in rekening gebracht door het ministerie van BZK en is de verwachting dat BsGW in 2023 ook geen factuur meer ontvangt voor deze voorzieningen2. Het is daarom verantwoord om de tweede post te laten vervallen.
Overigens zijn de tarieven van de doorbelaste beheerskosten de afgelopen jaren gestegen, echter deze kunnen opgevangen worden binnen de huidige begrote € 300 duizend (zie ook mededeling 3.a.4 AB-vergadering 9 december 2021). Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware. Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’. Eveneens zijn door de toegenomen (meer dan begrote) WOZ-bezwaren en -beroepen ook de hieraan gelieerde uitvoeringskosten toegenomen, zoals extra inzet van KCC-medewerkers, taxateurs, ICT-ers en juridisch medewerkers). Deze kosten zijn begroot onder ‘diensten door derden’. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen.
De post onvoorzien 2023 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. Bank- en rentekosten De rentekosten betreft de rente over de investeringskredieten en de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente. In de begroting 2023 is het reken-rentepercentage gesteld op 0,5%. Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering.
2
Op basis van de laatste informatie van het ministerie van BZK zal de GDI naar alle waarschijnlijkheid vanaf 2023 centraal gefinancierd worden, hetgeen betekent dat de verrekening rechtstreeks met de deelnemers zal plaatsvinden en niet meer in de begroting van BsGW wordt opgenomen.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 29 van 78
Baten Renteopbrengsten BsGW ontvangt vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer voor de dagelijkse positieve saldi op de heffingenbankrekeningen door de invoering van schatkistbankieren aangezien de positieve saldi dagelijks worden afgeroomd naar de schatkist. De staat vergoedt geen rente voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen. Opbrengst vervolgingskosten De werkelijk geïnde vervolgingskosten lopen direct via de exploitatie van BsGW. De verwachte netto opbrengst vervolgingskosten in de begroting en meerjarenraming wordt gebaseerd op een reëel ingeschat bedrag gerelateerd aan de aantallen te versturen aanmaningen, dwangbevelen en overige aanvullende dwanginvorderingsacties op grond van de kostenwet. Bijdragen deelnemers De bijdragen per deelnemer voor de door de desbetreffende deelnemer in de samenwerking ondergebrachte taken voor het begrotingsjaar 2023, worden in navolgende tabel weergegeven. Daarnaast wordt hierin ook de bijstorting in het weerstandsvermogen weergegeven.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 30 van 78
Bijdrage per deelnemer
Totaal
aanvulling weerstandsvermogen
Gemeente Beek
284.320
1.028
Gemeente Beekdaelen
624.235
2.256
Gemeente Beesel
254.863
921
Gemeente Bergen
224.496
811
Gemeente Brunssum
557.162
2.014
Gemeente Echt-Susteren
591.728
2.139
Gemeente Eijsden-Margraten
542.720
1.961
Gemeente Gennep
312.376
1.129
Gemeente Gulpen-Wittem
256.997
929
Gemeente Heerlen
1.917.379
6.930
Gemeente Kerkrade
1.001.135
3.618
Gemeente Landgraaf
682.057
2.465
Gemeente Leudal
593.041
2.143
Gemeente Maasgouw
430.971
1.558
Gemeente Maastricht
2.361.277
8.534
Gemeente Meerssen
399.901
1.445
Gemeente Mook en Middelaar
145.577
526
Gemeente Nederweert
282.881
1.022
Gemeente Peel en Maas
720.206
2.603
Gemeente Roerdalen
372.001
1.344
Gemeente Roermond
1.057.826
3.823
Gemeente Simpelveld
195.732
707
1.843.694
6.663
Gemeente Stein
473.089
1.710
Gemeente Vaals
225.190
814
Gemeente Valkenburg a/d Geul
315.137
1.139
2.402.844
8.684
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal
217.038
784
Gemeente Weert
886.531
3.204
5.058.700
18.283
25.231.102
91.188
Waterschap Limburg Totaal bijdragen
De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2023 is € 25,23 miljoen, gelijk aan de netto-kosten begroting 2023. Producten De volgende tabel geeft weer hoe de netto-uitvoeringskosten uit de begroting 2023 zijn toegewezen aan de vier producten en 1 sub-product (exoten) van dienstverlening. Per (sub-)product wordt de verdeelsleutel genoemd waarmee de netto kosten worden omgeslagen naar een tarief per product. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen plus de niet-reguliere belastingsoort Parkeerbelasting, zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. De kosten van het product Ondersteuning & Ontwikkeling worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het sub-product Parkeerbelasting. De kosten van het product GDI worden omgeslagen op basis van 40% voor de gemeenten en 60% voor Waterschap Limburg, waarbij de onderlinge verdeling over de gemeenten is gebaseerd op de procentuele verdeling van het product O&O.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 31 van 78
Producten Heffen Waarderen Innen Klantzaken Parkeerbelasting Ondersteuning & ontwikkeling GDI
€ € € € € € €
2023 4.052.986 9.755.481 276.010 3.504.638 379.224 6.917.672 345.091
Totaal producten
€ 25.231.102
Verdeelsleutels Aantal (bruto) aanslagregels Aantal WOZ-objecten Aantal biljetten Aantal klantcontacten Aantal aanslagregels Aandeel uitvoeringskosten Aandeel uitvoeringskosten
Aantal 4.028.915 565.334 1.311.262 443.887 37.276 100% 100%
2023 € 1,01 € 17,26 € 0,21 € 7,90 € 10,17 nvt nvt
2022 € 0,84 € 13,44 € 0,14€ 6,54 € 9,37 nvt nvt
2021 € 0,82 € 11,04 € 0,16€ 6,40 € 9,14 nvt nvt
Tarief 2020 2019 € 0,82 € 0,78 € 9,25 € 8,31 € 0,17- € 0,24€ 8,61 € 7,56 € 8,94 € 8,58 nvt nvt nvt nvt
2018 € 0,76 € 7,09 € 0,27€ 6,04 € 8,39 nvt nvt
2015 € 0,75 € 6,97 € 0,30€ 5,94 € 9,25 nvt nvt
De tarieven 2013-2022 betreffen de tarieven zoals eerder vermeld in de desbetreffende initiële begrotingen van die jaren. De stijging van de tarieven in 2023 wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte indexering van de salariskosten, goederen en diensten. Daarnaast drukken de proceskostenvergoedingen vanaf 2021 voortaan 100% op het product Waarderen in plaats van 50% op het product Waarderen en 50% op het product Klantzaken (AB 25 juni 2020). 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie 4.3.1 Investeringen Voor het jaar 2023 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2023-2027 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2023. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.3.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.3. 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen een aanvullende storting van € 91 duizend.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 32 van 78
2014 € 0,74 € 7,66 € 0,14€ 6,50 € 9,50 nvt nvt
4.4 Meerjarenraming 2023-2027 Bedragen x € 1.000
Meerjarenperspectief
Realisatie
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Lasten
103%
Personeelskosten
12.018
13.427
14.736
15.060
15.391
15.730
16.123
Huisvestingkosten
669
793
808
824
841
858
874
Afschrijvingkosten
357
261
357
357
357
357
357
ICT-kosten
3.293
3.227
5.271
3.101
3.079
3.140
3.225
Overige operationele kosten
1.205
1.205
1.228
1.253
1.278
1.303
1.328
Diensten door derden
2.630
436
863
880
898
916
933
Tegemoetkoming proceskosten
2.501
3.000
3.057
3.118
3.181
3.244
3.306
Overige operationele kosten
6.335
4.641
5.148
5.251
5.356
5.463
5.567
Algemene kosten
534
768
781
795
808
823
837
Bank- en rentekosten
149
300
306
311
317
323
329
0
0
0
0
0
0
0
23.354
23.417
27.406
25.699
26.149
26.693
27.310
Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Baten Renteopbrengsten
0
13
13
13
13
13
13
Diensten aan derden
102
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
2.068
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
2.170
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Netto kosten
21.184
21.242
25.231
23.524
23.974
24.518
25.136
0
0
0
0
0
0
0
Gemeente Beek
209
234
284
265
270
276
283
Gemeente Beekdaelen
457
513
624
582
593
607
622
Gemeente Beesel
189
212
255
238
242
248
254
Gemeente Bergen
166
186
224
209
213
218
224
Gemeente Brunssum
414
464
557
519
529
541
555
Gemeente Echt-Susteren
442
495
592
552
562
575
589
Gemeente Eijsden-Margraten
399
441
543
506
516
527
541
Gemeente Gennep
233
259
312
291
297
304
311
Gemeente Gulpen-Wittem
191
214
257
240
244
250
256
Gemeente Heerlen
1.442
1.609
1.917
1.788
1.822
1.863
1.910
Gemeente Kerkrade
742
829
1.001
933
951
973
997
Gemeente Landgraaf
507
568
682
636
648
663
679
Gemeente Leudal
439
494
593
553
563
576
591
Gemeente Maasgouw
321
359
431
402
409
419
429
Gemeente Maastricht
1.758
1.970
2.361
2.202
2.244
2.295
2.352
Gemeente Meerssen
310
339
400
373
380
389
398
Gemeente Mook en Middelaar
105
118
146
136
138
141
145
Gemeente Nederweert
208
233
283
264
269
275
282
Gemeente Peel en Maas
531
599
720
671
684
700
717
Gemeente Roerdalen
276
309
372
347
353
361
371
Gemeente Roermond
795
887
1.058
986
1.005
1.028
1.054
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
Gemeente Simpelveld
146
163
196
182
186
190
195
1.381
1.540
1.844
1.719
1.752
1.792
1.837
Gemeente Stein
358
397
473
441
450
460
471
Gemeente Vaals
165
184
225
210
214
219
224
Gemeente Valkenburg a/d Geul
232
262
315
294
299
306
314
1.889
2.054
2.403
2.240
2.283
2.335
2.394
Gemeente Voerendaal
162
181
217
202
206
211
216
Gemeente Weert
671
747
887
827
842
861
883
4.383
4.381
5.059
4.716
4.807
4.916
5.040
Totaal bijdragen
19.520
21.242
25.231
23.524
23.974
24.518
25.136
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-1.664
0
0
0
0
0
0
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 33 van 78
Toelichting op de meerjarenbegroting In de meerjarenraming 2023-2027 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 2,5% op de personele lasten en 1,9% over de materiële kosten en ingekochte diensten. De ICT-index is berekend op basis van de gemiddeld in rekening gebrachte index van de leveranciers van de afgelopen 3 jaar en komt daarmee uit op 2,7%. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van (afgerond) 13% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde, structurele kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten.
Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting
Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie
2012 179
1.171
Schaalvoordeel toetreders 2012
2013 204
2014 282
2015 300
66
Totaal
2016 300
2017 300
2018
10
9
28
2019
2020
2022
229 888
Schaalvoordeel toetreders 2014
597 2.665
Schaalvoordeel toetreders 2015
1.485 75
2.739
1.182
1.182
Schaalvoordeel toetreders 2021
40 1.171
474
reductie 1.565 1.284
229
Schaalvoordeel toetreders 2013
Totale kostenreductie
2021
1.092
3.543
1.557
310
309
28
0
0
40
40 0
8.523
De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd. In de volgende tabel samengevat:
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 34 van 78
In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: - bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen) - bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject - aanvulling weerstandsvermogen Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2020 op tot ongeveer € 123 miljoen. 8.2 (Financiële) effecten begroting 2023 De basis voor de begroting 2023 is de jaarschijf 2023 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20222026, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2023, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 3,989 miljoen ten opzichte van de begroting 2022 als gevolg van de volgende posten: 1.
Loonindexering
€ 336 duizend
2.
Correctie sociale lasten
€ 973 duizend
3.
Indexering goederen en diensten
€ 191 duizend
4.
Afschrijvingen
€
5.
Overige GDI-voorzieningen
6.
Uitvoeringskosten extra WOZ-bezwaren en -beroepen
€ 418 duizend
7.
Implementatiekosten AHA
€ 2,275 miljoen
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
96 duizend
- € 300 duizend
pagina 35 van 78
In de onderstaande tabel worden de ontwikkelingen voor 2023 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd:
Ontwikkelingen begroting 2023 Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen
Effect op netto kosten 2023 t.o.v. begroting 2022 Opgenomen in de begroting: + € 336.000,-
- Inflatie
+ € 191.000,-
- Correctie sociale lasten
+ € 973.000,-
- Afschrijvingen
+ € 96.000,-
- Overige GDI-voorzieningen
- € 300.000,-
- Uitvoeringskosten extra WOZ-bezwaren en -beroepen
+ € 418.000,-
- Implementatiekosten AHA*)
+ € 2.275.000,-
- Stimuleringsregeling
budgetneutraal
- Visie op Dienstverlening
geen
- Harmonisatie en kostenverdeelmethode
onbekend
- Verbetering archiefbeheer
onbekend
Mogelijke ontwikkelingen
Niet opgenomen in de begroting: vooralsnog niet
- Fiscale vereenvoudingswet - Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking / nieuwe deelnemers - Samenhangende objectenregistratie (SOR) - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel
+ € 250.000,- + 1 fte min. onbekend vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend
- Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde
vooralsnog niet
- Vergroening belastingen
vooralsnog niet
- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB
vooralsnog niet
- Wet modernisering electronisch berichtenverkeer
onbekend
onbekend - Koepelvrijstelling van de BTW *) Vooralsnog worden de totale implementatiekosten op € 2,775 miljoen (2022-2023) ingeschat, waarvan naar verwachting € 500.000,- ten laste van 2022 komt.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 36 van 78
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2023-2027 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2023 en MJR 2023-2027 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 4: Staat van vaste schulden Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 7: Staat van personeelslasten Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 9: Risicoanalyse Bijlage 10: Bijdrage waterschap volgens BBP-opzet Bijlage 11: Berekend EMU-saldo Bijlage 12: Geprognosticeerde balans 2023 Bijlage 13: Ontwikkelingen
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 37 van 78
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2023-2027
MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) BsGW
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Totaal
(bedragen x 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
2023-2027
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
300
1.500
Totaal BsGW
300
300
300
300
300
1.500
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 38 van 78
Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2023 en MJR 2023-2027 In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2027 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: MJB 2023-2027 Rekenuitgangspunten
2023
2024
2025
2026
2027
A
indexering salariskosten
2,5%
2,5%
2,5%
2,5%
2,5%
B
sociale lasten
32%
32%
32%
32%
32%
C
indexering goederen en diensten
1,9%
1,9%
1,9%
1,9%
1,9%
indexering IC T
2,7%
2,7%
2,7%
2,7%
2,7%
0%
0%
0%
0%
0%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
D
indexering opbrengsten
E
rente kredieten / leningen lang
F
reserves en voorzieningen
G
afschrijvingstermijn
H
jaarlijkse actualisering
automatisering
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
inventaris
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
immateriele activa
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
onvoorzien
a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2020-2022 en 20182022 bedraagt 2,5% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB zelf een gemiddelde van 2,7%. Gekozen is om de index aan te houden van 2,5%. b) Sociale lasten In de afgelopen jaren is het procentuele aandeel van de sociale lasten te laag begroot. Derhalve is vanaf 2023 een opwaartse correctie gemaakt en is deze gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen 4 jaar, waarmee deze uitkomt op 32%. c)
Indexering goederen en diensten In de begroting 2023-2027 wordt gerekend met een indexering van 1,9%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2021). Vanaf 2023 voorspelt het CPB eveneens een gemiddelde van 1,9%. Derhalve is gekozen om de index aan te houden van 1,9%. De ICT-index is berekend op basis van de gemiddeld in rekening gebrachte index van de leveranciers van de afgelopen 3 jaar en komt daarmee uit op 2,7%. Momenteel is er sprake van een sterk gestegen gasprijs. In de begroting 2023 is hiermee geen rekening gehouden vanwege de te grote onzekerheid over de ontwikkeling hierin.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 39 van 78
d) Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd. Gedurende de periode maart 2020 tot en met 31 december 2021 is de invorderingsrente verlaagd van 4% naar 0,01%. De invorderingsrente gaat met ingang van 31 december 2021 stapsgewijs terug naar het oude niveau. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt het percentage invorderingsrente per 1 januari 2022 op 1% vastgesteld, per 1 juli 2022 op 2%, per 1 januari 2023 op 3% en per 1 januari 2024 op 4%. e) Rentekredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2023-2027 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. f)
Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd.
g) Afschrijvingstermijn Voor activa die gedurende het lopende jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het daaropvolgende jaar. h) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 40 van 78
Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk
Financiële vaste activa
Cumulatieven per 31-12-2020 Aanschafwaarde Afschrijving €0 €0
Boekwaarde 31-12-2021 €0
OHW naar SVA €0
Mutaties 2022 Investeringen €0
Afschrijving €0
Boekwaarde 31-12-2022 €0
Immateriële vaste activa
€ 3.582.252
-€ 3.128.378
€ 453.874
€ 300.000
€0
-€ 251.000
€ 502.874
Materiële vaste activa
€ 340.212
-€ 132.950
€ 207.262
€0
€ 10.000
-€ 10.000
€ 207.262
Immateriële vaste activa (OHW)
€ 300.000
€0
€ 300.000
-€ 300.000
€ 300.000
€0
€ 300.000
€0
€0
€0
€0
€0
€ 961.136
€0
€ 310.000
-€ 261.000
€ 1.010.136
Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw
€ 4.222.465
-€ 3.261.329
Deze staat wordt nog aangepast zodra de definitieve gecontroleerde cijfers 2021 bekend zijn.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 41 van 78
Bijlage 4: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.
Ontwerpbegroting BsGW 2023 en MJR 2023-2027
pagina 42 van 78
Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen Reserves BsGW Initieel gestort weerstandsvermogen
x € 1.000 385
Resultaat 2011