CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Brunssum22.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het doel is om tot een beweging en daarmee een platform te komen, waarin op grondige wijze de gemeenschap van Brunssum wordt geraadpleegd en geactiveerd. Ten behoeve van verwachtingenmanagement worden door de werkgroep Verbinden kaders en grenzen meegegeven ten aanzien van de onderwerpen waarover de gemeentelijke overheid beslissingen kan nemen en/of beleid over kan maken in de komende vier jaar. Thema's en onderwerpen waar de gemeentelijke overheid dat niet bij kan, worden door andere actoren opgepakt. Waarbij de gemeente wel de faciliterende rol kan vervullen. Op deze manier wordt beoogd om een vervolgtraject na de raadpleging effectief te kunnen waarborgen.

Pagina 6 van 9

4, Bijlagen

1 van 1: Plan van aanpak

Pagina 7 van 9

Raadsbesluit

Gemeentebladnummer

: 2021/11

Afdeling

: Griffie

Registratiekenmerk

:

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/11;

gelezen het voorstel van de werkgroep Verbinden d.d. 4 februari 2021, gelet op het bepaalde in de startnotitie Burgerinitiatieven, zoals die 27 oktober 2020 is vastgesteld;

Besluit: 1. een grootschalige gemeentelijke raadpleging 'Brunssum - samen aan zet' in Brunssum te laten starten om de burger en gemeenschap meer bij de beleidsvorming te betrekken; 2. Het bijgevoegde plan van aanpak vast te stellen, met daarin de volgende hoofdpunten: o

De werkgroep Verbinden en het bureau Top-Onderzoek opdracht te geven voor de voorbereiding en uitvoering van de Burgertop, waarbij de werkgroep de raad uiterlijk maart 2021 informeert met een definitief plan van aanpak met tijdspad en waarin nadrukkelijk aandacht is voor het communicatieve aspect;

o

Vast te stellen dat alle inbreng, voorstellen en adviezen vanuit de gemeenschap die uitsluitend betrekking hebben op waterschappelijk, provinciaal, rijksbeleid en/of in strijd zijn met wetgeving en/of ziet op een klacht in de zin van hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht of bezwaar of beroep tegen een besluit van het gemeentebestuur in de zin van hoofdstuk 7 Algemene wet bestuursrecht niet besproken zullen worden op de burgerraadpleging, maar dat deze voorstellen (indien mogelijk) worden doorgestuurd naar de betreffende andere overheden;

o

Vast te stellen dat alle deelnemers aan de raadpleging 'Brunssum - samen aan zet' (regelmatig) op de hoogte gehouden worden van het proces;

o

Vast te stellen dat alle inbreng wordt geïnventariseerd en ter vaststelling zal worden aangeboden aan de gemeenteraad, de burgemeester en aan alle

o

lijsttrekkers van de verkiezingen van 2022; Vast te stellen dat bovengenoemd stuk als basis dient voor de bespreking van het raadsprogramma 2022-2026;

Pagina 8 van 9

o

Een evaluatie van de raadpleging 'Brunssum - samen aan zet' onderdeel is van het voorstel en dat op basis van deze evaluatie wordt besloten om dit instrument wel/niet toe te voegen aan de cyclus;

3. In te stemmen met een bedrag van maximaal 20.000 euro ter uitvoering van deze raadpleging 'Brunssum - samen aan zet'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van xxx

0 9 NASH 2021

De Raad voornoemd,

Pagina 9 van 9

6.2 Startnotitie mobiliteitsvisie 2021-2030: Gemeentebladnummer 2021/9 1 Raadsvoorstel 9 Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030.docx

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder

: : : :

26 januari 2021 1046686 2021/9 Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed

: A.L.F. Wetzelaer : toine.wetzelaer@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 1046686 Portefeuillehouder : J.M.V.L. Mertens Raadsverg. d.d. : 9 maart 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030 WAAROM? Aanleiding Het huidige GVVP (Gemeentelijk Verkeers - en VervoerPlan) dateert van 2002. Het vigerende verkeersveiligheidsplan is opgesteld in 2010. Als gevolg van de aanleg van de Buitenring Parkstad is er qua verkeersaanbod op het onderliggend wegennet van de gemeente Brunssum veel veranderd en is er behoefte aan een nieuw richtinggevend beleidsdocument waarin alle aspecten op het gebied van verkeer en vervoer worden beschouwd. Tevens moet dit beleid voorzien worden van een uitvoeringsplan.

Door de gemeenteraad van Brunssum is tijdens de begrotingsbehandeling 2020-2021 een motie ingediend die vraagt om op het eind van het tweede kwartaal 2021 met een voorstel te komen met betrekking tot de volgende onderwerpen: · Te onderzoeken of het mogelijk is op de volgende wegen een 30 km beleid in te voeren en daartoe de raad een voorstel te doen vóór 1 juni 2021 inclusief een kostenplaatje; o Trichterweg o Maastrichterstraat o Kennedylaan o Hendrik van Veldekestraat o Europalaan o Loogstraat o Emmaweg o Prins Hendriklaan o Rumpenerstraat · Te onderzoeken of de kosten gedekt kunnen worden uit het budget MIP - OR; · Te onderzoeken of er een fietscirculatieplan te maken is om zo veilig mogelijk met de fiets door Brunssum te kunnen rijden Op dit moment wordt in landelijke politiek gesproken over het verder invoeren van 30 km zones waarbij 30 km/h de standaard wordt binnen de bebouwde kom. Afwaarderen betekent met name ook dat de weginrichting naar 30 km/h wordt aangepast zodat een weggebruiker ook de weg als dusdanig herkent. Dit vergt een grote ingreep in de huidige infrastructuur van veel gemeenten en daarmee dus ook een grote financiële last. Gewenste situatie Wat willen we bereiken? Het doel van dit project is om nieuw verkeer- en vervoerbeleid te formuleren voor de komende 10 jaar (tot 2030). De

1 van 3

mobiliteitsvisie 2021-2030 moet een hernieuwde visie op verkeer en vervoer in Brunssum gaan geven en moet tevens een breed draagvlak kennen bij betrokken partners. De visie moet richting gaan geven aan: - toekomstige (her)inrichting van wegen; - het vastleggen van keuzes met betrekking tot de doorgaande routes binnen de gemeente; - het treffen van maatregelen waar dat omwille van de verkeersveiligheid noodzakelijk is; - de inrichting van de drukkere kruispunten op de drukkere hoofdassen door de kern. Omdat door de raad gevraagd is om op het einde van het tweede kwartaal 2021 met een concreet voorstel te komen inzake het invoeren van 30 km wegen en omdat dit onderwerp in de op te stellen nieuwe mobiliteitsvisie uitgebreid aan bod komt, stellen we voor om de motie te koppelen aan de visie en dat we het onderzoek naar afwaarderen van wegen in de visie opnemen. Op dit moment zijn ook al enkele 50 km wegen in een voorbereidende fase (Trichterweg / Prins Hendriklaan / Bodemplein) om te reconstrueren en daarom is op korte termijn wel al een antwoord nodig op de herinrichting van deze wegen. Kaders - Vigerend VVP 2010 - Mobiliteitsvisie Parkstad en Provincie Limburg Wat gaan we ervoor doen? a.

Tijd Wij vragen nu de raad akkoord te gaan met deze startnotitie en dat de inhoud van de ingediende motie door fractie PAK gekoppeld wordt aan de nieuwe mobiliteitsvisie die we zoals nu gepland eind van 2021 laten vaststellen. b. Geld In de begroting 2021 is € 60.000,00 geraamd op het product 210211 verkeers- en vervoersbeleid. Deze middelen zijn voldoende om de mobiliteitsvisie mee op te kunnen stellen. c. Kwaliteit Niet aan de orde. d. Informatie Niet aan de orde. e. Organisatie Niet aan de orde. f. Besproken met portefeuillehouder Met wethouder Mertens Bijlagen - Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030_verseon 1046699

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

2 van 3

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/9 Afdeling : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Registratiekenmerk : 1046686

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/9; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 januari 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed gelet op het bepaalde in (aanduiding van de relevante wetten / verordeningen / beleidsregels); Besluit: Deze startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030 vast te stellen

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd,

Voorzitter

griffier

3 van 3

1 Raadsvoorstel 9 (bijlage) Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030.docx

Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030

Januari 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...........................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding......................................................................................................................................3 1.2 Doelstelling....................................................................................................................................3 1.3 Uitgangspunten .............................................................................................................................3

2.

Thema’s en speerpunten.................................................................................................................4 2.1 Mobiliteitsvisie 2020 .....................................................................................................................4 2.2 Speerpunten ..................................................................................................................................5 2.2.1 Mobiliteit en bestemmingsplannen .......................................................................................5 2.2.2 Mobiliteit en economie ..........................................................................................................5 2.2.3 Mobiliteit en ruimtelijke ontwikkelingen ...............................................................................6 2.2.4 Mobiliteit en project Oostflank ..............................................................................................6 2.2.5 Mobiliteit en toerisme............................................................................................................7 2.2.6 Mobiliteit en duurzaamheid ...................................................................................................7 2.2.7 Mobiliteit en civiele techniek .................................................................................................7 2.3 Mogelijke hoofdstukindeling

.........................................................................................................8

3

Projectorganisatie, planning en kosten ...........................................................................................9 3.1 Projectorganisatie .........................................................................................................................9 3.2 Uitvoering en kosten .....................................................................................................................9 3.3 Planning .......................................................................................................................................10

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op basis van de Planwet Verkeer en Vervoer (1998) is vastgesteld dat nationale, regionale en lokale overheden samenhangend en uitvoeringsgericht beleid dienen te voeren en dit moeten vastleggen in een verkeers- en vervoerplan. De Planwet bepaald dat: - Er een nationaal verkeers- en vervoerplan is dat rekening houdt met economische, milieu-, ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, alsmede met de van belang zijnde internationale ontwikkelingen. - Provinciale staten één of meerdere provinciale verkeers- en vervoersplannen vaststellen, die richting geven aan de door Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Provinciale Staten nemen hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoersplan in acht. - De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zorgdragen voor het zichtbaar voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de door de raad en het college te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Het gemeentebestuur neemt hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan in acht en houdt rekening met het beleid van omliggende gemeenten (subregionaal niveau). Het huidige GVVP (Gemeentelijk Verkeers – en VervoerPlan) dateert van 2002.

Het huidig geldende verkeersveiligheidsplan is opgesteld in 2010. Als gevolg van de aanleg van de Buitenring Parkstad is er qua verkeersaanbod op het onderliggend wegennet van de gemeente Brunssum veel veranderd en is er behoefte aan een nieuw richtinggevend beleidsdocument waarin alle aspecten op het gebied van verkeer en vervoer worden beschouwd. Tevens moet dit beleid voorzien worden van een uitvoeringsplan.

1.2 Doelstelling Het doel van dit project is om nieuw verkeers- en vervoersbeleid te formuleren voor de komende 10 jaar (tot 2030). Het GVVP 2021-2030 moet een hernieuwde visie op verkeer en vervoer in Brunssum gaan geven en moet daarnaast een breed draagvlak kennen bij betrokken partners. Het GVVP 2021-2030 moet richting gaan geven aan: - toekomstige (her)inrichting van wegen; - het vastleggen van keuzes met betrekking tot de doorgaande routes binnen de gemeente; - het treffen van maatregelen waar dat omwille van de verkeersveiligheid noodzakelijk is; - de inrichting van de drukkere kruispunten op de drukkere hoofdassen door de kern.

1.3 Uitgangspunten Voor het uitvoeren van het GVVP gelden de volgende uitgangspunten: - De gemeente gaat verder met het landelijke concept Duurzaam Veilig (DV3); - Het beleid van de gemeente past binnen het landelijk, provinciaal en regionaal beleid; - De te nemen maatregelen moeten concreet en daadwerkelijk realiseerbaar zijn (ruimtelijk, kostentechnisch); - Draagvlak belanghebbenden (bewoners / ondernemers/ stakeholders / belangengroeperingen etc.); - Procesmatig en inhoudelijke afstemming met organisaties en hogere overheden; - Procesafstemming met andere beleidsterreinen zoals het centrumplan, de gebiedsvisie Oostflank en de diverse wijkontwikkelingsplannen.

3

2. Thema’s en speerpunten Het nieuwe beleidsplan verkrijgt conform de Planwet Verkeer en Vervoer input van hogere overheden waarbij dit plan een vertaalslag moet gaan maken van regionale belangen naar uitvoeringsgericht beleid binnen de gemeente.

2.1 Mobiliteitsvisie 2020 De Provincie Limburg heeft in 2020 samen met haar partners de Mobiliteitsvisie Zuid-Limburg opgesteld waarbij niet meer de oplossing/maatregel maar de opgave centraal komt te staan. Dit moet leiden tot een meer integrale afweging van voorkeursmaatregelen. Op dit moment bestaat het overgrote deel van de verplaatsingen in Zuid-Limburg uit automobiliteit. Dit leidt over het algemeen niet (meer) tot grootschalige structurele capaciteitsknelpunten. Door de groei van de economie en de agglomeratiekracht van Zuid-Limburg binnen de Euregio wordt het drukker op de wegen en daarnaast wilt men ook bijdragen aan urgente maatschappelijke opgaven. De Provincie Limburg heeft recentelijk een nieuwe mobiliteitsvisie opgesteld. Parkstad heeft hiervan een regionale doorvertaling gemaakt met daarin gemeenschappelijke initiatieven voor de aangesloten gemeenten. De visie van Parkstad is vertaald in de “Visie op Mobiliteit Stadsregio Parkstad Limburg” die vervolgens als basis gebruikt kan worden om op lokaal niveau initiatieven op te pakken.

In dit kader zijn er ten aanzien van mobiliteit zowel provinciaal als regionaal een viertal ambities geformuleerd die een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven: - Doorontwikkelen van de agglomeratiekracht; - Verbeteren van gezondheid, leefbaarheid en veiligheid; - Verduurzaming en CO2 reductie; - Inclusievere samenleving (meer bewegingsvrijheid, gebruik voorzieningen, sociale contacten) en verbeterde bereikbaarheid. Parkstad is een regio met specifieke uitdagingen. De regio kent (in tegenstelling tot veel andere regio’s in Nederland) een krimp in het aantal inwoners. Er is sprake van vergrijzing en ontgroening en relatief veel mensen hebben een ongezonde levensstijl en/of ervaren een vorm van eenzaamheid. Voor een nieuwe visie op mobiliteit is het belangrijk om deze context te begrijpen – eventuele maatregelen zijn kansrijker als zij inspelen op deze situatie. Daarnaast kan mobiliteit indirect een bijdrage leveren aan deze uitdagingen. Zo dragen actieve vormen van mobiliteit (lopen en fietsen) bijvoorbeeld bij aan een betere gezondheid en een beter leefklimaat. De beschikking hebben over mobiliteit is randvoorwaardelijk om andere mensen te ontmoeten.

Het is belangrijk om te focussen op de belangrijkste punten en de vier regionale ambities zijn doorvertaald naar de volgende vijf focuspunten: - Focuspunt #1 – Zet in op fietsen - Focuspunt #2 – Verruim het aanbod van vervoersmiddelen - Focuspunt #3 – Zet in op elektrisch vervoer - Focuspunt #4 – Verbeter de leefbaarheid - Focuspunt #5 – Bereikbaarheid & Verkeersveiligheid In het kader van de doorvertaling vanuit hogere overheden kiezen we ervoor om voor Brunssum in plaats van een GVVP een visie op te stellen waarbij de vertaalslag gemaakt gaat worden naar: “Mobiliteitsvisie Gemeente Brunssum 2021-2030”. Deze visie omvat beleidskaders zoals in een GVVP worden opgenomen alsmede ook een concreet uitvoeringsprogramma.

4

2.2 Speerpunten De Buitenring Parkstad Limburg heeft voor grote plaatselijke verandering gezorgd in het verkeersaanbod op diverse wegen binnen de gemeente. Ontsluitingswegen worden nu anders belast dan voorheen en sommige zijn hun functie als onderdeel van het hoofdwegennet verloren. De functie en vormgeving van deze wegen en kruispunten moeten als gevolg hiervan heroverwogen worden. Op onderstaande afbeelding is te zien de absolute toe- of afname van verkeer op de wegen binnen de gemeente als gevolg van de aanleg Buitenring Parkstad:

Om draagvlak te creëren moet de nieuwe mobiliteitsvisie afgestemd worden met andere werkvelden zodat een zo breed mogelijk en integrale visie op verkeer geformuleerd kan worden voor de komende jaren. Onderstaand worden de belangrijkste onderwerpen per werkveld vermeld.

2.2.1 Mobiliteit en bestemmingsplannen Per 1 januari 2022 zal de Omgevingswet in werking treden. Alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen zullen, op termijn, worden vervangen door 1 omgevingsplan. In dat plan kunnen ook regels omtrent het parkeren (parkeernormen, voortuinparkeren) worden opgenomen, zoals nu in de bestemmingsplannen en beheersverordeningen het geval is. Ook zal er een gemeentelijke omgevingsvisie worden opgesteld met alle beleid met raakvlakken richting de omgeving van burgers. Mobiliteit is hier een onderdeel van en zal daarin worden meegenomen.

2.2.2 Mobiliteit en economie Vanuit economisch perspectief is met name relevant de binnenstedelijke bereikbaarheid in relatie tot het recent vastgestelde centrumplan. De route van de ring rondom het Ei en de bereikbaarheid vanuit Brunssum Noord (Dorpstraat), Oost (Prins Hendriklaan/Wilhelminastraat), Zuid (Prins Hendriklaan, Rumpenerstraat) en West (Lindestraat, Rumpenerstraat), is daarbij essentieel. Op dit moment is de bereikbaarheid goed, met dien verstande dat de rijrichting Lindestraat een knelpunt vormt voor de bereikbaarheid van de binnenstad vanuit Brunssum-west.

5

Concessiehouder Arriva heeft de wens geuit om te komen tot een modern centraal Busstation (HUB) in Brunssum Centrum. Dit busstation zou tevens kunnen voorzien in functies zoals e-bikes, oplaadpunten, fietsenstalling en dergelijke. Uit een confrontatiematrix is gebleken dat een 7-tal locaties teruggebracht zijn tot twee haalbare locaties: het Koutenveld en de Wilhelminastraat: In het promenadegebied doet zich overlast voor van fietsers en scooters (komende vanaf het Romboutscollege). Voor het winkelcluster in de wijk Noord is met name de functie van de Kennedylaan relevant. Het cluster bevindt zich centraal tussen de op- en afritten van de Buitenring aan de N276 en N274 en heeft daarmee een uitstekende bereikbaarheid. De bereikbaarheid van het winkelcluster in Treebeek (Orionplein) is suboptimaal. Het gebied tussen Emmaweg enerzijds en Schildstraat/Wijenweg anderzijds kent een fijnmazigere structuur. Bezoekers van de supermarkt verplaatsen zich deels door de wijk. Met de aanleg van de nieuwe Maatschappelijke Voorziening aan de Schildstraat zal de verkeersdruk ter plaatse naar verwachting nog gaan toenemen.

2.2.3 Mobiliteit en ruimtelijke ontwikkelingen Vanuit de stadsdeelvisies komen een aantal knelpunten naar voren die hieronder worden opgesomd. Het is belangrijk om de komende jaren vanuit mobiliteit hierop in te spelen: - Schoolroutes, oversteekplaatsen hoofdontsluitingswegen. - Fietsvoorzieningen. - Verkeerssnelheid (met name in het Centrum). - Parkeren, met name bij en rond voorzieningen, waaronder scholen en in oudere buurten met smalle straatprofielen. - Onderhoud van straten, fietspaden en pleinen. In verschillende buurten zijn buurtontsluitingswegen en ook woonstraten te ruim vormgegeven. Vooral bij het ontbreken van een groenstructuur ontstaat hierdoor een stenig straatbeeld en nodigen lange rechtstanden uit tot hard rijden. In het verleden zijn provisorische maatregelen getroffen. Het is belangrijk door middel van herinrichting meer structurele verbeteringen door te voeren, met prioriteit voor Op de Vos, Marebosjesweg en omgeving Markt/Marktstraat. Op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen spelen ook nog de volgende projecten: - Reconstructie bedrijventerrein Haefland; - Centrumplan, met het autoluw maken / shared space inrichting Ing. Op den Kampstraat en Lindeplein - Herontwikkeling Lidl aan de Rumpernerstraat. Deze ontwikkeling dient te worden afgestemd op de geplande reconstructie van de Bodemplein-route en het wegdeel Bodemplein-/Heugerstraat.

2.2.4 Mobiliteit en project Oostflank De aanpak Oostflank behelst momenteel een haltermodel waarbij het terrein van Mourik doorontwikkeld gaat worden tot een duurzaam logistiek bedrijvenpark met een zo optimaal mogelijke invulling van energieopwekking. Vooralsnog is er geen leisure gepland en ook de verplaatsing van de NATO hallen en sportvelden gaat geen doorgang vinden. De entree van het gebied Oostflank verdient een kwaliteitsimpuls: - Kavel van Bontrup verwerven en ontwikkelen als entree / parkeren Schutterspark i.c.m. bedrijventerrein / commerciële ruimten - Provinciale kavels: ontwikkelen of inrichten als groen, doel: uitstraling op niveau - Laten aanhaken van private partijen Daarnaast dient de verbindingsroute vanaf de entree (afrit BPL) naar locatie Mourik geoptimaliseerd te worden. Rekening moet gehouden worden met een mogelijke toename van (vracht)verkeer richting de locatie Mourik, waarbij de fietsveiligheid langs de Waubacherweg verder verbeterd dient te worden. Tevens dient de ontwikkeling Oostflank afgestemd te worden in relatie tot de knip Rimburgerweg en mogelijke aanpassingen op het kruispunt Europaweg Noord – Waubacherweg.

6

2.2.5 Mobiliteit en toerisme Op het gebied van toerisme zijn enkele ontwikkelingen gaande: - Revitalisering Schutterspark - Overeenkomst Knopenlopen - Leisure Lane Voor de eerste twee genoemde ontwikkelingen moet de samenhang met mobiliteit bekeken worden. Bij het Schutterspark is met name van belang de verbinding te leggen met het centrum van Brunssum. Het trace van de Leisure Lane ligt vast en momenteel is het project in voorbereiding waar de Provincie Limburg kartrekker van is.

2.2.6 Mobiliteit en duurzaamheid Het thema duurzaamheid heeft binnen de Mobiliteitsvisie Parkstad een prominente plek gekregen. Er vindt een doorvertaling plaats naar twee focuspunten: “Verruim het aanbod van vervoersmiddelen” en “Zet in op elektrisch vervoer”. Het openbaar vervoer is vaak nauwelijks een alternatief voor de auto en in een regio met krimp en vergrijzing is ook de potentie van het openbaar vervoer beperkt. Benut daarom nieuwe vormen van mobiliteit zoals deelauto’s en deelfietsen. Deze kunnen kansen bieden op plaatsen waar het openbaar vervoer niet toereikend is. Daarnaast biedt deelvervoer mogelijkheden voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen en mensen met een lager budget die incidenteel behoefte hebben aan een auto of fiets. Ook groene lopers vanuit de wijken naar het centrum of lokale voorzieningen kunnen er toe bijdragen dat lopen en fietsen gestimuleerd wordt. Dit maakt het voor alle doelgroepen aantrekkelijker om te bewegen en biedt kansen voor ontmoeting en het tegen gaan van eenzaamheid. Gebruik van elektrisch vervoer draagt bij aan een lagere CO2 uitstoot. Bovendien worden geen ongezonde gassen uitgestoten. Daarnaast is elektrisch vervoer stiller, waardoor het geluidshinder en daarmee overlast vermindert. Door mee te participeren in het programma van Zuid Limburg Bereikbaar kan er concreet invulling gegeven gaan worden aan bovenstaande focuspunten.

Daarnaast worden er binnen het programma Pallet Parkstad enkele doelstelling gesteld die hieraan moeten bijdragen zoals bijvoorbeeld gezondere lucht, de klimaatdoelstellingen, stimulering innovatie en de voorbeeldrol die de overheid daar bij heeft. Als gemeente dien we dan ook zelf het goede voorbeeld te geven: het is essentieel om het eigen wagenpark te gaan vergroenen en dienstreizen meer met de (elektrische) fiets en openbaar vervoer te gaan doen. Ook de aanschaf van elektrische deelauto’s kan bijdragen aan verlaging van de CO2 uitstoot en niet te vergeten is de koppeling met de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling met aandacht voor het doelgroepenvervoer. In aanbestedingen kun je eisen stellen aan duurzaamheid van het vervoer. Hierbij moet een goede balans gevonden worden tussen de duurzaamheid van de voertuigen en de kosten van de exploitatie (bijv. door een geleidelijke invoering van schoon vervoer). Verder moet bekeken worden of en hoe we beleid gaan opstellen op het gebied van laadinfrastructuur (elektrische laadpalen). Waar nodig of mogelijk kan dit ook in regionaal verband opgepakt worden.

2.2.7 Mobiliteit en civiele techniek Op het gebied van verkeer en openbare ruimte worden vanuit verkeersbeleid naast het vaststellen van een categoriseringsplan voor wegen ook de kaders vastgelegd inzake de inrichting van wegen. Dit betekent dat beleidsmatig vastgelegd wordt hoe we omgaan met de vormgeving van kruispunten en wegvakken. Momenteel is het uitvoeringsplan wegen opgenomen in het Verkeersveiligheidsplan 2010. In de nieuwe mobiliteitsvisie wordt een apart uitvoeringsprogramma opgenomen waarmee dus tevens het VVP 2010 komt te vervallen. Daarnaast zijn er ook een aantal nieuwe ambities geformuleerd: - Op termijn waar mogelijk saneren van alle verkeersregelinstallaties in Brunssum (waarbij de VRI Kruispunt Trichterweg – Akerstraat Noord, eigendom gemeente Heerlen, wel gehandhaafd blijft) - Corridor wegen aanpakken (Maastrichterstraat-Trichterweg-Bodemplein-Rumpenerstraat-Prins Hendriklaan, Rimburgerweg) - Aandacht en onderzoek naar afwaardering van wegen van 50 km/h naar 30 km/h o.a. Kruisbergstraat - Zorgdragen voor betere fietsvoorzieningen waaronder fietspaden en bredere fietsstroken. Enkele belangrijke corridor wegen zijn nu in voorbereiding. Daarom is er op korte termijn vooruitlopend op het nieuwe beleid al vrij snel een visie nodig voor deze wegen. Dit zal dan ook als eerste opgepakt gaan worden.

7

2.3 Mogelijke hoofdstukindeling 1.

2.

3. 4. 5. 6.

Bestaand beleid - Wat is actueel en goed? - Wat heeft behoefte aan een update? (gebruik promenadegebied / aanvragen inritten) Zet in op fietsen - Hoofdroutes, (o.a. schoolroutes) - Fiets-/Voetpaden, (o.a. toeristische routes) - Bevorderen fietsgebruik Verruim het aanbod van vervoersmiddelen Zet in op elektrisch vervoer Verbeter de leefbaarheid - Sociale veiligheid - Transport en goederenvervoer Bereikbaarheid en verkeersveiligheid - Doorstroming - Hoofdwegenstructuur/categorisering - Landbouwverkeer - Bewegwijzering - Objectieve onveiligheid (ongevallen) / SPV Risico gestuurd - Subjectieve onveiligheid (klachten) - Gedragsbeïnvloeding/verkeerseducatie - Kwetsbare verkeersdeelnemers (ouderen met elektrische fiets, scootmobielen) - Duurzaam Veilig - Externe veiligheid Centrum en wijken - Verkeerstromen/verkeerscirculatie centrum - Promenadegebied / voetgangersdomein - Dienstregeling - Haltes en halteplannen (toegankelijke haltes) - OV overstappunt centrum - OV routes - Herinrichting openbaar gebied (shared space) - Aanvalsroutes

7.

8

Parkeren. (mogelijk als apart beleidsstuk) - Parkeernormering - Parkeerregimes - Gehandicaptenparkeren - Bedrijfsvoertuigen - Garages niet gebruikt - Te veel blik per woning - Trottoirparkeren - Voortuinparkeren (Michel Habets) - Woonerven - Fietsparkeren

3 Projectorganisatie, planning en kosten 3.1 Projectorganisatie De beoogde projectgroep bestaat uit een kernteam aangevuld door ambtenaren van relevante andere beleidsvelden binnen de gemeente. De projectgroep heeft behalve een integrale en adviserende rol ook een coproducerende rol. Gezamenlijk worden in het projectgroepoverleg de tussentijdse resultaten besproken en de volgende te nemen stappen voorbereid. Coproductie staat voorop, immers de Mobiliteitsvisie moet een document worden dat breed gedragen wordt. Klankbordgroep Bij het opstellen van een visie zal er gedurende het hele traject een samenwerking zijn tussen gemeente en een klankbordgroep met belanghebbenden. Te denken valt in ieder geval aan de volgende partners: - Provincie Limburg / Parkstad Limburg - Vertegenwoordigers van de verschillende wijkteams - Veilig Verkeer Nederland (VVN) - Landbouworganisaties (Cumela/LTO) - Fietsersbond - Afvaardiging van ondernemers - Scholen - Hulpdiensten De overleggen met de klankbordgroep bieden volop ruimte voor inbreng van eigen ideeën, waarbij een goede voorbereiding van groot belang is (informatie op orde en toegankelijk, duidelijk kaartmateriaal etc.).

3.2 Uitvoering en kosten In de begroting 2021 is er budget beschikbaar voor verkeers- en vervoerbeleid zijnde een bedrag van € 60.000,00. Hiervan is een deel benodigd om de nieuwe mobiliteitsvisie op te stellen. Mogelijke kosten zijn: - Het opstellen van de mobiliteitsvisie in coproductie met een verkeerskundig adviesbureau - Aanvullend verkeersonderzoek (verkeerstellingen) - Organisatorische kosten Omdat er op verkeerskundig beleidsmatig gebied jaarlijks vaste kosten gemaakt worden dient het beleidsbudget jaarlijks gecontinueerd te worden. De volgende activiteiten kunnen daarmee bekostigd worden: - Verkeerseducatie basisscholen en voortgezet onderwijs; - Uitvoering kleine verkeersmaatregelen zoals verkeersborden en permanente of demontabel verkeersvoorzieningen; - Regionale verplichtingen zoals verkeersmodellen, verkeerstellingen, bewegwijzering etc. - Deelname aan Zuid-Limburg bereikbaar - Verkeerskundige advieskosten extern In de nieuwe mobiliteitsvisie 2021-2030 wordt ook een uitvoeringsprogramma opgenomen. Dit betekent dat er concrete activiteiten en maatregelen worden vastgelegd waarvoor uitvoeringsbudget benodigd is. Op dit moment wordt er in het Meerjaren Investeringsplan Wegen (MIP-OR) voorzien in de instandhouding van het huidige areaal aan wegen. Dit betekent dat wanneer de staat van onderhoud dusdanig slecht is bepaalde wegen in de MIP-OR geprioriteerd worden.

Daarmee is dit dus feitelijk een Meerjaren Onderhoudsplan Wegen (MOPOR) en worden de gelden ingezet zodra een weg aan het einde van zijn levensduur is. We onderscheiden drie vormen: 1) Onderhoud wegen: zoals het vullen van scheuren, reparatie door freesvakken, toplagen van asfalt vernieuwen, herstraten van straatwerk etc. 2) Renovatie van wegen: de gehele wegverharding verwijderen inclusief trottoirs en dezelfde constructie terug aanbrengen. 3) Reconstructie van wegen: de gehele wegconstructie verwijderen inclusief fundering en in een andere vorm de wegconstructie terug aanbrengen.

9

De gemeente heeft ca. 150 km aan wegen. Bij de gehanteerde afschrijvingstermijn van 40 jaar wordt er dus ca. 3,75 km weg per jaar onderhouden, gerenoveerd of gereconstrueerd. De wegen die geprioriteerd worden vanuit de Mobiliteitsvisie kennen een andere inslag dan bovengenoemde vormen, waarbij de motivatie om een bepaalde weg aan te pakken gebaseerd is op het wijzigen van de wegcategorie (50 naar 30 km) of dat we daardoor de aantallen objectief geregistreerde ongevallen willen verminderen, omdat blijkt dat het op een bepaalde weg of kruispunt onveilig is. Dit is dus niet gebaseerd op het onderhoud van de weg. Ook wordt het dan mogelijk om actief in te spelen om lokale behoeftes. Het aanbrengen van nieuwe oversteekvoorzieningen in school thuisroutes bijvoorbeeld of het beter accentueren van bebouwde kom grenzen, kunnen daarmee gefinancierd worden. In dit kader vragen we dus naast het zogenoemde MOP-OR een nieuw uitvoeringskrediet. Het huidige areaal aan wegen is gebaseerd op een afschrijving-(onderhouds)termijn van 40 jaar. De volgende opties zijn daarbij mogelijke oplossingen om dit te financieren: 1) Voor de wegen en kruispunten die geprioriteerd worden in de Mobiliteitsvisie 2021-2030 vragen we jaarlijks aan de raad apart krediet aan; 2) We liften deels mee op het MOP-OR.

Dit betekent dus dat over een periode van 10 jaar (en een afschrijvingstermijn van 40 jaar) er ongeveer 25% van de geprioriteerde wegen uit de Mobiliteitsvisie gereconstrueerd kunnen worden en waarbij we voor 75% extra investeringskrediet vragen om de betreffende wegen te kunnen reconstrueren; 3) We liften volledig mee op het MOP-OR. Dit betekent dat we een uitvoeringsduur hebben van 40 jaar voordat de wegen uit de Mobiliteitsvisie gereed kunnen zijn. 4) We treffen alleen lokale kleine verkeersmaatregelen zoals het aanbrengen van kruispuntplateau’s en drempels of het maken van asverspringingen in de weg door het aanbrengen van bijvoorbeeld plantvakken. Zodra een keuze gemaakt is in een (of mogelijke meerdere) opties dan kunnen daarop ook de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt worden.

3.3 Planning Hieronder staat de volledige planning voor dit project:

Termijn

Activiteit

Q1 2021 Q2 2021

Vaststellen startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030 door het college en de raad Evaluatie huidige beleid en probleeminventarisatie, afstemming hogere overheden en belangengroeperingen Netwerk en kruispuntanalyses, wensbeelden en een tussentijdsrapport Afronding rapportage, opstellen uitvoeringsprogramma en ter inzage legging

Q3-Q4 2021 Q1-2022

10

1 Presentatie tbv commissie 2-3-21

Mobiliteitsvisie 2021-2030

Januari 2021

Doorvertaling van regionale plannen

Mobiliteitsplan betreft een plan volgens wettelijk kaders;

Actualisatie ca. om de 10 jaar;

Hernieuwde visie op verkeer

Ambities en focuspunten 

Doorontwikkelen van de agglomeratiekracht;

Verbeteren van gezondheid, leefbaarheid en veiligheid;

Verduurzaming en CO2 reductie;

Inclusievere samenleving (meer bewegingsvrijheid, gebruik voorzieningen, sociale contacten) en verbeterde bereikbaarheid.

Focuspunt #1 – Zet in op fietsen

Focuspunt #2 – Verruim het aanbod van vervoersmiddelen

Focuspunt #3 – Zet in op elektrisch vervoer

Focuspunt #4 – Verbeter de leefbaarheid

Focuspunt #5 – Bereikbaarheid & Verkeersveiligheid

Wat gaan we concreet doen? 

Focuspunt #1 – Zet in op fietsen 

Focuspunt #2 – Verruim het aanbod van vervoersmiddelen 

Bijvoorbeeld, verkeersluwere woonbuurten en centrumplanontwikkelingen

Focuspunt #5 – Bereikbaarheid & Verkeersveiligheid 

Bijvoorbeeld, meer oplaadpalen en wagenpark vergroenen

Focuspunt #4 – Verbeter de leefbaarheid 

Bijvoorbeeld, deelmobiliteit / carsharing

Focuspunt #3 – Zet in op elektrisch vervoer 

Bijvoorbeeld, betere fietsinfrastructuur en fietsveiligheid voor ouderen

Bijvoorbeeld, toekomstige (her)inrichting van wegen en kruispunten en inzetten op het verlagen van ongevallen in het verkeer, centrum ontwikkeling

Focuspunt #6 – Parkeren 

Bijvoorbeeld, parkeernormen, parkeeroverlast, parkeerregimes en parkeerbehoefte

Invoegen filmpje

Wat gaan we concreet doen? 

Het mobiliteitsplan omvat als resultaat concrete acties en maatregelen waar omwille van verkeer en mobiliteit maatregelen noodzakelijk geacht worden

Het uitvoeringskrediet kan op een aantal wijzen gefinancierd worden:  Voor de wegen en kruispunten die geprioriteerd worden in de Mobiliteitsvisie

2021-2030 vragen we jaarlijks aan de raad apart krediet aan;

 We liften deels mee op het MIP-OR. Dit betekent dus dat over een periode van

10 jaar 75% extra investeringskrediet vragen om wegen en kruispunten te kunnen reconstrueren;

 We liften volledig mee op het MIP-OR. Dit betekent dat we een uitvoeringsduur

hebben van 40 jaar voordat de wegen uit de Mobiliteitsvisie gereed kunnen zijn.

 We treffen alleen lokale kleine verkeersmaatregelen zoals het aanbrengen van

kruispuntplateau’s en drempels of het maken van asverspringingen

 We liften mee op provinciale en regionale projecten

inclusief mogelijke subsidietrajecten

1 Raadsbesluit 9 Startnotitie moboliteitsvisie 2021-2025.pdf

m

gemeente

Br inss pm p

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder Behandelvoorstelnr. Portefeuillehouder Raadsverg. d.d. Uiterlijke datum

26 januari 2021 1046686 2021/9 Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed A.L.F. Wetzelaer toine.wetzelaer@bmnssum.nl 1046686 J.M.V.L. Mertens 9 maart 2021 (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging)

Aan de raad, 1. Onderwerp Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030 WAAROM? Aanleiding Het huidige GVVP (Gemeentelijk Verkeers - en VervoerPlan) dateert van 2002. Het vigerende verkeersveiligheidsplan is opgesteld in 2010. Als gevolg van de aanleg van de Buitenring Parkstad is er qua verkeersaanbod op het onderliggend wegennet van de gemeente Brunssum veel veranderd en is er behoefte aan een nieuw richtinggevend beleidsdocument waarin alle aspecten op het gebied van verkeer en vervoer worden beschouwd. Tevens moet dit beleid voorzien worden van een uitvoeringsplan. Door de gemeenteraad van Brunssum is tijdens de begrotingsbehandeling 2020-2021 een motie ingediend die vraagt om op het eind van het tweede kwartaal 2021 met een voorstel te komen met betrekking tot de volgende onderwerpen: Te onderzoeken of het mogelijk is op de volgende wegen een 30 Ion beleid in te voeren en daartoe de raad een voorstel te doen vóór 1 juni 2021 inclusief een kostenplaatje; o Trichterweg o Maastrichterstraat o Kennedylaan o Hendrik van Veldekestraat o Europalaan o Loogstraat o Emmaweg o Prins Hendriklaan o Rumpenerstraat Te onderzoeken of de kosten gedekt kunnen worden uit het budget MIP - OR; Te onderzoeken of er een fietscirculatieplan te maken is om zo veilig mogelijk met de fiets door Brunssum te kunnen rijden Op dit moment wordt in landelijke politiek gesproken over het verder invoeren van 30

km zones waarbij 30 km/h de standaard wordt binnen de bebouwde kom. Afwaarderen betekent met name ook dat de weginrichting naar 30 km/h wordt aangepast zodat een weggebruiker ook de weg als dusdanig herkent. Dit vergt een grote ingreep in de huidige infrastructuur van veel gemeenten en daannee dus ook een grote financiële last. Gewenste situatie Wat willen we bereiken? Het doel van dit project is om nieuw verkeer- en vervoerbeleid te formuleren voor de komende 10 jaar (tot 2030). De

1 van 3

mobiliteitsvisie 2021-2030 moet een hernieuwde visie op verkeer en vervoer in Brunssum gaan geven en moet tevens een breed draagvlak kennen bij betrokken partners. De visie moet richting gaan geven aan: toekomstige (her)inrichting van wegen; het vastleggen van keuzes met betrekking tot de doorgaande routes binnen de gemeente; het treffen van maatregelen waar dat omwille van de verkeersveiligheid noodzakelijk is; de inrichting van de drukkere kruispunten op de drukkere hoofdassen door de kern. Omdat door de raad gevraagd is om op het einde van het tweede kwartaal 2021 met een concreet voorstel te komen inzake het invoeren van 30 km wegen en omdat dit onderwerp in de op te stellen nieuwe mobiliteitsvisie uitgebreid aan bod komt, stellen we voor om de motie te koppelen aan de visie en dat we het onderzoek naar afwaarderen van wegen in de visie opnemen. Op dit moment zijn ook al enkele 50 km wegen in een voorbereidende fase (Trichterweg / Prins Hendriklaan / Bodetnplein) om te reconstrueren en daarom is op korte termijn wel al een antwoord nodig op de herinrichting van deze wegen. Kaders Vigerend VVP 2010 Mobiliteitsvisie Parkstad en Provincie Limburg Wat gaan we ervoor doen? a.

Tijd Wij vragen nu de raad akkoord te gaan met deze startnotitie en dat de inhoud van de ingediende motie door fractie PAK gekoppeld wordt aan de nieuwe mobiliteitsvisie die we zoals nu gepland eind van 2021 laten vaststellen. b. Geld In de begroting 2021 is € 60.000,00 geraamd op het product 210211 verkeers- en vervoersbeleid. Deze middelen zijn voldoende om de mobiliteitsvisie mee op te kunnen stellen. c. Kwaliteit Niet aan de orde. d. Informatie Niet aan de orde. e. Organisatie Niet aan de orde. f. Besproken met portefeuillehouder Met wethouder Mertens Bijlagen Startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030 verseon 1046699

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

2 van 3

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/9 Afdeling : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Registratiekenmerk : 1046686

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/9; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 januari 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed gelet op het bepaalde in (aanduiding van de relevante wetten / verordeningen / beleidsregels); Besluit: Deze startnotitie Mobiliteitsvisie 2021-2030 vast te stellen

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

0 9 MAART 2021

3 van 3

6.3 Nota Activabeleid 2021; Gemeenteblad 2020/39 (versie 2) 1 Raadsvoorstel 39 (versie 2) Nota Activabeleid 2021.docx

Versie 2

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder

: : : :

26 januari 2021 982967 2020/39 (versie 2) Financiën en control

: R. Kapma : 045-5278542 rolf.kapma@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 982967 Portefeuillehouder : P.M.J. Houben Raadsverg. d.d. : 9 maart 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Nota Activabeleid 2021 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding De huidige Nota Activabeleid 2005 is niet meer actueel en moet worden geactualiseerd. b. Huidige situatie/probleemstelling De belangrijkste wijziging sinds 2005 betreft de aanpassingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. De regels voor het activeren van uitgaven zijn met ingang van 2017 aangepast. Daarnaast staat in de Notitie materiele vaste activa van januari 2020 van de Commissie BBV een nieuwe stellige uitspraak inzake achterstallig onderhoud. Deze wijzigingen zijn nu verwerkt in de Nota Activabeleid 2021. 3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken? Een geactualiseerde nota Activabeleid. De geactualiseerde nota is dan de basis voor het activeren, waarderen en afschrijven van vaste activa. b. Kaders Bij het opstellen is rekening gehouden met de bepalingen van de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening gemeente Brunssum 2019 (ex artikel 212 Gemeentewet). c. Argumenten en overwegingen De huidige nota Activabeleid is niet meer actueel.

Met name de gewijzigde BBV met ingang van 2017 was niet opgenomen in de nota. Bij de uitvoering van het huidige activabeleid wordt natuurlijk wel al rekening gehouden met deze wettelijke verplichting. Daarnaast vindt er op vier punten een beleidswijziging plaats, namelijk: Voor een uniforme werkwijze wordt voor nieuwe investeringen alleen de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De afschrijvingstermijnen in bijlage 1 zijn geactualiseerd. De toepassing van restwaarden wordt aangescherpt (zie gedragslijn 14) Voor investeringen groter dan € 50.000 zal de nacalculatie separaat aan de gemeenteraad worden aangeboden. In de vorige versie was een beslispunt opgenomen waarin dit werd verhoogd naar € 100.000. Uit nader onderzoek blijkt dat er de laatste 15 jaar slechts een enkele investering is geweest tussen de € 50.000 en

1 van 3

€ 100.000. Hierdoor en het feit dat in de financiële verordening en de notitie actieve en passieve informatieplicht het bedrag € 50.000 wordt gebruikt, is het dan dus ook beter in de nota activabeleid hierop aan te sluiten. Het betreffende beslispunt is dan ook verwijderd. d. Opties en keuze Met de vaststelling van deze Nota Activabeleid 2021 wordt het huidige geldende beleid inzake het activeren, waarderen en afschrijven van vaste activa geformaliseerd. 4. Bijlagen Nota Activabeleid 2021 (982966)

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

2 van 3

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2020/39 Afdeling : Financiën en control Registratiekenmerk : 982967

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2020/39; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 januari 2021, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening gemeente Brunssum 2019 (ex artikel 212 Gemeentewet); Besluit: De nota activabeleid 2021 vast te stellen en de geformuleerde regels van deze nota als uitgangspunt te hanteren voor het te activeren en afschrijven van activa.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd,

Voorzitter

griffier

3 van 3

1 Raadsvoorstel 39 (bijlage versie 2) Nota Activabeleid 2021.pdf

NOTA ACTIVABELEID 2021 Gemeente Brunssum

Versie 2

Inhoud Samenvatting

2

1.

Inleiding

3

2.

Algemeen

3

3.

Wettelijk kader

3

4.

Gewijzigde regelgeving

4

5.

Grondslagen voor activeren en afschrijven

5

6.

Procedures aanvragen en uitvoering investeringen

6

7.

Informatieverstrekking

8

8.

Totaaloverzicht

10

Besluitvorming

11

Bijlage 1: Afschrijvingstabel voor nieuwe investeringen

12

Bijlage 2: Begrippen

14

1 Nota Activabeleid 2021

SAMENVATTING Vaste activa, ook vaak investeringen genoemd, hebben vaak grote financiële consequenties. Investeringen zorgen immers voor langere tijd, afhankelijk van de gebruiksperiode, voor belasting van de jaarlijkse exploitatie. De investeringen zien we terug in de jaarrekening, in de staat vaste activa, terwijl de lasten die voortvloeien uit de investeringen (bijvoorbeeld: afschrijvingen, rentekosten, verzekeringen, onderhoud) behoren tot de jaarlijkse lasten. Een groot deel van het gemeentelijk investeringsbeleid is vastgelegd in externe wet- en regelgeving. Echter op bepaalde punten is sprake van beleidsvrijheid voor een gemeente. Deze komen in het vervolg van deze nota aan de orde. De wijzigingen in regelgeving en de bestaande behoeften aan een instrument dat zorgdraagt voor het eenduidig handelen bij gemeentelijke investeringen, maken een actualisatie van het activabeleid noodzakelijk. Deze nota activabeleid leidt, in hoofdlijnen, tot de volgende wijzigingen: 

Aanpassing aan gewijzigde regelgeving. De regels voor het activeren van uitgaven zijn aangescherpt. Het gevolg is dat investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd.

Het eigen beleid wordt gewijzigd door alleen de linaire afschrijvingsmethode te hanteren. Verder zijn de afschrijvingstermijnen geactualiseerd. Ook worden rapportages over (de uitvoering) van investeringen en de toepassing van restwaarden verder aangescherpt.

Bovengenoemde wijzigingen moeten leiden tot een transparant beleid en een vermindering van de onderuitputting op investeringen. Daarnaast wordt bereikt dat er wordt voldaan aan de nieuwe wetgeving op het gebied van activa.

2 Nota Activabeleid 2021

1. INLEIDING Leeswijzer Deze nota heeft een aantal doelen: a. het wettelijk kader omtrent activa inventariseren (informerend); b. vaststellen van het gemeentelijk beleid (besluitvormend); c. actualiseren en bijstellen van de actuele activa (besluitvormend) De aangeboden nota "Nota activabeleid 2021 " vervangt de nota uit het jaar 2005. De wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna te noemen BBV) van de afgelopen tijd zijn wel in begroting en jaarrekening verwerkt maar nog niet in een beleidsnota vastgegelegd. De wijzigingen in de regelgeving leiden dan ook niet meer tot aanpassingen in de begroting.

2. ALGEMEEN Deze nota is een nadere uitwerking van het financiële beleid rond de waardering en afschrijving van vaste activa, zoals opgenomen in artikel 9 van de Financiële verordening gemeente Brunssum 2019 (ex artikel 212 Gemeentewet). De doelstelling van deze nota is het formuleren van beleid en vastlegging van uniforme regels ten aanzien van investeringen. Door de vernieuwing van het BBV is het wenselijk om het beleid omtrent investeringen vast te leggen in een nota. Het activabeleid heeft een grote invloed op de jaarlijkse exploitatie en de vermogenspositie van de gemeente. Onjuiste afschrijvingstermijnen en methoden kunnen grote - ook politieke - risico's met zich meebrengen. Een transparant en adequaat activabeleid vormt een belangrijke pijler voor het bepalen van de financiële positie en het financiële vermogen van de gemeente. De nota bakent de formele kaders af waarbinnen het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie dienen om te gaan met investeringen en afschrijvingen en vervult een ondersteunende rol bij de jaarrekening en de begroting.

Kort samengevat dient een nota activabeleid bij te dragen tot: Een transparant beleid op basis van objectieve grondslagen; Het zo veel mogelijk voorkomen van onderuitputting; Het maken van afspraken over de te volgen procedure om investeringen aan te vragen en uit te voeren; Het verkrijgen van inzicht in het verloop van investeringen; Het voorkomen van grote schommelingen in de afschrijvingskosten tussen jaren. In het verleden is vaak tegelijk met de investering een reserve ter dekking van de kapitaallasten van die investering gecreëerd. Dit is een keuze van de raad en wettelijk niet verplicht. Indien dit in de toekomst van toepassing is, wordt dit betrokken bij de investeringsbeslissing met in achtneming van de Nota Reserves en voorzieningen 2019.

3. WETTELIJK KADER Deze nota is primair bedoeld als instrument voor de kaderstellende rol van de raad. Deze nota vormt daardoor het formele kader waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie met investeringen en afschrijvingen dienen om te gaan. Het wettelijk kader voor activa wordt gevormd door artikel 59 tot en met 65 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast heeft de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen het kader verder ingevuld. Als gevolg van het doen van investeringen ontstaan bezittingen, ofwel de zogenoemde vaste activa. Vaste activa worden naar hun aard onderscheiden in drie soorten: Immateriële vaste activa Materiële vaste activa 3 Nota Activabeleid 2021

-

Financiële vaste activa

Vaste activa worden voor het verwachte aantal gebruiksjaren (economische of technische levensduur) door de gemeente in exploitatie genomen. Vaste lasten, die uit de investeringen voortvloeien, vallen uiteen in de jaarlijkse waardevermindering (afschrijvingslasten) en de financieringslasten (rentekosten), i.c. de kapitaallasten. In bijlage 2 wordt een aantal kernbegrippen beschreven.

4. GEWIJZIGDE REGELGEVING Ten opzichte van de huidige geldende activanota zijn er wijzigingen geweest in de regelgeving. De wijzigingen in de BBV van de afgelopen tijd zijn wel in begroting en jaarrekening verwerkt, maar nog niet in een beleidsnota vastgelegd. Verder wordt de afschrijvingstabel geactualiseerd.

4.1. Wijziging BBV met ingang van 2017 1.

De systematiek van activering en afschrijving wordt voor alle investeringen gelijkgetrokken. De vrije keuze (van een gemeente) om investeringen met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte wel of niet te activeren is komen te vervallen. Alle investeringen, dus zowel investeringen met een economisch nut als investeringen met een maatschappelijk nut, worden geactiveerd en over de te verwachten economische gebruiksduur afgeschreven. Hiermee wordt beoogd de vergelijkbaarheid van de kosten bij gemeenten te verbeteren. Dit nieuwe beleid is al van toepassing op alle investeringen vanaf 2017. Voor de bestaande activa (gerealiseerde investeringen tot en met 2016) blijft het oude activabeleid van kracht.

Deze wijziging had voor Brunssum met name gevolgen voor de financiële verwerking van het MIP (meerjarig investeringsplan) Openbare Ruimte (met uitzondering van riolering). In 2005 was besloten om deze investeringen met een maatschappelijk nut niet af te schrijven maar jaarlijks rechtstreeks ten laste van de exploitatie te brengen. Vanaf 2017 passen we deze gewijzigde regelgeving voor wegen toe in Begroting en Jaarrekening. Dit heeft dus nu geen nieuwe financiële gevolgen. 2.

In het kader van diezelfde uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid is ook het zogenaamde ‘netto activeren’ verplicht gesteld zowel voor investeringen met een economisch als maatschappelijke nut. Voorheen gold dit enkel voor investeringen met een economisch nut. Dit houdt in dat eventuele bijdragen van derden in aftrek moeten worden gebracht op de investering. Het verrekenen van bijdragen uit de eigen reserves is met ingang van het begrotingsjaar 2017 niet meer toegestaan.

Brunssum past dit principe al sinds 2005 toe voor zowel investeringen met een economisch als maatschappelijk nut. Dit heeft dus nu geen financiële gevolgen.

4.2. BBV-notitie materiele vaste activa van januari 2020 Deze notitie geeft een overzicht van alle relevante aspecten van materiële vaste activa met betrekking tot vraagstukken van begroting en verantwoording voor gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit betreft voornamelijk een actualisatie van eerdere notities, maar deze notitie bevat ook een nieuwe stellige uitspraak van de Commissie BBV. Van de stellige uitspraken wordt verwacht dat hiervan slechts kan worden afgeweken, indien daarvoor goede gronden zijn. Met ingang van de begroting 2021 geldt een nieuwe stellige uitspraak van de Commissie BBV, namelijk inzake achterstallig onderhoud: “In geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, wordt er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening gevormd.” Aangezien er in Brunssum hiervan niet sprake is, hoeft er ook geen voorziening gevormd te worden.

4 Nota Activabeleid 2021

5. GRONDSLAGEN VOOR ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN 5.1. Activeren - Grensbedrag te activeren investering Voorgesteld wordt om uitgaven van investeringen met een totale waarde onder de € 10.000 niet te activeren. Deze maatregel voorkomt vele administratieve handelingen en vergroot de inzichtelijkheid van de investeringsstaat. Uitgaven onder de € 10.000 die deel uitmaken van een nog niet afgerond investeringsproject (dat in totaliteit wel boven de € 10.000 komt) zullen wel worden geactiveerd. Dit is een voortzetting van het huidige beleid Gedragslijn 1: investeringsprojecten onder de € 10.000 worden niet geactiveerd. - Waarderingsgrondslag Bij de waarderingsgrondslagen gaat het om de waardebepaling van activa en de regels die daarvoor gelden. Het gaat hierbij om de waardering van balansposten (bezittingen), teneinde een reëel beeld te krijgen van de vermogenspositie van de gemeente. Het BBV geeft strikte regels voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat financiële resultaten kunnen worden beïnvloed en anderzijds wordt bereikt dat de financiële gegevens in de loop der tijd vergelijkbaar blijven. De hoofdregel voor waardering van activa is opgenomen in artikel 63 van het BBV: activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Deze verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In Brunssum worden activa gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor individuele investeringsprojecten wordt daarbij geen rekening gehouden met toegerekende uren van het gemeentelijk apparaat en overige indirecte kosten (overhead). Uitzondering is de huidige jaarlijkse toerekening van loonkosten van 1 Fte van de afdeling Openbare Ruimte aan de jaarlijkse investering aan wegen. Ook rente wordt niet aan de vervaardigingsprijs toegerekend. Voorgesteld wordt deze gedragslijn te continueren. Een tweede belangrijke regel voor de waardering is opgenomen in artikel 64 van het BBV. Daarin is bepaald dat afschrijvingen niet afhankelijk mogen zijn van het resultaat in een boekjaar. Er moet dus worden afgeschreven volgens de vastgestelde methodiek van afschrijven. BTW De btw op de activa mag niet worden geactiveerd, als deze verrekenbaar is via aangifte of compensabel is volgens de Wet op het BTW-compensatiefonds. In dat geval mag de btw geen onderdeel uitmaken van de waarde.

Gedragslijn 2: Rente en eigen uren worden niet geactiveerd. Uitzondering is de huidige jaarlijkse toerekening van loonkosten van 1 Fte van de afdeling Openbare Ruimte aan de jaarlijkse investering aan wegen.

5.2. Afschrijven Algemeen De gemeente Brunssum hanteert een lineaire en een annuïtaire afschrijvingsmethode. In principe wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De keuze voor annuïtaire afschrijvingen bij de gemeente Brunssum werd beschouwd als een afwijking van de standaard en diende te allen tijde expliciet en gemotiveerd te worden aangevraagd via de raad. De annuïtaire methode werd alleen bij die activa toegestaan waar het van belang wordt geacht 5 Nota Activabeleid 2021

de lasten gedurende de looptijd gelijk te houden (op dit moment vindt de annuïtaire methode alleen plaats bij de BMV-Oost, BMV-Zuid, BMV-Treebeek en de Brikke Oave). Bij annuïtaire methode hoort ook een annuïtaire lening ter financiering. Dit sluit echter niet aan met de gemeentebrede financiering die Brunssum toepast om de financieringskosten te minimaliseren. Dit feit en ook om een uniforme werkwijze voor de nieuwe investeringen te hebben, wordt alleen de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. Lineaire afschrijvingen Lineaire afschrijvingen worden berekend op basis van de historische kostprijs verminderd met de (eventuele) restwaarde gedeeld door de voor het betreffende actief geschatte economische levensduur. Met betrekking tot de afschrijvingen zijn nog de volgende opmerkingen te maken: op gronden wordt niet afgeschreven; uitgaven tot € 10.000,00 worden niet geactiveerd maar rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht (zie 5.1); in het eerste jaar (aanschaf/ingebruikname) worden de afschrijvingen berekend met ingang van het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. Afschrijvingstermijnen De afschrijvingstermijnen van de activa zijn in bijlage 1 opgenomen, zodat op eenvoudige en eenduidige wijze de termijnen voor de meest voorkomende investeringen zijn af te lezen.

De in deze tabel benoemde afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verschillen in de geschatte economische levensduur. De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe soorten activa. Herwaardering en extra afschrijvingen De afschrijvingen mogen niet resultaatafhankelijk zijn. Er zal dus ook moeten worden afgeschreven bij een "slecht" jaarresultaat. Herwaardering van activa dient wel te geschieden als: De bestemming van het actief verandert, dan wordt de vervangingswaarde van de nieuwe bestemming in de balans opgenomen (artikel 63 lid 5). De waarde van het actief duurzaam vermindert of het actief uit bedrijf wordt genomen (artikel 65 lid 1). In dit geval is een extra afschrijving noodzakelijk. Gedragslijn 3: De lineaire afschrijvingsmethode wordt gehanteerd. Gedragslijn 4: In bijzondere gevallen kan hiervan bij een besluit van de raad – bij het vaststellen van het krediet – worden afgeweken. Gedragslijn 5: De afschrijvingstermijnen conform bijlage 1 worden gehanteerd. Gedragslijn 6: De afschrijving te starten na gereed komen van de investering.

5.3. Rente De rente die wordt toegerekend aan de geactiveerde kapitaaluitgaven is de zogenaamde omslagrente. Deze wordt jaarlijks vastgesteld bij de samenstelling van de begroting (voor de begroting 2021 is dit 1%). Dit gebeurt conform de berekeningswijze van de notitie rente (juli 2016) van de Commissie BBV. Voor de Gondexploitatie geldt sinds 2016 echter een andere berekeningswijze (conform notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken van de Commissie BBV). Dit is het gewogen gemiddelde percentage naar verhouding vreemd vermogen in relatie tot het totaal vermogen. In de begroting 2021 is dit 1,2%. Gedragslijn 7: Rente wordt berekend over de boekwaarde op 1 januari van het betreffende actief en ten laste van de exploitatie gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=56157bf1-b0fc-4188-9ee6-620f02aa847c