Agendabundel
Tekst van het document
5.4. Dekking kapitaallasten De hoofdregel is dat de kapitaallasten worden gedekt uit de algemene middelen. Wanneer er sprake is van een compartiment worden de lasten gedekt met middelen van het betreffende compartiment.
6 Nota Activabeleid 2021
Indien er specifieke middelen, zoals inzet van reserves en incidentele budgetten, aanwezig waren, zijn deze als dekking ingezet. Met deze specifieke middelen worden dan “Reserves ter dekking van kapitaallasten” gevormd (zie ook de Nota Reserves en Voorzieningen 2019). Het bedrag van de jaarlijkse kapitaallasten wordt dan onttrekken aan deze reserve. In de exploitatie worden de kapitaallasten op het betreffende taakveld verantwoord. De onttrekking aan de reserve wordt verantwoord op taakveld XT-010 “Mutaties reserves”. Per saldo wordt dan de jaarlijkse exploitatie met deze werkwijze niet belast. Voor de onderwijsgebouwen Brede School Centrum en Brede School Treebeek, worden de jaarlijkse kapitaallasten onttrokken aan de “reserve decentralisatie onderwijs”. Verder geldt dezelfde werkwijze als bij de “reserves ter dekking van kapitaallasten”. Gedragslijn 8: Uitgangspunt is dat de kapitaallasten van nieuwe investeringen worden gedekt uit algemene middelen. Gedragslijn 9: Alleen indien de investering wordt ingezet ten behoeve van een bepaald compartiment, wordt deze investering gedekt uit de middelen van het betreffende compartiment. Gedragslijn 10: Het instellen van een nieuwe “Reserve ter dekking van kapitaallasten” gebeurt enkel wanneer er specifieke middelen ter beschikking zijn gesteld. Gedragslijn 11: De dekking van bestaande en lopende investeringen wordt niet gewijzigd.
7 Nota Activabeleid 2021
6. PROCEDURES AANVRAGEN EN UITVOERING INVESTERINGEN De bevoegdheid tot het toekennen van investeringskredieten berust bij de gemeenteraad. De gemeenteraad geeft door middel van investeringskredieten de bevoegdheid tot het uitvoeren van de investering aan het College van Burgemeester en Wethouders. Uitgangspunt is dat ingediende investeringsvoorstellen zo veel mogelijk integraal worden afgewogen tegen de beschikbare financiële middelen. Door te beoordelen of er sprake is van een restwaarde, is het mogelijk om de jaarlijkse afschrijvingskosten te beperken. Van de in het voorjaar door afdelingen ingediende verzoeken voor investeringen, worden de financiële effecten meegenomen in het begrotingsbeeld ten behoeve van de Voorjaarsbrief. De gehonoreerde investeringen worden vervolgens verwerkt in de begroting en opgenomen in de bijlage “Meerjarig investeringsschema”. Na vaststelling van de begroting mogen de gehonoreerde investeringen in uitvoering worden genomen. Investeringen die niet in het voorjaar zijn aangekondigd dienen gedurende het jaar via separate raadsvoorstellen te worden voorgelegd aan de raad. Onderbouwing aangevraagde investeringen De gemeenteraad zal alleen in staat zijn (uitbreidings)investeringen te accorderen die in voldoende mate onderbouwd en gespecificeerd zijn.
Investeringsaanvragen dienen dan ook voldoende uitgewerkt te zijn Onderbouwing investeringsaanvraag; • Programma/taakveld waartoe de investering behoort en het doel van de investering • Vervanging/uitbreiding; • Afschrijvingstermijn; • Eventuele restwaarde; • Eventuele aan te vragen subsidies; • Liquiditeitsplanning. Gedragslijn 12: In de begroting wordt een Meerjarig investeringsschema opgenomen Gedragslijn 13: De investeringsaanvragen worden onderbouwd en gespecificeerd. Gedragslijn 14: Voor iedere investeringsaanvraag wordt, indien mogelijk, de hoogte van de restwaarde bepaald.
7. INFORMATIEVERSTREKKING Voor het verkrijgen van inzicht in de voortgang en afwikkeling van uitgegeven investeringskredieten is het voor de gemeenteraad van belang hierin inzicht te hebben. De volgende rapportagemomenten worden gehanteerd: 1. 2.
rapportage en nacalculatie na afronding; tussentijdse rapportages (onderdeel van de Bestuursrapportages en Programmarekening)
7.1. Rapportage en nacalculatie na afronding Bij afronding van investeringskredieten kunnen de volgende situaties zich voordoen: 1. Het krediet is overschreden. De gemeenteraad is in een eerder stadium (via de tussenrapportages) al op de hoogte gebracht van het verloop van de investering. 2. Het krediet is toereikend geweest en voor het juiste doel aangewend. 3. Het krediet is te hoog. De overblijvende middelen vloeien terug in de algemene middelen. De gemeenteraad dient in een zo vroeg mogelijk stadium, via een bestuursrapportage, te worden geïnformeerd over de onderschrijding van het krediet. Het is niet toegestaan tegenvallers en meevallers met elkaar te verrekenen. Ook het gebruiken van kredieten voor een andere bestemming is niet toegestaan. In de nacalculatie zal ook worden vermeld in hoeverre de beoogde maatschappelijke effecten zijn gerealiseerd. 8 Nota Activabeleid 2021
a)
Nacalculatie: Voor alle investeringen dient een nacalculatie te worden opgesteld direct na afronding van het krediet. Voor investeringen met een afwijking groter dan 25% wordt de analyse worden opgenomen in een bestuursrapportage of in de jaarrekening. b) Voor investeringen groter dan € 50.000 (ongewijzigd) zal de nacalculatie separaat aan de gemeenteraad worden aangeboden. Uitzondering hierop zijn de jaarlijkse terugkerende investeringen. Het rapporteren is de laatste jaren niet consequent gebeurd. Dit zal nu extra aandacht krijgen. Gedragslijn 15: Na afronding van een investeringskrediet wordt een rapportage opgesteld.
7.2. Tussentijds rapportages In de bestuursrapportages c.q. de jaarrrekening wordt integraal ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot in uitvoering zijnde investeringen. In de bestuursrapportages c.q. de jaarrekening zal alleen nader worden ingegaan op de investeringen die afwijken van de planning. Vermeld worden dan: • De oude planning van in aanvang nemen; • De oude planning van realisatie; • Een verklaring van de afwijking van de planning; • De acties, die worden opgestart, om de planning alsnog te halen; • De financiële gevolgen van de afwijking. • De nieuwe planning van in aanvang nemen; • De nieuwe planning realisatie; • De financiële gevolgen van de nieuwe planning. In de jaarrekening wordt verder een lijst opgenomen met alle nog openstaande kredieten. In deze lijst worden opgenomen de omschrijving, de datum van het besluit, het kredietbedrag, het restant van het krediet en de (verwachte) maand en jaar van afronding. Op basis van deze lijst kunnen kredieten worden bijgesteld. Aangevraagde kredieten die na twee jaar nog niet in uitvoering zijn genomen worden afgesloten. Ook kredieten die na 2 jaar na de geplande realisatiedatum nog niet volledig zijn benut worden afgesloten. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien de oorzaken van overschrijding van deze termijn onderbouwd kunnen worden en de raad hierover is geïnformeerd.
Gedragslijn 16: In de jaarrekening wordt een lijst met openstaande kredieten opgenomen. Gedragslijn 17: Investeringskredieten af te sluiten indien 2 jaar na vaststelling van het krediet nog geen uitgaven zijn gedaan. Dit gebeurt tenzij de raad is geïnformeerd over gewijzigde uitvoering van het krediet. Gedragslijn 18: Investeringskredieten af te sluiten indien 2 jaar na de eerste investeringsuitgaven het krediet nog niet is afgesloten. Dit gebeurt tenzij de raad is geïnformeerd over gewijzigde uitvoering van het krediet. Gedragslijn 19: Afwijkingen (zowel onder- als overschrijdingen) van de investeringsramingen te melden bij de bestuursrapportages of jaarrekening;
9 Nota Activabeleid 2021
8. TOTAALOVERZICHT De voorgestelde gedragslijnen met betrekking tot de aanvraag, activering, uitvoering en afsluiting van investeringen kunnen als volgt worden samengevat. Er zijn wijzigingen ingegeven door de gewijzigde regelgeving en de wijzigingen die voortvloeien uit eigen beleid. Wijzigingen in wetgeving: 1. Investeringen met een maatschappelijk nut te activeren en hierop af te schrijven 2. De zogenaamde ‘netto-activeren’ toe te passen. 3. In geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, wordt er een voorziening gevormd. Eigen beleid: 1: Investeringsprojecten onder de € 10.000 worden niet geactiveerd; 2: Rente en eigen uren worden niet geactiveerd.
Uitzondering is de huidige jaarlijkse toerekening van loonkosten van 1 Fte van de afdeling Openbare Ruimte aan de jaarlijkse investering aan wegen; 3: De lineaire afschrijvingsmethode wordt gehanteerd; 4: In bijzondere gevallen kan hiervan bij een besluit van de raad – bij het vaststellen van het krediet – worden afgeweken; 5: De afschrijvingstermijnen conform bijlage 1 worden gehanteerd; 6: De afschrijving te starten na gereed komen van de investering (eigen beleid); 7: Rente wordt berekend over de boekwaarde op 1 januari van het betreffende actief en ten laste van de exploitatie gebracht; 8: Uitgangspunt is dat de kapitaallasten van nieuwe investeringen worden gedekt uit algemene middelen. 9: Alleen indien de investering wordt ingezet ten behoeve van een bepaald compartiment, wordt deze in-vestering gedekt uit de middelen van het betreffende compartiment. 10: Het instellen van een nieuwe “Reserve ter dekking van kapitaallasten” gebeurt enkel wanneer er specifieke middelen ter beschikking zijn gesteld. 11: De dekking van bestaande en lopende investeringen wordt niet gewijzigd.
12: In de begroting wordt een Meerjarig investeringsschema opgenomen; 13: De investeringsaanvragen worden onderbouwd en gespecificeerd; 14: Voor iedere investeringsaanvraag wordt, indien mogelijk, de hoogte van de restwaarde bepaald; 15: Na afronding van een investeringskrediet wordt een rapportage opgesteld; 16: In de jaarrekening wordt een lijst met openstaande kredieten opgenomen; 17: Investeringskredieten af te sluiten indien 2 jaar na vaststelling van het krediet nog geen uitgaven zijn gedaan. Dit gebeurt tenzij de raad is geïnformeerd over gewijzigde uitvoering van het krediet; 18: Investeringskredieten af te sluiten indien 2 jaar na de eerste investeringsuitgaven het krediet nog niet is afgesloten. Dit gebeurt tenzij de raad is geïnformeerd over gewijzigde uitvoering van het krediet; 19: Afwijkingen (zowel onder- als overschrijdingen) van de investeringsramingen te melden bij de bestuursrapportages of jaarrekening.
10 Nota Activabeleid 2021
BESLUITVORMING Voorgesteld wordt om: 1.
De nota activabeleid 2021 vast te stellen en de geformuleerde regels van deze nota als uitgangspunt te hanteren voor het te activeren en afschrijven van activa.
Het eigen beleid is grotendeels een continuering van het huidige beleid. Het eigen beleid wordt hiermee op de volgende punten gewijzigd: a. Voor een uniforme werkwijze wordt voor nieuwe investeringen alleen de liniaire afschrijvingsmethode gehanteerd. b. De afschrijvingstermijnen in bijlage 1 zijn geactualiseerd c. De toepassing van restwaarden wordt aangescherpt.
11 Nota Activabeleid 2021
Bijlage 1: Afschrijvingstabel voor nieuwe investeringen Termijn
was
30 jaar 30 jaar 15 jaar 25 jaar
30 jaar
Bedrijfsmiddelen • Auto’s en zwaar materieel • Gereedschap en hulpmiddelen
5 jaar 5 jaar
5 jaar
Gronden en terreinen • Grond
niet
niet
30 jaar 25 jaar
2)
Activa (Bedrijfs)gebouwen • Nieuwbouw • Verbouwkosten • Duurzame aanpassingen, o.a. zonnepanelen • Brandpreventie voorzieningen
Grond- , weg- en waterbouwkundige werken Begraafplaatsen • Aanleg begraafplaatsen • Inrichting begraafplaatsen Weg- en waterbouw • Wegen, fiets- en voetpaden • Civiele kunstwerken (bruggen): hout • Civiele kunstwerken (bruggen): staal en beton • Verkeersregelinstallaties • Openbare verlichting: masten • Openbare verlichting: armaturen
30 jaar 1) 25 jaar
5 jaar
25 jaar
40 jaar 25 jaar 40 jaar 15 jaar 40 jaar 20 jaar
3)
ICT • Automatiseringsprojecten(hard- en software) • Mobiele apparatuur (telefoon, etc.)
4 jaar 4 jaar
4 jaar
Kantoorinrichting • Meubilair, inventaris en kantoorapparatuur • Beveiligingsinstallatie • Technische installaties (bv. telefooncentrale)
10 jaar 10 jaar 10jaar
10 jaar
Onderwijs • Schoolgebouw: nieuwbouw • Uitbreiding en renovatie schoolgebouwen • Gymnastieklokalen: nieuwbouw • Gymnastieklokalen: verbouwing • Brandbeveiliging
40 jaar 25 jaar 40 jaar 25 jaar 10 jaar
40 jaar
Riolering Milieu investering riolering (geen onderdeel van het GRP)
40 jaar
2)
Rolstoelen Aanschaf rolstoelen
5 jaar
5 jaar
3) 3) 2) 2) 2)
4 jaar
10 jaar 10 jaar
2) 40 jaar 2) 2)
12 Nota Activabeleid 2021
Speeltuinen/- veldjes Renovatie speeltuinen Speeltoestellen /speelvoorzieningen Sportvelden Kunstgrasvelden • Toplaag • Onderlaag • Onderbouw (zand en drainage) Natuurgras • Toplaag • Onderbouw (inclusief drainage)
1) 2) 3) 4)
10 jaar 10 jaar
10 jaar
10 jaar 20 jaar 30 jaar
4)
10 jaar 15 jaar
2)
10 jaar
4) 4)
2)
Nu opgenomen voor mogelijke nieuwe investeringen Niet opgenomen in tabel 2005 Op wegen etc werd in 2005 niet afgeschreven en stond dus niet in tabel. Niet opgenomen in tabel 2005; pas in 2009 eerste aanlag kunsgrasveld
13 Nota Activabeleid 2021
Bijlage 2: Begrippen Hierna wordt een aantal kernbegrippen anders omschreven. Activa De bezittingen van de gemeente, zoals gronden, gebouwen, voertuigen en infrastructuur. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa. Activeren Het opnemen van investeringen op de balans. De jaarlijkse kosten (afschrijvingen) worden ten laste van de exploitatie gebracht. Afschrijven Afschrijven is de administratieve verwerking van de waardevermindering van een bedrijfsmiddel. De waardeafname wordt veroorzaakt door technische slijtage en/of economische veroudering. Het af te schrijven bedrag hangt af van de gebruiksduur van de investering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten. Voor de activa worden standaard afschrijvingstermijnen gehanteerd. De belangrijkste termijnen worden genoemd in bijlage 1 bij deze nota. De afschrijving start op het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. Agio/disagio Agio en disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het hogere c.q. lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio en disagio kan ook betrekking hebben op aandelen. Annuïtaire afschrijving Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk blijven gedurende de gehele afschrijvingsperiode van de investering.
In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind van de periode ligt deze verhouding andersom. Boekwaarde Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen. Boekwinst/-verlies Als het actief wordt verkocht of buiten gebruik gesteld tegen een prijs die hoger c.q. lager is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop of afstoting. Desinvesteren activa De definitieve buiten gebruik stelling van duurzame (materiële) productiemiddelen (bijvoorbeeld bij verkoop of sluiting) Economische levensduur De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen. Met andere woorden: slijtage van activa door veroudering. Financiële vaste activa Activa die een financiële waarde vertegenwoordigen, zoals deelnemingen, aandelen en verstrekte leningen. Immateriële vaste activa Investeringsuitgaven waar geen bezit tegenover staat (bijvoorbeeld kosten sluiten geldlening) Investeringen Het aanschaffen of zelf produceren van bedrijfsmiddelen. De bedrijfsmiddelen worden meerjarig gebruikt. Investeringskrediet Het bedrag dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering.
14 Nota Activabeleid 2021
Investering met een economisch nut. Activa die verhandelbaar zijn (waar dus een markt voor is) of die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen of prijzen. Investeringen met een maatschappelijk nut Activa waarmee geen middelen gegenereerd kunnen worden en die ook niet verhandelbaar zijn, maar wel duidelijk een publieke taak vervullen, zoals wegen, groenvoorziening, bruggen etc. Kapitaallasten De jaarlijks terugkerende exploitatielasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit de afschrijvingen en de toegerekende rente. Lineaire afschrijving Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van de dalende boekwaarde neemt de jaarlijks toegerekende rentelast af. Materiële vaste activa Activa waar een bezit tegenover staat en waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend. Restwaarde Onder restwaarde wordt verstaan de schatting van de opbrengst van het actief die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden (tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname). De restwaarde wordt verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van het) actief, op het moment dat het actief buiten bedrijf wordt gesteld. De restwaarde dient reëel en per actief te worden geschat.
De restwaarde is van tevoren veelal moeilijk te schatten. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt er dan meestal ook vanuit gegaan dat de restwaarde nihil is. De restwaarde van een specifiek object moet duidelijk blijken uit de investeringsbeslissing van de raad. Het met terugwerkende kracht bepalen van een restwaarde is alleen relevant bij wijziging van het gebruik van het actief waardoor er sprake is van een daadwerkelijk gebruiksduur die korter is dan de economische levensduur. Toegerekende rente Een vergoeding (administratief) voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De toegerekende rente is onderdeel van de kapitaallasten. Vaste activa Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan 1 jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen, gronden en uitgezette leningen. De vaste activa worden onderverdeeld in: immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa. Verkrijgingsprijs Het bedrag dat betaald is om activa aan te schaffen, inclusief de bijkomende kosten. Vervaardigingsprijs De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het vervaardigen van een actief. Vlottende activa De bezittingen van een gemeente waarvoor het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan 1 jaar is vastgelegd.
Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld. Voorbeelden zijn: voorraden en debiteuren. Voorraden Dit zijn goederen die in bewaring worden gehouden voor later gebruik. Voorbeelden zijn: grond- en hulpstoffen, gereed product en handelsgoederen
15 Nota Activabeleid 2021
1 Raadsbesluit 39 (versie 2) Nota activabeleid 2021.pdf
tl gemeente
Br pnss im
Versie 2
p Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder Behandelvoorstelnr. Portefeuillehouder Raadsverg. d.d. Uiterlijke datum
26 januari 2021 982967 2020/39 (versie 2) Financiën en control R. Kapma 045-5278542 rolf.kapma@brunssum.nl 982967 P.M.J. Houben 9 maart 2021 (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging)
Aan de raad, 1. Onderwerp Nota Activabeleid 2021 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding De huidige Nota Activabeleid 2005 is niet meer actueel en moet worden geactualiseerd. b. Huidige situatie/probleemstelling De belangrijkste wijziging sinds 2005 betreft de aanpassingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. De regels voor het activeren van uitgaven zijn met ingang van 2017 aangepast. Daarnaast staat in de Notitie materiele vaste activa van januari 2020 van de Commissie BBV een nieuwe stellige uitspraak inzake achterstallig onderhoud. Deze wijzigingen zijn nu verwerkt in de Nota Activabeleid 2021. 3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken? Een geactualiseerde nota Activabeleid. De geactualiseerde nota is dan de basis voor het activeren, waarderen en afschrijven van vaste activa. b. Kaders Bij het opstellen is rekening gehouden met de bepalingen van de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening gemeente Brunssum 2019 (ex artikel 212 Gemeentewet). c. Argumenten en overwegingen De huidige nota Activabeleid is niet meer actueel. Met name de gewijzigde BBV met ingang van 2017 was niet opgenomen in de nota. Bij de uitvoering van het huidige activabeleid wordt natuurlijk wel al rekening gehouden met deze wettelijke verplichting.
Daarnaast vindt er op vier punten een beleidswijziging plaats, namelijk: Voor een uniforme werkwijze wordt voor nieuwe investeringen alleen de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De afschrijvingstermijnen in bijlage 1 zijn geactualiseerd. De toepassing van restwaarden wordt aangescherpt (zie gedragslijn 14) Voor investeringen groter dan € 50.000 zal de nacalculatie separaat aan de gemeenteraad worden aangeboden. In de vorige versie was een beslispunt opgenomen waarin dit werd verhoogd naar € 100.000. Uit nader onderzoek blijkt dat er de laatste 15 jaar slechts een enkele investering is geweest tussen de € 50.000 en
1 van 3
€ 100.000. Hierdoor en het feit dat in de financiële verordening en de notitie actieve en passieve informatieplicht het bedrag € 50.000 wordt gebruikt, is het dan dus ook beter in de nota activabeleid hierop aan te sluiten. Het betreffende beslispunt is dan ook verwijderd.
d. Opties en keuze Met de vaststelling van deze Nota Activabeleid 2021 wordt het huidige geldende beleid inzake het activeren, waarderen en afschrijven van vaste activa geformaliseerd.
4. Bijlagen Nota Activabeleid 2021 (982966)
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
2 van 3
Raadsbesluit Gemeenteblad nr. Afdeling Registratiekenmerk
2020/39 Financiën en control 982967
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2020/39; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 januari 2021, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening gemeente Brunssum 2019 (ex artikel 212 Gemeentewet); Besluit: De nota activabeleid 2021 vast te stellen en de geformuleerde regels van deze nota als uitgangspunt te hanteren voor het te activeren en afschrijven van activa.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
0 9 MAART 2021
3 van 3
7 Motie vreemd aan de orde van de dag mbt alternatieve woonconcepten van de fracties Lijst Borger, BCD en PvdA 1 23-2-2021 Motie Lijst Borger, BCD en PvdA alternatieve woonconcepten.docx
Motie – alternatieve woonconcepten De gemeenteraad van Brunssum in vergadering bijeen op … februari 2021 Constaterende dat:
er op diverse locaties in de gemeente Brunssum gebouwd kan worden, passend binnen de regionale woningbouwprogrammering; er een versoepeling aan zit te komen voor het aantal woningbouwcontingenten, mits het kwalitatief goede plannen betreft, en hier optimaal gebruik van gemaakt zou moeten worden; veel jongeren, die voor werk of studie uit onze gemeente zijn vertrokken of het ouderlijk huis willen verlaten, nu slechts beperkte mogelijkheden hebben om een passende woning te vinden in de gemeente Brunssum; recente onderzoeken hebben geduid dat juist (maar niet uitsluitend) op de groep van 25- tot 40-jaren ingezet zou moeten worden om Brunssum ook op de langere termijn een levendige gemeente te houden.
Overwegende dat:
de woningvoorraad in Brunssum op dit moment onvoldoende toegankelijk lijkt voor alle doelgroepen door een beperkt aantal starterswoningen, hoge huren, beperkte mogelijkheden door hypotheekeisen banken, strenge en daardoor belemmerende regelgeving enz. er, onder andere door een toenemend aantal eenpersoonshuishoudens, steeds meer druk staat op de bestaande woningmarkt en er tegelijkertijd ook een groeiende vraag ontstaat voor duurzame en kleinschalige woonconcepten – zoals Tiny Houses.
Verzoekt het College:
bij de vormgeving van toekomstig beleid onder andere - maar niet uitsluitend - in te zetten op het behouden/aantrekken van de generatie van 25- tot 40-jarigen; te onderzoeken welke alternatieve en duurzame woonvormen bij Brunssum passen, en hierbij specifiek naar Tiny Houses, Meergeneratiehofjes en de toepasbaarheid van Startersleningen op deze concepten, te kijken; te inventariseren welke (toekomstige) woningbouwlocaties nog een invulling kunnen krijgen en welke regels op dit moment gelden. Maar ook welke (tijdelijke) afwijkingen gerealiseerd kunnen worden om te voorzien in toenemende woonbehoeftes; Om de opgehaalde informatie samen met de raadswerkgroep ‘Bouwcontingenten’ te verwerken tot een evenwichtige visie op woningbouwontwikkelingen en deze in de eerste vergadering na het zomerreces van 2021 ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad; Indien zich in de tussentijd een concrete ontwikkeling voordoet, de gemeenteraad hierover actief te informeren.
En gaat over tot de orde van de dag.
8 Motie vreemd aan de orde van de dag mbt subsidie groene gevels/dak van de fractie PAK 1 9-3-2021 Motie PAK gevelgroen Brunssum.docx
Motie subsidie gevelgroen en groene daken De Gemeenteraad van Brunssum, in vergadering bijeen op Overwegende dat Brunssum de ambitie heeft om C02 uitstoot fors terug te dringen; groene daken bewezen effectief zijn, o.a. in het binden van C02 (en fijnstof); groene daken een positieve bijdrage leveren aan waterbuffer, leefklimaat, hittestress, luchtkwaliteit, natuur, milieu en biodiversiteit; er in Brunssum steeds meer een verbinding ontstaat tussen stedelijk groen en groen buitengebied; groene gevels een straat een vriendelijke en gezonde aanblik geven en isolerend, verkoelend, geluid dempend, lucht zuiverend en diversiteit verhogend werken; in veel Nederlandse en Limburgse gemeenten (o.a. Apeldoorn, ’s Hertogenbosch, Leiden, Leeuwarden, Utrecht, Heerlen en Peel en Maasland) subsidieregelingen bestaan om de aanleg van groene daken te bevorderen. Van mening dat ook andere partijen het belang van groene daken zien en zouden kunnen ondersteunen (waterschap, provincie) verzoekt het college
te onderzoeken of een subsidieregeling gevelgroen en groene daken kan worden ontworpen; in overleg te gaan met partners, als het waterschap en de provincie, voor cofinanciering van deze subsidie; de raad zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van de uitkomsten van dit onderzoek, inclusief een indicatie van de kosten.
En gaat over tot de orde van de dag. Namens de fractie Progressief AKkoord Jos Janssen, raadslid
9 Motie vreemd aan de orde van de dag mbt herijking gemeentefonds van de fracties Lijst Borger, PAK, BCD en BBB Lijst Palmen 1 Motie herijking gemeentefonds.docx
Motie: herijking gemeentefonds De gemeenteraad bijeen op dinsdag 9 maart 2021. Constaterende dat:
gemeenten conform de Gemeentewet, art 203, een meerjarig- structureel en reëel begrotingsevenwicht horen te hebben; de inkomsten van gemeenten gevormd worden door middelen uit het Gemeentefonds, door heffingen en door lokale belastingen; goed beleid telkens afgestraft wordt door de landelijke overheid; het sociaal domein extra financiële problemen met zich meebrengt; de coronacrisis de gemeente in de problemen drukt. Brunssum er € 57,- per inwoner op achteruit gaat op basis van de voorgenomen herijking.
Overwegende dat:
Uitgaven per inwoner Nederlandse gemeente aan het sociaal domein gemiddeld € 1400,- is; in Parkstad dit honderden euro`s meer is; Opgelegde taken door de landelijke overheid steeds meer gemeentelijke financiën vergen; Lastenverzwaringen voor de burger en het schrappen van voorzieningen niet wenselijk zijn; Uit het rapport Stelsel in Groei - opgesteld door VNG en Rijk gezamenlijk - ís gebleken dat alleen al voor de jeugdzorg er in 2019 een tekort was van ca. 1,7 miljard euro Dit tekort in 2019, en in de jaren ervoor, en in 2020, samen met de tekorten door het abonnementstarief Wmo en de opschalingskorting (totaal orde grootte van 2 miljard euro per jaar) door de gemeenten is opgevangen, onder meer door vergaande bezuinigingen. Het rijk middels de bijdrage van de regiodeal erkent dat de regio langjarig een zware opgave heeft om de sociaal economische structuur te verbeteren.
Spreekt: Haar afkeuring en ongenoegen uit over het voornemen van het Rijk om het Gemeentefonds op deze manier te herijken en deze daadwerkelijk door te voeren. Verzoekt het College, namens de raad, dit kenbaar te maken bij de 2de kamer en de VNG. Namens Lijst Borger – dhr Jos Scheffers Progressief Akkoord Brunssum – dhr. Jos Janssen Lijst Burger Belangen Brunssum – dhr. Lefty Snackers Brunssumse Christen Democraten – dhr Ger Gerards
1 Aanvullende Informatie mbt herverdeling gemeentefonds.pdf
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
Reuling, Marian (Brunssum) dinsdag 9 februari 2021 15:55 Reuling, Marian (Brunssum) Informatie mbt herverdeling gemeentefonds
Aan de leden van raad, Door raadslid Scheffers is een drietal vragen gesteld over de herijking van het gemeentefonds. Onderstaand de antwoorden. Op verzoek van de portefeuillehouder Financiën deze antwoorden graag, in het kader van de actieve informatieplicht, beschikbaar stellen aan alle raadsleden. •
De herijking van het gemeentefonds heeft gevolgen voor gemeenten, wat betekend dit financieel voor de gemeente Brunssum?
Antwoord: Op basis van de cijfers peiljaar 2017 is het nadeel voor Brunssum € 57 per inwoner; dit bestaat uit € 140 nadeel voor het Sociaal domein en € 83 voordeel op het “klassieke” gedeelte van de algemene uitkering. Door de “overgangsregeling”/suppletievergoeding loopt het nadeel op van € 417.000 in 2023 tot € 1.580.000 in 2027 (dan geldt de suppletievergoeding niet meer) Door de suppletievergoeding wordt het netto-effect beperkt ( voor 2023 tot € 15; 2024 tot €30; 2025 tot € 45 en 2026 tot maximaal € 60) De nadelen zijn berekend o.b.v. peiljaar 2017. De werkelijke uitkomsten vanaf 2023 zijn nog niet bekend. Dit zijn dus indicatieve bedragen.
Brunssum is slechter af dan Landgraaf (-€31), Kerkrade (-€47), Heerlen (-€20) en Maastricht (-€17). Beekdaelen gaat er zelfs €19 op vooruit! Brunssum heeft het grootste nadeel voor het sociaal domein van alle omliggende gemeenten!
•
Hoe zeker zijn wij van een positief of negatief saldo vanuit het rijk?
Antwoord: Op basis van de cijfers van het ministerie van BZK hebben wij de het nadeel voor Brunssum berekend. Dit zijn dus indicatieve bedragen. De berekening van het ministerie van BZK is gebaseerd op de cijfers van peiljaar 2017 en het ministerie moet dit nog herrekenen op basis van de huidige cijfers. Dit kan dus tot andere uitkomsten voor alle gemeenten leiden; maar de verwachting is niet dat dit tot minder nadeel voor Brunssum leidt. Na ontvangst van het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur zal het volgende kabinet een besluit nemen over de invoering van de nieuwe verdeling.
Overigens is het proces om tot herverdeling te komen nog bezig. Via de VNG zal de gemeente Brunssum nog een reactie geven op het voorstel en de negatieve gevolgen voor Brunssum.
•
Waar kan ik het zelf bekijken?
Antwoord: Op de website van het ministerie, namelijk https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/02/02/berekening-voorlopigeffect-herijking-algemene-uitkering-gemeentefonds-stand-2017