Agendabundel
Tekst van het document
Hiervoor zijn diverse communicatiemiddelen ingezet en zijn ook leidinggevenden in de positie gebracht om hierover met hun medewerkers het gesprek aan te gaan.
2.3.4 Risico's •
•
Vrijwilligheid is een landelijk thema. Dat er iets gaat veranderen is helder de financiële impact is echter sterk afhankelijk van de gekozen oplossing en van het feit of er rijksmiddelen voor beschikbaar komen. Een en ander betekent dat gemeenten hier een financieel risico lopen. LMS. De vorming van de landelijke meldkamer staat nog aan het begin. De LMS heeft ervoor gekozen om tot 2023 te werken met een zogenaamde “bouwplaats” constructie. Of hierdoor nog gevolgen ontstaan voor de VRZL is onduidelijk maar het kan leiden tot extra kosten c.q. kwaliteitsverbetering of -verlies.
14
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Ondersteuning 2.4.1 Wie zijn we? Alle ondersteunende taken, waaronder de overhead voor het Programma Rampenbestrijding en crisisbeheersing vallen hier onder. • • • • • •
Directie Control Bureau bestuurs– en directieondersteuning Financiën & Inkoop Personeel & Organisatieontwikkeling Informatie, Automatisering & Facilitair
2.4.2 Waar staan we voor? We zetten het geheel van financiële en materiële middelen duurzaam efficiënt en effectief in om de rol en positie van maatschappelijk verbonden partner in het veiligheidsveld te kunnen blijven invullen. Op relevante terreinen willen we in bredere verband maatschappelijke diensten verlenen. Voor wat betreft overhead wordt de definitie gevolgd zoals die door de wetgever wordt gegeven; daarbij sluiten we aan bij de landelijke handreiking voor veiligheidsregio’s.
2.4.3 Wat hebben we daarvoor in 2020 gedaan? 2020 heeft bij het programma ondersteuning in het teken gestaan van de invoering van de in het najaar 2019 vastgestelde fijnstructuur. Het invullen van alle vacatures heeft veel inzet gevergd van met name P&O. “De solide basis voor de toekomst” heeft ook gevolgen voor het programma ondersteuning. Zoals reeds bij het programma brandweerzorg vermeld is geïnvesteerd in informatisering en automatisering. Daarnaast zijn ook de eerste stappen gezet in het kader van de opdrachten in het kader van huisvesting. Zo is er uitvoering gegeven aan de bestuurlijke opdrachten m.b.t. de kazernes te Beek, Vaals en Maastricht Noord. Het programma ondersteuning heeft in 2020 naast de reguliere taken ook aandacht besteed aan de verdere doorontwikkeling van het programma zelf. In het bijzonder de onderlinge samenwerking van de diverse onderdelen en de verbinding van het programma ondersteuning met de beide andere programma’s. Dit heeft o.a. geresulteerd in een gezamenlijk traject om de stuur– en verantwoordingsinformatie gezamenlijk vorm te geven. Hierbij wordt gezocht naar een balans tussen de behoefte en de haalbaarheid. Natuurlijk heeft ook bij dit programma COVID-19 zijn effect gehad. Naast latere invulling van vacatures is zo goed mogelijk gehoor gegeven aan het faciliteren van het thuis werken.
15
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
COVID-19 paragraaf Bij een terugblik op 2020 en de financiële verantwoording die daarbij hoort kunnen we niet om COVID-19 en de impact op de organisatie Veiligheidsregio heen. Voor een Veiligheidsregio is een dergelijke pandemie aan de ene kant een scenario waar je op voorbereidt. Aan de andere kant is het ook een scenario met een ongekend duur en impact. Voor de Veiligheidsregio betekent de uitbraak van Covid-19 eind februari dat opgeschaald wordt (naar GRIP 4), dat medewerkers uit de organisatie andere taken zijn gaan uitvoeren (namelijk hun warme taak) en dat de bestrijding van de crisis absolute topprioriteit krijgt. Graag nemen we u even mee in de impact van die mooie volzin: We zijn vrij snel gaan werken met een vaste Operationeel Leider die alles rondom COVID afhandelde. Dat betekent dat een teamleider van een onderdeel 40 (en heel vaak meer) uren per week belast is met de bestrijding van de crisis en dat het leiden van het team anderszins ingevuld moet worden. Dat betekent ook dat er een operationeel team actief is waarin onder meer vertegenwoordigers van politie, defensie, bevolkingszorg, EMRIC, communicatie, Openbaar Ministerie en GGD/GHOR deelnemen, die er samen voor zorgen dat zaken rondom de crisis operationeel afgestemd worden. Gezien de impact van Covid-19 is dat veelal in plaats van regulier werk gedaan.
De medewerkers van de organisatie moesten prioriteit geven aan het deelnemen aan scenarioteams, transitieteams, uitwerken van vraagstukken uit het ROT, invulling geven aan landelijke uitvragen. Dat gebeurde vaak in overleg en in afstemming met de buurregio Limburg-Noord. Voor de burgers is het van belang dat er herkenbaarheid is in beleid en uitingen en uniformiteit in de wijze waarop dat verteld wordt. Ook daarbij hebben we als Veiligheidsregio kunnen ondersteunen. Ook werden medewerkers ingezet in andere rollen maar wel gericht op het bijdragen aan de bestrijding van de crisis. We hebben als organisatie geholpen in de witte sector door sturing te geven aan het Operationeel overleg met vertegenwoordigers van diverse sectoren binnen de witte kolom (ziekenhuizen, huisartsen, verpleeghuizen), en hen te helpen en te ondersteunen met communicatiecapaciteit. Een belangrijk resultaat daarbij was het inrichten van het Coronacentrum in Urmond waar we als Veiligheidsregio in logistiek, ondersteuning, (deel)projectleiderschap een belangrijke bijdrage hebben geleverd om het Centrum binnen 3 dagen operationeel te maken. Een ander belangrijk resultaat is het zorgdashboard waarbij medewerkers van informatiemanagement ten behoeve van de sturing in de crisissituatie een dashboard hebben gemaakt.
In dat dashboard werd verwerkt hoe de situatie in de verschillende zorginstellingen was en werd weergegeven waar en waarom de situatie zorgelijk was. Dat hielp om structuur en sturing te bieden en heeft bijgedragen aan inzichten en stuurinformatie. Deze ondersteuning aan onder meer de GGD is vanzelfsprekend omdat we met elkaar een adequate respons op de crisis willen organiseren. Het is ook goed om te constateren dat dit veelal naar ieders tevredenheid is geweest en dat de onderlinge samenwerking heel goed is verlopen. Daarbij had (en heeft) Covid-19 natuurlijk ook impact in de eigen organisatie op werkwijzen en procedures. Denk operationeel aan de ondersteuning aan ambulances waarvoor nu veel meer persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn en andere procedures gelden dan wanneer er van Covid-19 geen sprake zou zijn. En naast deze inspanningen hebben er in het kader van de bestrijding van de COVID-pandemie in 2020 47 vergaderingen van het regionale beleidsteam plaatsgevonden, hebben er meer dan 100 vergaderingen van het regionaal operationeel team plaatsgevonden, zijn 19 noodverordeningen opgesteld en gepubliceerd, zijn 580 vragen van burgers, ondernemers en instellingen beantwoord, zijn 19 ontheffingen verleend, 8 aanwijzingsbesluiten gepubliceerd en 11 bezwaren behandeld. 16
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
De kosten van deze ondersteuning zijn organisatiebreed gemaakt omdat we ook organisatiebreed geparticipeerd hebben, maar verder binnen de programma’s verantwoord. Begin 2020 is het COVID-19 virus wereldwijd als A-infectieziekte aangemerkt. Zo ook in Nederland. Daartoe is in februari 2020 een landelijke crisisstructuur ingericht om de COVID-19 pandemie te controleren. In 2020 is de Veiligheidsregio Zuid-Limburg geconfronteerd met extra kosten voor het bestrijden en beheersen van COVID-19. Op basis van de wet op de Veiligheidsregio’s hebben de Veiligheidsregio’s extra taken en opdrachten van de minister gekregen. De meerkosten worden door het Ministerie van VWS direct vergoed aan de Veiligheidsregio’s. De verantwoording van de meerkosten vindt plaats via het ingevoegde format in het jaarverslag van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. In de jaarrekening zijn de meerkosten verwerkt onder programmaverantwoording bij het programma waar de meerkosten zijn gemaakt. De kosten worden op reguliere toegelicht. Voor deze toelichting verwijzen wij naar de jaarrekening bij de toelichting op de baten en lasten. In onderstaande format is een uiteenzetting gemaakt van de meerkosten COVID-19 voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg in 2020 in het kader van de bestrijding en beheersing van COVID-19.
De totale meerkosten die de Veiligheidsregio in 2020 heeft gemaakt bedragen € 588.659 en zijn als vordering op het Ministerie van VWS opgenomen in het jaarverslag. Format verantwoording Kostensoort Coronahotels/centra
Opgave kosten 8.433
Inkoop en distributie PBM
217.534
Overige specifieke meerkosten
294.665
Overige meerkosten Brandweerzorg repressie/ incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Subtotaal
22.412
14.066 31.549 588.659
Minder opbrengsten (verrrekend met minder kosten) Brandweerzorg repressie/ incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Subtotaal Totale kosten 2020
588.659
17
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Paragrafen 2.6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.6.1.1 Definities Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van de Veiligheidsregio om incidenteel en structureel niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder verstoring van de continuïteit in de uitvoering van de reguliere taken van de Veiligheidsregio. Het weerstandsvermogen bestaat enerzijds uit de weerstandscapaciteit in beschikbare middelen en mogelijkheden en anderzijds de risico’s waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het beoordelen van de financiële positie van de Veiligheidsregio. In de gemeenschappelijke regeling ligt vast dat de financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van de Veiligheidsregio door de deelnemende gemeenten wordt gedragen. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft de Veiligheidsregio als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om voldoende weerstandsvermogen te vormen. Het weerstandsvermogen kan als volgt in een formule worden weergegeven. Weerstandsvermogen
=
Weerstandscapaciteit Risico’s
De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare eigen vermogen (algemene reserve) en de ruimte in de exploitatiebegroting. Voor de geneeskundige hulpverlening (GHOR) is bepaald dat de algemene reserve maximaal 12% van de begrote gemeentelijke bijdrage mag bedragen. Voor het programma Brandweerzorg (i.c. Brandweer Zuid-Limburg) is de hoogte van het eigen vermogen bestuurlijk bepaald aan de hand van het rapport Van der Zanden (2014). De algemene reserve is gemaximaliseerd op € 1,5 miljoen. 2.6.1.2 Risico’s Voor de diverse producten binnen de Veiligheidsregio zijn de risico’s bepaald. Risico Vrijwilligheid Technologische ontwikkelingen Verduurzaming/ milieu LMS Datalekken/informatiebeveiliging Krapte arbeidsmarkt Omgevingswet Veiligheidsgaranties Afhankelijkheid externen bij Crisis
Impact
Kans
Ondersteuning
€ 1.500.000 € 500.000 € 1.000.000 € 500.000
90% 95% 75% 75%
€ 158.333 € 500.000
€ 800.000
50%
€ 133.333
€ 500.000 € 250.000 € 500.000
75% 50% 25%
€ 375.000 € 125.000 € 62.500
€ 750.000
95%
BRW € 1.350.000 € 158.333 € 250.000 € 187.500 € 133.333
C&R € 158.334 € 187.500 € 133.333
€ 62.500 € 712.500
€ 1.354.166
€ 2.079.166
€ 1.254.167
18
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
•
•
• •
• •
Vrijwilligheid is een landelijk thema. Dat er iets gaat veranderen is helder. De financiële impact is echter sterk afhankelijk van de gekozen oplossing en van het feit of er rijksmiddelen voor beschikbaar komen. Een en ander betekent dat gemeenten hier een financieel risico lopen. Technische ontwikkelingen vormen steeds meer een onderdeel van de organisatie. We lopen hierdoor ook meer risico dat deze technologische ontwikkelingen elkaar zo snel opvolgen dat dit niet meer te implementeren is en daardoor operationeel risico wordt gelopen. Verduurzaming/milieu. Als gevolg van verscherpte regelgeving die ad hoc worden ingevoerd kan dit leiden tot meer kosten en tijdelijke buiten werking stelling van materieel. LMS. De vorming van de landelijke meldkamer staat nog aan het begin. De LMS heeft ervoor gekozen om toto 2023 te werken met een zogenaamde “bouwplaats” constructie. Of hierdoor nog gevolgen ontstaan voor de VRZL is onduidelijk maar het kan leiden tot extra kosten c.q. kwaliteitsverbetering of -verlies. Datalekken en informatiebeveiliging. Een steeds groter risico zijn cyberaanvallen. Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet verandert het stelsel van regelgeving voor de fysieke en gezonde leefomgeving. Deze wetgevingsoperatie heeft gevolgen voor overheden waaronder de veiligheidsregio's en de brandweer. De exact impact voor de VRZL is nog onbekend.
2.6.1.3 Beleid weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen wordt, zoals hierboven is omschreven, bepaald als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Er wordt naar gestreefd dat de weerstandscapaciteit groter is dan de financiële omvang van de risico’s. Cijfermatig betekent dit een weerstandsvermogen dat groter is dan 1. In de volgende tabel is hieraan nadere invulling gegeven. Weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
2.6.1.4 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2020 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving Algemene reserve C&R en Brandweerzorg Algemene reserves GHOR TOTAAL WEERSTANDSCAPACITEIT
Omschrijving WEERSTANDSVERMOGEN
31 december 2020 1.654 70 1.724
31 december 2020 0,37
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de Veiligheidsregio als geheel ruim onvoldoende is.
19
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.1.5 Kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000. 1A
Netto Schuldquote1
A B C D E F G H
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten Netto schuldquote (A+B+C-D-EF-G)/H*100% Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen2 Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten Netto schuldquote (A+B+C-D-EF-G)/H*100% Solvabiliteitsratio3
1B
A B C D E F G H
2. A B 3. A B C D E
Eigen vermogen Balanstotaal Solvabiliteit (A/B)*100% Structurele exploitatieruimte4 Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(D-C))/E*100%
Rekening 2019 14.772 1.143 5.184 0 6.746 134 608 44.803 30,38%
Begroting 2020 13.605 2.133 21.537 0 24.005 154 836 49.893 24,61%
Rekening 2020 29.605 2.270 8.204 0 17.114 159 311 50.663 44,40%
Begroting 2021 29.605 924 26.183 0 27.745 134 607 51.183 55,15%
Begroting 2022 27.497 924 26.183 0 27.745 134 607 51.183 51,03%
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
14.772 1.143 5.184 0 6.746 134 608 44.803 30,38%
13.605 2.133 21.537 0 24.005 154 836 49.893 24,61%
29.605 2.270 8.204 0 17.114 159 311 50.663 44,40%
29.605 2.133 21.537 0 24.005 154 836 51.183 55,25%
27.497 2.133 21.537 0 24.005 154 836 51.183 51,13%
Rekening 2019 9.119 34.075 26,76% Rekening 2019 44.920 44.803 3.147
Begroting 2020 8.567 52.936 16,18% Begroting 2020 49.774 49.893 4.644
Rekening 2020 8.360 53.304 15,68% Rekening 2020 50.358 50.663 2.340
Begroting 2021 8.861 47.766 18,55% Begroting 2021 51.447 51.183 4.490
Begroting 2022 8.210 43.310 18,96% Begroting 2022 50.825 51.183 4.490
2.901
4.525
2.737
5.098
4.482
44.803 -0,84%
49.893 0,00%
50.663 1,39%
51.183 0,67%
51.183 0,68%
1
De netto schuldquote drukt de netto schuld (alle schulden minus alle vorderingen) uit als percentage van de totale begroting. Hoe hoger dit percentage, hoe hoger de schuldenlast; 2 De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is hetzelfde als de netto schuldquote omdat er geen verstrekte leningen zijn; 3 De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het balanstotaal. Hoe lager dit percentage, hoe groter de schuldenlast, c.q. het vermogen om in geval van een calamiteit aan alle verplichtingen te voldoen; 4 De structurele exploitatieruimte geeft, als percentage van de baten, de ruimte aan die beschikbaar is om tegenvallers op te vangen of onvoorziene uitgaven te doen.
20
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de Veiligheidsregio concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten.
2.6.3 Financiering Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) moet de Veiligheidsregio beschikken over een treasurystatuut. Op 27 maart 2014 is het Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg vastgesteld. De bedragen in de volgende tabellen zijn x € 1.000. 1e kw. 2020 49.774
2e kw. 2020 49.744
3e kw. 2020 49.774
4e kw. 2020 49.774
49.774
8,20% 4.081
8,20% 4.081
8,20% 4.081
8,20% 4.081
8,20% 4.081
32.096 79 -
32.096 79 -
32.096 79 -
32.096 79 -
32.096 79 -
Vlottende middelen (gemiddeld kwartaal) Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
159 39.126
159 39.126
159 39.126
159 39.126
159 39.126
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld ( 2 - 3 ) Toegestane kasgeldlimiet ( 1 ) Ruimte ( + ) / Overschrijding ( - ) ( 1- 4 )
-7.110 4.081 11.191
-7.110 4.081 11.191
-7.110 4.081 11.191
-7.110 4.081 11.191
-7.110 4.081 11.191
Kasgeldlimiet Omvang begroting (lasten) per 1 januari (grondslag) 1.
2.
3.
4.
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag Gemiddelde omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
2020
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door een ministerieel vastgesteld percentage (8,2%) van de totale omvang van de begroting (lasten). Hiermee wordt de maximale hoogte aangegeven van de kort aan te trekken middelen. De Veiligheidsregio kent geen overschrijding van de kasgeldlimiet.
21
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Hieronder wordt de renterisiconorm (modelstaat B) weergegeven. Stap 1 2 3
Variabelen renterisiconorm Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1+2)
2020 1.167 1.167
4 5a (4>3) 5b (4<3)
Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding risiconorm
9.955 8.788 -
Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4= 4a*4b Renterisiconorm
49.774 20% 9.955
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt verspreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal komt daarbij in de plaats van de totale vaste schuld. De renterisiconorm heeft betrekking op uitsluitend het begrotingsjaar. De Veiligheidsregio kent geen overschrijding van de risiconorm.
2.6.4 Bedrijfsvoering 2.6.4.1
Personeel en organisatie
Algemene ontwikkelingen Vanaf de regionalisering in 2009, hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan. Er was meer dan voldoende aanleiding om de staande organisatie te evalueren en tegen het licht te houden. Naast externe ontwikkelingen speelde daarbij dat we de afgelopen jaren zijn gegroeid naar een Veiligheidsregio waarin ook de crisisbeheersing en rampenbestrijding een volwaardige plaats heeft gekregen. Het was noodzakelijk de organisatie bij de tijd te brengen en toekomstbestendig te houden. Deze ontwikkeling in combinatie met het zicht op de aanstaande wisselingen in de directie van het programma Brandweerzorg heeft er in 2019 toe geleid dat een organisatieontwikkeling traject is ingezet (een aangepaste organisatie inrichting is beschreven). In de eerste helft van 2020 is uitvoering gegeven aan de implementatie van deze organisatie documenten in combinatie met het uitvoeren van het sociaal plan 2019. Een plaatsingsprocedure is succesvol uitgevoerd en meer dan 35 vacatures hebben open gestaan en zijn ingevuld. De plaatsingsprocedure heeft tot geen enkel bezwaar van medewerkers geleid. De vacatures zijn deels door medewerkers uit de eigen organisatie ingevuld en deels door nieuwe (externe) medewerkers. Tevens zijn een behoorlijk aantal leidinggevende posities door nieuwe medewerkers bemand. Nieuwe medewerkers geven nieuwe energie en inzichten.
In 2021 zal dit verder zijn vruchten gaan afwerpen. De 2e helft van 2020 heeft veelal in het teken gestaan van inwerken van nieuwe medewerkers en het implementeren van de kaders en processen zoals beschreven in de nieuwe fijnstructuur. Daarnaast hebben wij ondanks COVID-19 de organisatie draaiende gehouden en onze taken binnen de beschikbare kaders ingevuld.
22
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
In het voorjaar van 2020 is aan een externe adviseur de opdracht gegeven om een beeld te geven van de kwaliteit van het “voeren van het bedrijf” Veiligheidsregio Zuid-Limburg (de bedrijfsvoering). De bedrijfsvoering raakt namelijk de hele organisatie. Conclusie van dit onderzoek is dat er veel goed gaat, maar ook nog veel niet goed. Na de zomer van 2020 is de organisatie gestart met het oppakken en uitvoeren van de aanbevelingen van dit rapport. In 2021 zal hieraan verder vorm worden gegeven. De arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van de veiligheidsregio's worden momenteel afgesproken onder de paraplu van de VNG. Sinds 2014 is voor een aantal brandweer specifieke onderwerpen een aparte kamer ingericht. Per 1 januari 2020 is met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector gewijzigd. Per 1 januari 2020 passen de gemeenten en de gemeenschappelijke organisaties de Cao Gemeenten toe. Personeel van de veiligheidsregio’s (exclusief personeel van de sector ambulancezorg) is uitgezonderd van inwerkingtreding van de Wnra. Voor de veiligheidsregio’s bleef voor 2020 zodoende de huidige publiekrechtelijke regeling van arbeidsvoorwaarden CAR-UWO van kracht. Voor het jaar 2021 is met de VNG-organisatie afgesproken dat de CAR-UWO nog wordt aangehouden.
Omdat de veiligheidsregio’s in de toekomst zelf tot arbeidsvoorwaardenvorming moeten komen heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Brandweerkamer van de VNG in 2020 het principebesluit genomen tot het oprichten van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s (uitgezonderd de medewerkers in dienst bij de sector ambulancezorg. Alle inspanningen zijn erop gericht om deze vereniging uiterlijk per 1 januari 2022 op te richten. 2.6.4.2
Informatisering en automatisering
Informatisering Na de visie van 2019-2022 is er dit jaar ruimte om de visie voor 2021-2025 op te stellen. Hierin zullen diverse onderwerpen aan bod komen waaronder Cloud, datawarehouse en informatiebeveiliging technisch maar vooral ook op het gebied van medewerkers. De extra middelen zoals toegekend in 2020 zullen hiervoor ingezet worden. Bedrijfsprocessen zullen de kern van alle informatiestromen worden waarbij ook gekeken wordt naar optimalisatie van deze processen. Automatisering Afgelopen jaar zijn door de Corona crisis hier ontwikkelingen geweest op het gebied van persoonlijke apparaten voor de medewerkers. Dit om het thuiswerken te faciliteren. Dit zal in 2021 verder doorgezet worden waarbij er ook gekeken wordt naar een flexibele manier van werken na de Corona crisis. 2.6.4.3 GHOR De GHOR maakt organisatorisch onderdeel uit van de GGD Zuid Limburg. En zij volgen voor de bedrijfsvoering de lijn van de GGD Zuid-Limburg. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de jaarrekening van de GGD Zuid-Limburg en de jaarverantwoording van de GHOR.
23
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.5 Verbonden partijen 2.6.5.1 Definitie Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin de gemeenschappelijke regeling zowel bestuurlijk als financieel een belang heeft. De Veiligheidsregio Zuid-Limburg is een samenwerkingsverband op grond van de Wet veiligheidsregio’s, waaraan de 16 Zuid-Limburgse gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd zijn. 2.6.5.2 Lijst van verbonden partijen De Veiligheidsregio Zuid-Limburg participeert in de gemeenschappelijke regeling ICT PIT als verbonden partij. Verbonden partij Belang GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke Bestuurlijk verbonden regeling ICT PIT via het algemeen bestuur van de GR. Financieel verbonden via de bijdrage in de gemeenschappelijke kosten voor ca. € 1,0 miljoen op jaarbasis. Deze kosten betreffen: • Kosten van accounts/ werkplekken; • Kosten opslag. Overige diensten worden afgerekend op basis van overeenkomst.
Doel
Ontwikkelingen
Het leveren van ICTbasisvoorziening d.m.v. technisch beheer.
De brandweer neemt vanaf 2015 deel aan deze regeling en draagt naar rato van de afname van ICT-diensten bij aan de kosten van de gemeenschappelijke regeling ICT ter ondersteuning van de bedrijfsvoering
Vanuit financieel perspectief zijn de volgende cijfers relevant Verbonden partij GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke regeling ICT PIT Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwacht resultaat Risico’s
Begin 2020 Eind 2020 0 0 0 0 0 0 Parkstad IT functioneert zonder winstoogmerk. De kosten worden naar rato van afname van de dienstverlening verdeeld over de deelnemers. De bijdrage van de deelnemers op rekening basis is gelijk aan de geraamde bijdrage tenzij het resultaat in de jaarrekening van PIT met meer dan € 250.000 afwijkt. In dat geval vindt verrekening met de deelnemers naar rato plaats. Resultaten binnen de bandbreedte van € 250.000, positief of negatief, lopen via de balans over naar een volgend exploitatiejaar. De bijdrage aan PIT wordt jaarlijks in de begroting van de Brandweer Zuid-Limburg geraamd.
24
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.5.3 Overige aspecten samenwerking Naast de verbonden partijen, zijn de volgende zaken van belang. • •
• •
Met de Politie is een convenant afgesloten waarin afspraken over de bijdrage van de politie aan de gezamenlijke risicobeheersing, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding staan benoemd; Met de GGD Zuid-Limburg is een bestuursovereenkomst afgesloten waarin de afspraken rond de uitvoering van de GHOR-taken staan benoemd. De GHOR maakt organisatorisch deel uit van de afdeling Acute Zorg van de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg; In 2013 is met de colleges van de deelnemende gemeenten een overeenkomst gesloten waarin de taakoverdracht is geregeld rondom bevolkingszorg (voorbereiding en coördinatie); Verder is er een overeenkomst tot levering van diensten met Sitech. Dit betreft een samenwerking op het gebied van ongevalsbestrijding met gevaarlijke stoffen (gaspakkeninzet en schuimblussing). Door deze overeenkomst (per 1-1-2014) wordt voldaan aan de Wet veiligheidsregio’s.
25
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3 DEEL C – JAARREKENING
26
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Balans (voor resultaatbestemming) Bedragen x € 1. Activa
31-12-2020
31-12-2019
1.679.749 12.359.095 716.548 15.875.473 3.698.880 1.390.803 35.720.548
1.108.325 8.327.755 728.393 11.410.305 3.379.067 1.632.664 26.586.509
35.720.548
26.586.509
751.436 76.879 5.271 16.117.544 161.953 311.452 17.424.535
1.466.888 5.605 423.734 4.863 4.681.294 163.943 607.498 7.353.825
159.179 159.179
134.260 134.260
Totaal vlottende activa
17.583.714
7.488.085
Totaal activa
53.304.262
34.074.594
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa met economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Inventaris Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Beroepskleding
Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA
Vorderingen Vorderingen op openbare lichamen Te vorderen BTW Overige vorderingen Waarborgsommen Rekening-courant met het Rijk Rekening-courant met niet financiële instellingen Overlopende activa
Liquide middelen Liquide middelen
27
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Passiva
31-12-2020
31-12-2019
Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat Totaal reserves
1.724.092 6.636.365 87.254 8.447.711
1.552.208 7.567.176 -362.445 8.756.939
Voorzieningen Voorzieningen Totaal voorzieningen
4.777.467 4.777.467
4.219.303 4.219.303
langlopende leningen Leningen o/g Totaal langlopende leningen
29.604.999 29.604.999
14.771.616 14.771.616
Kortlopende schulden Crediteuren Te betalen BTW Te betalen loonheffing Schulden aan openbare lichamen Overlopende passiva Consolidatierekening Totaal kortlopende schulden
1.537.916 16.272 3.715.358 636.867 4.488.426 79.246 10.474.085
924.232 2.328.249 120.881 2.855.318 98.056 6.326.736
Totaal Passiva
53.304.262
34.074.594
VASTE PASSIVA
VLOTTENDE PASSIVA
28
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Toelichting op de balans 3.2.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierna wordt per categorie aangegeven welke grondslagen zijn gehanteerd. In de jaarrekening is de GHOR als integraal onderdeel van de Veiligheidsregio geconsolideerd. Materiële vaste activa Onder materiële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen: • • • • • •
Gronden en terreinen; Bedrijfsgebouwen; Inventaris; Vervoermiddelen; Machines, apparaten en installaties; Beroepskleding.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonodig aangepast voor duurzame waardevermindering, verminderd met de afschrijvingen. De activa zijn per 1 januari 2009 overgenomen van de deelnemende gemeenten rechtstreeks of via de gemeenschappelijke regelingen. De afschrijvingen zijn gebaseerd op de levensduur zoals deze werd gehanteerd door de deelnemende gemeenten respectievelijk deelnemende gemeenschappelijke regelingen. De nieuwe materiële vaste activa vanaf 2009 worden gewaardeerd op basis van verkrijgingsprijs- en of vervaardigingsprijs, zonodig aangepast voor duurzame waardevermindering, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijvingen zijn bepaald op basis van de geschatte levensduur en starten in het boekjaar volgend op het investeringsjaar. De afschrijvingen op gebouwen vinden vanaf 2012 plaats op annuïtaire basis en de afschrijvingen van de andere materiële activa vinden plaats op lineaire basis. De afschrijvingen op de gebouwen vindt plaats op annuïtaire basis om gedurende langere tijd een gelijkmatig verloop van de kapitaallasten te bewerkstelligen. In de vervaardigingprijs van de materiële vaste activa in uitvoering worden de rentelasten opgenomen. Vlottende activa De vlottende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Bij de vorderingen wordt mogelijk rekening gehouden met een voorziening wegens oninbaarheid op basis van individuele beoordeling. De onder vlottende activa behorende vorderingen worden onderverdeeld in: • • • • • • •
Vorderingen op openbare lichamen; Te vorderen BTW; Overige vorderingen; Waarborgsommen; Rekening-courant met het Rijk; Rekening-courant met niet financiële instellingen Overlopende activa.
Verder worden onder vlottende activa de liquide middelen opgenomen.
29
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Reserves Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die bedrijfseconomisch gezien vrij besteedbaar zijn. De reserves kunnen worden onderscheiden in algemene reserves en bestemmingsreserves. Onder het eigen vermogen is tevens opgenomen het rekeningsaldo van de rekening van baten en lasten. Het eigen vermogen heeft een bufferfunctie voor tegenvallers en een financieringsfunctie. Tot de bestemmingsreserves worden gerekend: • • •
Reserves waaraan het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven; Nog niet bestede verkregen middelen, verkregen van derden onder stringente condities voor de richting van de aanwending; Egalisatierekeningen die dienen om schommelingen op te vangen en egalisatierekeningen voor investeringsbijdragen, bedoeld om ontvangen investeringsbijdragen gedurende de gebruiksduur van het investeringsgoed in jaarlijkse termijnen ten gunste van de rekening van baten en lasten te laten komen.
Voorzieningen Voorzieningen betreffen naar verwachting onvermijdelijke uitgaven voor gebeurtenissen die al hebben plaatsgevonden. Voorzieningen worden gevormd wegens: • • •
•
Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum (31 december van het betreffende dienstjaar) onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten is; Risico’s waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten is; Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; De voorzieningen hebben betrekking op diverse beheerprogramma’s en dienen voornamelijk tot gelijkmatige verdeling van lasten over een reeks van jaren, afhankelijk van de onderhoudscyclus.
Langlopende schulden De langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De langlopende schulden hebben een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of langer. Vlottende passiva De onder vlottende passiva behorende kortlopende schulden worden onderverdeeld in: • • • •
Crediteuren; Schulden aan openbare lichamen; Overlopende passiva; Consolidatierekening.
De kortlopende schulden hebben, tenzij anders vermeld, een looptijd van korter dan 1 jaar en worden gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld. Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de ontvangen gemeentelijke en rijksbijdragen alsmede de overige inkomsten en alle aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Hierbij wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd, met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel, het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel.
30
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.2.2 Vaste activa 3.2.2.1 Materiële vaste activa Per einde boekjaar 2020 bedraagt de boekwaarde van de materiële vaste activa € 35,7 miljoen (ultimo 2019 € 26,6 miljoen). Voor de opbouw naar activasoort wordt verwezen naar het onderstaande overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven.
Overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Boekwaarde 31 december 2019
Vermeerderingen 2020
Verminderingen 2020
Afschrijvingen 2020
Boekwaarde 31 december 2020
1.108.325 8.327.755 728.393 11.410.305 3.379.067 1.632.664 26.586.509
571.424 4.901.277 95.011 5.915.238 846.142 180.214 12.509.306
408 408
869.937 106.856 1.450.070 525.921 422.075 3.374.859
1.679.749 12.359.095 716.548 15.875.473 3.698.880 1.390.803 35.720.548
Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen b. Bedrijfsgebouwen c. Inventaris d. Vervoermiddelen e. Machines, apparaten en installaties f. Beroepskleding Totaal vaste activa
Overzicht kapitaallasten Omschrijving Materiële activa met economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Inventaris Voertuigen Machines, apparaten en installaties Beroepskleding Totaal
Afschrijvingen 2020
Rente 2020
Totaal kapitaallasten
869.937 106.856 1.450.070 525.921 422.075 3.374.859
43.337 306.260 9.328 66.923 57.328 9.576 492.752
43.337 1.176.197 116.184 1.516.993 583.249 431.651 3.867.611
We hebben als onderdeel van het financieel afsluitproces geconstateerd dat in het verleden voor twee objecten (nieuwbouw/verbouwingen) is afgeschreven over een periode die afwijkt van de financiële verordening. Onder de materiële activa is onder de bedrijfsgebouwen een activum renovatie verwerkt die annuïtair wordt afgeschreven met een afschrijvingstermijn van 30 jaar. Volgens de financiële verordening worden rennovaties afgeschreven op 20 jaar. Verder is onder de bedrijfsgebouwen een activum gebouw verwerkt die annuïtair wordt afgeschreven met een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Volgens de financiële verordening worden gebouwen afgeschreven op 40 jaar. Deze objecten zijn in het verleden ingebracht door gemeenten en door de Veiligheidsregio afgeschreven met inachtneming van de afschrijvingstermijnen zoals toegepast door de betreffende gemeenten. Deze afschrijvingstermijnen zijn in 2020 gecorrigeerd. Dit heeft geresulteerd in een extra afschrijvingslast in 2020 van € 500.483. Deze extra afschrijvingskosten zijn verwerkt in de afschrijvingskosten bedrijfsgebouwen. Wij kwalificeren, in afstemming met de accountant, de fout als een materiële fout en niet als een fundamentele fout. De vergelijkende cijfers zijn niet aangepast als gevolg van het foutherstel.
31
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Toelichting mutaties materiële vaste activa 2020 Gronden en terreinen Saldo per 31.12.2020 is € 1.679.749. In het jaar 2020 is voor € 571.424 aan gronden en terreinen aangeschaft. Het betreft hier de grond inzake aankoop Kazerne Maastricht Zuid (€ 277.424), grond inzake aankoop Kazerne Beek (€ 94.000) en grond inzake Kazerne Vaals (€ 200.000). Bedrijfsgebouwen Saldo per 31.12.2020 is € 12.359.095. Het saldo van de vermeerderingen € 4.901.277 heeft betrekking op de revitalisering stookhuis (€ 1.231.441), de aankoop van Kazerne Maastricht Zuid (€ 2.301.336) en aankoop Kazerne Beek (€ 1.368.500). Inventaris Saldo per 31.12.2020 is € 716.548. In 2020 is er voor € 95.011 nieuwe inventaris aangeschaft. Het betreft voornamelijk vervanging van bestaande inventaris. Vervoermiddelen Saldo per 31.12.2020 is € 15.875.473. De investeringen in vervoermiddelen bedragen in 2020 € 5.915.238. In 2020 hebben op basis van het investeringsplan onder andere de volgende mutaties plaatsgevonden: • •
Tankautospuiten Haakarm voertuigen
€ €
4.803.046 973.527
Machines, apparaten en installaties Saldo per 31.12.2020 is € 3.698.880. De investeringen in 2020 bedragen totaal € 846.142 en hebben betrekking op onder meer: • • • • • • • • •
Pagers Wasmachine en droger Ademluchtcompressoren Navigatie Duikpakken Oefenmiddelen Lichtkranten Spreeksleutels COH
€ € € € € € € € €
53.741 33.880 97.003 173.768 43.855 58.007 66.503 48.400 197.403
Beroepskleding Saldo per 31.12.2020 is € 1.390.803. In 2020 is voor € 180.214 aan kleding aangeschaft met name voor de uitrukploegen.
32
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.2.3 Vlottende activa 3.2.3.1 Vorderingen Saldo per 31.12.2020 is € 17.424.535. De vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2020 betreft met name een vordering opgenomen op het Ministerie van VWS inzake de declaratie coronakosten 2020 groot € 588.659. Overige vorderingen op openbare lichamen bedragen € 13.003. Conform artikel 39 van BBV is de rekening-courantverhouding met het Rijk, het schatkist bankieren, ad € 16.117.544 opgenomen onder vorderingen. De rekening-courantverhouding met niet financiële instellingen betreft de verhouding met de GGD Zuid-Limburg (betreffende de GHOR). De overige vorderingen betreffen vorderingen op derden. De afwikkeling van deze vorderingen heeft een normaal verloop. De overlopende activa van € 311.452 betreffen voornamelijk, de subsidie Impuls Omgevings- Veiligheid (IOV) van € 83.740, vooruitbetaalde licentiekosten 2021 van € 95.522 en de vooruitbetaalde verzekeringspremies 2021 van € 67.873. In de jaarrekening heeft een wijziging plaatsgevonden van de verwerking van de in het boekjaar vooruit gefactureerde bijdragen aan de deelnemende gemeente over het volgende boekjaar. Vanwege de omvang van de aanpassing is de wijziging behandeld als foutherstel.
In voorgaande jaren waren de vooruit gefactureerde bijdragen aan de deelnemende gemeente in de jaarrekening zowel verantwoord onder de post ‘vorderingen op openbare lichamen’ als onder de post ‘overlopende passiva’. Deze verwerkingswijze sluit niet aan op de geldende verslaggevingsvoorschriften BBV en leidden tot een te hoog balanstotaal (debet en credit). In de jaarrekening 2020 heeft saldering plaatsgevonden van deze posten. Over 2021 is €21,7 mln. vooruit gefactureerd aan de deelnemende gemeenten. Ten behoeve van het vereiste inzicht heeft hierbij tevens aanpassing plaatsgevonden van de vergelijkende cijfers over 2019 en zijn de posten ‘vorderingen op openbare lichamen’ en ‘overlopende passiva’ per 31 december 2019 verlaagd met €21,0 ten opzichte van de jaarrekening 2019 zoals vastgesteld d.d. 5 juni 2020.
Specificatie vorderingen Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Te vorderen BTW Overige vorderingen Waarborgsommen Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhouding met niet financiële instellingen Overlopende activa Totaal
31-dec 2020 751.436 76.879 5.271 16.117.544 161.953
31-dec 2019 1.466.888 5.605 423.734 4.863 4.681.294 163.943
311.452 17.424.535
607.498 7.353.825
In de bijlage van deze jaarrekening is het overzicht schatkistbankieren opgenomen.
33
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.2.3.2 Liquide middelen Saldo per 31.12.2020 is € 159.179. De liquide middelen laten per ultimo 2020 een positieve stand zien van € 0,16 miljoen (2019: € 0,13 miljoen) en bestaan uit € 11.828 contante middelen en € 147.351 tegoeden bij bankinstellingen. Specificatie liquide middelen Omschrijving Kas Bank Totaal
31-dec 2020 11.828 147.351 159.179
31-dec 2019 6.681 127.579 134.260
Rondom de liquide middelen zijn de regels van schatkistbankieren van toepassing. In hoofdstuk 6 is het desbetreffende overzicht ingevoegd.
3.2.4 Vaste passiva 3.2.4.1
Reserves
Overzicht van reserves Omschrijving
Stand 31 december 2019
Resultaatbestemming 2019
Herziening Reserves 2020
Vermeerderingen 2020
Verminderingen 2020
Stand 31 december 2020
Algemene reserve Algemene reserve Algemene reserve GHOR Totaal
1.444.879 107.329 1.552.208
-325.211 -37.234 -362.445
171.884
362.445
171.884
362.445
-
1.653.997 70.095 1.724.092
Bestemmingsreserves Ingroeireserve kapitaallasten Reserve egalisatie bezuinigingen Reserve egalisatie FLO Reserve sociaal plan Reserve frictiekosten Reserve frictiekosten meldkamer Reserve doorontwikkeling VB Bestemmingsreserves GHOR Totaal
6.289.498 282.386 0 182.158 0 500.000 219.286 93.848 7.567.176
-
-5.789.498 -282.386 4.100.000 2.300.000 -500.000 -
713.600 1.264.314
1.977.914
2.688.459 48.382 2.736.841
1.213.600 2.675.855 133.776 2.300.000 219.286 93.848 6.636.365
Rekeningsaldo Nog te bestemmen resultaat Totaal
-362.445 -362.445
362.445 362.445
-
87.254 87.254
-
87.254 87.254
Totaal reserves
8.756.939
-
-
2.427.613
2.736.841
8.447.711
Doorlichting reserves Als sluitstuk van de algehele financiële doorlichting van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft eind 2019 een doorlichting plaatsgevonden van de reserves. Op basis van de bestuursnotitie doorlichting reserves heeft het Algemeen Bestuur in de bestuursvergadering van 4 december 2019 besloten om met ingang van 1 januari 2020 een herschikking door te voeren van de reserves. Deze herschikking is in bovenstaand overzicht van reserves toegelicht.
34
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Algemene reserve Saldo per 31.12.2020 is € 1.653.997. De algemene reserve is een reserve waaraan geen specifieke bestemming is gegeven. De daarin vastgelegde middelen dienen als weerstandscapaciteit. De stand van de weerstandscapaciteit per ultimo 2020 is € 1.724.092. Aan de Algemene Reserve is vanuit de resultaatbestemming 2019 een bedrag ad € 325.211 onttrokken. Daarnaast is in 2020, conform besluit van het Algemeen Bestuur, € 362.445 toegevoegd aan de algemene reserve. Algemene reserve GHOR Saldo per 31.12.2020 is € 70.095. Het resultaat 2019 (€ 37.234 negatief) is conform besluit van het Algemeen Bestuur in mindering gebracht op de algemene reserve GHOR. Ingroeireserve kapitaallasten Saldo per 31.12.2020 is € 1.213.600. Per 1 januari 2020 heeft een doorlichting van de reserves plaatsgevonden. Het Algemeen Bestuur heeft gekozen voor een genormeerd bedrag aan kapitaallasten van € 3,3 miljoen structureel (jaarlijks te indexeren met de prijsindex) om schommelingen in de kapitaallasten te voorkomen. De ingroeireserve kapitaallasten is bepaald voor de kapitaallasten inventaris (nieuw), voertuigen, beroepskleding en machines, apparaten en installaties (dus exclusief kapitaallasten inventaris (oud), grond/terreinen en panden). De kapitaallasten worden jaarlijks geïndexeerd met de prijsindex, voor het eerst in 2021.
Het Algemeen Bestuur heeft de ingroeireserve kapitaallasten per 1 januari 2020 bepaald op € 500.000. Jaarlijks worden de werkelijke kapitaallasten onttrokken aan de ingroeireserve kapitaallasten. Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks gedoteerd aan de ingroeireserve kapitaallasten. Reserve egalisatie bezuinigingen Saldo per 31.12.2020 is € 0. (2019: € 282.386). Deze reserve is ingesteld om de saldi van de voordelige en nadelige verschillen per boekjaar tussen de geraamde en de gerealiseerde bezuinigingen in de periode 2012 tot en met 2018 te egaliseren en daardoor optimaal de verminderde gemeentelijke bijdrage te borgen. Per 1 januari 2020 heeft een doorlichting van de reserves plaatsgevonden. Hierbij heeft het Algemeen Bestuur besloten om deze reserve vrij te laten vallen. Reserve egalisatie FLO Saldo per 31.12.2020 is € 2.675.855. In 2020 is een egalisatiereserve FLO gevormd ten behoeve van de kosten FLO. De egalisatiereserve is gevormd om de kosten FLO te egaliseren om zo de gemeentelijke bijdrage stabiel te houden. De egalisatiereserve is bepaald op € 4,1 miljoen (tevens maximale niveau). Elk jaar wordt een gemiddeld bedrag van € 1,2 miljoen FLO-kosten gedoteerd aan de reserve. Jaarlijks worden de werkelijke FLO-kosten onttrokken aan de egalisatiereserve.
De egalisatiereserve FLO is bepaald op € 4,1 miljoen en is gebaseerd op het principeakkoord van 25 maart 2017. In dit akkoord staat dat de wijze waarop het individuele levenslooptegoed wordt ingezet ter financiering van de individuele FLO-kosten, nog nader moet worden uitgewerkt. Deze uitwerking kan van invloed zijn op de reserve egalisatie FLO. Bij het opstellen van de jaarrekening is gebleken dat de besluitvorming om in 2020 en 2021 versneld levensloop te gaan sparen teneinde de FLOuitkeringskosten voor de werkgever in de jaren vanaf 2022 te verkleinen, invloed heeft op de reserve egalisatie FLO. Het versneld sparen leidt in 2020 en 2021 tot extra werkgeversbijdragen levensloop en hogere transitiebedragen levensloop. Het effect van het versneld sparen op de reserve egalisatie FLO in 2020 bedraagt € 2,0 miljoen extra FLO-lasten (begroot € 0,7 miljoen). Deze extra FLO last wordt in 2020 in een keer onttrokken aan de reserve. In 2021 verwachten wij eveneens een extra FLO last als gevolg van het versneld sparen voor een bedrag van € 2 miljoen (begroot € 0,6 miljoen). Bij de bepaling
35
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
van de reserve egalisatie FLO (4,1 miljoen) zijn de extra FLO-lasten 2020 en 2021 als gevolg van versneld sparen gespreid over een periode van 25 jaar. Reserve Sociaal Plan Saldo per 31.12.2020 is € 133.776. Op basis van de besluitvorming door het Algemeen Bestuur is er ten laste van het resultaat van het dienstjaar 2013 een reserve sociaal plan ad € 640.000 gevormd. Ten laste van deze reserve is in 2020 een bedrag € 48.382 onttrokken voor de vergoedingen woonwerkverkeer en piket Maastricht. Reserve frictiekosten Saldo per 31.12.2020 is € 2.300.000. Uit de herschikking van de reservepositie is in 2020 een bestemmingsreserve frictiekosten gevorm voor een bedrag van € 2,3 miljoen. In 2018 is een traject van organisatieontwikkeling ingezet waarbij in 2019 de verdere aanpak van de noodzakelijke reorganisatie is vormgegeven. Daarbij zijn het nieuwe sturings- en managementconcept, de bijbehorende hoofdstructuur en fijn structuur vastgesteld. De reorganisatie brengt personele verschuivingen met zich mee welke in 2020 verder vorm heeft gekregen. Om de hiermee samenhangende frictiekosten op te vangen is een bestemmingsreserve frictiekosten gevormd. Het Algemeen Bestuur heeft voor boekjaar 2020 aangegeven om bij vaststelling van de jaarrekening een besluit te nemen over de frictiekosten 2020 die ten laste van deze bestemmingsreserve mogen worden gebracht.
In het voorstel tot resultaatbestemming is hiervoor een voorstel gedaan. Reserve frictiekosten meldkamer Saldo per 31.12.2020 is € 0 (2019: € 500.000). Deze reserve is gevormd ter dekking van de te verwachte frictiekosten m.b.t. Meldkamer conform besluit van het Algemeen Bestuur. Dit bedrag is ontvangen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid als eenmalige bijdrage in de overgang van het beheer van de meldkamer naar de politie. Per 1 januari 2020 heeft een doorlichting van de reserves plaatsgevonden. Hierbij heeft het Algemeen Bestuur besloten om deze reserve vrij te laten vallen. Reserve doorontwikkeling Veiligheidsbureau Saldo per 31.12.2020 is € 219.286. Deze reserve is gevormd uit de reserves van het programmabureau, Bevolkingszorg en GHOR conform besluit van het Algemeen Bestuur van 15 juni 2018. Bestemmingsreserves GHOR In deze reserves is in 2020 niet gemuteerd. Het totaal ervan bedraagt ultimo 2020 € 93.848. Een bedrag van € 72.848 hiervan betreft een reserve voor netcentrisch werken; de overige € 21.000 betreft een reserve voor huisvesting van de GHOR. Nog te bestemmen resultaat Saldo per 31.12.2020 is € 87.254 positief (Veiligheidsregio Zuid-Limburg € 89.244 positief en GHOR - € 1.990 negatief). De resultaatbestemming van het rekeningsaldo 2019 is verwerkt conform besluit van het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2019.
Het rekeningsaldo 2019 bedroeg € 362.445 negatief (inclusief GHOR) en is als taakstelling meegegeven voor 2020. De taakstelling is in 2020 gerealiseerd en conform besluit van het Algemeen Bestuur toegevoegd aan de Algemene reserve.
36
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.2.4.2
Voorzieningen
Overzicht van de voorzieningen Omschrijving
Voorzieningen Voorziening onderhoud panden Voorziening WW-verplichtingen Voorziening Kazerne Maastricht Zuid Voorziening frictiekosten VPT Totaal voorzieningen
Stand 31 december 2019
Dotatie 2020
Onttrekking 2020
Stand 31 december 2020
3.579.531 306.921 243.202 89.649 4.219.303
822.605 15.474 9.728 847.807
116.109 111.534 62.000 289.643
4.286.027 210.861 190.930 89.649 4.777.467
Voorziening groot onderhoud panden Saldo per 31.12.2020 is € 4.286.027. De onderhoudsplannen zijn in 2019 geactualiseerd. Dit heeft geleid tot een hogere raming van de verwachte onderhoudskosten voor de komende 20 jaar (schattingswijziging 1). Daarnaast hebben we besloten om de toevoeging aan de voorziening met ingang van 2019 lineair te berekenen. Tot en met 2018 nam de dotatie jaarlijks toe (schattingswijziging 2). Beide schattingswijzigingen hebben geleid tot een dotatie die circa € 300.000 hoger is dan over 2018. Gebaseerd op de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen is in 2019 de jaarlijkse dotatie van € 822.605 verricht ten gunste van de voorziening groot onderhoud gebouwen. De dotatie betreft het groot onderhoud van de kantoor en opleidingsgebouwen in Margraten en de kazernes in Beek, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Maastricht Zuid, Margraten, Bocholtz en Sittard Middenweg. De bij aanvang 2013 verkregen bijdrage van € 302.272 voor het groot onderhoud tot 2023 van de Kazerne Maastricht Zuid is in 2014 toegevoegd aan deze voorziening. In 2020 zijn uitgaven gedaan voor het groot onderhoud voor een bedrag van totaal € 116.109. Voorziening WW-verplichtingen Saldo per 31.12.2020 is € 210.861. Een voorziening WW personeel is in 2015 gevormd om de WWverplichtingen van ontslagen werknemers op te kunnen vangen.
In deze voorziening worden ook individuele overeenkomsten met medewerkers gecalculeerd/gestort op het moment dat de verplichting ontstaat. Voorziening exploitatie Kazerne Maastricht Zuid Saldo per 31.12.2020 € 190.930. De Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft een bijdrage ontvangen voor de dekking van de exploitatiekosten en het groot onderhoud van de Kazerne Maastricht Zuid voor de komende 10 jaren. Het ontvangen bedrag aanvang 2013 ad € 887.929 is berekend op contante waarde. Een gedeelte van de voorziening is ondergebracht bij de voorziening groot onderhoud panden. Over de contante waarde per 1 januari 2018 is op basis van een rekenrente van 4 %, € 9.728 toegevoegd aan de voorziening. Ten laste van de voorziening zijn de netto exploitatiekosten van dit pand van € 62.000 geboekt. Voorziening frictiekosten VPT Saldo per 31.12.2020 is € 89.649. Deze voorziening is gevormd vanuit de verkoopopbrengst van VPT. De voorziening is bedoeld om frictiekosten van de afwikkeling op te vangen. Naar verwachting zal deze voorziening in 2021 grotendeels zijn besteed.
37
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Langlopende leningen Saldo per 31.12.2020 is € 29.604.999. De langlopende leningen per 31 december 2017 betreffen onder meer de vaste geldleningen die zijn overgenomen van de Regionale Brandweer Zuid-Limburg (BNG nominaal € 1,1 miljoen). Ter financiering van de Kazerne Sittard Middenweg zijn op 28 december 2010 vier geldleningen bij de BNG aangegaan voor een totaalsom van € 7.500.000 met opnamedata tussen 1 april 2011 en 1 oktober 2012. Ultimo 2016 is een geldlening ad € 10.000.000 afgesloten voor de consolidatie van vlottende schuld en de vaste financiering van onderhanden zijnde en van nieuwe investeringen. In 2020 zijn twee nieuwe geldleningen aangetrokken voor een totaalbedrag van € 16.000.000 ter financiering van de aankoop kazernes Beek, Vaals en Maastricht Zuid en voor de revitalisering stookhuis. De aflossingsverplichting < 1 jaar bedraagt € 2.108.497.
Specificatie van langlopende leningen Omschrijving
Geldleningen Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40.0082517 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 91398 Bank Nederlandse Gemeenten nr. .40106275 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106276 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106277 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106278 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40110848 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40113445 Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40113446 Totaal
Lineair/ annuïteit
Oorspronkelijke hoofdsom
Vervaldatum rente en aflossing
Einde looptijd
Rente %
Pro resto hoofdsom per 31 december 2019
Opnamen 2020
Aflossingen 2020
Rente 2020
260.188
12.022
12.624
Pro resto hoofdsom per 31 december 2020
25.135
384.631
11-03
2034
5,04
248.166
71.563
1.043.695
01-10
2040
6,25
824.451
20.035
51.213
804.416
70.350
1.500.000
3-8
2026
4,69
1.500.000
0
70.350
1.500.000
114.806
2.000.000
1-10
2051
4,89
1.838.246
24.916
89.583
1.813.330
116.397
2.000.000
3-10
2051
4,99
1.841.572
24.502
91.592
1.817.070
160.349
2.000.000
1-10
2032
4,99
1.507.159
85.142
74.136
1.422.017
1.040.600
10.000.000
28-11
2026
0,58
7.000.000
1.000.000
40.075
6.000.000
395.833
10.000.000
2-1
2050
0,625
0
10.000.000
0
61.989
10.000.000
601.200
6.000.000
2-1
2030
0,02
0
6.000.000
0
1.190
6.000.000
2.596.233
34.928.326
14.771.616
16.000.000
1.166.617
492.752
29.604.999
3.2.5 Vlottende passiva Saldo per 31.12.2019 is € 10.474.085. De afwikkeling van de crediteuren van € 1.537.916 heeft een normaal verloop. De overlopende passiva betreft voornamelijk de component nog te betalen posten van € 2,3 miljoen (2018 € 1,5 miljoen). Onder de consolidatierekening zijn opgenomen de positieve saldi van de onderdelen Burgernet € 23.752 en Emric € 55.494, samen is dit € 79.246. Specificatie vlottende passiva Omschrijving Crediteuren Te betalen BTW Te betalen loonheffing Schulden aan openbare lichamen Overlopende passiva Consolidatierekening Totaal
31 december 2020 1.537.916 16.272 3.715.358 636.867 4.488.426 79.246 10.474.085
31 december 2019 924.232 2.328.249 120.881 2.855.318 98.056 6.326.736
38
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.2.6 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Gekoppeld aan de verkoop van VPT B.V. is overeengekomen dat gedurende de jaren 2019-2021 afname van trainingen wordt gegarandeerd tot een jaarlijks bedrag van € 90.000 aan VPT c.q. de rechtsopvolger VCL. Er zijn investeringsverplichtingen aangegaan voor een totaalbedrag van € 2,7 miljoen.
39
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Overzicht van baten en lasten Hieronder is het recapitulerend financieel overzicht per programma weergegeven. Alle bedragen zijn x € 1.000; - = nadelig saldo/ + = voordelig saldo. Omschrijving
Rekening 2019
Begroting 2020 na wijziging
Rekening 2020
37.863 6.180 44.043
43.206 5.810 49.016
43.220 5.974 49.194
82 4.750 - 4.668 -4.668 -4.668
317 5.690 - 5.373 - 5.373 - 5.373
498 5.144 - 4.646 - 4.646 - 4.646
297 26.914 26.617 26.617 3.147 2.901 26.863
44 35.777 35.733 35.733 4.644 4.525 - 35.852
340 35.867 35.527 35.527 2.238 2.737 35.028
Algemene dekkingsmiddelen Bijdrage gemeenten BDuR Totaal
Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (incl. GHOR) Baten Lasten Saldo Onvoorzien Totaal saldo baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Programma Brandweerzorg Baten Lasten Saldo Onvoorzien Totaal saldo baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
-
-
-
Programma ondersteuning Baten Lasten Saldo Onvoorzien Totaal saldo baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Totaal gerealiseerd resultaat
381 13.256 12.875 12.875 12.875
-
-
-
363
-
-
516 8.107 7.591 200 7.791 7.791
-
-
-
631 9.949 9.318 115 9.433 9.433
87
40
Jaarstukken 2020 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Toelichting op het overzicht van baten en lasten 3.4.1 Samenvattend overzicht - analyse Voor de analyse beschouwen wij een aantal zaken in samenhang, omdat we ze gedurende het boekjaar ook in samenhang hebben gestuurd. Daarom maken we de volgende kanttekeningen. •
•
•
•
Het programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (exclusief GHOR) is een zelfstandig programma dat geheel wordt gedekt vanuit de algemene middelen van de Veiligheidsregio. De lagere personeelskosten worden veroorzaakt doordat vacatures in 2020 later in het jaar zijn ingevuld dan begroot. Deze lagere personeelskosten hebben een incidenteel karakter. Het programma Brandweerzorg is op een aantal punten aangewezen op de reserves. Zo worden de kapitaallasten geëgaliseerd vanuit de daartoe bestemde reserves. Ook de kosten FLO worden geëgaliseerd uit de gevormde egalisatiereserve FLO. Dit programma moet derhalve in nauwe samenhang worden bezien met de mutaties in de reserves. De lagere personeelskosten worden veroorzaakt doordat vacatures in 2020 later in het jaar zijn ingevuld dan begroot. Deze lagere personeelskosten hebben een incidenteel karakter. In de kosten van 2020 zijn de meerkosten COVID-19 inbegrepen. Deze meerkosten bedragen per programma; Brandweerzorg € 172.214, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding € 271.653 en in de kosten overhead € 144.793. In totaal bedragen de meerkosten € 588.660. Daartegenover staat een vordering op het Ministerie van VWS voor eenzelfde bedrag. Van het totale rekeningsaldo van € 87.000 (positief) is € 89.000 (positief) toe rekenen aan de programmalijn Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (exclusief GHOR) en de programmalijn Brandweerzorg.
Verder is € 2.000 (negatief) toe te rekenen aan de GHOR.
3.4.2 Overzicht incidentele baten en lasten In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste verschillen weergegeven per programmalijn tussen begroting en realisatie. Daarnaast is een onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele afwijkingen. De incidentele afwijkingen zijn tevens een totaaloverzicht van de incidentele baten en lasten 2020 per programmalijn. De incidentele baten en lasten 2020 zijn ook opgenomen in het overzicht structureel begrotingssaldo paragraaf 3.4.4. Een – is een nadeel en een + is een voordeel. Omschrijving Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Hogere overige inkomsten Hogere kantoorkosten Lagere personeelskosten GHOR resultaat Programma Brandweerzorg Lagere personeelskosten Lagere opleidingskosten Lagere kantoorlasten Hogere inhuurkosten Hogere overige inkomsten Hogere kapitaallasten Programma ondersteuning Lagere kosten onvoorzien Hogere advieskosten Hogere overige inkomsten Hogere kantoorkosten Lagere ICT kosten Hogere huisvestingskosten Totaal