CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 12 maart 2024, gemeente Brunssum31.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

duurzame verstedelijking moet worden toegepast bij nieuwe stedelijke ontWonen

wikkelingen.

Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het

De omgevingsverordening blijft van kracht totdat de nieuwe omgevings-

toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande

verordening (zie paragraaf 3.2.3) in werking is getreden. Voor zover rele-

woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instan-

vant zijn hieronder de van toepassing zijnde passages uit de provinciale

tie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook ver-

omgevingsverordening opgenomen.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van

duurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien

de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toe-

zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met

Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen

komstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen

name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wor-

In het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014)

de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk

dende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Ver-

zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambi-

uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast

der is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen,

ties, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten.

een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende

Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconsta-

prijzen.

teerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale be-

Inhoud

stuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen,

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

10

detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw,

Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een be-

vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg.

leidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwer-

De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel

pen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied

gemeenten – Provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omge-

van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning

vingsbeleid is gegroeid. Het voormalige POL2014 schetst de ambities, op-

en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.

gaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje

Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied bin-

over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies,

nen het gebied ‘Stedelijk gebied’ en meer specifiek binnen de thema’s de-

visies of anderszins. De Provincie is partner in die regioprocessen en faci-

tailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Een

liteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tus-

uitsnede van de kaart is te zien in onderstaande afbeelding.

sen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motiMeer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursaf-

vering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één

spraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor

of meerdere woningen het volgende beschrijven:

a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of ZuidLimburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De gemeente Brunssum maakt onderdeel uit van de regio Zuid-Limburg en binnen deze regio is de

Afweging

‘Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ vastgesteld. Deze regionale uitwer-

In deze ruimtelijke onderbouwing is in voldoende mate rekening gehouden

king zal verder worden toegelicht in paragraaf 3.3.1.

met de in artikel 12 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 3.2.1 past deze ontwikkeling binnen de

Afweging

POVI Limburg. In paragraaf 3.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met

Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverorde-

betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van

ning Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen

de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5

ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Om-

jaar na de verleende vergunning. Daarnaast wordt het plan opgenomen op

gevingsverordening Limburg 2014.

de Plancapaciteitsmonitor Limburg. De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de omgevingsverordening Limburg.

3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening Limburg 2021 is op 17 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet.

Figuur 6. Uitsnede kaart 'Wonen, werken en recreëren' Omgevingsverordening 2021 besluitgebied aangegeven met rode marker'

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

11

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg

voorzieningen overeind kunnen blijven. Uitbreidingslocaties zijn schadelijk

is, waardoor de beoogde ontwikkeling passend is binnen de beleidsrichtin-

voor steden en dorpen om diezelfde reden.

gen die gelden voor Brunssum. Tot slot wordt eveneens voorzien in een passende stedenbouwkundige invulling van een gebied wat in de huidige

In de structuurvisie wordt geconcludeerd dat sprake is van een driedelige

situatie gedeeltelijk braak ligt en gedeeltelijk oude leegstaande commerci-

De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke,

opgave voor gemeenten, namelijk het verdunnen van de bestaande voor-

ele betreft. Hiermee vormt onderhavige ontwikkeling een passende toe-

Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18

raad waar sprake is van een overschot, het terugdringen van de (onge-

voeging aan de bebouwde kom van de kern Brunssum.

Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-

wenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave en het

Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, On-

toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de

derbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valken-

uitgangspunten van de structuurvisie. Deze drie opgaven kunnen echter

burg aan de Geul en Voerendaal, vanuit het besef dat ruimtelijke ontwik-

niet altijd één-op-één in de tijd gelijk lopen.

3.3.2

Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad ‘Ruimte voor park en stad’

De regio Parkstad Limburg heeft een eigen gemeentelijke structuurvisie

kelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Het doel van de structuurvisie is het creëren van een excellent woon- en

Om invulling te geven aan deze opgave hebben de 18 Zuid-Limburgse ge-

leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt

meenten diverse beleidsafspraken gemaakt. De veranderende bevolkings-

met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Een excellent woon-

samenstelling en het veranderende voorzieningenlandschap leiden ertoe

en vestigingsklimaat is een belangrijke voorwaarde voor de economische

dat ook de Zuid-Limburgse gemeenten hun ruimtelijke ontwikkelingsstrate-

ontwikkeling van Zuid-Limburg en benutting van de geografische posities

gie gaan richten op het versterken van de bestaande stads- en dorpscen-

van Zuid-Limburg in het hart van de Euregio Maas-Rijn.

tra, om zo voldoende draagkracht te organiseren en de voorzieningen-

vastgesteld: ‘Ruimte voor park en stad’ (2009). Deze visie beoogt de missie van Parkstad Limburg te verwezenlijken, zijnde ‘het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit.’

structuur in kernen te behouden. Dit betekent: geen nieuwe uitleglocaties

De intergemeentelijke structuurvisie biedt hiervoor een inspiratiebron,

In de structuurvisie worden drie woonsferen onderscheiden: stedelijk

meer, maar juist focus op herstructurering, inbreiding, herbestemming van

maar ook een ruimtelijk planologisch kader waarbinnen ontwikkelingen

(Heerlen, Maastricht, Sittard-Geleen), suburbaan (delen van de stedelijke

(waardevol) leegstaand vastgoed, de invulling van rotte plekken en func-

plaats kunnen vinden. De doelstelling komt tot uitdrukking in twee lijnen

gebieden en grotere kernen) en landelijk (buitengebied en kleine kernen).

tiemenging. Binnen onderhavig plan is sprake van de herinvulling van een

die als rode draad door de visie lopen: de ontwikkelingslijn en de beheer-

Het besluitgebied maakt deel uit van het landelijk gebied. Ten aanzien van

locatie waar voorheen bebouwing aanwezig was met een vervallen uitstra-

en sturingslijn. Beide lijnen hebben een gezamenlijk startpunt in pijlers en

het afstemmen van vraag en aanbod wordt geconstateerd, dat alleen voor

ling. Het besluitgebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, het-

de daarop gebaseerde ‘Visie 2030’. Daarna splitsen deze lijnen zich in de

de stedelijke woonsfeer de vraag groter is dan het aanbod. Dit heeft ech-

geen aansluit op inbreiding voor nieuwe uitleglocaties.

ontwikkelingskaart en de beheer- en sturingskaart.

ter gevolgen voor de opgave elders in de gemeente. Afweging Vanuit ruimtelijk oogpunt wordt aanbevolen om te kiezen voor 'gestructu-

Middels onderhavige ontwikkeling wordt een gemeentelijke aandachtslo-

reerde concentratie'. Dat wil zeggen concentratie van ontwikkelingen bin-

catie aangepakt. De focus ligt bovendien op het realiseren van kwalitatief

nen de centra en de centrumkernen. Hierdoor kan ook de voorzieningen-

goede en levensloopbestendige woningen binnen bestaand stedelijk ge-

structuur beter in stand worden gehouden, in combinatie met een gerichte

bied. Het planvoornemen wordt op basis van het bovenstaande passend

strategie om ook voorzieningen en andere ontwikkelingen te concentreren

geacht binnen de beleidskaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Lim-

in de grote kernen. Hier hebben ook kleinere kernen zonder eigen voorzie-

burg. Bovendien wordt op basis van de Structuurvisie Brunssum 2025 (zie

ningen baat bij, aangezien er binnen een redelijke straal ruim voldoende

paragraaf 3.4.1) gesteld dat woningbouw op onderhavige locatie gewenst

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

Als belangrijkste thema’s voor de komende decennia zijn benoemd:  Ruimtelijke identiteit – regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen 

en waterstructuren. Economie – meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht

12

Revitaliseren van locaties die niet aan de moderne eisen voldoen, on-

scherpe keuzes te maken. De ontwikkelagenda is beoogd om de focus

de gemeenten te verbeteren. Dit wel met ruimte om meer variatie binnen

der toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande lo-

vast te leggen. Parkstad wil daarop voorsorteren en zoekt nadrukkelijk de

de bestaande woonmilieus te creëren.

caties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen – meer kwaliteit voor een veranderende bevolking

samenwerking in Zuid-Limburg op met de provincie, het onderwijs, bedrijfsleven en partners over de grens. Het document wordt gezien als een

Gemeenten werken samen aan een goede match van vraag en aanbod,

Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de verande-

goed en compact stuk dat op hoofdlijnen laat zien op welke wijze Parkstad

rende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus

zich onderscheidt van andere regio’s. De hoofdlijnen van de ontwikkel-

vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uit-

agenda krijgt vorm langs drie lijnen, te weten vitaal, leefbaar en sociaal

breiding buiten de huidige stedelijke contour. Mobiliteit – meer samenhang, betere bereikbaarheid

Parkstad.

door: 1. het onttrekken van woningen waar de vraag achter blijft; 2. het intrekken van ongewenste plancapaciteit; 3. het toevoegen van woningen/woonmilieus waar veel vraag naar is.

De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regi-

Afweging

Afweging

onaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radi-

De onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig dat de ‘Ontwikkel-

De beoogde ontwikkeling is in lijn met de vertrekpunten uit de Regionale

ale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorise-

agenda Parkstad Limburg’ geen specifieke uitgangspunten bevat voor de

Woonvisie Parkstad Limburg. Deze vormt daarmee geen belemmering

ring van wegen naar hun functie.

voorliggende onderbouwing.

voor de ontwikkeling.

3.3.4

3.3.5

Voor elke plek in de regio zijn spelregels voor de verschillende thema’s

Regionale Woonvisie Parkstad Limburg

beschreven. Naast de beschrijving is bij de thema’s een matrix te vinden waarin per thema de eenheden XL-L-MS worden gehanteerd. Bij XL- en L-

Eind juni 2017 zijn de Regionale Woonvisies van alle 8 Parkstad gemeen-

gebieden is sprake van hoge regionale relevantie. Bij M-gebied is dit al

ten vastgesteld. Elke gemeente heeft deze regionale visie vertaald naar

minder en bij een S-gebied is de noodzaak om vanuit een regionaal per-

de lokale situatie. De documenten geven daarom niet alleen inzicht in de

spectief te werken, aan te sturen minder of niet aanwezig.

regionale Woonvisie Parkstad Limburg, maar tevens in de lokale woonvisies. Daar waar de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg vooral Zuid-Lim-

Afweging

burgse spelregels geeft over de toevoegingen en onttrekkingen in de wo-

De onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig dat de Intergemeen-

ningvoorraad, gaan de regionale woonvisies veel meer over kwalitatieve

telijke Structuurvisie Parkstad geen specifieke uitgangspunten bevat voor

opgaven in de woningvoorraad. De woonvisies geven richting aan de actu-

de voorliggende onderbouwing. Noch thans sluit de ontwikkeling aan bij

ele ontwikkelingen op de woningmarkt; het in balans brengen van vraag

de uitgangspunten uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad. On-

en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehou-

derhavig besluitgebied bevindt zich in het stedelijk gebied en gaat om een

den met de veranderende bevolkingsontwikkeling en veranderende woon-

transformatie-/ herstructureringslocatie.

wensen. Daarnaast geeft een woonvisie invulling aan de nieuwe samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties, in-

3.3.3

Ontwikkelagenda Parkstad Limburg

gegeven door de herziene Woningwet.

Op 3 maart 2015 is de ‘Ontwikkelagenda Parkstad Limburg’ vastgesteld,

Op regionaal niveau is het versterken van aanwezige woonmilieus in Park-

omdat provincie, regio en gemeenten samen voor grote veranderingen

stad het vertrekpunt om de woonaantrekkelijkheid van zowel de regio als

staan, waaronder decentralisaties. Deze veranderingen dwingen om

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021, onderdeel gemeente Brunssum

In 2016 zijn de Parkstadgemeenten gestart met het opstellen van een nieuwe regionale Woonvisie. Elke gemeente ,waaronder ook Brunssum, heeft deze regionale visie vertaald naar de lokale situatie. Deze Woonvisie geeft richting aan de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt; het in balans brengen van vraag en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehouden met de veranderende bevolkingsontwikkeling en veranderende woonwensen. Daarnaast geeft de Woonvisie invulling aan de nieuwe samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties. Ingegeven door de herziene Woningwet. Op verschillende plekken kenmerkt Brunssum zich door authentieke mijnwerkerskoloniën. Dit zijn doorgaans zeer gewaardeerde woonmilieus met een gevarieerd woningaanbod. Maar de toekomstbestendigheid (zowel wat betreft energiezuinigheid als levensloopbestendigheid) vormt een aandachtspunt bij deze woningen. Voor de periode 2016-2030 wordt verwacht

13

dat de woningbehoefte in Brunssum met 590 woningen zal afnemen. Deze afname manifesteert zich met name in de particuliere woningvoorraad. In sommige delen van Brunssum wordt de woningvoorraad als ‘krap’ beoordeeld. Anderzijds zal het aantal kleine huishoudens als gevolg van de ver-

grijzing en gezinsverdunning de komende jaren toenemen. De particuliere woningvoorraad staat het meest onder druk. Vanuit de stadsdeelvisies ligt er nu een aanpak om enerzijds meer differentiatie in de woningvoorraad aan te brengen (zowel wat betreft typologie als huur/koop verhouding) als het verbeteren van de openbare ruimte. Op diverse plekken in Brunssum hebben particuliere woningeigenaren de laatste jaren (te) weinig geïnvesteerd in het onderhoud van hun woning (zowel regulier onderhoud als het levensloopgeschikt maken van de woning). Volgens de vastgestelde kwantitatieve transformatieopgave (20142020/2030) zal er - bij ongewijzigde omstandigheden - in 2030 in Brunssum een overschot zijn van circa 600 woningen. Door de huisvestingsop-

woonruimte. De grondgebonden woning blijkt daarbij het meest gewild in Zuid-Limburg; ook in de vorm van levensloopgeschikte woningen. Met name kleinere eengezinshuurwoningen en huurappartementen, en kleine eengezinskoopwoning zijn minder in trek. Meer goedkope huurwoningen. Gelet op het passend toewijzen ligt de behoefte in het sociale segment vooral bij woningen die beschikbaar en betaalbaar zijn voor de huurtoeslagdoelgroep.

Afweging Onderhavig planvoornemen voldoet aan de kaders die zijn gesteld in Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017-2021, onderdeel gemeente Brunssum’ aangezien het planvoornemen voorziet in het realiseren van goedkope levensloopgeschikte woningen in de kern Brunssum. Bovendien wordt voorzien in vervangende nieuwbouw van reeds verouderde en leegstaande commerciële ruimtes. Het planvoornemen voorziet dan ook in ruimtelijk-stedenbouwkundig en kwalitatief wenselijke bebouwing.

gave van statushouders zal deze afname vermoedelijk minder groot zijn. De taakstelling voor 2016 voor Brunssum betrof 73 vergunninghouders.

gericht op het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat binnen de verschillende wijken van Brunssum en het versterken van ‘schone’ werkgelegenheid, waarbij goede bereikbaarheid en aansluiting op de regionale infrastructuur van groot belang is. De Structuurvisie is voorts opgebouwd uit de 5 thema's: Wonen, Werken, Voorzieningen, Recreatie/natuur/milieu en Verkeer. Hiervan is het thema 'Wonen' van belang voor de ontwikkelingen in het besluitgebied. De beleidsambities zijn met name gericht op het behouden en versterken van de gemeente als onderscheidende, kwalitatief goede woonplek. Brunssum moet ook in 2025, mede in het licht van de veranderende demografische omstandigheden, niet alleen een aantrekkende woongemeente zijn, maar ook een gemeente waar goed geleefd kan worden. Ontwikkelingen binnen de woningvoorraad, de werkgelegenheid, de voorzieningen, de sociaal-maatschappelijke structuur, de ruimtelijke structuur, de recreatie en het verkeer dienen met elkaar bij te dragen aan het bereiken

3.4

Gemeentelijk beleid

van het noodzakelijke en toekomstbestendige woon- en leefklimaat.

3.4.1

Structuurvisie Brunssum 2025

Het besluitgebied is gelegen in Brunssum-Noord en is in de Structuurvisie

De verwachting is dat de taakstelling voor de 2017 minimaal gelijk blijft. Voor 2016 en 2017 is daarmee de woningbehoefte als gevolg van de huisvesting van statushouders circa 35 (sociale) huurwoningen per jaar in Brunssum.

Brunssum 2025 aangewezen als locatie voor de ontwikkeling van woningIn de door de gemeenteraad op 2 november 2009 vastgestelde Structuur-

bouw. Voor de wijk Brunssum-Noord zijn een aantal beleidsrichtingen

visie staat hoe de gemeente tot het jaar 2025 om zal gaan met toekom-

waaraan gedacht wordt als volgt:  Bestaande hoogbouwflats deels transformeren naar lagere gestapelde bouw of naar grondgebonden woningen dan wel door interne verbouwing omvormen naar duurdere (levensloopbestendige) woningen, ter bevordering van een evenwichtige mix in de wijk;  Kleine woningen in mijnwijk (Heufke, Rozengaard,) geschikt maken/behouden voor starters (goedkope huur / koopwoningen) en een deel vergroten voor gezinnen (gemiddelde koopwoningen) door samenvoegen.  Door samenvoeging van woningen in mijnwijken wordt een mix in prijsklassen bereikt;  Beperkt toevoegen van duurdere koopwoningen aan de rand in groene omgeving, waardoor doorstroming op gang komt;

Naast een afnemende kwantitatieve behoefte is er ook sprake van een

stige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wonen, ondernemen, wijkvoorzie-

kwalitatieve verschuiving van de vraag. Het aantal senioren neemt toe,

ningen, verkeer en recreëren. Deze visie vormt de richtlijn voor alle toe-

terwijl het aantal jongeren afneemt. Deze vraag splitst zich op in de vol-

komstige bestemmingsplannen en afwijkingsmogelijkheden.

gende 3 behoeften:  Meer levensloopgeschikte woningen. De vraag naar levensloopgeschikte woningen neemt toe, met name in de huur. Anderzijds neemt de vraag naar koopwoningen in het goedkoopste segment af. Ineen ontspannende woningmarkt als in Parkstad Limburg is dit het segment waar vraaguitval zich het eerst manifesteert.  Meer comfortabele woonruimte. Door meer kleinere huishoudens als gevolg van de vergrijzing groeit de vraag naar ‘comfortabele’

In de Structuurvisie geeft de gemeente aan welke maatregelen zij zal gaan nemen om de negatieve effecten die gepaard gaan met vergrijzing en ontgroening zoveel mogelijk te beperken. Deze demografische ontwikkelingen hebben namelijk grote gevolgen voor de woningvoorraad, economie en het voorzieningenniveau. Voornoemde maatregelen zijn met name

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

14

   

t.a.v. de bestaande portieketagewoningen bestaan twee opties; Grotendeels slopen en eventueel vervangen door grondgebonden (koop)woningen teneinde gezinnen met kinderen aan te trekken; Beperkt behouden/opknappen voor starters / jongeren, afhankelijk van ligging. Klingbemden en de Kling behouden voor gezinnen en hogere inkomensgroepen

bouwvlak en zijn binnen de opgenomen functieaanduidingen uitsluitend garageboxen en supermarkten toegestaan. De beoogde ontwikkeling van de 20 nieuwbouwwoningen is daarmee niet rechtstreeks toegestaan volgens de vigerende beheersverordening. De vigerende beheersverordening kent ook geen (algemene) afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden, op basis waarvan de realisatie van het beoogde initiatief alsnog mogelijk kan worden gemaakt.

Afweging Onderhavig planvoornemen is in lijn met de in de Structuurvisie Brunssum 2025 opgestelde beleidsuitgangspunten. Het planvoornemen voorziet in het transformeren van verouderde commerciële ruimte door het realiseren van kwalitatief en kwantitatief wenselijke bebouwing in de vorm van lagere twee appartementen complexen en gedeeltelijk grondgebonden woningen. Het planvoornemen voorziet in levensloopbestendige woningen in het goedkope segment. Daarmee is het planvoornemen in overeenstemming met de beleidsrichtingen voor de wijk en is het planvoornemen een onderdeel van het totale pakket om een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod te krijgen. Derhalve sluit het plan aan bij de doelstelling uit de Structuurvisie Brunssum 2025. 3.4.1

Vigerende beheersverordening

Ter plaatse van het besluitgebied is momenteel de beheersverordening ‘Woongebied 2e herziening’, vastgesteld op 11 december 2018 vigerend. Op basis van de vigerende beheersverordening zijn de geldende enkelbestemmingen ter plaatse van het besluitgebied ‘Gemengd’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen - 1’ en ‘Groen’. Er is tevens een bouwvlak opgenomen met een

Figuur 7. Uitsnede beheersverordening 'Woongebied 2e herziening' besluitgebied rood omlijnd

maximale goothoogte van 10 meter. Op een gedeelte van het besluitgebied geldt de functieaanduiding ‘supermarkt’, ‘garageboxen’ en ‘parkeerterrein’. Er zijn verder geen gebiedsaanduidingen opgenomen. Binnen de enkelbestemming ‘Verkeer’ en ‘Groen’ zijn woningen niet toegestaan. Daarnaast valt de beoogde bebouwing gedeeltelijk buiten het

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

15

4

Onderzoek

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 4.1.1

Asbest

Infiltratieonderzoek

De hypothese ‘asbestverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie niet aan-

Uit de meetresultaten volgens de Constant head-methode blijkt dat op ba-

vaard. Analytisch onderzoek heeft plaatsgevonden waarbij analytisch

sis van de classificatie in de doorlatendheid de bodemlagen in de onder-

geen asbest is aangetoond. De bodem kan als asbestonverdacht worden

grond als slecht doorlatend worden beoordeeld.

beschouwd. Conclusie

Milieuhygiënische aspecten Bodem

Fundering

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoorne-

In de funderingslaag van analysemonster Fund 01 zijn, met betrekking tot

men.

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te

de organische parameters, geen overschrijdingen van de maximale sa-

realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventu-

menstellingswaarde aangetoond. Uit de resultaten van de uitloogtesten

4.1.2

ele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico’s

Geluid

blijkt dat voor geen van de gemeten parameters de maximale emissie-

voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om de beoordelen of de grond

Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van

waarde overschreden wordt. Op basis van deze resultaten voldoet de fun-

geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe ge-

geluidgevoelige objecten, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhin-

deringslaag indicatief aan de eisen van een Niet-vormgegeven bouwstof.

der (Wgh). In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een

voelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd,

ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluid-

dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het

Bodem

milieu.

hinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruim-

Boven- en ondergrond

telijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoe-

In de visueel schone boven- en ondergrond zijn binnen analysemonster 02 Toetsing

lige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een

en 03 lichte verontreinigingen met zink, cadmium, lood en/of PAK aange-

De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor het beoogd

onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebou-

toond. Binnen analysemonster 01 en 04 zijn geen verontreinigingen aan-

gebruik. De beoogde ontwikkeling vindt plaats op gronden met de bestem-

wen of terreinen. In de Wgh is bepaald dat elke weg een onderzoekszone

getoond. Indicatief getoetst aan de regeling bodemkwaliteit voldoet de bo-

heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnel-

ven- en ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde of

heid van 30 km/u voor geldt.

ming ‘Verkeer’ en ‘Groen’. Het realiseren van woningen is op deze gronden niet toegestaan. Nu er een verschuiving plaatsvindt naar een voor de

Wonen.

bodem gevoeliger gebruik dient er een bodemonderzoek plaats te vinden.

Toetsing

Er is reeds een bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten worden hier-

Grondwater

onder kort behandeld. Voor de volledige notitie wordt verwezen naar de

De nieuwe woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluid-

Er is geen grondwater aangetroffen binnen 5 m-mv. Derhalve is het grond-

bijlagen.2

gevoelige objecten. De locatie is niet gelegen binnen de zone van enige

wateronderzoek komen te vervallen.

zoneplichtige geluidbron. Toetsing in het kader van de Wet geluidhinder is

Het verkennend bodem- en infiltratie onderzoek is uitgevoerd voor de lo-

Toetsing hypothese

catie Schildstraat te Brunssum, binnen de gemeente Brunssum ten be-

De hypothese ‘verdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie door de onder-

hoeve van de herontwikkeling binnen de locatie.

zoeksresultaten gedeeltelijk aanvaard. Ten aanzien van de toekomstige

beeld functies die volgens de Wgh niet als geluidgevoelig gelden, maar

herontwikkelingen zijn er geen belemmeringen.

toch een bepaalde mate van bescherming tegen geluid behoeven (zoals

2

dan ook niet aan de orde. Echter, ook in situaties waarin de Wgh niet van toepassing is zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestische beschouwing gegeven moeten worden. Het betreft bijvoor-

BKK Bodemadvies, Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum, rapportnummer: 230170.BKK, d.d. 24 mei 2023.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

16

bijvoorbeeld kantoren of vakantiewoningen). Maar ook bij het realiseren

van gevoelige functies in de nabijheid van geluidbronnen die buiten de zoneringsplicht van de Wgh vallen zal het deelaspect geluid getoetst moeten

de karakteristieke geluidwering van een verblijfsgebied (GA;k) ten

Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

minste gelijk is aan de geluidbelasting op de gevel minus 33 dB; 

worden (zoals bijvoorbeeld 30 km-wegen of bedrijven die niet zijn gelegen

Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma

de karakteristieke geluidwering van een verblijfsruimte (GA;k) ten minste gelijk is aan de geluidbelasting op de gevel minus 35 dB.

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende

op gezoneerde industrieterreinen). Mogelijk dat uit meetrapporten van fabrikanten blijkt dat zij materialen kun-

mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM)

Er is door HMB een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.

nen leveren met dezelfde reductiewaarde, doch bij een andere samenstel-

vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in

De resultaten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige notitie

ling. Er zal op gelet moeten worden dat te allen tijde aan de in dit rapport

twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:

wordt verwezen naar de bijlagen.3

omschreven akoestische isolatiewaarden (spectrumafhankelijke RA-waar-

Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Rege-

den) moet worden voldaan.

ling NIBM.

Wegverkeer De locatie is niet gelegen binnen de geluidzone van enige zoneplichtige

Conclusie

weg. Voor alle omliggende wegen geldt een toegestane rijsnelheid van

Vanuit het aspect geluidhinder bestaan er derhalve geen belemmeringen

maximaal 30 km/h. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer be-

voor de beoogde ontwikkeling binnen het besluitgebied.

Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2 μg/m3).

Toetsing

draagt ten hoogste 57 dB, en voldoet daarmee aan de grenswaarden die zouden gelden indien de Wgh van toepassing was geweest. Deze grens-

4.1.3

Luchtkwaliteit

waarden zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Indien vol-

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan be-

nieuwe woningen het aantal verkeersbewegingen op een gemiddelde

daan wordt aan deze grenswaarden kan in het kader van de Wro gesteld

schreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn

weekdag maximaal 144 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedragen.

worden dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat als gevolg

grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke

Zelfs indien wordt uitgegaan van een aandeel van 5% vrachtverkeer,

van wegverkeer gewaarborgd is.

projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belang-

draagt de ontwikkeling volgens de NIBM-tool niet in betekenende mate bij

rijkste stoffen.

aan de luchtverontreiniging. In werkelijkheid is er geen sprake van vracht-

Binnengeluidniveau

Zoals in paragraaf 4.5 is berekend, zal als gevolg van de realisatie van de

verkeer, waardoor de effecten op de luchtkwaliteit nog kleiner zullen zijn.

Uit het onderzoek volgt dat de totale geluidbelasting als gevolg van weg-

Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden

De bouw van het bedrijfsgebouw valt daarnaast ruimschoots binnen de

verkeer hoger ligt dan 53 dB. Aangezien het Bouwbesluit een minimale

wordt voldaan:

grenzen genoemd in de Regeling NIBM. Hierin is opgenomen dat een

gevelgeluidwering eist van 20 dB en een maximaal toelaatbaar binnenge-

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van

(kantoor)ontwikkeling van 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte met mini-

een grenswaarde.

maal één ontsluitingsweg is aangemerkt als NIBM. Ten aanzien van wo-

Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwa-

ningbouwontwikkelingen geldt een NIBM-grens van 1.500 woningen met

liteit.

minimaal één ontsluitingsweg.

luidniveau van 33 dB in de woning, is aanvullend onderzoek verricht naar de benodigde akoestische voorzieningen om aan de regelgeving te kun-

nen voldoen.  Door toepassing van de in de rapportage aangegeven bouwmaterialen is

Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

een zodanige geluidreductie te verwachten dat:

3

HMB, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SRM2 en gevelgeluidwering Schildstraat 56 -62 Brunssum, kenmerk: 23235301N, d.d. 15 mei 2023.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

17

4.1.4

Externe veiligheid

In het Bevi en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen

groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan

van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stof-

in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Het betrokken be-

fen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de

stuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een

opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen.

besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaar-

Achtergrondwaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient ook bepaald te worden of er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland blijkt dat de achtergrondconcentratie ter plaatse tussen de 14 en 16 µg/m 3 (PM10), tussen de 8 en 10 µg/m 3 (PM2,5) en tussen de 10 en 15 µg/m 3 (NO2) bedraagt. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 vastgesteld op 40 µg/m3 en is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 vastgesteld op 25 µg/m 3. De luchtkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied is derhalve ruimschoots voldoende. Conclusie Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer. Voor de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een ontwikkeling die aangemerkt wordt als NIBM. Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Beleid

heid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen,

Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe

zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is over-

veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buislei-

leg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het groepsrisico

dingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te

neemt slechts beperkt toe waardoor onze advisering zich richt op de

gaan op de risico’s in het besluitgebied ten gevolge van handelingen met

bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van het initiatief. Doordat de afstand

gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee

ten opzichte van de transportassen groter is dan 200 meter en de toe-

maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Ver-

name van het groepsrisico zeer beperkt is valt de ontwikkeling binnen het

der is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden.

toepassingsgebied van standaard advisering

Plaatsgebonden risico

De bestrijdbaarheid van de nieuwe ontwikkeling is in orde. Er zijn vol-

Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbe-

doende bluswatervoorzieningen aanwezig en het initiatief is voldoende be-

schermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stof-

reikbaar, zodat incidenten te bestrijden zijn, ter bescherming van de ge-

fen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom

bruikers van het besluitgebied.

de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van

Groepsrisico

gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg,

Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer perso-

binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de

nen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met ge-

Rijksinfrastructuur: hoofdwegen, hoofdwaterwegen en hoofdspoorwegen.

vaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt

(Beperkt) kwetsbare objecten

in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10,

Er moet worden getoetst aan het Bevi, het Bevt en het Bevb wanneer bij

100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het

een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Een

groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording

distributiecentrum is conform het Bevi geen kwetsbaar object. Verdere

(géén norm).

toetsing aan de externe veiligheid is dan ook niet vereist.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

18

Toetsing

Binnen een straal van 300 meter rondom het besluitgebied komen op ba-

Uit de resultaten blijkt dat voor betreffende buisleiding zowel in de huidige

Inrichtingen Risicokaart

sis van de risicokaart geen objecten voor met een verhoogd risico ten aan-

als beoogde situatie de hoogte van het groepsrisico minder dan 10% van

zien van de externe veiligheid. De meest dichtstbijzijnde inrichting is gele-

de oriëntatiewaarde bedraagt. Als gevolg van de planvorming neemt het

Door de overheid is een risicokaart samengesteld (atlasleefomgeving.nl)

gen op circa 350 meter ten zuidoosten van het besluitgebied (Total Tank-

groepsrisico toe. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke

waarop de meest belangrijke risicoveroorzakende bedrijven en objecten

station aan de Emmaweg 1). Het betreft een LPG-vulpunt met een in-

stoffen door buisleidingen (fakkelbrandscenario) dienen meegenomen te

zijn aangegeven. Het gaat hierbij onder meer om risico’s van opslag van

vloedsgebied van 150 meter. Gelet op de afstand tot aan het besluitgebied

worden in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.

patronen, stofexplosies, opslag van gasflessen, ammoniakinstallaties,

bestaan er vanuit dit kader kortom geen belemmeringen.

LPG-tankstations enz.

Er is derhalve door Kragten een verantwoording van het groepsrisico opRisicovol transport over wegen

gesteld.5 De resultaten hiervan worden hieronder kort besproken. Voor de

In het Basisnet weg wordt aangegeven dat binnen 200 meter van een weg

volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.

waarover vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden het groepsrisico betrokken moet worden. Op de wegen rondom het besluitgebied vindt

Gebleken is dat in de omgeving van het plangebied een hogedruk aard-

geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Vanuit dit kader bestaan er

gasleiding aanwezig is, die relevant is voor de planvorming. Onderstaand

dan ook geen belemmeringen.

wordt deze bron kort samengevat.

Risicovol transport over spoorwegen

Het plangebied ligt in de nabijheid van hogedruk aardgasleiding Z-503-01-

Binnen een straal van 500 meter rondom het besluitgebied komen op ba-

deel-1. Aangezien het plan volledig binnen de 100% letaliteitsafstand van

sis van de risicokaart geen spoorlijnen voor. Vanuit de ligging ten opzichte

deze buisleiding ligt, is de hoogte van het groepsrisico van zowel de

van de spoorlijn bestaan er dan ook geen belemmeringen.

huidige als toekomstige situatie berekend1. In de onderstaande tabel is een samenvatting weergegeven van de rekenresultaten.

Risicovol transport door buisleidingen In de omgeving rond het besluitgebied zijn is een buisleiding gelegen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het betreft een aardgasleiding (NEN 3650) van de Gasunie. Deze heeft een uitwendige diameter van 324 mm en een maximale werkdruk van 4.000 kPa. Hiervoor geldt een maximale afstand tot de 1%-letaliteitsgrens van 140 meter. Het besluitgebied is gelegen op ongeveer 10 meter ten noorden Figuur 8. Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl) besluitgebied blauw omlijnd

van de buisleiding. Door Kragten is derhalve een Carola-berekening uitge-

* Normwaarde: de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend als het product van de frequentie met het kwadraat van het aantal slachtoffers. Een normwaarde >1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.

voerd4. De resultaten hiervan worden hieronder kort besproken. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.

4 5

Kragten, Externe veiligheid buisleidingen woningbouwplan Schildstraat, Brunssum, kenmerk: 20230721-HVG002-RAP-CAR 2.0, d.d. 30 augustus 2023. Kragten, Verantwoording groepsrisico woningbouwplan Schildstraat, Brunssum, kenmerk: 20230731-HVG002-NOT-VGR 2.0, d.d. 30 augustus 2023.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

19

Uit de bovenstaande resultaten blijkt dat voor de buisleiding zowel in de

onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht

Ad 2)

huidige als toekomstige situatie het groepsrisico lager is dan de oriënte-

voor de buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de vol-

Uit de berekeningen voor de huidige en toekomstige situatie is gebleken

rende waarde (OW), zelfs lager dan 0,1 * OW. De planvorming leidt wel tot

gende onderdelen:

dat voor de buisleiding zowel in de huidige als toekomstige situatie het

een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico.

1. Aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het in-

groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De planvorming

vloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsri-

leidt wel tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsri-

sico mede veroorzaakt of veroorzaken;

sico.

De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (fakkelbrandscenario) worden meegenomen in deze beperkte

2. Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop

verantwoording van het groepsrisico. Beperkte verantwoording Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op

Ad 3)

toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de

Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van

hoogte van het groepsrisico;

belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de

3. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking

de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel

het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit

van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 4. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het in-

brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk

mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een

vloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsri-

kan het enkele uren duren voor de leiding is leeggelopen. In geval van een

taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden ge-

sico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te

directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de

meenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het

brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet

maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat

Ad 1)

door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het in-

verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied voor externe veilig-

geblokte leidingdeel leeg is gelopen.

heid van buisleiding Z-503-01-deel-1. Het plangebied valt volledig binnen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft de regionale

de 100% letaliteitsafstand van deze buisleiding. In de huidige situatie zijn

Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de be-

brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van

binnen het plangebied commerciële ruimten op begane grond aanwezig

reikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De as-

de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/Veilig-

en 8 appartementen op de verdieping. De commerciële ruimten zijn niet

pecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswa-

heidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een

meer in gebruik.

tervoorziening’ spelen hierin een rol.

In de beoogde situatie worden binnen het plangebied 20 (nieuwbouw)ap-

Ad 4)

ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten.

partementen gerealiseerd. Voor de personenaantallen wordt uitgegaan

Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidin-

De verantwoording van het groepsrisico heeft betrekking op de relevante

van het kengetal voor wonen van 2,4 personen per woning, met een aan-

gen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en

risicobron.

wezigheid van 50% gedurende dagperiode en 100% gedurende de nacht-

een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen ko-

periode. In het voorliggende geval betekent dit een populatie van 24 per-

men te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glas-

Bevb - Transport door buisleidingen

sonen in de dagperiode en 48 personen in de nachtperiode. Als gevolg

scherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebou-

In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto ar-

van het plan nemen de personenaantallen binnen het invloedsgebied van

wen.

tikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen

de buisleidingen toe.

wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

20

De mogelijkheden om zelfredzaamheid te vergroten

Risicocommunicatie

zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen

Het risico op een incident met een hogedruk aardgasleiding wordt voorna-

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan wor-

uitvoeren.

melijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werk-

den verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarme-

zaamheden nabij de leiding.

ringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, ge-

Richtafstanden

baseerd op de eerder genoemde scenario fakkelbrand). In geval van een

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging

Een belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opne-

calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd

van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en

men van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden

worden.

milieuzonering’6. Voor het aspect geluid geldt het gemeentelijk geluidsbe-

van de aardgastransportleiding. In het bestemmingsplan dient opgenomen

leid als toetsingscriterium. In de publicatie van de VNG is een lijst opgeno-

te worden dat binnen de belemmeringsstrook (5 meter aan weerszijden

De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheid re-

men met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstan-

van de leiding) een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om

gio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De

den bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richt-

grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buis-

Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbe-

afstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie

leiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door

reiding op een alarmering bij rampen.

dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies wor-

deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd.

den gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beBovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfred-

oogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daad-

Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen

zaamheid dienen voor advies te worden voorgelegd aan de regionale

werkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de

brandweer dan wel de Veiligheidsregio. De aanvullende adviezen van de

beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze

brandweer of veiligheidsregio dient de gemeente Brunssum mee te wegen

Omgevingstype

zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van bebouwing tot

in haar besluitvorming.

De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt

de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks

nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype

mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Personen die aanwezig

Conclusie

(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een

zijn binnen de 100% letaliteitsgrens komen te overlijden. Indien het inci-

Vanuit het aspect ‘externe veiligheid’ bestaan er geen belemmeringen

rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van

dent op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkhe-

voor de onderhavige ontwikkeling.

functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel

den voor zelfredzaamheid, voor het gebied dat buiten de 100% letaliteits-

geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-

grens valt, groter. Uit de berekeningen is gebleken dat het plan binnen de

4.1.5

Milieuzonering

100% letaliteitsafstand van deze buisleiding is gelegen.

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-

voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct

mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-

doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieu-

naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en

Indien het incident zich op grotere afstand voordoet, is zelfredzaamheid

belastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals wonin-

kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn hore-

mogelijk, mits ontvluchting uit gebouwen en omgeving op een juiste ma-

gen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met mili-

caconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van

nier mogelijk is. Vluchten kan dan alleen maar via een route buiten het

euzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en

dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrij-

´zicht´ van de fakkel. Vluchtroutes moeten personen direct van de calami-

te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat

vigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en

teit wegleiden. Hier dient in de nader planuitwerking aandacht voor te zijn.

6

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

21

lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvig-

dat de richtafstanden, zoals opgenomen in de tabel, in acht moeten wor-

zone met een lage archeologische verwachting. Daarnaast is het besluit-

heid.

den genomen voor wat betreft de omliggende bedrijvigheid. Er kan voor

gebied gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’.

wat betreft de omliggende bedrijvigheid worden voldaan aan alle richtaf-

Er geldt een onderzoeksplicht vanaf een verstoringsoppervlakte van

Toetsing

standen. Ook indien uit zou worden gegaan van een ‘rustige woonwijk’

10.000 m2 en een diepteverstoring van 40 cm onder het maaiveld. Deze

De beoogde woningen zijn geen functie die volgens de (indicatieve) bro-

worden alle richtafstanden gehaald.

grenzen worden met het voorliggende plan niet overschreden. Een arche-

chure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten op-

ologisch onderzoek is derhalve voor de onderhavige ontwikkeling niet

zichte van milieugevoelige functies in de omgeving. De woningen betref-

Conclusie

fen daarentegen wel milieugevoelige functies. Medewerking aan het plan-

Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor de

voornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat

voorgenomen ontwikkeling.

noodzakelijk geacht.

in de zelfstandige woonruimte gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie, bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. Nu de woningen zijn gelegen in een ‘gemengd gebied’ mogen de richtafstanden met

4.2

Archeologie & cultuurhistorie

één stap teruggebracht worden. In de omgeving zijn enkele bedrijfsmatige

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in

functies gelegen. In het kader van bedrijven en milieuzonering betekent dit

de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cul-

Activiteit / Adres Drogisterij, Schildstraat

Werkelijke af-

Milieuca-

Richtaf-

tureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de

stand (m)

tegorie

stand

Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving

20

1

0

gaan naar de Omgevingswet die in 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een

47 Tandarts, Orionplein 2

20

1

0

Schoonheidssalon,

25

1

0

overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet

Schildstraat 48a Chocolatier, Wijenweg

25

1

0

is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus

203 Kerkgebouw, Schild-

45

2

10

in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ be-

straat 44 Fysiopraktijk, Schild-

30

1

0

50

1

0

55

1

0

60

1

0

straat 46 Supermarkt (PLUS), Orionplein 1 Restaurant/cafetaria, Wijenweg 197 Bakkerij, Wijenweg 195

houden. Toetsing

Figuur 9. Uitsnede archeologische beleidskaart archeologische verwachtingsen cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten, deelkaart gemeente Brunssum (besluitgebied blauw omlijnd)

Volgens de Archeologische beleidskaart archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten, deelkaart gemeente Brunssum (2007) is het besluitgebied gelegen binnen een

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

22

Cultuurhistorie

4.4

Het besluitgebied ligt binnen Verandering cultuurlandschap 1810-1981

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescher-

(vlak) binnen een ‘nieuw stedelijk gebied ca. 1955-1981’. Volgens het Cultuurlandschap Zuid-Limburg (vlak) betreft het besluitgebied ‘Bouwland en gewandverkaveling’. De weg de ‘Schildstraat’ is aangeduid als weg uit periode 1810 – 1955. Met de onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van aantasting van enige cultuurhistorische waarden.

Ecologie

kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

ming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming.

1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden.

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of

2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard.

de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is

3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om

bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen

te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-net-

Conclusie

voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepa-

werk bewaard blijft.

Gelet op het bovenstaande zijn er geen belemmeringen te verwachten

lingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepa-

Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben

t.a.v. archeologie en cultuurhistorie.

lingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen

op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplich-

zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

tig.

Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

In of rond het besluitgebied zijn volgens de geldende beheersverordening

van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische

Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur

en de Risicokaart geen kabels of leidingen gelegen met een bestem-

Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd ge-

(EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen

mingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op

zag.

natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuur-

4.3

Leidingen en infrastructuur

ontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel na-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=11b0bfc4-1b7b-45f2-90dd-e91cc6371b21