CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 12 maart 2024, gemeente Brunssum31.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

de voorgenomen ontwikkeling. Wel is op circa 10 meter ten zuiden van het besluitgebied een hogedruk aardgastransportleiding. Het betreft een aard-

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming

tuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te

gasleiding (NEN 3650) van de Gasunie. Deze heeft een uitwendige dia-

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

verbinden.

meter van 324 mm en een maximale werkdruk van 4.000 kPa. Hiervoor

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er

geldt een maximale afstand tot de 1%-letaliteitsgrens van 140 meter. De

naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde

buisleiding is gelegen op ongeveer 10 meter ten zuiden van het besluitge-

combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante ef-

staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding

bied. Het besluitgebied ligt hiermee binnen de 1%-letaliteitsgrenscontour

fecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijke on-

en hierdoor binnen het invloedsgebied van de leiding. Er is in dat kader

derbouwing in kaart te worden gebracht en beoordeeld.

van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsre-

reeds een Carola berekening uitgevoerd in verband met de verantwoording van het groepsrisico. Deze is reeds aan bod gekomen in paragraaf

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen

gimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de pro-

4.1.4. Voor wat betreft kabels en leidingen zijn er verder dan ook geen be-

die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken,

vinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

lemmeringen.

moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habi-

Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activi-

tats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een

teiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve ef-

Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een pas-

fecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kun-

sende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke

nen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet,

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

23

Soortenbescherming

waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een

Beschermde houtopstanden en (vaat)planten

De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soor-

Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect

Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling zijn geen bomen en/of

ten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die

stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS

(vaat)planten aanwezig. De aspecten beschermde houtopstanden en

vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de

Calculator. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern

planten vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie

effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of de-

soorten;

positie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het besluitgebied zijn ex-

Soortenbescherming

terne effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitge-

Door Ecoplanning is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resulta-

sloten.

ten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige rapportage wordt

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een bedrijfslocatie

verwezen naar de bijlagen.8 Grondgebonden zoogdieren

betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten, met name tij-

Rode eekhoorn

dens de aanlegfase maar ook door een toename aan verkeersbewegingen

Er zijn geen aanwezigheidssporen zoals knaagsporen, nesten of indivi-

in de toekomstige situatie. Een toename van stikstofdepositie op een Na-

duen van de soort waargenomen. Er staan geen bomen in het plangebied.

tura 2000-gebied tijdens de sloop- en/of de aanlegfase is niet uit te sluiten.

Net buiten het plangebied staan wel bomen, maar ook hier zijn geen aan-

Derhalve is er een vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-bereke-

wezigheidssporen van deze soort waargenomen. Het is uitgesloten dat de

ning uitgevoerd of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. De re-

rode eekhoorn nesten heeft in het plangebied. Negatieve effecten op het

sultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer

functioneel leefgebied van deze soort en een overtreding op de verbods-

informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in de

bepalingen Wnb artikel 3.1 zijn niet aan de orde. Er is geen nader onder-

bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing.7

zoek naar de rode eekhoorn nodig.

Het besluitgebied is niet gelegen binnen gebieden behorende bij het Na-

Steenmarter

tuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt ongeveer

Aanwezigheidssporen van de steenmarter zoals uitwerpselen zijn niet

400 meter ten zuidoosten van het besluitgebied. Het meest dichtstbijzijnde

waargenomen in het plangebied. De aanwezigheid van een functioneel

De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Brunssummerheide’, ‘Ge-

deel van de groenblauwe mantel ligt op ongeveer 680 meter ten noord-

leefgebied van de steenmarter kan in het plangebied niet op voorhand

leenbeekdal’ en ‘Teverener Heide’ bevinden zich op respectievelijk 2,0 ki-

westen van het besluitgebied.

worden uitgesloten. Openingen van minimaal 5-6 cm of ruimtes waarin de

Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondi-

steenmarter zich kan verbergen, zijn aanwezig onder de dakplaten op het

ties redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en

dak van de garageboxen. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied

waarden van de groenblauwe mantel en het NNN niet worden aangetast.

van de steenmarter kan aan de orde zijn bij de sloop van de garageboxen.

Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan

Een overtreding op de verbodsbepalingen Wnb artikel 3.10 is aan de orde,

ook niet noodzakelijk geacht.

indien de werkzaamheden aan het dak starten in de periode maart - 14

  

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Toetsing Gebiedsbescherming Het huidige besluitgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied.

lometer ten zuidoosten, 3,4 kilometer ten zuidwesten en 4,7 kilometer ten oosten van het besluitgebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde,

7 8

AERIUS-berekening gebruiks- en aanlegfase Schildstraat te Brunssum, rapportnummer: BRUNSTIK220823V.01, d.d. 22 augustus 2023. Ecoplanning, Quickscan flora en fauna Schildstraat 52 Brunssum, rapportnummer: 23RQ012, d.d. 31 mei 2023.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

24

augustus. Er is een nader steenmarteronderzoek nodig indien de werk-

Op basis van de waarnemingen is het nog niet uitgesloten dat vleermuizen

Gierzwaluw

zaamheden gedurende de genoemde periode gaan starten.

het plangebied benutten als rust- en/of voortplantingsplaats. Negatieve ef-

Er zijn geen individuen van de soort waargenomen, omdat de soort ten

fecten op het functioneel leefgebied van vleermuizen als gevolg van de

tijde van het veldbezoek overwintert in Afrika. Het plangebied is onge-

Overige soorten

werkzaamheden in het plangebied en een overtreding op de verbodsbepa-

schikt als rust- en/of voortplantingsplaats voor gierzwaluwen, omdat er

Er zijn geen aanwezigheidssporen waargenomen van de paragraaf 4.2.1.3

lingen Wet natuurbescherming artikel 3.5 zijn aan de orde. Er is een nader

geen geschikte dakopeningen aanwezig zijn. Het is uitgesloten dat de

genoemde soorten. Er is geen geschikt leefgebied aanwezig in het plan-

vleermuizenonderzoek nodig.

gierzwaluw het plangebied benut als nestlocatie. Negatieve effecten als

gebied. De aanwezigheid van functioneel leefgebied van de grondgebon-

gevolg van de werkzaamheden in het plangebied op het functioneel leef-

den zoogdieren kan op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten

Door Geonius is derhalve een aanvullend onderzoek naar de aanwezig-

gebied van deze soort en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet

op het functioneel leefgebied van deze soorten en een overtreding op de

heid van vleermuizen uitgevoerd. De resultaten worden hieronder kort be-

natuurbescherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde. Er is geen na-

verbodsbepalingen Wnb artikelen 3.5 en 3.10 zijn niet aan de orde. Er is

handeld. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. 9

der gierzwaluwenonderzoek nodig.

Met de visuele inspectie zijn geen sporen van vleermuizen of aanwezige

Huismus

Vleermuizen

individuen aangetroffen. Op basis van het verrichte onderzoek is de aan-

Er zijn drie roepende huismussen waargenomen ter plaatse van de haag

Gebouwen wonende vleermuizen als:

geen nader onderzoek nodig.

wezigheid van actueel in gebruik zijnde verblijfsfuncties van vleermuizen

langs de aan te leggen infiltratievoorziening net buiten het plangebied. De

gewone dwergvleermuis;

in de onderzochte gebouwen uitgesloten. De sloop van de gebouwen leidt

haag maakt onderdeel uit van het functioneel leefgebied van de huismus.

gewone grootoorvleermuis

daarmee niet tot negatieve effecten en daarmee een overtreding van de

Negatieve effecten als gevolg van de aan te leggen infiltratievoorziening

laatvlieger;

verbodsbepalingen Wnb. De sloop van de aanwezige bebouwing is daar-

gaan niet optreden, omdat de haag behouden blijft. Een overtreding op de

ruige dwergvleermuis.

mee niet ontheffing plichtig in het kader van de Wnb.

verbodsbepalingen Wnb artikel 3.1 is niet aan de orde. Er is geen nader

Er zijn geen aanwezigheidssporen als uitwerpselen, afgebeten vlinder-

onderzoek naar de huismus nodig.

vleugels of individuen waargenomen van vleermuizen. Er zijn wel potenti-

Broedvogels

ele rust- en voortplantingsplaatsen voor vleermuizen aanwezig ter plaatse

Bosuil

Roek

van de uitbouw van de voormalige supermarkt:

Aanwezigheidssporen van deze soort zoals individuen, braakballen of uit-

Aanwezigheidssporen van deze soort zoals individuen en nesten zijn niet

een opening in de muur die vleermuizen toegang geeft tot de

werpselen zijn niet waargenomen. In het plangebied staan geen bomen.

waargenomen. In het plangebied staan geen bomen. Net buiten het plan-

spouw;

Net buiten het plangebied staan wel bomen, maar ook hier zijn geen aan-

gebied staan wel bomen, maar ook hier zijn geen aanwezigheidssporen

de dilatatievoeg;

wezigheidssporen van deze soort waargenomen. Het is uitgesloten dat de

van deze soort waargenomen. Het is uitgesloten dat de roek het plange-

ruimte tussen dakgoot en muur;

bosuil het plangebied benut als nestlocatie. Negatieve effecten op het

bied benut als nestlocatie. Negatieve effecten op het functioneel leefge-

ruimtes tussen de daktrim en de muur die vleermuizen toegang

functioneel leefgebied van deze soort en een overtreding op de verbods-

bied van deze soort en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet na-

geven tot de spouw. Deze spouw is niet na-geïsoleerd en dus vrij

bepalingen Wet natuurbescherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde,

tuurbescherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde, omdat geen bo-

van isolatiemateriaal waardoor de gehele spouw beschikbaar is

omdat geen bomen worden gekapt en geen extra lichtbronnen worden ge-

men worden gekapt. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plan-

voor vleermuizen.

plaatst. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plangebied door

gebied door de roek is niet nodig.

de bosuil is niet nodig.

9

Geonius, Visuele inspectie Schildstraat 52 Brunssum, rapportnummer:EA230082.M01, d.d. 21 juli 2023.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

25

Overige vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd

Overige soorten

Conclusie

Er zijn geen aanwezigheidssporen waargenomen van de (jaarrond be-

Er zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën en reptielen in het

Vanuit het aspect ‘ecologie’ bestaan er geen belemmeringen ten aanzien

schermde) vogelsoorten. Het plangebied bestaat uit een de uitbouw van

plangebied verricht. Het plangebied is onbegroeid en dus ongeschikt als

van de onderdelen ‘gebiedsbescherming’ en ‘houtopstanden’. Ten aanzien

de voormalige supermarkt, garageboxen en een gazon. Dit habitat biedt

leefgebied voor amfibieën en reptielen. De aanwezigheid van amfibieën

van het onderdeel ‘soortenbescherming’ zijn er, gelet op de resultaten van

geen leefgebied aan de (jaarrond beschermde) soorten. De aanwezigheid

en reptielen in het plangebied is op voorhand uitgesloten. Negatieve effec-

de quickscan flora en fauna, nog aanvullende onderzoeken benodigd naar

van functioneel leefgebied van de overige vogelsoorten kan op voorhand

ten op het functioneel leefgebied van deze soorten en een overtreding op

mogelijk aanwezige soorten. Het gaat om verschillende vleermuissoorten,

worden uitgesloten. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van

de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikelen 3.5 en 3.10 zijn

de steenmarter en verschillende vogelsoorten.

deze soorten en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet natuurbe-

niet aan de orde. Een nader onderzoek naar amfibieën en reptielen is niet

scherming (Wnb) artikel 3.1 zijn niet aan de orde. Er is geen nader onder-

nodig.

zoek nodig.

4.5

Verkeer en parkeren

Vissen

Verkeer

Overige vogelsoorten nest beschermd tijdens broedseizoen

Er zijn geen waarnemingen van beschermde vissen in het plangebied ver-

Het plan zal tot een verandering van de verkeersgeneratie leiden. Doordat

Er zijn geen nesten van vogels noch individuen waargenomen in het plan-

richt. Er zijn geen waterpartijen aanwezig in het plangebied. De aanwezig-

de voorgenomen ontwikkeling het realiseren van 20 appartementen be-

gebied. Ter plaatse van openingen in de muren van de garageboxen en

heid van vissen in het plangebied is op voorhand uitgesloten. Negatieve

treft, kan worden verondersteld dat er een toename in het aantal verkeers-

de uitbouw van de voormalige supermarkt, is nestgelegenheid aanwezig

effecten op het functioneel leefgebied van deze soort en een overtreding

bewegingen te verwachten valt. Een dergelijke toename zal mogelijk

van soorten als koolmees en zwarte roodstaart. Het is nog niet uitgesloten

op de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb) artikelen 3.5 en

merkbare invloed hebben op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid

dat deze vogelsoorten hier broeden. Als de werkzaamheden starten in de

3.10 zijn niet aan de orde. Een nader vissenonderzoek is niet nodig.

ten opzichte van het omliggende wegennet.

Ongewervelden

Op basis van de toegestuurde schetsontwerpen wordt er van uitgegaan

Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van deze soort

Vliegend hert

dat de verkeersafwikkeling van het besluitgebied plaatsvindt via de Ger-

en een overtreding op de verbodsbepalingen Wet natuurbescher-

Er zijn geen individuen waargenomen van het vliegend hert. Het habitat is

baldusstraat en de Schildstraat. De verandering in het aantal motorvoer-

ming (Wnb) artikel 3.1 zijn aan de orde.

verhard of bestaand uit een gazon. Dit biedt geen habitat aan het vliegend

tuigbeweging dat met de voorgenomen ontwikkeling gepaard gaat dient te

Dan is een check door een ecologisch deskundige naar de aan-

hert. De aanwezigheid van het vliegend hert in het plangebied is op voor-

worden berekend op basis van de normen van de verkeersgeneratie zoals

wezigheid van nesten van vogelsoorten als koolmees en zwarte

hand uitgesloten. Negatieve effecten en een overtreding op de verbodsbe-

vervat in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencij-

roodstaart nodig.

palingen Wnb artikel 3.10 zijn niet aan de orde. Een nader onderzoek naar

fers parkeren en verkeersgeneratie’.

Herpetofauna

de soort is niet nodig. Overige soorten

Hierbij dient voor de appartementen uitgegaan te worden van ‘koop, ap-

Alpenwatersalamander

Er zijn geen aanwezigheidssporen in het plangebied waargenomen van de

partement, duur’ in ‘centrum’ van de gemeente Brunssum (matig stedelijke

Er zijn geen individuen waargenomen van de Alpenwatersalamander. Er

overige genoemde soorten. Het plangebied is onbegroeid en daarom on-

gemeente). Op basis van deze uitgangspunten worden er maximaal (20 *

zijn geen waterpartijen aanwezig in het plangebied en directe omgeving.

geschikt als functioneel leefgebied voor de overig genoemde soorten. De

7,2 mv/et =) 144 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een ge-

De aanwezigheid van de alpenwatersalamander in het plangebied is op

aanwezigheid van de overige soorten kan op voorhand worden uitgeslo-

middelde weekdag met de voorgenomen ontwikkeling.

voorhand uitgesloten. Negatieve effecten en een overtreding op de ver-

ten. Negatieve effecten op het functioneel leefgebied van deze soort en

bodsbepalingen Wnb artikel 3.10 zijn niet aan de orde. Een nader onder-

een overtreding op de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

zoek naar de Alpenwatersalamander is niet nodig.

artikel 3.5 zijn niet aan de orde. Er is geen nader onderzoek nodig.

periode maart tot en met augustus (het broedseizoen), betekent dit het volgende: 

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

26

Per saldo betekent dit in totaal een toename in verkeersgeneratie van

een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid (kwanti-

Gemeentelijke uitgangspunten omgang hemelwater

maximaal 144 motorvoertuigen per etmaal. De aanliggende wegen kun-

tatieve en kwalitatieve eigenschappen) en ruimtelijke ordening, ook in het

Met betrekking tot de omgang met afstromend hemelwater van daken en

nen deze beperkte verkeerstoename goed verwerken.

direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk.

terreinverharding ligt de verantwoordelijkheid primair bij de initiatiefnemer. Het hemelwater dat binnen het plangebied valt dient binnen de grenzen

Parkeren

Beleid waterschap

van het gebied verwerkt te worden. Voor (toekomstige) privé percelen ligt

Door de gemeente Brunssum zijn parkeernormen gesteld waarbij zoveel

Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021

deze verantwoordelijkheid primair bij de (toekomstige) eigenaar/gebruiker.

als mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeerkencijfers zoals die ge-

Het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 is een structuurvisie van de

Dit is het uitgangspunt van de Waterwet. Daarbij hanteren we onder-

steld zijn in de publicaties van het CROW. Ten behoeve van de bereke-

provincie Limburg waarin het nationale waterbeleid verder doorvertaald

staande voorkeursvolgorde:

ning van de te realiseren parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen in

wordt. Het plan bevat enkele specifieke doelen om het watersysteem met

1. hergebruiken;

de bestaande omgeving worden de parkeernormen gehanteerd zoals die

het oog op de toekomst te verbeteren, te weten het herstel van de spons-

2. bergen en infiltreren in de bodem of aanleg van groene daken;

zijn opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan 'Veegplan centrum'.

werking, het herstel van natte natuur, schoon water, duurzame watervoor-

3. noodoverstort op oppervlaktewater of op gemeentelijk rioolstelsel van-

Op basis hiervan dient per gestapelde woning meerpersoonshuishouden

ziening en een veilige Maas.

1,2 parkeerplaats te worden gerealiseerd. Dit betekent voor onderhavig

uit berging / infiltratie-voorziening; 4. lozen naar oppervlaktewater;

planvoornemen dat voor de realisatie van 20 appartementen 24 parkeer-

Met deze doelen wordt ingezet op nieuw waterbeheer waarbij functies ge-

plaatsen (20 x 1,2 = 24) nodig zijn. Er worden in totaal 32 parkeerplaatsen

bonden aan waterkwaliteit in balans moeten zijn met variaties in de be-

op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in de toenemende

schikbaarheid en kwaliteit van water. Hierbij wordt ingezet op een grens-

Pas wanneer uit onderzoek blijkt dat verwerking van hemelwater binnen

parkeerbehoefte. Er is aldus voldoende gelegenheid om volledig op eigen

overschrijdende stroomgebied benadering middels een integrale bronge-

het plangebied redelijkerwijs niet mogelijk is mag het hemelwater worden

terrein te parkeren.

richte aanpak. Daarnaast moet er meer ruimte gecreëerd worden voor na-

aangesloten op de riolering. Hierbij dient de initiatiefnemer het overtollig

tuurlijke processen in het watersysteem, moet het solidariteitsprincipe in

hemelwater altijd gescheiden aan te bieden. In deze situatie wordt mini-

Conclusie

acht genomen worden en dient water vooraf betrokken te worden bij ruim-

maal toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van de ontwikke-

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het initi-

telijke ontwikkelingen en afwegingen.

lingen. Voor nieuwbouw en nieuwe verharding houden we dan minimaal

atief.

een stand-still situatie aan. Het aangekoppeld verhard oppervlak op de rioWaterbeheerprogramma 2022-2027 'Limburgs water in een veranderend

4.6

5. geknepen lozen op de riolering.

Waterhuishouding

lering mag zeker niet groter worden.

klimaat' Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 8 december 2021 vastge-

Bij de watertoets dient gerekend te worden met de navolgende eisen:

De laatste jaren heeft het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie ge-

steld. Het betreft het centrale beleids- en uitvoeringsplan van het water-

kregen, namelijk van reageren naar anticiperen. In ruimtelijke plannen

schap. In dit document wordt de koers voor een toekomstbestendig water-

Limburg): Berging / infiltratie eis T=100 (gemiddeld klimaatscenario

dient steeds meer aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkun-

beheer in Limburg uitgezet. Het waterschap beschrijft hierin hoe:

2050), zijnde 80 mm in 2 uur.

dige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de inte-

inwoners worden beschermd tegen overstromingen vanuit de Maas;

grale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd be-

de juiste balans kan ontstaan tussen water afvoeren en water vasthouden;

keken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin 

Ontwerpbui bij (directe) lozing op oppervlakte water (eis Waterschap

Ontwerpbui bij overige ontwikkelingen: Berging / infiltratie eis T=25 (gemiddeld klimaatscenario 2050), zijnde 50 mm in 2 uur.

Het regenwater van de ontwerpbui dient binnen 24 uur door het sys-

het water schoon wordt (gehouden) en wateren natuurlijk worden in-

teem verwerkt te zijn. Wanneer de leeglooptijd van 24 uur wordt over-

gericht; rioolwater wordt gezuiverd en daarbij grondstoffen worden te-

schreden dient een tweede ontwerpbui geborgen te kunnen worden in

ruggewonnen en gebruikt.

het systeem inclusief het restant van de eerste bui.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

27

  

Er mag geen (grondwater) overlast ontstaan richting omliggende per-

In het kader van het verkennend bodemonderzoek zijn binnen onder-

Uit de meetresultaten volgens de Constant head-methode blijkt dat op ba-

celen.

zoekslocatie de boringen 12, 13 en 14 verricht tot een diepte van 2,0 of

sis van de classificatie in de doorlatendheid de bodemlagen in de onder-

Aan de berekeningen ligt een doorlatendheidsonderzoek (k-waarde

5,0 m-mv. Uit het boorprofiel van deze boringen wordt afgeleid dat het in-

grond als slecht doorlatend worden beoordeeld.

bepaling) van de bodem ten grondslag.

filtratietraject bestaat uit sterk tot matig zandig leem. Grondwater en waterkwaliteit

Voor de nazuivering van hemelwater dient een bodempassage toegepast te worden dan wel mogen er geen uitlogende materialen toege-

Infiltratie onderzoek

Het besluitgebied ligt niet binnen waterwingebied, grondwaterbescher-

past worden.

Voor de keuze van het infiltratietraject dient het bodemprofiel in principe

mingsgebied of een boringsvrije zone. Het is van belang in het besluitge-

Vrijkomend vuilwater (wc's, keuken e.d.) dient aangesloten te worden

geschikt te zijn, waarbij er geen sprake is van visueel sterk verontreinigde

bied verontreiniging als gevolg van afstromend hemelwater te voorkomen.

op het vuil/gemengd rioolstelsel van de gemeente.

bodemlagen. Daarnaast wordt als regel aangehouden dat een infiltratie-

Om de waterkwaliteit te garanderen wordt geadviseerd bij de aanleg van

voorziening wordt aangelegd in de bodemlaag die zich minimaal 0,5 meter

de in het besluitgebied te realiseren gebouwen geen gebruik te maken van

Toetsing

boven de grondwaterspiegel bevindt, rekening houdend met de gemiddeld

uitlogende materialen. Daarnaast dient het gebruik van strooizout en che-

Kenmerken van het watersysteem

hoogste grondwaterstand (GHG). De grondwaterstand bevindt zich dieper

mische onkruidbestrijdingsmiddelen in het besluitgebied zoveel mogelijk te

De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het besluit-

dan 5 m-mv. De infiltraties zijn uitgevoerd op een diepte van 2 m-mv, de

worden voorkomen.

gebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een on-

infiltratievoorziening zal derhalve geen nadelige gevolgen ervaren van de

derverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig

aanwezige grondwaterstand.

zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater.

Oppervlaktewater In het besluitgebied en de directe omgeving is geen primair oppervlakte-

Aan de hand van de meetresultaten zijn de horizontale k-waarden voor de

water aanwezig. In de toekomst zal hier ook niet in voorzien worden. Uit

onverzadigde zone berekend. De meetresultaten en de berekende k-waar-

de kaarten van het waterschap Limburg blijken geen belemmeringen voor

Door BKK Bodemadvies is een infiltratieonderzoek uitgevoerd.10 De resul-

den zijn opgenomen in bijlage VIII. De onderzoeksresultaten zijn in tabel

het besluitgebied.

taten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige rapportage

11 samengevat.

wordt verwezen naar de bijlagen.

Hemel- en afvalwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde he-

Grondwater- en bodemopbouw

melwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droog-

Uit de isohypsenkaarten van het betreffende gebied (grondwatertools.nl,

weerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het besluit-

Dinoloket TNO) valt af te leiden dat het grondwater in het eerste watervoe-

gebied worden verwerkt conform de uitgangspunten van de waterbeheer-

rende pakket als freatisch mag worden beschouwd. De stijghoogte van het

der. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op

freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bedraagt circa

evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op

NAP + 95 meter. Het maaiveld ligt op circa NAP + 100 meter, zodat de

een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrolo-

grondwaterspiegel zich ongeveer op een diepte van circa 5 m-mv bevindt.

gisch neutraal zijn.

De regionale grondwaterstroming van het freatisch grondwater stroomt in zuidwestelijke richting.

10

BKK Bodemadvies, Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum, rapportnummer: 230170.BKK, d.d. 24 mei 2023.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

28

Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 20 apparte-

4.7

Milieueffectrapportage

menten. De beoogde bebouwing heeft een totale oppervlakte van 850 m2. De beoogde bestrating en parkeerplaatsen rondom het bedrijfsgebouw

De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn 4.7.1

M.e.r.-plicht

heeft een oppervlakte van 1.170 m2. In de huidige situatie is het terrein nagenoeg volledig verhard. In de toekomstige situatie zal er rondom de bebouwing en bestrating meer groen worden gerealiseerd. Zodoende is er geen sprake van een toename in verhard oppervlak maar zelfs sprake van

Conclusie opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een be-

Beoordeling directe m.e.r.-plicht De voorliggende onderbouwing maakt de ontwikkeling van woningbouw mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht.

een afname.

drijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling achten wij gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling ook niet benodigd.

Ontwikkeling van bedrijfsgebouwen Het hemelwater dat terechtkomt op de nieuw op te richten bebouwing wordt niet afgevoerd via het riool, maar afgekoppeld. Het regenwater dat afstroomt van de daken en verhardingen zal in het besluitgebied moeten worden opgevangen en geïnfiltreerd middels een zelfstandig infiltratiesysteem. Er dient gewaarborgd te worden dat in totaal circa 202 m³ regenwater op eigen terrein geborgen kan worden. Het regenwater zal in geen ge-

De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.) het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.”

val afgegeven mogen worden op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Er is voldoende ruimte beschikbaar op eigen terrein ter realisering van infiltra-

De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of

tievoorzieningen.

meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een beHet vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande gemeentelijk rioleringsstel-

drijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht.

sel. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden.

Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-MER noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden

Binnen het besluitgebied zal aldus worden voorzien in een gescheiden rioleringsstelsel voor de gescheiden afvoer van afval- en hemelwater. Tot slot voldoen de maatregelen aan de richtlijnen van het Waterschap Limburg en de gemeente Brunssum.

niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet noodzakelijk. Uit paragraaf 4.4 ‘Ecologie’ blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of planm.e.r.-plicht geen sprake is.

Conclusie Als gevolg van de realisatie van de woningen treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en staat het aspect water de uitvoering van het plan niet in de weg.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

29

5

Uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een ruimtelijke onderbouwing vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofd-

nodig. Hierin zullen tevens afspraken worden meengenomen omtrent het

Antwoorden naar de omwonenden:

risico op planschade.

1. Parkeerproblematiek: Het plan voldoet in de aan de gestelde parkeernota. Hierdoor worden per appartement 1,6 parkeerplaats gereali-

De gemeente zal eveneens een worden meegenomen in de anterieure

seerd. Aanvullend worden er extra parkeerplaatsen ingepast, het aan-

overeenkomst met initiatiefnemer sluiten omtrent het risico op planschade.

tal parkeerplaatsen zal ter latere invulling blijken naar verwachting kunnen er 5 parkeerplaatsen aanvullend toegevoegd worden.

stuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaar-

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

2. Akoestiek supermarkt: om het contactgeluid te beperken voor de boven en naastgelegen woningen worden er zwevende dekvloeren toe-

heid.

gepast in de transformatieappartementen. Hierdoor zal de geluidshin-

Omgevingsdialoog

der afnemen.

Voor onderhavige ontwikkeling is een omgevingsdialoog gevoerd met de

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Financieel economische haalbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Het voorliggende initiatief heeft betrekking op de realisatie van 20 appartementen. Er is daarmee sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Tussen de gemeente en aanvra-

direct omwonenden van het besluitgebied.

3. Schade bovenwoningen: voordat de werkzaamheden beginnen worden de bovengelegen woningen alsmede de naast gelegen woningen

De omgevingsdialoog voor het (bouw)plan heeft plaats gevonden op don-

opgenomen door een onafhankelijke expertisebureau. Deze bouwkun-

derdag 6 juli om 18.00 uur. De locatie van de Omgevingsdialoog was in de

dige 0-meting fungeert als uitgangspunt. Indien de bewoners een

voormalige supermarkt aan de Schildstraat 48 te Brunssum.

schade zien ontstaan gedurende de werkzaamheden wordt verzocht deze per direct kenbaar te maken.

De reacties vanuit de omgeving waren overwegend positief waarbij men voornamelijk blij is dat de leegstaande supermarkt eindelijk een nieuwe

Inpasbaarheid

functie krijgt.

Stedenbouwkundig bezien wordt zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Gezien de aard en omvang van de ontwik-

Er zijn een aantal vragen gesteld over de onderstaande punten:

keling is er geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkun-

1. Parkeerproblematiek: in de omgeving is sprake van een tekort aan

dige effecten op de korte en op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en

parkeerplaatsen, nu de garageboxen worden gesloopt komen

stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.

meer auto’s in de openbare ruimte met een verergering van het probleem. 2. Akoestiek supermarkt: de oude supermarkt was zeer gehorig voor

5.3

Afweging belangen

de naastgelegen en bovengelegen woningen. Met de planuitwer-

De gewenste ontwikkeling is strijdig met de geldende regels uit het vige-

king wordt gevraagd of hier iets mee gedaan kan worden.

rende beheersverordening ‘Woongebied 2e herziening’, vastgesteld op 11

3. Schade bovenwoningen: de sloop en bouw veroorzaken trillingen

december 2018 door de gemeenteraad van Brunssum. Conform de vige-

en kunnen schades veroorzaken in de woningen wat gaat de ont-

rende beheersverordening gelden ter plaatse van het besluitgebied de be-

wikkelaar hieraan doen?

stemmingen ‘Gemengd’, ‘Verkeer’, ‘Groen’ en ‘Wonen’. Het realiseren van

ger zal een anterieure overeenkomst kostenverhaal worden gesloten.

20 appartementen is binnen deze bestemmingen niet toegestaan.

Daarmee is kostenverhaal anderszins verzekerd en is geen exploitatieplan

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

30

De vigerende beheersverordening biedt geen afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden waarmee het initiatief kan worden toegestaan. De realisatie kan echter mogelijk worden gemaakt door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure voor het afwijken van het bestemmingsplan onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 2.11, eerste lid, onder a, onder 3°). Tegen het gewenste initiatief bestaan uit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren. De ontwikkeling past, gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling binnen de ruimtelijke-functionaliteit van het gebied. Daarnaast bestaan er, buiten de strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan, vanuit vigerend beleid geen belemmeringen. De ontwikkeling wordt niet belemmerd door aanwezige, storende milieuaspecten, en zijn benodigde voorzieningen, als riolering en overige kabels en leidingen, reeds in het besluitgebied aanwezig. Bovendien zal, gezien de bestaande situatie, geen schade worden toegebracht aan natuur- of landschapselementen en –structuren. Op basis van het voorgaande wordt dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar en haalbaar is.

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

31

6

Procedure, overleg en planstukken

6.1

Procedure

beschikbaar gesteld (art. 6.14 Bor jo. Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012).

6.2

Overleg

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van

In artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3.1.1 van het Be-

het bestemmingsplan dient de uitgebreide procedure zoals beschreven in

sluit ruimtelijke ordening van toepassing verklaard. Voor deze procedure

de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te worden gevolgd.

dient dan ook vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in be-

Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Awb.

paalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is.

De Wabo geeft hierop enkele aanvullingen. Dit zijn onder andere:

Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning voor het afwijken van

Aanvraag, ontwerpbesluit en/of het definitieve besluit moeten op grond

het bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders, indien niet is

van zowel de Wabo als het Besluit omgevingsrecht (Bor) in bepaalde

aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, daarom overleg

specifieke gevallen aan specifieke personen of instanties worden toe-

plegen met het waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij

gestuurd. Te denken valt aan het orgaan dat de verklaring van geen

het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten.

bedenkingen afgeeft, de Inspectie, een ander bestuursorgaan dan het 

aangewezen bevoegd gezag, etc.;

Aangezien er geen Rijksbelangen in het geding zijn kan van vooroverleg

Iedereen kan zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen (art. 3.12 lid

met de Rijksoverheid worden afgezien. Van vooroverleg met de provincie

5 Wabo). Een ieder die zienswijzen heeft ingediend kan in beroep

Gelderland kan eveneens worden afgezien aangezien er geen directe pro-

gaan;

vinciale in het geding zijn.

De beslistermijn van zes maanden begint te lopen op de eerstvolgende dag na de ontvangst van de aanvraag (art. 3.12 lid 7 Wabo);

De beslistermijn van zes maanden mag éénmaal verlengd worden,

6.3

Planstukken

met ten hoogste zes weken (art. 3.12 lid 8 Wabo); 

De kennisgeving van het ontwerpbesluit en de mededeling van het de-

Bij de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan

finitieve besluit worden in de Staatscourant geplaatst en toegezonden

behoort deze ruimtelijke onderbouwing. Het besluit tot verlening van een

aan de eigenaar van en eventuele beperkt gerechtigden op de in het

omgevingsvergunning dient beschikbaar te worden gesteld conform de

ontwerpbesluit begrepen gronden, voor zover dat nodig is met het oog

vereisten zoals die zijn vastgelegd voor ‘projectbesluiten’ in IMRO2012 en

op de toepassing van artikel 85 van de onteigeningswet (art. 3.12 lid 2

STRI2012, met het daarbij behorende besluitgebied c.q. de geometrische

Wabo jo. art. 6.14 lid 2 Regeling omgevingsrecht). De mededeling van

plaatsbepaling.

het definitieve besluit wordt tevens langs elektronische weg gedaan en

Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Gerbaldusstraat - Schildstraat

32

Bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Schildstraat (ong.) te Brunssum 230170.BKK

Colofon

BKK Bodemadvies bv Bezoekadres:

Kruisstraat 6 5768 RW MEIJEL

Postadres:

Postbus 55 5768 ZH MEIJEL

tel: e-mail:

077-4661141 info@bkk-advies.nl

Projectgegevens Rapportnummer: Projectlocatie: Datum rapport:

230170.BKK Brunssum, Schildstraat (ong.) 24-05-2023

Veldwerk conform: Certificaatnummer:

SIKB-protocol 2001 + 2018 EC-SIK-20261

In opdracht van:

HVG Real Estate

Contactpersoon:

t.a.v. de heer W. Kitzmann Looskade 15 6041 LE Roermond

Auteur: Dhr. L.H.M. Hunnekens

Interne controle (projectleider): Ing. M.L.M. Kessels

Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij BKK Bodemadvies bv een hoge prioriteit. BKK Bodemadvies hanteert daartoe een kwaliteitssysteem volgens de NEN-EN-ISO 9001: 2015, certificaatnummer nr. EC-KWA-00050. Indien u een klacht heeft over de uitvoering van de werkzaamheden binnen de reikwijdte van dit certificatieschema, vernemen wij dat graag zo snel mogelijk van u. Mocht dit niet tot tevredenheid leiden, kunt u zich in tweede instantie wenden tot onze certificerende instelling, Normec Certification b.v. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of BKK Bodemadvies bv.

Verkennend bodemonderzoek locatie Schildstraat (ong.) te Brunssum

INHOUDSOPGAVE 1. 2.

3.

2.1. 2.2 2.3. 2.4. 2.5. 3.1. 3.2.

4. 4.1. 4.2. 4.3. 5.

6.

5.1. 5.2. 5.3. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

7.

8.

7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 8.1. 8.2.

INLEIDING.................................................................................................. 0 NADERE GEGEVENS OMTRENT ONDERZOEKSLOCATIE ..................................... 2 Algemeen ................................................................................................... 2 Vooronderzoek ............................................................................................ 2 Bodemopbouw en geohydrologie.................................................................... 5 Bodemkwaliteitskaart ................................................................................... 7 Conclusies vooronderzoek ............................................................................. 7 ONDERZOEKSOPZET .................................................................................... 8 Hypothese................................................................................................... 8 Strategie van het onderzoek.......................................................................... 8 UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................ 9 Veldwerkzaamheden .................................................................................... 9 Waarnemingen ............................................................................................

9 Bemonstering .............................................................................................10 LABORATORIUMONDERZOEK ....................................................................... 11 Asbest .......................................................................................................11 Funderingslaag ...........................................................................................11 Bodem.......................................................................................................12 ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 13 Toetsingskader voor asbest ..........................................................................13 Toetsing en interpretatie analyseresultaten asbest ..........................................13 Toetsingskader en resultaten funderingsmateriaal ...........................................13 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit...........................................................14 Toetsing en interpretatie analyseresultaten bodem ..........................................15 INFILTRATIE-ONDERZOEK ...........................................................................

17 Informatie vooraf ........................................................................................17 Lokale bodemopbouw ..................................................................................17 De doorlatendheid (algemeen)......................................................................17 Infiltratiemetingen ......................................................................................19 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................ 17 Conclusies..................................................................................................20 Aanbevelingen ............................................................................................20

BIJLAGEN Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX

Topografische situering Overzichtstekening Kadastrale gegevens Boorprofielen met beschrijvingen Analysecertificaten Toetsingsoverzichten analyseresultaten Foto’s onderzoekslocatie Infiltratie metingen Verantwoording uitvoering bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek locatie Schildstraat (ong.) te Brunssum

1.

INLEIDING

In opdracht van HVG Real Estate BV heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een verkennend bodem- en infiltratie onderzoek uitgevoerd voor de onderzoekslocatie aan de Schildstraat (ong.) te Brunssum. Doel van het onderzoek is vast te stellen of de bodem binnen het perceel verontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en/of het milieu in het algemeen en zodoende een belemmering of beperking kunnen vormen voor de toekomstige herontwikkeling. Er wordt een globaal inzicht gegeven in de aard, de omvang en de gehalten, c.q. concentraties van mogelijk verontreinigde stoffen in de bodem. Op grond hiervan kan volgens de Wet bodembescherming een milieukundige beoordeling van eventuele verontreinigingen worden gegeven. Ook kan een uitspraak worden gedaan over de noodzakelijkheid van een aanvullend of een nader onderzoek. Referentiekader Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740/A1) en “Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707+C2). Het veldwerk is uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000: “Beoordelingsrichtlijn voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” met toepassing van de protocollen 2001 (plaatsen van boringen) en 2018 (onderzoek naar asbest in bodem). BKK Bodemadvies bv is gecertificeerd voor deze protocollen met het certificaatnummer ECSIK-20261.

Aan de hand van het uitgevoerde vooronderzoek conform de NEN 5725 wordt de hypothese vastgesteld met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteit. Hieruit volgt met behulp van de NEN 5740 de te volgen onderzoeksstrategie. In bijlage IX is de verantwoording uitvoering bodemonderzoek volgens de BRL SIKB 2000 opgenomen, met daarin de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk onafhankelijk hebben uitgevoerd. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. De opdrachtnemer “BKK Bodemadvies bv” waarborgt dat aan de functionele scheiding, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.7 van BRL SIKB 2000 wordt voldaan en dat er geen opdrachten worden uitgevoerd indien de eigenaar van de onderzoekslocatie tot de organisatie van de opdrachtnemer behoort. Afbakening van het onderzoek Hoewel tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het bodemmateriaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal boringen en een beperkt aantal chemische analyses. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Nadien kan mogelijk door externe factoren de bodemkwaliteit veranderen.

Aan het resultaat van het onderzoek kan derhalve geen absolute waarde worden toegekend. Uitgevoerde analyses De chemische analyses zijn conform AS3000 uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseopdrachten worden normaliter binnen de geldende houdbaarheidstermijnen en conserveringstermijnen uitgevoerd.

230170.BKK / LH

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport wordt verslag gedaan van de uitvoering en beoordeling van de veldwerkzaamheden ten behoeve van het Verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek en in hoofdstuk 3 is de onderzoeksopzet weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de uitgevoerde veldwerkzaamheden en in hoofdstuk 5 respectievelijk het laboratoriumonderzoek met betrekking tot de bodem weergegeven. In hoofdstuk 6 zijn de onderzoeksresultaten opgenomen. In hoofdstuk 7 worden de infiltratie metingen toegelicht en in hoofdstuk 8 worden de conclusies en de aanbevelingen vermeld.

230170.BKK / LH

1

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

2.

NADERE GEGEVENS OMTRENT ONDERZOEKSLOCATIE

2.1.

Algemeen

Hieronder staan de meest relevante algemene locatiekenmerken vermeld. Voor de regionale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage I en voor de kadastrale gegevens naar bijlage III. Kadastraal object Locatieadres: Oppervlakte: Kadastrale gegevens: Omschrijving object: Coördinaten:

Schildstraat (ong.) te Brunssum 4.176 m² gemeente Brunssum, sectie C, nrs. 6127, 6407, 6408, 6126, 5208, 6656, 6657, 6658, 6659, 5861, 5863 en 6611 [ged] Parkeerplaats, bebouwing en groen X = 194.601 tot X = 327.592

Eigendomssituatie Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:

HVG Real Estate VI B.V. Looskade 15 6041 LE Roermond

2.2

Vooronderzoek

Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn voor het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De informatie in het vooronderzoek over de onderzoekslocatie zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen: Kadaster:

- Kadastertekening; - Kadastrale berichten;

DINO loket TNO-NITG:

- Geohydrologie onderzoekslocatie;

Bodembeheer nota:

- gemeente Brunssum; - bodemloket.nl;

Gemeente Brunssum:

- Gemeentelijk archief;

Overig:

- archief BKK Bodemadvies bv; - www.topotijdreis.nl; - www.wikipedia.org; - www.satelietdataportaal.nl.

230170.BKK / LH

2

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

2.2.1. Bestemmingsplan Voor het plangebied waarin de onderzoekslocatie ligt, vigeert het bestemmingsplan ‘Woongebied 2e herziening’ van de gemeente Brunssum. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 11 december 2018. Voor de locatie geldt een dubbelbesteming wonen, verkeer, garagebox, groen en/of parkeerterrein. In figuur 1 is een uitsnede van het bestemmingsplan met de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1: Uitsnede bestemmingsplan

2.2.2. Ligging onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie ligt in het zuidelijke deel van Brunssum. Het terrein is gedeeltelijk afgesloten in verband met de aanwezige garageboxen. Het terrein is verhard met klinkers, tegels en gedeeltelijk onverhard. De te onderzoeken locatie grenst aan de Schildstraat en aan de Gerbaldusstraat. 2.2.3. Luchtfoto Onderstaand is een luchtfoto weergegeven met daarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving.

Figuur 2: Luchtfoto (bron: Google Earth).

230170.BKK / LH

3

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

2.2.4. Terreininspectie In bijlage VII zijn enkele foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen, welke gemaakt zijn tijdens de terreininspectie op 19 april 2023. In bijlage II is een overzichtstekening van de onderzoekslocatie opgenomen. Ten tijde van de terreininspectie (voorafgaand aan de veldwerkzaamheden) zijn de volgende waarnemingen gedaan: De onderzoekslocatie bestaat gedeeltelijk uit verhard gebied met klinkers of tegels. Aan de oostzijde van het onderzoeksgebied is de te onderzoeken locatie begroeid met gras. Tussen het grasveld en de verharding staan enkele bomen en struiken. De onderzoekslocatie wordt grotendeels gebruikt als opslag(garageboxen)- en parkeerplaats welke bereikbaar zijn vanuit de Gerbaldusstraat en de Schildstraat. Ten tijden van de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 2.2.5. Historie onderzoekslocatie en omgeving Onderstaand is een selectie met een aantal historische kaarten weergegeven. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de rode cirkel.

Figuur 3a: 1950

Figuur 3b: 1978

Figuur 3c: 1988

Figuur 3d: 2022

230170.BKK / LH

4

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

Op de kaart van 1950 is de aangrenzende bebouwing zichtbaar aan de Schildstraat. Hier is tot ca. 1988 aan de noordzijde geen bebouwing zichtbaar. In de periode van 1979 is de woonwijk ten noorden gerealiseerd en vanaf 1988 zijn de garageboxen en de huidige bebouwing zichtbaar. Op figuur 3d is de huidige situatie zichtbaar. 2.2.6. Hinder- en milieuvergunningen en bouw- en sloopvergunningen Binnen het gemeentelijk archief zijn geen bodem specifieke milieugegevens bekend van de onderzoekslocatie. 2.2.7. Boven- en ondergrondse tanks Volgens de gemeente Brunssum zijn er binnen de onderzoekslocatie in het verleden geen tanks aanwezig zijn geweest. 2.2.8. Ophogingen(puin)/dempingen, stortingen/calamiteiten Er zijn geen gegevens bekend over ophogingen / dempingen en/of stortingen / calamiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie in het gemeentelijke archief. 2.2.9. Eerder verrichtte bodemonderzoeken Bij de gemeente Brunssum zijn geen digitale bodemarchieven beschikbaar gesteld. Van de onderzoekslocatie zijn geen nadere bodemgegevens bekend. 2.3.

Bodemopbouw en geohydrologie

Enig inzicht omtrent de bodemsoort en –opbouw is van belang bij het beoordelen van de aangetoonde stoffen in relatie tot het natuurlijk voorkomen ter plaatse en de mogelijkheid van het doordringen van de aangetoonde stoffen in diepere lagen. De geohydrologische situatie bepaalt in hoge mate de verspreidingskansen van de aangetoonde stoffen naar de omgeving en is, samen met de aard van de bodem en de mobiliteit van de aangetoonde stoffen, belangrijk bij het verkrijgen van een indruk van de omvang van het beïnvloedingsgebied van mogelijke verontreinigingen. De gegevens uit dit hoofdstuk zijn ontleend aan de bodemkaart van Nederland, (Dienst Grondwaterverkenning TNO, november 1983) en https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen: De onderzoekslocatie ligt geologisch gezien (Tektonische kaart) op de Feldbissbreuk. De breuken zijn noordwest gericht. Zie de tektonische kaart van Nederland op de volgende pagina.

230170.BKK / LH

5

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

Figuur 4: Bodemkaart van een gedeelte van Zuid-Nederland

Volgens een boring (B60D0294) nabij de onderzoekslocatie heeft de deklaag in de omgeving van het onderzoeksterrein een dikte van circa 24 meter en bestaat uit een fijne zandafzetting en daaronder wordt bruinkool aangetroffen. De maaiveldhoogte van de boring is ± 94 meter +NAP. Zie figuur 5 voor een geologisch profiel.

Figuur 5: Geologisch profiel

Grondwaterstroming Uit de isohypsenkaarten van het betreffende gebied (grondwatertools.nl, Dinoloket TNO) valt af te leiden dat het grondwater in het eerste watervoerende pakket als freatisch mag worden beschouwd. De stijghoogte van het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bedraagt circa NAP + 95 meter. Het maaiveld ligt op circa NAP + 100 meter, zodat de grondwaterspiegel zich ongeveer op een diepte van circa 5 m-mv bevindt. De regionale grondwaterstroming van het freatisch grondwater stroomt in zuidwestelijke richting.

230170.BKK / LH

6

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

Figuur 6: Isohypsenpatroon ter plaatse van de onderzoekslocatie. Grondwater is op ca 95 m + NAP aanwezig en stroomt in zuidwestelijke richting.

2.4.

Bodemkwaliteitskaart

Voor de gemeente Brunssum is een Notitie ‘Actualisatie Bodemkwaliteitskaart gemeente Brunssum en Landgraaf’ opgesteld. De doelstelling van de bodemkwaliteitskaart is om op een eenvoudige en eenduidige wijze invulling te geven aan het gemeentelijke bodembeleid, waarin de bodemdoelstellingen binnen de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Woningwet (Ww), de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) gelijk zijn. Volgens de ontgravingskaart is de onderzoekslocatie gelegen in het deelgebied “Mijnsteen Brunssum”. Hiervoor geldt de ontgravingsklasse “Industrie” voor de boven- en ondergrond. De onderzoekslocatie voldoet op basis van de bodemkwaliteitskaart aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Volgens de PFAS Bodemkwaliteitskaart Regio Parkstad voldoet de boven- en ondergrond binnen de onderzoekslocatie aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. 2.5.

Conclusies vooronderzoek

Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat: - de onderzoekslocatie is sinds 1988 bebouwd met opslag/garageboxen; - binnen de onderzoekslocatie geen (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodem nadelig zouden hebben kunnen beïnvloeden; - er geen informatie m.b.t. eerder verrichte bodemonderzoeken binnen de onderzoekslocatie en directe omgeving bekend zijn; - de onderzoekslocatie binnen het bestemmingsplan “Woongebied 2e herziening″ valt en hiermee de bodemfunctie Wonen heeft; - binnen de onderzoekslocatie het freatisch grondwater binnen 5 m-mv is te verwachten; - het te onderzoeken terrein grotendeels verhard is doormiddel van elementenverharding; - de terreininspectie van het maaiveld ter plaatsen van de verharding zal niet kunnen plaatsvinden, dit leid tot een (asbest)verdachte locatie; - Er binnen het onverharde gedeelte geen waarnemingen zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie die leiden tot een (asbest)verdachte locatie.

230170.BKK / LH

7

Verkennend bodemonderzoek Schildstraat (ong.) te Brunssum

3.

ONDERZOEKSOPZET

3.1.

Hypothese

Voor het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de resultaten uit het vooronderzoek, waarbij is vastgesteld dat er geen bodembedreigende (bedrijfs-)activiteiten binnen de huidige onderzoekslocatie hebben plaatsgevonden. Ondanks dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen wordt er voor de strategie uitgegaan dat er mogelijk funderingsmateriaal aanwezig is onder de elementenverharding. De onderzoekslocatie wordt dat ook als verdacht (VED) beschouwd. Ook voor asbest wordt de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd. 3.2.

Strategie van het onderzoek

Naar aanleiding van de tot nu toe verkregen en verzamelde informatie is de onderzoekstrategie voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. Het aantal te verrichtte boringen en analyses is gerelateerd aan de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. De boringen / proefgaten worden gelijkmatig verdeeld en gecombineerd uitgevoerd. Het asbestonderzoek in bodem maakt standaard deel uit van het bodemonderzoek en vindt plaats conform NEN 5707+C2 (december 2017) door een voor protocol 2018 gecertificeerde en erkende medewerker van BKK Bodemadvies bv. Mocht de gecertificeerde monsternemer zintuiglijk asbestverdacht materiaal aantreffen, dan worden die monsters in een apart (verzamel)monster geanalyseerd. Mocht er in proefgaten bodemvreemd materiaal (puin) worden aangetroffen, dan zal de bemonstering conform NEN 5707+C2 worden uitgevoerd. Bij meer dan 50 % bodemvreemd materiaal wordt de bemonstering conform NEN 5897+C2 uitgevoerd. In tabel 1 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie. Inspectiegat / boring a) Locatie (oppervlakte) Onderzoeksterrein excl. bebouwing (2.702 m2) (boring 01 t/m 14) a) b) c) d) e)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=11b0bfc4-1b7b-45f2-90dd-e91cc6371b21