CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Burgerzaken 10 oktober 2023, gemeente Brunssum26.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gaat om de persoon als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend. Voor deze doelgroep geldt dat het bestuur ondersteuning bij de arbeidsinschakeling moet bieden tot het moment dat het inkomen uit arbeid in 16

dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verstrekt. De Participatiewet voorziet niet in een terugvorderingsgrond van re-integratiekosten die onnodig zijn gemaakt. Noch van een bijstandsgerechtigde, noch van een niet bijstandsgerechtigde kunnen die kosten worden teruggevorderd (Rechtbank Arnhem 14-09-2006, nr. AWB 06/999, ECLI:NL:RBARN:2006:AZ3540). Terugvordering dient te geschieden op grond van het Burgerlijk Wetboek. Afstemming Het vierde lid regelt het uitgangspunt dat het bestuur, afgestemd op de situatie van de persoon, de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Dit betekent dat de voorziening goed genoeg moet zijn om een verantwoorde oplossing te bieden. Die oplossing hoeft dus niet noodzakelijkerwijs de meest optimale oplossing te zijn. Zijn er meerdere adequate opties om de klant te ondersteunen, dan zullen de kosten van de oplossingen doorslaggevend zijn. Deze afweging wordt per (individuele) persoon gemaakt. Het vierde lid regelt ook de afstemming binnen het gemeentelijke sociale domein.

Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel g, van de Participatiewet dienen er regels opgenomen te worden over de samenwerking binnen het gehele sociale domein als dat nodig is voor een integrale ondersteuning van de persoon (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 56). Het gaat zowel om de integraliteit van de geboden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als de continuïteit van de geboden ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk. Het is belangrijk om hier bij de inzet van voorzieningen rekening mee te houden en dit te benoemen in het plan van aanpak. Deze bepaling biedt ook een grondslag voor het uitwisselen van de noodzakelijke informatie binnen het sociaal domein om tot de integrale aanpak te kunnen komen. Artikel 4 Sociale activering Volgens de Participatiewet dient ook sociale activering uiteindelijk gericht te zijn op arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling echter een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat dan ook niet re-integratie, maar participatie voorop.

Begrip sociale activering Onder 'sociale activering' wordt verstaan: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie (artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet). Bij activiteiten in het kader van sociale activering kan worden gedacht aan het zelfstandig, zonder externe begeleiding, verrichten van vrijwilligerswerk of deelnemen aan activiteiten in de wijk of buurt (Kamerstukken II 2002/03, 28 870, nr. 3, p. 35). Doelgroep sociale activering 17

Voor de verplichting om op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet gebruik te maken van een voorziening gericht op sociale activering is vereist dat de mogelijkheid bestaat dat een persoon op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. Bestaat die mogelijkheid niet, dan kan een persoon niet worden verplicht gebruik te maken van een dergelijke voorziening. Sociale activering heeft tot doel personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt terug te leiden naar de arbeidsmarkt, of als dit nog niet mogelijk is, als tussendoel te bevorderen dat personen zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Hieruit volgt dat als het einddoel, arbeidsinschakeling, niet kan worden bereikt, er geen grond is die persoon te verplichten om gebruik te maken van een voorziening gericht op sociale activering (CRvB 24-04-2012, nr. 11/2062 WWB, ECLI:NL:CRVB:2012:BW4400). Bestuur stemt duur activiteiten af op de persoon Het tweede lid geeft het bestuur de mogelijkheid om de duur van activiteiten in het kader van sociale activering nader te bepalen. Het bestuur moet de duur afstemmen op de mogelijkheden en capaciteiten van een persoon. Gezien de mogelijk sterk verschillende behoeften op dit gebied, zal een al te rigide termijn moeilijk zijn.

Geen verdringing In het vierde lid is bepaald dat deze activiteiten uitsluitend worden ingezet als er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het opvullen van een vacature is alleen toegestaan als de vacature niet is ontstaan door afvloeiing, maar door ontslag op grond van een van de volgende redenen: - eigen initiatief van de werknemer; - handicap; - ouderdomspensioen; - vermindering van werktijd op initiatief van de werknemer, of - gewettigd ontslag om dringende redenen. Artikel 5 Scholing Startkwalificatie Onder startkwalificatie wordt verstaan een havo of Vwo-diploma of een diploma van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), niveau twee. Scholing kan worden aangeboden aan personen met of zonder een dergelijke startkwalificatie. Vooral voor personen zonder startkwalificatie kan scholing noodzakelijk zijn voor de re-integratie. Jongeren Personen jonger dan 27 jaar die nog mogelijkheden hebben binnen het uit 's Rijks kas bekostigde onderwijs kunnen sinds 1 juli 2012 geen voorziening ontvangen die hen ondersteunt bij de arbeidsinschakeling (artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Participatiewet). Scholing in combinatie met participatieplaats Wanneer een persoon die in aanmerking is gebracht voor een participatieplaats niet over een startkwalificatie beschikt, dient het bestuur aan deze persoon scholing of opleiding aan te bieden.

Dit geldt vanaf zes maanden na aanvang van de werkzaamheden op de participatieplaats. De scholing of 18

opleiding moet zijn gericht op vergroting van de kansen op de arbeidsmarkt. Het bestuur hoeft aan een persoon alleen geen scholing of opleiding aan te bieden als dergelijke scholing of opleiding naar zijn oordeel de krachten of bekwaamheden van de persoon te boven gaan of als naar zijn oordeel scholing of opleiding niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling van de persoon in het arbeidsproces. Dit volgt uit artikel 10a, vijfde lid, van de Participatiewet. Artikel 6 Beschut werk Algemeen Met ingang van 1 januari 2017 is het college verplicht beschut werk aan te bieden aan personen van wie het bestuur, op advies van UWV, heeft vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet). Die verplichting is begrensd: het aantal jaarlijks te realiseren beschutte werkplekken wordt bij ministeriële regeling bepaald. Bij een lager aantal positieve adviezen van UWV blijft de verplichting beperkt tot dat aantal afgegeven positieve adviezen. Bij een hoger aantal positieve adviezen van UWV blijven de aantallen zoals neergelegd in de ministeriële regeling van toepassing. De gemeenteraad is, gelet op artikel 10b, zevende lid, van de Participatiewet, verplicht om bij verordening in elk geval vast te stellen: a.

welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om adequaat functioneren op een beschutte werkplek mogelijk te maken; en b. welke voorzieningen worden aangeboden tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt. Artikel 6, eerste lid In dit artikel is tot uitdrukking gebracht dat aanspraak bestaat op de genoemde ondersteunende voorzieningen (gericht op de arbeidsinschakeling). Daarmee wordt uitvoering gegeven aan artikel 10b, zevende lid, van de Participatiewet. Artikel 6, tweede lid Nadat het bestuur heeft vastgesteld dat iemand tot de doelgroep voor beschut werk behoort, dient deze persoon geplaatst te worden op een beschut werkplek. In de wetenschap dat een plaatsing afgestemd dient te worden op de persoonlijke eigenschappen en omstandigheden van de persoon, dient dit een vorm van maatwerk te zijn, die niet altijd direct tot plaatsing op een geschikte werkplek zal leiden. Het bestuur is verplicht om ter overbrugging van de periode tot de plaatsing voorzieningen aan te bieden die bijdragen aan een succesvolle plaatsing. De voorzieningen die hiervoor aangeboden worden zijn genoemd in het tweede lid. Welke (combinatie van) voorziening(en) in een concreet geval ingezet wordt zal gezien het maatwerkkarakter van dat geval afhangen.

Naast voorzieningen die bijdragen aan de arbeidsinschakeling en hun grondslag vinden in de Reintegratieverordening, worden ook andere voorzieningen genoemd. Dergelijke – perifere – voorzieningen kunnen op grond van andere regelingen, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning 19

2015 of de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, worden verstrekt en bijdragen aan een geslaagde plaatsing. Artikel 7 Persoonlijke Ondersteuning bij werk De voorziening persoonlijke ondersteuning bij werk is nader uitgewerkt in hoofdstuk 3A. Deze bepaling verwijst daarom naar dit hoofdstuk, waarbij ook wordt verwezen naar de uit artikel 3 voortvloeiende algemene voorwaarden die gelden voor alle op grond van deze verordening te verstrekken voorzieningen. Artikel 8 Loonkostensubsidie Dit artikel is een uitwerking van de wettelijke verplichting voor gemeenten om bij verordening te bepalen hoe het administratief proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie is vormgegeven (artikel 8a, eerste lid en tweede lid, onder c, van de Participatiewet). Door in de verordening naar het werkproces te verwijzen beoogt de wetgever ervoor te zorgen dat werkgevers, in het kader van transparantie, beter weten waar zij aan toe zijn (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 54-55). Het tweede lid maakt duidelijk dat het rechtssubject van de loonkostensubsidie de werkgever is, ook op het moment dat de werknemer de aanvraag indient. Dit volgt ook uit artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet waarin staat dat de subsidie wordt verleend aan de werkgever.

Omdat alleen personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie hiervoor in aanmerking komen regelt het derde lid dat op het moment dat er een aanvraag binnenkomt met betrekking tot een persoon ten aanzien van wie nog niet is vastgesteld dat deze onder de doelgroep valt de aanvraag mede moet worden gezien als een aanvraag om onder de doelgroep te worden gebracht. [Het onder de doelgroep brengen gebeurt volgens de praktijkroute.] Het vijfde lid regelt de termijn waarbinnen de loonwaarde wordt vastgesteld. Het zesde lid verwijst naar het administratieve werkproces dat door het bestuur wordt gevolgd. [(Dit betreft het preferente proces loonkostensubsidie. Hiermee wordt gedoeld op het proces zoals dat door “De normaalste zaak”, een netwerk van bijna 700 werkgevers die samen aan de inclusieve arbeidsmarkt bouwen, is ontwikkeld. Doel was om de lasten voor werkgevers als gevolg van verschillende werkwijzen door gemeenten te verminderen, door het creëren van één administratief uitvoeringsproces voor het verstrekken van loonkostensubsidie. Door hierbij aan te sluiten en het makkelijker te maken voor werkgevers wordt beoogd dat meer personen met een loonkostensubsidie aan het werk kunnen komen.

Artikel 9 Werken met behoud van uitkering/proefplaats Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden aangeven waaronder “het bestuur toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om op een proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten”. Het doel van deze verplichting is 20

om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voor de termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd door het UWV en het door het UWV gevoerde beleid (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 55). Artikel 14a geeft hier invulling aan. Het na een proefplaatsing inzetten van een dienstverband met een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet is onwenselijk. Partijen in de (landelijke) Werkkamer hebben zich in die zin ook expliciet uitgesproken. [Als het noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te voeren, kan het bestuur persoonlijke ondersteuning toekennen aan de persoon op de proefplaats. Artikel 10

Bepalingen en re-integratieondersteuning

Dit artikel bevat een aantal voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Het betreft een aantal specifieke voorwaarden die verband houden met de aard van deze voorzieningen. Het artikel vormt daarmee een aanvulling op de in artikel 3 opgenomen algemene voorwaarden om in aanmerking te komen voor een re-integratievoorziening. Deze voorwaarden dragen bij aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare voorzieningen over de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Vereist is dat de persoon behoort tot de doelgroep, bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, waarbij er voor personen die VSO/PRO-onderwijs hebben genoten een uitzondering wordt gemaakt, waardoor zij ook voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen in aanmerking kunnen komen (a). Het is van belang dat de inzet van de persoonlijke ondersteuning en/of overige voorziening noodzakelijk is om het werk uit te kunnen voeren (b). Om een doelmatige inzet van de reintegratiemiddelen te waarborgen is er een minimale omvang verbonden aan de dienstbetrekking (c).

Op het moment dat het gaat om een voorziening waarvan verwacht mag worden dat de werkgever hiervoor zelf zorgdraagt, omdat dit bijvoorbeeld voortvloeit uit de Arbo-regels, wordt de voorziening niet verstrekt op grond van deze verordening (d, e en f). De aan de voorziening(en) verbonden kosten kunnen in uitzonderlijke gevallen leiden tot het afwijzen van de gevraagde voorziening(en), op het moment dat deze kosten in geen verhouding staan tot de [maatschappelijke] baten die verbonden zijn aan de verstrekking van de voorziening(en) (g). Artikel 10a

Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Dit artikel regelt de aanvraagprocedure voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. Uiteraard is de aanvraagmogelijkheid geen verplichting; het bestuur kan ook zelf ambtshalve – dat wil zeggen zonder aanvraag – beoordelen wat nodig is. In de praktijk zal veelal ook sprake zijn van een ambtshalve beoordeling. Het bestuur zorgt dan zelf voor een goede match met een werkgever, met passende ondersteuning. Het hoeft meestal niet tot een aanvraag te komen (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 11). In dit artikel worden de verschillende stappen beschreven die het bestuur moet doorlopen om tot een zorgvuldig onderzocht en onderbouwd besluit te komen. Het artikel vloeit voort uit artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet “op welke wijze het bestuur voorzieningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, verstrekt” en onderdeel g “op welke wijze waar nodig voor een persoon als 21

bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 10d, tweede lid, wordt voorzien in integrale en voortgezette (persoonlijke) ondersteuning”. Bij het onderzoek houdt het bestuur rekening met de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager en met zijn wensen en die van de werkgever. Als dat nodig is, wint het bestuur een specifiek deskundig oordeel in. In artikel 8a, tweede lid, onder g, van de Participatiewet is bepaald dat in de verordening ook moet worden opgenomen op welke wijze wordt voorzien in integrale ondersteuning. In het vierde lid is daartoe bepaald dat het bestuur tijdens het onderzoek, als dat nodig is, ook voorzieningen uit andere wetten (jeugdhulp, Wmo, schuldhulpverlening, enz.) betrekt bij de afweging en zo komt tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening. Artikel 10b. Persoonlijke ondersteuning bij werk Persoonlijke ondersteuning bij werk omvat zowel job coaching als interne werkbegeleiding. Deze twee vormen van persoonlijke ondersteuning worden beide benoemd. Het eerste en tweede lid geven aan op welke wijze het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning aan de doelgroep in natura en in de vorm van een subsidie (artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, van de Participatiewet). De gemeente/het bestuur kan een eigen jobcoach inzetten, of een jobcoach inhuren en die aan een werkgever toekennen.

Ook is mogelijk dat een werkgever zelf een eigen jobcoach in dienst heeft (interne jobcoach) of een jobcoach inhuurt (externe jobcoach). De werkgever kan ook een collega van de werknemer inzetten om hem te begeleiden (interne werkbegeleider). In het artikel worden de verschillende mogelijkheden benoemd. Artikel 10c. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Een beschikking dient te voldoen aan de eisen die de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet daaraan stellen. In dit artikel is bepaald welke concrete informatie minimaal in een beschikking moet worden opgenomen. Het betreft een nadere uitwerking van de wettelijke eisen, die niet afdoet aan de plicht om aan de eisen die rechtstreeks voortvloeien uit de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet te voldoen. Artikel 10d. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk Het eerste lid bevat een termijn waarbinnen een aanvraag om persoonlijke ondersteuning in beginsel moet zijn ingediend, gerekend vanaf de datum van indiensttreding. Deze termijn houdt verband met de aard van de voorziening. Persoonlijke ondersteuning bij werk is een voorziening die wordt verstrekt als deze noodzakelijk is voor de persoon om de aan hem opgedragen taken uit te voeren.

Bij een aanvraag die pas na het verstrijken van een ruime periode na indiensttreding wordt ingediend, kan de vraag worden gesteld in hoeverre het verstrekken van deze voorziening nog noodzakelijk is, nu men kennelijk al geruime tijd zonder deze persoonlijke ondersteuning de werkzaamheden al heeft verricht. In die situatie rechtvaardigt dat de conclusie dat, tenzij er sprake is van een bijzondere situatie, het verstrekken van persoonlijke ondersteuning op aanvraag in beginsel niet noodzakelijk is.

22

Het tweede lid bevat de basisaspecten waarmee het bestuur rekening moet houden bij het verstrekken van individuele ondersteuning en benadrukt het belang van het leveren van maatwerk. In artikel 11 wordt dit verder uitgewerkt. Artikel 11. Jobcoaching Het eerste lid is een uitwerking van artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 2, van de Participatiewet, waarin de opdracht is neergelegd om in de verordening aan te geven welke kwaliteitseisen het bestuur stelt aan de jobcoach en hoe deze eisen worden gewaarborgd. Dit is relevant omdat kwaliteit, en kwaliteitseisen, een waarborg (kunnen) zijn voor een goede inzet van de jobcoach. De eisen zijn vastgelegd in de bijlage. Het tweede lid is een uitwerking van de uit artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, van de Participatiewet voortvloeiende verordeningsplicht. Het bepalen van de duur en de intensiteit van de jobcoaching is maatwerk. Het derde lid bevat een mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken van het in het tweede lid gegeven beoordelingskader. Hiermee wordt het recht op passende ondersteuning te allen tijde gewaarborgd. De afwijking kan zowel bestaan uit het bieden van meer of intensievere jobcoaching, alsook uit het verlengen daarvan. Artikel 11a.

Jobcoaching in natura Artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 1, van de Participatiewet bepaalt onder andere dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur ook zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning (jobcoaching) in natura. Dit artikel voorziet hierin. Artikel 11b Subsidie voor het organiseren van jobcoaching Artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 1, van de Participatiewet bepaalt onder andere dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning door middel van subsidieverstrekking, waaronder jobcoaching. Dit artikel voorziet hierin. In het tweede lid zijn de randvoorwaarden opgenomen om voor subsidieverlening in aanmerking te komen. Bij de keuze voor deze voorwaarden is, met het oog op het realiseren van een zo uniform mogelijk kader, aansluiting gezocht bij door het UWV gehanteerde voorwaarden op grond van artikel 12 van het Reïntegratiebesluit. Het derde lid geeft aan op welke wijze de hoogte van de subsidie voor Job coaching door het bestuur kenbaar wordt gemaakt. Het bestuur moet ervoor zorgen dat de tarieven voor een bepaald jaar vindbaar en kenbaar zijn voor werkgevers en de doelgroep. Dat kan bijvoorbeeld door de tarieven te vermelden op de website van de gemeente.

Daarbij is als eis opgenomen dat het door het bestuur vastgestelde tarief toereikend moet zijn om job coaching in te kopen. Dit betekent dat het bestuur moet onderzoeken in de markt wat een toereikend tarief is. Het feit dat een persoon of werkgever een beroep wenst te doen op een duurdere jobcoach betekent niet dat het bestuur gehouden is het 23

meerdere te verstrekken. Er is immers een maximumtarief waarvan vaststaat dat dit toereikend is om passende job coaching in te kopen. Artikel 12. Interne werkbegeleiding Artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 1, van de Participatiewet in combinatie met artikel 10, derde lid, onder b, van de Participatiewet bepaalt onder andere dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning in de vorm van een interne werkbegeleider door middel van subsidieverstrekking. Dit artikel regelt hoe dit mogelijk is en op welke wijze de hoogte van de subsidie hiervoor wordt bepaald. Artikel 13. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 1, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken. Dit artikel regelt, in aanvulling op de artikelen 3 en 10b, onder welke voorwaarden dit mogelijk is en op welke wijze de hoogte van de vergoeding hiervoor wordt bepaald als het bestuur het vervoer niet zelf (in natura) organiseert.

Bij de bepaling van de vergoeding wordt uitgegaan van het reguliere tarief in de markt, waarbij, in lijn met artikel 3, vierde lid, de goedkoopst adequate oplossing het uitgangspunt vormt. Het bedrag dat de werknemer voor vervoer ontvangt van zijn werkgever, bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding op grond van de arbeidsovereenkomst, wordt door het bestuur in mindering gebracht op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 2, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap. Dit artikel regelt dat het bestuur de, als gevolg van een geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie noodzakelijke, voorziening(en) verstrekt die nodig zijn ter vervanging of ondersteuning van de persoon. De specifieke aard van de voorziening is niet opgenomen, omdat dit sterk afhankelijk is van de behoefte van de persoon. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 3 en 10a. Artikel 15.

Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 3, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van meeneembare voorzieningen voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Hiervoor is geen limitatieve lijst. Gedacht kan worden aan een aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon, enzovoort. Wat een passende voorziening is, is sterk afhankelijk van de individuele behoefte van de persoon. Dit vraagt om maatwerk. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 3 en 10a. Het uitgangspunt is dat de voorzieningen in bruikleen beschikbaar worden gesteld en dus weer bij het bestuur worden ingeleverd op het moment dat deze niet langer nodig zijn. 24

Artikel 16. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen In artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 3, van de Participatiewet wordt uitsluitend gesproken van meeneembare voorzieningen. In sommige gevallen zijn er andere voorzieningen nodig op de werkplek om ervoor te zorgen dat de persoon hier kan werken. Hierbij kan gedacht worden aan een aangepast toilet, een entree met automatische deuropener of een traplift. Dit artikel regelt de mogelijkheid om ook in deze behoefte te voorzien door het toekennen van een werkplekaanpassing. Daarmee wordt aansluiting gezocht bij de wetsgeschiedenis, waarin wel wordt gesproken van werkplekaanpassingen in plaats van meeneembare voorzieningen (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 20).]

25

Aan:

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Brunssum P.a. Lindeplein 1 6444 AT BRUNSSUM

Datum:

20 september 2023

Betreft:

Advies Aanpassingen Participatieverordening

Geacht college, Via uw beleidsambtenaar Theo Peters ontvingen wij de aangepaste Participatieverordening met het verzoek daarover advies aan u uit te brengen. Na een uitgebreide toelichting van Theo Peters hebben wij besloten positief te adviseren op deze aanpassingen en er verder niet inhoudelijk op te reageren om de volgende redenen: -

De aanpassingen zijn noodzakelijk vanwege het Breed Offensief; In Parkstadverband dient de verordening (zoveel mogelijk) gelijkluidend te zijn omdat er gewestelijk voor de doelgroep moet worden gewerkt; De aanpassingen zijn gebaseerd op een model van de VNG; Het derhalve met name en grotendeels een technische exercitie is, die ertoe moet leiden dat de instrumenten van de Participatiewet gemakkelijker kunnen worden ingezet, ten faveure van de doelgroep: de mensen met een arbeidsbeperking.

Bij dit positieve advies is het voor ons vanzelfsprekend dat in de uitvoering de rechten van de doelgroep niet worden ingeperkt en de menselijke maat niet uit het oog verloren wordt.

Met vriendelijke groet, namens de SMO-raad Brunssum, Martha Keuzenkamp/1e secretaris SMO-raad Brunssum Adres secretariaat: Grote Gats 8 6451 CN Schinveld 06-23317914 m.keuzenkamp@ziggo.nl

info@smoraadbrunssum.nl www.smoraadbrunssum.nl

Pagina - 1

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

besluit

2023

Juli 2023

Toegevoegd is juli

Artikel 1, aanhef

begripsomschrijvingen

definities

tekstueel

Artikel 1 lid 1

---

e.

Ingevoegd sub e t/m i, onder

basis

werkgever: degene die op van

een

arbeidsovereenkomst

de

vernummering van lid e tot lid j

bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende

een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; f.

op

werknemer: persoon die basis

van

arbeidsovereenkomst verricht

bij

de

een

arbeid

werkgever,

daaronder begrepen een persoon

als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de

werkgever een dienstbetrekking is

aangegaan, dan wel dit van plan is; g.

een

re-integratievoorziening:

voorziening

gericht

op

arbeidsinschakeling en/of behoud van arbeid; h.

praktijkroute: het proces

om de persoon, behorend tot de doelgroep,

toegang

verkrijgen

op

doelgroepenregister

tot

te

basis

het

laten van 1

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

loonwaarde vaststelling op de werkplek; i.

job coaching: door een

erkende

deskundige

geboden

personen

met

een

methodische ondersteuning aan arbeidsbeperking

en

aan

werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; Artikel 1, lid 2

---

2.

Werken met behoud van

uitkering is in deze verordening

Toegevoegd lid 2

gelijk aan een proefplaatsing; Artikel 2, lid 6

Het

dagelijks

bestuur

doet

jaarlijks eenmaal, of zoveel vaker aan de gemeenteraad verslag over

de

doelmatigheid

en

doeltreffendheid van het beleid. Artikel 3, lid 2 en verder

---

Het

dagelijks

bestuur

doet

jaarlijks aan de gemeenteraad

verslag over de doelmatigheid en

“eenmaal,

verwijderd

of

zoveel

vaker”

is

is

2,

met

doeltreffendheid van het beleid." 2.

Het dagelijks bestuur kan

Toegevoegd

a.

de persoon ten behoeve

vernummering van lid 2 naar lid 3

een voorziening weigeren als: van

wie

de

voorziening

zou

worden verstrekt niet behoort tot

weigeringsgronden,

lid

onder

en lid 3 naar lid 4

de doelgroep; b.

de persoon onvoldoende

medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;

2

Artikel

Was

Wordt c.

Toelichting de persoon een beroep

kan doen op een voorziening op

basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van

een

voorliggende

voorziening; d.

de voorziening naar het

oordeel van het dagelijks bestuur

onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e.

de

er niet wordt voldaan aan

voorwaarden

die

in

deze

verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Artikel 3 lid f

---

Toegevoegd is “of”

Artikel 3 lid 4

Het dagelijks bestuur kan, in

Het dagelijks bestuur kan, in

Toegevoegd is: Hierbij biedt het

die

die

adequate voorziening aan, houdt

aanvulling op de verplichtingen zijn

verbonden

aan

de

inkomensvoorziening waar een belanghebbende aanspraak op maakt,

nadere

verplichtingen

verbinden aan het besluit tot het aanbieden van een voorziening.

aanvulling op de verplichtingen zijn

verbonden

inkomensvoorziening belanghebbende maakt,

nadere

aan

waar

aanspraak

de

een op

verplichtingen

verbinden aan het besluit tot het aanbieden van een voorziening.

Hierbij biedt het dagelijks bestuur de

goedkoopst

adequate

voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod

rekening

dagelijks bestuur de goedkoopst bij

het

voorzieningenaanbod

rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal

domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern

af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. houdt

bij

Het

de

dagelijks

bestuur

afstemming

ook

3

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

met andere voorzieningen die in

rekening met voorzieningen op

beschikbaar zijn en stemt het

regelingen en stemt dit af in het

het kader van het sociaal domein aanbod, als dat nodig is, intern af

zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van

grond

van

andere

wettelijke

plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.

de persoon. Het dagelijks bestuur houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond

van

andere

wettelijke

regelingen en stemt dit af in het plan

van

aanpak,

bedoeld

1.

Het dagelijks bestuur kan

artikel 44a van de wet. Artikel 4, sociale activering

in

een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. 2.

Het

dagelijks

Ingevoegd

activering,

is

artikel

onder

4,

sociale

vernummering

van de volgende aritkelen

bestuur

stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden

van die persoon.

en

capaciteiten

3.

Onder sociale activering

de

maatschappelijk

wordt verstaan het verrichten van

nuttige

activiteiten of vrijwilligerswerk ter

voorbereiding op de start van een traject

gericht

op

4

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

arbeidsinschakeling of gericht op

het voorkomen van een sociaal isolement. 4.

Het

bestuur

biedt

de

activiteiten uitsluitend aan als hierdoor

de

concurrentieverhoudingen

niet

onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 5, scholing

Was artikel 4

Wordt artikel 5

beleidsregels vast ten aanzien

aanzien

3.

Het dagelijks bestuur stelt

van deze voorziening. Artikel 6, beschut werk

Was artikel 5 1.

Het

college

een

persoon

biedt

de

wie

is

voorziening beschut werk aan van

vastgesteld dat deze alleen in een beschutte

aangepaste

omgeving

mogelijkheden

onder

omstandigheden tot

arbeidsparticipatie heeft en deze persoon: a.

of

behoort tot de doelgroep;

3. Het dagelijks bestuur kan ten van

deze

voorziening

Lid 3 wordt gewijzigd in een “kan” bepaling

nadere regels vaststellen. Wordt artikel 6 1.

Het

dagelijks

bestuur

verstrekt om de in artikel 10b,

eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden maken

de

voorzieningen:

mogelijk

te

volgende

a.

fysieke aanpassingen van

b.

uitsplitsing van taken; of

de werkplek of de werkomgeving; c.

aanpassingen in de wijze

van werkbegeleiding, werktempo

- het college (o.g.v. GR) vervangen door het dagelijks bestuur (lid 1en 2) -

inhoudelijke

herformulering

o.g.v. verplichting Artikel. 10b lid 7 om vast te stellen;

• welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling aangeboden

functioneren

op

om

een

worden

adequaat

beschutte

werkplek mogelijk te maken en

of arbeidsduur.

5

Artikel

Was b.

Wordt een persoon is aan wie het

Uitvoeringsinstituut

werknemersverzekeringen uitkering verstrekt. 2.

van

een

Om de in artikel 10b lid 1 de

wet

werkzaamheden

bedoelde

mogelijk

te

maken, biedt het college de volgende voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling aan: persoonlijke

b.

fysieke

c.

loonkostensubsidie zoals

3.

Het

wie

is

vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste

mogelijkheden

voorzieningen

worden

aangeboden tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt.

arbeidsparticipatie

hebben,

dienstbetrekking,

bedoeld

tot

tot

het moment van aanvang van de in

artikel 10b, eerste lid, van de wet, de

volgende

sociale

bedoeld in artikel 10d van de wet.

b.

scholing als bedoeld in

c.

persoonlijke

college

welke

omstandigheden

a.

moment

biedt

een

waarop

de

dienstbetrekking beschut werk aanvangt.

ondersteuning

van

werkplekaanpassingen;

arbeidsinschakeling aan tot het

persoonlijke

personen

•

voorzieningen aanbieden:

maatwerk voorziening gericht op

7

aan

Het dagelijks bestuur kan

daarnaast

a.

ondersteuning; en/of

Artikel

2.

Toelichting

activering

bedoeld in artikel 4; artikel 5;

ondersteuning

als

artikel 7; of d.

in als

bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Wordt artikel 7

Aan een persoon die behoort tot

werk

de doelgroep kan het dagelijks

bedoeld

Schuldhulpverlening

Was artikel 6

Persoonlijke ondersteuning

als

Persoonlijke

ondersteuning

bij

In titel toegevoegd “bij werk” Herformulering

in

verband

verwijzing naar hoofdstuk 3A.

met

6

Artikel

Was

Wordt

bestuur

persoonlijke

ondersteuning bij het verrichten van

de

de

vorm

aan

die

persoon

opgedragen taken aanbieden in van

begeleiding

structurele

als

hij

zonder

persoonlijke ondersteuning niet in

staat

is

de

aan

hem

opgedragen taken te verrichten

1.

Toelichting Het dagelijks bestuur kan

persoonlijke

ondersteuning

werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2.

Persoonlijke

ondersteuning

bij

Was artikel 7 1.

een

Het dagelijks bestuur kan loonkostensubsidie

verstrekken aan werkgevers die met

een

kwetsbare

werknemer

kwetsbare, of

uiterst

gehandicapte

arbeidsovereenkomst sluiten.

een

2.

Het dagelijks bestuur stelt

de

doelgroep

vast of een persoon behoort tot loonkostensubsidie. 3.

Het

dagelijks

bestuur

advies

wordt

besluit of ten aanzien van een persoon

ingewonnen organisatie

bij

en

een

aan

externe welke

werk

als

bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel

3,

overeenkomstig

de

van Hoofdstuk 3A. Artikel 8 loonkostensubside

bij

bepalingen

Wordt artikel 8 1.

verstrekt

Het

dagelijks

bestuur verstrekt overeenkomstig artikel

10d,

van

de

wet,

loonkostensubsidie

aan

de

ambtshalve

of

op

Artikel is volledig geherformuleerd

op basis van de wijziging van de participatiewet

aanvraag,

werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met

een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2.

Het

dagelijks

bestuur

bevestigt de ontvangst van de aanvraag

schriftelijk

aan

de

werkgever, of als de aanvraag 7

Artikel

Was

Wordt

minimumeisen de methode ter

wordt gedaan door de persoon,

worden gesteld.

3.

bepaling 4.

van

de

loonwaarde

Het dagelijks bestuur stelt

beleidsregels vast over de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 5.

of

Onder (uiterst) kwetsbare

gehandicapte

werknemer

wordt verstaan de persoon die

onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste 1 jaar werkloos is geweest. 6.

De

subsidie

wordt

de

concurrentieverhoudingen

uitsluitend verstrekt als hierdoor niet

onverantwoord

worden

beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. 7.

wordt

De

niet

loonkostensubsidie verstrekt

als

de

werkgever op grond van een

andere regeling aansprak maakt op

de

financiële

tegemoetkomingen in verband

met de indiensttreding van de werknemer

Toelichting

aan de werkgever en de persoon. Een

aanvraag

voor

loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort

tot

de

doelgroep

loonkostensubsidie,

ook

beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort

tot

de

doelgroep

loonkostensubsidie, bedoeld in

artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking

voor

een

persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort

tot

de

doelgroep

loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4.

wordt

De

niet

loonkostensubsidie verstrekt

als

de

werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt

op financiële tegemoetkomingen

in verband met de indiensttreding van

de

werknemer

of

als

8

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

redelijkerwijs

kan

worden

aangenomen dat de persoon ook

zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk. 5.

Het dagelijks bestuur stelt

binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever

toepassing

wordt

dagelijks

bestuur

gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 6.

Het

neemt bij het verstrekken van de

loonkostensubsidie het preferente proces

loonkostensubsidie

acht. Artikel 9 werken met behoud van uitkering/proefplaatsing

Geen bepaling opgenomen

1.

in

Het dagelijks bestuur kan

personen uit de doelgroep de voorziening ‘Werken met behoud van

uitkering’

aanbieden

(proefplaatsing). Deze bestaat uit het

werken

met

behoud

van

uitkering,

gedurende

een

2.

doel

de

bepaalde periode. Het

van

proefplaatsing kan bijvoorbeeld zijn het vervullen van een stage,

De bepalingen omtrent werken met behoud

van

uitkering

opgenomen in beleidsregels.

waren

Ingevolge artikel. 8a lid 2 onder d

Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden hiervoor opnemen. Daarnaast is in het kader van de harmonisatie de termijn bepaald (waarbij door het rijk is aangesloten bij de termijnen van het UWV).

9

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

het leren functioneren in een

arbeidsrelatie, het opdoen van werkervaring, en is steeds gericht op uitstroom naar een reguliere baan. 3.

Het dagelijks bestuur kan,

als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in

artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand

ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaatsing bij een werkgever voor de duur van twee

maanden, met de mogelijkheid tot verlenging maanden,

met

maximaal

vier

onbeloonde

werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 4.

In bijzondere situaties is

het toegestaan om nogmaals aan dezelfde

persoon

een

proefplaatsing aan te bieden bij

een andere werkgever, waarbij het

bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing is.

10

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

5.

Voor een proefplaatsing

wordt

uitsluitend

verleend als: a.

toestemming

de persoon, gelet op zijn

vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b.

het

verwacht

dagelijks

dat

de

bestuur

plaatsing

bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c.

hierdoor

de

concurrentieverhoudingen

niet

onverantwoord worden beïnvloed en

geen

verdringing

arbeidsmarkt plaatsvindt; d.

op

de

de werkzaamheden van de

persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens

rechtsvoorganger,

zijn

e.

de werkgever bij aanvang

verricht; en

van de proefplaatsing schriftelijk

de intentie heeft uitgesproken dat hij

de

persoon,

aan

zijn

bij

gebleken

geschiktheid, direct aansluitend proefplaatsing,

voor

minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen.

11

Artikel

Was

Wordt 6.

Toelichting Het

weigert

dagelijks

bestuur

kan

worden

deze

voorziening

redelijkerwijs

als

aangenomen dat de persoon ook

zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. 7.

Als de werkzaamheden op

de proefplaatsing wegens ziekte

worden onderbroken, dan wordt de periode van ziekte voor de toepassing

van

de

maximale

periode, bedoeld in het derde

lid buiten beschouwing gelaten. Artikel 10 Bepalingen en reintegratieondersteuning

Geen bepaling opgenomen

1.

Het dagelijks bestuur kan

persoonlijke

ondersteuning

bij

werk en overige voorzieningen,

als bedoeld in artikel 2, lid 1,

verstrekken ten behoeve van een persoon

met

een

toekenning

van

arbeidsbeperking. 2.

Bij

de

persoonlijke

ondersteuning

bij

werk en overige voorzieningen gelden,

onverminderd het bepaalde in artikel

3,

voorwaarden:

de

Dit

artikel

bevat

een

aantal

voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen

met

een

arbeidsbeperking. Het artikel is een aanvulling op de in Artikel. 3 opgenomen

(algemene)

voorwaarden om in aanmerking te komen

voor

voorziening.

een

re-integratie

volgende

12

Artikel

Was

Wordt a.

Toelichting de persoon behoort tot de

doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PROonderwijs heeft genoten; b.

de persoon kan zonder

deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c.

de werkgever biedt een

dienstbetrekking

aan

van

minimaal 6 maanden, met een

minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d.

het betreft geen Arbo-taak

waarvoor

de

e.

betreft

verantwoordelijk is; het

werkgever geen

meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de

werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f.

er is naar het oordeel van

het dagelijks bestuur geen sprake van een werkplekaanpassing die in

zijn

algemeenheid

van

de

werkgever kan worden verlangd; en g.

de

kosten

voorziening(en)

zijn

van

naar

de

het 13

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

oordeel van het dagelijks bestuur proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet

opwegen

tegen

de

opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 10a

Aanvraagprocedure

persoonlijke ondersteuning bij

werk en overige voorzieningen

Geen bepaling opgenomen

1.

Een

persoonlijke

aanvraag

ondersteuning

om bij

werk en overige voorzieningen kan bij het dagelijks bestuur worden

ingediend

door

de

persoon of zijn werkgever. Het dagelijks bestuur kan hiervoor een

vaststellen. 2.

Het

aanvraagformulier

dagelijks

bestuur

dagelijks

bestuur

In dit artikel worden de verplichte stappen beschreven die het DB moet

doorlopen

zorgvuldig

om

tot

onderzocht

een en

overwogen besluit te komen. Het artikel vloeit voort uit Artikel. 8a 2e lid onder f en g van de PW.

bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3.

Het

bepaalt

na

overleg

met

de

persoon, en indien van toepassing met

de

werkgever,

welke

ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 4.

Het

dagelijks

bestuur

onderzoekt, voor zover nodig en

gelet op de omstandigheden van 14

Artikel

Was

Wordt de

Toelichting persoon,

in

voorkomende

gevallen

mogelijkheden

om

samenwerking partijen,

onder

gebied

gezondheid,

daartoe

van

met

meer

de

door

andere

op

het

(publieke)

jeugdhulp,

maatschappelijke ondersteuning, onderwijs,

schuldhulpverlening,

welzijn en wonen, te komen tot

een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1 van de wet, of

de

wijze

persoonlijke

van

voortgezette

ondersteuning,

bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. Artikel 10b

ondersteuning

Persoonlijke bij

overige voorzieningen

werk

en

Geen bepaling opgenomen

1.

Het dagelijks bestuur kan

persoonlijke

ondersteuning

bij

werk in de vorm van job coaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is

in een dienstverband bij of in opdracht van WSP Parkstad of een

derde, waarbij de gemeente de

15

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

uitvoering van de job coaching heeft ingekocht. 2.

Het dagelijks bestuur kan

persoonlijke

ondersteuning

bij

werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a.

job

coaching

door

een

b.

interne

3.

De in het eerste of tweede

interne of externe jobcoach; of

werkbegeleiding

door een interne werkbegeleider.

lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog

op

het

verrichten

van

zoals

een

werkzaamheden, anders dan in dienstverband, proefplaatsing werktraject. Artikel 10c

beschikking

ondersteuning

Inhoud bij

persoonlijke

overige voorzieningen

werk

en

Geen bepaling opgenomen

of

bij

een

leer-

Het dagelijks bestuur geeft in een

beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a.

welke

ondersteuning

of

persoonlijke overige

voorziening wordt verstrekt;

16

Artikel

Was

Wordt b.

Toelichting als

subsidie

wordt

verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c.

de duur en intensiteit van

d.

de ingangsdatum van de

de ondersteuning; ondersteuning voorziening; e.

of

overige

als de verstrekking afwijkt

van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f.

voor zover van toepassing,

welke andere ondersteuning of

voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop

de persoon integraal kan worden ondersteund. Artikel

10d

voorwaarden

Specifieke

toekenning

persoonlijke ondersteuning bij werk

Geen bepaling opgenomen

1.

De

aanvraag

persoonlijke

ondersteuning

ingangsdatum

van

voor bij

werk moet binnen 26 weken na de de

dienstbetrekking zijn ontvangen,

tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.

17

Artikel

Was

Wordt 2.

Toelichting Het

dagelijks

bestuur

besluit op basis van individueel maatwerk,

waarbij

de

aard,

omvang, duur en i intensiteit van de

persoonlijke

wordt gewogen. Artikel 11

Jobcoaching

Geen bepaling opgenomen

1.

Een

persoonlijke

ondersteuning

jobcoach

die

ondersteuning

de

bij

werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals gesteld door het UWV. 2.

De

in

te

zetten

jobcoaching wordt bepaald op

Artikel 8a lid 2 onder e PW bepaalt

dat in de verordening moet worden geregeld

hoe

het

bestuur

zorgdraagt voor het verstrekken van

persoonlijke

ondersteuning

waaronder jobcoaching.

basis van de loonwaardemeting 3.

Het dagelijks bestuur kan

van de in het tweede lid bedoelde loonwaardemeting afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet

op het belang dat beoogt te worden

beschermd,

leidt

onbillijkheid

van

4.

gemeente

aard.

De

tot

overwegende biedt

jobcoaches van WSP Parkstad en door

de

gemeente

gecontracteerde jobcoaches met voorrang aan.

18

Artikel Artikel 11a natura

Jobcoaching

in

Was

Wordt

Geen bepaling opgenomen

1.

Toelichting Het dagelijks bestuur kan

ambtshalve,

of

op

aanvraag,

jobcoaching in natura aanbieden. 2.

Bij

jobcoaching

voorbereiding

aanvragen

in

natura van

om

en

de

een

beschikking op de aanvraag is het

bepaalde in de artikelen 11 van toepassing. Artikel 11b

Subsidie voor het

organiseren van jobcoaching

Geen bepaling opgenomen

1.

Het dagelijks bestuur kan

op aanvraag subsidie voor het organiseren

van

jobcoaching

verlenen aan de werkgever. 2.

Subsidie

voor

met

inachtneming

het

organiseren van jobcoaching kan, van

het

bepaalde in de artikelen 10a tot en met 10d, worden verleend als: a.

de jobcoaching bestaande

uit een individueel trainings- of inwerkprogramma

en

een

systematische begeleiding van de persoon

behorend

uitvoeren

van

tot

de

aan

hem

doelgroep, gericht op het kunnen de

lid 1: Artikel 8a 2e lid onder e 1 PW

bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van

persoonlijke

ondersteuning

m.b.t. subsidieverstrekking.

- lid 2: randvoorwaarden om voor

subsidieverlening in aanmerking te komen.

uniform

Hierbij

is,

mogelijk

om te

dit

zo

maken,

aansluiting gezocht bij de door het UWV

o.g.v.

gehanteerde

Artikel

Reintegratiebesluit.

voorwaarden 12

opgedragen taken, wordt geborgd door

middel

coachingsplan;

van

een

19

Artikel

Was

Wordt b.

van

Toelichting de omvang en de kwaliteit de

georganiseerde

jobcoaching passend is; c.

de

continuïteit

van

d.

de persoon voor wie de

jobcoaching geborgd is; en

de

subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk

instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever.

3, Het dagelijks bestuur kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor

de

organisatie

van

jobcoaching, waarbij het dagelijks bestuur

zorgdraagt

voor

de

kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven Artikel 12

Interne

werkbegeleiding

Geen bepaling opgenomen

Als een persoon uit de doelgroep

Artikel. 8a 2e lid onder e, onderdeel

werk

3e lid onder b PW bepaalt dat in de

voor het kunnen verrichten van is

aangewezen

op

begeleiding die de gebruikelijke

begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het dagelijks

bestuur een subsidie verlenen aan de

werkgever

voor

1PW in combinatie met Artikel. 10 verordening moet worden geregeld

hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning.

de

20

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

aangetoonde

meerkosten

verbonden

zijn

organiseren

aan

van

de

werkbegeleiding. Artikel 13

voorwaarden

Specifieke

vervoersvoorziening

toekenning

Geen bepaling opgenomen

1.

die

het

interne

Het dagelijks bestuur kan

Artikel. 8a 2e lid onder f1 PW

toekennen aan een persoon die

worden geregeld hoe het bestuur

een

door

vervoersvoorziening

zijn

beperking

niet

zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaatsing

of

opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in

natura als in de vorm van een vergoeding verstrekt. 2.

in

geld

bepaalt dat in de verordening moet zorgdraagt voor het verstrekken van een vervoersvoorziening zodat de

betrokkene

zijn

werkplek,

proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken.

worden

Het dagelijks bestuur biedt

een vervoersvoorziening aan als

aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

de persoon kan door zijn

beperking niet zelfstandig reizen of

gebruik

maken

openbaar vervoer; en

van

het

b.

het vervoer is beperkt tot

3.

De

woon-werkverkeer.

hoogte

van

de

vergoeding in geld hangt af van

het aantal dagen dat moet worden 21

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een

taxi of een andere vorm van vervoer. 4.

Het

dagelijks

bestuur

brengt een eventueel bedrag voor

een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in

mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14

Specifieke

voorwaarden noodzakelijke

Geen bepaling opgenomen

intermediaire activiteit bij

visuele of motorische handicap

Het dagelijks bestuur kan een

Artikel. 8a 2e lid onder f onderdeel

intermediaire activiteit toekennen

moet worden geregeld hoe het

voorziening in de vorm van een die gericht is op de vervanging of ondersteuning ziekte

of

van

gebrek

een

door

geheel

of

gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 15

voorwaarden

voorzieningen

Specifieke

meeneembare

Geen bepaling opgenomen

1.

2 PW bepaalt dat in de verordening bestuur

zorgdraagt

voor

het

verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit igv visuele of motorische handcap.

Uitgangspunt is de voorzieningen in bruikleen beschikbaar stellen.

Het dagelijks bestuur kan

Artikel. 8a 2e lid onder f onderdeel

toekennen, als dit nodig is voor de

moet worden geregeld hoe het

een

meeneembare

voorziening

persoon om te kunnen werken. 2.

Er is geen limitatieve lijst

van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd

3 PW bepaalt dat in de verordening bestuur

zorgdraagt

verstrekken

van

voor

het

meeneembare

voorzieningen voor de inrichting

van de werkplek, opleiding of te gebruiken hulpmiddelen.

22

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3.

De

meeneembare

voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere

gevallen

kan

het

voorziening

in

eigendom

te

dagelijks bestuur besluiten de verstrekken. Artikel 16

voorwaarden

Specifieke

Geen bepaling opgenomen

werkplekaanpassingen

Het dagelijks bestuur kan een

In

toekennen aan een persoon, als

meeneembare

aanpassing

van

de

werkplek

dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij

elk

product

als

werkplekaanpassing

een

worden

beschouwd als de noodzaak en meerwaarde

in

aantoonbaar zijn.

de

werksfeer

Artikel.

8a

2e

lid

onder

f

onderdeel 3 PW zijn uitsluitend

voorzieningen

geregeld. Onderhavig Artikel biedt de mogelijkheid om ook in andere (noodzakelijke

behoeften)

te

voorzien. Dit sluit ook aan bij de

wetsgeschiedenis die wel spreken over

werkplekaanpassingen

iov

meeneembare voorzieningen. Het behelst dus een bredere uitleg in dezen.

Hoofdstuk 4 slotbepalingen

Was hoofdstuk 3

Wordt hoofdstuk 4

Artikel

Was artikel 8

Wordt artikel 17

Participatieverordening ISD BOL

Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD

17

intrekken

oude

verordening en overgangsrecht

1.

De

2018 wordt ingetrokken.

1.

BOL

De Participatieverordening 2023

terugwerkende

wordt

(met

kracht)

ingetrokken per 1 juli 2023.

De tekst van de intrekkingsbepaling is

aangepast,

omdat

deze

nu

toeziet op de intrekking van de

verordening zoals die eind 2022 is vastgesteld

(en

niet

op

23

Artikel

Was 2.

Wordt De

Verordening

loonkostensubsidie ISD BOL 2018 wordt ingetrokken. 3.

De voorafgaande aan de

intrekking

van

de

Participatieverordening ISD BOL 2018

en

de

Verordening

loonkostensubsidie ISD BOL 2018 toegekende

voorzieningen

worden gehandhaafd voor de

duur waarvoor zij zijn toegekend. 4.

Het dagelijks bestuur kan

na afloop van de in het derde lid

2.

de

Toelichting De voor de intrekking van Participatieverordening

Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL

2023

reeds

gehandhaafd

voor

voorzieningen

de

worden duur

Het dagelijks bestuur kan

na afloop van de in het tweede lid

bedoelde periode besluiten dat een

voorziening

voortgezet.

verder

wordt

bedoelde periode besluiten dat

4.

voortgezet.

ten aanzien van een voortgezette

een voorziening verder wordt 5.

De

Participatieverordening ISD BOL 2018

en

de

Verordening

blijven

van

toepassing

1 januari 2023)

toegekende

waarvoor zij zijn toegekend. 3.

verordeningen zoals die golden tot

De Participatieverordening

ISD BOL 2023 blijft van toepassing voorziening als bedoeld in het derde lid.

loonkostensubsidie ISD BOL 2018 ten

aanzien van een voortgezette

voorziening als bedoeld in het vierde lid. Artikel 18 hardheidsclausule

Was artikel 9

Wordt artikel 18

Geschrapt is de tussenzin: “voor

de toepassing van bepalingen in

de toepassing van bepalingen in

die

Het dagelijks bestuur kan, indien deze

verordening

in

de

Het dagelijks bestuur kan, indien deze verordening in de individuele

zover het de bevoegdheid betreft voortvloeit

uit

deze

24

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

tot

situatie tot onbillijkheden van

verordening”, aangezien dit voor

aard leidt, voor zover het de

zover het de bevoegdheid betreft

individuele

situatie

onbillijkheden van overwegende bevoegdheid

betreft

die

voortvloeit uit deze verordening, afwijken van deze verordening. Artikel 19 Inwerkingtreding

Was artikel 10 Deze

verordening

treedt

werking op 1 januari 2023

in

overwegende die

aard

voortvloeit

leidt,

voor

uit

deze

zich spreekt.

verordening, afwijken van deze verordening.

Wordt artikel 19 Deze

verordening

treedt

(met

terugwerkende kracht) in werking op 1 juli 2023

Toegevoegd

Was artikel 11 Deze

verordening

aangehaald

Participatieverordening

wordt

als:

Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL 2023.

Wordt artikel 20 Deze

verordening

aangehaald

Participatieverordening

bepaling

met

terugwerkende kracht, aangezien de wetswijziging met ingang van 1 juli

van

Daarnaast

gewijzigd. Artikel 20 Citeertitel

is

kracht is

de

geworden

is.

ingangsdatum

wordt als:

Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL juli 2023.

25

Wijzigingen: Artikel 1

Definities -

sub a en d omgewisseld

-

sub e t/m j ingevoegd (a.d.h.v. modelverordening en regio)

-

oude sub e verplaatst naar sub k

Artikel 2

Algemene voorzieningen -

lid 5: vijfde vervangen door vierde

-

Lid 6 verwijderd: eenmaal, of zoveel vaker

Artikel 3

Voorwaarden voorzieningen -

lid 2 ingevoegd: sub a t/m e; weigeringsgronden voorzieningen

-

lid 3: was het voormalige lid 2, is nu lid 3 geworden.

-

In sub f toegevoegd :””of””

-

vernummering lid 3 (is nu lid 4) en tevens aanvulling hierop met goedkoopst adequate voorziening

Artikel 4

Sociale activering -

invoegen artikel 4 inzake sociale activering. Daarmee tevens vernummering. Het voormalige artikel 4 scholing wordt nu Artikel. 5.

Artikel 5

Scholing -

Geen inhoudelijke wijzigingen (was voorheen Artikel. 4)

Artikel 6

Beschut werk -

het college (o.g.v. GR) vervangen door het dagelijks bestuur (lid 1en 2)

-

inhoudelijke herformulering o.g.v. verplichting Artikel. 10b lid 7 om vast te stellen; •

welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om adequaat functioneren op een beschutte werkplek mogelijk te maken en

•

welke voorzieningen worden aangeboden tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt.

Artikel 7

Persoonlijke ondersteuning bij werk Herformulering i.v.m. verwijzing naar hoofdstuk 3A. Artikel 8

Loonkostensubsidie

-

lid 5: regionaal is afgesproken om dit op 13 weken te zetten. Hierbij is aansluiting gezocht bij hoe dit in het verleden (ook) was ingericht: Een klant die onder de doelgroep valt van de loonkostensubsidie en met wie een proefplaatsing is afgesproken verricht, met behoud van uitkering, voor maximaal 3 maanden bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden om tot een reële vaststelling van de loonwaarde te komen. Dat zijn de 13 weken waar wij het destijds op baseerden. Bij de bepaling van de 13 weken in mede in overweging genomen c.q. de achterliggende gedachte geweest: Je bent afhankelijk van WSP en als het drukker gaat worden met LKS en er zijn daar bijv. zieken of een tekort aan personeel is een kortere termijn (bijv. 8 weken) wellicht helemaal niet zo makkelijk haalbaar. Nu is dat wel het geval, en lopen we daar geen onnodige risico’s.

Artikel 9

werken met behoud van uitkering/proefplaats. Dit stond voorheen in de beleidsregels en was van langere duur (13 weken). Ingevolge Artikel. 8a lid 2 onder d PW MOET de gemeente in de verordening de voorwaarden hiervoor opnemen. Daarnaast is in het kader van de harmonisatie de termijn bepaald (waarbij door het rijk is aangesloten bij de termijnen van het UWV). Artikel 10

Bepalingen en re-integratie ondersteuning. -

Dit artikel bevat een aantal voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning

bij

werk

en

overige

voorzieningen

aan

personen

met

een

arbeidsbeperking. Het artikel is een aanvulling op de in Artikel. 3 opgenomen (algemene) voorwaarden om in aanmerking te komen voor een re-integratie voorziening. -

lid 2 onder c minimaal aantal uren in regionaal afgestemd.

Artikel 10a

Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen In onderhavig artikel worden de verplichte stappen beschreven die het DB moet doorlopen om tot een zorgvuldig onderzocht en overwogen besluit te komen. Het artikel vloeit voort uit Artikel. 8a 2e lid onder f en g van de PW. Artikel 10b

Persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Lid 3 is een uitbreiding op de wettelijke basisplicht om deze ondersteuning aan te bieden t.b.v. opgedragen taken die worden verricht in het kader van een dienstverband bij een werkgever. Artikel 10c

Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Beschikking dient te voldoen aan Awb. Artikel 10d

Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk

lid 1: De keuze voor 26 weken is regionaal bepaald en is gekoppeld aan 6 maanden forfaitaire LKS, daar kijk je feitelijk ook naar wat is nodig, naast wat is dan de loonwaarde van klant. We zijn van mening dat een werkgever/werknemer niet binnen 8 weken exact weet wat nodig is. Achterliggende gedachte hierbij was: Er is nu een breed offensief om mensen met een handicap aan het werk te krijgen en te houden. Dan komt er na 9 weken de vraag voor ondersteuning, want de aap is na 8 weken pas echt uit de mouw gekomen en zeggen wij, jammer dan en staat de werknemer na 6 maanden weer bij ons op de stoep, daar is geen kosten-batenanalyse voor nodig om te weten, dat het meer tijd en dus geld zal kosten. Een termijn van 6 maanden is heel billijk en dat ze het mogen aanvragen is nog niet gelijk aan dat ze het ook gaan krijgen. Het moet immers ook in de praktijk uitvoerbaar en werkbaar zijn! Artikel 11a

Jobcoaching in natura Artikel 8a lid 2 onder e PW bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het bestuur zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning w.o. jobcoaching. Artikel 11b

Subsidie voor het organiseren van jobcoaching -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=1a6d63be-4ff6-40f4-9037-543ae1413c8f