Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Burgerzaken van 10 oktober 2023 1 2.a 2.b 2.c 2.d 3
4
5
Opening 19:00 uur Vaststellen concept besluitenlijst Buza d.d. 12-9-2023 De besluitenlijst van het niet openbaar deel (agendapunt 3) ligt ter inzage op de griffie Concept Besluitenlijst raadscommissie 12 september 2023 Burgerzaken Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 31-8 en 3-10-2023) Toezeggingen (afgedaan tussen 31-8 en 3-10-2023 Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Terugkoppeling vanuit verbonden partijen ISD BOL Participatieverordening PW, IOAW en IOAZ juli 2023; Gemeenteblad 2023/78 19:10 - 19:35 uur Weth. Van Leusden Dhr. Peters Raadsvoorstel 78 Participatieverordening PW, IOAW en IOAZ juli 2023 Raadsvoorstel 78 (bijlage ) Participatieverordening 2023versiejuli.def__ Raadsvoorstel 78 (bijlage) 23-09-20 Advies SMO Aanpassingen Participatieverordening Raadsvoorstel 78 (bijlage) Was wordt lijst aanpassing verordening julie 2023_ Raadsvoorstel 78 (bijlage) WijzigingenParticipatieverordening ISD BOL 2e Bestuursrapportage 2023; Gemeenteblad 2023/79 19:35 - 20:00 uur Weth. Van Leusden Dhr.
Peters Raadsvoorstel 79 ISD BOL 2e Bestuursrapportage 2023 Raadsvoorstel 79 (bijlage) 2e berap 2023 versie 0.4 PUB_ Raadsvoorstel 79 (bijlage) 11e begrotingswijziging 2023 inzake 2e berap 2023 ISD-BOL (002) Raadsvoorstel 79 (bijlage) IS BOL 2e bestuursrapportage (Berap) 2023 Raadsvoorstel 79 (bijlage) Verzending voorlopig vastgestelde berap 2 2023 Brunssum PUB Sluiting 20:00 uur
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE BURGERZAKEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 12 SEPTEMBER 2023 OM 19:00 UUR IN DE RAADZAAL
1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Burgerzaken van 12 september 2023
Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Burgerzaken, gehouden op dinsdag 12 september 2023 om 19:00 uur in de raadzaal. Aansluitend vergadert de rekencommissie. Beide vergaderingen zijn openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 https://www.youtube.com/watch?v=oR5Dhn9UmE0 AANWEZIG COMMISSIE BURGERZAKEN: Voorzitter:
Mw. M. Baten (Lijst Borger)
Burger-commissieleden:
Mw. M.G.H. Kessels (PAK, woordvoerder) Mw. S.H. Hallingse (Lijst Brunssum Lokaal, woordvoerder) Mw. S.L.F. Gulpen (VVD, woordvoerder) Mw. B.H. Arts-Robeerts (SP, woordvoerder) Mw. R. Sabah-Carta (PvdA, woordvoerdster) Dhr. H. Offermans (PvdA, toehoorder) Dhr. G. Fober (Lijst Borger, woordvoerder) Dhr. J.H.J. Janssen (PAK, toehoorder) Dhr. L.J.H. Snackers (BBB Lijst Palmen, woordvoerder) Dhr. J. Van Dijk (VVD) Dhr. P. Peeters Mvr. Boer (agendapunt 3) N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Raadsleden:
Collegeleden: Notulist (griffier): Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten: Afwezig met afmelding:
Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:00 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst Burgerzaken d.d. 2023 De besluitenlijst van de commissie burgerzaken van 23 mei 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 21-6-2023) De toezeggingen met nummers 61, 5, 67, 73, 81, 82, 20, 24, 39-42 zijn onder voorwaarde akkoord. De PvdA fractie zal nog reageren welke toezeggingen naar hun mening nog niet afgehandeld zijn. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht zijn geen mededelingen. In het kader van de passieve informatieplicht worden geen vragen gesteld. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen Er is geen terugkoppeling vanuit de verbonden partijen. Agendapunt 3: Herstelplan Xonar; Gemeenteblad 2023/65 Er zijn vragen die betrekking hebben op bijlagen 3 en 4 van de stukken. De voorzitter laat om 19:10 uur de deuren sluiten Vergadering achter gesloten deuren is een apart verslag van gemaakt Heropening van de vergadering door de voorzitter om 19:42 uur. Wethouder Van Dijk geeft een toelichting op het voorstel en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijke ondersteund door mevrouw Boer. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: 1.
Het toekennen van een eenmalige, financiële bijdrage van maximaal € 138.211 aan stichting XONAR om de zorgcontinuïteit voor onze jeugdigen veilig te stellen. 2. Het toekennen van € 16.658,43 aan centrumgemeente Maastricht voor de ondersteuningskosten van het proces rondom het herstelplan Xonar.
2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Burgerzaken van 12 september 2023
De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk – PvdA, VVD en LBL - te behandelen in de raadsvergadering van 26 september 2023. Agendapunt 5: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 19:52 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Burgerzaken van 12 september 2023
Onderwerp Vergoedingsregeling adviescommissie Stijging WOZ waarde Provinciale subsidieregelingen Toekomstige communicatie nav artikel 43 brief 12 energie coach-250 euro tegoedbon Geldautomaten (= overgenomen motie 13)
Datum Nummer Portefeuillehoud Datum reactie Afgedaan toezegging er 05-09-2023 46 Van Leusden 25-09-2023 Ja 05-09-2023 44 Van Leusden 12-09-2023 Ja 05-09-2023 43 Van Leusden 12-09-2023 Ja 21-03-2023 18 Van Leusden 12-09-2023 Ja 01-11-2022 71 Van der Rijt 19-09-2023 Ja
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum
: 26 september 2023 : 202340954 : 2023/78 : Maatschappelijke ontwikkeling : Theo Peters : +31455278665, theo.peters@brunssum.nl : Merle van Leusden : 14 november 2023 : Niet van toepassing
Aan de raad, 1. Onderwerp Participatieverordening PW, IOAW en IOAZ juli 2023 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding In 2018 werd geconstateerd dat ongeveer de helft van de mensen met een arbeidsbeperking geen werk had en dat slechts 1 op de 10 werkgevers iemand met een arbeidsbeperking in dienst had. Dit ondanks het landelijke beleid om tot een inclusieve samenleving te komen, waarin mensen zo veel mogelijk kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt. Reeds eerder zijn daartoe in 2015 de Participatiewet, de Wet banenafspraak en het quotum arbeidsbeperkten ingevoerd. Toch bleef de arbeidsdeelname van mensen met een arbeidsbeperking achter bij de verwachtingen. Uit onderzoek bleek dat er voor werkgevers (vooral administratieve) knelpunten waren en dat werken voor mensen met een arbeidsbeperking (financieel) niet aantrekkelijk genoeg was. Het moest daarom voor werkgevers eenvoudiger worden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en voor werknemers aantrekkelijker te maken. Daarom besloot de Staatssecretaris in september 2018 tot een Breed Offensief. Het wetsvoorstel Breed Offensief Participatiewet is op 29 november 2022 door de Eerste Kamer aanvaard. Het Breed Offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Doelen van de maatregelen uit het Breed Offensief zijn: • • • •
Het makkelijker maken voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen; Mensen met een arbeidsbeperking voor langere tijd aan het werk helpen; Werk voor mensen met een arbeidsbeperking aantrekkelijker maken; Zorgen dat werkgevers en werkzoekenden elkaar makkelijker vinden.
Het Breed Offensief houdt tevens een verordeningsplicht voor gemeenten in per 1 juli 2023. Met het onderhavig voorstel wordt de ‘Participatieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ ISD BOL juli 2023’ ter vaststelling aan de raad voorgelegd. b. Huidige situatie/probleemstelling Het betreffende wetsvoorstel is onderdeel van een breed offensief om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. Het gaat hierbij om mensen met een beperking die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Het betreft mensen die onder de Participatiewet of de Wajong vallen. Het voorstel bevat een groot aantal wijzigingen om: a. het proces van werk vinden en behouden eenvoudiger en makkelijker te maken voor werkgevers en werkzoekenden, b. het werken aantrekkelijker te maken voor mensen met beperkingen, en c. bij te dragen aan duurzaam werk voor arbeidsbeperkten.
In de Participatiewet wijzigen hiervoor onder andere de regels rondom loonkostensubsidie en ondersteuning op maat zoals jobcoaching. Het wetsvoorstel is aangenomen op 5 juli 2022 door de Tweede Kamer en op 29 november 2022 door de Eerste Kamer. 3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Met de wijziging(en) zijn meerdere doelstellingen beoogd. Zie de vetgedrukte doelstellingen. Het kabinet wil met de LKS en loondispensatie toewerken naar een uniform systeem onder andere om de administratieve lasten van de werkgevers te verminderen. De regelingen loonkostensubsidie en loondispensatie compenseren de werkgever in de loonkosten als hij een werknemer met een arbeidshandicap met verminderde arbeidsproductiviteit in dienst neemt. Als een werkgever iemand uit de doelgroep van de banenafspraak in dienst neemt, kan hij bij de gemeente loonkostensubsidie aanvragen. Heeft een werknemer een Wajong-uitkering, dan kan de werkgever loondispensatie aanvragen. De werkgever betaalt tijdelijk minder loon en het UWV vult het loon dan aan tot maximaal het bedrag dat de werknemer ontving voordat hij ging werken. Er zijn dus verschillende regelingen voor mensen met een Wajong-uitkering en mensen uit de doelgroep banenafspraak. Sinds 1 januari 2021 zijn de regels voor Wajong veranderd. Wajongers die (meer) gaan werken krijgen een hoger inkomen.
Ook kunnen zij hun uitkering behouden als zij een opleiding gaan doen. Wajongers hoeven ook minder bang te zijn om hun uitkering kwijt te raken. Bijvoorbeeld als ze aan het werk gaan, of als hun baan stopt. Zij kunnen altijd terugvallen op de Wajong als de gezondheid is verslechterd. Of de wet heeft geleid tot een betere inkomenspositie van Wajongers is op dit moment niet bekend. Banenafspraak: Het kabinet wil er samen met gemeenten voor zorgen dat mensen die langdurig in de bijstand zitten actief worden benaderd en worden ondersteund en gestimuleerd naar werk. Ook wil het kabinet samen met sociale partners, gemeenten en het UWV meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk begeleiden. Daarbij is de banenafspraak een belangrijk instrument. De banenafspraak houdt in méér banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze afspraak is door het kabinet samen met organisaties voor werkgevers en werknemers (sociale partners) gemaakt. Werkgevers (waaronder ook de rijksoverheid) zorgen elk jaar voor een afgesproken aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking. b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Niet aan de orde. 2. traject tot dusverre De artikelen I tot en met IIIf van de Wet van 30 november 2022 tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief) (Stb.2022, 499) treden in werking met ingang van 1 juli 2023, met uitzondering van de artikelen I, onderdelen Ga, H en I, II, en IIIc tot en met IIIf welke met ingang van 1 januari 2023 in werking treden. DB ISD BOL: 6 september 2023; Collegevergadering: 26 september; Presidium: 3 oktober; Commissie Buza: 10 oktober; 3. rol/ bevoegdheden college van B en W Het college doet de beleidsvoorbereiding en de raad is bevoegd om de verordening vast te stellen. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) De beleidsbepalende bevoegdheid ligt bij de gemeente Brunssum. De verordeningen die op grond van de Participatiewet moeten worden vastgesteld, worden door ISD BOL voorbereid maar moeten derhalve door de
gemeenteraad van Brunssum worden vastgesteld. 5.
Ja.
past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?
6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen De verwachting is dat door het voor werkgevers aantrekkelijker en laagdrempeliger te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, er een groter beroep op de voorzieningen uit de Participatiewet gedaan wordt. Vooralsnog valt niet te becijferen hoe veel groter dit beroep wordt en gaan wij er van uit dat dit binnen de bestaande budgetten gefinancierd kan worden. De voorzieningen worden betaald vanuit het Participatiebudget, dat al jaren toereikend is. c. Argumenten en overwegingen De Participatiewet wordt als gevolg van het Breed Offensief op een aantal punten gewijzigd. Het breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. In de huidige Participatiewet zijn kaders gegeven om ondersteuning op maat te bieden. De ene gemeente is hierin proactief en op een breed terrein aan de slag, de andere gemeente is terughoudender. Er zijn daarom grote verschillen ontstaan tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en het UWV. Hierdoor worden kansen gemist voor duurzame plaatsingen van mensen met een beperking. De voorstellen uit het breed offensief bieden meer houvast en regie aan werkgevers en werknemers. Deze moeten elkaar makkelijker kunnen vinden om zo de arbeidsmarktkansen voor mensen die nu nog aan de kant staan te vergroten.
Kwalitatief goede werkgeversdienstverlening en goede samenwerking in de arbeidsmarktregio’s tussen gemeenten onderling en gemeenten en het UWV zijn van groot belang. Het breed offensief zorgt voor meer waarborgen in de wet, gericht op passende ondersteuning van mensen met een beperking. Het is van belang dat ondersteuning die nodig is wordt geboden, de wijze waarop deze wordt geboden is ter beoordeling aan gemeenten. Daarom wordt in de Participatiewet een verordeningsplicht opgenomen waarin het ondersteuningsaanbod van de gemeente wordt uitgewerkt. En er komt een expliciet aanvraagrecht voor persoonlijke ondersteuning op maat, gecombineerd met een onderzoeksplicht voor de gemeente. In de verordening worden de diverse instrumenten die kunnen worden ingezet omschreven. Het uitgangspunt is en blijft hierbij maatwerk. Verder zorgt de verordening voor transparantie over in te zetten instrumenten voor werkzoekenden en werkgevers. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de “Participatieverordening 2023” zijn: • • •
Een expliciet aanvraagrecht voor werkgever en werkzoekende gecombineerd met een onderzoeksplicht voor gemeente is toegevoegd voor persoonlijke ondersteuning op maat; Verdere aanscherping bij bepalingen m.b.t. persoonlijke ondersteuning waaronder: kwaliteitseisen jobcoaching, duur inzet jobcoaching, duidelijke omschrijving jobcoaching en begeleiding op de werkvloer; De proefplaats was al in de beleidsregels opgenomen, maar is nu wettelijk verplicht opgenomen, met vanuit de wet bepaalde termijnen.
Door middel van enkele wijzigingen in de Participatiewet wat betreft loonkostensubsidie: • • •
•
vervalt de aparte verordeningsplicht met regels over de wijze van het bepalen van de doelgroep loonkostensubsidie en de wijze van loonwaardebepaling; moet in de verordening bedoeld in artikel 8a, tweede lid vermeld worden welk administratief loonkostensubsidieproces de gemeente volgt; wordt de doelgroep voor loonkostensubsidie vergroot door de mogelijkheid tot inzet van loonkostensubsidie bij mensen die al werkzaam zijn. Dit kan bijvoorbeeld wanneer iemand naar passend werk is geholpen, maar later alsnog blijkt dat er sprake is van verminderde loonwaarde; komt er een expliciete mogelijkheid tot aanvragen van loonkostensubsidie door werkgever én werknemer;
• •
wordt een beslistermijn op die aanvraag toegevoegd; en wijzigt de verantwoordelijkheid van gemeenten bij verhuizing van de werknemer naar een andere gemeente.
Voortvloeiend uit de nieuwe Participatieverordening worden door het bestuur van ISD BOL tevens nieuwe Nadere regels Re-integratie ontwikkeld d. Opties en keuze De ‘Participatieverordening Participatiewet ISD BOL juli 2023’ is afgestemd met de gemeenten binnen de Arbeidsmarktregio Zuid Limburg. Binnen de Arbeidsmarktregio wordt gestreefd naar zoveel mogelijk afstemming van beleid op het gebied van re-integratie. Dit om ook richting werkgevers vanuit de regio een eenduidige werkgeversdienstverlening te kunnen bieden met eenduidige re-integratie instrumenten. De ‘Participatieverordening ISD BOL juli 2023’ treedt, met terugwerkende kracht, in werking per 1 juli 2023. De verordeningsplicht uit de wetswijziging in het kader van het Breed Offensief treedt in werking per 1 juli 2023. Bij het opstellen van de Participatieverordening is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. Bij het opstellen van de nieuwe verordening is als basis de modelverordening van de VNG gebruikt. Uiteraard zijn wettelijk verplichte artikelen overgenomen. Artikelen waar beleidsvrijheid bestaat, zijn ingevuld kijkend naar de lokale situatie waarbij, naast de parkstad verband uitgangspunten, aansluiting is gezocht bij wat lokaal het meest passend is.
De wijziging van de Participatiewet in het kader van het Breed Offensief houdt naast de verordeningsplicht ook een aantal andere wijzigingen in. In de wetswijziging Breed Offensief Participatiewet is naast de verordeningsplicht ook een aantal andere zaken opgenomen welke gefaseerd ingaan. Het gaat hierbij om: • • • • • •
vereenvoudiging van de loonkostensubsidie; de nieuwe vrijlating van arbeidsinkomsten bij werken met loonkostensubsidie; een uitzondering op de zoektermijn voor jongeren met een beperking en de bevoegdheid voor gemeenten om andere jongeren als dat nodig is tijdens de zoekperiode van 4 weken ondersteuning te bieden; de leeftijdsgrens voor de kostendelersnorm is verhoogd van 21 naar 27 jaar; wegnemen administratieve knelpunten bij ziekmelding werknemer met loonkostensubsidie; wijziging van de studietoeslag sinds 1 april 2022.
Samenvattend komt het er dus op neer dat de gemeenteraad VERPLICHT is (ex art. 8a) om regels te stellen in de verordening over de volgende voorzieningen: • • • • • • • • •
Persoonlijke ondersteuning Scholing of opleiding Premie Beschut werk LKS Proefplaats Vervoersvoorziening Intermediaire activiteit Meeneembare voorziening
De laatste 5 onderdelen zijn nieuw (per 1 juli 2023) n.a.v. Breed offensief. De bij verordening vastgestelde regels worden uitgebreid met een aantal bepalingen gericht op: • • • • •
het administratieve proces LKS inzet van een proef plaats inzet jobcoach of interne werkbegeleider verstrekken van werkvoorzieningen voorzieningen in integrale ondersteuning
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2023/78 : Maatschappelijke ontwikkeling : 202340954
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/78; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 september 2023, afdeling Maatschappelijke ontwikkeling Besluit: 1. De Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL versie juli 2023 vast te stellen; 2. De Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL 2023 in te trekken per 1 juli 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2023
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL versie juli 2023
De raad van de gemeente Brunssum Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2023; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, vijfde lid en zevende lid, van de Participatiewet, artikel 36 IOAW en artikel 36 IOAZ; besluit vast te stellen de Participatieverordening ISD BOL 2023
Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL juli 2023 Hoofdstuk 1.
Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; b. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; c. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; d. wet: Participatiewet;
1
e. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; f. werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; g. re-integratievoorziening: een voorziening gericht op arbeidsinschakeling en/of behoud van arbeid; h. praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaarde vaststelling op de werkplek; i. job coaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; j. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum en Landgraaf. 2. Werken met behoud van uitkering is in deze verordening gelijk aan een proefplaatsing. Hoofdstuk 2.
Opdracht dagelijks bestuur
Artikel 2. Algemene voorzieningen 1. Het dagelijks bestuur kan aan belanghebbenden voorzieningen bij participatie bieden voor zover deze voorzieningen door het dagelijks bestuur voor de participatie noodzakelijk worden geacht. Deze kunnen onder meer bestaan uit: a) beschut werk b) ondersteuning bij leer-werk traject; c) persoonlijke ondersteuning; d) loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10d van de wet; e) premies en persoonsgebonden stimuleringsbudget; f) werken met behoud van uitkering; g) sociale activering; h) scholing; 2. Het dagelijks bestuur kan de voorzieningen, bedoeld in artikel 2 onderdelen f en g, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt; 3. Het dagelijks bestuur maakt een afweging van de individuele mogelijkheden, omstandigheden, functionele beperkingen, competenties en capaciteiten van een belanghebbende, en biedt aan de hand van deze afweging ondersteuning aan belanghebbende. De omstandigheden hebben in elk geval betrekking op de zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a) de opvang van ten laste komende kinderen tot 5 jaar; b) de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 2
4. Het dagelijks bestuur kan bij het bepalen van de wijze waarop de ondersteuning wordt vormgegeven, prioriteiten stellen in verband met de beschikbare financiële middelen alsmede de maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. 5. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid draagt het dagelijks bestuur zorg voor een evenwichtige verdeling van de middelen over de doelgroep zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a van de wet. 6. Het dagelijks bestuur doet jaarlijks aan de gemeenteraad verslag over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid. Hoofstuk 3
Voorzieningen
Artikel 3. Voorwaarden voorzieningen 1. Het dagelijks bestuur stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het dagelijks bestuur in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daarover geen bepalingen in deze verordening zijn opgenomen. 2. Het dagelijks bestuur kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het dagelijks bestuur onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het dagelijks bestuur kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; b.
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het een persoon betreft als bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a onder 2 van de wet; d. naar het oordeel van het dagelijks bestuur de voorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of 3
4.
g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Het dagelijks bestuur kan, in aanvulling op de verplichtingen die zijn verbonden aan de inkomensvoorziening waar een belanghebbende aanspraak op maakt, nadere verplichtingen verbinden aan het besluit tot het aanbieden van een voorziening. Hierbij biedt het dagelijks bestuur de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het dagelijks bestuur houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
Artikel 4. Sociale activering 1. Het dagelijks bestuur kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. 2. Het dagelijks bestuur stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van de maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter voorbereiding op de start van een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van een sociaal isolement. 4. Het bestuur biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 5. Scholing 1. Het dagelijks bestuur kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden indien dit noodzakelijk wordt geacht voor duurzame arbeidsinschakeling. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7 lid 3 onderdeel a van de wet. 3. Het dagelijks bestuur kan ten aanzien van deze voorziening nadere regels vaststellen. Artikel 6.
Beschut werk
1. Het dagelijks bestuur verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde
werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het dagelijks bestuur kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. sociale activering als bedoeld in artikel 4; b. scholing als bedoeld in artikel 5; c. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 7; of 4
d. Schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Artikel 7 Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Artikel 8
Loonkostensubsidie
1. Het dagelijks bestuur verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het dagelijks bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4.
De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk. 5. Het dagelijks bestuur stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 6. Het dagelijks bestuur neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Artikel 9
Werken met behoud van uitkering/proefplaats
1. Het dagelijks bestuur kan personen uit de doelgroep de voorziening ‘Werken met behoud van uitkering’ aanbieden (proefplaatsing). Deze bestaat uit het werken met behoud van uitkering, gedurende een bepaalde periode. 2. Het doel van de proefplaatsing kan bijvoorbeeld zijn het vervullen van een stage, het leren functioneren in een arbeidsrelatie, het opdoen van werkervaring, en is steeds gericht op uitstroom naar een reguliere baan. 3. Het dagelijks bestuur kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaatsing bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot 5
verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 4. In bijzondere situaties is het toegestaan om nogmaals aan dezelfde persoon een proefplaatsing aan te bieden bij een andere werkgever, waarbij het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing is. 5. Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het dagelijks bestuur verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 6. Het dagelijks bestuur weigert deze voorziening als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. 7.
Als de werkzaamheden op de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt de periode van ziekte voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het derde lid buiten beschouwing gelaten. Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen Breed offensief Artikel 10 Bepalingen en re-integratieondersteuning 1. Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen, als bedoeld in artikel 2, lid 1, verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PROonderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g.
de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het dagelijks bestuur proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. 6
Artikel 10a Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het dagelijks bestuur worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het dagelijks bestuur kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het dagelijks bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het dagelijks bestuur bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 4. Het dagelijks bestuur onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1 van de wet, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. Artikel 10b Persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1.
Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van job coaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van WSP Parkstad of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de job coaching heeft ingekocht. 2. Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. job coaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaatsing of een leer-werktraject. Artikel 10c Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Het dagelijks bestuur geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f.
voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. Artikel 10d Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 26 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van 7
het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het dagelijks bestuur besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en i intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 11 Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals gesteld door het UWV. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de loonwaardemeting 3. Het dagelijks bestuur kan van de in het tweede lid bedoelde loonwaardemeting afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4. De gemeente biedt jobcoaches van WSP Parkstad en door de gemeente gecontracteerde jobcoaches met voorrang aan. Artikel 11a Jobcoaching in natura 1. Het dagelijks bestuur kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 11 van toepassing. Artikel 11b Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het dagelijks bestuur kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2.
Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10a tot en met 10d, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3, Het dagelijks bestuur kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het dagelijks bestuur zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. Artikel 12 Interne werkbegeleiding Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het dagelijks bestuur een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding.
Artikel 13 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het dagelijks bestuur kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn 8
beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaatsing of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het dagelijks bestuur biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het dagelijks bestuur brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap Het dagelijks bestuur kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 15 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het dagelijks bestuur kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2.
Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Artikel 16 Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het dagelijks bestuur kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. Hoofdstuk 4.
Slotbepalingen
Artikel 17 Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL 2023 wordt (met terugwerkende kracht) ingetrokken per 1 juli 2023. 2. De voor de intrekking van de Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL 2023 reeds toegekende voorzieningen worden gehandhaafd voor de duur waarvoor zij zijn toegekend. 3. Het dagelijks bestuur kan na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode besluiten dat een voorziening verder wordt voortgezet. 4. De Participatieverordening ISD BOL 2023 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde lid. Artikel 18
Hardheidsclausule 9
Het dagelijks bestuur kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, afwijken van deze verordening. Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt (met terugwerkende kracht) in werking op 1 juli 2023. Artikel 20 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL juli 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 november 2023 De raad van de gemeente Brunssum
De griffier,
De voorzitter,
10
Toelichting Algemeen Er is gekozen voor een algemene, globale verordening. Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de raad heeft gekregen, te weten het bij verordening regels stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit moet onder andere blijken dat er aandacht is voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Dit leent zich niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk. Het is afhankelijk van iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan het dagelijks bestuur de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 van de Participatiewet bepaalt dat personen uit de doelgroep aanspraak hebben op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de door het dagelijks bestuur noodzakelijk geachte voorzieningen. Het is daarbij van belang dat kenbaar is welke voorzieningen en ondersteuningsmogelijkheden er zijn. Daarom is ervoor gekozen in de verordening de voorzieningen vast te leggen die het dagelijks bestuur aanbiedt.
Met betrekking tot de volgende voorzieningen is de gemeenteraad verplicht om regels op te nemen in deze verordening: ▪ persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid onderdeel a en c en 10, eerste lid, van de Participatiewet); ▪ scholing of opleiding als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de Participatiewet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c b, van de Participatiewet); ▪ de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid van de Participatiewet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet); en ▪ participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel e, en 10b, zevende lid, van de Participatiewet); ▪ loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 10d, van de Participatiewet, voor zover het gaat om de vormgeving van het administratieve proces tot verstrekking hiervan (artikel 8a, tweede lid, onderdeel c, van de Participatiewet); ▪ proefplaats (artikel 8a, tweede lid, onderdeel d, van de Participatiewet); ▪ vervoersvoorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet, die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet); ▪ intermediaire activiteit,
als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet, die noodzakelijk is in verband met een visuele of motorische handicap (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet); ▪ meeneembare voorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet, voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet); De regels dienen aandacht te besteden aan de wijze waarop, rekening houdende met de persoonlijke omstandigheden, ten behoeve van de doelgroep en doelgroep loonkostensubsidie, wordt voorzien in 11
de integraliteit van de geboden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de continuïteit van de geboden ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk (artikel 8a, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdelen a en g, en 10 eerste lid, van de Participatiewet). Aanpassingen naar aanleiding van wetswijziging ‘Breed offensief’ Bij brief van 7 september 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder de noemer “Breed offensief” maatregelen aangekondigd om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Voor een deel was daar een wetswijziging voor nodig. In de wet “Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)” is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd. Het doel van de maatregelen is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Het gaat om mensen met een beperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en vallen onder de doelgroep banenafspraak of die zijn aangewezen op beschut werk. De bij verordening te regelen uitwerking van deze maatregelen, opgenomen in artikel 8a, tweede lid, onder c tot en met g, van de Participatiewet, is neergelegd in hoofdstuk 3A.
Daarmee wordt het uit de wet voortvloeiende belang van het bieden van specifieke ondersteuning voor deze doelgroep duidelijk geborgd. Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld. Artikel 1. Definities Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Doelgroep (art. 1a) - personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IOAZ); - Niet uitkeringsgerechtigden; - en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening. Korte afstand tot de arbeidsmarkt (art. 1b) Onder een korte afstand tot de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon, naar redelijke maatstaven gemeten, binnen één jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Mensen die korter dan een jaar een uitkering hebben, blijken volgens onderzoek van de inspectie SZW met een lichte ondersteuning door de gemeente makkelijker toe te leiden zijn naar de arbeidsmarkt. Eventuele belemmeringen worden doorgaans als relatief gemakkelijk te overbruggen ervaren. Grote afstand tot de arbeidsmarkt (art. 1c) 12
Onder een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs niet binnen één jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Om meer mensen uit de bijstand aan het werk te krijgen, kunnen gemeenten nauwkeuriger bepalen wie hulp nodig heeft bij het vinden van werk en wie niet. Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben er veel baat bij als de gemeente hen helpt bij het vinden van werk. Maatwerk is een belangrijk element in de dienstverlening. Uit het onderzoek van de inspectie SZW komt ook naar voren dat bijna alle mensen die na drie jaar nog een uitkering hebben, belemmeringen ervaren die van invloed zijn op hun reintegratie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om fysieke of psychische belemmeringen, schuldenproblemen en/of een verslaving. Na drie jaar wegen deze problemen nog zwaarder dan in het eerste jaar van de bijstandsuitkering. Het dagelijks bestuur biedt voorzieningen als bedoeld in artikel 2 lid 1, letter f (werken met behoud van uitkering) en g (sociale activering) aan personen aan die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Praktijkroute (art. 1h) Opname in het doelgroepenregister kan op verschillende manieren plaatsvinden. Naast de aanvraagroute via het UWV is er ook een route die loopt via de gemeente.
Deze route staat bekend als de praktijkroute en volgt uit artikel 38b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen. Het is een procesroute waarbij het bestuur door middel van een loonwaardemeting op de werkplek vaststelt dat de loonwaarde van een werknemer bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, welke vaststelling leidt tot opname in het doelgroepenregister. Deze route kan alleen worden gevolgd op het moment dat iemand al een werkplek heeft.] Job coaching (art. 1i) Job coaching is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een jobcoach. Een jobcoach is een erkende deskundige die een werknemer met een beperking en/of zijn werkgever methodische ondersteuning biedt, zodat de werknemer een passende baan kan vinden en behouden. Om als jobcoach in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat men voldoet aan een aantal eisen die erop zijn gericht om de professionaliteit en de kwaliteit van de job coaching te waarborgen. Zie verder de toelichting bij artikel 14h. Artikel 2 Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet moet de gemeenteraad in de verordening de verdeling van de voorzieningen over personen vastleggen, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden en de functionele beperkingen van die personen.
Hierin ligt besloten dat de gemeenteraad ook rekening houdt met de omstandigheden en functionele beperkingen van personen met een handicap. Dit is in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele 13
vrijheden op voet van gelijkheid en het bevorderen van de eerbiediging van hun inherente waardigheid. In dit artikel is aan het voorgaande uitvoering gegeven. Artikel 2 lid 1 a. Beschut werk Voor een nadere toelichting zie artikel 6. b. Leer-werk plek Personen uit de doelgroep kunnen in aanmerking komen voor de voorziening ondersteuning bij leerwerktrajecten. Het dagelijks bestuur moet dan wel van oordeel zijn dat een leer-werktraject nodig is en de ondersteuning nodig moet zijn voor het volgen van dat leer-werktraject. Dit is geregeld in artikel 10 en volgt uit artikel 10f van de Participatiewet. Artikel 10f van de Participatiewet bepaalt voorts dat het dagelijks bestuur uitsluitend ondersteuning bij een leer-werktraject kan aanbieden aan personen: ▪ van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of ▪ van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. De voorziening ondersteuning bij leer-werktrajecten is inzetbaar voor jongeren van zestien of zeventien jaar oud die dreigen uit te vallen uit school, maar middels een leer/werktraject alsnog een startkwalificatie kunnen behalen. Om te voorkomen dat jongeren onnodig uitvallen, wordt de mogelijkheid geboden extra ondersteuning te bieden.
Deze voorziening kan ook worden ingezet ter voorkoming van schooluitval bij jongeren van achttien tot 27 jaar die door een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kunnen behalen. Er wordt vanuit gegaan dat het mogelijk is een leerwerktraject aan te bieden aan personen die voldoen aan het bepaalde in de artikelen 10 en 10f van de Participatiewet, in afwijking van artikel 7, derde lid, onder a, van de Participatiewet. c. Persoonlijke ondersteuning Voor een nadere toelichting zie artikel 7. d. Loonkostensubsidie Het doel van de loonkostensubsidie is het bieden van compensatie voor het feit dat voor een persoon ten minste het wettelijk minimumloon moet worden betaald, terwijl de werkgever een persoon (nog) niet ten volle kan inzetten. Zo kan het dagelijks bestuur een loonkostensubsidie aan de werkgever verstrekken om tijdelijk het verschil in arbeidsproductiviteit te compenseren en zo de re-integratie van de bijstandsgerechtigde te bewerkstelligen. In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. e. Premies en persoonsgebonden stimuleringsbudget Een premie dient ertoe belanghebbenden te stimuleren tot het aanvaarden van een baan.
Met het persoonsgebonden stimuleringsbudget (PSB) kan het dagelijks bestuur aan personen die een uitkering ontvangen op grond van de wet en die werkzaamheden verrichten binnen een project die ten goede komen aan de maatschappij en de samenleving, een premie maatschappelijke participatie toekennen in de vorm van een persoonsgebonden stimuleringsbudget. Het PSB wordt in essentie ingezet als een stimuleringspremie. Vooral gericht op het stimuleren en realiseren van kans vergroting op uitstroom naar regulier werk. Hiertoe kan door belanghebbende individueel, zélf voorgesteld maatwerk worden ingezet. f. Werken met behoud van uitkering 14
De voorziening "werken met behoud van uitkering" houdt in dat de uitkeringsgerechtigde arbeid verricht met behoud van uitkering, maar zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Bij werken met behoud van uitkering vindt namelijk geen loonbetaling plaats. Daarom kan er bij werken met behoud van uitkering ook geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. De werkzaamheden die in het kader van de voorziening werkervaringsplaats worden uitgevoerd betreffen altijd additionele werkzaamheden bij een werkgever. Daarnaast is deze voorziening altijd van zeer beperkte duur. De voorziening werkervaringsplaats leidt derhalve niet tot verdringing op de arbeidsmarkt. Bij het aanbieden van "werken met behoud van uitkering" als voorziening gericht op arbeidsinschakeling dient het dagelijks bestuur steeds dit verschil in karakter tussen de rechten en plichten bij het ontvangen van bijstand en de verhouding tussen werkgever en werknemer in het kader van een dienstbetrekking voor ogen te houden. Een en ander betekent concreet onder meer dat de aangeboden werkzaamheden onder de noemer "werken met behoud van uitkering" altijd vervat moeten zijn in een individuele beschikking. g. Sociale activering De voorziening sociale activering is bedoeld voor personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
Volgens de Participatiewet dient ook sociale activering uiteindelijk gericht te zijn op arbeidsinschakeling. Onder 'sociale activering' wordt verstaan: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie (artikel 6, eerste lid, onderdeel c, Participatiewet). Bij activiteiten in het kader van sociale activering kan worden gedacht aan het zelfstandig, zonder externe begeleiding, verrichten van vrijwilligerswerk of deelnemen aan activiteiten in de wijk of buurt. Het dagelijks bestuur kan aan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. Zie ook artikel 4. h. Scholing Voor een nadere toelichting zie artikel 5. Artikel 2 lid 3 Individuele omstandigheden Het dagelijks bestuur moet bij de inzet van de voorzieningen rekening houden met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. In onderhavig lid is opgenomen waarmee het dagelijks bestuur in ieder geval rekening moet houden.
15
Artikel 2 lid 6 Verslaglegging Het dagelijks bestuur doet verslag over de doeltreffendheid en een evenwichtige verdeling van de middelen van het re-integratiebeleid, dit is geregeld in artikel 2, vijfde lid. Artikel 3 Voorwaarden voorzieningen De Participatiewet schrijft niet uitputtend voor welke voorzieningen het bestuur aan moet bieden. Het enige criterium is dat de voorziening gericht moet zijn op de arbeidsinschakeling en moet bijdragen aan het (op termijn) mogelijk maken van reguliere arbeid door een persoon. Al naar gelang de afstand van een persoon tot de arbeidsmarkt kan een voorziening gericht zijn op bijvoorbeeld sociale activering en het voorkomen van isolement (zoals het doen van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering), het leren van vaardigheden of kennis, of het opdoen van werkervaring (bijvoorbeeld via gesubsidieerd werk). Weigeringsgronden Het tweede lid geeft aan dat het bestuur een voorziening kan weigeren en in welke gevallen dat kan. De weigeringsgronden in deze bepaling zijn niet uitputtend, omdat voor een aantal voorzieningen er ook weigeringsgronden zijn die voortvloeien uit de specifieke aard van die voorziening. Die gronden vloeien voort uit de artikelen in deze verordening die specifiek betrekking hebben op die voorzieningen. Ook zal het bestuur bij de beoordeling van het recht op een voorziening de verschillende doelgroepen in acht moeten nemen.
Het betreft hier een “kan-bepaling”, zodat het bestuur altijd een afweging moet maken of een weigering in een individuele situatie al dan niet op zijn plaats is. Hoewel het weigeren van een voorziening, als een afwijzingsgrond zich voordoet, wel het uitgangspunt vormt, is dit geen automatisme. Dit hangt samen met het feit dat re-integratie vraagt om maatwerk. Beëindigingsgronden Het derde lid geeft aan dat het bestuur een voorziening kan beëindigen en in welke gevallen dat kan. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij een detacheringsbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht te worden genomen. Het bestuur kan een voorziening beëindigen in de gevallen zoals opgenomen in artikel 3, derde lid. Een voorziening wordt bijvoorbeeld beëindigd als een persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Voor de persoon zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de Participatiewet wordt op dit punt een uitzondering gemaakt.