CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte en Techniek 16 januari 2024, gemeente Brunssum24.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De Nederlandse economie verandert van karakter en zou in 2050 geheel circulair moeten zijn. De broeikasgasemissies moeten dan met 95% gereduceerd zijn met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030;

Inzet

op

optimale

(inter)nationale

bereikbaarheid

van

steden

en

economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland; 

Overheden

investeren

in

een

aantrekkelijke,

gezonde

en

veilige

leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. 3. Sterke en gezonde steden en regio's 

Het Stedelijk Netwerk Nederland versterken door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de infrastructuur en vindt plaats in de regio's;

Hanteren

van

een

integrale

verstedelijkingsstrategie.

Dit

is

een

samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden duurzaam ontwikkelen; 

Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast

met

oog

voor

beschikbare

ruimte

en

mobiliteit.

Het

woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklassen; 

Het zodanig inrichten van de leefomgeving dat deze een actieve, gezonde

leefstijl

en

maatschappelijke

participatie

bevordert.

Het

verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie; 

Het aanbod en de kwaliteit versterken van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt;

Het klimaatbestendig inrichten van steden en regio's;

Het goed bereikbaar maken van stedelijke mobiliteitssysteem. De auto, het ov, fietsen zijn dan onderling verknoopt en draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl;

Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen,

ontwikkelen

de

overheden

gezamenlijk

een

integrale

gebiedsgerichte aanpak.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

19

SMA-Advies

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 

Unieke

landschappelijke

kwaliteiten

moeten

worden

versterkt

en

beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Conclusie Ten

aanzien

van

het

planvoornemen

zijn

er

mede

de

(relatieve)

kleinschaligheid van het plan weinig directe en concrete raakvlakken, behalve een aantal algemene uitgangspunten waar het plan in voorziet, zoals een veilige en gezonde leefomgeving, verbeteren van de luchtkwaliteit, duurzaam ruimtegebruik, bereikbaarheid en het gebruik van duurzame c.q. hernieuwbare energie.

4.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Per 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (laatste wijziging 25-06-2021). Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten, zijn regels opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).Deze regels hebben betrekking op het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten en zorgen er voor dat de nationale ruimtelijke afweging bij besluitvorming in bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Het Barro is in oktober 2012 aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, (EHS),

de

primaire

elektriciteitsvoorziening,

de

waterkeringen

het

buiten

ecologische

hoofdstructuur

kustfundament

en

het

IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Op onderhavig planvoornemen werken geen van de genoemde Rijksbelangen rechtstreeks door. In het gebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de langere termijn. Het planvoornemen is in lijn met het Barro en de eerste aanvulling hierop. Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. De zogenoemde ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’ is aan het Bro toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

20

SMA-Advies

4.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de Ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De Ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met de drie opeenvolgende stappen. Deze stappen bevorderen en motiveren de gewenste stedelijke ontwikkeling met aandacht voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal

ruimtelijk

belang

gericht

op

een

zorgvuldige

afweging

en

transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening is in verband met de aanpassing van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ op 1 juli 2017 in werking getreden. In dit besluit is de gewijzigde tekst van de zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. In dat besluit zijn een aantal artikelen gewijzigd c.q. geschrapt. Zo zijn de drie beschreven treden van de Ladder losgelaten. Het huidige uitgangspunt is dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied, de behoefte moet worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaande stedelijk gebied, zal gemotiveerd moeten worden waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Dat laatste is in het voorliggende plan niet aan de orde. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt onder andere bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

Voor wonen is de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Nu het gaat om het ontwikkelen van 14 woonappartementen, is er in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. Of er in het aan de orde zijnde ontwikkeling sprake is van een nieuwe stedelijke

ontwikkeling,

hangt

onder

andere

af

van

het

planologisch

ruimtebeslag van de nieuwe ontwikkeling ten opzichte van het bestaande Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

21

SMA-Advies

ruimtebeslag. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast geldt dat wanneer het om een functiewijziging gaat, zoals in onderhavig geval, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat gesproken kan worden

van een nieuwe

stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet dus ook het ruimtebeslag betrokken worden. Afweging Het ruimtebeslag van de huidige bestemming “Maatschappelijk” is gelijk aan de gewenste bestemming “Wonen”. Op basis van het vigerende planologisch regime kan niet méér bebouwing worden gerealiseerd. Het is eerder de ruimtelijke uitstraling en (permanente) bewoning waar in dit kader rekening mee gehouden moet worden. In het voorliggende geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 Bro, definiëring begrippen). De voorgenomen ontwikkeling voorziet per definitie in een actuele behoefte (zie ook paragrafen 4.2 en 4.3). De ontwikkeling wordt daarnaast ingevuld middels herstructurering binnen het bestaand stedelijk gebied, geheel in lijn met de beleidsuitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Tot slot dient te worden opgemerkt dat met de herinvulling van dit deel van de kern van Brunssum (langdurige) leegstand en verpaupering worden tegengegaan. Het herbestemmen binnen de bestemming “Maatschappelijk” is zoals al besproken ook geen optie. Omdat 12 of meer woningen worden gerealiseerd, is er alsnog sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen maakt een toekomstige en duurzame invulling mogelijk van een locatie die al een aantal jaren niet meer wordt gebruikt als kerk/ maatschappelijke bestemming.

Zoals ook onderbouwd in paragraaf 4.2.1 t/m 4.2.3, wordt aangesloten bij de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte binnen de gemeente Brunssum. Levensloopbestendige koop en/ of huurwoningen in het middensegment zijn gewenst en een kansrijk woningsegment binnen de gemeente Brunssum. Het aan de orde zijnde planvoornemen sluit daar bij aan. Geconcludeerd

kan

worden

dat

de

voorgenomen

ontwikkeling

in

overeenstemming is met de afwegingskaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

22

SMA-Advies

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1

Omgevingsvisie Limburg 2021

Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden en andere organisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de

fysieke

leefomgeving

en

beschrijft

onderwerpen

zoals

wonen,

infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast zijn ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving meegenomen. In deze visie heeft de Provincie regels vastgelegd voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen en ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische

bedrijven).

De

nieuwe

Omgevingsvisie

sluit

aan

bij

het

Omgevingsplan 2014 en zijn een aantal thema’s behouden en geactualiseerd; en zijn er een aantal nieuwe thema’s toegevoegd. Veranderingen in de demografie en het klimaat, trends als individualisering en globalisering, technologische innovaties, energie, de landbouw, smart mobility en circulaire economie, leiden tot grote veranderingen van de fysieke leefomgeving. Zowel in stedelijk als landelijk gebied. Deze trends stellen ons voor diverse uitdagingen. We verdelen die in een drietal hoofdopgaven: 1.

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied

2.

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouwtransitie;

3.

Klimaatadaptatie en energietransitie.

In stedelijke centra heeft de uitdaging van de komende jaren te maken met de versterking van de stedelijk gebied en behoud van de leefbaarheid ervan. In het stedelijk/bebouwd gebied, waar onderhavig planvoornemen ook deel van uit

maakt,

gaat

het

ook

om

verbetering

en

verduurzaming

van

de

woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

23

SMA-Advies

ruimte voor bedrijvigheid en bedrijven. Het plangebied ligt voor een klein deel (meest oostelijk deel van het perceel) binnen het gebied “Natuurnetwerk” 3. Het Natuurnetwerk (Goudgroene zone) vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (inclusief voormalige EHS-gebieden). Binnen het Natuurnetwerk streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur waarmee invulling wordt gegeven aan de opdracht die de provincies van het rijk hebben gekregen voor de begrenzing van het Nationale Natuurnetwerk en de verankering daarvan in het provinciale planologische beleid.

Figuur

13.

Uitsnede

kaart

'Wonen,

werken

en

recreëren'

Omgevingsverordening Limburg 2021.

Aan het provinciaal omgevingsbeleid liggen een aantal principes ten grondslag. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’; het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer. Deze moeten resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen.

3

De aanpassingen in de begrenzing van de goudgroene natuurzone zoals die zijn doorgevoerd in het kader van de vaststelling van het Natuurbeheerplan Limburg 2016 , 2017, 2018, 2019, 2020

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

24

SMA-Advies

Er wordt toegewerkt naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De provinciale ambitie is dat de woningmarkt onlosmakelijk verbonden is met de sociaal- economische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Ambities Samen met haar partners wil de provincie een goede woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk

dat

mensen

kunnen

wonen

in

een

zelfgekozen

woning

en

woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit gebeurt door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en – behoeften van een diverse groep mensen tegemoet kan worden gekomen in zowel

de

bestaande

bouw

als

nieuwbouw.

Door

in

samenhang

naar

woonopgaven te kijken, legt de provincie op wijk- en buurtniveau verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en

een

duurzame,

veilige

en

gezonde

leefomgeving

met

gevarieerde

woonmilieus. Daarmee wordt verdere segregatie voorkomen en vindt ruimtelijk sturing

plaats

door

te

prioriteren

op

inbreiding

herbestemming), conform de principes van de

Ladder

(herstructurering/ voor duurzame

verstedelijking. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van 14 comfortabele levensloop bestendige appartementen met een goede kwaliteit waarin alle moderne voorzieningen aanwezig zijn en met gebruik van duurzame energie. Het plan is gelegen in een parkachtige omgeving met alle noodzakelijke voorzieningen binnen handbereik en in een sociale, gezonde en veilige leefomgeving. De bestaande groenstructuren blijven behouden en worden verder versterkt, mede vanwege de ligging van het plangebied binnen de zone Natuurnetwerk. Het planvoornemen past binnen de opgave voor het realiseren van een goede en veilige woon- en leefomgeving. Het plan past ook vanwege het gebruik van duurzame c.q. hernieuwbare energie binnen de klimaatopgave. Gesteld kan worden dat het planvoornemen past binnen de ambities die de provincie Limburg voor de stedelijke omgeving heeft gesteld.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

25

SMA-Advies

Er zijn acht globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare kernkwaliteiten en met verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is gelegen in de zone “Stedelijk gebied” en de zone Natuurnetwerk.

Deze

gebieden

worden

gekenmerkt

door

gemengde

woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorpskarakter. In de zone Natuurnetwerk zijn geen (bouw) werkzaamheden voorzien. Dat gebied wordt dus niet door het planvoornemen belast. Beleidsmatig worden accenten gelegd op het gebied van transformatie regionale

woning

voorraad,

bereikbaarheid

en

een

kwalitatief

goede

leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

De huidige Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat regels die voor iedereen of voor bepaalde doelgroepen gelden, maar ook instructiebepalingen die gemeentebesturen in acht moeten nemen bij ruimtelijke besluiten. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is de nu (nog) geldende omgevingsverordening. De meest recente wijziging van deze verordening dateert van 16 december 2022. De belangrijkste wijziging in relatie tot onderhavig projectbetreffen de regels over klimaatadaptatie. De Omgevingsverordening Limburg 2014 komt in zijn geheel te vervallen op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Op dat moment zal deze worden vervangen door de Omgevingsverordening Limburg 2021.Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de huidige Omgevingsverordening 2014 dus vervangen door de Omgevingsverordening 2021. In de (geconsolideerde) Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening. De Omgevingsverordening bevat op hoofdlijnen twee typen regels: 

instructieregels gericht tot gemeenten of het Waterschap;

regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

Instructieregels gemeenten In de Omgevingsverordening Limburg staan instructieregels die gemeenten in acht moeten nemen indien een omgevingsplan moet worden vastgesteld of gewijzigd.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

26

SMA-Advies

In artikel 2.1.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is bepaald dat de instructieregels opgenomen in hoofdstuk 2 van die verordening niet alleen voor ‘bestemmingsplannen’ gelden, maar ook voor ‘ruimtelijke plannen’. Hieronder worden niet alleen bestemmingsplannen verstaan maar ook wijzigings- of uitwerkingsplannen,

beheersverordeningen

en

omgevingsvergunningen

waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Sinds de provinciale omgevingsverordening van 2014 is er veel veranderd ten aanzien

van

de

woningmarkt

en

daarom

ook

ten

aanzien

van

het

woningmarktbeleid. Samenwerking in de regio blijft belangrijk. De provincie Limburg beschikt over voldoende planvoorraad om aan de kwantitatieve vraag te voldoen. Of met de bestaande planvoorraad voldaan kan worden aan de kwalitatieve vraag, is nog ongewis. Gemeenten zijn na de vaststelling van het bestemmingsplan afhankelijk van de bereidheid van de ontwikkelaar/ initiatiefnemer om spoedig tot realisatie van de gewenste woningen over te gaan. Voor het feitelijk realiseren van (deze) woningen is daarom een realisatietermijn toepasselijk. Er is een onderscheid gemaakt in plannen die onherroepelijk en nog niet gerealiseerd zijn (op de plank liggen) en plannen die vanaf 2022 in procedure gaan (nieuwe woningbouwplannen). Voor alle nieuwe woningbouwplannen die vanaf 2022 door de gemeente worden vastgesteld (zoals onderhavig bouwplan), geldt dat ze binnen vijf jaar dienen te worden gerealiseerd. Heeft de realisatie niet plaatsgevonden,

worden

dergelijke

plannen

alsdan

door

de

gemeente

heroverwogen. Instructieregels voor het Waterschap Vanuit

de

provincie

gelden

voor

regionale

oppervlaktewateren

omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. Het Waterschap is de beheerder van de regionale wateren. Vanuit die positie dient (alleen) het Waterschap

concrete

maatregelen

te

nemen

om

de

afvoer-

en

bergingscapaciteit van een regionaal oppervlaktewater te vergroten. Daarom moet het Waterschap voldoen aan de provinciale normen voor wateroverlast. Een

omgevingswaarde

wordt

gedefinieerd

als

een

resultaatverplichting,

inspanningsverplichting of een andere, te omschrijven verplichting. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. Deze omgevingswaarden geven afhankelijk van de functie van het gebied en van het oppervlaktewater aan, aan welke normen de bescherming tegen wateroverlast moet voldoen. Bij de uitvoering van maatregelen om aan deze normen te voldoen, wordt

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

27

SMA-Advies

rekening gehouden met de gevolgen van het extremer wordende weer, met meer hoosbuien en daardoor een grotere kans op wateroverlast. Bij de normstelling wordt het uitgangspunt gehanteerd dat maatregelen haalbaar en betaalbaar, landschappelijk inpasbaar en ecologisch duurzaam moeten zijn. De normering regionale wateroverlast bepaalt de opgave inzake wateroverlast door het Waterschap Het Waterschap is verantwoordelijk voor het realiseren van de bescherming volgens de normen. Daarbij dient het Waterschap de maatregelen zodanig te ontwerpen, dat deze ook in het verwachte klimaat van 2050 nog voldoen aan de geldende normen uit de Omgevingsverordening. Daarbij dient steeds uitgegaan te worden van de meest actuele neerslagstatistieken. In onderhavig bouwplan gaat het om het realiseren van 14 woningen binnen een bestaand pand. Afvoer van grijs water verloopt via het reeds bestaande rioolstelsel dat op het gemeentelijk rioolstelsel is aangesloten. Het dakvlak zal ten opzichte van de bestaande situatie niet toenemen. In paragraaf 5.6 wordt in aansluiting op de instructieregels van het Waterschap, het gemeentelijk waterbeleid besproken. Afweging woningbouw In artikel 2.2.2 van de (geconsolideerde versie dat een ruimtelijk plan dat een

nieuwe

verordening 2014 is bepaald

stedelijke

ontwikkeling

mogelijk

maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Voor de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Een extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Het bouwplan wordt ontwikkeld binnen een bestaand gebouw. In de verordening zijn regels opgenomen ten aanzien van het herbenutten van beeldbepalende gebouwen4 (artikel 2.2.3) en wonen (artikel 2.4.2.). Het pand is geen gemeentelijk monument. Brunssum kent geen gemeentelijke monumenten en ook geen beeldbepalende panden. De kerk is wel een belangrijk cultuurhistorisch element in het door het Rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezicht Langeberg. 4 Het begrip beeldbepalende gebouwen is in par. 2.2 (Duurzame verstedelijking)van de Omgevingsverordening Limburg 2014, in artikel 2.1.1 omschreven als: gebouwen met historische karakteristieken en/of deel uitmakend van een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988. Het kerkgebouw maakt onderdeel uit van een gebied dat als zodanig is aangewezen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

28

SMA-Advies

Voor het aan de orde zijnde plangebied geldt conform de Omgevingsverordening Limburg 2014 de zone "bebouwd gebied", met uitzondering van de oostelijke rand van het perceel (zie figuur 13, pag. 24). Deze zone omvat specifiek

ingerichte

gebieden

voor

wonen

en

bedrijvigheid

en

andere

gerelateerde functies. Voor nieuwe plannen (artikel 2.4.2.), zoals onderhavig plan, gelden een aantal instructieregels die dienen te beschrijven dat: 

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;

sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek;

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Zuid- Limburg;

het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring;

realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Aan een toetsing aan de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan in respectievelijk de paragrafen 4.3.1. Structuurvisie

Wonen

Zuid-Limburg

en

4.1.3.

Ladder

voor

duurzame

verstedelijking. Eveneens is er in de paragrafen 4.3. Regionaal beleid en 4.4 Gemeentelijk beleid aan ander relevant woonbeleid getoetst. Zo wordt in par. Par. 4.3.1, 4.3.2 en 4.3.3., ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, de onderzoeken daarvoor en de afstemming met de subregio. Afweging milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de omgevingsverordening blijkt dat het plangebied is gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap (Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Limburg). Het plangebied is wel gelegen nabij (op ca. 25 meter) het Natuurnetwerk Nederland

(NNN-

voormalig

EHS)

en

het

Natura-2000

gebied

“Brunssumerheide” (ca. 450 meter).

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

29

SMA-Advies

Figuur 14. Uitsnede Atlas Leefomgeving met het Natuunetwerk Nederland (NNN)

en natuura-

2000 gebied

Nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) Gezien de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en het feit dat de Omgevingsverordening 2014 als gevolg daarvan op de datum van inwerkingtreding van rechtswege komt te vervallen, heeft de Provincie de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze verordening is in de basis beleidsneutraal ten opzichte van de vorige/huidige versie,

maar

er

worden

vier

nieuwe

onderwerpen

toegevoegd.

Deze

onderwerpen betreffen wonen, de toepassing van een zonneladder, na-ijlende effecten steenkolenwinning en te hanteren normen voor huisvesting van internationale werknemers. Voor onderhavig plan is met name het onderwerp “wonen” van belang. Net als de Omgevingsverordening 2014 gaat de nieuwe verordening (paragraaf 12.1.1) uit van woningbouwplannen die voorzien in de juiste woningen op de juiste plek, waarvoor de behoefte aan die woningen in beeld is en die behoefte regionaal wordt afgestemd. Uitgangspunt is realisatie van woningen binnen vijf jaar na vaststelling van - het betreffende deel van - een omgevingsplan. Zoals uit deze onderbouwing blijkt, is sprake van een behoefte aan de te realiseren woningen en past het plan binnen de regionale en subregionale kaders, waaronder

de

Regionale

Woningmarktprogrammering

Parkstad

Limburg.

Daarnaast zullen de woningen naar verwachting binnen 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan gerealiseerd worden. Deze instructieregel heeft betrekking op omgevingsplannen en wijzigingen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, na inwerkingtreding

van de

Omgevingswet. Dit plan wordt vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

30

SMA-Advies

Voor plannen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet en die planologische mogelijkheden bevatten voor de realisatie van woningen, is in een separate instructieregel in de verordening opgenomen die om herijking van die mogelijkheden vraagt vóór 1 juli 2030. Voor die datum zal het project naar de huidige inzichten volledig zijn afgerond. De instructieregel uit paragraaf 12.1.8 van de Omgevingsverordening Limburg (artikel 12.12) vraagt gemeenten, waaronder de gemeente Brunssum, om in de toelichting op een omgevingsplan te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning. In de toelichting op dit bestemmingplan wordt daar reeds in voorzien, in paragraaf 5.1 Bodem. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen ook in lijn is met de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021).

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg

De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is op 11 oktober 2016 vastgesteld. De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten (waaronder ook Brunssum) vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed kan hebben op andere gemeenten. Ook erkennen

gemeenten

dat

onderlinge

concurrentie,

met

de

bevolkings-

ontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennis regio heeft, kan leiden tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste kunnen gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijk belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. De woningmarkt in Zuid-Limburg heeft te maken met een kwalitatieve en kwantitatieve mismatch: er zijn te veel woningen en het aanbod sluit niet meer aan op de toekomstige vraag. Daarom worden afspraken gemaakt over een gezamenlijke aanpak. Doel van de visie is het creëren van een goed woon- en leefklimaat in ZuidLimburg door een gezond functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaars aanvullende woonmilieus. Het is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft staan.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

31

SMA-Advies

In de visie wordt op hoofdlijnen de gewenste kwaliteitsslag beschreven die nodig is om het aanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. De belangrijkste conclusies hierbij zijn dat de grootste problemen optreden in het particulier bezit en dat er naar verhouding meer huurwoningen zijn dan gewenst.

Kansrijke

zorgbehoevenden.

doelgroepen Het

zijn

belangrijkste

jongeren

maar

uitgangspunt

ook

daarbij

ouderen

en

is

de

dat

woningvoorraad niet in omvang mag groeien om leegstand te voorkomen. Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad moeten worden gecompenseerd, hetzij met sloop, met het schrappen van harde bouwtitels, of met een financiële bijdrage (waarmee sloop kan worden gefinancierd). Voor iedere gemeente wordt daarom aan de hand van actuele demografische gegevens en leegstandscijfers een transformatieopgave afgesproken. Het gaat dan om het hanteren van een kwantitatieve koers. Die kwantitatieve koers moet worden beschouwd als richtinggevend wat betreft het maken van beleidsmatige keuzes en niet als een harde afdwingbare slooptaakstelling. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictie leegstand van 2%) en de huishoudens ontwikkeling. Gemeenten worden verplicht een woningbouwprogrammering op te stellen welke is geënt op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonopgaven. Aan de structuurvisie liggen drie onderzoeken ten grondslag. Het betreft de onderzoeken 'Woonmilieus in Zuid-Limburg' (Companen), 'Woonmilieu ZuidLimburg fase 2' (Atrivé) en het 'Regionaal afwegingskader wonen MaastrichtHeuvelland' (Stec-groep). Deze onderzoeken hebben geleid tot een aantal algemene inzichten op het gebied van woonmilieus en kansen voor de diverse doelgroepen. Inzichten op het gebied van woonmilieus 

Stedelijk milieu: meer vraag dan aanbod, opletten voor gevolgen voor de rest van de gemeente/regio;

Suburban milieu: meer aanbod dan vraag, sterk verdunnen (met name in de particuliere voorraad), inzetten op kwaliteit en transformatie;

Landelijk milieu: in evenwicht, maar leegstand op de loer, inzetten op verbetering/vernieuwing.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

32

SMA-Advies

Inzichten op het gebied van kansen 

Kansen liggen in goedkope huur (onder liberalisatiegrens) en middeldure huur (€ 800 - € 1000);

Kansen in extra-muralisering/wonen met zorg (met name bestaand vastgoed interessant);

Kansen voor bijzondere exclusieve woonvormen, zoals wonen op het water, collectief particulier opdrachtgeverschap en wonen in een kerk of kasteel. Het risico op ontwrichting van de reguliere woningmarkt is hier relatief klein);

Kansen in studentenhuisvesting.

Naar aanleiding van de getrokken conclusies zijn een aantal afspraken gemaakt waar de gemeente Brunssum zich ook aan heeft geconformeerd: 

schrappen van programma’s die geen toegevoegde waarde hebben;

transformatie opgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente;

herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit;

compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven in de volgorde: 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen de raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen (bij monumenten is dat 1 op 1).

De ontwikkeling op de projectlocatie is, zoals hierboven onderbouwd, in overeenstemming

met

de

beleidsuitgangspunten

en

afspraken

zoals

geformuleerd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Het initiatief betreft een inbreidingsproject voor het realiseren van kwalitatief hoogwaardige, duurzame woonappartementen in een parkachtige omgeving en alle benodigde voorzieningen binnen handbereik. Vanwege de behoefte aan het wonen in een aantrekkelijke en veilige omgeving sluit het planvoornemen goed aan bij de bestaande, omliggende functies.

4.3.2

Beleidsregel “Ruim Baan voor goede woningbouwplannen”

Gezien de grote druk op de woningmarkt en de noodzaak om de komende decennia woningen te bouwen om de woningdruk te verlichten, voorziet het voorliggende plan er in om deze behoefte in te vullen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

33

SMA-Advies

De gemeente Brunssum heeft in haar eerdergenoemde brief van 15 september 2021 aangegeven dat medewerking om het plan te realiseren mogelijk is door het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Onderdeel van deze aanvraag betreft een ruimtelijke onderbouwing. Op basis van deze nieuwe beleidsregel wordt een nieuw woningbouwinitiatief (niet zijnde zorgwoningen met intramurale zorg) getoetst aan een aantal beleidsuitgangspunten: 1. Het moet gaan om een maatschappelijke meerwaarde. a.

dat inbreiding voor uitbreiding gaat;

b.

dat het plan moeten bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen, door middel van herstructurering en vervangingsbouw, hergebruik van winkels en ander waardevol vastgoed met passende woningbouw of wel bijdraagt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad.

2. Planologisch aanvaardbaar en passend in het lokale beleid. Het plan moet voldoen aan de systematiek van de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor elk nieuwbouwplan geldt dat de behoefte aan die ontwikkeling zowel kwalitatief als kwantitatief moet worden onderbouwd. 3. Het derde criterium betreft een subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. Door de gemeente Brunssum is gesteld dat het gaat om een inbreidingplan in het bestaand stedelijk gebied. De leefbaarheid in de wijk wordt door het plan verstrekt en verbeterd. De gemeente Brunssum geeft daarmee aan dat er behoefte is aan het plan en het als zodanig een maatschappelijke meerwaarde heeft. Het plan sluit ook aan bij de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Door de gemeente is verder gesteld dat er sprake is van hergebruik van waardevol

vastgoed

met

passende

woningbouw

waarbij

ondanks

de

functiewijziging de monumentwaardigheid behouden blijft. De ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht Langeberg blijven in tact en worden versterkt. Verder stelt de gemeente dat woningen een maatschappelijk belang dienen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

34

SMA-Advies

Voor de betreffende woningen komen diverse doelgroepen in aanmerking. Aan bewoners wordt zo voldoende lokale voorzieningen geboden. Het initiatief is inmiddels subregionaal afgestemd en goedgekeurd waarmee het plan aan de subregionale woningmarkt-programmering is toegevoegd. Het planvoornemen is niet concurrerend met andere plannen in de (subregionale) regio. In die zin wordt aan de bovengenoemde criteria voldaan, hetgeen ook in andere paragrafen verder wordt onderbouwd en toegelicht. Resumerend gaat het ingevolge de beleidsregel om een zogenoemd goed woningbouwplan. Goede woningbouwplannen hoeven volgens de beleidsregel niet gecompenseerd te worden.

4.3.3

Regionale Woonvisie Parkstad Zuid Limburg 2023.

De (nieuwe) Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2023-2028 (hierna: woonvisie), onderdeel gemeente Brunssum, is op 11 juli 2023 vastgesteld en vormt het kader voor het woonbeleid op het regionale niveau voor de Stadsregio Parkstad Limburg en op het lokale niveau voor de gemeente Brunssum. De woonvisie Brunssum is het resultaat van een interactief proces waarin zowel lokaal als regionaal bijeenkomsten met stakeholders (onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, ontwikkelaars, makelaars, zorg- en welzijnspartijen) zijn georganiseerd, waarbij input is opgehaald voor de nieuwe visie. De woonvisie is het integrale beleidsdocument waarin wordt aangegeven hoe de regio en de gemeente samen de opgaven op de totale woningmarkt gaan aanpakken met de op de woningmarkt actief zijnde partijen. De Woonvisie bestaat uit een regionaal en een lokaal beleidsgedeelte. Het regionaal gedeelte is identiek voor de 7 Parkstadgemeenten. De lokale onderdelen bevatten de specifieke doorvertaling voor en door de gemeente in lokaal beleid. Deze Woonvisies geven richting aan de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en het in balans brengen van vraag en aanbod (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat rekening wordt gehouden met de veranderende bevolkingsontwikkeling- en veranderende woonwensen. Daarnaast geeft de woonvisie

invulling

aan

de

nieuwe

samenwerking

tussen

gemeente,

woningcorporaties en huurdersorganisaties. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023, vond de gemeente het opportuun om over een actueel volkshuisvestingsbeleid te beschikken dat meteen ook voldoet aan de voorziene wettelijke kaders van een volkshuisvestingsprogramma. Met het (vernieuwde)

Rijksbeleid

wordt

gestuurd

op

nieuwbouwproductie

van

betaalbare woningen en een eerlijke verdeling van sociale huurwoningen. De nieuwe woonvisie voorziet vanuit leefbaarheid in deze ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

35

SMA-Advies

In de woonvisie wordt de relatie gelegd met aspecten als leefbaarheid, veranderingen

in

het

sociale

domein,

die

effect

hebben

op

de

volkshuisvestelijke opgaven, duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie en (historische) waarde. De woonvisie voor Brunssum 2023–2028 is daarom grotendeels gelijk aan de nieuwe woonvisie van de andere gemeenten van Parkstad Limburg. Visie van de gemeente Brunssum (op hoofdlijnen) 

Brunssum zet in op het versterken van de bestaande woonmilieus en het aanjagen van nieuwe woningbouwplannen. Dit betekent een verdere verdichting in het centrum en het verder vergroenen van de omgeving buiten het centrum;

Verbetering

van

de

match

van

vraag

en

aanbod

betekent

dat

koopwoningen deels omgezet worden naar huurwoningen. De gemeente Brunssum doet hiertoe mee aan regionale pilots ook als het gaat om zorgwoningen; 

De gemeente wil het langer zelfstandig wonen ondersteunen door afspraken te maken over toevoeging van meer levensloopgeschikte woningen voor ouderen;

Naast aanpassing van de woning is aanpassing en toegankelijk maken van de woonomgeving minstens zo belangrijk;

Brunssum wil in 2040 energie neutraal zijn. De verduurzaming van de woningvoorraad speelt een enorme rol in het verduurzamen van de gemeente. Uit het onderzoek “PALET 2.0–Brunssum” blijkt dat via zonne-energie en warmte-koude opslag veel duurzame energie op te wekken valt.

Het

planvoornemen

impliceert

als

inbreidingsplan

een

versterking

en

verdichting alsmede een vergroening van de omgeving buiten het centrum en vult daarmee voor een deel de behoefte in naar levensloopbestendige, duurzame

en

veilige

woningen.

De

woningen

worden

“all-in-electric”

uitgevoerd, zijn goed geïsoleerd en worden met duurzame en hoogwaardige materialen afgewerkt waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie van de gemeente om in 2040 energie-neutraal te zijn.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

36

SMA-Advies

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie gemeente Brunssum

In de door de gemeenteraad op 2 november 2009 vastgestelde Structuurvisie staat hoe de gemeente tot het jaar 2025 om gaat met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wonen, ondernemen, wijkvoorzieningen, verkeer

en

recreëren. Deze visie vormt de richtlijn voor alle toekomstige bestemmingsplannen en afwijkingsmogelijkheden. Het doel van de Structuurvisie Brunssum is om de ruimtelijke kwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied te verbeteren en sturing te geven aan toekomstige veranderingsprocessen. In de Structuurvisie geeft de gemeente aan welke maatregelen zij neemt om negatieve effecten die gepaard gaan met vergrijzing en ontgroening zoveel mogelijk te beperken. Deze demografische ontwikkelingen kunnen namelijk grote

gevolgen

hebben

voor

de

woningvoorraad,

economie

en

het

voorzieningenniveau.

Figuur 15.. Uitsnede Ontwerp Structuurvisie Brunssum 2025 “sturen op kwaliteit”

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

37

SMA-Advies

De maatregelen zijn met name gericht op het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat binnen de verschillende wijken van de gemeente Brunssum en het versterken van ‘schone’ werkgelegenheid, waarbij goede bereikbaarheid en aansluiting op de regionale infrastructuur van belang is. De Structuurvisie is verder opgebouwd uit 7 thema's: wonen, werken, verkeer, voorzieningen, recreatie, natuur en milieu waarvan vooral het thema Wonen van toepassing is op het besluitgebied. Thema wonen Brunssum richt zich op het behouden en versterken van de gemeente als onderscheidende, kwalitatief goede woonplek. Brunssum moet ook in 2025, mede in het licht van de veranderende demografische omstandigheden, niet alleen een aantrekkende woongemeente zijn en blijven, maar ook een gemeente waar goed en veilig geleefd kan worden. Ontwikkelingen binnen de woningvoorraad,

de

werkgelegenheid,

de

voorzieningen,

de

sociaal-

maatschappelijke structuur, de ruimtelijke structuur, de recreatie en het verkeer, dienen met elkaar bij te dragen aan het bereiken van het voor de toekomst noodzakelijke woon- en leefklimaat. Onderhavig planontwikkeling (realisatie van 14 woonappartementen) levert een bijdrage aan de doelstelling om in Brunssum een onderscheidend en kwalitatief uitstekend woon- en leefklimaat te realiseren. De ontwikkeling op de projectlocatie voorziet in nieuwe huisvesting voor mensen die er gaan wonen, werken, recreëren en waarvan de woningen aan alle moderne en duurzame wooneisen voldoen. Het initiatief impliceert tevens door de herinrichting van de bestaande groenstructuur

een

ruimtelijke

versterking

van

de

omgeving.

Het

planvoornemen sluit daarom goed aan bij de doelstelling uit de Structuurvisie Brunssum.

4.4.2

Welstandsnota gemeente Brunssum

Bij raadsbesluit d.d. 14 april 2015, is de "Welstandsnota Brunssum 2015", zoals bedoeld in artikel 12a, eerste lid van de Woningwet vastgesteld en op 14 mei 2015 in werking getreden. De welstandsnota bevat beleidsregels waarin criteria zijn opgenomen die worden toegepast bij een beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

38

SMA-Advies

In het welstandskader wordt het welstandsbeleid op hoofdlijnen weergegeven. Verder wordt aangegeven hoe de welstand in Brunssum georganiseerd is. Een ander deel van het welstandskader wordt gevormd door een excessenregeling en een hardheidsclausule.

In de uitwerking worden per deelgebied criteria

opgesteld waarin wordt aangegeven binnen welk kader nieuwe ontwikkelingen, aanpassingen of uitbreidingen mogelijk zijn. Tevens zijn algemene criteria opgesteld voor ongebruikelijke projecten en de sneltoetscriteria voor kleine plannen die ambtelijk getoetst kunnen worden. Het aan de orde zijnde bouwplan is, gelet op zijn monumentale waarde (overigens geen beschermd monument) voor advies voorgelegd aan de Stadsbouwmeester en de monumentendeskundige. In par. 3.1 is een uitgebreide beschrijving opgenomen waarop inmiddels de goedkeuring is uitgesproken om de bestaande kerk om te vormen tot 14 hoogwaardige en duurzame woonappartementen. 4.4.3

Bestemmingsplan

In

huidige

de

situatie

zijn

volgens

het

bestemmingsplan

“Beschermd

Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” de gronden ter plaatse van de Akerstraat 91 bestemd voor “Maatschappelijk” met de daarbij horende voorzieningen.

Figuur 16. Uitsnede Bestemmingsplan, “Beschermd dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” enkelbestemming Maatschappelijk

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

39

SMA-Advies

Tevens valt een klein deel van het projectgebied binnen de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast geldt ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5 (Gebieden met een “lage verwachtingswaarde”). Enkelbestemming “Maatschappelijk” De binnen de bestemming “Maatschappelijk” aangewezen gronden (zoals de voormalige

kerk

en

direct

aanliggende

gronden)

zijn

bestemd

voor

maatschappelijke doeleinden/voorzieningen. Strijdigheid gebruik Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en functies: a.

onderwijs, religie, scouting, zorginstelling en begraafplaats;

b.

een bedrijfswoning uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen', en wel uitsluitend op de verdieping;

c.

wonen, voor zover bestaand;

d.

bij de (bedrijfs)woning behorende aan huis gebonden beroepen;

e.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens een parkeerterrein is toegestaan;

f.

behoud en bescherming van de bomen ter plaatse van de aanduiding 'beeldbepalende boom';

g.

het behoud en herstel van de hoogwaardige ruimtelijke, esthetische en functionele kwaliteiten van de bebouwing en de openbare ruimte, alsmede voor het behoud van de historisch-geografische en historisch-ruimtelijke structuur van het beschermd stads- en dorpsgezicht ter plaatse van de aanduiding

'specifieke

bouwaanduiding-karakteristiek

bouwstijl

mijn-

kolonie'. Wonen is alleen toegestaan indien bij vaststelling van het genoemde bestemmingsplan er reeds een woning aanwezig was. Nieuwe woningen zoals bedoeld in het planvoornemen, zijn niet rechtstreeks toegestaan. De gewenste ontwikkeling is dus in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum”. Nu het aan de orde zijnde plan gaat over het realiseren van de bestemming “Wonen” niet zijnde “bestaand wonen”, is de gewenste bestemming in strijd met de bovenstaande gebruiksregels.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

40

SMA-Advies

Specifieke aanduidingen Binnen de enkelbestemming “Maatschappelijk” gelden een aantal specifieke functie-aanduidingen

zoals

beeldbepalende

bomen

en

gelden

specifieke

bouwaanduidingen. De relevante aanduidingen worden verder besproken. Specifieke bouwaanduiding-karakteristieke bouwstijl mijnkolonie Op het hoofdgebouw is de ‘specifieke bouwaanduiding-karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ van toepassing. Voor het hoofdgebouw geldt dat uitsluitend mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende kenmerken: 1. dat uitsluitend gebouwd wordt binnen het bouwvlak; 2. maximale goothoogte: conform bestaand; 3. maximale bouwhoogte: conform bestaand; 4. inhoud: conform bestaand; 5. diepte: conform bestaand; 6. dakhelling: conform bestaand; 7. kapvorm: conform bestaand; 8. nokrichting: conform bestaand; 9. bouwwijze: conform bestaand; 10. gevelindeling: conform bestaand; 11. aantal: conform bestaand; 12. de voorgevel dient in of achter de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden opgericht. Strijdigheid bouwen hoofdgebouw De gebouwen die een dergelijke aanduiding hebben, mogen niet worden veranderd c.q. verbouwd om zo het huidige stedenbouwkundige evenwicht te behouden. Door de noodzakelijke bouwkundige wijzigingen, is het voornemen ook in strijd met de betreffende bouwregels. In het aan de orde zijnde plan worden veranderingen aangebracht die de inhoud veranderen en de gevels wijzigen. Dit is strijdig met de bovenstaande bouwregels.

Enkelbestemming Verkeer Een klein deel van het plangebied, zijnde het voorterrein (nabij de rotonde) valt binnen de bestemming “Verkeer”. Binnen dit gebied zijn (nieuwe) groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen voorzien die daarmee niet strijdig zijn met de vigerende bestemming.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

41

SMA-Advies

Dubbelbestemming Waarde (“Waarde-Archeologie-5”) Het gehele plangebied ligt ook binnen de dubbelbestemming “WaardeArcheologie-5” (art. 20). Deze gronden zijn mede bestemd voor bescherming en behoud van de in- of op deze gronden voorkomende archeologische waarden. De aangewezen categorie “Waarde Archeologie-5” betekent verder dat uitgegaan wordt van een lage verwachtingswaarde ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden in het gebied. Door de gemeente Brunssum is in 2013 de “Archeologische verwachtings- en beleidskaart” (deelkaart Brunssum) vastgesteld om archeologie integraal af te kunnen wegen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 5.7 wordt daar verder op in gegaan. Gebiedsaanduidingen Volgens het bestemmingsplan is het plangebied verder niet gelegen binnen een (geluid)zone van een Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein, niet gelegen binnen een gezoneerde weg of spoorweg (zie par 5.2) of binnen een risicocontour van een risicovol bedrijf (zie par. 5.5).

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

42

SMA-Advies

5.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

Het onderzoeksperceel is thans deels bebouwd en verhard en in gebruik als tuin/groenvoorziening. Het plangebied is gelegen binnen een maatschappelijke bestemming

zoals

vastgelegd

Dorpsgezicht

Mijnkoloniën

in

het

Brunssum”.

bestemmingsplan Bij

het

“Beschermd

vaststellen

van

dit

bestemmingsplan is ten behoeve van het toekennen van de maatschappelijke bestemming rekening gehouden met de ter plaatse bekende bodemkwaliteit. Nu de bestaande bestemming wordt omgevormd naar een woonbestemming is er sprake van een functiewijziging. Vanwege het huidig en voormalig gebruik van het betreffende perceel is er geen reden om aan te nemen dat, ten gevolge van het gebruik van het perceel, sprake is van activiteiten die mogelijk bodembedreigend zijn geweest. Omdat de te realiseren woningen binnen het bestaande bouwvolume van de voormalige kerk worden gerealiseerd, vinden in en rond het gebouw geen graafwerkzaamheden

plaats.

Ten

behoeve

van

de

te

realiseren

parkeerplaatsen wordt een klein deel van de tuin verhard. Het grondwerk voor het aanleggen van het cunet vinden niet dieper plaats dan 40 cm minus maaiveld.

Vrijkomende

grond

wordt

binnen

het

betreffende

perceel

hergebruikt. Door de gemeente wordt gesteld dat bij grondwerkzaamheden rond de bestaande bebouwing alsnog een bodemonderzoek uitgevoerd moet worden. De

gemeente

stelt

tevens

dat

voor

het

aanleggen

van

de

tuin

en

parkeerplaatsen een bodemonderzoek ingevolge de NEN 5740 uitgevoerd moet worden. Bij het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning in fase 2 voor de activiteit bouwen, zal alsnog een bodemonderzoek worden uitgevoerd.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

43

SMA-Advies

5.2

Geluid

De feitelijke geluidzone is het creëren van een minimum afstand tussen de geluidbron, zoals een weg of spoorweg dan wel een bedrijf en het geluidgevoelige object, zoals woningen. Indien er geen mogelijkheden bestaan om afstand te creëren (bijvoorbeeld in bestaande situaties) tot een gevoelig object, bestaat de mogelijkheid om in de overdrachtsweg (bijvoorbeeld het aanleggen van een geluidwal) of ter plaatse van het gevoelige object zelf maatregelen te treffen (door het akoestisch isoleren van bijvoorbeeld een woning).

5.2.1

Wegverkeerslawaai

Voor

verkeerswegen

(en

spoorwegen)

is

een

wettelijk

kader

(Wet

geluidhinder-Wgh/ planologisch aandachtsgebied) ontwikkeld om het aantal geluidgehinderden

ten

gevolge

van

industrielawaai,

weg-

en/of

spoor-

weglawaai te voorkomen, dan wel zo veel mogelijk te beperken, zodanig dat er een prettig leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het plangebied is gelegen aan de Akerstraat te Brunssum. Het gebied rond de Akerstraat is op basis van de Wegenverkeerswet 1994 aangeduid als een 50 km/uur zone. Daarbij dient de Rembrandtstraat als 50 km/uur -weg ook te worden betrokken vanwege de ligging

van het plangebied binnen de

geluidzone van deze weg. Overige wegen zijn 30 km/uur-wegen. Deze wegen zijn conform de Wet geluidhinder gedezoneerd

(niet zoneplichtig). De

betreffende 30 km/uur-wegen worden wel betrokken bij geluidcumulatie inzake wegverkeerslawaai. Zo zijn ook de Reinstraat, Torenstraat, Frans Halsstraat en Johannes Vermeerstraat bij het onderzoek betrokken. Omdat het plangebied is gelegen binnen de geluidzones van wegen, is in het kader van het bepalen van de gevelbelasting en de eventueel te bepalen bouwkundige maatregelen 5

uitgevoerd ,

door

K+

zie

bijlage

Adviesgroep 2.

Voor

te

Echt

een

het

bepalen

akoestisch

van

de

onderzoek

geluidwerende

voorzieningen ten gevolge van wegverkeerslawaai, dient conform opgave van de

gemeente

Brunssum

te

worden

uitgegaan

van

de

gecumuleerde

geluidbelasting.

5

Akoestisch rapport kenmerk: Rm220133aaA1.davh_01 van 17-02-2023

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

44

SMA-Advies

5.2.2

Stemgeluid RK-Basisschool Langenberg

Op ongeveer 40 meter noordelijk van het plangebied ligt de Bredeschool Langeberg. Het schoolpleinn is gelegen op ca. 8 m van de woningen. Deze school huisvest ook een (naschoolse) kinderopvang. De verkeersaantrekkende werking van deze school en de akoestische implicaties zijn ook beschreven in par. 5.4. In het toepasselijke bestemmingsplan (Woongebied 2 e Herziening), waarin de buitenschoolse

opvang

kinderopvangverblijven

is

gelegen,

onderverdeeld

in

worden

basisscholen

milieucategorie

2

met

een

en in

aanmerking te nemen afstand van 30 meter ten opzichte van voor geluid verstorende objecten (SBI-code 852). Dat betekent dat het plangebied aan de noordzijde deels binnen deze zone ligt. Het huisvesten van de genoemde doelgroep betekent ook dat tijdens de momenten dat kinderen binnen de besloten buitenruimte aanwezig kunnen zijn, stemgeluid van kinderen zou kunnen leiden tot geluidhinder omdat de speelplaats van de school en kinderopvang min of meer direct grenst aan het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en de inpasbaarheid van de te realiseren woningen, moet worden nagegaan of de nieuwe woningen van (negatieve) invloed zijn op de aan deze school vergunde geluidruimte. In het genoemde akoestisch onderzoek zijn de implicaties meegenomen. De optredende gevelbelasting is getoetst aan de eisen uit de VNG-publicatie “Handreiking bedrijven en milieuzonering”. Het betreft zowel het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT als de maximale geluidniveaus LAmax.

5.2.3

Akoestisch onderzoek 10 juli 2023

Uit het akoestisch onderzoek (zie bijlage 2) blijkt dat ten gevolge van wegverkeer van de Rembrandtstraat en de Akerstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Gebleken is dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Akerstraat bedraagt 59 dB en ten gevolge van het wegverkeer op de Rembrandtstraat 49 dB. De maximaal toelaatbare waarde wordt niet overschreden (voor het realiseren van woningen als herbestemming van een bestaand gebouw is dat 63 dB).

5.2.3.1 Industrielawaai (stemgeluid Rk-Basisschool Langenberg) Het hoogste langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode bedraagt 55 dB(A). Het bevoegd gezag dient te onderzoeken of in het kader van een goede ruimtelijke ordening sprake is van een goed woon- en leefklimaat en

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

45

SMA-Advies

motiveert zo nodig waarom de optredende geluidbelasting in voorliggende situatie alsnog acceptabel is. Voor de motivatie kan namelijk worden gesteld dat de school enkel in de dagperiode geopend is, in de avond- en nachtperiode vinden geen activiteiten plaats. Indien een binnenniveau van 33 dB wordt gegarandeerd, kan worden gesteld dat er alsnog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ten aanzien van industrielawaai kan aan het maximale geluidniveau van 70 dB(A) ten gevolge van piekniveau’s worden voldaan. Conform artikel 40 van de Wgh ligt er rond een gezoneerd industrieterrein een zone waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein de 50 dB(A) niet mag overschrijden. Het plangebied valt niet binnen de geluidzone van

een

geluidgezoneerd

industrieterrein.

Industrielawaai

is

voor

het

plangebied verder niet relevant.

5.2.3.2 Gecumuleerde geluidbelasting De nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de bestaande bouwmassa van het voormalige kerkgebouw waardoor ze niet allen zijn voorzien van een geluidluwe gevel. Een goed woon- en leefklimaat is daarom niet automatisch voor alle woningen geborgd. Conform opgave van de gemeente Brunssum moeten de noodzakelijke geluidwerende voorzieningen ten gevolge van industrielawaai en

wegverkeerslawaai worden bepaald aan de hand van

gecumuleerde geluidbelastingen. In het akoestisch rapport is in tabel 4.9, pag. 22 en 23 in de kolom “eis Bouwbesluit”, de vereiste karakteristieke gevelgeluidwering weergegeven alsmede de “comforteis” voor het realiseren van een goed woon- en leefklimaat voor alle woningen. Uit het akoestisch rapport blijkt uiteindelijk dat ter plaatse van de woningen 1 t/m 6, 13 en 14 sprake is van een hogere waarde. Ter plaatse van deze woningen zullen (extra) bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden. In hoofdstuk 6 van het akoestisch rapport is een en ander verder uitgewerkt welke voorzieningen en maatregelen getroffen kunnen worden om te voldoen aan de minimale eisen en te stellen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

46

SMA-Advies

5.2.3.3 Installatie voor het verwarmen van de woningen Zoals beschreven worden de

woningen “all-in-electric” uitgevoerd. Dat

betekent dat de woningen met hernieuwbare energie zoals zonne-energie worden verwarmd en voorzien van warm tapwater. Voor

het

verwarmen

van

de

woningen

wordt

gebruik

gemaakt

van

infraroodpanelen. Er worden dus geen uitwendige constructies geplaatst voor warmte- en/ of koudeopwekking.

5.2.4

Vaststellen hogere geluidgrenswaarde

Met een hogere grenswaardeprocedure kan het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) toestaan dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zoals dat bij wet is vastgelegd. Indien een hogere

waarde

wordt

vastgesteld, heeft

de gemeente

de

bevoegdheid om zo nodig aanvullende voorwaarden te stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. De gevelbelasting mag dan niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde

van

48

dB

voor

elk

van

de

te

onderscheiden

geluidbronnen. Bij het vaststellen van een hogere waarde, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. In hoofdstuk 6 van het akoestisch rapport is een en ander verder uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=dde140a2-7b7e-42d9-b2bd-b11a1f77ad83