CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 21 maart 2023, gemeente Brunssum32.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

b.

Huidige situatie/probleemstelling In artikel 3.30 lid 1 Wro is bepaald dat de gemeenteraad categorieën van gevallen kan aanwijzen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan, een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van andere besluiten. De coördinatieregeling mag alleen toegepast worden als de gemeenteraad daartoe besloten heeft óf als de gemeenteraad (in een verordening) heeft vastgesteld in welke gevallen het wenselijk is om coördinatie toe te passen. Zonder coördinatieverordening kan de coördinatieregeling dus alleen gebruikt worden als de gemeenteraad daar per geval een besluit over neemt. Dat zou betekenen dat de gemeenteraad eerst een besluit moet nemen om te kunnen coördineren en dat daardoor de procedure met enige maanden vertraging start, terwijl de coördinatieregeling onder meer bedoeld is om tempo te kunnen maken.

Voorgesteld wordt om een coördinatieverordening vast te stellen zodat is vastgelegd in welke gevallen coördinatie mogelijk is en deze procedure indien wenselijk kan worden toegepast zonder dat daartoe eerst een besluit van de gemeenteraad benodigd is.

o gemeente Bronssvm V 3. a.

b.

Gewenste situatie (WAT? Wat willen we bereiken? Het kan wenselijk zijn om in één procedure zowel de planologische wijziging - het bestemmingsplan - als de concrete uitwerking in de vorm van een bouwplan te regelen, waar mogelijk met alle andere benodigde vergunningen. Daarmee is de samenhang tussen te nemen besluiten maximaal zichtbaar en wordt de door de wet beoogde vereenvoudiging van procedures bewerkstelligd, zodat de dienstverlening aan de vergunning­ aanvragen geoptimaliseerd kan worden. Ook voor omwonenden en belanghebbende ontstaat op deze wijze een heldere procedure waarin alle besluiten voor het plan gebundeld zijn. De efficiënte procedure van de coördinatieregeling zorgt ook voor lagere procedurekosten en minder bestuurlijke lasten.

Kaders

1.

eerdere besluitvorming De gemeenteraad is bevoegd tot het vaststellen van verordeningen. Het vaststellen van een coördinatieverordening is mogelijk op grond van artikel 3.30 lid 1 Wro. Eerdere besluitvorming over dit onderwerp heeft niet plaatsgevonden. Als basis van de verordening dient de modelverordening van de VNG.

2.

traject tot dusverre Op de vaststelling van een verordening kan inspraak op grond van de gemeentelijke Inspraakverordening 2009 worden verleend. Het verlenen van inspraak op de verordening is niet wettelijk verplicht en wordt gezien het karakter van de verordening niet nodig geacht. De verordening heeft geen directe gevolgen. Het toepassen van een coördinatieregeling betekent dat nog steeds rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Voor de aanvrager-zijde is relevant dat er geen verplichting is om de regeling toe te passen, dit kan slechts met wederzijdse overeenstemming.

3.

rol/bevoegdheden college van B en W De raad stelt de coördinatieverordening vast en het college kan vervolgens binnen de kaders van deze verordening besluiten om een gecoördineerde procedure toe te passen.

4.

algemene (beleidsjkaders Wettelijk kader

De wet stelt grenzen aan het toepassen van de coördinatieregeling. Het in artikel 3.30 Wro neergelegde kader bevat twee eisen:

1. het moet gaan om de verwezenlijking van "gemeentelijk ruimtelijk beleid" en 2. het moet wenselijk zijn om de gecoördineerde besluitvorming in te zetten voor de verwezenlijking van dat beleid.

Om te voldoen aan deze eisen staat de coördinatieverordening alleen coördinatie toe wanneer een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan deel uitmaakt van de te coördineren besluiten. Het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan is vereist om te waarborgen dat het om de uitvoering van gemeentelijk beleid gaat; deze plannen zijn immers - naast de structuurvisie - dé planfiguur waarin de gemeente haar ruimtelijke visie kenbaar maakt.

Kaders in verordening - Coördinatie vindt alleen plaats wanneer de aanvrager hier achter staat, er kan niet worden gedwongen om deze regeling toe te passen. - Afspraken over de coördinatie worden bij voorkeur in een procedureregeling vastgelegd, dit zijn voor het project specifieke afspraken bijvoorbeeld over aanlevertermijnen en welke documenten

o gemeente Brvnsssm u aangeleverd dienen te worden. Wanneer deze regeling niet wordt opgesteld dan kan worden teruggevallen op procedurele bepalingen in de Awb.

- Indien sprake is van complicerende factoren kan besloten worden om niet te coördineren. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er met aanvrager geen overeenstemming is over kostenverhaal. - Wanneer de aanvrager een eigen bevoegd gezag is dan kan ook voor een gecoördineerde voorbereiding worden gekozen.

c.

5.

past het voorstel in de strategische visie/relatie met uitvoeringsagenda? Het voorstel draagt bij aan de ambities zoals opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026 en zorgt voor een omgevingsbewuste en burgergerichte dienstverlening.

6.

relatie met programmabegroting/financiële gevolgen Er zijn geen kosten gemoeid met de opstelling van de verordening. Het uitvoeren van een gecoördineerde procedure kan uiteindelijk wel tot minder ambtelijke en procedurele kosten leiden omdat de procedure vereenvoudigd wordt (en korter duurt) en daardoor minder rechtsgangen mogelijk zijn.

Argumenten en overwegingen Met het coördineren bedoelt de wetgever dat besluiten die met elkaar samenhangen, bijvoorbeeld één project, waarvoor een omgevingsvergunning en een bestemmingsplan nodig zijn, in één procedure worden voorbereid. Daarnaast kunnen andere vergunningen bij de coördinatie betrokken worden, bijvoorbeeld een kapvergunning. Het vaststellingsbesluit over een bestemmingsplan, uitwerkingsplan, wijzigingsplan dient één van de te coördineren besluiten zijn. De bestemmingsplanprocedure (ontwerp 6 weken ter inzage, mogelijkheid om zienswijzen naar voren te brengen), of de procedures voor uitwerkingsplannen/wijzigingsplannen zijn dan ook van toepassing op de besluiten die met het bestemmingsplan gecoördineerd worden voorbereid.

Tegen de besluiten die na die gecoördineerde voorbereidingsprocedure worden genomen kan beroep ingesteld worden en de afhandeling van beroepen tegen onderdelen van de gecoördineerde besluiten gebeurt in één keer. Het voordeel van één enkele procedure is door de wetgever nog vergroot in artikel 8.3 van de Wro; er is slechts één beroepsprocedure bij maar één instantie (alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) waarbij de wet voorschrijft dat de Afdeling binnen zes maanden (in plaats van binnen één jaar) uitspraak moet doen. Dit is overigens een termijn van orde. Daarnaast heeft de wetgever bepaald dat de omgevingsvergunning voor een bouwplan dat met een bestemmingsplan is voorbereid, verleend kan worden voordat het bestemmingsplan in werking treedt. Als de coördinatieregeling niet wordt toegepast kan een omgevingsvergunning pas verleend worden als het bestemmingsplan in werking is getreden. Een tweede belangrijk voordeel van de gecoördineerde voorbereide besluiten is dat de samenhang tussen de te nemen besluiten voor iedereen duidelijk is.

Het vervallen van de mogelijkheden om bezwaar te maken en beroep bij de rechtbank in te stellen kan risico's met zich meebrengen, omdat een negatieve uitspraak over één van de besluiten, gevolgen kan hebben voor daarmee samenhangende besluiten. Een aanvrager is van te voren op de hoogte van deze risico's. Na vaststelling zal de coördinatieverordening bekend worden gemaakt en beschikbaar gesteld op www.officiëlebekendmakingen.nl. Tegen de vaststelling van een verordening is geen bezwaar of beroep mogelijk.

o gemeente Brwnsswm 0

d.

Opties en keuze

Wanneer geen coördinatieverordening wordt vastgesteld dan kan de coördinatieregeling alleen worden toegepast wanneer de gemeenteraad een besluit daartoe heeft genomen voor het specifieke geval. Hierdoor wordt de gewenste tijdswinst teniet gedaan.

Naar verwachting treedt op 1 juli 2023 de Omgevingswet in werking maar uitstel hangt wel in de lucht. Ook in de Omgevingswet komt de optie om te kunnen coördineren wederom naar voren. De voordelen die de coördinatieregeling mee brengt passen goed binnen de doelstellingen die ook aan de Omgevingswet verbonden zijn.

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

o gemeente Brvnssgm V Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

:2023/6 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed :202266882

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/6; gelezen het voorstel van burgemeester en w/ethouders d.d. 31 januari 2023, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed;

Besluit; De 'Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2023' vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 maart 2023

Raad vernoemd,

t 'c orzittér

/

1 Raadsbesluit 6 (bijlage) Coördinatieverordening Omgevingsrecht Brunssum 2023.pdf

Coördinatieverordening gemeente Brunssum 2023 De raad van Brunssum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 februari 2023; gelet op de artikelen 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 147 en 149 van de

Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen:

Coördinatieverordening gemeente Brunssum 2023 Artikel 1. Begripsomschrijving

Deze verordening verstaat onder:

a.

aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag om een

omgevingsvergunning heeft ingediend; b.

besluit: besluit als bedoeld in artikel 3.30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening;

c.

bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening,

hieronder mede begrepen een wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a en b van de Wro;

d.

bouwen: bouwen als bedoeld in artikel 1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

e.

coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden en bekendmaken van

besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de coördinatieregeling van afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;

f.

coördineren orgaan: het college van burgemeester en wethouders;

9-

omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

h.

uitwerkingsplan, wijzigingsplan: een uitwerkingsplan respectievelijk wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 2. Reikwijdte van de verordening

a.

Deze verordening, gebaseerd op artikel 3.30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, is van toepassing op het coördineren van de voorbereiding en bekendmaking van een

besluit om een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan vast te stellen in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een of meer daarmee samenhangende omgevingsvergunning in de zin van de artikelen 2.1 en 2.2 Wabo en

overige

ontheffingen, afwijkingen en besluiten die verband houden met het

bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan.

b.

Besluiten die bij een samenloop met een omgevingsvergunning aanhaken en waarvoor een verklaring van geen bedenking nodig is van Gedeputeerde Staten en/of de Minister

vallen buiten de reikwijdte van deze verordening.

Artikel 3. Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd In de volgende gevallen en onder de volgende condities kan het college van burgemeester en wethouders besluiten gecoördineerd voorbereiden;

a.

het besluit over een bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan en over een

omgevingsvergunning maken tenminste deel uit van de te coördineren besluiten en

b.

een ander besluit, dat bij de coördinatie wordt betrokken, houdt verband met het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan als bedoeld onder a en

c.

door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat de

besluiten gecoördineerd kunnen worden voorbereid en d.

door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat zich

geen belemmering als bedoeld in artikel 4 voordoet en

e.

de aanvrager heeft verzocht om een wijziging van het bestemmingsplan en zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de aanvrager heeft.

Artikel 4. Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening plaatsvindt In de volgende gevallen is een gecoördineerde voorbereiding op grond van deze verordening

niet mogelijk:

a.

er moet op grond van artikel 7 lid 2 Wet milieubeheer een milieueffectrapport worden opgesteld en het betreft geen deelproject van een grotere ontwikkeling waarvoor al een milieueffectrapport is opgesteld;

b.

er moet op grond van artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan worden opgesteld en er kan geen toepassing worden gegeven aan artikel 6.1 2 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening;

c.

als uit een planschaderisico-analyse blijkt dat de planologische maatregel schade kan veroorzaken als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en de aanvrager

is niet bereid deze schade voor zijn rekening te nemen, tenzij het coördinerend orgaan expliciet heeft besloten dat mogelijke schade niet voor rekening van aanvrager komt.

Pagina 2 van 9

Artikel 5. Procedureregeling

a.

Alvorens wordt besloten om besluiten gecoördineerd voor te bereiden als bedoeld in

artikel 3, wordt vooroverleg gepleegd met de aanvrager, waarin afspraken worden

gemaakt over de in te dienen stukken en welke besluiten gecoördineerd worden voorbereid. Deze afspraken worden bij voorkeur in een procedureregeling vastgelegd ten behoeve van een goede uitvoering van de coördinatieregeling.

b.

De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke periode aanvragen ingediend moeten worden om voor coördinatie in aanmerking te kunnen komen; de procedure kan bepalen hoe het college van burgemeester en wethouders toepassing

geeft aan artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht. c.

Zolang er geen instemming is over een procedureregeling als bedoeld onder lid a, is,

aanvullend op de artikelen 3.30 tot en met 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening en

op deze verordening. Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing,

met uitzondering van de artikelen 3.28 en 3.29 van die wet. d.

Bij de toepassing van lid c is het college van burgemeester en wethouders het

aangewezen coördinerend

orgaan als

bedoeld

in artikel

3.22 Algemene wet

bestuursrecht.

Artikel 6. Inwerkingtreding Deze verordening treedt de dag na de dag van bekendmaking in werking.

Artikel 7. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als; Coördinatieverordening gemeente Brunssum 2023.

Aldus besloten in de openbare besluitvormende raad, gehouden op 21 maart 2023.

Pagina 3 van 9

Toelichting Coördinatieverordening gemeente Brunssum 2023 Hoofdstuk 1: Algemene toelichting

Inleiding

Ondanks de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), is het nodig om bepaalde besluiten te coördineren ten

behoeve van de efficiency in de

besluitvorming. Een herziening van het bestemmingsplan valt niet onder de Wabo waardoor medewerking aan een aanvraag om omgevingsvergunning die in strijd bestemmingsplan

pas

verleend

kan

worden

op

het

moment

dat

is

met het

het

herziene

bestemmingsplan in werking treedt.

De coördinatieregeling maakt het mogelijk dat diverse procedures gezamenlijk worden doorlopen. Hiermee vindt er efficiency plaats binnen het besluitvormingsproces, zowel door

het tempo dat met de coördinatieregeling gemaakt kan worden, als door duidelijkheid die het in samenhang afhandelen van verschillende procedures met zich meebrengt. Dit zorgt voor

een betere dienstverlening.

Wettelijk kader Artikel 3.30 lid 1 Wro: "Bij besluit van de gemeenteraad kunnen [...] categorieën van gevallen

worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat [...] de voorbereiding en bekendmaking van een

bestemmingsplan,

een

wijziging

of

uitwerking

van

een

bestemmingsplan

of

een

omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°,

van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van

het bestemmingsplan of de

beheersverordening wordt afgeweken, wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten [...]."

De wet stelt grenzen aan het toepassen van de coördinatieregeling, omdat het besluit om de

regeling toe te passen grote gevolgen heeft voor de procedures van de te coördineren besluiten. Het in artikel 3.30 Wro neergelegde kader bevat twee eisen:

1.

het moet gaan om de verwezenlijking van "gemeentelijk ruimtelijk beleid" en

2.

het moet wenselijk zijn om de gecoördineerde besluitvorming in te zetten voor de

verwezenlijking van dat beleid. Om te voldoen aan deze eisen staat de coördinatieverordening alleen coördinatie toe wanneer

een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan deel uitmaakt van de te coördineren besluiten. Het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan is vereist om

te waarborgen dat het om de uitvoering van gemeentelijk beleid gaat; deze plannen zijn immers - naast de structuurvisie - dé planfiguur waarin de gemeente haar ruimtelijke visie

kenbaar maakt. Als op de uitvoering gerichte elementen in het bestemmingsplan vorkomen, is het wenselijk

om in één procedure zowel de planologische wijziging - het bestemmingsplan - als de

Pagina 4 van 9

concrete uitwerking in de vorm van een bouwplan te regelen, waar mogelijk met alle andere benodigde vergunningen. Daarmee is de samenhang tussen te nemen besluiten maximaal zichtbaar en wordt de door de wet beoogde vereenvoudiging van procedures bewerkstelligd,

zodat de dienstverlening aan de vergunning-aanvrager geoptimaliseerd kan worden. De efficiënte procedure van de coördinatieregeling zorgt ook voor lagere procedurekosten en

minder bestuurlijke lasten. Wat houdt de wettelijke coördinatieregeling in?

Met het coördineren bedoelt de wetgever dat besluiten die met elkaar samenhangen, bijvoorbeeld één project, waarvoor een omgevingsvergunning en een bestemmingsplan nodig zijn, in één procedure worden voorbereid. De procedures voor de vergunningen en voor het bestemmingsplan worden dus gecombineerd tot één procedure. Daarnaast kunnen andere

vergunningen bij de coördinatie betrokken worden. Het vaststellingsbesluit over een bestemmingsplan, uitwerkingsplan, wijzigingsplan dient één

van de te coördineren besluiten zijn. Als dat zo is, dan is de bestemmingsplanprocedure (ontwerp 6 weken ter inzage, mogelijkheid om zienswijzen naar voren te brengen,

rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State), of de procedures voor uitwerkingsplannen/wijzigingsplannen ook van toepassing op de besluiten die met het bestemmingsplan gecoördineerd worden voorbereid.

Tegen de besluiten die na die gecoördineerde voorbereidingsprocedure worden genomen kan beroep ingesteld worden en de afhandeling van beroepen tegen onderdelen van de

gecoördineerde besluiten gebeurt in één keer. Het voordeel van één enkele procedure is door de wetgever nog vergroot in artikel 8.3 van de

Wro; er is slechts één beroepsprocedure bij maar één instantie (alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) waarbij de wet voorschrijft dat de Afdeling binnen

zes maanden (in plaats van binnen één jaar) uitspraak moet doen. Dit is overigens een termijn

van orde. Daarnaast heeft de wetgever bepaald dat de omgevingsvergunning voor een

bouwplan dat met een bestemmingsplan is voorbereid, verleend kan worden voordat het bestemmingsplan in werking treedt. Als de coördinatieregeling niet wordt toegepast kan een

omgevingsvergunning pas verleend worden als het bestemmingsplan in werking is getreden. Een tweede belangrijk voordeel van de gecoördineerde voorbereide besluiten is dat de

samenhang tussen de te nemen besluiten voor iedereen duidelijk is. Het vervallen van de mogelijkheden om bezwaar te maken en beroep bij de rechtbank in te stellen kan risico’s met zich meebrengen, omdat een negatieve uitspraak over één van de

besluiten, gevolgen kan hebben voor daarmee samenhangende besluiten. Welke gevallen lenen zich voor coördinatie?

De wet geeft geen beperkingen aan de omvang van projecten. De coördinatieverordening kan wel beperkingen bevatten, maar dat hoeft niet. Een aanvrager zal bij grote projecten vaak

zekerheid willen hebben over de planologische inpassing in een bestemmingsplan, voordat er kosten gemaakt worden om bouwtekeningen te maken.

Pagina 5 van 9

De voorliggende coördinatieverordening beperkt zich echter tot die gevallen waarin de herziening van een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of wijzigingsplan nodig is.

Om de uitvoering van de coördinatieregeling niet te ingewikkeld te maken, bepaalt de

verordening dat de voorbereiding niet gecoördineerd mag worden als er complicerende

factoren een rol spelen. Er worden alleen besluiten gecoördineerd waarover financieel overeenstemming is tussen de gemeente en de aanvrager. De noodzaak om een coördinatieverordening vast te stellen

De coördinatieregeling mag alleen toegepast worden als de gemeenteraad daartoe besloten

heeft óf als de gemeenteraad (in een verordening) heeft vastgesteld in welke gevallen het wenselijk is om coördinatie toe te passen.

Zonder coördinatieverordening kan de coördinatieregeling dus alleen gebruikt worden als de gemeenteraad daar per geval een besluit over neemt. Dat zou betekenen dat de gemeenteraad een eerste besluit moet nemen en dat daardoor de procedure met enige maanden vertraging start, terwijl de coördinatieregeling onder meer bedoeld is om tempo te kunnen maken.

Relatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Op grond van de Wabo kunnen vergunningen gecoördineerd worden afgehandeld. De Wabo biedt echter geen mogelijkheden tot het coördineren van een vergunningbesluit met een

wijziging van het bestemmingsplan. De coördinatieregeling is een aanvulling op de Wabo. Met ingang van 1 juli 2008 is de Wet samenhangende besluiten Awb zijnde een aanvulling

van de Algemene wet bestuursrecht, in werking getreden. Daarin zijn, onder meer,

procedureregels opgenomen die in acht kunnen worden genomen als besluiten gecoördineerd worden. Over het doel van de wet zegt de Memorie van Toelichting onder meer: “Het is dus van belang een algemene wettelijke mogelijkheid te creëren om samenhang te

brengen in verschillende procedures, die kan worden toegepast wanneer de situatie daarom vraagt. Dit wetsvoorstel geeft hieraan gestalte, door in de Awb een «coördinatieregeling» aan te bieden die door de bijzondere wetgever of het bestuur van toepassing kan worden verklaard.

Deze regeling zorgt voor een stroomlijning van de procedures bij het voorbereiden en nemen

van samenhangende besluiten en van de rechtsbescherming daartegen.”

De coördinatieverordening maakt gebruik van de geboden wettelijke mogelijkheid. Relatie met milieuwetgeving

De gecoördineerde voorbereiding van besluiten bevat altijd een bestemmingsplanprocedure

of een

procedure voor een

wijzigingsplan

artikelsgewijze toelichting over artikel

of uitwerkingsplan

(zie

ook

hieronder:

2). Daarmee is gegarandeerd dat de nodige

Pagina 6 van 9

milieuwetten worden nageleefd. Deze plannen moet immers onderbouwd worden met de uitkomsten van onderzoeken naar bijvoorbeeld de luchtkwaliteit, de externe veiligheid, de

ecologische (hoofd-)structuur, het geluid, etc.

Hoofstuk 2: Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In artikel 1 worden de belangrijkste begrippen beschreven. Onder het begrip ‘aanvrager’ wordt ook een bevoegd gezag verstaan die een aanvraag om een omgevingsvergunning kan indienen. Dit bevoegd gezag kan bijvoorbeeld het college van

burgemeester en wethouders van de eigen gemeente zijn. Ook in dit geval kan een

gecoördineerde procedure worden toegepast.

Artikel 2. Reikwijdte van de verordening Artikel 2 benadrukt dat de coördinatieregeling alleen van toepassing is op het coördineren van de voorbereiding en bekendmaking van het bestemmingsplan of een uitwerkingsplan of

wijzigingsplan in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een of meer daarmee

samenhangende

omgevingsvergunningen,

op

doelend

enkelvoudige

of

meervoudige

vergunning in de zin van de artikelen 2.1 en 2.2 Wabo.

Daarbij

kunnen

vergunningen

die

een

relatie

hebben

met

het

bestemmingsplan,

uitwerkingsplan of wijzigingsplan ook betrokken worden bij de coördinatie. Dat kunnen

omgevingsvergunningen zijn voor het bouwen van een bouwwerk of vergunningen op basis van bijzondere wetten of op basis van gemeentelijke verordeningen. Maar dit kunnen ook afwijkingen,

of

ontheffingen

besluiten

zijn

die

een

relatie

hebben

met

de

omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. Deze moeten wel gericht zijn op de verwezenlijking van het beoogde ruimtelijke beleid. Besluiten over evenementen en subsidies behoren hier in ieder geval niet toe.

Artikel 3. Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd In artikel 3 wordt aangegeven in welke gevallen het wenselijk is om besluitvorming te coördineren. Elk lid wordt afgesloten met het woordje “en” om duidelijk te maken dat de coördinatieregeling alleen toegepast mag worden als aan alle voorwaarden is voldaan.

Lid a vormt de basis van de coördinatieverordening: coördinatie op grond van de coördinatieverordening

bestemmingsplan,

een

alleen

is

mogelijk

uitwerkingsplan,

als

tenminste

wijzigingsplan

het of

besluit

over

een

omgevingsvergunning

gecoördineerd moet worden. Dat kan anders zijn als naast de omgevingsvergunning ook nog andere vergunningen nodig zijn om het project te realiseren. Lid b houdt in dat, als aan de voorwaarde van lid a voldaan

is, er meer besluiten in de gecoördineerde voorbereiding mogen meedoen.

Pagina 7 van 9

Het college van burgemeester en wethouders is het coördinerende orgaan dat controleert of

aan de wettelijke voorwaarden en aan de voorwaarden van de verordening voldaan is.

Lid c moet ruim geïnterpreteerd worden. Het gaat hier niet alleen om de vaststelling dat aan de eisen is voldaan, maar het college van burgemeester en wethouders ziet ook of aan de

procedure-eisen voldaan is. Het college kan ook afzien van coördinatie. Uit artikel 3.31 Wro blijkt dat het college niet verplicht is om de coördinatieregeling toe te passen. Een ruime uitleg van lid c kan er niet toe leiden dat het college gevallen coördineert die niet onder de verordening vallen en waartoe de raad niet expliciet heeft besloten. De wet

staat delegatie van de raadsbevoegdheid om te besluiten dat gecoördineerde besluitvorming wenselijk is niet toe. Op grond van lid d stelt het college van burgemeester en wethouders vast of artikel 4 geen belemmering is voor het toepassen van de coördinatieregeling. Dit lid d moet beperkt

uitgelegd worden: als er een belemmering is, dan is gecoördineerde besluitvorming niet mogelijk.

Volgens lid e dient de aanvrager die heeft verzocht om een wijziging van het bestemmingsplan schriftelijk akkoord te verklaren met de gecoördineerde voorbereiding en in te stemmen met

de gevolgen die dat voor de aanvrager heeft. Uit dit lid blijkt dat de aanvrager en de gemeente

samen de coördinatieregeling moeten willen toepassen. Een aanvrager kan niet gedwongen

worden om mee te werken aan een gecoördineerde besluitvorming. Dat zou namelijk

inhouden dat de aanvrager gedwongen zou kunnen worden om een vergunning aan te vragen. De aanvrager kan goede redenen hebben om af te zien van coördinatie. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de aanvrager eerst zeker wil weten dat de bestemmingsplanwijziging doorgevoerd

is, voordat hij kosten wil maken voor het maken van bouwtekeningen.

Wanneer de aanvrager een eigen bevoegd gezag betreft dan kan eveneens voor een gecoördineerde voorbereiding worden gekozen. Artikel 4. Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening plaatsvindt

In dit artikel staat in welke gevallen coördinatie niet mogelijk is. Zolang geen milieueffectrapport is opgesteld, is ook niet duidelijk welke locatievariant of

welke inrichtingsvariant de voorkeur heeft. In dit geval is geen coördinatie mogelijk. De noodzaak tot het opstellen van een exploitatieplan maakt de procedure ingewikkelder. Het

feit dat een exploitatieplan nodig is, betekent dat er met partijen geen overeenstemming is

over de financiering, wat geen goede basis is voor een gecoördineerde voorbereiding. Er is tijd nodig om in zo’n geval te proberen om alsnog met partijen overeenkomsten te sluiten, wat niet past bij de voortvarendheid waarmee via de coördinatieregeling uitvoering kan

worden voorbereid. Ingevolge artikel 6.1 2 lid 2 Wro kan worden besloten om geen exploitatieplan vast te stellen wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Dit kan

Pagina 8 van 9

bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer een CREX is opgesteld waarin de grondkosten en grondopbrengsten van een ruimtelijk ontwikkelingsplan zijn opgenomen en / of een

koopovereenkomst! exploitatieovereenkomst of andere overeenkomst wordt gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. Dit is ook aan de orde wanneer met aanvrager een anterieure overeenkomst wordt gesloten. In deze gevallen is het kostenverhaal geregeld en derhalve geen exploitatieplan nodig. Coördinatie is dan wel mogelijk.

Bij mogelijke planschade moet de aanvrager zich bereid verklaren de kosten voor zijn

rekening te willen nemen. Als de aanvrager dat niet wil, dan zou het financiële risico van het vaststellen van het bestemmingsplan bij de gemeente liggen. De gemeente is in beginsel niet

bereid tot een dergelijk risico. Gecoördineerde besluitvorming is in zo’n geval dan ook niet wenselijk. Dit kan anders zijn wanneer de gemeente expliciet heeft besloten mogelijke

planschade wel voor rekening te willen nemen ofwel de gemeente aanvrager is. In dit geval is geen sprake van een financieel risico en is coördinatie wel mogelijk.

Artikel 5. Procedureregeling De wet geeft geen aanwijzingen over de manier waarop de coördinatieregeling uitgevoerd

moet worden. De voorkeur gaat uit naar het in gezamenlijkheid opstellen van een procedureregeling

waarin

afspraken

worden

gemaakt

over

de

uitvoering

van

de

coördinatieregeling omdat op deze wijze de meest passende afspraken gemaakt kunnen

worden.

In

de Algemene wet

bestuursrecht zijn

wel

bepalingen

opgenomen

over

gecoördineerde besluitvorming. Zolang (nog) geen procedureregeling is opgesteld waarover

overeenstemming bestaat dan is de procedure van de Awb van toepassing.

De Wet samenhangende besluiten Awb verplicht het college om een aanvrager in kennis te

stellen van alle vergunningen die de aanvrager voor zijn project nodig heeft. Lid b geeft aan dat het wenselijk is dat in de procedureregeling wordt aangegeven hoe die verplichting vorm wordt gegeven.

Lid d is opgenomen voor de duidelijkheid. Dat het college het 'coördinerend orgaan’ is, blijkt

ook al uit artikel 3.31 lid 1 Wro.

Artikel 6. Inwerkingtreding en Artikel 7. Citeertitel Deze artikelen spreken voor zich en behoeven daarom geen toelichting.

Pagina 9 van 9

8.2 Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022; Gemeenteblad 2023/5 1 Raadsvoorstel 5 Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022 inclusief normenkader.pdf

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 31-01-2023 : 202239989 : 2023/5 : Financiën en control : Marga van Mierlo-Meulenberg : marga.van.mierlo@brunssum.nl : Jaimy Dijk, van : 21-03-2023 : 21-03-2023

Aan de raad, 1. Onderwerp Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022 inclusief normenkader. 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Ter voorbereiding en ondersteuning van de uitvoering van de accountantscontrole voor de jaarrekening 2022 kan de gemeenteraad nadere aanwijzingen geven over welke wet- en regelgeving in het kader van financieel beheer onderwerp van de rechtmatigheidscontrole moet zijn. Derhalve dient het meest actuele controleprotocol jaarlijks ter vaststelling te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het controleprotocol geeft de kaders waarbinnen de accountant dient te controleren. Voor de betreffende zorgaanbieders is er een apart landelijk controleprotocol financiële productverantwoording WMO en Jeugdwet. Dit is opgenomen in het normenkader. De rechtmatigheidscontrole wordt over 2022 voor de laatste keer uitgevoerd door de accountant. De Tweede Kamer heeft op 31 mei 2022 het wetsvoorstel m.b.t. de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf verslagjaar 2023 (wetsvoorstel ‘versterking decentrale rekenkamers’) aangenomen. Nu verstrekken externe accountants een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekeningen van gemeenten. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording ingaande 01-01-2023 wijzigt dit.

Het college van B en W geeft dan een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Daarmee valt de rechtmatigheids-verantwoording onder het getrouwheidsoordeel van de accountant. De accountant kijkt dus nog wel of de rechtmatigheidsverantwoording ‘juist’ is. b. Huidige situatie/probleemstelling Een controleprotocol is nodig voor de uitvoering van de accountantscontrole over 2022 die in november 2022 (interimcontrole) en in april 2023 (balanscontrole) plaatsvindt.

3. a.

Gewenste situatie (WAT? Wat willen we bereiken?

Een goedkeurende accountantsverklaring op de jaarrekening 2022.

b.

Kaders

• • •

Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) Verordening voor de controle op het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Brunssum (ex artikel 213 Gemeentewet) Normenkader (Bijlage 1 van het controleprotocol)

c. Argumenten en overwegingen De te hanteren goedkeurings- en rapportagetoleranties worden evenals voorgaande jaren voor de controle boekjaar 2022 vastgesteld op de wettelijke minimumeisen. Het normenkader is als bijlage 1. toegevoegd aan het controleprotocol.

d. Opties en keuze De goedkeurings- en rapportagetoleranties vaststellen conform de wettelijke minimumeisen of strenger vaststellen dan de wettelijke minimumeisen. In dit laatste geval daalt de kans op een goedkeurende accountantsverklaring. Het wordt daarom aanbevolen om de wettelijke minimumeisen aan te houden 5. • • •

Bijlagen Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022 Normenkader Collegevoorstel controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2023/5 : Financiën en control : 202239989

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/5; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31-01-2023, afdeling Financiën en control ; Besluit: Het controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022 inclusief normenkader vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21-03-2023.

De Raad vernoemd,

Voorzitter

Griffier

1 Raadsvoorstel 5 (bijlage) Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022.pdf

Controleprotocol accountantscontrole op de jaarrekening 2022 van de gemeente Brunssum 1.

Inleiding

Op 11 maart 2019 heeft de gemeenteraad besloten de accountantscontrole vanaf 2019 voor een periode van 3 jaar (met de optie tot 2 keer 1 jaar te verlengen) te gunnen aan KSG accountants & belastingadviseurs. Op 27 september 2022 jl. heeft de gemeenteraad besloten de accountantscontrole voor de periode van één jaar te verlengen. Ter voorbereiding en ondersteuning van de uitvoering van de accountantscontrole kan de Gemeenteraad nog een aantal zaken nader regelen, waarvoor dit controleprotocol is bedoeld. Het controleprotocol 2022 is gebaseerd op de Kadernota Rechtmatigheid 2018 en Addendum Kadernota Rechtmatigheid 2021 en 2022 die is gepubliceerd door de commissie BBV (Besluit, Begroting en Verantwoording). De Commissie BBV geeft in deze kadernota zwaarwegende adviezen over de toepassing van het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Object van controle is de jaarrekening 2022 en daarmede tevens het financieel beheer over het jaar 2022 zoals uitgeoefend door of namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Brunssum. 2.

Doelstelling

Dit controleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle op de jaarrekening 2022 van de gemeente Brunssum. 3.

Wettelijk kader

De gemeentewet (GW), artikel 213, schrijft voor dat de gemeenteraad een of meer accountants aanwijst als bedoeld in art. 393 eerste lid Boek 2 Burgerlijk Wetboek voor de controle van de in art. 197 GW bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. In het kader van de opdrachtverstrekking aan de externe accountant kan uw raad nadere aanwijzingen geven voor te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties en welke wet- en regelgeving in het kader van het financieel beheer onderwerp van rechtmatigheidscontrole moeten zijn. De gemeenteraad heeft op 15 november 2003 “de verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Brunssum”, ex artikel 213 Gemeentewet, vastgesteld. Met dit controleprotocol stelt de Gemeenteraad nadere aanwijzingen vast die specifiek van toepassing zijn voor het controlejaar 2022. 4.

Algemene uitgangspunten voor de controle

Algemeen uitgangspunt voor de controle is de het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). In de “verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Brunssum” staat dat ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole (artikel 4, lid 3) er periodiek overleg plaatsvindt tussen de accountant en de raad, de rekenkamer, de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris, de controller en het hoofd financiën. Tevens wordt in artikel 7 van deze verordening diverse communicatiemomenten benoemd tijdens en na afloop van de jaarrekeningcontrole tussen de betrokken ambtenaren, het college, de raad en de accountant. Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

1

5.

Te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties

De accountant richt de controle in op het ontdekken van belangrijke fouten en baseert zich daarbij op risicoanalyse, vastgestelde toleranties, deelwaarnemingen en extrapolaties. In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) zijn minimumeisen voor de in de controle te hanteren goedkeuringstoleranties voorgeschreven. De gemeenteraad mag de goedkeuringstoleranties scherper vaststellen dan deze minimumeisen. Dit moet dan wel worden toegelicht in de controleverklaring. De opdracht die de gemeenteraad aan KSG accountants & belastingadviseurs verstrekt voor het verrichten van de accountantscontrole 2022 is evenals in voorgaande jaren gebaseerd op de wettelijk voorgeschreven minimumeisen, te weten:

Goedkeuringstolerantie Goedkeurend Fouten in de jaar1% rekening (%lasten) Onzekerheden in de  3% controle (%lasten)

Strekking accountantsverklaring Beperking Oordeelonthouding >1%<3% >3%<10%

 10 %

Afkeurend  3% -

De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming en de strekking van de af te geven controleverklaring. Op basis van de programmabegroting 2022 (2e bestuursrapportage) van de gemeente betekenen bovengenoemde percentages dat een totaalbedrag aan fouten in de jaarrekening van circa € 1,28 miljoen en een totaal van onzekerheden van circa € 3,85 miljoen de goedkeurende strekking van de controleverklaring niet zullen aantasten. De rapporteringstolerantie(s) is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen. De accountant richt de controle in rekening houdend met de rapporteringtolerantie om te kunnen waarborgen dat alle gesignaleerde onrechtmatigheden die dit bedrag overschrijden ook daadwerkelijk in het verslag van bevindingen worden opgenomen.

De auditcommissie stelt aan uw raad voor als maatstaf voor de rapporteringstoleranties dat de externe accountant elke fout of onzekerheid -≥ € 50.000,- en/of fout of onzekerheid > 3 % van de uitgaven en inkomsten van betreffend programma rapporteert. Single Information Single Audit (SiSa) Het rijk streeft constant naar meer sturen op hoofdlijnen en minder administratieve belasting. Het rijk heeft daarom de lijn doorgezet om afzonderlijke verantwoordingen en accountantscontroles voor de specifieke uitkeringen verder af te schaffen. In plaats daarvan zijn meer regelingen toegevoegd aan de SiSa-lijst, een in de jaarrekening van de gemeente (wettelijke verplichte) bijlage, die door de accountant getoetst moet worden. De rapporteringstolerantie voor de SiSa-verantwoording per specifieke uitkering is op de volgende wijze bepaald: • € 12.500 indien de omvangbasis kleiner dan of gelijk aan € 125.000 is; • 10% indien de omvangbasis groter dan € 125.000 en kleiner dan of gelijk aan € 1.000.000 is; • € 125.000 indien de omvangbasis groter dan € 1.000.000 is.

Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

2

6.

Begrip rechtmatigheid en aanvullende te controleren rechtmatigheidscriteria

In het kader van de rechtmatigheidscontrole kunnen 9 rechtmatigheidscriteria worden onderkend, te weten: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium, het misbruik en oneigenlijk gebruikscriterium, het calculatie-criterium, het valuteringscriterium, het adresseringscriterium, het volledigheidscriterium, het aanvaardbaarheids-criterium en het leveringscriterium. In het kader van getrouwheidsonderzoek door de externe accountant wordt al aandacht besteed aan de meeste van deze criteria. Voor de oordeelsvorming door de externe accountant over de rechtmatigheid van het financieel beheer zal eveneens aandacht besteed moeten worden aan de onderstaande criteria, die in de volgende paragraaf nader zijn uitgewerkt: -

Het begrotingscriterium; Het misbruik en oneigenlijk gebruikscriterium (M&O-criterium); Het voorwaarden criterium.

6.1. Het begrotingscriterium Eventuele begrotingsoverschrijdingen in 2022 kunnen buiten het oordeel van de accountant gelaten worden als ze voldoen aan onderstaande criteria. Uitgangspunt hierbij is dat de begrotingsoverschrijdingen worden beoordeeld op programmaniveau. Begrotingsoverschrijdingen zijn onrechtmatig maar tellen niet mee voor het oordeel: a. b. c. d. e.

Begrotingsoverschrijdingen kleiner zijn dan € 50.000,-; Begrotingsoverschrijdingen het gevolg zijn van autonome ontwikkelingen; Begrotingsoverschrijdingen het gevolg zijn van verplichte uitgaven; Begrotingsoverschrijdingen het gevolg zijn van calamiteiten; Begrotingsoverschrijdingen het gevolg zijn van volledig onvoorziene situaties.

Onderstaande tabel is overgenomen uit de Kadernota rechtmatigheid 2018 die gepubliceerd is door de commissie BBV. De tabel geeft weer welke soorten begrotingsoverschrijdingen kunnen worden onderscheiden. Ook wordt aangegeven welke consequentie de begrotingsoverschrijding heeft voor het accountantsoordeel. Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen tenminste de volgende “soorten” begrotingsafwijkingen worden onderkend Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend. Bijvoorbeeld de doelgroep c.q. de activiteiten zijn in de praktijk aantoonbaar ruimer geïnterpreteerd dan in regelgeving (subsidieregeling, verordening) was gedefinieerd. Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd. Bijvoorbeeld: de verwachte kostenoverschrijding op jaarbasis was via tussentijdse informatie al wel bekend, maar men heeft geen voorstel tot begrotingsaanpassing ingediend en dit is in strijd met de budgetregels zoals afgesproken met de raad. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

Onrechtmatig, maar Onrechtmatig, en telt niet mee voor het telt mee voor het oordeel oordeel X

X

X 3

gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet. Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen. Vaak X blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Over de aanwending van deze extra inkomsten heeft de raad nog geen besluit genomen. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Het zal hier in de praktijk vaak gaan om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen. Er zijn dan geen rechtmatigheidsgevolgen voor dat verantwoordingsjaar. Wel zal de gemeente ervoor moeten zorgen dat de overschrijdingen getrouw in de jaarrekening worden weergegeven. Ook kunnen er gevolgen zijn voor het lopende jaar. - geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar - geconstateerd na verantwoordingsjaar

X X

Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvingsen financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren. - jaar van investeren - afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

X

X X

De overschrijdingen uit bovenstaande tabellen worden in de jaarrekening afzonderlijk toegelicht. 6.2. Het M & O-criterium Onder misbruik wordt verstaan het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. In verschillende wetten waaraan de gemeente zich dient te houden, zijn bepalingen opgenomen die misbruik en oneigenlijk gebruik tegengaan. Daarnaast zijn ook in verschillende door de Raad vastgestelde verordeningen en besluiten criteria opgenomen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Voor bestaande procedures dient te worden getoetst door de externe accountant in hoeverre deugdelijke maatregelen ter voorkoming van misbruik- en oneigenlijk gebruik zijn genomen. De interne controle zal de te controleren processen (zie bijlage 1) op M&O beleidsaspecten toetsen voor zover deze in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving zijn opgenomen.

Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

4

Verder zijn in opdracht van uw raad een aantal algemene uitgangspunten door de auditcommissie geformuleerd die in het kader van M&O beleid toegepast zullen worden. Deze algemene uitgangspunten kunnen beschouwd worden als het overkoepelend M&O beleid van de gemeente Brunssum. De algemene uitgangspunten in het kader van M&O beleid luiden: • •

Misbruik: indien sprake is van misbruik van voorzieningen dan dient te allen tijde terugvordering plaats te vinden, minimaal ter hoogte van het bedrag van de verstrekte voorziening, c.q. overgaan tot volledige invordering van de gederfde inkomsten. Oneigenlijk gebruik: indien sprake is van gedrag of handelen die niet stroken met de strekking en/of doelstelling van de regelgeving, dan is er sprake van oneigenlijk gebruik. De gemeente gaat dan over tot terugvordering van de verstrekking c.q. gaat over tot invordering van de gederfde inkomsten.

Door het college van B&W is een Nota integriteitbeleid gemeente Brunssum vastgesteld (nov. 2012) en de ‘Procedure voor het verrichten van een onderzoek bij een vermoeden van een misstand’. 6.3. Het voorwaarden criterium Baten, lasten en balansmutaties door een gemeente zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden waarop door de accountant moet worden getoetst. Deze voorwaarden liggen vast in wetten en regels van hogere overheden en de eigen gemeentelijke regelgeving. Door de Raad zijn in verschillende verordeningen en besluiten voorwaarden opgenomen (zie bijlage 1). Met het vaststellen van de reikwijdte van de rechtmatigheidstoets van de accountant in dit controleprotocol wordt het voorwaardencriterium nader uitgewerkt. De interne controle met betrekking tot de rechtmatigheid wordt jaarlijks uitgevoerd aan de hand van het intern controleplan dat in overleg met de accountant tot stand is gekomen. 7.

Reikwijdte accountantscontrole op rechtmatigheidstoetsing

De reikwijdte accountantscontrole op rechtmatigheid voor het kalenderjaar 2022 is limitatief gericht op de naleving van: • •

De wettelijke kaders zoals die in kolom “wetgeving extern” zijn opgenomen in bijlage 1. Dit uitsluitend voor zover het de financiële rechtmatigheid c.q. directe financiële beheers handelingen betreft c.q. kunnen betreffen. De naleving van de volgende kaders: o De programma begroting; o De Financiële verordening gemeente Brunssum 2019 (ex. Art. 212 Gemeentewet) o De Controleverordening gemeente Brunssum (ex art. 213 Gemeentewet) o De Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (ex. Art. 213a Gemeentewet) o De naleving van de overige kaders zoals opgenomen in de kolom “wetgeving intern” in bijlage 1. Dit uitsluitend voor zover het de financiële rechtmatigheid c.q. directe financiële beheers handelingen betreft c.q. kunnen betreffen.

Collegebesluiten vallen niet onder de rechtmatigheidscontrole, tenzij de controle hiervan verplicht is op basis van hogere regelgeving of raadsbesluiten c.q. verordeningen. Indien het opstellen van een collegebesluit verplicht wordt gesteld, toets de accountant alleen of het collegebesluit ook daadwerkelijk is genomen. Worden er ook inhoudelijke eisen aan het collegebesluit gesteld, dan controleert de accountant ook of hieraan is voldaan Voor de betreffende zorgaanbieders is er een apart landelijk controleprotocol financiële productverantwoording WMO en Jeugdwet. Dit is opgenomen in het normenkader. Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

5

8.

Rapportering accountant

Tijdens en na afronding van de controlewerkzaamheden rapporteert de accountant als volgt: 8.1. Interimcontrole Op basis van de interimcontrole (november jaar t) rapporteert de accountant aan het management en het college de bevindingen en mogelijke verbeterpunten in de bedrijfsvoering en processen die zijn onderzocht in het kader van de controle van de jaarrekening (managementletter). 8.2. Verslag van bevindingen Na de eindejaar controle (medio jaar t+1) rapporteert de accountant aan de raad over de uitkomsten van de jaarrekeningcontrole van de jaarrekening (accountantsverslag). Uitgangspunten voor de rapportagevorm: Gesignaleerde onrechtmatigheden worden toegelicht gespecificeerd naar de aard van het criterium (begrotingscriterium, voorwaardencriterium, etc.). Fouten of onzekerheden die de rapporteringstolerantie als bedoeld in hoofdstuk 3 van dit controleprotocol overschrijden, worden weergegeven in een apart overzicht bij het verslag van bevindingen. De accountant rapporteert ook over eventuele bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en de continuïteit van de door de gemeente gehanteerde geautomatiseerde informatieverzorging. 8.3. Controleverklaring In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de jaarrekeningcontrole weergegeven, zowel ten aanzien van de getrouwheid als de rechtmatigheid.

Deze controleverklaring is bestemd voor de raad, zodat deze de door het college opgestelde jaarrekening kan vaststellen.

Bijlagen:1. Normenkader

Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2022

6

1 Raadsvoorstel 5 (bijlage) Normenkader 2022.pdf

Bijlage 1: Inventarisatie wet- en regelgeving in het kader van de rechtmatigheidscontrole jaarrekening 2022 Zowel de externe als interne wet- en regelgeving zijn per proces gerangschikt met uitzondering van de per proces overstijgende wetten. Deze staan vermeld onder Algemeen- alle programa's proces programma Wet- en regelgeving extern Algemeen Alle programma's Grondwet Gemeentewet Burgerlijk Wetboek Provinciewet Wet markt en Overheid Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) Wet openbaarheid bestuur (WOB tot 01-05-2022) Wet Open Overheid (WOO vanaf 01-05-2022) Wet hergebruik van overheidsinformatie Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO)

Regelgeving intern (raad) Algemeen mandaatbesluit gemeente Brunssum 2019 Financiële verordening Gemeente Brunssum 2019 (Art. 212 GW) Controleverordening gemeente Brunssum (ex. Art. 213 GW) Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (ex. Art. 213a GW) Controleprotocol Intern Controle Plan (ACP) APV 2021 1e wijziging

Gemeenschappelijke Regelingen

Meerdere programma's

Wet gemeenschappelijke regelingen

Kadernota verbonden partijen

Inkopen en aanbestedingen

Meerdere programma's

Europese aanbestedingsrichtlijn: 2014/23/EU, 2014/24/EU, 2014/25/EU Aanbestedingswet 2012 Aanbestedingsbesluit Gids Proportionaliteit

Nota inkoop en aanbestedingsbeleid gemeente Brunssum 2020

Investeringen

Meerdere programma's

Wet BTW compensatiefonds Wet op de Omzetbelasting 1968

Besluit van de gemeenteraad Brunssum houdende regels omtrent de investeringen Nota activabeleid 2021

Reserves en Voorzieningen

Algemene Dekkingsmiddelen (12)

Debiteuren

Meerdere programma's

Wet op de Omzetbelasting 1968 Wettelijke eisen voor het opstellen van facturen

Nota Debiteurenbeleid 2020

Crediteuren

Meerdere programma's

Wet BTW compensatiefonds Wet op de Omzetbelasting 1968 Aanbestedingswet 2012

Inkoop en aanbestedingsbeleid gemeente Brunssum 2020

Treasury

Algemene Dekkingsmiddelen (12)

Wet Financiering Decentrale Overheden Regeling Schatkistbankieren Decentrale Overheden Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden (UFDO) Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden

Treasurystatuut gemeente Brunssum 2020

Besluit van de gemeenteraad Brunssum houdende regels omtrent het bepalen van een kader voor het aanhouden van reserves en voorzieningen

Belastingen

Algemene Dekkingsmiddelen (12)

Invorderingswet 1990 Wet Belastingen op milieugrondslag Wet waardering onroerende zaken

Personeelsbeleid

Meerdere programma's

Ambtenarenwet Fiscal wetgeving Sociale verzekeringswetten CAO gemeenten Reisregeling binnenland Wet Normering Topinkomens Werkkostenregeling Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) Wet bescherming persoongegevens Wet op de ondernemingsraden Wet loonbelasting 1964 Wet APPA Wet arbeid en zorg (WAZO) Wet deregulering bevordering arbeidsrelatie (WBDA) Wet aanpak schijnconstructies Arbeidstijdenwet Arbowet Wet verbetering poortwachter Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtedragers Wet huis voor klokkenluiders Wet flexibel werken Pensioenwet Pensioenregelement ABP

Verordening op de heffing en invordering van leges en werken voor derden gemeente Brunssum 2022 Verordening op de heffing en invordering van belastingen op onroerende zaakbelasting 2022 Belastingverordeningen 2022 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2022 gemeente Brunssum Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2022 Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2022 Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2022 Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2022 Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting gemeente Brunssum 2022 en 2023 Subsidieregeling 10: Compensatie onroerendezaakbelasting Brunssum 2022 Werktijdenregeling gemeente Brunssum 2005 Verordening rechtpositie raads- en commissieleden gemeente Brunssum 2019 Orgsnisatiebesluit gemeente Brunssum 2017 Arbeidsvoorwaarden c.q. rechtpositieregeling van de gemeente Brunssum Organisatieverordening griffie gemeente Brunssum 2020 Personeelshandboek gemeente Brunssum Lokale IKB-Regeling 2018

Inkomensregelingen

Sociaal Domein (3)

Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkeloze werknemers (IOAW) Wet inburgering Wet sociale werkvoorziening Wet dwangsom

Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent rechten en plichten bijstandsgerechtigden Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL 2018

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Regelgeving TOZO

TVL tegemoetkoming (Q4 2021 + Q1 2022)

Sociaal Domein (3)

Gemeenschappelijke regeling WOZL Intergemeentelijke sociale dienst BOL (ISD BOL) Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand BOL Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen ISD BOL 2012 Verordening Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen ISD BOL 2012 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent participatie Participatieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD BOL 2018 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent handhavingsplan Handhavingsverordening ISD BOL 2018 Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent beschut wrk Beleidsregels beschut werk Participatiewet Brunssum 2018 Mandaatbesluit– Wet inburgering 2021 gemeente Brunssum Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels betreft inkomensondersteunende maatregelen Participatiewet Verordening Individuele inkomenstoeslag ISD BOL 2018 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent studieregeling minima Verordening individuele studietoeslag ISD BOL 2018

Wet gemeenschappelijke regelingen

WMO/Jeugd

Gemeenschappelijke regeling Kredietbank

Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO) Jeugdwet Wet langdurige zorg Zorgverzekeringswet Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen Wet wijziging woonplaatsbeginsel jeugd vanaf 2022 Landelijk accountantsprotocol financiële productieverantwoording WMO en Jeugdwet

Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2022 Subsidieregeling 1: maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2022 Beleidsregels WMO gemeente Brunssum 2022 Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2022 Verordening Jeugdhulp gemeente Brunssum 2021 Nadere regels Jeugdhulp gemeente Brunssum 2022 Nadere regels WMO opvang en beschermd wonen gemeente Brunssum 2017

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Brunssum 2014 Uitvoeringsregels leerlingenvervoer 2022 gemeente Brunssum Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Brunssum, 2021

Leerlingenvervoer/voorzieningen huisvesting onderwijs

Onderwijs en Educatie (5)

Wet op primair onderwijs Wet op expertise cenra Wet op voortgezet onderwijs Wet op personenvervoer

Subsidiebaten

Meerdere programma's

Subsidieregelingen/protocollen SiSA

Subsidieregeling 13: Adviesraad sociaal domein 2022

Subsidieverstrekkingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=f5e3c49a-1ef7-47c7-86a0-3365ee1c149d