Agendabundel
Tekst van het document
Politie, BOA’s en Halt Vroegsignalering gebeurt ook door de politie en de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s), in samenwerking met Halt, op straat. Jongeren die op straat met alcohol of beschonken worden aangetroffen en nog geen 18 jaar zijn, worden door de politie naar Halt verwezen. Er kan sprake zijn van een delict onder invloed of simpelweg dat jongeren in het bezit zijn van alcohol. In parken en op hangplekken is de politie extra alert. Ook op uitgaansavonden rondom populaire jongerencafés en in samenspraak met de portiers kunnen beschonken jongeren die overlast veroorzaken via de politie naar Halt worden verwezen. Halt geeft de jongeren opdrachten, die samen met het Trimbos zijn ontwikkeld. Daarnaast gaat Mondriaan in gesprek met de horecahouder om te bekijken welke stappen de ondernemer kan doen. Eventueel een barsmart of IVA naast deurbeleid. Halt is een pedagogische interventie waarbij zij de jongeren laten reflecteren op hun eigen gedrag, praten over groepsdruk en de jongeren handelingsalternatieven aanbieden. Halt heeft dan gesprekken met deze jongeren. Verder heeft Halt ook een signalerende functie. Wanneer zij merken dat de interventie niet voldoende is, kan een doorverwijzing naar Mondriaan worden gegeven.
Ook als blijkt dat er volgens Halt zorgen zijn over het gebruik van alcohol (of drugs) worden de jongeren en de ouders naar Mondriaan verwezen voor een gesprek. Dat zijn gesprekken waarbij nadrukkelijk wordt gesproken over de klachten die bij de jongere speelden en in hoeverre groepsdruk aanwezig was. Vervolgens wordt de jongere handvatten geboden om ‘nee’ te zeggen. Met ouders wordt gekeken naar de opvoedsituatie en wordt er samen met hen gezocht naar opvoedhandvatten die werken om in het vervolg vooral overmatig gebruik te kunnen voorkomen.
Mondriaan / ziekenhuizen Een van de geïmplementeerde interventies van de Think Before You Drink campagne is dat er een protocol is ingevoerd in ziekenhuizen. Kinderartsen verwijzen jongeren onder de 18, die binnenkomen met een alcoholintoxicatie, door voor een nazorg gesprek met een preventiewerker. Daarbij vraagt de kinderarts aan de ouders of hij/zij de gegevens van de ouders mag versturen naar Mondriaan. Pagina 18 van 29
Mondriaan roept ouders dan automatisch op om samen met het betreffende kind een face-to-face gesprek te hebben met een preventiewerker. Tijdens dat gesprek wordt onderzocht of er zorgen zijn en biedt Mondriaan opvoedondersteuning voor de ouders. Dit gebeurt bij het MUMC+. Zuyderland heeft een eigen alcoholpoli met nazorg. Op kwetsbare momenten voorziet Mondriaan gemeenten van communicatie materialen om in hun nieuwsbrieven op te nemen. Te denken valt bijvoorbeeld aan Carnaval, zomervakantie en Oud- en Nieuw. Vroegsignalering binnen het onderwijs kan door Mondriaan worden ondersteund. Mondriaan biedt ondersteuning voor mentoren, zorgcoördinatoren en schoolmaatschappelijkwerkers en vraaggerichte oplossingen voor beleid en regelgeving op scholen. Sociale buurtteams/jeugdhulpteams Vanuit de WMO en Jeugdwet liggen er taken bij de gemeenten op het gebied van maatschappelijke ondersteuning van volwassenen en hulp aan jeugdigen. Ook bij meldingen die bij deze teams binnenkomen, kan overmatig alcoholgebruik een rol spelen. Signalering van deze kant en doorverwijzing naar Mondriaan vindt plaats. Moti-4 kan hierbij als programma worden ingezet. Moti-4 richt zich op jongeren van 1424 jaar die beginnend problematisch bezig zijn met middelengebruik, gokken of gamen of al verslaafd zijn.
In vier individuele gesprekken van één uur met een medewerker van de verslavingspreventie wordt getracht het problematische gedrag terug te dringen.
4.4 Financiën De activiteiten die in het kader van de preventie worden ondernomen, maken onderdeel uit van (subsidie-, maatwerk-) afspraken met Mondriaan, GGD en Halt. Hierbij wordt in het kader van efficiency ook ingezet op gecombineerde preventieprogramma’s. Activiteiten binnen dit kader kunnen worden uitgevoerd binnen de reguliere afspraken of er kunnen extra budgetten hiervoor worden afgesproken.
Pagina 19 van 29
5. Handhaving: wat gaan we doen? Alcoholverstrekkers worden gecontroleerd op het naleven van de vergunningvoorschriften (waaronder controles op de aanwezigheid van de leidinggevende, schijnbeheer en sluitingstijden) en op het schenken van alcohol aan 18-minners. Tevens zien zij toe op het doorschenken bij dronkenschap en weder verstrekking. Handhavingsbeleid Drank- en Horecawet In het handhavingsbeleid van gemeenten, met de jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma’s, wordt inzichtelijk gemaakt welke handhavingstaak de gemeente heeft ten aanzien van de Drank- en Horecawet en de wijze waarop het bevoegd gezag van deze bevoegdheid gebruik maakt. Hieruit volgt op welke wijze bij overtredingen van de Drank- en Horecawet wordt opgetreden. Er wordt gewerkt met een stappenplan en een sanctiestrategie. Bij een eerste overtreding maakt de toezichthouder een rapport op en wordt de exploitant hierop direct aangesproken door de toezichthouder. Er volgt een constateringsbrief van de gemeente. Bij een tweede overtreding spreekt de toezichthouder de exploitant direct aan en zegt tevens een rapport aan. Aan de hand van dit rapport wordt tegen de exploitant of overtreder een bestuursrechtelijk handhavingstraject opgestart. Een bestuursrechtelijk handhavingstraject is bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van een last onder bestuursdwang.
In plaats van een boete kan ook een preventiemaatregel worden genomen. Een voorbeeld van een preventiemaatregel is dat de horecagelegenheid in plaats van een boete binnen een termijn van twee maanden een voorlichtingsavond voor eigen personeel moet geven (met een vooraf bepaalde minimale opkomst). Als deze avond niet door gaat, dan zal alsnog het handhavingstraject worden gestart en / of een boete worden opgelegd. Op basis van de Drank- en Horecawet is de burgemeester bevoegd om voor de daarin genoemde overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Het opmaken van een bestuurlijke boete wordt gedaan door een door de burgemeester aangewezen toezichthouder. De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgelegd in het Besluit Bestuurlijke boete Drank- en Horecawet. Op basis van de Drank- en Horecawet kunnen BOA’s ook strafrechtelijk optreden. In een aantal gevallen is een strafrechtelijk optreden namelijk een efficiënter instrument. Een constatering van het nuttigen of in bezit hebben van alcohol onder de 18 jaar kan leiden tot een Halt-verwijzing. Door de BOA’s van gemeenten en politie vinden Halt verwijzingen plaats.
Evenementen Gemeenten streven naar evenementen die veilig en gezond verlopen zonder incidenten met alcohol, drugs, geweld of overlast. Risico’s door alcohol- en drugsgebruik moeten zoveel mogelijk worden beperkt door de inzet van maatregelen en interventies die vooraf, tijdens of na het evenement kunnen worden ingezet. Het toezicht op het evenemententerrein ligt primair bij de organisator. Bij B- en Cevenementen1 kan hij zich laten bijstaan door gecertificeerde beveiligingsbedrijven Pagina 20 van 29
die over een zogenaamde ND-vergunning beschikken en voldoen aan het keurmerk “Evenementenbeveiliging”. De BOA’s van gemeenten (en in mindere mate de politie) zien erop toe dat de organisator de vergunningsvoorwaarden en de Drank- en Horecawet naleeft. Het constateren door een BOA van het nuttigen van alcohol onder de 18 jaar kan leiden tot een Halt-verwijzing. Bij evenementen geldt een veiligheidsplan. In het veiligheidsplan is de leidraad “Alcohol en drugs bij evenementen” van het Trimbos Instituut opgenomen. In deze leidraad staan maatregelen die ingezet kunnen worden om ervoor te zorgen dat: a.
De Drank- en Horecawet en de Opiumwet nageleefd en gehandhaafd worden;
b.
De gezondheid- en veiligheidsrisico’s door of als gevolg van (overmatig) alcohol- en drugsgebruik op evenementen voorkomen kan worden.
1 B-evenement is een evenement met een gemiddeld risico, grote impact op de
directe omgeving en/of grote gevolgen voor het verkeer; C-evenement is een evenement met een hoog risico, grote impact op de stad en/of grote regionale gevolgen voor het verkeer.
Pagina 21 van 29
6. Doelstellingen, monitoring en evaluatie 6.1 Inleiding Het preventie- en handhavingsplan 2015-2019 bevatte concrete – te behalen – doelstellingen voor wat betreft alcoholgebruik door jongeren. Deze doelstellingen waren gebaseerd op de resultaten van de jongerenmonitor 2013 die via de GGD Zuid-Limburg is afgenomen. Het ligt voor de hand om de concrete doelstellingen voor de komende periode te baseren op de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd in Zuid-Limburg die in 2019 is afgenomen.
6.2 Doelstellingen 2024 Alhoewel er een dalende trend is te zien in het alcoholgebruik onder jongeren (in de leeftijd tot 18 jaar) is hun alcoholgebruik nog steeds (te) hoog zo blijkt uit de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd in Zuid-Limburg 2019 (bijlage 2). Ook ligt het alcoholgebruik van de Zuid-Limburgse jongeren hoger dan dat van hun landelijke leeftijdsgenoten. Wat extra zorgen baart, is het feit dat de sociale beschikbaarheid van alcohol blijkt te zijn toegenomen in de afgelopen 4 jaar. De concrete doelstellingen die we in 2013 hebben geformuleerd, zijn in 2019 helaas niet gehaald. De ambities uit het preventie- en handhavingsplan 2015-2019 trekken we daarom door naar 2024. Dat betekent dat er – nog steeds – wordt gestreefd naar: -
Bewustwording bij jongeren, hun opvoeders en verkoopkanalen van alcohol;
-
Afname van de beschikbaarheid van alcohol voor jeugd onder de 18 jaar;
-
Handhavingsmaatregelen aanvullend zijn op preventiemaatregelen;
-
Het uitdragen van dezelfde boodschap naar buiten bij communicatie door gemeenten en haar bestuur, namelijk: o Beslist geen alcohol voor jeugd onder de 18 jaar; o Er zijn alternatieven voor alcohol (b.v. fris of alcoholvrije drankjes); o Te veel alcohol heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van jeugdigen.
Dit streven is, net als 4 jaar geleden, vertaald in de volgende doelstellingen: 1.
Jongeren en hun opvoeders zijn zich meer bewust van de gezondheidsrisico’s van het gebruik van alcohol op jonge leeftijd.
2.
De gemiddelde leeftijd waarop jongeren beginnen met het drinken van hun eerste glas alcohol is gestegen.
3.
Het risicovol drankgebruik (binge drinken en coma zuipen) onder jongeren is afgenomen.
4.
De tolerantie bij ouders/verzorgers ten opzichte van alcoholgebruik door hun kinderen is afgenomen.
5.
Schenkers houden zich aan de leeftijdsgrens van 18 jaar.
Omdat de streefdoelstellingen in 2019 niet (helemaal) zijn gehaald, hanteren we voor de komende periode dezelfde concrete doelstellingen (met gelijkblijvende
Pagina 22 van 29
percentages) als in het voorgaande preventie- en handhavingsplan. Dat betekent: -
In 2024 is de begin leeftijd van jongeren en hun eerste glas alcohol in Zuid-Limburg verhoogd naar 14 jaar (in 2013 lag deze leeftijd op 11,2 jaar en in 2019 op 12,8 jaar)
-
In 2024 is het aantal jongeren dat de afgelopen 4 weken alcohol heeft gedronken gedaald onder:
-
-
13/14 jarigen van 12,6% (2019) naar 5% (in 2013 was dit 17,7%)
15/16 jarigen van 42% (2019) naar 20% (in 2013 was dit 59,7%)
In 2024 is het “Binge drinken” onder jongeren gedaald onder resp.:
13/14 jarigen van 7,9% naar 5% (in 2013 was dit 13,1%)
15/16 jarigen van 31% naar 20% (in 2013 was dit 41,5%)
In 2024 is de sociale beschikbaarheid van alcohol (het verstrekken van alcohol door ouders, vrienden en familie) gehalveerd ten opzichte van 2019. In 2013 was dit 34,8% en in 2019 is dit gestegen tot maar liefst 44,1%.
-
In 2024 is het aantal ouders dat jongeren toestaat om thuis 1 glas alcohol te drinken gedaald onder:
13/14 jarigen van 17,6% naar 10% (in 2013 was dit 21,2%)
15/16 jarigen van 55,2% naar 25% (in 2013 was dit 65,1%)
6.3 Monitoring Via de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD Zuid-Limburg wordt inzichtelijk hoe het alcoholgebruik onder jongeren in Zuid-Limburg zich ontwikkelt. Door deze trends te volgen, wordt de vinger aan de pols gehouden. Omdat de effecten van gedragsveranderingen pas na meerdere jaren zichtbaar zijn, geven deze cijfers niet noodzakelijkerwijs aan of de preventie- en handhavingsactiviteiten effectief zijn geweest. Daarom zal ook door alle Zuid-Limburgse gemeenten worden bijgehouden welke activiteiten zijn uitgevoerd en wordt geëvalueerd of het doel van de activiteit is behaald. Op deze manier wordt er continu naar gestreefd de activiteiten zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren. In 2015 en 2018 zijn twee nalevingsonderzoeken door de Universiteit van Twente uitgevoerd. Hierbij werd de naleving van de leeftijdsgrens van 18 jaar bij de verkoop van alcohol door verstrekkers (supermarkten, slijterijen, cafetaria’s, horeca en sportkantines) onderzocht. De resultaten van deze nalevingsonderzoeken staan in paragraaf 3.2. Om de naleving te blijven monitoren zal in de komende beleidsperiode opnieuw een nalevingsonderzoek worden uitgevoerd.
6.4 Evaluatie De looptijd van dit plan eindigt eind 2024, maar de ambitie om het alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen, reikt tot 2030. Over 4 jaar zal samen met partners het voorliggende plan worden geëvalueerd en aan de hand van trends en landelijke ontwikkelingen worden gekeken welke accentverschuivingen moeten plaatsvinden voor de periode 2025-2028.
Pagina 23 van 29
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Nalevingsonderzoek 2018 Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 Evaluatie preventie- en handhavingsplan 2015-2019 Locaties waar alcohol elke maand of vaker wordt gebruikt, 12 t/m 16 jarigen
Pagina 24 van 29
Bijlage 1: Nalevingsonderzoek 2018 (aparte losse bijlage in pdf)
Pagina 25 van 29
Bijlage 2: Gezondheidsmonitor Jeugd 2019
Totaal Zuid-Limburg 2019
2e klas (13-14 jarigen) ZL 2019
4e klas (15-16 jarigen) ZL 2019
Ooit alcohol gedronken (alleen slokjes of heel glas of meer)
56,8%
44,2%
68,1%
Ooit dronken of aangeschoten geweest
28,7%
12,7%
42,7%
Laatste 4 weken alcohol gedronken
28,3%
13,0%
41,6%
Laatste 4 weken binge drinken (5 of meer drankjes bij 1 gelegenheid)
20,3%
8,3%
30,7%
Laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest
13,6%
3,4%
22,8%
Totaal Nederland 2019
2e klas (13-14 jarigen) NL 2019
4e klas (15-16 jarigen) NL 2019
Ooit alcohol gedronken (alleen slokjes of heel glas of meer)
51,7%
37,4%
64,5%
Ooit dronken of aangeschoten geweest
24,0%
8,3%
38,2%
Laatste 4 weken alcohol gedronken
26,4%
10,7%
40,5%
Laatste 4 weken binge drinken (5 of meer drankjes bij 1 gelegenheid)
18,4%
6,2%
29,4%
Laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest
13,0%
2,7%
22,4%
Totaal Zuid-Limburg 2019
2e klas (13-14 jarigen) ZL 2019
4e klas (15-16 jarigen) ZL 2019
12,9
11,5
13,6
Gezondheidsmonitor Jeugd 2019
Gezondheidsmonitor Jeugd 2019
Gezondheidsmonitor Jeugd 2019
Startleeftijd alcohol Startleeftijd wekelijks alcohol
14,2
12,2
14,8
Afspraak met ouders over startleeftijd
36,3%
44,7%
29,1%
Afspraak NIX18
21,3%
26,7%
16,6%
Sociale beschikbaarheid alcohol
45,4%
32,9%
56,3%
Commerciële beschikbaarheid
13,8%
3,7%
22,5%
Mag thuis 1 glas drinken van ouders
38,1%
18,8%
55,2%
Mag thuis meerdere glazen drinken van ouders
18,7%
5,5%
30,5%
Mag in het weekend drinken van ouders
30,0%
12,7%
45,3%
Pagina 26 van 29
Totaal
Trends Gezondheidsmonitor Jeugd Zuid-Limburg
2019
2015
2013
2009
2005
Laatste 4 weken alcohol gedronken
28,3%
30,3%
38,1%
45,6%
58,3%
Laatste 4 weken binge drinken
20,3%
24,8%
26,9%
31,1%
35,9%
Laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest
13,6%
15,3%
14,6%
16,1%
20,1%
Startleeftijd alcohol
12,9
12,7
12,7
12,2
11,7
Afspraak met ouders over startleeftijd
36,3%
38,9%
31,0%
31,4%
.
Sociale beschikbaarheid alcohol
45,4%
45,8%
34,8%
.
.
Commerciële beschikbaarheid
13,8%
16,9%
15,5%
.
.
Mag thuis 1 glas drinken van ouders
38,1%
39,6%
42,5%
49,4%
.
Mag thuis meerdere glazen drinken van ouders
18,7%
18,4%
20,4%
24,1%
.
Mag in het weekend drinken
30,0%
39,0%
45,9%
54,6%
.
2019
2015
2013
2009
2005
Laatste 4 weken alcohol gedronken
13,0%
11,8%
17,7%
26,7%
41,3%
Laatste 4 weken binge drinken
8,3%
11,0%
13,1%
17,6%
20,5%
Laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest
3,4%
26,0%
3,8%
6,3%
7,3%
Startleeftijd alcohol
11,5
11,3
11,1
11,1
10,9
Afspraak met ouders over startleeftijd
44,7%
50,4%
37,9%
37,9%
.
Sociale beschikbaarheid alcohol
32,9%
31,8%
24,3%
.
.
Commerciële beschikbaarheid
3,7%
5,6%
6,9%
.
.
Mag thuis 1 glas drinken van ouders
18,8%
18,9%
21,2%
29,6%
.
Mag thuis meerdere glazen drinken van ouders
5,5%
5,2%
5,8%
7,9%
.
Mag in het weekend drinken
12,7%
17,6%
22,1%
32,7%
.
2e klas (13-14 jarigen)
Trends Gezondheidsmonitor Jeugd Zuid-Limburg
4e klas (15-16 jarigen)
Trends Gezondheidsmonitor Jeugd Zuid-Limburg
2019
2015
2013
2009
2005
Laatste 4 weken alcohol gedronken
41,6%
48,3%
59,7%
66,9%
74,7%
Laatste 4 weken binge drinken
30,7%
38,3%
41,5%
46,4%
50,7%
Laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest
22,7%
4,3%
26,0%
27,1%
32,4%
Startleeftijd alcohol
13,6
13,5
13,4
12,9
12,2
Afspraak met ouders over startleeftijd
29,1%
27,7%
23,6%
24,1%
.
Sociale beschikbaarheid alcohol
56,3%
59,4%
52,8%
.
.
Commerciële beschikbaarheid
22,5%
27,9%
30,4%
.
.
Mag thuis 1 glas drinken van ouders
55,2%
59,7%
65,1%
71,8%
.
Mag thuis meerdere glazen drinken van ouders
30,5%
31,2%
35,9%
42,3%
.
Mag in het weekend drinken
45,3%
59,8%
71,2%
79,2%
.
Pagina 27 van 29
Bijlage 3: Evaluatie preventie- en handhavingsplan 2015-2019: -
In 2019 is de begin leeftijd van jongeren en hun eerste glas alcohol in ZuidLimburg verhoogd naar 14 jaar (in 2013 lag dit op 11,2 jaar).
-
In 2019 is het aantal jongeren dat de afgelopen 4 weken alcohol heeft gedronken met x percentage gedaald onder resp.:
-
13 jarigen van 15,6% naar 5%;
14 jarigen van 24,7% naar 10%;
15 jarigen van 51,8% naar 20%;
16 jarigen van 71,7% naar 40%;
17 jarigen van 84,6% naar 70%.
In 2019 is het ‘Binge drinken’ onder jongeren, met x percentage gedaald onder resp.:
-
13 jarigen van 10,8% naar 5%;
14 jarigen van 19,0% naar 10%;
15 jarigen van 32,5% naar 20%;
16 jarigen van 55,4% naar 40%;
In 2019 is de sociale beschikbaarheid van alcohol (het verstrekken van alcohol door ouders, vrienden en familie) gehalveerd ten opzichte van 2013.
-
In 2019 is het aantal ouders dat jongeren toestaat om thuis te drinken met een x percentage gedaaldJ:
-
13-14 jarigen 24% naar 10%;
15-16 jarigen 53% naar 25%.
In 2019 is het aantal jonge mensen onder de 18 jaar dat het afgelopen jaar is opgenomen met een alcoholintoxicatie gedaald. Van de opgenomen jongeren was in 2013 30% onder de 16 jaar (13 kinderen). Het streven is een daling van 30% jonger dan 16 jaar in 2013 naar 15% jonger dan 16 jaar in 2019.
Pagina 28 van 29
Bijlage 4: Locaties waar alcohol elke maand of vaker wordt gebruikt, 12 t/m 16 jarigen (voor Nederland, naar leeftijd, %) Leeftijd 12-13
14
15
16
Thuis
25
26
33
43
Bij anderen thuis
22
32
45
60
Hok, schuur of keet
14
23
27
26
Op straat, hangplek
15
22
16
15
Discotheek of club
10
21
36
48
Buurthuis of jeugdhonk
5
9
7
7
Sportkantine
3
4
6
9
School(plein)
5
3
2
1
Bron: Jeugd en riskant gedrag 2015. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Trimbos instituut
Pagina 29 van 29
1 Raadsvoorstel 29 (bijlage) Nalevingsonderzoek 2018.pdf
MYSTERYSHOP ONDERZOEK NALEVING LEEFTIJDSGRENS VERKOOP ALCOHOL ZUID-LIMBURG 2018
UNIVERSITEIT TWENTE
MYSTERYSHOP ONDERZOEK NALEVING LEEFTIJDSGRENS VERKOOP ALCOHOL ZUID LIMBURG 2015
DR. JORIS VAN HOOF IR. WIM VAN DALEN MAX NAB, BSC
UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Behavioural, Management and Social Sciences Postbus 217 7500 AE Enschede Contactpersoon: Dr. J.J. van Hoof Telefoon: 053 489 6131 E-mail: j.j.vanhoof@utwente.nl
IN OPDRACHT VAN GEMEENTE MAASTRICHT NAMENS DE 18 GEMEENTEN IN ZUID-LIMBURG Contactpersoon: Marjolein Wassenberg MPH Telefoon: 043 306 8554 E-mail: m.wassenberg@vaals.nl
Maart 2019 1
UNIVERSITEIT TWENTE
SAMENVATTING Om te toetsen in hoeverre alcoholverstrekkers zich aan de wettelijke leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol (18 jaar) houden, heeft de Universiteit Twente in het derde kwartaal van 2018 een nalevingsonderzoek uitgevoerd. In twee weekenden hebben 20 minderjarige mysteryshoppers (10 jongens en 10 meisjes) met een gemiddeld uiterlijk in totaal 490 verkooppunten bezocht, waar ze 478 keer een poging konden doen om alcohol te kopen. Hierbij hebben de jongeren gewerkt volgens een vooraf geoefend protocol. In totaal hebben de verkopers in 50,4% van de gevallen aan de jongeren om hun ID-kaart gevraagd en de uiteindelijke naleving bedroeg vervolgens 31,0%. De naleving was het best in slijterijen (56%), gevolgd door supermarkten (50%), horeca (25%), sportkantines (20%) en cafetaria’s (16%).
Tabel 1: aantal aankooppogingen, ID-vraag en naleving (met percentage ten opzichte van het aantal aankooppogingen) Aankopen ID-vraag (%) Naleving (%) Supermarkten 118 83 (70%) 59 (50%) Slijterijen 41 34 (83%) 23 (56%) Cafetaria’s 96 44 (46%) 15 (16%) Horeca 147 55 (37%) 36 (25%) Sportkantines 76 25 (33%) 15 (20%) Totaal 478 241 (50,4%) 148 (31,0%) Ten opzichte van het nalevingsonderzoek in 2015 scoren op één na alle typen verkooppunten aanmerkelijk beter voor wat betreft ID-vraag en naleving. Alleen de supermarkten zijn hierop een uitzondering. In supermarkten is de ID-vraag en naleving verslechterd ten opzichte van 2015. Concluderend kunnen we stellen dat de naleving van dit deel van de Drank- en Horecawet in Zuid-Limburg op de meeste verkoopplaatsen de laatste drie jaar is verbeterd en dat de doelstelling van 50% naleving is gerealiseerd in supermarkten en slijterijen, maar (nog) niet in de horeca, cafetaria’s en sportkantines. 2
UNIVERSITEIT TWENTE
1. INLEIDING Om de verkrijgbaarheid van alcohol in Zuid-Limburg vast te stellen, heeft de regio door Universiteit Twente in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP een nalevingsonderzoek laten uitvoeren in het najaar van 2018. Tijdens de studie is de naleving van de huidige leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van alcohol onderzocht met 17-jarige mysteryshoppers, die vergezeld werden door 18-jarige mysteryshoppers. In dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de achterliggende wetgeving: de Drank- en Horecawet en het alcoholbeleid in Zuid-Limburg. In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beschreven en in hoofdstuk 3 staat de methode van het mysteryshoppen vermeld. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de resultaten. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 5. Eind 2014 is door de afzonderlijke gemeenteraden in Zuid-Limburg het Preventie en Handhavingsplan “Jeugd, Alcohol & Omgeving” vastgesteld, in het kader van de Drank- en Horecawet. De doelstelling voor 2019 van dit plan is 50% naleving bij de schenkers als minimumgrens. Om te kunnen beoordelen in hoeverre de alcoholverstrekkers aan de wettelijke eisen voor verstrekking voldoen en het preventie- en handhavingsbeleid hierop in te richten, is de wens uitgesproken dat er bij alcoholverstrekkers in Zuid-Limburg wederom een nalevingsonderzoek wordt verricht.
Gezien het regionaal belang is ervoor gekozen dit op Zuid-Limburgse schaal uit te voeren (te weten: Maastricht Heuvelland, Parkstad en Westelijke Mijnstreek). In 2015 heeft een dergelijk onderzoek ook plaatsgevonden, het rapport is via de diverse gemeenten beschikbaar. In het vierde kwartaal van 2018 heeft de Universiteit Twente bij 478 verkooppunten in Zuid-Limburg minderjarige mysteryshoppers een alcohol-aankooppoging laten doen.
3
UNIVERSITEIT TWENTE
2. ONDERZOEKSVRAGEN
Hoofdvraag Welke alcoholverkooppunten in Zuid-Limburg houden zich aan de wettelijke leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van alcoholhoudende drank aan jongeren?
Subvragen 1) In hoeverre wordt de leeftijdsgrens van 18 jaar bij de verkoop van alcoholhoudende dranken in Zuid-Limburg nageleefd in de supermarkten, slijterijen, cafetaria’s, horeca en sportkantines. 2) In hoeverre verschilt de naleving per gemeente en per sub-regio? 3) In hoeverre is de naleving in Zuid-Limburg per type verkooppunt, in 2018 gestegen ten opzichte van de naleving per type verkooppunt in 2015? 4) In hoeverre verschilt de naleving, per type verkooppunt, in 2018 ten opzichte van de meest recente landelijke nalevingscijfers? 5) Welke interventies en ondersteunende systemen gebruiken verkopers in de sector om correcte naleving te stimuleren? 6) In hoeverre resulteren de gebruikte interventies en systemen in correcte naleving?
4
UNIVERSITEIT TWENTE
3. METHODE In lijn met het eerder uitgevoerde onderzoek in 2015 is gebruik gemaakt van een mysteryshop onderzoek. Mysteryshopping is een objectief, op feitelijk gedrag gericht onderzoek. Bij de methode mysteryshopping wordt een bedrijf of instelling bezocht door één of meer personen die zich voordoen als klant, zonder dat het personeel van het bedrijf of de instelling op de hoogte is van het onderzoek en de onderzoeksdoelstelling. In dit onderzoek handelen de mysteryshoppers volgens een vast protocol (dat van tevoren is geoefend) en proberen zij alcohol te kopen bij verstrekkingspunten. Deze methode is betrouwbaar (daadwerkelijk gedrag wordt in kaart gebracht) en valide (leeftijdsverificatie en naleving worden gemeten). Het onderzoeksprotocol om de naleving leeftijdsgrens te toetsen is wetenschappelijk gevalideerd en in Nederland reeds toegepast in duizenden aankooppogingen. Tevens zijn vele wetenschappelijke publicaties gerealiseerd1234 en heeft de Universiteit Twente het eerste landelijke onderzoek (voor het ministerie van VWS in 2011) ontwikkeld en uitgevoerd5. Om de naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcoholhoudende dranken vast te kunnen stellen zijn speciaal daartoe opgeleide mysteryshoppers ingezet, een team bestaande uit een 17- en een 18-jarige mysteryshopper.
De mysteryshoppers volgen een vooraf geoefend aankoopprotocol en proberen alcoholhoudende drank aan te schaffen. Verkopers weten niet dat ze te maken hebben met een mysteryshopper en zij handelen dus zoals zij bij andere klanten ook zouden doen.
1 Van Hoof, J. J., Gosselt, J. F. (2013). Underage alcohol sales—It only takes a minute: A new approach to underage alcohol availability. Journal of Studies on
Alcohol and Drugs, 74, 423–427. 2 Gosselt, J. F., Van Hoof, J. J., & De Jong, M. D. T. (2012). Why should I comply? Sellers’ accounts for (non-)compliance with legal age limits for alcohol sales. Substance Abuse Treatment, Prevention, and Policy, 7, 1-12. 3 Van Hoof, J. J., Gosselt, J. F., Baas, N., & De Jong, M. D. T. (2012). Improving shop floor compliance with age restrictions for alcohol sales: Effectiveness of a feedback letter intervention. European Journal of Public Health, 22, 737-742. 4 Gosselt, J. F., Van Hoof, J. J., De Jong, M. D. T., & Prinsen, S. (2007). Mystery shopping and alcohol sales: do supermarkets and liquor stores sell alcohol to underage customers? Journal of Adolescent Health, 41(3), 302-308. 5 Joris van Hoof & Jim Krokké (2011). Alcoholverkoop aan jongeren. Een landelijk nalevingsonderzoek. Enschede, afdeling Communicatiewetenschap: Universiteit Twente.
5
UNIVERSITEIT TWENTE
3.1 MYSTERYSHOPPERS De mysteryshoppers zijn geworven via een school in Zuid-Limburg en daarna volgde een selectie door het onderzoeksteam. Alle mysteryshoppers waren ‘typische’ 17- en 18-jarigen (qua uiterlijk, bouw en persoonlijkheid). Alle mysteryshoppers, hadden schriftelijke toestemming van de ouder(s)/verzorger(s) en ontvingen een onkostenvergoeding voor hun deelname.
3.2 STEEKPROEF De regio heeft verzocht om een onderzoek met 465 bezoeken aan vijf verschillende typen verkooppunten (deze opzet is identiek aan het onderzoek uit 2015 om een betrouwbare vergelijking mogelijk te maken). In dit onderzoek zijn in totaal 490 verkooppunten bezocht, waarbij in 12 gevallen geen aankoop kon worden gedaan (meestal omdat bleek dat er geen alcohol in het assortiment was of omdat het verkooppunt gesloten was). In totaal zijn 478 alcohol aankooppogingen verricht (118 keer bij een supermarkt, 147 keer in de horeca, 96 keer in een cafetaria, 76 keer in een bar van een sportkantine en 41 keer in een slijterij). Voor de verkooppunten is de gemeenten gevraagd om een selectie te maken van winkels en gelegenheden die populair zouden kunnen zijn bij jongeren (dus relevant om te meten en bovendien geschikt om minderjarigen naartoe te sturen). Uit de selecties van de gemeenten heeft het onderzoeksteam vervolgens een definitieve steekproef getrokken (op basis van ligging, openingstijden en ook in verhouding tot het aantal inwoners per gemeente).
3.3 DATAVERZAMELING Alle verkooppunten zijn bezocht onder begeleiding van ervaren onderzoekers van de Universiteit Twente. In het verkooppunt is geprobeerd alcohol aan te schaffen volgens het vooraf getrainde protocol. Alle typen verkooppunten zijn bezocht door een team van mysteryshoppers, bestaande uit één 17-jarige en één 18-jarige jongere. In de supermarkten, slijterijen en cafetaria’s heeft de 17-jarige bier gepakt 6
UNIVERSITEIT TWENTE
en heeft geprobeerd af te rekenen, het bier werd overgedragen aan de 18-jarige na een eventuele aankoop. In de horeca heeft de 17-jarige twee biertjes besteld en geprobeerd af te rekenen. In alle typen verkooppunten pleegde de 17-jarige mysteryshopper dus de volledige aankoophandeling. In de (mogelijke) interactie met de verkoper hebben de jongeren hun echte identiteitskaart laten zien indien daar om gevraagd werd. Ze hebben beiden aangegeven dat ze 18 jaar waren indien daar om gevraagd werd. Ook hebben ze aangegeven dat ze de drank zelf zouden opdrinken indien daar om gevraagd werd. Na elk bezoek zijn de bevindingen genoteerd op een digitale checklist. Omstandigheden die in kaart werden gebracht zijn o.m. het type verkooppunt, de aanwezigheid van systemen en hulpmiddelen, de drukte in het verkooppunt, het geslacht van de verkoper, de ingeschatte leeftijd van de verkoper, het vaststellen van de leeftijd aan de hand van een identiteitsbewijs, de kenmerken van de mysteryshopper (geslacht, opleiding, lengte) en de feiten rondom de aankooppoging zelf (dag, tijdstip, naleving en soort product). Na het onderzoek kregen de mysteryshoppers een uitgebreide debriefing waarin de onderzoekservaringen zijn uitgewisseld en waarbij o.m. de gezondheidsrisico’s van alcoholgebruik zijn besproken.
7
UNIVERSITEIT TWENTE
4. RESULTATEN In het huidige onderzoek zijn 478 aankooppogingen voor alcohol gedaan. In totaal hebben de verkopers in 31,0% van de aankooppogingen de wet correct nageleefd en geen alcohol verkocht aan de minderjarige mysteryshoppers. De naleving was het best in slijterijen (56%), gevolgd door supermarkten (50%), horeca (25%), sportkantines (20%) en cafetaria’s (16%) (zie Tabel 1).
Tabel 1: aantal aankooppogingen, ID-vraag en naleving (met percentage ten opzichte van het aantal aankooppogingen) Aankopen ID-vraag (%) Naleving (%) Supermarkten 118 83 (70%) 59 (50%) Slijterijen 41 34 (83%) 23 (56%) Cafetaria’s 96 44 (46%) 15 (16%) Horeca 147 55 (37%) 36 (25%) Sportkantines 76 25 (33%) 15 (20%) Totaal 478 241 (50,4%) 148 (31,0%) Zoals ook in Tabel 1 valt af te lezen vroeg bij gemiddeld 50,4% van de aankooppogingen de verkoper naar de identiteitskaart van de minderjarige mysteryshopper. De ID-vraag was het hoogst in slijterijen (83%), gevolgd door supermarkten (70%), cafetaria’s (46%), horeca (37%) en sportkantines (33%).
Tabel 2: ID-vraag en naleving in Zuid-Limburg 2018 ten opzichte van Zuid-Limburg 2015 Zuid-Limburg 2015 Zuid-Limburg 2018 ID % Naleving % ID % Naleving % Supermarkten 78 56 70 50 Slijterijen 40 26 83 56 Cafetaria’s 16 7 46 16 Horeca 8 6 37 25 Sportkantines 15 14 33 20 Totaal 31,3 21,6 50,4 31,0
8
UNIVERSITEIT TWENTE
Zoals te zien is in Tabel 2 zijn de naleving en ID-vraag in Zuid-Limburg verbeterd ten opzichte van 2015, met name in slijterijen, cafetaria’s, horeca en sportkantines. In supermarkten zijn de ID-vraag en de naleving echter verslechterd ten opzichte van 2015. Tabel 3: ID-vraag en naleving in Zuid-Limburg 2018 ten opzichte van landelijk 2018 Landelijk 20186 Zuid-Limburg 2018 ID % Naleving % ID % Naleving % Supermarkten 84 69 70 50 Slijterijen 48-92* 36-88 83 56 Cafetaria’s 31 21 46 16 Horeca 26 18 37 25 Sportkantines 25 20 33 20 Totaal NB* 37,7 50,4 31,0 * In het landelijk onderzoek is onderscheid gemaakt tussen zelfstandige slijterijen (48% ID vraag; 36% naleving, borrelshops (89%; 83%) en ketenslijterijen (92%; 88%).
Met betrekking tot de naleving doen de verkopers in de horeca het beter dan landelijk is onderzocht in 2018 (20% in Zuid-Limburg t.o.v. 18% landelijk). In sportkantines scoren de verkopers gelijk aan landelijk en in supermarkten, slijterijen, en cafetaria’s scoren verkopers in Zuid-Limburg lager dan de landelijke gemiddelden (zie Tabel 3). In Tabel 4 zijn de ID-vraag en naleving per sub-regio en gemeente weergegeven. In het onderzoek in 2018 zijn nagenoeg evenveel bezoeken per gemeente en per sub-regio gedaan als in 2015 om een goede vergelijking mogelijk te waarborgen.
Wolters, et al., (2019). Landelijk onderzoek naar de naleving van de leeftijdsgrens bij alcoholverkoop aan minderjarigen in 2018. Nijmegen: Objectief. 6
9
UNIVERSITEIT TWENTE
Tabel 4: aantal aankooppogingen in 2018 (#), aantal keer (en percentage) dat verkopers om ID vroegen en aantal keer (en percentage) dat er geen alcohol is verkocht en de wet werd nageleefd per gemeente en sub-regio Zuid-Limburg 2015 Zuid-Limburg 2018 # ID Naleving ID Naleving Gulpen-Wittem 15 5 (33%) 2 (13%) 5 (33%) 2 (13%) Eijsden-Margraten 20 4 (22%) 1 (6%) 9 (45%) 6 (30%) Maastricht 91 24 (27%) 19 (21%) 50 (55%) 38 (42%) Meerssen 14 4 (27%) 3 (20%) 7 (50%) 4 (29%) Vaals 11 3 (27%) 2 (18%) 3 (27%) 3 (27%) Valkenburg 22 6 (25%) 7 (29%) 5 (23%) 2 (9%) Totaal Mstr Hvld 173 46 (27%) 34 (20%) 79 (46%) 55 (32%) Brunssum 22 Heerlen 65 Kerkrade 48 Landgraaf 26 Nuth 11 Onderbanken (SV) 5 Simpelveld 7 Voerendaal 6 Totaal Parkstad 190
6 (27%) 23 (37%) 19 (42%) 5 (24%) 3 (27%) 2 (40%) 3 (43%) 3 (27%) 64 (35%)
5 (23%) 14 (22%) 10 (22%) 4 (19%) 3 (27%) 2 (40%) 1 (14%) 2 (18%) 41 (22%)
17 (77%) 32 (49%) 20 (42%) 10 (39%) 5 (46%) 2 (40%) 3 (43%) 6 (100%) 95 (50%)
11 (50%) 23 (35%) 10 (21%) 4 (15%) 2 (18%) 1 (20%) 3 (43%) 2 (33%) 56 (30%)
Beek 13 Schinnen 10 Sittard-Geleen 70 Stein 22 Totaal West Mn. 115
5 (46%) 5 (63%) 20 (28%) 6 (32%) 36 (33%)
5 (45%) 3 (38%) 13 (18%) 5 (26%) 26 (24%)
7 (54%) 3 (30%) 46 (66%) 11 (50%) 67 (58%)
5 (39%) 2 (20%) 24 (34%) 6 (27%) 37 (32%)
Totaal Zuid-Lim 478
146 (31%) 101 (22%)
241 (50%) 148 (31%)
De naleving is per sub-regio nagenoeg gelijk (30% - 32%) en in alle sub-regio’s is de naleving aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2015. De ID-vraag verschilt per sub-regio (46% - 58%) en ook de ID-vraag is substantieel verbeterd ten opzichte van 2015. De ID-vraag varieert van 23% tot en met 100% en de naleving zit in de range van 9% tot en met 50%. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat bij een totaal aantal aankopen van minder dan 20 in een gemeente bijzonder voorzichtig omgegaan moet worden met het trekken van conclusies uit percentages (verdere uitsplitsingen, bijvoorbeeld typen verkooppunt per gemeente, zijn om die reden ook niet verantwoord). Het aantal aankopen is daarvoor te laag.
10
UNIVERSITEIT TWENTE
4.1 HULPMIDDELEN, INTERVENTIES EN EFFECTEN Het vragen naar de ID-kaart leidt niet altijd tot correcte naleving. In het onderzoek hebben de minderjarige mysteryshoppers hun eigen (geldige) ID-kaart laten zien indien daar om gevraagd werd. Hieruit is af te leiden dat de kopers minderjarig zijn, en om die reden zou er dus geen alcohol verkocht mogen worden. In totaal is 241 keer om ID gevraagd (zie Tabel 1). Van die 241 is vervolgens 146 keer de wet correct nageleefd (61%), terwijl 95 keer de wet niet correct is nageleefd. Ook is er twee keer geen alcohol verkocht zonder dat er om ID gevraagd was. Het is opvallend dat in 4 van de 10 gevallen alcohol is verkocht nadat er een ID getoond is. De mysteryshoppers hebben aangegeven dat er in 50 gevallen een hulpmiddel is gebruikt om de leeftijd vast te stellen, dit betroffen ID-scanners of het intoetsen van de geboortedatum in de kassa. Bij het gebruik van een hulpmiddel is de naleving opmerkelijk hoger (rond de 90%) dan zonder het gebruik van een hulpmiddel (rond de 53%). Nagenoeg alle hulpmiddelen werden gebruikt in supermarkten. Het is mogelijk dat er vaker een hulpmiddel gebruikt is, bijvoorbeeld het intoetsen van een geboortedatum in de kassa is niet altijd goed waarneembaar.
11
UNIVERSITEIT TWENTE
5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord en zullen richtingen voor beleidsadvies worden opgenomen.
5.1 BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN Naar aanleiding van de resultaten kunnen de volgende antwoorden op de onderzoeksvragen geformuleerd worden. 1) In hoeverre wordt de leeftijdsgrens van 18 jaar bij de verkoop van alcoholhoudende dranken in Zuid-Limburg nageleefd in de supermarkten, slijterijen, cafetaria’s, horeca (cafés en discotheken) en sportkantines? In totaal hebben de verkopers in het onderzoek in 2018 in 31,0% van de aankooppogingen de wet correct nageleefd en geen alcohol verkocht aan de minderjarige mysteryshoppers. De naleving was het best in slijterijen (56%), gevolgd door supermarkten (50%), horeca (25%), sportkantines (20%) en cafetaria’s (16%). Gemiddeld vroeg bij50,4% van de aankooppogingen de verkoper naar de identiteitskaart van de minderjarige mysteryshopper. De ID-vraag was het hoogst in slijterijen (83%), gevolgd door supermarkten (70%), cafetaria’s (46%), horeca (37%) en sportkantines (33%). Indien de ID-kaart werd gevraagd en getoond werd vervolgens in ruim 60% van de gevallen geen alcohol verkocht, terwijl in de andere gevallen wel alcohol is verkocht. Het is denkbaar dat verkopers denken dat wanneer een jongere zijn (echte) ID-kaart laat zien dat het dan wel goed zal zijn (anders durft de jongere het vast niet te laten zien zou een verkoper kunnen denken).
Het is ook denkbaar dat het omrekenen van een geboortedatum naar de leeftijd lastig is, of dat verkopers geen confrontatie aan willen gaan met een minderjarige koper.
12
UNIVERSITEIT TWENTE
2) In hoeverre verschilt de naleving per gemeente en per sub-regio? De naleving per sub-regio is nagenoeg gelijk (30% - 32%). De naleving per gemeente wisselt sterk en loopt uiteen van 9% tot 50%. 3) In hoeverre is de naleving in Zuid-Limburg per sector, in 2018 gestegen ten opzichte van de naleving per sector in 2015? De naleving en ID-vraag in Zuid-Limburg is verbeterd ten opzichte van 2015, met name in slijterijen, cafetaria’s, horeca en sportkantines. In slijterijen is de naleving gestegen van 26% naar 56%, in cafetaria’s van 7% naar 16%, in de horeca van 6% naar 25% en in sportkantines van 14% naar 20%. In supermarkten zijn de naleving en ID-vraag echter verslechterd ten opzichte van 2015. De naleving is gezakt van 56% naar 50%. 4) In hoeverre verschilt de naleving, per sector, in 2018 ten opzichte van de meest recente landelijke nalevingscijfers? Met betrekking tot de naleving doen de verkopers in de horeca het beter dan landelijk is onderzocht in 2018 (20% in Zuid-Limburg t.o.v. 18% landelijk). In sportkantines scoren de verkopers gelijk aan landelijk en in supermarkten, slijterijen, en cafetaria’s scoren verkopers in Zuid-Limburg lager dan de landelijke gemiddelden.
5) Welke interventies en ondersteunende systemen gebruiken verkopers in de sector om correcte naleving te stimuleren? Verkopers vragen naar ID-kaart, toetsen soms de geboortedatum van de minderjarige mysteryshoppers in of gebruiken een ID-scanner. 6) In hoeverre resulteren de gebruikte interventies en systemen in correcte naleving? Het gebruiken van hulpmiddelen leidt tot een opvallend betere naleving. Toch is het gebruik van een hulpmiddel geen absolute garantie voor correcte naleving van de wet. Indien hulpmiddelen worden gebruikt bedraagt de naleving ongeveer 90%, zonder hulpmiddelen is dat ongeveer 53%. De cruciale factor voor de naleving is de 13
UNIVERSITEIT TWENTE
verkoper, ondersteuning is goed, maar ook dit onderzoek toont aan dat -in lijn met eerdere publicaties 7- soms verkopers ook ‘willens en wetens’ de hulpmiddelen negeren en toch alcohol verkopen aan minderjarigen.
5.2 BELEIDSADVIES
Inleiding Dit onderzoek laat opnieuw zien dat de naleving van de leeftijdsgrens van 18 jaar nadrukkelijk verbetering behoeft. Enerzijds mag van de afzonderlijke typen alcoholverstrekkers zelf verwacht worden dat zij de wijze waarop zij de leeftijdsgrens naleven verbeteren. Anderzijds kan een verbetering van de naleving worden bereikt door de effectiviteit van het toezicht en de handhaving te verhogen. Onderstaand volgt een aantal concrete adviezen die als doel hebben om de naleving van de leeftijdsgrens van 18 jaar bij de verstrekking van alcohol te verbeteren. 1. Communiceer de resultaten van het onderzoek Het is van belang de uitkomsten van het onderzoek bekend te maken bij de verschillende sectoren alcoholverstrekkers maar ook bij het algemene publiek. Publieke bekendmaking onderstreept het feit dat de gemeenten in Zuid-Limburg het terugdringen van het alcoholgebruik onder jongeren serieus nemen. Daarmee wordt het draagvlak onder de bevolking om de leeftijdgrens van 18 jaar voor het schenken van alcohol ook in de privésfeer in acht te nemen versterkt. Het verdient aanbeveling om voorafgaande aan het publiekelijk bekend maken van de resultaten deze te bespreken met de alcoholverstrekkers. Ervaring leert dat het effectief is om dat met de afzonderlijke sectoren te doen, omdat de setting per sector sterk uiteenloopt.
Er is er een groot verschil tussen de setting waarin alcohol wordt verkocht voor thuisgebruik (off-premise: slijter, supermarkt) enerzijds en anderzijds de alcoholverkoop voor consumptie ter plekke (on-premise: horeca, sportkantine).
Van Hoof, J. J. (2017). The effectiveness of ID readers and remote age verification in enhancing compliance with the legal age limit for alcohol. European Journal of Public Health, 27, 357-359. 7
14
UNIVERSITEIT TWENTE
2. Wat de alcoholverstrekkers kunnen doen 2.1. Vraag altijd naar het ID Ook uit dit onderzoek blijkt dat een groot aantal alcoholverstrekkers in ZuidLimburg (ruim 50%) niet naar het identiteitsbewijs van hun jonge klanten vraagt. Echter ook als verstrekkers wel naar het ID vragen garandeert dat niet altijd dat vervolgens correct gehandeld wordt. Het eerste concrete advies aan verstrekkers luidt dan ook: vraag bij de verkoop van alcohol aan jongeren die ogenschijnlijk de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt altijd direct naar het identiteitsbewijs. Controleer dat ID op echtheid en ga na of het hoort bij degene die het ID aanbiedt. Daarna moet op basis van de geboortedatum vastgesteld worden of de koper jonger of ouder is dan 18 jaar en de aankoop vervolgens afgekeurd of goedgekeurd worden. De Drank- en Horecawet (artikel 20, derde lid) schrijft voor dat de leeftijd van de jonge koper moet worden vastgesteld aan de hand van een ID, tenzij het iemand betreft die onmiskenbaar 18 jaar of ouder is. Alleen het vragen naar de leeftijd (“Hou oud ben je?” of “Je bent toch wel 18?”) of het inschatten van de leeftijd leidt vaak tot een niet correcte naleving. Gemeenten kunnen hun verstrekkers adviseren posters op te hangen waarop zij klanten die er jonger uitzien dan 25 jaar vragen om bij de aankoop van alcohol het identiteitsbewijs reeds bij de hand te hebben. 2.2.
Maak gebruik van hulpmiddelen om leeftijd vast te stellen Voor het snel en goed kunnen vaststellen van de leeftijd zijn hulpmiddelen beschikbaar. Zo kan met behulp van bepaalde software leeftijdsvaststelling plaatsvinden na het intikken van de geboortedatum in de kassa; ook kan de verkoper elke dag een briefje ophangen met de minimale geboortedatum van de klant die alcohol verstrekt kan krijgen (jongeren die na die datum geboren zijn kunnen geen alcohol kopen). 15
UNIVERSITEIT TWENTE
Deze hulpmiddelen worden reeds door veel alcoholverstrekkers gebruikt. Bij de bespreking van de resultaten van het onderzoek kunnen de ervaringen hiermee worden uitgewisseld. 2.3. Laat verstrekkers onderling ervaringskennis delen Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat veel slijterijen en in mindere mate supermarkten het naar verhouding ‘goed doen’. Dat betekent dat in de regio de praktische knowhow met betrekking tot correct naleven voorhanden is. Voor de verschillende type verstrekkingspunten (supermarkt, slijter, horeca, cafetaria, sportkantine) zijn verschillende ervaringen en adviezen van toepassing. 3. Wat de gemeenten verder kunnen doen Gemeenten zijn sinds 1 januari 2013 verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de leeftijdsgrens van 18 jaar. De afgelopen jaren is er veel ervaring ontwikkeld bij Nederlandse gemeenten om deze taak goed te uitvoeren. In het beleidsadvies dat is opgesteld naar aanleiding van het mysteryshop onderzoek dat in 2015 in Zuid-Limburg is uitgevoerd zijn de belangrijkste elementen van een goed toezicht- en handhavingsbeleid opgesomd.
Hierbij worden ze herhaald: voldoende menskracht, goed opgeleide en deskundige toezichthouders, goede interne aansturing van de toezichthouders, samenwerking tussen toezichthouders op regionaal niveau, landelijke en regionale uitwisseling van ervaringen tussen toezichthouders, afstemming met de politie, goede en actuele kennis van de hotspots en het voeren van een eerlijk en consequent bonus-malus beleid tegenover verstrekkers (verstrekkers met een goede naleving belonen met minder / ander toezicht en extra toezien op verstrekkers met een slechte naleving). Belangrijk hierbij is dat alle betrokken partijen (handhavers, verstrekkers, maar ook jongeren en ouders) weten waarom het verbeteren van de naleving van de leeftijdsgrens en daarmee het verminderen van de beschikbaarheid van alcohol voor jongeren zo belangrijk is. Aan deze opsomming kunnen nog enkele extra adviezen worden toegevoegd:
16
UNIVERSITEIT TWENTE
3.1 Analyseer beleid Uit dit onderzoek blijkt dat de naleving per gemeente sterk wisselt sterk en uiteenloopt van 9% tot 50%. Het is aanbevelenswaardig om te analyseren welk beleid en welke handhaving per gemeente actief is om zo verklaringen voor goede en voor slechte naleving te achterhalen. De ‘best practices’ kunnen dan ook in andere gemeenten ingezet worden.
3.2. Praktijktraining DHW-toezichthouders De Nederlandse Vereniging van Drank- en Horecawet Inspecteurs (NVDI) organiseert sinds enige tijd praktijktrainingen voor gemeentelijke DHWtoezichthouders. De reden daarvan is o.a. dat gebleken is dat de opleiding van nieuwe DHW-toezichthouders dikwijls onvoldoende is afgestemd op de praktijk van het toezicht. Het advies aan de gemeenten in Zuid-Limburg is om gebruik te maken van het aanbod van de NVDI. 3.3. Inzet testkopers Het derde advies betreft de inzet van testkopers bij de handhaving. Testkopers zijn jongeren van 17 en of 18 jaar die onder begeleiding van de toezichthouders alcohol aankopen doen. Bij de inzet van 17 jarige testkopers kan worden nagegaan of de leeftijd van de testkoper goed wordt vastgesteld en of er al of niet alcohol wordt verkocht. Bij de inzet van 18 jarige testkoper kan alleen worden vastgesteld of de leeftijd op basis van het identiteitsbewijs correct wordt vastgesteld. Het inzetten van testkopers is effectief in termen van tijdsinvestering en verbeteren van de naleving. Positief is dat het maatschappelijke en juridische draagvlak voor het inzetten van deze testkopers de afgelopen tijd is toegenomen.
Recent heeft de Raad van State geoordeeld dat de inzet van testkopers, gelet op het belang om alcoholgebruik onder minderjarigen tegen te gaan, niet in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:195). Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft zich in het nieuwe zogenaamde Nationale Preventieakkoord (december 2018) uitgesproken voor het,
17
UNIVERSITEIT TWENTE
in samenwerking met de VNG, ontwikkelen van een landelijk handhavingsprotocol voor de inzet van testkopers. 3.4. Aanscherpen schenktijden sportkantines Het recente mysteryshop-onderzoek in Zuid-Limburg leert dat bij de sportkantines de naleving van de leeftijdsgrens van 18 jaar in 2018 ten opzichte van 2015 weliswaar is verbeterd (van 14% naar 20%), maar nog steeds erg laag is. Om de verkrijgbaarheid van alcohol voor minderjarigen te bemoeilijken is het advies aan gemeenten om, naast het verbeteren van de leeftijdscontrole, in de gemeentelijke paracommerciële verordeningen de schenktijden van alcohol (verder) te beperken. Daarmee kan worden bewerkstelligd dat het verkopen van alcohol een nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van sportieve aard. De schenktijden kunnen op verschillende manieren worden gereguleerd. Zo kan een gemeente kiezen voor exacte tijdstippen, maar men kan ook variabele schenktijden vaststellen die gekoppeld zijn aan “activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de betreffende rechtspersoon”. Dat is tot nu toe een veel voorkomende bepaling. Dit geeft echter aanleiding tot allerlei creatieve constructies om de schenktijden op te rekken.
Gemeenten wordt geadviseerd voor sportverenigingen in de paracommerciële verordening exacte schenktijden op te nemen die voorkómen dat er alcohol wordt geschonken op tijdstippen dat er relatief veel minderjarigen aanwezig zijn. Ook wordt geadviseerd schenken niet toe te staan op tijdstippen dat er jeugdwedstrijden worden gespeeld.
18
1 Raadsvoorstel 29 (bijlage) Het Uitvoeringsprogramma Drank- en Horecawet 2021-2024 gemeente Brunssum.pdf
UITVOERINGSPROGRAMMA HANDHAVING DRANK- EN HORECAWET GEMEENTE BRUNSSUM
2021-2024
Op basis van het Preventie- en Handhavingsplan Jeugd, Alcohol & Omgeving
Team Veiligheid, Toezicht & Handhaving
1
1. Inleiding 1.1 Algemeen Op 1 januari 2013 is de Drank- en Horecawet in werking getreden. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor preventie en handhaving op het gebied van alcoholgebruik. De burgemeester is het bevoegd gezag voor toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet (hierna te noemen: DHW) in de gemeente. Deze taak komt naast de bevoegdheid voor het verlenen van DHW-vergunningen. Per 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor het kopen en in bezit hebben op een openbare plek van zwak alcoholische of sterke drank verhoogd van 16 naar 18 jaar. Het verstrekken van alcohol aan jongeren is ook strafbaar. Met de komst van het toezicht op de DHW naar gemeenten, zijn we in staat om aan de voorkant (preventie) en achterkant (repressie) werk te maken van het terugdringen van alcoholgebruik met name onder jongeren. De wetgever erkent dit belang. Het doel van de wet is gezondheidsschade door alcohol bij jongeren voorkomen en verstoring van de openbare orde door alcoholmisbruik onder jongeren en anderen terug te dringen. Toezicht en handhaving zijn belangrijke instrumenten om de naleving te bevorderen. De Drank- en Horecawet maakt de burgemeester verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving hierop. De burgemeester wijst toezichthouders aan.
De beperkte toezichtcapaciteit zal leiden dat het toezicht en de handhaving gericht en aan de hand van een risicoanalyse zal worden ingezet. De ondernemer of paracommerciële rechtspersoon die de regels goed naleeft, wordt minder gecontroleerd. Dit uitvoeringsprogramma is gebaseerd op een integrale beleidsvisie en is opgesteld op basis van het Preventieen handhavingsplan jeugd en alcohol Zuid-Limburg 2021-2024. Er wordt inzichtelijk gemaakt welke handhavingstaak de gemeente heeft ten aanzien van de Drank- en Horecawet en de wijze waarop het bevoegd gezag van deze bevoegdheid gebruik maakt. Hieruit volgt op welke wijze bij overtredingen van de Drank- en Horecawet wordt opgetreden. Er wordt gewerkt met een stappenplan en een sanctiestrategie. Het uitvoeringsprogramma handhaving is van toepassing op verschillende domeinen: horeca, supermarkten, evenementen, slijterijen en paracommercie. 1.2 Integrale aanpak Als uitgangspunt voor integraal alcoholbeleid wordt het preventiemodel van Reynolds (2003) gehanteerd, dat ook de basis vormt voor de handreiking “gezonde gemeenten” van het RIVM. Het model kent 3 beleidspijlers: regelgeving, handhaving en educatie. De pijlers staan deels op zichzelf maar overlappen elkaar ook (figuur 6). Het model is gebaseerd op de systeemtheorie van Holder (1998) die duidelijk maakt dat alcoholgebruik altijd een resultaat is van een combinatie van factoren.
Zowel de persoon, zijn sociale omgeving, het aanbod van drank als het overheidsbeleid beïnvloeden het alcoholgebruik. Voor een succesvolle alcoholmatiging is het belangrijk vooral de omgeving van de jonge drinker te beïnvloeden, zoals het uitgaansleven (horeca, verenigingen, evenementen), de school en de ouders.
Regelgeving
Handhaving Preventie
Educatie
2
Figuur 6: Preventiemodel Reynolds
3
1.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen zijn afkomstig van het Preventie- en handhavingsplan jeugd en alcohol ZuidLimburg 2021-2024. Doel: Afname alcoholgebruik en de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder de 18 jaar. De uitgangspunten bij het nastreven van de doelstelling zijn als volgt geformuleerd: 1. In de eerste plaats wordt gestreefd naar bewustwording bij jongeren, hun opvoeders en verkoopkanalen van alcohol. 2. Wanneer de beschikbaarheid van alcohol voor jeugd onder de 18 afneemt, neemt ook hun alcoholgebruik af. 3. Handhavingsmaatregelen zijn aanvullend op preventiemaatregelen. 4. De gemeenten en haar bestuur dragen in haar communicatie naar buiten dezelfde boodschap uit, namelijk: o Beslist geen alcohol voor jeugd onder de 18 o Er zijn alternatieven voor alcohol o Te veel alcohol heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van jeugdigen. Dit streven is, net als 4 jaar geleden, vertaald in de volgende doelstellingen. De doelstellingen worden gemonitord door regionale onderzoeken (GGD, Mondriaan etc): 1. Jongeren en hun opvoeders zijn zich meer bewust van de gezondheidsrisico’s van het gebruik van alcohol op jonge leeftijd. 2. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren beginnen met het drinken van hun eerste glas alcohol is gestegen. 3. Het risicovol drankgebruik (binge drinken en coma zuipen) onder jongeren is afgenomen. 4.
De tolerantie bij ouders/verzorgers ten opzichte van alcoholgebruik door hun kinderen is afgenomen. 5. Schenkers houden zich aan de leeftijdsgrens van 18 jaar.
4
2. Handhavingsmodel Wanneer een overtreding van de Drank- en Horecawet wordt geconstateerd, zal in beginsel worden overgegaan tot handhaving. De gemeente heeft diverse handhavingsmiddelen die kunnen worden toegepast als de bepalingen van de Drank- en Horecawet worden overtreden. Het handhavingstraject dat de burgemeester start is afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding. Daarom stelt de burgemeester een handhavingsmodel op. Dit model is hieronder weergegeven. Waar mogelijk wordt eerst gewaarschuwd. Sancties zoals boetes, dwangsommen, tijdelijk verbod op het schenken van alcohol, en in het uiterste geval het afnemen van vergunningen, zijn mogelijke gevolgen van (herhaalde) overtredingen. Eén van de mogelijke sancties is het toepassen van een last onder dwangsom. Per overtreding is vastgesteld wat de hoogte van de boete is (zie bijlage). 2.1 Indeling in categorieën In dit uitvoeringsprogramma handhaving zijn de overtredingen die betrekking hebben op de vergunningplichtige domeinen (horeca, paracommercie en slijterijen) in vier categorieën verdeeld: -
CATEGORIE 1 CATEGORIE 2
-
CATEGOGIE 3
-
CATEGORIE 4
(met name het verstrekken van alcoholhoudende dranken zonder vergunning) (met name het verstrekken van alcoholhoudende dranken aan jongeren onder de 18 jaar) (met name overtredingen die van directe invloed zijn op de gezondheid van jongeren en/of openbare orde) (overige overtredingen)
Voor iedere categorie is een stappenplan opgesteld. Daarnaast worden in het arrangement de overtredingen die betrekking hebben op niet Drank- en Horecawet vergunningplichtige bedrijven (bijvoorbeeld supermarkten) en evenementen apart vermeld. De categorieën zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4. 2.2 Periode waarin een overtreding blijft meetellen Voor het uitvoeringsprogramma handhaving geldt in algemene zin dat een volgende stap wordt gezet in het stappenplan wanneer binnen een jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding plaatsvindt. Een overtreding blijft drie jaar meetellen. Vindt een overtreding plaats binnen drie jaar na de vorige overtreding, maar is die vorige overtreding langer dan een jaar geleden, dan wordt de handhavingsstap die voor de betreffende ondernemer of paracommerciële rechtspersoon geldt, herhaald. 2.3 Niet-limitatieve opsomming Dit uitvoeringsprogramma handhaving kent een niet-limitatieve opsomming van verschillende overtredingen en het daarbij horende stappenplan van waarschuwingen en maatregelen. Dit houdt in dat niet alle overtredingen van de Drank- en Horecawet zijn opgenomen in het handhavingskader. Hierdoor kan de toezicht- en handhavingscapaciteit gericht worden ingezet.
Dit laat onverlet dat de bepalingen uit de Drank- en horecawet die niet zijn opgenomen in het handhavingsmodel de burgemeester te allen tijde de mogelijkheid bieden om handhavend op te treden. In dat geval wordt aansluiting gezocht bij de opgenomen categorisering. 2.4 Primair handhavingsproces Een verzoek aan de burgemeester tot het nemen van een boete maatregel kan worden ingediend door de toezichthoudende partij. Vervolgens worden, indien daar aanleiding toe is, belanghebbenden uitgenodigd voor een zienswijzengesprek of bestaat de mogelijkheid om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Tijdens het zienswijzengesprek wordt de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon (en/of raadsman) in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over het voorliggende dossier. Na dit zienswijzengesprek worden alle feiten en omstandigheden afgewogen ten opzichte van wet- en regelgeving en het handhavingsmodel. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekend gemaakt aan de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon, eventuele andere belanghebbenden en de handhavingspartners. Indien de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon van een inrichting of een andere belanghebbende zich niet kan verenigen met het besluit van de burgemeester kan hiertegen bezwaar worden gemaakt.
5
3. Uitgangspunten 3.1 Handhaving is onderdeel van de aanpak Toezicht en handhaving zijn een integraal onderdeel van de aanpak om het schadelijk alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen en alcoholgerelateerde verstoringen van de openbare orde tegen te gaan. Een betere naleving van de wet en regelgeving kan op meerdere manieren worden bereikt dan met alleen toezicht en handhaving, zoals preventie. 3.2 Proportionaliteit en subsidiariteit Een bestuursrechtelijke handhavingsmaatregel moet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Dit houdt in dat de maatregel niet verder mag strekken dan noodzakelijk en dat bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid wordt gebruikt dan de concrete situatie vereist. De feiten en omstandigheden van de situatie spelen dan ook een rol bij de beoordeling of een maatregel nodig is, en zo ja, welke maatregel. De proportionaliteit en subsidiariteit zijn in het handhavingsmodel geïmplementeerd. De burgemeester toetst elke zaak op zijn merites, met als uitgangspunt dit handhavingsmodel. De burgemeester weegt in zijn besluitvorming over een bestuurlijke maatregel het belang van de ondernemer en paracommerciële rechtspersoon af tegen dat van de gezondheid van jongeren en de openbare orde. De gezondheid van jongeren en de openbare orde wegen daarbij zwaar.
3.3 Afwijkingsbevoegdheid De burgemeester heeft bij zijn besluitvorming over de te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen in het handhavingskader gelden daarbij als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. Zo kan worden besloten om een stap over te slaan en niet eerst te waarschuwen maar direct tot een maatregel over te gaan, bijvoorbeeld als sprake is van ernstige gezondheidsschade als gevolg van de verstrekking van alcoholhoudende drank. Bij een dergelijk besluit wordt dit expliciet gemotiveerd. 3.4 Schorsing van de vergunning Onderdeel van het handhavingsmodel is de schorsing van de vergunning. In de sanctiestrategie wordt aangegeven wat de (maximale) schorsingsperiode is. De burgemeester hanteert deze periode als uitgangspunt. De burgemeester kan op basis van de omstandigheden van het geval, of op basis van de ernst van de overtreding, de schorsingsperiode verkorten. 3.5 Bestuursrecht en strafrecht Het kan zijn dat een incident of overtreding maakt dat zowel op basis van bestuursrecht als op basis van strafrecht een maatregel of sanctie wordt getroffen. Bestuursrecht en strafrecht kunnen naast elkaar worden toegepast. Het OM kan besluiten om degene die de overtreding heeft begaan te vervolgen.