Agendabundel
Tekst van het document
Vanzelfsprekend is de invulling van de blauwdruk lokaal maatwerk.
1.3
Doelstelling en geldigheidsduur
Het Watertakenplan is een beleidsplan dat de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Hiermee leggen we als gemeente vast wat we willen bereiken en wat de rol van onze inwoners en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. De wettelijke en beleidskaders die hieraan ten grondslag liggen hebben we beschreven in hoofdstuk 2. Het Watertakenplan vervult vier hoofdfuncties: 1.
Kader gemeentelijke zorgplichten overzicht beleidskeuzes ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
2.
Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie.
3.
Externe afstemming met de waterpartners en de maatschappij.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
5 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
4.
Continuïteit en voortgangsbewaking vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie).
De Wet milieubeheer schrijft voor een Watertakenplan (wettelijke naam: gemeentelijk rioleringsplan; GRP) geen geldigheidsduur voor. Hierin worden we als gemeente vrijgelaten. Om het zorgproces voor de riolering gaande te houden hebben we gekozen voor een geldigheidsduur van vijf jaar: 2020 tot en met 2024. De riolering ligt echter veel langer dan deze planperiode onder de grond. Om deze reden hebben we dit Watertakenplan opgesteld met een doorkijk over de gehele levensduur van de riolering. De rioolheffing en de lange termijn doelstellingen zijn gebaseerd op deze doorkijk, om zo te komen tot een doelmatige invulling van de gemeentelijke zorgplichten, tegen zo laag mogelijke lasten voor onze inwoners en bedrijven.
1.4
Raakvlakken
Het Gemeentelijke Watertakenplan is een planinstrument dat meerdere raakvlakken heeft met andere plannen en beleidsvelden. Er zijn een aantal dominante ontwikkelingen die directe aanleiding geven om deze planperiode verder te denken dan de traditionele invulling van de gemeentelijke watertaken. Ten eerste is dit het streven naar een klimaatbestendige leefomgeving. Hierdoor ontstaan nog meer dan vroeger raakvlakken met andere beleidsvelden die bijdragen aan de ruimtelijke inrichting: groen, weg, renovatie- en nieuwbouwplannen. Een meer duurzame inrichting van de openbare ruimte volgens een wijkgerichte aanpak is daarbij een vereiste. Ten tweede is dit de komst van de Omgevingswet in 2021, die de vorming van een integrale omgevingsvisie verplicht stelt. Na het van kracht worden van de omgevingswet is het Watertakenplan niet langer een wettelijk verplichte planvorm maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -plan en -programma. Daarnaast spelen er allerlei ontwikkelingen op het vlak van energietransitie/duurzaamheid en hebben we de betrokkenheid (participatie) van inwoners/bedrijven hoog in het vaandel staan en willen we hen actief betrekken bij (uitvoering)plannen.
Door landelijke beleidsplannen zoals het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, de regionale beleidsvelden/plannen ‘Toekomstvisie WBL’, ‘Visie Waterpanels Limburg, Waterbeheerplan 2016-2021, het visiedocument van het WML en het coalitieakkoord te betrekken bij het planproces van dit Watertakenplan zijn de raakvlakken gewaarborgd.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de kaders die ten grondslag liggen aan dit Watertakenplan. Vervolgens geven we een overzicht van de kenmerken van de bestaande riool- en watervoorzieningen en een terugblik op de afgelopen planperiode. Het vierde hoofdstuk behandelt de speerpunten en beleidskaders voor de aankomende planperiode. Het uitvoeringsprogramma en de bijbehorende personele en financiële middelen zijn beschreven in de hoofdstukken 5 en 6. De bijlagen bevatten achtergrondgegevens.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
6 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
2
WAT ZIJN DE KADERS?
2.1
Taken en bevoegdheden
De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de gemeente Brunssum is in handen van onze gemeente, waterschap, provincie, waterleidingmaatschappij en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid (Tabel 1). De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit gemeentelijke rioleringsplan zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Algemene lozingenbesluiten. Tabel 1 Taken en bevoegdheden (stedelijk) waterbeheer.
Actor
Taken en bevoegdheden
Europa
De Kaderrichtlijn Water (KRW) en de dochter Grondwaterrichtlijn (GWR) zijn Europese richtlijnen, die bedoeld zijn om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden.
Rijk
Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het Rijk is opsteller van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Provinciaal Waterplan 2016-2021.
Provincie Limburg
De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Industriële onttrekkingen > 150.000 m3 • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning (dieper dan 10 meter) • Bodemenergiesystemen Het waterschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. De visie hierop en de bijhorende maatregelen zijn beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Het waterschap heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de RWZI en naar het oppervlaktewater. Voor de regulering van indirecte lozingen (naar het riool) heeft het waterschap een adviserende rol naar gemeenten.
Waterschap Limburg Waterschapsbedrijf Limburg
Het waterschap heeft eveneens een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen o.a. middels algemene regels, verordeningen en een Watervergunning. Het waterschap is ook verantwoordelijk voor vergunningverlening (Keur), het toezicht en de handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties in haar beheergebied, met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Hierbij wordt o.a. toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van ontwikkelingen. De resultaten hiervan worden vastgesteld in de waterparagraaf. Ten aanzien van het Watertakenplan hebben Waterschap Limburg en Waterschapsbedrijf Limburg een adviserende rol. Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een
Waterleiding Maatschappij verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen Limburg in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
7 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
drinkwater als voor de infrastructuur. Het WML zorgt ervoor dat er schoon drinkwater uit de kraan komt. De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk Doelmatige inzameling en verwerking van overtollig hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen. • Treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied. • •
Gemeente
Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water houdt de gemeente rekening met de wettelijke voorkeursvolgorde. Volgens de wet hebben gemeenten een belangrijke taak in het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten / WION) en het beschikbaar stellen van gegevens over de ondergrond (Basisregistratie Ondergrond / BRO). In het kader van het Besluit op de lijkbezorging hebben gemeenten een toetsende rol in de ontwatering van begraafplaatsen.
Perceeleigenaar
De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige water, is er een taak voor de gemeente of waterschap. De perceeleigenaar is volgens de Waterwet primair verantwoordelijk voor de verwerking van het op zijn perceel vallende hemelwater door het in de grond of in oppervlaktewater te verwerken. De perceeleigenaar mag geen handelingen verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren.
2.2
Uitdagingen en ontwikkelingen
De gemeentelijke watertaken staan niet op zich, maar zijn door diverse uitdagingen en ontwikkelingen continu in beweging. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven en deze vormen de basis voor de speerpunten voor de planperiode 2020-2024 (hoofdstuk 4). Klimaatverandering Het klimaat is aan het veranderen en leidt o.a. tot meer extreme buien. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. We zullen in het kader van klimaatadaptatie een afweging moeten maken tussen het accepteren of beperken van schade door wateroverlast bij extreme buien. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de afvalwaterketen en in de openbare ruimte (klimaatadaptatie). Uitputting energie en grondstoffen Wereldwijd worden grondstoffen schaarser of raken zelfs helemaal uitgeput. Dit betekent onder meer dat de Nederlandse energiehuishouding duurzamer en minder afhankelijk van eindige fossiele brandstoffen moet worden. Afvalwater en reststromen worden daardoor steeds waardevoller, zowel vanuit het oogpunt van verduurzaming, maatschappelijke verantwoordelijkheid of een economisch rendabele business case.
Veranderende wetgeving Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit Watertakenplan is de komst van de Omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2021 van kracht gaat worden. De Omgevingswet gaat, veel meer dan de traditionele ruimtelijke ordening, uit van leefbaarheid en gezondheid als belangrijke speerpunten voor beleid en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving. Met het in werking Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
8 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
treden van de Omgevingswet in 2021 kan het Watertakenplan mogelijk facultatief worden en opgaan in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en het omgevingsprogramma. Participatie en bewustzijn We kunnen de gebouwde omgeving niet in één keer klimaatbestendig en waterrobuust maken. Opgaven worden daarom steeds vaker integraal opgepakt en verweven met andere ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze wijze lossen we niet alleen (potentiële) problemen op maar verhogen we tevens de leefbaarheid van de omgeving. Aangezien meer dan vijftig procent van de gebouwde omgeving in handen is van particulieren/ private partijen, ligt het voor de hand om gezamenlijk op te trekken. Dit past in de geest van de Omgevingswet waarin participatie wordt bevorderd door minder regels en meer speelruimte. Met de campagne Waterbewust/Waterklaar richten we ons op een traject van waterbewust zijn naar waterbewust doen. Duurzaamheid en energietransitie De openbare ruimte gaat veranderen. Zo zal met de verandering naar een aardgasloze samenleving een nieuwe ondergrondse energie-infrastructuur ontstaan, waarbij ook afvalwater steeds meer leverancier wordt van energie en grondstoffen. Met het ontkoppelen van gasleidingen en de aanleg van ondergrondse warmwaterleidingen gaat de straat open. Dit biedt kansen om de ondergrondse infrastructuur kostenefficiënt te vernieuwen en samen meerwaarde te creëren.
Vitaliteit Bij langdurige uitval van de water infrastructuur, bijvoorbeeld door een langdurige stroomstoring, een massale hack kan maatschappelijke ontwrichting optreden. In dat geval is sprake van een aanzienlijk verstorend effect, veel slachtoffers, grote (economische) schade en aantasting van vitale belangen. Bovendien kan adequaat herstel van deze infrastructuur zeer lang gaan duren en zijn er geen reële alternatieven voorhanden terwijl grote groepen personen hier afhankelijk van zijn. Wanneer een verstoring of uitval van een proces maatschappelijke ontwrichting kan veroorzaken is dit proces vitaal. Op rijksniveau wordt de vitaliteit van verschillende soorten van infrastructuur op vitaliteit beoordeeld. Afhankelijk van de uitkomst heeft dit mogelijke consequenties voor de inrichting van de waterketen. De extreme droogte in 2018 heeft duidelijk gemaakt dat we ook op dit vlak meer rekening moeten gaan houden met de mogelijke effecten hiervan op o.a. schade aan gebouwen, volksgezondheid etc. Veiligheid Bij het inrichten van riolering, transportsysteem en zuivering is het momenteel nog geen gemeengoed om rekening te houden met de risico’s en gevolgen van overstromingen. De kwetsbaarheid van de afvalwaterketen bij overstromingen is in het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie in 2017 in beeld gebracht.
Volgens dit beeld is het risico van overstroming nihil voor het afvalwatersysteem in Brunssum.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
9 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
3
HOE STAAN WE ER VOOR?
3.1
Stedelijk watersysteem
Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Brunssum over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 175 km en 9 rioolgemalen. Om er voor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwaterlozingspunten. Speciale rioolvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlaktewatersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld d.m.v. 7 IBA’s. Het overige afvalwater wordt gezuiverd op de zuiveringen Susteren en Hoensbroek. Systeem
Type
Vrijvervalriolering Gemengd/Vuilwater
Omvang
Eenheid
Gemengd
144 km
Vuilwater
11 km
Hemelwater
20 km
Overig
0 km 0,3 km
Drukriolering Persleidingen van hoofdgemalen en randvoorzieningen
0 km
Hoofdgemalen
0 st
Drukriolering (pompunits)
9 st
Randvoorzieningen
4 st Met randvoorziening
4 st
Zonder randvoorziening
5 st
Externe overstorten
HWA-uitlaten
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
10 st
10 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Toestand areaal De leeftijdsopbouw van het de verschillende systemen is weergegeven in onderstaande tabel. Lengte [km]
Aandeel van totaal [%]
Ouder dan 70 jaar
1,9
1,1
Tussen 61 en 70 jaar
10,2
5,8
Tussen 51 en 60 jaar
28,6
16.4
Tussen 41 en 50 jaar
36,5
20,9
Tussen 31 en 40 jaar
23,1
13,2
Tussen 21 en 30 jaar
21,9
12,5
Tussen 11 en 20 jaar
29,5
16,9
Jonger dan 11 jaar
22,6
12,9
Onbekend
0
0,2
In het verleden zijn we gestart met het inspecteren van riolen die ouder waren dan 25 jaar. Vervolgens zijn we begonnen met het inspecteren van wijken met de oudste riolering i.v.m. onze wijkgerichte aanpak. De gemengde rioolstelsels van wijken met riolering ouder dan 60 jaar zijn grotendeels vervangen door gescheiden stelsels met een eigen regenwaterberging. De afgelopen jaren hebben we ons wat meer geconcentreerd op het inspecteren van de riolering van hoofdwegen i.v.m. aankomende reconstructiewerkzaamheden.
Functioneren Samen met de waterpartners in de regio Parkstad heeft de gemeente in 2018 een stresstest regenwateroverlast laten uitvoeren. Het water-op-straat beeld bij een regenbui van 60 mm/uur is weergegeven in Figuur 1. De gemeente is op dit moment bezig met het aanpakken van de geconstateerde knelpunten: zie paragraaf 4.2.1.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
11 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Figuur 1. Water op straatkaart gemeente Brunssum (bron: Nelen en Schuurmans).
Alle maatregelen van het BRP , laatste bijwerking 2010, zijn inmiddels uitgevoerd of in gewijzigde vorm uitgevoerd.
3.2
Terugblik afgelopen planperiode
Algemeen beeld water- en rioleringstaken Uit de terugblik kan worden opgemaakt dat we als gemeente Brunssum het rioleringsbeheer goed op orde hebben. Het rioleringsbeheer steken we pragmatisch in en kenmerkt zich door een wijkgerichte aanpak. Een dergelijke integrale aanpak is mogelijk doordat Brunssum in het verleden wijksgewijs en geleidelijk is gegroeid. De leeftijd en kwaliteit van de riolen vertonen binnen een wijk weinig variatie waardoor nauwelijks sprake is van kapitaalvernietiging. De wijksgewijze vervanging grijpen we aan om schone en vuile waterstromen te scheiden tot aan de perceelsgrens en waar mogelijk regenwaterbuffers of IT riolen te creëren. Met deze aanpak proberen we zoveel mogelijk af te koppelen en het rioolstelsel klimaatbestendig te maken. De komende planperiode gaan we benutten om via meten en modelleren in beeld te brengen wat de gevolgen zijn van meer extreme buien en vervolgens passende strategieën te bedenken. Brunssum heeft als nadeel dat het bebouwde gebied sterk verdicht is, enkele diepste punten bevat en weinig buitengebied heeft. De riolering kan een regenintensiteit aan van 1x/2 jaar (bui 8). Daar waar sprake van wateroverlast is zijn we in gesprek met bewoners om oplossingen te verkennen. Het betreft echter oude beekdalen en de diepste punten in wijken waardoor ingrijpende en kostbare maatregelen nodig zijn.
Behoudens enkele locaties, hebben we geen grondwateroverlast. Op het gebied van waterkwaliteit hebben we flink aan de weg getimmerd. De waterkwaliteit is met het voltooien van de basisinspanning en genomen KRW-maatregelen voldoende op orde. Daarbovenop zijn nog enkele overstorten opgeheven. Voor de komende planperiode zijn dan ook geen aanvullende verbetermaatregelen voorzien. Het initiatief om op particulier terrein regenwater af te koppelen ligt vooralsnog bij de perceeleigenaar, met uitzondering van nieuwbouw. Binnen het samenwerkingsverband hebben we een afkoppelregeling opgesteld. De afkoppelregeling en de voorwaarden voor een goed gebruik van de riolering en het stedelijk water gaan we via een communicatieplatform. Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
12 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Samenwerking Zowel de samenwerking tussen de verschillende gemeenten in de regio Parkstad als de samenwerking van interne afdelingen verloopt goed. Als gemeente Brunssum zijn we, als gevolg van onze schaalgrootte, binnen het regionale samenwerkingsverband overwegend volgend. Door (technische) ontwikkelingen en diverse veranderingen, denk b.v. aan het veranderende klimaat en de invoering van de nieuwe omgevingswet, is het aantal werkvelden in het stedelijk waterbeheer aanzienlijk toegenomen. Dit legt een behoorlijke druk op de beschikbare capaciteit. Om een goede balans te brengen en te houden in de samenwerking is het wenselijk om voldoende budget en capaciteit te organiseren om gezamenlijke projecten structureel te kunnen oppakken. Met de ondertekening van het Bestuursakkoord Water (2011) hebben het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven verklaard dat zij intensief met elkaar gaan samenwerken in de (afval)waterketen. Deze samenwerking moet leiden tot een besparing van €380 miljoen aan minder meerkosten, kwaliteitsverbetering, vermindering van de kwetsbaarheid en kennisuitwisseling. Personele capaciteit Doordat we steeds meer samenwerken in de waterketen, regionaal en bovenregionaal, worden veel thema’s op dit gebied opgepakt.
Door de snelle ontwikkelingen van kennis en vaardigheden wordt het waterbeheer steeds verder geprofessionaliseerd en merken we dat de beschikbare personele bezetting krap wordt. Financiën Onderstaande tabellen tonen de geplande en werkelijke investeringsuitgaven (Tabel 2) en exploitatiekosten (Tabel 3). Onder investeringskosten vallen alle vervangingskosten en aanlegkosten. Daarnaast toont Tabel 4 de geplande en werkelijke heffing. Tabel 2. Geplande en werkelijke investeringen uit afgelopen planperiode.
Jaar
Geplande investeringen (totaalbedrag)
Werkelijke investeringen (totaalbedrag)
2014
€ 770.111,00
€ 556.953,89
2015
€ 2.772.900,00
€ 3.791.219,29
2016
€ 2.388.600,00
€ 1.913.006,92
2017
€ 772.900,00
€ 743.340,61
2018
€1.084.433,00
€ 1.084.433,00
Totaal
€ 7.788.944,00
€ 8.088.953,71
*Dit betreft het lopende jaar, de werkelijke investeringen in 2018 zijn geschat op het geplande bedrag.
Tabel 3. Geplande en werkelijke exploitatie uit afgelopen planperiode.
Jaar
Geplande exploitatie (totaalbedrag)
Werkelijke exploitatie (totaalbedrag)
2014
€ 2.947.001,00
€3.054.901,58
2015
€ 2.909.753,00
€ 2.490.093,08
2016
€ 2.754.100,00
€ 2.573.480,92
2017
€ 2.940.740,00
€ 2.594.491,90
2018
€ 2.993.567,00
€ 2.993.567,00
Totaal
€ 14.545.161,00
€ 13.706.534,48
*Dit betreft het lopende jaar, de werkelijke exploitatielasten in 2018 zijn geschat op het geplande bedrag.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
13 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Tabel 4. Geplande en werkelijke heffingstarief uit afgelopen planperiode.
Jaar
Gepland heffingstarief
Werkelijk heffingstarief
2014
€ 260,16
€ 260,16
2015
€ 254,96
€ 255,00
2016
€ 254,96
€ 255,00
2017
€ 254,96
€ 255,00
2018
€ 254,96
€ 261,00
2019
€ 254,96
€ 225,00
Aandachtspunten aankomende planperiode De wijkgerichte aanpak en het rechtstreeks afschrijven van vervangingsinvesteringen is een plus binnen het stedelijk waterbeheer die we zeker moeten behouden. Het afstemmen van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur is een aandachtspunt voor de komende planperiode. Ook zijn nieuwe investeringen nodig om te anticiperen op klimaatverandering, hiervoor is planvorming nodig en moeten we rekenen op het niveau van afstromingsgebieden. Verder moeten we inspelen op de nieuwe Omgevingswet.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
14 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
4
WAT WILLEN WE ?
In dit hoofdstuk bieden we met de visie een blik in de toekomst en laten we zien hoe we daar vanuit een goede basis en met gepaste ambities en (gezamenlijke) strategieën naartoe werken. De visie is ontleend aan de visie in het Integraal Waterplan en daar waar van toepassing toegespitst op Brunssum. Een goede basis verkrijgen we met het continueren van de uitvoering van planmatige taken.
4.1
Brunssum rond 2030
Het is goed wonen in Regio Parkstad. Het geaccidenteerde landschap en het met groen en blauw dooraderde bebouwde gebied vormen voor iedereen een fraai rustpunt op loop- of fietsafstand. Het water kabbelt er van hoog naar laag via de kenmerkende beekdalen en zorgt voor de nodige verkoeling tijdens warme zomerdagen. Met het weghalen van overkluizingen, saneren van lozingspunten en het terugbrengen van de natuurlijke loop van het water is er weer meer dynamiek in het systeem, waardoor soorten als de bosbeekjuffer en de eendagsvlieg Leptophlebia vespertina weer zijn teruggekeerd. Zelfs de kokerjuffer Drusus annulatus is gesignaleerd, wat duidt op een uitstekende waterkwaliteit. Op de talrijke gezellige terrasjes, waar mensen verkoeling zoeken tijdens warme zomerdagen, vloeit er Limburgs bier van het zuiverste water uit de eigen regio. Doordat er in de loop van de jaren veel verhard oppervlak is afgekoppeld en er altijd zorgvuldig is omgegaan met afgekoppeld regenwater is er voldoende zoetwatervoorraad van een voldoende kwaliteit, ook in droge tijden. Kenmerkend voor de regio zijn de open waterpartijen langs de randen van de bebouwing en soms ook binnen de bebouwing. Ze zijn oorspronkelijk aangelegd om wateroverlast tegen te gaan, maar door de multifunctionele inrichting bieden ze tal van recreatiemogelijkheden. Sommigen noemen het ook wel eens gekscherend waterpretparkstad.
De kans op modderstromen is aanzienlijk verminderd. Anders ploegen (niet-kerende grondbewerking) is nu heel gewoon en als er tijdens stortbuien toch nog materiaal afspoelt, dan wordt het afgevangen nog voordat dit het waterafvoersysteem verstopt en tot wateroverlast kan leiden. De samenwerking tussen de waterpartners van regio Parkstad Limburg heeft duidelijk haar vruchten afgeworpen. Ondanks alle getroffen waterbeheersende maatregelen zijn er helaas toch nog weerbarstige wateroverlastlocaties, vaak op de laagste punten waar het water zich verzamelt. De lokale bevolking snapt dat op deze locaties geen kruid is opgewassen tegen het effect van hevige buien en hebben daarom hun woningen zo goed als mogelijk erop aangepast. Ze zijn daarin erg creatief. Ook in andere delen van de regio is het effect van klimaatverandering merkbaar, er staat vaker water op straat en even een straatje omrijden levert weinig gemor op. Door de jarenlang gevoerde regionale watercampagne is iedereen zich ervan bewust dat ontstenen, net als isoleren en een duurzaam energiegebruik, nodig is om ook in de toekomst goed te kunnen leven. Net als het scheiden van huisvuil is het gescheiden houden van ander afvalwater, zoals afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater nu ook heel gewoon geworden.
Bruikbare componenten (mineralen, energie, schoon water) worden voor een deel hergebruikt en wat niet wordt hergebruikt gaat gezuiverd en lokaal weer terug in het milieu. Afvalwater wordt niet meer beschouwd als een afvalproduct, maar is leverancier van energie en grondstoffen, het maakt volwaardig onderdeel uit van de ontstane circulaire economie.
4.2
Speerpunten voor de korte termijn
Om bovenstaande visie te verwezenlijken zullen we niet alleen met onze waterpartners binnen Regio Parkstad Limburg moeten samenwerken, maar ook met inwoners en bedrijven. Deze moeten daar echter wel open voor staan. Bewustwording van de uitdagingen waar we voor staan, is hiervoor een belangrijke eerste stap. Door volgens de regionaal overeengekomen gidsprincipes en strategieën te werken (zie Integraal Waterplan) zetten we stappen en maken we impact. In het integraal Waterplan hebben we een aantal gezamenlijke speerpunten benoemd. Als gemeente Brunssum richten we de komende planperiode de aandacht op de gezamenlijke speerpunten klimaatbestendigheid, werken aan waterbewustzijn en samenwerken in de waterketen is van belang. Ook gaan we de basis op orde brengen (meten, data en rekenen en beheer op maat).
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
15 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
4.2.1
Speerpunt 1: Klimaatbestendig Brunssum Het klimaat is aan het veranderen. Dat leidt o.a. tot zwaardere buien, een toename van warme dagen en langdurig droge perioden en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving willen we droge voeten en een leefbare omgeving behouden.
Ambitie We hebben in 2018 al een goede stap gezet richting het in beeld brengen van (potentiële) knelpunten wateroverlast en oppervlakkige waterstroombanen. Vanaf het jaar 2019 willen we de burgers en bedrijven informeren en stimuleren om ook zelf maatregelen te nemen tegen wateroverlast. We zorgen dat we een voldoende betrouwbaar beeld hebben om samen met andere belangengroepen in 2020 een gezamenlijke start te kunnen maken met een adaptatiestrategie en bijbehorend adaptatieprogramma. Strategie In het Integraal Waterplan hebben we gezamenlijk afgesproken om planmatig te werk te gaan bij klimaatadaptatie, de klimaatdialoog aan te gaan met belanghebbende partijen, veilige oppervlakkige waterafvoerroutes in bebouwd gebied te creëren en de waterstromen tussen bebouwd en landelijk gebied met elkaar in balans te brengen. Vanuit de gemeente Brunssum hanteren we aanvullend onderstaande strategie(ën) om te werken aan een klimaatbestendig Brunssum.
Figuur 2. Parkvijver in de gemeente Brunssum welke als berging kan functioneren.
We benutten de openbare ruimte voor de opvang van extreme buien Het voorkomen van toekomstige wateroverlast door het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt uiteindelijk veel te kostbaar. We houden bij de (her)inrichting van de openbare ruimte, binnen en buiten de bebouwde kom, rekening met de verwerking van extreme neerslaghoeveelheden. In de openbare ruimte creëren we waar mogelijk ruimte voor hemelwater in de bodem, groen- en speelvoorzieningen en in het oppervlaktewater. We houden hierbij oog voor mogelijke gezondheidsrisico’s. Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
16 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
De benodigde bovengrondse voorzieningen richten we zodanig in dat deze tevens een positieve bijdrage leveren aan het tegengaan van hittestress en positief bijdragen aan een leefbare omgeving. Ook intensiveren we via de campagne Waterbewust de samenwerking met andere partners (GGD’s, kennisinstellingen, onderwijs, woningcorporaties, etc.) rondom een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving. Tevens wordt bekeken of we extra berging kunnen creëren in bestaande vijvers d.m.v. peilschommelingen. Wijkgerichte aanpak rioolvervanging Door de wijkgerichte aanpak wordt de bovengrondse en ondergrondse infrastructuur van een hele wijk vernieuwd. Het voordeel hiervan is dat de hele wijk in een keer wordt aangepakt. Dit betekent maar een keer overlast en een gewenste inrichting voor meerdere disciplines: • • •
Verkeer, een duurzaam veilige inrichting (30 km zone); Groen, herinrichten zodat er rekening gehouden kan worden met de actuele items zoals hitte stress, wateroverlast en verdroging; Riolering, de mogelijkheid voor de aanleg van een eigen regenwatersysteem (RWA-riolering en een bergingsvoorziening) en de mogelijkheid tot bovengrondse sturing van regenwater naar plekken waar dit geen kwaad kan of geborgen kan worden.
Door de samenwerking op meerdere disciplines is het mogelijk synergie voordelen te behalen. Tevens kan op een effectieve manier klimaatbestendige wijken gerealiseerd worden.
4.2.2
Speerpunt 2: Anticiperen op de Omgevingswet In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet brengt een aantal substantiële veranderingen in het juridische kader met zich mee. Uit deze verandering moet echter niet worden afgeleid dat het Rijk aan de zorgplichten wil tornen, de planmatige aanpak bij de invulling daarvan wil loslaten en het stellen van regels over omgaan met regenwater niet belangrijk vindt. Integendeel, juist het omgaan met hemelwater zal in de komende decennia misschien nog meer aandacht van de overheid vragen dan tot nu het geval is in verband met de noodzakelijke aanpassingen als gevolg van het veranderend klimaat (o.a. extreme neerslag en droogte). De Omgevingswet biedt daartoe een vernieuwde gereedschapskist met instrumenten. Er komen minder algemene regels erop vertrouwend dat de overheden zich professioneel zullen opstellen en op decentraal niveau hier een juiste invulling aan zal geven.
Ambitie We streven ernaar om onze speerpunten in de (toekomstig) lopende omgevingsvisies, -plannen en -programma’s verankerd te krijgen. Strategie In het Integraal Waterplan hebben we gezamenlijk afgesproken om omgevingsgericht te werk te gaan en de extra ruimte in regelgeving te verkennen. We faciliteren klimaatadaptieve buurtinitiatieven Soms starten bewoners van een wijk samen een proces voor de (her)inrichting van hun eigen leefomgeving of zijn we zelf in de regie. Het resultaat is een gedeelte van de buurt die wordt ingericht door de bewoners, zoals een park, stadstuin, schoolplein of meer groen in de tuin of op het dak. Als gemeente faciliteren we, daar waar mogelijk, dergelijke initiatieven van burgerparticipatie.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
17 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Figuur 3. Een wadi in de gemeente Brunssum welke via een bodempassage naar Parkvijver afvoert.
4.2.3
Speerpunt 3: Samenwerken in de waterketen In het Bestuursakkoord Water is de samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen voor wat betreft een doelmatiger waterbeheer vastgelegd. In het bijzonder het onderwerp “Doelmatig beheer van waterketen” vormt het fundament voor de samenwerking binnen regio Parkstad. Voor wat betreft de waterketen kent het Bestuursakkoord Water drie doelen: realiseren van kostenbesparingen, verhogen van de kwaliteit van de uitvoering, dienstverlening en het innovatievermogen en verminderen van de (personele) kwetsbaarheid.
Ambitie We continueren de huidige samenwerking en blijven onze kennis en vaardigheden gericht verder ontwikkelen en delen zodat we onze watertaken professioneel blijven uitvoeren. Klimaatadaptatie, de Omgevingswet zien we als nieuwe thema’s waarvoor we onze krachten bundelen. Strategie In het Integraal Waterplan hebben we gezamenlijk afgesproken om van elkaar te leren en elkaar te stimuleren en innovatieprojecten en onderzoeken te bundelen. Ook hebben we afgesproken de benodigde ruimte te creëren om te kunnen samenwerken, onze werkwijzen te harmoniseren en kennisgroepen te vormen.
4.2.4
Speerpunt 4: Meten, data en rekenen
Voor een doelmatige ontwikkeling, beheer en onderhoud en exploitatie van de afvalwaterketen is actuele en adequate informatie nodig. Met deze informatie kunnen we goed onderbouwde investeringsbeslissingen en beheermaatregelen nemen. Investeringsbeslissingen en beheermaatregelen die ertoe leiden dat het stelsel van de afvalwaterketen goed functioneert en optimaal wordt benut tegen zo laag mogelijke kosten. Daarnaast ontstaan nieuwe mogelijkheden door nieuwe technologieën, door combinaties van data-analyse, modellering en procesautomatisering en door nieuwe samenwerkingsverbanden. Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
18 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Ambitie In 2025 hebben we stappen gemaakt om de dynamische gegevens en ontwikkeling en kalibratie van hydraulische rekenmodellen onder te brengen in een boven regionale gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. Het hebben en houden van een goede relatie met de regio Parkstad is daarbij essentieel om de taken ten aanzien van klimaatadaptatie op te pakken. Strategie We sturen slim op onze waterstromen We weten welke voorzieningen we hebben en door metingen hebben we inzicht in het functioneren van het afvalwatersysteem. Modellen helpen ons het systeem beter te begrijpen. Om slim te kunnen sturen in het afvalwatersysteem verbeteren we onze rekenmodellen met gebruikmaking van meetgegevens. Hiervoor hanteren we de strategie volgens het strategisch document MDR. Dit rapport (vastgesteld door Bestuurlijk Regio Overleg Limburg) bevat een visie op samenwerken in de (afval)waterketen bij meten en monitoren, databeheer en hydraulisch rekenen.
We houden grip op ons systeem De inzet van moderne datatechnologie creëert nieuwe kansen om te komen tot duurzame en innovatieve oplossingen en verbeteringen. Tegelijk is er nog weinig besef van de mogelijkheden en de dilemma’s die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Gevolg is dat tal van kansen voor het creëren van een optimale waterketen onbenut blijven, terwijl kanttekeningen niet of nauwelijks aan de orde komen. Om grip te houden op ons systeem analyseren we zoveel mogelijk data en leggen we verbanden. We laten Het Gegevenshuis onze gegevens beheren Met het onderbrengen van het beheer van de statische gegevens bij Het Gegevenshuis geven we invulling aan de doelstelling van de Parkstedelijke samenwerking. Het Gegevenshuis is een (open) gemeenschappelijke regeling waarin alle Parkstadgemeenten deelnemer zijn. Het Gegevenshuis beheert de volgende data: • Riooldata van de hoofdriolering en het watersysteem; • Riooldata van huis- en kolkaansluitingen van de hoofdriolering en het watersysteem; • Koppeling tussen inspectiegegevens en riooldata; • Verhard oppervlak. Met de integrale benadering en de inzet van nieuwe technieken draagt Het Gegevenshuis bij aan de uitgangspunten: betrouwbaarheid, actualiteit, volledigheid van gegevens en extra dienstverlening voor burgers en bedrijven.
Uiteraard is het (eenvoudig) kunnen transporteren naar het pakket voor het dynamische gegevensbeheer van belang. Ook het genereren van management- en stuurinformatie alsmede het geautomatiseerd uitvoeren van controles moet in de nabije toekomst eenvoudig realiseerbaar zijn. Efficiencywinsten/ kostenreductie is realiseerbaar door de beschikbaarheid van gegevens te organiseren via de software van Het Gegevenshuis. Op Parkstedelijke schaal leidt dit alleen al met betrekking tot de licentiekosten tot een besparing van € 56.000,-. Als daarbij de overige aspecten van het BOR worden meegenomen, het technisch/functioneel applicatiebeheer en mogelijke uitbreiding op de schaal van het SSC-Limburg Zuid, dan loopt het kostenbesparingspotentieel snel op.
4.2.5
Speerpunt 5: Beheer op maat
Om zoveel mogelijk in overeenstemming te zijn met de omgeving is een gedifferentieerde beheeraanpak nodig. Zo differentiëren we bijvoorbeeld al ons onderhoud om kwetsbare objecten of locaties beter te beschermen. Maar ook op systeemniveau biedt gedifferentieerd beheer perspectief. Ambitie We dragen vanuit de zorgplichten riolering bij aan het bereiken van gemeenschappelijke doelen. Strategie We nemen meer risico waar het kan en minder risico waar moet Om de beschikbare middelen optimaal te kunnen inzetten nemen we meer risico waar het kan en minder risico waar het moet. De kosten die we besparen zetten we in voor het verbeteren van het systeem en/of het Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
19 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
verbeteren van de leefomgeving door water gerelateerde voorzieningen. De functie van de bovenliggende infrastructuur bepaalt in hoeverre het verantwoord is om meer of minder risico te nemen. Op basis van expert judgement schatten we de haalbare restlevensduur in en nemen tijdig maatregelen om het systeem functioneel te houden. We koppelen mee met andere ingrepen in de openbare ruimte Met het verlengen van de levensduur van riolering door sleufloze technieken zoals relining of rioolreparaties neemt de kans voor een wijkgerichte aanpak toe en hiermee de mogelijkheden om de openbare ruimte te herinrichten. Relining kan echter ook het scheiden van waterstromen of een gecombineerde aanpak van boven- en ondergrond tegenwerken. Daarom maken we vroegtijdig een doelmatigheidsafweging tussen relinen, afkoppelen of een combinatie daarvan. Bij de keuze voor relinen beoordelen we ook of we blijven voldoen aan de grondwaterzorgplicht,. Zo kan het vervangen van lekke riolering door nieuwe waterdichte riolering mogelijk een ongewenste invloed hebben op de grondwaterspiegel. We benutten rioolverbetering voor het pakken van kansen om een bijdrage te leveren aan gemeenschappelijke doelen. Hiertoe stellen we ons leidend op als de restlevensduur van de riolering in de wijk op basis van de toestand 0-10 jaar bedraagt.
We stellen een goed onderbouwde programmering voor rioolverbetering op voor de wijk voor een periode van vijf jaar, waarbij we sturen op werk met werk maken (eerste vijf jaar vast, tweede vijf jaar flexibel). Voor riolering in de wijk met een restlevensduur van 10-20 jaar waar vanuit kwaliteit geen opgave is stellen we ons volgend op. Waar doelmatig koppelen we mee met andere projecten in de openbare ruimte. Voor riolering met een restlevensduur van meer dan 20 jaar zien we vanuit kwaliteit geen opgave. Bij een ingreep in de openbare ruimte gaan we niet mee. Dit zou tot een te groot kapitaalverlies leiden.
4.2.6
Speerpunt 6: Gezond, schoon en voldoende oppervlaktewater Open water is functioneel, maar draagt tegelijk ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. De behoefte aan gezond, schoon en voldoende water zal er altijd zijn en blijven.
Ambitie We dragen als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Dit alles in lijn met de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR), doelen en planning. Daarbij hebben we oog voor de ecologie, de morfologie (beperken piekafvoeren), de stoffen in het water én het vermijden van (nieuwe) gezondheidsrisico’s. Ook dragen we bij aan het conserveren van water om lange droge perioden te kunnen overbruggen. Strategie In het Integraal Waterplan hebben we gezamenlijk afgesproken om stapsgewijs te werk gaan bij de aanpak van waterkwaliteitsproblemen in gebouwd gebied, integrale oplossingen na te streven en het gebruik van de omgeving centraal te stellen bij de inrichting en het beheer van stadswateren. Ook hebben we afgesproken om probleemstoffen ter plaatse van hotspots in de waterketen aan te pakken, gezamenlijk ons (toekomstig) drinkwater te beschermen, burgers bij het behoud van schoon water te betrekken en foutaansluitingen op te sporen.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
20 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Figuur 4. Bergingsvijver in de gemeente Brunssum welke geknepen naar het oppervlaktewater afvoert.
4.2.7
Speerpunt 7: Werken aan waterbewustzijn De inwoners, bedrijven en waterpartners binnen onze regio zijn in de afgelopen periode geconfronteerd met wateroverlast als gevolg van extreme regenval. Dit heeft, samen met berichtgeving in de landelijke pers, een bijdrage geleverd aan het waterbewustzijn. Daarnaast spelen thema’s zoals de aanpak van droogte, grondwateroverlast, het schoon houden van water, hittestress en klimaatadaptatie in relatie tot ruimtelijke herinrichting een steeds belangrijkere rol. Om onze omgeving leefbaar te houden zijn ingrepen nodig op openbaar en op particulier terrein. Hiervoor is draagvlak nodig. Draagvlak wat begint bij een proces van bewustwording, groeit via bewust zijn en voldoende stevig is om over te gaan tot bewust handelen.
Ambitie We laten inwoners en bedrijven weten wat we als waterpartners doen om de omgeving waterrobuust te maken en wat we bijdragen aan klimaatbestendigheid. Ook laten we ze weten welke bijdrage ze zelf kunnen leveren. Van stakeholder naar shareholder voor een klimaatadaptief Brunssum in 2050. Voor (ver)nieuwbouw en nieuwe verharding houden we minimaal een stand-still situatie aan. Het aangekoppeld verhard oppervlak mag zeker niet groter worden. Strategie Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
21 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
In het Integraal Waterplan hebben we gezamenlijk afgesproken om afkoppelen van regenwater te stimuleren en een watercampagne te voeren. Deze stimuleringsregeling gaat 1 juni 2019 van start. Campagne Waterbewust Parkstad We gaan de slag met een communicatiecampagne ’Waterbewust Parkstad’. Hiervoor stellen we een gezamenlijke communicatiestrategie op en één centrale boodschap en haken hierbij aan bij het online communicatieplatform www.waterklaar.nl en de watercampagne ‘Waterklaar’. We formeren een redactieteam met een jaarlijks roulerend voorzitterschap van twee gemeenten (tevens trekkers van het onderwerp).
4.3
Wettelijke zorgplichten
Conform de Wet milieubeheer en de Waterwet hebben gemeenten drie wettelijke zorgplichten: afval-, hemelen grondwater. Deze paragraaf beschrijft op welke wijze we hier invulling aan geven. Ambitie Als regio en als gemeente willen we op planmatige en doelmatige wijze invulling blijven geven aan onze zorgplichten. Deze werkwijze dient te leiden tot minder (meer)kosten, kwaliteitsverbetering, vermindering van de kwetsbaarheid en kennisuitwisseling met waterpartners. Vanwege de in het Integraal Waterplan omschreven ambities gaan we bij de invulling van de zorgplichten op bepaalde onderdelen verder dan het wettelijke minimum.
4.3.1
Zorgplicht afvalwater
Wettelijke taak Art. 10.33 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt.
De (verantwoordelijkheid voor de) zorgplicht voor het (stedelijk) afvalwater ligt bij de gemeente. De gemeente heeft een resultaatsverplichting om het geproduceerde afvalwater in te zamelen en af te voeren naar de overnamepunten van het waterschap. Vanaf de overnamepunten neemt het waterschap de transportzorgplicht over richting de afvalwaterzuivering. De zuivering van het afvalwater is de taak van het waterschap. Strategie Inzamelen en transporteren afvalwater Binnen de gemeente liggen 7 IBA’s en 9 pompjes van drukriolering. Alle percelen waar afvalwater vrij komt zijn aangesloten op (druk)riolering of een voorziening met een vergelijkbaar alternatief (bv. IBA). Dit betekent dat er geen ongezuiverde afvalwaterlozingen meer plaatsvinden. Nieuwe riolering wordt aangelegd volgens de geldende richtlijnen. Voor nieuwe ontwikkelingsgebieden binnen de bebouwde kom betekent dit in principe een (verbeterd) gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in/uitbreidingen kan afvalwater aangesloten worden op het bestaande (gemengde) systeem. In het buitengebied wordt (het afvalwater van) nieuwbouw in principe aangesloten op drukriolering of een vergelijkbaar alternatief (Individueel Behandeling Afvalwater, IBA). De lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. We behandelen bedrijven binnen onze regio alsof zij huishoudelijk afvalwater aanleveren. Hiervoor geldt het Activiteitenbesluit.
Wanneer ze afvalwater van een andere samenstelling aanbieden aan het stelsel, worden hierover afspraken gemaakt met het bedrijf. Hierbij is sprake van maatwerk. Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
22 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Voorkeursvolgorde omgang met afvalwater Voor een duurzame verwerking van (bedrijfsmatig) afvalwater hanteren we onderstaande voorkeursvolgorde (conform landelijk beleid): 1. We beperken of voorkomen het ontstaan van afvalwater; 2. We beperken of voorkomen verontreiniging van afvalwater; 3. We houden afvalwaterstromen gescheiden; 4. We transporteren huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi); 5. We hergebruiken ander afvalwater dan bedoeld onder 4 (zo nodig na zuivering aan de bron); 6. We brengen ander afvalwater dan bedoeld onder 4 (in de praktijk dus vooral hemelwater) lokaal terug in het milieu (zo nodig na zuivering aan de bron); 7. We zamelen ander afvalwater dan bedoeld onder 4 in als stedelijk afvalwater en transporteren dit naar een rwzi. Afvalwater kan worden ingedeeld in drie categorieën. Op basis van de voorkeursvolgorde zijn de lozingsroutes weergegeven in Tabel 5. Afhankelijk van de lozingsroute kunnen (maatwerk)voorschriften aan de orde zijn vanuit lozingenbesluiten, de Keur en/of beleidsregels. Tabel 5 - lozingsroutes afvalwater
Categorie afvalwater
Lozingsroutes
Huishoudelijk afvalwater en, qua Lozing via een vuilwater/gemengd biologische afbreekbaarheid, riool naar de RWZI vergelijkbaar afvalwater
Schoon’ afvalwater, zoals afstromend hemelwater, grondwater en koelwater
Overig afvalwater, ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten
4.3.2
a.
Hergebruiken
b.
Eventuele zuivering afvalwater
c.
Lozen naar de bodem
d.
Lozen naar oppervlaktewater
e.
(Lozen naar riolering)
a.
Hergebruiken
b.
Eventuele zuivering afvalwater
c.
Lozen naar de bodem
d.
Lozen naar oppervlaktewater
e.
Lozen naar riolering
Toelichting De RWZI is ontworpen voor de zuivering van dit type afvalwater. Dit geldt o.a. ook voor afvalwater uit de voedingsmiddelenindustrie. Lozing van ‘dun’ water heeft een nadelige werking op de RWZI. Bovendien is het transport naar de RWZI niet duurzaam (energie) en kan het ‘dun’ water leiden tot extra overstorten van gemengde riolering. Hergebruik en/of lokale verwerking zijn het uitgangspunt. Alleen in uitzonderingsgevallen is lozing naar de riolering toegestaan. Samenstelling afvalwater komt niet overeen met huishoudelijk afvalwater. Als lozingsopties a t/m d redelijkerwijs niet mogelijk zijn, dan wordt lozing naar riolering overwogen.
Zorgplicht hemelwater
Wettelijke taak art. 3.5 Waterwet 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
23 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk.
Met betrekking tot de omgang met afstromend hemelwater van daken en particuliere terreinverharding ligt de verantwoordelijkheid primair bij de perceeleigenaar. Dit betekent dat de eigenaar van een perceel zelf het hemelwater dat op het perceel valt binnen de perceelsgrenzen moet verwerken. Als van de perceeleigenaar redelijkerwijs niet kan worden vereist dat het afvloeiend hemelwater op eigen perceel wordt verwerkt, zorgen we voor een geschikte voorziening voor de afvoer van het hemelwater. Deze primaire verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar geldt vooral in nieuwe situaties. Bij (ver)nieuwbouw is de initiatiefnemer gebonden aan het volgen van de Watertoets. Bij nieuwbouw dient de particulier het overtollig hemelwater altijd gescheiden van het afvalwater aan te bieden. Strategie Voorkeursvolgorde omgang met hemelwater Voor een duurzame verwerking van hemelwater hanteren we onderstaande voorkeursvolgorde (conform landelijk beleid): Waterkwantiteitstrits
Vasthouden
Bergen
Afvoeren
Bijv. toepassen van een infiltratievoorziening, doorlatende verharding of groene daken.
Waterkwaliteitstrits
Schoonhouden
Bijv. opvangen van hemelwater in een decentrale berging.
Bijv. met een apart hemelwaterriool afvoeren naar oppervlaktewater.
Bijv. geen uitlogende bouwmaterialen toepassen, geen afstroming van hemelwater over verontreinigde oppervlakken.
Scheiden
Bijv. scheiden van schone en vuile waterstromen in een apart systeem.
Schoonmaken
Bijv. toepassen bodempassage om afstromend hemelwater te zuiveren.
In lijn met het hemelwaterbeleid van het waterschap streven we in de regio Parkstad naar een volledig gescheiden inzameling, hergebruik en verwerking van afval- en hemelwater, indien de lokale situatie dit toelaat. We infiltreren het hemelwater bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de plaats waar het valt, eventueel na tijdelijke berging, in de bodem. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, voeren we het hemelwater na tijdelijke berging geknepen af naar het oppervlaktewater. Als tot slot ook afvoer naar het oppervlaktewater niet mogelijk is, transporteren we het hemelwater naar de RWZI, middels een geknepen constructie met een buffer. Duurzame omgang met hemelwater We behandelen inbreidings- en herstructureringsprojecten net zoals een nieuwbouwlocatie. De mogelijkheden van het verwerken van het hemelwater in deze gebieden hangt van vele factoren af, zoals: type riolering in de nabije omgeving waarop aangesloten moet worden, de beschikbaarheid van oppervlaktewater, de grondwaterstand, de omvang van de inbreiding en eventueel sociale aspecten. In de nieuwe Keur (ter inzage op moment van schrijven) worden de regels voor het lozen van regenwater bij de realisatie van verharde terreinen en gebouwen aangescherpt. Vanwege de klimaatverandering en het voorkomen van wateroverlast is het nodig om bij deze ontwikkelingen fors meer buffercapaciteit te vragen.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
24 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Figuur 5. Gecreëerde berging ten behoeve van de opvang van hemelwater.
De ontwerpbui voor het bepalen van de inhoud van bergingen voor nieuwe ontwikkelingen wijzigt van een bui met een herhalingstijd van eenmaal per 25 jaar naar een bui met een herhalingstijd van eenmaal per 100 jaar (gemiddeld klimaatscenario 2050). Voor Midden-Limburg dient daarbij een buiduur van één dag te worden gehanteerd, zijnde 100 mm. Voor het heuvelland geldt in afwijking hiervan bij maatwerk een buiduur van twee uur, zijnde 80 mm. In het heuvelland is een korte bui immers meer bepalend voor de benedenstroomse belasting dan een langdurige bui. De gemeente Brunssum hanteert in afwijking van het voorgaande 35 mm met een doorkijk van 50 mm.
Afkoppelen Afkoppelen is één van de manieren om te komen tot een duurzame waterhuishouding en waterketen. Duurzaamheid wordt daarbij gedefinieerd als oplossingen met zo min mogelijk negatieve en zo veel mogelijk positieve effecten voor het milieu tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De belangen om te kiezen voor afkoppelen zijn gedeelde belangen tussen gemeenten en waterschap. Het is een evenwicht tussen enerzijds de werking van de zuivering en het hydraulisch functioneren van het gemeentelijk rioolstelsel. Per situatie maken we een afweging wat de meest doelmatige en duurzame omgang met hemelwater is. We kiezen waar technisch en financieel mogelijk of kostenefficiënt voor afkoppelen als werk met werk kan worden gemaakt, hydraulische knelpunten kunnen worden opgelost, afkoppelen bijdraagt aan klimaatbestendigheid, uitbreiding van de zuiveringscapaciteit kan worden voorkomen en/of nieuwe afvalwaterlozingen kunnen worden gecompenseerd. Omdat afkoppelen ook bijdraagt aan een meer bewuste en duurzame omgang met water en een leefbare omgeving is dit een extra argument in de afweging. In onze gemeente koppelen we af met de volgende randvoorwaarden: • • • •
We koppelen bij voorkeur zichtbaar en oppervlakkig af, daarna infiltreren we het hemelwater Particulieren en bedrijven dragen de kosten voor de verwerking van het hemelwater op eigen terrein; De gemeente voert in principe geen afkoppelwerkzaamheden uit op het terrein van derden. Als kansen zich voordoen kan dat wel. Het uitgangspunt is: zo min mogelijk buizen de grond in. Wanneer oppervlakkig afkoppelen echter niet mogelijk is, dan zijn infiltratiesystemen of een gescheiden afvoer naar oppervlaktewater mogelijkheden die bekeken worden.
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
25 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Wij stimuleren het hergebruik van hemelwater op eigen terreinen, zoals een blusvijver vullen met hemelwater, auto’s wassen met hemelwater, regentonnen in tuinen en dergelijke. Dit doen wij door het geven van voorlichting en subsidie. Bescherming tegen wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is kan het voorkomen dat water op straat optreedt. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in hinder en overlast. • •
Hinder: Water op straat, onder drempelniveau Overlast: Waterschade als gevolg van water vanuit stedelijk gebied dat over de drempel binnenstroomt of op perceelsniveau.
In geval van hinder treffen we niet direct maatregelen. We doen een beroep op het acceptatievermogen van de burgers en aanpassing van hun gedrag (o.a. rustig rijden om te voorkomen dat water op straat de woningen instroomt). In geval van overlast als gevolg van een onvoldoende afvoercapaciteit van de riolering met een frequentie van optreden van ca. 1x per 2 jaar (bui 8) onderzoeken we als gemeente oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Het optreden van schade vinden we niet acceptabel. Om het hydraulisch functioneren van bestaande en nieuwe rioolstelsels te volgen en te beoordelen voeren we modelberekeningen uit. Op basis hiervan kunnen we inspelen op de toename van meer extreme buien. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van verbeteringsmaatregelen of het aanpassen van ontwerpen. Uitgangspunt is dat bui 08 niet tot water op straat leidt, tenzij hier de openbare ruimte op is ingericht. Dit is een landelijk gedefinieerde ontwerpbui (Kennisbank Stedelijk Water) welke een frequentie van voorkomen heeft van eenmaal per 2 jaar. Om het stelselgedrag bij extremere buien te toetsen beoordelen we ook de effecten van bui 9. Dit is een landelijk gedefinieerde toetsbui (Kennisbank Stedelijk Water) welke een frequentie van voorkomen heeft van eenmaal per 5 jaar.
Bij voorkeur bergen we het overtollige water (ten opzichte van bui 08) bovengronds, bijvoorbeeld in het wegprofiel. Op locaties waar dit niet kan streven we ernaar om ook bui 9 volledig ondergronds te verwerken. Hinder bij bui 9 achten we dus acceptabel. Overlast bij bui 9 willen we wel zo veel mogelijk vermijden. Omdat rekenmodellen de werkelijke situatie benaderen maar niet volledig kunnen nabootsen is de situatie in praktijk leidend bij de afweging om in te grijpen.
4.3.3
Zorgplicht grondwater
Wettelijke taak art. 3.6 Waterwet 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de beheerder of de provincie behoort.
De grondwaterstand is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig te sturen. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Dit betekent dat we aanspreekbaar zijn voor grondwaterproblemen, maar niet dat wij ook aansprakelijk zijn, mits we ons hebben ingespannen conform eigen beleid. Als gemeente zijn we het eerste aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven die vragen en/of klachten hebben over grondwater. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het tegengaan van grondwateroverlast en/of –onderlast. Dit geldt ook voor funderingsproblemen. Ondergrondse verblijfsgebieden van panden, in een kelder of een souterrain, moeten volgens de bouwregelgeving waterdicht zijn. Van de perceeleigenaar verwachten wij dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
26 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander; particulier of overheid. Dat geldt ook voor woningen/gebouwen met diepe kelders. Strategie Voorkeursvolgorde omgang met grondwater Ons grondwaterbeleid is erop gericht om zo min mogelijk de natuurlijke grondwaterstand te beïnvloeden, ofwel een zogenoemde hydrologisch neutrale inrichting. Indien toch overtollig grondwater moet worden afgevoerd voor het verkrijgen van de benodigde ontwateringsdiepte kiezen we ervoor om het grondwater niet af te voeren via de riolering naar de RWZI, maar naar nabij gelegen oppervlaktewater (eventueel via de RWA-riolering) of op een geschikte locatie weer in de bodem te infiltreren. Gewenste ontwateringsdiepten Vanzelfsprekend is het beter om grondwaterproblemen te voorkómen dan om de ontstane overlast of onderlast te moeten beperken. Via het instrument van de watertoets (waterparagraaf in bestemmingsplan), de bouwverordening en eventueel via het programma van eisen van de Openbare Ruimte geven we (in samenwerking met het waterschap) actief sturing aan het proces van bouwrijp maken. Daarbij speelt de gewenste ontwateringsdiepte een rol. Bij inbreidingen sturen we hierop door voorwaarden te verbinden aan de bouwvergunning.