Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Raadsvergadering van 22 juni 2021
1 2
Opening en presentie Vaststelling agenda Wegens het staken van de stemmen in de raadscommissie R&T d.d. 1-6-2021 zijn conform artikel 16, lid 1 van het RvO voor de raadscommissies de verschillende standpunten te beluisteren m.b.t. agendapunt 4 Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) 2022-2025; Gemeenteblad 2021/34 via de link https://www.youtube.com/watch?v=czr7ZQ7P1tY. Op 7 juni heeft het college verzocht om het voorstel MOP-OR terug te mogen nemen en behandeling ervan door te schuiven naar oktober. Het voorstel wordt dan opnieuw via de commissie aan de raad aangeboden. De burgemeester zal ter vergadering e.e.a. toelichten; het is dan aan de gemeenteraad om te besluiten. De stukken, zoals aangeboden aan de commissie R&T, zijn bijgevoegd. Raadsvoorstel 34 Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) 2022-2025.docx Raadsvoorstel 34 (bijlage) Beleidsplan Openbare Verlichting 2008-2010.pdf Raadsvoorstel 34 (bijlage) Gemeentelijk Watertakenplan Brunssum 2020-2024.pdf Raadsvoorstel 34 (bijlage) Groenstructuurplan 2003.pdf Raadsvoorstel 34 (bijlage) MOP Openbare Ruimte 2022-2025.pdf Raadsvoorstel 34 (bijlage) Verkeersveiligheidsplan 2010-2020.pdf
3 4 5
Spreekrecht burgers Vragenuur raadsleden Vaststellen besluitenlijst(en) raadsvergadering(en) d.d. 8-6-2021; Gemeenteblad 2021/61 Besluitenlijst 8-6-2021.docx Raadsbesluit 61 Besluitenlijst raadsvergadering 8-6-2021.pdf
6
Rd4 jaarrekening 2020, begroting 2022 en meerjarenraming; Gemeenteblad 2021/52 (versie 2) Weth. Mertens Raadsvoorstel 52 (versie 2) GR Rd4 Jaarrekening 2020 en Begroting 2022.docx Raadsvoorstel 52 (bijlage) Rd4 aanbiedingsbrief begrotingen aan raad,nr. 1069044..pdf Raadsvoorstel 52 (bijlage) Rd4 begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023 - 2025 (GR),nr. 106866.pdf Raadsvoorstel 52 (bijlage) Rd4 ontwerpbegroting 2022 (geconsolideerd), nr. 1068671.pdf Raadsvoorstel 52 (bijlage) Rd4 jaarrekening 2019 (geconsolideerd), nr. 985494.pdf Raadsvoorstel 52 (bijlage) Rd4 jaarrekening 2019 (GR), 1069341.pdf 20210622 Amendement RD4.docx Raadsbesluit 52 (versie 3 incl. amendement) Rd4 jaarrekening 2020 en begroting 2022.pdf
7
GGD zl. Begroting 2022; Gemeenteblad 2021/49 Weth. L'Espoir Raadsvoorstel 49 GGD Zuid Limburg Begroting 2022.docx Raadsvoorstel 49 (bijlage) begroting 2022 GGD Zuid Limburg.pdf Raadsvoorstel 49 (bijlage) berekening inwonersbijdrage 2022 programma GGD ZL.pdf Raadsvoorstel 49 (bijlage) berekening inwonersbijdrage 2022 programma Veilig Thuis.pdf Raadsvoorstel 49 (bijlage) financiële paragrafen.pdf Raadsvoorstel 49 (bijlage) het bestuurlijk document JGZ in Zuid-Limburg, de toekomst start vandaag.pdf Raadsvoorstel 49 (bijlage) Inwonerbijdrage gemeenten verhoging begroting JGZ 2022.pdf Raadsvoorstel 49 (bijlage) jaaroverzicht 2020 GGD Zuid Limburg.pdf Amendement zienswijze GGD begroting 2022.doc Raadsbesluit 49 (versie 2 incl. amendement) GGD zl. Begroting 2022.pdf
8
1e Bestuursrapportage 2021 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2021/51 Weth. Houben
Raadsvoorstel 51 1e bestuursrapportage 2021 gemeente Brunssum.docx Raadsvoorstel 51 (bijlage) 1e bestuursrapportage 2021 gemeente Brunssum.pdf Schriftelijke antwoorden 1e Berap 2021 plus restant jaarstukken 2020.xlsx Raadsbesluit 51 1e Bestuursrapportage 2021 gemeente Brunssum.pdf 9
Inlichtingen artikel 43 brieven Overzicht artikel 43 brieven raadsvergadering 22-6-2021.pdf
10 10.1
Moties vreemd aan de orde van de dag Motie "Eerlijke Energietransitie" fracties SP, PvdA en CDA De motie wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 6 juli 2021 22-6-2021 Motie Eerlijke Energietransitie SP, PvdA en CDA.docx
10.2
Moties "zonnepanelen C2000" en "zonnepanelen" fractie CDA 22-6-2021 Motie zonnepanelen C2000 CDA.doc 22-6-2021 Motie zonnepanelen CDA.doc
10.3
Motie "EHBO reanimeren in VO" fracties VVD, SP en CDA VVD Motie Vreemd aan de orde van de dag EHBO reanimeren in VO.pdf
11 12
Bekrachtiging geheimhouding Sluiting
2 Vaststelling agenda 1 Raadsvoorstel 34 Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) 2022-2025.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder
: : : :
13 april 2021 1065285 2021/34 Openbare ruimte
: J. Maessen : 045-5278675 jef.maessen@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 1065285 Portefeuillehouder : J.M.V.L. Mertens Raadsverg. d.d. : 8 juni 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) 2022-2025 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Het beheer en de instandhouding van de openbare ruimte en de boven- en ondergrondse infrastructuur behoren tot de kerntaken van de lokale overheid. Gelet op het aanzienlijke areaal aan wegen, riolering en groen zijn met deze zorgtaak aanzienlijke kosten gemoeid, zowel voor wat betreft het dagelijks beheer en onderhoud als ook de instandhouding (reparatie en vervanging). b. Huidige situatie/probleemstelling Teneinde in meerjarenperspectief begrotingstechnisch inzicht te verkrijgen in de structurele uitgaven voor het beheer en de instandhouding van de openbare ruimte binnen het grondgebied van de gemeente, is het vereist een Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) op te stellen. Het MOP Openbare Ruimte 2022-2025 wordt de Raad ter besluitvorming aangeboden in de raadsvergadering van juni 2021. Dit is nog tijdig om de financiële consequenties van dit plan in de begroting 2022 mee te nemen. 3. Gewenste situatie (WAT?) a.
Wat willen we bereiken? Eerste doel is om de openbare ruimte op het kwaliteitsniveau te houden zoals bedoeld in de Strategische Visie Brunssum 2025 en in het Coalitieprogramma Brunssum 2018-2022. Tevens is het doel van het MOP-OR om te komen tot een afgewogen en evenwichtig uitgavenpatroon op langere termijn. Ten principale wordt met deze aanpak gekozen voor planmatig onderhoud, uitgaande van een gelijkmatig uitgavenpatroon in meerjarenperspectief. Vanuit deze benadering vormt het MOP-OR het meerjarig financieel kader waarbinnen uitgaven en investeringen kunnen worden gepleegd voor zowel het beheer en onderhoud als de instandhouding van de openbare ruimte, zodat een consistente uitvoering van deze zorgtaak kan plaatsvinden. Eventuele restbudgetten in enig jaar worden alsdan gestort in een egalisatiereserve MOP-OR. Eventuele restantkredieten worden meegenomen naar het volgend jaar. b. Kaders Wettelijke regelgeving ten aanzien van boven- en ondergrondse infrastructuur Strategische Visie Brunssum 2025 Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van de Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW).
1 van 3
c. Argumenten en overwegingen Het nieuwe MOP-OR 2022-2025 heeft een ander (hoger) kostenplaatje dan het vorige MIP-OR 2018-2021. Het vorige MIP-OR is destijds vertaald in de toenmalige begroting. De cijfers daarvan zijn in de begroting 2021 overgenomen. De verhogingen van het MOP-OR 2022-2025 worden voorlopig niet meegenomen. Indien er gedurende enig jaar een tekort blijkt, worden de extra benodigde middelen meegenomen via de reguliere P&Ccyclus (berap's en jaarrekening). Daarnaast wordt de raad na 1 en na 3 jaar geïnformeerd via een raadsinformatiebrief, waarin de prognose versus realisatie toegelicht wordt, zowel qua geprognosticeerd werk en de realisatie van de kosten, hierbij worden de aanbestedingsvoordelen ook expliciet benoemd. Voorts wordt er na 2 jaar een volledige evaluatie voorgelegd aan het college en de raad en wordt een bijgesteld MOP-OR aangeleverd. d. Opties 1. Voor het hele openbaar gebied te kiezen voor kwaliteitsniveau CROW B 2. Winkelcentra worden in de toekomst beheerd op kwaliteitsniveau A in plaats van B. Dat betekent onder andere hogere frequenties voor reiniging, meer onderhoud aan de groenvoorzieningen en meer aandacht voor het straatwerk. Extra kosten: € 127.255 per jaar. 3. De openbare ruimte wordt in de toekomst beheerd op kwaliteitsniveau C in plaats van B. Er wordt minder onderhoud gepleegd.
Voor een aantal elementen is dit mogelijk, terwijl dat voor andere elementen niet mogelijk is. In zijn algemeenheid kan zelfs worden gesteld dat uit een verlaging naar kwaliteitsniveau C een verhoogd risico volgt op vervroegde vervanging, met name bij wegen. Het kostenvoordeel op de korte termijn leidt tot vernietiging van kapitaalgoed. De herstelkosten bedragen vervolgens een veelvoud van de besparingen op de korte termijn. Uitblijven van noodzakelijke vervanging heeft bovendien een nadelig effect op de verkeersveiligheid en aansprakelijkheden. Daarnaast verslechterd de kwaliteit van de leefomgeving en gaat het woongenot achteruit. Voor de korte termijn is een besparing berekend ad € 308.124 per jaar Voor de lange termijn extra kosten ad € 1.085.765 per jaar e.
Keuze - Het Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) 2022-2025 als gemeentelijk beleidsplan vast te stellen. - Voor het hele openbaar gebied te kiezen voor kwaliteitsniveau CROW B - Vooralsnog in dit gemeentelijk beleidsplan de lijn te volgen om speeltoestellen die aan het einde van hun levensduur zijn niet meer te vervangen. - Financiële beslispunten o.a.: · De extra gevraagde middelen vooralsnog niet meenemen in de begroting (dit is een beslaglegging op de vrije ruimte voor de toekomst); · Indien er gedurende enig jaar een tekort aan middelen blijkt, worden de extra benodigde middelen meegenomen via de reguliere P&C-cyclus (berap's en jaarrekening).
4. Bijlagen - MOP Openbare Ruimte 2022-2025 (1065359) - Verkeersveiligheidsplan 2010-2020 (1065361) - Beleidsplan Openbare Verlichting 2008-2010 (1065363) - Groenstructuurplan 2003 (1065370) - Gemeentelijk Watertakenplan Brunssum 2020-2024 (1065371) Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
2 van 3
Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/34 Afdeling : Openbare ruimte Registratiekenmerk : 1065285
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/34; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 april 2021, afdeling Openbare ruimte; gelet op het bepaalde in de gemeentewet; Besluit: - Het Meerjarig Onderhoudsplan Openbare Ruimte (MOP-OR) 2022-2025 als gemeentelijk beleidsplan vast te stellen. - Voor het hele openbaar gebied te kiezen voor kwaliteitsniveau CROW B - Vooralsnog in dit gemeentelijk beleidsplan de lijn te volgen om speeltoestellen die aan het einde van hun levensduur zijn niet meer te vervangen. - Financiële beslispunten o.a.: · De extra gevraagde middelen vooralsnog niet meenemen in de begroting (dit is een beslaglegging op de vrije ruimte voor de toekomst); · Indien er gedurende enig jaar een tekort aan middelen blijkt, worden de extra benodigde middelen meegenomen via de reguliere P&C-cyclus (berap's en jaarrekening).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
Voorzitter
griffier
3 van 3
1 Raadsvoorstel 34 (bijlage) Beleidsplan Openbare Verlichting 2008-2010.pdf
Beleidsplan Openbare Verlichting 2008-2010
28-08-2008
INHOUDSOPGAVE
1. 2.
SAMENVATTING INLEIDING FUNCTIE VAN DE OPENBARE VERLICHTING 2.1 Doel van de Openbare Verlichting 2.2 Sociale veiligheid 2.3 Verkeersveiligheid 2.4 Leefbaarheid en ruimtelijke inrichting WET EN REGELGEVING 3.1 Aansprakelijkheid Burgerlijk Wetboek 3.2 Normen 3.3 Politiekeurmerk Veilig Wonen Betekenis van de normen en aanbevelingen 3.4 HUIDIG BELEID 4.1 Algemeen Situatie gemeente Brunssum 4.2 Onderhoud 4.3 Standaardisatie verlichtingsmiddelen 4.4 Eigendomsverhouding Openbare Verlichting 4.5 Reclame aan lichtmasten 4.6 Verlichting van Kunstwerken/Monumenten 4.7 OVERIGE BELEIDSASPECTEN 5.1 Milieu 5.2 Energie 5.3 Openbaar Groen ACTUELE SITUATIE 6.1 Uitgangspunten en aanbevelingen OV-nota 2000 6.2 Plan van aanpak 6.3 Stand 2001 6.4 Stand 2008 6.5 Gerealiseerde energiebesparingen GEWENSTE SITUATIE 7.1 Kwaliteitscriteria voor de Openbare Verlichting 7.2 Verlichtingsfunctie in relatie tot wegcategorieën 7.3 Openbare ruimte derden 7.4 Lampsoorten/lichtkleur 7.5 Tijdstip van de verlichting 7.6 Verbeterpunten gemeente Brunssum PLAN VAN AANPAK EN BENODIGD BUDGET 8.1 Inleiding 8.2 Huidige kosten 8.3 Streefbeeld en noodzakelijke investeringen 8.4 Effecten op de exploitatiekosten BELEIDSAANBEVELINGEN BIJLAGEN
3 4 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 9 9 10 11 11 12 13 14 15 15 16 16 16 17 18 18 19 19 20 21
Samenvatting Op grond van het in 1992 verschenen nieuwe Algemeen Burgerlijk Wetboek is de gemeente verantwoordelijk voor de openbare veiligheid en dus ook voor een goede Openbare Verlichting. In dat kader is het van belang dat het beleid voor Openbare Verlichting in een beleidsplan wordt vastgelegd en dat dit plan gelijktijdig met het MIP-OR wordt geactualiseerd. In een overeenkomst is met Essent Lighting vastgelegd op welke wijze preventief, curatief en projectmatig onderhoud wordt uitgevoerd. Het juridisch eigendom van de openbare verlichting ligt bij Essent Lighting. De gemeente is economisch eigenaar. In 2001 waren er nog geen normen. Wel had de NSvV een aantal aanbevelingen opgesteld. Deze zijn inmiddels vervat in de NPR13201-lnorm. Deze norm wordt in Brunssum toegepast. Conform het huidige beleid brand de openbare verlichting de hele nacht met uitzondering van verkeerswegen, waar 50% van de verlichting in de nachtelijke uren uitgeschakeld wordt. Tussen 2001 en heden: zijn alle gemeentelijke achterpaden voorzien van OV is het aantal masten met 959 stuks (20%) toegenomen is het aantal armaturen met 1038 stuks (21 %) toegenomen is het opgesteld vermogen met 21 kW (7%) afgenomen Vanaf 2007 zal een bedrag in het MIP-OV fonds gestort worden, echter vanaf 2016 zal onttrekking aan datzelfde fonds plaatsvinden.
Na vaststelling vormt dit beleidsplan het kader waarbinnen aanleg en onderhoud zal plaats vinden voor de huidige MIP-OR periode, te weten 2007-2010.
INLEIDING Openbare Verlichting staat volop in de belangstelling. Veiligheid op straat, leefbaarheid, beheersing van kwaliteit en kosten vragen om een helder beleid. Daarnaast doen zich belangrijke veranderingen in de markt van de Openbare Verlichting voor. De gemeente krijgt niet alleen meer keus maar ook meer verantwoordelijkheid. In 1992 werd het nieuwe Burgerlijk Wetboek van kracht. Daarin werd onder meer bepaald dat voortaan de verantwoordelijkheid voor de weg bij de wegbeheerder ligt, dus ook die voor de Openbare Verlichting. Een goede verlichting verbetert de kwaliteit van de openbare ruimte en is sfeerbepalend, of anders gezegd, kan een stad als Brunssum er mooier uit laten zien. De burger verlangt van de gemeente dat zij zorgt voor een veilige woonomgeving. Met name bij duisternis kan de Openbare Verlichting daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Toch zijn wij ons hiervan nauwelijks bewust. De noodzaak van een goede Openbare Verlichting wordt pas duidelijk wanneer deze, om wat voor reden dan ook, niet meer goed functioneert. Pas dan blijkt dat er zonder Openbare Verlichting van veiligheid op straat absoluut geen sprake meer is. In de hoofdstukken 1 t/m 5 wordt de functionaliteit, wet en regelgeving en het huidig beleid van de openbare verlichting beschreven.
In hoofdstuk 6 “de actuele situatie”vindt u in overzichten en tabellen betreffende aantallen lichtmasten/armaturen het energieverbruik en het opgesteld vermogen van de situatie in 2001 en 2007. In hoofdstuk 7 en 8 wordt aangegeven hoe we verder willen met de openbare verlichting en zowel de benodigde alsook de beschikbare budgetten voor de realisering van de gewenste situatie. In hoofdstuk 9 worden beleidsaanbevelingen gedaan voor de looptijd van het plan. Voor u ligt thans de OV-nota 2008-2010. De consequenties zijn verwerkt in het MIP 2007-2010.
HOOFDSTUK 2 DE FUNCTIE VAN DE OPENBARE VERLICHTING 2.1
Doel van de Openbare Verlichting
In de veranderende samenleving van een 12 uurs samenleving naar een 24 uurs samenleving is de Openbare Verlichting een steeds grotere rol gaan spelen. Voorheen had de Openbare Verlichting tot doel, het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren. Momenteel wordt er verwacht dat de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid ’s avonds en ’s nacht hetzelfde is als overdag. Een goede kwaliteit van de Openbare Verlichting is hierdoor van groot belang. functies van de openbare verlichting
I sociale veiligheid
verkeersveiligheid
veilig gevoel bij burger
vlotte en veilige afwikkeling verkeer lage risicoaansprakelijkheid
leefbaarheid esthetica
I
kwaliteit van de openbare verlichting
2.2
I
sfeer: lichtkleur vormgeving
T
Sociale veiligheid
In een sociaal veilige omgeving kan iedereen zich vrij bewegen, zonder zich bedreigd te voelen. Daarbij is onderscheid te maken tussen objectieve onveiligheid (de criminaliteit die werkelijk plaatsvindt en dus ook meetbaar is) en subjectieve onveiligheid (de gevoelens van angst en onveiligheid die bij de bevolking leeft). Sociale veiligheid heeft te maken met alle (semi-) openbare ruimten waar mensen verblijven. Verlichting en sociale veiligheid staan in nauwe relatie tot elkaar. Een goede en gelijkmatige verlichting met goede kleurweergave geeft de mogelijkheid ook bij duisternis mensen te herkennen.
2.3
Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheid heeft te maken met de mate waarin weggebruikers (automobilisten, bromfietsers, fietsers en voetgangers) inzicht krijgen in de wegsituatie en het verloop van de weg. Ook moeten weggebruikers zijwegen, verkeersobstakels en dergelijke kunnen waarnemen, zodat de kans op ongelukken kleiner wordt. Met name bij ingewikkelde situaties zoals kruispunten, verkeerspleinen, rotondes, wegversmallingen en verkeersdrempels is dit van belang. Duisternis verhoogt de risico' s in het verkeer. De Openbare Verlichting maakt bij duisternis de wegsituatie en het wegverloop zichtbaar.
2.4
Leefbaarheid en ruimtelijke inrichting
Leefbaarheid heeft betrekking op het bevorderen van de herkenbaarheid/sfeer of het benadrukken van het bijzondere karakter van de openbare ruimte. De sfeerbeleving wordt benadrukt door de gekozen lichtkleur en materiaalkeuze en vormgeving van de lichtmasten en armaturen. Het eventueel mee verlichten van bomen, monumenten of gevels kan hier ook een bijdrage in leveren. Vermeden moet worden dat verblinding van weggebruikers of hinderlijke instraling in woningen ontstaat.
2ÜIT
HOOFDSTUK 3 WET EN REGELGEVING 3.1
Aansprakelijkheid wegbeheerder Burgerlijk Wetboek
Op basis van de in 1992 verschenen nieuwe versie van het Burgerlijk Wetboek is de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk voor schade als de weg, inclusief de Openbare Verlichting, niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert. Vóór 1992 diende de benadeelde aan te tonen dat de wegbeheerder in verwijtbare zin nalatig of onzorgvuldig was geweest. Onder het nieuwe recht hoeft de weggebruiker niet meer de schuld van de wegbeheerder maar slechts de gevaarlijke toestand van de weg(uitrusting) en het daardoor intreden van het gevaar aan te tonen. Hoewel wettelijk niet is vastgelegd aan welke kwaliteit de Openbare Verlichting moet voldoen, mag verwacht worden dat indien de weg overdag geen gevaar oplevert, het gevaar ‘s nachts mede veroorzaakt kan worden door ondeugdelijke verlichting. Gezien het bovenstaande is het goed een vastgestelde OV-nota te hebben en deze periodiek te actualiseren.
3.2
Normen
Momenteel is er geen bindende wet- en regelgeving op het gebied van Openbare Verlichting. Met andere woorden, de individuele gemeente moet het openbare verlichtingsbeleid grotendeels zelf vormgeven. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) heeft de normen NPR13201-1 opgesteld. Dit in samenwerking met het Nederlands Normalisatie-instituut. Deze norm wordt door veel gemeenten toegepast. De norm richt zich, op basis van de functies en kenmerken van de openbare ruimte, op de kwaliteit van de verlichting. De kwaliteitseisen hebben onder andere betrekking op de verlichtingssterkte en de gelijkmatigheid van de verlichting. Al naar gelang het soort openbare ruimte ligt de nadruk op bepaalde kwaliteitscriteria. Voor verlichtingsmiddelen zoals masten en armaturen gelden wel Europese Normen.
3.3
Politiekeurmerk Veilig Wonen
Het Keurmerk Veilig Wonen is een initiatief vanuit de politieorganisatie ter voorkoming van criminaliteit in de woonomgeving. Essentie van dit keurmerk is dat de veiligheidssituatie van een wijk al in een vroeg stadium wordt beoordeeld. Naast een pakket van maatregelen die betrekking hebben op de woningen, worden ook eisen gesteld aan de kwaliteit van de verlichting van de openbare- en semi-openbare ruimten (achterpaden). Het keurmerk, omvattende een drietal deelcertificaten, wordt afgegeven voor zowel bestaande als nieuwbouwwoningen welke voldoen aan de gestelde eisen voor sociale veiligheid, inbraak- en brandpreventie. Het deelcertificaat Veilige Omgeving omvat ook de Openbare Verlichting in verblijfsgebieden inclusief eventueel aangrenzende achterpaden. De kwaliteit waaraan de verlichting moet voldoen wordt gerelateerd aan de aanbevelingen van de NSvV.
3.4
Betekenis van de normen en aanbevelingen
De aanbevelingen voor Openbare Verlichting (NPR 13201-1) van de NSW hebben geen wettelijke status, maar kunnen door de gemeente in de privaatrechtelijke sfeer (bijvoorbeeld bestek/contract gemeente/aannemer) worden voorgeschreven. Ook de eisen gesteld in het Politie Keurmerk Veilig wonen hebben geen wettelijke status, echter kunnen als gemeentelijk beleid worden vastgesteld. De nu gemandateerde EN-normen daarentegen worden op termijn wel bindend verklaard. Dat wil zeggen dat de verlichtingsinstallatie in overeenstemming met deze normen ontworpen en onderhouden moet worden.
HOOFDSTUK 4 HUIDIG BELEID 4.1
Algemeen
Momenteel is het inzicht in het nut en doel van de Openbare Verlichting en de gewenste kwaliteit ervan verandert. In toenemende mate krijgt de sociale veiligheid op straat meer aandacht, vooral ook bij duisternis. Het idee dat de verlichting niet voldoet komt vaak naar voren uit klachten van burgers. Dit besef heeft geleid tot een verandering van denken over Openbare Verlichting. Derhalve is door de Raad gekozen om te werken volgens de NSvV-norm welke is gewijzigd in de NPR13201-1.
4.2
Situatie gemeente Brunssum
De Openbare Verlichting wordt door middel van een astronomisch uurwerk in- en uitgeschakeld. In de gemeente Brunssum wordt de gehele verlichting 30 minuten vóór zonsondergang ingeschakeld en worden de lampen die branden op het nachtrooster 30 minuten na zonsopkomst weer uitgeschakeld. De lampen die branden op het avondrooster (alleen hoofdwegen) worden tussentijds, tussen 24.00u en 's ochtends 06.30u uitgeschakeld.
4.3
Onderhoud
Onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd voor de instandhouding van de Openbare Verlichting. De hier bedoelde onderhoudswerkzaamheden houden in: Preventief onderhoud: • het schilderen van de mast (aluminiummasten hoeven niet geschilderd te worden) • het schoonmaken van het armatuur • de periodieke controle van de werking van de verlichting (9x per jaar) • periodieke uitwisseling van lampen na het verstrijken van de nominale levensduur • het preventief onderhoud aan de aansluiting en hoofdonderdelen • registratie van inspecties Curatief onderhoud: • het herstellen van storingen of schade als gevolg van vandalisme en aanrijdingen. • registratie van klachten en het herstellen van defecten, (volgens contract binnen 4 weken bij incidentele lampen. De huidige praktijk is binnen 2 weken) Projectmatige werkzaamheden: • deze betreffen vervanging, renovatie en reconstructie De werkzaamheden vermelden onder preventief en curatief onderhoud vallen binnen het huidige contract met Essent Lighting.
4.4
Standaardisatie verlichtingsmiddelen
Om te voorkomen dat kosten voor aanleg en onderhoud onevenredig hoog oplopen is het gewenst om voor de toe te passen materialen te kiezen voor standaardisatie bij de keuze van de OV-middelen. Zo zullen in de woonkernen lage masten (4,25m) geplaatst worden met een kegelarmatuur. Daar waar het wegprofiel te breed is om nog te voldoen aan de gestelde verlichtingniveaus zullen hogere masten en dan ook andere armaturen toegepast moeten worden. Ook dan zal er gestreefd worden naar standaardisatie van die middelen. E.e.a. zal de exploitatie op den duur ten goede komen. In situaties waar aan de verlichting hogere decoratieve eisen worden gesteld, kan gekozen worden voor nietstandaard verlichting.
4.5
Eigendomsverhouding Openbare Verlichting
Het juridisch eigendom van de Openbare Verlichting ligt bij Essent Lighting; de gemeente is economisch eigenaar. De verantwoordelijke afdeling voor de Openbare Verlichting is Team Openbare Ruimte. De juridische aansprakelijkheid van de gemeente staat los van de wijze waarop het eigendom van de Openbare Verlichtingsinstallatie is geregeld. Met andere woorden de gemeente ontkomt niet aan haar aansprakelijkheid door het eigendom van de verlichtingsinstallatie aan derden over te dragen. Uit hoofde van deze aansprakelijkheid dient de gemeente erop toe te zien dat de aan derden uitbesteedde activiteiten op de juiste wijze inhoud wordt gegeven. Zij kan dit door: • de kwaliteitseisen in lichttechnische zin alsmede op gebied van het te plegen onderhoud vast te stellen • de uitbesteedde werkzaamheden te controleren Een goede afstemming tussen de verschillende gemeentelijke disciplines is noodzakelijk. De aanleg, vervanging, onderhoud en advisering met betrekking tot de Openbare Verlichting geschiedt, zoals contractueel is vastgelegd, in de "Voorwaarden Openbare Verlichting (VOV) 1993" en "Richtlijnen en Uitgangspunten 1993" door Essent Lighting.
4.6
Reclame aan lichtmasten
Door het toestaan van (verlichte) reclameborden aan lichtmasten kunnen voor de gemeente inkomsten worden gegenereerd. Ten aanzien van deze plaatsing geldt, mede uit oogpunt van veiligheid, een aantal regels waaraan de aan te brengen objecten moeten voldoen; in een aantal situaties dient de lichtmast eerst vervangen te worden door een mast van zwaardere constructie. Daarom dienen de bepalingen te worden gevolgd zoals zijn weergegeven in de “Voorwaarden Openbare Verlichting” (VOV 1993) omtrent afmetingen en maximaal toelaatbare aantallen reclame-uitingen per type lichtmast. Bij verlichte objecten wordt de verlichting aangesloten op de installatie van de mast. De energiekosten worden direct verrekend met de opdrachtgever / eigenaar van de reclameobjecten.
4.7
Verlichting Kunstwerken/Monumenten
Ook voor de verlichting van Kunstwerken en/of Monumenten streven we zoveel mogelijk naar uniformiteit van de te gebruiken middelen. Daarbij wordt de verlichting daar waar mogelijk op het brandrooster van de Openbare Verlichting geschakeld en voor onderhoud ondergebracht bij Essent Lighting. E.e.a. gebeurd in overleg met het Team Voorzieningen.
HOOFDSTUK 5 OVERIGE BELEIDSASPECTEN In het vorige hoofdstuk staat de wijze waarop de verschillende ruimten worden verlicht centraal. Bij de Openbare Verlichting is ook een aantal andere aspecten te onderscheiden. Deze aspecten zijn o.a. milieu, energie en de openbare groenvoorziening.
5.1
Milieu
Milieuaspecten van de Openbare Verlichting zijn enerzijds de uitstoot van milieubelastende stoffen vanwege het energieverbruik en anderzijds de afvalstoffen die ontstaan bij zowel de fabricage van de verlichtingsmiddelen als bij het eind van de levensduur van deze middelen. Aan recyclingmogelijkheden van de afvalstoffen moet voldoende aandacht worden besteed. Bij het aanleggen en onderhouden van een Openbare Verlichtingsinstallatie wordt met het milieu rekening gehouden door: het toepassen van energiezuinige lampen bij verbeteringsprojecten; het toepassen van milieuvriendelijk geproduceerde materialen; de levensduur en recyclingmogelijkheden te betrekken bij de keuze van de materialen; het toepassen van milieuvriendelijke oppervlaktebescherming en/of oppervlaktebehandeling van masten; defecte gasontladingslampen af te voeren naar een erkende verwerker.
5.2
Energie
Het opstellen van een energiebeleidsplan, al of niet in het kader van het gemeentelijk milieubeleid, is inmiddels in veel gemeenten een belangrijke activiteit. De systematiek die voor het opstellen van een gemeentelijk energiebeleidsplan wordt toegepast is de door Novem ontwikkelde GEA (Gemeentelijke EnergiebesparingsAanpak). Bij de uitvoering van dit beleid wordt ervan uitgegaan dat vanuit de gemeente initiatieven worden ontwikkeld om te komen tot energiebesparing in diverse sectoren van de samenleving. Ook de gemeente Brunssum heeft zich uitgesproken voor deze energiebesparingsaanpak. Van al het energieverbruik, waarvoor de gemeente zelf de energierekening betaalt, neemt de Openbare Verlichting een fors deel voor haar rekening. Besparingsmogelijkheden bij de Openbare Verlichting verdienen derhalve bijzondere aandacht. Met de Openbare Verlichting kan energie-efficiënter worden omgegaan door toepassing van energiezuinige lampen, functionele armaturen met goede lichttechniek en energiezuinige elektronische voorschakelapparatuur. Ook het brandpatroon van de verlichting is een belangrijke factor in het energieverbruik.
5.3
Openbaar groen
Het is het van groot belang dat bij de inrichting van plannen in een vroegtijdig stadium goede afstemming plaats vindt tussen projectie van openbaar groen en de Openbare Verlichting. Hierdoor kan worden voorkomen dat lichtmasten te dicht bij bomen komen te staan en zodoende de gelijkmatigheid van de verlichting ongunstig beïnvloeden. Huidig beleid De afstemming tussen de Openbare Verlichting en het openbaar groen dient zoveel mogelijk in samenhang met bestaande of te ontwikkelen renovatieplannen opgelost te worden. Verlichtingsplannen dienen reeds in vroeg stadium te worden ingediend. De volgende situaties worden onderscheiden. 1 Nieuwaanleg of reconstructie: - ontwerpen verlichtingsplan - groenplan hierop aanpassen. Indien het verlichtings- en groenplan conflicteren dan in overleg de plannen aanpassen met die restrictie dat in ieder geval de NPR-norm gehaald wordt 2
Bestaande groenvoorziening: - tijdens het snoeionderhoud van de bomen voldoende aandacht schenken aan de aanwezigheid van lichtmasten - zo nodig verlichting aanpassen op groenvoorziening.
Als uitgangspunt geldt dat voldaan wordt aan de minimaal te stellen verlichtingkwaliteitseisen.
HOOFDSTUK 6 ACTUELE SITUATIE 6.1
Uitgangspunten OV-nota 2000
Aanleiding om te komen tot een actualisatie van het Beleidsplan Openbare Verlichting Brunssum is de OVnota 2000. Hierin is toegezegd dat er na 5 jaar een evaluatie zal plaats vinden. Allereerst wordt nog eens stilgestaan bij de door de Raad besloten uitgangspunten en aanbevelingen. 1 Kwaliteit en kwantiteit van de Openbare Verlichting opwaarderen tot de normen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSW) en te toetsen aan de normen gepubliceerde door het Nederlans Normalisatie Instituut. 2 Achterstand aan de straatzijde weg werken in de periode 2001 - 2005 en de benodigde middelen kapitaliseren. 3 Verhogen van het structurele budget voor de jaarlijkse vervanging van lichtmasten met ingang van 2001. 4 Achterpaden van Openbare Verlichting voorzien in 2001- 2004 en ten laste brengen van het herstructureringsfonds c.q. Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). 5 Verhogen van het structurele budget met de exploitatiekosten van de achterpadverlichting. 6 Indien blijkt dat dit niet gerealiseerd wordt voor 2005, vanaf 2006 jaarlijks in een wijk de achterpaden van OV voorzien en de kosten voor de eerste aanleg kapitaliseren. 7 Met ingang van heden alle woonstraten incl. wijkontsluitingswegen met verblijfsfunctie op nachtstand schakelen.
6.2
Plan van aanpak
In 2001 werd een aanvang gemaakt, met het op basis van de in de OV-Nota 2000 geformuleerde uitgangspunten, de Openbare Verlichting gestructureerd te verbeteren. Samen met Essent Lighting is gekeken wat de beste manier was om de Openbare Verlichting in Brunssum op te waarderen. Na een snelle inventarisatie werd duidelijk waar in Brunssum de meeste slechte en/of oude lichtmasten/armaturen stonden. Op basis van deze gegevens is een 5 jaren planning gemaakt. Tevens werd besloten om wijk cq buurtgericht te gaan werken. Voordelen hiervan zijn: -De werkzaamheden zijn beter te plannen en te beheren. -Voor alle partijen is het duidelijk welke buurten/wijken wel of niet opgewaardeerd zijn. -De overlast in de buurt/wijk wordt beperkt tot één keer. -De effecten zijn voor de bewoners duidelijk merkbaar. (Er is meer licht in de straat.) Daarnaast is een aparte planning gemaakt voor de aanleg van achterpadverlichting.
6.3
Stand 2001
Hoofdwegen/wiikontsluitingswcgen. De verlichting van de hoofdwegen en wijkontsluitingswegen voldoen nagenoeg aan de gestelde eisen. De meeste hoofdwegen zoals Trichterweg, Emmaweg, Karei Doormanstraat, Prins Hendriklaan, Schinvelderstraat, Haefland, Akerstraat, Rimburgerweg en Boschstraat zijn grotendeels uitgevoerd in oranjekleurig licht, SOX en/of SON-T. Delen van de Dorpstraat en de Maastrichterstraat zijn in wit licht uitgevoerd (HPL) De overige wegen zoals Rembrandtstraat, Kennedylaan, Hoogenboschweg en Ganzenpool voldeden niet aan de gestelde eisen. Woonwijken In 2001 werd duidelijk dat nagenoeg geen enkele wijk/buurt voldeed aan de NPR norm. Zelfs de meest nieuwe wijken als Emma 1 en Hemelder voldeden niet geheel aan de norm. Zie fig. 6.1 Achterpaden In 2001 was er nog géén sprake van achterpadverlichting.
fig. 6.1 Overzicht buurten Openbare Verlichting volgens NSvV/NPR anno 2001
Park
Park
Gemeende
Brunssun
ViJk/buur"t-indeUng
6.4
Stand 2008
Hoofdwegen/wiikontsluitingswegen De verlichting van de hoofdwegen en wijkontsluitingswegen voldoen nagenoeg aan de gestelde eisen. De meeste hoofdwegen zoals Trichterweg, Emmaweg, Karei Doormanstraat, Prins Hendriklaan, Schinvelderstraat, Haefland, Akerstraat, Rimburgerweg, Boschstraat en Hoogenboschweg zijn grotendeels uitgevoerd in oranjekleurig licht, SOX en/of SON-T. Delen van de Dorpstraat en de Maastrichterstraat zijn in wit licht uitgevoerd (HPL) De overige wegen zoals Rembrandtstraat, Platanendreef en Ganzenpool voldoen nog niet aan de gestelde eisen. De verlichting van deze wegen wordt in de komende jaren aangepast. Woonwijken Nagenoeg alle Brunssumse buurten zijn opgewaardeerd naar de NPR-norm. Zie fig. 6.2 Achterpaden Volgens plan zijn alle gemeentelijke achterpaden verlicht. flg. 6.2 Overzicht buurten Openbare Verlichting volgens NSvV/NPR anno 2008
2010
Park 2010
Geneen-te
Brunssun
Wijk/buur“t —indeling
In figuur 6.3 vindt u het overzicht van de aantallen masten, armaturen en geïnstalleerd vermogen zoals die in 2001 en eind 2007 in het Beheersysteem van Essent Lighting zijn opgenomen. figuur 6.3 Masten
Armaturen
5774
12001 B2007
Vermogen in kWatt 303
■ 2001 12007
■ 2001 ^2007
6.5
Gerealiseerde energiebesparing
Duidelijk is het effect van de uitwerking van de OV-nota te zien. Het aantal lichtmasten en armaturen zijn toegenomen. Enerzijds door uitbreiding zoals de wijken Emma I en Amstenraderveld en anderzijds door het bijplaatsen van lichtmasten tbv de verlichtingsnorm en de aanleg van achterpadverlichting. Opvallend is dat het totaal geïnstalleerd vermogen is afgenomen. Oorzaak, het vervangen van oude armaturen door energiezuinige armaturen. Een van de beleidsuitgangspunten in 2001 was, door inzet van energiezuinige armaturen met elektronische voorschakelapparatuur, energie te besparen. Hierdoor is enerzijds een kostenbesparing opgetreden t.a.v de reguliere onderhoudskosten en anderzijds is het milieu minder belast met broeikasgassen. Het beoogde gedeelte te besparen energie is gebruikt om de sociale veiligheid naar de burgers toe te verhogen. Dit laatste is bereikt door de omgebouwde armaturen in de verblijfsgebieden (woonkernen) in de nachtelijke uren te laten branden. In onderstaande tabel is op basis van hoeveelheden het verbruik aan energie aangegeven met als uitgangspunt het jaar 2001 en 2007. fig6.4
aantal armaturen 1 opgesteld vermogen in KWatt L:.' fe'; verbruik in KWh
situatie in 2001 4899
303
1.119.784
2007 realisatie door nieuw beleid 5937 282 1.091.959
besparing c.q toename + 1038 -21 - 27825
Uit de bovenstaande gegevens kunnen we concluderen dat er een toename is van 1038 armaturen. Daarentegen is het opgesteld vermogen afgenomen met 21Kwatt. Dit is inclusief het extra geïnstalleerd vermogen van achterpadverlichting en de uitbreidingen in het kader van vervangingsprogramma. Het verbruik in 2007 is 27.825kWh lager dan in 2001. Dit is o.a. te verklaren door het vervangen van de niet energiezuinige armaturen en/of armaturen met slechte lichttechnische eigenschappen.
HOOFDSTUK 7 GEWENSTE SITUATIE 7.1
Kwaliteitscriteria voor de Openbare Verlichting
De gemeente is verantwoordelijk voor de verlichting van de openbare ruimten. Onder openbare ruimten worden verstaan ruimten die gemeentelijk eigendom zijn en voor het publiek toegankelijk. Het doel van de NPR is om richtlijnen te geven bij de keuze van de verlichting die zo goed mogelijk aansluit bij de betreffende verkeerssituatie. Uitgangspunt is dat de hoofdgebruiker van de weg met de daarbij behorende ontwerpsnelheid de kwaliteitsnorm bepaald. Voor het benoemen van de wegen is uitgegaan van de categorisering van het wegennet zoals dit in het Verkeersveiligheidsplan 2003 is weergegeven ( bijlage 1 en 2). Bij actualisatie van het verlichtingsplan zullen de eventuele wijzigingen in het verkeersveiligheidsplan gevolgd worden.
7.2
Verlichtingsfunctie in relatie tot wegcategorieën
Op basis van nieuwe inzichten voortvloeiend uit de NPR, waarbij de verlichtingsniveau’s niet afwijken van de oude NSvV norm, zijn de volgende verlichtingsklassen te onderscheiden: ME-kla$sen voor bestuurders van motorvoertuigen en van toepassing op verkeerswegen en op wegen in woonwijken geschikt voor middelhoge snelheden. CE-klassen voor bestuurders van motorvoertuigen en van toepassing op conflicterende verkeerssituaties met name waar snel- en langzaam verkeer dezelfde wegruimte moeten delen. Voorbeelden zijn winkelstraten, gecompliceerde kruispunten, verkeersrotondes en fllegevoelige plaatsen. S- klassen voor voetgangers en fietsers en van toepassing op voet- en fietspaden, vluchtstroken en andere weggedeelten, afzonderlijk gelegen of aansluitend aan de rijstrook van een verkeersweg, straten in woonwijken, voetgangersstraten, parkeerterreinen, schoolpleinen, enz.. ES-klassen hebben een aanvullende functie in situaties waar openbare verlichting noodzakelijk is voor het herkennen van personen en in de openbare ruimte met een verhoogd misdaadrisico. In 7.1 wordt per ruimte aangegeven in welke mate de onderscheiden functies van de Openbare Verlichting (de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid) hierbij een ondersteunende rol hebben. Hoe meer plusjes er staan, des te belangrijker is die verlichtingsfunctie voor de betreffende openbare ruimte.
Tabel 7.1: NPR- norm in relatie tot de soort openbare ruimte Verkeers veiligheid
Sociaieveiiigheid
+++ +++ +++
+ +
- ontsluitingsweg type B - verkeersrotondes - gecompliceerde kruispunten S-klassen (verblijfsfiinctie)
+++
++
+++
+
++ +
+
- erftoegangsweg - winkeicentra, pieinen - parken en voetpaden - fietspaden (vrijliggend) - parkeerterrein woonwijk/winkelcentra
+ +
+++
++
+++ +++ ++
++ + +
+++
+
Openbare ruimten in Brunssum Hoofdwegen binnen en buiten de bebouwde kom ME-klassen (verkeersfunctie) - stroomweg (autoweg, niet in Brunssum) - ontsluitingsweg type A - industrieweg CE-klassen (gemengde functie)
ES-klassen
+ +
Leef baarheid
Veriichtingsklasse NPR
B0/B2 BI
B2 BI
+
D3/D4 E1/E2
E1 C1 D1
(verblijfsfiinctie)
II - verhoogd misdaadrisico
redelijk belangrijk
I
++ belangrijk
++
1
+++
+++ zeer belangrijk
1
+
1
D3
II
7.3
Openbare ruimten derden
Openbare ruimte derden of anders genoemd de semi-openbare ruimten zijn ruimten die géén eigendom zijn van de gemeente maar wel voor eenieder vrij toegankelijk zijn. Gedacht kan worden aan groenvoorzieningen, pleinen, particuliere parkeerterreinen, achterpaden, enz. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de verlichting van deze semi-openbare ruimten. De eigenaren van de semi-openbare ruimten, bijvoorbeeld woningbouwcorporatie of particulieren, zijn verantwoordelijk voor de verlichting van deze ruimten vanuit de algemene optiek van sociale veiligheid.
7.4
Lampsoorten/lichtkleur
De gemeente Brunssum is een “verblijf7woongemeente”. Het streven is dan ook om zoveel mogelijk “wif’licht te installeren in de wijken. Wit licht maakt het mogelijk dat er een betere gezichtsherkenning is. Tevens geeft wit licht een betere kleurweergave. Dit bevorderd het algehele veiligheidsgevoel. Bij bredere wegen(wegen met verkeersfunctie) is het niet mogelijk om met lampsoorten die wit licht uitstralen de verlichtingsnorm te halen. Daardoor kiezen we bij deze wegen voor andere lampsoorten. Zie tabel 7.2 Tabel 7.2:kenmerken en toepassing van de diverse lichtbronnen Lampsoort
Kenmerken
sox
- zeer hoge lichtopbrengst - lichtkleur oranje geel - kleurherkenning slecht (Ra = 0)
SON(T)
- hoge lichtopbrengst - lichtkieur oranje - kleurherkenning redelijk (Ra = 26-40)
CDM-TT
- hoge lichtopbrengst - lichtkleur warmwit - kleurherkenning goed (Ra > 85)
TUPLL
- hoge lichtopbrengst - lange levensduur(alleen PLL) - lichtkleur wit / warmwit - kleurherkenning goed (Ra > 80)
7.5
Toepassing , stroomwegen (niet in Brunssum) ontsluitingwegen categorie A (zonder aanliggende bebouwing bv Emmaweg (Pr. Hendriklaan) Ontsluitingswegen categorie B binnen de bebouwde kom en (wijk)ontsluitingswegen met aanliggende bebouwing - winkel- en uitgangscentra (sfeer) - parkeerterreinen Ontsluitingswegen categorie B binnen de bebouwde kom en (wijk)ontsluitingswegen met aanliggende bebouwing - winkel- en uitgangscentra (sfeer) - parkeerterreinen - (buurt)ontsluitingswegen - woonstraten en woonerven - fietspaden - parkeerterreinen in woongebied
Tijdstip van verlichting
Momenteel is de Openbare Verlichting geschakeld volgens het rooster A801. (avond 8, ochtend 1) - Avondverlichting wordt een half uur voor zonsondergang ingeschakeld en wordt om 24.00u weer uitgeschakeld, ’s Morgens wordt deze weer om 06.30u ingeschakeld en gaat een half uur voor zonsopkomst weer uit. - Nachtverlichting wordt een half uur voor zonsondergang ingeschakeld en blijft de hele nacht branden en gaat een half uur voor zonsopkomst weer uit. Er zijn een aantal vaste roosters mogelijk, zie bijlage 3. Het rooster bepaald het aantal branduren van de Openbare Verlichting en hiermee het verbruik in KWh en dus de energiekosten.
7.6.
Verbeterpunten gemeente Brunssum
Om te kunnen vaststellen welke geldbedragen nodig zijn om de verlichting in de gemeente Brunssum op het gewenste peil te brengen en te houden is als volgt onderzoek verricht naar de kwaliteit van de verlichting en de verlichtingsmiddelen. Verlichtingskwaliteit bestaande verlichting In fig 7.3 is per wegcategorie/verblijfsgebied globaal onderzocht welke verbeteringen en/of uitbreidingen van de verlichting gewenst is om te kunnen voldoen aan de gestelde eisen. Fig. 7.3 Openbare ruimten in Brunssum Knelpunten - ontsluitingsweg type A II - industrieweg
Wegen/buurten die nog niet (geheel)voldoen aan de NPR-norm
1 CE-klassen (gemengde functie) II - ontsluitingsweg type B II - gecompliceerde kruispunten?
Trichterweg, Rembrandtstr., Ganzepool, Platanendreef
1 S-klassen (\crblijfsfunctie) - Buurten -winkelcentra, pleinen - parken en voetpaden - fietspaden (vrijliggend) - parkeerterrein woonwijk/winkelcentra 1 ES-klassen (vcrblijfsfunctic) II - verhoogd misdaadrisico
II
^------------------j De Kleikoelen, Kerkeveld Treebeek Schutterspark, Mijnspoorpark
-
.
Leeftijd verlichtingsmiddelen Op basis van bestandsonderzoek is vastgesteld welke masten en armaturen de komende jaren op grond van leeftijd vervangen moeten worden. In bijlage 4, blad 1 (tabel 4.1) is weergegeven wat de kosten zijn op basis van vervanging van armaturen bij 20jaar en lichtmasten bij 40 jaar Uit de tabel 4.1 blijkt dat er nog een achterstand is van € 98.450 In bijlage 4, blad 2 (tabel 4.2) is weergegeven wat de vervangingskosten zijn tot 2027. Verder vindt u in de bijlage 5 de leeftijdsopbouw van lichtmasten en armaturen en de nieuwwaarde van de toegepaste lichtmasten en armaturen. E.e.a is uitgesplits in een totaalbestand Openbare Verlichting(bijlage 5, blad 1) een bestand exclusief achterpadverlichting (bijlage 5, blad 2) en een bestand achterpadverlichting(bijlage 5, blad 3)
«
HOOFDSTUK 8 PLAN VAN AANPAK EN BENODIGD BUDGET 8.1
Inleiding
Op basis van de beschikbare budgetten en de noodzakelijke vervangingen worden jaarlijks in samenwerking tussen gemeente en Essent Lighting verbeteringsplannen ontwikkeld en uitgevoerd. Bij het opzetten van deze plannen wordt rekening gehouden met te stellen prioriteiten zoals onder andere de kwaliteit van het aanwezig bestand, het gewenste lichtniveau en energiebesparing. Met betrekking tot het aan te houden lichtniveau zullen de aanbevelingen van de NSvV voor de gemeente Brunssum richtinggevend zijn. De middelen zijn in het Mip-OR opgenomen.
8.2
Huidige kosten
De huidige nieuwwaarde van de totale Openbare Verlichtingsinstallatie binnen de gemeente bedraagt € 4.202.379,=. In bijlage 5 wordt dit totaalbedrag per toegepaste lichtmast en armatuur cq lichtbron nader gespecificeerd. Uitbreidingen zoals Emma II en Limburgia zijn hierin nog niet verwerkt. Dit wordt pas interessant bij actualisatie over 5 jaar. Bij het aanhouden van een technische afschrijvingstermijn van 40 jaar voor masten en 20 jaar voor armaturen, kan voor het instandhouden van het huidige verlichtingsbestand het bedrag dat stmctureel hiervoor nodig is worden berekend. Armaturen: Vergelijkbare nieuwwaarde € 2.021.597 / 20 jaar = (bijlage 5, blad 1) Masten : Vergelijkbare nieuwwaarde € 2.132.955 / 40 jaar = (bijlage 5, blad 1) Structureel bedrag per jaar
101.080 €
53.324
€
154.404
Het hier berekende bedrag moet gezien worden als een structureel in de huidige situatie gemiddeld jaarlijks te besteden bedrag, ter instandhouding van de Openbare Verlichting, gebaseerd op het huidige bestand. Er wordt uitgegaan van een situatie dat er geen investeringsachterstand is. In de gemeentelijke begroting wordt onderscheid gemaakt tussen bedragen voor exploitatiekosten (de levering van energie en het onderhoud) en een budget voor vervanging van slechte lichtmasten. De jaarlijkse exploitatiekosten (uitbesteed aan Essent Lighting) worden ten laste van de gewone dienst gebracht. Voor de noodzakelijke vervanging van de verlichting is structureel in de gewone dienst € 86.000 opgenomen. De exploitatiekosten voor de openbare verlichting is als volgt opgebouwd: energie 36% lampcontrole en schilderwerk 5% groepsremplace , reparaties en onderhoud masten en armatuur 35% aansluitvergoeding per mast 24% ■ energie totaal
■ bedrag/aansl
□ lampcontrole+schilderwerk □ groepsremplace+reparaties
33%
35%
25%
8.3
Streefbeeld en noodzakelijke investeringen
De investeringen voor de openbare verlichting zijn in de MIP-OR opgenomen In tabel 8.1 is op basis van de leeftijd van masten en armaturen in stappen van 5 jaar aangegeven wat de gemiddelde investering per jaar is. Duidelijk is te zien dat het huidig budget (€86.400) voldoende is tot het jaar 2023. Hierna is een duidelijke stijging te zien in de vervangingskosten. Tabel 8.1 Investerings vervanging
achterstand t/m 2007
2008-2012
2013-2017
2018-2022
2023-2027
Per periode
€ 98.450
€ 393.025
€291.800
€ 456.250
€ 786.675
-
€ 78.605
€ 58.360
€91.250
€ 157.335
Perjaar
I Beschikbaar MIP-OR
PER JAAR
€ 86.400
€ 86.400
€ 86.400
€ 86.400
I Reservering of onttrekking MlP-fonds(OV)
PER JAAR
Reservering of onttrekking CUMULATIEF MlP-fonds(OV)
8.4
+ € 7.795
+ € 28.040
-€4.850
-€70.935
+ € 38.975
+ €179.175
+ €154.925
-€ 199.750
Effecten op de exploitatiekosten
De renovatie van de Openbare Verlichting heeft ook gevolgen voor de jaarlijkse exploitatiekosten (energie en onderhoud) van de Openbare Verlichting. Enerzijds resulteert het toepassen van energiezuinige lichtbronnen in een verlaging van exploitatielasten; anderzijds worden deze weer hoger door de uitbreiding van verlichting. Naar verwachting zal in 2008 nagenoeg de gehele verlichting in Brunssum voldoen aan de gestelde NPR-norm. Zowel de onderhoudskosten als ook de energiekosten zullen alleen nog stijgen door uitbreidingsplannen en de aanleg van nieuwe wegen. De energiekosten worden overigens nog beïnvloed door de keuze van het brandrooster, c.q. wijziging van de verhouding avond- en nachtverlichting. Sinds de liberalisering van de energiewereld is de energieprijs beursgenoteerd. Hoewel energie maar voor 36% deel uit maakt van de totale exploitatielasten is het een moeilijk beindvloedbaar item. E.e.a. is afhankelijk van contract looptijden en de beursnotatie. In tabel 8.2 ziet u een overzicht van de totale energie- en onderhoudskosten over het jaar 2007 en de verdeling straatkant en achterpad Tabel 8.2
Exploitatie 2007
Totale openbare verlichting
Straatkant
Achterpad
Energiekosten
€101.201
€ 98.540
€ 2.661
Onderhoudskosten
€ 179.854
€ 166.307
€ 13.547
Totaal
€281.055
€ 264.847
€ 16.208
HOOFDSTUK 9 BELEIDSAANBEVELINGEN Het "Beleidsplan Openbare Verliehting gemeente Brunssum"als gemeentelijk beleid vast te stellen inelusief de navolgende aanbevelingen. 1 Kwaliteit en kwantiteit van de Openbare Verlichting volgens de NPR aanleggen en instant houden. 2 Ontwikkelingen op Openbare Verlichting gebied nauwgezet volgen t.a.v. zowel energie besparing als ook nieuwe technieken zoals LED techniek en deze voortgang in de volgende actualisatie vermelden.
OVERZICHT WEGENHIERARCHIE
Bijlage 1
BELEIDSPLAN VERKEERSVEILIGHEID 2003
J
2S8XX Z,X02-e-9X
OVERZICHT CATEGORIE-INDELING WEGEN Ontsluitingsweg typeA Emmaweg Karei Doormanstraat Bodemplein Prins Hendriklaan Rimburgerweg Schinvelderstraat Akerstraat
Ontsluitingsweg typeB Rumpenerstraat Raadhuistraat Centrumring Trichterweg Maastrichterstraat Dorpstraat Kennedylaan Veldstraat Haefland Wilhelminastraat Rimburgerweg Rembrandtstraat Europalaan Loogstraat Ganzepool Ds. Boumastraat Servatiusstraat Merkelbeekerstraat Hoogenboschstraat Bouwbergstraat Waubacherweg Grensweg Boschstraat Kruisbergstraat Platanendreef Bexdelle Heidestraat
Bijlage 2
Erftoegangswegen Alle overige wegen
BRANDROOSTERS
Bijlage 3
Momenteel is de Openbare Verlichting geschakeld volgens het rooster A801. (avond 8, ochtend 1) • Avondverlichting wordt een half uur voor zonsondergang ingeschakeld en wordt om 24.00u weer uitgeschakeld, ’s Morgens wordt deze weer om 06.30u ingeschakeld en gaat een half uur voor zonsopkomst weer uit. • Nachtverlichting wordt een half uur voor zonsondergang ingeschakeld en blijft de hele nacht branden en gaat een half uur voor zonsopkomst weer uit. In onderstaande tabel ziet u de diverse gangbare braadroosters. Het rooster bepaald direct het aantal branduren van de verlichting en hiermee het verbruik in KWh en dus de energiekosten.
Brandroosterwijziging rooster
verl.aan in winterperiode (uur)
A801 W801 A901 W901 A802 W802 A902 W902 A8 A9
06.30 06.30 06.30 06.30 06.00 06.00 06.00 06.00 -
verl.uit ma t/m zo
verl.uit ma t/m do
vr t/m zo
(uur)
(uur)
(uur)
24.00
. 01.15
01.15
01.15
24.00
01.15
01.15
01.15
-
-
24.00 01.15 24.00 01.15 24.00 01.15
OVERZICHT KOSTEN VERBETERING OPENBARE VERLICHTING
Bijlage 4 Blad 1
Tabel 4.1 M+A = mast en armatuur vervangen A
= vervangen van armatuur op basis van 20 jaar
M
= vervanging van mast op basis van 40 jaar
PlaatsingsJaar
Jaar van actie
Huidig aantal Masten
Armaturen
t/m 1962
62
27
1963-1967
0
0
1968-1972
79
16
1973-1977
44
22
1978-1982
202
102
1983-1987
129
63
1988-1992
1678
1185
1993-1997
956
903
1998-2002
827
1201
I
I I I
2003-2008
1797
2418
I
1
Totaal
5774
5937
M(mast)= € 475 A(armatuur)= € 300
2007 A
M
I I
A A
M
A
I
A
i
A
Uit te voeren actie
Investering op basis van NPR-norm
M+A
€ 37.550
M+A
€0
A
€ 4.800
A
€ 6.600
A
€ 30.600
A
€18.900
||
I
1
I
\
1 € 98.450
M+A (vervangen=mast+armatuur)= € 775
OVERZICHT KOSTEN VERBETERING OPENBARE VERLICHTING
Bijlage 4 Blad 2
Tabel 4.2 M+A = mast en armatuur vervangen A
= vervangen van armatuur op basis van 20 jaar
M
= vervanging van mast op basis van 40 jaar
Plaatsingsjaar
Huidig aantal
Jaar van actie
Uit te voeren actie
investering op basis van NPR-norm
Masten
Armaturen
2007
t/m 1962
62
27
M+A
M+A
€ 37.550
1963-1967
0
0
M+A
M+A
€
1968-1972
79
16
A
M+A
€ 42.325
1973-1977
44
22
A
M+A
€ 27.500
1978-1982
202
102
A
M+A
€ 126.550
1983-1987
129
63
A
M+A
€ 80.175
1988-1992
1678
1185
A
€ 355.500
1993-1997
956
903
A
€ 270.900
1998-2002
827
1201
A
€ 360.300
2003-2008
1797
2418
A
€ 725.400
Totaal
5774
5937
M(mast)= € 475 A(armatuur)= € 300
2012
2017
2022
2027
I I
M M M
M A A A A
0
€ 2.026.200 M+A (vervangen=mast+armatuur)= € 775
Bijlage 5 Blad 1 TOTAALBESTAND OPENBARE VERLICHTING EN NIEUWWAARDE BRUNSSUM 2007 (alle bedragen zijn exclusief BTW)
Leeftijdsopbouw openbare verlichting Aantal armaturen leeftijdsgroep 2.414 0 - 5 jaar 1.201 6 -10 jaar 903 11 -15 jaar 1.189 16-20 jaar 63 21 - 25jaar 102 26 - 30 jaar 65 > 30 jaar 5.937 Totaal
Aantal masten 1.797 827 956 1.678 129 202 185 5.774
Exclusief reclamezuil (2 st.), ANWB masten (29 st.): inclusief OV armaturen op ANWB masten (26 st.).
Bestand armaturen Lampsoort CDM-T SDWT HPLN PL/CL PLT SON SOX TL LED ' Totaal
Aantal 60 2 132 4.610 2 510 547 73 1 5.937
Huidige nieuwwaarde € 37.800 € 1.260 € 36.309 € 1.581.230 € 685 € 161.073 € 189.749 € 12.891 € 600 €2.021.597
|
Huidige Nieuwwaarde € 5.207 € 168.236 € 880.556 € 519.687 € 487.658 € 17.317 € 44.411 € 9.883 €2.132.955
|
1
Inclusief OV armaturen op ANWB masten (26 st.)
Bestand lichtmasten / afwijkend Aantal Masthoogte 19 0 - 3m 614 > 3 - 4m 3026 > 4 - 5m 1.130 > 5 - 7m 873 > 7 - 8m 31 > 8 - 9m 68 > 9 - lOm 13 > lOm 5.774 Totaal Afwijkend 24 GEVL Grondspots 32 1 Overspanning Totaal 57 Exclusief ANWB masten (29 st.) en reclamezuil (2 st.)
1 € € €
10.760 30.240 1.050 € 42.050
Bijlage 5 Blad 2 BESTAND OPENBARE VERLICHTING EN NIEUWWAARDE BRUNSSUM 2007 EXCLUSIEF ACHTERPAD VERLICHTING (alle bedragen zijn exclusief BTW) 1 Leeftijdsopbouw openbare verlichting leeftijdsgroep Aantal armaturen 0-5 jaar 2.061 6 -10 jaar 1.196 11 -15 jaar 903 16-20 jaar 1.185 21 - 25 jaar 63 26 - 30 jaar 102 > 30 jaar 65 Totaal 5.575
i Aantal masten 1.444 822 956 1.674 129 202 185 5.412
Exclusief reclamezuil (2 st.), ANWB masten (29 st.); inclusief OV armaturen op ANWB masten (26 st.).
Bestand armaturen Lampsoort CDM-T SDWT HPLN PL/CL PLT SON SOX TL LED Totaal
Aantal 60 2 132 4.248 2 510 547 73 1 5.575
Huidige nieuwwaarde € 37.800 € 1.260 € 36.309 € 1.457.064 € 685 € 161.073 € 189.749 € 12.891 € 600 € 1.897.431
i
Huidige Nieuwwaarde € 5.207 € 74.528 € 874.746 € 519.687 € 487.658 € 17.317 € 44.411 € 9.883 € 2.033.437
I
1
Opmerking: Inclusief ANWB armaturen (78 stukst
Bestand lichtmasten / afwijkend Masthoogte Aantal 0 - 3m 19 > 3 - 4m 272 > 4 - 5m 3006 > 5 - 7m 1.130 > 7 - 8m 873 > 8 - 9m 31 > 9 - lOm 68 > lOm 13 Totaal 5.412 Afwijkend GEVL 24 Grondspots 32 Overspanning 1 Totaal 57 Exclusief ANWB masten (29 st.) en reclamezuil (2 st.)
€ € €
10.760 30.240 1.050 € 42.050
1
Bijlage 5 Blad 3 BESTAND ACHTERPADVERLICHTING EN NIEUWWAARDE BRUNSSUM 2007 (alle bedragen zijn exclusief BTW)
Leeftijdsopbouw openbare verlichting Aantal armaturen leeftijdsgroep 353 0-5 jaar 5 6 -10jaar 11 -15jaar 4 16-20 jaar 21 - 25 jaar 26 - 30jaar > 30 jaar 362 Totaal
Bestand armaturen Lampsoort CDM-T SDWT HPLN PL/CL PLT SON SOX TL Totaal
Bestand lichtmasten Masthoogte 0 - 3m > 3 - 4m > 4 - 5m > 5 - 7m > 7 - 8m > 8 - 9m > 9 - lOm > lOm Totaal
Aantal masten 353 5 4
362
Aantal
Huidige nieuwwaarde
362
€ 124.166
362
€ 124.166
Aantal
Huidige Nieuwwaarde
342 20
€ €
93.708 5.820
€ 99.528
LITARATUURLIJST
Bijlage 6
Voor het opstellen van het model beleidsplan Openbare Verlichting is gebruik gemaakt van de volgende literatuur: 1. NSvV-Aanbevelingen voor Openbare Verlichting: Deel 1: Kwaliteitscriteria en aanbevolen waarden (1990) Deel 2: Meten en Toetsen (1993) Deel 4: Financiële aspecten (1994) Nederlandse praktijkrichtlijn NPR-13201-1 (2002) 2. Model beleidsplan Openbare Verlichting (NOVEM). 3. Wanneer is de wegbeheerder aansprakelijk@ Mevr. mr. A.H.M. Schoenmakers en mr. A.C.A. Wildenburg 4. Nederland Normalisatie-Instituut, Delft
1 Raadsvoorstel 34 (bijlage) Gemeentelijk Watertakenplan Brunssum 2020-2024.pdf
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024 2020-2024 Gemeente Brunssum Gemeente Brunssum 28 JUNI 2019
28 JUNI 2019
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
Contactpersoon BAS BIERENS Hoofd adviesgroep Stedelijk Water bas.bierens@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
2 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
WAAROM EEN WATERTAKENPLAN?
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Samenwerking in de waterketen
5
1.3
Doelstelling en geldigheidsduur
5
1.4
Raakvlakken
6
1.5
Leeswijzer
6
WAT ZIJN DE KADERS?
7
2.1
Taken en bevoegdheden
7
2.2
Uitdagingen en ontwikkelingen
8
HOE STAAN WE ER VOOR?
10
3.1
Stedelijk watersysteem
10
3.2
Terugblik afgelopen planperiode
12
WAT WILLEN WE ?
15
4.1
Brunssum rond 2030
15
4.2
Speerpunten voor de korte termijn
15
4.2.1
Speerpunt 1: Klimaatbestendig Brunssum
16
4.2.2
Speerpunt 2: Anticiperen op de Omgevingswet
17
4.2.3
Speerpunt 3: Samenwerken in de waterketen
18
4.2.4
Speerpunt 4: Meten, data en rekenen
18
4.2.5
Speerpunt 5: Beheer op maat
19
4.2.6
Speerpunt 6: Gezond, schoon en voldoende oppervlaktewater
20
4.2.7
Speerpunt 7: Werken aan waterbewustzijn
21
4.3
Wettelijke zorgplichten
22
4.3.1
Zorgplicht afvalwater
22
4.3.2
Zorgplicht hemelwater
23
4.3.3
Zorgplicht grondwater
26
4.3.4
Zorgplicht drinkwater
29
WAT GAAN WE DOEN?
30
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
3 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
6
5.1
Regionaal uitvoeringsprogramma
30
5.2
Gemeentelijk uitvoeringsprogramma
31
Planvorming en onderzoek
31
5.2.1
Beheer en onderhoud
31
5.2.2
Uitvoeringsmaatregelen
31
5.2.3
Overig
32
WAT KOST DAT?
33
6.1
Personele middelen
33
6.2
Financiële middelen
33
6.2.1
Huidige financiële situatie
33
6.2.2
Uitgangspunten
33
6.2.3
Berekeningsresultaten
35
BIJLAGEN BIJLAGE A BEGRIPPEN EN DEFINITIES
38
BIJLAGE B OVERZICHT LOZINGSPUNTEN STEDELIJK WATERSYSTEEM
43
BIJLAGE C TERUGBLIK AFGELOPEN PLANPERIODE
45
BIJLAGE D BOUWSTENEN VOOR WATER EN KLIMAAT
49
BIJLAGE E ONDERBOUWING FINANCIEN
63
BIJLAGE F REACTIE WATERPARTNERS
76
COLOFON
77
Onze referentie: 083944396 A - Datum: 28 juni 2019
4 van 77
WATERTAKENPLAN BRUNSSUM 2020-2024
1
WAAROM EEN WATERTAKENPLAN?
1.1
Aanleiding
Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld een verstopping, stank‐ of wateroverlast optreedt, krijgt riolering aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan onze inwoners voorbij. Toch worden dagelijks veel inspanningen verricht om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Onderliggend Watertakenplan laat zien dat we als gemeente Brunssum hierbij vooruitkijken en met respect voor het verleden verder bouwen aan een robuust en flexibel systeem. Naast de zorg voor inzameling en transport van afvalwater behandelt dit Watertakenplan ook de zorgplichten hemelwater en grondwater. Het Watertakenplan is een goed planinstrument om mee te kunnen bewegen met de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Zo is er bijvoorbeeld sprake van meer extreme neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en burgers en verandering in wetgeving. We zullen samen met onze waterpartners moeten optrekken om (potentiële) problemen op een kosteneffectieve en doelmatige manier op te lossen.
In het Watertakenplan hebben we hiervoor de gezamenlijke ambities en doelen van het in regionaal verband opgestelde Integraal Waterplan vertaald naar de lokale situatie.
1.2
Samenwerking in de waterketen
De riolering en het stedelijk water van Brunssum zijn onderdeel van een keten waarin uit het grondwater schoon (drink)water wordt geproduceerd, (her)gebruikt, getransporteerd, gezuiverd en weer geloosd op het oppervlaktewatersysteem. Naast deze interactie tussen keten en systeem is er ook een interactie tussen onder- en bovengrond. Het overtollige regenwater dat we ondergronds niet kunnen bergen en afvoeren moeten we in de bovengrond zien te verwerken, bijvoorbeeld door regenwater te bergen op straat, in groenvoorzieningen of op particulier terrein. Door samen te werken met andere waterpartners kunnen we kosten besparen, de kwaliteit verbeteren, de kwetsbaarheid verminderen, kennis uitwisselen en effectiever inspelen op klimaatverandering. Op dit moment werken we op drie niveaus samen in de waterketen. Tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen onderling (integraal werken), op regionaal niveau binnen het samenwerkingsverband Parkstad (planvorming en onderzoek, uitvoering watertaken) en op provinciaal niveau (visievorming). De blauwdruk van dit Watertakenplan hebben we gezamenlijk opgesteld binnen het samenwerkingsverband regio Parkstad Limburg, waar naast Brunssum ook de gemeenten Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Voerendaal, Beekdaelen, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) onderdeel van uit maken.