CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende jaarstukken 2024 gemeente Brummen

Besluitvormende raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Jaarstukken 202431.833 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het budget voor aanschaf van een nieuwe softwareapplicatie voor het sociaal domein laat een restant zien van € 111.000. Dit restant is nog nodig in 2025. Gemeentelijke belastingen De kosten voor o.a. Tribuut zijn € 82.000 lager dan geraamd. Enerzijds door een deels dubbele raming en minder kosten in verband met bezwaren. Financiering en overige zaken In 2024 zijn meer medewerkers in een ziektewet en WW uitkering terecht gekomen. Deze kosten komen ten laste van de gemeente als eigen risicodrager. Het volledige recht moet worden toegevoegd aan de voorziening. Samen leidt dit tot een nadeel van € 97.000. Bij de tweede bestuursrapportage werd voor de gehele organisatie een onderuitputting op de personeelsbudgetten verwacht van € 500.000. Deze onderuitputting is centraal in programma 4 geraamd. In de jaarstukken stellen we vast dat de onderuitputting € 680.000 bedraagt, per saldo dus € 180.000 hoger dan begroot. Zie paragraaf E Bedrijfsvoering. Binnen programma 4 wordt ook het centrale budget voor ziektevervanging geraamd. Dit was in 2024 € 425.000. De kosten van vervangende inhuur worden geboekt op de programma's beleidsterreinen waar de inzet daadwerkelijk wordt gepleegd. Dit levert voor dit programma een voordeel op. Zie paragraaf E Bedrijfsvoering.

Toelichting financiële afwijkingen - Baten De baten binnen deze basistaak zijn € 669.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Gemeentelijke belastingen De totale OZB belastingopbrengst pakt € 38.000 hoger uit dan geraamd. Dit komt vooral vanuit de opbrengst voor niet-woningen. De toeristenbelasting laat een voordeel zien van € 55.000. Dit betreft

63

de definitieve afrekening over 2023. 25% van de totale opbrengst wordt gestort in de reserve Toerisme en recreatie. Algemene uitkering gemeentefonds Ten opzichte van de slotwijziging in december laat de Algemene uitkering een voordeel zien van € 325.000. Dit bedrag komt voor € 239.000 uit de decembercirculaire. Daarnaast zijn er nog maatstaven bijgesteld en is een nabetaling ontvangen vanuit de vaststelling over het jaar 2022. Financiering en overige zaken De rentebaten vallen in 2024 € 63.000 hoger uit dan geraamd. Daarnaast is een bedrag van € 65.000 meer ontvangen vanuit de SVN leningen (rente- en beheerkosten). In 2024 is een hogere vergoeding ontvangen van € 160.000 aan zwangerschaps- en bevallingsverlof en ziektewetuitkeringen voor het personeel. Verder is de verwachte vergoeding wegens contractwijziging van Gazprom naar Vattenfall nog niet afgewikkeld in 2024. Hiervoor was een bedrag van € 38.000 geraamd.

Toelichting financiële afwijkingen - Stortingen De stortingen binnen deze basistaak zijn € 14.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Bestemmingsreserve Toerisme en recreatie Aan deze reserve wordt afgerond € 14.000 meer toegevoegd. Dit is 25% van de meeropbrengst vanuit 2023.

64

Beleidsindicatoren BBV nr. Benaming 1

2

3

4

5

Formatie

Bezetting

Apparaatskosten

Externe inhuur

Overhead

Toelichting

Jaar

Fte per 1.000 inwoners

2021

8,15 Eigen gegevens

2022

8,30

2023

9,15

2024

9,24

2025

9,04

2021

7,43 Eigen gegevens

2022

7,59

2023

7,66

2024

8,19

2025

7,73

2021

€ 711 Eigen gegevens

2022

€ 792

2023

€ 856

Fte per 1.000 inwoners

Kosten per inwoner

Kosten als % van totale begroting loonsom + totale kosten inhuur

% van de totale lasten

65

Waarde Brummen

2024

€ 945

2025

€ 1.026

Bron

2021

8,3% Eigen gegevens

2022

13,8%

2023

15,5%

2024

15,7%

2025

5,5%

2021

12,9% Eigen gegevens

2022

13,8%

2023

12,8%

2024

11,8%

2025

14,9%

Paragrafen

66

A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf worden de beleidslijnen beschreven die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. De gemeente Brummen heeft de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, met uitzondering van de rioolheffing, uitbesteed aan Tribuut. Vitens int de rioolheffing over het jaar 2024. Vanaf 2025 wordt deze heffing via Tribuut geïnd. De inflatiecorrectie 2024 is gebaseerd op het indexeringscijfer voor de consumentenprijsindices (CPI) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit percentage kwam voor 2024 uit op 4,2%.

Onroerende Zaak Belasting (OZB) Onder de onroerende zaakbelastingen vallen twee belastingen. Voor woningen geldt een eigenarenbelasting en voor niet-woningen geldt, naast de eigenarenbelasting, ook een gebruikersbelasting. De onroerende zaakbelastingen (OZB) worden geheven als een percentage van de WOZ-waarde van de betreffende onroerende zaak. Bij de vaststelling van de percentages voor 2024 hebben we rekening gehouden met de waardepeildatum van 1 januari 2024. De gemiddelde waardestijging over 2024 werd in onze gemeente op 5% bij woningen geschat. Voor niet-woningen is de verwachting dat de waarde niet stijgt. Deze waardeontwikkeling zorgt niet voor extra inkomsten, omdat dit verrekend wordt in het tarief voor 2024. Voor de opbrengst is in onderstaande berekening rekening gehouden met de jaarlijkse inflatiecorrectie zoals beschreven aan het begin van deze paragraaf. Daarnaast is rekening gehouden met een areaaluitbreiding met een te verwachten extra opbrengst van € 50.000. De werkelijke opbrengst pakt € 39.000 hoger uit dan geraamd, met name door het deel belastingen op het onderdeel niet-woningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 6.926

6.992

Realisatie 2024 7.031

Toeristenbelasting De hoogte van de aanslag toeristenbelasting wordt bepaald door twee factoren. Het aantal overnachtingen door personen die niet in onze gemeente woonachtig zijn en het tarief per overnachting. Op basis van het Bestuursprogramma verhogen we het tarief jaarlijks met de inflatiecorrectie. Het tarief werd voor 2024 extra verhoogd naar € 2,50 per overnachting voor hotels en vakantieparken en het tarief voor de overige verblijfsaccommodaties op maximaal € 1,94 bepaald (amendement A3 Verhoging toerismebelasting VVD). De totale opbrengst bestaat uit de definitieve afrekening van 2023, meeropbrengst van € 55.000, en de geraamde opbrengst van 2024. De definitieve afrekening over 2024 wordt pas in 2025 verzonden. 67

Van dit bedrag voegen we 25% toe aan de bestemmingsreserve Recreatie en Toerisme. Deze reserve zetten we in voor bestaande en nieuwe recreatieve voorzieningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 1.004

Realisatie 2024

1.294

1.349

Bedrijven Investeringszone (BIZ) Op basis van de Verordening BI-Zone Eerbeek 2021-2025 heffen we een directe belasting. De huidige verordening loopt t/m 2025. De opbrengst wordt besteed aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet. Hiermee bevorderen we collectieve samenwerking en economische versterking van het centrum van Eerbeek. De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 566. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 45

Realisatie 2024 44

48

Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten van de afvalverwerking gedekt wordt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten worden verrekend met de voorziening Afvalstoffenheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en daarmee vangen we een deel van de kostenontwikkelingen de komende jaren op. Het afval wordt ingezameld door Circulus. Het aantal ledigingen per huishouden wordt vervolgens aan Tribuut aangeleverd. Tribuut legt in 2024 een aanslag op voor de vaste bijdrage voor 2024 en een definitieve heffing op basis van het aantal ledigingen in 2023. De kostenontwikkeling in het kader van CO2, de (aanloop)kosten van het nieuwe grondstoffenplan en de hogere indexering hebben ervoor gezorgd dat het tarief, rekening houdend met inzet van de voorziening afvalstoffenheffing, met 4,5% steeg. In 2024 zien we een hogere opbrengst van afgerond € 209.000. Mede hierdoor kan er een bedrag van afgerond € 8.000 worden toegevoegd aan de voorziening Afvalstoffenheffing. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 1.835

1.786

Realisatie 2024 1.918

Rioolheffing Net als bij de afvalstoffenheffing is ook bij de rioolheffing het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten worden gedekt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten verrekenen we met de egalisatievoorziening rioolheffing. De voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren. Bij de berekening van de kosten is uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in het Programma Water en riolering inclusief de te nemen klimaatmaatregelen. Het tarief steeg in 2024 met 25%.

68

Ook in 2024 zien we een lagere opbrengst rioolheffing dan geraamd. Wederom een bevestiging dat de huidige systematiek van heffen niet langer houdbaar is. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 2.604

Realisatie 2024

3.487

3.175

Kostendekkendheid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geven we hieronder de kostendekkendheid aan. Onder kostendekkendheid vallen meer kosten dan alleen de kosten van de riolering en afval zelf. Ook kosten van overhead, minimabeleid, openbare reiniging, rente, btw en dividendopbrengsten worden doorberekend. Bedragen x € 1.000 Berekening van de kostendekkendheid van een heffing

Afvalstoffenheffing Begroot nw

Kosten product

Werkelijk

€ 1.676

Toevoeging aan voorziening

Rioolheffing

€ 1.676

Begroot nw

Werkelijk

€ 2.135

€ 1.972

0

€8

€ 40

€ 60

€ 1.676

€ 1.685

€ 2.175

€ 2.032

Overhead op organisatiekosten

€ 72

€ 66

€ 379

€ 325

Kosten minimabeleid (taakveld 6.3)

€ 65

€7

€ 75

€9

Kosten openbare reiniging/straatvegen (taakveld 2.1)

€ 111

€ 102

€ 160

€ 153

€ 370

€ 397

Netto kosten taakveld (7.3/7.2) Toe te rekenen kosten:

Aandeel rente over investeringen (taakveld 0.5) BTW

€ 319

€ 304

€ 389

€ 343

Totale kosten

€ 2.243

€ 2.165

€ 3.548

€ 3.258

Opbrengst heffing

€ 1.786

€ 1.918

€ 3.487

€ 3.175

Opbrengst product, excl. heffingen

€ 170

€ 247

€ 61

€ 83

Onttrekking aan voorziening

€ 287

€0

€0

€0

€ 2.243

€ 2.165

€ 3.548

€ 3.258

€ 2.243

€ 2.165

€ 3.548

€ 3.258

Netto opbrengsten taakveld (7.3/7.2) Opbrengst dividend (taakveld 0.5) Totale opbrengsten Dekkingspercentage

100%

100%

100%

100,0%

Leges De opbrengst van de leges wordt jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2024 een percentage van 4,2%. Bij de leges ingevolge de APV wordt rekening gehouden met hogere kostendekkendheid, door verhoging van bepaalde leges en herinvoering van de evenementenvergunning. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden ook leges voor Omgevingsvergunningen (milieu) in rekening gebracht. Bij de leges omgevingsvergunning wordt op basis van werkelijke aantallen o.a. door stikstof en pfas een volumevermindering verwacht en lagere legesinkomsten in verband met Private kwaliteitsborging (externe toetsing). In de nieuwe legesverordening is rekening gehouden met de Omgevingswet, deze is op 1 januari 2024 in werking getreden. De tariefstijging bedraagt eveneens 4,2%, uitgezonderd de tarieven die het rijk vaststelt.

69

Bedragen x €1.000 Opbrengst leges

Realisatie 2023

Begroting 2024 na wijz.

Realisatie 2024

Balieverkopen 608.0

201

341

380

Naturalisaties 608.1

18

12

23

Burgerlijke stand 608.3

79

59

93

Overige vergunningen 650.6

3

14

3

770

450

560

Bouwvergunningen en controle 612.0

Begraafrechten De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd om prijsontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. In 2024 is dit met 4,2%. Bedragen x €1.000 Opbrengst Leges

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 95

Realisatie 2024

119

133

Het kwijtscheldingsbeleid Met ingang van 2024 verlenen wij geen kwijtscheldingen meer via het minimabeleid, maar ontwikkelen wij kwijtscheldingsbeleid dat in lijn ligt met andere gemeenten binnen het werkgebied van Tribuut. Wij proberen daarbij wel binnen de wettelijke grenzen zoveel mogelijk rekening te houden met de situatie van mensen met een laag inkomen.

De lokale lastendruk Met het weergeven van de lokale lastendruk geven we aan welke belastingaanslag een gemiddeld huishouden in onze gemeente krijgt. Hierbij rekenen we een aantal algemene heffingen mee. Dit zijn de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Het berekenen van een belastingaanslag is lastig omdat er geen gemiddeld huishouden bestaat. De gezinnen kunnen de hoogte van hun aanslag zelf mede bepalen door hun gedrag aan te passen. Het waterverbruik, de grootte van de container en het aantal keren dat deze geledigd wordt zijn hierbij bepalend. Om een berekening te maken moeten de volgende gegevens bekend zijn: a. Wat is de woz-waarde van de woning waarin het gezin woont; b. Is het gezin eigenaar van de woning; c. Welke containergrootte heeft het gezin voor het restafval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; d. Welke containergrootte heeft het gezin voor het gft-afval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; e. Wat is het waterverbruik van het gezin. Omdat we jaarlijks dezelfde uitgangspunten hanteren, kunnen we lokaal een vergelijking maken met voorgaande jaren. Onderdeel

2022

2023

2024

Rioolheffing (huish 4 pers, waterverbruik 150 m3)

€ 354

€ 377

€ 471

OZB-aanslag eigenaren gedeelte

€ 391

€ 393

€ 410

Afvalstoffenheffing (140 l container 8x groenafval/7x restafval)

€ 161

€ 174

€ 182

Totale aanslag

€ 905

€ 944

€ 1.063

Procentuele ontwikkeling t.o.v. het voorgaande jaar

2,8%

4,3%

12,6%

70

B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit: •

het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is;

•

de inventarisatie van de weerstandscapaciteit;

•

de inventarisatie van de risico’s;

•

de weerstandsratio

•

de financiële kengetallen

Beleid weerstandscapaciteit en risico's Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. •

Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.

•

In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.

•

We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan.

•

Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen.

•

We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie.

•

We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn.

•

We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen.

•

Via de reguliere planning & controlcyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.

71

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: Incidentele weerstandscapaciteit

Bedragen x 1.000

Onderdeel

Omvang per 31-12-2024

Algemene reserve

€ 9.623 Behoedzaamheidsreserve

€ 3.000

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

€ 12.623

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: Structurele weerstandscapaciteit

Bedragen x 1.000

Onderdeel

2024

Onbenutte belastingcapaciteit

€ 560

Post onvoorzien

€ 20

Totaal structurele weerstandscapaciteit

€ 580

Toelichting onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval dat zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of van beperkte betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de artikel 12-gemeenten. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit Onderdeel

(bedragen * € 1.000) Programmabegroting 2024 /Jaarstukken 2023

Jaarstukken 2024

Incidentele weerstandscapaciteit

€ 8.106

€ 12.623

Structurele weerstandscapaciteit

€ 580

€ 580

€ 8.686

€ 13.203

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

Inventarisatie van de risico's Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting. In september 2023 is de risico-inventarisatie 2023 vastgesteld. De geïnventariseerde risico’s vertegenwoordigden in de begroting 2024/jaarstukken 2023 een waarde van € 4.435.000. In 2024 hebben we deze geactualiseerd en bijgesteld naar nieuwe inzichten. De risico-inventarisatie bedraagt in de begroting

72

2025/jaarstukken 2024 een waarde van € 3.570.000. Hieronder worden de risicogebieden die een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd. (Bedragen * € 1.000) Nr. Programma Focusgebied / basistaken

Risicogebied

Structureel of Risico-inschatting incidenteel? Programmabegroting 2025 / Jaarstukken 2024

Risico-inschatting Programmabegroting 2024 / Jaarstukken 2023

Verschil

1. 2 - Focusgebied Ruimte Grondexploitaties voor Eerbeek / EerbeekLoenen 2030

Incidenteel

€0

€ 1.433

€ 1.433

2. 4 - Basistaken bedrijfsvoering en financiën

Informatiebeveiliging

Incidenteel

€ 1.803

€ 1.210

€ -593

3. Alle programma's

Grote calamiteiten

Incidenteel

€ 398

€ 571

€ 173

4. Alle programma's

Algemeen

Structureel

€ 325

€ 325

€0

5. 4 - Basistaken bedrijfsvoering en financiën

Personeel

Structureel

€ 268

€ 153

€ -115

6. Alle programma's

Inflatie

Structureel

€0

€ 150

€ 150

7. 3 - Focusgebied Sociaal domein

Jeugdzorg

Structureel

€ 402

€ 121

€ -281

8. 1. Bestuur en dienstverlening

Bestuur

Structureel

€ 54

€ 104

€ 50

9. 3 - Basistaken Vitale Samenleving

Beheer sportaccommodaties

Structureel

€ 140

€ 100

€ -40

10 Alle programma's

Inkoop en Europese aanbestedingen

Structureel

€ 180

€0

€ -180

Overige risico’s

€0

€ 268

€ 268

Totaal risicoinventarisatie

€ 3.570

€ 4.435

€ 865

We benoemen de risico's en kijken terug op 2024: 1. Grondexploitaties Afgelopen jaar hebben we ingeschat dat er geen risico's zouden optreden die anders waren dan keuzes waartoe we de reserve grondexploitaties hebben ingesteld. Wél is er ten aanzien van het Burgersterrein een andere keuze gemaakt ten aanzien van de grondexploitatie. Dat betrof geen risico, maar een actieve wijziging in gewenste ontwikkeling van dat terrein. Bij de actualisatie van de risico-inventarisatie 2025 zullen we wederom afwegen of we dit risico wél of níet moeten opnemen in het weerstandsvermogen, aanvullend op de reserve. 2. Informatievoorziening en -beveiliging Afgelopen jaar heeft het risico zich wel voorgedaan, in de vorm van phishing-mails, maar waren er geen financiële consequenties. 4. Algemeen In deze categorie vallen alle risico's die niet zijn voorzien. Voorbeelden zijn de corona-pandemie van 2020 of de inval in Oekraïne. Om deze onbekende risico's toch een plaats te geven in de risicoinventarisatie is 5% van de jaarlijkse kosten met een 10% kans van realisatie opgenomen als algemeen risico. Afgelopen jaar hebben deze zich niet voorgedaan. 5. Personeel De krapte op de arbeidsmarkt is een zekerheid en daarmee geen risico. Wél is het voor onze gemeente een risico wanneer deze krapte zich vertaald in onvervulde vacatures, inhuur die duurder 73

is en uitval van zittend personeel als gevolg van een lagere bezetting. Dit risico is afgelopen jaren gestegen en vertaalt zich in een hogere kans en waarde. In 2024 hebben we hier zeker mee te maken gehad. Tegelijkertijd hebben we financiële effecten (inhuur) hiervan kunnen opvangen in de lopende begroting. 6. Inflatie In de vorige begroting was de ontwikkeling van inflatie nog zeer onzeker. Inmiddels zijn prijsstijgingen gestabiliseerd en opgenomen in de meerjarenraming. Inflatie is daarmee geen onzekerheid meer, wel de hoogte ervan. Tegelijkertijd denken we de grootste stijgingen wel te hebben gehad en ramen we het niet meer als afzonderlijk risico. In 2024 heeft dit risico zich inderdaad niet voorgedaan. 7. Jeugdzorg Afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de transformatie van de jeugdzorg niet eenvoudig is. Er is het risico dat we er met de aanbieders niet goed in slagen de transformatie te maken van individuele maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Tegelijkertijd zijn er aanvullende financiële risico's. Bijvoorbeeld als gevolg van het woonplaatsbeginsel, waarbij we ineens voor hogere uitgaven kunnen komen te staan. Ook zijn de kostenstijgingen een gevolg van toegenomen huisvestingslasten en hogere lonen. De kans en het risicobedrag zijn toegenomen. In 2024 hebben we te maken gekregen met dit risico.

Gedurende het jaar hebben we meermaals het beschikbare budget voor Jeugdzorg moeten vergroten. Dat is in samenspraak met de raad geweest. We intensiveren onze inspanning om de hervormingsagenda door te voeren en grip op de kosten te houden. Tegelijkertijd blijft het door het Rijk beschikbaar gestelde budget achter bij onze uitgaven. Hiertoe sluiten wij aan op de landelijke beweging van gemeenten en VNG om het Rijk te bewegen tot het beschikbaar stellen van meer middelen. 8. Bestuur Dit risico heeft betrekking op de vergoedingen voor oud-bestuurders van de gemeente. Dat heeft enerzijds betrekking op de pensioenverplichtingen die onderhevig kunnen zijn aan veranderende rekenrentes. Dit zou de gemeente kunnen stellen voor extra toevoegingen aan de voorziening. Anderzijds heeft het betrekking op de wachtgeldvergoeding bij tussentijds terugtreden van een bestuurder. Ook in dat geval moet de gemeente extra toevoegen aan de betreffende voorziening. In voorgaande inventarisaties was dit risico ook al opgenomen, maar niet apart toegelicht. 9. Beheer sportaccommodaties Ten aanzien van de financiële positie van Sportkompas heeft zich in 2024 geen risico voorgedaan. We hebben in 2024 wel een proces ingezet gericht op actualiseren van de tarievennota, financiële situatie Sportkompas en beheervorm van Sportkompas. Dat proces is bijna afgerond.

De financiële consequenties hieruit, nemen we mee in het P&C-proces van 2025. 10. Inkoop en Europese aanbestedingen We zien een toename van de waarde van inkopen en Europese aanbestedingen die niet rechtmatig verlopen. Er zijn diverse maatregelen genomen maar ook nog te treffen. We maken het risico op een mogelijke onjuiste procedure en toekenning van claim expliciet. Afgelopen jaar heeft dit risico zich niet vertaald in een juridische claim. Door meer aandacht voor en inzet op een correcte procedure van inkoop en Europese aanbestedingen, sturen we op lagere financiële onrechtmatigheid in 2025. Overige risico's In de programmabegroting 2024 was nog een risico opgenomen voor schommelingen in het 74

gemeentefonds, c.q. de algemene uitkering. Dit risico is deels ondervangen met risico "Algemeen, nr. 4". Ook is dit risico incidenteel op te vangen via de algemene reserve en/of de per dit jaar ingestelde behoedzaamheidsreserve van € 3 miljoen om dit risico af te dekken. Dit geldt ook voor andere eventuele risico's die we niet kunnen voorzien. In 2024 hebben er zich op dit vlak geen risico's voorgedaan.

De weerstandsratio In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit eind 2024 en de risico-inschatting in deze jaarstukken bedraagt de weerstandsratio 3,70. Hieronder is de vergelijking met de Jaarstukken 2023 en de Programmabegroting 2024 opgenomen. Weerstandsratio Onderdeel

(bedragen * € 1.000) Jaarstukken 2023

Programmabegroting 2024

Jaarstukken 2024

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

€ 8.825

€ 8.686

€ 13.203

Totaal geïnventariseerde risico's

€ 4.435

€ 4.435

€ 3.570

1,99

1,96

3,70

Weerstandsratio

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen van de jaarstukken 2024 met daarbij de cijfers vanuit de begroting 2024 en jaarstukken 2023.

Financiële kengetallen gemeente Brummen

Jaarstukken 2023

Begroting 2024

Jaarstukken 2024

1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen

59,2

88,9

46,5

1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen

65,4

95,5

52,1

2 – Solvabiliteitsratio

24,4

19,5

26,4

3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie

9,9

14,5

6,5

4 – Structurele exploitatieruimte 5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens

75

5,1

1,7

--0,0

112,5

106,9

106,9

Toelichting op de financiële kengetallen 1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 130%: meest risicovol, • tussen 90% en 130%: neutraal, • lager dan 90%: minst risicovol. 1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente. Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a. 2 – Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De volgende signaleringswaarden gelden; • lager dan 20%: meest risicovol, • tussen 20 en 50%: neutraal, • hoger dan 50%: minst risicovol.

3 – Grondexploitatie Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 35%: meest risicovol, • tussen 20% en 35%: neutraal, • lager dan 20%: minst risicovol. 4 – Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 0%: meest risicovol, • 0%: neutraal, • hoger dan 0%: minst risicovol.

76

5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening. De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 105%: meest risicovol, • tussen 95% en 105%: neutraal, • lager dan 95%: minst risicovol.

Beoordeling financiële kengetallen De financiële kengetallen laten en positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de begroting 2024 en de jaarstukken 2023. Het verschil bij de netto-schuldquoten wordt veroorzaakt door hogere werkelijk baten en een lagere vaste schuld. Voor het onderdeel vaste schuld ruim € 10 miljoen positief verschil. De solvabiliteitsratio (verhouding eigenvermogen/balanstotaal) is verbeterd. Dit wordt veroorzaakt door het positieve rekeningresultaten 2023 en 2024. De structurele exploitatie laat in 2024 een nadeel zien. Deze wordt vooral veroorzaakt door de cijfers uit de bouwgrondcomplexen en de hoge budgettekorten bij de jeugdzorg. Zie de Financiële hoofdlijnen voor de grootste voor- en nadelen.

77

C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot onze ‘grotere’ kapitaalgoederen. Hierbij denken we aan de kosten van aanleg en instandhouding van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente bestaat uit het bezit van wegen, rioleringen, groenvoorzieningen en gebouwen. Een zorgvuldig beheer en onderhoud hiervan vinden we dan ook belangrijk. Daarnaast wordt de kwaliteit van het openbaar gebied door inwoners vaak het meest intensief beleefd. Zwerfvuil, loszittende stoeptegels, boomwortels, slecht onderhouden gebouwen, moeilijk toegankelijke gemeentelijke gebouwen: deze onderwerpen raken inwoners direct. In de vastgestelde programma's Water en Riolering, Groen en Mobiliteit zijn de beleidskaders voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte voor de komende jaren vastgesteld. Verbetering van de biodiversiteit en inspelen op klimaatontwikkeling zijn daarbij belangrijke speerpunten. De kosten van instandhouding van wegen, groen, riolering en gebouwen berekenen we aan de hand van beheer- en uitvoeringsplannen. De hoogte van de onderhoudskosten zijn voor een deel te beïnvloeden door keuzes te maken in het niveau van onderhoud.

In de beheerplannen hebben we de ambities en de kwaliteit van het beheer van de openbare voorzieningen benoemd. De onderhoudsstaat van de voorzieningen wordt volgens landelijke normen (CROW) gemeten en geanalyseerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus en resultaten van de metingen zijn het toetsingskader voor bestuur en medewerkers.

Wegen In 2023 is het gemeentelijk wegenbestand geïnspecteerd. Op basis van de resultaten van de weginspectie en het beheerplan Wegen 2020-2024 is een onderhoudsplanning voor 2024 opgesteld. Voor de financiering van de uitvoering voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de voorziening Onderhoud wegen. Uit deze voorziening bekostigen we het groot onderhoud van de asfalt- en elementen-verhardingen en ook de oppervlaktebehandelingen. Financiële overzichten vindt u elders in deze begroting in het hoofdstuk Financiële positie. Naast het uitvoeringsbudget voor repeterend onderhoud is er een incidenteel renovatiebudget voor het herinrichten van wegen beschikbaar (€ 2,5 mln./jr). In afwachting van de Mobiliteitsvisie en bijbehorend uitvoeringsplan is nog niet gestart met renovatie van wegen. Bij deze renovaties wordt gekeken hoe de wegen passend bij hun verkeersfunctie op een duurzame en klimaatbestendige wijze heringericht kunnen worden. Eind 2024 zijn de geselecteerde wegen nader beoordeeld en geprioriteerd. Het asfaltonderhoud en de straat- en andere werkzaamheden worden in de markt gezet en aanbesteed.

Uitgevoerde werkzaamheden in 2024: Asfalt: - Doonweg vanaf de Schoonmansmolenweg tot het Soerense Zand Zuid - Soerense Zand Zuid vanaf huisnummer 3 tot Den Texweg - Hallsedijk vanaf de Voorstondensestraat tot de Langedijk - IJsselstraat vanaf station Empe tot gemeentegrens met Zutphen - Spoorstraat vanaf de Burgemeester De Wijslaan tot de stationsweg

78

Elementverharding: - Diverse trottoirs vogelbuurt - Diverse trottoirs omgeving Boerenstraat/Smeestraat - Diverse trottoirs Werfakker - Voetpad De Deken Kosten groot onderhoud

(bedragen x 1.000)

raming na wijziging

€ 814

werkelijke kosten

€ 815

restant

€0

Stand voorziening groot onderhoud

(bedragen x 1.000)

per 1-1

647

Toevoeging vanuit exploitatie

868

Onttrekking werkelijk

815

per 31-12

700

Bruggen In 2020 zijn de bruggen over het Apeldoorns kanaal geïnspecteerd op mogelijke gebreken. Groot onderhoud voorzien we niet eerder dan in 2032.

Openbare reiniging Het reinigen van de openbare ruimte (verwijderen zwerfvuil) wordt uitgevoerd op beeldniveau B. Dat is het basisniveau. Mede door de inzet van de vele vrijwilligers wordt er op veel plekken Aniveau gemeten. De vrijwilligers geven aan dat er regelmatig te weinig ligt om afval te gaan rapen. Het vegen van wegen is op bestekbasis tot en met 2026 uitbesteed. Het bestekmatig vegen van wegen gebeurt alleen binnen de bebouwde kom. Het vegen van wegen wordt binnen heel de bebouwde kom ook op B-niveau uitgevoerd. Ook hier is het afgelopen jaar veel op A-niveau gemeten. Dit zorgt voor een schone uitstraling van de openbare ruimte; het scheelt ook in de groei van onkruid op de verhardingen. In de herfstperiode is de veegwagen ingezet voor het verwijderen van blad. Blad op gazon is waar mogelijk verkleind en ter plaatse gelaten als meststof voor het gazon.

Huishoudelijk afval In het beleidsplan grondstoffen 2021-2025 is de doelstelling de hoeveelheid restafval terug te dringen naar 80 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Gemiddeld had een inwoner van de gemeente Brummen in 2024 115,1 kg restafval per jaar. Dat is inclusief 7,6 kg grof restafval en de afkeur vanuit het apart ingezamelde PMD. Dat is 4,2 kg meer per inwoner dan in 2023. Geconcludeerd kan worden dat de doelstelling van het beleidsplan op deze manier niet gehaald gaat worden. Per inwoner is er ten opzichte van 2023 2 kg meer groenafval gebracht naar het recycleplein. Dat is een stijging van 12,5%. Daaruit kun je afleiden dat de maatregel 250 kg gratis brengen naar het recycleplein effect heeft. Daarnaast zijn er dit jaar 41 compostvaten verkocht aan inwoners waardoor er meer groenafval thuis verwerkt wordt. 79

Openbare straatverlichting Op basis van het beleidsplan openbare verlichting verduurzamen we het bestand van lichtmasten en armaturen. In 2024 is het onderhoud van de openbare verlichting gezamenlijk met een aantal Achterhoekse gemeenten (o.a. Montferland en Doetinchem) aanbesteed. In dit onderhoudsbestek is ook de vervanging van de nog aanwezige oude armaturen door ledverlichting in onze gemeente opgenomen. De aanbesteding van de inkoop van de ledarmaturen is eind 2024 gezamenlijk met gemeente Montferland opgestart. Het opstellen van een nieuw beleids- en beheerplan heeft vertraging opgelopen en is nu voor de 2e helft van 2025 voorzien.

Riolering In december 2022 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2023 – 2027 vastgesteld. In dit programma is de visie op onze zorgtaken meegenomen. De zorgtaken van het (afval)watersysteem zijn: Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekte. Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater. Het voorkomen van schade door hevige regenval en/of bij extreme droogte. Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. Met dit beleid zorgen we ervoor dat deze functies gewaarborgd blijven. We dragen zo bij aan een veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Voor onderhoud aan rioolgemalen, (correctief) onderhoud en onderzoek aan het rioolstelsel zijn binnen de exploitatiebegroting jaarlijkse budgetten beschikbaar. Voor toekomstige renovaties van rioolstelsels is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed ten laste van de exploitatiebegroting. De kosten voor het rioolstelsel worden voor 100% gedekt door de rioolheffing. In 2024 stond de renovatie van het riool in de Coldenhovenseweg tussen het spoor en de Volmolenweg op het programma. In verband met werkzaamheden van de nutsbedrijven is dit doorgeschoven naar 2025. Ook het project aan de Veldkantweg is doorgeschoven naar 2025. Kosten rioolrenovaties

(bedragen x 1.000)

Begroting na wijziging

€ 300

Werkelijke uitgaven

€ 10

Restant

€ 290

Projecten voor rioolvervanging/renovatie riolering zijn gekoppeld aan andere disciplines (herinrichting wegen, waterplan e.d.) Bij deze projecten is vertraging ontstaan of is nog niet duidelijk hoe toekomstige situatie riolering wordt. Stand voorziening groot onderhoud

(bedragen x 1.000)

per 1-1

1.422

Toevoeging vanuit exploitatie

500

Onttrekking werkelijk

10

per 31-12

1.912

Bermen en sloten De biodiversiteit staat onder druk. Om de biodiversiteit te verbeteren is gestart met een meer biodiverse wijze van onderhoud van de gemeentelijke bermen en sloten. Door gericht verschralingsbeheer kan in de bredere bermen en sloten meer soortenrijkdom optreden. Om dit te 80

bereiken is in 2023, met input van het Landschapsnetwerk Brummen een nieuw maaibestek op de markt gebracht. In 2024 is op basis van dit bestek ongeveer 40% van de bermen ecologisch beheerd. Dit ecologisch beheer zal t/m 2027 stapsgewijs jaarlijks met 20% worden uitgebreid naar 100% ecologisch beheer in de kansrijke bermen. Het vrijkomende maaisel van bermen en sloten is op agrarische gronden in onze gemeente verwerkt. Door de aanhoudende regenval van het afgelopen jaar en daarmee gepaard gaande optredende kwel vanaf het Veluwemassief was er op meerdere locaties in de gemeente sprake van wateroverlast. Er is extra inzet gepleegd om de gemeentelijke watergangen en duikers gangbaar te maken en houden. Deze maatregelen konden de wateroverlast niet wegnemen maar plaatselijk wel bijdragen aan het beter afstromen van oppervlaktewater. Op meerdere locaties zijn ongewenste invasieve exoten in bermen en sloten aanwezig. In het buitengebied aanwezige invasieve soorten zijn structureel aangepakt. Door herhaalde bestrijding door bestrijding met elektriciteit of injecteren met eiwitten moeten de planten steeds verder verzwakken en uiteindelijk verdwijnen. Gezien het beschikbare budget is geprioriteerd bij de bestrijding op basis van kwetsbaarheid van de locatie en de kans op succes. Ca. 60-70% van de bekende gemeentelijke locaties hebben een behandeling ondergaan.

Openbaar groen Het inrichtingsniveau en het onderhoud van het openbaar groen in de gemeente heeft haar basis in het Programma Groen dat in 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het openbaar groen wordt op een verantwoord niveau onderhouden (A-kwaliteit in de centra en B-niveau in de wijken) en verbetering van de biodiversiteit en klimaatbestendigheid zijn leidend bij het beheer. 2024 was een extreem warm en vochtig jaar. Hierdoor groeide alles extreem snel. Inzet van extra medewerkers in onze buitendienst en bij de aannemers was vrijwel niet mogelijk door de krapte op de arbeidsmarkt. Het was daardoor niet mogelijk om het afgesproken onderhoudsniveau te halen. Er zijn daardoor achterstanden in het groenonderhoud ontstaan die in de winter van 2024-2025 worden weggewerkt. Hierover is via diverse media gecommuniceerd naar onze inwoners. In 2024 zijn de eerste verbeterprojecten vanuit het programma Groen opgestart en uitgevoerd . De eerste groenrenovaties zijn opgepakt in de Eerbeekse Enk en Noorder Enk (vervangen a. 6.000 m2 verouderd/versleten groen, inclusief aanplant 67 nieuwe bomen en inzaai 1.400 m2 bloemenweiden).

De volgende projecten zijn in 2024 uitgevoerd: -inhaalslag snoeionderhoud bomen; -aanplant 130 extra straatbomen binnen de bebouwde kom: zijn er 145 geworden; -uitdeelactie bomen aan inwoners: groot succes met uiteindelijk 3.400 uitgedeelde bomen; -aanplant twee bospercelen: bossen aangeplant met ca. 10.000 geplante bomen; -aanleg bloemrijke graslanden: diverse gazons omgevormd naar bloemenweide; In 2024 is ook een grote stap gezet op het gebied van inzet van duurzaam materieel. Op alle gemeentelijke begraafplaatsen worden gazons volledig met een elektrisch aangedreven machine gemaaid. Hiermee is uitstoot van schadelijke stoffen en geluidsoverlast sterk afgenomen. Daarnaast worden ook voor veel andere groenwerkzaamheden waar mogelijk elektrisch aangedreven machines ingezet. Blad in beplantingen is in 2024 niet opgeruimd maar bleef liggen zodat organische voedingsstoffen beschikbaar blijven voor de beplantingen. Ook op een groot deel van gazons werd in 2024 geen blad meer afgevoerd maar ter plaatse gemulched. Zo blijven ook hier de natuurlijke voedingsstoffen beschikbaar voor gazons en bomen en blijft in droge periodes hemelwater langer beschikbaar. 81

Begraafplaatsen De geplande vervanging van, door de droogte van afgelopen jaren, afgestorven bomen en heesters heeft in 2024 nog niet plaatsgevonden. De aanplant is doorgeschoven naar 2025. Het onderhoudsniveau op de begraafplaatsen heeft plaatsgevonden op B-niveau (CROW kwaliteitscatalogus). In het kader van duurzaamheid en geluidsreductie zijn de gazons op de begraafplaatsen gemaaid met volledig accu aangedreven machines.

Boombeheer Gemeentelijke bomen worden volgens de wettelijke normen geïnspecteerd. Het boomonderhoud vindt op een basisniveau plaats. Prioriteit bij het onderhoud krijgt het voorkomen van gevaarlijke situaties en schade aan derden. In 2024 zijn 7.530 bomen gecontroleerd. Op basis van deze boomveiligheidscontrole zijn 3.769 bomen gesnoeid in en rondom Eerbeek. 121 bomen zijn na de boomveiligheidscontrole en uitvoering van een second opinion aangemerkt als te kappen boom. Het betreft bomen die in slechte conditie of dood zijn en geen veilige toekomst meer hebben. Voor het verwijderen van een klein deel van de dode en slechte bomen worden vrijwilligers van de groep Holthakkers ingezet. De eikenprocessierups is ook in 2024 in beperkte mate in de gemeente aangetroffen. Dit ondanks het feit dat preventieve bestrijding van de rups (door bespuiting van de eiken met aaltjes) dit jaar nog maar op een beperkt aantal locaties plaats kon vinden. Aanwezigheid van beschermde vlindersoorten maakten bespuiting op veel locaties niet mogelijk. Er zijn slechts 11 FIXI-meldingen ontvangen over de rups. Het aantal bestrijdingsacties kon daarmee beperkt blijven. In het kader van het coalitieakkoord waarin is afgesproken dat er 21.000 extra bomen aangeplant gaan worden zijn in 2024 de eerste grote stappen gemaakt.

In een uitdeelactie voor inwoner, "Elke Brummenaar een boom", zijn 3.400 inheemse bomen uitgedeeld die een plek hebben gekregen in de tuinen van inwoners van de gemeente Brummen. Gedurende het plantseizoen zijn vanaf november 2024 in en rondom de kern Brummen 181 nieuwe bomen in de openbare ruimte geplant. Ook zijn er 2 bospercelen met 10.000 inheemse bomen en struiken aangelegd aan de Boshoffweg in Eerbeek en bij het Gat van Cortenoever in Brummen. In de komende jaren worden conform het Programma Groen ook in de kernen Eerbeek, Hall, Empe, Leuvenheim en in het buitengebied nieuwe bomen aangeplant op daarvoor geschikte locaties. Ook het wegwerken van de achterstand in herplant van 214 gekapte bomen wordt hierin meegenomen.

Bosbeheer In het Wilhelminapark wordt het bosbeheer uitgevoerd in samenwerking met de aldaar actieve Groengroep. Met de Groengroep zijn in 2024 goede afspraken gemaakt over het beheer wat zij met ca. 25 vrijwilligers uitvoeren in de bospercelen van het Wilhelminapark. Belangrijkste activiteit was het verwijderen van exoten zoals Amerikaanse Vogelkers en zaailingen van Amerikaans Eik. Daarnaast zorgt men ervoor dat de randen van de bospercelen geen overlast veroorzaken op de openbare weg en de wandelpaden. Langs alle gemeentelijke bospercelen in het Wilhelminapark zijn in 2024 alle bomen in de bosranden in het kader van (verkeers)veiligheid gesnoeid.

82

Speeltoestellen De gemeentelijke speeltoestellen werden in 2024 conform de wettelijke eisen structureel gecontroleerd op gebreken (5x per jaar). Gebreken werden waar mogelijk gerepareerd. Onveilige en niet te repareren speeltoestellen werden verwijderd. Vervanging van speeltoestellen en herinrichting van speellocaties vindt plaats volgens uitgangspunten die in 2019 zijn vastgesteld. Herinrichting van speellocaties gaat in overleg met de buurt. De speeltuinen aan de Trepkesweide in Empe en De Eendrachtweg in Leuvenheim werden in 2024 opgewaardeerd door het plaatsen van nieuwe speeltoestellen. Dit kwam tot stand in nauw overleg met buurtbewoners. Op beide locaties is gekozen voor toepassing van natuurlijke materialen en uitdagende toestellen voor een brede leeftijdsgroep. Belangrijk uitgangspunt was ook de wens om een speeltuin te gebruiken als ontmoetingsplek. Plaatsing van picknickbanken en extra bomen maakte daarvan onderdeel uit.

Sportvelden De sportvelden worden door de gemeente dusdanig onderhouden dat ze voldoen aan de bespelingseisen van de sportbonden. De gemeente beheert natuurgrasvelden, rubber en zand ingestrooide kunstgrasvelden en hybridevelden. Groot onderhoud aan de velden vindt plaats in overleg met de betreffende sportverenigingen. Er is een grote druk op een aantal voetbalvelden ontstaan door explosieve groei van de Grote Weegbree. De kwaliteit en bespeelbaarheid van de velden hebben hieronder aanzienlijk geleden. In 2024 is door het college besloten om geen chemische bestrijding toe te passen. Aangepaste beheermaatregelen zijn in 2024 ingezet en moeten zorgen voor een sterkere grasmat zodat de Grote Weegbree wordt teruggedrongen. Dit aangepaste beheer zal in de komende jaren worden voortgezet.

Gemeentelijke gebouwen Voor periodiek- en groot onderhoud is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed. Uit de voorziening moet het onderhoud worden bekostigd van alle gebouwen die bij de gemeente in eigendom zijn. Deze bedragen zijn exclusief te nemen verduurzamingsmaatregelen en het wegwerken van eventueel uitgesteld onderhoud. De financiële overzichten staan in het hoofdstuk Financiële positie. Het reguliere onderhoud van schoolgebouwen wordt gedaan door de schoolbesturen. Alleen nieuwbouw, uitbreiding en zeer groot onderhoud valt nog onder de gemeente. Aanvragen daarvoor lopen via de huisvestingsverordening voor het onderwijs. Budget wat hiervoor nodig is wordt jaarlijks aangevraagd en via de investeringslijst in de begroting inzichtelijk gemaakt.

83

Kosten groot onderhoud

(bedragen x 1.000)

Begroot na wijziging

€ 484

Werkelijke kosten

€ 466

Restant

€ 18

Het restant wordt veroorzaakt door de volgende posten: Rhienderoord, nog terug te ontvangen btw (bosa)

-€ 38

MFC's w.o. Troelstralaan, doorschuiven van groot onderhoud

€ 35

Overig

€ 22

Stand voorziening groot onderhoud

(bedragen x 1.000)

per 1-1

€ 136

Toevoeging vanuit exploitatie

€ 528

Onttrekking werkelijk

€ 466

per 31-12

€ 199

Actualiteit van beheers- en beleidsplannen De beleids- en beheerplannen plannen voor de openbare ruimte hebben over het algemeen een looptijd van 4 of 10 jaar. In 2024 is het Programma Mobiliteit vastgesteld en is gewerkt aan het uitvoeringsprogramma Mobiliteit dat begin 2025 vastgesteld wordt. Voor de komende jaren staat de actualisatie van de volgende plannen ingepland: 2025: Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2025: Groenbeheerplan 2025: Beleids- en uitvoeringsplan Openbare Verlichting 2025: Biodiversiteitsplan 2025: Beheerplan wegen 2026-2030 2025: Grondstoffenplan 2026-2030 en Uitvoeringsplan Grondstoffeninzameling 2026-2030 2025: Systeemoverzicht Stedelijk Water (voorheen BRP) 2027: Programma Water en Riolering 2028-2031 2027: Uitvoeringsprogramma Water en Riolering

84

D. Financiering Algemeen In de paragraaf Financiering geven we informatie over de manier waarop de gemeente geld aantrekt. We beschrijven hier hoe we de financieringsfunctie uitvoeren. De wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) en de wet Hof zijn de kaders waarbinnen de uitvoering van de financieringsfunctie plaatsvindt. Daarnaast heeft de raad kaders vastgesteld in de financiële verordening en in het Treasurystatuut. Het gemeentelijke financieringsbeleid is opgesteld om te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en op lange termijn. De belangrijkste doelstelling is het beheersen van de risico’s die hieraan verbonden zijn en de rentekosten te beperken.

Renteontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt het monetaire beleid. De ECB ziet de zorg voor stabiele prijzen als de allerbeste bijdrage die de centrale banken kunnen leveren aan de welvaart van mensen in Europa. Daarbij hoort een inflatie van 2% in het hele eurogebied, op de middellange termijn. Dat maakt de prijsontwikkeling voor iedereen duidelijk en voorspelbaar. De huidige inflatie is thans fors hoger. Prijsstabiliteit draagt bij aan de toename van economische welvaart en de potentiële groei van de economie. De door de ECB gehanteerde herfinancieringsrente is van invloed op de ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt (lange termijn leningen). Dit tarief was in december 2024 3,40%. De Euribortarieven worden gehanteerd om de geldmarkten (korte termijn leningen) te bepalen. Dit tarief was in December 2024 ongeveer 2,4%. (December 2023: 3,6%)

Risicobeheer Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. De financieringsbehoefte is afhankelijk van de geplande uitgaven, inkomsten en investeringen. In 2024 zijn de uitgaven en de investeringen gedekt door de inkomsten alsmede door het aantrekken van een kasgeldlening (van 364 dagen) in Februari 2024, deze lening is afgelost in Januari 2025. Hieronder volgt een overzicht van de schuldpositie met lang lopende leningen. De (resterende) looptijd varieert van 1 jaar tot 12 jaar. Het gemiddelde rente tarief ligt rond 1,0%. Jaarlijks lossen we lange-termijnleningen af. De totale aflossing mag niet hoger zijn dan 20% van de begroting van dat jaar. In 2024 is de renterisiconorm niet overschreden. Ook voor komende jaren is overschrijding van deze norm niet voorzien of verwacht. Omschrijving (bedragen x1000)

Stand per 31-12-2023

Opgenomen

Aflossing

Stand per 31-12-2024

Betaalde rente

Langlopende leningen

€ 49.617

€0

€ 10.166

€ 39.451

€ 446

Kortlopende leningen

€0

€ 5.000

€0

€ 5.000

€ 159

€ 49.617

€ 5.000

€ 10.166

€ 44.451

€ 605

Totaal

85

Kasgeldlimiet Het maximale op te nemen kasgeld is gebonden aan een limiet (8,5% van het begrotingstotaal). De uitnutting ervan wordt berekend aan de hand van het saldo van de vlottende middelen en vlottende schulden. Kasgeldlimiet 2024

Grondslag: Oorspronkelijke omvang begroting

Q1 2024

Q2 2024

Q3 2024

Q4 2024

2024

€ 65.635.000,00

€ 65.635.000,00

€ 65.635.000,00

€ 65.635.000,00

€ 65.635.000,00

Kasgeldlimiet (8,5% van grondslag)

€ 5.578.975,00

€ 5.578.975,00

€ 5.578.975,00

€ 5.578.975,00

€ 5.578.975,00

Korte schuld (laatste dag maand 1)

€ -1.939.244,26

€ -6.864.006,97

€ -8.433.724,00

€ -9.790.336,89

€ -6.756.828,03

Korte schuld (laatste dag maand 2)

€ -5.910.879,29

€ -7.335.932,65

€ -8.891.347,23

€ -10.252.721,21

€ -8.097.720,10

Korte schuld (laatste dag maand 3)

€ -6.365.021,70

€ -7.909.891,21

€ -9.336.672,37

€ -10.727.938,94

€ -8.584.881,06

Gemiddelde korte schuld

€ -4.738.381,75

€ -7.369.943,61

€ -8.887.247,87

€ -10.256.999,01

€ -7.813.143,06

Korte middelen (laatste dag maand 1)

€ 283.658,83

€ 4.991.121,71

€ 8.902.994,98

€ 11.442.871,44

€ 6.405.161,74

Korte middelen (laatste dag maand 2)

€ 1.719.108,45

€ 5.319.959,68

€ 10.030.026,24

€ 12.017.776,33

€ 7.271.717,68

Korte middelen (laatste dag maand 3)

€ 2.936.151,70

€ 8.549.404,30

€ 10.772.195,38

€ 11.850.295,22

€ 8.527.011,65

Gemiddelde korte middelen

€ 1.646.306,33

€ 6.286.828,56

€ 9.901.738,87

€ 11.770.314,33

€ 7.401.297,02

Netto korte schuld (som gemiddelden)

€ -3.092.075,42

€ -1.083.115,05

€ 1.014.491,00

€ 1.513.315,32

€ -411.846,04

5%

2%

-2%

-2%

1%

€ 2.486.899,58

€ 4.495.859,95

€ 6.593.466,00

€ 7.092.290,32

€ 5.167.128,96

% van de begroting Ruimte / overschrijding

Verstrekte leningen De Gemeente heeft verschillende leningen aan partijen verstrekt. Daarnaast zijn en worden er via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) stimuleringsregelingen verstrekt aan inwoners. Dit zijn revolverende fondsen. De rentebaten uit deze fondsen blijven binnen het fonds om deze binnen het fonds weer in te kunnen zetten. Hieronder volgt een overzicht van de partijen en de rentebaten van de verstrekte leningen. Omschrijving Partij

Hoofdsom per 31-12-2023

Verstrekt

Afgelost

Hoofdsom per 31-12-2024

Rente

Stichting Welzijn Brummen

€ 264

€0

€ 19

€ 245

€3

Alliander

€ 847

€0

€0

€ 847

€ 85

IJsselwind

€ 58

€0

€0

€ 58

€1

E.B.E.M.

€ 10

€0

€0

€ 10

€0

€ 1.179

€0

€ 19

€ 1.160

€ 89

Rentebaten totaal

Rente Een groot deel van onze (externe) rentelasten ligt vast omdat in het verleden geldleningen zijn opgenomen waarbij de op dat moment geldende marktrente voor langere tijd contractueel is vastgelegd. Rentetoerekening De toerekening van rente aan producten berekenen we op basis van de zogenoemde “renteomslag”. Dit houdt in dat de totale rentelast moet worden verrekend op basis van de boekwaarde van de relevante investeringen aan de hand van een “gemiddeld” rentepercentage. Het percentage voor de omslagrente wordt afgerond binnen een marge van 0,5%. De ruimte van 0,5% is bedoeld voor feitelijke afronding naar een dichtstbijzijnde handige rekenrente en dient ter stabiliteit bij kleine afwijkingen in navolgende jaren. Door deze afronding wijkt de rente die we aan taakvelden toerekenen enigszins af van de daadwerkelijke rentekosten. Het verschil wordt als

86

renteresultaat verantwoord op het taakveld treasury en is zichtbaar als resultaat in het renteschema.

Bouwgrondexploitatie Ten aanzien van de bouwgrondexploitatie moet een rente (percentage) worden toegerekend, vanaf 2025 is het verplicht om het percentage van de omslagrente te gebruiken in plaats van de werkelijke rente van het vreemde vermogen. In 2024 is het toegestaan om de omslagrente te gebruiken, de Gemeente Brummen heeft ervoor gekozen om ook in 2024 de omslagrente te hanteren.

Renteschema Schema renteomslag berekening

Begroot 2024

Werkelijk 2024

a.

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

€ 623.905

€ 630.308 +

b.

Af: De externe rentebaten over de lange en korte financiering

-€ 204.622

-€ 332.632 -

Saldo rentelasten en rentebaten

€ 419.283

€ 297.676 +

-€ 70.465

-€ 69.068 -

-€ 2.764

-€ 2.764 -

€0

€0 +

€ 346.054

€ 225.845 +

c1. Af :De rente die direct aan de grondexploitatie wordt doorgerekend c2

Af: De rente van projectfinanciering die direct aan het betreffende taakveld / product wordt toegerekend (lening SWB)

c3

Bij: De rentebaten van doorverstrekte leningen, als daarvoor een specifieke lening is aangetrokken en als deze bate rechtstreeks aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1

Bij: Rente over het eigen vermogen

€0

€0 +

d2

Bij: Rente over voorzieningen

€0

€0 +

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag)

€ 346.054

€ 225.845 +

e.

Af: De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag)

-€ 308.525

-€ 308.758 -

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€ 37.529

-€ 82.913

Rente-omslag per jaar

0,50%

0,37%

Te hanteren rente-omslag mag afgerond op 0,5% cf. BBV

0,50%

0,50%

Vennootschapsbelasting Gemeenten kunnen te maken hebben met de vennootschapsbelasting. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de gemeente Brummen niet door de ondernemerspoort komt en daarom niet vennootschapsbelastingplichtig is.

87

E. Bedrijfsvoering Algemeen Het realiseren van doelstellingen is mede afhankelijk van een goede sturing en van een goede interne bedrijfsvoering. In deze paragraaf gaan we in op actuele ontwikkelingen op het terrein van de bedrijfsvoering.

Planning en Control Als vertegenwoordiger van de inwoners van onze gemeente heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende rol. Middels de begroting stelt de raad vast welke doelen de gemeente nastreeft, de maatregelen die daarvoor worden genomen en de middelen (personeel en geld) die hiervoor beschikbaar zijn. Via de twee bestuursrapportages kan hierop gecontroleerd en bijgestuurd worden. In 2024 hebben we ingezet op twee ontwikkelingen: scherper of realistischer begroten en het verder ontwikkelen van de kwaliteit van de P&C-documenten. De afgelopen jaren hebben we meermaals grote overschotten gekend bij de jaarstukken. In het licht van het ravijnjaar hebben we onderzocht of er mogelijkheden waren om, op basis van de resultaten van de voorgaande jaren, aanscherpingen te maken in hoe de ramingen worden opgesteld. Dit heeft geresulteerd in unanieme steun van de gemeenteraad voor het doorvoeren van het zogenoemde "Scenario 1: Scherper ramen". Samen met het financiële afsprakenkader heeft dit geleid tot een sluitende meerjarenbegroting. Daarnaast was er in voorgaande documenten sprake van onevenwichtigheid tussen de verschillende programma's. Dit had te maken met hoe uitgebreid programma's werden toegelicht, maar ook in de hoeveelheid concrete maatregelen die waren opgenomen.

In de Programmabegroting 2025-2028 is hier extra aandacht aan besteed en zijn ook meetbare doelen (KPI's) opgenomen om de controlerende rol van de raad te versterken.

Rechtmatigheidsverantwoording Bij de verantwoording over de jaarstukken spelen twee begrippen een rol: rechtmatigheid en getrouwheid. Rechtmatigheid houdt in dat de (financiële) handelingen van de gemeente in het boekjaar in overeenstemming met wet- en regelgeving zijn uitgevoerd. Getrouwheid houdt in dat de jaarstukken een juist en volledig beeld geven van het boekjaar. Voorheen toetste de accountant de jaarstukken op beide onderdelen en waren deze onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Met ingang van de jaarstukken 2023 legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over rechtmatigheid. De accountant geeft nog steeds een oordeel over de getrouwheid van de jaarstukken. Daarmee toetst de accountant ook de juistheid en volledigheid van de rechtmatigheidsverantwoording. De verandering heeft tot doel om het gesprek over rechtmatigheid te laten plaatsvinden tussen gemeenteraad en college. De rechtmatigheidsverantwoording over 2024 is opgenomen als onderdeel van de Jaarrekening, toelichting op de baten en lasten. Hier benoemen we relevante zaken die samenhangen met de rechtmatigheidsverantwoording, maar die - conform eigen regelgeving of BBV - thuishoren in de toelichting van de paragraaf bedrijfsvoering.

88

Naleving M&O-beleid In 2023 hebben we een nieuwe Nota misbruik en oneigenlijk gebruik vastgesteld. We hebben afgesproken over naleving van het M&O-beleid in deze paragraaf te rapporteren. Misbruik is het opzettelijk verkeerd gebruiken van middelen, regels of macht voor persoonlijk voordeel of om anderen schade te doen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het onterecht gebruiken van gemeentegeld of informatie. Oneigenlijk gebruik is het gebruiken van middelen, regels of voorzieningen op een manier waarvoor ze niet bedoeld zijn. Dit gebeurt soms zonder kwade bedoeling, maar het past niet binnen de regels of het beoogde doel. Het toetsingskader van het M&O beleid kent zijn uitwerking in specifieke regelingen, verordeningen en processen. We hebben risicogebieden geïdentificeerd waarbij we op basis van classificatie (licht, middel, zwaar) beheersmaatregelen definiëren en classificeren. Waar mogelijk toetsen we de opzet, bestaan en werking van het beleid via (verbijzonderde) interne controle. Ten aanzien van 2024 kunnen we hierover het volgende melden: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15772212/1