(E56) B&W - Raadsinformatiebrief oplegger Plan van aanpak RES 2.0 + bijlagen - D437860
Tekst van het document
11
3.4 Warmte
In onze regio moeten we ruim 5 TWh (ongeveer 18.000 TJ) aardgasverbruik vervangen door emissievrije warmteoplossingen voor 2050. Dat is de helft van ons huidige totale energieverbruik in de regio, en ongeveer de helft daarvan is voor verwarming van onze gebouwen. De warmtetransitie is dus een belangrijk onderdeel van de totale energietransitie. In de RES regio Stedendriehoek vinden we, in het verlengde van het Klimaatakkoord, dat de regie in de warmtetransitie op lokaal niveau ligt. Gemeenten hebben een integrale afweging gemaakt in de transitievisies warmte (TVW’s) tussen enerzijds technische mogelijkheden, ruimtegebruik en koppelkansen en anderzijds financiën en draagvlak. Voor de eerste wijken zijn al uitvoeringsplannen gestart. In de komende jaren zal ook de herijking / actualisatie van de TVW’s gaan lopen, die vóór 2025 moet zijn gerealiseerd. De consequenties voor de opwek van duurzame elektriciteit zullen vanuit de RES op de voet worden gevolgd. Aandachtspunt hierbij is of gemeenten inzetten op individuele en/ of collectieve warmteoplossingen. Deze keuze moet snel gemaakt worden omdat burgers vanwege hoge energiekosten steeds vaker eerder willen verduurzamen en kiezen voor een individuele oplossing; bijvoorbeeld voor (hybride) warmtepompen die conform de Kamerbrief van minister de Jonge de norm zullen zijn vanaf 2026.
Deze individuele oplossingen hebben vaak een flinke impact op het elektriciteitsnet en maken de business case voor een collectieve oplossing op termijn lastiger. Samenhang warmtetransitie & energiesysteem Daarnaast is goed om bewust te zijn van de samenhang van de warmtetransitie en het totale energiesysteem. De elektriciteitsbehoefte voor de warmtevraag zal veel groter zijn als warmtebronnen niet optimaal (kunnen) worden benut. Ook zijn opslag en buffering van warmte en optimale toepassing van biogas of groen gas vraagstukken die hun weerslag hebben op de behoefte aan duurzame opwek van elektriciteit. Dit speelt zich vooral af op lokaal niveau, maar is niet los te zien van de regionale samenhang in het energiesysteem. Net zo min als de ruimtevraag die hiervoor nodig is, ook een vraagstuk op regionaal niveau kan zijn. Regionale Structuur Warmte Onderdeel van de RES is de duiding van de regionale/ bovenlokale kansen voor de warmtetransitie. Dit wordt de Regionale Structuur Warmte (RSW) genoemd. In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en waar aan de vraagkant zich grote warmteclusters bevinden.
Hieruit is gebleken dat er twee bovenlokale bronnen aanwezig zijn waar een restwarmte-verdelingsvraagstuk bestaat: de papierfabrieken in Loenen en Eerbeek (NB: papierfabriek de Hoop in Eerbeek heeft aangekondigd te gaan sluiten) en de afvalwaterleiding van de fabrieken van Friesland Campina in Lochem en Borculo. De benutting van de restwarmte uit de afvalwaterleiding van de fabrieken van Friesland Campina is door de gemeentes Lochem, Zutphen en Berkelland onderzocht en op basis van het onderzoek gegund aan kleinschalige lokale projecten in Berkelland en een grootschalig warmtenet in Zutphen. Binnen de regio Stedendriehoek is de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’ actief, die zich onder andere richt op de warmtetransitie. Formeel valt deze regionale overlegtafel niet onder de bevoegdheid van de RES, maar de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’ is wel de producteigenaar en hoeder van de RSW. Ten behoeve van de RES 2.0 ondersteunt deze werkgroep de actualisering van de RSW.
12
Handelingsperspectief: de RES vraagt aan de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’ om voor de RES 2.0 de volgende taken uit te voeren: Een analyse maken van de zeven TVW’s op nieuwe informatie die vragen om een verrijking van de RSW (en het hiervoor zorgdragen). Het verkennen van de bovenlokale impact op het energiesysteem bij uitvoering van de zeven TVW’s. Een beeld geven van de stand van zaken rondom de bovenlokale warmtebron ter plaatse van de papierfabrieken in Loenen en Eerbeek. Nader onderzoeken of er meerwaarde is voor regionale samenwerking op het gebied van aquathermie (IJssel) en geothermie en het formuleren van de scope, doelen en gewenste opbrengsten uit deze regionale samenwerking. Om invulling te geven aan de eerste drie bullets heeft de RES in samenwerking met de ‘Werkgroep Energietransitie en Warmte’ opdracht gegeven aan de ODV (Omgevingdsdienst Veluwe) om hiervoor een rapport op te stellen, waarvan de uitkomsten door de werkgroep zullen worden verwerkt in de herijking van de RSW.
RES 2.0: Bij vaststelling van de RES 2.0 zijn afspraken gemaakt over de verdeling van regionale warmtebronnen ter plaatse van de papierfabrieken in Loenen en Eerbeek en is in beeld gebracht welke mogelijkheden er bestaan voor regionale samenwerking op het gebied van aquathermie (IJssel) en geothermie, vóór 2030 en daarna. Tevens is op dat moment de bovenlokale impact op het energiesysteem bij uitvoering van de zeven TVW’s verwerkt in de RSW. De warmtetransitie en duurzame opwek vormen communicerende vaten, die elkaar in de praktische uitvoering van de energietransitie steeds vaker tegenkomen. In het verlengde van de eerste stappen die nu worden gezet vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) in samenwerking met het Nationaal Programma RES (NPRES), zal in het traject tot RES 2.0 samen met de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’ in beeld gebracht worden hoe de (lokale) warmtetransitie en de RES samenhangen en hoe ze elkaar kunnen versterken.
13
3.5 Regionale samenwerking: stabiel vooruit
De RES is gestart als een sectorale opgave binnen de regionale samenwerking. Na het vaststellen van de RES 1.0 is gewerkt aan het verbinden van de RES-opgave aan de andere regionale opgaven. Dit sluit aan op het integratieproces van de Strategische Board met de GR Cleantech regio naar de GR regio Stedendriehoek. Gedurende dit proces is gewerkt aan het Ruimtelijke Regioverhaal. Een verkenning waarin is onderzocht op welke wijze de verschillende ruimtelijke opgaven op gebied van woningbouw, mobiliteit, landbouw en natuurontwikkeling zich tot elkaar en de beschikbaar ruimte verhouden. Dit is een stroomversnelling gekomen door de provinciale opgave om tot een regionale aanpak te komen. Hiervoor wordt op dit moment de Ruimtelijke Puzzel uitgewerkt Binnen de regionale ruimtelijke ontwikkelingstrajecten spelen ook de energietransitie en het toekomstige energiesysteem een belangrijke rol. De verwachting is dat in 2029 de congestie op het hoogspanningsnet beheersbaarder is. Tot 2029 zijn er beperkingen ten aanzien van levering en terug leveringen. Dat vraagt om duidelijke en integrale keuzes voor 2030. Want hoe bewaak je anders de balans in de regio met meer woningen, meer werk, meer mobiliteit en dus een grotere energievraag? Al onze ambities zullen tot 2030 aanlopen tegen de netcongestie.
Grootschalige opwek zal daarom tot die tijd alleen kunnen plaatsvinden in combinatie met direct verbruik van de opgewekte energie of omzetting naar een ander medium of opslag. Belangrijk aandachtspunt in de regionale samenwerking is de planning van de integrale ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de inspanningsverplichting voor het RES bod voor 2030. De uitvoering van de RES en de energietransitie kan alleen succesvol zijn als de regio tot gezamenlijke en integrale ruimtelijke afwegingen komt. Niet alleen omdat de ruimte schaars is, maar ook om de sectorale opgaven zoals wonen, mobiliteit en het landelijk gebied, te laten inzien welke beperkingen en mogelijkheden het energiesysteem met zich meebrengt. In 2022 zijn we vanuit de RES gestart om dit te agenderen en mee te werken aan het Ruimtelijke Regioverhaal en de Ruimtelijke Puzzel. Voorstel (nieuw) handelingsperspectief: Vanuit de RES wordt de integratie van het (toekomstig) energiesysteem in de integrale ruimtelijke ontwikkelingsprocessen (Ruimtelijke Puzzel en Ruimtelijk Regioverhaal) geborgd. Vice versa worden uitgangspunten uit de integrale ruimtelijke ontwikkelingsprocessen op deze wijze geïntegreerd in de RES.
‘Onze’ afvaardiging in de ambtelijke werkgroep levert waardevolle input op voor het nader vormgeven van onze RES 2.0, door aan te sluiten bij de voorziene integrale ruimtelijke ontwikkelingen binnen de regio Stedendriehoek. Hierbij zal continu aandacht worden gevraagd voor de planning die nodig is om realisatie van het (eventueel herijkte) RES bod voor 2030 te halen. NB: voor bewustwording met betrekking tot de impact van het toekomstige energiesysteem is op initiatief van de Adviestafel tijdens de Regio Stedendriehoekdag van 6-9-‘23 de Masterclass ‘Wereld van B’ georganiseerd in samenwerking met NPRES.
14
3.6 Energiesysteem en -infrastructuur Ontwikkelingen TenneT In september 2021 heeft TenneT aangegeven dat in de provincie Gelderland de grenzen van de capaciteit op het hoogspanningsnet zijn bereikt voor het terugleveren van elektriciteit. Er is niet voldoende vermogen om alle grootverbruik-klanten op de wachtlijst te bedienen. De werkzaamheden om meer vermogen te kunnen verwerken worden op zijn vroegst tussen 2027 en 2029 door TenneT afgerond. In november 2022 heeft TenneT een vergelijkbare boodschap afgegeven voor het leveren van elektriciteit aan grootverbruikers. Voorlopig is het voor veel ontwikkelingen dus niet mogelijk om terug te leveren of om grotere of nieuwe aansluitingen mét vermogen te verkrijgen (aanvragen kan wel). Samenwerking met Liander Liander heeft begin dit jaar de Netimpactrapportage RES2022 opgesteld. Hierin staat een analyse van de situatie op de verschillende stations in 2030 en knelpunten. De rapportage biedt handelingsperspectief en oplossingen om knelpunten te beperken en regionale en algemene mogelijkheden om de bestaande capaciteit van het net beter te benutten. Om ons bod te realiseren moeten stations en kabels worden uitgebreid of aangepast. Deze noodzakelijke uitbreidingen zijn in 2030 niet allemaal gereed. Realisatie van zon- en windplannen is nog steeds mogelijk maar vereist een andere aanpak dan voorheen.
De regionale netbeheerder, Liander, is en blijft een belangrijke partner in de RES opgave. De netcongestie maakt dat samenwerking een voorwaarde is om tot realisatie te komen. Realisatie van projecten is ondanks de netcongestie in sommige gevallen wel mogelijk, mits er sprake is van een goede mix van wind en zon en/ of wanneer de opgewekte stroom direct wordt verbruikt, opgeslagen, gedeeld achter de meter of omgezet in andere energievormen en energiedragers. Liander is daarin een partner die intensief met ons samenwerkt aan slimme oplossingen in de strategiebepaling en uitvoering, bijvoorbeeld rondom de ontwikkeling van Smart Energy Hubs. Om onze ambities in de RES te realiseren wordt samen met Liander ingezet op de volgende handelingsperspectieven: Onderzoek met TenneT en Liander welke stations en netten in de regio opgewaardeerd kunnen worden en hoe de bestaande en toekomstige capaciteit optimaal benut kunnen worden. Onderzoek hoe lokaal geproduceerde energie in de regio te benutten, door in te zetten op opslag en conversie. Dit sluit aan bij de Zonnebrief van minister Jetten, waarin wordt aangegeven dat het kabinet inzet op elektriciteitsopslag door het investeren in batterijinnovaties en het stimuleren van batterijen bij grootschalige zonneparken. Gebruik van flexibele, intelligente en lokale energiesystemen die minder afhankelijk zijn van het energienet.
Opwek van warmte en elektriciteit programmeren en prioriteren en zoveel mogelijk verbinden aan andere opgaven (zie par. 3.5 regionale samenwerking). Hierbij is het van belang dat locatie en planning van ontwikkelingen tijdig en concreet in beeld komen. Een verbetering van de zon/wind verhouding voor meer flexibel/ optimaal gebruik van het net (zie ook handelingsperspectieven Wind in par. 3.1). Uitwisseling van gedetailleerde profiel- en infrastructuur informatie tussen belanghebbenden om initiatiefnemers en beleidsmakers handdelingsperspectief te bieden. Bij De Mars loopt hiervoor een momenteel een eerste verkenning. Het testen van nieuwe (contract) producten van de netbeheerder in pilots. Het testen van nieuwe local4local inkoop van energie door gemeenten. 15
GEIS en pMIEK Om te komen tot een toekomstbestendig energiesysteem moet de ontwikkeling van energieinfrastructuur aansluiten bij ruimtelijke ontwikkelingen en verduurzamingsplannen, en andersom. Door integraal programmeren is het mogelijk om plannen beter en vroegtijdig op elkaar af te stemmen. Binnen de Gelderse Energie Infrastructuur - hierna afgekort als GEIS - werken provincie, regio’s en netbeheerders samen om netcongestie aan te pakken onder andere door snellere realisatie van projecten, slimme oplossingen (Smart Energie Hubs) en door te komen tot een afwegingskader voor het maken van energie-systeemkeuzes zoals “Wie krijgt als eerste een aansluiting”. De uitkomsten uit de GEIS-aanpak zijn input voor het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland stelde voor 1 juli 2023 haar eigen pMIEK 1.0 vast. Doel is dat de projecten uit elke pMIEK met prioriteit worden gerealiseerd. Bij pMIEK 1.0 was de huidige planning van Netbeheerders nog leidend. Voor onze regio was de impact bovendien minimaal. Voor pMIEK 2.0 kan dat anders worden. De uitgangspunten van integraal programmeren en maatschappelijke impact worden daarbij meer sturend. De belangrijkste projecten krijgen - inclusief een (soort) integrale effectweging - voorrang in investeringsplannen van de netbeheerders.
In dit kader heeft provincie Gelderland onlangs een traject opgestart om tot een provinciale energievisie te komen; een samenhangende visie op het toekomstige energiesysteem (2030-2050), vanuit alle sectoren (gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, ect) en voor alle energiedragers (hoofdzakelijk elektriciteit, maar in relatie tot warmte en duurzame gassen, zoals groen gas en waterstof). GEIS en pMIEK spelen zich af op provinciaal niveau. Dit gebeurt vanzelfsprekend in samenhang met lokale ontwikkelingen en activiteiten op gebied van de energie infrastructuur. Handelingsperspectief: Betrokkenheid vanuit de RES in de werkgroep GEIS en pMIEK handhaven en daarbinnen de ingezette afstemming en samenwerking van de Gelderse RES regio’s verder versterken. Tevens de vertaalslag naar en verbinding met lokale prioritering, projecten en investeringsplannen maken.
3.7 Communicatie & participatie Communicatie Een belangrijke doelstelling bij de communicatie is om deze eenduidig te houden. De communicatie vanuit de RES moet aansluiten bij die van de RES partners en vice versa. Uitgangspunt is dat de regio de lokale communicatie ondersteunt. Communicatie over de voortgang van de regionale energiestrategie op basis van regionale monitoring, en over de ontwikkeling van regionale strategie richting RES 2.0 worden door de regio voorbereid en tijdig afgestemd met de RES partners via het 3wekelijkse communicatieoverleg en/of via de leden van de ambtelijke Coördinatiegroep. Waar mogelijk blijven de gemeenten afzender van de boodschap waarin de regionale ontwikkelingen worden meegenomen. Gemeenten blijven eindafzender van de lokale communicatie en nemen de boodschap van de RES hierin mee indien dit past binnen de doelstelling en doelgroep. Zij hebben de vrijheid om desgewenst de communicatie aan te passen zodat deze aansluit op de lokale concepten en afspraken.
16
In de communicatiewerkgroep, met daarin vertegenwoordiging van de communicatie functionarissen van de RES partners, wisselen we informatie uit over actuele lopende zaken vanuit het land, de provincie, regionaal en op gemeentelijk niveau. We bespreken, besluiten en bereiden adviezen voor hoe we, bijvoorbeeld provinciaal beleid, eenduidig kunnen communiceren richting de portefeuillehouders, raadsleden en inwoners. De gezamenlijke uitstraling bereiken we door ook online regelmatig duurzame projecten uit de verschillende gemeenten voor het voetlicht te brengen die passen binnen de RES. Door hier showcases van te maken wordt de RES ook voor de inwoners concreet. Gemeenten hebben daarvoor ook een eigen website en nieuwsbrieven waarin zij inwoners informeren over lokale gebiedsprocessen, de lokale energietransitie en waar nodig over het regionale proces. Lokale participatie Participatie door inwoners en maatschappelijke partners vindt voornamelijk plaats op lokaal niveau. Gemeentes zijn verantwoordelijk voor het vormgeven en uitvoeren van hun participatietrajecten en het terugbrengen van input uit deze processen voor regionale afstemming. Vaak loopt inwonerparticipatie samen op met processen die zich richten op de borging van de RES in het omgevingsbeleid of via participatie bij vergunningverlening en de daadwerkelijke realisatie van duurzame opwek projecten.
Dit maakt de inwonerparticipatie een traject waarover duidelijke afspraken gemaakt moeten worden. In lokale projecten heeft een initiatiefnemer de taak om de betreffende participatie vorm te geven binnen de kaders die de gemeente hiervoor stelt. Eén van de conclusies vanuit de evaluatie van de inspraakprocedure omtrent RES 1.0 is dat respondenten meer inzicht in het participatieproces en momenten wanneer invloed kan worden uitgeoefend wensen. Een wens die gedeeld wordt in de werkgroep communicatie. Participatie zorgt voor meer draagvlak en betere besluiten. We zullen daarom de participatiemogelijkheden binnen RES gerelateerde projecten goed communiceren via de websites van de gemeenten, energie coöperaties en de regio), en de diverse social media kanalen die via deze partners voorhanden zijn. Handelingsperspectief communicatie & inwonersparticipatie: De regio zet campagnematig in op bewustwording, uitbreiding van de bestaande kennis en waar mogelijk op acceptatie. Dit doen we onder andere via de vernieuwde RES-website die dit najaar wordt afgerond. Hier zullen we regelmatig relevante duurzame projecten uit de verschillende gemeenten voor het voetlicht brengen die passen binnen de RES. Door hier showcases van te maken wordt de RES ook voor de inwoners concreet.
Tevens willen we inwoners op de website inzicht geven in welke RES projecten zich op elk moment waar in de regio afspelen, samen met een ‘regionale participatie kalender’ die de momenten laat zien dat men invloed kan uitoefenen. Deze zelfde informatie zal ook per project bij de betrokken RES partners (provincie en gemeenten) en bij de energiecoöperaties op de websites en via de sociale mediakanalen terug te vinden zijn. Tot slot zal de regionale RES website inzicht bieden in de besluiten van de Stuurgroep overleggen, om het besluitvormingsproces transparant en navolgbaar te maken. Regionale participatie door jongeren Wij denken de input van jongeren goed te kunnen gebruiken bij het door ontwikkelen van onze strategie voor grootschalige opwek van duurzame energie op land. In het proces waarin wij de uitdaging aangaan om invulling te geven aan ons RES 1.0 bod, wordt daarom een plek gereserveerd voor de ideeën, inzichten en gedachten van een groep jongeren die gemotiveerd is om mee te denken over de toekomstige energiehuishouding. Hiermee bouwen we verder op wat we eerder in gang hebben gezet en geven we invulling aan de Ontwikkelagenda in RES 1.0.
17
Voorstel nieuw handelingsperspectief participatie jongeren: Organiseren van een bijeenkomst met een groep jongeren uit onze regio, waaruit input komt voor de Cogro en Stuurgroep bij het ontwikkelen van onze RES 2.0. Participatie door maatschappelijke stakeholders op regionaal niveau Het is van belang maatschappelijke partners, natuurorganisaties, energiecoöperaties, het onderwijs en het bedrijfsleven te betrekken bij de RES en het regionale proces. Het realiseren van deze opgave komt immers maar ten dele voor de rekening van de overheid, terwijl deze partners een belangrijke rol hebben in de uitvoering van de RES én over veel informatie en kennis beschikken. Daarom zijn zij op regionaal niveau aangemerkt als direct belanghebbenden en zetten wij op regionaal niveau in op de informele dialoog met deze partners via de Adviestafel RES. De Adviestafel RES is vanaf september 2022 actief. De Regionale Adviestafel RES is een denktank van maatschappelijke partners gericht op inhoud en uitvoering via het OKE en wordt informeel geraadpleegd door de RESwerkorganisatie ten gunste van het stimuleren van de energietransitie. Ook heeft de Adviestafel een formele rol in het adviseren van de Stuurgroep op de interbestuurlijke plannen en geven adviezen aan de Stuurgroep RES op basis van hun deskundigheid en kennis.
De Stuurgroep RES informeert de Adviestafel over besluiten en hoe het advies van de Adviestafel is betrokken in de besluitvorming. Handelingsperspectief participatie maatschappelijke stakeholders: Voor de participatie door de maatschappelijke stakeholders bij de totstandkoming van RES 2.0 wordt de Adviestafel door gezet. Betrokkenheid Raden Binnen de governance structuur van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek is een Regionale Raadsadviescommissie (RAC) opgericht. Voorgesteld wordt om deze onafhankelijke commissie te betrekken bij het proces richting RES 2.0, om zo goed mogelijk tegemoet te kunnen komen aan de wensen van de volksvertegenwoordigers. Ook via een (periodieke) update in het Griffiersoverleg blijft de aansluiting met de Raden geborgd. Afspraak is om te allen tijde onderwerpen voor te leggen bij de RAC en griffiers, die met de Cogro en Stuurgroep zijn afgestemd, tenzij het gaat om een advies dat de Stuurgroep wilt vragen aan de RAC. Voorstel nieuw handelingsperspectief betrokkenheid Regionale Raadsadviescommissie & griffiers: In het proces richting RES 2.0 wordt de regionale Raadsadviescommissie na vaststelling van dit PvA RES 2.0 betrokken voor advies over de wijze waarop volksvertegenwoordigers het beste betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van de RES 2.0 en welke vragen zij graag beantwoord zien in het RES 2.0 document.
Met de griffiers zal (periodiek) afstemming zijn over proces en planning tot RES 2.0.
RES 2.0: In de RES 2.0 is verantwoord op welke wijze volksvertegenwoordigers, maatschappelijke partners, inwoners en belanghebbenden gelegenheid is geboden, formeel en informeel, om deel te nemen aan de totstandkoming van RES 2.0. 18
3.8 Monitoring Vanuit de Regio Stedendriehoek bleek bij de start van de RES al snel de behoefte om sneller en beter inzichtelijk te krijgen welke energieprojecten er in de regiogemeentes zijn gerealiseerd of worden voorbereid. Data zijn belangrijk voor voortgangsmonitoring, maar ook voor de samenwerking met de netbeheerder en voor het ontwikkelen van lokale energieplanologie. Sinds begin dit jaar gebruiken we daarvoor een eenvoudige datamanagement tool, Ninox. Het bedrijf achter Ninox werkt samen met het NPRES om de RES methodieken en begrippenkaders continu actueel te houden in de tools. Alle gemeenten hebben hard gewerkt om Ninox in te richten en met de juiste cijfers te vullen. Handelingsperspectief monitoring: Vanaf nu zetten we in op minimaal een jaarlijkse update van onze Ninox database in samenwerking met de gemeenten en Liander. Voorstel nieuw handelingsperspectief monitoring: Bij elke actualisatie van Ninox een kaart genereren waarop de projecten in de verschillende fasen zichtbaar zijn, om de voortgang van ons bod ook op een kaart te visualiseren. Hierbij respecteren wij de afspraken over vertrouwelijkheid. In onze contacten met Liander en NPRES werken we ook aan een duidelijkere rolverdeling.
Bij de RES regio en de gemeenten ligt vooral “bronhouderschap” voor informatie over prille initiatieven, ambities en ideeën voor opwek die heel vroeg in de planfase zitten en de initiatieven waarvoor een vergunning is afgegeven. Daar ligt ook een logisch eigenaarschap voor lokale overheden. Handelingsperspectief informatieverstrekking Liander: Vanuit ons RES team maken we ons sterk voor een steviger bronhouderschap en uitgebreidere informatieverstrekking vanuit de kant van netbeheerders met betrekking tot initiatieven die al verder gevorderd zijn, of zelfs al in de exploitatiefase zitten. De landelijke netcode schrijft voor dat initiatiefnemers zich tijdig melden bij de netbeheerder en dat is in principe een veel completere en betrouwbaardere bron dan de subsidie databases van RVO waarvan we nu afhankelijk zijn. Het belang van een betere informatiepositie voor onze gemeenten is dat met deze informatie veel betrouwbaarder en data gedreven energieplanning en faciliteren van initiatiefnemers mogelijk wordt. De netbeheerders staan steeds welwillender tegenover dit perspectief, maar we zullen vanuit de RES regio, samen met Liander en NPRES nog het nodige werk moeten verzetten om allerlei praktische en juridische hobbels te nemen. Daar blijven we ons dus voor inzetten.
19
4. RES ondersteuning op lokaal niveau 4.1 Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie initiatieven (OKE)
Als beschreven in paragraaf 3.3 is er in 2023 een OKE opgericht worden, op voorstel van de Regionale Adviestafel. Dit centrum betreft een publiek private samenwerking waarin de RES partners en maatschappelijke partners elkaar in de uitvoering van de RES vinden. Het OKE is een eerste loket voor vragen van bijvoorbeeld initiatiefnemers, ondernemers, buurtinitiatieven, agrariërs en overheden. Doel is om initiatiefnemers concreet te helpen om de volgende stap te zetten in de energietransitie door het ondersteunen van initiatieven, onder andere met het vormgeven van lokaal eigendom bij projectinitiatieven, meedenken aan slimme oplossingen voor aansluiting op het net, het vormgeven van smart energy hubs op bedrijventerreinen of het bieden van handvatten voor beleid rondom de stimulering van ‘Zon op dak’ projecten. De ene keer betreft het een project voor duurzame opwek van elektriciteit, in een ander geval gaat het over een andere ontwikkeling, bijvoorbeeld woningbouw of een warmtenet, waarbij ook lokale opwek (en opslag) van elektriciteit noodzakelijk is. Essentieel hierbij is dat er de komende periode een goede focus gekozen wordt in de te ondersteunen initiatieven, waarbij in de basis gekeken wordt naar de ondersteuningsbehoefte, de kansrijkheid en herhaal potentie binnen de regio.
Het centrum werkt daarbij nauw samen met bestaande initiatieven zoals energieloketten, het Gelders Energie Akkoord netwerk en projecten uit de Regiodeal zoals “toekomstbestendige bedrijventerreinen’. Handelingsperspectief: Ontwikkelen en implementeren van een OKE als katalysator bij kansrijke initiatieven van collectieven waar veel energie op zit, die potentieel hebben om binnen de regio herhaald te worden en die nu tegen organisatorische, technische, financiële, juridische en/of procedurele uitdagingen aanlopen. Het OKE zet aan tot actie en doen. In bijlage 3 is de memo “Ontwikkeling en implementatie OKE’ opgenomen met uitgebreide uitwerking van de context, doelstellingen, doelgroepen en aanpak omtrent het OKE.
4.2 Lokaal eigendom & financiële participatie in projecten Lokaal eigendom betekent dat inwoners, overheden en ondernemers samen, deels of helemaal eigenaar zijn van een zon- of windproject. Als eigenaar ben je mede-ontwikkelaar en exploitant, heb je zeggenschap over het project en draag je gezamenlijk risico voor het project. Dit draagt bij aan meer maatschappelijke acceptatie voor zon- en windprojecten en aan het zoveel mogelijk behouden van de waarde van de duurzaam opgewekte energie binnen de regio. Vanuit het NPRES begrippenkader worden drie typen lokaal eigendom onderscheiden: 1. Bewonerscollectieven en lokale partners: eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, energiecoöperaties, lokale ondernemers, agrariërs of andere lokale partners in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief de omwonenden de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project. 2. Publiek: eigendom van gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven, e.d. Dit omvat ook eigendom van bedrijven met 100% publieke aandeelhouders. 3. Lokale bedrijven: eigendom van lokale ondernemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein).
20
Lokaal eigendom is niet hetzelfde als financiële participatie. Financiële participatie is het investeren in een project waar je rendement voor terugkrijgt. Bij enkel financiële participatie heb je vaak geen zeggenschap over het project of de besteding van de opbrengsten. Sinds een aantal jaren werken de energiecoöperaties in de regio samen. Zij hebben een REScoördinator aangesteld, er wordt een regionaal energieloket opgezet en energiecoaches worden opgeleid. De samenwerkende Gelderse energiecoöperaties hebben begin dit jaar besloten een gezamenlijke coöperatie op te richten waardoor nog meer taken gezamenlijk worden uitgevoerd. De coöperaties worden via de Adviestafel steeds nauwer verbonden aan ons RES proces. Dit is nodig, omdat we van de regionale strategiebepaling in de RES 1.0 over gaan naar de uitvoering op lokaal niveau. Als onderdeel van haar ondersteunende rol brengt ze de regio hierbij samen met de energiecoöperaties waardevolle kennis, slagkracht en ervaring in om projecten in lokaal eigendom te realiseren. Er zijn de afgelopen jaren in onze regio diverse projecten met ten minste 50% lokaal eigendom gerealiseerd. Sommige energieprojecten zijn geïnitieerd door lokale energiecoöperaties terwijl andere projecten voortkomen uit een maatschappelijke tender en/ of een verkenning of er in de lokale samenleving belangstelling is om deel te nemen in een zonneparkproject.
Toch lukt het niet altijd om bij duurzame energieprojecten minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren omdat dit door gemeentes juridisch niet af te dwingen is. Financiële participatie bij duurzame energieprojecten is namelijk geen afweging in een ruimtelijke procedure. Handelingsperspectief: Afgesproken is om tussen gemeentes meer kennis en ervaringen uit te wisselen om lokaal eigendom voor duurzame energieprojecten in de regio te versterken, zowel beleidsmatig als uitvoeringsgericht. De samenwerkende energiecoöperaties willen hierbij graag helpen met hun ervaringen, kennis en kunde. Lokaal eigendom wordt ook een thema binnen het op te richten regionale ‘Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie initiatieven’ om in een vroeg stadium projecten te ondersteunen in de mogelijke opzet van lokaal eigendom.
21
5. RES op nationaal niveau Een interessante recente ontwikkeling is dat de nationale regie met betrekking tot het toekomstige energiesysteem (Nationaal Programma Energiesysteem) en de energiehoofdinfrastructuur (Programma Energie Hoofdinfrastructuur) contouren begint te vertonen die in de komende jaren mede bepalend worden voor de plannen, ambities en noodzaak van opwek en opslag van duurzame energie in onze regio. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de door minister Jetten gestimuleerde uitrol van batterijen bij grote zonne-energie projecten en de benodigde subsidie hiervoor. Deze programma’s worden gebaseerd op scenario’s en Integrale Effecten Analyses (IEA met een “ingebouwde’ PlanMER). Hoewel die scenario’s behoorlijk uiteenlopen zijn er met betrekking tot Energie Hoofd Infrastructuur al wel twee interessante ontwikkelingen die in alle scenario’s zitten: Met betrekking tot elektriciteitsinfra is onze regio een “low interest” gebied in vergelijking met veel andere delen van Nederland. De waterstof backbone loopt dwars door onze regio. Daarnaast laat het PEH ook een paar andere structuurkeuzes zien die interessant zijn; bijvoorbeeld dat in de IEA clustering van duurzame opwek op nationale schaal beter scoort dan verspreide opstelling. Deze ontwikkelingen bieden zowel kansen als bedreigingen en die moeten we beter in beeld krijgen.
We zijn met onze actieve participatie in de GEIS/pMIEK processen en onze contacten met NPRES goed aangehaakt bij deze ontwikkelingen.
22
6. Organisatie & Governance Altijd met iedereen samenwerken is weinig efficiënt. We werken daarom samen in een structuur van project- en werkgroepen waarin onderwerpen om onze doelen te behalen slim belegd zijn om de (lokale) werkdruk te verlichten. Deels zijn wij trekker van deze project- en werkgroepen vanuit de RES en deels nemen wij deel in door partners georganiseerde bijeenkomsten. Daarnaast wordt er vanuit onze RES deel genomen aan provinciale en nationale ambtelijke en bestuurlijke afstemmingstafels. ‘Last but not least’ is er een governance structuur opgetuigd die onze wijze van samenwerken en het proces van besluitvorming vormgeeft. De governance is beschreven in de Startnotitie en in het Samenwerkingsconvenant, dat is opgenomen in bijlage 4. De kern van de governance komt, samen met de genoemde organisatie- en overlegstructuur, terug in dit hoofdstuk van het PvA RES 2.0. En in bijlage 1 met daarin de nadere uitwerking van de rol en samenstelling van de belangrijkste gremia in de organisatie- en governance structuur.
6.1 Overlegstructuur In de figuur hieronder (ook opgenomen in groot formaat in bijlage 5) is de overlegstructuur van onze RES gevisualiseerd.
* Ambtelijk projectteam: Carla Fransen (Apeldoorn), Henk Posthuma (Epe), Frank Berghuis (Heerde), Jan Wesseldijk (Voorst), Rico Grol (Provincie Gelderland), Geerte van der Steen/ Ferry Hendriks (Liander), Els Holsappel (Samenwerkende Energiecoöperaties), Joost Leferink (maatschappelijke stakeholders), Joris Benninga (RES), Matthijs van der Jagt (RES) Projectteam RWS: Nadinja Hettinga (projectleider), Femke Stoverinck (omgevingsmanager), Leonie Bouma (technisch manager)
23
Binnen de organisatiestructuur onderscheiden we de volgende projectgroepen, werkgroepen, bijeenkomsten en afstemmingstafels. RES projectgroepen Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie initiatieven (OKE) In de nieuwe overlegstructuur vervangt de Project- en werkgroep OKE de voormalige inhoudelijke werkgroepen ‘Grootschalige opwek & energiesysteem’, ‘Omgevingsbeleid’, ‘Participatie & Eigendom’ en ‘ZODOEN’. De waardevolle elementen en taken uit de voormalige overlegstructuur zijn geïnventariseerd en blijven behouden. Binnen de werkgroepen werden praktische energievraagstukken snel met diepgang geadresseerd en binnen een termijn van dagen tot weken van oplossingsrichtingen voorzien. Bijvoorbeeld de thema’s data & informatie, mogelijke rollen van nieuwe technologieën, ontwikkeling van regelgeving en inschatting van kosten niveaus, zijn op deze wijze bij de kop gepakt; binnen het OKE wordt deze lijn doorgezet. Door de thema’s van deze voormalige overleggen direct te koppelen aan het OKE focussen we op het nemen van actie om daadwerkelijk tot realisatie te komen, sluiten we aan op de behoeften in de praktijk en delen we waardevolle informatie hieromtrent. Op deze wijze worden project- en uitvoering gerelateerde onderwerpen los gekoppeld van strategische en beleidsmatige onderwerpen, die aan de orde komen in de Cogro- en Stuurgroep bijeenkomsten.
OER Zie presentatie in bijlage 2.
RES werkgroepen Kerngroep RES De Kerngroep RES bestaat in ieder geval uit de programmamanager RES, projectleider RES, projectsecretaris, communicatieadviseur, de vertegenwoordiger van de provincie Gelderland en de functionaris die namens onze RES betrokken is bij de PlanMER trajecten. De kerngroep is het hart van de RES werkorganisatie en bereidt de ambtelijke coördinatiegroep voor en monitort de voortgang van de werkgroepen en zorgt voor afstemming tussen werkgroepen wanneer nodig.
Communicatie In de communicatiewerkgroep, met daarin vertegenwoordiging van de communicatie functionarissen van de RES partners, wisselen we informatie uit over actuele lopende zaken op landelijk, de provinciaal, regionaal en op gemeentelijk niveau. We bespreken, besluiten en bereiden adviezen voor hoe we, bijvoorbeeld provinciaal beleid eenduidig kunnen communiceren richting de portefeuillehouders, raadsleden en inwoners. De gezamenlijke uitstraling bereiken we door ook online regelmatig duurzame projecten uit de verschillende gemeenten, die passen binnen de RES, voor het voetlicht te brengen. Uitgangspunt is dat de regio de lokale communicatie ondersteunt. Communicatie over de energietransitie in de regio als geheel op basis van de monitoring, en over de ontwikkeling van regionale strategie richting RES 2.0 worden door de regio voorbereid en afgestemd met de RES partners. Waar mogelijk blijven de gemeenten afzender van de boodschap waarin de regionale ontwikkelingen worden meegenomen. Gemeenten hebben daarvoor een eigen website en nieuwsbrieven waarin zij inwoners informeren over lokale gebiedsprocessen, de lokale energietransitie en waar nodig het regionale proces.
24
Bijeenkomsten waarin de RES deelneemt
Werkgroep Energietransitie en Warmte: Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en waar aan de vraagkant zich grote warmteclusters bevinden. Binnen de regio Stedendriehoek is de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’ actief, die zich onder andere richt op de Warmtetransitie. Formeel valt deze regionale overlegtafel niet onder de bevoegdheid van de RES, maar deze werkgroep is wel de producteigenaar en hoeder van de RSW. Ten behoeve van de RES ondersteunt de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’ bij de actualisering van de RSW.
GEIS en pMIEK De Regio Stedendriehoek is via de RES ambtelijk en bestuurlijk vertegenwoordigd in het kernteam en het BO voor GEIS en pMIEK. Beide provinciale programma’s gaan over het plannen en prioriteren van energie infrastructuur van provinciaal belang. Met name bij GEIS wordt ingezet op integraal programmeren en gebiedsontwikkeling en is de reikwijdte van het overleg breder dan de RES (opwek). Zowel GEIS als pMIEK zijn in 2022 opgestart met een soort oefenfase. Het komende jaar zullen GEIS en pMIEK meer impact gaan krijgen bij de transitie (plannen & prioriteren) van de hoofd energie infra in Gelderland. Als GEIS en pMIEK goed functioneren komen regionale, provinciale en nationale energieplanning (NPE, PEH, MIEK etc.) in deze programma’s bij elkaar. Alle deelnemers zijn zich ervan bewust dat integraal programmeren tegelijk beloftevol en spannend is, dus ook het komende jaar zal nog een leerjaar zijn.
NPE en PEH Het Nationaal Plan Energiesyteem, het Programma Energie Hoofdinfrastructuur en andere nationale en EU plannen bepalen ook op regionaal en lokaal niveau steeds meer het energietransitie speelveld. Vanuit het RES team houden we ambtelijk een vinger aan de pols, maken we analyses en informeren we onze regionale partners. Waar nodig en nuttig doen we beperkt mee met consultatie en inspraak activiteiten die regelmatig nationaal worden georganiseerd.
Kerngroep PlanMER Voor de provinciale PlanMER ‘Windbeleid en RES Gelderland’ is een ambtelijke werkgroep geformeerd met afvaardiging uit de zes Gelderse RES regio’s om mee te praten in dit traject, dat ook uitmondt in een regionale rapportage voor de Regio Stedendriehoek.
Ruimtelijke Puzzel en Ruimtelijk Regioverhaal Vanuit de RES wordt het thema Energie(systeem) ambtelijk vertegenwoordigd in de totstandkoming van het Regio Arrangement. Andersom levert ‘onze’ afvaardiging in de ambtelijke werkgroep waardevolle input op voor het nader vormgeven van onze RES 2.0, door aan te sluiten bij de voorziene integrale ruimtelijke ontwikkelingen binnen de regio Stedendriehoek.
Programmamanagers overleg GR regio Stedendriehoek: Tweewekelijks overleg met de regiosecretaris en de programma managers van de verschillende programma’s die lopen binnen de GR regio Stedendriehoek voor afstemming, integraliteit en kennisuitwisseling.
25
Afstemmingstafels Voor het realiseren van onze doelen is naast samenwerking binnen de regio tevens afstemming nodig met aanpalende energieregio’s, de provincie en het Rijk/ NPRES. Deze partners beschikken over veel informatie en kennis over de uitvoering van de energietransitie en is daarmee ondersteunend aan onze regionale samenwerking.
Gelders Energie Akkoord: o Ambtelijk overleg – Expertteam regionale samenwerking: afstemmingsoverleg tussen de programmamanagers RES van de 6 energieregio’s binnen de provincie Gelderland. o Bestuurlijke overleg Regionale Samenwerking: afstemmingsoverleg tussen de voorzitters van de Stuurgroep RES van de 6 energieregio’s binnen de provincie Gelderland. Nationaal Programma RES: o Ambtelijk overleg - regio coördinatoren bijeenkomst: afstemmingsoverleg tussen de procesregisseurs/ programmamanagers van de 30 energieregio’s in Nederland. o Diverse ambtelijke kennis- en samenwerkingsbijeenkomsten NPRES, bijvoorbeeld voor verbinding met het Nationaal Programma Lokale Warmte. o Bestuurlijk RES beraad: afstemmingsoverleg tussen de voorzitters van de Stuurgroep RES van de 30 energieregio’s in Nederland. o Bestuurlijk voor- en najaarsoverleg: Voortgangsoverleg tussen de opdrachtgevers namens het Rijk en de voorzitter en programmamanager RES Regio stedendriehoek.
6.2 Organisatiestructuur & Governance
In onderstaande figuur (ook opgenomen in groot formaat in bijlage 5) is de organisatie- en governance structuur weergegeven.
26
Binnen de governance onderscheiden we de volgende gremia.
Adviestafel RES Het is van belang maatschappelijke partners, natuurorganisaties, energiecoöperaties, het onderwijs en het bedrijfsleven te betrekken bij de RES en het regionale proces. Het realiseren van deze opgave komt immers maar ten dele voor de rekening van de overheid, terwijl deze partners een belangrijke rol hebben in de uitvoering van de RES én over veel informatie en kennis beschikken. Daarom zijn zij op regionaal niveau aangemerkt als direct belanghebbenden en zetten wij op regionaal niveau in op de informele dialoog met deze partners via de Adviestafel RES. De Adviestafel RES is vanaf september 2022 actief. De Regionale Adviestafel RES is een denktank van maatschappelijke partners gericht op inhoud en uitvoering via het OKE en wordt informeel geraadpleegd door de RES-werkorganisatie ten gunste van het stimuleren van de energietransitie. Ook heeft de Adviestafel een formele rol in het adviseren van de Stuurgroep op de interbestuurlijke plannen en geven adviezen aan de Stuurgroep RES op basis van hun deskundigheid en kennis. De Stuurgroep RES informeert de Adviestafel over besluiten en hoe het advies van de Adviestafel is betrokken in de besluitvorming. Maatschappelijke partners die willen deelnemen aan de regionale adviestafel kunnen daarvoor een verzoek indienen bij de voorzitter van de Adviestafel.
Ambtelijke Coördinatiegroep De ambtelijke Coördinatiegroep bestaat uit ambtelijke vertegenwoordiging van de RES samenwerkingspartners en is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de Stuurgroep vergaderingen en bewaking van de integraliteit tussen de verschillende werkgroepen. Periodiek staan er intervisies voor uitwisseling en verdieping op best practices & actuele thema’s op de agenda.
Stuurgroep RES De Stuurgroep RES is het bestuurlijke afstemmingsoverleg en is opdrachtgever van het RES proces. De Stuurgroep stelt de bestuurlijke afspraken op in de RES Herijking 2.0 (en verder) en rapporteert de voortgang van het RES proces in het RES Voortgangsdocument. De RES Stuurgroep begeleidt de regionale bestuurlijke afspraken door naar het bevoegd gezag voor besluitvorming. De Stuurgroep bestaat uit de portefeuillehouders duurzaamheid/energie en portefeuillehouders RO van de samenwerkende gemeentes, de gedeputeerden, heemraden, vertegenwoordiging vanuit de netbeheerder en stichting strategische board Regio Stedendriehoek. Het voorzitterschap is in handen van een lid van het Dagelijks Bestuur van de Regio Stedendriehoek. Periodiek staan er intervisies voor uitwisseling en verdieping op ‘best practices’ en actuele thema’s op de agenda.
Regionale Raadsadviescommissie Deze tafel adviseert op welke wijze volksvertegenwoordigers het beste betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategie, welke vragen zij graag beantwoord zien en over wijze van voorleggen van regionale besluitvorming.
In bijlage 1 worden de rol en samenstelling van de belangrijkste gremia in de organisatie- en governance structuur nader uiteengezet.
27
6.3 Samenwerkingsconvenant
Het Samenwerkingsconvenant is opgenomen in bijlage 4 en heeft twee doelstellingen: Actualiseren en aanvullen van de governance afspraken in de Startnotitie: De RES Regio Stedendriehoek wordt ontwikkeld en uitgevoerd als onderdeel van de bestaande samenwerking in de regio, namelijk die binnen de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek (GR). Bij het vaststellen van de Startnotitie is (al) besloten en door de Raden vastgesteld om voor de RES geen nieuw samenwerkingsverband op te tuigen, maar de bestaande structuur te benutten. De eerste doelstelling van dit Samenwerkingsconvenant is om de governance structuur uit de Startnotitie te actualiseren en aan te vullen. Daarbij blijven wij binnen de kaders van de Startnotitie en borgen wij direct dat alle thema’s die in een Samenwerkingsconvenant geregeld moeten worden, ook geregeld/ vastgelegd zijn. Vastleggen van de facilitering van de RES vanuit de GR: De facilitering vanuit de GR is anders van aard dan de bijdragen vanuit het Rijk, de Provincie, de Waterschappen en de gemeenten, die jaarlijks worden vastgesteld in de programmabegroting RES. Met behulp van dit samenwerkingsconvenant leggen wij de ondersteuning vanuit de GR voor de komende periode concreet vast.
28
7. Proces & planning De RES wordt herijkt: bij verhogen of verlagen van het bod uit RES 1.0; bij een andere balans tussen zon en wind; bij nieuwe zoekgebieden die niet in RES 1.0 stonden; bij vervallen van zoekgebieden die wel in RES 1.0 stonden; bij detaillering van zoekgebieden uit RES 1.0; bij keuze voor andere technieken dan zon en wind; en/ of bij nieuwe regels/ normen die invloed hebben op de bedachte mogelijkheden. RES regio’s bepalen zelf wanneer een herijking van de RES noodzakelijk is, met inachtneming van de Gelderse Provinciale Omgevingsverordening, die voorschrijft dat de RES minimaal iedere vier jaar moet worden herijkt met de volgende kanttekening: “mocht er geen aanleiding zijn om te herijken dan kan dit ook in regionaal (RES-)verband besloten worden.” Vanuit NPRES is er het advies om de RES 2.0 vast te stellen voor 1 januari 2025. Projecten die voor deze datum een vergunning hebben verkregen, worden beschouwd als gerealiseerd voor 2030. De belangrijkste hobbels waardoor een project geen doorgang kan vinden, zijn immers bij vergunningverlening genomen. Dit geldt in het bijzonder voor wind omdat zowel de voorbereidende werkzaamheden als de realisatie van het project langdurige processen zijn. Duidelijk is dat niet alle benodigde Wind- en Zon projecten voor het realiseren van ons bod voor 2025 vergund zullen zijn.
Dit uitgangspunt uit het Klimaatakkoord is voor ons van ondergeschikt belang omdat ‘Zon op land’ projecten ook na 2025 vergund kunnen worden ten behoeve van realisatie voor 2030. Dit betekent wel dat mogelijk enkele doorslaggevende ontwikkelingen nog niet in hun geheel zijn doorlopen. Dit zou het geval kunnen zijn voor de integratie van de ruimtelijke opgaven in het Ruimtelijke Regioverhaal, het OER-project en de bestuurlijke en participatieve processen rondom wind. In de periode richting RES 2.0 zal hierover het bestuurlijke gesprek gevoerd worden om tot een besluit te komen over het bod dat onze regio vóór 2030 kan realiseren. Ten aanzien van het proces tot aan indiening van RES 2.0 bij NPRES gelden de volgende uitgangspunten. We willen onszelf voldoende tijd geven voor: de te voeren bestuurlijke gesprekken bij gereedkomen van de provinciale PlanMER’s; stimulering van lokale initiatieven en gebiedsprocessen om een realistisch beeld te vormen van de grootschalige opwek die hiermee gepaard gaat tot 2030; de realisatie van een definitieve RES 2.0 met bijbehorende besluitvorming en een (mogelijke) ter inzagelegging. Daarbij willen onszelf voldoende druk opleggen om de voortgang erin te houden en moeten we scherp krijgen of ter inzagelegging van de RES 2.0 verplicht is.
Ter inzagelegging Omdat besluitvorming over RES 2.0 na 1 januari 2024 plaatsvindt is de nieuwe Omgevingswet in werking getreden. Met als gevolg dat de RES 2.0 mogelijk ter inzage moet komen te liggen. De reden hiervoor is dat de Omgevingswet voorschrijft dat inwoners vanaf het eerste stadium invloed moet kunnen hebben op ruimtelijke keuzes, hoe globaal ze ook zijn.
29
We gaan er in de planning vanuit dat RES 2.0 inderdaad ter inzage gaat worden gelegd. Daarbij zullen wij met elkaar onderzoeken hoe de nieuwe Omgevingswet gaat uitwerken. Voorstel daarbij is om RES 2.0 niet ter inzage te leggen als dit niet verplicht is, omdat de inspanning die hiermee gepaard gaat niet opweegt tegen de toegevoegde waarde die ermee bereikt wordt. Participatie vindt in principe lokaal plaats (per gemeente) tijdens beleidsvorming en bij projecten (tijdens vergunningverlening en realisatie). Dit is conform de uitkomsten van de evaluatie van de ter inzagelegging van RES 1.0 in onze regio, waarin naar voren kwam dat er voorkeur is voor lokale participatieprocessen rondom lokaal beleid, gebiedsprocessen en projecten omdat inwoners zo in gelegenheid worden gesteld om op meer concreet niveau mee te denken en belangen kenbaar te maken. Handelingsperspectief: Wij zullen met elkaar onderzoeken hoe de nieuwe Omgevingswet gaat uitwerken en gaan er nu in de planning vanuit dat RES 2.0 ter inzage moet worden gelegd. Besluitvorming Uitgangspunt voor het nu voorgestelde proces van besluitvorming en de bijbehorende planning is dat de besluitvorming eerst plaatsvindt in de Stuurgroep en aansluitend in de Colleges, GS en DB’s. Daarna volgt de (mogelijke) ter inzagelegging en vervolgens vindt besluitvorming plaats in de Raden, PS en AB’s.
Besluitvorming door de gemeenteraden vindt plaats in twee ronden (met een tussenperiode voor verwerking van moties en eventuele amendementen), zoals gebruikelijk is binnen onze regio. Planning De PlanMER Windbeleid en RES Gelderland wordt in maart 2024 ter inzage gelegd en wij ontvangen de regionale rapportage eind februari 2024. Op dat moment zijn alle ‘puzzelstukken’ beschikbaar op basis waarvan de bestuurlijke gesprekken over RES 2.0 in zijn geheel kunnen worden gevoerd. Input voor de bestuurlijke gesprekken zal naast de PlanMER’s onder andere bestaan uit de laatste stand van zaken omtrent de netcongestie, aangescherpte voorkeursvolgorde zon, landelijke milieunormen wind en de regionale ruimtelijke ontwikkelingen. Gezien recente ontwikkelingen op gebied van de netcongestie en de aangescherpte voorkeursvolgorde zon, starten wij vanaf nu de (bestuurlijke) gesprekken over hoe hier als regio op in te spelen. Vóór 1 juli 2025 dienen wij onze RES 2.0 in bij NPRES, wat mooi aansluit bij de 4-jaarlijkse herijking die de Provinciale Omgevingsverordening voorschrijft en bij het moment waarop de volgende voortgangsrapportage wordt verwacht door NPRES. Daarbij ligt deze deadline nog ver genoeg voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen.
In de voorgestelde planning is nu aangehouden om na gereed komen van de PlanMER zeven maanden te nemen om tot besluitvorming over RES 2.0 en het herijkte bod te komen in de Stuurgroep. Gaandeweg de rit starten wij de uitwerking van RES 2.0, die ook weer voeding zal opleveren voor het bestuurlijke gesprek. Parallel lopen lokale initiatieven en gebiedsprocessen door en werken wij met elkaar aan het OER project. Dit leidt tot de volgende gevisualiseerde planning op hoofdlijnen.
30
jaar
2023
maand 11
12
2024 1
2
3
4
5
6
7
2025 8
9
10 11 12
1
2
3
4
5
6
OER & Gebiedsprocessen PlanMER's Bestuurlijke gesprekken Uitwerking RES 2.0 Besluitvorming RES 2.0 Stuurgroep --> B&W, GS, DB's Ter inzagelegging Raden, Staten, AB's (twee ronden)
Handelingsperspectief: Deze planning is ambitieus, ook voor wat betreft de besluitvorming. Dit vraagt om een goeie aansluiting van de Colleges van B&W, GS en de DB’s van de Waterschappen én van de volksvertegenwoordigers. Hiervoor staan wij met elkaar aan de lat. Op het moment dat er ambtelijk en bestuurlijk overeenstemming is over het proces tot indiening van onze RES 2.0 en de bijbehorende planning, zal vanuit de RES op basis hiervan een gedetailleerde planning worden opgesteld voor de fase tot RES 2.0.
31
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Rol en samenstelling verschillende gremia Presentatie OER (separaat document) Memo ontwikkeling en implementatie OKE (separaat document) Samenwerkingsconvenant (separaat document) Overleg- en organisatiestructuur groot formaat (separaat document)
32
Bijlage 1: rol en samenstelling verschillende gremia Gemeenteraden, Provinciale Staten, Algemeen Besturen Waterschappen De volksvertegenwoordigers stellen de kaders vast:
Vaststelling RES 1.0. RES Herijking 2.0 (en verder) Gemeenteraden besluiten over lokaal beleid binnen de kaders van de RES (lokaal energiebeleid, lokaal omgevingsbeleid, lokale projecten).
Colleges van B&W, Gedeputeerde Staten, Dagelijks Besturen Waterschappen
De colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en het Dagelijks Bestuur van de beide Waterschappen zijn bestuurlijk opdrachtgever voor de RES. Elke gemeente heeft uiteindelijk een eigen en zelfstandige verantwoordelijkheid in de uitvoering van de RES.
Stuurgroep RES
De Stuurgroep RES werkt in opdracht van de colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en het Dagelijks Bestuur van beide waterschappen. Is bestuurlijk opdrachtgever voor de RES en externe partijen die bijvoorbeeld voor werkgroepen werkzaamheden uitvoeren. Is de bestuurlijk opdrachtgever van de programmamanager RES. o NB: Het ambtelijk opdrachtgeverschap van de programmamanager RES is in handen van de regiosecretaris van de Regio Stedendriehoek; Is bestuurlijk opdrachtgever voor de ambtelijke coördinatiegroep. De Stuurgroep RES bestaat uit: o Een voorzitter geleverd door het DB van de Regio Stedendriehoek; o Bestuurlijk vertegenwoordigers namens de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen; o Bestuurlijk vertegenwoordiger namens de provincie Gelderland; o Bestuurlijke vertegenwoordigers namens de waterschappen Vallei & Veluwe en Rijn & IJssel; o Een vertegenwoordiger van Liander in de rol van adviseur; o Een vertegenwoordiger van de Adviestafel RES in de rol van adviseur. De leden van de Stuurgroep vervullen een schakelfunctie naar de eigen organisatie en achterban. De Stuurgroep RES heeft de volgende verantwoordelijkheden: o Is eindverantwoordelijk voor de totstandkoming van een RES Voortgangsdocument (2023, 2025, 2027, 2029).
o Is eindverantwoordelijk voor de totstandkoming van een RES Herijking 2.0 (en verder) dat het besluitvormingsproces kan doorlopen in colleges, besturen, raden en Staten. Neemt het besluit de documenten naar de besluitvormende gremia te sturen. In principe neemt de Stuurgroep dit besluit unaniem (consensus). Stuurt vervolgens de definitieve documenten naar het Rijk. Is bestuurlijk eindverantwoordelijk voor de regie op een ordentelijk communicatie en participatieproces richting diverse doelgroepen. Is eindverantwoordelijk voor de besteding van de procesmiddelen van het Rijk.
33
Dagelijks Bestuur Regio Stedendriehoek
Het DB faciliteert de Stuurgroep RES en heeft geen opdracht gevende rol richting de Stuurgroep RES. Het DB monitort op integraliteit. De RES-ambities worden in samenhang beschouwd met de andere (ruimtelijke)opgaven in de regio zoals Wonen, Werken, Mobiliteit en Landelijk Gebied. Het toezien in procesmatige zin op uitvoering van het werkplan Regio Stedendriehoek waarvan de totstandkoming van de RES-onderdeel is. Het ter beschikking stellen van menskracht om het proces in goede banen te leiden. Het erop toezien dat verbinding wordt gelegd met de andere inhoudelijke regionale thema’s om de integraliteit te bewaken. De voorzitter van de Stuurgroep RES is een DB lid van de Regio Stedendriehoek.
Ambtelijke coördinatiegroep RES
De ambtelijke coördinatiegroep RES is de ambtelijke afspiegeling van de Stuurgroep. De ambtelijke coördinatiegroep RES is verantwoordelijk voor: o Regie op totaalopgave om te komen tot uitvoering van de RES. o Voorbereiden agenda (met integrale en afgestemde adviezen) voor de Stuurgroep RES o Toezien op resultaten werkgroepen. o Verbinding leggen en afstemming tussen de werkgroepen. o Verbinding leggen tussen werkgroepen en Stuurgroep wanneer nodig o Betrekken externe stakeholders. o Ervoor zorgdragen dat alle overheden goed zijn aangesloten. o Alle leden van het programmateam hebben een oog en oor functie naar wat er speelt in hun eigen organisaties, zowel inhoudelijk als procesmatig. De ambtelijke coördinatiegroep wordt aangestuurd door de programmamanager RES. De programmamanager is voorzitter van de coördinatiegroep en werkt in opdracht van de Stuurgroep. De voorzitter is het eerste aanspreekpunt voor de programmamanager. De programmamanager neemt in de rol van secretaris deel aan de Stuurgroep vergaderingen.
Adviestafel RES (stakeholders)
De adviestafel RES geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de Stuurgroep RES. Voorstellen die een besluit vragen worden door de werkgroepen voorgelegd aan de Adviestafel RES. De ambtelijke coördinatiegroep bekijkt op welke wijze het advies van de Adviestafel kan worden geïntegreerd in het voorstel. Bij niet overnemen van het voorstel, wordt het advies van de Adviestafel RES separaat bijgevoegd aan de stukken die ter besluitvorming gaan naar de Stuurgroep RES. De Adviesgroep RES bestaat uit vertegenwoordigers van de natuur- en milieuorganisaties, woningcorporaties, lokale energiecorporaties, bedrijvenverenigingen, JongRES, de energieproductiesector en kennisinstellingen. De Adviesgroep RES komt ongeveer 6 keer per jaar bij elkaar. Een vertegenwoordiger van De Adviestafel RES is als adviseur lid van de Stuurgroep RES. De Adviestafel heeft ook een vertegenwoordiger in de Ambtelijke coördinatiegroep
34
Werkorganisatie RES
De programmamanager RES: o Is ambtelijk opdrachtnemer, eindverantwoordelijk voor het totale RES proces, de activiteiten die zich daarin afspelen en de producten die worden opgeleverd. Tevens verzorgt de programmamanager de aansturing van de ambtelijke coördinatiegroep, de afstemming met NPRES en is hij/zij budgetverantwoordelijk. o Verzorgt de afstemming richting besluitvorming via de ambtelijke coördinatiegroep, Adviestafel RES en de Stuurgroep. o Vervult de rol van secretaris van de Stuurgroep. De projectleider RES: o Is de inhoudelijke rechterhand van de programmamanager en kan de programmamanager bij gelegenheid of noodzaak ook vertegenwoordigen. o Bewaakt als intern adviseur in het RES team dat de ontwikkelingen in het kader van de RES zoveel mogelijk bijdragen aan een duurzaam en betaalbaar regionaal energiesysteem, passend in landelijke en lokale ontwikkelingen. Draagt als (co)auteur in belangrijke mate bij aan beleidsstukken en rapportages. o Is verantwoordelijk voor de verdere ontwikkelingen rond data, monitoring en informatiedeling via die werkgroep. o Is verantwoordelijk voor de organisatie van ondersteunende activiteiten voor grootschalige opwek & energiesysteem via die werkgroep. o Draagt inhoudelijk bij beantwoording van vragen en het oplossen van uitdagingen die bij het OKE worden neergelegd. o Is RES-lid in de werkgroep ‘Energietransitie en Warmte’.
o Vertegenwoordigt de RES regio ambtelijk in het GEIS/pMiek programma. o Coördineert informatie-vergaring - analyse en eventuele annotaties m.b.t. impact van landelijke beleidsontwikkelingen rond de energietransitie. De projectsecretaris RES: o Verantwoordelijk voor de vergadercyclus adviestafel, ambtelijke coördinatiegroep, stuurgroep. Inplannen, uitnodigen, verspreiden van stukken, notuleren, actie-en besluitenlijst opstellen en bewaken. o Bijhouden van het overzicht financiën, facturen laten accorderen en verwerken. o Nieuwe offertes en opdrachten verwerken, aanbestedingen uitzetten. o Contacten met NPRES en beheren mailbox RES Regio Stedendriehoek. o Actueel houden website i.s.m. communicatieadviseur. o Ondersteuning van de RES programmamanager o.a. met inplannen van afspraken, redigeren en klaarmaken van memo’s en stukken en de organisatie van bijeenkomsten. Communicatieadviseur RES: o Coördinatie van de communicatieactiviteiten vanuit de RES in samenwerking met de RES- en maatschappelijke partners. o Verantwoordelijk voor de regionale website, nieuws- en persberichten. Adviseur strategie & Ruimtelijke Ordening RES: o Strategisch sparringpartners voor de programmamanager en projectleider RES. o Sluit namens de RES aan in provinciale en regionale Ruimtelijke Ordeningstrajecten.