CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(E56) B&W - Raadsinformatiebrief oplegger Plan van aanpak RES 2.0 + bijlagen - D437860

Forum Fysieke Leefomgeving 5 september 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken20.404 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad Brummen

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

: 14 mei 2024 : Z099968/D434594 : : Oplegger Plan van aanpak RES 2.0

Verzonden d.d.: 16 mei 2024

Geachte raadsleden, Hierbij vind u ter kennisname het plan van aanpak RES 2.0 inclusief bijlagen met een raadsinformatiebrief van de RES Stedendriehoek. De Stuurgroep RES heeft op 1 februari 2024 het Plan van Aanpak RES 2.0 vastgesteld Alle betrokken gemeenteraden, waaronder de gemeente Brummen, stelden eind 2021 de RES 1.0 van de regio Stedendriehoek vast. De Provinciale Staten en de Algemeen Besturen van de Waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel stelden ook de RES 1.0 vast. In de RES 1.0 staat de ambitie om in 2030 1,07 Terrawattuur (TWh) duurzame elektriciteit op te wekken. Op 1 juli 2023 dienden de RES Stedendriehoek de RES Voortgangsrapportage in bij het Nationaal Programma RES. Nu wordt toegewerkt naar een RES 2.0. Tot de vaststelling van deze herijking van de RES 1.0 blijven de kaders uit RES 1.0 van toepassing. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

G.J.M. van Rumund (wnd) burgemeester

Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl

Raadsinformatiebrief: Plan van Aanpak RES 2.0

Voor: Datum: Opsteller: Bijlagen:

Volksvertegenwoordigers RES Regio Stedendriehoek @ 2024 Matthijs van der Jagt, programmamanager Regionale Energie Strategie Plan van Aanpak RES 2.0 inclusief bijlagen

Geachte volksvertegenwoordiger RES Regio Stedendriehoek,

De regio Stedendriehoek is op weg naar 500.000 inwoners, 250.000 werkenden en 50.000 bedrijven. Hierbij gaan we voor brede welvaart en groei in balans. Tegelijkertijd loopt de energietransitie op volle toeren. Ons energiesysteem en de benodigde infrastructuur veranderen door de overgang van kolen en gas naar duurzame bronnen van energie. Van centraal opwekken en verspreiden van energie, naar een mix waarbij naast een centraal netwerk ook een lokaal netwerk functioneert. In dit lokale netwerk kunnen we duurzame energie en warmte opwekken, opslaan en gebruiken. Vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) werken wij samen om te borgen dat het thema Energie en het energiesysteem van de toekomst worden geïntegreerd in de planvorming voor onze regio.

Herijking RES 1.0 De RES 1.0 van de regio Stedendriehoek is eind 2021 vastgesteld door alle betrokken gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemeen Besturen van de Waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel. Daarin is de ambitie opgenomen om in 2030 1,07 Terrawattuur (TWh) duurzame elektriciteit per jaar op te wekken. Na het indienen van onze RES Voortgangsrapportage bij het Nationaal Programma RES op 1 juli 2023, is de fase gestart waarin wij met elkaar toewerken naar de herijking van onze RES. Tot de vaststelling van deze herijking blijven de kaders uit RES 1.0 van toepassing.

Waarom herijken Tijdens het uitvoeren van de RES kunnen nieuwe inzichten ontstaan door factoren zoals: nieuwe lokale, regionale en landelijke ambities, innovaties in technieken of bronnen, of knelpunten bij de uitvoering. Deze inzichten kunnen leiden tot het aanpassen van de bestaande kaders in de RES 1.0 of het vaststellen van nieuwe kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Dit leggen we vast in een RES Herijking 2.0 (vanaf nu te noemen RES 2.0).

Er zijn verschillende aanleidingen om onze RES 1.0 te herijken. Ten tijde van het opstellen van RES 1.0 werd duidelijk dat de wespendief grote invloed zou hebben op de mogelijkheden voor wind op en rond de Veluwe. Die inzichten worden momenteel verder ontwikkeld waardoor duidelijker wordt wat we voor 2030 kunnen realiseren in onze regio. Een tweede belangrijke aanleiding voor de herijking is de netcongestie en het inzicht dat we toegaan naar een ander energiesysteem, dat bestaat uit een combinatie van centrale en decentrale elementen. We weten niet precies hoe het gaat worden, maar we weten wel dat het onder meer vraagt om netverzwaring, opslag, andere energiedragers, innovaties en het bijeenbrengen van vraag en aanbod. Dat betekent ook maatwerk, samenwerken en op gebiedsniveau onderzoeken wat mogelijk is. Als wij dit combineren met de aangescherpte voorkeursvolgorde zon, de ter inzage liggende landelijke ontwerpmilieunormen voor wind op land én de nieuwe inzichten die de lopende provinciale PlanMER trajecten gaan opleveren, realiseren wij ons dat gestanddoening van het RES 1.0 bod complex is en om daadkracht en samenwerking vraagt.

Plan van Aanpak RES 2.0 Het opstellen van de RES 2.0 geeft ons de ruimte om eerder gemaakte keuzes te heroverwegen op grond van nieuwe inzichten en uitspraken te doen over het bod. Het Plan van Aanpak RES 2.0 geeft inzicht in de manier waarop wij, op basis van de huidige informatie, de weg naar een gedragen RES 2.0 voor ons zien. Bij vaststelling van de RES 2.0 is antwoord gegeven op de vraag of we de inspanningsverplichting om in 2030 het bod van 1,07 TWh hernieuwbare energie opwek op land te realiseren, in stand kunnen houden. Hierbij hanteren wij een pragmatische aanpak met focus op kansen en draagvlak zonder de realiteit uit het oog te verliezen en waarbij wij ons bod van 1,07 TWh blijven nastreven.

De Stuurgroep RES heeft op 1 februari 2024 het Plan van Aanpak RES 2.0 vastgesteld. Dit Plan van Aanpak inclusief bijlagen wordt u hierbij ter kennisname toegezonden.

Hoogachtend,

Het college van burgemeester en wethouders van @ / PS / AB

Kennismaken met Opwek energie op rijksgrond (OER) Voorverkenning A1/A50 Nadinja Hettinga Nadinja.hettinga@rws.nl 06 –11 52 64 68 Vrijdag 13 december

Femke Stoverinck Femke.stoverinck@rws.nl 06 – 51 67 67 99 1

Voorgeschiedenis voorverkenning A1/A50 2019 Klimaatakkoord ‘Rijk stelt zijn gronden waar mogelijk beschikbaar’. 2020 Kamerbrief EZK en IenW Aankondiging Rijksprogramma OER. Verkennen 80 kansrijke locaties op areaal van het Rijk, waarvan mogelijk de helft gerealiseerd kan worden. 2021 Start OER-Programma • EZK is opdrachtgever • RWS, Defensie, ProRail, Staatsbosbeheer, RVB en RVO werken op verzoek van en samen met regionale overheden.

Sluiscomplexen

Knooppunten

Baggerdepots

Foto/ontwerp: studio Marco Vermeulen / The Imagineers

Foto/ontwerp: studio Marco Vermeulen / The Imagineers

Bermen

3

Team

RWS regio

RES

1

NN

Friesland, Groningen, Drenthe

ON

Foodvalley, Rivierenland, ArnhemNijmegen, Stedendriehoek, Achterhoek, Twente, West-Overijssel, Noord-Veluwe

2

ZN

West-Brabant, Hart van Brabant, Noordoost Brabant, MRE, NoordMidden Limburg, Zuid-Limburg

3

ZD

Zeeland

WNZ

Goeree-Overflakkee, MRDH, Holland Rijnland, Drechtsteden, Hoeksche Waard, Alblasserwaard, Midden Holland

4

WNN

Noord-Holland Zuid en Noord-Holland Noord

5

MN

U16, Amersfoort, Flevoland

Hoe zijn we georganiseerd?

6

Rollen samengesteld projectteam gelieerd aan de regio Stuurgroep project

Projectmanager RWS

Projectbeheersing RWS

Technisch manager/adviseur duurzame energie RWS

Omgevingsmanager RWS of RVO

Contractmanager RVB

Adviseur participatie RVO

Adviseur assetmanagement energie RWS*

Inkoopvoorbereider RWS

Gemeente

Provincie

Netbeheerder 7

Uitgangspunten •

Samen!

•

Standaard marktbenaderingstrategie – gronduitgifte

•

Rijksoverheid stelt (tijdelijk) grond beschikbaar voor de opwekking van duurzame energie.

•

Het rijk kan contractuele (privaatrechtelijke) eisen opstellen die binnen de redelijkheid van taken en bevoegdheden vallen

•

Esthetische, ruimtelijke en participatie voorwaarden vallen onder bevoegdheid gemeente/provincie

•

Financieel haalbaar project

•

Door randvoorwaarden uit te werken en privaat en publieksrechtelijk vast te leggen worden onzekerheden voor de markt weggehaald.

•

Te veel randvoorwaarden verminderd de aantrekkelijkheid

8

Rolverdeling gemeenten, provincie en rijksdiensten

Aanwijzen en voorbereiden locaties Rijksdienst(en) & Decentrale overheden

Betrekken omgeving Rijksdienst & Decentrale overheden

Planologie en vergunningen

Decentrale overheden

Marktbenadering & Contract Rijksvastgoedbedrijf

Voorverkenning A1-A50

10

Activiteiten en planning OER - projecten

•

Voorverkenning (± 6 maanden) Doel: Wat kan er? Resultaat: Vaststelling scope en randvoorwaarden voor de verkenning.

•

Verkenning Doel: Resultaat:

(± 12 maanden) Wat willen we? gezamenlijk gedragen ontwerpregels/bouwstenen

•

Planvorming Doel: Resultaat:

(± 12 - 18 maanden) Hoe doe je dat? Planologische borging van het resultaat van de verkenning 11

Wat gaan we doen in de voorverkenning? Samenwerken!!! Instellen stuurgroep en intentie overeenkomst  In kaart brengen beschikbare RWS gronden  Inventariseren meekoppelkansen  Inventariseren participatiebeleid  Businesscase op hoofdlijnen opstellen  Eerste ruimtelijke schetsen maken  Voorstel doen voor de mate van voorbereiding Afsluiten voorverkenning met GO/NO GO stuurgroep 12

Voorlopige planning

Vandaag

Eerste kennismaking OER

Komende weken

Persoonlijk kennismaken

Eind oktober /begin november

Startbijeenkomst

November-mei

Voorverkenning

Juni

Go/no go stuurgroep

13

Vragen, opmerkingen, suggesties?

Nadinja Hettinga Nadinja.hettinga@rws.nl 06 –11 52 64 68

Femke Stoverinck Femke.stoverinck@rws.nl 06 – 51 67 67 99

14

SAMENWERKINGSCONVENANT RES REGIO STEDENDRIEHOEK “Samen werken aan gedragen afspraken over tijdige realisatie van grootschalige hernieuwbare energie in onze regio als volwaardige bijdrage aan het Klimaatakkoord passend bij de missie en opgaven van de Regio Stedendriehoek”

Vaststelling door: -

Stuurgroep RES

Besluitvorming door: -

de colleges van de gemeenten: Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen, gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, het dagelijks bestuur van het Waterschap Vallei & Veluwe en van het Waterschap Rijn & IJssel het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijk Regeling Regio Stedendriehoek

Bijlagen: -

Bijlage 1: Gezamenlijke werkafspraken ter aanvulling op/ verdieping van de Startnotitie Bijlage 2: Startnotitie RES Cleantech Regio 2020-2030 (separaat document)

Versie 7 december 2023

SAMENWERKINGSCONVENANT RES REGIO STEDENDRIEHOEK 1.

INLEIDING

RES staat voor Regionale Energie Strategie. De RES omschrijft hoe wij in onze regio gaan bijdragen aan het behalen van de doelstellingen en afspraken uit het Klimaatakkoord. De RES regio Stedendriehoek is een van 30 Nederlandse energieregio’s en net als die andere regio’s werken wij aan onze eigen RES. Een belangrijk onderdeel is het opwekken van duurzame energie in ons stuk Nederland. Alle regio’s zetten tegelijkertijd dezelfde stappen. Het doel van deze aanpak is om samen de Nederlandse klimaatdoelen te behalen.

2.

DOEL VAN DE SAMENWERKING

Onze samenwerking is geslaagd als we komen tot (gedragen afspraken over) tijdige realisatie van het actuele RES Bod op gebied van grootschalige hernieuwbare energie in onze regio, als volwaardige bijdrage aan het Klimaatakkoord, passend bij de missie van de Regio Stedendriehoek en andere (maatschappelijke) opgaven waar de regio voor staat. In de RES 1.0 hebben we ons actuele bod vastgelegd voor het opwekken van 1,07 Twh grootschalige hernieuwbare energie. Onze ambitie is om dit bod voor 2030 te realiseren. Deze samenwerking levert twee type producten op: Het RES voortgangsdocument dat tweejaarlijks wordt opgeleverd ten behoeve van de landelijke monitoring en de RES Herijking ten behoeve van de concretisering van de RES (zie 7.2).

3.

DOELSTELLINGEN SAMENWERKINGSCONVENANT

Dit Samenwerkingsconvenant heeft twee doelstellingen: 

Actualiseren en aanvullen van de Governance afspraken in de Startnotitie Bij het vaststellen van de Startnotitie is (al) besloten en door de Raden vastgesteld om voor de RES geen nieuw samenwerkingsverband op te tuigen, maar de bestaande structuur te benutten. De eerste doelstelling van dit Samenwerkingsconvenant is om de Governance structuur uit de Startnotitie te actualiseren en aan te vullen. Daarbij blijven wij binnen de kaders van de Startnotitie en borgen wij direct dat alle thema’s die in een Samenwerkingsconvenant geregeld moeten worden, ook geregeld/ vastgelegd zijn.

Vastleggen van de facilitering van de RES vanuit de Gemeenschappelijke Regeling van de Regio Stedendriehoek (GR) De facilitering vanuit de GR is anders van aard dan de bijdragen vanuit het Rijk, de Provincie, de Waterschappen en de gemeenten, zoals die jaarlijks worden vastgesteld in de programmabegroting RES. Met behulp van dit samenwerkingsconvenant leggen wij de ondersteuning vanuit de GR voor de komende periode concreet vast.

3.1 DOELSTELLING 1: ACTUALISEREN VAN DE GOVERNANCE ZOALS DIE IS BESCHREVEN IN DE STARTNOTITIE De volgende passages uit de Startnotitie, die voor de volledigheid is opgenomen in bijlage 2, komen te vervallen en/ of worden aangevuld:  Aanvullingen paragraaf 2.4.3, Gezamenlijke werkafspraken: o De RES partners voeren de opgaven uit. Ze doen dit op basis van autonomie en een inspanningsverplichting om het actuele RES bod te halen. o Onze samenwerking is gebaseerd op consensus en regionale bestuurlijke afspraken. o Bovenstaande aanvullingen worden hier specifiek uitgelicht omdat ze de essentie vormen voor de verdere uitwerking van de gezamenlijke werkafspraken die zijn opgenomen in bijlage 1.

2

3.2

Aanpassing paragraaf 4.4.1, Wie beslist over de RES: de Strategische Board (SB) is vervangen door de Adviestafel met daarin de maatschappelijke stakeholders. De vertegenwoordiger vanuit de Adviestafel is adviserend lid van de SG (net als Liander).

Aanpassingen paragraaf 6.1, Organisatiestructuur: o

De portefeuillehouders RO zijn ook lid van de SG (naast de portefeuillehouders Duurzaamheid/ Energietransitie).

o

De Adviestafel vertegenwoordigt de maatschappelijke stakeholders, zoals het bedrijfsleven, onderwijs, energiecoöperaties, brancheorganisaties en belangenverenigingen. Vanuit het Klimaatakkoord staan de RES’sen ook aan de lat voor participatie door de maatschappelijke stakeholders. Vertegenwoordiging vanuit de Adviestafel is aanwezig als adviserend lid in de SG en als lid in de Coördinatie groep.

o

De managementgroep is niet meer actief en komt te vervallen.

DOELSTELLING 2: FACILITERING VAN DE RES DOOR DE GR

De RES samenwerking kenmerkt zich als een bestuurlijk afstemmingsoverleg. Bestuurders vertegenwoordigen hun Colleges en Algemene Besturen. Bevoegdheden worden niet overgedragen aan de regionale samenwerking. De samenstelling van de RES Stuurgroep bestaat uit andere partijen dan de GR. Zo is de gemeente Deventer geen onderdeel van de RES en wel van de GR; provincie Gelderland en de Waterschappen Vallei & Veluwe en Rijn & IJssel zijn geen onderdeel van de GR en wel van de RES. Om die reden valt de RES niet onder verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur van de GR. Om de integraliteit van de opgaven in de regio, waarvan de RES onlosmakelijk onderdeel uitmaakt, te borgen wordt de RES, naast middelen en ‘in kind’ bijdragen vanuit het Rijk, de Provincie, de Waterschappen, Liander en de gemeenten, met het oog op het gezamenlijk realiseren van de opgaven van algemeen belang, gefaciliteerd door de GR. De GR kent niet de mogelijkheid om voor anderen dan de deelnemers taken uit te oefenen. De RES is echter een samenwerkingsverband, waarin als toegelicht een groot aantal deelnemers van de GR vertegenwoordigd zijn en waarvan de belangen en ambities overeenkomen met de belangen en ambities die de GR voorstaat. De facilitering van de RES door de GR ziet op personele en daarmee professionele inbreng op de (bedrijfsvoering)taken Human Resources, Communicatie, Financiën en Huisvesting.

Dit betekent: -

-

-

De voorzitter van de Stuurgroep RES is een bestuurder van één van de deelnemende gemeenten, die tevens lid is van het algemeen bestuur van de GR; De voorzitter van de Stuurgroep RES stemt af met de voorzitters van de programmaberaden in de Regio Stedendriehoek om de integraliteit van de ruimtelijke opgaven te waarborgen, in het bijzonder met de voorzitter van het programmaberaad Gebiedsontwikkeling; De Stuurgroep RES bepaalt over de mate van inzet van menskracht in het RES proces (intern of extern); De GR zorgt voor de aanstelling van de programmamanager RES, die het RES proces aanstuurt en coördineert. Het ambtelijk opdrachtgeverschap van de RES en de programmamanager is in handen van de secretaris/ directeur van de GR; De programmamanager RES is onderdeel van het programmamanagers overleg binnen de GR voor inhoudelijke afstemming en borgen van de integraliteit tussen de programma’s. Het Dagelijks Bestuur van de GR kan om advies worden gevraagd door de Stuurgroep RES; De Stuurgroep RES is verantwoordelijk voor het opstellen van het RES Voortgangsdocument en RES Herijking en doorgeleiding naar de bestuurlijke organen voor besluitvorming; De RES is input voor en sluit aan bij de Uitvoeringsagenda en jaarplannen van de GR.

De RES heeft een eigen gedeelte op de website van de Regio Stedendriehoek; De RES wordt in afstemming met de communicatieadviseur van de GR opgenomen in de kwartaalupdate richting raadsleden; De RES sluit zich aan bij dezelfde huisstijl zoals die gehanteerd wordt door de GR; De RES sluit zich aan bij de regionale inkoopregels van de GR en wordt daarbij ondersteund door de gemeente Apeldoorn;

3

-

-

De RES is bevoegd om als samenwerkingsverband op te treden als afzender van reacties en brieven indien hierover in de RES Stuurgroep is besloten. Wettelijke zienswijzen dienen door besturen van de deelnemers naar voren te worden gebracht. Voor verzoeken Wet Open Overheid wordt gebruik gemaakt van het proces dat de GR hiervoor heeft ingericht, inclusief ondersteuning vanuit de gemeente Apeldoorn; De RES kent een eigen begroting en administratieve organisatie gefaciliteerd door de gemeente Brummen.

Facilitering van de RES door de GR m.b.v. personele inbreng op de (bedrijfsvoering)taken: -

-

4.

Het RES proces wordt voor ca. 16 - 24u/ week ondersteund door een projectsecretaris in dienst van de GR, maar gefinancierd vanuit de RES begroting; Binnen de RES is een communicatie functionaris actief gefinancierd uit de RES begroting. Daarnaast kan vanuit de RES van tijd tot tijd een beroep worden gedaan op de afdeling Communicatie van de GR voor incidentele klussen op gebied van o.a. website, opmaak en redigeren van communicatie-uitingen. Dit in onderlinge afstemming de coördinator van het communicatieteam binnen de GR; Voor de werving van nieuwe (vaste of tijdelijke) functionarissen binnen de RES wordt gebruik gemaakt van het proces dat de GR hiervoor heeft ingericht, inclusief ondersteuning vanuit de gemeente Apeldoorn. Voor de ondersteuning op gebied van ICT binnen de RES wordt gebruik gemaakt van het proces dat de GR hiervoor heeft ingericht, inclusief ondersteuning vanuit de gemeente Voorst; De RES kan gebruik maken van advisering door de Regionale Raadsadviescommissie die vanuit de GR is georganiseerd; De RES werkorganisatie maakt indien nodig kosteloos gebruik van de huisvestingsfaciliteiten van de GR.

GOVERNANCE VAN DE RES

De RES is geen formele bestuurslaag met eigen bevoegdheden en eigen democratische legitimiteit. De RES leidt niet tot wijzigingen in de bestaande taken en bevoegdheden van overheden. Tegelijkertijd werken we samen aan een complexe opgave, de energietransitie. In de RES 1.0 zijn bestuurlijk afspraken gemaakt over duurzame energie en de bovengemeentelijke warmtebronnen. De gemeentes, provincie en waterschappen hebben de inspanningsverplichting op zich genomen om de afspraken uit de RES 1.0 te borgen in het lokale omgevingsbeleid, door deze op te nemen in omgevingsvisies, omgevingsplannen en programma’s.

4.1 STURING De vaststelling van de RES 1.0 door de raden, staten en algemene besturen van de regio's was een complex en uniek proces. Ambities en kaders liggen voor nu vast, de samenwerking heeft vorm gekregen en het eerste Voortgangsdocument is een feit. In de volgende fase wordt gewerkt aan RES Herijking 2.0. Net als in het traject tot nog toe hebben alle gemeenten, provincie en waterschappen de inspanningsverplichting om de energieambities uit de RES te verankeren in hun omgevingsbeleid. De draagkracht van het landschap heeft ons regionale bod bepaald. We blijven ons maximaal inspannen om het bod met elkaar te realiseren, waarbij wij realistisch moeten zijn wat betreft de haalbaarheid hiervan in relatie tot de ontwikkelingen sinds de vaststelling van RES 1.0. Wanneer we merken dat we niet op koers liggen of wanneer landelijke doelstellingen meer van ons vragen, moeten we bijsturen via de RES Herijking (zie verder paragraaf 7.2). De regionale monitoringstool die tenminste één keer per jaar wordt gepresenteerd door de werkgroep Data & monitoring en het RES Voortgangsdocument dienen hiervoor als input.

4.2 ESCALATIE De RES-partijen werken gelijkwaardig samen, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en positie. Elke overheidspartner heeft eigen bevoegdheden. Het uitgangspunt is wederzijds vertrouwen en het werken aan een gezamenlijke opgave. We willen escalatie voorkomen door tenminste eenmaal per jaar de voortgang op ons bod bestuurlijk te agenderen in de Stuurgroep RES. Dit doen we op basis van een monitoringsoverzicht waarin we informatie, kansen en belemmeringen met elkaar delen. Uiteraard zullen we elkaar aanspreken als dat nodig is. Bij verschillen van inzichten hanteren we de uitgangspunten uit het Klimaatakkoord. Dit betekent dat we binnen de regio proberen verschil van inzicht met elkaar op te lossen.

4

5. PARTICIPATIE Door de inwoners te informeren over de RES en de maatschappelijke stakeholders te betrekken, worden er verschillende perspectieven, kennis en creativiteit toegevoegd aan de strategie. Participatie zorgt voor meer draagvlak en betere besluiten. We hechten er waarde aan om de participatie goed vorm te geven in het ons RES proces en inzicht te bieden in de wijze waarop participatie wordt vormgegeven. De RES Regio Stedendriehoek richt zich op de coördinatie van onderstaande participatiedoelen:  

 

Door maatschappelijke partners te betrekken, te informeren en te consulteren zetten we in op bewustwording, uitbreiding van de bestaande kennis en waar mogelijk op acceptatie; Door de RES te vormen met input van een breed samengestelde groep van maatschappelijke partners met diverse meningen en expertisen, vindt een eerste weging voor het draagvlak van het algemeen belang plaats. Dit komt ten goede aan de kwaliteit van de besluitvorming; Door dialogen met de RES- en maatschappelijke partners komen de kansen en knelpunten voor de energietransitie in beeld, dit brengt scherpte aan in de RES; De inzet is om inwoners inzicht te geven in het besluitvormingsproces en momenten wanneer geparticipeerd kan worden, via de website van de RES en de websites en sociale mediakanalen van de RES partners.

6. FINANCIËN De RES heeft een eigen begroting. Er is jaarlijks 12 miljoen euro beschikbaar uit de uitvoeringsmiddelen Energie en Klimaat voor de proceskosten van de 30 RES-regio’s. Onze regio ontvangt jaarlijks ca. € 300.000,-. Dit wordt, net als voorgaande jaren, via een decentralisatie uitkering aan de kassier gemeente Brummen overgemaakt. Zij heeft het budget in beheer voor besteding en verantwoording. Besluitvorming over de besteding vindt plaats in de Stuurgroep RES en is formeel budgetbevoegd. Uiteraard volgen we bij het uitbesteden van opdrachten de regels die door de GR zijn vastgesteld in de werkinstructie inkoop en aanbesteding en worden daarbij ondersteund door de gemeente Apeldoorn. De middelen worden ingezet voor de taken voor strategieontwikkeling, monitoring en verbinden. Daarbij wordt op een sobere en doelmatige manier met het budget omgegaan. Uitvoering wordt in principe gefinancierd door het Rijk, maar er kan incidenteel een bijdrage worden gevraagd aan de lokale partners voor pilots of onderzoeken. Budget dat overblijft na strategieontwikkeling, monitoring en verbinden kan worden ingezet voor uitvoering en expert-ondersteuning.

7.

OVERIGE BEPALINGEN

7.1

GELDIGHEIDSDUUR EN RELATIE MET DE STARTNOTITIE

In 2019 hebben de bestuursorganen in de Regio Stedendriehoek de Startnotitie RES vastgesteld. De kaders uit de startnotitie blijven gelden. Dit samenwerkingsconvenant is ondersteunend aan de RES partners voor uitvoering van de RES. Dit convenant is geldig tot maart 2027, een jaar na de huidige bestuursperiode. Op deze wijze biedt dit convenant voldoende continuïteit om de samenwerking vorm te geven en flexibiliteit om aan te passen naar eventuele nieuwe bestuurlijke wensen.

7.2 RES VOORTGANGSDOCUMENT & RES HERIJKING In het RES Voortgangsdocument monitoren we onze voortgang in het realiseren van onze ambities uit de RES 1.0. Het Rijk gebruikt dit om landelijk te kunnen monitoren of de 30 regio’s sámen ook op koers liggen voor 2030. Alle regio’s beschrijven elke twee jaar de voortgang. Het document waarin deze voortgang wordt vastgelegd noemen we het RES Voortgangsdocument 2023, 2025 etc. Dit document wordt vastgesteld door de colleges en ter informatie voorgelegd aan de volksvertegenwoordigers. Het RES Voortgangsdocument 2023, 2025, etc wordt steeds voor 1 juli van het betreffende jaar opgeleverd.

5

Tijdens het uitvoeren van de RES kunnen nieuwe inzichten ontstaan door: nieuwe lokale, regionale en landelijke ambities, innovaties in technieken of bronnen, of knelpunten bij de uitvoering. Deze kunnen leiden tot het aanpassen van de bestaande kaders in de RES 1.0 of het vaststellen van nieuwe kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Dit leggen we vast in een RES Herijking 2.0 (vanaf nu te noemen RES 2.0), RES Herijking 3.0 (vanaf nu te noemen RES 3.0) en zo verder. RES regio’s bepalen zelf wanneer een herijking van de RES noodzakelijk is, met inachtneming van de Gelderse Provinciale Omgevingsverordening, die voorschrijft dat de RES minimaal iedere vier jaar moet worden herijkt.

7.3 WIJZIGING CONVENANT Elke partij kan een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek doen om dit convenant te wijzigen. De wijziging behoeft instemming van alle partijen.

7.4 OPZEGGING Elke partij kan dit convenant met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden schriftelijk en met redenen omkleed opzeggen. De partij richt de mededeling aan de Stuurgroep, waarvan de vertegenwoordigers dit aan hun bestuur mededelen. Wanneer een of meerdere partijen het convenant opzeggen, beraden de partijen zich over de gevolgen ervan voor dit convenant.

6

BIJLAGEN BIJLAGE 1: GEZAMENLIJKE WERKAFSPRAKEN TER AANVULLING OP/ VERDIEPING VAN DE STARTNOTITIE In paragraaf 3.1 staan onder de eerste bullet de aanvullingen op paragraaf 2.4.3 van de Startnotitie over de ‘Gezamenlijke werkafspraken’, die de essentie vormen voor de verdere uitwerking van de gezamenlijke werkafspraken. Deze verdere uitwerking van de gezamenlijke werkafspraken is hieronder beschreven. Over de structuur van samenwerking 1. De structuur is helder, overzichtelijk, flexibel, goed geborgd en zo eenvoudig mogelijk. 2. De structuur kan rekenen op brede betrokkenheid en draagvlak van alle RES-partners. 3. De structuur sluit aan bij de kaders van de startnotitie die in 2019 is vastgesteld door volksvertegenwoordigers. 4. Samenwerking berust op gelijkwaardigheid, bestuurlijke consensus en gezamenlijke bewustheid van het collectief belang en de meerwaarde van samenwerking. 5. Er is betrokkenheid van en regelmatige communicatie met gemeenteraden, besturen, inwoners en externe stakeholders met ruimte voor inbreng en participatie. 6. De structuur is efficiënt en overeenkomstig met de governance structuur van de Regio Stedendriehoek (aansluiting bij de GR). 7. De financiën zijn helder en alle gemeenten profiteren op een gelijke manier. 8. Er is een stevige ambtelijke bijdrage en samenwerking, zowel op (lokale) uitvoering als doorontwikkeling naar een RES 2.0 en verder.

Over regionale sturing versus lokale autonomie 1. Er is een duidelijke verdeling tussen autonomie en regionale sturing, waarbij helder is welke thema’s regionaal worden opgepakt en consensus en deelname van de RES-partners behoeven; en welke thema’s in lokale autonomie worden opgepakt. 2. Voor projectuitvoering geldt lokale autonomie, hier is geen regionaal sturende rol passend. 3. Thema’s waar regionale aansturing passend is, zijn: ontwikkelen RES 2.0 (en verder), lange termijn perspectieven voor grootschalige opwek van elektriciteit op land via zon en wind, optimalisatie van het regionale energiesysteem, inclusief opslag en conversie, regionale netprioritering en programmering, monitoring, financiën, afstemming met andere regionale onderwerpen, warmte, aanjagen (bovenlokale) gebiedsprocessen, kennisdeling incl. communicatie over deze thema’s. 4. Het traject RES 2.0 (en verder) wordt door alle RES-partners gezamenlijk doorlopen en de uitkomst is een consensus waar alle RES partners zich in herkennen. 5. Er is een heldere rolverdeling tussen lokale overheden voor het ruimtelijk domein. Over rolduidelijkheid en opdrachtgeverschap 1. De Stuurgroep RES is bestuurlijk opdrachtgever voor de RES en externe partijen die bijvoorbeeld voor werkgroepen werkzaamheden uitvoeren. Het ambtelijk opdrachtgeverschap is belegd bij de regiosecretaris van de Regio Stedendriehoek.

Opdrachtgeverschap en verantwoording zijn vooraf helder. 2. Er is een passende rol en rolduidelijkheid voor alle partijen, inclusief voor werkgroepen, ambtelijke coördinatiegroep en stuurgroep, waardoor iedereen weet wat van ze verwacht wordt, en partijen elkaar daar ook op kunnen aanspreken. 3. Er is een partij verantwoordelijk voor monitoring en samenhang tussen uitvoering en beleidsontwikkeling. 4. Er is een partij die aanstuurt en coördineert, een programmamanager RES. 5. Er is ruimte voor (kritische) signalen van individuele gemeenten en stakeholders. input van deze partijen wordt actief opgehaald en er wordt tijdig en adequaat op gereageerd.

7

Plan van Aanpak RES 2.0

Datum: Onderwerp: Opsteller: Reviews:

Maart 2024 Plan van Aanpak RES 2.0 Matthijs van der Jagt Lize Beekman, Joris Benninga, Alwin Roest, Adviestafel, Coördinatiegroep (Cogro), Werkgroep Communicatie, Stuurgroep

Bijlagen:

1. Rol en samenstelling verschillende gremia 2. Presentatie OER (separaat document) 3. Memo ontwikkeling en implementatie OKE (separaat document) 4. Samenwerkingsconvenant (separaat document) 5. Overleg- en organisatiestructuur groot formaat (separaat document)

Inhoud 1.

Herijking RES 1.0 ............................................................................................................................. 3

1.1 RES 1.0 & voortgangsrapportage basis voor de herijking................................................................ 3 1.2 Toelich ng herijking......................................................................................................................... 3 1.3 Aanleidingen herijking RES 1.0 ........................................................................................................ 4 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 5 2.

Aanpak ............................................................................................................................................ 6

2.1 Uitgangspunten van onze aanpak ................................................................................................... 6 2.2 Hoofdac viteiten vanuit de RES rich ng RES 2.0 ............................................................................ 6 2.3 De kern van onze aanpak................................................................................................................. 7 3.

RES op regionaal niveau ................................................................................................................. 8

3.1 Wind ................................................................................................................................................ 8 3.2 Zon op land ...................................................................................................................................... 9 3.3 Zon op object ................................................................................................................................. 10 3.4 Warmte .......................................................................................................................................... 12 3.5 Regionale samenwerking: stabiel vooruit ..................................................................................... 14 3.6 Energiesysteem en -infrastructuur ................................................................................................ 15 3.7 Communica e & par cipa e......................................................................................................... 16 3.8 Monitoring..................................................................................................................................... 19 4.

RES ondersteuning op lokaal niveau ............................................................................................ 20

4.1 Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie ini a even (OKE)............................................ 20 4.2 Lokaal eigendom & financiële par cipa e in projecten ................................................................ 20 5.

RES op na onaal niveau ............................................................................................................... 22

6.

Organisa e & Governance............................................................................................................ 23

6.1 Overlegstructuur ........................................................................................................................... 23 6.2 Organisa estructuur & Governance.............................................................................................. 26 6.3 Samenwerkingsconvenant............................................................................................................. 28 7.

Proces & planning ......................................................................................................................... 29

Bijlagen.................................................................................................................................................. 32 Bijlage 1: rol en samenstelling verschillende gremia........................................................................... 33

2

1. Herijking RES 1.0 1.1 RES 1.0 & voortgangsrapportage basis voor de herijking

Met het indienen van de Voortgangsrapportage Mei 2023 is de fase aangebroken waarin wij met elkaar gaan toewerken naar een RES 2.0 voor de regio Stedendriehoek. Wij pakken de handschoen op waar wij gebleven zijn. Dat staat uitgewerkt in RES 1.0, waarvan de kaders en afspraken van toepassing blijven tot de vaststelling van RES 2.0. Hieronder zijn enkele passages uit de Voortgangsrapportage herhaald die de doorstart richting RES 2.0 kernachtig markeren:  De RES 1.0 van de Regio Stedendriehoek is eind 2021 vastgesteld door alle betrokken gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel. Daarin is de ambitie en inspanningsverplichting opgenomen om in 2030 1,07 TWh duurzame elektriciteit per jaar op te wekken.  Het is nog te vroeg om te zeggen of we onze ambitie van 1,07 TWh hernieuwbare energie opwek in 2030 gaan realiseren. De inspanningen van gemeentes en provincie om de afspraken uit de RES 1.0 te verankeren in het lokale omgevingsbeleid zijn zichtbaar. Daarmee maken we de grootste stappen op de onderdelen waar we zelf sturingsmogelijkheden hebben. Deze vertalen zich in de plannen voor ‘Zon op land’ waarmee we op schema liggen. Een deel van de uitgewerkte plannen kan worden gerealiseerd maar er zal ook een deel te maken krijgen met de beperkingen die de netcongestie met zich meebrengt.

Realisatie van dit deel is alleen mogelijk door de opgewekte stroom bijvoorbeeld direct te verbruiken, op te slaan of om te zetten in andere energievormen en energiedragers.  Feit is dat de opgave voor ‘Wind’ en voor ‘Zon op object’ achter blijven op ons bod. De beperkingen die opgelegd zijn voor ‘Wind’ op en rondom de Veluwe vallen buiten onze invloedsfeer. Daarnaast hebben we op de ambities voor ‘Zon op object’ weinig sturingsmogelijkheden en moeten we inspelen op de transportcapaciteit van de energie infrastructuur. Bij de totstandkoming van dit Plan van Aanpak is ook de Ontwikkelagenda uit RES 1.0 meegenomen, met daarin de actiepunten die zijn voortgekomen uit de terinzagelegging van RES 1.0.

1.2 Toelichting herijking Tijdens het uitvoeren van de RES kunnen nieuwe inzichten ontstaan door: nieuwe lokale, regionale en landelijke ambities, innovaties in technieken of bronnen, of knelpunten bij de uitvoering. Deze kunnen leiden tot het aanpassen van de bestaande kaders in de RES 1.0 of het vaststellen van nieuwe kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Dit leggen we vast in een RES Herijking 2.0 (vanaf nu te noemen RES 2.0), RES Herijking 3.0 (vanaf nu te noemen RES 3.0) en zo verder. Een RES herijking is dus hetzelfde als een volgende versie van de RES. Hierbij kan het zijn dat het bod wordt aangepast maar dit is niet per definitie het geval, bijvoorbeeld als er sprake is van een aangepaste energiemix of verdeling van zoekgebieden die wel leidt tot hetzelfde bod. De RES wordt herijkt:  bij verhogen of verlagen van het bod uit RES 1.0;  bij een andere balans tussen zon en wind;  bij nieuwe zoekgebieden die niet in RES 1.0 stonden;  bij vervallen van zoekgebieden die wel in RES 1.0 stonden;  bij detaillering van zoekgebieden uit RES 1.0;  bij keuze voor andere technieken dan zon en wind;  en/ of bij nieuwe regels/ normen die invloed hebben op de bedachte mogelijkheden.

3

RES regio’s bepalen zelf wanneer een herijking van de RES noodzakelijk is, met inachtneming van de Gelderse Provinciale Omgevingsverordening, die voorschrijft dat de RES minimaal iedere vier jaar moet worden herijkt met de volgende kanttekening: “mocht er geen aanleiding zijn om te herijken dan kan dit ook in regionaal (RES-)verband besloten worden.”

1.3 Aanleidingen herijking RES 1.0 Er zijn verschillende aanleidingen om de RES 1.0 te herijken. Allereerst het besef dat de energietransitie meer is dan een technische transitie. We gaan naar een nieuw energiesysteem en nieuwe technieken. Ons huis wordt anders verwarmd en onze energie komt van hernieuwbare bronnen. Maar de energietransitie is veel meer dan techniek. Het is vooral een maatschappelijke transitie waarbij we oog moeten hebben voor alle belangen. Van inwoners die invloed willen hebben op leefomgeving tot het eerlijk verdelen van de lusten en lasten. De oorlog in de Oekraïne en de afhankelijkheid van Russisch gas hebben pijnlijk zichtbaar gemaakt wat de impact van (plotselinge) hoge energieprijzen op de samenleving is. Ten tweede is er een enorme ruimtevraag: voor woningbouw, nieuwe bedrijventerreinen of de landbouwtransitie. Alleen door opgaven te combineren, kunnen we tot een oplossing komen voor deze grote vraagstukken. De RES is van oorsprong een sectorale strategie over de hoeveelheid hernieuwbare energie die we gaan opwekken, maar is daarmee niet op zichzelf staand te realiseren. In de regio werken we daarom steeds nauwer samen om opwek, energiebesparing en het energiesysteem integraal onderdeel van alle regionale opgaven te maken.

Ten tijde van het opstellen van de RES 1.0 werd duidelijk dat de wespendief grote invloed zou hebben op de mogelijkheden voor wind op en rond de Veluwe. Die inzichten worden verder ontwikkeld waardoor duidelijker wordt wat we voor 2030 kunnen realiseren in onze regio. Een vierde aanleiding voor herijking wordt gevormd door de netcongestie en het inzicht dat we toegaan naar een ander energiesysteem, dat bestaat uit een combinatie van centrale en decentrale elementen. We weten niet hoe het gaat worden, maar het vraagt onder meer om netverzwaring, opslag, innovaties en het bijeenbrengen van vraag en aanbod. Dat betekent ook maatwerk, samenwerken en op gebiedsniveau onderzoeken wat mogelijk is. Als vijfde heeft het Rijk in navolging van Fit for 55 (EU doelen) de ambitie voor 2030 bijgesteld naar minimaal 55% CO2-reductie. En heeft daarvoor steeds meer programma's in het leven geroepen die onderdelen van de energietransitie stimuleren, zoals Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), Programma Energiehoofdstructuur (PEH), Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK met provinciale versies P-MIEK), Cluster Energiestrategieën (CES over industrie), Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) en natuurlijk NP RES.

Daarnaast, vers van de pers, is het normeringstelsel waar de RES mee te maken heeft in ontwikkeling met de ter inzage liggende landelijke milieunormen voor wind op land én de aangescherpte voorkeursvolgorde zon. Tot slot zijn er sinds de vaststelling van RES 1.0 zowel gemeenteraadsverkiezingen, als waterschapsen provinciale statenverkiezingen geweest, met nieuwe coalities en coalitieakkoorden als gevolg. De RES1.0 vormt de basis en het kader waarbinnen wij werken, deze is vastgesteld door de raden, staten en algemene besturen. Zowel in de stuurgroep vergadering na de gemeenteraadsverkiezingen als in het provinciale coalitieakkoord is bekrachtigd dat we ons houden aan RES 1.0.

4

Om onze gezamenlijke ambitie te realiseren is een herijking van de RES 1.0 nodig, die leidt tot een RES 2.0. Het opstellen van de RES 2.0 geeft ons de ruimte om eerder gemaakte keuzes te heroverwegen op grond van nieuwe inzichten en uitspraken te doen over het bod van 1,07 TWh. Als wij de aanleidingen voor de herijking, waaronder de netcongestie en de wespendief, combineren met de aangescherpte voorkeursvolgorde zon, de ter inzage liggende landelijke milieunormen voor wind op land én de nieuwe inzichten die de provinciale PlanMER trajecten gaan opleveren, realiseren wij ons dat gestanddoening van het RES 1.0 bod complex is, om daadkracht vraagt en gepaard zal gaan met de nodige bestuurlijke gesprekken in de stuurgroep en de colleges en een solide voorbereiding daarvan. Dit Plan van Aanpak geeft inzicht in de manier waarop wij op basis van de huidige informatie de weg naar een gedragen RES 2.0 voor ons zien.

1.4 Leeswijzer

De kern van onze aanpak is beschreven in hoofdstuk 2. Waar de RES zich in het verleden grotendeels afspeelde op strategisch niveau, zien we de afgelopen periode steeds meer dat de vertaalslag naar concrete projecten is/ wordt gemaakt. Deze verschuiving zal zich doorzetten. Gemeenten blijven daarbij verantwoordelijk voor beleid en uitvoering. Wel zien we dat de regionale samenwerking zich in een nieuwe fase bevindt. Dat vraagt andere ondersteuningsbehoeften vanuit de RES. Dit betekent dat we de komende periode de uitvoering meer zullen ondersteunen met kennis en expertise, zonder de opgave over te nemen. Tevens zien we dat ons energiesysteem verandert door de overgang van kolen, olie en gas naar duurzame bronnen van energie. Van centraal opwekken en verspreiden van energie, naar een mix waarbij we ook dichterbij duurzame energie lokaal opwekken en gebruiken. Vandaar dat in dit Plan van Aanpak, naast het doorzetten van de ‘regionale lijn’, die is uitgewerkt in hoofdstuk 3, ook de ondersteuning vanuit de RES op lokaal/ projectniveau is beschreven in hoofdstuk 4. Vanuit het Rijk zijn onlangs het Nationaal Plan energiesysteem (NPE) en het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) gepresenteerd. In hoofdstuk 5 gaan wij (kort) in op de activiteiten vanuit de RES op nationaal niveau. In hoofdstuk 6 komt de organisatie aan de orde en hoofdstuk 7 bevat het proces en bijbehorende planning.

De begroting volgt vanuit de reguliere begrotingscyclus en is daarom niet opgenomen in dit Plan van Aanpak.

5

2. Aanpak Onze aanpak in één zin: pragmatisch met focus op kansen en draagvlak zonder de realiteit uit het oog te verliezen en waarbij wij ons bod van 1,07 TWh blijven nastreven.

2.1 Uitgangspunten van onze aanpak      

Wij leggen de focus op wat wél kan (i.p.v. op wat niet kan). Wij werken vanuit kansrijke initiatieven met positieve energie en onderkennen dat er ook sprake zal zijn van en ingespeeld moet worden op weerstand. Hierbij geldt: veel (kansrijke) kleinere initiatieven maken één grote. Dit moet leiden tot het op gang brengen van een sneeuwbal effect. Wij gaan uit van de visie dat ‘de wereld verandert’: wij gaan door en laten ons niet afremmen door belemmeringen van nu (want die zijn straks (misschien) weer weg). Wij kiezen wel slim onze focus en sorteren daarmee gericht voor op wat komen gaat. Belangrijk uitgangspunt in onze aanpak blijft de inspanningsverplichting die wij in RES 1.0 zijn aangegaan om het bod van 1,07 TWh hernieuwbare energie opwek op land in 2030 te realiseren. Wij blijven daarom ook mogelijkheden voor grootschalige opwek verkennen en werken deze uit, met als vertrekpunt dat er sprake is van bestuurlijk (en maatschappelijk) draagvlak en dat integratie in de ruimte en het landschap mogelijk is net als een goede inpassing in het energiesysteem. Overige speerpunten in onze aanpak zijn: het leveren van regionale meerwaarde in strategievorming en uitvoering én het opstellen van RES 2.0.

2.2 Hoofdactiviteiten vanuit de RES richting RES 2.0

In onderstaande visualisatie staan de hoofdactiviteiten die vanuit de RES zullen worden ondernomen richting RES 2.0, geordend naar het niveau waarop ze zich afspelen: lokaal, regionaal en nationaal. De verdere uitwerking van deze hoofdactiviteiten is terug te vinden in de hoofdstukken 3 (regionaal), 4 (lokaal) en 5 (nationaal).

6

2.3 De kern van onze aanpak

In de kern komt onze aanpak erop neer dat we inzetten op kansrijke initiatieven met draagvlak, zonder de dagelijkse realiteit uit het oog te verliezen. Dat kunnen ‘grotere’ projecten zijn op regionaal niveau, zoals het OER traject voor verkenning van mogelijkheden voor duurzame opwek langs de A1/A50 of de ontwikkeling van nieuwe woon- of werkgebieden. Het kan ook gaan om ‘kleinere’ initiatieven uit de maatschappij op lokaal niveau (transitie van onderop), waarbij behoefte is aan ondersteuning om het project van de grond te krijgen. Deze ondersteuning verzorgen wij vanuit het ‘Ondersteunings- en kenniscentrum voor Energie initiatieven’ (OKE), dat uitgebreid wordt toegelicht in paragraaf 4.1. De ene keer betreft het een project voor duurzame opwek van elektriciteit op grote daken, in een volgend geval gaat het bijvoorbeeld over het toekomstbestendig maken van een bedrijventerrein of woonwijk, waarbij decentrale opwek, opslag en gebruik van elektriciteit perspectieven biedt om in te spelen op de netcongestie. Essentieel hierbij is dat er de komende periode een goede focus gekozen wordt in de te ondersteunen initiatieven, waarbij in de basis gekeken wordt naar de ondersteuningsbehoefte, de kansrijkheid en herhaal potentie binnen de regio.

De warmtetransitie en duurzame opwek vormen communicerende vaten, die elkaar in de praktische uitvoering van de energietransitie steeds vaker tegenkomen. In het verlengde van de eerste stappen die nu worden gezet vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) in samenwerking met het Nationaal Programma RES (NPRES), zal in het traject tot RES 2.0 in beeld gebracht worden hoe de (lokale) warmtetransitie en de RES samenhangen en hoe ze elkaar kunnen versterken. Daarnaast vertegenwoordigen wij vanuit de RES het energiesysteem in de integrale ruimtelijke planontwikkeling binnen de regio (Ruimtelijke Puzzel en Ruimtelijk Regioverhaal) enn zijn wij nauw betrokken bij de lopende PlanMER trajecten vanuit de Provincie Gelderland. Tot slot praten wij op nationaal niveau mee over het Nationaal plan energiesysteem, het Programma Energiehoofdstructuur en het in ontwikkeling zijnde normeringstelsel m.b.t. duurzame energie opwek en bijbehorende infrastructuur, om onze invloed uit te oefenen. NPRES en de andere RES regio’s zijn hierbij onze partners. Zodra nationale, provinciale, regionale of lokale ontwikkelingen consequenties hebben voor onze RES, bespreken en integreren wij deze en sturen wij bij.

Gegeven de netcongestie problematiek, de wespendief op en rond de Veluwe en andere recente ontwikkelingen, realiseren wij ons dat bijsturen nodig zal blijven en dat gestanddoening van het RES 1.0 bod voor 2030 enorm ambitieus is; ook bij de keuze voor een alternatieve energiemix. Tegelijkertijd maken de gevolgen van de klimaatverandering, onze eigen ruimtelijke- en woningbouw ambities en de huidige geopolitieke ontwikkelingen ons er dagelijks van bewust dat de Energietransitie niet mag vertragen. Dit Plan van Aanpak beschrijft hoe wij op een behendige manier inspelen op deze complexe situatie en context. Dit doen wij door in te blijven zetten op strategie- en beleidvorming in combinatie met de ondersteuning van initiatieven en projecten die bijdragen aan de Energietransitie binnen de Regio Stedendriehoek. Een pragmatische aanpak gebaseerd op kansen en draagvlak, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. RES 2.0: Bij vaststelling van de RES 2.0 is een antwoord gegeven op de vraag of we de inspanningsverplichting die wij in RES 1.0 zijn aangegaan om het bod van 1,07 TWh hernieuwbare energie opwek op land in 2030 te realiseren, in stand kunnen houden. RES 2.0 bevat een goed onderbouwd (eventueel herijkt) bod.

7

3. RES op regionaal niveau 3.1 Wind

De opgave voor realisatie van windenergie in onze regio is uitdagend. Dit komt door de landschappelijke kenmerken van onze regio, de instandhoudingsplicht van (onder andere) de wespendief die op en rondom de Veluwe leeft en weerstand bij inwoners over hinder door windturbines. Opwek via wind blijven wij op het netvlies houden omdat dit bijdraagt aan een betaalbaar en evenwichtig energiesysteem. Door toe te werken naar een betere zon/wind verhouding kunnen we het energienet efficiënter gebruiken. Zon is vooral van april tot en met oktober overdag te benutten, wind ook in de andere maanden en in de nacht. Maatschappelijke kosten zoals verzwaring van de netinfrastructuur worden op deze manier ook beperkt, want zon vraagt ten opzichte van wind het drievoudige aan kosten voor aansluitcapaciteit om dezelfde hoeveelheid energie op te wekken. De combinatie zon en wind op één kabel is ideaal want dit levert meer energie bij dezelfde aansluitcapaciteit. Windpark IJsselwind IJsselwind B.V. is in 2015 opgericht door de coöperaties ZutphenEnergie, BrummenEnergie, EnergieRijk Voorst en LochemEnergie. IJsselwind B.V. wil graag twee windturbines ontwikkelen aan weerskanten van het Twentekanaal, ten noorden van bedrijventerrein De Mars. Dit doet IJsselwind B.V. in nauwe samenwerking met het Waterschap Rijn en IJssel, die een windturbine in de buurt van Fort de Pol wil bouwen.

De drie windturbines samen staan bekend als ‘windpark IJsselwind’. Provincie Gelderland heeft in november 2022 besloten de vergunningen voor dit project te verlenen. De laatste stap, voordat gestart kan worden met de realisatie, is de uitspraak van de Raad van State. In het eerste kwartaal van 2024 verwachten wij dat de Raad van State uitspraak doet in de beroepsprocedure tegen de verleende vergunningen. Wanneer de vergunningen verleend worden kunnen de twee windturbines in 2025 gebouwd worden en begin 2026 energie opwekken.

8

Wij zien kansen voor verdere verkenning van mogelijkheden voor windenergie en hanteren daarbij de volgende handelingsperspectieven. Handelingsperspectieven:  Verkennen en inzetten van maatregelen die de negatieve effecten van de plaatsing van windturbines op de wespendief voorkomen of verminderen en zo windinitiatieven op en rondom de Veluwe mogelijk maken. Om deze reden zijn we nauw aangesloten bij de “provinciale PlanMER windbeleid en RES” en bij de “provinciale PlanMER wespendief en Windenergie Veluwe”. De uitkomsten en de mogelijke handelingsperspectieven die daaruit volgen worden besproken in de Cogro en Stuurgroep. Uitgangspunt hierbij is dat de belemmeringen op de Veluwe niet leiden tot een waterbedeffect elders in de regio. De Stuurgroep bespreekt welke gebieden verder uitgezocht worden op kansrijkheid.  De regio heeft zich aangemeld voor het OER-programma (Opwek van Energie op Rijksvastgoed). Met dit programma wil het Rijk eigen gronden structureel inzetten voor opwek van hernieuwbare energie. Dit biedt kansen voor energie-opwek die minder concurreert met ander gebruik zoals natuur, landbouw en andere maatschappelijke opgaven.

Samen met het Rijk gaan we verkennen welke rijksgronden langs en nabij rijkswegen A1 en A50 hiervoor geschikt zijn, met inachtneming van landschaps-, natuur-, cultuurhistorische waarden en architectonische kansen én passend in het omgevingsbeleid van de RES-partners in de regio (zie ook bijlage 1 memo OER). Naast mogelijkheden voor zonne-energie verkennen we met Rijkswaterstaat ook de mogelijkheden voor een mix met windenergie en onderzoeken we koppelkansen met de aangrenzende RES regio’s.  Conform de lokale besluitvorming stelt de gemeente Lochem haar beleid grootschalige opwek vast na de inwerkingtreding van de “nationale windturbinebepalingen leefomgeving”. De gemeente gaat wel op korte termijn aan de slag met dit beleid, zodat besluitvorming in de gemeenteraad aansluitend aan de inwerkingtreding van de nieuwe normen kan plaatsvinden.  De mogelijkheden voor toepassing van kleine en middelgrote windturbines in decentrale energiesystemen (verder) verkennen. Hierbij speelt de procedure rondom de ontheffing Wet Natuurbescherming een belangrijke rol.

3.2 Zon op land

Gemeentes hebben de inspanningsverplichting op zich genomen om de bestuurlijke afspraken in de RES 1.0 te verankeren in het lokale omgevingsbeleid. Een deel van de uitgewerkte plannen kan worden gerealiseerd maar er zal ook een deel te maken krijgen met de beperkingen die de netcongestie met zich meebrengt. Realisatie van dit deel is alleen decentraal mogelijk, bijvoorbeeld door de opgewekte stroom direct te verbruiken, op te slaan of om te zetten in andere energievormen en energiedragers. Er zijn voldoende plannen in voorbereiding voor invulling van ons bod op gebied van ‘Zon op land’, al weten we uit de praktijk dat een deel van deze plannen de eindstreep niet zal halen. Zeker gegeven de aangescherpte voorkeursvolgorde zon en het voornemen van de Provincie Gelderland om medio 2024 nieuwe regels op te stellen voor zon op land, die hiermee in lijn liggen. Daarom rekenen we ons niet ‘rijk’ voordat we met enige zekerheid kunnen zeggen dat een plan haalbaar is.

9

Uit de bestuurlijke overwegingen op weg naar RES 2.0 is naar voren gekomen dat het wenselijk is om meer ruimte te zoeken voor zon op land in kansrijke gebieden die niet concurreren met andere opgaven en/of dubbelgebruik mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld de toepassing van Agri-PV. Dit sluit naadloos aan bij het principe ‘multifunctioneel gebruik van de ruimte’ dat de basis vormt voor de ‘aangescherpte voorkeursvolgorde zon’ van het ministerie van BZK en bij de Zonnebrief van minister Jetten. De ‘provinciale PlanMER windbeleid en RES’ analyseert naast windenergie ook zonne-energie en gaat inzicht geven in de mogelijkheden. Handelingsperspectieven:  Door ontwikkelen van ‘Zon op land’ beleid door gemeenten op basis van het kader in RES 1.0 en de nieuwe inzichten.  Vanuit het OER-programma, gaat de regio samen met het Rijk verkennen welke (rijks)gronden langs en nabij rijkswegen A1 en A50 geschikt zijn voor opwek van duurzame energie (zie ook paragraaf 3.1).  Samen leren van lokale ervaringen via het OKE. RES 2.0: Bij vaststelling van de RES 2.0 is een besluit genomen over de hoeveelheid duurzame opwek die zal worden opgenomen in het RES 2.0 bod door middel van zon op land. De onderbouwing hiervoor is op kaart geprojecteerd en wordt door betrokken gemeenten mogelijk gemaakt in hun omgevingsbeleid. In de loop van 2025 wordt inzichtelijk wat de potentie is van het OERproject.

3.3 Zon op object Het grootste deel van onze ambitie moet gerealiseerd worden via ‘Zon op object’. Groot voordeel voor de haalbaarheid van initiatieven voor deze vorm van opwek is dat dit nauwelijks omstreden is en geen nadelige effecten heeft op ons landschap. We moeten concluderen dat deze opgave achter loopt op ons bod. Dit heeft onder andere te maken met het veelal private eigendom van het betreffende vastgoed, ongeschikte dakconstructies, de verzekerbaarheid en netcongestie. Waar het eerder ging over ‘Zon op gebouw/ dak’ wordt nu gesproken over ‘Zon op object’. Breder kijken naar toepassing van zon in de gebouwde omgeving is één van de oplossingsrichtingen om dichter bij ons bod te komen. De andere oplossingsrichting is om toepassing van zonne-energie slimmer in te passen in het lokale energiesysteem. Vaak kan dat “achter de meter”, of met de buren. Ook kan nog verder worden uitgewerkt hoe ‘Zon op object’ beter kan worden gecombineerd met de warmtetransitie. Die oplossingen zijn kennisintensiever dan “gewoon” ‘Zon op dak’ maar leveren lokaal ook meer leveringszekerheid en meer prijszekerheid op voor inwoners en bedrijven. Ondanks de hindernissen heeft ‘Zon op object’ veel toekomstperspectief. Deze opwek vindt dicht bij de vraag naar energie plaats en heeft daardoor potentieel minder last van netcongestie.

Daarnaast is het maatschappelijke draagvlak voor ‘Zon op object’ groot. Tot slot zijn er veelbelovende ontwikkelingen in technologie en regelgeving die verdere groei mogelijk maken; zo wordt het mogelijk voor gemeenten om bij specifieke omstandigheden ‘Zon op dak’ te verplichten. Deze ontwikkelingen worden vanuit de RES gevolgd en indien passend ingebracht.

10

Landelijk is een aantal maatregelen genomen om vertraging voor de realisatie van ‘Zon op object’ te voorkomen. Deze maatregelen zijn:  Met ingang van 2023 is er geen (jaarlijks) plafond voor de SDE++ regeling (NB: de SDE++ loopt tot 2025 met de verwachting dat deze plaats zal maken voor een vervangende regeling).  De kosten voor dak verzwaring mogen meegenomen worden in een SDE+++ subsidieaanvraag.  Vanuit de branche en verzekeraars is gewerkt aan een preventieregeling voor ‘Zon op dak’. Het doel van de preventieregeling is dat verzekeraars randvoorwaarden stellen aan ‘Zon op dak’ zodat verzekering vaker mogelijk is.  In de Zonnebrief van minister Jetten van 6 juli jl. is aangekondigd dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om eigenaren van bestaande utiliteitsgebouwen met een gebruiksoppervlakte > 250 m2 te verplichten om de (volledige) dak potentie te benutten voor de opwek van zonne-energie.  Zonnepanelen op dak zijn toegevoegd aan de lijst met erkende maatregelen (EML). Handelingsperspectieven:  Om de kansen voor ‘Zon op object’ te benutten moet beter worden nagedacht over de te kiezen oplossing per gebouw of cluster van gebouwen. Daarvoor is meer samenwerking en informatie-uitwisseling nodig tussen overheden, netbeheerders, gebouweigenaren en aanbieders van energieoplossingen voor gebouwen.

Dit jaar willen we met onze partners in publiek private samenwerking een regionaal Ondersteuningsen Kenniscentrum voor Energie initiatieven (OKE) opzetten dat zich onder andere richt op het informeren en ontzorgen van de gebouweigenaren in deze opgave. Kans die wij hierbij gaan meenemen is het verkennen van mogelijkheden voor ‘Zon rondom de objecten’. Het OKE komt uitgebreid aan de orde in par. 4.1 en bijlage 3.  Om het ‘Zon op object’ deel van ons bod te realiseren is, zoals benoemd in de RES 1.0, inzet nodig op opslag van elektriciteit en innovatie om de netinfrastructuur zoveel mogelijk te ontzien. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met het regionale programma ‘Toekomstbestendige bedrijventerreinen’, het Programma ‘Verduurzaming Bedrijventerreinen’ en Living Lab voor Smart Energy Hubs van Oost NL. Hierin werken we aan Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen waar de opwek van en vraag naar energie onderling wordt gedeeld met oplossingen ‘achter’ de meter, zonder aansluitingen op het energienetwerk. Ook ontwikkelingen van nieuwbouwwijken bieden kansen om ‘Zon op object’ met opslag te combineren en voor het realiseren van lokale energienetten. De hierbij opgebouwde expertise en best practices brengen wij onder in het OKE.  Samen leren van lokale ervaringen via het OKE.

RES 2.0: Bij de vaststelling van de RES 2.0 is opnieuw onderzocht of de potentie voor ‘Zon op object’ (uit RES 1.0) haalbaar is voor 2030. Op basis hier is een goed onderbouwd besluit genomen over de hoeveelheid duurzame opwek die zal worden opgenomen in het RES 2.0 bod door middel van ‘Zon op object’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14455886/2