C5 - B&W - Raadsinformatiebrief Warmteprogramma 2026 D461370
Tekst van het document
De eenmalige kosten voor isolatie en gebouwaanpassingen bij aansluiting op een warmtenet lager zijn. De gemeente meer regie kan nemen op de ontwikkeling van een warmtenet.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 24
Tabel 4 Warmtetool resultaten bij doorrekening van zowel een collectieve als individuele aardgasvrij warmtevoorziening voor woonkern Brummen (prijspeil 2024). Het individuele alternatief betreft een lucht-water warmtepomp per gebouw. Resultaten Warmtetool Brummen
Warmtenet TEO (basis, B1)
Warmtenet TEO (uitgebreid, B2)
Warmtenet LW WP (basis, B1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, B2)
Warmtepomp (individueel)
TCO/WEQ/jaar
€ 1.460
€ 1.470
€ 1.600
€ 1.620
€ 1.300
TNK/WEQ/jaar
€ 1.450
€ 1.470
€ 1.390
€ 1.430
€ 1.220
Eenmalige kosten, BAK
€ 2.000
€ 2.000
€ 7.900
€ 8.500
n.v.t.
Eenmalige kosten, warmtepomp
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 10.400
Eenmalige kosten, isoleren panden2
€ 2.800
€ 2.200
€ 2.800
€ 2.200
€ 12.000
Eenmalige kosten, gebouwaanpassingen
€ 4.600
€ 4.700
€ 4.600
€ 4.700
€ 9.500
Jaarlijkse kosten, vastrecht per aansluiting
€ 860
€ 860
€ 860
€ 860
n.v.t.
Jaarlijkse kosten, onderhoud
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 280
Energiekosten, energietarief per woning
€ 2.550
€ 2.510
€ 2.100
€ 2.080
€ 1.120
CO2-reductie t.o.v. aardgas referentie3
60%
60%
57%
57%
87%
2 Ondanks het gemiddelde energielabel van panden in het gebied, zal een deel van de gebouwen bij levering via een MT-warmtenet
alsnog isolatiemaatregelen nodig hebben. Er blijft dan dus een investering voor isolatiemaatregelen nodig. 3 We hebben de CO -reductie hier gepresenteerd als percentage reductie ten opzichte van de (huidige) aardgas referentie. Een volledig 2
duurzaam systeem behaalt dus een 100% reductie. De CO2-reductie is berekend over de volledige looptijd van de berekening, rekening houdende met de huidige energiemix en de ontwikkeling hiervan in de toekomst. P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 25
Figuur 17 Resultaat grafieken van de Warmtetool analyse voor Brummen. Elke grafiek bevat het resultaat van 3 verschillende warmteconcepten (Wnet TEO, Wnet LWP, Ind LWP) en 2 verschillende bedieningsgebieden (basis, uitgebreid). Linksboven is een vergelijk van de totale nationale kosten (TNK) en rechtsboven de gemiddelde gebruikerskosten (TCO). Linksonder geeft de gemiddelde investering plus uitsplitsing op gebouwniveau en rechtsonder de te verwachten energierekening over de eerste 15 jaar. De jaarlijkse energierekening in het geval van warmtenetten is onderling gelijk, omdat er is gerekend met de maximaal toegestane ACM-tarieven.
De grafieken in Figuur 17 tonen een zestal doorrekeningen voor warmteoplossingen in Brummen. Boven de grafiek is te zien wat er wordt weergeven en in de labels onder de staafdiagrammen is te zien welke doorrekening het betreft: B1 (Brummen 1) = Het ‘basis’ bedieningsgebied in Brummen zoals te zien in Figuur 16 (Blz.23) B2 (Brummen 2 ) = Het ‘uitgebreid’ bedieningsgebied in Brummen zoals te zien in Figuur 16 Wnet TEO = Het ‘midden temperatuur’ warmtenet concept met aquathermie van de IJssel (Figuur 12) (Blz.21 ) Wnet LWP = Het ‘midden temperatuur’ warmtenet concept met een collectieve lucht-water warmtepomp als bron (Figuur 15) (Blz. 23) Ind LWP = Een doorrekening waarbij er voor individuele warmtepompen wordt gekozen Figuur 17 laat zien dat het relatief goedkoper is om gebouwen in Brummen te voorzien van een individuele warmtepomp. Zowel de nationale kosten (TNK) als gebruikerskosten (TCO) van beide warmtenet concepten liggen namelijk hoger dan de individuele warmtepomp. Hieruit volgt dat een keuze voor een warmtenet financieel niet kan worden onderbouwd. Verder valt te zien dat wanneer de warmtenet bedieningsgebieden en concepten onderling worden vergeleken, het warmteconcept dat gebruik maakt van TEO als warmtebron een lagere bijdrage aansluitkosten (BAK) heeft. Dit komt P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 26
onder meer door een efficiëntere warmtepomp in een gunstiger SDE++ subsidie. In de gebruikerskosten (TCO) is dan ook te zien dat een warmtenet met TEO als bron goedkoper is dan het alternatief met een collectieve lucht-water warmtepomp. 6.1.4
CO2 en bijkomende vermogensvraag
In Figuur 17 is wel te zien dat er bij overstap naar een individuele warmtepomp gemiddeld een hogere initiële investering nodig is. Dit is onder meer vanwege een grotere investering in isolatiemaatregelen en de kosten voor een warmtepomp. Daar staat tegenover dat de jaarlijkse energierekening voor een warmtepomp veel lager is dan bij warmtelevering via een warmtenet. Warmtepompen zijn immers efficiënt met elektriciteit. Ook hebben de meeste gebouwen al een aansluiting op het elektriciteitsnet met voldoende capaciteit om ook de warmtepomp te voorzien. Bijkomende vermogensvraag kW
Figuur 18 Resultaat grafieken van de Warmtetool analyse voor Brummen. Elke grafiek bevat het resultaat van 3 verschillende warmteconcepten (Wnet TEO, Wnet LWP, Ind LWP) en 2 verschillende bedieningsgebieden (basis, uitgebreid). De grafiek aan de linkerkant toon de CO2-reductie t.o.v. het aardgas referentie-scenario en de grafiek aan de rechterkant toon de bijkomende vermogensvraag van het elektranet op één centrale plek of decentraal door de wijk die benodigd is voor de nieuwe warmtevoorziening
Figuur 18 laat zien dat de warmtenetten vergelijkbaar scoren op zowel de CO2-reductie als de bijkomende vermogensvraag. Warmtenetten met TEO uit de IJssel als bron scoren net beter vanwege de betere COP van opwekking. De warmtenetten scoren aanzienlijk slechter qua CO2-reductie vanwege de gekozen piekvoorziening van aardgas. Deze is echter nodig voor een haalbare businesscase. Dit houdt in dat er in de toekomst een alternatief voor moet komen voor deze piekvoorziening. Dit kan in de vorm van een elektrische ketel zijn, indien elektra tegen die tijd gunstiger is geworden per energiehoeveelheid, of in de vorm van een duurzaam gas, als er tegen die tijd genoeg beschikbaar is. Individuele warmtepompen scoren het beste op de CO2-reductie, maar behalen nog geen 100% reductie over een looptijd van 30 jaar, omdat de huidige energiemix nog niet volledig duurzaam is. In de toekomst zullen deze scenario’s wel een reductie van 100% behalen. De warmtenetten zorgen voor een bijkomende centrale vermogensvraag en geen bijkomende decentrale vermogensvraag. Individuele warmtepompen hebben het tegengestelde effect. Een centrale vermogensvraag betekent dat er op één plek genoeg vermogen beschikbaar moet zijn om een dergelijke aansluiting te kunnen realiseren. Deze aansluiting zal dan op het middenspanningsnet (MS) zijn.
Een decentrale vermogensvraag betekent dat er verspreid door de wijk een vermogensvraag bij komt. Deze belasting zal vooral op het laagspanningsnet (LS) komen te liggen. Een grote centrale vermogensvraag is vaak makkelijker te realiseren voor een netbeheerder dan een grote decentrale vermogensvraag.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 27
6.1.5
Conclusie
Na analyse van de resultaten luidt onze conclusie voor Brummen daarom als volgt: ➢ ➢
➢
➢ ➢ ➢ 6.1.6
Het warmtenet concept dat gebruikt maakt van TEO is financieel gunstiger dan het warmtenet concept met een collectieve lucht-water warmtepomp. Beide warmtenet concepten zijn voor zowel de samenleving (TNK) als eindgebruiker (TCO) duurder dan het scenario waarin er in Brummen wordt gekozen voor individuele warmtepompen. Een keuze voor een warmtenet valt financieel daarom niet goed te onderbouwen. Mocht er op basis van andere criteria zoals benoemd in het kwalitatieve afwegingskader (Bijlage F) alsnog de keuze op een warmtenet vallen, dan zal de gemeente dit warmteconcept op andere manieren aantrekkelijker moeten maken voor inwoners. De gemiddelde initiële kosten bij een overstap naar individuele warmtepompen zijn relatief hoog. Dit zal voor mensen een barrière zijn in de overstap naar aardgasvrij. De gemeente kan onderzoeken op welke manieren inwoners kunnen worden ondersteund. Beide warmtenetten zorgen voor aanzienlijk hogere jaarlijkse kosten dan een individuele warmtepomp. De individuele warmtepomp resulteert in een aanmerkelijk hogere CO2-reductie. Beide warmtenetten ontlasten het laagspanningsnet en kunnen zo de netbeheerder ondersteunen. Tijdlijn uitvoering Brummen
Hierboven concluderen we dat op basis van inzichten in 2023/2024 een warmtenet in Brummen geen logische keuze is. Het heeft dan ook geen toegevoegde waarde om een tijdslijn voor de uitvoering in Brummen toe te voegen.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 28
6.2
Inzichten Eerbeek
Eerbeek is in omvang het grootste dorp in de gemeente Brummen. In deze paragraaf kijken we naar inzichten en mogelijkheden voor Eerbeek. 6.2.1
Selectie van warmteconcept en warmtebronnen
Rondom de dorpskern Eerbeek liggen niet veel verschillende bestaande warmtebronnen met duurzame warmte. In Eerbeek is met name interessant om haalbaarheid van restwarmte van ‘Industrie Water Eerbeek’ (IWE) te onderzoeken. Dit type warmtebron wordt ook wel ‘Thermische Energie uit Afvalwater’ (TEA) of kortweg aquathermie genoemd. Warmte van IWE is niet direct geschikt om woningen mee te verwarmen of bruikbaar als warm tapwater. Eerst moet dan de temperatuur worden verhoogd. Hierbij wordt een warmtepomp ingezet, eventueel in combinatie met warmteen koudeopslag (WKO) in de bodem. Deze warmtepomp kan op verschillende locaties in het systeem worden geplaatst. De warmtenet concepten die hiermee ontstaan zijn vergelijkbaar als wat eerder is uitgewerkt voor Brummen: a) Nabij de bron, waarna transport en distributie op ‘midden temperatuur’ volgt (Figuur 19) b) Op de onderstations, waarna distributie op ‘midden temperatuur’ volgt (Figuur 20) c) Bij de afnemer, zodat elke afnemer een maatwerk oplossing krijgt (Figuur 21)
Figuur 19 Schema bij een warmtenet met transport en distributie op ‘midden temperatuur’. Een centrale warmtepomp nabij de bron gebruikt warmte uit de bron en/of WKO en levert de ‘midden temperatuur’ aan het systeem.
Figuur 20 Schema bij een warmtenet met distributie op ‘midden temperatuur’. Centrale warmtepompen per onderstation (OS) gebruiken de warmte van de transportleiding en leveren ‘midden temperatuur’ aan de distributienetten.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 29
Figuur 21 Schema bij een warmtenet met transport en distributie op ‘zeer lage temperatuur’ (ZLT). Warmtepompen in de woningen gebruiken de ZLT warmte uit het distributienet om warmte van de gewenste temperatuur te produceren. Dit biedt kansen voor maatwerk oplossingen per gebouw, plus kansen voor de levering van koude. Een keerzijde is wel dat er grotere aantallen (kleine) warmtepompen nodig zijn. Ook zullen gebouweigenaren in dit systeem meer moeten investeren in isolatie.
Het gemiddeld energielabel van gebouwen in de clusters met het meeste potentieel hebben voor een warmtenet in Eerbeek is B-C. Dat betekent dat een deel van de gebouweigenaren bij een keuze voor warmtelevering van ‘zeer lage temperatuur’ (ZLT, Figuur 21) flink moet investeren in isolerende maatregelen. Ook moet er in alle gebouwen ruimte worden gevonden voor een warmtepomp plus toebehoren. Verder zullen de decentrale warmtepompen het elektriciteitsnet in de wijk extra belasten. Op basis van deze financiële en technische argumenten concluderen we dat een ZLT / bronnet systeem weinig aantrekkelijk is voor Eerbeek. Bij de keuze tussen het plaatsen van de warmtepomp op het WOS of per OS merken we op dat een systeem met centrale opwaardering (Figuur 19) efficiënter valt te exploiteren. Ook verwachten wij in het geval van opwaardering nabij de bron (IWE) dat er meer ruimte is voor onder meer een opslagvat voor warm water en een piekvoorziening. Ook merken we op dat in het geval van centrale opwaardering de onderstations een kleiner ruimtebeslag hebben. De onderstations hoeven dan immers geen ruimte te bieden aan warmtepompen en een piekvoorziening. Dit maakt het minder complex om voor de onderstations een geschikte locatie te vinden binnen de gebouwde omgeving.
Op basis van bovenstaande overwegingen concluderen we dat een midden temperatuur warmtenet met centrale opwaardering het meest interessant is voor Eerbeek. Dit concept wordt schematisch weergegeven in Figuur 19. Als alternatief voor het gebruik van aquathermie het IWE kan ook een collectieve lucht-water warmtepomp worden ingezet. Schematisch komt het concept er dan uit te zien zoals in Figuur 22. Een kanttekening daarbij is dat een collectieve luchtwater warmtepomp minder efficiënt zal zijn dan een warmtepomp die gebruik kan maken van een relatief hoge aanvoertemperatuur van het IWE. Daardoor zal het energieverbruik van een collectieve lucht-water warmtepomp hoger zijn. Naast de restwarmte van het IWE en een collectieve lucht-water warmtepomp is er een derde optie om zonthermie in Eerbeek in te zetten als bron van duurzame warmte. Vanwege het ruimtebeslag in de vorm van zonneweides en de vereiste van grootschalige seizoensopslag is de optie van zonthermie nu buiten beschouwing gelaten. Deze oplossingsrichting leidt in het algemeen tot discussies over ruimtegebruik. Vanwege datzelfde ruimtegebruik is zonthermie een relatief dure warmtebron, en dat leidt tot hogere kosten (TCO/TNK) voor de afnemers van een warmtenet.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 30
Figuur 22 Schema bij een warmtenet met transport en distributie op ‘midden temperatuur’ en een centrale lucht-water warmtepomp als bron van het systeem. Dit concept hebben we als alternatief meegenomen, zodat duidelijk wordt of het meerwaarde heeft om aquathermie / TEA in Eerbeek in te zetten.
6.2.2
Het bedieningsgebied van een warmtenet in Eerbeek
Aan de hand van de eigenschappen van de verschillende clusters in Eerbeek en in overleg met Sweco is bepaald waar het interessant is om een warmtenet te overwegen. De verschillende clusters zijn onderling vergeleken via een afwegingskader, in Bijlage A hebben we dit in meer detail omschreven. In overleg met de gemeente hebben we twee verschillende ‘bedieningsgebieden’ bepaald. Het betreft daarbij een ‘basis’ en een ‘uitgebreid’ warmtenet in Eerbeek: -
Een warmtenet met een ‘basis bedieningsgebied’ in Eerbeek omvat warmtelevering in de wijken Eerbeek Enk en Noorder Enk. Een dergelijk warmtenet kan maximaal 2.631 aansluitingen voorzien van warmte. Een warmtenet met een ‘uitgebreid bedieningsgebied’ in Eerbeek omvat warmtelevering in de wijken Eerbeek Enk, Noorder Enk, Werfakker, Eerbeek centrum. Een dergelijk warmtenet kan maximaal 3.767 aansluitingen voorzien van warmte.
Figuur 11 laat zien in welke gebieden de haalbaarheid van een warmtenet is onderzocht.
Figuur 23 De verschillende bedieningsgebieden zoals doorgerekend voor een ‘midden temperatuur’ warmtenet in Eerbeek. De figuur links betreft een warmtenet met een ‘basis bedieningsgebied’ en de figuur rechts een warmtenet met ‘uitgebreid bedieningsgebied’.
6.2.3
Analyse van warmtenet opties in Eerbeek
Analyse van het vraagcluster E heeft de technische inzichten in Tabel 5 opgeleverd.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 31
Tabel 5 Samenvatting van de warmtenet opties zoals onderzocht voor de Eerbeek. Zie Figuur 23 voor een overzichtskaart van de verschillende bedieningsgebieden in Eerbeek. Eerbeek
Eigenschappen basis warmtenet
Eigenschappen uitgebreid warmtenet
Opmerkingen
Warmtevraagdichtheid
1.073 GJ/ha
1.042 GJ/ha
Dit betreft de gemiddelde warmtevraagdichtheid over de verschillende vraagclusters. Een warmtenet is interessant als hier een getal hoger dan 1.000 GJ/ha wordt gevonden.
Warmtevraag
86.053 GJ/jaar
132.694 GJ/jaar
Dit betreft de totale jaarlijkse warmtevraag van de vraagclusters. Een warmtenet moet in totaal dit aantal GJ per jaar kunnen leveren aan de aangesloten afnemers. En de (gecombineerde) warmtebronnen moeten deze hoeveelheid warmte dus ook kunnen leveren / produceren.
10,8 MWth
16,6 MWth
3,3 MWth
5,0 MWth
Een basislast warmtebron maakt veel draaiuren per jaar, maar kan niet de totale piekvraag opvangen. Als vuistregel geldt dat de basislast warmtebronnen 30% van het piekvraag vermogen kunnen opvangen. Het resterend deel wordt door piekvoorzieningen geleverd.
Totaal aantal Aantal woningequivalenten Aandeel corporatiebezit Aandeel hoogbouw Gemiddeld energielabel
2.631 # 2.868 WEQ
3.767 # 4.423 WEQ
Hoe groter het aantal aansluitingen, hoe meer schaalvoordeel er kan worden behaald met een warmtenet.
30%
31%
Meer corporatiebezit en hoogbouw zijn interessant voor warmtenetten.
2% B-C
2%
Jaarlijkse CO2 uitstoot op basis van aardgas referentie
4.932 ton
7.396 ton
Vermogen -
Piekvraag (incl. gelijktijdigheid) Basislast (30%)
Alle warmtebronnen samen moeten dit piekvermogen kunnen leveren, zodat er ook leveringszekerheid is op de koudste dagen.
Aansluitingen -
C
Bij een gemiddeld lager energielabel en warmtelevering op ‘midden temperatuur’ zijn de vereiste investering in isolatiemaatregelen optioneel.
Met de Warmtetool is in kaart gebracht of een warmtenet in Brummen financieel interessant is. Er is daarbij gekozen om de kosten vanuit het perspectief van de eindgebruiker met elkaar te vergelijken. Ter vergelijking zijn ook de kosten berekend die worden voorzien als er wordt gekozen voor individuele warmtepompen. Het resultaat is in Tabel 6 uitgedrukt als de ‘gemiddelde kosten per aansluiting per jaar over een periode van 30 jaar’, ofwel de TCO/woning/jaar. Te zien is dat de TCO van een warmtepomp vergelijkbaar is met de gemiddelde kosten voor afnemers van een warmtenet. Hoewel een warmtenet dus niet direct goedkoper is dan een warmtepomp, is het ook niet heel veel duurder. Twee belangrijke nuanceringen daarbij zijn wel dat: -
De eenmalige kosten voor isolatie en gebouwaanpassingen bij aansluiting op een warmtenet lager zijn. De gemeente meer regie kan nemen op de ontwikkeling van een warmtenet.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 32
Tabel 6 Warmtetool resultaten bij doorrekening van zowel een collectieve als individuele aardgasvrij warmtevoorziening voor Eerbeek. Het collectieve systeem is een midden temperatuur warmtenet zoals uitgewerkt in Figuur 19. Het individuele alternatief betreft een elektrische lucht-water warmtepomp per aansluiting. Resultaten Warmtetool Eerbeek
Warmtenet IWE (basis, E1)
Warmtenet IWE (uitgebreid, E2)
Warmtenet LW WP (basis, E1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, E2)
Warmtepomp (individueel)
TCO/WEQ/jaar
€ 1.350
€ 1.360
€ 1.580
€ 1.590
€ 1.300
TNK/WEQ/jaar
€ 1.270
€ 1.290
€ 1.370
€ 1.390
€ 1.220
Eenmalige kosten, BAK
€ 2.000
€ 2.000
€ 7.400
€ 7.700
n.v.t.
Eenmalige kosten, warmtepomp
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 10.100
Eenmalige kosten, isoleren panden4
€ 1.400
€ 1.400
€ 1.400
€ 1.400
€ 12.800
Eenmalige kosten, gebouwaanpassingen
€ 4.800
€ 4.700
€ 4.800
€ 4.700
€ 9.600
Jaarlijkse kosten, vastrecht per aansluiting
€ 860
€ 860
€ 860
€ 860
n.v.t.
Jaarlijkse kosten, onderhoud
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 270
Energiekosten, energietarief per woning
€ 2.260
€ 2.240
€ 2.090
€ 2.070
€ 1.090
CO2-reductie t.o.v. aardgas referentie5
60%
60%
57%
57%
87%
4 Ondanks het gemiddelde energielabel van panden in het gebied, zal een deel van de gebouwen bij levering via een MT-warmtenet
alsnog isolatiemaatregelen nodig hebben. Er blijft dan dus een investering voor isolatiemaatregelen nodig. 5 We hebben de CO -reductie hier gepresenteerd als percentage reductie ten opzichte van de (huidige) aardgas referentie. Een volledig 2
duurzaam systeem behaalt dus een 100% reductie. De CO2-reductie is berekend over de volledige looptijd van de berekening, rekening houdende met de huidige energiemix en de ontwikkeling hiervan in de toekomst. P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 33
Figuur 24 Resultaat grafieken van de Warmtetool analyse voor Eerbeek. Elke grafiek bevat het resultaat van 3 verschillende warmteconcepten (Wnet IWE, Wnet LWP, Ind LWP) en 2 verschillende bedieningsgebieden (basis, uitgebreid). Linksboven is een vergelijk van de totale nationale kosten (TNK) en rechtsboven de gemiddelde gebruikerskosten (TCO). Linksonder geeft de gemiddelde investering plus uitsplitsing op gebouwniveau en rechtsonder de te verwachten energierekening over de eerste 15 jaar.
De grafieken in Figuur 24 tonen een zestal doorrekeningen voor warmteoplossingen in Eerbeek. Boven de grafiek is te zien wat er wordt weergeven en in de labels onder de staafdiagrammen is te zien welke doorrekening het betreft: E1 (Eerbeek 1) = Het ‘basis’ bedieningsgebied in Eerbeek zoals te zien in Figuur 23 (Blz. 31) E2 (Eerbeek 2) = Het ‘uitgebreid’ bedieningsgebied in Eerbeek zoals te zien in Figuur 23 Wnet IWE = Het ‘midden temperatuur’ warmtenet concept met aquathermie van het IWE Figuur 19 (Blz. 29) Wnet LWP = Het ‘midden temperatuur’ warmtenet concept met een collectieve lucht-water warmtepomp als bron Figuur 22 (Blz. 31) Ind LWP = Een doorrekening waarbij er voor individuele warmtepompen wordt gekozen
Figuur 24 laat zien dat de nationale kosten (TNK) en een warmtenet met het IWE als bron heel dicht bij elkaar in de buurt liggen. Het is financieel dus niet aantrekkelijker om voor een van beide oplossingen te kiezen. Wanneer er wordt gekozen voor een warmtenet, dan is het wel belangrijk om daar binnen het bedieningsgebied zoveel mogelijk gebouwen in een gebied aan te sluiten. Bij een lage participatie in een warmtenet gaan de kosten per afnemer namelijk omhoog. De keuze voor een warmtenet vraagt dus om duidelijke regie en visie van de gemeente. Verder valt te zien dat wanneer de warmtenet bedieningsgebieden en concepten onderling worden vergeleken, het warmteconcept dat gebruik maakt van IWE als warmtebron een lagere bijdrage aansluitkosten (BAK) heeft. Dit komt P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 34
onder meer door een efficiëntere warmtepomp de SDE++ subsidie die hiervoor verkregen kan worden. In de gebruikerskosten (TCO) is dan ook te zien dat een warmtenet met IWE als bron goedkoper is dan het alternatief met een collectieve lucht-water warmtepomp. 6.2.4
CO2 en bijkomende vermogensvraag
In Figuur 24 is ook te zien dat er bij overstap naar een individuele warmtepomp gemiddeld een hogere initiële investering nodig is. Dit is onder meer vanwege een grotere investering in isolatiemaatregelen en de kosten voor een warmtepomp. Daar staat tegenover dat de jaarlijkse energierekening voor een warmtepomp veel lager is dan bij warmtelevering via een warmtenet. Warmtepompen zijn immers efficiënt met elektriciteit. De gunstigere businesscase van een warmtenet met IWE als bron wordt door vertaald naar een korting op het GJ-tarief, wat te zien is in de energierekening voor warmte.
Figuur 25 Resultaat grafieken van de Warmtetool analyse voor Eerbeek. Elke grafiek bevat het resultaat van 3 verschillende warmteconcepten (Wnet IWE, Wnet LWP, Ind LWP) en 2 verschillende bedieningsgebieden (basis, uitgebreid). De grafiek aan de linkerkant toon de CO2-reductie t.o.v. het aardgas referentie-scenario en de grafiek aan de rechterkant toon de bijkomende vermogensvraag van het elektranet op één centrale plek of decentraal door de wijk die benodigd is voor de nieuwe warmtevoorziening
Figuur 25 toont vergelijkbare resultaten als voor Brummen. Het laat zien dat de warmtenetten vergelijkbaar scoren op zowel de CO2-reductie als de bijkomende vermogensvraag. Warmtenetten met de IWE als bron scoren net beter vanwege de betere COP van opwekking. Ook scoren de warmtenetten aanzienlijk slechter qua CO2-reductie vanwege de gekozen piekvoorziening van aardgas, de slechtere isolatiegraad en de hogere energieverliezen in de keten. De verliezen in de keten kunnen verlaagd worden door te kiezen voor een lagere systeemtemperatuur en de verliezen in de woning door de isolatiegraad te verbeteren. De huidige keuze voor de piekvoorziening is echter nodig voor een haalbare businesscase. Dit houdt in dat er in de toekomst een alternatief voor de piekvoorziening moet komen. Dit kan in de vorm van een elektrische ketel zijn, indien elektra tegen die tijd gunstiger is geworden per energiehoeveelheid, of in de vorm van een duurzaam gas als er tegen die tijd genoeg beschikbaar is. Individuele warmtepompen scoren opnieuw het beste op de CO2-reductie, maar behalen nog geen 100% reductie over een looptijd van 30 jaar, omdat de huidige energiemix nog niet volledig duurzaam is. In de toekomst zullen deze scenario’s wel een reductie van 100% behalen.
De warmtenetten zorgen opnieuw enkel voor een bijkomende centrale vermogensvraag, terwijl de warmtepomp enkel zorgt voor een decentrale vermogensvraag. Een centrale vermogensvraag is gunstiger voor een netbeheerder om te realiseren en organiseren. Dat gezegd te hebben, moeten alle laagspanningsnetten in de toekomst alsnog verzwaard worden om te kunnen voldoen aan de vermogensvraag van elektrisch koken, elektrische auto’s en zonnepanelen. Daarnaast hanteren veel netbeheerders een ‘one-size-fits-all’ aanpak, wat wil zeggen dat ze minder vaak in detail gaan bekijken wat er verwacht wordt nodig te zijn in de toekomst in een bepaalde buurt en simpelweg een verzwaring van
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 35
het elektranet toepassen die voor het zwaarste scenario bestendig is. De keuze voor een warmtenet kan de netbeheerder echter ondersteunen in de planning voor het verzwaren van de laagspanningsnetten. 6.2.5
Conclusies
Na analyse van de resultaten luidt onze conclusie voor Eerbeek als volgt: ➢ ➢
➢
➢ ➢ ➢ 6.2.6
Het warmtenet concept dat gebruikt maakt van het IWE is financieel gunstiger dan het warmtenet concept met een collectieve lucht-water warmtepomp. Het warmtenet concept met warmte van het IWE is zowel qua TNK als TCO vergelijkbaar met individuele warmtepompen. Financieel heeft één van deze opties dus geen duidelijke voorkeur. Dit biedt ruimte om nietfinanciële argumenten zwaarder mee te wegen in een uiteindelijke keuze. Voorbeelden zijn lokale krapte op het elektriciteitsnet of om op provinciaal niveau samen te werken met het Gelders Warmte Infa Bedrijf (GWIB). De gemiddelde initiële kosten bij een overstap naar individuele warmtepompen zijn relatief hoog. Dit zal voor mensen een barrière zijn in de overstap naar aardgasvrij. De gemeente kan onderzoeken op welke manieren inwoners kunnen worden ondersteund. Beide warmtenetten zorgen voor een aanzienlijk hogere energierekening dan een individuele warmtepomp. De individuele warmtepomp resulteert in een aanmerkelijk hogere CO2-reductie. Beide warmtenetten ontlasten het laagspanningsnet en kunnen zo de netbeheerder ondersteunen. Tijdlijn uitvoering Eerbeek
Vanuit een technisch-economisch perspectief concluderen we hierboven dat een warmtenet in Eerbeek een optie is. De meest interessante bron warmtebron voor dit systeem is restwarmte van IWE. Sweco is betrokken bij de ontwikkeling van een warmtenet in Eerbeek. Daarbij heeft Sweco de volgende tijdslijn in het vizier: ➢ ➢ ➢ ➢
2023: 2025: 2026: 2027:
IOK ondertekend SOK ondertekend in Q1 FID besluit Start levering
Bovenstaande tijdslijn van Sweco hebben we meegenomen, dit betekent dat de fases ‘onderzoeken’, ‘ontwerpen’ en ‘vastleggen’ zoals omschreven in de ‘Leiding over Warmte’ worden doorlopen in de periode 2023 – 2026. Nadat er een FID is genomen volgt realisatie van een warmtenet, waarbij de eerste levering van warmte is voorzien in 2027. Bij de keuze om een warmtenet te realiseren in Eerbeek voorzien we dat de jaren 2024 – 2026 nodig zijn om de fases ‘onderzoeken’, ‘ontwerpen’ en ‘vastleggen’ te doorlopen. Een hoog over visualisatie van deze uitvoeringstijdlijn is opgenomen in Figuur 26. Nadat een investeringsbesluit (FID) is genomen komt de focus te liggen op de fase ‘bouwen’. De tijdsduur van deze fase is afhankelijk van de omvang van het warmtenet. Aangenomen mag worden dat volledige realisatie van een warmtenet enkele jaren in beslag zal nemen. Tijdens de bouwperiode kunnen afzonderlijke delen van het warmtenet operationeel komen, in dat geval kan in delen van het systeem worden gestart met warmtelevering. De exploitatie van het warmtenet komt op deze manier stapsgewijs op gang. Dit wordt het volloopscenario genoemd.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 36
Figuur 26 Indicatieve tijdlijn tot 2032 voor Eerbeek, in lijn met de fases zoals weergegeven in Figuur 5.
Het belangrijkste doel in de fases ‘onderzoeken’ en ‘ontwerpen’ is om concreet te krijgen welk alternatief om Eerbeek aardgasvrij te krijgen de voorkeur heeft. Deze bronnenstrategie schetst twee collectieve opties voor Eerbeek: A. Een warmtenet met een ‘basis bedieningsgebied’ B. Een warmtenet met een ‘uitgebreid bedieningsgebied’ In de fase ‘onderzoek’ moet allereerst duidelijk worden welke capaciteit wel of niet beschikbaar is bij IWE. Daarnaast is het relevant om de intentie van de woningcorporatie te verkennen, als de vraag wordt voorgelegd om specifieke wijken te voorzien van een warmtenet. En met de netbeheerder moet per wijk duidelijk worden of individuele oplossingen een risico vormen voor de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Sweco heeft aangegeven dat er op dit vlak al stappen zijn gezet. Onder de belangrijkste stakeholders lijkt draagvlak voor een warmtenet, in 2023 zijn deze partijen een intentieovereenkomst (IOK) overeengekomen. Een ondertekende IOK onderschrijft dat de verschillende stakeholders positief zijn over een warmtenet, inclusief het beoogde bedieningsgebied van dat systeem. Op basis van die uitgangspunten wordt het systeem in de fase ‘ontwerpen’ verder uitgewerkt. Hier worden onder meer een schetsontwerp (SO) en een voorlopig ontwerp (VO) uitgewerkt, deze omvatten onder meer de boogde tracés van de warmteleidingen.
Stapsgewijs wordt ook de businesscase uitgewerkt. Via een participatietraject worden lokale inwoners betrokken en geïnformeerd. Ook wordt van een organisatiestructuur met onderlinge samenwerking opgezet, voorbeelden van een resultaat kan een lokaal warmtebedrijf of een partnerschap met het GWIB zijn. De ontwerpfase wordt afgerond door een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen de verschillende partijen. De huidige planning voor Eerbeek is dat er in Q1 van 2025 een SOK ligt. Nadat er een SOK ligt worden de verschillende afspraken geformaliseerd in een fase met de naam ‘vastleggen’. Hier wordt onder meer een definitief ontwerp (DO) met bijbehorende begroting uitgewerkt. Afhankelijk van de situatie worden in deze fase joint ventures opgericht en aanbestedingstrajecten doorlopen. Ook worden vergunningen en subsidies aangevraagd. Deze fase wordt afgerond met een investeringsbesluit (FID), onderdeel hiervan kunnen een Raadsbesluit en/of akkoord van aandeelhouders zijn. De huidige planning voor Eerbeek is dat er een FID wordt genomen in 2027. Na het FID wordt gestart met het bouwen en (op termijn) ook het leveren van warmte. De verwachting is dat warmtelevering aan de eerste afnemers volgt in 2027. Hierna wordt het volloopscenario doorlopen, het ligt voor de hand dat warmtelevering aan alle beoogde afnemers is gerealiseerd rond 2030. .
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 37
6.3
Inzichten kleine woonkernen in de gemeente Brummen
Naast Brummen en Eerbeek telt de gemeente ook nog verschillende andere kleine woonkernen. Voorbeelden zijn Leuvenheim, Hall en Empe. In het geval van een kleinschalig warmtenet moet de investering in de warmtebron en infrastructuur worden terugverdiend door warmtelevering aan een beperkt aantal afnemers. Dat betekent dat slechts beperkt voordelen kunnen worden gerealiseerd door schaalgrootte. Financieel zal van een warmtenet oplossing voor de kleinere woonkernen daarom relatief duur zijn t.o.v. individuele warmtepompen. We voorzien daarom dat een warmtenet geen logische keuze zal zijn voor kleine woonkernen in de gemeente Brummen. Dat betekent dat panden in deze woonkernen op een andere manier aardgasvrij moeten worden. Het ligt voor de hand dat gebouweigenaren op eigen tempo en initiatief overstappen op een elektrische warmtepomp of een duurzaam gas. Hierbij is duurzaam gas vooralsnog schaars, dit zien we daarom alleen als optie gebouwen waar een individuele oplossing echt geen mogelijkheid is. Binnen individuele oplossingen bestaan verschillende opties. In aanvulling op de analyse van verschillende warmtebronnen en collectieve oplossingen, hebben we elk vraagcluster met de Warmtetool doorgerekend voor verschillende (gedeeltelijk) elektrische oplossingen6: -
Een individuele lucht-water warmtepomp Een bodem warmtepomp Een hybride warmtepomp (tussenoplossing)
De reden dat er gekozen is voor bovenstaande oplossingen is dat deze de meest gangbare en haalbare oplossingen zijn. De hybride oplossing is meegenomen als eventuele tussenoplossing. Wanneer er gekozen wordt voor een warmtenet, zou dit als een tijdelijke oplossing kunnen dienen die vervolgens ingeruild gaat worden wanneer het warmtenet gerealiseerd is. De resultaten presenteren we per vraagcluster als gemiddelde kosten per woning, hierbij zijn de kosten voor utiliteit dus niet meegenomen. Ook maken we per vraagcluster inzichtelijk welke aantallen woningen er zijn en hoe deze zijn verdeeld over verschillende type aansluitingen. Het resultaat hiervan is een aanzienlijke tabel, deze hebben we daarom aparte Bijlage E opgenomen. Als gemiddelde over alle vraagclusters in de gemeente Brummen zien we dat hybride warmtepompen financieel de meest aantrekkelijk oplossing is (zie Figuur 27), maar daarmee zijn woningen niet geheel aardgasvrij. De TCO voor de overstap naar een lucht-water warmtepomp ligt niet veel hoger dan de hybride warmtepomp. Gemiddeld zijn de bodemwarmtepompen wel aanzienlijk duurder dan de andere twee individuele opties. Dit ligt met name in de investeringskosten, maar resulteert daarvoor in de laagste energierekening.
6 De toekomstige beschikbaarheid van groen gas laat zich moeilijk voorspellen. Aannemelijk is dat lokaal geproduceerd biogas schaars
zal zijn. Opwaardering tot groen gas met dezelfde samenstelling als aardgas is een vereiste om het in te kunnen voeden op het bestaande gasnetwerk. Deze investering is alleen rendabel voor locaties met veel biogas. Bij kleinschalige productie van biogas ligt het meer voor de hand om er lokaal gebruik van te maken, bijvoorbeeld om te voorzien in de eigen warmtebehoefte en/of (ondersteuning van) bedrijfsprocessen. Een ander groen gas voor de toekomst kan groene waterstof zijn, waarbij gebruik wordt gemaakt van (een deel van) de bestaande aardgas infrastructuur. Voorzien is dat groene waterstof niet eerder dan 2035-2040 in zodanige hoeveelheden beschikbaar komt, dat overwogen kan worden om het in te zetten t.b.v. ruimteverwarming. Deze ‘duurzaam gas’ route is daarom niet verder meegenomen in deze studie. P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 38
Figuur 27 Gemiddelde TCO, initiële investeringskosten en energierekening warmte voor 3 verschillende individuele warmtepompen over alle clusters
6.4
Inzichten kwalitatieve criteria
Naast de kwantitatieve resultaten zijn er ook kwalitatieve afwegingen te maken tussen de verschillende warmteoplossingen en bronnen. Zoals eerder al genoemd zijn er afwegingen te maken op basis van impact in de woning of de belasting op het elektranet. In Tabel 9 staat een overzicht van de kwalitatieve criteria per bron en per type oplossing. Uit het overzicht komt naar voren dat collectieve oplossingen slecht scoren op de mogelijkheden voor koeling, impact in de openbare ruimte tijdens realisatie en de zeggenschap voor bewoners. Daarentegen scoren ze goed op ontzorging van de bewoners, impact op het elektranet, impact in de woning en impact in de openbare ruimte tijdens gebruik. De individuele oplossingen scoren goed op de mogelijkheden voor koeling, impact in de openbare ruimte tijdens realisatie, de organisatorische taak voor de gemeente en de zeggenschap voor de bewoners. Lage temperatuursoplossingen resulteren in een hoge isolatiegraad, maar daardoor ook in een grotere impact in de woning. De hoge isolatiegraad zorgt ook voor een verhoogd comfort in de woning. Een interessante conclusie die te trekken valt uit de vergelijking tussen de kwantitatieve en kwalitatieve resultaten voor de collectieve oplossingen is dat ze vaak tegenovergesteld zijn.
Een midden temperatuur warmtenet resulteert bijvoorbeeld in een lagere TCO dan het 50 graden warmtenet (zie Bijlage H), maar scoort op de kwantitatieve resultaten slechter dan een laag temperatuur warmtenet.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 39
7 Conclusies In dit hoofdstuk behandelen we beknopt de conclusies en onderbouwing die volgen uit de inzichten in hoofdstuk 6. Daarbij omschrijven we ook de bronnenstrategie die daaruit volgt.
7.1
Conclusie Brummen
Vanuit technisch perspectief zijn er meerdere buurten in Brummen waar een warmtenet interessant is. De meest interessante warmtebron is daarbij warmte uit de IJssel. Dit is een duurzame lage temperatuur warmtebron, in combinatie met een warmtepomp kan deze worden opgewerkt naar ‘midden temperatuur’. Er is een analyse gedaan van twee warmtenetten met verschillende bedieningsgebieden in de Brummen: -
Een ‘basis’ warmtenet met warmtelevering in Brummense Enk West, Brummens Enk Oost, Koppelenburg en een deel van het centrum (zie Figuur 28, links). Een ‘uitgebreid’ warmtenet met warmtelevering in de Brummense Enk West, Brummens Enk Oost, Koppelenburg, Rhienderen Kern, Pothof en een deel van het centrum (zie Figuur 28, rechts).
Ter vergelijking is ook een analyse gedaan van de optie om gebouwen te voorzien van individuele warmtepompen.
Figuur 28 De verschillende bedieningsgebieden zoals doorgerekend voor een ‘midden temperatuur’ warmtenet in Brummen. De figuur links betreft een warmtenet met het ‘basis bedieningsgebied’ en de figuur rechts een warmtenet met ‘uitgebreid bedieningsgebied’.
Per oplossingsrichting zijn met de Warmtetool de ‘Total Cost of Ownership’ (TCO) en de ‘Totale Nationale Kosten’ (TNK) berekend. Dit maakt de kosten vanuit het perspectief van zowel de eindgebruiker als de samenleving inzichtelijk. Dat is dus onder meer inclusief de investeringen in isolatiemaatregelen. Voor Brummen is gevonden dat zowel de TCO als de TNK van de warmtenet oplossingen hoger zijn dan de TCO van een individuele warmtepomp per gebouw. De kosten van een warmtenet in Brummen zal voor inwoners hoger zijn dan individuele oplossingen. Een keuze voor een warmtenet valt financieel dus niet goed te onderbouwen. Doordat deze hoger uitvallen ten opzichte van een individuele oplossing is de kans aanwezig dat hierdoor = onder inwoners van Brummen weinig draagvlak zal zijn voor een warmtenet, aangezien er bij aansluiting op een warmtenet wel wordt gevraagd om keuzevrijheid op te geven. Mocht er op basis van andere criteria zoals benoemd in het kwalitatieve afwegingskader (Bijlage F) alsnog de keuze op een warmtenet komen te vallen, dan zal de gemeente dit warmteconcept op andere manieren aantrekkelijker moeten maken voor inwoners. Een kanttekening bij individuele warmtepompen zijn de relatief hoge initiële kosten. Deze worden in belangrijke mate bepaald door benodigde isolatiemaatregelen en de warmtepomp.
Omdat we voorzien dat een warmtenet in Brummen niet haalbaar is, hebben we hierbij geen tijdslijn uitgewerkt.
7.2
Conclusie Eerbeek
Vanuit technisch perspectief zijn er meerdere buurten in Eerbeek waar een warmtenet interessant is. De meest interessante warmtebron is daarbij het effluent van de industriële afvalwater verwerking van het IWE, ook wel de P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 40
waterrotonde genoemd. Deze duurzame warmtebron kan na opwaardering met een warmtepomp ‘midden temperatuur’ warmte leveren aan gebouwen in Eerbeek. Er is een analyse gedaan van twee warmtenetten met verschillende bedieningsgebieden in de Eerbeek: -
Een ‘basis’ warmtenet met warmtelevering in de Eerbeek Enk en Noorder Enk (zie Figuur 30, links). Een ‘uitgebreid’ warmtenet met warmtelevering in de Eerbeek Enk, Noorder Enk, Werfakker, Eerbeek centrum (zie Figuur 30, rechts).
Ter vergelijking is ook een analyse gedaan van de optie om gebouwen te voorzien van individuele warmtepompen.
29 30 De verschillende bedieningsgebieden zoals doorgerekend voor een ‘midden temperatuur’ warmtenet in Eerbeek. De figuur Figuur links betreft een warmtenet met een ‘basis bedieningsgebied’ en de figuur rechts een warmtenet met ‘uitgebreid bedieningsgebied’. Per oplossingsrichting zijn met de Warmtetool de ‘Total Cost of Ownership’ (TCO) en de ‘Totale Nationale Kosten’ (TNK) berekend. Dit maakt de kosten vanuit het perspectief van zowel de eindgebruiker als de samenleving inzichtelijk. Dat is dus onder meer inclusief de investeringen in isolatiemaatregelen. Voor Eerbeek is gevonden dat een warmtenet met het IWE als warmtebron zowel qua TCO als de TNK vergelijkbaar is met individuele warmtepomp per gebouw. Vanuit het perspectief van een gemiddelde verbruiker in Eerbeek is een warmtenet net zo duur als een individuele warmtepomp. Als er voor Eerbeek wordt gekozen voor een warmtenet, dan is het belangrijk om daar binnen het bedieningsgebied zoveel mogelijk gebouwen op aan te sluiten. Hierdoor gaan de gemiddelde kosten per afnemer omlaag. Om voldoende draagvlak voor een warmtenet te verkrijgen is duidelijke regie en visie van de gemeente een vereiste. Figuur 31 geeft een indicatieve tijdslijn bij de ontwikkeling van een warmtenet in Eerbeek, indien de gemeente ervoor kiest om deze route in te slaan. Merk op dat ontwikkeling en realisatie van een warmtenet meerdere jaren kost.
We adviseren om de keuze voor een warmtenet helder op te nemen in het Warmteprogramma wat de gemeente in 2026 moet uitwerken.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 41
Figuur 31 Indicatieve tijdlijn tot 2032 voor Eerbeek, in lijn met de fases zoals weergegeven in Figuur 5.
7.3
Conclusie kleine woonkernen in de gemeente Brummen
De (financiële) haalbaarheid van een warmtenet is sterk afhankelijk van de omvang. Ook hebben we geconstateerd voor Brummen en Eerbeek dat warmtenetten met een collectieve warmtepomp als bron relatief duur zijn. We concluderen daarom dat een warmtenet geen interessante optie is voor de kleinere woonkernen in de gemeente Brummen. Aanvullend op de bronnenstrategie zijn voor alle clusters in de gemeente Brummen doorrekeningen gemaakt met verschillende individuele oplossingen. Dit laat zien dat een hybride warmtepomp de gunstigste TCO heeft per woning. Deze oplossing is echter niet toekomstbestendig, maar kan als transitie-oplossing gebruikt worden. Van de volledig duurzame individuele oplossingen is een lucht/water warmtepomp de gunstigste optie en dan de bodemwarmtepomp.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 42
7.4
Aanbevelingen
Onderzocht is de haalbaarheid van warmtenetten in de gemeente Brummen. Op basis van de inzichten zoals omschreven in deze rapportage komen we tot de volgende aanbevelingen: 1)
Woonkern Eerbeek: a. Zet in op een collectief warmtenet met het IWE als primaire warmtebron. b. Stel het ontwikkelen van een warmtenet in Eerbeek niet uit. c. Als de ontwikkeling van een warmtenet wordt uitgesteld, dan wordt het onwaarschijnlijker dat een warmtenet er uiteindelijk zal komen. Het is goed om te realiseren dat bij uitstel en/of onduidelijke plannen voor een warmtenet individuele gebouwen zullen overstappen op warmtepompen. Die gebouwen zullen op een later moment niet meer aansluiten op een warmtenet, waardoor het warmtenet als geheel niet langer haalbaar is.
2)
Woonkern Brummen: a. Geef de ontwikkeling van een grootschalig warmtenet in woonkern Brummen een lage prioriteit. b. Wees hier duidelijk over naar de inwoners van Brummen, zodat deze weten dat de individuele warmtepomp voor hen de meest logische route is richting aardgasvrij.
3)
Kleinere woonkernen: a. Zet in op individuele oplossingen om gebouwen aardgasvrij te maken. b. Wees hier duidelijk over naar de inwoners van kleine woonkernen, zodat deze weten dat de individuele warmtepomp voor hen de meest logische route is richting aardgasvrij.
4)
Buitengebieden: a. Voor gebouwen in buitengebieden is een warmtepomp de meest voor de hand liggen oplossing, een aansluiting op een warmtenet is voor deze gebouwen te duur.
5)
Geef een heldere doorkijk op de gemeentelijke plannen: a. In 2026 moet de gemeente een update van de Transitievisie Warmte (TVW) opleveren, dit gaat het Warmteprogramma heten. Het doel van dit Warmteprogramma is dat het voor gemeente en inwoners concreet inzichtelijk is op welke manier en wanneer de gemeente aardgasvrij wordt. b. Maak in het Warmteprogramma duidelijk inzichtelijk waar in de gemeente wel of geen warmtenet wordt overwogen. Dit biedt een houvast voor alle inwoners en belanghebbenden. c. De netcongestie op het elektriciteitsnet neemt voorlopig alleen maar toe. Stem daarom periodiek met de netbeheerder af waar binnen de gemeente Brummen knelpunten zitten en hoe gemeentelijk beleid oplossingen kan bieden. Het is goed om te realiseren dan warmtepompen een extra belasting zijn voor het elektriciteitsnet, dat kan een argument zijn om een warmtenet te overwegen.
6)
Blijf open staan voor verkenningen naar kleinschalige warmtenetten: a. Sta open voor aanvullend onderzoek naar kleinschalige warmtenetten, als daar lokaal draagvlak voor is of wanneer er ontwikkelingen zijn in de energietransitie die deze route aantrekkelijk maken.
De aanbevelingen bij punten 1 t/m3 zijn ook als apart document van enkele pagina’s bijgevoegd bij oplevering van deze rapportage.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 43
Bijlage A. Verzamelde inzichten warmtevraag in gemeente Brummen
Figuur 32 Overzichtskaart met de warmtevraagdichtheid per vraagcluster voor de gehele gemeente Brummen. Een hogere warmtevraagdichtheid is een indicator voor de haalbaarheid van een warmtenet. Een warmtenet is vooral interessant in het centrum van Brummen en Eerbeek. De kleinere woonkernen hebben een lagere warmtevraagdichtheid.
Figuur 33 Overzichtskaart met de warmtevraagdichtheid per vraagcluster in de woonkern Brummen. Een hogere warmtevraagdichtheid is een indicator voor de haalbaarheid van een warmtenet. Duidelijk zichtbaar is dat in de woonkern Brummen het centrum de hoogste warmtevraagdichtheid heeft. P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 44
Figuur 34 Overzichtskaart met de warmtevraagdichtheid per vraagcluster in Eerbeek. Een hogere warmtevraagdichtheid is een indicator voor de haalbaarheid van een warmtenet. Duidelijk zichtbaar is dat in de woonkern Eerbeek, de Noorder Enk, Eerbeekse Enk en het centrum de hoogste warmtevraagdichtheid hebben.
Figuur 35 Overzichtskaart met het aandeel corporatiebezit per vraagcluster voor de gehele gemeente Brummen. Een hoger aandeel corporatiebezit is interessant voor de ontwikkeling van een warmtenet, omdat een warmtebedrijf en een corporatie voor een groot aantal gebouwen afspraken kunnen maken. Te zien is dat het meeste corporatiebezit in het centrum van Brummen en Eerbeek liggen.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 45
Figuur 36 Overzichtskaart met het aandeel corporatiebezit per vraagcluster in de woonkern brummen. Met name de vraagclusters in de wijken Rhienderen Kern, Elzenbos en Brummense Enk Oost hebben een relatief groot aandeel corporatiewoningen.
Figuur 37 Overzichtskaart met het aandeel corporatiebezit per vraagcluster in Eerbeek. Met name de vraagclusters in de wijken Noorder Enk en Eerbeekse Enk hebben een relatief groot aandeel corporatiewoningen.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 46
Figuur 38 Overzichtskaart met het percentage hoogbouw per vraagcluster voor de gehele gemeente Brummen. Er zijn minder warmteleidingen nodig om complexen met hoogbouw aan te sluiten op een warmtenet. Dit maakt een warmtenet interessanter voor clusters met een groot aandeel hoogbouw. In Brummen zelf en andere woonkernen is dit laag. In Eerbeek is er een gebied waar nog wat hoogbouw is.
Figuur 39 Overzichtskaart met het percentage hoogbouw per vraagcluster in Eerbeek. Met name het Hullingen heeft een relatief groot aandeel hoogbouw ten opzichte van de rest .
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 47
Figuur 40 Overzichtskaart met de ‘warmteprofielen’ voor gebouwen in de gehele gemeente Brummen. Een ‘warmteprofiel’ is een indicatie van de verwachte temperatuur die nodig is om een gebouw comfortabel te kunnen verwarmen. Goed geïsoleerde panden kunnen comfortabel worden verwarmd met lagere temperatuur (<50°C) verwarming. In oudere panden en moeilijk te isoleren panden verwachten we juist dat een hogere temperatuur (>80°C) nodig zal blijven. Voor panden met het label ‘midden tot lage temperatuur’ verwachten we dat er met 50-70°C comfortabel kan worden verwarmd. Met aanvullende isolatiemaatregelen kunnen deze panden ook geschikt worden gemaakt voor lage temperatuur.
Figuur 41 Overzichtskaart met de warmteprofielen van de dorpskern Brummen. Hoge temperatuur is met name in het centrum nodig.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 48
Figuur 42 Overzichtskaart met de warmteprofielen van Eerbeek. Hoge temperatuur is met name in het centrum nodig. De rest van Eerbeek volstaat met een midden temperatuur
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 49
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 50
Bijlage B. Verzamelde inzichten warmtebronnen in Brummen Tijdens de analyse van de gemeente Brummen zijn de beschikbare duurzame warmtebronnen in kaart gebracht. Deze bijlage beschrijft de eigenschappen per warmtebron zoals opgenomen in Figuur 43.
Figuur 43 Overzichtskaart met de locaties van de verschillende duurzame warmtebronnen in de gemeente Brummen.
Industriewater Eerbeek Ten oosten van Eerbeek ligt de zuiveringscentrale Industriewater Eerbeek (IWE). Dit is een afvalwaterzuiveringscentrale die het afvalwater van de lokale papierfabrieken koelt, zuivert en retourneert naar de industrie. Dit wordt de waterrotonde genoemd. Dit afvalwater komt op redelijk hoge temperatuur aan bij de IWE en de temperatuur is relatief constant hoog gedurende het jaar. Daarom is dit een geschikte bron voor een warmtenet. Tabel 7 Inzichten bij warmtebron IWE Bron
Industriewater Eerbeek (IWE)
Beschikbare energie per jaar
40.000 GJ
Beschikbaar vermogen
1,5 – 2,5 MWth
Continuïteit
Continu, maar seizoensafhankelijk
Temperatuur
~25°C
Inzetbaar vanaf
Onbekend
Indicatie kosten
€ 500.000 (basis) - € 750.000 (uitgebreid)
Overige opmerkingen
Enige exacte data ontbreekt nog van de bron, zoals duidelijke inzichten in debiet en afkoppellocatie
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 51
Thermische energie uit de IJssel Ten oosten van Brummen stroomt de IJssel. Dit is één van de grote rivieren in Nederland met een aanzienlijk grote afvoer van water. Dit maakt dat de rivier een grote thermische potentie heeft en daardoor als geschikte bron voor een warmtenet kan dienen. Tabel 8 Inzichten bij warmtebron de IJssel Bron
IJssel
Beschikbare energie per jaar
280.000 GJ
Beschikbaar vermogen
~30MWth
Continuïteit
Sterk seizoensafhankelijk, in de zomer een overschot en in de winter mag niet/weinig onttrokken worden om ecologische effecten te beperken
Temperatuur
15 – 20 °C
Inzetbaar vanaf
Een maatwerk vergunningstraject kan binnen 6 weken vergund worden. Dit houdt geen rekening met voorbereidingen voor de vergunningsaanvraag en eventuele afwijkingen op aanvraag
Indicatie kosten
€ 750.000 (basis) - € 1.100.000 (uitgebreid)
Overige opmerkingen
Om van de IJssel naar het verzorgingsgebied te komen, moet men een Natura2000 gebied doorkruisen. Dit betekent niet dat het verboden is, maar het zou voor extra moeilijkheden kunnen zorgen
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 52
Bijlage C. WKO-bodemanalyse VHGM Voor Brummen is onderzocht of warmte uit de IJssel kan worden ingezet val bron van duurzame warmte. Dat vereist een combinatie met wamte- en koudeopslag (WKO) in de ondergrond. Greenvis heeft daarom aan VHGM opdracht gegeven om de inzetbaarheid van bodemenergiesystemen nabij Brummen te onderzoeken. De rapportage van VHGM is als aparte bijlage gedeeld met de gemeente. Hiernaast en op de volgende pagina zijn enkele screenshots van pagina’s uit deze rapportage bijgevoegd. De conclusie van VGHM luidt: Het eerste watervoerende pakket wordt het meest geschikt geacht voor bodemenergie en er wordt geen probleem verwacht om de relatief lage energievraag per oppervlak uit dit pakket te onttrekken. Wel moet hierbij de aantekening gemaakt worden dat de redoxgrens in dit pakket variabel kan zijn. De meest nabijgelegen boorstaat toont een positief beeld maar ervaring leert dat nabij heuvelruggebieden de redoxgrens grillig voor kan komen. Er zal bij de realisatie van de systemen aandachtig op gelet moeten worden. Met dit risico in overweging wordt alsnog verwacht dat aan de volledige energievraag voldaan kan worden.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 53
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 54
Bijlage D. Data in cijfers: getallen bij doorrekening van Brummen en Eerbeek De resultaten zoals eerder in Figuur 17 en Figuur 24 gepresenteerd staan in onderstaande tabellen uitgewerkt in cijfers. Totale Nationale Kosten Brummen
Warmtenet TEO (basis, B1)
Warmtenet TEO (uitgebreid, B2)
Warmtenet LW WP (basis, B1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, B2)
Warmtepomp (individueel)
Warmtebron / warmtepomp
€
90
€
90
€
100
€
110
€
500
Leidingwerk
€
360
€
370
€
370
€
390
€
-
Hulpsystemen
€
20
€
20
€
20
€
20
€
-
Afnamecomponenten
€
50
€
50
€
50
€
50
€
-
Overhead & onvoorzien
€
190
€
190
€
190
€
200
€
-
Inkoop energie
€
430
€
430
€
490
€
490
€
300
Aanpassing elektra- / gasnet
€
30
€
30
€
30
€
30
€
50
Isolatie
€
30
€
30
€
30
€
30
€
240
Afgifte
€
-
€
-
€
-
€
-
€
70
Gebouwaanpassingen
€
70
€
70
€
70
€
70
€
70
Total Cost of Ownership Brummen
Warmtenet TEO (basis, B1)
Warmtenet TEO (uitgebreid, B2)
Warmtenet LW WP (basis, B1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, B2)
Warmtepomp (individueel)
BAK / warmtepomp
€
80
€
80
€
210
€
210
€
510
Isolatie & gebouwaanpassingen
€
80
€
80
€
80
€
80
€
390
Vastrecht
€
380
€
380
€
380
€
380
€
-
Inkoop energie
€
810
€
820
€
910
€
920
€
400
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 55
Initiële investeringen gebouweigenaren Brummen
Warmtenet TEO (basis, B1)
Warmtenet TEO (uitgebreid, B2)
Warmtenet LW WP (basis, B1)
BAK
€
Warmtepomp
€
Afgiftelichamen Gebouwaanpassingen
Warmtenet LW WP (uitgebreid, B2)
Warmtepomp (individueel)
2.010
€
2.010
€
-
€
-
€
7.940
€
8.520
€
-
-
€
-
€
10.350
€
-
€
-
€
4.580
€
4.670
€
-
€
-
€
4.920
€
4.580
€
4.670
€
4.580
Isolatiemaatregelen
€
2.760
€
2.220
€
2.760
€
2.220
€
12.020
Gemiddelde energierekening warmte eerste 15 jaar Brummen
Warmtenet TEO (basis, B1)
Warmtenet TEO (uitgebreid, B2)
Warmtenet LW WP (basis, B1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, B2)
Warmtepomp (individueel)
Vastrecht
€
860
€
860
€
860
€
860
€
-
Energiekosten
€
2.100
€
2.080
€
2.100
€
2.080
€
930
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 56
Totale Nationale Kosten Eerbeek
Warmtenet IWE (basis, E1)
Warmtenet IWE (uitgebreid, E2)
Warmtenet LW WP (basis, E1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, E2)
Warmtepomp (individueel)
Warmtebron / warmtepomp
€
110
€
110
€
110
€
110
€
510
Leidingwerk
€
420
€
440
€
380
€
410
€
-
Hulpsystemen
€
60
€
60
€
20
€
20
€
-
Afnamecomponenten
€
50
€
60
€
50
€
60
€
-
Overhead & onvoorzien
€
220
€
230
€
200
€
210
€
-
Inkoop energie
€
430
€
430
€
490
€
490
€
310
Aanpassing elektra- / gasnet
€
30
€
30
€
30
€
30
€
50
Isolatie
€
40
€
40
€
40
€
40
€
220
Afgifte
€
-
€
-
€
-
€
-
€
60
Gebouwaanpassingen
€
70
€
70
€
70
€
70
€
70
Total Cost of Ownership Eerbeek
Warmtenet IWE (basis, E1)
Warmtenet IWE (uitgebreid, E2)
Warmtenet LW WP (basis, E1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, E2)
Warmtepomp (individueel)
BAK / warmtepomp
€
80
€
80
€
210
€
230
€
520
Isolatie & gebouwaanpassingen
€
100
€
90
€
100
€
90
€
370
Vastrecht
€
370
€
380
€
370
€
380
€
-
Inkoop energie
€
910
€
910
€
910
€
910
€
410
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 57
Initiële investeringen gebouweigenaren Eerbeek
Warmtenet IWE (basis, E1)
Warmtenet IWE (uitgebreid, E2)
Warmtenet LW WP (basis, E1)
BAK
€
Warmtepomp
€
Afgiftelichamen Gebouwaanpassingen
Warmtenet LW WP (uitgebreid, E2)
Warmtepomp (individueel)
2.010
€
2.010
€
-
€
-
€
7.940
€
8.520
€
-
-
€
-
€
10.350
€
-
€
-
€
4.580
€
4.670
€
-
€
-
€
4.920
€
4.580
€
4.670
€
4.580
Isolatiemaatregelen
€
2.760
€
2.220
€
2.760
€
2.220
€
12.020
Gemiddelde energierekening warmte eerste 15 jaar Eerbeek
Warmtenet IWE (basis, E1)
Warmtenet IWE (uitgebreid, E2)
Warmtenet LW WP (basis, E1)
Warmtenet LW WP (uitgebreid, E2)
Warmtepomp (individueel)
Vastrecht
€
860
€
860
€
860
€
860
€
-
Energiekosten
€
1.860
€
1.850
€
2.090
€
2.070
€
900
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 58
Bijlage E. Doorrekening clusters individuele oplossingen Onderstaande tabellen bevatten een Warmtetool doorrekening van alle clusters zoals voor de gemeente Brummen ingetekend, indien woningen met behulp van een individuele voorziening aardgasvrij worden gemaakt. Het aardgasvrij maken van utiliteit is hierbij dus buiten beschouwing gelaten. Per cluster zijn de aantallen tussen verschillende woningtypes opgenomen, dit geeft een indicatie van de gemiddelde woninggrootte. Ook zijn de energielabels van de verschillende gebouwen opgenomen, als het gemiddeld energielabel laag is moet er een grotere investering in isolatiemaatregelen worden gedaan om gebouwen betaalbaar te verwarmen. De rechterhelft van de tabellen geven voor drie verschillende individuele oplossingen de gemiddelde (!) kosten om woningen in dat clusters van deze oplossing te voorzien. Daarbij is een uitsplitsing gemaakt tussen de gemiddelde TCO per woning, de initiële investeringskosten en de jaarlijkse energierekening.
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 59
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 60
Bijlage F. Afwegingskader technieken en bronnen De tabel hieronder geeft een kwalitatief afwegingskader waarmee verschillende oplossingsrichtingen onderling vergelijkbaar worden gemaakt. Merk op dat in onderstaande afwegingskader geen oordeel wordt gegeven over de kostprijs van verschillende oplossingen. Tabel 9: Kwalitatief afwegingskader
Bron: Aquathermie
Bron: Zonthermie
Warmtepomp
Levering 50°C
Bronnet
Levering 70°C
Levering 50°C
Levering 70°C
Levering 50°C
Bronnet
Levering 50°C
LWP
Bodem WP
Hybride
--
--
++
--
--
--
--
++
--
+
++
--
--
--
-
--
--
--
--
-
--
++
++
++
++
++
++
-
-
++
++
++
--
--
+
--
Wooncomfort
-
+
++
-
+
-
+
++
+
+
++
-
Impact in de woning
++
+
-
++
+
++
+
-
+
--
--
-
Impact elektranet
++
+
-
++
+
++
+
-
+
--
--
-
Benodigde isolatiegraad
D
A/B
A/B
D
A/B
D
A/B
A/B
A/B
A/B
A/B
D
Organiseren gemeente
-
-
-
-
-
-
-
-
-
+
+
+
Ontzorging voor bewoners
++
+
+
++
+
++
+
+
+
--
--
--
Zeggenschap bewoners
--
--
--
--
--
--
--
--
--
++
++
++
Mogelijkheden koeling
Technisch
Individueel
Levering 70°C
Criteria
Organisatorisch
Collectief Bron: Restwarmte IWE
Bron: Collectieve LWP
Impact openbare ruimte - in de wijk – tijdens realisatie Impact openbare ruimte - in de wijk – tijdens gebruik
P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 61
Bijlage G. Toelichting op gebruikte tools In deze bijlage geven we een korte toelichting bij verschillende tools en modellen zoals ingezet.
QGIS-overzichtskaarten De overzichtskaarten zijn gemaakt in een Grafisch Informatie Systeem (GIS) genaamd QGIS. In het programma kan de kaart van Brummen ingeladen worden, waarover datasets van de gebouwde omgeving, infrastructuur en bronnen geprojecteerd kan worden. Deze datasets bevatten onder andere gegevens van de bouwjaren, labels, oppervlaktes en woningtypes van de woningen in de gemeente. Op basis van deze gegevens kan gemodelleerd worden wat bijvoorbeeld de huidige en toekomstige warmtevraag zal zijn Al deze data kan verzameld worden op clusterniveau en als input dienen voor het afwegingskader en de Warmtetool.
Afwegingskader Vanuit QGIS is een data-export gemaakt, zodat de relevante informatie per cluster beschikbaar komt als data. In Excel is vervolgens een afweringskader uitgewerkt welke gebruik maakt van deze export-data. Op die manier is een onderling vergelijk van de verschillende clusters mogelijk, waarbij elke rekenstap duidelijk is te herleiden. De cluster eigenschappen zijn verdeeld in ‘absolute’ en ‘relatieve’ eigenschappen: -