CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

C5 - B&W - Raadsinformatiebrief Warmteprogramma 2026 D461370

Forum Fysieke Leefomgeving 4 september 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken27.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voorbeelden van absolute eigenschappen zijn de omvang (hectare) of het aantal gebouwen in het cluster. Voorbeelden van relatieve eigenschappen zijn het percentage corporatiebezit of de gemiddelde warmtevraagdichtheid per hectare oppervlak.

De relatieve eigenschappen zijn opgenomen in een afwegingskader. Vervolgens zijn scores toegekend aan bepaalde eigenschappen, waarvan bekend dat deze positief zijn voor de haalbaarheid van een warmtenet. Met weegfactoren kan vervolgens ook nog extra worden gekozen welke eigenschappen als extra belangrijk worden gezien. Het resultaat van het afwegingskader is dat er op basis van de clustereigenschappen een ‘score’ ontstaat, inclusief een ranking van de clusters. Een hogere score geeft daarbij aan dat het cluster eigenschappen heeft die interessant zijn voor een warmtenet. Een hoge score in het afwegingskader betekent dus niet dat er in dat cluster een warmtenet komt, het duidt er uitsluitend op dat een vraagcluster aantrekkelijke eigenschappen heeft om een warmtenet te overwegen! Het afwegingskader geeft uitsluitend aan welke clusters de meest positieve eigenschappen hebben voor een warmtenet. Na het in kaart brengen van de verschillende warmtebronnen, moet alsnog worden gekozen welke clusters het meest voor de hand liggen om een warmtenet serieus te overwegen. De afstand tussen een bron en het afzetgebied is hierbij een belangrijke overweging. Als volgende stap kan aan de hand van de ‘absolute eigenschappen’ een warmteconcept worden uitgewerkt. Hierin wordt rekening gehouden met zowel de bron als de afnemers van een warmtenet.

Dit warmteconcept is vervolgens doorgerekend in de Warmtetool, daarover hieronder meer.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 62

Figuur 44 Schermafbeelding van een tussenversie van het afwegingskader zoals opgesteld voor de gemeente Brummen. De verschillende clusters inclusief de labels zoals gebruikt in de overzichtskaarten staan onder elkaar. Zichtbaar zijn de relatieve cluster eigenschappen ‘warmtevraagdichtheid (GJ/ha)’, ‘corporatiebezit (%)’ en ‘aandeel hoogbouw (%)’. De lichtblauwe kolommen geeft de uiteindelijke ranking weer van de verschillende clusters.

Warmtetool De Warmtetool is een zelf-ontwikkelde tool die snel verschillende scenario’s kan doorrekenen voor meerdere clusters. De tool gebruikt lokale data van gebouwen, infrastructuur en bronnen als input. In de tool worden deze gegevens gebruikt om de kosten te berekenen voor allerlei verschillende actoren. Hierbij wordt bij warmtenetten P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 63

tevens een businesscase berekent met een bepaalde sluitpost. De tool berekent de kosten, van (her-)investeringskosten, naar energiekosten en onderhoudskosten, over een looptijd van 30 jaar voor alle scenario’s door en geeft zo een totaalplaatje dat vergelijkbaar is over alle scenario’s. Naast de kosten, berekend de tool ook de CO 2-reductie, bijkomende elektravraag en bijkomend elektrisch vermogen, zowel centraal als decentraal.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 64

Bijlage H. Gevoeligheidsanalyse De collectieve oplossingen zijn doorgerekend op midden temperatuur (70 °C). Er is voor deze temperatuur gekozen, omdat dit zorgt voor de minste aanpassingen in de woning, wat betekent dat de investeringskosten voor de overstap het laagste zijn. Kosten als isolatiemaatregelen, afgiftesystemen en boosterwarmtepompen worden zo vermeden of geminimaliseerd. Het is echter ook interessant om te zien wat de gevolgen zijn van een collectieve oplossing op lage temperatuur (50 °C). Er veranderen dan een aantal aspecten aan het systeem: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

de temperatuur in het warmtenet daalt, waardoor de COP van de warmtepomp stijgt; er wordt minder ‘nuttige warmte’ geleverd aan de afnemers van het warmtenet, waardoor zij een lager vastrecht betalen; daarentegen hebben de afnemers een naverwarmer nodig om tapwater te bereiden, dit betekent investeringskosten voor de naverwarmer en energiekosten voor het maken van het warm water de woningen zijn beter geïsoleerd waardoor ze minder energie nodig hebben en dus minder warmte afnemen van het warmtenet; al het bovenstaande betekent dat de businesscase van het warmtenet veranderd, waardoor er een andere BAK of een ander GJ-tarief gevraagd wordt.

Figuur 45 en Figuur 46 tonen de resultaten van de analyse. Voor elke kern is het warmtenet met de gunstigste bron, zoals in de hoofdanalyse meegenomen, zowel als het een warmtenet op basis van dezelfde bron, maar op 50 graden in plaats van 70. Daarnaast wordt nog steeds het individuele warmtepomp scenario ernaast gehouden als referentie. Uit de grafieken kan men zien dat er bij een overstap van een warmtenet naar een lagere temperatuur het volgende gebeurt: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

de investeringskosten stijgen door hogere isolatiekosten, kosten voor afgiftelichamen, kosten voor een naverwarmer voor tapwater en een hogere BAK de energierekening daalt, omdat er een lager vastrecht gehanteerd wordt en de totale energiebehoefte daalt door isolatie de TCO stijgt vanwege de hogere investeringskosten, ondanks de lagere energierekening de TNK stijgt vanwege de hogere gebouwzijdige kosten, ondanks de aanzienlijk lagere kosten voor energie de CO2-reductie stijgt met ongeveer 10% de centrale vermogensvraag daalt, maar er een decentrale vermogensvraag bijkomt voor de naverwarmer in de woning

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 65

Bijkomende vermogensvraag kW

Figuur 45 Bovenstaande grafieken laten de resultaten vanuit de Warmtetool zien voor een doorrekening in Brummen. In elke grafiek laten de eerste twee kolommen het warmtenet met de gunstige bron op 70 graden ziet, de twee middelste kolommen laten een warmtenet op 50 gradne met dezelfde bron zien en de laatste twee kolommen laten de resultaten van de individuele warmtepomp zien.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 66

Figuur 46 Bovenstaande grafieken laten de resultaten vanuit de Warmtetool zien voor een doorrekening in Brummen. In elke grafiek laten de eerste twee kolommen het warmtenet met de gunstige bron op 70 graden ziet, de twee middelste kolommen laten een warmtenet op 50 gradne met dezelfde bron zien en de laatste twee kolommen laten de resultaten van de individuele warmtepomp zien.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 67

458730

Aanleiding De Gemeente Brummen heeft sinds 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) waarin ingegaan wordt op de volgorde waarin wijken of buurten aangesloten worden op alternatieve warmtebronnen. De TVW geeft echter te weinig inzicht in welke alternatieven voor aardgas er mogelijk zijn. Wel sluit de gemeente Brummen zich aan bij de doelen van het Klimaatakkoord: in 2030 55% minder CO2uitsoot en in 2050 klimaatneutraal. Hiertoe stelt de gemeente Brummen in 2024 een energiestrategie op, waarvoor het bronnenonderzoek een belangrijke informatiebron is. Kernvragen Welke alternatieve warmtebronnen zijn mogelijk voor warmte uit aardgas? Wanneer kunnen welke buurten aangesloten worden op welke alternatieve warmtebronnen? Aanpak Om de gebouwde omgeving van de gemeente Brummen uiterlijk in 2050 duurzaam aardgasvrij te maken heeft de gemeente Brummen laten onderzoeken welke warmtebronnen er (mogelijk) zijn in (de directe omgeving van) de gemeente Brummen. Voorafgaande aan de ontwikkeling van een aardgasvrije wijk moet er een extra onderzoek worden uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt wat uiteindelijk de meest geschikte warmtebronnen zijn. De bronnenstrategie geeft een eerste inzicht in de technisch-economische haalbaarheid van alternatieve warmtebronnen. Daarnaast heeft Omgevingsdienst Veluwe een gebiedsanalyse uitgevoerd.

Dit is samen met inzicht uit de bronnenstrategie een bouwsteen voor de tijdsplanning richting een aardgasvrije gemeente. Dit wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma dat de gemeente Brummen in 2026 zal opleveren. Dit is een update van de TVW en hoogstwaarschijnlijk zal de gemeente Brummen in 2025 starten met het opstellen van dit Warmteprogramma. Bronnenstrategie Op basis van de uitgevoerde bronnenstrategie hebben wij het volgende advies opgesteld:

1. Eerbeek

Aanbeveling: Zet in op een collectief warmtenet voor Eerbeek. Vanuit gemiddelde verbruiker zijn de financiële kosten van een warmtenet in Eerbeek vergelijkbaar met die van een individuele warmtepomp. De bronnenstrategie biedt echter geen sluitende conclusie voor Eerbeek. Desondanks is het advies om in Eerbeek in te zetten op een collectief warmtenetsysteem met restwarmte van Industriewater Eerbeek (IWE) als primaire bron. Vanuit duurzaamheidsoogpunt is een warmtenet een betere oplossing dan een individuele voorzieningen. Een warmtenet heeft minder energie nodig om hetzelfde aantal gebouwen van warmte te voorzien. Daarnaast geeft een warmtenet ruimte in het netcongestie-vraagstuk. Het gebruik maken van de restwarmte van IWE levert daarnaast niet alleen warmte op voor de gebouwen in Eerbeek, ook kan dit de warmtevervuiling beperken. Slim gebruik van restwarmtestromen voorkomt namelijk de lozing van koelwater op het oppervlaktewater of een investering in actieve afkoeling van deze reststroom. Een keerzijde is dat de situatie rondom IWE onzekerheid met zich meebrengt. Ondanks deze onzekerheid adviseren wij in te zetten op een warmtenet. Een mogelijke oplossing om op terug te vallen is een collectieve warmtepomp. Deze oplossing biedt ruimte voor, in verhouding eenvoudige en economische

aanpassingen aan woningen en gebouwen. Als het warmtenet er eenmaal ligt, dan kan daarop voortgebouwd worden. Om tot een aardgasvrije gemeente te komen, is het wel belangrijk dat eerste stappen nu wel al worden genomen. Wanneer de gemeente voor een warmtenet in Eerbeek kiest, dan is het belangrijk om zoveel mogelijk gebouwen aan te sluiten binnen het bedieningsgebied. Bij een hoge ‘participatiegraad’ gaan de gemiddelde kosten per afnemer omlaag. Ook beperken we hiermee het warmteverlies, wat zorgt voor een zo optimaal mogelijke ingezet van beschikbare warmte. 2. Brummen

Aanbeveling: Geef de ontwikkeling van een grootschalig warmtenet in Brummen een lage prioriteit en onderbouw dit in het Warmteprogramma (2026). Uit de bronnenstrategie blijkt dat de kosten van een grootschalig warmtenet in Brummen voor de gemiddelde inwoner hoger uitvalt dan een individuele warmtepomp. Keuze voor een grootschalig warmtenet valt daarmee niet goed te onderbouwen. De gemeente kan aanvullende overwegingen hebben om toch een warmtenet te ontwikkelen. Onze aanbeveling is dan om eerste te verkennen hoe de financiële haalbaarheid te vergroten. Een mogelijkheid hiertoe zijn (nationale) subsidies. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat er technische redenen zijn om alsnog voor een warmtenet te kiezen. Een voorbeeld is wanneer de netbeheerder door netcongestie niet langer de betrouwbaarheid/beschikbaarheid van het elektriciteit distributienet kan borgen. In de onderzoeksopzet zat geen onderzoek naar kleinschalige warmtenetten voor de gemeente Brummen, aangezien grotere warmtenetten profiteren van schaalvoordelen en in de regel daarom haalbaarder zijn. We adviseren wel om in de toekomst open te blijven staan voor onderzoek naar kleinschalige warmtenetten. Mocht er sprake zijn van lokaal draagvlak en/of onvoorziene ontwikkelingen in de energietransitie, dan kunnen er namelijk kansen ontstaan voor kleinschalig warmtenetten.

Een voorbeeld is een kleinschalig warmtenet als alternatief voor individuele warmtepompen. Dat kan een gedeeltelijke oplossing zijn voor netcongestie of als de kosten voor individuele gebouweigenaren te hoog blijken. Als uit verder onderzoek blijkt dat een warmtenet niet haalbaar is, dan kan alsnog ingezet worden op individuele oplossingen. 3. Overige kernen

Aanbeveling: In de kleinere woonkernen vooral inzetten op individuele oplossingen. De financiële haalbaarheid van een warmtenet achten we niet kansrijk in de kleinere woonkernen van de gemeente Brummen. Dit vooral omdat schaalgrootte, warmtevraagdichtheid en afstand tot beschikbare warmtebronnen de haalbaarheid bepalen. Onze aanbeveling is om in de kleinere woonkernen vooral in te zetten op individuele oplossingen. Eerst kunnen dit hybride warmtepompen zijn. Ondanks dat het geen aardgasvrije oplossing is, is een hybride warmtepomp door toenemende netcongestie op het elektriciteitsnet een redelijke tussenoplossing. Op die manier worden inwoners in ieder al gedeeltelijk aardgasvrij, terwijl de netbeheerder meer tijd en ruimte heeft voor het inplannen van netverzwaring. Onze aanbeveling is dat inwoners van kleine

woonkernen op termijn overstappen naar volledig elektrische lucht-water warmtepompen en om deze visie duidelijk te communiceren in het Warmteprogramma (2026).

458731

Transitievisie Warmte gemeente Brummen

De eerste stappen richting duurzame warmte in de gebouwde omgeving van gemeente Brummen September 2021

Colofon Datum 28 september 2021 Projectnummer DWA 19029 Status Definitief, ter besluitvorming in het college Opdrachtgever Gemeente Brummen, Paul Severens Engelenburgerlaan 31 6971 BV BRUMMEN Uitgevoerd door DWA B.V. Harderwijkweg 7 Postbus 2073 2800 BE GOUDA Telefoonnummer: 088 - 163 53 00 Projectleider: drs. Hans van der Heide E-mailadres: heide@dwa.nl Telefoonnummer: 06 - 202 102 20 Auteurs Michiel Berntsen MSc. Drs. Hans van der Heide Co-lezing: drs. Martijn Koop Foto voorkant Fotograaf Piet Harte, bron: vroegevogels.bnnvara.nl Leden projectgroep Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de gemeente Brummen in de warmtetransitie. Wij danken woningcorporatie Veluwonen, netbeheerder Liander, Waterschap Vallei en Veluwe, BrummenEnergie en het Landschapsnetwerk Brummen voor de inbreng en constructieve feedback tijdens de projectgroepbijeenkomsten en op de tussenversies van dit document. Ook dank voor alle input van bewoners tijdens twee bewonersbijeenkomsten.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

2

Inhoudsopgave Voorwoord

5

Begrippenlijst

6

1

Op weg naar aardgasvrij in 2050

7

1.1

Aardgasvrij in 2050

7

1.2

Een visie op de warmtetransitie

8

1.3

Positie en doel van de Transitievisie Warmte

8

1.4

De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden

9

1.5

Ambitie van gemeente Brummen

10

1.6

Leeswijzer

10

2

Betrokken belanghebbenden

11

3

Uitgangspunten bij de warmtetransitie

13

4

Alternatieven voor aardgas in Nederland

15

4.1

Van aardgas over op hernieuwbare energie

15

4.2

Marktrijpheid en aannemelijkheid van alternatieven

16

5

De opgave in gemeente Brummen

18

5.1

Huidige situatie gemeente Brummen

18

5.2

Warmtebronnen in gemeente Brummen

19

5.3

Buurtgroepen in Brummen en kansrijke warmtealternatieven

21

6

De route naar aardgasvrij Brummen in 2050

25

6.1

Koppelkansen en versnellers

25

6.2

Bewonersinitiatief Wilhelminapark

27

6.3

Afwegingscriteria en wijkprioritering

27

6.4

Strategie: twee sporen

27

6.5

Doorkijk na 2030

28

7

Financiering en betaalbaarheid

30

7.1

Subsidies en financieringsmogelijkheden

30

7.2

Betaalbaarheid van de warmtetransitie

31

7.3

Kosten voorkeurstechnieken

32

8

De uitvoeringsstrategie

34

8.1

(Wijk)uitvoeringsplannen voor toekomstbestendige wijken

34

8.2

Collectief versus individueel uitvoeringsplan

35

8.3

Vervolgstappen warmtenet Eerbeek

35

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

3

8.4

Communicatie en participatie

36

8.5

Communicatie- en participatiestrategie

37

Bijlage 1 - Warmtebronnen toegelicht

39

Omgevingswarmte

39

Aquathermie

39

Restwarmte

40

Bodem- en aardwarmte

41

Biomassa

43

Groengas

43

Waterstof

44

Bijlage 2 - Potentieel warmtebronnen

45

Bijlage 3 - Boodschap Waterschap en Vitens

46

Bijlage 4 - Marktrijpheid technieken

48

Bijlage 5 - Indeling buurten in groepen

49

Bijlage 6 - Techniekkeuze per buurtgroep

50

Bijlage 7 - Afwegingscriteria en buurtscores

51

Bijlage 8 - Raming maatschappelijke kosten

53

Bijlage 9 - Kaartenbijlage Brummen

54

Bijlage 10 - Startanalyse van het PBL

58

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

4

Voorwoord Volgt, bij publieksversie (na vaststelling in college).

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

5

Begrippenlijst Begrip

Uitleg

Aardgasvrij

Woningen niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas.

Aardgasvrij-ready

Een gebouw door middel van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed maken voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatief.

Akkoord van Parijs

In 2015 in Parijs gepresenteerd verdrag dat van lidstaten eist dat zij nationale klimaatplannen gaan opstellen waarvan het ambitieniveau bij ieder nieuw plan stijgt. In 2018 hebben 195 landen het akkoord van Parijs ondertekend. Het doel is dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 2° en bij voorkeur beneden de 1,5°.

All-electric

Als een huis volledig op elektriciteit draait, dan noem je dat een all-electric woning. Als je all-electric woont, gebruik je geen gas maar alleen elektriciteit voor het verwarmen van je huis en voor warm water en koken. In een all-electric woning wordt ook geen warmtenet of andere warmtebron gebruikt.

Collectieve oplossingen

Meer dan één woning stapt over op een bepaalde technologie. Vaak is dit een heel gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet.

Aquathermie - TEA

Thermische energie uit afvalwater dat gebruikt kan worden als warmtebron.

Aquathermie - TEO

Thermische energie uit oppervlaktewater dat gebruikt kan worden als warmtebron.

Energietransitie

De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa.

Hernieuwbaar gas

Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.

Hybride warmteoplossing

Warmtelevering bevat deels een elektrische oplossing. Dit is vaak een warmtepomp in combinatie met een HR-ketel op gas.

Klimaatakkoord

Landelijk akkoord in wording waar aan vijf tafels het doel voor 49% CO 2-besparing in 2030 wordt uitgewerkt.

Lage temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.

Middentemperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 °C tot 70 °C wordt verwarmd en voorzien wordt van warm tapwater.

Omgevingswet

Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks makkelijker is om bouwprojecten te starten.

Warmtepomp

Een warmtepomp onttrekt warmte uit een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur en geeft die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.

Warmtetransitie

De overgang van aardgas op een duurzame warmtebron.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

6

1 Op weg naar aardgasvrij in 2050 In gemeente Brummen gaan we net als alle andere gemeenten in Nederland van het aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen aangesloten op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. Dit doen we om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen en onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland te beperken.

1.1

Aardgasvrij in 2050

In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Dat klinkt nog ver weg, maar die tijd is echt nodig om samen onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Daarom willen we voor 2030 al de beweging richting aardgasvrij op gang brengen. De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, lucht, water, bodem en biomassa. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie in Nederland betekent het overgaan van circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van aardgas op duurzame warmte en elektriciteit. Dit betekent voor onze gemeente dat er de komende jaren in fasen veel gebouwen van het aardgas af gaan. Op welke manieren bewoners en ondernemers over kunnen stappen op andere warmte beschrijven we in deze Transitievisie Warmte (TVW). Het is een transitie die voornamelijk bewoners moeten maken; voor, door en met elkaar.

Daarbij leggen we de focus op de doelen en stappen die we nemen tot 2030, de voorzienbare toekomst. Het recent verschenen IPCC-rapport, en ook andere klimaatstudies benadrukken het belang en de noodzaak om zo snel mogelijk CO 2 te reduceren. Het inzetten op actie op de korte termijn is van belang om de klimaatdoelen (minimale opwarming) te halen. Wachten is geen optie meer. Het is een grote opgave, daarom starten we nu. Figuur 1.1 geeft op hoofdlijnen de tijdlijn weer richting aardgasvrij in 2050.

Figuur 1.1 Tijdlijn richting aardgasvrij in 2050

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

7

1.2

Een visie op de warmtetransitie

Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, is Brummen uniek en vraagt de transitie om maatwerk. De gemeente Brummen omvat meerdere woonkernen en buurtschappen. De TVW sluit aan op de unieke kenmerken van de gemeente en haar inwoners en zoekt de oplossingen die het beste zijn voor Brummen. In deze TVW voor Brummen geven we richting aan hoe woningen en gebouwen in Brummen in de toekomst mogelijk verwarmd worden zonder aardgas. Daarnaast wordt er beschreven welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Het gaat hierbij om uitgangspunten en potentiële oplossingen, niet om definitieve beslissingen. In hoofdstuk 3 gaan we in op de uitgangspunten die bepalen waar we wel willen starten. De visie geeft met de kennis van nu een richting aan het aardgasvrij maken van de gemeente en wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. De TVW legt de basis voor een wijkuitvoeringsplan: een concreet plan voor het toekomstbestendig maken van de wijk. Het wijkuitvoeringsplan moet uiteindelijk voor iedere wijk of buurt worden opgesteld. Goede ideeën van inwoners, gebouweigenaren zoals woningcorporaties, de gemeente en bedrijven zijn input om de TVW de komende jaren verder aan te scherpen.

1.3

Positie en doel van de Transitievisie Warmte

Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten worden opgesteld, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de (Wijk)uitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. Onderstaand lichten we de RES, TVW en WUP verder toe. De TVW staat niet op zichzelf. Om te weten welke buurten wanneer van het aardgas af kunnen, moet onder andere ook bekend zijn welke warmtebronnen er beschikbaar zijn of mogelijk beschikbaar komen. De warmtetransitie gaat niet alleen over het verwarmen van onze woningen De warmtetransitie vraagt om een integrale kijk naar warmte en koeling over een heel jaar. Klimaatverandering zorgde de afgelopen jaren voor warmere zomers en toenemende hittestress. Vooral in stedelijke gebieden neemt daardoor de behoefte aan koeling in de zomers toe. Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie, zoals meer groen in de straat, op daken en aan gevels en meer bomen voor schaduwwerking zorgen voor ‘natuurlijke’ koeling. Daarnaast kunnen technieken als warmtepompen ook worden gebruikt voor het koelen van de woning (zie ook bijlage 1). Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) moeten opstellen.

Brummen maakt onderdeel uit van de Cleantech Regio. De RES 1.0 voor de Cleantech Regio wordt eind 2021 vastgesteld. De RES gaat over regionale samenwerking en komt de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten aan bod; een voorbeeld is het onderzoek naar een warmtenet Eerbeek-Loenen. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren. De RES richt zich voornamelijk op grootschalige opwekking van elektriciteit via zonnevelden en windmolens en duurzame warmtebronnen met grote warmtepotentie. Lokale Transitievisie Warmte - TVW Aan de nationale Klimaattafel Gebouwde Omgeving is afgesproken dat elke gemeente een Transitievisie Warmte (TVW) opstelt, die uiterlijk in 2021 gereed moet zijn. De TVW geeft een gemeente handvatten voor de transitie naar een alternatief voor aardgas, uiterlijk in 2050. In de TVW staat het tijdpad voor de (stapsgewijze) aanpak richting aardgasvrij: in welke wijken worden in de periode tot en met 2030 de woningen en gebouwen verduurzaamd. Dit tijdspad noemen wij de routekaart.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

8

Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor de eindgebruikers. Het einddoel staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen in de gebouwde omgeving. In de TVW ligt de focus op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Andere onderdelen van de bredere energietransitie, te weten de Klimaattafels rond vervoer, landbouw, industrie en opwek van elektriciteit, vallen buiten de scope van dit beleid. De TVW is een visie en kijkt naar oplossingsrichtingen en legt niet de eindoplossing vast. Deze TVW heeft een aantal generieke doelen. 1

Duidelijkheid scheppen richting belanghebbenden over het proces van de warmtetransitie en de keuzes die er gemaakt moeten worden.

2

De omvang van de opgave en de belangrijkste uitgangspunten en voorwaarden beter in beeld krijgen.

3

Draagvlak en de bewustwording bij inwoners en andere belanghebbenden initiëren door deze visie te presenteren en uit te dragen.

Wijkuitvoeringsplannen - WUP De concrete uitwerking van het duurzame warmtealternatief op wijk-/buurt-/gebiedsniveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP hoeft dus niet per definitie betrekking te hebben op een wijk, het gaat meer om een logisch cluster van woningen. Gemakshalve spreken we verder over ‘wijk’. De titel staat ook niet vast, dat kan ook ‘wijkwarmteplan’ of ‘warmte-uitvoeringsplan’ zijn. In deze visie gaan we uit van wijkuitvoeringsplannen. In het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron- en techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch en financieel haalbaar is. Hierin trekken wij samen op met de woningcorporatie – Veluwonen – en actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie. Samenhang RES en TVW In de Regionale Structuur Warmte (RSW) onderdeel van de RES wordt aangegeven hoe de bronnen in de regio verdeeld kunnen worden over de gemeenten in die regio. De RSW en de TVW zijn daarmee input voor elkaar: enerzijds moet de RSW antwoord geven op de beschikbaarheid van bronnen, anderzijds laat de TVW zien aan welke bronnen behoefte is in een gemeente.

1.4

De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden

Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de energietransitie te maken, maar geen enkele stakeholder kan deze transitie zelf en onafhankelijk van de ander doorlopen. De gemeente neemt de regie in dit proces, een belangrijke rol die hier vanuit het Rijk wordt neergelegd. De TVW geeft de richting die nodig is om aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader. Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners, woningcorporatie en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden, en tussen schaalniveaus van regio tot woning. Het doel van de warmtetransitie mag dan duidelijk zijn, de uitkomst is dat niet. Transities verlopen niet rechtlijnig en vragen om flexibiliteit en maatwerk. Er bestaat geen kant-en-klare oplossing voor Brummen. Kennis en techniek ontwikkelen snel en er zijn veel onbeantwoorde vragen, zowel op technisch als maatschappelijk vlak. Onze uitdaging is dat we de diverse losse projecten bundelen om deze vervolgens te koppelen aan een gezamenlijke ambitie en een gedeeld belang. Dit schalen we vervolgens op, tot een visie voor de gemeente en met maatwerk per gebied.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

9

1.5

Ambitie van gemeente Brummen

Bijna alle inwoners van de gemeente Brummen maken momenteel gebruik van aardgas voor ruimteverwarming, een warme douche en meestal ook om te koken. Ook de panden op de bedrijventerreinen worden verwarmd met aardgas. De komende decennia moet er nog veel veranderen om de hele gemeente van het aardgas te krijgen. Hoe dat in zijn werk gaat, weten we nu nog niet precies. Wat we wel weten, is dat we aan de slag moeten en dat we uiterlijk in 2021 een eerste beeld moeten hebben wat de strategie is in onze gemeente om deze grote opgave, samen met de inwoners, ondernemers en partners, tot een succes te maken. Dit beeld, de TVW, wordt iedere vijf jaar of zoveel eerder als ontwikkelingen daarom vragen, geactualiseerd. In het Koersdocument Duurzame Energie 2019 spreekt de gemeente Brummen de ambitie uit om in 2030 energieneutraal te zijn, zonder expliciet de ambities van de warmtetransitie van de gebouwde omgeving te benoemen. Vooralsnog houden we voor de Transitievisie Warmte 2050 als einddatum aan, om voldoende de tijd te nemen voor de overgang. Gedurende het proces van de Transitievisie en ook daarna, bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen, wordt onderzocht wat de gevolgen zijn van een eventuele versnelling van de doelstelling.

1.6

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk lichten we de stakeholders toe die in het proces betrokken zijn om tot deze visie te komen. In hoofdstuk 3 bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor Brummen. Deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan. In hoofdstuk 4 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 5 nemen we u mee in de opgave voor gemeente Brummen. We analyseren de warmtevraag en de potentie van bronnen in de gemeente en we geven een doorkijk op de techniekkeuze voor de buurten in onze gemeente. In hoofdstuk 6 bespreken we aan de hand van een aantal afwegingscriteria de route naar een aardgasvrij Brummen. Hoofdstuk 7 gaat in op de betaalbaarheid en financiering van de warmtetransitie. In hoofdstuk 8 worden de vervolgstappen beschreven richting uitvoering van de warmtetransitie en hoe bewoners, gebouweigenaren en ondernemers te betrekken bij de uitfasering van aardgas. In de bijlagen gaan we dieper in op de warmtebronnen, kansrijke technieken, (GIS-)kaarten van de gebouwde omgeving in gemeente Brummen en de Startanalyse van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

10

2 Betrokken belanghebbenden Het opstellen van een Transitievisie Warmte doen we graag samen met stakeholders (belanghebbenden). Wie zijn de belangrijkste stakeholders? Wat is hun rol en welke positie hebben ze in het aardgasvrij maken van onze gemeente? We bespreken het proces wat met deze stakeholders is doorlopen en de uitkomsten hiervan. De route naar een aardgasvrij Brummen wordt niet alleen door de gemeente zelf bewandeld. In dit proces zijn stakeholders nodig om de route mogelijk te maken. Daarbij is het in kaart brengen van de relevante stakeholders en het identificeren van hun rol in het proces van de Transitievisie Warmte van belang. Immers, de stakeholders hebben allen hun eigen planning, belangen en ideeën die gehoord moeten worden om goed samen te werken. Het afstemmen en in lijn brengen van de verschillende belangen is een cruciaal onderdeel van de Transitievisie Warmte. Tijdens de werkgroepbijeenkomst in het najaar van 2020 is met meerdere professionele partijen en burger-energiecoöperaties gesproken over de opgaven en kansen voor het aardgasvrij maken van Brummen. De betrokken stakeholders in het proces van de Transitievisie Warmte in Brummen zijn hierna genoemd.

Papierindustrie Eerbeek De fabrieken DS Smith Paper, Neenah Coldenhove, Smurfit Kappa, Folding Boxboard Eerbeek (tot voor kort MayrMelnhof Eerbeek), Industriewater Eerbeek (IWE) en verpakkingsbedrijf Pillopak spelen een belangrijk rol in de warmtetransitie in onze gemeente. De papierindustrie in Eerbeek en Loenen zijn verenigd in de industriekern Eerbeek-Loenen 2030. Het Rijk investeert via een Regio Deal in de Cleantech Regio in circulariteit en energietransitie, waaronder het terugbrengen van CO2-uitstoot van de papierfabrieken. De papierindustrie in Eerbeek is belangrijk vanwege de restwarmte die vrijkomt bij de fabrieksprocessen.

–

Liander is als netbeheerder verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van de gas- en elektriciteitsnetten in gemeente Brummen.

–

Waterschap Vallei en Veluwe is betrokken als belangrijke partner bij klimaatadaptatie, bronhouder van grote aquathermiebronnen en vanwege hun expertise op het gebied van aquathermie en riothermie en de praktische inzetbaarheid van deze warmtebronnen als alternatief voor aardgas.

–

Cleantech regio (voorheen Stedendriehoek) is een samenwerkingsverband van een aantal gemeenten, waaronder Brummen, dat onder meer opgaven als de RES, de RSW en programma Eerbeek-Loenen op de agenda heeft.

–

Veluwonen is als woningcorporatie een belangrijke partner van de gemeente. Veluwonen beheert een kleine 3.000 woningen in gemeente Brummen en heeft haar eigen duurzaamheidsagenda; daarmee kan Veluwonen een voortrekkersrol vertolken in de warmtetransitie. De gemeente sluit met haar TVW zoveel mogelijk aan bij de duurzaamheidsagenda van Veluwonen (zoals renovatieplannen en ketelvervangingen).

–

BrummenEnergie is een energiecoöperatie opgericht door actieve inwoners van Brummen die een steentje willen bijdragen aan de verduurzaming van Brummen. Het is belangrijk om lokale (burger)initiatieven te faciliteren, stimuleren en hun visie op de warmtetransitie te horen en waar mogelijk mee te nemen.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

11

–

Het Landschapsnetwerk Brummen (LNB) is een onafhankelijk collectief opgericht door bewoners uit Brummen en omgeving dat streeft naar het versterken van de band tussen bewoners en het landschap. Het LNB deelt haar kennis en visie en zoekt de samenwerking onder andere met de gemeente en bedrijven. Dit collectief volgt het proces van de TVW en luistert met belangstelling mee. Projectgroep Wilhelminapark In de buurt Wilhelminapark in Eerbeek zijn bewoners actief bezig met de warmtetransitie en hebben een aantal warmteconcepten uitgewerkt en doorgerekend. De bewoners zijn verenigd via de Wijkraad Eerbeek-Zuid. De plannen van het initiatief in Wilhelminapark nemen we mee in deze visie. Inwonersinitiatieven of collectieven, zoals Wilhelminapark, zijn belangrijke stakeholders in dit proces.

We werken met de Transitievisie Warmte van grof naar fijn. Beslissingen komen pas in een volgend stadium op een relevant detailniveau voor inwoners en ondernemers. In de fase dat de TVW concreet wordt gemaakt in de wijkuitvoeringsplannen, betrekken we inwoners actief bij de planvorming op buurtniveau en besluiten we samen wat de exacte route en het concrete tijdpad wordt.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

12

3 Uitgangspunten bij de warmtetransitie Wat vinden we – gemeente, bewoners en ondernemers – belangrijk op de route naar aardgasvrij in 2050? Deze ‘uitgangspunten’ bij de warmtetransitie tot 2050 doen recht aan alle belangen. De uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte zijn in samenwerking met onze partners uit de projectgroep (stakeholders) tijdens een aantal bijeenkomsten bepaald. De stakeholders is gevraagd wat zij belangrijk vinden in gemeente Brummen. Deze vier uitgangpunten staan centraal in de totstandkoming én bij de uitvoering van de TVW voor Brummen. Tegelijkertijd hebben we afgesproken dat de uitgangspunten worden aangescherpt naarmate het proces van de TVW vordert.

1. De warmtetransitie is voor iedereen betaalbaar De warmtetransitie kost geld. We willen de energietransitie realiseren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Ook in het Klimaatakkoord staat het streven naar ‘woonlastenneutraliteit’. Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle inwoners, ondernemers en andere gebruikers in Brummen. Daarbij waken we voor het ontstaan van energiearmoede. Energiearmoede ontstaat wanneer de energierekening meer dan 10% van het maandelijkse inkomen inneemt. We zoeken dus naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing op basis van een optimale afstemming van de investeringen van en door woningeigenaren en -corporaties, gemeente en nuts-infrabedrijven en werken aan financieringsconstructies en betaalbare proposities voor woningeigenaren. Een betaalbare warmtetransitie begint bij een goede basis: het verlagen van de energierekening door te isoleren en energiebewustzijn. Het isoleren van woningen en panden zorgt voor een lagere warmtevraag en daarmee een reductie van het aardgasverbruik. Isoleren is altijd zinvol en zelfs noodzakelijk om de warmtetransitie mogelijk te maken. Door meer te besparen, hoeven we minder duurzame warmte te produceren en hoeft de eindgebruiker uiteindelijk minder energie te betalen.

Het is van belang om rendabel te isoleren (wat doorgaans wil zeggen dat de maatregel zich terugverdient binnen 15 jaar); het is altijd aanbevolen, om de energiebehoefte te reduceren, ongeacht het duurzame warmtealternatief waar de woning in de toekomst op overgaat.

2. We creëren een zorgvuldig proces en gaan voor betrouwbare alternatieven De warmtetransitie is een complex vraagstuk met veel betrokkenen. Het heeft een grote impact op de gebouwde omgeving, op eigenaren, ondernemers en huurders. Er moet een proces worden opgestart dat recht doet aan de belangen van alle stakeholders. Tijdige en transparante communicatie tussen alle betrokken partijen die de warmtetransitie tot uitvoering brengen, is cruciaal om het proces zorgvuldig met elkaar in te richten en tot een breed gedragen resultaat te komen. Ook heldere en duidelijke communicatie naar bewoners toe is noodzakelijk om vertrouwen te krijgen en te behouden. Het moet duidelijk zijn voor een bewoner hoe de keuze voor het voorkeursalternatief tot stand is gekomen en wat de consequenties zijn voor zijn woning. Dit geeft bewoners duidelijkheid welke maatregelen zij kunnen treffen en wanneer. Duidelijkheid in de verdeling van kosten is daarnaast essentieel.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

13

3. De inwoners en ondernemers van onze gemeente gaan het doen De transitie naar aardgasvrij kan alleen succesvol zijn met draagvlak en het meedoen en -denken van inwoners en ondernemers. Draagvlak onder de bewoners van Brummen is belangrijk om de warmtetransitie ten uitvoer te brengen. We streven ernaar inwoners en ondernemers in onze gemeente vroegtijdig in het proces te betrekken en hen zo veel mogelijk de koers van de transitie te laten bepalen. We willen met samenwerkingen tussen en met inwoners en ondernemers de warmtetransitie met elkaar mogelijk maken in Brummen. Als gemeente faciliteren en stimuleren wij deze samenwerkingsverbanden.

4. We gaan voor een win-win situatie De transitie naar een aardgasvrij Brummen is een gezamenlijke opgave. Naast het samenwerken met bewoners, betrekken we de lokale ondernemers, de woningcorporatie en maatschappelijke organisaties. In de samenwerking zoeken we naar ‘win-win’ situaties. Zo biedt de warmtetransitie ondernemers de kans om de economie in Brummen te versterken en de handen met elkaar uit de mouwen te steken. Lokale bouw- en installatiebedrijven worden gestimuleerd om de warmtetransitie daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Door de uitvoering van de warmtetransitie ‘lokaal’ te houden, wordt het draagvlak onder bewoners en ondernemers gestimuleerd.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

14

4 Alternatieven voor aardgas in Nederland In Nederland worden veel verschillende warmtebronnen overwogen als alternatief voor aardgas. Veel mogelijkheden zijn echter te groeperen op gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker wordt. In dit hoofdstuk komen de alternatieven voor aardgas in het algemeen aan bod. In hoofdstuk 5 spitsen we dit vervolgens toe op onze gemeente.

4.1

Van aardgas over op hernieuwbare energie

Om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn, moeten alle woningen in Nederland die nu nog op aardgas aangesloten zijn over op andere manieren van koken en verwarmen. Daarnaast moeten ook bedrijven en instellingen van het aardgas af. Een grote en ambitieuze opgave, waarmee zo snel mogelijk gestart moet worden. Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen wordt meer dan één woning op een bepaalde technologie aangesloten, vaak is dit een heel gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. In deze Transitievisie Warmte voor Brummen maken wij onderscheid in drie hoofdcategorieën. •

Warmtenetten

•

Individuele elektrische oplossingen

•

Bronnen waarbij gebruik wordt gemaakt van het bestaande aardgasnet met inzet van (duurzaam) gas

Deze drie hoofdcategorieën zetten wij hiernaast verder uiteen. In bijlage 1 leest u meer over de verschillende alternatieve warmtebronnen. Figuur 4.1 geeft een beknopt overzicht van de onderdelen van warmtebron tot aan de verschillende aansluitmogelijkheden. Warmtenetten Warmtenetten zijn netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen. Mogelijke energiebronnen zijn aardwarmte, restwarmte van bedrijven en vormen van aquathermie zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie kan het gaan om een hoogtemperatuur (HT), middentemperatuur (MT) of laagtemperatuur (LT) warmtenet. Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de aangeboden warmte is, hoe beter je de woning moet isoleren. Warmtenetten hebben veel impact op de omgeving en gebouweigenaren. Individueel (all-electric) Woningen worden elektrisch verwarmd, meestal met een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen met een lage temperatuur. Als bron wordt de warmte uit de lucht, bodem of grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere schaal. Een wijk all-electric maken, vraagt vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet. Gasnetten (Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoog-energetische gassen als groengas en waterstofgas naar woningen vervoeren.

De beschikbaarheid en marktrijpheid van deze gassen is nog deels onbekend. De vraag naar duurzaam gas kan worden verminderd door de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen enkel voor de piekvraag bij koude dagen over op gas.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

15

Figuur 4.1 Overzicht van warmtebron tot mogelijkheden voor aansluiting

Wat is het verschil tussen HT-, MT- en LT-warmte? •

HT-warmtebronnen: diepe geothermie, restwarmte, biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C.

•

MT-warmtebronnen: ondiepe geothermie, restwarmte, doorgaans 40-70°C.

•

LT-warmtebronnen: grondwater, lucht, energie uit afvalwater, oppervlaktewater, doorgaans 10 tot maximaal 40°C.

We maken een onderscheid tussen hoog-, midden- en laagtemperatuurwarmtebronnen. De temperatuur van de warmtebron bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning moet hebben. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig. Dit is daarom met name geschikt voor oudere woningen. Bij MT-warmtebronnen moet de woning enigszins geïsoleerd zijn voor toepassing van de bron. Bij LT-warmtebronnen moet de woning wel worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming) en moet de woning goed geïsoleerd zijn. LT-warmtebronnen zijn daarom met name voor nieuwere woningen geschikt. Figuur 4.2 geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT (links), MT (midden) naar HT (rechts).

4.2

Marktrijpheid en aannemelijkheid van alternatieven

De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet elke techniek is al marktrijp en klaar om op grote schaal ingezet te worden, of een logische keuze voor een woning. Sommige technologieën moeten nog verder worden uitgewerkt, terwijl andere technologieën zich meer lenen voor bedrijven en industrie. In bijlage 4 laten we de marktrijpheid van de technieken zien en hoe aannemelijk ze zijn voor woningen.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

16

Figuur 4.2 Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van laag-, midden- en hoogtemperatuur

Op dit moment zijn met name een warmtenet en all-electric verwarming (met een warmtepomp) interessante oplossingen voor de huidige woningbouw. Ook is de hybride warmtepomp een geschikte oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met een hybride warmtepomp heb je nog maar weinig aardgas nodig. Later kan dit worden vervangen door groengas. Duurzaam gas is schaars en zal voornamelijk benut worden door de industrie en transport. Alleen daar waar laagtemperatuursystemen niet toepasbaar zijn, zoals in bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en vrijstaande monumentale boerderijwoningen, is levering van groengas een mogelijke optie.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

17

5 De opgave in gemeente Brummen Voor het uitstippelen van de route naar een ‘aardgasvrij’ Brummen in 2050 is het belangrijk om te bepalen waar we op dit moment staan. Het in beeld brengen van deze status quo helpt ons als gemeente om richting te geven aan de strategie om van het aardgas te gaan. Zo kijken we naar de omvang van de woningvoorraad, de bouwjaren, de gebruiksfuncties en de huidige warmtevraag. We bekijken ook welke alternatieven er kansrijk zijn in Brummen en hoe deze de warmtevraag kunnen invullen. Als laatste maken we, op basis van vergelijkbare buurt- en woningkenmerken, een indeling van de buurten van gemeente Brummen en geven per groep een aantal kansrijke warmtealternatieven.

5.1

Huidige situatie gemeente Brummen

De gemeente Brummen bestaat uit twee grote woonkernen, Brummen en Eerbeek en vier kleine woonkernen, Empe, Hall, Leuvenheim en Oeken. Het is een relatief groene gemeente en langs de oostkant van de gemeente nabij de woonkern Brummen stroomt de IJssel. De gebouwde omgeving in de gemeente Brummen bestaat voornamelijk uit woningen, ongeveer 70% van het vloeroppervlak (zie figuur 5.1). Ongeveer 17% van het vloeroppervlak van de gebouwde omgeving bestaat uit industrie. Er is in de gemeente ook zware industrie. Dat is voornamelijk in Eerbeek waar drie grote papierfabrieken staan. In totaal heeft Brummen circa 20.750 inwoners (2020) en ongeveer 9.400 woningen, waarvan de meeste in de twee grote woonkernen. De nieuwbouw wordt al aardgasvrij gebouwd. De bestaande bouw is de opgave. Ter illustratie: vanaf 2020 zouden ieder jaar gemiddeld ongeveer 315 woningen van het aardgas afgekoppeld moeten worden om in 2050 van het aardgas af te zijn. Met bedrijfspanden erbij gaat het om circa 11.800 ‘woningequivalenten’1 (WEQ) en zouden ieder jaar gemiddeld 395 woningequivalenten afgekoppeld moeten worden.

Gebruiksfuncties

Bouwjaar woningen (9.392) 1975-1991 26%

woning kantoor winkel industrie bijeenkomst gezondheidszorg onderwijs sport logies cel overige Figuur 5.1 Gebruiksfuncties gebouwde omgeving Brummen

1

1965-1974 27%

t/m 1945 24%

1946-1964 23%

Figuur 5.2 Verdeling bouwperiode woningvoorraad Brummen

De WEQ is het aantal woningen en utiliteitsgebouwen; 100 m2 utiliteit staat gelijk aan 1 WEQ

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

18

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft voorbeeldwoningen gedefinieerd uit verschillende bouwperioden, die vergelijkbare eigenschappen hebben (en daarmee vergelijkbare kansen en uitdagingen als het gaat om de energietransitie). In figuur 5.2 is te zien in welke van deze categorieën de woningvoorraad van gemeente Brummen valt. De bouwperiode van de gebouwde omgeving is redelijk verdeeld, waarbij de nieuwbouw (gebouwd na 1992) een groter aandeel heeft ten opzichte van de andere bouwperiodes. Het overgrote deel van de 9.400 woningen bestaat uit laagbouw (96%). Bijlage 9 geeft een aantal kaarten van de gebouwde omgeving van gemeente Brummen. Energie, wat is dat? Huidige warmtevraag: 500 TJ Utiliteit zonder koudevraag 4%

Utiliteit met koudevraag 6%

Hoogbouw 2%

We hebben het doorgaans over een ‘warmtevraag’ in gigajoule (GJ). Maar: wat is een GJ? 1 GJ is ongeveer …

35 m3 aardgas

1 woning verbruikt …

30 - 40 GJ (1.000 – 1.500 m3 gas)

De standaardeenheid in de natuurkunde voor Laagbouw 88%

energie is gigajoule of kilowattuur (kWh). Deze eenheden zijn in elkaar om te rekenen (1 GJ = 278 kWh).

Figuur 5.3 Huidige warmtevraag gebouwde omgeving Brummen

De totale warmtevraag voor verwarming en tapwater van woningen en utiliteitsbouw in Brummen is ongeveer 500 terajoule (TJ) of 500.000 GJ, wat neerkomt op (ongeveer 17 miljoen m3 aardgas (figuur 5.3). Het is niet verrassend dat 88% hiervan gebruikt wordt in laagbouw, gezien de samenstelling van de gebouwvoorraad in Brummen. De warmtevraag van de utiliteitsbouw is in vergelijking met woningen relatief lager. Dit is echter een standaardeenheid in de natuurkunde voor inschatting. Er zijn geen openbare gegevens beschikbaar overDe de warmtevraag van utiliteitsbouw op gebouwof energie van is Gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh). buurtniveau. Ook kan dit verschil te maken hebben met het ontbreken de warmtapwatervraag in Deze eenheden zijn in elkaar om te rekenen utiliteitsbouw, die in woningen een substantieel deel van de vraag beslaat. (1 GJ = 278 kWh). Gemeente Brummen heeft ook industrie (zie figuur 5.1) met een proceswarmtevraag. Deze warmtevraag is niet meegenomen in deze visie; deze valt niet binnen de scope van de TVW. Deze warmtevraag moet op termijn echter ook duurzaam ingevuld worden en de alternatieven daarvoor zijn beperkt. De zware industrie heeft voor het productieproces een gasvorm nodig. De verwachting is dat duurzame gassen zoals groengas en waterstof in de toekomst schaars en gewild zijn.

5.2

Warmtebronnen in gemeente Brummen

Niet elke gemeente heeft de beschikking over dezelfde alternatieve warmtebronnen. Zo heeft de ene gemeente bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor energie uit oppervlaktewater en een andere uit aardwarmte. We kijken in dit hoofdstuk op hoofdlijnen naar de warmtepotentie van de meest kansrijke warmtebronnen in Brummen. Dit is een inschatting op basis van openbare data, verschillende studies en rapporten, aangevuld met kennis en inzicht. Alleen warmtebronnen die nu al worden toegepast, oftewel marktrijp zijn, en zich lenen voor de gebouwde omgeving zijn meegenomen. In bijlage 1 wordt de toepassing van de warmtebronnen die we hebben geanalyseerd in meer detail omschreven. Bijlage 2 geeft een overzicht van het potentieel van de warmtebronnen in terajoule en in WEQ.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

19

Laagtemperatuur oplossingen Laagtemperatuur warmtebronnen zijn in heel Nederland in de regel meer beschikbaar dan hoogtemperatuur warmtebronnen. Bronnen als buitenlucht, ondiepe bodemwarmte (warmte-koudeopslag/wko en bodemlussen) en oppervlaktewater zijn overal wel aanwezig en kunnen in combinatie met een lucht- of bodemwarmtepomp op een lage temperatuur warmte leveren. De woningen moeten voor alle genoemde oplossingen geïsoleerd worden naar een niveau waarop ze geschikt zijn voor laagtemperatuur warmte. Aandachtspunt bij bodemwarmte is de geschiktheid van de ondergrond. In het gebied rondom de Veluwe is er sprake van kweldruk (grondwater dat onder druk aan de oppervlakte uit de bodem komt) en bij boringen kan het evenwicht in de ondergrond worden verstoord. Het Waterschap is om die reden wat terughoudend over boringen voor bodemwarmte in de regio rondom gemeente Brummen. Hiervoor heeft het Waterschap met Vitens een gezamenlijke boodschap geformuleerd (zie bijlage 3). Thermische energie uit oppervlaktewater IJssel De beste mogelijkheid voor het toepassen van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) in Brummen is de IJssel. De IJssel stroomt op zo’n 500 tot 1.000 meter langs de oostelijke kant van Brummen. Door het volume en de stroomsnelheid heeft de IJssel enorme potentie voor TEO die de warmtevraag van heel Brummen overstijgt.

Het kan echter om praktische redenen niet de hele gemeente van warmte voorzien. Een warmtenet met warmte uit de IJssel in combinatie met een collectieve (hoogtemperatuur) warmtepomp of individuele warmtepompen is mogelijk voor (een deel van) de woonkern Brummen, afhankelijk van woningeigenschappen (graad van isolatie, bouwjaar), nabijheid en de dichtheid van woningen. Het is daarin zaak om de afstand zo klein mogelijk te houden. Immers, hoe groter de afstand tussen warmtebron en afnemer, hoe hoger de investering voor de aanleg van het warmtenet. Het staat buiten kijf dat de IJssel enorme potentie heeft als warmtebron. Er is vervolgonderzoek nodig om de werkelijke potentie en praktische belemmeringen in kaart te brengen en op die manier de haalbaarheid van TEO uit de IJssel te toetsen. Het Apeldoornse Kanaal en de Oude IJssel bij Empe hebben een te lage potentie om warmte uit te onttrekken. Hoogtemperatuur oplossingen Hoogtemperatuur warmtebronnen zijn in Nederland beperkt beschikbaar. Gemeente Brummen heeft echter de restwarmte uit de papierindustrie als hoogtemperatuur warmtebron. Daarnaast is er ook potentie voor groengas; al zijn we voorzichtig met het toerekenen van groengas aan de gebouwde omgeving. Restwarmte papierindustrie De industrie in onze gemeente is voornamelijk gevestigd in Eerbeek.

De papierindustrie in Eerbeek bestaat uit de papierfabrieken DS Smith Paper, Neenah Coldenhove, Smurfit Kappa, Folding Boxboard Eerbeek (voorheen Mayr-Melnhof Eerbeek) en verpakkingsbedrijf Pillopak. Industriewater Eerbeek (IWE) zuivert het proceswater van de papierfabrieken. Bij een aantal van deze fabrieken komt restwarmte vrij tijdens de fabrieksprocessen. Deze restwarmte is in te zetten voor het verwarmen van woningen en gebouwen. De woonkern van Eerbeek ligt gunstig ten opzichte van de papierfabrieken en een aantal buurten hebben gunstige kenmerken voor een HTwarmtenet, zoals hoge bebouwingsdichtheid en een relatief hoge warmtevraag. Sweco heeft in opdracht van provincie Gelderland een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar warmtenetten in Eerbeek, Loenen en LaagSoeren. De voorlopige resultaten (van begin 2021) tonen aan dat de restwarmte uit papierfabriek DS Smith Paper en restwarmte uit Industriewater Eerbeek (IWE) kansrijk zijn en potentie heeft voor het voeden van een warmtenet. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat inzet van restwarmte uit papierfabriek Folding Boxboard Eerbeek niet kansrijk is. De invoertemperatuur van de restwarmte van fabriek DS Smith Paper is 70°C. Het onderzoek van Sweco licht meerdere ontwerpen toe waarmee restwarmte benut kan worden. De potentie van restwarmte van DS Smith Paper is 5 of 12 megawatt (MW) afhankelijk van het gekozen ontwerp.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

20

Industriewater Eerbeek is ook kansrijk voor het benutten van restwarmte; de potentie bedraagt 4 MW. Bij elkaar zijn daarmee circa 5.000 tot 8.000 woningequivalenten2 per jaar te verwarmen. Groengas Gemeente Brummen is relatief groen met veel oppervlak aan buitengebied. Groengas (na omzetting van biogas) bestaat uit reststromen van akkerbouw, gras en groenvoedergewassen, mest en GFT. De verwachting is dat een beperkt deel van de gebouwde omgeving gebruik kan maken van duurzaam gas (zoals groengas of waterstof op de lange termijn) voor 2030 en dat dit grotendeels beschikbaar komt voor sectoren als de zware industrie en transport. Op dit moment loopt er vanuit het Programma Eerbeek Loenen een onderzoek naar het leveren van groengas vanuit de veehouderij aan de papierindustrie en aan woningen. In Brummen geldt dat uitsluitend voor woningen en gebouwen waar geen andere alternatieven mogelijk zijn, groengas kan worden toegepast. Groengas is een interessante optie bij hybride warmtepompen. Met grondige isolatie en het gebruik van hybride warmtepomppen kan bovendien het aardgasverbruik nog verder worden gereduceerd. Geothermie Ten zuiden van Eerbeek en Loenen is de bodem geschikt voor ondiepe geothermie (900 meter). Te winnen temperatuur is circa 35 tot 40°C. De berekende potentie ligt rond de 3 MW.

Daarmee zijn circa 1.500 WEQ3 te verwarmen (uitgaande van huidig verbruik) of 2.500 nieuwbouwwoningen (IF Technology, 2020). Geothermie gaat altijd in combinatie met een warmtenet. Nabijheid van de bron naar de woonkern is belangrijk en van doorslaggevend belang is de schaalgrootte. Er moet voldoende warmteafzet (en warmtevraag) zijn voor een haalbare businesscase. Wij hanteren bij ondiepe geothermie een minimale afzet van 1.000 tot 2.500 woningen. Theoretisch is ondiepe geothermie een optie voor Eerbeek. Gezien de beperkte potentie wordt deze warmtebron voor de korte termijn niet beschouwd als warmtealternatief. Mogelijk biedt dit kansen voor de toekomst (na 2030).

5.3

Buurtgroepen in Brummen en kansrijke warmtealternatieven

We clusteren buurten die bepaalde woningkenmerken delen, zoals woontype, bebouwingsdichtheid en bouwjaar tot groepen en we bepalen per buurtgroep een mogelijke voorkeurstechniek voor de warmtetransitie. We maken het overzichtelijker door dat niet voor elke buurt separaat te doen. Echter, in de wijkuitvoeringsplannen gaan we per buurt het gesprek aan (en niet per buurtgroep). Hieronder volgt per buurtgroep een korte toelichting en de kansrijke warmtealternatieven. De nummers voor elke buurtgroep corresponderen met de kaart op pagina 23 (figuur 5.4) waar de kansrijke warmtealternatieven per buurtgroep/gebied grafisch zijn weergegeven. De warmtetechnieken zijn vergeleken met de ‘Startanalyse’ van het Planbureau Leefomgeving (PBL) (zie bijlage 10 voor toelichting). Bijlage 5 toont een overzicht van de buurtindeling in groepen en bijlage 6 geeft een overzicht van de voorkeurstechnieken met onderbouwing per buurtgroep. 1.

Eerbeek

Dit cluster bestaat uit Eerbeek Centrum, Noorder Enk, Werfakker, Eerbeekse Enk en Lombok. Bij dit cluster is gekeken welke buurten zich het best lenen voor een warmtenet: buurten met een relatief hoge bebouwingsdichtheid, een hoge warmtevraag en buurten die zich nabij de papierfabriek DS Smith bevinden. Kansrijke warmtealternatieven zijn: 1

warmtenet op HT-bron (restwarmte papierindustrie);

2

individuele oplossingen afhankelijk van woningeigenschappen: all-electric en hybride warmtepompen.

2 3

Uitgaande van 6.000 vollasturen, conform richtlijnen Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), komt dat neer op 200 tot 350 TJ per jaar. Uitgaande van 6.000 vollasturen conform richtlijnen RVO, komt dat neer op 65 TJ op jaarbasis.

Transitievisie Warmte gemeente Brummen | 19029

21

2.

Brummen

Dit cluster bestaat uit de buurten Brummen Centrum, Brummense Enk West en Brummense Enk Oost. Deze buurten hebben een relatief hoge bebouwingsdichtheid en een relatief hoge warmtevraag wat gunstig is voor een warmtenet. De woningbouw in deze buurten is over verschillende periodes gebouwd. Kansrijke warmtealternatieven zijn: 1

warmtenet op LT-bron (IJssel);

2

individuele oplossingen afhankelijk van woningeigenschappen: all-electric en hybride warmtepompen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15904577/1