CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

C5 - B&W - Raadsinformatiebrief Warmteprogramma 2026 D461370

Forum Fysieke Leefomgeving 4 september 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken27.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeenteraad Brummen

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

: 27 mei 2025 : Z113865/D458699 : : Warmteprogramma 2026

Verzonden d.d.: 2 juni 2025

Geachte raad, Wij brachten u op de hoogte van het feit dat wij een bronnenstrategie lieten uitvoeren. Sinds dat moment is het voor u stil geweest. In de tussentijd hebben wij allerlei activiteiten ondernomen. In deze raadsbrief brengen wij u hiervan op de hoogte. In 2021 stelde u de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Brummen vast. In 2026 moet deze visie vernieuwd worden. Mogelijk geldt dan de nieuwe wet ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie’ (Wgiw). Deze wet wijzigt de Omgevingswet en vervangt de term ‘Transitievisie Warmte’ door ‘Warmteprogramma’. De wet is nog niet definitief, maar gaat waarschijnlijk in op 1 januari 2026. Daarom zijn we nu alvast begonnen met de voorbereiding. Met deze raadsbrief informeren wij u over: • het warmteprogramma dat wij uiterlijk in 2026 vaststellen; • de resultaten van de participatiebijeenkomsten in maart 2025; • de onderzoeken die in 2024 en 2025 zijn uitgevoerd ter voorbereiding op het programma. We sluiten af met een toelichting op het verdere proces. Wat is een warmteprogramma? Een warmteprogramma beschrijft de gemeentelijke aanpak om de gebouwde omgeving te isoleren en aardgasvrij te maken. In het programma staat welke wijken, buurten of dorpskernen binnen tien jaar van het aardgas af gaan. Ook staat erin hoe we dat gaan aanpakken.

Volgens de Wgiw en de Omgevingswet moet het warmteprogramma onder meer het volgende bevatten: • een tijdspad voor verduurzaming per wijk, buurt of kern; • beschikbare duurzame warmte-alternatieven; • welke gebouwen geïsoleerd moeten worden; • benodigde energie-infrastructuur; • kosteninschatting; • gemiddelde warmtebehoefte. Ook participatie is verplicht bij het opstellen van het warmteprogramma. Daarom starten we met een klankbordgroep waarin inwoners meedenken over keuzes en prioriteiten. Het projectteam voor het Warmteprogramma en de klankbordgroep beginnen niet vanaf nul. Naast de TVW gebruiken we de volgende informatie:

Z113865/D458699

• • • • •

Blz. 2

Resultaten participatiebijeenkomsten warmtetransitie 5 en 10 maart 2025 Onderzoek bronnenstrategie (D458724) met aanbevelingen (D458730) Aanvullend onderzoek potentiële warmtebronnen (D458725) Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Eerbeek (D409884) Aanvullend onderzoek micro-warmtenetten (D458722)

Participatiebijeenkomsten warmtetransitie In maart 2025 spraken we op twee avonden met inwoners. In Brummen kwamen 18 inwoners, in Eerbeek 35. Tijdens beide avonden bespraken we vier vragen: 1. Wat is de rol van de gemeente in de warmtetransitie? 2. Wat kunnen inwoners, individueel of gezamenlijk, bijdragen? 3. Hoe versterken we de samenwerking tussen gemeente en samenleving? 4. Wie wil deelnemen aan een klankbordgroep voor het warmteprogramma? De gesprekken leverden goede ideeën op. Elf mensen meldden zich aan voor de klankbordgroep. Deze groep denkt de komende tijd mee over het warmteprogramma. Onderzoeken naar warmtebronnen Bronnenstrategie (D458724) met aanbevelingen (D458730) In 2024 lieten we onderzoeken welke warmtebronnen we in onze gemeente kunnen gebruiken. Dit onderzoek geeft een eerste beeld van de technisch-economische haalbaarheid van alternatieve warmtebronnen in onze gemeente. De conclusie: • In Eerbeek is warmte uit de papierindustrie mogelijk. • In Brummen is de IJssel een kansrijke bron. • In veel andere delen van onze gemeente zijn individuele oplossingen nu het meest haalbaar. Het advies is om als gemeente flexibel te blijven. Zo kunnen we goed inspelen op nieuwe kansen voor (collectieve) systemen.

Aanvullend onderzoek potentiële warmtebronnen (D458725) In de bronnenstrategie is gekeken naar bronnen die nu toepasbaar zijn voor de warmtetransitie in Brummen. Er was behoefte om inzicht te krijgen in wat er nog meer mogelijk is. Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) onderzocht daarnaast ook een aantal andere specifieke warmtebronnen, zoals zonnewarmte, aardwarmte, biogas en restwarmte. Deze bronnen zijn nu vaak nog niet beschikbaar, maar mogelijk wel in de toekomst. Deze informatie helpt bij de keuzes voor later. Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Eerbeek (D409884) In november 2024 informeerden we u over de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek naar een grootschalig warmtenet in Eerbeek. Dat is technisch mogelijk, maar financieel niet: het tekort is te groot (ongeveer 44%). Daarom keken we naar een kleiner warmtenet, direct aangesloten op de papierindustrie. Ook dat is duur, en de vraag naar warmte bleek laag voor een positieve businesscase, gelet op het bereikbare gebied en de woningen en met name bedrijfspanden die zich daarin bevinden. Toch blijven we kansen zien in Eerbeek.

Waarom? • individuele warmtepompen vragen om forse investeringen in het elektriciteitsnet; • bij (huur)woningen is plaatsing van warmtepompen niet altijd haalbaar zonder leefruimte in te leveren; • collectieve oplossingen ontzorgen woningeigenaren; • de aanwezigheid van de papierindustrie blijft een unieke kans; • water speelt een belangrijke rol als warmtebron; • collectieve systemen kunnen versnelling brengen in de energietransitie. Er kunnen in de toekomst nieuwe kansen ontstaan voor een warmtenet in Eerbeek. We blijven daarom openstaan voor die mogelijkheid en daarover in overleg te zijn met Veluwonen en andere partners. Onderzoek micro-warmtenet (D458722) Samen met de regio onderzochten we micro-warmtenetten. Die zijn bedoeld voor kleine groepen woningen, van 2 tot 50 huizen. In Brummen werd gekeken naar een collectief systeem voor 16 huurwoningen. De uitkomst: technisch haalbaar, maar financieel lastig. De kosten worden over een traditionele looptijd van 30 jaar niet gedekt. Individuele oplossingen zijn momenteel goedkoper. Toch zien de onderzoekers kansen, mits bewoners zich anders (collectief) organiseren en we kunnen standaardiseren. We verkennen dit verder met BrummenEnergie en andere partners.

Z113865/D458699

Blz. 3

Gebiedsanalyse Brummen (D458437) ODVeluwe maakte ook een gebiedsanalyse. Daarin staat informatie over dorpsstructuur, woningtypen en energieverbruik. Deze informatie helpt bij het maken van keuzes in het warmteprogramma. Vervolg en besluitvorming In het eerste kwartaal van 2026 verwachten we een concept van het warmteprogramma. Het college is bevoegd dit vast te stellen; uw raad stelt het programma dus niet vast. Wel kunt u kaders meegeven waar het college rekening mee moet houden. We betrekken u 2e helft 2025 of begin 2026 consulterend bij het opstellen van het warmteprogramma. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)

Bijlagen: • Bronnenstrategie (D458724) • Aanbevelingen bronnenstrategie (D458730) • Onderzoek micro-warmtenetten (D458722) • Aanvullend onderzoek ODVeluwe (D458725) • Transitie Visie Warmte (D458731) • Gebiedsanalyse gemeente Brummen en Eerbeek (D458437)

Gemeenteraad Brummen

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

: 27 mei 2025 : Z113865/D458699 : : Warmteprogramma 2026

Verzonden d.d.: 2 juni 2025

Geachte raad, Wij brachten u op de hoogte van het feit dat wij een bronnenstrategie lieten uitvoeren. Sinds dat moment is het voor u stil geweest. In de tussentijd hebben wij allerlei activiteiten ondernomen. In deze raadsbrief brengen wij u hiervan op de hoogte. In 2021 stelde u de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Brummen vast. In 2026 moet deze visie vernieuwd worden. Mogelijk geldt dan de nieuwe wet ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie’ (Wgiw). Deze wet wijzigt de Omgevingswet en vervangt de term ‘Transitievisie Warmte’ door ‘Warmteprogramma’. De wet is nog niet definitief, maar gaat waarschijnlijk in op 1 januari 2026. Daarom zijn we nu alvast begonnen met de voorbereiding. Met deze raadsbrief informeren wij u over: • het warmteprogramma dat wij uiterlijk in 2026 vaststellen; • de resultaten van de participatiebijeenkomsten in maart 2025; • de onderzoeken die in 2024 en 2025 zijn uitgevoerd ter voorbereiding op het programma. We sluiten af met een toelichting op het verdere proces. Wat is een warmteprogramma? Een warmteprogramma beschrijft de gemeentelijke aanpak om de gebouwde omgeving te isoleren en aardgasvrij te maken. In het programma staat welke wijken, buurten of dorpskernen binnen tien jaar van het aardgas af gaan. Ook staat erin hoe we dat gaan aanpakken.

Volgens de Wgiw en de Omgevingswet moet het warmteprogramma onder meer het volgende bevatten: • een tijdspad voor verduurzaming per wijk, buurt of kern; • beschikbare duurzame warmte-alternatieven; • welke gebouwen geïsoleerd moeten worden; • benodigde energie-infrastructuur; • kosteninschatting; • gemiddelde warmtebehoefte. Ook participatie is verplicht bij het opstellen van het warmteprogramma. Daarom starten we met een klankbordgroep waarin inwoners meedenken over keuzes en prioriteiten. Het projectteam voor het Warmteprogramma en de klankbordgroep beginnen niet vanaf nul. Naast de TVW gebruiken we de volgende informatie:

Z113865/D458699

• • • • •

Blz. 2

Resultaten participatiebijeenkomsten warmtetransitie 5 en 10 maart 2025 Onderzoek bronnenstrategie (D458724) met aanbevelingen (D458730) Aanvullend onderzoek potentiële warmtebronnen (D458725) Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Eerbeek (D409884) Aanvullend onderzoek micro-warmtenetten (D458722)

Participatiebijeenkomsten warmtetransitie In maart 2025 spraken we op twee avonden met inwoners. In Brummen kwamen 18 inwoners, in Eerbeek 35. Tijdens beide avonden bespraken we vier vragen: 1. Wat is de rol van de gemeente in de warmtetransitie? 2. Wat kunnen inwoners, individueel of gezamenlijk, bijdragen? 3. Hoe versterken we de samenwerking tussen gemeente en samenleving? 4. Wie wil deelnemen aan een klankbordgroep voor het warmteprogramma? De gesprekken leverden goede ideeën op. Elf mensen meldden zich aan voor de klankbordgroep. Deze groep denkt de komende tijd mee over het warmteprogramma. Onderzoeken naar warmtebronnen Bronnenstrategie (D458724) met aanbevelingen (D458730) In 2024 lieten we onderzoeken welke warmtebronnen we in onze gemeente kunnen gebruiken. Dit onderzoek geeft een eerste beeld van de technisch-economische haalbaarheid van alternatieve warmtebronnen in onze gemeente. De conclusie: • In Eerbeek is warmte uit de papierindustrie mogelijk. • In Brummen is de IJssel een kansrijke bron. • In veel andere delen van onze gemeente zijn individuele oplossingen nu het meest haalbaar. Het advies is om als gemeente flexibel te blijven. Zo kunnen we goed inspelen op nieuwe kansen voor (collectieve) systemen.

Aanvullend onderzoek potentiële warmtebronnen (D458725) In de bronnenstrategie is gekeken naar bronnen die nu toepasbaar zijn voor de warmtetransitie in Brummen. Er was behoefte om inzicht te krijgen in wat er nog meer mogelijk is. Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) onderzocht daarnaast ook een aantal andere specifieke warmtebronnen, zoals zonnewarmte, aardwarmte, biogas en restwarmte. Deze bronnen zijn nu vaak nog niet beschikbaar, maar mogelijk wel in de toekomst. Deze informatie helpt bij de keuzes voor later. Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Eerbeek (D409884) In november 2024 informeerden we u over de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek naar een grootschalig warmtenet in Eerbeek. Dat is technisch mogelijk, maar financieel niet: het tekort is te groot (ongeveer 44%). Daarom keken we naar een kleiner warmtenet, direct aangesloten op de papierindustrie. Ook dat is duur, en de vraag naar warmte bleek laag voor een positieve businesscase, gelet op het bereikbare gebied en de woningen en met name bedrijfspanden die zich daarin bevinden. Toch blijven we kansen zien in Eerbeek.

Waarom? • individuele warmtepompen vragen om forse investeringen in het elektriciteitsnet; • bij (huur)woningen is plaatsing van warmtepompen niet altijd haalbaar zonder leefruimte in te leveren; • collectieve oplossingen ontzorgen woningeigenaren; • de aanwezigheid van de papierindustrie blijft een unieke kans; • water speelt een belangrijke rol als warmtebron; • collectieve systemen kunnen versnelling brengen in de energietransitie. Er kunnen in de toekomst nieuwe kansen ontstaan voor een warmtenet in Eerbeek. We blijven daarom openstaan voor die mogelijkheid en daarover in overleg te zijn met Veluwonen en andere partners. Onderzoek micro-warmtenet (D458722) Samen met de regio onderzochten we micro-warmtenetten. Die zijn bedoeld voor kleine groepen woningen, van 2 tot 50 huizen. In Brummen werd gekeken naar een collectief systeem voor 16 huurwoningen. De uitkomst: technisch haalbaar, maar financieel lastig. De kosten worden over een traditionele looptijd van 30 jaar niet gedekt. Individuele oplossingen zijn momenteel goedkoper. Toch zien de onderzoekers kansen, mits bewoners zich anders (collectief) organiseren en we kunnen standaardiseren. We verkennen dit verder met BrummenEnergie en andere partners.

Z113865/D458699

Blz. 3

Gebiedsanalyse Brummen (D458437) ODVeluwe maakte ook een gebiedsanalyse. Daarin staat informatie over dorpsstructuur, woningtypen en energieverbruik. Deze informatie helpt bij het maken van keuzes in het warmteprogramma. Vervolg en besluitvorming In het eerste kwartaal van 2026 verwachten we een concept van het warmteprogramma. Het college is bevoegd dit vast te stellen; uw raad stelt het programma dus niet vast. Wel kunt u kaders meegeven waar het college rekening mee moet houden. We betrekken u 2e helft 2025 of begin 2026 consulterend bij het opstellen van het warmteprogramma. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)

Bijlagen: • Bronnenstrategie (D458724) • Aanbevelingen bronnenstrategie (D458730) • Onderzoek micro-warmtenetten (D458722) • Aanvullend onderzoek ODVeluwe (D458725) • Transitie Visie Warmte (D458731) • Gebiedsanalyse gemeente Brummen en Eerbeek (D458437)

458724

Bronnenstrategie Brummen Een strategische inzet van duurzame warmtebronnen in Brummen

17 juli 2024

Auteurs (organisatie)

Stef Peters (Greenvis), Max Vroomen (Greenvis)

Reviewer(s)

Christiaan van Soest (Greenvis)

Titel rapportage

Bronnenstrategie Brummen

Publicatiedatum

17-7-2024

Aantal pagina’s

68

Versienummer

3.0

Projectnummer

P10200-GBR

Projectnaam

Bronnenstrategie Gemeente Brummen

Opdrachtgever(s)

Paul Severens (gemeente Brummen)

Over Greenvis: Greenvis ontwerp en ontwikkelt duurzame collectieve warmtesystemen voor gebouw en gebied. We selecteren de beste oplossing voor de lokale situatie en werken die samen met alle partijen uit tot een haalbaar en maakbaar warmtesysteem. Onze technische kennis en ervaring beslaat de hele keten: van conceptontwerp tot detailengineering. We geloven in een integrale aanpak: samen met lokale overheden, netbeheerders en warmtebedrijven maken we een plan voor realisatie van uw warmtesysteem. Over het samengaan van Greenvis & DWTM: De WarmteTransitieMakers (DWTM) richt zich op het versnellen van de warmtetransitie in wijken en buurten. Greenvis heeft een zorgvuldig opgebouwde reputatie op het gebied van advies en ontwikkeling van duurzame warmtenetten. Doordat beide expertises nauw op elkaar aansluiten, is besloten per 1 januari 2021 de handen ineen te slaan. Met het samengaan vergroten we de slagkracht van beide bedrijven in het bereiken van de gezamenlijke missie: het beschikbaar maken van duurzame warmte voor iedereen.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers – Info@dwtm.nl Nijverheidsweg 16G unit 1A, 3542 AB Utrecht

1 Samenvatting Voor u ligt de rapportage bij de Bronnenstrategie Brummen. In opdracht van de gemeente heeft adviesbureau Greenvis een inventarisatie gedaan van de verschillende warmtebronnen in de gemeente, aangevuld met een analyse van de technisch-financiële haalbaarheid om met een warmtenet te voorzien in de warmtebehoefte in verschillende wijken/buurten en/of woonkernen.

1.1

Project doelstelling

Een technisch-economische analyse van mogelijke duurzame warmtebronnen en de bijhorende technieken om de gemeente Brummen uiterlijk in 2050 duurzaam aardgasvrij te maken.

1.2

Conclusies

De gemeente Brummen heeft meerdere woonkernen, waarvan Brummen en Eerbeek het grootst zijn. De financiële haalbaarheid van een warmtenet is gekoppeld aan de omvang van het totale systeem. De haalbaarheid van een warmtenet is daarom specifiek onderzocht voor de woonkernen Brummen en Eerbeek. Onze hoofdconclusie is dat binnen de gemeente Brummen een warmtenet het meest haalbaar is in Eerbeek. In de woonkern Brummen is een warmtenet gemiddeld duurder dan individuele oplossingen per gebouw. Hierdoor is de kans aanwezig dat er in woonkern Brummen weinig draagvlak zal zijn voor een warmtenet. Om de haalbaarheid van een warmtenet te verbeteren is het binnen een bedieningsgebied belangrijk om zoveel mogelijk panden aan te sluiten, hierdoor gaan de gemiddelde kosten per afnemer omlaag. Een voorwaarde voor een hoge aandeel deelname, is dat er draagvlak is voor het warmtenet. Een duidelijke regie en visie van de gemeente is daarbij essentieel. Een warmtenet is geen haalbare optie voor de kleinere woonkernen in de gemeente. Door een beperkte omvang zal een warmtenet op deze locaties relatief duur uitpakken, het is logischer dat gebouwen in deze gebieden uitwijken naar individuele oplossingen. Van de individuele oplossingen is de hybride warmtepomp het gunstigst. Van de volledig elektrische oplossingen is de lucht/water warmtepomp het gunstigst.

Naast de kwantitatieve resultaten kan er ook een afweging gemaakt worden op basis van kwalitatieve criteria. De voorkeursoplossing op basis van deze twee criteria komen niet altijd overeen. Een mogelijkheid om te toetsen welke oplossing de voorkeur heeft, zou de gemeente met bewoners in gesprek kunnen gaan om te bepalen welke criteria voor hen belangrijk zijn.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 2

1.3

Aanvullende overwegingen

Hieronder volgen nog enkele aanvullende overwegingen: Warmtebronnen voor warmtenetten De meest interessante warmtebronnen zijn: ➢ ➢

Brummen: Eerbeek:

Warmte uit het oppervlaktewater van de IJssel Warmte uit de waterzuivering die gekoppeld is aan de lokale (papier)industrie

Warmtenet concept Een warmtenet op ‘midden temperatuur’ (MT) is interessanter dan een systeem wat warmte levert op ‘lage temperatuur’ (LT) of ‘zeer lage temperatuur’ (ZLT, bronnet). Voordelen van een MT-warmtenet zijn: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Centrale opwaardering tot een nuttige temperatuur (schaalvoordeel) Minder belasting van het elektrisch distributienet op wijk/buurtniveau Minder complex op gebouwniveau Minder ruimtebeslag op gebouwniveau, zoals extra booster systemen voor warm tapwater Minder aanpassingen op gebouwniveau, waaronder isolatiemaatregelen en afgiftelichamen om (bestaande, oudere) gebouwen geschikt te maken voor lagere temperatuur

Keerzijde van een MT-warmtenet zijn: ➢ ➢

Grotere warmteverliezen in het systeem De geleverde temperatuur is hoger dan gebouwen met een goed energielabel werkelijk nodig hebben

Warmtelevering en bedieningsgebieden Onderzocht is welke wijken en buurten in Brummen en Eerbeek het meest interessant zijn voor een warmtenet. Voor beide woonkernen is een ‘basis’ en een ‘uitgebreid’ leveringsgebied ingetekend, zie Figuur 1 en Figuur 2. Per leveringsgebied is onderzocht of een warmtenet financieel aantrekkelijk is ten opzichte van een individuele warmtepomp. De belangrijkste resultaten zijn opgenomen in Tabel 1. Te zien is dat het gemiddeld per aansluiting in Brummen financieel aantrekkelijker is om te kiezen voor individuele warmtepompen. In Eerbeek is de TCO vergelijkbaar voor zowel het warmtenet als de warmtepomp.

Figuur 1 De verschillende bedieningsgebieden zoals doorgerekend voor een ‘midden temperatuur’ warmtenet in Brummen. De figuur links betreft een warmtenet met het ‘basis bedieningsgebied’ en de figuur rechts een warmtenet met ‘uitgebreid bedieningsgebied’.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 3

Figuur 2 De verschillende bedieningsgebieden zoals doorgerekend voor een ‘midden temperatuur’ warmtenet in Brummen. De figuur links betreft een warmtenet met het ‘basis bedieningsgebied’ en de figuur rechts een warmtenet met ‘uitgebreid bedieningsgebied’. Tabel 1 Vergelijk van de Warmtetool resultaten voor de verschillende leveringsgebieden zoals weergegeven in Figuur 1 en Figuur 2. Per gebied is ook opgenomen wat de gemiddelde kosten per aansluiting zijn, als in die gebieden wordt gekozen voor een warmtepomp. Naast de kosten is ook weergegeven wat de CO2-reductie ten opzichte van het aardgasreferentie is.

Resultaten Warmtetool

Brummen (basis)

Brummen (uitgebreid)

Eerbeek (basis)

Eerbeek (uitgebreid)

TCO warmtenet

€/WEQ/jaar

€ 1.460

€ 1.470

€ 1.350

€ 1.360

TCO warmtepomp

€/WEQ/jaar

€ 1.300

€ 1.300

€ 1.300

€ 1.310

TNK warmtenet

€/WEQ/jaar

€ 1.450

€ 1.470

€ 1.270

€ 1.290

TNK warmtepomp

€/WEQ/jaar

€ 1.220

€ 1.220

€ 1.220

€ 1.230

CO2-reductie t.o.v. aardgas referentie (warmtenet)

%

60%

60%

60%

60%

CO2-reductie t.o.v. aardgas referentie (warmtepomp)

%

87%

87%

87%

87%

Indicatie tijdslijn bij ontwikkeling van een warmtenet in Eerbeek Een warmtenet in Eerbeek wordt al onderzocht en ontwikkeld, daarbij ligt er een indicatieve tijdslijn. Een opzet hiervan wordt gegeven in Figuur 4. Warmtelevering aan de eerste afnemers is in dat geval voorzien voor 2027.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 4

Figuur 3 Indicatieve tijdlijn tot 2032 voor Eerbeek, in lijn met de fases zoals weergegeven in Figuur 5.

Richting aardgasvrij in gebieden waar geen warmtenet is voorzien Aan de hand van het afwegingskader voor de clustering (Bijlage G) is bepaald dat niet alle dorpskernen, wijken, buurten en buitengebieden een warmtenet als gangbare optie zullen krijgen. Deze wijken zullen (grotendeels) aardgasvrij worden door een overstap naar de individuele warmtepomp. De gemeente kan hierin sturen naar een mogelijke isolatieaanpak, collectieve inkoopactie en/of subsidieregeling om deze bewoners te ondersteunen in dit proces. Dit kan helder en concreet worden opgenomen in het ‘Warmteprogramma’ zoals de gemeente in 2026 zal moeten uitwerken. De belangrijkste varianten gebouwen individueel elektrisch aardgasvrij te maken zijn: ➢ ➢ ➢

Een lucht-water warmtepomp, dit systeem maakt gebruik van de buitenlucht om bruikbare warmte te leveren Een bodemwarmtepomp, dit systeem maakt gebruik van de ondergrond om bruikbare warmte te leveren Een hybride warmtepomp, dit systeem maakt gedeeltelijk gebruik van de buitenlucht om warmte te leveren en het restant wordt aangevuld door een aardgas.

Individuele warmtepompen zijn een (extra) belasting van het elektriciteitsnet in wijken en buurten. De netbeheerder moet deze energiebehoefte wel kunnen leveren. Het is dan ook per wijk belangrijk om in samenspraak met de netbeheerder te verkennen welk plan er ligt om de elektrische infrastructuur toereikend te houden. Een ander alternatief om te verwarmen is de overstap naar een duurzaam gas. Voorbeelden zijn biogas, groen gas en groene waterstof. Uit biomassa kan biogas worden geproduceerd, de samenstelling van dit gas is echter wel anders dan ons normale aardgas. Het is daarom geen optie om biogas zonder meer in het gasnet in te voeden, in dat geval moet het eerst worden opgewerkt tot groen gas met dezelfde samenstelling als aardgas. Schaarste in het aanbod van biogas en de extra stappen om groen gas te verkrijgen maken dat duurzaam gas niet op korte termijn inzetbaar is om grote delen van de gemeente aardgasvrij te maken. Het aanbod van (groene) waterstof is tot 2040 ook schaars, tot die tijd wordt niet verwacht dat er voldoende waterstof beschikbaar is om gebouwen mee te verwarmen.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 5

Inhoud 1

Samenvatting

2

1.1

Project doelstelling

2

1.2

Conclusies

2

1.3

Aanvullende overwegingen

3

2 3

Begrippenlijst Achtergrond

7 10

3.1

Behoefte van de gemeente

10

3.2

Insteek van het onderzoek

10

4

Aanpak 11 4.1

Methode

11

4.2

Tools

11

4.3

Uitgangspunten

12

5

Situatie 14 5.1

Verdeling van de gemeente Brummen in vraagclusters

14

5.2

Analyse warmtebronnen Brummen

14

5.3

Analyse warmtebronnen Eerbeek

16

5.4

Analyse eigenschappen en warmtevraag per cluster

18

6

Inzichten

21

6.1

Inzichten Brummen

21

6.2

Inzichten Eerbeek

29

6.3

Inzichten kleine woonkernen in de gemeente Brummen

38

6.4

Inzichten kwalitatieve criteria

39

7

Conclusies

40

7.1

Conclusie Brummen

40

7.2

Conclusie Eerbeek

40

7.3

Conclusie kleine woonkernen in de gemeente Brummen

42

7.4

Aanbevelingen

43

Bijlage A. Bijlage B. Bijlage C. Bijlage D. Bijlage E. Bijlage F. Bijlage G. Bijlage H.

Verzamelde inzichten warmtevraag in gemeente Brummen Verzamelde inzichten warmtebronnen in Brummen WKO-bodemanalyse VHGM Data in cijfers: getallen bij doorrekening van Brummen en Eerbeek Doorrekening clusters individuele oplossingen Afwegingskader technieken en bronnen Toelichting op gebruikte tools Gevoeligheidsanalyse

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 6

44 51 53 55 59 61 62 65

2 Begrippenlijst Hieronder is een begrippenlijst opgenomen met termen die later in deze rapportage worden gebruikt. Begrip/ afkorting

Toelichting

BAK

Bijdrage aansluitkosten De bijdrage die betaald moet worden door pand-eigenaren om een aansluiting op het warmtenet te krijgen. Deze bijdrage is vaak de sluitpost voor de businesscase van een warmtenet.

FID

Financial Investment Decision Op het moment dat er een FID is genomen, dan zijn de bestuurders van de samenwerkende partijen akkoord om te investeren. Met een FID wordt kapitaal gealloceerd en zijn er bindende afspraken over planningen.

GJ

Gigajoule Een energie-eenheid waar veelal een hoeveelheid warmte in wordt uitgedrukt. Eén GJ warmte is gelijk aan ruim 277 kWh.

IOK

Intentieovereenkomst Een eerste overeenkomst tussen belanghebbenden om de gedeelde intentie bij de ontwikkeling van een aardgasvrije voorziening op papier te zetten. De afspraken in een IOK zijn relatief vrijblijvend, maar zijn een duidelijke indicatie dat partijen op de hoogte zijn van een ontwikkeling en de daarbij gehanteerde uitgangspunten.

ISDE

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing Subsidieregeling van de overheid ter ondersteuning van kleinschalige energie opwek- en besparingsmaatregelen.

kW

Kilowatt Een eenheid voor het (piek)vermogen wat een systeem kan leveren. Met een toevoeging kan worden aangegeven welk type energie het betreft, in het geval van warmte (thermisch) wordt kW th gebruikt en voor elektriciteit kWe

kWh

Kilowattuur Een energie-eenheid waar veelal een hoeveelheid elektriciteit in wordt uitgedrukt. Duizend kWh is gelijk aan 1 MWh en dus 3.6 GJ.

LT

Lage temperatuur Warmte met een temperatuur typisch lager dan 50°C

MT

Midden temperatuur Warmte met een temperatuur typisch tussen 50°C en 70°C

MW

Megawatt Een eenheid voor het (piek)vermogen wat een systeem kan leveren. Conversie tussen kW en MW kan met een factor 1.000.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 7

Begrip/ afkorting

Toelichting

Participatiegraad

Het percentage woningen van het totaal binnen een gebied dat aansluit op het warmtenet. Als 8 op de 10 gebouwen aansluit, dan spreken we van een participatiegraad van 80%. De businesscase van een warmtenet is sterk afhankelijk van de participatiegraad.

SAH

Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen Subsidieregeling van de overheid ter ondersteuning van kleinschalige energie opwek- en besparingsmaatregelen voor eigenaren van verhuurde woningen.

SDE++

Stimulering Duurzame Energie Subsidieregeling van de overheid ter ondersteuning van realisatie grootschalige duurzame energie opwek.

SO, VO, DO

Schetsontwerp, voorlopig ontwerp, definitief ontwerp Verschillende stadia van het ontwerp van een warmtenet, waarbij elke stap gedetailleerder is dan de vorige en meer aspecten meeneemt in het ontwerp.

SOK

Samenwerkingsovereenkomst Een verdieping op de IOK, waarbij de voorwaarden voor onderlinge samenwerking in concrete termen en uitgangspunten worden vastgelegd. Een SOK bevat bijvoorbeeld een duidelijke afspraken waarbinnen de samenwerkende partijen naar een constructieve oplossing zoeken. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat een partij uit de onderhandeling kan stappen, als blijkt dat er niet aan de voorwaarden wordt voldaan.

TCO

Total Cost of Ownership Total Cost of Ownership zijn alle kosten en baten inclusief BTW voor een eigenaar-bewoner (of bijvoorbeeld eigenaar + huurder), zoals isolatie, warmtepomp, onderhoud, aansluitkosten warmtenet, warmtetarief, elektriciteit, energiebelasting, maar ook subsidies en teruglevering vergoeding elektra. In de tabellen hebben we de TCO teruggerekend naar de gemiddelde kosten per woning per jaar. Voorbeeld: Naast de energierekening moet een gebruiker rekening houden met onderhoud en vervangingskosten van de eigen energievoorziening. Al deze kosten vormen gezamenlijk de TCO. Wanneer er over wordt gestapt naar een aardgasvrije warmtevoorziening kunnen extra investeringen nodig zijn, bijvoorbeeld voor isolatie. Dit telt op bij de TCO.

TEA

Thermische Energie uit Afvalwater Een duurzame bron van warmte. Bij deze bron wordt de warmte uit afvalwater van een gemaal of rioolwaterzuivering gehaald om te benutten voor een warmtesysteem. Een WKO is optioneel, aangezien het aanbod vanuit TEA relatief constant is gedurende het jaar.

TEO

Thermische Energie uit Oppervlaktewater Een duurzame bron van warmte. Bij deze bron wordt de warmte uit het oppervlaktewater van een open water gehaald om te benutten voor een warmtesysteem. TEO wordt in veel gevallen gecombineerd met een warmte koudeopslag (WKO) in de ondergrond. Deze WKO dient als seizoensopslag, zodat warmte uit de zomer gebruikt kan worden in de winter.

TNK

Totale Nationale Kosten Nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om een scenario uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 8

Begrip/ afkorting

Toelichting maar exclusief binnenlandse kasstromen zoals belastingen, heffingen en subsidies. Deze kasstromen zijn betalingen van de ene groep aan de andere, die de netto kosten voor beide groepen tezamen (voor de hele natie) niet beïnvloeden. In de tabellen hebben we de TNK teruggerekend naar de gemiddelde kosten per woning per jaar. Voorbeeld: Als de ene groep Nederlanders belasting betaalt en de overheid deze inkomsten als subsidie uitkeert aan een andere groep, dan zijn er netto geen kosten gemaakt. De nationale kosten zijn dan dus nul (0), terwijl het toch heel verschillend wordt ervaren door specifieke groepen.

WEQ

Woningequivalent Een WEQ is een eenheid van warmtevraag en is in dit rapport gedefinieerd als 30 GJ/jaar, oftewel de warmtevraag van een gemiddeld huishouden. Op deze manier kan het totaalverbruik van grootverbruikers worden omgerekend naar een aantal ‘gemiddelde’ woningen.

Warmteprogramma

Het ‘Warmteprogramma’ is de 2026 update van de Transitievisie Warmte (TVW) zoals Nederlandse gemeenten in uiterlijk 2021 hebben opgesteld. Dit programma bevat een tijdspad waarin de gemeente aangeeft welke aardgasvrije oplossing per buurt is voorzien en wanneer deze buurten de overstap maken richting aardgasvrij.

WIS

Warmtenet Investeringssubsidie Subsidieregeling van de overheid ter ondersteuning van collectieve warmtesystemen.

WOS

Warmteoverdrachtstation Een technische ruimte die de warmte van het transportnet overbrengt naar het distributienet. Op het WOS staan veelal ook piek / back-up voorzieningen opgesteld.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 9

3 Achtergrond De gemeente Brummen werkt aan de warmtetransitie, zodat gebouwen in de gemeente in de toekomst aardgasvrij worden verwarmd. De gemeente Brummen wil zelf weten welke warmtebronnen (regionaal of lokaal) inzetbaar zijn voor verschillende buurten en wijken. Dit moet inzicht geven in de uitvoeringsagenda voor de komende tien jaar. Een onderzoek moet daarom duidelijk maken welke buurten / wijken in aanmerking komen voor een warmtenet en welke toewijzing van warmtebronnen dan het meest passend is. Dat schept duidelijkheid voor alle belanghebbenden in de gemeente. Sweco heeft in 2021 een haalbaarheidsonderzoek voor Eerbeek uitgevoerd, een update van dat rapport is voorzien in mei 2024. De beschikbare studie van Sweco is tijdens dit onderzoek als eerste uitgangspunt genomen.

3.1

Behoefte van de gemeente

Deze bronnenstrategie heeft als doel om duidelijkheid te bieden over de mogelijke inzet en toewijzing van duurzame warmtebronnen op clusterniveau, met daarbij een indicatieve tijdslijn voor de komende 10 jaar.

3.2

Insteek van het onderzoek

De bronnenstrategie brengt het warmteaanbod en -vraag in kaart, geeft duidelijkheid welke bronnen in welke buurten/wijken het beste inzetbaar zijn en welke kosten hierbij horen. Ook geeft het onderzoek een indicatieve uitvoeringsagenda voor de komende tien jaar. De focus van dit onderzoek ligt op het vinden en onderbouwen van een technische match tussen bronnen en afnemers. Ook maken we inzichtelijk hoeveel een aansluiting op een warmtenet de afnemer gaat kosten, inclusief de vergelijking met een overstap naar een individuele warmtepomp. Met die inzichten kan de gemeente met lokale belanghebbenden een inhoudelijk gesprek voeren over de warmtetransitie.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 10

4 Aanpak In dit hoofdstuk leggen we kort uit hoe we dit onderzoek hebben opgezet. Ook geven we een korte omschrijving van de tools (rekenmodellen) die we hebben ingezet en welke uitgangspunten we daarbij hebben gebruikt.

4.1

Methode

Figuur 4 hieronder geeft globaal weer welke stappen er zijn doorlopen om tot deze bronnenstrategie te komen. In het eerste deel van het project hebben we een uitgebreide inventarisatie gedaan op de gemeente Brummen. Hieruit hebben we opgemaakt op welke plekken er interessante combinaties van bronnen en vraagclusters liggen. Deze inzichten zijn verwerkt in verschillende overzichtskaarten. De combinaties van bronnen en vraagclusters hebben we doorgerekend met de Greenvis Warmtetool (zie paragraaf 4.2). Op die manier maken we de technische en financiële haalbaarheid concreet inzichtelijk. En voorbeeld hiervan is een indicatie van de prijs waarvoor warmte kan worden geleverd aan afnemers van een warmtenet1. De verzamelde inzichten zijn verwerkt in deze rapportage. Bij afronding van dit project zijn de resultaten zoals beschreven in dit rapport gepresenteerd.

Figuur 4 Projectstappen zoals doorlopen voor de bronnenstrategie Brummen.

4.2

Tools

We hebben voor dit onderzoek verschillende tools ingezet, hieronder volgt een korte toelichting. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar Bijlage G. 4.2.1

Overzichtskaarten

De kaarten die we hebben opgemaakt voor dit onderzoek zijn gemaakt met QGIS. Op de achtergrond hebben we daarbij gebruik gemaakt van verschillende applicaties waarmee we informatie uit databases vertalen naar overzichtskaarten. Aan de hand van de overzichtskaarten hebben we de gemeente verdeeld in verschillende ‘vraagclusters’. In hoofdstuk 5 staan we hier uitgebreider bij stil.

1 Let op dat dit een indicatieve warmteprijs is, gebaseerd op aannames en inzichten zoals tot dusver bekend. In de praktijk wordt een warmteprijs vastgesteld door het warmtebedrijf. P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 11

Alle eigenschappen van de verschillende vraagclusters verzameld, om het als basis te gebruiken in een afwegingskader voor clusters. Gecombineerd met weegfactoren hebben we daarmee inzichtelijk gemaakt welke vraagclusters het meest interessant zijn om d.m.v. een warmtenet aardgasvrij te worden. 4.2.2

De Warmtetool

De Warmtetool van Greenvis is een uitgebreid rekenmodel, speciaal ontwikkeld om snel warmtescenario’s door te rekenen. Deze tool maakt onder meer inzichtelijk of er een potentieel haalbare businesscase voor een warmtenet aanwezig is, wat de kosten voor de afnemer zijn en hoe hoog de nationale kosten voor een oplossingsrichting zijn. We staan zodoende uitgebreid stil bij de financiële afweging tussen verschillende oplossingsrichtingen. Dit doen we vanuit onze overtuiging dat de keuze voor een warmtenet financieel uitlegbaar zijn, omdat (een deel van de) potentiële afnemers anders zal kiezen voor een alternatief. 4.2.3

De tijdslijn

De gemeente heeft naast het toekennen van de warmtebronnen ook behoefte aan een tijdlijn bij de ontwikkeling van lokale warmtenetten. Dit biedt een eerste inzicht voor lokale inwoners en stakeholders. De ontwikkeling en realisatie van warmtenetten zijn langlopende projecten van meerdere jaren. Om beter inzicht te geven bij de verschillende fases van een warmtenet ontwikkeling heeft Greenvis het handvat ‘Leiding over Warmte’ uitgewerkt. Daarin onderscheiden we de fases en mijlpalen zoals opgenomen in Figuur 5.

4.3

Uitgangspunten

Tijdens de tussentijdse overleggen zijn er uitgangspunten afgesproken waar met de doorrekening van de Warmtetool uitgegaan wordt. Denkend aan de participatiegraad, isolatiewaarde, temperatuur van het warmtenet, de piekvoorziening en op welke manier de BAK meegenomen wordt in deze studie. 4.3.1

Participatie

Bij doorrekeningen met de Warmtetool gaan we uit van een participatiegraad van 80% in het bedieningsgebied van een warmtenet. Onze aanname is dus dat 8 op de 10 woningen op het warmtenet wordt aangesloten. 4.3.2

Isolatiegraad

Een uitgangspunt is dat gebouwen worden geïsoleerd naar het niveau waarop comfortabel kan Figuur 5 Verschillende fases met bijbehorende milestones om te worden verwarmd. Dat wil zeggen dat woningen doorlopen bij de ontwikkeling van een warmtenet, zoals verder aangesloten op een midden temperatuur (MT, 70°C) uitgewerkt in de ‘Leiding over Warmte’ van Greenvis. Na de fase ‘bouwen’ wordt gestart met exploitatie van het warmtenet. warmtenet naar label D moeten isoleren en woningen die verwarmd worden met een warmtepomp (lage temperatuur, 50°C) naar minimaal label B worden geïsoleerd. 4.3.3

Temperatuur van het warmtenet

Het uitgangspunt waarbij gerekend gaat worden met een midden temperatuur (MT) warmtenet is tot stand gekomen doordat bijna alle verblijfsobjecten in het warmtenet gebied voorzien zijn van een midden temperatuur warmteprofiel

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 12

(Figuur 41 & Figuur 42). Dit wil zeggen dat er weinig tot geen gebouwaanpassingen nodig zijn om deze woningen aan te sluiten op een MT warmtenet. In het geval van individuele oplossingen of lage temperatuur oplossingen zijn wel verschillende gebouwaanpassingen nodig om deze gebouwen met een betaalbare energierekening comfortabel te verwarmen. 4.3.4

De piekvoorziening

Als piekvoorziening voor het warmtenet wordt uitgegaan van een aardgas ketel. De reden hiervoor is dat elektrische piekketels voor een aanzienlijk slechtere businesscase zorgen door de hogere kosten voor elektra per energiehoeveelheid. Bij het ontwikkelen van het warmtenet gaan we ervan uit dat er WIS-subsidie wordt verkregen. 4.3.5

De Bijdrage Aansluitkosten (BAK)

Bij het uitvoeren van isolatiemaatregelen, het aanschaffen van een warmtepomp of het betalen van de bijdrage aansluitkosten (BAK) voor een warmtenet gaan we ervanuit dat de gebouweigenaar ISDE-subsidie ontvangt. Woningcorporaties kunnen geen ISDE-subsidie ontvangen, maar hebben in ruil daarvoor recht op SAH subsidie. Deze subsidie is ongeveer even hoog als de ISDE-subsidie en daarom wordt er geen onderscheid gemaakt tussen woningcorporatie of particulier bezit in de (TCO) berekeningen.

De BAK wordt als sluitpost gebruikt om de businesscase van het warmtenet sluitend te krijgen. Als er zónder BAK ook een sluitende businesscase haalbaar is, dan wordt aangenomen dat het warmtebedrijf een korting op het maximale ACM-tarief toepast.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 13

5 Situatie In dit hoofdstuk presenteren we de belangrijkste inzichten die bijdragen aan deze bronnenstrategie.

5.1

Verdeling van de gemeente Brummen in vraagclusters

Aan de hand van de beschikbare informatie is de gemeente Brummen verdeeld in ‘vraagclusters’, zie Figuur 6. De relatief grotere woonkernen Brummen en Eerbeek zijn daarbij verdeeld in meerdere clusters. In de volgende paragrafen (5.2 & 5.3) wordt specifieker gekeken naar deze woonkernen. Elk van de vraagclusters heeft voor deze bronnenstrategie een uniek label gekregen. Dit maakt het makkelijker om gericht aan te geven wat de inzichten per cluster zijn. Voor gebieden buiten de bebouwde kom is gekozen voor grotere clusters, aangezien een warmtenet op deze locaties geen voor de hand liggende optie is.

Figuur 6 Overzichtskaart van de gehele gemeente Brummen met verdeling in losse ‘vraagclusters’ en de meest prominente warmtebronnen. Per clusters is bekeken welke oplossingen om aardgasvrij te verwarmen mogelijk zijn. Omdat in het buitengebied geen warmtenet wordt voorzien, zijn de clusters hier relatief groot gekozen.

5.2

Analyse warmtebronnen Brummen

Figuur 7 laat zien op welke locatie er duurzame warmte is in woonkern Brummen en in welke vraagclusters het dorp is onderverdeeld. Een korte toelichting per bron is opgenomen in Tabel 2. Voor een uitgebreidere omschrijving verwijzen we naar Bijlage B. 5.2.1

De IJssel

De grootste en meest voor de hand liggende warmtebron voor een eventueel warmtenet in Brummen is ‘Thermische Energie uit Oppervlaktewater’ (TEO) van de IJssel. Dit wordt ook wel aquathermie genoemd. De IJssel – en daarmee dus P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 14

de bron voor een eventueel warmtenet – loopt op ongeveer 1km ten oosten van Brummen. De potentie van de IJssel is groot, maar moet gecombineerd worden met seizoensopslag om de warmte uit de zomer te kunnen benutten in de winter. Dit wordt normaliter door middel van warmte-koude opslag (WKO) in de bodem gedaan. Uit onderzoek door VHGM is gebleken dat er risico’s bestaan in de ondergrond door de nabijgelegen heuvelruggebieden, maar dat er verwacht wordt dat de bodem alsnog aan de opslag potentie kan voldoen. Naast TEO uit de IJssel is het ook mogelijk om warmte te leveren vanuit een ‘maakbare’ warmtebron. Voorbeelden hiervan zijn een collectieve lucht/water warmtepomp of zonthermie. Grootschalige inzet van zonthermie vereist het gebruik van een seizoensopslag voor warmte en een aanzienlijk ruimtebeslag (zonneweide). Dit maakt grootschalige inzet van zonthermie relatief duur ten opzichte van TEO. 5.2.2

Collectieve lucht-water warmtepomp

Een collectieve lucht-water warmtepomp kan een warmtenet ook voorzien van warmte. Een voordeel is dat deze warmtepomp dichter bij het afzetgebied kan worden gerealiseerd. Dit scheelt een 1km transportleiding, zoals wel nodig is in het geval van TEO uit de IJssel. Een keerzijde is dat het energieverbruik van een collectieve lucht-water warmtepomp afhankelijker zal zijn van de buitentemperatuur, met name in het stookseizoen zal het elektriciteitsverbruik relatief hoog zijn ten opzichte van TEO. In de analyse van verschillende oplossingsrichtingen is de optie van TEO uit de IJssel afgezet tegen een warmtenet met collectieve lucht-water warmtepomp (LWP) als bron en een scenario waarin gebouwen voor individuele oplossingen kiezen.

Figuur 7 Overzichtskaart van het dorp Brummen met verdeling in ‘vraagclusters’ en locatie van TEO als duurzame warmtebron. Elk van de vraagclusters heeft een label gekregen, dit maakt de analyse en het gesprek makkelijker. In de bijlage zijn uitgebreide overzichtskaarten bijgevoegd, met onder meer de indeling van de gehele gemeente.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 15

5.3

Analyse warmtebronnen Eerbeek

Figuur 8 laat zien op welke locatie er duurzame warmte is in woonkern Eerbeek en in welke vraagclusters het dorp is onderverdeeld. Bij de clusterverdeling van Eerbeek zijn (in overleg met de gemeente) de eerder door Sweco opgestelde clusters aangehouden. Voor een uitgebreider omschrijving bij de warmtebronnen verwijzen we naar Bijlage B. De grootste en meest voor de hand liggende warmtebron voor een eventueel warmtenet in Eerbeek is ‘Thermische Energie uit Afvalwater’ (TEA) van Industriewater Eerbeek (IWE). Het effluent uit de IWE stroomt via een ‘waterrotonde’ naar de verschillende papierfabrieken en moet worden gekoeld. De warmte die hierbij vrijkomt kan tijdelijk worden opgeslagen in een ondergrondse WKO, zodat het op een later moment bruikbaar is voor een warmtenet. Ook in Eerbeek is het mogelijk om een warmtenet te voorzien met ‘maakbare’ bronnen, zoals een collectieve lucht/water warmtepomp of zonthermie. Hierbij gelden dezelfde overwegingen zoals genoemd voor Brummen, zie paragraaf 5.2. In de analyse van de verschillende oplossingsrichtingen is de optie van TEA van IWE afgezet tegen een warmtenet met collectieve lucht-water warmtepomp (LWP) als bron en een scenario waarin gebouwen voor individuele oplossingen kiezen.

Figuur 8 Overzichtskaart van Eerbeek met verdeling in ‘vraagclusters’ en locatie van duurzame warmte vanuit het IWE.

5.3.1

Samenvattend

De benodigde informatie, potentie en reden waarom bepaalde bronnen doorgerekend of afgevallen zijn in de gemeente brummen zijn samengevat in Tabel 2.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 16

Tabel 2 Samenvatting en opmerkingen bij verschillende warmtebronnen in de gemeente Brummen.

Naam

Type

Potentie

Opmerkingen

Bestaande bron (Warmte uit het oppervlaktewater van de IJssel)

Groot; lage temperatuur

Een combinatie met opslag in een WKO-systeem is met TEO standaard.

Doorgerekende warmtebronnen (Brummen) Aquathermie (TEO)

Analyse van VHGM laat zien dat de ondergrond potentie biedt voor WKO. In het geval TEO in Brummen moet de afstand tussen de IJssel en Brummen (ca. 1km) worden overbrugd. Dit is een extra investering.

(Eerbeek) Aquathermie (TEA)

Bestaande bron (Warmte uit afvalwater)

Medium; lage temperatuur

Warmte uit afvalwater is gedurende het jaar continue beschikbaar, combinatie met een WKO is hierdoor geen vereiste. Het effluent van IWE is relatief warm, hierdoor zal een collectieve warmtepomp efficiënt zijn.

(Brummen/ Eerbeek)Collectiev e lucht/water warmtepomp

Maakbare bron (Warmte uit de buitenlucht)

Afhankelijk van ontwerp

Een grootschalige (industriële) warmtepomp is relatief goedkoop t.o.v. individuele warmtepompen. Interessanter voor de netbeheerder, omdat er één grote netaansluiting is in plaats van vele kleine aansluitingen. Hou rekening met gebouw- en omgevingsgeluid vereisten.

Afgevallen warmtebronnen Zonthermie

Maakbare bron (Warmte van de zon)

Afhankelijk van ontwerp

Een zonneweide kan duurzame warmte produceren uit zonlicht. Zonthermie wordt in veel gevallen als ‘aanvullende’ warmtebron ingezet. Dit om de investering in opslag van warmte beperkt te houden. Een combinatie met warmteopslag is wel een vereiste. Hou rekening met dit extra ruimtebeslag en kosten. Hierom is deze bron in deze studie afgevallen.

Duurzame gassen

Maakbare bron

Afhankelijk van ontwerp

Schaarste in het aanbod van biogas en de extra stappen om groen gas te verkrijgen maken dat duurzaam gas niet op korte termijn inzetbaar is om grote delen van de gemeente aardgasvrij te maken. Het aanbod van (groene) waterstof is tot 2040 ook schaars, tot die tijd wordt niet verwacht dat er voldoende waterstof beschikbaar is om gebouwen mee te verwarmen.

Geothermie

Maakbare bron,

Onbekend

Warmte uit de ondergrond

Doordat de potentie van geothermie onbekend is is deze niet meegenomen wel wordt deze in een later

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 17

Naam

Type

Potentie

Opmerkingen stadium onderzocht waardoor dit in de toekomst een potentiële bron kan zijn.

Overige restwarmte

Bestaande bron

Onvoldoende

De overige restwarmtebronnen hebben onvoldoende potentie voor de clusters of kunnen geen leveringsgarantie bieden om deze woningen voor een bepaalde tijd van warmte te kunnen voorzien

5.4

Analyse eigenschappen en warmtevraag per cluster

Per vraagcluster hebben we de specifieke eigenschappen inzichtelijk gemaakt. Voorbeelden van deze eigenschappen zijn de warmtevraagdichtheid, het aandeel corporatiebezit en het percentage hoogbouw. Hiermee maken we het mogelijk om de vraagclusters onderling te vergelijken. Deze zijn met behulp van kaarten weergegeven in Bijlage A en in de tabel te vinden in Bijlage E staan per cluster de woningtypes en energielabels. Alle eigenschappen hebben we samengebracht in een ‘afwegingskader’, zie Bijlage G. In dit afwegingskader zijn aan onderling vergelijkbare eigenschappen scores toegekend. De opgetelde scores laten zien welke clusters het meest interessant zijn om een warmtenet te overwegen. De overzichtskaarten in Figuur 9 en Figuur 10 laten zien welke clusters in Brummen en Eerbeek het meest interessant zijn voor een warmtenet. Het is belangrijk om op te merken dat dit niet betekent dat hier een warmtenet komt, deze overzichtskaarten laten hooguit zien welke clusters het meest interessant zijn voor een warmtenet. Een warmtenet in de buitengebieden is niet interessant. De kosten van een warmtenet schalen namelijk 1-op-1 mee met de lengte van het tracé. In het buitengebied zijn er veel meters warmteleiding nodig om panden aan te sluiten, dat zou een warmtenet onacceptabel duur maken. Dat betekent dat panden in de buitengebieden op een andere manier aardgasvrij moeten worden.

Opties zijn dan om over te stappen naar een elektrische voorziening of een duurzaam gas. Voorbeelden zijn een elektrische (hybride) warmtepomp of een voorziening met (lokaal) biogas.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 18

Figuur 9 Overzichtskaart van Brummen, waarbij de kleur per vraagcluster laat zien waar een warmtenet interessant kan zijn. In Brummen zijn dit specifiek de buurten: centrum, Brummense Enk Oost, en Brummense Enk West.

Figuur 10 Overzichtskaart van Eerbeek, waarbij de kleur per vraagcluster laat zien waar een warmtenet interessant kan zijn. In Eerbeek zijn dit specifiek de buurten centrum en Noorder enk.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 19

Figuur 11 Overzichtskaart van de gehele gemeente Brummen. De buitengebieden zijn niet interessant voor een warmtenet. Een warmtenet is hooguit interessant in de dorpen Brummen en Eerbeek.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 20

6 Inzichten In dit hoofdstuk combineren we de bronnen met vraagclusters zoals omschreven in hoofdstuk 5. Hierdoor ontstaat de bronnenstrategie voor de gemeente Brummen, ofwel een onderbouwing bij het toewijzen van warmtebronnen aan specifieke afnemers. Deze bronnenstrategie legt daarmee een basis voor de update van de Transitievisie Warmte. De inzichten voor de woonkernen Brummen en Eerbeek worden in de volgende stappen toegelicht: Warmteconcepten en warmtebronnen

6.1

Bedieningsgebieden van een warmtenet

Analyse van resultaten bij warmtenet opties

Inzichten Brummen

In deze paragraaf behandelen we de inzichten voor woonkern Brummen. 6.1.1

Selectie van warmteconcept en warmtebronnen

Rondom de dorpskern Brummen liggen niet veel verschillende bestaande warmtebronnen met duurzame warmte. In Brummen is met name de warmte uit het oppervlaktewater van de IJssel interessant. Dit type warmtebron wordt ook wel ‘Thermische Energie uit Oppervlaktewater’ (TEO) of kortweg aquathermie genoemd. De potentie van de IJssel is voldoende om geheel Brummen van warmte te voorzien. De inzet van TEO wordt typisch gecombineerd met een warmteopslag. Zo kan warmte uit de zomer worden bewaard totdat er behoefte aan is in de winter. Om lage temperatuur warmte op te slaan wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van ‘Warmte- en Koudeopslag’ (WKO) in de ondergrond. Warmte uit de IJssel is niet direct geschikt om woningen mee te verwarmen of als warm tapwater. Eerst moet dan de temperatuur worden verhoogd, hierbij wordt een warmtepomp ingezet. Deze warmtepomp kan op verschillende locaties in het systeem worden geplaatst: a) Nabij de bron, waarna transport en distributie op ‘midden temperatuur’ volgt (Figuur 12) b) Op de onderstations, waarna distributie op ‘midden temperatuur’ volgt (Figuur 13) c) Bij de afnemer, zodat elke afnemer een maatwerk oplossing krijgt (Figuur 14)

Figuur 12 Schema bij een warmtenet met transport en distributie op ‘midden temperatuur’. Een centrale warmtepomp nabij de bron gebruikt warmte uit de bron en/of WKO en levert de ‘midden temperatuur’ aan het systeem.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 21

Figuur 13 Schema bij een warmtenet met distributie op ‘midden temperatuur’. Centrale warmtepompen per onderstation (OS) gebruiken de warmte van de transportleiding en leveren ‘midden temperatuur’ aan de distributienetten.

Figuur 14 Schema bij een warmtenet met transport en distributie op ‘zeer lage temperatuur’ (ZLT). Warmtepompen in de woningen gebruiken de ZLT warmte uit het distributienet om warmte van de gewenste temperatuur te produceren. Dit biedt kansen voor maatwerk oplossingen per gebouw, plus kansen voor de levering van koude. Een keerzijde is wel dat er grotere aantallen (kleine) warmtepompen nodig zijn. Ook zullen gebouweigenaren in dit systeem meer moeten investeren in isolatie.

Het gemiddeld energielabel van gebouwen in de clusters die het meest potentieel hebben voor een warmtenet in Brummen is C. Dat betekent dat gebouweigenaren bij een keuze voor warmtelevering van ‘zeer lage temperatuur’ (ZLT, Figuur 14) flink moeten investeren in isolerende maatregelen. Ook moet er in alle gebouwen ruimte worden gevonden voor een warmtepomp plus toebehoren. Verder zullen de decentrale warmtepompen het elektriciteitsnet in de wijk extra belasten. Op basis van deze financiële en technische argumenten concluderen we dat een ZLT / bronnet systeem weinig aantrekkelijk is voor Brummen. Mocht er op basis van andere criteria zoals benoemd in het kwalitatieve afwegingskader (Bijlage F) alsnog de keuze op een ZLT / bronnet vallen, dan zal de gemeente dit warmteconcept op andere manieren aantrekkelijker moeten maken voor inwoners. Bij de keuze tussen het plaatsen van de warmtepomp op het WOS of per OS merken we op dat een systeem met centrale opwaardering (Figuur 12) efficiënter valt te exploiteren. Ook verwachten wij in het geval van opwaardering nabij de bron (de IJssel) dat er meer ruimte is voor onder meer een opslagvat voor warm water en een piekvoorziening. Ook merken we op dat in het geval van centrale opwaardering de onderstations een kleiner ruimtebeslag hebben. De onderstations hoeven dan immers geen ruimte te bieden aan warmtepompen en een piekvoorziening.

Dit maakt het minder complex om voor de onderstations een geschikte locatie te vinden binnen de gebouwde omgeving. Op basis van bovenstaande overwegingen concluderen we dat een midden temperatuur warmtenet met centrale opwaardering het meest interessant is voor Brummen. Dit concept wordt schematisch weergegeven in Figuur 12. Als alternatief voor het gebruik van aquathermie van de IJssel kan ook een collectieve lucht-water warmtepomp worden ingezet. Schematisch komt het concept er dan uit te zien zoals in Figuur 15. Een voordeel hierbij is dat er minder transportleiding nodig is, aangezien de afstand tot de IJssel niet hoeft te worden overbrugd.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 22

Naast een aquathermie bron en een collectieve lucht-water warmtepomp is er een derde optie om zonthermie in Brummen in te zetten als bron van duurzame warmte. Vanwege het ruimtebeslag in de vorm van zonneweides en de vereiste van grootschalige seizoensopslag is de optie van zonthermie nu buiten beschouwing gelaten.

Figuur 15 Schema bij een warmtenet met transport en distributie op ‘midden temperatuur’ en een centrale lucht-water warmtepomp als bron van het systeem. Dit concept hebben we als alternatief meegenomen, zodat duidelijk wordt of het meerwaarde heeft om aquathermie/ TEO in Brummen in te zetten

6.1.2

Het bedieningsgebied van een warmtenet in Brummen

Aan de hand van de eigenschappen van de verschillende clusters in Brummen is bepaald waar het interessant is om een warmtenet te overwegen. De verschillende clusters zijn onderling vergeleken via een afwegingskader, in Bijlage A hebben we dit in meer detail omschreven. In overleg met de gemeente hebben we twee verschillende ‘bedieningsgebieden’ bepaald. Het betreft daarbij een ‘basis’ en een ‘uitgebreid’ warmtenetgebied in Brummen: -

-

Een warmtenet bestaande uit het basisgebied ‘ in Brummen omvat warmtelevering in de wijken Brummense Enk west, Brummense Enk Oost, Koppelenburg en een deel van het centrum van Brummen. Een dergelijk warmtenet kan maximaal 2.123 aansluitingen voorzien van warmte. Een warmtenet met een ‘uitgebreid bedieningsgebied’ in Brummen omvat warmtelevering in de wijken Brummense Enk West, Brummens Enk Oost, Koppelenburg, Rhienderen Kern, Pothof en een deel van het centrum. Een dergelijk warmtenet kan maximaal 3.008 aansluitingen voorzien van warmte.

Figuur 11 laat zien in welke gebieden de haalbaarheid van een warmtenet is onderzocht.

Figuur 16 De verschillende bedieningsgebieden zoals doorgerekend voor een ‘midden temperatuur’ warmtenet in Brummen. De figuur links betreft een warmtenet met het ‘basis bedieningsgebied’ en de figuur rechts een warmtenet met ‘uitgebreid bedieningsgebied’.

P10200-GBR - Bronnenstrategie Brummen Greenvis / De WarmteTransitieMakers Pagina 23

6.1.3

Analyse van warmtenet opties in Brummen

Aan de hand van de gekozen bedieningsgebieden zullen deze met elkaar vergeleken worden op basis van technischeconomische resultaten. Daarnaast zijn de eigenschappen van deze warmtenetclusters beschreven in Tabel 3. Tabel 3 Samenvatting van de warmtenet opties zoals onderzocht voor de Brummen. Zie Figuur 11 voor een overzichtskaart van de verschillende bedieningsgebieden in Brummen. Brummen

Eigenschappen basis warmtenet

Eigenschappen uitgebreid warmtenet

Opmerkingen

Warmtevraagdichtheid

1.116 GJ/ha

1.033 GJ/ha

Dit betreft de gemiddelde warmtevraagdichtheid over de verschillende vraagclusters. Een warmtenet is interessant als hier een getal hoger dan 1.000 GJ/ha wordt gevonden.

Warmtevraag

80.907 GJ/jaar

114.358 GJ/jaar

Dit betreft de toekomstige totale jaarlijkse warmtevraag van de vraagclusters. Een warmtenet moet in totaal dit aantal GJ per jaar kunnen leveren aan de aangesloten afnemers. En de (gecombineerde) warmtebronnen moeten deze hoeveelheid warmte dus ook kunnen leveren / produceren.

10,4 MWth

15,3 MWth

3,1 MWth

4,6 MWth

Een basislast warmtebron maakt veel draaiuren per jaar, maar kan niet de totale piekvraag opvangen. Als vuistregel geldt dat de basislast warmtebronnen 30% van het piekvraag vermogen kunnen opvangen. Het resterend deel wordt door piekvoorzieningen geleverd.

Totaal aantal aansluitingen Aantal woningequivalenten Aandeel corporatiebezit Aandeel hoogbouw Gemiddeld energielabel

2.123 #

3.008 #

Hoe groter het aantal aansluitingen, hoe meer schaalvoordeel er kan worden behaald met een warmtenet.

2.697 WEQ

3.812 WEQ

35%

30%

Meer corporatiebezit en hoogbouw zijn interessant voor warmtenetten.

1% C

0% B-C

Jaarlijkse CO2 uitstoot op basis van aardgas referentie

4.413 ton

7.266 ton

Vermogen -

Piekvraag (incl. gelijktijdigheid) Basislast (30%)

Alle warmtebronnen samen moeten dit piekvermogen kunnen leveren, zodat er ook leveringszekerheid is op de koudste dagen.

Aansluitingen -

Bij een gemiddeld lager energielabel en warmtelevering op ‘midden temperatuur’ zijn de vereiste investering in isolatiemaatregelen optioneel.

Met de Warmtetool is in kaart gebracht of een warmtenet in Brummen financieel interessant is. Er is daarbij gekozen om de kosten vanuit het perspectief van de eindgebruiker met elkaar te vergelijken. Ter vergelijking zijn ook de kosten berekend die worden voorzien als er wordt gekozen voor individuele warmtepompen. Het resultaat is in Tabel 4 uitgedrukt als de ‘gemiddelde kosten per aansluiting per jaar over een periode van 30 jaar’, ofwel de TCO/woning/jaar. Te zien is dat de TCO van een individuele warmtepomp minder is dan de gemiddelde kosten voor afnemers van een warmtenet. De kosten voor een warmtenet in Brummen zijn dus hoger dan de kosten die benodigd zijn om dit gebied te voorzien van een warmtepomp. Twee belangrijke nuanceringen daarbij zijn wel dat: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15904577/1