B8 - B&W - Raadsinformatiebrief over gebiedsverkenning toekomstbestendig watersysteem Loenen-Eerbeek D476590
Tekst van het document
Figuur 2-32: De huidige legger watergang met de Topotijdreis 1850 als achtergrond.
34
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Figuur 2-33: De huidige legger watergang met de Topotijdreis 1850 als achtergrond.
Figuur 2-34: De huidige legger watergang met de Topotijdreis 1850 als achtergrond.
35
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Figuur 2-35 De huidige legger watergang met de Topotijdreis 1850 als achtergrond.
In de archieven van het toenmalige Waterschap Oost-Veluwe beschrijven de legger uit 1992. Hierin worden C watergangen niet getoond of beschreven. De conclusies voor de A-watergangen zijn gelijk aan bovenstaande bevindingen. Vanuit de Bekenstichting en het waterschap komt nog de volgende informatie: • • • • • • •
36
Voor de papiermolens zijn in het midden van de 17e eeuw sprengen gegraven; een zuidwestelijke tak boven het Huis Coldenhove en een noordwestelijke tak die onder het huis in de hoofdbeek uitkomt. De noordelijke tak van de Coldenhovense beek is in 2010 opnieuw ingericht (sprengkoppen zijn schoongemaakt en weer watervoerend). Tot aan het bedrijventerrein Eerbeek is in 2010-2013 de watergang opgeschoond en de watertransporterende delen (dus niet de spreng) zijn beleemd. In 2015 zijn de vijvers van het Huis te Eerbeek gerestaureerd/uitgediept en van een nieuwe beschoeiing voorzien. Er zijn nieuwe voorzieningen bij de aansluiting met de beek aangebracht De duikers bij de Smeestraat zijn in 2016 vervangen/vergroot. De duiker in de Stuivenburchstraat is in 2016 opgeschoond. Het traject Weberbos (bij Huis te Eerbeek) is in 2018-2019 beleemd De gravinnenbeek heeft lang droog gestaan en is weer open gegraven. In 2023 was in een beperkt aantal beekdelen weer stromend water.
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Uit oude kaarten is nog het volgende op te maken:Tussen de bouwlanden van de Eerbeekse Enk en Loenense Enk [17] lagen vroeger al greppels of sloten, en dit deel is nu ook nog voorzien van veel watergangen. De heide had een grens ter plaatse van de Oude Beek, die tegenwoordig slechts ten dele nog bestaat als C-watergang. Waarschijnlijk lag daar 200 jaar geleden al een watergang, de overige watergangen zijn aangelegd bij of na de markeverdeling van 1847 [18]. De Oude Beek is in de legger van 1993 nog aangemerkt als A-watergang [19], maar tegenwoordig is deze watergang deels gedempt en deels aangemerkt als C-watergang [20]. Afgaande op luchtfoto’s [21] is de Oude Beek deels meer dan 20 jaar geleden gedempt, deels in 2017/2018.
2.7.3
Impact van beheer en onderhoud
Een oppervlaktewatersysteem moet worden onderhouden om de afvoercapaciteit te borgen. In deze paragraaf zijn enkele voorbeelden toegelicht om dit duidelijk te maken. Als voorbeeld: veel begroeiing in de watergang vertraagt de afvoer van water aanzienlijk. Voor een watergang met een waterdiepte tussen de 0.01 en 0.03 meter en een profiel en verhang vergelijkbaar met de Coldenhovense Beek, kan het verschil in debiet tussen een gemaaide en een niet-gemaaide situatie een factor 1,5 tot 2 bedragen. Dit verschil wordt verklaard door de ruwwaarde (Ks-waarde): in modelstudies wordt voor niet-gemaaide watergangen vaak een Ks-waarde van 10 gehanteerd, terwijl voor gemaaide watergangen een Ks-waarde van 30 wordt gebruikt. Deze verhouding geldt per waterdiepte; de mate waarin het debiet toeneemt bij het maaien is dus afhankelijk van de actuele waterdiepte in de beek. De sprengen in het gebied, zoals de Huiskamperspreng en C-watergangen zoals de Gravinnebeek, liggen diep in het landschap. De sprengen liggen niet dieper dan de Eerbeekse beek, maar bevinden zich voornamelijk op locaties waar het omliggende terrein relatief hoog is. Het omliggende terrein van het meest bovenstroomse deel van de Gravinnebeek ligt circa 8 meter hoger dan de spreng.
De Gravinnebeek staat desondanks veelal droog Naast de invloed van vegetatie in de watergangen kunnen ook kunstwerken, zoals duikers, bij hogere debieten zorgen voor opstuwing. De bovenstroomse duiker nabij Coldenhove Papier BV is met een diameter van 800 mm ruim bemeten en zal daardoor niet snel tot opstuwing leiden. Verder stroomafwaarts in Eerbeek zijn de duikers kleiner (600 mm) en moeten zij een groter afwaterend oppervlak verwerken. Hierdoor is de kans op peilstijging bij deze duikers aanzienlijk groter, vooral wanneer de watergang gemaaid is en de afvoercapaciteit toeneemt.
37
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Figuur 2-36 Debiet en ruwheidswaarde. Dit is een voorbeeld en niet gebaseerd op dit specifieke gebied.
2.8
Leemten in kennis
Op basis van het onderzoek en de huidige inzichten zijn nog enkele punten waar aanvullende informatie nodig is:
Staat van onderhoud en ligging van watergangen Er is onvoldoende inzicht in de actuele staat van onderhoud van watergangen en duikers, en in de exacte ligging van kleinere watergangen (met name C-watergangen). Dit is nodig om de afvoercapaciteit en het effect van beheer en onderhoud op grondwaterstanden goed te kunnen beoordelen.
Gebieden zonder peilbuisgegevens Met name in en rondom Eerbeek ontbreken meetlocaties. Hierdoor is het lastig om lokaal de invloed van grondwateronttrekkingen en oppervlaktewater op grondwaterstanden vast te stellen. Aanvullende monitoring is gewenst.
Ligging en eigenschappen van kleischotten De exacte positie en diepte van kleischotten in de ondergrond is onzeker. Deze kleischotten beïnvloeden stromingsrichting en weerstand in het grondwatersysteem en daarmee ook het effect van onttrekkingen. Een pompproef kan inzicht geven in de hydraulische eigenschappen en ligging.
Effect van winningen in meerdere richtingen Door niet-cirkelvormige verlagingskegels is het van belang om peilbuismetingen uit te voeren in meerdere richtingen rondom winningen. Dit geeft beter inzicht in de ruimtelijke spreiding van effecten.
38
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
2.9
Meldingen wateroverlast door inwoners
De onderstaande kaart (Figuur 2-37) geeft wateroverlastmeldingen van bewoners weer (2023-2024), zowel de ligging als het aantal meldingen. Deze kaart is aangeleverd door de gemeente Brummen.De gegevens zijn door de gemeente geanonimiseerd, zodat meldingen niet zijn te herleiden naar personen of adressen. Dit is gedaan door meldingslocaties toe te kennen aan vlakken van 200x200m. De kleur van deze vakjes geeft het aantal meldingslocaties weer dat daarbinnen valt (hoe roder hoe meer). Deze meldingen gaan deels over water in de woning of kelder, maar kunnen ook betrekking hebben op de riolering of op water op maaiveld. Niet elke melding betreft wateroverlast door grondwater. Wel geeft deze kaart een indicatie. Het gebied tussen Loenen en Eerbeek, welke ook volgt uit de analyse in paragraaf 2.6.4 komt naar voren als een gebied met veel overlastmeldingen. De meldingen in dit gebied betreffen met name overlast in woningen. Ook aan de oostkant van Eerbeek, en richting Laag-Soeren zijn meldingen over overlast in woningen gemaakt.
Figuur 2-37: Aantal meldingen van wateroverlast, opgedeeld in vakken
39
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
3
Taken en verantwoordelijkheden
De taken en verantwoordelijkheden in het (grond)waterbeheer zijn beschreven in diverse bronnen over de juridische context en de praktijk. Voor dit hoofdstuk putten we uit Kennisbank van RIONED over het grondwaterbeheer in bebouwd gebied, evenals het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), het onderzoek van STOWA (2025) naar de juridische context rondom natschade en een rapport van Haskoning (2025) voor grondwateroverlast Nijmegen-West (die gebruik maakt van deels dezelfde bronnen). Bij een directe grondslag in wet- en regelgeving, is een verwijzing naar wetsartikelen opgenomen. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: 1. Wettelijk kader, om via een schets van de relevante wettelijke kaders te komen tot een overzicht van de taken en verantwoordelijkheden van betrokken partijen; 2. De praktijk, om het wettelijk kader nader te duiden vanuit de lokale context van de hier betrokken partijen, evenals het positioneren van enkele aandachtspunten die in de praktijk spelen; 3. Loenen - Eerbeek, om de voorgaande informatie te vertalen naar voorliggend onderzoek voor de casus Loenen - Eerbeek.
3.1
Wettelijk kader
3.1.1
Algemeen
Het ‘waterbeheer’ is een veelomvattend fenomeen. Het raakt aan waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterveiligheid, drinkwater, afvalwater, infrastructuur, et cetera. In voorliggend onderzoek en daarom ook in dit hoofdstuk, ligt de focus op het grondwaterbeheer en een bredere blik op wateroverlast en droogte. Het omschrijven van taken en verantwoordelijkheden is hier bewust geen allesomvattend verhaal, wel een doelgericht verhaal. Oftewel het bevat alle (juridische en praktijk) informatie die nodig is, maar is zeker niet uitputtend. De focus en daarom het vertrekpunt betreft het grondwaterbeheer. Hiertoe is het wettelijk kader uitgewerkt in paragraaf 3.1.2. Hierna volgt een bredere blik, om ook oog te hebben voor andere factoren die van invloed zijn op het grondwaterpeil. Daarom komen ook de wettelijke kaders aan bod zoals hemelwaterzorgplicht van gemeenten en het oppervlaktewaterbeheer in het buitengebied.
3.1.2
Grondwater
3.1.2.1
Gemeenten
Vanuit de wetgeving heeft de gemeente een wettelijke grondwatertaak (artikel 2.16 Omgevingswet, voorheen art. 3.6 Waterwet). Deze wettelijk taak luidt als volgt: Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.
40
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
De taak bestaat uit 7 samenhangende elementen die bepalen of de gemeente verantwoordelijk is om nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Treffen van maatregelen; In openbaar gebied; Om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand; Voor de aan de grond gegeven bestemming; Zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken; Mits dit doelmatig is en voor zover er; Geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder 2 of de provincie.
Als alle elementen aan de orde zijn, is de gemeente gehouden maatregelen te treffen om grondwateroverlast (of onderlast) te voorkomen of te beperken. Dit is een inspanningsplicht (geen resultaatsverplichting). Gemeenten leggen in hun beleid vast wat ze verstaan onder de elementen, zoals een definitie van ‘structureel’. Over het algemeen staat dit in een Water- en rioleringsprogramma (Wrp)3. Dit betreft een beleidskader van tijdelijke aard, waar invulling wordt gegeven aan te definiëren zaken in de wettelijke kaders voor zover dat mogelijk en beleidsmatig gewenst is. De basis voor dit beleid ligt in de omgevingsvisie, de juridisch bindende doorvertaling ervan in het omgevingsplan. De omgevingsvisie wordt op dit moment opgesteld, en naar verwachting in Q4 van 2026 vastgesteld.
3.1.2.2
Waterschappen
De waterschappen zijn bevoegd gezag voor alle grondwateronttrekkingen die niet onder de bevoegdheid van de provincie of het Rijk vallen (zoals bronbemalingen, beregeningen, kleinere industriële toepassingen, etc.). De (grond)waterzorgtaak voor waterschappen kent ook een wettelijk kader. Artikel 2.17 Omgevingswet regelt de waterschapstaken voor de fysieke leefomgeving waarvan watersystemen deel uitmaken. Een ‘watersysteem’ is “het samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en de voor het waterbeheer noodzakelijke ondersteunende kunstwerken” (artikel 1.1 Omgevingswet). In de praktijk richt een waterschap zich vooral op het buitengebied. Onder het ‘beheer van watersystemen’ verstaat de wet het “samenstel van aan watersystemen verbonden taken, gericht op: ▪ ▪ ▪
het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en de vervulling van de op grond van deze wet aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies” (artikel 1.1 Omgevingswet).
De doelstellingen 1 en 3 betreffen een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Dit laat dus ruimte voor een doelmatigheidsafweging. Een waterschap hoeft bij wateroverlast of -schaarste geen technische compensatie (treffen van fysieke maatregelen) te bieden, als blijkt dat dit niet doelmatig (lees: kosteneffectief) is uit belangenafweging en bijbehorend onderzoek.
2 Rijkswaterstaat (artikel 2.19, lid 2 Omgevingswet) en de waterschappen (voor zover toegedeeld, zie artikel 2.17, lid 1 onder a
Omgevingswet) zijn beheerder van het watersysteem. Het waterschap is beheerder van de regionale wateren en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (in de praktijk Rijkswaterstaat) als het gaat om Rijkswateren. (bron: IPLO) 3 De gemeente Brummen heeft een Programma Water en Riolering 2023-2027. Paragraaf 3.2 gaat hier inhoudelijk op in, waaronder de definities in het grondwaterbeheer die hier worden gehanteerd. 41
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
3.1.2.3
Provincies
In het grondwaterbeheer zijn ook taken belegd bij de provincie. De provincie heeft een regisserende, kaderstellende en coördinerende rol, zowel voor grondwaterkwantiteit als voor -kwaliteit (Wet bodembescherming). Ze is bevoegd gezag voor vergunningverlening en toezicht op grondwateronttrekkingen voor industriële toepassingen (> 150.000 m 3 per jaar), de openbare drinkwatervoorziening en een open bodemenergiesysteem. Daarnaast geeft artikel 2.18 van de Omgevingswet provincies een coördinerende rol bij het behalen van KRW- en GWR-doelen. Zowel binnen als buiten grondwaterbeschermingsgebieden zorgt de provincie voor gebiedsgerichte coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen.
3.1.2.4
Rijk
De grondwaterzorg is niet alleen een taak van de gemeente, waterschap en provincie. De waterbeheerder kan in plaats van het waterschap ook het Rijk zijn. Rijkswaterstaat en de waterschappen zijn samen beheerder van het watersysteem. Grondwaterkwantiteits- en grondwaterkwaliteitstaken zijn hier een integraal onderdeel van. Rijkswaterstaat is in rijkswater bevoegd gezag voor wateronttrekkingsactiviteiten (waaronder grondwateronttrekkingen), met het oog op: • • •
het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
3.1.2.5
Taken en verantwoordelijkheden grondwaterbeheer
Vanuit het wettelijk kader bezien, hebben de hiervoor besproken vier bestuurslagen de volgende grondwatertaken en bevoegdheden:
42
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Tabel X. Overzicht grondwatertaken en bevoegdheden (bron: IPLO) 43
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Grondwaterbeheer is dus een interbestuurlijke verantwoordelijkheid. Maar het speelveld is breder dan deze bestuurslagen. Ook particuliere eigenaren (belanghebbenden) en grondwateronttrekkers (zoals drinkwaterbedrijven, agrariërs, industrie) hebben verantwoordelijkheden om problemen te voorkomen of op te lossen. De onderlinge verhoudingen in taken en verantwoordelijkheden is dan als volgt te schetsen: ▪
▪
▪
▪
▪
Particuliere eigenaar: De particuliere eigenaar is zelf verantwoordelijk voor de staat van zijn perceel en gebouwen. Hierin is het schadevergoedingsrecht een belangrijk uitgangspunt, waarin is gesteld dat ieder in beginsel zijn of haar eigen schade draagt. De particuliere eigenaar treft zelf bouwkundige en/of waterhuishoudkundige maatregelen voor de wering van grondwater in, onder en om zijn woning (bijvoorbeeld een waterdichte kelder of funderingsherstel). Ook de bouwregelgeving kan hierin een rol spelen. Gemeente: Op grond van haar wettelijke zorgtaak voert de gemeente regie in bebouwd gebied. Zij informeert bewoners en bedrijven bij werkzaamheden en biedt voorlichting aan particulieren over hun verantwoordelijkheden en over maatregelen. Bij grondwaterproblemen in bebouwd gebied is de gemeente vaak eerste aanspreekpunt. Zij maakt (mits doelmatig) een analyse van oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen. Maar dit betekent niet dat de gemeente overal voor verantwoordelijk is en alle problemen voor iedereen moet oplossen. Omdat het buiten de afbakening van de wettelijk taak van de gemeente ligt of omdat problemen het gevolg zijn van activiteiten waarvoor een ander bestuursorgaan verantwoordelijk is. Waterbeheerder: Oppervlaktewaterpeilbeheer en grondwateronttrekkingen kunnen de grondwaterstanden beïnvloeden.
Hiervoor is de waterbeheerder (waterschappen en Rijkswaterstaat) verantwoordelijk. In zijn waterbeheerprogramma legt hij beleid en maatregelen vast om grondwaterproblemen zoveel mogelijk te voorkomen. In onttrekkingsvergunningen kan hij maatregelen voorschrijven om schade te beperken. Provincie: De provincie is bevoegd gezag voor grondwateronttrekkingen voor industriële toepassing (> 150.000 m3 per jaar), voor de openbare drinkwatervoorziening en voor open bodemenergiesystemen. De overige grondwateronttrekkingen vallen vrijwel altijd onder de verantwoordelijkheid van het waterschap. Grondwateronttrekker: Grondwateronttrekkingen, bijvoorbeeld door (drinkwater)bedrijven, kunnen de grondwaterstand verlagen. Bij vastgestelde schade en aansprakelijkheid door een vergunning- of meldingsplichtige4 onttrekking moet de grondwateronttrekkende partij deze vergoeden. Maar een partij is niet eenvoudig aansprakelijk te houden voor schade die ontstaat doordat het een onttrekking stopt of vermindert.
De rollen en verantwoordelijkheden van partijen kennen een bepaalde reikwijdte. Het is deels afhankelijk van de situatie, waar deze elkaar al dan niet raken of overlappen. Relevant hierbij is het volgende: ▪
▪
▪
Openbaar en particulier terrein: De wettelijke grondwatertaken strekken zich niet uit over particuliere eigendommen. De taak begint bij de perceelgrens, waar de privaatrechtelijke verantwoordelijkheid ophoudt. Een partij als de gemeente is niet verplicht tot het nemen van maatregelen op particulier terrein, maar kan dit uiteraard wel doen mits doelmatig. Bijvoorbeeld wanneer waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen nemen op particulier terrein doelmatiger is dan de aanleg en het beheer van drainagevoorzieningen. Stedelijk gebied en buitengebied: Grondwatervraagstukken doen zich voor in zowel stedelijk gebied als buitengebied. In stedelijk gebied kan het grondwaterniveau effect hebben op onder andere bebouwing, infrastructuur en groen. In het buitengebied op bijvoorbeeld natuurgebieden, agrarische percelen en (bodemdaling in) veengebieden. De taken en verantwoordelijkheden van partijen strekken zich uit over beiden.. In de praktijk houdt het waterschap zich vooral bezig met het buitengebied, de gemeente met de bebouwde kom. In het buitengebied is vervolgens ook relevant of de grondwaterstand wordt gestuurd via het oppervlaktewaterpeil, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de waterbeheerder. Meer hierover in 3.1.3.
4 Een meldingsplichtige onttrekking betreft formeel een onttrekking met vrijstelling van de vergunningplicht, waarbij met een melding
met het voldoen aan de voorgeschreven algemene voorwaarden wordt volstaan. 44
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
3.1.3
Oppervlaktewater
Het grondwaterbeheer staat niet op zichzelf maar heeft een relatie met het beheer van oppervlaktewater. Beide systemen zijn fysiek en hydrologisch met elkaar verbonden. Zo kan het oppervlaktewaterpeil de grondwaterstanden beïnvloeden. Maar ook de wateraanvoer- en afvoer via oppervlaktewater ten behoeve van de hemelwaterzorg of voor droogtebestrijding. De Omgevingswet verplicht overheden tot een integrale benadering van waterbeheer. Oppervlaktewater(-peil) Peilbeheer kan de grondwaterstand in bebouwd gebied beïnvloeden. In het geval van peilverhoging door een peilbesluit, of door het hanteren van streefpeilen in niet-aangewezen waterlichamen, ligt de verantwoordelijkheid bij grondwaterstandsproblemen (overlast, onderlast of zelfs schade) bij de waterbeheerder (artikel 2.16, lid 1 Omgevingswet). Deze legt in zijn waterbeheerprogramma beleid en maatregelen vast om overlast of schade zoveel mogelijk te voorkomen. Voor niet-aangewezen waterlichamen stellen waterschappen vaak streefpeilen vast. Deze zijn geen peilbesluiten in de zin van de wet en bieden geen rechtsbescherming, maar vormen wel beleid waaraan de beheerder zich in beginsel moet houden. Afwijken is mogelijk mits gemotiveerd. Het projectgebied is vrij afwaterend (het is geen polder). Met behulp van watergangen en kunstwerken zoals stuwen wordt het oppervlaktewaterpeil beïnvloed.
De grotere watergangen zijn in beheer bij het waterschap. Deze werkt met streefpeilen. In de poldergebieden in laag-Nederland wordt de grondwaterstand (de ontwateringsdiepte) doorgaans gestuurd via het peil van het oppervlaktewater. Waterschappen stellen op grond van artikel 2.41 van de Omgevingswet een peilbesluit vast voor aangewezen oppervlaktewaterlichamen. Dit besluit bevat bandbreedten of een vast peil. Een peilbesluit legt een inspanningsverplichting op om het waterpeil binnen deze grenzen te houden. Hoewel de wet ook voorziet in de mogelijkheid van een grondwaterpeilbesluit, worden in de praktijk alleen oppervlaktewaterlichamen aangewezen. Grondwaterbeheer is technisch complex, waardoor grondwaterlichamen tot nu toe niet peilbesluitplichtig zijn. Beheer en onderhoud De Omgevingswet verdeelt de verantwoordelijkheden voor het beheer van oppervlaktewateren tussen verschillende bestuurslagen. Het Rijk beheert het hoofdwatersysteem. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van regionale watersystemen. Zij beheren doorgaans de A-watergangen (primaire watergangen, cruciaal voor afvoer en berging). Daarbij is zij verantwoordelijk voor bijvoorbeeld peilbeheer en onderhoud. Bij B- en C-watergangen ligt de primaire onderhoudsplicht bij aangrenzende perceeleigenaren. Zij moeten zorgen voor een vrije doorstroming en het maaien van taluds.
Particulieren moeten daarnaast onderhoudszones vrijhouden van obstakels en maaisel accepteren conform de ontvangstplicht. Voor alle watergangen geldt dat wijzigingen, zoals het aanbrengen van duikers of dammen, vergunningplichtig zijn.
3.1.4
Hemelwater
Ook de hemelwaterzorgtaak van gemeenten is relevant in het totale grondwaterbeheer, gezien de raakvlakken met eventuele (grond)wateroverlast en droogte. Vanuit de zorgplicht hemelwater (artikel 3.5 Omgevingswet) hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Voor de verwerking van hemelwater op particulieren percelen, ligt de verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de perceeleigenaar. Verwerking op eigen terrein kan bijvoorbeeld door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in een voorziening zoals een vijver. Pas wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is (te hoge grondwaterstand en/of slechte 45
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
infiltratiecapaciteit van de bodem), komt de zorgplicht bij de gemeente voor het verwerken van hemelwater van particuliere percelen. De gemeente bepaalt zelf hoe zij haar wettelijke hemelwatertaak invult (inspanningsverplichting). Maar daarbij moet zij wel nadenken over de mogelijke gevolgen voor de grondwaterstand. Bijvoorbeeld als zij wil dat bewoners hemelwater in eigen tuin opvangen en verwerken. Maar ook als zij maatregelen treft in het openbaar gebied ten behoeve van de hemelwaterzorg, zoals het realiseren van waterbergingsvoorzieningen of het aanwijzen van waterbergingsgebieden.
3.2
De praktijk
3.2.1
Lokale invulling
Bij de wettelijke zorgplichten voor zowel gemeenten als waterschappen, evenals de taken en verantwoordelijkheden van andere betrokken partijen, geldt dat er geen blauwdruk is voor de vraag wanneer aan de (wettelijke) taken wordt voldaan. Het komt geregeld aan op algemene beginselen van behoorlijk bestuur: zorgvuldig afwegen en motiveren van gemaakte keuzes (zoals een vergunning of handelen bij problemen). Bij het maken van die afweging komt men tegen dat de wetgeving niet alle mogelijke situaties of kwesties kan afdekken. Naast algemeen geldende definities in wetgeving, zijn er zaken die (bewust) open zijn aan lokale invulling. Hieronder zijn er een paar uitgewerkt. ▪
Incidenteel of structureel: In de praktijk is de vraag of problematiek incidenteel of structureel is, vaak een punt van discussie in het al dan niet kunnen aanspreken van taken en verantwoordelijkheden. Zo is de gemeentelijke grondwatertaak van toepassing als de gebruiksfunctie van de grond (zoals de woonfunctie) structureel is beperkt. Hiervan is sprake als het normale gebruik structureel wordt belemmerd. Maar de Omgevingswet omschrijft niet wat 'normaal' of 'structureel' inhoudt. Overheden leggen veelal vast in hun (grond)waterbeleid wat wel en niet onder structureel valt en wat de ontwateringsdiepte moet zijn. Een tijdelijk hogere grondwaterstand als gevolg van weersomstandigheden (zoals extreme neerslag of een uitzonderlijk natte winter) is bijvoorbeeld een incidentele situatie. De gebruiksfunctie vermindert dan tijdelijk, maar wordt niet per definitie op lange termijn (structureel) aangetast. Dit risico ligt bij de perceeleigenaar. Het Water- en rioleringsprogramma van de gemeente Brummen bevat beleid ten aanzien van de algemene doelstelling voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. De gemeentelijke taakopvatting van ‘structurele overlast’ met ‘nadelige gevolgen’ is als volgt. De overlast is structureel wanneer: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Hij jaarlijks gedurende een lange periode aaneengesloten periode plaatsvindt (tenminste twee maanden continu) De grondwaterstand minder dan 0,7 m* beneden vloerpeil staat Én 30% van de inwoners van een wijk/straat klachten heeft Én niet tijdelijk is (tenminste twee jaar) Én stabiel of toenemend is
Met nadelige gevolgen wordt bedoeld: ▪ ▪ ▪
Chronische gezondheidsklachten Óf schade aan gebouwen of infrastructuur Óf het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie vanuit het bestemmingsplan
* Ontwateringscriteria gelden ten opzichte van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ten opzichte van het aanlegpeil (aanleghoogte). Voor vloeren is dit t.o.v. bovenkant vloer voor wegen t.o.v. de kruin van de weg.
46
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
▪
Doelmatigheid: Wanneer bij een wettelijk taak sprake is van een inspanningsverplichting, is er ruimte voor doelmatigheidsafwegingen. Het gaat bijvoorbeeld om het per situatie beoordelen of (en zo ja welke) grondwatermaatregelen doelmatig zijn. Hierbij spelen de aard, omvang, schaal en duur van te verwachten of ontstane problemen een rol, maar ook de kosten van de mogelijke maatregelen. Deze afweging kan ertoe leiden dat er geen compensatiemaatregelen nodig zijn om aan een taak of verantwoordelijkheid te voldoen. Een gemeente kan in beleid een beschrijving opnemen wanneer grondwatermaatregelen doelmatig zijn. De gemeente Brummen geeft in haar Wrp geen kaders voor het begrip doelmatigheid. Wel is opgenomen dat bij meldingen van overlast de beslisboom grondwateroverlast wordt ingezet. Hiermee wordt alleen maatregelen getroffen mits deze doelmatig zijn.
De waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe bevat artikel 1.11 ter omschrijving van haar zorgplicht watersysteem. Deze bevat het juridisch kader wanneer verwacht wordt dat maatregelen worden genomen bij nadelige gevolgen van activiteiten voor het watersysteem. Eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het watersysteem, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Onder het voorkomen van nadelige effecten gevolgen voor het watersysteem wordt onder andere verstaand het voorkomen van (grond)waterschaarste en (grond)wateroverlast.
▪
Overlast of schade: Of, bij wie en in hoeverre er een taak ligt voor partijen bij grondwaterproblemen gaat deels over de definiëring van ‘nadelige gevolgen’. Daarbij is het onderscheid tussen overlast en schade relevant. De Kennisbank Rioned zegt hierover: “Schade is iets anders dan overlast. Overlast is een vorm van hinder die vervelend kan zijn, maar niet tot schade hoeft te leiden. Schade brengt kosten met zich mee om deze te herstellen. De schade kan bestaan uit zaakschade (bijvoorbeeld schade aan de bouwconstructie van een woning) en vermogensschade (gevolgschade, zoals het niet kunnen gebruiken van een ondergrondse winkelruimte waardoor omzetschade ontstaat)”. Overheden kunnen hier een definitie aan geven in hun waterbeleid. Veelal gebeurt dat ten aanzien van hemelwateroverlast. Hiermee ligt er een algemene basis om op terug te vallen. In specifieke situaties (bij te nemen maatregelen of besluiten zoals vergunningverlening) is vervolgens, voor een goede onderbouwing van besluiten of maatregelen, veelal onderzoek nodig, waarbij ook oog is voor de mogelijk nadelige gevolgen van de maatregel. In beginsel moet eventueel ‘onevenredige schade’5 weggenomen worden door het treffen van mitigerende maatregelen (technische compensatie) of het vergoeden van de schade (financiële compensatie).
5 In beginsel houdt ‘onevenredige schade’ in: nadelige gevolgen van een besluit/maatregel zijn onevenredig in verhouding tot het
doel van het besluit/maatregel. Dit evenredigheidsbeginsel komt voorbij in het beoordelen van schadeclaims door een rechter. Het beginsel is nader uitgewerkt onder artikel 3:4 lid 2 Awb. 47
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
In het Wrp van de gemeente Brummen staan definities van overlast en schade, voor situaties die ontstaan als gevolg van hemelwater. Deze gaan dus niet over grondwaterproblematiek. Wel is ten aanzien van de relatie tussen grondwater en oppervlaktewater opgeschreven dat de gemeente, binnen haar beleidsverantwoordelijkheid, zal voorkomen dat toekomstige grondwateroverlast of -onderlast ontstaat door niet goed functionerend oppervlaktewater
3.2.2
Aandachtspunten in de praktijk
Grondwaterproblemen/schadesituaties kunnen ontstaan door natuurlijke, bouw- en woontechnische en waterhuishoudkundige factoren. In die laatste categorie gaat het om problematiek als gevolg van bijvoorbeeld grondwateronttrekkingen, peilverhoging van oppervlaktewater of infiltratie in de bodem. Hieronder volgt per oorzaak een uitwerking van definities, bevoegde gezagen en juridisch kader bij problematiek en/of schade. ▪
Vergunningplichtige onttrekkingen: Betreft grondwateronttrekkingen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Waterschappen zijn bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen binnen het beheergebied van het waterschap, voor zover het provinciaal bestuur niet bevoegd is. Provincies zijn bevoegd gezag voor onttrekkingen voor industriële toepassingen vanaf 150.000 m3 p/j, voor onttrekkingen ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening en voor open bodemenergiesystemen. Voor alle andere grondwateronttrekkingen in hun beheergebied zijn dus de waterschappen bevoegd gezag. In de waterschapsverordening staat of een dergelijke onttrekking vergunningplichtig is, of daarvan is vrijgesteld. Het gaat bijvoorbeeld over bronneringen en bouwputbemalingen. De waterbeheerder dient in de besluitvorming over een onttrekkingsvergunning, voor een zorgvuldige belangenafweging, expliciet het schadeaspect mee te nemen. Hier bestaat een relatie met hoofdstuk 15 van de Omgevingswet over schade (de schadebepaling en aanvraag van schadevergoeding). De vergunning aanvrager kan6 zelf aangeven hoe hij schade aan de omgeving gaat voorkomen. Ook kan de waterbeheerder zelf via vergunningvoorschriften mitigerende maatregelen opleggen, waarmee voorzienbare schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Wanneer er toch schade door grondwaterproblematiek ontstaat, is er bij een vergunningplichtinge onttrekking een basis voor nadeelcompensatie in de Omgevingswet en Algemene wet bestuursrecht (Awb). Schade moet dan zijn veroorzaakt door een (rechtmatig) overheidsbesluit, uitgaan boven het normale maatschappelijke risico en onevenredig zijn. Ook intrekking of wijziging van een vergunning is een formeel besluit en daarmee rechtsgrond voor eventuele schadevergoeding. Het juridisch kader hieromtrent is uitgebreid, zie hiervoor bijvoorbeeld Nadeelcompensatie | Informatiepunt Leefomgeving.
•
Niet vergunningplichtige onttrekkingen: Betreft grondwateronttrekkingen die zijn vrijgesteld van een vergunningplicht. In de regel zijn grondwateronttrekkingen namelijk vergunningplichtig of, op grond van zelf vastgestelde algemene regels, informatie- en/of meldingplichtig. Wel of geen vrijstelling blijkt uit de waterschapsverordening en is afhankelijk van de omvang (debiet/kuubs per uur), duur, aantal en locatie. Denk aan grondwateronttrekkingen voor bouwputten, beregening, bevloeiing, veedrenking, grond(water)sanering, sportvelden, recreactiedoeleinden en/of particuliere woningen. Het komt ook voor dat (meestal kleinere en/of kortdurende) onttrekkingen zelfs meldingsvrij zijn.
6 De aanvrager kan dat doen om het bevoegd gezag een handvat te geven om alsnog in te kunnen stemmen met een
grondwateronttrekking die wel bezwaarlijk zou (kunnen) zijn zonder die mitigerend maatregelen. 48
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Omdat er bij een niet-vergunningplichtinge onttrekking geen formeel besluit ligt, is er geen bestuursrechtelijke grond voor schadevergoeding. In essentie is een weg via het civielrecht mogelijk als er sprake zou zijn van een onrechtmatige daad. De juridische route is hier complex en afhankelijk van omstandigheden. ▪
Peilverhoging van oppervlaktewater: Betreft het verhogen van het waterpeil in bijvoorbeeld sloten, kanalen of andere watergangen. Er zijn juridisch gezien drie situaties relevant: een wijziging van het peilbesluit, een feitelijke peilverhoging zonder besluit of een wijziging van het streefpeil. Een peilbesluit is een formeel besluit van de waterbeheerder over het gewenste waterpeil. Een streefpeil is geen formeel besluit (in de zin van artikel 2.41 Omgevingswet) maar wel vastgesteld beleid dat zelfbindend is voor de waterbeheerder. Het juridisch kader bij problematiek/schade is dan ook afhankelijk van welke situatie sprake is. Bij wijziging van het peilbesluit is er sprake van een formeel besluit dat juridisch toetsbaar is. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken. Bij feitelijke peilverhoging zonder besluit kan er aanleiding zijn tot aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen. Bij wijziging van het streefpeil, hoewel niet juridisch bindend, kan het wel gevolgen hebben voor schadeclaims. Watergangen aanpassen / dempen / aanleggen : voor werkzaamheden aan watergangen zijn regels van toepassing van het waterschap, via de waterschaps verordening en de onderhoudsverordening.
•
Infiltreren en aanvullen: Infiltreren betreft het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater. Veelal als maatregel om droogte en verdroging te voorkomen. In lijn met deze wettelijke definitie van infiltreren, wordt het in de bodem brengen van water met een ander doel dan het weer te onttrekken ‘aanvullen’ genoemd. Bij aanvullen valt in het gemeentelijk domein te denken aan een infiltratieriool of infiltratievoorziening in de openbare ruimte, met als oogmerk het grondwater aan te vullen en/of het riool te ontlasten. Vanuit het domein van de waterschappen valt te denken aan oppervlaktewater in greppels te laten stromen om het water via die weg in de bodem te laten. Grondwateronttrekkingen en de daarmee samenhangende infiltraties (inbreng in de bodem) zijn in het stelsel van de Omgevingswet een ‘wateronttrekkingsactiviteit’. Hiervoor is er voor de waterschappen geen specifiek juridisch kader. Water in de bodem laten infiltreren, is vaak een feitelijke handeling maar geen formeel besluit. Voor zowel waterschap als gemeente zullen dan in de praktijk enkel de algemene zorgplicht (Ow) en de specifieke zorgplicht (uit waterschapsverordening dan wel omgevingsplan) van toepassing zijn.
Omdat het in de bodem brengen van water zonder daarmee samenhangende onttrekking vanuit wettelijk oogpunt geen infiltratie is, vallen die activiteiten niet onder de rijks- en decentraal regels voor infiltreren. Diegene die schade ondervindt van het aanvullen van water in de bodem, kan waarschijnlijk geen beroep doen op nadeelcompensatie onder de Omgevingswet. Daar waar infiltreren in samenhang met een onttrekking plaatsvindt met een vergunning daarvoor, zoals in sommige gevallen door het drinkwaterbedrijf, worden de voorwaarden waaronder het infiltreren plaats mag vinden geregeld via de bij de vergunningen opgenomen voorschriften.
3.3
Loenen - Eerbeek
Bij grondwaterproblemen moeten betrokken partijen overeenstemming vinden in elkaars taken en verantwoordelijkheden om te komen tot gezamenlijk handelen op de problematiek. Deels kan hierbij worden geput uit jurisprudentie (kaders en richting vanuit eerdere casussen, zie hiervoor bijvoorbeeld de Kennisbank RIONED). Tegelijkertijd is iedere casus uniek, zo ook de situatie in Loenen - Eerbeek.
49
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
3.3.1
Betrokken partijen, beleid en voorgenomen ontwikkelingen
Partij
Beleid en instrumentaria
Gemeente Brummen
-Omgevingsvisie -Water- en rioleringsprogramma -Andere omgevingsprogramma's -Omgevingsplan -Waterbeheerprogramma -Waterschapsverordening
Waterschap Vallei & Veluwe Provincie Gelderland
-POVI -Regionaal waterprogramma
Rijk Rijkswaterstaat
-NOVI -Diverse instructieregels -Deltaprogramma
Particulieren (eigenaar, gebruiker)
-Vergunningen / algemene regels
Voorgenomen ontwikkelingen
Belangen
o.a. onttrekkingen laagwaardige toepassing
o.a. voorraadbeheer
Gebouwen Percelen
Onttrekkers -drinkwaterbedrijven -industrie -overige onttrekkers Belangengroepen -beekstichting
3.3.2
-Vergunningen
-Ondernemen wateronttrekkingsactiviteiten. -Beschikbaarheid van grondwater. -(Beekstichting) Watervoerende beken.
Feitelijke situatie
In de casus Loenen - Eerbeek is feitelijk sprake van een ontstane schadesituatie mede door de beëindiging van een vergunde grondwateronttrekking in combinatie met andere factoren. Aansprakelijkheid Wanneer de redenatie van de wettelijke kaders en jurisprudentie wordt gevolgd, zou de vergunninghouder in deze situatie niet aansprakelijk zijn. Het gaat hierbij overigens nadrukkelijk om een redenatie en geen juridische uitspraak. Het onttrekken van grondwater op grond van een vergunning is een verleend recht en kent geen opgelegde plicht. Met andere woorden, een onttrekkingsvergunning geeft het recht om te mogen onttrekken; van een verplichting om eeuwig te onttrekken is geen sprake. Het staat de vergunninghouder dus vrij een onttrekking te verminderen of te beëindigen zonder bevreesd te hoeven zijn voor nadeelcompensatieclaims. Voor aansprakelijkheid kan ook worden gekeken naar de betrokken overheden. Het feit dat de vergunninghouder zelf besloot de onttrekking te stoppen en het dus geen formeel besluit van waterschap of provincie betreft, maakt echter dat de schade niet het gevolg is van het wijzigen (of intrekken) van de vergunning. Er is geen sprake van een schadeveroorzakend besluit volgens de Omgevingswet. Wat betreft de rol van de gemeente, gaat het bijvoorbeeld om het incidenteel of structureel zijn van de situatie (paragraaf 3.2.1).
De casus Loenen - Eerbeek valt waarschijnlijk niet 50
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
binnen de definitie van structurele grondwateroverlast volgens het beleid van de gemeente. De exacte feitelijke situatie is echter niet op alle criteria van de definitie voldoende inzichtelijk om deze nu te kunnen beoordelen. Verhalen van schade De Omgevingswet gaat in hoofdstuk 15 over Schade in op het verhalen van schade in een situatie waarin de schade is ontstaan door het stoppen of verminderen van een onttrekking. Indien een bedrijf zijn grondwateronttrekking stopt of vermindert, is het volgens de Omgevingswet niet aansprakelijk voor eventuele schade die hierdoor ontstaat. Uit jurisprudentie volgt namelijk dat een vergunning geen verplichting inhoudt om te blijven onttrekken. Het is voor het bevoegd gezag wel mogelijk om via de vergunningvoorschriften* (van bestaande en nieuwe vergunningen) rekening te houden met een mogelijke vermindering of stopzetting van de onttrekkingen. In de casus Loenen - Eerbeek voorzag de vergunning echter niet in dergelijke nazorgvoorschriften, wat het juridisch vrijwel onmogelijk maakt de kosten van mitigerende maatregelen, schade e.d. te verhalen op de private onttrekker. De benadeelde partij kan slechts proberen het bedrijf aansprakelijk te stellen op basis van onrechtmatige daad uit het Burgerlijk Wetboek, maar de kans op succes is gering omdat stoppen van onttrekking geen wettelijke plicht schendt.
Ook het aansprakelijk stellen van overheden is lastig. Rechtspraak laat zien dat aansprakelijkheid van gemeenten of waterschappen niet snel wordt aangenomen. Zeker als er geen overheidshandelen aan ten grondslag ligt. Alleen bij schending van de zorgplicht, of een duidelijk causaal verband tussen nalaten en schade, kan een overheid aansprakelijk zijn. * Een eerste mogelijkheid betreft het opnemen van een meldingsvoorschrift. Voor het ten minste tijdig melden van sterk verminderen of stoppen van onttrekking, zodat geanticipeerd kan worden op mogelijke veranderingen in de grondwaterstand. Of zelfs een meldingsvoorschrift met bijvoorbeeld de verplichting om gedurende een bepaalde termijn na melding te blijven onttrekken en/of de onttrekkingen geleidelijk af te bouwen. Een tweede mogelijkheid is een voorschrift ter dekking van financiële zekerheid voor het nakomen van verplichtingen of voor de dekking van aansprakelijkheid voor schade voortvloeiend uit nadelige gevolgen van de onttrekking of het staken hiervan. Een derde mogelijkheid is een ‘nazorgvoorschrift’ waaruit volgt dat na het staken van de onttrekking veroorzaakte nadelige gevolgen worden weggenomen, gecompenseerd of beperkt. De nadelige gevolgen gaan hier niet alleen over de belangen van het waterbeheer (het watersysteem) maar ook belangen van derden (zoals onroerend zaken) 7.
7 P. de Putter en A. Tuinenburg, ‘Omgaan met af te bouwen grondwateronttrekkingen: juridisch ofbestuurlijk spoor?, Water
Governance 2016, pagina 21-22 51
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
4
Mogelijke handelingsperspectieven
In dit hoofdstuk zijn mogelijke handelingsperspectieven c.q. maatregelen beschreven. Daaraan voorafgaand is de feitelijke situatie in dit gebied samengevat, omdat dit inzicht geeft in wat de uitdagingen zijn en waarin de oplossing kan worden gezocht.
4.1
Hydrologische kenmerken en uitdagingen
Het gebied Loenen - Eerbeek ligt in de grondwaterfluctuatiezone. Hier komen trage grondwater(toe-)stroming vanuit de hogere delen van de Veluwe en snelle reacties op neerslag en verdamping samen, wat leidt tot grote en trage fluctuaties in grondwaterstanden. Deze dynamiek maakt het systeem kwetsbaar: hogere of lagere grondwaterstanden kunnen lang aanhouden, zoals na een extreme neerslagperiode zoals in 2024 (herhalingstijd neerslag ~ 300 tot 1.000 jaar, zie paragraaf 2.5). Dit is niet gelijk aan de herhalingstijd voor de grondwaterstand; deze is niet onderzocht maar is kleiner. Historisch gezien waren vooral de lagergelegen zones tussen de Eerbeekse Enk en Loenense Enk en het gebied richting Laag-Soeren nat. Dit blijkt uit bodemtypen, het vroegere landgebruik, en oude kaarten waarop watergangen zichtbaar zijn. Op de hogere delen zijn dorpen gebouwd en later uitgebreid. Door de komst van verschillende grondwateronttrekkingen werd het gebied geleidelijk droger. Rond de jaren ’60 nam de schaal van deze winningen toe. Hierdoor verloren sommige sloten en greppels hun functie en vielen droog. Na een periode van droogval zijn deze op verschillende plekken gedempt (zoals rondom de Oude Beek Loenen, ten westen van de wijk Lombok). Na enkele droge zomers (2018–2020) werd het droogteprobleem duidelijker door meer droogval van beken, en verdroging bij natuur en landbouw.
Dit leidde in brede zin tot beleid van onder andere provincie en waterschap om beter gesteld te staan tegen droge perioden, bijvoorbeeld door onttrekking van grondwater voor laagwaardige toepassing te beperken.De sluiting van onttrekking De Hoop en de verdieping van de Vitens-winning zorgden voor een stijging van de grondwaterstand. Daarnaast viel er in de periode 2023–2024 uitzonderlijk veel neerslag. Deze combinatie heeft geleid tot wateroverlast.
Uit de analyses komen twee zones naar voren die gevoelig zijn voor hogere grondwaterstanden: • •
Tussen Eerbeek en Loenen (op basis van geomorfologie, historie en peilbuisanalyse). Tussen Eerbeek en Laag-Soeren (vergelijkbare geomorfologie en historie, maar minder meetpunten voor peilbuisanalyse). Dit valt samen met het gebied waar watergangen grotendeels zijn verdwenen. De afvoercapaciteit ontbreekt daardoor.
De grote hydrologische dynamiek van de grondwaterfluctuatiezone waarin Loenen – Eerbeek ligt, maakt het kwetsbaar voor extreme neerslag. Klimaatverandering versterkt deze dynamiek: langere droge perioden en intensere neerslagpieken (en langere perioden met aanhoudende neerslag) zorgen voor grotere schommelingen in grondwaterstanden. Tegelijkertijd is het watersysteem niet eenvoudig direct te sturen, maar is het wel beïnvloedbaar. Daarbij spelen meerdere ruimtelijke functies en belangen tegelijk, zoals natuur, landbouw, wonen, werken en drinkwater. De kernuitdaging is het vinden van een manier waarop deze functies duurzaam en op een acceptabel kwaliteitsniveau kunnen behouden, terwijl de fysieke omstandigheden (grond- en hemelwater) veranderen en extremer worden.
52
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
4.2
Overzicht mogelijke maatregelen
In deze paragraaf worden verschillende mogelijke maatregelen verkend. Het gaat om opties die kunnen bijdragen aan het omgaan met de hydrologische dynamiek, de gevolgen daarvan en de opgaven in het gebied. Er wordt geen keuze gemaakt en geen oordeel gegeven; het doel is inzicht bieden in de knoppen waaraan gedraaid kan worden. De mogelijke maatregelen zijn onderverdeeld in categorieën (richtingen genoemd) die een logische samenhang kennen. Startend met het diepere grondwatersysteem met onttrekking van water, daarna het ondiepe grond- en oppervlaktewatersysteem met aanpassingen aan of dicht onder het maaiveld , gevolgd door de manier waarop gebouwen water bestendig zijn gemaakt. Als laatste de manier waarop men omgaat met wateroverlast en droogte in beleid en gedrag. • • • •
Grondwateronttrekkingen aanpassen Watersysteem aanpassen Bouwkundige aanpassingen aan gebouwen Beleidsmatige en gedrags-aanpassingen
In Tabel 4-1 is een kort en bondig overzicht opgenomen waarin ook kosten en uitvoeringsduur zijn aangestipt. Het is een brede waaier aan denkbare oplossingen, zonder enige voorkeur. De onderstaande volgorde zegt dus niets over een voorkeur voor het een of het ander
Richting onttrekkingen Grondwateronttrekkingen beïnvloeden de grondwaterstand. Door onttrekkingen in te zetten als beheersmaatregel kan dus grondwateroverlast worden tegengegaan. Er zijn hierin verschillende opties mogelijk: Meer grondwater (ondiep) onttrekken De maatregel 'Meer grondwater freatisch (ondiep) onttrekken' richt zich op het verlagen van de grondwaterstand daar waar dat problemen geeft of kan geven. In dit geval kan dat door de voormalige onttrekking van De Hoop weer in werking te stellen voor dit nieuwe doel, of door een nieuwe onttrekking in te richten. Dit onderscheid maakt uit voor de vraag wie de eigenaar is van de onttrekking, en wie bevoegd is om een vergunning te verlenen, en daarmee dan ook welke regelgeving/beleid van toepassing is. Vergunningverlener is dan of de provincie of het waterschap. Deze maatregel sluit niet aan bij het beleid uit het provinciale RWP, tenzij het om hoogwaardig gebruik gaat. Deze maatregel kan lokaal de (toename van) grondwateroverlast beperken of tegengaan, wanneer de grondwateroverlast wordt veroorzaakt door het stopzetten of beperken van een bestaande grondwateronttrekking door een andere derde partij. Voor een goede uitvoering is onderzoek nodig naar de effectiviteit van een nieuwe grondwateronttrekking als beheersmaatregel (wordt de overlast ermee beëindigd?).
Daarnaast is onderzoek naar het doel van het onttrokken water (wie gaat het gebruiken) en de benodigde infrastructuur (pompen, leidingen), en naar het hydrologisch effect op de omgeving noodzakelijk. Beleidsmatig vraagt dit mogelijk om afstemming met ruimtelijke ordening van grondwaterafhankelijke natuur. Het verwachte effect van deze maatregel is dat de situatie terugkeert naar die van vóór 2023 (moment van stopzetten onttrekking De Hoop). Een belangrijk voordeel is dat de grondwaterstanden worden verlaagd, dus dat er minder natte situaties zullen ontstaan. Daartegenover staat als nadeel dat de kans op droogte mogelijk ook verder toeneemt. De actiehouder voor deze beheermaatregel is niet duidelijk op voorhand. Het initiatief om een partij te zoeken die dit gaat doen, ligt bij de overheden. Die partij vraagt dan de benodigde vergunning aan. Het doel van de onttrekking bepaalt wie de vergunningverlener is. Voor een hoogwaardige toepassing is dat de provincie, voor een laagwaardige toepassing is dat het waterschap. De gemeente kan inbreng hebben als belanghebbende.
53
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Flexibel onttrekken De maatregel 'Flexibel onttrekken' richt zich op het verbeteren van de situatie door flexibel grondwater te winnen (variërend in de tijd, in debiet en diepte winnen in relatie tot de te verwachten hydrologische situatie). Bijvoorbeeld: in natte omstandigheden freatisch (ondiep) onttrekken om de grondwaterstand te verlagen, in droge perioden diep onttrekken om minder invloed te hebben op de grondwaterstand. Deze maatregel sluit aan bij beleid zoals Vitensbeleid ‘Elke druppel duurzaam’. Voor een goede uitvoering is onderzoek naar haalbaarheid en sturingsopties en naar toepasbaarheid van het water noodzakelijk. Het verwachte effect van deze maatregel is dat de dynamiek van de grondwaterstand zal afnemen, maar dit moet nog wel onderbouwd worden door onderzoek. Hierbij moet ook onderzocht worden wat de reactietijden zijn van de winning op grondwaterstanden; wanneer moet water onttrokken worden om overlast te voorkomen. Een belangrijk voordeel is dat freatisch grondwater benut wordt wanneer het overvloedig aanwezig is, en dat wateroverlast wordt tegengegaan. Nadeel is dat het continue monitoring en sturing vergt, en dat het een complex systeem betreft. Dit vergt ook het aanpassen van andere onttrekkingsvergunningen. De actiehouder voor deze beheermaatregel is niet duidelijk op voorhand.
Het initiatief om een partij te zoeken die dit gaat doen, ligt bij de overheden. Die partij – mogelijk Vitens - vraagt dan de benodigde vergunning aan. Het doel van de onttrekking bepaalt wie de vergunningverlener is. Voor een hoogwaardige toepassing is dat de provincie, voor een laagwaardige toepassing is dat het waterschap. De gemeente kan inbreng hebben als belanghebbende.
Richting watersysteem Deze richting bestaat uit ingrepen in het watersysteem aan het oppervlak om zo overlast tegen te gaan. Hierin zijn verschillende opties denkbaar: Regenwater vasthouden en/of bergen bovenstrooms Deze maatregel bestaat uit het verminderen van (oppervlakkige) afvoer over maaiveld bij piekbuien door dit bovenstrooms tijdelijk vast te houden. Bovenstrooms is hier indicatief het gebied ten zuidwesten van de spoorlijn. Dit sluit aan bij beleid zoals beleid ‘Watersparen’ WSVV. De afvoercapaciteit van de Eeerbeekse beek is namelijk beperkt. Voor een goede uitvoering is onderzoek naar de hoeveelheid maaiveldafvoer richting lage delen, de grootte van ’opvang-/infiltratiebekkens’ en koppeling aan oppervlaktewater noodzakelijk, en eventuele ecologische effecten op het oppervlaktewater. Het verwachte effect van deze maatregel is dat neerslagpieken dan niet meer zorgen voor extra belasting voor het benedenstroomse gebied. Grondwateroverlast wordt hierdoor echter niet verminderd. Afhankelijk van de situatie ligt de 1e actie bij de gemeente of het waterschap (maatregel in bebouwde kom resp. buitengebied). Vanwege de samenhang met het beheer van het oppervlaktewater, zal het waterschap betrokken zijn of vergunning moeten verlenen. Beleidsmatig vraagt dit om afstemming met ruimtelijke ordening. Er is waarschijnlijk geen rol voor de provincie.
Grondwaterstroming tegengaan Deze maatregel bestaat uit aanbrengen van fysieke barrières ondergronds ten westen van de dorpskernen om toestroming van grondwater te beperken. Voor een goede uitvoering is hydrologisch, geologisch en ecologisch onderzoek noodzakelijk. Het verwachte effect van deze maatregel is dat grondwater bovenstrooms van de barrière stijgt en benedenstrooms daalt. Een belangrijk voordeel is dat grondwaterstanden in bebouwd gebied benedenstrooms worden verlaagd. Daartegenover staat als nadeel de grote impact op systeemwerking en verminderde wateraanvoer naar de IJsselvallei waardoor het risico op droogval bij beken groter wordt. Ook kan elders wateroverlast ontstaan door de barrière. Beleidsmatig vraagt dit om afstemming met ruimtelijke ordening en natuurbeheer. De actiehouder voor deze maatregel is op voorhand niet duidelijk, maar het zal in ieder geval een overheidslaag zijn. Meest voor de hand liggend is dan de gemeente, met betrokkenheid van provincie en waterschap. De provincie en waterschap in rol van toetser en vergunningverlener. Watergangen toevoegen/herstellen/vergroten 54
Onze referentie: KHCKJJCZWMC4-1131051956-17245:2 - Datum: 27 januari 2026 - Confidential
GEBIEDSVERKENNING TOEKOMSTBESTENDIG WATERSYSTEEM LOENEN-EERBEEK
Deze maatregel bestaat uit herstel, vergroting of aanleg van watergangen. Met herstel en vergroting van watergangen wordt de afvoercapaciteit ervan vergroot. Met de aanleg van nieuwe watergangen neemt de slootdichtheid toe, en wordt het grondwater ter plekke afgetopt. Hierbij kan gedacht worden aan het herstellen van de watergangen welke in de droge perioden gedempt zijn omdat ze hun functie verloren waren (droogval). Ook kan gekeken worden naar het aanleggen van nieuwe watergangen bij de kwetsbaarste gebieden (op basis van natte locaties, of gevoelige functies). Het voordeel van watergangen (wanneer deze juist worden aangelegd en onderhouden), is dat deze hoge grondwaterstanden aftoppen, en kunnen droogvallen bij lagere grondwaterstanden zodat de impact op verdroging beperkt is. Deze maatregel sluit aan bij beleid voor klimaatadaptatie en robuuste watersystemen. Een nadeel is dat deze maatregel vraagt om voldoende ruimte. Ook is het geen oplossing voor kelders die niet waterdicht zijn. Voor een goede uitvoering is hydrologisch onderzoek noodzakelijk. Omdat het hier gaat om maatregelen in het oppervlaktewaterstelsel, ligt de 1 e actie bij het waterschap, of de gemeente als het binnen bebouwd gebied is. Vanwege de ruimtelijke inpassing moet de gemeente betrokken zijn.. Beleidsmatig vraagt dit om afstemming met ruimtelijke ordening.
Er is waarschijnlijk geen rol voor de provincie. Vaak zal het gaan om percelen in particulier bezit, dus hun betrokkenheid is nodig. Watergangen afvoercapaciteit behouden/borgen door beheer & onderhoud Dit bestaat uit het intensiveren en borgen van onderhoud van bestaande watergangen en duikers om de beoogde afvoerfunctie te behouden. Dit past binnen de reguliere beheer- en zorgplicht. Voor een goede uitvoering is aanscherpen van het beheerplan noodzakelijk en toezicht. Het verwachte effect van deze maatregel is dat overtollig water beter kan worden afgevoerd. Een belangrijk voordeel is dat geen of beperkt extra ruimtebeslag vraagt en gebruik maakt van het bestaande systeem. Daartegenover staat als nadeel dat onzeker of het effect afdoende is en inzet van particulieren is nodig. Ook is het geen oplossing voor kelders die niet waterdicht zijn. De actie ligt bij de eigenaren van het oppervlaktewatersysteem. Dat zullen vooral het waterschap, gemeente en diverse particulieren zijn. De 1e actie voor deze maatregel ligt bij het waterschap (ook voor toezicht en handhaving), het is niet te verwachten dat een eigenaar van een watergang zonder meer hiertoe zelf initiatief zal nemen. Er is een rol voor de gemeente als het watergangen in gemeentelijk eigendom betreft. Er is waarschijnlijk geen rol voor de provincie.
Buisdrainage / Infiltratie systeem Deze maatregel bestaat uit het aanleggen van drainage om grondwaterstanden lokaal te verlagen. Voor een goede uitvoering is hydrologisch en bouwkundig onderzoek noodzakelijk. Het verwachte effect van deze maatregel is dat grondwater wordt afgetopt zodat overlast beperkt blijft. Een belangrijk voordeel is dat lokaal de pieken afgevangen kunnen worden. Daartegenover staat als nadeel dat drainage goed moet worden onderhouden om te blijven werken, en er afvoer mogelijk moet zijn richting oppervlaktewater. De uitvoerbaarheid bij bestaande bebouwing kan moeilijk zijn. Ook is het geen oplossing voor kelders die niet waterdicht zijn. Hier valt ook onder de aanleg en onderhoud van regenwaterinfiltratiesystemen, die in het verleden zijn aangelegd. Omdat het hier gaat om maatregelen in de openbaar stedelijk gebied in combinatie met die van particulieren, ligt de 1e actie bij de gemeente. De aanleg van drainage speelt namelijk op buurtniveau en vergt coördinatie met meerdere particulieren. Afhankelijk van de gekozen afvoer volgt betrokkenheid van het waterschap, als toetser en vergunningverlener. Er is waarschijnlijk geen rol voor de provincie. Aanleggen sprengen Het aanleggen van nieuwe sprengen (vanaf de Veluwe naar de IJsselvallei, dus loodrecht op de isohypsen) kan lokaal zorgen voor iets meer grondwaterafvoer.