A6 - VNOG - Voorlopige begroting en jaarstukken D479453
Tekst van het document
• • • •
de afsprakenlijsten bij de convenanten beheerd en de verbinding met het netwerk aan crisispartners onderhouden; bijgedragen aan de regionale coördinatie van de opvang van ontheemden uit Oekraïne in VNOG voor 22 gemeenten; de VNOG gemeenten ondersteund in hun verantwoordelijkheid bij crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en crisiscommunicatie in het kader van ongevallen , rampen of crisis; gewerkt , n. a. v. landelijke afspraken , aan de versterking van crisisbeheersing , versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR. Zie hiervoor de separate paragraaf hierover.
1. Zelfredzaam en risicobewust. RCB heeft: •
de veerkracht en weerbaarheid van de bevolking versterkt , door middel van bijvoorbeeld de campagne Denk Vooruit en het treffen van voorbereidingen van de landelijke pilot Noodsteunpunten.
• • • • •
• • • •
bijdrage geleverd aan de organisatie van de viering van een veilige Koningsdag 2025; gewerkt aan de versnelde gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing vanuit de interregionale werkorganisatie (projectfase); gewerkt volgens een ontwikkelagenda aan een expertisecentrum ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’; de risicoperceptie van inwoners onderzocht op de thema’s uit het regionaal risicoprofiel; risico- en doelgroepen geanalyseerd en (publieks)campagnes ontwikkeld en regionaal uitgerold op basis van gedragsstrategieën , waaronder Denk Vooruit , Ik Laad Accuraat en Voorkomen van Vuur is Jouw Natuur; het netwerk rondom gedrag en veiligheid verstevigd en kansen benut om meer partners aan te laten haken in campagnes (zoals bij de campagnes); risicogericht aan gemeenten en partners geadviseerd aan de hand van het in 2025 vastgestelde dienstverleningsconcept; een bijdrage geleverd aan het risicobewustzijn van stakeholders in de natuurlijke omgeving. Bijvoorbeeld vanuit de Gebiedsgerichte Aanpak; samengewerkt met start-ups op basis van co-creatie. Voorbereidingen voor een construct en landelijk platform voor samenwerking veiligheidsregio – start-ups zijn gestart. een
2. Vakbekwaam en deskundig. RCB heeft: • • • • •
• •
de samenwerking in Oost-Nederland , met het Rijk en met Duitsland op het gebied van onder andere onze gezamenlijke informatiepositie en vakbekwaamheid versterkt; de mogelijkheden voor netwerkregie en platformfunctie VNOG verkend;. aan de hand van het ‘uitvoeringplan risicogericht werken’ kennis en vaardigheden van de adviseurs versterkt; de thema’s klimaatadaptatie en veilige energietransitie geborgd in de organisatie , verdieping vindt plaats via integrale werkgroepen; de doorontwikkeling van Bevolkingszorg geïmplementeerd; In januari zijn de expertteams Bevolkingszorg volledig van start gegaan. Deze worden begeleid door het bureau Bevolkingszorg inclusief alle randvoorwaardelijke processen (o. a. alarmering , systemen en evaluatie). verder gewerkt aan de doorontwikkeling naar een moderne MOTO-organisatie; regionale poules voor operationele informatievoorziening (informatiemanagers , beleidsondersteuners , loggers , plotters en andere ontkleurde functionarissen) onderhouden en gefaciliteerd.
Pagina 10 van 98
3. Sterke informatiepositie. RCB heeft: • • • •
•
• • • •
•
verder gewerkt aan een duurzame toepassing van de digitwin als onderdeel van het informatiegestuurd werken ter ondersteuning van de informatiebehoefte van adviseurs; de Risico Analyse Monitor – Kenmerkenschema (RAM) met andere regio’s doorontwikkeld; een toekomstbestendig afwegingskader ontwikkeld voor operationele informatiekaarten en hiervoor een beheerproces ingericht; een bijdrage geleverd aan de inrichting van het nieuwe zaaksysteem waarmee in 2026 de aansluiting op het DSO geborgd blijft en brandveiligheidsinformatie over objecten makkelijker beschikbaar wordt voor andere processen. gegevens verzameld , gekoppeld , geanalyseerd en gebruikt t. b. v.
het regionaal risicoprofiel en gewerkt aan (en met) een dynamisch en actueel risicobeeld (Veiligheidsinformatie Knooppunt , VIK); een bijdrage geleverd in de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost5 ten behoeve van KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s); het scenariodenken toegepast vanuit het scenarioteam , in lijn met een daartoe ontworpen methodiek , bij (dreigende) crisis/crises; gezorgd dat de risico’s en dreigingen in een dynamisch risicoprofiel continu gemonitord en beschikbaar gesteld worden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); de crisisruimten onderhouden , zich voorbereid op de aanstaande verhuizing van de crisisruimten , en technische hulpmiddelen tijdig vervangen om aan te blijven sluiten bij interregionale en nationale standaarden en het informatiegestuurd werken; bijgedragen aan de tijdelijke afdeling overstijgende werkorganisatie , onder de naam ‘Proeftuin Informatiegestuurd werken’ ter bevordering van het informatiegestuurd werken.
Wat heeft het gekost?
Programma
L/B
1. 0 Risico- en crisisbeheersingBaten Lasten Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2025 -
9 . 767. 560 - 9. 767. 560
Mutaties reserves 1. 0 Risico- en crisisbeheersingOnttrekkingen Toevoegingen Saldo reserves Resultaat
Begroting na wijziging 2025 1 . 092. 295 1 1. 103. 735 - 10. 011. 440
-
- 9. 767. 560
Realisatie 2025 1 . 702. 068 1 1. 300. 433 - 9. 598. 365
Verschil 2025 6 09. 773 1 96. 698 4 13. 075 voordeel
3 05. 155 2 92. 095 1 3. 060
3 48. 538 6 14. 081 - 265. 543
- 321. 986
- 43. 383
- 9. 998. 380
- 9. 863. 908
nadeel 1 34. 472 voordeel
- 278. 603
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 11 van 98
3. 2. Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? Voor de Opgaven 0 , 2 en 3 heeft afdeling Brandweerzorg: • nieuwe blusvoertuigen op diverse posten in gebruik genomen; • nieuwe brandweervaartuigen in gebruik genomen; • goede prestaties voor natuurbrandbestrijding binnen en buiten VNOG behaald; • de internationale samenwerking verder versterkt; • de pilot dagdienstregeling Zutphen en Doetinchem met een jaar verlengd; • de nieuwe landelijke Elektronische Leeromgeving (ELO) geïmplementeerd voor de brandweeropleiding waardoor makkelijker en beter geleerd kan worden; • het aanstellingsproces voor nieuwe brandweervrijwilligers eenvoudiger gemaakt; • nieuwe brandweervrijwilligers zich betrokken laten voelen bij onze organisatie; • een inhaalslag gemaakt om meer brandweerchauffeurs op te leiden; • het ontwikkeltraject voor postcommandanten gestart; • ervoor gezorgd dat we beter zijn voorbereid op situaties met extreem weer; • het onderzoek naar het robuuster inrichten van de piketten voor de operationele leiding afgerond; • de pilot met bodycams samen met de gebruikers afgerond en geëvalueerd. Het gebruik van bodycams zal niet in deze vorm worden voortgezet.
Wat hebben we ervoor gedaan? Afdeling Brandweerzorg heeft: • een opleidingsprogramma voor de nieuwe 4x2-blusvoertuigen en de 4x4-combi voertuigen ontwikkeld en uitgevoerd; • een start gemaakt met de aanschaf van elektrische dienstvoertuigen en met de aanbesteding van communicatieapparatuur in samenwerking met de vijf oostelijke veiligheidsregio’s; • natuurbrandbestrijdingsoefeningen meer realistisch gemaakt; • een onderzoek gestart naar welke brandweervoertuigen aan beide zijden van de grens aanvullend zijn in de dekkingsplannen; • een onderzoek gestart naar één dagdienstregeling voor de gehele VNOG (Apeldoorn , Zutphen , Doetinchem); • een nieuwe softwaresysteem geïmplementeerd voor decentrale uitgifte van meldingen; • een nieuw systeem aangeschaft voor operationele informatie , inclusief hardware; • korpsavonden en postcommandanten-overleggen gehouden (boeien en (ver)binden); • aanstellingsdagen georganiseerd voor nieuwe vrijwilligers; • introductiebijeenkomsten voor nieuwe aspiranten georganiseerd; • de toetsen voor de manschap-opleiding op het eigen vakbekwaamheidsplein georganiseerd; • de intranetsite “Brandpunt” voor vrijwilligers verder verbeterd en doorontwikkeld; • een jaarprogramma 2026 gemaakt voor vakbekwaamheid; • een opleidingskalender opgesteld; • nieuwe en innovatieve materialen gekocht die nodig zijn om vakbekwaam te blijven; Pagina 12 van 98
• • • •
een grote bijdrage
geleverd aan het landelijk project “Aantoonbare vakbekwaamheid” en de herziening van onderwijsstelsels veiligheidsregio’s; de postcommandanten betrokken bij hun aanstaande ontwikkeltraject; het actiecentrum versterkt door werving en opleiding van nieuwe medewerkers; het onderzoek naar het robuuster inrichting van de piketten voor de operationele leiding , samen met de andere afdelingen binnen VNOG , opgepakt in het herzien van de Regeling Operationele Functies (ROF).
Wat heeft het gekost?
Programma
L/B
2. 0 Brandweerzorg
Baten Lasten
Totaal saldo baten en lasten
Begroting na wijziging 2025 8 4. 000 3 3. 554. 285 - 33. 470. 285
Begroting 2025 1 4. 000 3 3. 974. 205 - 33. 960. 205
Realisatie 2025 6 09. 250 3 3. 516. 053 - 32. 906. 803
Verschil 2025 5 25. 250 - 38. 232 5 63. 482 voordeel
Mutaties reserves 2. 0 Brandweerzorg Saldo reserves
Onttrekkingen Toevoegingen
5 15. 000 5 15. 000
8 59. 980 3 51. 875 5 08. 105
6 87. 726 7 43. 103 - 55. 377
- 33. 445. 205
- 32. 962. 180
- 32. 962. 180
-
1 72. 254 - 391. 228 - 563. 482
nadeel Resultaat
-
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 13 van 98
3. 3. Programma:
3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in
de Regio (GHOR) Programmahouder:
W. Jaeger
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises. De GHOR heeft: • continuïteitsplan GHOR opgesteld in samenhang met bedrijfscontinuïteitsplan VNOG; • geïnvesteerd in bestuurlijke advisering zowel intern , bij ketenpartners als integraal VNOG breed , om daarmee de GHOR-thema's steviger te borgen; • landelijk en regionaal geadviseerd bij verschillende ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving (o. a de herijking 1 e tranche Wet veiligheidsregio's , start bij 2 e tranche); • als kartrekker planvorming voor Zorgcontinuïteit , militaire dreiging en evacuatie op Oost 3-5 niveau (3 netwerkbureaus ROAZ'en en 5 GHOR'en) begeleid. 1. Zelfredzaam en risicobewust. De GHOR heeft: • landelijk kennis gedeeld over ontstaan en bestaan van de GHOR en risicobewustzijn aangewakkerd m. b. t. huidige en toekomstige risico’s bij ketenpartners; • geïnvesteerd in de samenwerking op GHOR Oost-5 niveau en de samenwerking tussen de 3 •
ROAZ'en i. v. m. de ROAZ-regiogrenzen die dwars door onze regio lopen; monodisciplinaire planvorming ontwikkeld voor het GHOR-bureau m. b. t. incidenttypes uit het regionale risicoprofiel.
2. Vakbekwaam en deskundig . De GHOR heeft: • eerste stappen gezet richting een meer flexibele en adaptieve crisisorganisatie; • • • • •
inzicht verkregen op de huidige kwaliteit van samenwerking en knelpunten binnen de GHOR crisisorganisatie , wat heeft geleid tot gerichte verbeteracties; de prestaties van de crisisorganisatie van de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) gemonitord en deskundigheid van de centralisten bevorderd; nieuwe en verbeterde werkafspraken met de acute zorgpartners MKA en RAV gemaakt. De werkafspraken met de GGD volgen in 2026; operationele inzetten en oefeningen structureel gemonitord en geëvalueerd , waarbij geïdentificeerde verbeterpunten systematisch zijn geanalyseerd en opgevolgd; de samenwerking met keten- en kolompartners , evenals met regionale , bovenregionale en landelijke structuren ten aanzien van de crisisorganisatie , verder geïntensiveerd.
3. Sterke informatiepositie. De GHOR heeft: • • • •
het dashboard voor GHOR managementinformatie opgeleverd voor inzicht in de operationele inzetten van de GHOR crisisorganisatie; het project Witte Informatiebron Oost-5 geïntegreerd in de reguliere samenwerking Oost-5; de beveiligde inlog van LCMS bij onze ketenpartners geïmplementeerd; een roosterprogramma geïmplementeerd om alle GHOR-crisisfunctionarissen te faciliteren in eenduidige planning en structuur voor de piketroosters.
Pagina 14 van 98
Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises. De GHOR heeft: • ruim 800 inzetten OVDG-en uitgevoerd , om de geneeskundige zorg te coördineren en om de verbinding tussen de acute zorg en de andere hulpdiensten op het plaats incident te versterken; • bij alle GRIP-incidenten de GHOR-crisisorganisatie ingezet; • ruim 500 evenementenadviezen gegeven en ruim 40 adviezen omgevingsveiligheid; • ruim 70 adviesgesprekken gevoerd met zorgpartners; • geparticipeerd aan ROAZ-overleggen op strategisch , tactisch en operationeel niveau; • geadviseerd bij ruim 50 landelijke en regionale bestuurlijke overleggen in veiligheidsregio en zorgdomein; • deelgenomen aan de Stuurgroep Weerbaarheid , de thematafel GHOR gestart en deelgenomen aan de thematafel Noodsteunpunten. Door deelname aan en aanjagen van het thema binnen het zorgnetwerk (o. a. in de ROAZ'en , maar ook in de separate overleggen met zorgpartners) wordt weerbaarheid van de zorgsector bevorderd. 1. Zelfredzaam en risicobewust. De GHOR heeft: • op Oost 5 niveau , in het kader van het 25 jarig bestaan van de GHOR , een tweetal grote themabijeenkomst georganiseerd voor de zorgpartners in deze regio's; • planvorming rondom zorgcontinuïteit zoveel mogelijk in samenwerking gemaakt t. b. v. uni•
formiteit (bijv. het regionale zorgcontinuïteitsplan); maatregelen getroffen om uitval van kritieke processen zoveel mogelijk te beperken op basis van de geïdentificeerde risico’s. Hiermee gestart in 2025. Wordt verder opgepakt in 2026.
2. Vakbekwaam en deskundig. De GHOR heeft: • • • • • • •
oefenactiviteiten georganiseerd voor de GHOR-crisisfunctionarissen en voor zorgorganisaties , daarnaast verschillende themabijeenkomsten voor de zorgsector; inzetbaarheid verbeterd door aanpassingen van de beschikbaarheid van dienstvoertuigen en invoering roostersysteem; een nul-meting uitgevoerd op de samenwerking binnen de monodisciplinaire crisisteams; samenwerkings- en werkafspraken gemaakt met de Meldkamer Ambulancezorg (MKA); operationele afstemming gehad met acute zorgpartners door het vaststellen van nieuwe en aangescherpte werkafspraken; casussen (inzetten) vanuit de crisisorganisatie ingebracht en oefeningen vanuit OTO ingebracht in het structurele overleg 'Leren & Ontwikkelen' van CO&V; diverse overleggen gefaciliteerd (overleg CB , overleg GGD , Overleg Opgeschaalde zorg RAV , Crisisorganisatie Oost-5 , Themagroep Crisisbeheersing en Vakbekwaamheid).
3. Sterke informatiepositie. De GHOR heeft: • •
actief aangesloten bij zowel de interne GHOR crisisorganisatie als de externe GHOR ketenpartners om behoefte in kaart te brengen en vraag en aanbod aan elkaar te matchen; GHOR crisisorganisatie data en inzetformulieren geoptimaliseerd voor integratie in het dashboard GHOR managementinformatie.
Pagina 15 van 98
Wat heeft het gekost? Programma
L/B
3. 0 GHOR
Baten Lasten
Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 3. 0 GHOR
4 8. 000 2 . 257. 100 - 2. 209. 100
Onttrekkingen Toevoegingen
Saldo reserves Resultaat
Begroting na wijziging 2025 4 8. 000
Begroting 2025
Realisatie 2025 4 4. 172 2 . 108. 190 - 2. 064. 018
2 . 424. 000 - 2. 376. 000
-
-
-
-
-
-
- 2. 209. 100
- 2. 376. 000
Verschil 2025 - 3. 828 - 315. 810
3 11. 982 voordeel -
2 5. 106 - 25. 106 - 2. 089. 124
- 25. 106 - 25. 106
nadeel 2 86. 876 voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 16 van 98
3. 4. Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland
–
Meldkamer
Brandweer / Multi (MKON-MKBM) Programmahouder:
J. N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON MKBM primair uit? 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Overijssel en is actief sinds maart 2023. Een zelfstandig organisatieonderdeel binnen de MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). De MKBM valt onder verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s. Het centrale werkgeverschap voor MKBM is door de vijf regio’s belegd bij VNOG; de medewerkers zijn bij VNOG in dienst en uitgaven verlopen via de VNOG-begroting. Naast het werkgeverschap voert VNOG bepaalde bedrijfsvoeringtaken voor MKBM uit. 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises
De wettelijke kerntaak is uitgevoerd: het 24/7 aannemen , verwerken en begeleiden van noodmeldingen , waarbij de keten van melding , alarmering en begeleiding betrouwbaar , snel en gegarandeerd was. 2. Vakbekwaam en deskundig
De kennis en vaardigheden van de medewerkers MKBM zijn vergroot. 3. Sterke informatiepositie
Er was hoogwaardige informatievoorziening. MKBM heeft een bijdrage geleverd aan het actuele veiligheidsbeeld en heeft ingespeeld op landelijke ontwikkelingen hieromtrent. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen , beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises • De centralisten meldkamer hebben alle meldingen voor de vijf veiligheidsregio’s aangenomen , verwerkt , (zo nodig) uitgegeven en afgehandeld. • De MKBM heeft voorzien in een rooster (beheer en bewaking). • De pilot ‘zelfroostering’ is geëvalueerd en verankerd in de roosterafspraken. • De wettelijk bepaalde functie van Calamiteitencoördinator (CaCo) is ingevuld. 2. Vakbekwaam en deskundig
Er is voorzien in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen , operationele voorbereiding en kwaliteitszorg. De volgende activiteiten zijn onder andere uitgevoerd: • Opstellen / uitvoeren van het oefenbeleid en oefenplan , met extra communicatietrainingen; • Bijdragen aan het leren van incidenten en doen van evaluaties; • Vertalen van de leerpunten uit evaluaties naar procedures en plannen , incl. implementatie. 3. Sterke informatiepositie • •
De CaCo heeft op de meldkamer de rol van informatiemanager vervuld. Er is ingezet op doorontwikkeling van de business intelligence , waarmee sturingsinformatie inzichtelijk is geworden voor bedrijfsvoering en de operatie , maar ook de rapportage richting de regio's verbeterd wordt.
Pagina 17 van 98
•
Medewerkers hebben niet alleen meldingen aangenomen en eenheden gealarmeerd , maar ook burgers en hulpverleners voorzien van andere relevante informatie.
Overig • Bij de start van de MKON is afgesproken dat er na drie jaar een evaluatie plaatsvindt , voorafgegaan door twee tussenevaluaties. De eerste tussenevaluatie is begin 2025 afgerond. Op basis hiervan is tijdelijk extra personele capaciteit aangetrokken om resterende opstartpunten en toekomstige uitdagingen aan te pakken. De kosten worden gedekt uit bestaande middelen , zonder extra regionale bijdragen. • Er is een start gemaakt met de tweede tussenevaluatie. • De MKON-MKBM heeft meegedacht met regionale ontwikkelingen die impact hebben op de meldkamer , zoals de aanstaande inhuizing van de witte kolom. • In 2025 is gestart met het opstellen van een nieuw convenant tussen alle diensten binnen de MKON en de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) , als geactualiseerde opvolger van de bestaande samenwerkingsafspraken. Dit wordt in 2026 ter goedkeuring aangeboden aan alle besturen. Wat heeft het gekost? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde bedrijfsvoering door VNOG worden gedragen door alle vijf de veiligheidsregio’s op basis van een vastgestelde verdeelsleutel. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. De financiële risico’s worden op basis van de gehanteerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende partijen.
Met VNOG zijn afspraken gemaakt voor de verwerking in de begroting en daarmee voor de verrekening van de (structurele en incidentele) kosten van ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën.
Programma
L/B
4. 0 MON
Baten Lasten
Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 4. 0 MON
Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025 4 . 151. 500 5 . 515. 250 - 1. 363. 750
Onttrekkingen Toevoegingen
Saldo reserves
Realisatie 2025
4 . 151. 500 5 . 519. 150 - 1. 367. 650
Verschil 2025
4 . 407. 682 5 . 566. 403 - 1. 158. 721
-
-
-
-
-
-
-
2 08. 929 - 208. 929
2 56. 182 4 7. 253 2 08. 929 voordeel - 208. 929 - 208. 929
nadeel Resultaat
- 1. 363. 750
- 1. 367. 650
- 1. 367. 650
-
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 18 van 98
3. 5. Programma:
5. Directie en Control
Programmahouder:
A. J. M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie , Control en Staf primair uit? Directie , Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van de VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur , directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies , controle op het proces van planning en control , kwaliteit van besluitvorming en advisering over interne en externe communicatie. Wat hebben we bereikt? • Het behalen , behouden en monitoren van het dienstverleningsniveau zoals in het regionaal beleidsplan 2025-2028 is beschreven , binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. • Het informeren van het bestuur , de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. o Dit is tot uiting gekomen in de schriftelijke voorstellen en informatienota’s , maar eveneens in mondelinge toelichtingen tijdens raads- en bestuursvergaderingen. • Het versterken van de relatie en samenwerking met de gemeenteraden en de colleges en met externe partners , zoals GGD NOG , Defensie , andere veiligheidsregio’s en NIPV. o Er hebben 2 bijeenkomsten plaatsgevonden van de DB’s van GGD NOG en VNOG gezamenlijk. Er heeft 1 bijeenkomst plaatsgevonden van de AB’s van GGD NOG en VNOG gezamenlijk. Onderwerp van gesprek was de gezamenlijke opgave in het kader van weerbaarheid en de bijdragen/samenwerking van beide organisaties hierin.
o Er is veel contact met Defensie i. h. k. v. ontwikkelingen rondom weerbaarheid. • Het verder werken aan een verbeterde (financiële) transparantie door toelichten van ontwikkelingen tijdens genoemde vergaderingen en door (fysieke en digitale) bijeenkomsten te organiseren voor financieel ambtenaren van de gemeenten op een werklocatie van VNOG. Wat hebben we ervoor gedaan? Directie • heeft gestuurd op de ontwikkeling van de organisatie , dat onder meer blijkt uit: o Begeleiding van het traject naar 1-Post Apeldoorn. De aanbesteding van het pand wordt voorbereid en wordt binnenkort uitgezet. o Het vormgeven en vaststellen van het programma VNOGinBeweging! Dit richt zich op het versterken van de toekomstbestendigheid , omgevingsbewustheid en wendbaarheid en weerbaarheid van de organisatie (zie ook paragraaf 4. 6). • heeft innovatie gestimuleerd door: o Het uitvoering geven aan een integrale werkorganisatie (Proeftuin) voor de ondersteuning van het informatiegestuurd werken binnen VNOG. De Proeftuin is in 2025 geëvalueerd , hieruit blijkt dat een structurele positie binnen de lijnorganisatie wenselijk is. o Het faciliteren van startups voor het aandragen van innovatieve oplossingen voor vraagstukken bij VNOG. Voorbeelden zijn het ontwikkelen van een virtuele assistent voor de beginnend bevelvoerder en het slim in kaart brengen van brandoorzaken t. b. v. voorlichting.
• heeft verwachtingen tussen medewerkers , posten , het MT en het bestuur afgestemd door: o Het bevorderen van overleg tussen MT en teamleiders; o Een frequent overleg tussen directeur en Ondernemingsraad. In 2025 is tevens een Artikel 24 overleg georganiseerd waarbij de Ondernemingsraad in gesprek gaat met de Voorzitter van VNOG over (toekomstige) ontwikkelingen , waaronder weerbaarheid. Pagina 19 van 98
Ondersteunen van bestuurders bij bestuursvergaderingen; Ondersteunen van bestuurders bij en bezoek brengen aan raadsvergaderingen over uiteenlopende onderwerpen (o. a. weerbaarheid en toelichting op financiën); o Met griffiers uit de regio bijeenkomsten te organiseren voor raadsleden (vormgegeven in de informele raadsadviescommissie); heeft op bestuurlijk niveau geïnvesteerd in de grensoverstijgende samenwerking met Duitsland. Het algemeen bestuur van VNOG is op werkbezoek geweest in Düsseldorf: bij het Ministerium des Innern en de Feuerwehr Düsseldorf. heeft veelvuldig contact met internationale partners (met name Duitsland). Voorbeelden zijn de voorbereiding op hoogwater , en het project ERMWIC: het versterken van de internationale samenwerking o. h. g. v. onder andere rampenbestrijding en crisismanagement. Aan dit project nemen veiligheidsregio’s , twee Duitse Kreise en de Bezirkregierung van Düsseldorf deel. o o
•
•
Control In juni 2025 heeft de business controller van VNOG extern een andere functie aanvaard. In afstemming met de portefeuillehouder Middelen is de functie van business controller niet opnieuw ingevuld. In plaats daarvan neemt de teamleider Middelen tijdens de MT-vergaderingen nu de rol van business controller op zich. Wat heeft het gekost? Programma
L/B
5. 0 Directie en control
Baten Lasten
Totaal saldo baten en lasten
Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025 -
8 80. 300 - 880. 300
Realisatie 2025
Verschil 2025
2 42. 000
2 53. 986
1 1. 986
1 . 231. 900 - 989. 900
1 . 157. 157 - 903. 172
- 74. 743
8 6. 728 voordeel
Mutaties reserves 5. 0 Directie en control
Onttrekkingen Toevoegingen
Saldo reserves
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Resultaat
- 880. 300
- 989. 900
- 903. 172
8 6. 728 voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 20 van 98
3. 6. Programma:
6. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
J. Joon
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Wat hebben we bereikt? 3. Sterke informatiepositie • Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern , bestuur , samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar , weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers • Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. • •
Optimale facilitering op gebied van huisvesting , services en projecten. Onze medewerkers richting , ruimte en vertrouwen gegeven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen , die burgers , bestuur en partners van VNOG vragen.
Wat hebben we ervoor gedaan? 3. Sterke informatiepositie. BV heeft: • gezorgd voor implementatie en ondersteuning van informatie gestuurd werken , o. a. via dashboards , business intelligence en het datawarehouse; • gewerkt aan verdere professionalisering van ICT-werkzaamheden en -processen , waaronder invoering ICT-helpdesk , op afstand ondersteunen van laptops , etc. • gezorgd voor een goede archivering van stukken en gestart met de implementatie van ons nieuwe zaaksysteem en zaakgericht werken; • bijgedragen aan de integraliteit en kwaliteit van beleids- en bestuursvoorstellen en gezorgd voor (juridische) advisering; • een nieuwe klachtenregeling geïmplementeerd; • 24/7 in-/externe communicatie/woordvoering (regulier en crises) gecoördineerd/verzorgd; • content en communicatiemiddelen gemaakt , (door)ontwikkeld , beheerd en bewaakt (o. a. doorontwikkeling website , videos (ook vertaald in het Duits) en de website is officieel getoetst en voldoet aan de wettelijke toegankelijkheidseisen); • gezorgd voor de privacy- en gegevensbescherming en veiligheid van onze systemen. gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. Een solide financiële positie en control.
BV heeft: • gezorgd voor de P&C-cyclus , de financiële- , contracten- en polis-administratie en geadviseerd over financiën , verzekeringen , inkoop/aanbestedingen en het risicomanagement; • periodiek overlegd met de gemeentelijke financieel ambtenaren (het FAO-overleg); • een intern beheersingsplan uitgevoerd (verbijzonderde interne controle); • de Financiële verordening geactualiseerd , n. a. v. nieuwe regelgeving. 4. Een
Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers. BV heeft: • de kazernes beheerd vanuit de gebruikersrol conform Regeling Demarcatie en periodiek overlegd met gemeentelijke gebouwbeheerders (zie toelichting in 4. 6); • gewerkt aan het Klimaatplan 2024-2030 (zie 4. 6); • input geleverd aan gemeenten t. a. v. nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes en deze trajecten begeleid (zie 4. 6); Pagina 21 van 98
• •
in nauwe samenwerking met de gemeente Apeldoorn verder gewerkt aan de nieuwe éénpost van Apeldoorn , tevens Veiligheidscentrum/kantoorlocatie voor VNOG (zie 4. 6); voorzien in een Servicedesk voor de gehele organisatie en deze verder ontwikkeld.
Onze mensen richting , ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen. BV heeft: • de personeelszorg en personeelsadministratie uitgevoerd; • geïnvesteerd in leiderschapsontwikkeling; er zijn assessments voor nieuwe leidinggevenden uitgevoerd en teamprofielen van alle leidinggevenden opgesteld; • medewerkers geholpen bij vitaliteit & loopbaan , o. a. vitaliteitsdagen , loopbaancoaching; • het ontwikkelprogramma postcommandanten opgeleverd; • aanstellingsdagen voor vrijwilligers ingericht en indiensttredingsproces gedigitaliseerd; • arbo werkzaamheden gefaciliteerd (zie verder ook toelichting in 4. 6); • diverse personele regelingen opgesteld/geactualiseerd , zoals doorlopend sociaal statuut , regeling niet-repressieve vrijwilligers; • nieuw proces voor eed/belofte ingericht en achterstanden ingehaald. Overkoepelend • In het kader van de vitaal-verklaring van VNOG en het thema weerbaarheid , heeft BV gewerkt aan het versterken van de bedrijfscontinuïteit (o. a. actueel houden Bedrijfscontinuïteitsplan , uitvoeren continuïteitsoefening) en deelgenomen aan programma Weerbaarheid. • Mede n. a. v. opmerkingen van de accountant over de té sobere bedrijfsvoering is onder andere gestart met het moderniseren en versterken van de financiële en personele administratie , de implementatie van een applicatie voor de P&C-cyclus en een strategische personeelsplanning opgesteld.
Er is een Bedrijfsvoeringsdag gehouden voor input op een nieuwe BV-visie , die begin 2026 met implementatieplan volgt. Vooruitlopend daarop zijn in de Kadernota 2027 al vervolgstappen opgenomen op basis van de vereisten die op ons afkomen (bijv. i. v. m. informatieveiligheid). Wat heeft het gekost? Begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Realisatie 2025
Verschil 2025
Programma
L/B
6. 0 Bedrijfsvoering
Baten
235. 000
327. 000
715. 542
388. 542
Lasten
17. 083. 668 -16. 848. 668
19. 292. 958 -18. 965. 958
19. 705. 779 -18. 990. 237
412. 821 -24. 279
Totaal saldo baten en lasten
nadeel Mutaties reserves 6. 0 Bedrijfsvoering Saldo reserves Resultaat
Onttrekkingen Toevoegingen
114. 000 335. 150 -221. 150
670. 700 489. 150 181. 550
541. 417 541. 603 -186
-17. 069. 818
-18. 784. 408
-18. 990. 423
129. 283 -52. 453 -181. 736 nadeel -206. 015 nadeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 22 van 98
3. 7. Programma:
7. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder:
J. Joon
In dit programma zijn de inkomsten verantwoord van de gemeentelijke bijdragen die zijn bepaald bij de vaststelling van de VNOG-begroting 2025 en de rijksbijdrage met betrekking tot de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De algemene dekkingsmiddelen betreffen middelen die beschikbaar zijn ter dekking van de uitgaven op de andere programma’s. Dit programma kent derhalve niet een op zichzelf staand doel. Wat heeft het gekost? Programma
7. 0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzienBaten Lasten Totaal saldo baten en lasten Mutaties reserves 7. 0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzienOnttrekkingen Toevoegingen Saldo reserves Resultaat
Begroting na wijziging 2025
Begroting 2025
L/B
Realisatie 2025
68. 288. 440 5. 517. 172 62. 771. 268
69. 136. 863 2. 167. 840 66. 969. 023
69. 520. 266 1. 555. 110 67. 965. 156
1. 964. 465 1. 964. 465
2. 329. 465 2. 819. 970 -490. 505
2. 329. 465 2. 776. 570 -447. 105
64. 735. 733
66. 478. 518
67. 518. 051
-
Verschil 2025 383. 403 -612. 730 996. 133 voordeel -
43. 400 43. 400 voordeel 1. 039. 533 voordeel
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 23 van 98
3. 8. Programma:
8. Brandweerkazernes in eigendom en
overgangsrecht Programmahouder:
J. Joon
Het programma 8 wordt één op één met de desbetreffende gemeente(n) verrekend en heeft daardoor geen invloed op het resultaat van VNOG. Programma 8 betreft: • De kazerne in tijdelijk eigendom van VNOG (betreft kazerne Doetinchem). De terug overdracht van de kazerne Doetinchem aan gemeente Doetinchem volgt later nog; • Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie ook 4. 6); • De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn; • De afwikkeling met gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van het FLO-overgangsrecht. Voor de gemeente Doetinchem geldt dat dit onderdeel in 2025 afloopt. Beleidsdoelen: Wat hebben we bereikt? 1. Kazernes • Goed uitgeruste en onderhouden kazernes , zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. 2. Overgangsrecht • Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: Wat hebben we ervoor gedaan? 1. Kazernes • De afdeling Bedrijfsvoering (BV) heeft via het team VSP gezorgd voor (coördinatie van) het onderhoud en de facilitaire diensten voor de kazernes en voor de verrekening van de kosten , conform de Regeling Demarcatie. 2. FLO Overgangsrecht • VNOG heeft gezorgd voor de juiste uitvoering en voor de verrekening van de kosten. Wat heeft het gekost? Programma
Begroting na wijziging 2025 4 . 084. 000 4 . 084. 000
Begroting 2025
L/B
8. 0 Kazernes in eigendom en overgangsrechtBaten Lasten Totaal saldo baten en lasten
3 . 602. 000 3 . 602. 000 -
Realisatie 2025
Verschil 2025
4 . 008. 617 4 . 008. 617 -
-
75. 383 75. 383
-
-
Mutaties reserves 8. 0 Kazernes in eigendom en overgangsrechtOnttrekkingen Toevoegingen Saldo reserves Resultaat
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 24 van 98
4. Paragrafen 4. 1. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. In 2025 is het risicomanagement binnen de VNOG uitgevoerd als onderdeel van de P&C cyclus. In deze paragraaf wordt het beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat. Verder worden de bevindingen van het in 2025 uitgevoerde risicomanagement geduid ten opzichte van de eerder in de begroting 2025 genoemde risico’s. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t. a. v. het risicomanagement zijn: • het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening; • het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering , die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren; • het uitvoeren van die maatregelen; het beheersen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken; • het kwantificeren van de risico’s in een 5-tal kans percentages t. w.
: 10% , 30% , 50% , 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen , wordt overwogen om de begroting daarop aan te passen; • het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiële middelen , zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s , door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. De binnen VNOG vastgestelde aanpak heeft als doel om de geïnventariseerde risico’s te volgen en te bewaken en ook om nieuwe risico’s te onderkennen en vast te stellen. De getroffen maatregelen zijn gericht op het beperken , overdragen , vermijden en/of mogelijk accepteren van de gesignaleerde risico’s.
De taken die in het kader van het risicomanagement jaarlijks worden uitgevoerd volgen de P&Ccyclus en hebben betrekking op: • in het begin van het jaar: een verantwoording over de uitvoering van de maatregelen in de jaarrekening , vergeleken met de risico’s en beheersmaatregelen opgenomen in de begroting over het betreffend jaar; • lopende het jaar: de bewaking op de uitvoering/herziening van genoemde maatregelen en de rapportage daaromtrent in de tussentijdse verslaglegging (Halfjaarrapportage); • aan het eind van het jaar: het in beeld brengen van mogelijke nieuwe risico’s en maatregelen en de toetsing van bestaande risico’s voor de eerstvolgende Kadernota (in 2025: Kadernota 2027-2030). Het doel van deze aanpak is om het beoordelen en beheersen van risico’s actueel te houden. Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie in de Programmabegroting 2025-2028 is gebaseerd op de inventarisaties en beoordelingen zoals die zijn uitgevoerd bij het opstellen van de Kadernota 2025-2028. Het geheel wordt jaarlijks gemanaged zoals hiervoor beschreven. Daarbij is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de Pagina 25 van 98
inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen , vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder het Regionaal Beleidsplan 2025-2028) het uitgangspunt.
De actuele crisis(dreigingen) worden hierna verder benoemd in paragraaf 4. 4. Voor de mogelijke (financiële) risico’s die hieruit voortvloeien zijn/worden extra financiële middelen door het Rijk beschikbaar gesteld. Waar nodig , zullen extra maatregelen en financiële middelen in deze paragraaf worden opgenomen . Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van crisismaatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich niet kwantificeren. Inventarisatie In de jaarrekening 2025 worden de risico’s vergeleken met de eerdere inventarisatie uit de begroting 2025-2028. Daarbij worden deze weergegeven met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te niet te zeggen wat de financiele effecten ervan (kunnen) zijn (zie hierna het overzicht van de niet-gekwantificeerde risico’s). Daarnaast verwachten we van risico’s die extern worden veroorzaakt dat de mogelijke financiele effecten , generiek zullen worden gecompenseerd.
De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit , komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Een uitgebreider overzicht van de te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan , komen verder aan de orde in de begroting 2027-2030 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages.
Toelichting uitvoering risicomanagement 2025 Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2025 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG. Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen , over te dragen , te vermijden of te accepteren. In de Halfjaarrapportage 2025 is een rapportage over de bewaking van de uitvoering van maatregelen opgenomen. De ontwikkelingen en verschillen t. o. v. de begroting 2025 worden kort nader toegelicht. Zes van de uit de begroting 2025 genoemde risico’s komen , m. n. door de genomen maatregelen , niet meer voor in de eind 2025 geactualiseerde inventarisatie. De risico’s die niet meer voorkomen zijn: • stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS); • geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t. a. v. de uitvoering van taken en dienstverlening , na de invoering van de nieuwe Omgevingswet; • niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t. a. v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers); • onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel; • extra kosten tijdelijke huisvesting (w. o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel en • hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig).
Pagina 26 van 98
Bij de het niet-gekwantificeerde risico’s geldt dit voor: • toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom en de • uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. Verder zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd na het opstellen van de begroting 2025:
Gekwantificeerde risico’s: • (9) Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding en • (17) Extra inzet mensen en ICT-middelen t. b. v. eisen ‘informatiehuishouding' en -beveiliging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG. Niet- gekwantificeerde risico’s: • (5) Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels bij (ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen; • (6) Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a. g. v. uitvoering van (repressieve) taken; • (7) Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post m. b. t. het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties en • (8) Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen voor/bij VNOG. De belangrijkste wijzigingen bij de bestaande risico’s zijn: • (3 en 6) een toename van het berekende benodigde bedrag voor het risico op prijsstijgingen , zowel bij de exploitatiekosten als de hogere lasten bij (vervangings)investeringen; • (8) de hogere mogelijke kosten voor (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/kazernes van de gemeenten en • (15) een verlaging van het risico op stijging van financieringskosten door het aantrekken en vastleggen van een aantal leningen (in 2024).
Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2025 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2025’ weergegeven. Gekwantificeerde risico's Nr.
Risico's en oorzaken
1
(On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). Hogere prijzen; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w. o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod , doen de prijzen van grondstoffen , materialen en dienstverlening (w. o. opleidingen) stijgen. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t. a. v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen.
70%
558. 000
Weerstands-capaciteit (euro's) 391. 000
10%
50. 000
5. 000
70%
840. 000
588. 000
50%
38. 000
19. 000
30%
90. 000
27. 000
Extra prijsstijgingen aanschaf materieel. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen materiaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c. q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve. Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Extra kosten (onderhoud) bij doorvoeren elektrificatie , nog onzeker.
50%
1. 200. 000
600. 000
30%
500. 000
150. 000
2 3
4 5
6
7
Pagina 27 van 98
Kans in %
Effect in euro's bedrag
8
Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) gemeenten , voortvloeiende uit (onduidelijkheid over demarcatie) afspraken , (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w. o. RI&E).
50%
600. 000
300. 000
9
Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voortschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen) , versneld te worden vervangen. Digitale verstoring (hack systemen) , verhinderen uitvoering taken bij crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT systemen.
30%
900. 000
270. 000
30%
500. 000
150. 000
11
Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens , - berekeningen en ontoereikende kennis en controles.
10%
450. 000
45. 000
12
Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w. o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen) , door stijging van het rentepercentage. Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoons gerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd , waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. Extra inzet mensen en ICT-middelen t. b. v. eisen informatie 'huishouding' en -beveiliging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG.
10%
150. 000
15. 000
10%
300. 000
30. 000
10% 50%
112. 500 832. 500
11. 000 416. 000
10%
300. 000
30. 000
50%
300. 000
150. 000
10
13 14 15
16
17
Totaal gekwantificeerde risico's
3. 197. 000 Niet kwantificeerde risico's
Nr.
Risico's en oorzaken
1
Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w. o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i. p. v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder.
2
Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Onverwachte situaties/crises (mogelijk) i. c. m. het onvoldoende beschikbaar stellen/hebben van financiële middelen bij (decentrale) overheden , kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv. ) coördinatietaken door VNOG (zie ook risico hierna over 'Weerbaarheid' (nr. 8)) Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging. Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels. Stikstofregels beperken benodigde ontwikkelingen m. b. t. (ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen.
3
4 5
6
Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a. g. v. uitvoering van (repressieve) taken. Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's.
7
Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post. De roostering en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties is (nog) een risico c. q. uitdaging , na realisatie van 1-post in Apeldoorn Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen. VNOG moet als vitaal verklaarde organisatie 'in positie komen' , daarnaast moet duidelijk worden welke (faciliterende) rol de organisatie krijgt bij het 'weerbaarheidsvraagstuk'.
8
Pagina 28 van 98
Kans in %
Effect in euro's bedrag
Weerstands-capaciteit (euro's)
Weerstandscapaciteit De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 10, (“matig”) en 14, (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt , wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus , zoals bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van deze jaarrekening) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken.
• De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve , de Bedrijfsvoeringreserve , eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgaven niet meegenomen , omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De algemene reserve is voor afdekking van risico's en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten , als daarvan bijv. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t. a. v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden.
Pagina 29 van 98
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2025 Saldo Algemene reserve
1. 135. 114
€
Stand bedrijfsvoeringsreserve per 31-12-2025
3. 992. 656
Onderdelen bedrijfsvoeringsreserve welke niet tot het weerstandsvermogen moeten worden gerekend: Af: egalisatie tijdelijke huisvesting
-210. 343
Af: egalisatie inrichtingkazernes
-25. 943 -236. 286
Toekomstige onttrekkingen Af: Personele knelpunten (t/m 2026)
-295. 000
Af: Uitbreiding 24-uursdienst (t/m 2028)
-240. 000
Af: Tijdelijke formatie VSP (t/m 2028)
-105. 000
Af: Versterking bedrijfsvoering
-407. 345 -1. 047. 345
Saldo Bedrijfsvoeringsreserve onderdeel weerstandsvermogen
2. 709. 025
Beschikbaar weerstandsvermogen
3. 844. 139
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2025
€
Beschikbare weerstandscapaciteit
3. 844. 139
Benodigde weerstandscapaciteit
3. 197. 000
Ratio
12,
Toelichting De hoogte van de weerstandscapaciteit eind 2025 is zodanig dat de weerstandsratio als positief is aan te merken , deze waarde is passend binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 10, tot 14, (namelijk op 12). , Financiële kengetallen VNOG
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2025
Rekening 2025
77% 19% , -29%
32% 33% , 123%
Pagina 30 van 98
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen , de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100. 000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
A= minste risico
B - gem. risico
C = meeste risico
< 90% > 50% begr. > 0%
90%-130% 20%- 50% begr. = 0
> 130% < 20% begr. < 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2025. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door de jaarlijkse baten. De berekende netto schuldquote valt in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio , hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2025) bedraagt 33% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen , ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.
Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van de begroting niet (te veel) wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals er eerder zijn geweest door crises als corona en extra vluchtelingenopvang. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt.
Pagina 31 van 98
4. 2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De roerende kapitaalgoederen bestaan uit materieel en materialen welke bij VNOG worden ingezet voor de verschillende afdelingen. Het grootste deel is repressief materieel/materiaal dat wordt gebruik door de afdeling Brandweerzorg. De afschrijvingslasten van deze kapitaalgoederen komen voor rekening van VNOG. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen. Er is daarnaast nog onroerend goed , zijnde één kazerne (Doetinchem) in eigendom van VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG een voorziening gevormd voor rekening van de gemeente Doetinchem; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne is door VNOG aangekocht in 2013. Vanaf eind 2023 , na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar , wordt met de gemeente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Er is echter nog geen overeenstemming over het moment van deze terug levering en de overdracht van de bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging.
Pagina 32 van 98
4. 3. Paragraaf Financiering Inleiding De financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het vigerende treasurystatuut is ‘Treasurystatuut Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2021’ Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w. o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is , bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico.
De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de provincie , als toezichthouder van VNOG , aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2025 Percentage Renterisiconorm
: € 803, : 20%
miljoen
: € 16 miljoen afgerond
De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 16 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 334 , miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2025 was er geen sprake van renteherziening op de lopende geldleningen. Wel heeft VNOG in 2025 twee leningen gestort gekregen waarvan de rente al was overeengekomen in 2024. Pagina 33 van 98
Het aantrekken hiervan was nodig om het vervangingsprogramma voor de 75 nieuwe blusvoertuigen bij Brandweerzorg mogelijk te maken. Daarnaast worden ook de gevormde reserves binnen VNOG als intern financieringsmiddel aangewend. De VNOG heeft ook in 2025 ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 82% , bedragen van het totaal van de jaarbegroting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2025 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2025 € 803, miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 66, miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet , zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”. Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1. 000 Vlottende Schulden Januari Februari Maart April Mei Juni
Vlottende Middelen -
Juli Augustus September
-
Oktober November December
-
-
-
20. 513 22. 692 20. 078 21. 777 19. 644 14. 968 25. 375 23. 801 21. 881 22. 811 23. 808 17. 354
Kasgeldlimiet VNOG: € 6. 585. 710 Begroot aan het begin van het jaar 2025 conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van
Saldo
over=+/onder=schrijding limiet
Gemiddeld - 20. 513 - 22. 692
- 20. 078 kwartaal 1 - 21. 777 - 19. 644 - 14. 968 kwartaal 2 - 25. 375 - 23. 801 - 21. 881 kwartaal 3 - 22. 811 - 23. 808 - 17. 354 kwartaal 4