CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A6 - VNOG - Voorlopige begroting en jaarstukken D479453

Besluitvormende raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken41.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Daarbij worden de verwachte en beoordeelde risico’s geactualiseerd in de kadernota’s en begrotingen en wordt verantwoording afgelegd over beheersing ervan in tussentijdse rapportages en jaarstukken. Het managen van risico’s is een continu proces waarbij zich steeds weer andere risico’s kunnen voordoen. Dit vereist voortdurende afstemming zowel intern als extern. Hierna worden de risico’s weergegeven waarvoor het benodigd bedrag aan weerstandscapaciteit in de begroting 2027-2030 groter is dan € 250. 000. Daarnaast is bij deze risico’s de kans dat het risico zich voordoet (veelal) 50% of hoger. In bijlage 4 wordt een totaaloverzicht van alle (berekende) risico’s weergegeven. Gekwantificeerde risico's Nr.

Risico's en oorzaken

1

(On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. Hogere prijzen; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w. o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod , doen de prijzen van grondstoffen , materialen en dienstverlening (w. o. opleidingen) stijgen. Extra prijsstijgingen aanschaf materieel. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen materiaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c. q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve. Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) gemeenten , voortvloeiende uit (onduidelijkheid over demarcatie) afspraken , (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w. o. RI&E). Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/laarzen) , versneld te worden vervangen. Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen) , door stijging van het

3 6 8 9 15

Kans in % 70%

Effect in euro's bedrag 558. 000

Weer-standscapaciteit (euro's) 391. 000

70%

840. 000

588. 000

50%

1. 200. 000

600. 000

50%

600. 000

300. 000

30%

900. 000

270. 000

50%

832. 500

416. 000

rentepercentage.

Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect.

Pagina 23 van 58

Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen. Het meest actuele risico hierbij is: de onduidelijkheid voor VNOG als ‘weerbare organisatie’ met betrekking tot de daaraan gestelde eisen en de daarvoor beschikbare middelen. In bijlage 4 worden in een uitgebreider overzicht de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde risico’s beschreven waarbij ook de oorzaken , beheersmaatregelen en een mogelijke getalsmatige onderbouwing , zijn opgenomen. De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal opnieuw plaatsvinden gaande het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages. De gevolgen van berekende risico’s voor de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio , komen hierna in deze paragraaf aan de orde. Weerstandscapaciteit De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen.

De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 10, (“matig”) en 14, (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt , wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve , de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (vastgestelde doel van de reserve , zie hoofdstuk 6 en vastgestelde begrotingsuitgangspunten in Kadernota en begroting , zie paragraaf 5. 1) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten , zoals daarvan o. a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen (zie hoofdstuk 6). De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s.

Pagina 24 van 58

Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2025

€

Saldo Algemene reserve

1. 135. 114

Stand bedrijfsvoeringsreserve per 31-12-2025

3. 992. 656

Onderdelen bedrijfsvoeringsreserve welke niet tot het weerstandsvermogen moeten worden gerekend: Af: egalisatie tijdelijke huisvesting

-210. 343

Af: egalisatie inrichting kazernes

-25. 943 -236. 286

Toekomstige onttrekkingen Af: Personele knelpunten (t/m 2026)

-295. 000

Af: Uitbreiding 24-uursdienst (t/m 2028)

-240. 000

Af: Tijdelijke formatie VSP (t/m 2028)

-105. 000

Af: Versterking bedrijfsvoering

-407. 345 -1. 047. 345

Saldo Bedrijfsvoeringsreserve onderdeel weerstandsvermogen Post onvoorzien

2. 709. 025 250. 000

Beschikbaar weerstandsvermogen

4. 094. 139

Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG begroting 2027

€

Beschikbare weerstandscapaciteit

4. 094. 139

Benodigde weerstandscapaciteit

3. 197. 000

Ratio

13,

Toelichting De hoogte van de weerstandscapaciteit voor de begroting 2027-2030 komt uit op 13, en zit daarmee binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 10 , tot 14. ,

Pagina 25 van 58

4. 2 Onderhoud kapitaalgoederen

Het (brandweer)materieel is eigendom van VNOG. De kazernes worden beschikbaar gesteld aan VNOG. Over het gebruik ervan en de vergoeding ervoor zijn demarcatieafspraken gemaakt. De roerende kapitaalgoederen bestaan uit materieel en materialen welke bij VNOG worden ingezet voor de verschillende afdelingen. Het grootste deel is repressief materieel/materiaal dat wordt gebruik door de afdeling Brandweerzorg. De afschrijvingslasten van deze kapitaalgoederen komen voor rekening van VNOG. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen. Er is nog één kazerne (Doetinchem) in eigendom van VNOG. Deze kazerne is door VNOG aangekocht in 2013. Vanaf eind 2023 , na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar , wordt met de gemeente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Bij de overige 3 kazernes heeft deze terug levering na 10 jaar plaatsgevonden. Er is echter bij Doetinchem nog geen overeenstemming over het moment van de terug levering en de overdracht van de bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging.

Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG een voorziening gevormd voor rekening van de gemeente Doetinchem; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Voor Apeldoorn is de besluitvorming om drie brandweerposten samen te voegen tot één post nagenoeg rond. Die nieuwe locatie wordt dan ook de (centrale) werkplek van het management , de staf , ondersteunend personeel en bepaalde afdelingen van VNOG (kantoorlocatie) , alsmede de locatie van de crisisruimten en beoogd veiligheidscentrum. Deze locatie blijft eigendom van de gemeente Apeldoorn.

Pagina 26 van 58

4. 3 Financiering en Treasury

Inleiding De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting. Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn. De RUDDO (Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden) is voor VNOG niet van toepassing. Algemene ontwikkelingen De totale boekwaarde van de vaste activa bedroeg eind 2025 circa € 528, miljoen. De bezittingen van VNOG bestaan voor een belangrijk deel uit repressief brandweermaterieel/-materiaal. Het lopende vervangingsprogramma voor blus – en dienstvoertuigen vertegenwoordigd een belangrijk deel van dit bedrag. De financieringsbehoefte kan worden gedekt door langlopende leningen , kasgeldleningen en bankkredieten en de inzet van reserves. In de afgelopen jaren is vooral gebruik gemaakt van langlopende leningen en de inzet van reserves.

VNOG zal in het komende jaar nog financiering moeten aantrekken voor de verdere uitvoering van het (lopende) investeringsprogramma en de herfinanciering van aflossingen , dit als vervolg op de aangetrokken financiering in 2024. In dat jaar is , ter voorkoming van het risico op rentestijging van aan te trekken financiering , voor € 42 miljoen aan leningen vastgelegd met stortingen in de jaren 2024 t/m 2026. Deze financiering was/is met name bedoeld voor de aanschaf van de 75 nieuwe blusvoertuigen. Voor het aan te trekken deel van de financiering blijft VNOG een renterisico lopen. Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële middelen die door VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Vanaf 2022/2023 wordt er weer meer rente vergoed voor de aangehouden rekening-courant tegoeden waaronder ook de tegoeden in de schatkist. Voor 2026 zal het drempelbedrag voor het aanhouden van tegoeden buiten de schatkist voor VNOG rond de € 1. 600. 000 bedragen. Risicobeheer Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerapporteerd moeten worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt , waar dat mogelijk is , gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen: 1. er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte en 2. het is een relatief goedkope financieringsvorm.

Pagina 27 van 58

Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico). Om dat risico te beperken wordt in de wet FIDO aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlopende investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van renteontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan ontstaan.

Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden gedwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 82% , bedragen van het totaal van de begroting van VNOG. De totale omvang van de programmabegroting van VNOG bedraagt in 2027 bijna € 94 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond ruim € 77, miljoen. Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten , zal voorkomen worden dat de kasgeldlimiet te lang , dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen , wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat tot maximaal 20% van het begrotingstotaal van het betreffende dienstjaar , aan leningen in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die VNOG kent bestaat uit leningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 15 jaar. VNOG heeft ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel , materiaal en apparatuur extra leningen aangetrokken in 2024. Verder zal , naar verwachting , opnieuw moeten worden aangetrokken eind 2026/ begin 2027.

Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten , zal met de renterisiconorm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft. Jaar Berekening norm Begrotingstotaal 1) Percentage

2027

2028

2029

2030

93. 700. 000 20%

94. 500. 000 20%

94. 000. 000 20%

94. 000. 000 20%

Renterisiconorm

18. 740. 000

18. 900. 000

18. 800. 000

18. 800. 000

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

166. 667 300. 000 600. 000 400. 000 400. 000 600. 000 800. 000 600. 000 800000 2. 333. 333 7. 000. 000

166. 667 0 600. 000 400. 000 400. 000 600. 000 800. 000 600. 000 800. 000 2. 333. 333 250. 000 6. 950. 000

166. 667 0 0 0 0 600. 000 800. 000 600. 000 800. 000 2. 333. 333 250. 000 5. 550. 000

166. 667 0 0 0 0 600. 000 800. 000 600. 000 800. 000 2. 333. 333 250. 000 5. 550. 000

11. 740. 000

11. 950. 000

13. 250. 000

13. 250. 000

Renteherzieningen Aflossingen: Lening BNG - 15 jaar - 40110312 Lening BNG - 10 jaar - 40111179 Lening BNG - 10 jaar - 40111678 Lening BNG - 10 jaar - 40111883 Lening BNG - 10 jaar - 40112457 Lening BNG - 15 jaar - 40117375 Lening BNG - 15 jaar - 40117376 Lening NWB - 15 jaar - 40426 Lening NWB - 15 jaar - 40427 (v. a. 2/1/26) Aan te trekken in 2026 - 15 jaar- € 35 miljoen Aan te trekken in 2027 - 10 jaar- € 25, miljoen Renterisico Ruimte onder rente risiconorm

Pagina 28 van 58

Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten wordt in de begroting 2027 voor alle investeringen een (omslag)rentepercentage van 22% , gehanteerd. Rentetoerekening begroting 2027 * € 1. 000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

2. 305 2. 305

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

2. 305

Aan taakvelden toegerekende rente , gemm. 22% , Renteresultaat op het taakveld Treasury

2. 305 -

De geprognotiseerde boekwaarde van de activa die integraal wordt gefinancierd over 2027 bedraagt circa € 105 mln. De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 22% , over genoemde boekwaarde en komt uit op circa € 2. 305. 000.

Pagina 29 van 58

4. 4 Bedrijfsvoering

Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen , zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere onderdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Vastgoed en Facilitair Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit , zoals vastgelegd in de ‘demarcatieregeling’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De regeling geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c. q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar , terwijl VNOG de opstal gebruikt. De kosten voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt per individuele gemeente afgerekend , waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten.

Het voornemen was om op termijn ook deze individuele verrekening naar het verdeelmodel over te brengen. Maar de werkwijze wordt in samenwerking met de 22 gemeenten eerst geëvalueerd (evaluatie gestart in 2026 , loopt door in 2027). Uitkomst hiervan kan zijn dat de huidige werkwijze wordt gehandhaafd (afrekenen per gemeente) of dat de kosten bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht gaat worden via het reguliere verdeelmodel. De demarcatieregeling bevat naast de taakverdeling ook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde zouden brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen , waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Niet overal zijn als gevolg van deze geplande / aanstaande verbouwingen de vereisten/voorzieningen voor 1-1-2025 gerealiseerd. In 2027 verwachten wij dat een groter aantal kazernes hierop aangepast zijn. Conform de demarcatieregeling is er een periodiek overleg met de gebouwbeheerders om zaken af te stemmen. Dit overleg gaat ook in 2027 weer door. Te bespreken punten zijn onder andere de algehele stand van zaken , de samenwerking , lopende kwesties , komend onderhoud , nieuwen verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. VNOG is steeds nauw betrokken bij deze onderwerpen die de gebouweigenaren (gemeenten) uitvoeren.

Een overzicht van de voornaamste nieuw- en verbouwprojecten in 2027: Start/lopende nieuwbouwprojecten in 2027: Lopende verbouwprojecten die doorlopen in 2027 en/of in 2027 worden afgerond: Lopende nieuwbouwprojecten die doorlopen in 2027 en/of in 2027 worden afgerond:

Nieuwbouw Veiligheidscentrum Apeldoorn Nieuwbouw kazerne Klarenbeek Verbouw kazerne Hattem Verbouw kazerne Hierden Verbouw kazerne Putten Nieuwbouw kazerne Terwolde Nieuwbouw kazerne Oene Nieuwbouw kazerne Voorst

Pagina 30 van 58

Eén van de lopende nieuwbouwtrajecten is de nieuwbouw van het veiligheidscentrum in Apeldoorn. Deze nieuwe brandweerpost vervangt drie andere posten in het stedelijk gebied van Apeldoorn en hier wordt ook een kantoorfunctie van VNOG in ondergebracht , als ook andere functionaliteiten/gebruikers op het gebied van veiligheid , zodat een breed veiligheidscentrum gaat ontstaan. Dit is een groot project dat qua voorbereidingen al enige jaren loopt. De ingebruikname van de nieuwbouw is voorzien in het eerste kwartaal van 2029. VNOG trekt samen op met de gemeente Apeldoorn , die bouwheer is. VNOG heeft in stappen in 2023/2024/2025 de voormalige kantoorlocatie aan de Europaweg in Apeldoorn verlaten , omdat de eigenaar (politie) zelf de ruimtes nodig had. De teams/afdelingen zijn tijdelijk verspreid over bestaande andere kantoorlocaties van VNOG (door inschikken) , medewerkers werken voor een deel vanuit huis en er wordt waar nodig gebruik gemaakt van externe locaties. Daarnaast zijn een paar teams en de crisisruimten van het multi-actiecentrum (het centrale knooppunt bij het bestrijden van een crisis) begin 2025 verhuisd naar een tijdelijk pand aan de Molenmakershoek 14 te Apeldoorn (in bezit van de gemeente Apeldoorn). Dit pand is gelegen náást het toekomstige veiligheidscentrum van VNOG , dat de definitieve locatie zal worden.

De crisisruimten moeten beschikken over eigen (beveiligde) dataverbindingen en noodstroom , die hier zijn gerealiseerd voor de tijdelijke locatie. Door te verhuizen naar een pand náást het toekomstige pand , kunnen deze verbindingen straks worden doorgetrokken naar het nieuwe pand. Zo is een optimale inzet van middelen bereikt. Deze tijdelijke situatie van verspreid werken is niet ideaal , maar voor een overzienbare periode acceptabel , in afwachting op het nieuwe hoofdkantoor. Er is hierbij ook in 2027 net als in voorgaande jaren blijvende aandacht of de taakuitvoering door deze tijdelijke huisvesting geen problemen ondervindt , alsmede voor het sociale aspect , nu de medewerkers her en der verspreid werken. Waar nodig worden maatregelen genomen als er zich problemen voordoen. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote uitdaging om de leefbaarheid op onze planeet te behouden. In december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie. De ambitie van VNOG is om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen , nog een stap verder te zetten , mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De strategie en visie zijn uitgewerkt in een Klimaatplan dat het AB in november 2024 heeft behandeld. Het plan is in uitvoering.

In het Klimaatplan staan de acties binnen de thema’s inkoop , vastgoed , facilitair , mobiliteit , gedrag en VNOG specifieke activiteiten. De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te behalen valt , zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het verduurzamen van gemeentelijke vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeenten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een extra kans om stappen te zetten.

Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o. a. om de elektrificatie van het wagenpark , met op dit moment focus op de dienstauto’s en -bussen (inclusief laadpalen op de locaties) , omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet voorhanden is. Pagina 31 van 58

In 2026 heeft VNOG de gestelde doelen uit het klimaatplan herijkt (neerwaarts). Reden hiervoor is o. a. de focus op bedrijfscontinuïteit , weerbaarheid en de vertraging op het verduurzamen van vastgoed bij gemeenten. Deze herijking is de basis voor de verdere plannen tot 2030. In 2026 is gestart met bezoeken van alle gemeenten om de potentie voor verduurzaming van het vastgoed verder te bespreken. Dit loopt door in 2027 e. v. Hier wordt de potentie tot energiebesparing nog onvoldoende uitgenut. De ambitie is om in 2026/2027 een eerste duurzaamheidsverslag te kunnen presenteren. Daarnaast wordt in de reguliere P&C-documenten op de voortgang van het Klimaatplan op hoofdlijnen gerapporteerd. Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting wordt de benodigde informatie aangeleverd aan het accountantskantoor dat de jaarrekening voor VNOG controleert. Verwachting is dat de aangifte voor 2027 nihil is. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ontwikkelingen plaats , zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Nieuwe risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om flexibiliteit , veerkracht , nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen.

VNOG bereidt haar medewerkers hierop voor en investeert steeds in (nieuwe en bestaande) samenwerkingen , ook met private partijen in start-ups , nieuwe technische oplossingen en inzet van ICT. Een paar innovaties op de Opgaven ter illustratie: •

• • •

•

Opgave 0. Het beperken en bestrijden van incidenten , rampen en crises: versterken van de samenwerking met de Grensliaisons t. b. v. de grensoverstijgende coördinatie , starten met de pilot “Progressive hose lay” voor natuurbrandbestrijding (een inzettactiek waarbij speciale blusslangen onder waterdruk verlengd kunnen worden). Opgave 1. Zelfredzaam en risicobewust: uitvoeren van het excelleerplan ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’. Opgave 2. Vakbekwaam en deskundig: meewerken aan de oprichting van een landelijk Kennis- en Expertisecentrum Natuurbrand. Opgave 3. Sterke informatiepositie: bijdragen aan landelijke en (boven)regionale doorontwikkeling geneeskundig beeld (Veiligheids informatieknooppunt (VIK) , witte informatiebron Oost-5 , KCR2) , zodat o. a stapeling risico’s breed inzichtelijk is. Opgave 0 , 2 en 3: Uitvoeren van project ‘Virtuele assistent (Co-commander)’ voor o. a. bevelvoerders. VNOG investeert in het versterken van haar informatiepositie tijdens incident- en crisisbestrijding. Door toenemende informatie en complexere incidenten is voor onze medewerkers situationele , direct toepasbare kennis essentieel. Steeds meer complexe informatie moet onder hoge tijdsdruk snel , betrouwbaar en in de juiste context beschikbaar zijn.

Tijdens incidenten is er geen tijd om gegevens te zoeken , terwijl het missen van cruciale informatie achteraf maatschappelijk onacceptabel is. A. I. kan hierbij een ondersteunende rol bieden. Met een start-up is een AI-proof of concept ontwikkeld die bevelvoerders proactief waarschuwt voor risico’s op basis van context. Deze veelbelovende digitale assistent (Virtuele Assistent – Co-commander) verbetert besluitvorming en veiligheid en stimuleert kennisopbouw binnen VNOG. De volgende stap is het bouwen van een prototype met aandacht voor techniek , beleid en beheer. Tegelijkertijd worden andere regio’s betrokken voor toekomstige opschaling. Na testen en prototypefase , wordt bekeken of het project voldoende biedt , om te worden doorgezet.

Pagina 32 van 58

Privacy en security In 2027 zal VNOG stappen zetten in het verder verhogen van het volwassenheidsniveau voor zowel gegevensbescherming (Privacy) als informatieveiligheid (Security). VNOG houdt hierbij rekening met en geeft uitwerking aan landelijke ontwikkelingen op deze twee terreinen. Het continu blijven investeren in Informatieveiligheid is van cruciaal belang voor de continuïteit en betrouwbaarheid van onze organisatie. In een tijdperk waarin cyberdreigingen steeds geavanceerder en frequenter worden en ontwrichtend kunnen werken voor de samenleving , met grote gevolgen voor burgers en -de processen van- de eigen organisatie is het essentieel om proactieve maatregelen te blijven nemen om onze gegevens en systemen te beschermen. Door te investeren in digitale weerbaarheid -met geavanceerde beveiligingstechnologieën , het trainen van personeel in best practices en het implementeren van robuuste beveiligingsprotocollen- kunnen we de risico’s aanzienlijk verminderen. Bovendien draagt het investeren in een sterke Informatieveiligheid bij aan de algemene weerbaarheidsopgave van de organisatie en het vertrouwen van onze burgers en ketenpartners. VNOG werkt ook op dit terrein in het Veiligheidsberaad nauw samen met de andere veiligheidsregio’s.

VNOG draagt door kennis- en deskundigheidsdeling op zowel landelijk als Oost 5-niveau actief bij aan de interregionale samenwerking ter versterking van de informatievoorziening en informatieveiligheid. Intern vindt een verdere versterking van de informatievoorziening en -veiligheid plaats door de instelling van de rol van Chief Information Officer (CIO) , gekoppeld aan de functie van afdelingshoofd Bedrijfsvoering , en samenwerking in het CIO Office van VNOG. Binnen dit Office bundelt VNOG de binnen de organisatie aanwezige kennis en deskundigheid op genoemde terreinen , met name op strategisch niveau. Privacy en gegevensbescherming maken hier onderdeel van uit. De Europese regelgeving op securitygebied in de vorm van de richtlijnen NIS2 en CER is niet van toepassing op overheidsinstanties , die in hoofdzaak activiteiten uitvoeren op het terrein van ondermeer openbare veiligheid , en gelden daarmee niet voor de veiligheidsregio’s. VNOG geeft in samenwerking met de andere veiligheidsregio’s invulling aan een securityregime , dat past bij de eisen die de landelijke vitaalverklaring van een aantal veiligheidsregio-processen aan de regio’s stelt. Waar mogelijk sluiten maatregelen en voorzieningen aan op de weerbaarheidsopgave van VNOG. Voor de informatiebeveiliging wordt het steeds belangrijker om Security by Design toe te passen.

Dit betekent dat bij de ontwikkeling en onboarding van nieuwe systemen in een vroeg stadium met de security-eisen rekening wordt gehouden. Voor het terrein van de gegevensbescherming wordt het steeds belangrijker om Privacy by Design toe te passen , vergelijkbaar met Security by Design voor informatiebeveiliging. Privacy by Design houdt in dat in een vroeg stadium , bij de ontwikkeling van producten en diensten , zowel technisch als organisatorisch , een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens wordt afgedwongen. Dit brengt risico’s vooraf in beeld waardoor achteraf geen reparatie hoeft plaats te vinden. De inzet van DPIA’s (Data Protection Impact Analyse) in samenhang met het beheer van het verwerkingsregister hoort daarbij.

Pagina 33 van 58

4. 5 Verbonden partijen

Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Verder kan de situatie zich voordoen dat er òf bestuurlijke òf financiële belangen zijn. Hieronder het overzicht van (semi)verbonden partijen: Partij Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV)

Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) Veluws Bosbrandweer Comité (VBC)

Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ)

Beschrijving De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. De WVSV onderhandelt namens de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties om afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28. 000 medewerkers , waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Tevens kan het expertisebureau advies geven bij (complexe) casussen. De Stichting Waarborgfonds van de 25 veiligheidsregio’s is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s.

Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. De stichting VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten en veiligheidsregio’s op de Veluwe voor het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden. Daarvoor organiseert en coördineert zij een systeem van detectie (o. a. via vliegtuigen , drones en meetapparatuur). Deelnemers zijn: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG , gemeente Apeldoorn , Arnhem , Barneveld , Brummen , Ede , Elburg , Epe , Ermelo , Harderwijk , Hattem , Heerde , Nunspeet , Oldebroek , Putten , Renkum , Rheden , Rozendaal , Scherpenzeel , Voorst en Wageningen. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking van diverse partijen voor bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming t. b. v. de incidentbestrijding in het IJsselmeergebied (IJsselmeer , Markermeer , IJmeer , Gouwzee en de Randmeren , inclusief het Zwartemeer). Partijen zijn: veiligheidsregio’s , waterschappen , Rijkswaterstaat , KNRM , Reddingsbrigade Nederland , Kustwacht en de Nationale Politie.

Pagina 34 van 58

4. 6 Openbaarheidsparagraaf

Inleiding De Wet open overheid (Woo) verplicht overheidsinstanties om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uitgevoerd in 2027 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3. 3 Woo) Onder actieve openbaarmaking vallen de activiteiten om de wettelijk verplichte informatie (gebundeld in 17 categorieën , waarvan er 12 op VNOG van toepassing zijn) actief openbaar te maken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie buiten deze verplichte categorieën op eigen initiatief openbaar te maken. De bepalingen uit de Woo die hierover gaan treden over een periode van enkele jaren gefaseerd in werking. VNOG geeft invulling aan de openbaarmaking van de categorieën , waarvoor de verplichting inmiddels geldt. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan verplicht Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken (art. 3. 1 Woo) moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft en volgt VNOG de landelijke ontwikkelingen rond de Woo-index. Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3. 3.

b Woo) Dit platform is de Woo-index in het Register van Overheidsorganisaties. VNOG koppelt haar openbare informatie via de eigen website aan dit platform , zodat iedere inwoner in de regio alle relevante VNOG-informatie via die plek kan vinden. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) Passieve openbaarmaking is het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een Wooverzoek. Dergelijke verzoeken worden volgens de geldende regels uit de Woo afgehandeld. De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden de ontwikkelingen landelijk en binnen de VNG gevolgd. Het verbeteren van de informatiehuishouding heeft voortdurend onze aandacht. VNOG geeft uitvoering aan de bepaling uit de (huidige) Archiefwet dat overheidsorganisaties documenten in goede , geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren , en zorg moeten dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. Dit krijgt ondermeer vorm met het verder inrichten van het nieuwe Document Management Systeem (DMS) van VNOG. In het kader van de Woo ligt er nadruk op de digitale archiefbescheiden. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4. 7 Woo) VNOG beschikt , zoals de Woo dat voorschrijft over Woo-contactpersonen. Zij kunnen vragen van burgers beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie.

Pagina 35 van 58

5. Financiële begroting 5. 1 Kaders en uitgangspunten

Het algemeen bestuur heeft op 19 maart 2026 de Kadernota 2027-2030 vastgesteld. In de Kadernota staan de financieel-technische uitgangspunten , die zijn toegepast voor de begroting 2027.

Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2027 verschilt niet van degene die is toegepast voor vorige begrotingen. Een onzekerheid bij het opstellen van de Kadernota 2027 - 2030 betrof het aflopen van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 augustus 2025. Begin oktober , bij het opstellen van de Kadernota 2027 – 2030 , was er nog geen akkoord bereikt tussen de werkgevers en vakcentrales. Bij het opstellen van de begroting is een principe-akkoord bereikt waarmee in de voorliggende begroting is gerekend voor de personeelslasten. •

•

•

Looncompensatie: De looncompensatie voor 2027 wordt berekend op basis van het percentage (loonvoet sector overheid) , dat wordt genoemd in de Septembercirculaire 2025 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoorden en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt , wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de raming van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) die de VNOG van het Rijk ontvangt , wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2027 is dit de beschikking die de VNOG voor 2026 ontvangt in december 2025. De BDUR bedraagt ongeveer 15% van de inkomsten van de VNOG. Als de uitkering in 2026 en 2027 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie , wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming.

Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire (prijs overheidsconsumptie , netto materieel (imoc)). Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats.

Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2026. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt , voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting , via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie , rekening houdend met: a.

b.

de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; inhuur van derden , bij voorbeeld ter vervanging van ziekte , vacatureoverbrugging of knelpunten wordt niet geraamd en wordt in principe opgevangen vanuit de kader-stellende loonkosten;

Pagina 36 van 58

c.

d. e.

f.

g.

h. i.

incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties , arbeidsmarkt / functioneringstoelagen , extra periodieken e. d. ) worden niet begroot , deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; het laatst bekende arbeidsvoorwaardenakkoord; het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (29% , voor 2026 en 51% , voor 2027); het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o. a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2025. Voor 2026 en 2027 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; gedurende het begrotingsjaar 2027 wordt bij de tussentijdse rapportages en de jaarrekening een toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom (minus €100. 000 conform eerder opgevoerde besparing uit Kadernota 2024-2027); de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires.

3. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2025 genomen; b. het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (29% , voor 2026 en 51% , voor 2027); c. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in ko-

mende circulaires. 4. Voor de exploitatielasten wordt: a.

b. c.

d.

de vastgestelde begroting (2026) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2025 , die nog niet in de primitieve begroting 2026 waren opgenomen; autonome ontwikkelingen en ontwikkelrichtingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2027; uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2025 van het ge, meentefonds “prijs overheidsconsumptie , netto materieel” , voor het jaar 2027: 22%; 2027 de begroting wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires.

5. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen die onderdeel uitmaken van het dekkings- en spreidingsplan

conform de vastgestelde Toekomstvisie (2020). Deze zijn verwerkt in het MeerjarenInvesteringsprogramma (MJIP) evenals de verdere reguliere vervangingen zoals bijvoorbeeld voor ICT-middelen. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs , waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten , wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve afschrijvingen gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend , voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%).

Pagina 37 van 58

6. Het rente-omslagpercentage voor 2027 komt op basis van de meest recente berekeningen uit op 22%. , 7. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. 8. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het

verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG en is per ingang van 2025 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.

Pagina 38 van 58

5. 2 Beleidsregels en uitgangspunten reserves

Inleiding Deze paragraaf beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s , de reserves , de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit , zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2027-2030. De beleidsregels zetten eerdere lijnen voort; ze zijn vastgelegd in de betreffende paragrafen van voorgaande begrotingen. Risicomanagement 1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT. De afdelingshoofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen.

De afdelingshoofden rapporteren hierover in de tussentijdse rapportages en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10% , 30% , 50% , 70% en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen , indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit , worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandscapaciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend , begroot , dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve , een Bedrijfsvoeringreserve , (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2. De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum.

De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het algemeen bestuur over de resultaatsbestemming , of anderszins door algemeen bestuursbesluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve c. q. het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelnemende gemeenten , zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. 3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vormen samen de weerstandscapaciteit (zie hierna). 4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig , dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 10, tot 14, bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te

Pagina 39 van 58

raken , volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten , knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2% , de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves , waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 10. De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel , de (maximale) hoogte , de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in hoofdstuk 6.

Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt , zoals hiervoor reeds aangegeven , gevormd door de Algemene Reserve , de Bedrijfsvoeringreserve 1 en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet , zoals hiervoor reeds aangegeven , de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden.2 3. De weerstandsratio = beschikbare weerstandscapaciteit

4. 5. 6.

benodigde weerstandscapaciteit De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 10, (“matig”) en 14, (“voldoende”).3 De beschikbare weerstandscapaciteit , de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt , wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken.

1 Bij voorstellen waarbij

aanspraak wordt gemaakt op de bedrijfsvoeringreserve zullen de effecten daarvan op de (mogelijke daling van de) ratio worden beoordeeld en geduid. In voorkomende situaties kan worden overwogen een specifieke reserve te in te stellen voor een aangewezen bestemming (zoals bijv. voor de uitvoering van het klimaatplan). 2 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen , vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze , mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 3 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 10, tot 14 , komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van risico’s van VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen , zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment.

Pagina 40 van 58

5. 3 Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten

Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesteringen. • • • •

• • • •

•

De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn , waarop wordt afgeschreven). De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2027 tot en met 2030 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure). Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/materiaal investeringen wordt lineair afgeschreven conform het beleid. Er wordt bij investeringen 22, % rente berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar. De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen generieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekomstige) prijsontwikkelingen. De kapitaallasten tenslotte , zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten , uitgaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen.

In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat betreft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel , kunnen de geraamde bedragen in het investeringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast. Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer (bij de Kadernota 2028-2031 wordt de doorrekening (opnieuw) geactualiseerd): Programma

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

2029

2030

2. 000 11. 050. 000 40. 000 1. 705. 000 12. 797. 000

0 10. 684. 000 39. 000 1. 764. 000 12. 487. 000

0 10. 421. 000 38. 000 1. 919. 000 12. 378. 000

0 10. 232. 000 53. 000 2. 027. 000 12. 312. 000

6. 640. 700

6. 274. 700

6. 135. 700

6. 069. 700

6. 156. 300

6. 212. 300

6. 242. 300

6. 242. 300

38. 000 -28. 300 9. 700 48. 000 -48. 000 219. 000 -219. 000 0

41. 000 -30. 600 10. 400

44. 000 -32. 800 11. 200

42. 000 -31. 300 10. 700

0 219. 000 -219. 000 0

0 179. 000 -179. 000 0

0 179. 000 -179. 000 0

Risico- en crisisbeheersing 2. 000 Brandweerzorg 8. 733. 000 GHOR 16. 000 Bedrijfsvoering 1. 280. 000 Totalen 10. 031. 000 Mutaties egalisatiereserve afschrijvingen Toevoeging 3. 962. 140 Onttrekking* Rente en afschrijving exclusief 6. 068. 860 MKON en kazerne MKON Bijdrage 4 veiligheidsregio's Bijdrage VNOG Kazerne Vosselmanstraat Bijdrage gemeente Apeldoorn Kazerne Doetinchem Bijdrage gemeente Doetinchem Kazernes

32. 000 -23. 900 8. 100 49. 000 -49. 000 219. 000 -219. 000 0

* de begroting 2026 wordt bij de halfjaarrapportage aangepast aan de werkelijk te verwachten kapitaallasten. Daarbij wordt ook de onttrekking aan de egalisatiereserve aangepast. Deze onttrekking wordt naar verwachting € 1. 000. 000.

Pagina 41 van 58

5. 4 Personeelslasten

In de begroting 2027 is voor de personeelslasten het voorlopig onderhandelingsresultaat meegenomen (schaalverhogingen) en gerekend met onderstaande formatie. Hierin zijn meegenomen de aanpassingen uit de Kadernota en de weerbaarheidsgelden. Er is overeenstemming bereikt over een voorlopig onderhandelingsresultaat met een looptijd van 2 jaar met de volgende loonmutaties: 1. 2. 3.

41% , per 1 augustus 2025 31% , per 1 augustus 2026 01% , per 1 januari 2027 Deze percentages gelden ook voor de jaar- en uurvergoedingen van de brandweervrijwilligers. Voor de begroting 2027 betekent dit , dat de stelpost looncompensatie is ingezet voor de hogere personeelslasten. In deze stelpost resteert nog € 900. 000. Dit bedrag is beschikbaar voor stijging van loonkosten w. o. het volgende arbeidsvoorwaardenakkoord , dat moet ingaan per 1 augustus 2027. Formatie in fte's Risico- en crisisbeheersing Brandweerzorg GHOR MKON Directie en control Bedrijfsvoering Totaal

begroting 2027 , 8602 , 13632 1597 , 473, 4 , 11292 40253 ,

Pagina 42 van 58

5. 5 Overzicht van baten en lasten Begroting 2026

Programma (bedragen in €)

lasten struct.

Risico- en crisisbeheersing Brandweerzorg GHOR MKON Directie en control Bedrijfsvoering Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Kazernes en overgangsrecht

10. 464. 170 36. 975. 855 2. 384. 700 5. 728. 340 841. 700 19. 351. 486 3. 979. 711 3. 671. 500

struct.

-

85. 844. 297

-

4. 124. 000

1. 991. 735

-

-

83. 852. 562

1. 991. 735

-

455. 100 2. 446. 835

struct.

79. 728. 562

1. 991. 735

673. 500

incid.

-

-

-

lasten 10. 726. 570 40. 790. 355 2. 532. 700 5. 975. 340 933. 500 21. 304. 700 4. 613. 721 3. 691. 500

-

84. 000 48. 000 4. 310. 920 2 . 000 327. 000 71. 285. 142 3. 671. 500

-

83. 397. 462 Totaal lasten en baten

incid. 826. 095 492. 140

83. 397. 462 Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves

Begroting 2027 baten

85. 844. 297

-

Begroting 2028 baten

incid.

struct. -

86. 843. 036

-

90. 276. 236

6. 640. 700

197. 500

-

-

-

93. 483. 736

197. 500

90. 568. 386

197. 500

-

-

93. 681. 236

-

117. 500

415. 350 612. 850

struct.

-

-

-

incid.

10. 721. 270 40. 273. 755 2. 531. 700 5. 978. 340 1. 078. 500 21. 776. 800 4. 330. 371 3. 585. 500

-

84. 000 34. 000 4. 495. 336 2 . 000 327. 000 78. 209. 200 3. 691. 500

2. 500. 000 93. 068. 386

80. 000

lasten

93. 681. 236

-

Begroting 2029 baten

incid.

struct. -

88. 090. 036

-

90. 155. 736

6. 274. 700

100. 000

-

-

94. 364. 736

100. 000

100. 000

4. 000. 000 94. 276. 236

94. 464. 736

88. 500 188. 500

Pagina 43 van 58

struct.

-

-

-

incid.

10. 641. 270 39. 880. 355 2. 530. 700 5. 981. 340 1. 138. 500 22. 095. 300 4. 243. 771 3. 644. 500

-

84. 000 34. 000 4. 498. 336 2 . 000 327. 000 79. 559. 200 3. 585. 500

100. 000

lasten

94. 464. 736

-

4. 000. 000 94. 155. 736

incid.

struct. -

-

lasten

incid.

struct.

baten

incid.

struct. -

-

10. 641. 270 39. 680. 355 2. 545. 700 5. 979. 340 1. 129. 500 22. 203. 300 4. 107. 771 3. 444. 500

-

84. 000 34. 000 4. 499. 336 2 . 000 327. 000 79. 771. 200 3. 444. 500

-

-

incid. -

-

84. 000 34. 000 4. 501. 336 2 . 000 327. 000 79. 427. 200 3. 644. 500

26. 500

88. 020. 036

-

89. 731. 736

-

88. 162. 036

-

6. 135. 700

26. 500

-

-

6. 069. 700

-

-

94. 231. 736

-

-

26. 500

-

94. 182. 236

Begroting 2030 baten

-

-

26. 500

94. 155. 736 94. 182. 236

26. 500

4. 500. 000 94. 231. 736

94. 231. 736

-

94. 231. 736

-

5. 6 Overzicht taakvelden , beleidsindicatoren en financiële kengetallen

Taakvelden uitgaveninkomsten Begroting Begroting Taakveld Omschrijving taakveld 2027 2027 0. 1 Bestuur 20. 000 0. 4 Overhead 17. 703. 400 309. 000 0. 5 Treasury 2. 306. 000 2. 306. 000 0. 8 Overige baten en lasten 1. 106. 521 0. 10 Mutaties reserves 2. 915. 350 6. 838. 200 1. 1 Crisisbeheersing en brandweer69. 629. 96584. 228. 036 TOTAAL 93. 681. 23693. 681. 236 Voor dit overzicht zijn nog niet de nieuwe definities van het taakveld overhead gebruikt.

Beleidsindicatoren Indicator

begroting 2026

Formatie: aantal FTE per 1. 000 inwoners

begroting 2027

0 , 46

Bezetting: aantal FTE per 1. 000 inwoners Apparaatskosten: kosten per inwoner Externe inhuur: kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen Overhead: % van totale lasten

0 , 48

0 , 44

0 , 47

, € 2070

, € 2106

, 061%

, 062%

1851% ,

1900% ,

bezetting 31-12-2025

Financiële kengetallen VNOG

Netto schuldquote

Rekening 2025 32%

Begroting 2026 95%

Begroting 2027 85%

Begroting 2028 79%

Begroting 2029 73%

Begroting 2030 66%

Solvabiliteitsratio

33%

17%

17%

17%

16%

15%

Exploitatieruimte

123%

000%

032%

009%

000%

, 000%

,

,

,

,

,

Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen , de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100. 000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie A= minste risico

B - gem. risico

C = meeste risico

Netto schuldquote

< 90%

90%-130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20%- 50%

< 20%

begr. > 0%

begr. = 0

begr. < 0%

Structurele exploitatieruimte

De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om Pagina 44 van 58

deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2027-2030. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten.

Bij de begrote cijfers voor 2027-2030 is uitgegaan van een toename van de investeringen op basis van meerjarenplanning (vervangings)investeringen. Ter financiering van deze investeringen is in 2024 een deel van het benodigde vreemd vermogen aangetrokken in de vorm van leningen met een looptijd van 15 jaar. Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met nog meer aan te trekken financiering. De berekende netto schuldquote valt grotendeels in de categorie ‘minste risico’. In eerste instantie loopt dit risico (tijdelijk) op door een hogere schuldenlast met bijbehorende aflossingsverplichting en afname van liquide middelen. Daarbij is verder - op basis van de uitgangspunten in de Kadernota 2027-2030 - vanaf 2027 gerekend met een hogere benodigde bijdrage van de gemeenten ter dekking van de gestegen kapitaalslasten. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio , hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio bedraagt over 2027: 17% en valt daarmee in de categorie: meeste risico. Dit kengetal neemt verder af in de loop van de weergegeven jaren.

De oorzaak daarvan is dezelfde als toegelicht bij de netto schuldquote. Voor lokale overheden i. c. een gemeenschappelijke regeling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen , ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten.

Pagina 45 van 58

6. Uiteenzetting financiële positie 6. 1 Geprognosticeerde balans Begrotingsjaar T

2027 bedrag x 1000

Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa

T-2

T-1

T

T+1

T+2

T+3

31-12-2025 52. 792

31-12-2026 105. 488

31-12-2027 100. 211

31-12-2028 92. 841

31-12-2029 85. 310

52. 792

105. 488

100. 211

92. 841

85. 310

77. 979

Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16879524/1