A5 - Provincie Gelderland - Ontwerp Omgevingsvisie provincie Gelderland D481305
Tekst van het document
We beperken grootschalige logistiek (groter dan 4 ha) tot het cluster Emmerich/Montferland/Zevenaar aan de North Sea – Rhine – Mediterranean Corridor, alleen voor bedrijven met regionale meerwaarde (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Economie). Komende periode onderzoeken we hoe het cluster verder ontwikkeld kan worden en of we hiermee de vraag waar we aan willen voldoen, kunnen opvangen. Daarnaast gaan we voor uitbreiding van het logistieke knooppunt bij ’s Heerenberg. Voor het energiesysteem is uitbreiding/vernieuwing van het hoogspanningsstation Doetinchem-Langerak essentieel om het probleem van netcongestie op te lossen en om te kunnen voorzien in de toekomstige energievraag. We werken binnen de regio samen aan een toekomstbestendig energiesysteem waarin we gezamenlijke keuzes uitwerken die voortkomen uit een wisselwerking tussen het energiesysteem en gezamenlijke opgaven (met betrekking tot werken en woningbouw) in de ruimte die daarvoor beschikbaar is. Dit wordt specifiek uitgewerkt in een regionaal energieperspectief (zie beleidsthema Energie en klimaat).
31
4.2 Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde Beeld van de regio EHPZ (Ermelo, Harderwijk, Putten, Zeewolde) is een compacte interprovinciale regio, ingeklemd tussen de Natura 2000-gebieden Veluwe en de Randmeren. Het kleinschalige landschap met landgoederen, (kerk)dorpen en Hanzestad Harderwijk kent sterke identiteiten en een compleet voorzieningenaanbod in een klein gebied, wat resulteert in een zeer gewilde leefomgeving. De A28 en het spoor structureren de regio, die steeds meer functioneert als één daily urban system tussen grootstedelijke netwerken. De economie is divers (recreatie & toerisme, agrarisch, zorg, mkb, maakindustrie) en de bevolking kenmerkt zich door hechte gemeenschappen en hoge arbeidsparticipatie. De belangrijkste opgaven in de regio: • compacte verstedelijking • robuuste natuur en biodiversiteit in combinatie met herkenbare en beleefbare ruimtelijke kwaliteit • goede, gezonde en veilige bereikbaarheid De opgaven in de regio EHPZ vragen om een goede regionale samenwerking. Door als regionale partijen samen na te denken over de grote opgaven komen we tot slimmere en betere oplossingen. Vitaal landelijk gebied Het Gelderse deel van de regio EHPZ ligt op de flanken van de Veluwe en tegen het Wolderwijd, een van de Veluwerandmeren.
De regio ontleent een belangrijk deel van haar identiteit en aantrekkelijkheid aan de ligging tussen deze twee natuurgebieden en het cultuurhistorisch waardevolle landschap met landgoederen (zie beleidsthema’s Cultuur en erfgoed en Ruimte). De hoge waarde van natuur en landschap hangt nauw samen met andere belangrijke ruimtelijke dragers zoals de landbouw en de recreatieve sector. Daarom willen we in deze regio inzetten op natuurherstel en bescherming van de cultuurhistorische landschappen. Daarnaast stimuleren we de recreatieve ontwikkeling van de randmeerkust (Veluwe aan Zee) om de recreatiedruk op de Veluwe te verlichten (zie beleidsthema Recreatie en toerisme). Behoud van de waardevolle landschappen is nodig vanwege de intrinsieke waarde hiervan, voor de biodiversiteit en voor de kwaliteit van de leefomgeving. De landschappen zijn belangrijk als stedelijk uitloopgebied voor de dorpen en de metropoolregio Utrecht en vanwege de belevingswaarde voor recreatie en toerisme. De vele landgoederen in de regio zijn een belangrijke drager van het groenblauwe netwerk en een schakel in de verbinding tussen Veluwe en Heuvelrug (zie paragraaf 3.2 en beleidsthema Natuur en biodiversiteit). We willen op de landgoederen mogelijkheden bieden voor (de ontwikkeling van) nieuwe vormen van ruimtegebruik, bedrijfsvoering en samenwerking.
Landgoederenzones verdienen structurele borging, maar er is ook meer groenblauwe dooradering nodig. Daarbij is het wenselijk om deze in te richten in lijn met de bestaande landschapsstructuren. Dooradering moet aansluiten op historische patronen. De hoge zandgronden aan de flanken van de Veluwe zijn gevoelig voor zowel droogte als wateroverlast en door klimaatverandering nemen weersextremen toe. De huidige inrichting van het water- en bodemsysteem is hier nog niet tegen bestand (zie paragraaf 3.1 en beleidsthema Water en klimaatadaptatie). Samen met gemeenten en het waterschap werken we aan een signaleringskaart voor EHPZ. We willen dat deze in 2028 af is. We streven ernaar dat we het hele jaar voldoende water hebben, op het goede moment op de juist plek. We maken afspraken met partners in de regio hoe we meer water kunnen vasthouden. In 2030 willen we hiervoor een uitvoerbaar plan hebben. We kiezen ervoor om de Veldbeek en Schuitenbeek extra ruimte te geven en in te zetten op beekherstel. Hiervoor worden al plannen gemaakt in de regio. Het vasthouden van water kan leiden tot vernatting, met gevolgen voor grondgebruik. Met betrekking tot landbouw maken we onderscheid tussen gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebieden landbouw (zie paragraaf 3.3). In de regio EHPZ staat vooral het gebied ten (zuid)westen van Ermelo en Putten voor een ontwikkeling.
We willen als provincie regie voeren op deze ontwikkeling door randvoorwaarden te stellen. We zetten daarbij in op functiemenging en meervoudig ruimtegebruik, waarbij rekening gehouden moet worden met de landschappelijke draagkracht van het gebied. 32
Sterke steden, dorpen en regio’s De regio EHPZ is een stedelijk netwerk in wording waar de onderlinge relaties in wonen, werken en recreëren steeds sterker worden. De regio groeit en kent bovendien druk vanuit de Randstad. Dit heeft effect op de sociale cohesie en regionale identiteit. Tegelijk is de ruimte voor uitbreiding schaars, met name rondom Harderwijk. We willen het dagelijks stedelijk systeem versterken door te werken aan compacte verstedelijking in en rondom bestaande kernen. Dit werken we samen met regionale partners uit in een verstedelijkingsstrategie, waarin we beschrijven hoe we samen gaan werken aan het versterken van het dagelijks stedelijk systeem (zie paragraaf 3.4 en beleidsthema Wonen). We willen dat in de regio EHPZ gebouwd wordt op een schaal die past bij de regio, met behoud van de natuurlijke en landschappelijke waarden. Daarom zetten we in op netbewuste woningbouw op plekken die al goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, met name bij Harderwijk. Tot 2050 zal Harderwijk zich verder als regiokern ontwikkelen en daarna naar verwachting uitgroeien tot een centrumstad. We houden er rekening mee dat het richting 2100 nodig is dat er gebouwd gaat worden op de hogere en drogere Veluwegronden en er op de lage natte delen meer ruimte is voor water.
De regio EHPZ wordt doorkruist door de A28, het spoor en door enkele belangrijke provinciale wegen (N302 en N303) die de regio verbinden met de A28 en de A1. Er is veel interne pendel binnen het daily urban system, maar ook verbindingen met Amersfoort/Utrecht, Barneveld/Apeldoorn en Zwolle zijn belangrijk voor het goed functioneren van de regio. Ook ligt het aan het Wolderwijd en het Nuldernauw, die onderdeel zijn van de vaarweg over de randmeren. Een goede bereikbaarheid is randvoorwaardelijk voor de (door)ontwikkeling van het dagelijks stedelijk systeem (zie beleidsthema Mobiliteit). Betere bereikbaarheid met fiets en ov helpt om het dagelijks stedelijk systeem van EHPZ te versterken. Ons doel is om de bereikbaarheid in de regio multimodaal te verbeteren door samen met het Rijk te zoeken naar oplossingen voor de opstopping op de A28 bij Hoevelaken en het realiseren van een keervoorziening bij Harderwijk en deze doorontwikkelen tot een intercitystation. Met de komst van een extra kazerne in Zeewolde en intensivering van de kazerne Ermelo/Stroe, zal er naar verwachting ook meer druk komen op het onderliggende regionale/lokale wegennetwerk (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Defensie). We verbeteren de bereikbaarheid van de kazernes door bruggen en provinciale wegen aan te passen en (mede) te investeren in de frequentieverhoging van de Veluwelijn en bijhorende infrastructuur.
De regio EHPZ kent een – voor Gelderland – gemiddelde luchtkwaliteit met een grote gezondheidsimpact. De belangrijkste bronnen zijn wegverkeer (onder andere de A28), landbouw en houtstook. De A28 geeft ook een hoge geluidbelasting, evenals het spoor en enkele provinciale wegen. Aansluitend op de regionale brede welvaart ambities, streven we ook in deze regio naar een gezonde en veilige leefomgeving (zie beleidsthema Gezonde en veilige leefomgeving). Er zijn veel ontwikkelingen in deze regio die impact kunnen hebben op de leefomgevingskwaliteit. Bij de locatiekeuze, het ontwerp en investeringen wegen we de toename van milieudruk mee. Toekomstbestendige economie en sterke netwerken Regio EHPZ is een economisch diverse regio. Om te beginnen heeft de regio een sterke agrarische en agroindustriële sector en een mkb-gedreven lichte maakindustrie (techniek, metaal, kunststof, bouw). Daarnaast zijn de zorgsector en recreatie en toerisme belangrijke economische sectoren in deze regio, die goed passen bij de ruimtelijke en natuurlijke kwaliteiten van de regio. Het diverse economische profiel geeft de regio de potentie om door te groeien als duurzame productie- en kennisregio, met de focus op circulaire economie. De logistieke corridor North Sea – Baltic (A1/A28) loopt door de regio (zie paragraaf 3.5).
Deze corridor is economisch vooral regionaal georiënteerd, maar is van nationaal belang voor defensie, zoals voor grootschalige mobilisatie en bevoorrading. Bovendien brengen de intensivering van de kazerne in Ermelo en de komst van een nieuwe kazerne in Zeewolde werkgelegenheid en andere economische kansen met zich mee voor de regio (zie beleidsthema Defensie). De uitbreiding van defensie zorgt echter ook voor toenemende druk op onder andere natuur en de infrastructuur. Ons uitgangspunt is dat de opgaven van defensie niet zorgen voor verdringing van onze andere (rijks)opgaven.
33
We zetten in op ‘juiste bedrijf, juiste plek’. We willen dat bedrijven die gemengd kunnen worden met wonen zich vestigen in stedelijk gebied (zie beleidsthema Economie). Er is een belangrijke rol weggelegd voor bedrijventerrein Lorentz in de transitie naar een circulaire economie. Lorentz is het grootste bedrijventerrein van Gelderland, met ruimte voor HMC-bedrijven én watergebonden bedrijven. Ruimte voor dit soort bedrijven is schaars, dus dit willen we behouden voor de toekomst. In Ermelo wordt nog ruimte gezocht voor een regionaal bedrijventerrein langs de A28. Echter, het open veld tussen Ermelo en de A28 wordt gekenmerkt door landschappelijke kwaliteiten als openheid, rationele verkaveling en zichtlijnen naar de randmeerkust. Een eventuele ontwikkeling zal dus zorgvuldig moeten worden ingepast in de draagkracht van het landschap. Voor het energiesysteem zetten we in EHPZ vooral in op decentralisatie (zie beleidsthema Energie en klimaat). Wel wordt de capaciteit van het onderstation in Harderwijk verder uitgebreid. Voor deze regio is ook de uitbreiding van de capaciteit van het onderstation Nunspeet van belang. Binnen de regio werken we samen aan een toekomstbestendig energiesysteem waarin we gezamenlijke keuzes uitwerken die voortkomen uit een wisselwerking tussen het energiesysteem en gezamenlijke opgaven in de ruimte die daarvoor beschikbaar is.
Dit wordt specifiek uitgewerkt in een regionaal energieperspectief. Ook wordt een regionaal programma energiesysteem opgesteld. Daarbij gaan we uit van gebiedseigen oplossingen die passen bij de draagkracht van het landschap, zoals zon op daken.
34
4.3 FruitDelta Rivierenland Herinnering aan Holland Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hooge pluimen aan den einder staan, en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een grootsch verband, de lucht hangt er laag en de zon wordt er langzaam in grijze veelkleurige dampen gesmoord, en in alle gewesten wordt de stem van het water met zijn eeuwige rampen gevreesd en gehoord. Hendrik Marsman, 1936 Beeld van de regio FruitDelta Rivierenland is een karakteristieke deltaregio in het zuidwesten van Gelderland, met bijna een kwart miljoen inwoners die wonen in circa tachtig steden, dorpen en kernen. Het landschap wordt bepaald door oeverwallen, komgebieden, fruitteelt, de grote rivieren Waal, Maas en Rijn, en de Linge. De rivieren vormen het ruimtelijke én culturele fundament van de regio: ze brengen vruchtbaarheid en economische kansen, maar vragen ook voortdurende aandacht met het oog op waterveiligheid. De regio heeft meer dan 300 kilometer dijken. Het gebied heeft een sterk agrarisch profiel, met fruit- en laanboomteelt, paddenstoelenteelt en glastuinbouw. Door de centrale ligging in Nederland heeft de regio een strategische positie.
De ligging tussen grote rivieren en aan de corridors — A2, A15, Betuweroute en Waalcorridor — is zowel een kracht als een kwetsbaarheid. Rivierenland heeft een hoge landschappelijke kwaliteit en rijke cultuurhistorie, wat kansen biedt voor recreatie en toerisme (zie beleidsthema’s Cultuur en erfgoed, Recreatie en toerisme en Ruimte). Veel inwoners van het Rivierenland maken gebruik van de voorzieningen in grote steden buiten de regio, zoals Utrecht en Den Bosch. De belangrijkste opgaven in de regio: • klimaatbestendige leefomgeving: waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid • goede, gezonde en veilige bereikbaarheid: benutten van de logistieke corridors met behoud van leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit • leefbare steden en dorpen: leefbare kernen met voldoende en bereikbare voorzieningen De opgaven in de regio Fruitdelta Rivierenland vragen om een brede regionale aanpak, waarbij het geheel sterker is dan de som der delen. Door als regionale partijen samen na te denken over de grote opgaven komen we tot slimmere en betere oplossingen, voorkomen we afwenteling en bouwen we gezamenlijk aan
35
een breed, regionaal geluid richting Rijk en Europa. Een gezamenlijk Ruimtelijk Ontwikkelperspectief wordt nu verder uitgewerkt met de partners in de regio. Vitaal landelijk gebied De regio FruitDelta Rivierenland is gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering (zie paragraaf 3.1 en beleidsthema Water en klimaatadaptatie). In de zomer is de regio afhankelijk van wateraanvoer vanuit de grote rivieren en als een dijk doorbreekt kan een groot deel van het gebied onder water komen te staan. Lokaal kan er wateroverlast optreden bij piekbuien. Om droge voeten te houden, economische schade te beperken en toekomstige generaties niet op te zadelen met problemen is het nodig om maatregelen te nemen. In paragraaf 3.1 hebben we beschreven hoe we het water- en bodemsysteem in het gebied van de grote rivieren toekomstbestendig willen inrichten. Een groot deel van deze ontwikkelingen landt in het Rivierenland. Richting 2100 is het van belang om de rivieren ruimte te geven, op een manier die samengaat met de verstedelijking van de regio. Daaraan geven wij ook invulling als bevoegd gezag voor ontgrondingen in de uiterwaarden. Dit kan goed worden gecombineerd met bijvoorbeeld recreatie en natuurontwikkeling. We zetten in op een robuust water- en bodemsysteem met een goede balans tussen natuurlijke processen en technische maatregelen voor het landgebruik.
We werken samen met gemeenten en waterschap aan een signaleringskaart voor het Rivierenland. We willen dat de signaleringskaart in 2028 af is. We willen de beschikbaarheid van zoet water in de toekomst veilig stellen (zie beleidsthema Water en klimaatadaptatie). Door de aanwezigheid van een beschermende kleilaag is de regio Rivierenland erg geschikt voor de winning van drinkwater uit de diepere ondergrond. Hierdoor zijn de effecten en beperkingen als gevolg van de drinkwaterwinning relatief klein ten opzichte van winningen zonder deze beschermende kleilaag. Het landelijk gebied van het Rivierenland wordt dooraderd door een natuurnetwerk: de Linge gekoppeld aan de grote rivieren en natte komgronden met weteringen. Dit netwerk bepaalt voor een belangrijk deel hoe het landschap eruitziet en is onderdeel van de identiteit van de regio. Biodiversiteit staat onder druk door droogte, intensief landgebruik en fragmentatie (zie paragraaf 3.2 en beleidsthema Natuur en biodiversiteit). De regio kent bovendien een opgave in het herstellen en beheren van kenmerkende landschapselementen. Een veerkrachtig natuurnetwerk maakt de regio klimaatbestendiger en aantrekkelijker voor bewoners en bezoekers. We blijven ons inzetten op het toepassen van groenblauwe dooradering, waar mogelijk in combinatie met recreatie om nieuwe economische kansen te creëren (zie beleidsthema Recreatie en toerisme).
Samen met partners werken we aan landschapsbeheer. In met name het westelijk deel van Rivierenland voegen de open (inundatie)gebieden van de Hollandse Waterlinies en de meanderende Linge met haar pittoreske dorpen bijzondere landschappelijke waarden toe aan de agrarische gebieden. Het realiseren van nieuwe stedelijke functies ligt hier minder voor de hand. Dit betekent niet dat deze gebieden ‘in het slot’ moeten vallen. Voor het werelderfgoed Hollandse Waterlinies zullen ruimteclaims van nu en in de toekomst in beeld worden gebracht, en wordt gewerkt aan een betere balans tussen behoud en ontwikkeling (zie beleidsthema’s Cultuur en erfgoed en Ruimte). De regio is een agrarische koploper met sectoren als fruitteelt, laanboomteelt, paddenstoelen en glastuinbouw (zie beleidsthema Land- en tuinbouw). Deze sectoren hebben echter te maken met opgaven rondom waterbeschikbaarheid, bodemgesteldheid, gewasbeschermingsmiddelen en energiegebruik. Klimaatverandering vraagt om nieuwe teelten, verduurzaming en soms herverkaveling of verplaatsing. Een vitale, toekomstbestendige landbouwsector is van belang voor landschapsbeheer, voedselproductie, werkgelegenheid en identiteit. We maken onderscheid tussen gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebieden landbouw (zie paragraaf 3.3).
We ondersteunen innovaties in fruit- en laanboomteelt en glastuinbouw en bieden ruimte voor teeltverruiming, nieuwe energieconcepten en duurzaam watergebruik. De verschillende sectoren hebben elk hun eigen specifieke impact op de omgeving. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het gebruik van grondwater en energiegebruik. Daarom is maatwerk nodig. Groeimogelijkheden en uitbreidingsruimte kunnen niet altijd geboden worden op bestaande locaties. In sommige gevallen is verplaatsing nodig, bijvoorbeeld vanwege betere beschikbaarheid van water of duurzaam opgewekte energie.
36
Sterke steden, dorpen en regio’s FruitDelta Rivierenland is een landelijke regio die bestaat uit ruim tachtig (kleine) regiokernen en dorpen met sterke gemeenschappen en vaak een rijke historie (zoals Buren en Culemborg). Veel inwoners maken gebruik van de grootstedelijke voorzieningen van omliggende regio’s: vanuit Culemborg richting Utrecht, vanuit Zaltbommel richting Den Bosch en vanuit de Betuwe en Land van Maas en Waal richting Arnhem en Nijmegen. De regio staat onder druk vanuit deze omliggende metropolen én vanuit de eigen regio. Verstedelijking moet worden geconcentreerd waar de bereikbaarheid goed is (trein, A2/A15), terwijl kleine kernen alleen kleinere groei aankunnen. Recreatieve kwaliteit en de gezonde leefomgeving zijn belangrijke aandachtspunten (zie beleidsthema’s Recreatie en toerisme en Gezonde en veilige leefomgeving). We willen Rivierenland een stevigere positie geven in het netwerk van steden en dorpen van Gelderland, want we zien nog onbenut potentieel. We stellen samen met regionale partners een verstedelijkingsstrategie op (zie paragraaf 3.4 en beleidsthema Wonen), waarin we grootschalige woningbouwlocaties opnemen. In de verstedelijkingsstrategie nemen we mee dat we verwachten dat Tiel en Geldermalsen op de langere termijn steeds meer samen een stedelijk netwerk gaan vormen als hart van de regio.
Waar de verstedelijking in sterkere mate toeneemt willen we deze vervlechten met een groenblauw basisstructuur door middel van landschapsparken. In de buurt van de A2 bieden Culemborg en Zaltbommel kansen voor intensivering van stedelijke functies. Voor de kleinere dorpen en kernen kiezen we er bewust voor om verstedelijking te beperken tot een straatje of een (klein) wijkje erbij. Beperkte groei, passend bij de schaal en de identiteit van de dorpen en kernen is nodig om de leefbaarheid en voorzieningen in stand te houden en landschap aantrekkelijk te houden. Voldoende geschikte huisvesting voor arbeidsmigranten is een aandachtspunt in de regio. We concentreren het grootste deel van de opgave voor wonen en werken in de gebieden die het best bereikbaar zijn of bereikbaar te maken zijn, via de weg en met openbaar vervoer, rekening houdend met de beperkingen vanuit het water- en bodemsysteem en het energiesysteem. Zo houden we de regio verbonden en bereikbaar (zie beleidsthema Mobiliteit). De A15 is een belangrijke corridor en moet worden versterkt. De kruising van de A2 en A15 is daarbij een belangrijk knooppunt (Knooppunt Deil), met verbindingen van Culemborg richting Utrecht en van Zaltbommel richting Den Bosch. Dit gebied vormt een belangrijke schakel voor economie, logistiek en personenvervoer.
De verbinding tussen Amsterdam, Utrecht en Eindhoven is belangrijk voor de kenniseconomie en biedt de regio economische kansen. Er is een sterke samenhang tussen de snelwegen en het regionale wegennetwerk. Congestieproblemen op het hoofdwegennet zetten druk op de leefbaarheid in dorpen en kernen. Het oplossen van congestieproblemen op de A2 en de A15 heeft hoge prioriteit en vraagt mede om inzet van het Rijk. Tegelijkertijd investeren we in de capaciteit en de veiligheid van de provinciale wegen die door Rivierenland lopen. Ook werken we aan hoogwaardig openbaar vervoer (zoals het verbeteren van de verbinding Geldermalsen-Tiel-Arnhem) en fietsverbindingen. Bijzondere aandacht besteden we aan de veerverbindingen over de Waal, de Nederrijn, de Lek en de Maas. Toekomstbestendige economie en sterke netwerken FruitDelta Rivierenland ligt centraal in Nederland en is onderdeel van de North Sea – Rhine – Mediterranean corridor, essentieel voor vervoer van goederen en defensiematerieel (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Defensie). De regio kenmerkt zich naast de logistieke clusters langs de corridor en een aantal regionale bedrijventerreinen, door verspreid voorkomende (solitaire) bedrijvigheid, die zich gaandeweg heeft gevestigd en uitgebreid in het buitengebied, soms tot een omvang die niet meer passend is (zie beleidsthema Economie).
De regio ondervindt hinder van bedrijvigheid die weinig bijdraagt aan de lokale economie, maar hier wel van profiteert. We vinden het belangrijk dat bedrijven die zich vestigen in de regio van regionale meerwaarde zijn. Het elektriciteitsnet in de regio moet aanzienlijk worden uitgebreid en versterkt om netcongestieproblemen op te lossen en om te kunnen voldoen aan de toekomstige energievraag. We stellen samen met de partners in de regio een energieperspectief op (zie beleidsthema Energie en klimaat). De energie-infrastructuur gaat meer ruimte vragen vanwege decentrale opwek, batterij-opslag, hoogspanningsstations en -verbindingen. Bij voorkeur en waar mogelijk concentreren we deze energie-infrastructuur langs de A2 en A15 en ontzien we daarmee gebieden waar rust, ruimte en de landschappelijke kwaliteit meer centraal staan. 37
We gaan logistiek concentreren in een logistieke knooppunt Tiel/Rivierenland (zie paragraaf 3.5). Hier concentreren logistieke activiteiten en voorzieningen zich, zoals truckparking, Clean Energy Hubs, energieinfrastructuur en mogelijkheden voor stadsdistributie. We stimuleren dat een aanzienlijk deel van het goederenvervoer via het spoor en de binnenvaart gaat. Het bevaarbaar blijven van de grote rivieren, met name in tijden van droogte, is daarbij van groot belang. Ook werken we mee aan uitbreiding van de overslagcapaciteit bij Tiel. We vinden het belangrijk dat werklocaties goed bereikbaar blijven. We beschermen bedrijventerreinen waar bedrijven met een hoge milieuhinder zich kunnen vestigen. We willen niet dat kwetsbare functies zoals wonen en zorg in de buurt geplaatst worden van werklocaties met een hoge milieucategorie. Ook de watergebonden bedrijventerreinen beschermen we in Rivierenland en we gaan op zoek naar aanvullende watergebonden bedrijventerreinen. We willen dat de juiste bedrijven zich hier vestigen. We zijn kritisch op (grootschalige) uitbreidingen of nieuwsvestiging van solitaire bedrijvigheid in het buitengebied. Wanneer vestiging op bedrijventerreinen niet realistisch is en de omvang van de bedrijfsactiviteiten passend is bij de aard en schaal van de omgeving kan uitbreiding op bestaande locaties overwogen worden.
Door zorgvuldig af te wegen willen we verrommeling en aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen.
38
4.4 Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Beeld van de regio De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) is een grote en groeiende stedelijke regio. Het gebied wordt gekenmerkt door een unieke samenkomst van grote steden, waardevolle landschappen, landbouwgrond en Natura 2000-gebieden, met de Gelderse Poort als nationaal belangrijk waterknooppunt. De regio combineert hoge leefkwaliteit met een innovatief economisch profiel, mede dankzij sterke kennisinstellingen en campussen op het gebied van energie, gezondheid en hightech, zoals Cleantech Park / Electricity campus, NovioTech en Radboud Universiteit/Radboudumc. Daarnaast loopt de internationaal belangrijke North Sea – Rhine – Mediterranean Corridor door de regio. De regio maakt deel uit van het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, waarin de vier overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en partners samen werken aan de grote ruimtelijke opgaven. Haar ligging, in combinatie met sterke regionale gemeenschappen en kansen voor samenwerking over de grens met Duitsland, maakt de GMR een regio met grote ontwikkelkracht. De verschillende ruimtelijke opgaven zorgen dat de GMR aan de vooravond staat van een volgende schaalsprong. Dit vraagt om nieuwe innovatieve oplossingen en het aanpassen van de onderliggende systemen.
Als provincie zien wij de drie onderstaande opgaven als meest belangrijk in de regio: • realisatie van het groenblauw raamwerk waarbij de landschappelijke kwaliteiten, de landbouw, natuur, het erfgoed en de diversiteit en identiteit van de regio versterkt wordt, en waarbij het water- en bodemsysteem sturend is voor toekomstige ontwikkelingen • verdere verstedelijking waarbij de bouw van 60.000 woningen in balans is met de groei van werkgelegenheid, bereikbaarheid, recreatie en voorzieningen (compacte verstedelijking) en waarbij een gezonde veilige leefomgeving een randvoorwaarde is • aantrekkelijk vestigingsklimaat met een voldoende passend aanbod aan werkmilieus en een (duurzaam) energiesysteem Vitaal landelijk gebied De regio kent verschillende gebieden met een ander water- en bodemsystemen, zowel het rivierengebied met oeverwallen en kommen als de stuwwallen van de Veluwezoom en het Rijk van Nijmegen met valleien, sprengen en beken. De opgaven variëren per systeemgebied (zie paragraaf 3.1 en beleidsthema Water en klimaatadaptatie). In de Liemers is de combinatie van droogte en de invloed van het riviersysteem de grootste opgave. In het middengebied (de kop van de Betuwe) liggen stroomruggen en komgronden en een eigen regionaal watersysteem de Linge dat het hele Rivierenland bedient. De regio wordt doorkruist door de grote rivieren Waal, IJssel, Rijn en Maas.
Die bepalen voor een belangrijk deel hoe het landschap eruitziet en zijn onderdeel van de identiteit van de regio. Richting 2100 vragen waterveiligheid, rivierverruiming en verdeling van rivierwater om gezamenlijke keuzes en ruimteclaims. In paragraaf 3.1 hebben we beschreven hoe we het water- en bodemsysteem toekomstbestendig willen inrichten. Samen met gemeenten en waterschappen werken we aan een signaleringskaart voor de GMR. We willen dat deze in 2028 af is. We streven ernaar dat we het hele jaar voldoende water hebben, op het goede moment op de juiste plek. We maken afspraken met partners in de regio hoe we meer water kunnen vasthouden. In 2030 willen we hiervoor een uitvoerbaar plan hebben. De Gelderse Poort speelt een belangrijke rol als het belangrijkste gebied waar de rivieren zich over Gelderland en Nederland verdelen. Rivierkundige maatregelen op nationaal niveau zijn nodig voor een klimaatbestendig riviersysteem in 2100 bij zowel hoog- als laagwater. Deze maatregelen vinden plaats in de rivierlopen en uiterwaarden en hebben een potentiële ruimtevraag buiten- en binnendijks, terwijl in hetzelfde gebied grote opgaven in verstedelijking plaatsvinden.
Wij verbinden deze rivierkundige maatregelen aan de regionale opgaven op het gebied van verstedelijking, het groenblauwe raamwerk en de regionale watersystemen, door in te zetten op optimale oplossingen voor meerdere doelen in een gebiedsgerichte aanpak. Op de Veluwezoom en in het Rijk van Nijmegen zijn de hoge zandgronden op en aan de flanken van de stuwwallen gevoelig voor zowel droogte als wateroverlast en dit neemt door klimaatverandering verder toe. 39
De biodiversiteit en natuur staan hier onder druk, onder andere door verdroging en stikstof. De grondwatervoorraad op deze stuwwallen zijn bovendien een belangrijke bron voor drinkwater. Door een gebiedsgerichte aanpak op stikstof, natuurherstel en het vasthouden van water en verbeteren van de waterkwaliteit, versterken we het natuurlijke systeem. Naar de toekomst toe is er minder grondwater beschikbaar is voor functies met een watervraag, zoals de papierindustrie. Dit speelt onder andere in Renkum. Het landelijk gebied is de groene contramal voor de verstedelijking in de regio. We zetten in op het realiseren van een klimaatbestendige groenblauwe dooradering die bijdraagt aan een toekomstbestendige landbouwsector, biodiversiteit en natuurherstel (zie paragraaf 3.2 en beleidsthema Natuur en biodiversiteit). Op deze manier dragen we zorg voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving die kan omgaan met verdrogingsproblematiek en weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Het groenblauw raamwerk dat in de regio is opgesteld is hiervoor het uitgangspunt. Dit schetst de landschappelijke versterking van de uiterwaarden tot landschapsparken, versterking van gradiëntbossen en beken op de stuwwallen en de aanleg van broeklanden, een toekomstperspectief voor de landbouw en klimaatbestendige weteringen.
We combineren dit met de aanleg van recreatieve paden en versterking van de erfgoedbeleving (zoals de Landgoederen en de Limes), om te zorgen dat er voor inwoners voldoende recreatiemogelijkheden zijn (zie beleidsthema’s Cultuur en erfgoed, Recreatie en toerisme en Ruimte). Een toekomstbestendige landbouwstructuur houdt het landschap aantrekkelijk, ondersteunt biodiversiteit en biedt agrariërs nieuwe verdienmodellen (zie beleidsthema Land- en tuinbouw). We zetten in op het behoud van een goede landbouwstructuur met toekomstperspectief. We maken onderscheid tussen gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebieden landbouw (zie paragraaf 3.3). In de verwevingsgebieden in de GMR zetten we met name in op functiemenging. We willen perspectief bieden aan agrariërs met verdienmodellen die uitgaan van minder intensieve landbouw, vormen van natuurinclusieve landbouw, het leveren van groenblauwe diensten, stadslandbouw en recreatief medegebruik. Sterke steden, dorpen en regio’s De GMR is een concentratieregio voor woningbouw en verstedelijking, met centrumsteden Arnhem en Nijmegen. Tot 2040 moeten 60.000 woningen worden toegevoegd. Dit is opgenomen in de verstedelijkingsstrategie (zie paragraaf 3.4 en beleidsthema Wonen). Grootschalige groei vraagt om gelijktijdige investeringen in mobiliteit, drinkwatervoorziening, energie, voorzieningen en leefomgeving.
De druk op het landschap is groot en we willen de kwaliteit en identiteit van de regio behouden. Daarom is compacte verstedelijking noodzakelijk. Dit vraagt om een integrale aanpak op bovenlokale schaal. Daar waar nodig nemen we als provincie een regierol in de afweging van toekomstige locatiekeuzes. Hierbij hanteren we de verstedelijkingsprincipes die zijn vastgelegd in het NOVEX-ontwikkelperspectief ArnhemNijmegen-Foodvalley en gaan we voor ‘meer landschap, meer stad’. De verstedelijkingsstrategie is onderdeel van dit ontwikkelperspectief. De GMR ontwikkelt zich verder als stedelijk netwerk. De stedelijke groei concentreert zich rondom de twee centrumsteden Arnhem en Nijmegen en in regiokernen als Wijchen, Beuningen, Elst en de Liemers. We sturen op compacte verstedelijking, bouwen in hogere dichtheden, goede bereikbaarheid en een passend energiesysteem. Daarom blijven we inzetten op de grootschalige woningbouwlocaties in Arnhem, Nijmegen en de Liemers, ook richting de toekomst. In de dorpen in de regio is de woningbouwopgave meer gericht op het invullen van de lokale behoefte en op opgaven als leefbaarheid en het op peil houden van het voorzieningenniveau. Het combineren van verdichten en voldoende ruimte houden voor groen en wateropvang is een aandachtspunt.
De in ontwikkeling zijnde Groene Wig Arnhem-Oost is een mooi voorbeeld van het verbinden van regionaal groen (Veluwe en uiterwaarden) met stedelijk groen en het versterken van de groene ruimte voor verblijven, ontmoeten en bewegen (zie beleidsthema’s Leefbaarheid en Sport). Deze verwevenheid van stad en land willen we behouden en versterken. Een goed voorbeeld is Park Lingezegen. Dit park heeft een belangrijke functie als uitloopgebied voor de steden, maar biedt ook ruimte voor onder andere natuur en landbouw. Dit landschapspark kan als voorbeeld dienen voor de ontwikkeling van
40
vergelijkbare parken in de regio. We zetten in op zogenoemde Groene Scheggen, die steden en dorpen verbinden met het omliggende landschap. Grootschalige woningbouw vindt plaats op locaties nabij voorzieningen en die goed ontsloten zijn met (hoogwaardig) openbaar vervoer, doorfietsroutes en overige fietsroutes. Grootschalige woningbouw vraagt ook om grootschalige uitbreiding van het mobiliteitsnetwerk in de regio (zie beleidsthema Mobiliteit). Hierbij is expliciet aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving, waaronder het functioneren van infrastructuur binnen de geldende geluidproductieplafonds. Om het wegennet te ontlasten, zetten we in op nieuwe fietsroutes, ov-verbindingen en overstappunten. De aard en schaal van de regio leent zich hier ook goed voor. We werken samen met partners in de regio aan een toekomstbestendig regionaal mobiliteitsnetwerk. De groei van de GMR vraagt om een betrouwbare en snelle verbinding met de Randstad en Duitsland. De druk op het spoor is nu al groot. Om de verbinding richting de toekomst te verstevigen zijn infrastructurele aanpassingen nodig aan het spoor en het onderliggend wegennet. We willen meer treinen mogelijk maken. Daarvoor is aandacht voor barrièrewerking van het spoor en de overwegen nodig (veiligheid en doorstroming). Met de spoorlijn Utrecht-Arnhem-Duitsland brengen we de Randstad dichterbij.
Daarnaast is een goede verbinding met het noorden (Zwolle – Stedendriehoek) en het zuiden richting Eindhoven en Venlo (via onder andere de A50 en Maaslijn) belangrijk, ook met het oog op de groei van de Stedendriehoek. We stimuleren het Rijk om dit op te pakken. De gezonde en veilige leefomgeving is een aandachtspunt (zie beleidsthema Gezonde en veilige leefomgeving). De milieubelasting is op dit moment al hoog in de GMR. Zo is er sprake van luchtverontreiniging door verkeer en industrie, maar ook door de binnenvaart. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het daarom extra belangrijk dat we effecten op de gezonde leefomgeving meenemen in de afweging, en waar nodig zorgen voor mitigerende maatregelen. Toekomstbestendige economie en sterke netwerken De GMR heeft sterke economische clusters (energie, gezondheid, hightech), en biedt ruimte aan watergebonden bedrijven en bedrijven in hogere milieucategorieën (HMC). Tegelijk staat ruimte voor werklocaties onder druk (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Economie). De vraag naar HMC-locaties en watergebonden bedrijventerreinen neemt toe. We willen dat bedrijven die gemengd kunnen worden met wonen zich vestigen in stedelijk gebied, om voldoende ruimte te behouden voor bedrijven die alleen op een bedrijventerrein gevestigd kunnen worden.
Om te kunnen voldoen aan de toekomstige vraag en voor compensatie voor transformatielocaties moeten we op zoek naar nieuwe locaties. We zetten in op het versterken van strategische locaties zoals de campussen (NovioTech Campus, Radboud Universiteit/Radboudumc), watergebonden bedrijventerreinen en bedrijven met een (boven)regionale functie: TPN west, Park 15/Grift, Cleantech Park / Electricity campus, Innofase, Zevenpoort en Bijsterhuizen. Gemeenten moeten afname van werklocaties compenseren. Op dit moment gebeurt dit vaak casus voor casus. We onderzoeken of het mogelijk is om op een groter schaalniveau te zoeken naar locaties. Door de GMR loopt de North Sea – Rhine – Mediterranean Corridor, essentieel voor vervoer van goederen en defensiematerieel. We zien het grote (inter)nationale belang van deze corridor, maar sturen daarbij wel op de regionale economische meerwaarde. We gaan voor uitbreiding van de logistieke knooppunten Nijmegen/Overbetuwe en Emmerich/Montferland/Zevenaar (EMZ). Met de groei van de GMR en de economische verbinding tussen het semiconcluster in Nijmegen en Brainport Eindhoven is een versterking van deze verbinding nodig. We stimuleren het Rijk om dit op te pakken. In de regio GMR werken we samen met onze partners aan de overgang van een centraal naar een decentraal en vraaggestuurd energiesysteem (zie beleidsthema Energie en klimaat).
In een regionaal energieperspectief werken we gezamenlijk onze keuzes uit die voortkomen uit een wisselwerking tussen het energiesysteem en gezamenlijke opgaven in de ruimte die daarvoor beschikbaar is. Daarnaast stellen we met de partners in de regio een regionaal programma energiesysteem op. Hierin focussen we op drie lijnen: een toekomstbestendige infrastructuur voor diverse energiebronnen, meer duurzame opwek met betere balans tussen zon en wind, en een warmtesysteem dat overtollige warmte benut. We stimuleren netbeheerders om het energiesysteem te versterken via snelle aanleg van elektriciteitsnetten. Daarnaast 41
zetten we in op het beter benutten van lokale capaciteit en netonafhankelijke oplossingen zoals opslag en energiehubs. Verder onderzoeken we opties voor waterstof, SMR-kernenergie (Small Modular Reactor) en industriële clusters. Vanwege het aanbod van aardwarmte en industriële warmte in de GMR spelen warmtenetten een belangrijke rol in het verminderen van de vraag naar gas en elektriciteit.
42
4.5 Kop van de Veluwe Beeld van de regio De Kop van de Veluwe vormt de meest noordelijke regio van Gelderland en wordt gekenmerkt door de ligging tussen drie sterke landschappelijke systemen: de Veluwe, de IJssel en de Randmeren. Deze strategische positie heeft geleid tot een gevarieerd landschap van natuur, agrarische gebieden, recreatiezones en kleinschalige dorpen. De regio heeft een sterke binding met het stedelijk netwerk Zwolle, waar veel inwoners werken, studeren en gebruikmaken van voorzieningen. Tegelijkertijd is er sprake van vergrijzing, stijgende druk vanuit Zwolle en de Randstad, en een gebrek aan passende woningen. De Kop van de Veluwe combineert landelijke kwaliteit met vormen van schaalvergroting en verstedelijking, wat vraagt om zorgvuldig sturen op identiteit, leefbaarheid en landschapskwaliteit. De belangrijkste opgaven in de regio: • duurzame groei met oog op behoud en versterken van de leefbaarheid in de kernen, dorpen en steden • goede, gezonde en veilige bereikbaarheid van voorzieningen en omliggende regio's • natuurherstel en duurzaam perspectief voor het landelijk gebied De opgaven in de regio Kop van de Veluwe vragen om een goede regionale samenwerking. Door als regionale partijen samen na te denken over de grote opgaven komen we tot slimmere en betere oplossingen.
Vitaal landelijk gebied De Kop van de Veluwe ligt, zoals de naam al zegt, op de Kop van de Veluwe met overgangen naar de Randmeren, IJsseldelta en IJssel. We nemen als provincie regie in de opgave om balans te zoeken tussen het herstellen van de natuur, landbouw en water. Daarvoor werken we toe naar een integrale, gebiedsgerichte aanpak in de regio, samen met onze partners. In de regio spelen droogte, verdamping en druk op grondwaterreserves een grote rol. De hoge zandgronden aan de flanken van de Veluwe zijn gevoelig voor zowel droogte als wateroverlast en door klimaatverandering nemen weersextremen toe. De huidige inrichting van het water- en bodemsysteem is hier nog niet tegen bestand (zie paragraaf 3.1 en beleidsthema Water en klimaatadaptatie). Samen met gemeenten en het waterschap werken we aan een signaleringskaart voor de Kop van de Veluwe. We willen dat deze in 2028 af is. We streven ernaar dat we het hele jaar voldoende water hebben, op het goede moment op de juist plek. We maken afspraken met partners in de regio hoe we meer water kunnen vasthouden. In 2030 willen we hiervoor een uitvoerbaar plan hebben.
We omarmen de sponsprincipes uit de Regionale sponsstrategie van de Regio Zwolle: vasthouden van water op hooggelegen delen en zo lang mogelijk, vertragen van de afvoer van oppervlaktewater, vergroten van het bergend vermogen van oppervlaktewater in directe omgeving, en het creëren van ruimte voor waterretentie in laaggelegen delen en in stroomgebieden van de beken rondom de Veluwe. De bodem moet hier weer gaan functioneren als spons. De Kop van de Veluwe ligt tussen de twee Natura 2000-gebieden Veluwe en de Randmeren. De biodiversiteit en natuur staan onder druk in de regio door onder andere verdroging en stikstof (zie paragraaf 3.2 en beleidsthema Natuur en biodiversiteit). Het is onze taak om de natuur te beschermen en te herstellen. Natuur draagt ook bij aan gezondheid en is belangrijk voor recreatie en voor de identiteit van de regio. De Natura 2000-gebieden en de GNN-gebieden zijn kerngebieden met de hoofdfunctie ‘natuur’. Hier stellen we volgens onze wettelijke taak harde randvoorwaarden aan functies. De zones rondom deze natuurgebieden zijn belangrijk voor behoud en herstel van de gebieden. Hier richten we ons vooral op waterkwaliteit, droogte en emissiereductie. Het doel staat hierbij voor ons centraal. De wijze waarop we hier invulling aan geven werken we samen met de partners in de regio uit.
In de rest van het landelijk gebied zetten we in op groenblauwe verbindingen van natuurgebieden. We doen dit onder andere door het versterken van groenblauwe structuren tussen de Randmeren, Veluwe en IJssel. Aan de randen van de Natura 2000-gebieden staat de landbouw voor een transitie (zie beleidsthema Landen tuinbouw). De stikstofopgave vraagt om ander grondgebruik en minder intensieve bedrijfsvoering. We 43
maken onderscheid tussen gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebieden landbouw (zie paragraaf 3.3). Als provincie nemen we regie in de overgang naar andere vormen van landbouw, door mee te nemen in hoeverre ontwikkelingen bijdragen aan de natuurwaarden in de beschermde gebieden. Daarmee wordt de ontwikkelruimte voor de landbouw sterk bepaald door de randvoorwaarden vanuit de Natura 2000-doelstellingen. In de verwevingsgebieden zetten we in op functiemenging en meervoudig ruimtegebruik, waarbij rekening moet worden gehouden met de landschappelijke draagkracht van het gebied. Om de recreatiedruk op het natuurgebied van de Veluwe te verlichten, willen we het recreatieaanbod in de ‘gouden randen’ van de Veluwe verder ontwikkelen, waarmee de recreatiedruk meer verspreid wordt (zie beleidsthema Recreatie en toerisme). Sterke steden, dorpen en regio’s De Kop van de Veluwe kent sterke dorpen en kernen, maar kampt met vergrijzing, druk vanuit Zwolle en een tekort aan passende woningen. De regio heeft beperkte ruimte tussen natuur en de Randmeren, waardoor groei zorgvuldig moet worden ingepast. Belangrijke opgaven hierbij zijn bereikbaarheid met het ov en de borging van regionale identiteit. We sluiten aan bij de verstedelijkingsstrategie van de Regio Zwolle (zie paragraaf 3.4 en beleidsthema Wonen).
We willen dat in de Kop van de Veluwe gebouwd wordt op de schaal van de regio, vooral in de regiokernen en kernen die bereikbaar zijn met het ov (zie beleidsthema Mobiliteit). Verstedelijking op schaal van de regio draagt bij aan het versterken van de leefbaarheid in de dorpen en kernen, het in stand houden van het voorzieningenniveau en de sociale verbondenheid (zie beleidsthema Leefbaarheid). In de kernen willen we dat er kleinschalig gebouwd wordt. Voor woon- en werklocaties in steden en dorpen in de Kop van de Veluwe toetsen we of een ruimtelijke uitbreiding goed bereikbaar is of bereikbaar kan worden gemaakt, en past bij het energiesysteem. Vanwege de invloed van de Randstad en Zwolle hebben we hierbij extra aandacht voor de regionale identiteit van de dorpen en kernen. We zetten in op een gebiedsgerichte verstedelijkingsaanpak in aansluiting op de NOVEX-regio Zwolle. In die aanpak staat klimaatbestendig groeien centraal. Als provincie willen we sturen op de nationale kaders en provinciale normen voor klimaatbestendigheid. We hechten grote waarde aan de landschappelijke kwaliteiten van gebieden die ook grote kansen bieden voor verstedelijking (zie beleidsthema’s Cultuur en erfgoed en Ruimte). Dat geldt op de Kop van de Veluwe vooral voor de dorpen op de flanken.
Bij elke verstedelijkingsimpuls moeten we zichtlijnen, verkavelingsstructuren en de relatie tussen hoog-laag centraal stellen. We houden er rekening mee dat het richting 2100 nodig is dat er gebouwd gaat worden op de hogere en drogere Veluwegronden en er op de lage natte delen meer ruimte is voor water. Op de Kop van de Veluwe komen belangrijke mobiliteitscorridors samen, zoals de A28 en de A50 richting de N50. We willen als provincie regie voeren op het oplossen van knelpunten en het verbeteren van de bereikbaarheid van de dorpen en kernen. Daarnaast willen we de positie die de corridors hebben op bovenregionale en nationale schaal borgen, door bij te dragen aan de mobiliteitsstrategie van de NOVEXregio Zwolle. De A1/A28 (North Sea – Baltic Corridor) is economisch vooral regionaal georiënteerd, maar is van nationaal belang voor defensie, zoals voor grootschalige mobilisatie en bevoorrading (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Defensie). Voor de verbinding van de regio’s Amersfoort, EHPZ, Kop van de Veluwe en Zwolle investeren we (mede) in de frequentieverhoging van de Veluwelijn en bijhorende infrastructuur. We zetten in op mobiliteitstransitie, mede voor regio Zwolle. Dit betekent het realiseren van overstaplocaties waar reizigers van auto naar ov kunnen overstappen, maar ook het investeren in goede fietsverbindingen op fietsbare afstanden (zie beleidsthema Mobiliteit).
Belangrijk bij aanpassingen aan de infrastructuur is onder andere landschappelijke inpassing met oog voor ecologie, zichtlijnen en continuïteit van structuren. De regio Kop van de Veluwe kent een – voor Gelderland – gemiddelde luchtkwaliteit (zie beleidsthema Gezonde en veilige leefomgeving). De belangrijkste bronnen zijn wegverkeer (onder andere de A28), landbouw en houtstook. De A28 geeft ook een hoge geluidbelasting, evenals het spoor en enkele provinciale wegen. Aansluitend op de regionale brede welvaart ambities, streven we ook in deze regio naar een gezonde en veilige leefomgeving. Er zijn veel ontwikkelingen in deze regio die impact kunnen hebben op de leefomgevingskwaliteit, bij de locatiekeuze, het ontwerp en investeringen wegen we de toename van milieudruk mee. 44
Toekomstbestendige economie en sterke netwerken In de Kop van de Veluwe ligt de focus op specialistische maakindustrie, veelal in kleine clusters. We zoeken naar meer ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en uitbreiding van bestaande bedrijvigheid, in balans met de omgeving (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Economie). Dit sluit aan bij de Nota Ruimte, waarin de Regio Zwolle en Kop van de Veluwe aangewezen zijn als stimuleringsgebied, waar wonen en werken in balans dienen te groeien. In de regio ligt ook het regionale bedrijventerrein H2O (Heerde, Hattem, Oldebroek). We gaan inzetten op mengbare economische functies in woningbouwplannen. Op die manier sturen we op relatieve groei in ruimte voor werken in deze regio. Op bedrijventerreinen in de regio Kop van de Veluwe reserveren wij ruimte voor bedrijfsactiviteiten die meer (milieu)ruimte nodig hebben. Dit vraagt een meer regisserende rol van de provincie. Daarnaast blijven we inzetten op het slimmer benutten van bestaande terreinen, bijvoorbeeld door intensivering, toekomstbestendiger maken en te sturen op het juiste bedrijf op de juiste plek. Initiatieven op het gebied van circulaire economie, zoals het Circulair Centrum Nederland in Heerde, stimuleren wij.
De intensivering van het militaire oefenterrein op ’t Harde brengt werkgelegenheid en andere economische kansen met zich mee voor de regio (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Defensie). De uitbreiding van defensie zorgt echter ook voor toenemende druk op onder andere natuur en de infrastructuur. Ons uitgangspunt is dat de opgaven van defensie niet zorgen voor verdringing van onze andere (rijks)opgaven. In de Kop van de Veluwe werken we samen aan een toekomstbestendig energiesysteem (zie beleidsthema Energie en klimaat). In deze regio wordt dit specifiek uitgewerkt in een regionaal energieperspectief en een regionaal programma energiesysteem. De aanpak richt zich meer op de samenhang in het energiesysteem. De energievraag, het energieaanbod, maar ook de energie-infrastructuur (transport, opslag, conversie) worden in samenhang bekeken. Daarbij zetten we in op een decentraal energiesysteem waar energie zoveel mogelijk lokaal wordt opgewekt en gebruikt.
45
4.6 Regio Foodvalley Beeld van de regio Regio Foodvalley maakt een transitie door op veel vlakken. De regio wil verantwoord groeien naar een meer stedelijke regio met vijf Gelderse gemeenten (Wageningen, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Barneveld) en drie Utrechtse gemeenten (Veenendaal, Rhenen en Renswoude). Deze kernen zijn de afgelopen jaren flink gegroeid en zullen ook de komende jaren een belangrijk deel van de nationale en regionale groei accommoderen. Regio Foodvalley is een van de snelst groeiende regio’s van Nederland. De regio staat voor een grote verstedelijkingsopgave en wil een algehele schaalsprong van wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen realiseren. Het is de opgave om de grote verstedelijking een plek te geven met behoud en versterking van haar unieke kwaliteiten als groene, goed bereikbare en leefbare regio. Rondom de stedelijke kernen ligt veel landelijk gebied, zoals het Binnenveld, de Vallei, de landgoederenzone rondom Nijkerk en de randen van de Veluwe. Hier zijn natuurherstel, landbouwtransitie en een robuust water- en bodemsysteem belangrijke opgaven. De druk op de ruimte is groot door de samenloop van verstedelijking, natuur, biodiversiteit, recreatie, energie, infrastructuur en landbouw. Het is de opgave om te komen tot een robuust natuur-, bodem- en watersysteem.
Zo wordt natuurherstel ondersteund, biodiversiteit versterkt en is de regio bestand tegen klimaatverandering. Dit systeem vormt de basis voor een gezonde en veilige leefomgeving, met schoon en voldoende (drink)water, veerkracht tegen verdroging en verzuring en ruimte voor verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling in stedelijk en landelijk gebied. We werken samen met Regio Foodvalley aan de aanpak Veluwe. Agrifood staat centraal in het economisch profiel van de regio. Wageningen University & Research vormt het hart van een (inter)nationaal kennisecosysteem op het gebied van landbouw, voeding en milieu. Er is een sterke verbinding met het onderwijs (mbo, hbo en wo) en met kennis- en praktijkinstellingen. Rondom Wageningen en Ede, onder meer langs de KennisAs Ede–Wageningen, is een concentratie van kennisintensieve bedrijvigheid ontstaan met start- en scale-ups en internationale aantrekkingskracht. In het noorden van de regio zijn belangrijke foodproductieclusters en campussen aanwezig. De agrifoodsector is en blijft een drager van de regionale economie en identiteit van de regio. Het is de opgave om te komen tot een toekomstbestendige landbouwsector die in balans is met natuur, landschap en leefomgeving. Food 2040 biedt een samenhangende investeringsagenda die innovatie, kennis, talent, infrastructuur en ondernemerschap in het nationale agrofoodcluster versterkt.
We hebben deze samen met publieke en private partners in Regio Foodvalley opgesteld en werken samen aan de uitwerking hiervan. De regio heeft ook een sterk midden- en kleinbedrijf met onder andere maakindustrie. Op de grens met de provincie Utrecht bestaat een duidelijke samenhang met economische activiteit rond de ICT-campus in Veenendaal. De watergebonden bedrijventerreinen in Wageningen en Nijkerk spelen een rol in de transitie naar een circulaire economie en duurzame logistiek. Het is de opgave om te zorgen dat de regio aantrekkelijk blijft voor bedrijven om zich te vestigen. De ontwikkeling van de regio vraagt om een mobiliteitssysteem dat meegroeit met de verstedelijking en de economische ontwikkeling. Bereikbaarheid is daarmee een randvoorwaarde voor de ruimtelijke koers van de regio. Ook de beschikbaarheid van energie, netcapaciteit en schoon drinkwater vormt een randvoorwaarde voor het realiseren van woningen, werklocaties en voorzieningen. De samenhang tussen ruimte, mobiliteit en energie bepaalt in toenemende mate de ontwikkelruimte van Regio Foodvalley. Daarbij is het belangrijk dat het voorzieningenniveau meegroeit met het toenemende inwonersaantal. In geen enkele Gelderse regio is de schaalsprong zo groot als in de Foodvalley. Dat vraagt ook om een regionaal perspectief en investeringen in voorzieningen.
We werken samen met de regio verder aan de opgaven van defensie, omdat de uitbreiding van defensie impact heeft op de leefomgeving. Kortom: Regio Foodvalley heeft in essentie drie grote samenhangende opgaven: • het realiseren van een algehele schaalsprong als gevolg van de grote verstedelijkingsopgave • robuust natuur-, bodem- en watersysteem als basis voor een gezonde en veilige leefomgeving 46
•
toekomstbestendige landbouw en aantrekkelijk fysiek vestigingsklimaat
Deze opgaven hebben we als provincie samen met onze betrokken partners beschreven in het regioarrangement Foodvalley en we werken aan de realisatie daarvan. Als provincie streven we ernaar om samen met onze partners een regioprogramma Foodvalley op te stellen. Hierin willen we onze gezamenlijke doelen, projecten en instrumentarium regelen om tot verdere realisatie van onze opgaven te komen. Vitaal landelijk gebied Regio Foodvalley is een gebied waar de stikstofcrisis leidt tot stilstand. Het is namelijk het gebied met de hoogste veedichtheid van Nederland, pal naast de Veluwe, het grootste Natura 2000-gebied van Nederland (zie paragraaf 3.2 en beleidsthema Natuur en biodiversiteit). De regio heeft een stikstofplan opgesteld. Het stikstofplan is een van de onderdelen van Aanpak Veluwe. In de uitvoering van Aanpak Veluwe werken we samen met de regio aan het voorkomen van verdere verslechtering van de natuurkwaliteit. Door een gebiedsgerichte aanpak op stikstof, natuur en water versterken we het natuurlijke systeem. Daarnaast moet deze aanpak bijdragen aan het doorbreken van het vergunningsslot en het neerzetten van een toekomstbestendig vitaal landelijk gebied. De biodiversiteit en natuur staan onder druk in de regio door onder andere verdroging en stikstof. Het is onze taak om de natuur te beschermen en te herstellen.
Natuur draagt bij aan gezondheid en is van belang voor recreatie en een belangrijke drager voor de identiteit van de regio. Foodvalley kent vier Natura 2000gebieden: de Veluwe, Binnenveld, Arkemheen en de Rijntakken, en veel verspreid liggende GNN-gebieden. Dit zijn kerngebieden met de hoofdfunctie ‘natuur’. Hier stellen we volgens onze wettelijke taak harde randvoorwaarden aan functies. De zones rondom deze natuurgebieden zijn belangrijk voor behoud en herstel van de gebieden. Hier richten we ons vooral op waterkwaliteit, droogte en emissiereductie. Het doel staat hierbij voor ons centraal. In de rest van het landelijk gebied zetten we in op het verbinden van natuurgebieden. We doen dit door het versterken van groenblauwe structuren. Dit draagt bij aan een robuust water- en bodemsysteem dat beter bestand is tegen droogte, piekbuien en uitspoeling van nutriënten. Daarnaast streven we naar een basiskwaliteit natuur (zie beleidsthema Natuur en biodiversiteit). De hoge zandgronden op de flanken van de Veluwe zijn gevoelig voor zowel droogte als wateroverlast en door klimaatverandering nemen weersextremen toe. De huidige inrichting van het water- en bodemsysteem is hier nog niet tegen bestand (zie paragraaf 3.1 en beleidsthema Water en klimaatadaptatie). Er wordt gewerkt aan een signaleringskaart voor Regio Foodvalley. We willen dat deze in 2028 af is.
We streven ernaar dat we het hele jaar voldoende water hebben, op het goede moment op de juist plek. We maken afspraken met partners in de regio hoe we meer water kunnen vasthouden. In 2030 willen we hiervoor een uitvoerbaar plan hebben. Rondom de Veluwe, en specifiek in Regio Foodvalley, ligt een hoge concentratie landbouwbedrijven. De stikstofopgave, luchtkwaliteit, het water- en bodemsysteem en klimaatadaptatie vragen om aanpassing van bedrijfsvoering van de landbouwsector en om keuzes in ruimtegebruik (zie beleidsthema Land- en tuinbouw). Een toekomstbestendige landbouwsector draagt bij aan de voedselproductie, de lokale economie, het beheren van het landschap en de leefbaarheid. Zo willen we agrarische ondernemers perspectief bieden. We maken onderscheid tussen gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebieden landbouw (zie paragraaf 3.3). We zetten in op een betere balans in de wisselwerking tussen landbouw, water en biodiversiteit. De opgaven in het landelijk gebied van Regio Foodvalley worden gebiedsgericht uitgewerkt via gebiedsprocessen zoals Ede–Barneveld, het Binnenveld en het Groene Valleilint. Deze gebiedsprocessen dragen bij aan het in samenhang realiseren van doelen voor natuur, landbouw, water en leefomgeving, op zowel korte als lange termijn. We pakken hierin een regierol, gezien onze provinciale opgaven, rol en taak.
Regie op grond en samenhang in de inzet van instrumenten zijn daarbij bepalend. Instrumenten zoals landinrichting bieden kansen om doelen te combineren en om ruimtelijke keuzes duurzaam te verankeren. Daar waar opgaven provinciegrenzen overstijgen, zullen we samenwerken met de provincie Utrecht onder meer op het gebied van hydrologie, natuur en stikstof. 47
Sterke steden, dorpen en regio’s Regio Foodvalley is onderdeel van het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en maakt daarmee onderdeel uit van een van de grootste stedelijke netwerken van Nederland. Het gebied is aangewezen als plek waar grote ruimtelijke veranderingen nodig zijn en veel woningen moeten worden toegevoegd (zie paragraaf 3.4 en beleidsthema Wonen). We werken aan de realisatie van 40.000 nieuwe woningen in Regio Foodvalley in 2040 inclusief een bijpassend recreatief uitloopgebied. Op dit moment is Regio Foodvalley een groene, goed bereikbare en leefbare regio. Dit willen we behouden door verstedelijking, natuur, water en landschap in balans te houden. We hanteren de verstedelijkingsprincipes die zijn vastgelegd in het NOVEX-ontwikkelperspectief Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en gaan voor ‘meer landschap, meer stad’. Dit ontwikkelperspectief is een verbreding van de verstedelijkingsstrategie, en we werken aan een concretisering hiervan. De stedelijke groei in het Gelderse deel van de Foodvalley concentreert zich rondom de centrumstad Ede en in de regiokernen Wageningen, Barneveld en Nijkerk. De laatste twee zijn onderdeel van het stedelijk netwerk Amersfoort. Daarnaast zijn er ook grote opgaven rondom Veenendaal, Rhenen en Renswoude in Utrecht. We kiezen nadrukkelijk voor verdichting en het vinden van zoveel mogelijk ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied.