CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A5 - Provincie Gelderland - Ontwerp Omgevingsvisie provincie Gelderland D481305

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken35.101 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Ontwerp Omgevingsvisie provincie Gelderland Richting geven en ruimte laten

Inhoudsopgave De kracht en toekomst van Gelderland

4

1.1

Onze waarden

4

1.2

Drie ambities voor Gelderland

5

1.3

En zo geven we hier invulling aan

6

1.4

Leeswijzer

7

DEEL A

8

2

8

Drie ambities voor Gelderland 2.1

Vitaal landelijk gebied

2.1.1 2.2

Sterke steden, dorpen en regio’s

2.2.1 2.3

4

Onze doelen voor sterke steden, dorpen en regio’s

Toekomstbestendige economie en sterke netwerken

2.3.1 3

Onze doelen voor een vitaal landelijk gebied

Onze doelen voor een toekomstbestendige economie en sterke netwerken

Gelderse ruimtelijke hoofdstructuur

8 8 10 10 13 13 16

3.1

Water en bodem als basis

17

3.2

Natuur en biodiversiteit: een Gelderse kernkwaliteit

19

3.3

Een robuuste landbouwstructuur

21

3.4

Een sterk netwerk van steden en dorpen

23

3.5

Economisch en logistiek netwerk van werklocaties

26

Regio’s

29

4.1

Achterhoek

29

4.2

Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde

32

4.3

FruitDelta Rivierenland

35

4.4

Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

39

4.5

Kop van de Veluwe

43

4.6

Regio Foodvalley

46

4.7

Stedendriehoek

50

DEEL B

53

5

53

Beleidsthema’s 5.1

Cultuur en erfgoed

53

5.2

Defensie

54

5.3

Economie

55

5.4

Energie en klimaat

59

5.5

Gezonde en veilige leefomgeving

64

5.6

Land- en tuinbouw

68

5.7

Leefbaarheid

72

5.8

Mobiliteit

73

5.9

Natuur en biodiversiteit

78

6

7

8

5.10 Recreatie en toerisme

82

5.11 Ruimte

83

5.12 Sport

86

5.13 Water en klimaatadaptatie

87

5.14 Wonen

92

Hoe aan de slag met de omgevingsvisie?

95

6.1

Vijf rollen

95

6.2

Een wendbare koers voor de lange termijn

95

6.3

Bijstelling

96

6.4

Omgevingswet

96

Verantwoording

98

7.1

Omgevingseffectrapport

98

7.2

Participatie

99

Definities

100

3

De kracht en toekomst van Gelderland Welkom in Gelderland. Een provincie van ontmoetingen, waar stad en land samenkomen. Van hoge zandgronden en stille bossen op de Veluwe, van brede rivieren die al eeuwen handel en beweging brengen, en van het kleinschalige coulisselandschap van de Achterhoek met zijn sterke gemeenschappen. Elke streek heeft een eigen geschiedenis en karakter. Toch delen we iets belangrijks: we zijn eigenwijs, we werken graag samen en we durven te ondernemen. Dat zit diep in het Gelderse DNA. Al eeuwenlang maken we slim gebruik van onze ligging, onze natuur en onze kennis. Handel langs de rivieren, sterke steden, vakmanschap, innovatie en hechte dorpen: samen vormen ze de kracht van Gelderland. Maar juist wat ons sterk maakt, staat onder druk. De druk op ruimte, wonen, landbouw, biodiversiteit, economie, mobiliteit en energie neemt toe. Als provincie hebben we een grote verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Niets doen betekent achteruitgang: verlies van natuur, afnemende leefbaarheid en kansen die aan ons voorbijgaan. Als we willen dat Gelderland ook morgen een plek is waar mensen gezond kunnen wonen, werken en ondernemen, moeten we nu plannen voor de toekomst. Hoe willen we dat onze provincie eruitziet in 2050, met een doorkijk naar 2100? En hoe werken we hieraan? Dat schrijven we op in deze omgevingsvisie.

De omgevingsvisie bevat al ons beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is hét document dat de Provinciale Staten van Gelderland gebruiken om beslissingen te kunnen nemen over de inrichting van Gelderland. Wat kunnen en willen we de komende jaren wel en niet doen? Zodat we de problemen van nu niet doorschuiven naar volgende generaties. En zodat Gelderland een fijne plek is en blijft om te wonen, werken en verblijven.

1.1

Onze waarden

Om beslissingen te kunnen nemen over de inrichting van Gelderland, moeten we bepalen wat we belangrijk vinden: waar staan we als provincie voor? Wat willen we beschermen en verbeteren? We kiezen voor: ‘brede welvaart’, ‘rentmeesterschap’, ‘leefbaarheid’ en ‘culturele kwaliteit en regionale identiteit’. Keuzes die wij als provincie maken, hebben invloed op de brede welvaart van inwoners: de kwaliteit van het leven hier en nu en in de toekomst. Dan gaat het bijvoorbeeld over welzijn, materiële welvaart, gezondheid en milieu. We willen de brede welvaart in Gelderland in 2050 en 2100 op minimaal hetzelfde niveau als nu houden en waar nodig verbeteren. Als provincie zijn wij medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Die verantwoordelijkheid voelen wij ook: we zien onszelf als rentmeester van Gelderland, medeverantwoordelijk voor een zorgvuldige omgang met ruimte, bodem, water, natuur, landschap en natuurlijke hulpbronnen. Door rentmeesterschap centraal te stellen in de omgevingsvisie, dragen we bij aan voedselzekerheid, versterken we de biodiversiteit, het landschap en behouden we de kwaliteit van onze leefomgeving. Leefbaarheid Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de ruimtelijke én sociale eisen en wensen die er door de gebruikers aan worden gesteld, zowel feitelijk meetbaar als vanuit persoonlijke beleving.

Wij leggen hierbij de nadruk op de beschikbaarheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen voor alle inwoners, jong en oud, nu en in de toekomst. Als rentmeester zorgen we voor een gezonde en veilige leefomgeving waar mensen prettig kunnen wonen, werken, recreëren en elkaar ontmoeten. Culturele kwaliteit en regionale identiteit Onderdeel van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving is de ruimtelijke kwaliteit. Dit is de samenhang tussen gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde en herkomstwaarde van een locatie of gebied. Binnen ruimtelijke kwaliteit leggen wij de nadruk op culturele kwaliteit en regionale identiteit: deze maken onze provincie herkenbaar en aantrekkelijk. Als rentmeester behouden en versterken we de verschillende

4

regionale identiteiten die onze provincie kent. Denk hierbij aan karakteristieke landschappen, maar ook aan immaterieel erfgoed, zoals lokale tradities en streektalen, kunst en cultuur.

1.2 Drie ambities voor Gelderland Met alle uitdagingen die op ons afkomen en aan de hand van onze waarden komen we tot drie ambities voor Gelderland in 2050. Onze drie ambities zijn gebaseerd op wat Gelderland sterk en uniek maakt. We willen deze kwaliteiten behouden. Om te beginnen heeft Gelderland een divers landelijk gebied met veel verschillende functies, zoals landbouw, natuur en recreatie, maar ook drinkwaterwinning en bedrijvigheid. Daarnaast hebben we een gevarieerd netwerk van centrumsteden, regiokernen, dorpen en kleine kernen. Deze zijn onderling goed verbonden, en hebben een sterke relatie met buurprovincies en NoordrijnWestfalen. Tot slot is Gelderland economisch een sterke provincie in het midden van Nederland. Enerzijds een schakel tussen de Randstad, Noord- en Zuid-Nederland en Duitsland, anderzijds een provincie met een krachtig eigen profiel en sterke economische sectoren. De drie ambities beschrijven samen de toekomst van Gelderland. In deze ambities is gevat waar wij aan willen werken om onze provincie de komende jaren nog mooier en leefbaarder te maken. 1.

Een vitaal landelijk gebied In 2050 is er in het landelijk gebied een goede balans tussen water, natuur, landbouw en andere functies, een gezond en leefbaar gebied voor inwoners, met perspectief voor de landbouw, herstelde natuurgebieden en een goede biodiversiteit. Daarbij zijn de verschillende Gelderse landschappen versterkt. Richting 2100 zien we een landelijk gebied dat goed is aangepast aan het veranderde klimaat en waarbinnen de biodiversiteit en natuur zich robuust door ontwikkelt, zodanig dat er ook ruimte is om veilig op hoge en drogere gronden te wonen en werken. De regio’s hebben nog steeds een geheel eigen identiteit en uitstraling die zorgt voor verbinding van de inwoners met het gebied. Belangrijke landbouwgronden zijn al langere tijd beschermd en ook gekoesterd waardoor deze schoon en gezond voedsel blijven leveren.

2. Sterke steden, dorpen en regio’s In 2050 zijn er in Gelderland sterke, leefbare en bereikbare steden en dorpen, met voldoende passende en betaalbare woningen voor alle inwoners, in klimaatbestendige wijken met voldoende groen en biodiversiteit. Richting 2100 zien we gezonde en levendige woonplaatsen waarin inwoners veilig zijn voor het veranderde klimaat en waarbij de mobiliteitsnetwerken zo verder zijn ontwikkeld dat deze minder impact hebben op mens en natuur. Onze woonplaatsen zijn zelf ook deel van het landschap met een grote uitwisseling van de biodiversiteit en natuur binnen en buiten bebouwd gebied. 3. Een toekomstbestendige economie en sterke netwerken In 2050 heeft Gelderland een vitale circulaire economie. Er is een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor alle bedrijven, met een zwaartepunt op de Gelderse topsectoren, met goede en toegankelijke internationale bereikbaarheid via corridors, een toekomstbestendig energiesysteem en duurzame energieopwekking. De nadelige effecten op leefbaarheid, de gezonde leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit zijn hierbij zo klein mogelijk. Richting 2100 draagt de circulaire economie bij aan de brede welvaart en gezondheid in onze provincie en is deze direct verbonden met de lokale en regionale behoefte aan werkgelegenheid. De netwerken voor energie en mobiliteit sluiten daar goed bij aan.

5

1.3 En zo geven we hier invulling aan Deze omgevingsvisie geeft richting aan ons eigen provinciale beleid. Om onze ambities te bereiken, hebben we 16 strategische doelen gesteld. Deze monitoren we om te zien of we op koers liggen. We kunnen onze ambities niet bereiken zonder onze partners: het Rijk, gemeenten, waterschappen en organisaties zoals netbeheerders, woningcorporaties en natuurbeheerders. Samen zijn we verantwoordelijk voor een zorgvuldige inrichting van de ruimte in Gelderland. We maken bewuste keuzes in de rol die we nemen en de middelen die we inzetten. Als provincie hebben we niet bij elke opgave een rol; en dat hoeft ook niet. Veel opgaven liggen bij gemeenten, omdat gemeenten het dichtst bij de inwoners staan. Als provincie bieden we met onze omgevingsvisie vooraf duidelijkheid over onze inzet: waar kunnen en willen wij van meerwaarde zijn? 1. Gelderse ruimtelijke hoofdstructuur Om onze doelen te bereiken is het nodig dat we als provincie meer regie pakken op de Gelderse ruimtelijke hoofdstructuur. Deze bestaat uit: water en bodem als basis, natuur en biodiversiteit, een robuuste landbouwstructuur, een sterk netwerk van steden en dorpen, en een economisch en logistiek netwerk van werklocaties. Deze vragen extra aandacht vanwege hun impact en de benodigde beleidswijzigingen.

De keuzes die we voor deze onderwerpen maken, bepalen de toekomstige inrichting van Gelderland. Bij met name het netwerk van steden en dorpen en het economische netwerk zijn bereikbaarheid en de beschikbaarheid van energie en drinkwater randvoorwaardelijk. 2. Regio’s We willen dat onze ambities een plek krijgen in de verschillende Gelderse regio’s. Daarom werken we gebiedsgericht, samen met onze partners. We zien het als onze verantwoordelijkheid ons beleid door te vertalen naar de zeven Gelderse regio’s en daarbij ook te prioriteren. Dat betekent dat we als provincie duidelijk per regio benoemen wat onze inhoudelijke ambities en belangen zijn, en daarop sturen.

3. Beleidsthema’s De omgevingsvisie bevat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat er voor elk beleidsthema wordt toegelicht hoe we werken aan de strategische doelen.

6

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 lichten we eerst de 3 ambities en bijbehorende opgaven en strategische doelen verder toe. Hoofdstuk 3 beschrijft de Gelderse ruimtelijke hoofdstructuur en in hoofdstuk 4 zijn de opgaven voor elk van de zeven regio’s uitgewerkt. Hoofdstuk 2 tot en met 4 vormen de kern van de omgevingsvisie (deel A). Hoofdstuk 5 tot en met 7 zijn verdiepend (deel B). Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking voor de verschillende beleidsthema’s. Vervolgens omschrijven we in hoofdstuk 6 hoe we met de omgevingsvisie gaan werken aan de hand van doelen, monitoring en bijsturing en hoe onze visie doorwerkt richting uitvoeringsprogramma’s. De omgevingsvisie eindigt met een verantwoording (hoofdstuk 7) en definitielijst.

7

maken met wateroverlast in dorpen en steden, overstromingen, verdroging van natuurgebieden, bosbranden, verzakking van bodems onder gebouwen en een tekort aan schoon water. Met een robuust water- en bodemsysteem beperken we deze risico’s. In een robuust water- en bodemsysteem is er een goede balans tussen natuurlijke processen en technische maatregelen voor het landgebruik. Het systeem is bestand tegen weersextremen en levert diensten voor mens en natuur, zoals schoon en voldoende water. 2. Robuuste natuur en hoge biodiversiteit Strategisch doel: In 2050 is de natuur robuust en de biodiversiteit hoog dankzij schone lucht, voldoende en schoon water en een gezonde bodem als basis. De Gelderse natuur is een kernkwaliteit en vormt de ‘ruggengraat’ van Gelderland. Natuur en biodiversiteit zorgen bijvoorbeeld voor bestuiving en waterzuivering, leveren ons allerlei producten en bieden ruimte voor recreatie. Maar de natuurgebieden in Gelderland verslechteren door met name droogte, slechte waterkwaliteit en stikstof. Door klimaatverandering gaat het slecht met het aantal soorten planten en dieren (de biodiversiteit), zowel in de natuurgebieden als daarbuiten op agrarische gronden. Als we niks doen, gaat dit steeds verder achteruit, met grote gevolgen voor onder andere landbouwproductie, natuurwaarden en drinkwater.

Daarbij vinden ook inwoners het belangrijk om een gezond landschap te hebben waarin natuur, landbouw en leefbaarheid hand in hand gaan. Het is belangrijk dat we de natuurgebieden herstellen, gebieden rond natuurgebieden verbeteren en extra beschermen, en de biodiversiteit in heel Gelderland versterken. Daarbij zorgen we voor het behoud of herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen. We doen dit omdat natuur op zichzelf belangrijk is, maar ook om de aarde leefbaar te houden en om andere ontwikkelingen mogelijk te maken. We willen dat de natuur in Gelderland krachtig en verbonden is, en dat groen zichtbaar aanwezig is in stad en land. 3. Voldoende en schoon drinkwater Strategisch doel: In 2050 is via een duurzaam water- en bodemsysteem voor alle inwoners voldoende schoon drinkwater geborgd en het zoetwater voor alle maatschappelijke functies schoon. Verschillende functies, zoals landbouw en natuur, zijn afhankelijk van een goede kwaliteit van de bodem en voldoende en schoon water. Er komt steeds meer vraag naar water, terwijl de hoeveelheid zoetwater in de ondergrond afneemt. Het is niet meer vanzelfsprekend dat er op elk moment voldoende water beschikbaar is. We moeten daarom zuinig zijn op onze zoetwatervoorraad in de ondergrond en zowel de hoeveelheid als de kwaliteit beschermen voor de toekomst.

Voor de waterkwaliteit gelden de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Een aandachtspunt hierbij is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mest, waarbij we willen voorkomen dat de druk op de water- en bodemkwaliteit toeneemt wanneer veebedrijven overgaan op akker- en tuinbouw. 4. Ruimte voor een duurzame land- en tuinbouw Strategisch doel: In 2050 heeft de land- en tuinbouw voldoende ontwikkelingsruimte in het landelijk gebied om haar maatschappelijke functies duurzaam te kunnen vervullen. Gelderland profileert zich als innovatieve landbouw- en foodprovincie. Gelderse boeren en tuinders lopen internationaal voorop in verschillende agrarische ontwikkelingen. Gelderse boeren en tuinders zorgen voor ons voedsel en dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en aan de plattelandseconomie. Daarnaast zijn er in onze provincie veel kennisinstellingen en innovatieve bedrijven die zich richten op landbouw en voedselproductie. Er spelen grote opgaven in de agrarische sector, zoals rond stikstof, mest, water, geuroverlast en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Klimaatverandering zal de agrarische productie de komende jaren verder onder druk zetten. Tegelijk verandert de geopolitiek snel en willen we voor ons voedsel minder afhankelijk zijn van andere landen.

Daarnaast is er ook een grote vraag naar ruimte voor andere functies in het landelijk gebied: wonen, werken, infrastructuur, recreatie, energievoorziening en klimaatopgaven. We 9

Gelderland groeit en er zijn meer woningen nodig. We willen voorkomen dat het landelijk gebied te vol wordt en dat de druk op mobiliteit en energie blijft toenemen. Daarom kiezen we voor compacte verstedelijking: we gebruiken de beschikbare ruimte in steden en dorpen slimmer en combineren functies waar dat kan. Daarbij zorgen we altijd voor voldoende ruimte voor waterberging, groen en biodiversiteit. We bouwen woningen zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied (inbreiden), maar laten ook ruimte voor uitbreiding. De gezonde leefomgeving is hierbij een belangrijk aandachtspunt: inbreiden kan betekenen dat er meer gebouwd wordt op milieubelaste plekken, met bijvoorbeeld geluidsoverlast, een slechtere luchtkwaliteit of verminderde fysieke veiligheid als gevolg. Ook kunnen bodems in bestaand stedelijk gebied verontreinigd zijn, waardoor eerst sanering nodig is. 7. Toekomstbestendig wonen Strategisch doel: In 2050 is er voor alle inwoners een passende en toekomstbestendige woning, in een omgeving met voldoende ruimte voor groen, ontspanning en ontmoeting. Heel veel mensen vinden geen passend huis, terwijl dat een eerste levensbehoefte is. De vraag naar woningen neemt toe doordat we ouder worden, doordat er gemiddeld steeds minder mensen in één huis wonen, door de trek vanuit het westen, door migratie, en doordat minder mensen in een zorginstelling kunnen en willen wonen.

Tegelijkertijd worden er te weinig woningen gebouwd, en zijn woningen voor veel mensen te duur. Daarnaast zijn er nu vooral veel eengezinswoningen, terwijl er steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens zijn. En er zijn onvoldoende woningen voor inwoners met specifieke woonbehoeften, zoals studenten, ouderen en gehandicapten. Naast passende woningen vraagt een prettige leefomgeving om voldoende werkplekken, toegankelijke en bereikbare voorzieningen en plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Klimaatbestendigheid vraagt hierbij extra aandacht, vanwege de verwachte toename van hoosbuien en hittegolven. 8. Goede, gezonde en veilige bereikbaarheid Strategisch doel: In 2050 zijn woningen, banen en voorzieningen goed, zeker, gezond en veilig bereikbaar voor inwoners. In Gelderland moet je vlot, veilig en zo duurzaam mogelijk op je bestemming kunnen komen: lopend, met de fiets, ov en auto, of combinaties daartussen. Daarbij moet vervoer voor iedereen toegankelijk zijn. Het aantal verplaatsingen van personen en goederen in Gelderland neemt de komende decennia sterk toe. Mede door bevolkingsgroei, woningbouw en de toename van goederenstromen staat de bereikbaarheid van steden en dorpen onder druk. Netwerken lopen nu al regelmatig vol, met files op snelwegen en volle treinen. Onder andere doordat steeds meer inwoners van Gelderland niet dicht bij hun werk wonen.

De huidige capaciteit voor wegen, fietsverbindingen en openbaar vervoer kan de toename tot 2050 niet aan. We willen dat meer mensen gaan lopen, fietsen en gebruik gaan maken van het ov (actieve mobiliteit). Hiermee ontlasten van het wegennet en dragen we bij aan stikstofreductie, klimaatopgaven, verkeersveiligheid en gezondheid. Veel inwoners wonen en werken binnen een regio en hebben daar ook hun sociale contacten. Zij bewegen zich vooral in en tussen steden en dorpen. Daarom willen we goede verbindingen binnen Gelderse regio’s, zodat bijvoorbeeld het ziekenhuis en het onderwijs goed bereikbaar zijn. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor het verbeteren van de bereikbaarheid van kleine kernen. We willen daarnaast dat de steden goed bereikbaar zijn voor inwoners van landelijke gebieden, dat wonen en werk zoveel mogelijk in balans wordt ontwikkeld en dat gebieden om te recreëren goed bereikbaar zijn vanuit zowel landelijk als stedelijk gebied. Tot slot willen we niet alleen goede verbindingen binnen de regio’s, maar ook daarbuiten: tussen de steden en regio’s, met onze buurprovincies en met Duitsland. 9. Gevarieerd recreatief en toeristisch aanbod Strategisch doel: In 2050 is er voor alle inwoners en bezoekers een toekomstbestendig en gevarieerd recreatief en toeristisch aanbod passend bij het karakter van de regio.

Onze provincie is aantrekkelijk als (binnenlandse) vakantieprovincie. Bezoekers zorgen voor levendigheid en economische dynamiek, en inwoners besteden hun vrije tijd graag lokaal. Recreatie en toerisme leveren 11

een grote bijdrage aan het behoud van voorzieningen en cultureel erfgoed, de Gelderse economie, en de brede welvaart. We vinden het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor inwoners en bezoekers van Gelderland om te recreëren. Uitloopgebieden, landschapsparken en overgangszones zorgen voor een goede wisselwerking tussen stedelijke milieus en het landschap eromheen. Zulke plekken bieden kansen voor nieuwe verdienmodellen voor agrarische bedrijven, voorkomen dat steden aan elkaar groeien, verminderen de recreatiedruk op kwetsbare natuurgebieden, en dragen bij aan welzijn en gezondheid van inwoners van steden. We vinden het belangrijk dat het landelijk gebied toegankelijk is voor beleving, rust en ruimte, verkoeling, ontspanning, en beweging. Natuur en recreatie kunnen elkaar onder druk zetten. Wij willen ervoor zorgen dat natuur en recreatie elkaar juist versterken. 10. Leefbare steden en dorpen Strategisch doel: In 2050 zijn steden en dorpen aantrekkelijk ingericht met gevarieerde en goed toegankelijke voorzieningen en voldoende mogelijkheden voor sociale verbondenheid en cultuurbeleving. We willen de leefbaarheid in Gelderland behouden en verbeteren. Daarvoor zijn voorzieningen nodig: denk aan scholen, winkels en ontmoetingsplekken, musea, stadsparken en (buiten)sport- en beweegaccommodaties.

Daarnaast zijn recreatie, lokale bedrijvigheid (winkels en werklocaties) en bijvoorbeeld defensie als werkgever van belang voor de leefbaarheid in steden en in dorpen. Ook kan het behouden van erfgoed bijdragen aan de leefbaarheid en cultuurbeleving. De komende jaren zal er vooral in de dorpen en op het platteland vergrijzing plaatsvinden. Dit is van invloed op het voorzieningenniveau. We willen dat het landelijk gebied een fijne en gezonde plek blijft om te wonen, te werken en elkaar te ontmoeten. Het is belangrijk dat de sociale veiligheid verbeterd wordt, dat voorzieningen bereikbaar blijven, en dat de Gelderse inwoners weerbaar zijn tegen invloeden van ondermijning. 11. Gezonde, veilige leefomgeving Strategisch doel: In 2050 is de fysieke leefomgeving voor alle inwoners gezond en veilig, en ingericht om een gezonde leefstijl te stimuleren. We willen een gezonde en veilige leefomgeving in Gelderland. Dat wil zeggen een omgeving waar de druk op de gezondheid door de fysieke leefomgeving zo laag mogelijk is en die uitnodigt tot een gezonde leefstijl. Sommige leefomgevingsfactoren kunnen bijdragen aan de gezondheid. Zo stimuleert een groene, aantrekkelijke omgeving beweging en gaat deze hittestress tegen. Naast speciaal ingerichte sport- en beweegplekken, worden inwoners gemotiveerd om te bewegen door bijvoorbeeld goed toegankelijke fietsen wandelpaden.

Andere factoren kunnen een negatieve invloed hebben. Denk aan verkeer, industrie, agrarische bedrijven en energievoorziening. Hier is steeds meer maatschappelijke aandacht voor. Op sommige plekken in Gelderland komen meerdere milieugezondheidsfactoren samen, waardoor hun effecten zich kunnen opstapelen (‘cumulatie’): • In stedelijke gebieden is sprake van luchtverontreiniging, geluid en hitte. • In landelijke gebieden is sprake van geurhinder en luchtverontreiniging van veehouderijen en mogelijk gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen. Ook is de afstand tot voorzieningen vaak groter en het openbaar vervoer beperkter, waardoor mensen minder makkelijk de voorzieningen met de fiets, lopend of met het openbaar vervoer kunnen bereiken. • Rondom terreinen voor hoge milieucategorieën is sprake van geur- en geluidsoverlast van industrie. Ook is er mogelijk uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Aan- en afvoer via weg, water of spoor veroorzaken vaak luchtverontreiniging en geluidsoverlast. De bodemkwaliteit kan in de loop van de tijd zijn verslechterd. Overlast is vaak lokaal. Met name geuroverlast en uitstoot van ZZS kunnen leiden tot zorgen in de omgeving.

12

De Gelderse economie verandert. Hoe precies, dat is moeilijk te voorspellen. We krijgen steeds meer te maken met de gevolgen van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, stikstofuitstoot, netcongestie, vervuilde bodem, waterschaarste en schaarste aan grondstoffen. Vanwege onder andere geopolitieke spanningen en grondstoffenschaarste moet de economie in Gelderland in 2050 circulair zijn. Om te kunnen meebewegen met de ontwikkelingen van onze economie, is er meer ruimte nodig. Bedrijventerreinen moeten zich kunnen doorontwikkelen om toekomstbestendig te zijn op het gebied van energievoorziening, waterbeschikbaarheid, klimaatbestendigheid en veiligheid. Toekomstbestendige bedrijventerreinen zorgen voor een prettige, aantrekkelijke en gezonde werkomgeving, wat essentieel is voor het welzijn, de vitaliteit en de tevredenheid van werknemers. 13. Toekomstbestendige logistieke corridors Strategisch doel: In 2050 zijn de internationale goederencorridors in Gelderland versterkt met multimodale logistieke knooppunten en worden goederen efficiënt en duurzaam vervoerd. Logistiek is een economische randvoorwaarde en de twee internationale corridors die door Gelderland lopen bieden economische kansen. De corridors verbinden ons met de Randstad en Europa en zijn ook belangrijk voor militaire logistiek.

Daarbij zijn knooppunten langs het water onder andere belangrijk voor de ontwikkeling naar een circulaire economie. Tegelijk heeft goederenvervoer over deze corridors een negatieve invloed op de gezonde leefomgeving. Denk aan luchtverontreiniging, geluid en impact op externe veiligheid. Met het oog op de economie vinden we het belangrijk dat de corridors versterkt worden, en dat vervoer van goederen efficiënt en duurzaam gebeurt. 14. Ruimte voor defensie Strategisch doel: In 2050 zijn activiteiten gerelateerd aan defensie geïntegreerd in de fysieke leefomgeving en dragen zij bij aan de sociaal-economische ontwikkeling van de provincie. De veiligheidssituatie in Europa is structureel veranderd. Europa moet meer verantwoordelijkheid nemen voor de verdediging van het eigen grondgebied. Er is niet alleen meer Europese samenwerking nodig voor productie van militair materieel, maar ook binnen Nederland is meer ruimte nodig voor defensieactiviteiten, zoals voor kazernes, oefenen, vliegen en militaire logistiek. In Gelderland bevindt zich een belangrijk deel van de militaire infrastructuur in Nederland, waaronder kazernes en oefenterreinen. Dit geldt met name op en rondom de Veluwe, met militaire locaties in Ermelo, Stroe, ISK Harskamp, Schaarsbergen, Deelen, Nieuw-Milligen en een uitbreiding van ASK ’t Harde.

Ook spelen de twee internationale corridors een belangrijke rol bij militaire mobilisatie. Daarom is Gelderland van nationaal én Europees strategisch belang. Wij erkennen dit belang en stellen ons daarom constructief op ten aanzien van de extra ruimte die defensie nu vraagt. Investeringen in defensie kunnen bijdragen aan de regionale economie, innovatie, werkgelegenheid, maatschappelijke weerbaarheid en versterking van de mobiliteits- en energie-infrastructuur. De groei en intensivering van defensieactiviteiten hebben tegelijkertijd een lokale impact, bijvoorbeeld door geluid en bouwactiviteiten. De bovenlokale impact is nog groter: bereikbaarheid tussen kazernes en oefenterreinen, impact op natuur en stikstof, mogelijk aanvullende woningbouwopgave en de toenemende vraag naar energie. Dit alles maakt dat de inpassing van defensieactiviteiten van provinciaal belang is: we willen een zorgvuldige inpassing van defensieactiviteiten waarbij de bovenlokale effecten integraal worden afgewogen. 15. Toekomstbestendig energiesysteem Strategisch doel: In 2050 hebben alle inwoners en bedrijven toegang tot een betrouwbare en duurzame energievoorziening. Voor het behouden van de sterke economie, het logistieke netwerk en het huisvesten van inwoners is een toekomstbestendig energiesysteem met bijpassende duurzame energieopwekking nodig.

Door een toenemende energievraag, de verschuiving naar duurzame energiebronnen en de snelle elektrificatie in diverse sectoren stuiten we steeds meer op de grenzen van het huidige energiesysteem. De druk op het energiesysteem neemt toe door een gebrek aan infrastructuur om energie op de juiste plek te krijgen

14

(netcongestie). Vooral bedrijven hebben hier last van. Als we niets doen, neemt de druk de komende jaren alleen maar toe. Dit raakt ook andere ruimtelijke ontwikkelingen zoals de woningbouw. Het huidige Gelderse energiesysteem is, net als in de rest van Nederland, vooral centraal ingericht. Veel van de energie die we gebruiken komt van fossiele brandstoffen die buiten Gelderland worden geproduceerd. Deze energie wordt vervoerd naar de plekken waar het nodig is via het nationale gasnetwerk of via hoogspanningslijnen. In de afgelopen jaren heeft Gelderland grote stappen gezet in de verduurzaming van de verschillende sectoren. Dit is nodig om te komen tot een klimaatneutraal Gelderland in 2050. Op diverse plekken in de provincie wordt duurzame energie opgewekt. Voor zowel het uitbreiden van het energiesysteem als de verduurzaming is ruimte nodig. 16. Klimaatneutraal Strategisch doel: In 2050 is Gelderland klimaatneutraal, de netto-uitstoot van broeikasgassen is nul. Opwarming van de aarde leidt tot klimaatverandering, met negatieve gevolgen voor mensen en andere levende wezens. Om klimaatverandering tegen te gaan, zijn internationaal, nationaal en provinciaal afspraken gemaakt. We willen in 2030 55% minder uitstoot van broeikasgassen in Gelderland dan in 1990.

In 2040 willen we netto 90% minder uitstoot van broeikasgassen hebben en in 2050 moet heel Gelderland klimaatneutraal zijn.

15

3 Gelderse ruimtelijke hoofdstructuur Om onze doelen te bereiken is het nodig dat we als provincie meer regie pakken op een aantal grote ruimtelijke onderwerpen. Deze onderwerpen vragen extra aandacht vanwege hun impact en de benodigde beleidswijzigingen, zijn thema-overstijgend en gelden voor de hele provincie. Samen vormen deze onderwerpen de Gelderse ruimtelijke hoofdstructuur. De keuzes die we voor deze onderwerpen maken, bepalen de toekomstige inrichting van Gelderland. Deze hoofdstructuur bestaat uit: 1. Water en bodem als basis 2. Natuur en biodiversiteit: een Gelderse kernkwaliteit 3. Een robuuste landbouwstructuur 4. Sterk netwerk van steden en dorpen 5. Economisch en logistiek netwerk van werklocaties

1 Gelderse Ruimtelijke Hoofdstructuur 2050. Klik hier voor een grote weergave van de kaart.

16

We kiezen voor ruimte voor rivieren en toekomstige dijkversterkingen In de afgelopen eeuwen hebben we steeds meer dijken langs de rivier gelegd. Er moet voldoende ruimte zijn voor rivierverruiming, eventueel grotere systeemingrepen (dijkverlegging) en dijkverzwaring. Zo kan het beschikbare rivierwater eerlijk en passend verdeeld worden, zowel over onze provincie als andere provincies. Dit zorgt bijvoorbeeld voor voldoende hoge rivierwaterstanden en voldoende vaardiepte bij lagere rivierafvoer. Het economisch belang (regionaal, nationaal en internationaal) van de vaarroutes weegt hier zwaar mee. Als er veel water in de rivieren komt, moet het veilig naar zee kunnen stromen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de kwetsbaarheid van gebieden waar het water langs stroomt of waarin het water tijdelijk wordt bewaard. De ‘kleine’ rivieren de Berkel, Groenlose Slinge, Oude IJssel, Linge en de Eem (in de provincie Utrecht) zijn samen met de beken in ons zandgebied belangrijke schakels in het watersysteem van Gelderland. Om wateroverlast te voorkomen en waterbeschikbaarheid op peil te houden is ruimte nodig. Daarnaast zijn deze rivieren ook een belangrijke landschappelijke structuur en de recreatief-toeristische infrastructuur.

Langs en in de omgeving van de kleine rivieren is veel erfgoed te vinden: beschermde stads- en dorpsgezichten, watermolens, landgoederen, omdat deze rivieren (net als de grote rivieren) belangrijke economische aders waren waaraan steden zich ontwikkelden. Het Rijk is verantwoordelijk voor de inrichting van de grote rivieren. Onze meerwaarde is om dit te verbinden aan doelen voor natuur, waterkwaliteit, landbouw en recreatie. Maar ook in gebieden waar naast (her)inrichting van het rivierengebied ook grote verstedelijkingsinvesteringen op stapel staan hebben wij een meerwaarde: hier moeten grote verstedelijkingsinvesteringen hand in hand gaan met investeringen in het rivierensysteem. Voor Gelderland is de Gelderse Poort hier het belangrijkste gebied waar de rivieren zich over Gelderland en Nederland verdelen. Rivierkundige maatregelen op nationaal niveau zijn nodig voor een klimaatbestendig riviersysteem in 2100 bij zowel hoog- als laagwater. De investeringen en risico’s in zowel de verstedelijking als in het rivierensysteem zijn te groot om deze los van elkaar te doen. We voelen ons verantwoordelijk om de koppeling tussen beide te bewaken. Richting de toekomst is dit ook een aandachtspunt voor de Stedendriehoek, vanwege de verstedelijkingsopgave die daar ligt.

We kiezen voor balans tussen vasthouden en afvoeren van water We streven ernaar dat we het hele jaar voldoende water hebben, op het goede moment op de juist plek. Daarvoor moeten we in de wintermaanden meer water vasthouden om het tekort in de zomermaanden te kunnen aanvullen. In de wintermaanden moeten we gemiddeld 100 mm water extra vasthouden op de hogere zandgronden. Daarmee krijgen we het watersysteem beter in balans. Dat kan, afhankelijk van het gebied, leiden tot een grondwaterstandverhoging van 10-50 cm. Het landschap van de hogere zandgronden, het Veluwemassief en de stuwwallen van Montferland en het Rijk van Nijmegen zijn hierin bepalend. Dit heeft als gevolg dat lager geleden gronden in de wintermaanden en het voorjaar vaker natter kunnen worden. Dit heeft effect op het grondgebruik. Ook het geleidelijk afvoeren van teveel water is cruciaal en vraagt ruimte. Beken zullen vaker buiten de oevers treden om de waterafvoer bij piekbuien te kunnen vertragen en de wateroverlast te beperken. Om dit voor elkaar te krijgen, zijn er maatregelen nodig. Denk aan het dempen, ondieper maken en laten meanderen (slingeren) van beken en sloten. Het water- en bodemsysteem gaat over gemeente- en regiogrenzen heen. Daarom is het belangrijk dat we als provincie regie voeren op het vasthouden van deze extra 100 mm water op de zandgronden.

De wijze waarop we dit realiseren spreken we per regio af. In 2030 willen we hiervoor in elke regio een uitvoerbaar plan hebben. De Veluwe heeft een bijzondere positie. Onder de Veluwe ligt een waardevolle grondwatervoorraad die belangrijk is voor zowel drinkwater als bedrijvigheid. Deze voorraad neemt af. De balans tussen waterverbruik en wateraanvoer moet in balans zijn. Als provincie zijn we verantwoordelijk om deze balans voor de toekomst te bewaken. Samen met belanghebbende partijen onderzoeken we maatregelen om de grondwatervoorraad op de Veluwe aan te vullen. We zorgen voor voldoende drinkwater in de toekomst Om in de toekomst genoeg drinkwater te hebben zijn gebieden aangewezen die belangrijk zijn voor de toekomstige drinkwaterwinning: de drinkwaterreserveringsgebieden. In deze gebieden wordt nu nog geen water gewonnen maar dit zijn wel de gebieden waar we zoeken naar nieuwe winlocaties om de toenemende 18

ervoor dat ondernemers genoeg ruimte hebben om op een toekomstbestendige manier te kunnen blijven werken. Landbouwgrond is te kostbaar om zonder zorgvuldige afweging zomaar beschikbaar te stellen voor andere functies. Daar willen we richting in geven op de schaal van de provincie Gelderland, omdat deze afweging niet enkel op perceelniveau moet plaatsvinden. We maken daarom onderscheid in gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebied landbouw. In beide gebieden vinden landbouwactiviteiten plaats en willen we dit graag zo houden. In gebieden met de hoofdfunctie landbouw willen we landbouwgrond primair voor de landbouw behouden, zijn we terughoudend met functies die niet direct bijdragen aan de landbouwfunctie en zijn die andere functies in principe ondergeschikt. Dit zijn aaneengesloten gebieden met een landbouwfunctie en weinig tot geen dorpen en kernen. Het is de eerste stap om gebieden met hoofdfunctie landbouw planologisch te beschermen door ze aan te wijzen als van provinciaal belang. In het verwevingsgebied landbouw is het landschap minder open en is landbouw meer verweven met andere functies. Functieverandering vergt hier om een zorgvuldige afweging om landbouw voldoende ruimte te geven ten opzichte van ander ruimtegebruik.

Primair zijn gemeenten aan zet voor functieverandering, maar als provincie willen we samen met de partners in de regio’s werken aan regionaal beleid voor functieverandering van (vrijkomende) gebouwen, bouwblokken en aansluitende gronden. Als hier geen regie op wordt gevoerd dan ontstaat het risico op verrommeling, ongebreidelde verstedelijking of ondermijning in het landelijk gebied. We nemen op in onze verordening dat functieveranderingsbeleid regionaal wordt uitgewerkt. We zien strategische aan- en verkoop van grond ook als mogelijkheid waarmee we gemeenten kunnen ondersteunen. Op die manier dragen we bij aan efficiënt grondgebruik voor de landbouw. Dit dient verschillende doelen: kostenverlaging agrariërs, goede verkaveling van bedrijfspercelen, versnelling van innovatie en verduurzaming, natuur- en waterdoelen en versterking van het landschap.

5 Themakaart Een robuuste landbouwstructuur. Klik hier voor een grote weergave van de kaart. 22

kernen te blijven bouwen. We zetten hierbij in op kleinschalige in- en uitbreidingslocaties, waarbij we kijken ook kijken naar potenties die er zijn om te verdichten in dorpscentra en nabij stations. Grootschalige woningbouwlocaties Apeldoorn Binnenstad – Ede de Klomp Spoorzone – Kanaalzone (BSK) Apeldoorn Zuidrand Ede Stad Arnhem Vredenburg Ede Zuidoost Kronenburg Arnhem Westflank Harderwijk Stationsgebied Barneveld Bloemendal Nijkerk Regiopoort Barneveld Zuid Nijmegen Kanaalzone Culemborg Stationskwartier Nijmegen Stationsgebied Doetinchem Stad Nijmegen Waalsprong

Putten Zuid Spoorzone Arnhem – Oost Spoorzone Liemers Tiel Passewaaij Wageningen KennisAs Wijchen – West Zutphen de Hoven

De opgaven rond verstedelijking houden niet op bij de gemeentegrens en vragen om een bovenlokale integrale aanpak, afweging van grondgebruik, verdeling van schaarse middelen en verdeling van bouwopgaven tussen regio’s en tussen gemeenten. Een zorgvuldige en evenwichtige verstedelijking van Gelderland raakt de hele provincie, in relatie tot onze buurprovincies en de rest van Nederland. We hebben een belang om deze context mee te wegen en de samenhang te zoeken. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en de Regio Foodvalley ontwikkelen zich verder als stedelijke netwerken. Dit geldt op termijn ook voor de Stedendriehoek. De Kop van de Veluwe ontwikkelt zich als onderdeel van de regio Zwolle en heeft daarbinnen een eigen identiteit met vitale kernen. De regio Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHPZ) is een stedelijk netwerk in wording waar de onderlinge relaties in wonen, werken en recreëren steeds sterker worden. Tiel en Geldermalsen vormen op de langere termijn steeds meer samen een stedelijk netwerk als hart van de regio FruitDelta Rivierenland. In de Achterhoek zetten we met name in Doetinchem in op grootschalige woningbouw. Uitwerking per regio Voor kwalitatief goede en fijne leefomgevingen is het belangrijk dat we per regio zorgvuldige afwegingen maken om binnen die regio tot goede woningbouwlocaties en inrichting te komen.

We hebben een groot belang in het meewegen van de kwaliteiten van verschillende regio’s en gebieden. Voor de uitwerking op het niveau van de regio leggen we vast in de omgevingsverordening dat er per regio, samen met gemeenten, een verstedelijkingsstrategie wordt opgesteld. We leggen vast dat bereikbaarheid, energie en drinkwaterbeschikbaarheid hierbij randvoorwaardelijk zijn. Als er op een woningbouwlocatie niet aan deze randvoorwaarden wordt voldaan, kunnen mensen hier niet goed wonen. Bereikbaarheid: we geven de voorkeur aan bouwen op locaties die goed bereikbaar zijn of goed bereikbaar te maken zijn. Voor locaties groter dan 200 woningen stellen wij een provinciale mobiliteitstoets verplicht (zie beleidsthema Mobiliteit). Hiermee toetsen we of een ruimtelijke uitbreiding goed bereikbaar is of bereikbaar kan worden gemaakt. Energie: we betrekken netbeheerders vroegtijdig zodat zij hun investeringsstrategie kunnen laten aansluiten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarvoor stellen we samen met netbeheerders, regio’s gemeenten en eventueel waterschappen energieperspectieven op (zie beleidsthema Energie en klimaat). Hierin geven we aan waar de ruimtelijke ontwikkelingen komen en welke gebieden prioriteit krijgen voor netverzwaring.

Om te bepalen hoe het net aangepast wordt, hanteren we drie mogelijke sturingsrichtingen: zoveel mogelijk decentraal/lokaal opwekken van energie, het optimaliseren van het huidige systeem en het intensiveren van de energie-infrastructuur. Drinkwaterbeschikbaarheid: drinkwaterbedrijven moeten vroegtijdig betrokken worden in planvorming voor grootschalige woningbouw zodat de drinkwatervoorziening afgestemd kan worden op een toenemende vraag en/of (drink)waterbesparing onderdeel kan zijn bij de bouw van woningen in regio’s waar een drinkwatertekort dreigt. Daarmee houden we rekening met toekomstige ruimtelijke reserveringen voor drinkwaterwingebieden en aanvullende infrastructuur. Daarnaast leggen we vast dat er rekening wordt gehouden met de volgende onderwerpen: 24

-

-

-

Klimaatadaptatie: we bouwen niet op minder geschikte plekken, tenzij er voldoende maatregelen genomen worden om risico’s te beheersen – nu en in de toekomst – en als dit niet ten koste gaat van ruimte die we nu of in toekomst nodig hebben voor waterberging. Economie: we geven de voorkeur aan combinatie van wonen en werken in centra van steden en regiokernen, zodat deze dynamisch en leefbaar blijven. Ook de ontwikkeling van onze kennisintensieve campussen is hierbij van provinciaal belang (WUR-campus/KennisAs in Wageningen en Ede, de Noviotech Campus en Radboud Universiteit/Radboudumc in Nijmegen en het Cleantech Park / Electricity campus in Arnhem). Leefbaarheid en voorzieningen: er moet geïnvesteerd worden in maatschappelijke voorzieningen, zoals voor scholen, zorg, sport of cultuur. Milieu en gezondheid: de toename van milieudruk (zoals geur- en geluidsoverlast) weegt mee bij locatiekeuze, ontwerp en investeringen. Landschapsparken: in gebieden met veel woningbouw stimuleren we de aanleg van landschapsparken, waar landbouw, natuur, erfgoed en recreatie samenkomen. Elke Gelderlander heeft toegang tot groen op fietsafstand (5 km).

De regio’s Achterhoek en FruitDelta Rivierenland zijn de meest ‘landelijke’ regio’s. Dit landelijke karakter is een onderscheidende kracht en vormt een essentieel onderdeel van de regionale identiteit. De combinatie van ruimte, landschap en ondernemerschap biedt een stevige basis voor duurzame ontwikkeling en een aantrekkelijk vestigingsklimaat in deze regio’s. Richting de toekomst willen we daarin investeren en samen met de gemeenten de potentie van deze regio’s meer gaan benutten.

6 Themakaart Sterk Stedelijk netwerk Gelderland. Klik hier voor een grote weergave van de kaart.

25

Met alleen het intensiveren van de bestaande regionale bedrijventerreinen kunnen we niet genoeg ruimte creëren voor de verwachte uitbreidingsvraag die we willen toestaan. Er is ruimte nodig voor nieuwe regionale bedrijventerreinen. Het vinden van nieuwe ruimte is niet makkelijk vanwege de impact op de omgeving en de regionale functie. Daarom wijzen we per regio zoekgebieden voor regionale bedrijventerreinen aan. Dit zijn voor de provincie de meest logische gebieden om ruimte te vinden voor nieuwe regionale bedrijventerreinen op basis van bereikbaarheid, afstand tot beroepsbevolking en provinciaal beleid. De zoekgebieden hebben op twee manieren doorwerking: 1. Per regio maken we samen met gemeenten keuzes waar we binnen de zoekgebieden daadwerkelijk ruimte willen aanwijzen voor nieuwe regionale bedrijventerreinen. Dit vraagt om een integrale (regionale) afweging waarin verschillende ruimteclaims ten opzichte van elkaar worden afgewogen. De zoekgebieden vormen geen harde grens. Ze zijn bedoeld om richting te geven aan dit zoekproces. De regionale programma’s werklocaties blijven het instrument voor besluitvorming over het daadwerkelijk mogen ontwikkelen van de nieuwe bedrijventerreinen. 2. We willen voorkomen dat er onomkeerbare keuzes worden gemaakt binnen deze gebieden die verhinderen dat er op termijn voldoende geschikte ruimte is voor nieuwe bedrijventerreinen.

Tegelijk zijn de zoekgebieden relatief ruim en willen we niet dat er een slot op deze locaties komt. Dat betekent dat nieuwe activiteiten binnen de zoekgebieden tijdens de uitwerking om een expliciete afweging vragen. Als de uiteindelijke keuzes zijn gemaakt, kunnen de zoekgebieden weer verdwijnen of verkleind worden. De beschikbaarheid van energie weegt zwaar mee in de verdere uitwerking van deze zoekgebieden. 2. Watergebonden bedrijventerreinen Voor watergebonden bedrijven beschermen we bestaande ruimte en benoemen we de belangrijkste watergebonden locaties van provinciaal belang. Voor de selectie is onder andere gekeken naar de positie binnen de betreffende regio en de volgende kenmerken: • ligging aan vaarwater met voldoende diepgang • goede aansluiting op weg en water • nabijheid van vaarweg- en rijkswegknooppunten • aanwezigheid van andere watergebonden bedrijven • voldoende afstand tot natuurgebieden Dit zijn de belangrijkste watergebonden locaties die we optimaal willen benutten voor watergebonden bedrijvigheid. Daarnaast is uitbreiding nodig voor watergebonden bedrijventerreinen. Tot 2040 is er een tekort tot ongeveer 80 hectare. We onderzoeken samen met de partners in de regio’s en gemeenten waar deze uitbreidingen het beste kunnen landen. Hierbij kijken we ook naar de zoekgebieden voor regionale bedrijventerreinen. 3.

Grootschalige logistiek (groter dan 4 ha) Grootschalige logistiek bieden we in principe alleen ruimte op een aantal regionale bedrijventerreinen (Medel/Kellen, Park 15/De Grift, Zevenpoort, DocksNLD) langs de North Sea – Rhine – Mediterranean Corridor. Langs de A1 staan we alleen uitbreiding toe voor zittende bedrijven waar we regionaal met de betreffende gemeenten locaties voor gaan aanwijzen. Dit leggen we vast in de regionale programma’s werklocaties en de verstedelijkingstrategie. 4. Campussen We zorgen voor voldoende en diverse ruimte op campussen, omdat hier kennisinstellingen samenkomen met bedrijven. Deze campussen vormen het centrum van de provinciale kennisintensieve topclusters: voedselproductie, gezondheid, energie en de chipindustrie.

27

In Gelderland zijn dit de WUR-campus/KennisAs in Wageningen en Ede (kern van het Food/Agri-Food-ecosysteem), de Noviotech Campus en Radboud Universiteit/Radboudumc in Nijmegen (knooppunt voor halfgeleiders/high-tech én health/med-tech), en het Cleantech Park / Electricity Campus (Arnhems Buiten) met Connectr in Arnhem (energie-technologie). Op deze campussen is weinig ruimte voor groei en uitbreiding voor bijvoorbeeld start- en scale-ups. De provincie neemt hierin een regisserende en waar nodig regulerende rol. Defensie Provincie Gelderland heeft, samen met gemeenten, van oudsher nauwe banden met defensie en een historische relatie. In Gelderland zijn veel kazernes en defensieterreinen, vooral op de Veluwe. De uitbreiding van defensie zorgt voor toenemende druk op onder andere natuur, wonen en de infrastructuur. Ons uitgangspunt is dat de uitbreiding van defensie niet zorgt voor verdringing van andere (rijks)opgaven. Tegelijkertijd liggen er voor Gelderland ook kansen op het gebied van werkgelegenheid en leefbaarheid. Defensie is een grote werkgever en uitbreiding van defensieactiviteiten kan zorgen voor extra banen. Daarnaast kunnen verbeteringen in infrastructuur, zoals wegverbeteringen en de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen, bijdragen aan een verhoogde leefbaarheid voor inwoners.

Door deze kansen slim te benutten, kan Gelderland een evenwicht vinden tussen de noodzakelijke ruimteclaims en positieve ontwikkelingen voor de regio. Dit doen wij in nauwe afstemming met het Rijk en onze gemeenten, bijvoorbeeld over infrastructurele aanpassingen ten behoeve van militaire mobiliteit en de bereikbaarheid van defensielocaties. We nemen regie en brengen partijen samen, zodat we ervoor kunnen zorgen dat plannen, die vaak meerdere gemeenten aangaan, goed op elkaar aansluiten. We letten erop dat keuzes in de regio passen bij wat de provincie belangrijk vindt.

7 Themakaart Economisch en logistiek netwerk van werklocaties. Klik hier voor een grote weergave van de kaart.

28

4 Regio’s Als provincie werken we gebiedsgericht, vanuit ons uitgangspunt hoe dichter bij de Gelderlanders hoe beter. Dat betekent dat we nauw samenwerken binnen de zeven Gelderse regio’s. Dit is de plek waar we samen willen werken aan de inrichting van Gelderland. Een aanpak waar we trots op zijn en die we verder vorm willen geven. Een aanpak die aansluit op wat de Omgevingswet van ons vraagt. We zien het als onze verantwoordelijkheid ons beleid door te vertalen naar de zeven Gelderse regio’s en daarbij ook te prioriteren. Dat betekent dat we als provincie duidelijk per regio benoemen wat onze inhoudelijke ambities en belangen zijn, en daarop sturen. Als provincie prioriteren we per regio waar provinciale belangen botsen. Hier scheppen we duidelijkheid in voor onze partners. We zoeken naar koppelkansen tussen onze eigen opgaven en de belangen en initiatieven van andere partijen. De omgevingsvisie werken we verder uit in zeven regionale programma’s (zie hoofdstuk 6).

4.1 Achterhoek Beeld van de regio De Achterhoek is een groene, zelfbewuste regio aan de grens met Duitsland, herkenbaar aan het kleinschalige coulisselandschap met beken, houtwallen en landgoederen. Verspreid door het landschap liggen dorpen en kleinere steden met daartussen veel ruimte voor natuur en landbouw. De regio kenmerkt zich door een sterk gemeenschapsgevoel (noaberschap) en is in trek bij toeristen uit binnen- en buitenland. Zij komen voor de rust en natuur of als bezoeker van evenementen of landgoederen en ander erfgoed. Daarnaast heeft de Achterhoek een sterke en innovatieve maakindustrie. Door ontgroening en vergrijzing staat de regio onder druk. Het vasthouden van jongeren en talent vraagt om een aantrekkelijk woon- en werkklimaat, met goede bereikbaarheid en voldoende passende woningen. Er spelen grote opgaven in de regio Achterhoek, zoals ook beschreven in het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek.

Als provincie zien we de volgende opgaven als meest belangrijk: • een integrale aanpak van droogte en wateroverlast, essentieel voor de toekomst van de landbouw, natuur, drinkwater en het woon- en werkklimaat in de Achterhoek • het versterken van de vitaliteit van de regio door inzet op een goede regionale bereikbaarheid, een concurrerend economisch vestigingsklimaat en (passende) woningbouw Vitaal landelijk gebied De hoge zandgronden van de Achterhoek zijn gevoelig voor zowel droogte als wateroverlast en door klimaatverandering nemen weersextremen toe. De huidige inrichting van het water- en bodemsysteem is hier nog niet tegen bestand (zie paragraaf 3.1 en beleidsthema Water en klimaatadaptatie). Daarom is het in de Achterhoek extra van belang om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn, om schade in de toekomst te voorkomen en het karakteristieke landschap aantrekkelijk en leefbaar te houden. Een robuust water- en bodemsysteem is noodzakelijk voor de toekomst van landbouw, natuur, drinkwater, wonen en economie. Water en bodem als basis betekent vooruitkijken en duurzaam investeren en vraagt om ruimtelijke keuzes die veel sterker worden gebaseerd op het natuurlijke systeem, zodat schade wordt voorkomen. We streven ernaar dat we het hele jaar voldoende water hebben, op het goede moment op de juist plek.

Daarvoor moeten we in de wintermaanden meer water vasthouden om het tekort in de zomermaanden te kunnen aanvullen. We maken afspraken met partners in de regio hoe we dit realiseren. We willen in 2030 een uitvoerbaar plan hebben om 100 mm extra water vast te houden. De bodem moet weer gaan functioneren als spons, waardoor er minder droogte- en natschade ontstaat bij onder andere landbouw, natuur en erfgoed (landgoederen). We kiezen ervoor om beken extra ruimte te geven. Het vasthouden van water kan leiden tot vernatting, met gevolgen voor grondgebruik. We hebben samen met gemeenten en het waterschap een signaleringskaart gemaakt voor de Achterhoek. Deze kaart laat zien op welke plekken er in de regio grote uitdagingen zijn met betrekking tot water en bodem. Stresstesten wijzen bovendien op hoogwaterrisico voor het gebied langs de Oude IJssel. De resultaten van de (bovenregionale) stresstesten en de signaleringskaarten geven inzicht in de 29

consequenties bij het maken van toekomstbestendige locatiekeuzes voor nieuwe ontwikkelingen. Klimaatbestendigheid in de Achterhoek stopt nadrukkelijk niet bij de grens: ook de relatie met Duitsland vraagt aandacht in dit verband. Dit geldt ook voor de waterkwaliteit (zie beleidsthema Water en klimaatadaptatie). Ruimte geven aan het regionaal watersysteem kost tijd, maar zal er op langere termijn voor zorgen dat de regio er anders uit gaat zien. De functies in het landelijk gebied, zoals landbouw, recreatie en natuur zullen moeten meebewegen met de veranderende omstandigheden. Tegelijk is er door de droogte richting de toekomst minder water beschikbaar voor functies met een watervraag. De biodiversiteit en natuur staan onder druk in de regio door onder andere verdroging en stikstof. Het is onze taak om de natuur te beschermen en te herstellen (zie paragraaf 3.2 en beleidsthema Natuur en biodiversiteit). Natuur draagt bij aan gezondheid en is van belang voor recreatie en een belangrijke drager voor de identiteit van de regio. De Achterhoek kent vier Natura 2000-gebieden: Korenburgerveen, Bekendelle, Willinks Weust en Wooldse Veen bij Winterswijk, en veel verspreid liggende GNN-gebieden. Dit zijn kerngebieden met de hoofdfunctie ‘natuur’. Hier stellen we volgens onze wettelijke taak harde randvoorwaarden aan functies.

Rondom deze natuurgebieden richten we ons vooral op waterkwaliteit, droogte en emissiereductie. Het doel staat hierbij voor ons centraal. De wijze waarop we hier invulling aan geven werken we samen met de partners in de regio uit in het regioprogramma Achterhoek. In de rest van het landelijk gebied zetten we in op het verbinden van natuurgebieden. We doen dit door het versterken van groenblauwe structuren en het stimuleren van agrarisch natuurbeheer. Dit draagt bij aan een robuust water- en bodemsysteem dat beter bestand is tegen droogte, piekbuien en uitspoeling van nutriënten. De Achterhoek kenmerkt zich op het gebied van landbouw overwegend door veeteelt en akkerbouw, veelal fraai ingepast in het karakteristieke landschap (zie beleidsthema Ruimte). Er is een grote deelname aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer en er zijn relatief veel biologische bedrijven (zie beleidsthema Landen tuinbouw). We maken onderscheid tussen gebieden met de hoofdfunctie landbouw en verwevingsgebieden landbouw (zie paragraaf 3.3). We zetten in op een betere balans in de wisselwerking tussen landbouw, water en biodiversiteit. Een toekomstbestendige landbouwsector draagt bij aan de voedselproductie, de lokale economie, het beheren van het landschap en de leefbaarheid. De Achterhoek is als innovatieve regio al volop aan het experimenteren met kringlooplandbouw en doelsturing.

Als provincie stimuleren we deze initiatieven. Sterke steden, dorpen en regio’s De Achterhoek is een landelijke regio met twee regiokernen (Doetinchem en Winterswijk) en veel dorpen en kleine kernen, waarbij Doetinchem steeds meer een functie als centrumstad zal krijgen. Ontgroening en vergrijzing zetten druk op de woningmarkt en de beschikbaarheid van voorzieningen. Doordat voorzieningen in het landelijk gebied verdwijnen, moeten inwoners steeds verder reizen. Daarom is goede bereikbaarheid voor de Achterhoek een essentiële voorwaarde om de leefbaarheid in het gebied op peil te houden en om economisch te kunnen groeien. Een bereikbare Achterhoek vanuit de omliggende stedelijke netwerken (GMR, Twente en Stedendriehoek) over de weg en met het openbaar vervoer is hiervoor een vereiste (zie beleidsthema Mobiliteit). Daarom zetten we in op: • het versterken van de N18-corridor; • het vaker laten rijden van de RegioExpres Winterswijk–Arnhem (2 keer per uur); • het onderzoeken van een verbetering van de spoorverbinding Winterswijk–Zutphen/Apeldoorn; • het doorontwikkelen van het programma Publieke Mobiliteit (inzetten op het samenspel tussen ov, doelgroepenvervoer en deelvervoer, regionale doorfietsroutes en mobiliteitshubs).

We stellen samen met regionale partners een verstedelijkingsstrategie op, zodat er niet alleen woningen worden gebouwd, maar er kwalitatief goede en fijne leefomgevingen ontstaan (zie paragraaf 3.4 en beleidsthema Wonen). Daarvoor is het belangrijk dat we de gebiedseigen kwaliteiten van de Achterhoek en samenhangende opgaven meewegen. Denk hierbij aan bereikbaarheid, de beschikbaarheid van energie, de leefbaarheid van dorpen en kernen en de kwaliteiten van het landelijke gebied.

30

We willen dat er kleinschalig gebouwd wordt in landelijke gebieden, vooral voor de woonbehoefte van bewoners en behoud van voorzieningen. Ieder dorp en iedere kern krijgt de mogelijkheid om uit te breiden, passend bij de schaal en kenmerken van het gebied. Daarnaast zetten we in op grootschalige woningbouw op plekken die al goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, met name in Doetinchem. Vanwege vergrijzing moeten er voldoende (betaalbare) levensloopbestendig en zorggeschikte woningen worden toegevoegd voor ouderen. Door de toevoeging van geschikte woningen voor ouderen komt de doorstroming op gang, zodat er binnen de bestaande voorraad woningen vrijkomen voor jongeren/jonge gezinnen. Omdat er in de maakindustrie in de Achterhoek veel arbeidsmigranten werken, zal de regio voldoende huisvesting voor deze aandachtsgroep moeten toevoegen. Dit betekent dat nabij de werklocaties mogelijkheden moeten komen voor het toevoegen van (tijdelijke) huisvesting voor deze arbeidsmigranten. Toekomstbestendige economie en sterke netwerken De Achterhoek is een echte productieregio met een sterke innovatieve maakindustrie en bouw-, agrarische en zorgsector. Veel bedrijven werken over de grens en de maakindustrie innoveert snel. Er dreigt een tekort te ontstaan aan bedrijventerreinen en netcongestie belemmert groei en verduurzaming.

Een toekomstbestendige economie vraagt om voldoende fysieke ruimte en beschikbaarheid van energie voor bedrijven (zie paragraaf 3.5 en beleidsthema Economie). Door in te zetten op sterke netwerken en een betrouwbare energievoorziening blijft de Achterhoek concurrerend en aantrekkelijk voor inwoners, ondernemers en talent. We zien de innovatieve maakindustrie en de agrarische sector in de Achterhoek als kern van de regionale economie, met onder andere drie regionale bedrijventerreinen. We gaan voor inbreiding en herstructurering van bedrijventerreinen waar dit mogelijk is, maar daarnaast willen we ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen reserveren. Daarvoor wijzen we in de Achterhoek zoekgebieden aan. We vinden het van belang dat deze bedrijventerreinen gebruikt kunnen worden door bedrijven die lokaal niet meer voldoende ruimte hebben en door bovenregionale bedrijven. Uitgangspunt is dat ruimtelijke ontwikkelingen passen in het unieke karakter van de regio en het landschap. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor kadegebonden bedrijvigheid. Bedrijventerreinen aan vaarwegen worden zo veel als mogelijk beschermd en geborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17023213/1