(A22) VNOG - toelichting voor de raden, voorlopige jaarstukken 2023 en concept-begroting 2025-2028 D431931
Tekst van het document
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1.284 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 Drempelbedrag miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
192
710
517
669
1.092 -
574 -
767 -
615 -
Verslagjaar 64.219 64.219 -
1.284
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) schatkist aangehouden middelen 17.307 64.643 47.592 61.591 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's (2) - (5a) / (5b) 192 710 517 669 Rijks schatkist aangehouden middelen
Uit dit overzicht blijkt dat VNOG in 2023 de regels schatkistbankieren heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Voor de kapitaallasten van kazernes zijn in 2023 evenals voorgaande jaren de afgesproken projectpercentages doorbelast. Deze projectpercentages zijn gebaseerd op de ten behoeve van de financiering van de kazernes aangetrokken leningen. Aan de reguliere VNOG-investeringen is in 2023 0,8% rente toegerekend. Uitgezette externe gelden In het treasurystatuut staat dat er drie soorten kortlopende gelden ingezet kunnen worden. Het gaat om de volgende instrumenten: callgeld (daggeld), kasgeldleningen & deposito’s en rekening-courantovereenkomsten. VNOG heeft een rekening-courant bij de BNG en drie rekeningen bij de ING. Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën.
Pagina 45 van 117
4.4. Crises paragraaf Covid-19 In december 2020 heeft het AB besloten dat VNOG voor de gemeenten toezicht en handhavingscapaciteit organiseert via externe bedrijven. Bij deze besluitvorming is ervan uitgegaan (op basis van de brief van de minister van VWS van 28 september 2020), dat deze kosten tot en met het 1e kwartaal 2021 konden worden gedeclareerd bij het ministerie van VWS. Deze kosten zijn ook gedeclareerd. In 2023 is deze declaratie door het ministerie voldaan (€ 196.932). Specifiek voor de CTB-controle (Corona Toegangsbewijzen) eind 2021 verloopt de Rijksbijdrage ad € 2.140.710 aan de deelnemende gemeenten via VNOG. Dit verloopt budgettair neutraal; de afwikkeling en verantwoording heeft in 2022 en 2023 plaats gevonden. In 2024 wordt het restantbedrag afgewikkeld met het ministerie. Oekraïne Het Ministerie heeft de veiligheidsregio’s een rol toebedeeld in de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Het Ministerie heeft ter dekking van de te maken kosten een ‘bekostigingsregeling voor de eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s’ vastgesteld. De veiligheidsregio’s kunnen op basis hiervan kosten voor regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorg en materiële uitgaven declareren.
VNOG moet op grond van deze regeling niet alleen haar eigen hieronder vallende kosten declareren, maar ook de door de GGD of gemeenten gemaakte kosten voor zover ze voldoen aan de voorwaarden in de regeling. Op basis van een eerste inschatting heeft VNOG voor 2023 een voorschot aangevraagd van € 1.000.000. Dit bedrag bestaat vooral uit de inhuur van derden bij de uitvoering van taken in het Oekraïne dossier, dan wel voor het uitvoeren van werkzaamheden die zijn blijven liggen bij medewerkers die zich inzetten bij de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Daarnaast heeft de GGD kosten van werkzaamheden bij de VNOG gedeclareerd over 2023. Deze activiteit is door de bekostigingsregeling van het Rijk in principe budgettair neutraal. De opgestelde declaratie van de over 2023 gemaakte kosten komt uit op een bedrag van € 1.096.894. Dit betreft grotendeels kosten die door VNOG zijn gemaakt deels kosten die de GGD bij de VNOG heeft ingediend. VNOG heeft geen taken uitbesteed aan gemeenten, zodat er ook geen gemeentelijke kosten in de einddeclaratie zijn meegenomen. De door VNOG samengestelde declaratie moet uiterlijk 15 juli 2024 worden ingediend.
Pagina 46 van 117
4.5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen Inleiding Het Rijk heeft per 2023 de bijdrage aan alle veiligheidsregio’s (de zogenaamde Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) structureel verhoogd, omdat crises naar verwachting langduriger worden en vaker tegelijkertijd voorkomen (stapeling) en de veiligheidsregio’s hierbij meer zijn en worden ingezet. De ophoging is expliciet door het Rijk bedoeld voor versterking van de crisisbeheersing (incl. vergroting flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (incl. informatiestromen tussen regio’s onderling en Rijk). De BDuR-ophoging komt in vier tranches, waarbij de eerste tranche per 2023 is toegekend. De laatste tranche volgt in 2026. Ieder jaar in juni wordt de (hoogte van de) tranche voor het volgende jaar pas definitief zeker. Dit is een belangrijk voorbehoud. De tranche voor 2023 heeft VNOG ontvangen en de tranche voor 2024 is inmiddels zeker. Er is een meerjarig bestedingsplan 2023-2026 voor de besteding van de BDuR-ophoging gemaakt. Er worden hierin functionarissen geworven voor ondersteuning van de multi operationele crisisorganisatie, crisiscommunicatie, versterking vakbekwaamheid, risico-analyse en data-specialisten, o.a. voor het wettelijk verplichte 24/7 veiligheidsinformatie- en coördinatiecentrum (VICC).
Er komen extra exploitatiegelden voor onderzoek, bouw/licenties voor de informatiesystemen, vakbekwaamheid, etc. Tenslotte wordt de flexibiliteit versterkt door een flexibel budget in te stellen. Op 30 maart 2023 heeft het AB het meerjarige bestedingsplan 2023-2026 voor de BDuR-ophoging vastgesteld en dit ook gedeeld met de gemeenten. Voortgang bestedingsplan – jaarschijf 2023 Begin juni heeft VNOG de voortgang van het bestedingsplan intern geëvalueerd. De uitvoering 2023 ligt voor een groot deel op schema. Diverse wervingen zijn succesvol afgerond, of zijn (conform planning) gestart. De arbeidsmarkt is krap, daardoor konden niet alle geplande wervingstrajecten voor 2023 succesvol zijn. Het kwam ook voor dat nieuwe collega’s later begonnen dan vooraf was voorzien. Ook wat betreft de exploitatie lopen zaken: een aantal plannen zijn uitgevoerd, maar een aantal plannen vertragen, ook doordat de werving van de nieuwe collega’s (nog) niet rond is. Drie functies zijn direct ingevuld via interne werving, waaronder de medewerker Vakbekwaamheid, de medewerker multi (met focus op scenariodenken) en de informatiemanager VICC. Door het vertrek van de beoogde data-analist VICC en de adviseur data en informatie Crisisbeheersing is de vacatureruimte in 2023 ingevuld met tijdelijke medewerkers. Op 1 augustus startte de tijdelijke medewerker Bevolkingszorg (tot 31-12).
De werving voor permanente invulling is in de afrondende fase. Verwachting is dat deze medewerker vanaf februari 2024 start. Per 1 september zijn twee medewerkers gestart, de medewerker crisiscommunicatie en een datawarehousespecialist. De functie procesregisseur vakbekwaamheid (GHOR samen met Crisisbeheersing) is in het najaar tijdelijk ingevuld. Definitieve werving is afgerond, de procesregisseur start februari 2024. De werving van de risico-analist is uitgesteld tot 2024. Uit de exploitatiegelden is in het eerste kwartaal 2023 het onderzoek bekostigd dat is uitgevoerd bij de gemeenten omtrent hun wensen voor de toekomst van bevolkingszorg. De uitkomsten hiervan zijn geanalyseerd en zullen tot een voorstel leiden. Vanuit de exploitatie worden ook de kosten gedekt voor de verdere bouw van het VICC en het platform R!SQ, alsook verdere acties omtrent de vakbekwaamheid. Diverse van de hierboven genoemde nieuwe functionarissen zijn bij de bouw van VICC/R!SQ en bij vakbekwaamheid betrokken.
Pagina 47 van 117
Om de door het Rijk gewenste versterking van de flexibiliteit te realiseren, heeft het AB op 30 maart een ‘noodfonds’ voor onverwachte uitgaven ingesteld en hierin 4,5 ton van de BDuR-ophoging gestort. Er speelde geen langdurige crisis in 2023 die een beroep op dit noodfonds nodig maakte. Er is dus geen onttrekking gedaan. Het noodfonds heeft tevens een ‘egalisatie’-functie: overblijvende middelen in enig jaar vanuit deze BDuR-gelden worden in de voorziening gestort, zodat zij geoormerkt beschikbaar blijven voor de versterking van crisisbeheersing, flexibiliteit en informatievoorziening, zoals het Rijk dat bedoeld heeft (totdat het door het AB bepaalde plafondbedrag van het noodfonds bereikt is). Conform dit uitgangspunt zijn de overblijvende middelen uit 2023 gestort in het noodfonds. Het noodfonds is op de balans opgenomen als een voorziening; hieruit blijkt het beklemde karakter, waarbij het doen van (spoedeisende) uitgaven een bevoegdheid is van het Dagelijks Bestuur. Resumé De totale loonkosten in de jaarschijf 2023 bedroegen € 611.576 en de exploitatiekosten € 148.521. Conform het bestedingsplan is in maart 2023 een storting in het noodfonds gedaan van € 454.200. In juni is vanuit het Rijk nog een loon- en prijscompensatie toegepast.
Aan het einde van het jaar zijn de overblijvende middelen uit 2023 in het fonds gestort, zodat de uiteindelijke storting voor 2023 € 884.103 bedraagt. Zoals hiervoor aangegeven waren er overblijvende middelen als gevolg van het niet volledig of pas later in de tijd kunnen uitvoeren van de plannen voor de jaarschijf 2023. Samengevat zag de besteding in 2023 er als volgt uit: BDuR ophoging
Geraamd 2023
Besteding 2023
Formatie en inhuur
747.500
611.576
Exploitatie
442.500
148.521
Storting in noodfonds crisisbeheersing
454.200
884.103
1.644.200
1.644.200
Pagina 48 van 117
4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Het werken met een groot aantal vrijwilligers zorgt ervoor dat de verhouding tussen de totale loonsom en het aantal medewerkers voor wat betreft de Werkkostenregeling (WKR) ongunstig uitvalt. Hierdoor is een eindheffing vanwege de WKR veelal onvermijdelijk. Voor een vroegtijdig inzicht in de ontwikkeling van de WKR-eindheffing, berekent VNOG ieder kwartaal de cumulatieve effecten van de WKR. Op die manier kan worden bezien of er een eindheffing vanwege de WKR dreigt en kunnen bijsturingsacties worden genomen. Deze maatregel heeft effect. De eindheffing is in de afgelopen jaren gedaald, in het bijzonder tijdens de COVID-19 jaren, toen men weinig bij elkaar kon komen. Over 2022 is na twee COVID-19 jaren de eindheffing weer opgelopen doordat in 2022 veel aandacht is besteed aan het herstellen van het contact door fysieke bijeenkomsten die onder de WKR vallen.
In 2023 is dit effect weer verminderd en hoeft er per saldo geen eindheffing betaald te worden. Eindheffing Werkkostenregeling 2016
288.000
2017
61.000
2018
71.000
2019
36.000
2020
38.000
2021
18.000
2022
126.600
2023
0
Eenmalige veranderkosten Toekomstvisie De eenmalige veranderkosten vanuit de Toekomstvisie betreffen onder andere de organisatieontwikkeling en informatievoorziening. Wat betreft de organisatieontwikkeling het volgende. De directeur heeft eind 2018 een bestuursopdracht gekregen om een toekomstbestendige organisatie te vormen die veiligheid en zorg biedt aan de inwoners. De bestuursopdracht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is uitgewerkt in de reader voor de bestuurlijke tweedaagse van september 2019 en heeft geleid tot de Toekomstvisie, die vastgesteld is op 15 januari 2020. Het tweede deel omvat de inrichting, cultuur en aansturing van de organisatie. Het dagelijks bestuur heeft voor dit tweede deel van de opdracht het besluit genomen tot aanpassing van de organisatie. Daarbij is besloten om de organisatie en medewerkers te ontwikkelen door middel van een organische veranderaanpak. Dit betekent een veranderaanpak waarbij - in nauwe samenwerking met de medewerkers en de OR - stapsgewijs veranderingen in de organisatie worden aangebracht; dit met rechtspositionele waarborgen. Hiervoor is een aangepast sociaal statuut vastgesteld op 13 februari 2020. VNOG zag dit proces als een reis, genaamd ‘de Expeditie’, waarin we met elkaar onze organisatievisie vorm en inhoud geven. Samen werken we aan de koers en daar waar nodig sturen we onze koers bij.
Aan het einde van dit traject (in 2022) zijn bijvoorbeeld de knelpunten op het gebied van aansturing, eenheid en integraal denken in het managementteam verholpen. Daarbij hebben wij een fundament gelegd onder onze toekomst. In 2022 was ‘de Expeditie’ formeel afgerond.
Pagina 49 van 117
Terugblik 2023 Het jaar 2023 was het laatste jaar waarin het organisatie ontwikkelbudget is ingezet voor leiderschapsontwikkeling VNOG, professionele vaardigheden, vitaliteit en mobiliteit. In oktober heeft het MT met de teamleiders teruggekeken op drie jaar leiderschapsontwikkeling binnen VNOG. De basis voor het leiderschap staat en de verdere doorontwikkeling is in de maak. Het onderdeel ‘leiderschap voor postcommandanten’ zal in 2024 starten. In 2023 is ‘de Expeditie’ in gezamenlijke opdracht van de directeur en OR geëvalueerd. De lessen uit deze evaluatie ‘Met Trots vooruit’ worden herkend en zijn input voor een vervolg in de vorm van een nog nader te definiëren meerjarig programma. Blijvende aandacht geeft VNOG aan duurzame inzetbaarheid. Met vitaliteitsdagen op zeven van de acht werklocaties heeft de werkgroep VNOG-vitaal een fundament gebouwd om vitaliteit een vaste plek te geven binnen de organisatie. Medewerkers vinden steeds beter hun weg naar de trainingen en workshops die centraal aangeboden worden. Drie groepen medewerkers RCB hebben zich gezamenlijk geprofessionaliseerd tijdens de training ‘Adviseren in de publieke sector’. Het korte programma ‘Verzilveren’ gaf twee groepen medewerkers handvatten om invulling te geven aan de ‘derde’ loopbaanfase. Uitkomsten waren loopbaantrajecten, nieuwe loopbanen of de ontdekking dat het werk heel goed past.
Aandachtspunt blijft de balans tussen werk en privé. Tenslotte heeft het MT met de teamleiders in een anderhalf daagse de kernwaarden van VNOG praktisch vertaald in gedrag dat past bij ‘deskundig, daadkrachtig en gepassioneerd’. Voor de veranderkosten is bij vaststelling van de Toekomstvisie incidenteel € 1.040.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor ‘de Expeditie’, Risico- en Crisisbeheersing, IT en Vakbekwaamheid. In de tabel hieronder staat een verantwoording op de veranderkosten tot en met 2023. Budget éénmalige veranderkosten Toekomstvisie:
Uitgaven 2020
Uitgaven 2021
Uitgaven 2022
Uitgaven 2023
1.040.000
723.208
434.467
276.160
Leiderschapsprogramma:
-151.925
-44.191
-40.013
-67.907
Ontwikkel- en loopbaanadvies
-13.749
-1.688
-8.664
-5.969
-30.070
Professionele vaardigheden
7.543
-35.598
-56.134
-38.590
-122.778
Duurzaam inzetbaarheid
-54.017
-19.572
-32.569
-106.158
Mobiliteit
-4.447
-5.923
0
-10.370
Subsidie A&O voor mobiliteit
5.000
5.000
0
10.000
Budget:
Totale uitgaven
Uitgaven:
Personele kosten
-93.987
Projectleiding administratieve processen
-24.674
-24.674
Informatievoorziening
-40.000
-40.000
Doorontwikkeling RCB Totale uitgaven: Restant budget 31-12 boekjaar
-89.300
-304.037
-183.287
-64.500
-33.000
-32.000
-129.500
-316.792
-288.741
-158.307
-177.034
-940.874
723.208
434.467
276.160
99.126
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van 2017 t/m 2018 is er een gedegen Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd (onderdelen: warme RI&E, koude RI&E, specialistische RI&E). In 2019 werd het RI&E rapport definitief en is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. De actiepunten staan in het Arbomanagementsysteem (AMS). De oorspronkelijke 2750 actiepunten uit 2018 zijn inmiddels grotendeels uitgevoerd of opgestart. Voor de resterende 50 openstaande
Pagina 50 van 117
actiepunten in AMS worden/zijn afspraken gemaakt met de betreffende uitvoerders, zodat zij deze het komende jaar kunnen oppakken. Integrale aanpak actiepunten locaties Vanuit Arbo is het afgelopen jaar onder andere verder gewerkt aan het oplossen en aanpakken van de resterende actiepunten op de locaties (kantoren en de 56 posten). Samen met team VSP (Vastgoed, Services en Projecten) is in november 2022, in het kader van het traject van ‘demarcatie huisvesting’ (zie ook hierna onder de kop ‘Huisvesting’), een groot aantal afspraken gemaakt om de resterende actiepunten integraal op te pakken, te bewaken en te implementeren, in goed overleg met de gebouweigenaren (de gemeenten). Via het vaststellen van de regeling Demarcatie is door de 22 colleges en het algemeen bestuur VNOG gezamenlijk tevens besloten om de ‘Uniforme functionaliteit brandweerkazernes’ voor 1-1-2025 gereed te hebben. Hiermee is er een verdere stap gezet om overall tot een verantwoorde en veilige werkomgeving te komen. De brandweerpost Laren was door de Arbeidsinspectie willekeurig geselecteerd voor een bezoek vanuit het thema ‘Arbo in bedrijf’. Op 26 oktober 2023 heeft de Arbeidsinspectie een bezoek gebracht. De arbeidsinspectie was positief gestemd over de proactieve aanpak in VNOG. (Bijna) ongevallen, etc.
Vanaf januari 2022 kunnen voorvallen (ongevallen, bijna-ongevallen, gevaarlijke situaties, etc.) digitaal op Mijn-VNOG worden gemeld. Vanaf september 2022 kan er ook op elke tablet van een post digitaal een melding worden gemaakt. Dit maakt het melden laagdrempeliger. In 2023 is er vanuit Arbo middels een infographic extra aandacht gegeven aan het digitaal melden. Er zijn nu diverse mogelijkheden om een vooral te melden. In 2023 waren er minder meldingen van voorvallen dan 2022 (2023: 36 meldingen (t/m nov), 2022: 48 meldingen). Wel is er een stijging in het melden van de bijna-ongevallen waarneembaar. In 2022: 7 en in 2023: 12 (t/m nov). Meldingen van Bijna-ongevallen geven ons als organisatie de mogelijkheid om vroegtijdig te kunnen anticiperen op mogelijke aanpassingen. Verdiepende RI&E gehoorbescherming In 2023 is er een verdiepende RI&E voor gehoorbescherming opgestart. De medewerkers van de Werkplaatsen zijn al structureel voorzien van otoplastieken. Voor het totale beeld is er breed een uitgevraag gedaan naar casussen. Samen met een extern adviesbureau worden de situaties gemeten ten aanzien van het geluidsniveau en uiteindelijk de bijpassende gehoorbescherming geadviseerd; zo zijn er voor de controleurs van grote muziekfestivals inmiddels PBM’s (Persoonlijke Beschermings Middelen) aangeschaft. O-bundels.
Bij afdeling Brandweerzorg is in 2023 een nieuw onderwerp - het gebruik van O-bundels - geïmplementeerd. Bij Arbo zijn er t/m okt in 2023 hieromtrent 6 meldingen binnengekomen, waarvan 2 ongevallen en 4 bijna-ongevallen. Na een paar meldingen met nagenoeg een identiek karakter is hiervan melding gemaakt bij het afdelingshoofd Brandweerzorg. Dit heeft geresulteerd in extra informatie over de wijze van toepassen richting de posten. Registratie inzetten met gevaarlijke stoffen (bijv. asbest) Bij brandweerinzetten kan het voorkomen dat hier asbest bij betrokken is. Naast de reguliere inzetregistratie is de werkgever verplicht volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit om bij onbeschermde blootstelling aan asbest hiervan in het persoonlijke dossier van de medewerker(s) een registratie te maken. Dit is geborgd. Via de procedure ‘arbeidshygiëne’ wordt de persoonlijk veiligheid van de medewerkers zoveel als mogelijk gewaarborgd.
Pagina 51 van 117
Overige onderwerpen − Duurzame inzetbaarheid en Vitaliteit: Vanuit Arbo wordt deelgenomen aan de projectgroep hiervoor. Het jaar 2023 stond in het teken van de Vitaliteitsdagen met een gevarieerd programma bij de diverse werklocaties. − Ergonomische muizen: Bij de laptops wordt de standaard ‘muis’ geleverd. Voor medewerkers die veel beeldschermwerk verrichten en daarbij de muis gebruiken kan dit klachten opleveren. Binnen de organisatie is er een voorziening getroffen dat er verschillende modellen beschikbaar zijn. − Pausit: In het voorjaar 2022 is het pauzeprogramma Pausit als ‘pilot’ voor één jaar aangeschaft. Dit is gecontinueerd voor het jaar 2023. Pausit voorkomt langdurig zitten bij beeldschermwerk en zorgt voor meer beweging op de werkdag. Uit de overzichten blijkt dat in de periode september t/m november ca. 135 medewerkers er gebruik van maken, veelal bij thuiswerken. − Projecten: Arbo heeft deelgenomen aan diverse projectgroepen t.b.v. aanbestedingen en heeft geadviseerd bij aankoop, voorbeelden: project tankautospuiten (TS), project watertransport-500, project waterongevallen, project aanbesteding realistisch oefenen, project verhuizing, project Nieuwbouw 1-post Apeldoorn. Diverse projecten lopen door tot 2026. − Adviezen: Arbo heeft in 2023 diverse adviezen uitgebracht naar aanleiding van vragen vanuit diverse afdelingen.
Verzekeringen De aanbesteding van de verzekering voor het wagenpark is in 2023 succesvol doorlopen. Voor de komende 24 maanden heeft VNOG een contract bij Intermont/ASR met een eigen risico van € 5.000 per gebeurtenis. Alle 25 veiligheidsregio’s werken landelijk samen op het gebied van verzekeringen via de ‘stichting Expertisebureau risicobeheer’ en de stichting Waarborgfonds. Het Expertisebureau is er met name voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van de aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en faciliteren in een schadebeheerssysteem. Het Waarborgfonds is voor het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Zie voor een nadere toelichting ook de paragraaf 4.7. ‘verbonden partijen’. Het Expertisebureau Risicobeheer heeft in 2023 de aanbesteding van de ongevallenverzekering doorlopen. De onderhandelingen binnen de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) voor het vaststellen van de landelijke regeling na dienstongevallen hebben plaatsgevonden. De landelijke ‘regeling na dienstongevallen’ kan per 1-1-2024 gevolgd worden bij het behandelen van dienstongevallen. Voor de financiering van deze aanspraken is het Waarborgfonds opgericht.
Hierna volgt een overzicht van het aantal dossiers dat in 2023 in behandeling is genomen bij onszelf als eigen risicodrager of bij de verzekeraar; bijgewerkt tot 15 januari 2024: Personele dossiers: − Ongevallen: 10 dossiers, variërend in financiële omvang. − Eigendommen: 20 dossiers. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o 15 dossiers onder de € 500 o 5 dossiers boven de € 500 − Aansprakelijkheid richting derden: 5 dossiers. − Rechtsbijstand: geen dossiers. Materiele dossiers: − Instrumenten: 0 dossiers. − Werkmateriaal: 1 dossier. − Brandverzekering: 2 dossiers. − Wagenpark: Totaal 52 dossiers: o Schadeclaim tussen: € 0 – € 5.000: 32
Pagina 52 van 117
o o o o
− −
Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 3 Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 1 Schadeclaim: > € 25.000: 0 16 dossiers staan nog open waarbij de herstelkosten nog niet bekend zijn. Op basis van enkele offertes zitten hier wel schades bij tussen de € 5.000 en € 25.000. In de laatste 1,5 maand van het jaar zijn er enkele grotere schades gemeld. Specificatie: o 16 (nog) geen claim o 12 claims WA o 26 claims Casco Uitkeringen in dossiers ouder dan 2023: 34 facturen op personele dossiers en 14 facturen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). Er staan nog enkele letseldossiers van het personeel open: o 2016: 2 dossiers o 2017: 1 dossiers o 2018: geen dossiers o 2019: geen dossiers o 2020: 1 dossiers o 2021: 1 dossiers o 2022: 6 dossiers o 2023: 7 dossiers
Privacy en Security In 2023 is door VNOG verder gewerkt aan het versnellingsprogramma BIO en AVG2 om de informatiebeveiliging en privacy te versterken. Dit versnellingsprogramma is landelijk door alle veiligheidsregio’s omarmd. Het meerjarenprogramma moet leiden tot een kwaliteitsslag op gebied van privacy en security. Ook in 2023 is flink ingezet op de governance rond privacy en security. De governance is nu dan ook op orde. Ook op andere terreinen is veel doorgevoerd. Dat heeft in 2023 geleid tot een volwassenheidsniveau van 3,3 voor de BIO en 2,8 voor de AVG (op een schaal van 5). Het awareness programma heeft zijn eerste jaar doorlopen. Ook komend jaar wordt verder ingezet op bewustwording. Landelijk wordt gewerkt aan de invoering van een SOC (Security Operations Center) voor de veiligheidsregio’s. De komende jaren voert de EU diverse nieuwe wetten (directives) in op het gebied van privacy en security. Dat zal ook gevolgen hebben voor VNOG. Hoe precies is nu nog niet te voorspellen, maar zeker is dat dit van VNOG inzet zal vergen. Mede daarom zal het tijdelijke versnellingsprogramma BIO en AVG omgezet worden in een doorlopend programma Informatieveiligheid. Rechtmatigheid Over 2023 is voor het eerst door het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven (zie ook hoofdstuk 12).
Deze rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op het in de waarderingsgrondslagen opgenomen en door het algemeen bestuur vastgestelde normenkader. Deze normen zijn uitgewerkt in een toetsingskader en getoetst aan het begrotings- en voorwaardencriterium. Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium heeft betrekking op het verstrekken van subsidies en of uitkeringen of het innen van heffingen van derden. Daar dit geen activiteiten voor VNOG zijn, is dit toetsingscriterium over 2023 niet van toepassing. De geconstateerde individuele afwijkingen zijn allen lager dan de rapporteringsgrens van € 250.000, zijnde 10% van de verantwoordingsgrens. Vanuit het oogpunt van transparantie wordt gewezen op de in hoofdstuk 14 “Overzicht af te sluiten en over te hevelen kredieten” genoemde overschrijding van de investeringskredieten. Daarnaast zijn over 2023 ten aanzien van de naleving van de aanbestedingswet- en regelgeving enkele afwijkingen geconstateerd. De oorzaken hiervan zijn enerzijds het gevolg van operationele noodzaak of doelmatigheid en anderzijds het gevolg van beperkte capaciteit. Op dit moment maakt VNOG 2 Baseline Informatiebeveiliging Overheid en Algemene verordening gegevensbescherming
Pagina 53 van 117
bij Europese aanbestedingen indien mogelijk gebruik van een extern bureau ter ondersteuning van de inkoopafdeling om de gevolgen van de beperkte capaciteit zo veel mogelijk te beperken. Bij inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens heeft VNOG, met inachtneming van de proportionaliteit, aandacht voor het volgen van de juiste procedure. Het aanscherpen van de maatregelen in het inkoopproces kan echter leiden tot betere naleving en documentatie in het kader van de Gids Proportionaliteit. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG, waar op allerlei manieren invulling aan wordt gegeven. Het gaat daarbij zowel om technische innovaties, nieuwe werkwijzen, nieuwe samenwerkingsvormen en onderwerpen rondom informatievoorziening. Bij de programma’s in hoofdstuk 3 wordt nader op initiatieven ingegaan. Ter illustratie worden een paar voorbeelden genoemd: − VNOG loopt met haar innovatieve werkwijze rondom risicocommunicatie gekoppeld aan gedragswetenschap voorop in den lande en zet deze werkwijze voort. − Met partners wordt gewerkt aan het VICC (Veiligheids Informatie en Coördinatie Centrum), een samenwerkingsplatform waar verschillende (datastromen) van partners samen komen, waarmee in één oogopslag de geduide situatie ten aanzien van de risico’s uit ons risicoprofiel, zowel in de koude, lauwe en warme fase zichtbaar wordt.
− Met het project R!SQ komt er een toekomstgericht informatieplatform, waarmee VNOG risicogericht kan informeren, adviseren en oefenen op brandrisico’s in woningen en woongebouwen. − De samenwerking met Duitsland is verder uitgebouwd door het opnemen van Duitse voertuigen in onze kazernevolgordetabel en wordt komende tijd nog verder versterkt, onder andere via het project CrossFire, het onderzoek naar een gezamenlijke brandweerkazerne voor de brandweer van het Duitse Suderwick en het Nederlandse Dinxperlo. Dit project krijgt internationale erkenning en heeft al diverse (Europese) prijzen gewonnen. − Er wordt gewerkt aan een witte informatiebron Oost-5, ter verbetering van de informatiepositie in de koude, lauwe en warme situatie. − De nieuwe meldkamer MKON is gestart; de grootste meldkamer van Nederland. De toegepaste oplossingen zijn een voorbeeld voor anderen en de manier waarop de vijf veiligheidsregio’s hun samenwerking hebben beschreven en vastgelegd, wordt door andere regio’s als voorbeeld gebruikt. Duurzaamheid In december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie per thema/afdeling. Daarnaast heeft het algemeen bestuur middelen ter beschikking gesteld in de vorm van een duurzaamheidsreserve. Met behulp van externe expertise is de strategie in uitvoering genomen.
Er zijn inmiddels diverse concrete resultaten bereikt, hoewel dit kleine stappen zijn. In zeker zin staat duurzaamheid nog in de kinderschoenen, al heeft het wel de aandacht. − Op het vakbekwaamheidsplein in Loenen is een test uitgevoerd hoe, na afloop van oefeningen waarbij gestookt wordt, metalen restvoorwerpen (bijv. de spijkers uit de verbrande kratten) uit de asresten kunnen worden verwijderd. Dit is gedaan met een sterke magneet. De ijzerproducten worden afgevoerd als oud ijzer. − De temperatuur op de werklocaties gaat omlaag. Eerst is als proef op post Apeldoorn-Zuid de temperatuur verlaagd naar 20 graden; dit is nu als standaard ingesteld. − De kantoorartikelen zijn alleen nog maar duurzaam/circulair. − Op alle werklocaties zijn zogenaamde recycle eilanden geplaatst. − In enkele locaties wordt met innovatieve en duurzame vloeibare zeep/verpakkingsmateriaal, restafval en logistiek de CO2 uitstoot tot een minimum beperkt. − Bij nieuw- en verbouwtrajecten (die overigens primair onder de gebouweigenaren (de gemeenten) vallen), worden duurzaamheidsmogelijkheden in nauw overleg met de gemeenten Pagina 54 van 117
opgepakt. Zo is de blauwdruk van VNOG voor nieuwe kazernes, gebaseerd op circulaire bouw en duurzaamheid, gedeeld met de gemeenten die nieuw gaan bouwen en participeert VNOG in de trajecten. Het jaar 2023 stond in het teken van het verder verzamelen van informatie en het delen hiervan. De CO2 -voetafdruk is bepaald, met als meetpunt 2022. Op basis hiervan is een concept klimaatplan opgesteld met potentiële acties binnen de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit en VNOG specifieke activiteiten. In zeven klimaatsessies is het plan voorgelegd aan de medewerkers met het verzoek tot feedback. Op basis hiervan is eind 2023 het nieuwe klimaatplan met concrete acties en doorrekeningen gepresenteerd. De uitdaging ligt in het reduceren van de CO2. De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te behalen valt, zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. In 2024 zal besloten worden met welke acties VNOG verder aan de slag gaat, een en ander altijd in nauwe afstemming met de gemeenten, want duurzaamheidsmaatregelen in het vastgoed kunnen alleen gezamenlijk worden opgepakt. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een kans om stappen te zetten. De uitdaging voor reductie op het thema ‘mobiliteit’ ligt bij VNOG zelf. Het gaat dan o.a.
om de elektrificatie van het wagenpark, met voor nu focus op de dienstauto’s en -bussen, omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet/onvoldoende voor handen is. In 2023 zijn er ook per gemeente afspraken geweest om afstemming te zoeken over de duurzaamheidsopdracht van VNOG en die van de gemeenten. Dit waren zeer zinvolle bijeenkomsten waarbij de gezamenlijke mening is dat er veel moet gebeuren en mogelijk is. Het jaar 2024 wordt hiermee een belangrijk jaar, omdat er keuzes voor de toekomst gemaakt moeten worden. Huisvesting Demarcatie Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De Demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt. Als gevolg van de Regeling Demarcatie moesten bepaalde werkzaamheden en bijbehorende contracten (waar nodig) worden overgedragen van gemeenten naar VNOG. Dit is in 2023 in nauw overleg met de gemeenten geregeld. Daarbij is rekening gehouden met lopende afspraken met leveranciers. Per gemeente is de overdracht van de hierna genoemde activiteiten besproken.
Onderwerp Afvalinzameling Schoonmaak Internet / telefonie Televisie Sanitaire middelen Warme dranken Alarmopvolging Alarmcentrale Terreinonderhoud Strooidiensten Legionella bemonstering
Afspraak Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG VNOG VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG (m.u.v. herstellen, vervangen en aanpassingen)
Pagina 55 van 117
Plaagdieren EHBO-koffers AED Afvalstoffenheffing Waterschapsbelasting OZB gebruikersdeel Compressor Hoge drukreiniger Toegangsbeheer Inbraakinstallatie Gas, Water, Electra Meubilair AV Kantoorartikelen
Van gemeente naar VNOG VNOG VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG VNOG VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Naar gemeente VNOG VNOG VNOG
In afstemming met de gemeenten heeft VNOG in 2023 de schoonmaak, sanitaire middelen, afvalvoorzieningen en koffievoorzieningen (deels) overgenomen. De datum van overgang is steeds met elke gemeente afgestemd. Voor het merendeel van de gemeenten is dit met ingang van 1 juli 2023 gerealiseerd. Voor een paar gemeenten is de overname in het derde kwartaal van 2023 afgerond. De overige onderwerpen worden in de loop van 2024 opgepakt; zo zal alarmopvolging, alarmcentrale en het toegangsbeheer grotendeels in 2024 worden overgenomen door VNOG. Voor de werklocaties is het toegangsbeheer al wel grotendeels uitgerold, met uitzondering van Zutphen en Doetinchem. De kosten van de Demarcatie voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Deze kosten komen tot uiting in programma 6 ‘Bedrijfsvoering’ van de begroting. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten. Deze verrekening komt tot uiting in programma 8 van de begroting.
Omdat de raming van de facilitaire kosten door VNOG als voorschot in rekening was gebracht bij de gemeenten, was afgesproken dat de kosten die de gemeente maakte op lopende contracten in rekening gebracht kunnen worden bij VNOG, tot het moment dat een contract overgaat naar VNOG. Zo zijn dubbele kosten voorkomen. VNOG heeft met name bij de implementatie van de contracten van de sanitaire middelen en warme dranken te maken gehad met aanloopkosten voor vervanging van materialen (zeepdispenser, wc-rolhouders e.d. en aansluiten nieuwe koffiemachines). De Regeling Demarcatie bevat naast de taakverdeling ook werkafspraken, afspraken over de periodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en VNOG, alsook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Tenslotte is er conform de Regeling Demarcatie in 2023 een periodiek overleg met de gebouwbeheerders geweest om zaken af te stemmen over de algehele stand, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. In 2023 heeft VNOG de gemeente Lochem ondersteund bij de nieuwbouw van de kazerne Almen. Deze nieuwe kazerne is in 2023 in gebruik genomen.
Diverse andere nieuwbouwtrajecten zijn in 2023 opgestart, oplevering volgt in 2024 e.v.
Pagina 56 van 117
Verhuizing Europaweg en 1-post Apeldoorn Per 1 december 2023 verliet VNOG grotendeels haar twee gehuurde verdiepingen op het kantoor aan de Europaweg 79 te Apeldoorn, dat in bezit is van de politie. De politie heeft zelf de ruimte nodig. De Europaweg fungeerde vele jaren als hoofdzetel van VNOG waar diverse ondersteunende afdelingen zoals ICT, HRM, Archief en Financiën gehuisvest waren, alsook GHOR, Crisisbeheersing, ondersteunende teams van de Brandweer en het multi-actiecentrum dat actief wordt bij rampen en crises. Het actiecentrum blijft voorlopig beschikbaar. Voor de andere medewerkers en functies is besloten om deze tijdelijk te verdelen onder de zeven bestaande werklocaties van VNOG. De voorbereiding en uitvoering van deze verhuizing was een grote operatie. Om de tijdelijke huisvesting mogelijk te maken zijn in 2023 alle werklocaties geschikt gemaakt voor de toename van de gebruiksintensiteit en het flexwerken. Daarnaast zijn uitwijkmogelijkheden hier bovenop, zoals de kazernes en externe vergader/werk-mogelijkheden, van de juiste faciliteiten voorzien. De verspreiding over meerdere locaties is een niet-ideale tijdelijke werkwijze, in afwachting op de oplevering van de nieuwe 1-brandweerpost van de gemeente Apeldoorn, waar dan ook diverse VNOG-functies een plaats gaan krijgen.
Afgelopen jaar is intensief, in nauw overleg met de gemeente Apeldoorn, gewerkt aan de vele voorbereidende werkzaamheden van deze nieuwbouw. Oplevering is naar verwachting in 2027. FMIS VNOG heeft momenteel twee Facility Management Informatie Systemen (FMIS) in gebruik, te weten Axxerion (voornamelijk voor voertuigbeheer, -onderhoud en materialen) en TOPdesk (voornamelijk voor reserveringen ruimtes, kantoorartikelen en service- en (ICT-)helpdesk). Omdat de contracttermijn van beide systemen verlopen is en een besparing gewenst is, is er na een aanbesteding één nieuw FMIS-systeem gekozen, te weten Facilitor. In 2023 is gestart met de implementatie, in het eerste kwartaal van 2024 zal Facilitor live gaan.
Pagina 57 van 117
4.7. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties was alleen de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland’ (MON) in 2023 voor VNOG een verbonden partij. De MON is in 2023 geliquideerd met de totstandkoming van de nieuwe meldkamer (zie ook programma 4 in hoofdstuk 3). Hiernaast heeft VNOG bestuurlijke of financiële belangen in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Meldkamer Oost Nederland (MON) Twee leden van het algemeen bestuur VNOG namen deel in het algemeen bestuur van de MON. Tot 1 januari 2020 bestond de financiële bijdrage uit een voorschot dat tweemaal per jaar werd voldaan.
De financiële middelen die beschikbaar werden gesteld waren niet verhaalbaar in het geval de MON haar financiële verplichtingen niet zou nakomen. VNOG zorgde samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland voor de financiering van de MON. Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen De invoering van de nieuwe meldkamer (onder de overkoepelende Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) met tien locaties in Nederland, waaronder Apeldoorn) zorgde voor een grote impact. Voor de MON betekende dit dat het beheer en de bedrijfsvoering van de meldkamer per 1 januari 2020 werd ondergebracht bij het verbijzonderde deel van de politieorganisatie LMS. Dit hield ook in dat de beide betrokken veiligheidsregio’s (IJsselland en VNOG) ingaande 1 januari 2020 hiervoor geen bijdrage meer aan de MON verschuldigd waren. Het positief resultaat over 2019 groot € 411.141 werd, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet terugbetaald aan de deelnemers, maar werd toegevoegd aan de algemene reserve van de MON.
Dit om (on)verwachte kosten tussen 1 januari 2020 en het moment van opening van de nieuwe meldkamer voor Oost-5 (de vijf veiligheidsregio’s in het oosten van het land, in het eerste kwartaal 2023) te kunnen dekken. In lijn hiermee heeft VNOG over 2023 dus geen bijdrage aan de MON betaald. Met de start van de nieuwe meldkamer in maart 2023 is de gemeenschappelijke regeling MON opgeheven en is het saldo van de per liquidatiedatum nog aanwezige algemene reserve aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling uitgekeerd. Het bestuurlijk belang J.N. Rozendaal DB lid MON en A.J.M. Heerts DB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2023: € nihil Pagina 58 van 117
Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2023: € 357.157,- 31-03-2023: € 331.133,Vreemd vermogen: 1-1-2023: € 0,31-03-2023: € 0,De omvang van het nadelig resultaat over 2023 voor de MON bedraagt € 26.024. Dit nadelig saldo is gedekt uit de aanwezige algemene reserve MON. Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), onder anderen de directeur van VNOG en de ambtelijke secretaris. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV voert sinds januari 2022 namens de besturen van de veiligheidsregio’s de onderhandelingen met de werknemersorganisaties over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De vereniging is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel.
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De samenwerking tussen de veiligheidsregio’s op het gebied van verzekeren heeft vorm gekregen in twee stichtingen: de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (opgericht in oktober 2022) en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s (opgericht juli 2023). De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's.
De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister.
Pagina 59 van 117
Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: − Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe; − Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bos- en natuurbranden. De deelnemende gemeente in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG.
De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) SAMIJ staat voor Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met elk een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer. De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.
Pagina 60 van 117
4.8. Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Een belangrijk onderdeel van deze wet is de verplichting tot actieve openbaarmaking van, op termijn, 17 informatiecategorieën. Het is de bedoeling dat openbare overheidsinformatie landelijk op één plek te vinden is en toegankelijk is voor allen die belanghebbend dan wel geïnteresseerd zijn. Hiertoe wordt landelijk gebruik gemaakt van een verwijsindex, de Woo-index. De Woo-index biedt een centraal overzicht aan van internetlocaties met gepubliceerde Woo-documenten per overheidsorganisatie. VNOG kan dus de te openbaren informatie op de eigen VNOG-website plaatsen, waar de index vervolgens naar linkt. De officiële bekendmakingen zullen geplaatst blijven worden op de website officiëlebekendmakingen.nl via het systeem DROP. Daarnaast is er nog het landelijke GR-register (voor gemeenschappelijke regelingen) en het landelijke Register van Overheidsorganisaties. Uitvoering Woo in 2023 door VNOG Voor de actieve openbaarmaking wordt de wettelijke fasering van de Woo gevolgd. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. In 2023 gold voor één categorie een verplichte openbaarmaking op grond van de Woo. Het ging daarbij om de categorie van de ‘organisatiegegevens’. VNOG heeft dit gerealiseerd.
Ook in andere categorieën publiceert VNOG inmiddels al actief. −
− − −
De VNOG publiceert (nu al) actief op haar website de volgende stukken: • Vergaderstukken AB (incl. ingekomen stukken) • Besluitenlijsten DB • Jaarverslagen en begrotingen • Regionale plannen Voor wat betreft de Regelingen verwijst VNOG naar de landelijke website ‘officiële bekendmakingen’. Op de VNOG-website plaatst VNOG spoedig nog een link naar het GR-Register en ook naar het Register voor Overheidsorganisaties. In de begeleidende tekst op de website meldt VNOG welke informatie in deze registers is te vinden. Voor wat betreft de Woo-verzoeken heeft VNOG op haar website duidelijk vermeld hoe een Woo-verzoek ingediend kan worden. De uitkomsten/resultaten van Woo-verzoeken zullen ook op de website worden gepubliceerd. VNOG moet daarbij nog wel bepalen op welke manier de beslissingen op Woo-verzoeken gepubliceerd zullen worden. Conform landelijk advies worden Woo-/Wob-verzoeken van voorgaande jaren niet meer actief op de website gepubliceerd.
Stand van zaken informatiehuishouding De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een meerjarenplan gepubliceerd voor de realisatie van meer grip op informatie. Het doel hiervan is dat gemeenten en intergemeentelijke organen meer grip krijgen op hun informatievoorziening en het stimuleert organisaties om de Woo te implementeren. In het meerjarenplan is een aantal eisen opgenomen om de informatiehuishouding op orde te krijgen. VNOG is in 2023 bezig geweest om aan deze eisen te voldoen: − − −
Aansluiten op een e-depotvoorziening. VNOG volgt hiervoor de ontwikkelingen bij de gemeente Apeldoorn, die in de GR voor VNOG is aangewezen als archiefbewaarplaats. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd. Bij de aanbesteding van nieuwe applicaties wordt deze eis in het Programma van Eisen opgenomen. Beheer organiseren op e-mailarchivering. VNOG is aangesloten bij het initiatief van de VNG: de selectielijst e-mailbewaring. Pagina 61 van 117
− − − −
Beheer organiseren op tekstberichten. VNOG wacht de ontwikkelingen bij het bedrijf af dat nu de website van VNOG en een aantal accounts van sociale media archiveert. Beschikken over een informatiebeheerplan (minimaal: inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld; dit volgt nog. Een kwaliteitssysteem hanteren voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. De mogelijkheden van een systeem zijn in onderzoek genomen. Een metagegevensschema vaststellen en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens koppelen. Een metagegevensschema is nog niet vastgelegd; dit volgt nog.
Vijf jaar na het van kracht worden van de Woo (dus in 2027) moet aan deze eisen voldaan worden.
Pagina 62 van 117
4.9. Toekomstparagraaf Op 15 januari 2020 heeft het AB de Toekomstvisie voor VNOG vastgesteld, inclusief bijbehorende Opdrachten om deze Toekomstvisie te realiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. De Toekomstvisie vormt de basis van het regionaal beleidsplan en van de begrotingen. De uit te voeren Opdrachten zijn in de begroting verwerkt (de Opdrachten zijn daarin opgenomen bij de betreffende programma’s), alsook de financiële effecten van de Toekomstvisie. De Toekomstvisie vormt het antwoord van VNOG op de twee vragen die de samenleving aan VNOG stelt: − Ik heb hulp nodig (bij brand, ongevallen, rampen, crises). − Leer mij gevaar te voorkomen (veilig wonen, werken en recreëren). Burgers, bedrijven, instellingen en overheden stellen deze vragen. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s, deze vragen beantwoorden. De Toekomstvisie beoogt, in antwoord op de vragen, op hoofdlijnen het volgende te realiseren: − VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan inwoners en bezoekers van de regio.
− VNOG is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio. − VNOG richt zich op: ▪ Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) (Opgave 0); ▪ Zelfredzaam en risicobewust (Opgave 1); ▪ Vakbekwaam en deskundig (Opgave 2); ▪ Sterke informatiepositie (Opgave 3); ▪ Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) (Opgave 4). Dit zijn de Opgaven van VNOG. De Opgaven komen als rode draad in de opgavegerichte begrotingen steeds weer terug. De doelstellingen op de programma’s in de programmabegroting zijn gerelateerd aan de Opgaven en in de begroting zijn ook indicatoren opgenomen, waarmee de prestaties op de Opgaven/doelstellingen lopende het jaar periodiek worden gemeten. − VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten, in een fijnmazig netwerk, met goed getrainde vrijwilligers vanuit een sterkte informatiepositie. − Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn. − De missie van VNOG is: Samen werken aan veiligheid. De kernwaarden zijn: Daadkrachtig – Deskundig – Gepassioneerd. Uit de Toekomstvisie volgen intensiveringen op bepaalde beleidsterreinen (bijv.
beter geoefend personeel), maar er zijn ook structurele besparingen (bijv. ‘minder rubber en metaal’). Aan het einde van de looptijd van de Toekomstvisie, in 2026, wordt er per saldo structureel ruim 5 ton bezuinigd ten opzichte van de gerepareerde begroting 2019. Daarnáást zijn begin 2020 aanvullende efficiencymogelijkheden gezocht en gevonden. De besparingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. De komende jaren kunnen externe autonome ontwikkelingen en nieuw beleid (bijvoorbeeld als gevolg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de gemeenten, het Rijk of het VNOG-bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeentelijke bijdragen tot gevolg kunnen hebben. Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, éérst in de Kadernota’s worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden. Pagina 63 van 117
Uitvoering Toekomstvisie-Opdrachten in 2023 Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten. Sommige Opdrachten kennen een subnummer; daardoor zijn er in totaal 41 Opdrachten. Eén Opdracht betreft een constatering, zodat er 40 Opdrachten zijn om uit te voeren. De Opdrachten uit de Toekomstvisie moeten in de periode 20202026 worden uitgevoerd. VNOG heeft een planning gemaakt voor de uitvoering van de Opdrachten. De meeste Opdrachten kennen een geleidelijke opbouw en meerjarige looptijd. In 2023 zijn 8 Opdrachten afgerond, zodat het totaal aantal afgeronde Opdrachten nu op 30 uitkomt. Er resteren nog 10 Opdrachten om uit te voeren, waarna de volledige Toekomstvisie is geïmplementeerd. De ontstane vertragingen (met name door COVID-19) zijn weer verder ingelopen. Kenden bij de vorige rapportage (bij de Halfjaarrapportage 2023) nog 3 Opdrachten een vertraging, nu zijn dat er nog maar 2 en de vertragingen worden komende tijd nog verder ingelopen. Het aantal Opdrachten dat op schema ligt is 8. 30 1 8 2 0 41
KLAAR Constatering Op schema Vertraging Verstoord Totaal
Opdrachten afgerond. Opdracht is dus feitelijk geen opdracht. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later en loopt op schema. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later, maar heeft achterstand opgelopen. Opdrachten waren gepland om af te ronden, maar dat is niet gelukt.
Vooral COVID-19 is er de oorzaak van dat er afgelopen jaren vertragingen zijn ontstaan, maar ook andere externe ontwikkelingen hebben effect gehad op de uitvoering. Zo zorgt de Oekraïne-crisis, het wereldwijde tekort aan grondstoffen en computerchips voor vertraging in de uitlevering van materieel/materialen c.q. de nog lopende aanbestedingstrajecten. Doordat onze leveranciers niet, of pas later kunnen leveren, is ook onze planning aangepast. Bovendien stijgen prijzen en stijgt de rente. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de stand van alle Opdrachten, waarin per Opdracht zaken worden toegelicht. Er wordt op hoofdlijnen zowel ingegaan op planning, proces en inhoud. Vervolg Het vierjarige Regionaal Beleidsplan van VNOG loopt eind 2024 af. Er moet bij wet een nieuw Beleidsplan komen voor de periode 2025-2028. De voorbereidende werkzaamheden voor het nieuwe Beleidsplan zijn in 2023 verder opgepakt. Zo heeft VNOG in diverse interne sessies een analyse gemaakt van de omgeving en van de belangrijkste (komende) ontwikkelingen, zowel fysieke, maatschappelijke als interne. Er is oog geweest voor wat er (inter)nationaal speelt, maar ook wat specifiek voor onze regio geldt, het ontwikkelingsstadium van VNOG, etc. Dit is vervolgens besproken in de AB-tweedaagse op 13/14 september 2023.
Op basis hiervan zijn er ook een paar onderwerpen benoemd die gelet op hun omvang, belang en impact de komende jaren extra aandacht behoeven (speerpunten), dan wel punten waarop VNOG wil uitblinken vanwege onze opgebouwde kennis en ervaringen. We willen hierop toonaangevend zijn en onze expertise met andere partners delen (excelleren). Daarnaast verwerkt VNOG ook de uitkomsten uit de actualisatie van het Regionaal Risicoprofiel in het Beleidsplan. Ook het profiel loopt namelijk eind 2024 af. Op basis van alle verzamelde inzichten zal het nieuwe Beleidsplan worden opgesteld. Daarbij zullen wij ook diverse stakeholders gaan betrekken. Naar verwachting wordt het nieuwe Beleidsplan een evolutie van het huidige. Zo blijven de vijf Opgaven van VNOG, zoals die bij de Toekomstvisie in 2020 zijn geformuleerd, de basis vormen. Deze vijf Opgaven hebben nog niets van hun relevantie ingeboet en zij blijven de rode draad in al het handelen van VNOG; ze komen steeds herkenbaar terug, bijvoorbeeld ook als het fundament van de begroting. Pagina 64 van 117